Kaila en haar neus

Zoals jullie weten is Kaila al een aantal keren stoned geweest van de drugs die ze op de hei weet te vinden. Daarom loop ik niet veel meer met haar op de hei, maar meestal in het bos. De laatste dagen lopen we weer op de hei en ik heb afspraken met haar gemaakt. Vanochtend hadden we dit gesprek.

M: Lieve Kaila, wat loop je te genieten van je wandeling, maar je weet dat we afspraken hebben gemaakt over het wandelen op de hei?
K: Jazeker weet ik dat. Je wilt dat ik dicht bij je in de buurt blijf zodat jij mij kan helpen als de verleidingen voor mij te groot worden.
M: Dat heb je heel goed verwoord. Nu wil ik graag even terugkomen op wat er vanochtend gebeurde en hoe jij daar op reageerde.
K: Ja, mag ik het vertellen?
M: Graag.
K: Ik liep langs de bosrand en mijn neus ving ineens weer de wietlucht op. Mijn neus ging omhoog en ik rook alle kanten op en constateerde dat de lucht uit de bosjes kwam. Jij keek de hele tijd naar mij en zag daardoor mijn neus omhoog gaan en je wist dat ik een spoor geroken had, maar nog niet gevonden.
M: Ja en toen jij het spoor wel min of meer gevonden had, maar nog niet helemaal, kon ik je terugroepen en je kwam meteen naar me toe. Dat vond ik heel knap van je.
K: Ik had de richting gevonden waar de lucht vandaan kwam en wilde de bosjes ingaan, maar jij riep me terug en ik herinnerde me onze afspraak. Jij kan mij beschermen als ik in de buurt blijf. En ik heb op dit punt bescherming nodig. Ik weet dat als ik er van eet en dat kan ik niet laten, want het is heel lekker, dat ik er even later beroerd van word, echt ziek zelfs. En dat wil en kan jij voorkomen door mij te roepen. Hoewel ik dan wel mijn drang om snel weg te lopen moet beheersen, is het me gelukt en ben ik weer met je mee gegaan.
M: Daar ben ik heel blij mee en ik vind het ook knap dat je het kon. Daardoor kunnen we wel af en toe op de hei wandelen en kan jij met je vriendjes spelen en rennen en daar geniet ik ook weer heel erg van.
K: Dat is wederzijds genieten.

Overigens heeft Kaila wel een heel eigen interpretatie van wat zij dicht in de buurt blijven vindt.

230816

“Typisch menselijke norm”

Ik ben heel blij met de QR code die de webmaster heeft gemaakt zodat het verhaal van Rozette voor iedereen leesbaar is.

Maar wat me dwars zit is dat ik de fietsenspecialist, die de buurman van Rozette is geworden, niet heb genoemd in de blogs.

“Je hebt er ook niet naar gevraagd,” hoor ik als ik er met Rozette over begin. “En het is typisch weer zo’n menselijke norm dat je je daar druk om maakt.”

Dankjewel, Rozette, dat is weer duidelijk. Menselijke norm of niet, ik ga de blogs toch aanvullen om het verhaal compleet te maken.

Rozette is er helder over: deze man is niet een van de outsiders maar iemand waar ze ook wat mee heeft opgebouwd en waar ze een vanzelfsprekend gangetje naartoe heeft. Ze geeft het gevoel van vertrouwdheid door en eigenlijk is ze ook heel blij dat hij een soort bodyguard is.

“Hoe bedoel je dat?” vraag ik haar.

“Hij beschouwt deze hoek als van hem en ik hoor daar ook bij.”

Ik moet grinniken want ik weet nog precies hoe zijn vrouw mij benaderde toen hij in het nieuwbouwpand kwam en ze mij naar Rozette zag gaan. Wat ik daar wel niet kwam doen. Net als Rozette ben ik blij met hem en het is mooi dat we nu hetzelfde soort voer geven. Rust voor de darmen.

Als je als kat afwijkt van de menselijke norm

Rozette heeft gekozen voor een buitenleven. Dat ging drie jaar goed, maar de laatste tijd is daar verandering in gekomen. Het braakliggende terrein dat ze uitgekozen had als woonplek is inmiddels bebouwd en Rozette´s huisjes in de struiken liggen nu pal naast een parkeerplaats. Er zijn diverse mensen die haar onregelmatig eten geven en ik dacht dat dat leuk was, dat Rozette geaccepteerd was als buitenkat met vaste verblijfplaats. Maar zo ligt het niet helemaal.

