Vale gier in dierentuin

Dertien jaar geleden maakte ik contact met een aantal dieren uit dierentuinen. Zo ook met de vale gier, die getuigde van een enorm ruime kijk op het geheel.

2010:

Altijd als ik contact maak met dieren, zeg ik mijn naam en leg ik uit dat ik met allerlei dieren contact zoek. De vale gier haakt in als hij hoort dat ik ook met huisdieren communiceer. Die lust hij wel.
De gier laat me ervaren dat zijn ruimte veel te klein is. De ruimte komt op hem af en dat geeft een in elkaar gedoken gevoel. Ik voel een enorme druk op mijn hoofd. Alsof het allemaal veel te klein en bekrompen is.
Op mijn vraag wat hij nodig heeft, antwoordt hij: ‘De hele dierentuin.’ En dan wil hij heel graag zijn eigen voedsel zoeken. Hij wil daar zelf zijn best voor doen. Ik ervaar dat er van nature veel tijd en aandacht gaat zitten in het bezig zijn met voedsel zoeken. Daar zit veel actie omheen die hem scherp en alert houdt.
Een bloglezer wilde weten waarom dieren ervoor kiezen om in de dierentuin terecht te komen en ik leg de gier deze vraag voor. ‘Er worden jongen uitgezet,’ antwoordt hij. ‘Daardoor zijn dierentuinen noodzaak. Als je jongen worden uitgezet, hebben ze mazzel. Daar werk ik aan mee.’ Hij geeft een opgevouwen/vierkant gevoel door over zichzelf en een breed/open gevoel als hij het heeft over uitvliegende jongen.
‘Jij offert je dus op?’ vraag ik. ‘Nee, ik ben een schakel in het geheel.’
Ik ben even stil van zo’n ruime kijk en vraag hem dan of hij nog wat te vertellen heeft. ‘Ja, ik wil graag een groter hok.’

Als ik na dit gesprek op internet zoek, zie ik dat deze dierentuin inderdaad een fokprogramma heeft voor vale gieren. En dat hij het hok te klein vindt, zal niemand verbazen.

Krokodil wil aardig gevonden worden

M: Dag Krokodil, is er een mogelijkheid om met jullie te ‘praten’?
Stilte en nog eens stilte.
M: Ik zal me netjes voorstellen, ik ben Eddy en probeer door middel van communicatie met verschillende dieren waar ik dan over publiceer, meer begrip voor jullie dieren te krijgen bij de mensen.
V: Dat is dan vergeefse moeite.
M: Hé, leuk dat je reageert.
V: Mensen zien ons alleen maar als slecht en daarom praten we niet met jullie.
M: Maar dat zou jammer zijn, want ik wil juist proberen begrip te kweken tussen jullie en de mensen.
V: Ja, dat is een mooi ideaal, maar mensen zien ons als gevaarlijke beesten die alles opeten en waar je ver uit de buurt moet blijven en ze jagen enorm op ons. Er is niets beters dan een dode krokodil in hun ogen. En dan kweken ze ons ook nog voor tasjes. Begrijp je dat we een beetje cynisch zijn over mensen.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt om je voor te stellen dat mensen ook belangstelling kunnen hebben voor jullie. Maar als dat nu eens zo is, wat zou je er van vinden om iets over jezelf te vertellen?
V: Nou vooruit, we zijn nu toch al in gesprek. Ik ben een krokodil die in de Nijl woont, niet in Egypte maar in Soedan. In mijn rivier waar we met een groot aantal soortgenoten wonen, is het best goed toeven. We komen hier niet te veel mensen tegen, dat is ons geluk. Maar lang niet alle krokodillen hebben dat geluk, en dan worden ze bejaagd tot ze dood zijn. Tenminste dat vertellen ze in de lichtsfeer en daar hebben ze dan nog best moeite mee om dat te vertellen. Vandaar dat jullie geen fijne naam hebben.

We worden bejaagd tot we dood zijn. Tenminste dat vertellen ze in de lichtsfeer en daar hebben ze dan nog best moeite mee om dat te vertellen. Vandaar dat jullie geen fijne naam hebben.