Het begon toen ze in een akelig gevecht terecht kwam met een andere kat en ze een beschadigd oog en hangend oor opliep. Met natuurlijke medicatie kwam ze daar na een paar weken redelijk doorheen. Maar ze werd dunner en haar andere oogje werd ook wat dik.

Ik ging een paar dagen op vakantie en vroeg iemand om twee maal daags bij Rozette langs te gaan om eten en medicatie te geven. Tijdens mijn vakantie kreeg ik een mail met de vraag of ik wel weet hoe ontzettend slecht het gaat met het katje. En als ik aan deze verwaarlozing niks doe, dan is de afzender van deze mail genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.

Een beetje overdonderd vraag ik of mijn vervanger Rozette kan vangen en naar het schip kan brengen. Maar Rozette laat zich uiteraard niet vangen, dat wist ik ook wel. De situatie vreet aan me en ik vraag een andere dierentolk of zij in gesprek wil met Rozette. Want het kan natuurlijk zijn dat ik alles helemaal verkeerd interpreteer.

Barbara gaat in gesprek met Rozette en uit de veelheid aan informatie die Rozette doorgeeft, selecteer ik voor deze blog:

Rozette wekt de indruk dat ze er niet echt iets op tegen heeft om met mij te praten, maar dat ze niet zit te wachten op allerlei mensen. Piek is genoeg. Hoewel ze mij niet echt afhoudt, wil ik me ook niet opdringen. Daarom wil ik eerst maar even vragen of ze op dit moment wil ingaan op een gesprek. Ik denk van wel, maar hoor het graag van haarzelf. Dan voel ik mij ook wat vrijer om mijn vragen te stellen.

B: “Wil je liever een andere keer praten?”

R: “Nee, het is al goed. Jij bent rustig, dat voel ik. Er is veel opwinding om mij heen. Er wordt aan me getrokken. Maar het gaat niet om mijn belang. Ze vinden me mooi én zielig. En willen voor hun eigen profiel en gemoedsrust iets voor mij doen.

Ik wil contact met rust en aandacht. En gepaste afstand. Ik ben een sterke kat, heb al veel wijsheid vergaard. Jullie mensen leren bushcraft. Onzínnig om jullie eigen lessen op mij toe te passen. Ik ben als kat alles en meer waar bushcraft voor staat. Er zijn er niet veel die ik vertrouw. Piek wel. De rest zijn passanten! Ze laten je ook zo weer vallen. Ik heb niks van hen nodig.”

En dan zegt ze er meteen achteraan: “Het gaat helemaal niet goed! Ze geven me van alles te eten. Ik wil zelf voor mijn eigen eten zorgen. Ik kan namelijk niet alles goed verteren wat ze voor me klaarzetten. Maar dat weet ik van tevoren niet. Ik eet ervan, maar mijn darmen lopen vast. Niet verstopt, maar mijn spijsverteringskanaal raakt in de war en daar loop ik op vast. Ik moet om mijn darmen denken. Eten dat niet voor mij geschikt is, trekt ook andere dieren aan. Dat wil ik niet. Mijn darmen hebben onrust. Ik weet niet wat ik daaraan moet doen.”

Ze vervolgt: “Denk niet dat ik niet dankbaar ben! Maar hoe meer afstand ik hou, hoe meer mensen denken dat ze nodig zijn en hoe zieliger ze me vinden. Zo doe ik het dus nooit goed. Dit is de paradox van de onduidelijkheid nu. Het gaat tegen mijn belang in. Mijn eigen authenticiteit helpt me nu niet. Het is gevaarlijk. Ik voel me bedreigd! Het is een vicieuze cirkel.”

Ze doelt erop dat het haar natuur is om afstand te houden, maar dat die afstand kennelijk een aantrekking heeft op mensen, terwijl ze daar niet op zit te wachten. Zich terugtrekken, wat haar natuur is, helpt haar in deze situatie niet en werkt juist averechts. Dit ervaart ze als een vicieuze en onveilige cirkel.

Rozette: “Piek is de enige die me echt begrijpt. En kan helpen. Zij beschermt me. Maar het kost haar ook wat, dan wordt zij niet begrepen. Mag ik dit van haar vragen? Wat vind jij?”

B: “Rozette, nu vragen Piek en jij mij allebei iets. Ik probeer jullie vragen en belangen helder te krijgen. Jouw authenticiteit is álles voor Piek. Jouw welzijn ook. Het mag soms beter en soms minder met je gaan, dat is de natuur. Hoe zie jij dit?”

R: “Zie ik ook zo. Maar als mijn vrijheid in het geding komt, raak ik de weg kwijt. Als ik opgesloten zit, hetzij in een fysieke kooi hetzij in een mentale kooi, omdat ik naar de mensen-maatstaven moet dansen, dan raak ik de weg kwijt. Dan kan ik niet goed bij mijn natuur komen.”

Ik merk dat Rozette hier echt paniekerig van wordt,  het raakt haar. Ze wil dit niet en het geeft haar het gevoel alsof ze uit regie is.

B: “Dit is wat bij mensen ook vaak gebeurt. Dan rennen ze zich (door zelf opgelegde maatstaven) voorbij en dan raken ze hun eigen natuur kwijt. Het klinkt alsof jij daarin wordt meegesleurd. Hoe kun je dichter bij je eigen natuur blijven? Wat heb je nodig?”

R: ”Ik wil het liefst wegkruipen en met rust worden gelaten. En af en toe met Piek praten. Zelf voor mijzelf zorgen. Niet dat iedereen zich met mij gaat bemoeien. Het ging goed.”

Dan roept, of liever schreeuwt, ze het uit: “Laat me!!”

Ik stap over naar het voorval waardoor ze zo gehavend was geraakt.

B: “Wat is er gebeurd?”

R: “Ruzie om eten. Andere dieren komen erop af. Het ging me niet om het eten maar om mijn plek. Daar moeten de andere dieren vanaf blijven.”

B: “Dus je hebt echt een plek?”

R: “Ja, dit is mijn plek. Spijker een bordje op mijn plek. Afbakenen. Vanuit mijn naam. ‘Rozettes Place. Bij vragen het telefoonnummer van Piek. Of een QR code erbij naar de blogjes van Piek over mij. Dat kan tegenwoordig zo makkelijk. Maar dan moeten alle blogjes wel bij elkaar staan. Graag nog een blogje erbij, over dat ik geen huiskat ben. En dat normen niet bestaan. Dat is een verzinsel van mensen. Omdat ze zonder normen niet netjes met elkaar en de natuur omgaan. Maar ik heb niks aan hun normen. Het brengt mijn veiligheid in gevaar. En mijn gezondheid door maar verkeerd en teveel eten te blijven neerzetten. En het brengt de veiligheid van Piek in mijn omgeving in gevaar. Piek mag niet aangetast worden. Dit zou voor mijn welzijn niet goed zijn. Geen twee of meer kapiteins op het schip. Wat ontzettend stóm, dat je dit als kat aan mensen moet gaan uitleggen. Wie houdt nu wie voor de gek? Laten ze zich om hun eigen besognes bekommeren! Ik word gebruikt als afleiding. Maar mijn leven is mijn zaak.”

B: “Piek heeft zorgen over je gezondheid, je bent magerder dan anders.”

R: “Ik heb last van maag en darmen en voel me koud en onrustig. Ik wil graag eenduidig voer voor mijn maag en darmen en voor het gevoel van kou en onrust wil ik graag de rust en liefde van Piek. Verder: ik wil géén ruzie. Het sop is de kool niet waard. Mensen moeten een stapje terug doen. De oplossing zit in het maken van afspraken. Dat moeten mensen onderling doen; dan kan ik uit de paradox komen. Ik wil me veilig kunnen terugtrekken, zonder dat mensen dit zielig vinden en extra toenadering zoeken. Ik heb niks tegen mensen, maar ik ben er niet voor hen. Ik ben er voor mij en leef mijn eigen leven. Zo wil ik het.”

B: “Prima, Rozette. Duidelijk. Wil je nog iets zeggen?”