M: Maar jij hebt zelf niet die slechte ervaring?
V: Nee, niet direct. Zoals ik al zei kom ik nauwelijks mensen tegen en als dat een keer gebeurt dan zijn dat de oorspronkelijke bewoners van dit min of meer oerwoudachtige gebied. Die zijn met ons opgegroeid en die weten dat we ook onze goede kanten hebben. We houden de rivier schoon van kadavers, zodat er geen gifstoffen van lijken in de rivier zich kunnen verspreiden. We eten roofvissen, zodat er meer vissen in de rivier zijn en natuurlijk eten we ook af en toe dieren die door het water komen om naar de overkant te gaan. Dat zijn dan veelal de zwakkere dieren die wij opeten om zo de soorten sterk te houden. Maar mensen komen we nauwelijks tegen en daar houden we ook zo veel mogelijk afstand van.
M: Heb je een naam waar ik je mee kan aanspreken als ik weer een keer met je zou willen praten, want ik wil heel graag wat meer weten over jullie leefwijzen en de taak die jullie op Aarde hebben in het geheel.
V: Dat kan en je kunt mij dan aanspreken met Virkrok, zo zie ik mezelf, als een krokodil en als een Vir.
M: Dank je wel voor de informatie en tot ziens.
210415

Onze geheime plek

In gesprekken met dieren komt het soms voor dat dieren me hun ‘geheime plek’ laten zien. Dat is een plek, diep binnen in hen, waar niemand mag komen, die ze voor zichzelf houden en waar ze veilig zijn. En: waar ze heel zijn. Er zijn geen trauma’s, er is geen geweld en geen spanning.

Gisteren was ik op een congres waar ook over die plek werd gepraat en ik moest meteen aan de ezel van dertien jaar geleden denken. Ik heb de blog weer opgezocht en deel het graag in AnimalTalks.

“Vorig jaar april begon ik op deze blog mijn gesprekken met vrije dieren op te schrijven. Ik heb bewust gekozen om deze dieren vrije dieren te noemen in plaats van wilde dieren en daar ben ik nog steeds blij om. De dieren die vrij zijn van menselijke bemoeienissen leven hun leven namelijk perfect, in vrijheid, naar hun aard en hoe ze bedoeld zijn.
Door onzorgvuldigheid van mijn kant sprak ik soms dieren die toch verbonden zijn aan mensen. Daar sprak vrijheidsberoving uit. Leed dat hen door mensen was aangedaan waardoor ze niet kunnen zijn zoals ze zijn.
De ezel uit Jordanië die menselijke vracht naar boven moet sjouwen heeft erge indruk op me gemaakt:
Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in hun kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.

In het boek Spoedcursus Verlichting van Tijn Touber lees ik: “Assagioli raakte er steeds meer van overtuigd dat ieder mens een kern bezit die intact is en gevuld is met schoonheid. Vandaar ook zijn grote interesse in spiritualiteit.” Roberto Assagioli was de grondlegger van de psychosynthese, en tijdgenoot van de grote psychotherapeuten Sigmund Freud en Carl Jung.
Piero Ferrucci nam het werk van Assagioli over na diens overlijden (1974). Ik citeer (blz. 176): “Volgens Ferrucci zit in ieder van ons een kern, waar we niet zijn gekwetst, waar we gezond, ontvankelijk en krachtig zijn: ‘Ik ben ervan overtuigd dat zelfs mensen die heel veel pijn hebben geleden, deze gezonde kern in zich dragen. Die kern terugvinden is misschien wel de mooiste zoektocht van ons leven. Als we terugkeren naar dit middelpunt – al is het is het maar heel even – dan worden ruzies en wrok ontmaskerd als absurde tijdverspilling.’ “
Het hoofdstuk waarin dit staat gaat over verbondenheid en heeft als titel De kracht van vriendelijkheid.
Ik vind het heel bijzonder dat de ezel me dit heeft kunnen vertellen voor ik het boek las. En ik citeer graag de woorden waarmee ik mijn informatieboekje (niet meer verkrijgbaar) over diercommunicatie begon: Luisteren met heel je wezen – naar wat dieren te vertellen hebben – Hun welwillendheid – harmoniseert mens en omgeving.”

Zo mooi om te zien dat wij mensen onze zoektocht hebben en dat dieren het gewoon al leven. En dat ik na dertien jaar nog aan de ezel uit Jordanië moest denken. (de volledige blog van de ezel zet ik hieronder).

Bij interesse: Het congres werd georganiseerd door ShiftAcademy en ging over de 3 principes.