R: “Ik vind het fijn dat je zo goed naar me hebt geluisterd. Jij hebt geen oordelen, daardoor kon ik me een beetje vrij voelen en onder woorden brengen wat er aan de hand is. Mijn natuur terug in beeld brengen. En je bent niet eens een kat…”

B: “Nee, ik ben een mens. Dank je wel, Rozette.”

 

Schaap met beperkingen

Op de plek waar ik onze hond Kaila regelmatig uitlaat hangt een briefje dat er in de wei een kudde van twaalf schapen staat, waarvan er altijd één niet bij de kudde staat. Zij heeft een hersenvliesontsteking gehad volgens het briefje en heeft geen kuddegevoel meer. Dit daagt mij natuurlijk uit om een gesprek met haar te voeren.

M: Dag schaap, kunnen we praten met elkaar? Ik ben ….. en ben heel benieuwd hoe jij je voelt hier in de wei?
S: Ja, we kunnen wel praten, maar wat wil je?
M: (Het schaap communiceert een beetje sloom, het gaat langzaam en komt er ook langzaam uit) Ik ben eigenlijk benieuwd naar jou. Je ligt hier alleen ver van de kudde af en je ligt een beetje te snoepen van het gras, maar staat niet te grazen, zoals andere schapen dat meestal doen. Waarom ben je anders?
S: Ik geloof niet dat ik me anders voel, maar misschien heb je gelijk en ben ik wel anders, want ik lig graag alleen of sta en loop alleen. Waarom? Ik weet het eigenlijk niet. Ik voel me erg moe en ben dus niet zo graag aan de wandel, zoals de andere schapen dat doen. Maar het is ook niet zo dat ik alleen maar op één plek lig.
M: Nee, dat heb ik gezien. Ik heb je enkele dagen geobserveerd en zag je regelmatig ergens anders liggen, maar inderdaad wel altijd liggen. Doe je dat omdat je zo moe bent?
S: Ja, ik lig graag, dat is ontspannen.
M: Is er iets gebeurd met je dat je zo moe bent?
S: Niet echt, ik zou het niet weten.
M: Jouw verzorgers laten weten dat je een ernstige ziekte hebt gehad, kan dat daardoor komen?
S: Ja, nu je het zegt dat klopt. Ik ben erg ziek geweest een tijdje geleden en daar ben ik weer van opgeknapt, maar ik blijf heel moe.
M: Voelt je je niet veiliger bij de rest van de kudde?
S: Ik voel me hier alleen ook veilig, de ander schapen maken het niet veiliger als ik daar bij hen ben.
M: (Het schaap voelt een beetje uitgedoofd uit, er komt niet zo veel uit, en als er wat uitkomt is het langzaam en kort, de verlammende moeheid is eigenlijk een alles overheersend gevoel.) Wil je nog wel blijven leven?
S: Wat is dat voor een rare vraag. Natuurlijk, ik leef toch en heb best een goed leven hier in de wei.
M: Je bent niet depressief of zo?
S: Nu ga je allerlei menselijke gevoelens aan mij toeschrijven, die heb ik niet. Ik ben gewoon moe en je kunt me beter ook met rust laten in plaats van die onzin te vertellen.
M: OK, heb je nog iets wat je kwijt wilt?
S: Nee en ga nu maar.
230727

Ik realiseer me dat ik te direct geweest ben naar het schaap en dat hij alle reden had het gesprek te beëindigen. Ik besluit morgen nogmaals met het schaap te willen praten en duidelijk te maken dat ik een fout heb gemaakt. Ook uit andere gesprekken met dieren heb ik geleerd dat een dier zich eigenlijk nooit gehandicapt voelt, ze vergelijken zichzelf niet met anderen en ze accepteren situaties zoals ze zijn. Een hele mooie eigenschap eigenlijk. 

M: Lief schaap, sorry voor gisteren. Ik was wat te direct met mijn vragen en heb je daarmee afgeschrikt. Sorry daarvoor. Ik wil je eigenlijk alleen maar een knuffel geven.
S: Excuses aanvaard. Ja, je was wel erg ruw met je vragen. Maar als je wilt weten of ik van mijn leven geniet? Ja, dat doe ik. Op mijn manier en in mijn tempo, maar ik geniet ervan.
M: Ik zag je vanochtend vlak bij de kudde liggen, dat zag er wel goed uit, alsof je deel uitmaakte van de kudde.
S: Natuurlijk maak ik deel uit van de kudde, maar ik lig vaak ergens anders omdat de kudde zich veel sneller en vaker verplaatst dan ik. Vanochtend was dat juist omgekeerd. Ik lag daar heerlijk en de kudde kwam bij mij staan, daardoor leek het alsof ik in de kudde lag.
M: Nou dank je wel voor je reactie en nog een fijne tijd.
S: Je mag gerust af en toe komen ‘buurten’.
M: Doe ik. Dikke knuffel.
230728

De octopus

Iemand was benieuwd wat er in een octopus omgaat. Reden om eens contact te zoeken. Als ik ervoor ga zitten zit ik even te hannesen hoe ik me ga afstemmen: richt ik me op boven of onder? “Het kan allebei,” hoor ik meteen. “Jaja,” mompel ik, “ik weet dat alles boven in het veld zit maar ik twijfel of ik de fysieke octopus eerst wil leren kennen.” “Alles zit in de lucht,” krijg ik als antwoord.

De wijsneus. Uit een soort tegendraadsheid wil ik naar de fysieke octopus en ik stem af op diep in water. “Donker hier,” merk ik op. De octopus vindt het opmerkelijk dat ik daarover val. Er zijn zoveel mogelijkheden om informatie uit de omgeving te krijgen: watertrilling, geluiden, bewegingen, stromingen, belletjes.

Ik merk dat hij zeer bedreven poten heeft. Het lijkt ook wel of de poten een soort antennes zijn.

Kennelijk denk ik aan wat voor nut het heeft dat de octopus daar in de diepte leeft. “Het is: leven, voortplanten en weer gaan,” krijg ik als antwoord op mijn ongestelde vraag. Mijn ongeconcentreerde hersenen gaan alweer naar een ander onderwerp: hoe worden ze gevangen? Ook dit pikt de octopus weer snel op en hij laat sleepnetten zien. Een manier van vissen waar geen respect achter zit, volgens hem. “Het is een binnenhalen van massa. De mens heeft steeds slimmer, steeds beter en steeds sneller willen zijn. Het is jullie ondergang, die inhaligheid.”

Ik neem even pauze om na te zoeken hoe octopussen gevangen worden en lees dat ze sterke kaken hebben. “Ja, ik heb wat gereedschappen meegekregen,” bemoeit hij zich er weer mee.

Ik zit wat te mijmeren over de zin van al die soorten dieren op deze planeet en de octopus haakt weer in: “We dragen allemaal bij. Het systeem zit goed in elkaar. De natuur is sterk, past zich aan. De grote verstoorder is de mens, die wil het slimste jongetje van de klas zijn: alles moet slimmer, beter en meer.” De octopus laat zien dat er een gigantische drive zit achter het willen beheersen en controleren. “Pas maar op dat je kop niet afgehakt wordt als je niet in dat straatje loopt,” waarschuwt de octopus. “Jullie mensen sabelen elkaar ook neer als het niet om eten gaat (hij laat het beeld zien dat dieren vechten met de motivatie om te eten of niet gegeten willen worden). Meedogenloos, jullie soort. Nou, kom later nog maar eens terug. Dit is genoeg voor een eerste kennismaking.”

Ik kan niet anders dan inderdaad afhaken en ik voel me een beetje op m’n nummer gezet vanwege het feit dat ik een mens ben. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende contact.

Hyronimus 21: Waarom koeien onthoornen?