 

 

De complete blog van de ezel uit Jordanië, 13 jaar geleden:

Vanuit Jordanië stuurt vriendin Petra deze foto. Alhoewel deze ezel geen vrij dier is, benader ik hem toch. Ik vertel hem wat ik weet: dat hij in Petra toeristen de berg op en af vervoert.
‘Dan weet je maar een stukje van mij,’ haakt hij in. Hij laat zien dat hij zijn blik op oneindig en verstand op nul zet als hij mensen vervoert. ‘Ze zijn vaak te zwaar. Ze zijn niet gewend om op een ezel te zitten. Daarom zitten ze niet fijn, ze bewegen niet mee. Een mens dragen waar samenwerking mee is, gaat soepel. Dan gaat vanuit eenheid en dat doe je samen. Voor toeristen ben ik een vervoermiddel.’ Hij laat nogmaals weten dat er een verschil is of iemand vanuit een gezamenlijk doel op hem zit of enkel als vervoermiddel. Hij herhaalt dat toeristen zwaar zijn.
Maar, vervolgt hij: ‘Ik krijg ook aandacht van mensen. Ze aaien me en doen lief.’ Dat laat hij zich lekker gebeuren.
Ik kom er niet achter waar zijn avondplek is. In ieder geval is het een plek met andere dieren en vindt hij er zijn rust. En wat belangrijker is: daar kan hij ezel zijn. Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in de kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.
Hij vertelt dat als zij hun werk niet meer kunnen doen, de beslissing tot afmaken in de kern besloten wordt. ‘Afmaken is genadiger dan niet meer verzorgen en laten afsterven,’ vertelt hij. ‘Afmaken wordt vanuit die kern gedaan.’
Ik ben behoorlijk onder de indruk van deze ezel en zijn zienswijze. Dit bedenk je toch niet zelf … ik in ieder geval niet.

Een brutale aap

Ik ben in India voor vrijwilligerswerk. We lunchen altijd gemeenschappelijk, onder dak maar verder in de open lucht. Er zijn apen op locatie, meestal zie je ze niet maar hoor je ze wel. Enkele dagen terug werden we tijdens de lunch gestoord door twee apen, waarvan de jongste, ineens op tafel sprong en bij iemand de banaan naast zijn bord weggriste en rustig opat voor hij verder ging. Dit heeft geleid tot onrust, het lunch buffet wordt niet meer uitgestald, je krijgt nu een opgeschept bord als lunch. Dat komt omdat de aap weet dat het eten om twaalf uur klaar staat en hij zit te wachten. Het plaatselijke personeel zit al met een stok klaar om ons tegen de brutale aap te beschermen. Vandaag werd besloten dat er morgen enkele rotjes naar de apen worden gegooid als ze zich morgen weer laten zien. Daar heb ik moeite mee, dus besluit ik contact op te nemen met de apen, kijken of dat lukt.

M: Dag apen, kunnen we even praten?
A: Ja, is mogelijk, wat wil je?
M: Jullie waarschuwen dat als jullie morgen komen, de mensen jullie willen wegjagen.
A: Waarom willen ze dat doen?
M: Omdat jullie, terwijl we aan het eten waren ineens een banaan van tafel hebben gestolen.
A: Ho, ho, niks stelen, die lag daar gewoon en wij waren sneller.
M: Zo kun je er ook naar kijken, maar de mensen die daar koken vonden het niet gepast. Je kunt niet zomaar iets van iemand afpakken.
A: Maar dat deden we niet, we namen iets wat we graag eten mee. Jullie eigenen je alles toe en als wij er dan van nemen noemen jullie dat afpakken. Maar eigenlijk zijn die bananen van iedereen en wij eten er ook graag van. Jullie pakken het juist van iedereen af en je zou je moeten schamen.
M: Ik vind dat een hele knappe omkering van zoals mensen het voelen. Maar om terug te komen op mijn punt van het begin, ze willen jullie daar niet meer zien en als jullie toch morgen komen, dan worden jullie verjaagd met hele harde knallen.
A: Bah, dat is erg onaardig. En daar houden we niet van als jullie gevaarlijke knallende dingen naar ons gooien.
M: Dat begrijp ik, daarom wil ik jullie waarschuwen daar voorlopig niet meer te komen. Er zijn genoeg andere plaatsen waar je een banaan kunt scoren.
A: Waarom waarschuw jij ons?
M: Omdat ik jullie eigenlijk best wel leuk vind.
A: Waarom geef jij ons dan niet je banaan?
M: Dat is een logische vraag, maar het antwoord is dat kan ik niet doen. Want dan komen jullie toch in de buurt en gaan ze jullie toch met knallen verjagen en dat wil ik jullie niet aandoen.
A: Maar je kunt toch wel een stukje verderop een banaan voor ons neerleggen?
M: Tjonge wat zijn jullie slim. Maar de bedoeling is juist dat jullie gaan verhuizen naar een andere plek waar jullie ons niet lastig vallen. En ik ben over enkele weken weer weg en dan ligt er geen banaan meer voor jullie terwijl je er net aan gewend bent.
A: We willen wel een deal met je maken. Jij legt morgen een banaan een stuk verderop en wij komen niet tijdens de lunch langs.
M: Jullie hebben mij klem. Ik wil jullie helpen dat je niet op een nare manier weggejaagd wordt en nu moet ik jullie gaan voeren. Ik wil wel meegaan in de deal maar dan anders. Ik leg een banaan voor jullie neer, een tijdje voor de lunch en daarna gaan jullie gewoon verder naar een andere plek waar je de mensen van de keuken niet meer lastig valt.
A: Maar omdat jullie mensen al het algemene eten voor jullie zelf houden, moeten wij slim zijn om ons eten bij elkaar te scharrelen. En jullie hebben het daar gewoon liggen. Wij willen ook niet rot doen, we nemen graag jouw aanbod van het neerleggen van een banaan aan.
M: OK en dan zien we jullie een tijdje niet meer?
A: Dat blijft afwachten, maar bedankt voor de waarschuwing.

We zijn nu twee weken verder en de apen zijn er af en toe nog maar hebben geen bananen meer gestolen van tafel. En het buffet staat weer gewoon opgesteld. Dus de vraag aan de apen waarom ze nog wel steeds in de buurt blijven.

M: Dag apen, waarom blijven jullie steeds in de buurt?
A: Omdat het zo uitdagend is.
M: Wat bedoel je daarmee?
A: Er ligt van allerlei lekkers en dat trekt ons wel en dus blijven we in de buurt.
M: Maar we hadden toch afgesproken dat jullie ons met rust zouden laten?
A: Je hebt ons afgekocht met één banaan, wat vind je zelf, is dat voldoende? Of mogen we nog even pesten en jullie op stang jagen?
M: Is dat het wat jullie doen?
A: Ook. Maar als we de kans krijgen om iets te pikken zullen we dat doen. Maar we zullen niet meer iets van tafel pikken terwijl jullie zitten te eten, dat hebben we afgesproken.
M: Dat hebben we afgesproken en ik ben blij dat jullie je daar aan houden. Dank jullie wel.

De kunst van stilte

Van een vriendin kreeg ik een boek: Stilte als antwoord van Sara Maitland.

Zelf schreef ik In de Stilte hoor je alles.

Eckhart Tolle schreef De stilte spreekt.

Even een klein rondje internet leert me dat stilte een veel onderzocht onderwerp is.

Nu ben ik geen uitgebreide onderzoeker maar ik heb wel mijn eigen niche waar ik me prettig bij voel en waar ik informatie van krijg: de dieren.

Tijd voor een mini-onderzoekje bij mijn vrienden.

De leeuw die met de titel van mijn boek kwam reageert kortaf op mijn vraag wat stilte precies is: “Naar binnen gaan, naar je stilteplek, daar kun je info ophalen. Dat weet je toch.” Hij vond het maar een overbodige vraag en wilde er verder niet meer tijd aan besteden.

De ratten vertellen dat stilte ‘geen gedachten hebben’ is. Dat begrijp ik maar meteen denk ik aan de kwetsbaarheid als je daar bent waar geen gedachten zijn. Hoe hou je je omgeving in de gaten voor het geval er gevaar dreigt? “Dat is een kwestie van stille, goede plekken zoeken. Ook om te slapen.”

De prooidieren laten me zien dat zij best goed zijn in stilte. Stilte is voor hen een overlevingsmechanisme: ik ben er niet. Ik kan me heel goed voorstellen dat prooidieren hun signalen, hun gedachten, uit zetten zodat ze zo onopvallend mogelijk zijn.

De jagers onder de dieren laten zien dat ze juist alle kanalen open zetten om zoveel mogelijk informatie (zoveel mogelijk ‘herrie’) via de zintuigen binnen te krijgen om zo in hun voedsel te kunnen voorzien.

Ik denk dat veel dieren de kunst van de stilte beheersen. En dan bedoel ik: de afwezigheid van gedachten. Veel dieren kunnen gewoon “zijn”. Ze zijn in het moment. Het is goed.