M: Dag Hyronimus, we hadden al een heel gesprek onderweg tijdens mijn wandeling met Kaila. Maar ik wil het graag gestructureerd houden en dus nu nogmaals voor de archieven.
H: Ja we hadden het over de koeien.
M: Ja, ik wilde je vragen waarom het mogelijk niet goed is om koeien te onthoornen.
H: Dat gebeurt tegenwoordig eigenlijk bij de meeste koeien en is niet goed voor de koeien. Wat je feitelijk doet is de antennes van een koe afzagen of afbranden en daarmee wordt het voor de koe veel moeilijker om goede contacten te onderhouden met zijn soortgenoten.
M: Dus eigenlijk worden koeien daarmee nog een stapje verder een productiemiddel en nog verder ontwezend?
H: Daar heb je gelijk in. Een koe kan in wezen goed communiceren met zijn soortgenoten door middel van gedachtenkracht. Eigenlijk ook op de manier zoals wij ook ‘praten’. Maar door de antennes van een koe te verwijderen of ernstig in te korten, kan die koe niet goed meer afstemmen en krijgen we misverstanden in de communicatie. Gevolg is dat de koe zich door zijn soortgenoten niet begrepen voelt en zich daarmee verder terugtrekt in zichzelf. In het slechtste geval wordt de koe eenzamer. De koe wordt dus iets afgenomen dat zij nodig heeft in de dagelijkse communicatie en dat is eigenlijk wreed naar de koe toe.
M: Ik neem aan dat mensen die dat doen zich dit niet bewust zijn en het alleen maar doen om verwondingen die per ongeluk kunnen optreden als ze elkaar met de hoorns prikken, tegen te gaan.
H: Ja, dat is wel zo. Maar het kwaad dat ze aanrichten weegt absoluut niet op tegen de voordelen van een enkele verwonding die kan optreden.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
230707

Wat is het probleem?

Er wordt me weer gevraagd om contact te maken met coloradokevers vanwege de last die ze veroorzaken bij de aardappelplanten. De onderliggende vraag is natuurlijk wat er tegen gedaan kan worden.

De kevers reageren meteen met hun dierenlogica: Natuurlijk zitten ze daar waar het eten goed en ruim voorradig is. Wat is het probleem?

Ik leg uit dat mensen aardappelvelden aanleggen om te kunnen eten. En dat de aardappeltelers velden aanleggen om de aardappelen te verkopen zodat ze van dat geld andere dingen te kunnen kopen. Het is niet de bedoeling dat de coloradokevers (of eigenlijk de larven) de planten opeten voordat de aardappels hebben kunnen groeien.

“Dan eten de mensen toch wat anders?” is hun logica.

Ik hoor dat ze steeds weerbaarder worden tegen ‘de spuitbus’ en ik lees later dat dit inderdaad klopt. En door hun grote aantal hebben ze als soort meer overlevingskans.

Pas dagen na deze logica (“Wat is het probleem? Dan eten mensen toch wat anders?”) realiseer ik me dat de kevers best eens gelijk kunnen hebben. Waarom niet iets heel anders telen op die grond? Dan is het lievelingseten niet meer voorradig en doorbreek je een cirkel.

Die dieren zijn zo gek nog niet …

Een boek van Hyronimus?

Vandaag geen dierengesprek maar een hele andere blog.

Piek en ik hadden maanden geleden afgesproken dat we een aantal boekjes zouden maken van onze blogs om meer publiciteit te genereren. Dat betekent dat ik al maanden bezig ben met een boek over/van Hyronimus. De afgelopen jaren heb ik 65 gesprekken met hem gevoerd, waarvan minder dan een derde gepubliceerd is als blog, en die worden nu gebundeld in dat boek. Vermoedelijke omvang ca. 140 pagina’s, met foto’s en alles op mooi papier en in kleur. Kostprijs van het boek net onder de twintig euro.

Maar ik moet het van Hyronimus professioneel aanpakken. Dus nadat ik alle gesprekken op een rij heb gezet, heb ik het naar onderwerp gesorteerd. Zo kom ik voorlopig op 10 hoofdstukken. Maar hoe doe je dat professioneel? Een professionele opmaak, laten redigeren, mooie kleuren druk, goede uitgever, enz. Ik ben enige weken geleden begonnen met het boek ‘Hoe schrijf je een bestseller?’ van Maria Genova te lezen. Een inspirerend boek. Ik ben weer met hernieuwde energie aan de gang gegaan. Zij beveelt aan om dingen uit te proberen en daarbij vraag ik jullie hulp.

Is deze titel voldoende pakkend? Titel: Hyronimus, ondertitel: gesprekken met een buizerd.

Is deze tekst voor de achterflap voldoende pakkend? ‘Op een dag landt er een buizerd in de achtertuin van Eddy. Hij blijft er twee dagen zitten en ze raken met elkaar in ‘gesprek’. In de loop van vier jaar ontstaat een bijzondere band tussen Eddy en de buizerd Hyronimus, hetgeen resulteert in vele gesprekken. Van grappige tot spirituele gesprekken, met onderwerpen van het maken van dit boek tot de oorlog in Oekraïne. Hyronimus heeft overal een mening over.’