Als het lichaam signalen gaat geven dat er gegeten of ontlast wil worden, dan komen ze in actie. Dan gaan ze ‘de herrie’ in, dan zoeken ze het leven op.

En is het lichaam voldaan dan is er tijd voor spel. Want spelen doen de dieren zeker ook. Ontdekken en plezier maken om zich vervolgens weer voldaan te wentelen in de stilte.

Was ik maar een dier…

Na het publiceren van deze blog typ ik “De kunst van stilte” in en voilá: ook dat is een titel van een boek.

Bij als verstekeling

Ik ben van een afspraak op weg naar huis en rijd in de auto en voel iets kriebelen op mijn linker elleboog. Ik krap terug en even later weer. Dan loopt er ineens een prachtige bij over mijn blote arm naar mijn hand. Mijn eerste gedachte is: raampje open zetten en dat beest naar buiten. Maar mijn tweede gedachte is, dat overleeft hij niet als ik hem hier op de snelweg uit het raampje gooi. Dus gaan we in gesprek.

M: Wat moet ik met jou?
B: Terugbrengen waar je me gevonden heb.
M: Maar ik heb je niet gevonden, jij bent met mij meegereisd.
B: Ik ben op jou gaan zitten omdat je zo’n mooie kleur aan had en toen stapte je in de auto en reden we weg.
M: Dat kan gebeuren. Maar het gaat me iets te ver om dertig kilometer terug te rijden en vervolgens dan pas weer op weg naar huis te gaan. Waar zal ik je er uit laten?
B: Dan het liefst in een natuurgebied. Ik ben geen korf bij, dus ik kan overleven tot de winter ook in een andere omgeving.
M: Dat stelt me gerust. Dus als ik straks ergens in de natuur stop en alle deuren open doe vertrek je en kun je overleven?
B: Ja, dat kan, liefst in de buurt waar veel bloemen zijn en niet veel straten en verkeer.
M: Zo hier is het dan, een rustige omgeving met veel wilde bloemen. Alle vier deuren staan open en ik wens je een goede tijd toe.

Achteraf denk ik dat ik er nooit bij heb stilgestaan dat als er een dier met je meelift, je dat meestal er zo snel mogelijk uit wilt zien te krijgen. Maar als je niet bedreigd wordt, kun je gerust verder rijden en het diertje op een overlevingsplek voor hem loslaten. Dat heb ik gedaan en het was niet vanzelfsprekend voor mij, maar misschien vanaf nu wel. Het was zo’n mooi beestje, heel harig en aaibaar. Maar ja, het blijft een beetje eng omdat ze kunnen steken.

230722

 

“Ga het niet idealiseren”

Naast mijn werk als dierentolk werk ik ook een aantal uren in de zorg. Op mijn route kom ik altijd langs een biologische varkenshouderij. In het voorjaar ging het hek open en hadden de grote varkens de beschikking over een groot grasveld, dat ze al snel helemaal omgewroet hadden.

Ik word altijd blij als ik langsrijd en geniet van de wroetende dieren.

Al weken verheug ik me op een gesprekje met de varkens en vandaag ga ik er eens lekker voor zitten.

De animo om te praten is er niet erg. Op een gegeven moment komt een oudere zeug naar voren en zegt dat het bijna haar tijd is. “Ik loop al heel wat jaartjes mee hier,” legt ze uit, alsof ze daarmee laat zien dat als iemand recht van spreken heeft zij het wel is.

“Wij zijn er om te gaan,” vervolgt ze. “We moeten wat opleveren: biggen, vlees.”

Het is of ik een klap in m’n gezicht krijg. Om eerlijk te zijn had ik een blij gesprek verwacht.

“Ook hier is het niet alleen romantiek,” reageert het varken. “Het is alsof we bij onze geboorte al op een straflijst staan.”

“Eh… ik had eigenlijk gerekend op meer vreugde…,” zeg ik aarzelend, “meer een halleluja-verhaal.”

“Je zit in een gek beeld. Daarom denk je dat dit leuk is.”

In een flits zie ik hoe we gewend zijn aan hoe we onze wereld in elkaar gezet hebben. We zitten er midden in, worden erdoor gevormd. Het zogenaamde kritische en bewuste denken dat we menen te ontwikkelen is eigenlijk ook heel beperkt want het gaat nog steeds uit van de bestaande situatie.

“Okee…” Hoe moet ik hier nu op reageren?

“Als ik langsrijd zie ik jullie wel altijd in de grond wroeten.”

“Je moet het optimale eruit halen van wat erin zit,” reageert het varken. “Maar we blijven gevangen. Ga het niet idealiseren.”

Kaila en haar neus

Zoals jullie weten is Kaila al een aantal keren stoned geweest van de drugs die ze op de hei weet te vinden. Daarom loop ik niet veel meer met haar op de hei, maar meestal in het bos. De laatste dagen lopen we weer op de hei en ik heb afspraken met haar gemaakt. Vanochtend hadden we dit gesprek.

M: Lieve Kaila, wat loop je te genieten van je wandeling, maar je weet dat we afspraken hebben gemaakt over het wandelen op de hei?
K: Jazeker weet ik dat. Je wilt dat ik dicht bij je in de buurt blijf zodat jij mij kan helpen als de verleidingen voor mij te groot worden.
M: Dat heb je heel goed verwoord. Nu wil ik graag even terugkomen op wat er vanochtend gebeurde en hoe jij daar op reageerde.
K: Ja, mag ik het vertellen?
M: Graag.
K: Ik liep langs de bosrand en mijn neus ving ineens weer de wietlucht op. Mijn neus ging omhoog en ik rook alle kanten op en constateerde dat de lucht uit de bosjes kwam. Jij keek de hele tijd naar mij en zag daardoor mijn neus omhoog gaan en je wist dat ik een spoor geroken had, maar nog niet gevonden.
M: Ja en toen jij het spoor wel min of meer gevonden had, maar nog niet helemaal, kon ik je terugroepen en je kwam meteen naar me toe. Dat vond ik heel knap van je.
K: Ik had de richting gevonden waar de lucht vandaan kwam en wilde de bosjes ingaan, maar jij riep me terug en ik herinnerde me onze afspraak. Jij kan mij beschermen als ik in de buurt blijf. En ik heb op dit punt bescherming nodig. Ik weet dat als ik er van eet en dat kan ik niet laten, want het is heel lekker, dat ik er even later beroerd van word, echt ziek zelfs. En dat wil en kan jij voorkomen door mij te roepen. Hoewel ik dan wel mijn drang om snel weg te lopen moet beheersen, is het me gelukt en ben ik weer met je mee gegaan.
M: Daar ben ik heel blij mee en ik vind het ook knap dat je het kon. Daardoor kunnen we wel af en toe op de hei wandelen en kan jij met je vriendjes spelen en rennen en daar geniet ik ook weer heel erg van.
K: Dat is wederzijds genieten.

Overigens heeft Kaila wel een heel eigen interpretatie van wat zij dicht in de buurt blijven vindt.

230816

“Typisch menselijke norm”

Ik ben heel blij met de QR code die de webmaster heeft gemaakt zodat het verhaal van Rozette voor iedereen leesbaar is.

Maar wat me dwars zit is dat ik de fietsenspecialist, die de buurman van Rozette is geworden, niet heb genoemd in de blogs.

“Je hebt er ook niet naar gevraagd,” hoor ik als ik er met Rozette over begin. “En het is typisch weer zo’n menselijke norm dat je je daar druk om maakt.”

Dankjewel, Rozette, dat is weer duidelijk. Menselijke norm of niet, ik ga de blogs toch aanvullen om het verhaal compleet te maken.

Rozette is er helder over: deze man is niet een van de outsiders maar iemand waar ze ook wat mee heeft opgebouwd en waar ze een vanzelfsprekend gangetje naartoe heeft. Ze geeft het gevoel van vertrouwdheid door en eigenlijk is ze ook heel blij dat hij een soort bodyguard is.

“Hoe bedoel je dat?” vraag ik haar.

“Hij beschouwt deze hoek als van hem en ik hoor daar ook bij.”

Ik moet grinniken want ik weet nog precies hoe zijn vrouw mij benaderde toen hij in het nieuwbouwpand kwam en ze mij naar Rozette zag gaan. Wat ik daar wel niet kwam doen. Net als Rozette ben ik blij met hem en het is mooi dat we nu hetzelfde soort voer geven. Rust voor de darmen.