Dan inzake de inhoud. Ik wil de gesprekken zo oorspronkelijk als mogelijk houden. Maar Maria Genova meent dat je alles wat voor de lezer niet van belang is, weg moet laten. Ik geef een voorbeeld.

Mijn originele tekst luidt:

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer een keer praten?

H: Ja graag. Je bent weer heel druk tegenwoordig en daarom spreken we elkaar te weinig.

M: Je hebt gelijk.

Dan pas komen we tot het echte onderwerp van gesprek. Het is een overbodige inleiding, maar het is ook een sfeerbepaler van het gesprek. Dus weglaten of juist origineel houden?

Willen jullie mij helpen en massaal jullie mening geven over bovengenoemde punten? Dat gaat het gemakkelijkst door gewoon een mail naar mij te sturen, niet als commentaar onder deze blog, dat geeft misschien een beetje veel ruis. Mijn mailadres luidt: eddy@animaltalks.online

Dank jullie wel voor jullie commentaar, zo kunnen we er samen een professioneel boek van maken.

Eend Emma

Ik wil weer eens contact maken met de eend die altijd aan boord komt. “Noem me maar Emma,” hoor ik meteen. “Ah nee, ik hou er niet van om je een naam te geven! Hoe kom je daar nou weer bij?” Op dit soort momenten twijfel ik er sterk aan of de informatie van het dier komt. Is het niet te menselijk om een naam te geven en te hebben? De eend blijft volhouden dus ik geef toe: het wordt Emma vanaf nu.

Ik weet dat Emma twee keer een nest gehad heeft. Het eerste nest was achter op het schip, op de roef, tussen gras wat daar groeit. Emma kwam tijdens het broeden soms heel snel even wat zaad eten en dan vloog ze meteen terug naar het nest. Op een dag lagen er zeven kapotte eierschillen. “Ze waren niet goed,” zegt Emma, “te dun.” Ik kan niet terugvinden op internet of dit inderdaad zo is of dat ze de eieren toch heeft laten afpakken door vogels of ratten. Het tweede nest had volgens haar vollere eieren. Waar ze dat nest had weet ik niet maar op een dag kwam ze weer even razendsnel aan boord eten terwijl negen piepkleine eendjes op een kluitje aan de waterkant wachtten tot moeder terug was.

Binnen vijf dagen kwam ze weer op haar gemakje eten: alle eendjes waren weg. Ik vraag haar daar naar en krijg het beeld dat het niet leuk was. Ze was druk met opletten en zorgen maar “ze verdwenen gewoon”.

Ik laat Emma in beeld zien dat haar vriend zeer regelmatig aan boord was in de tijd dat zij afwezig was. Het is een heel aangename eend, bescheiden. Emma laat me zien dat zij tweeën een soort vanzelfsprekendheid zijn. En zo ziet het er ook uit als ze samen zijn.

Ik vraag haar naar de andere eenden die ook aan boord komen. “Zij hebben grote monden,” vindt Emma. Ze vertrekt als zij met veel bombarie komen omdat ze geen zin heeft in hommeles. Het is ook de reden dat ik vaak op meerdere plekken wat voer neerleg voor Emma en haar vriend want dan hebben ze uitwijkmogelijkheden als ‘de gangsters’ ook komen eten.

Het verbaast me wel eens dat Emma haar toevlucht aan boord zoekt. “Het biedt een beetje bescherming,” laat ze me weten. “Andere eenden zijn banger aan boord. Dat maakt het voor mij veilig.” Emma, met haar vriend in haar kielzog, is inderdaad een vertrouwd beeld aan boord. “Je mag wel groter voer neerleggen,” sluit ze af. Ik protesteer wat van binnen: de kleinere vogels eten ook mee, hoe ga ik dat dan weer allemaal regelen?

Na afloop zoek ik de betekenis van Emma op: Geweldig, groot. Nou, dat is ze!