Als je als kat afwijkt van de menselijke norm

Rozette heeft gekozen voor een buitenleven. Dat ging drie jaar goed, maar de laatste tijd is daar verandering in gekomen. Het braakliggende terrein dat ze uitgekozen had als woonplek is inmiddels bebouwd en Rozette´s huisjes in de struiken liggen nu pal naast een parkeerplaats. Er zijn diverse mensen die haar onregelmatig eten geven en ik dacht dat dat leuk was, dat Rozette geaccepteerd was als buitenkat met vaste verblijfplaats. Maar zo ligt het niet helemaal.

Het begon toen ze in een akelig gevecht terecht kwam met een andere kat en ze een beschadigd oog en hangend oor opliep. Met natuurlijke medicatie kwam ze daar na een paar weken redelijk doorheen. Maar ze werd dunner en haar andere oogje werd ook wat dik.

Ik ging een paar dagen op vakantie en vroeg iemand om twee maal daags bij Rozette langs te gaan om eten en medicatie te geven. Tijdens mijn vakantie kreeg ik een mail met de vraag of ik wel weet hoe ontzettend slecht het gaat met het katje. En als ik aan deze verwaarlozing niks doe, dan is de afzender van deze mail genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.

Een beetje overdonderd vraag ik of mijn vervanger Rozette kan vangen en naar het schip kan brengen. Maar Rozette laat zich uiteraard niet vangen, dat wist ik ook wel. De situatie vreet aan me en ik vraag een andere dierentolk of zij in gesprek wil met Rozette. Want het kan natuurlijk zijn dat ik alles helemaal verkeerd interpreteer.

Barbara gaat in gesprek met Rozette en uit de veelheid aan informatie die Rozette doorgeeft, selecteer ik voor deze blog:

Rozette wekt de indruk dat ze er niet echt iets op tegen heeft om met mij te praten, maar dat ze niet zit te wachten op allerlei mensen. Piek is genoeg. Hoewel ze mij niet echt afhoudt, wil ik me ook niet opdringen. Daarom wil ik eerst maar even vragen of ze op dit moment wil ingaan op een gesprek. Ik denk van wel, maar hoor het graag van haarzelf. Dan voel ik mij ook wat vrijer om mijn vragen te stellen.

B: “Wil je liever een andere keer praten?”

R: “Nee, het is al goed. Jij bent rustig, dat voel ik. Er is veel opwinding om mij heen. Er wordt aan me getrokken. Maar het gaat niet om mijn belang. Ze vinden me mooi én zielig. En willen voor hun eigen profiel en gemoedsrust iets voor mij doen.

Ik wil contact met rust en aandacht. En gepaste afstand. Ik ben een sterke kat, heb al veel wijsheid vergaard. Jullie mensen leren bushcraft. Onzínnig om jullie eigen lessen op mij toe te passen. Ik ben als kat alles en meer waar bushcraft voor staat. Er zijn er niet veel die ik vertrouw. Piek wel. De rest zijn passanten! Ze laten je ook zo weer vallen. Ik heb niks van hen nodig.”

En dan zegt ze er meteen achteraan: “Het gaat helemaal niet goed! Ze geven me van alles te eten. Ik wil zelf voor mijn eigen eten zorgen. Ik kan namelijk niet alles goed verteren wat ze voor me klaarzetten. Maar dat weet ik van tevoren niet. Ik eet ervan, maar mijn darmen lopen vast. Niet verstopt, maar mijn spijsverteringskanaal raakt in de war en daar loop ik op vast. Ik moet om mijn darmen denken. Eten dat niet voor mij geschikt is, trekt ook andere dieren aan. Dat wil ik niet. Mijn darmen hebben onrust. Ik weet niet wat ik daaraan moet doen.”

Ze vervolgt: “Denk niet dat ik niet dankbaar ben! Maar hoe meer afstand ik hou, hoe meer mensen denken dat ze nodig zijn en hoe zieliger ze me vinden. Zo doe ik het dus nooit goed. Dit is de paradox van de onduidelijkheid nu. Het gaat tegen mijn belang in. Mijn eigen authenticiteit helpt me nu niet. Het is gevaarlijk. Ik voel me bedreigd! Het is een vicieuze cirkel.”

Ze doelt erop dat het haar natuur is om afstand te houden, maar dat die afstand kennelijk een aantrekking heeft op mensen, terwijl ze daar niet op zit te wachten. Zich terugtrekken, wat haar natuur is, helpt haar in deze situatie niet en werkt juist averechts. Dit ervaart ze als een vicieuze en onveilige cirkel.

Rozette: “Piek is de enige die me echt begrijpt. En kan helpen. Zij beschermt me. Maar het kost haar ook wat, dan wordt zij niet begrepen. Mag ik dit van haar vragen? Wat vind jij?”

B: “Rozette, nu vragen Piek en jij mij allebei iets. Ik probeer jullie vragen en belangen helder te krijgen. Jouw authenticiteit is álles voor Piek. Jouw welzijn ook. Het mag soms beter en soms minder met je gaan, dat is de natuur. Hoe zie jij dit?”

R: “Zie ik ook zo. Maar als mijn vrijheid in het geding komt, raak ik de weg kwijt. Als ik opgesloten zit, hetzij in een fysieke kooi hetzij in een mentale kooi, omdat ik naar de mensen-maatstaven moet dansen, dan raak ik de weg kwijt. Dan kan ik niet goed bij mijn natuur komen.”

Ik merk dat Rozette hier echt paniekerig van wordt,  het raakt haar. Ze wil dit niet en het geeft haar het gevoel alsof ze uit regie is.

B: “Dit is wat bij mensen ook vaak gebeurt. Dan rennen ze zich (door zelf opgelegde maatstaven) voorbij en dan raken ze hun eigen natuur kwijt. Het klinkt alsof jij daarin wordt meegesleurd. Hoe kun je dichter bij je eigen natuur blijven? Wat heb je nodig?”

R: ”Ik wil het liefst wegkruipen en met rust worden gelaten. En af en toe met Piek praten. Zelf voor mijzelf zorgen. Niet dat iedereen zich met mij gaat bemoeien. Het ging goed.”

Dan roept, of liever schreeuwt, ze het uit: “Laat me!!”

Ik stap over naar het voorval waardoor ze zo gehavend was geraakt.

B: “Wat is er gebeurd?”

R: “Ruzie om eten. Andere dieren komen erop af. Het ging me niet om het eten maar om mijn plek. Daar moeten de andere dieren vanaf blijven.”

B: “Dus je hebt echt een plek?”

R: “Ja, dit is mijn plek. Spijker een bordje op mijn plek. Afbakenen. Vanuit mijn naam. ‘Rozettes Place. Bij vragen het telefoonnummer van Piek. Of een QR code erbij naar de blogjes van Piek over mij. Dat kan tegenwoordig zo makkelijk. Maar dan moeten alle blogjes wel bij elkaar staan. Graag nog een blogje erbij, over dat ik geen huiskat ben. En dat normen niet bestaan. Dat is een verzinsel van mensen. Omdat ze zonder normen niet netjes met elkaar en de natuur omgaan. Maar ik heb niks aan hun normen. Het brengt mijn veiligheid in gevaar. En mijn gezondheid door maar verkeerd en teveel eten te blijven neerzetten. En het brengt de veiligheid van Piek in mijn omgeving in gevaar. Piek mag niet aangetast worden. Dit zou voor mijn welzijn niet goed zijn. Geen twee of meer kapiteins op het schip. Wat ontzettend stóm, dat je dit als kat aan mensen moet gaan uitleggen. Wie houdt nu wie voor de gek? Laten ze zich om hun eigen besognes bekommeren! Ik word gebruikt als afleiding. Maar mijn leven is mijn zaak.”

B: “Piek heeft zorgen over je gezondheid, je bent magerder dan anders.”

R: “Ik heb last van maag en darmen en voel me koud en onrustig. Ik wil graag eenduidig voer voor mijn maag en darmen en voor het gevoel van kou en onrust wil ik graag de rust en liefde van Piek. Verder: ik wil géén ruzie. Het sop is de kool niet waard. Mensen moeten een stapje terug doen. De oplossing zit in het maken van afspraken. Dat moeten mensen onderling doen; dan kan ik uit de paradox komen. Ik wil me veilig kunnen terugtrekken, zonder dat mensen dit zielig vinden en extra toenadering zoeken. Ik heb niks tegen mensen, maar ik ben er niet voor hen. Ik ben er voor mij en leef mijn eigen leven. Zo wil ik het.”

B: “Prima, Rozette. Duidelijk. Wil je nog iets zeggen?”

R: “Ik vind het fijn dat je zo goed naar me hebt geluisterd. Jij hebt geen oordelen, daardoor kon ik me een beetje vrij voelen en onder woorden brengen wat er aan de hand is. Mijn natuur terug in beeld brengen. En je bent niet eens een kat…”

B: “Nee, ik ben een mens. Dank je wel, Rozette.”