Knuffelkoe

M: Beste koe, mag ik met je praten, nadat je zo vriendelijk bent geweest het knuffelen toe te laten.
K: Dat lijkt me leuk, ik zou het erg leuk vinden om mijn verhaal te vertellen over deze activiteit, ik kom nooit iemand tegen om dit tegen te zeggen, dus graag.
M: Vertel maar.
K: Het koe zijn op een boerderij zoals deze is een verhaal apart, daar zeg ik kort iets over en dan gaan we naar het knuffelen. Ik zag jullie scepsis over wat de boerin vertelde over de kindjes weghalen direct na de geboorte en dat is natuurlijk ook vreselijk, maar de boerin had wel gelijk. Haal ze meteen weg na een uur en we hebben er nog geen echte band mee, dat is wat ze zegt. Wel mag het liefdevoller weggehaald worden, maar ook dat begrijp ik omdat ook al is het een pasgeboren kalf, het best zwaar is. Ik voel me wel bestolen omdat ik dat kindje wel negen maanden gedragen heb, ik had het altijd bij me en ik wist heel goed dat het een baby van mij was. Dus had ik er wel degelijk een band mee. Maar als het meteen weggehaald wordt, denk je dat het een soort miskraam was. Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag. En iets wat er niet is, dat mis je na korte tijd ook niet meer echt. Er blijft wel een vaag knaaggevoel over, dat ik niet goed kan benoemen. Tot zover over het kalveren.

Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag

M: Dus zeg je dat je wel veel liever je kindje bij je houdt, maar dat je dit ook wel kunt accepteren?
K: Ja, daar heb ik toch niet echt een keus in en we accepteren zaken die we niet kunnen veranderen.
M: Hoe heb je het ervaren dat mijn vrouw met je knuffelde?
K: Dat is zo leuk om te vertellen. Ze is een hele lieve vrouw, maar ze is ook bang voor onze grote, wat lompe lijven en dat hoeft helemaal niet. Daarom vond ik het juist zo leuk dat ze mij uitkoos om te knuffelen. Ik wilde haar heel graag die door haar gewenste ervaring geven. En het lukte ook even, maar doordat ik even bewoog, dat was nodig om een grote boer door te laten, verstijfde ze helemaal en wilde ze alleen maar weg. De mooie ontspanning die ze heel even gevoeld heeft was over en ze durfde niet meer. Ik had haar graag nog meer ontspanning willen geven.
M: Dat is wel heel lief van je. Ben je zo bij iedereen die met je wil knuffelen betrokken?
K: Meestal niet. Ik ben altijd afwachtend naar mensen, ze zijn soms onvoorspelbaar, maar jullie zaten goed, jullie hebben mooi licht om je heen en dan ben ik al meteen weer ontspannen. En als ik ontspannen ben, geniet ik van een ontspannen mens die tegen me aan ligt. Ik heb genoten van jullie, dank jullie wel.
M: Wij hebben genoten van jou en je lieve gevoel dat je weet uit te stralen. Wil je nog wat zeggen?
K: Ja, jullie moeten niet te hard denken over de boeren. Deze mensen, ik spreek over ons boerengezin zijn echt heel lief en ze doen erg hun best ons een goed leven te geven. Maar we blijven natuurlijk wel een melkfabriek, zo zit het systeem nu eenmaal in elkaar. En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost en dan worden we naar de slacht gebracht. Dat is het systeem nu eenmaal.

En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost

M: Er schiet me nog iets te binnen. Ik heb ooit eens gelezen dat jullie koeien eigenlijk keutels van nature laten, zoals paarden, een hoopje relatief wat hardere keutels in plaats van de vlaaien die jullie produceren. Is dat waar?
K: Daar kan ik eigenlijk geen antwoord opgeven, want ik weet niet beter. Maar ik zou het me voor kunnen stellen en dan bedoel je dat wij eigenlijk continue diarree hebben? En dat we daarom zo snel ontstoken gewrichten hebben?
M: Dat zou met elkaar samen kunnen hangen.
K: Dat zou wel fijn zijn als daar iets aan gedaan kan worden, want die ontstekingen zijn best wel pijnlijk en dus onnodig?
M: Dat zou kunnen, maar ik weet dat niet.
K: Ik weet dat ook niet, ik ken het niet anders. Dank je wel voor dit gesprek, was leuk met een mens te praten.
M: Ik heb ook van je genoten, dank je wel.
230612