Dieren kunnen door hun aard heel andere belevingen hebben dan mensen. Dat geeft vaak verrassende inzichten en echt, met dieren kun je lachen!

“Mij is niks gevraagd!”

Uit: In de Stilte hoor je alles

Peerke is een kat van 17 jaar, die jarenlang de enige kat in huis was. Op een dag verschijnt Manoes ineens in haar leven. Manoes is de kat van de overleden moeder van de vrouw van het huis. Het gaat helemaal niet goed tussen deze twee katten. Op het moment dat ik erbij word gehaald, na een half jaar, hebben beide katten hun eigen vertrek en daardoor is de gezelligheid van vroeger uit het huis verdwenen.

Peerke wil maar al te graag met me praten en heeft een houding van: Vertel mij nou maar eens wat hier aan de hand is! Ik leg haar uit dat het vrouwtje van Manoes is overleden en dat deze mensen Manoes daarom in huis hebben genomen. ‘Mij is niks gevraagd.’ Nee, dat klopt. Verontschuldigingen naar de kat. Maar ook het standpunt van de mensen dat ze Manoes niet weg willen doen. Ik heb inmiddels door dat Peerke een dame is en tja, je zet niet zomaar ‘een gewone kat’ (en dan nog wel een sloddervos, volgens Peerke) zonder overleg in het huis van een dame. Zoals ik het van Peerke doorkrijg, kan ik me haar standpunt helemaal voorstellen. Peerke is bij aanvang van het gesprek de kamer binnengelopen waar de vrouw met mij zit te telefoneren. Tijdens het praten met mij kijkt ze de vrouw de hele tijd aan. Beide katten zijn voor het eerst bij elkaar in dezelfde ruimte, tot stomme verbazing van de mensen.

Ondertussen is er een aardige patstelling, want Peerke geeft geen duimbreed toe. Op een gegeven moment zie ik zelfs het beeld van een deur, waardoor Peerke wil verdwijnen. Ze wil niet meer praten. ‘Ze loopt nu naar de deur en wil eruit,’ zegt de vrouw. ‘Peerke, vind je het goed dat ik even met Manoes ga praten?’ Dat vindt Peerke goed, ze blijft in de kamer om ook het gesprek met Manoes bij te wonen. Manoes laat weten dat ze een nauwe band had met de moeder van deze vrouw. Ze heeft nog steeds veel verdriet om dat verlies. Ze laat zien hoe de moeder het huis uitgedragen werd. Als ik daarnaar vraag, blijkt het te kloppen dat de kist het huis is uitgedragen. Dat was zó’n pijnlijk moment geweest voor de kat! Dat intense verdriet slaat bij mij keihard naar binnen. Voor mij is het de eerste keer dat een dier het over ziekte en dood heeft met woorden als ‘gemeen’ en ‘rotziekte’. De vrouw vertelt dat het inderdaad een heel naar ziekbed is geweest. De kat heeft alles meegemaakt en blijkt veel op bed gelegen te hebben bij de zieke vrouw. Ineens komt Peerke er tussendoor: ‘Dat wist ik allemaal niet! Waarom is mij dat niet verteld?!’

Weer in gesprek met Peerke, die meedeelt dat haar huis (háár huis) open zal staan voor Manoes nu ze dit allemaal weet. Er moet nog wel vastgesteld worden dat Manoes door haar verdriet onduidelijk is geweest in de omgangsvormen. Ze was sowieso onbereikbaar voor Peerke om mee te communiceren (Manoes zat de eerste weken ook alleen maar onder de bank, vult de vrouw aan) en het heeft Peerke erg gestoord dat Manoes op het kleed pieste en poepte. Peerke laat ook weten dat er het afgelopen half jaar te weinig met haar gepraat is. Ook deze kat wil graag informatie van mensen. Ze laat daarbij het beeld zien dat de vrouw een kopje thee drinkt met haar pink omhoog terwijl ze dingen vertelt aan Peerke. De vrouw snapt het, want zelf ziet ze Peerke ook als een kat van stand, voor wie ze de tijd moet nemen.

Tijdens het gesprek zijn de katten de hele tijd bij elkaar in een ruimte geweest zonder te grommen of te blazen en Peerke is zelfs naar Manoes toe gelopen. Manoes heeft na dit gesprek pas de kans gekregen om te helen, om haar grote verdriet een plekje te geven. En Peerke heeft begrepen waarom Manoes zich zo gedroeg en waarom de mensen haar graag in huis wilden hebben en houden.

Zo’n drie maanden na het gesprek krijg ik een mailtje: ‘Peerke en Manoes kunnen nu goed samen in een ruimte verblijven. Ze slapen nu samen beneden en eten en drinken samen uit één bakje. Er wordt niet meer gepoept en geplast buiten de bak, zelfs de kattenbak delen de dames. Op de vensterbank zitten ze nog niet samen, maar wel om de beurt. We zijn een blij kattengezin en dus alsnog bedankt voor je hulp.’

 

Ratten (3)

Vandaag sluit het rattenhotel. Het bovenste deel van de compostbak gaat naar de wal en wat al goede compost geworden is, strooi ik uit over de tuin. Ik stop een aantal gaten en de twee mooie holopeningen dicht met wat hooi en grond. Daarna haal ik zakken boomschors die ik op het pad uitstrooi.
’s Avonds word me duidelijk dat je je dromen en wensen nooit moet opgeven. Verschillende mensen hadden gezegd dat ik nooit een rat zou kunnen fotograferen en ik ben zo dom om zonder fototoestel naar buiten te gaan. En juist dan zie ik er weer een. Hij loopt heel mooi op het dunne richeltje van de reling. Dan hoor ik een plons. Hij is minstens 3,5 meter naar beneden gesprongen.
Ik wacht, nu met fototoestel, of ik er nog een zie. Ondertussen maak ik contact met de rat die van boord gesprongen is. Er is een veel vrediger sfeer tussen ons. Ik kan van hem begrijpen dat dit een ideale plek is om de winter door te brengen. Ik zeg hem dat ik het ook een mooie plek vind en ik vraag me af of ratten en wij zouden kunnen samenleven. Alles in me zegt van niet, maar het kan heel goed dat het een opgelegd beeld is wat we elkaar als mensen hebben wijsgemaakt. Ik besluit er op dit moment geen oordeel over te hebben en dat maakt dat we gewoon vredig in elkaars energie kunnen hangen. Ik begin zowaar aan relatieopbouw te doen.
Het rattenhotel is vandaag dan weliswaar gesloten, maar nog niet verlaten.

NB Op het moment dat ik dit schreef kon ik niet weten dat een paar jaar later de vredige sfeer tussen behoorlijk op de proef werd gesteld. “Praat ik soms Spaans?” heb ik meermalen vertwijfeld naar de ratten geroepen die inmiddels hun intrek in het schip hadden genomen. Maar daarover meer in deel 4.

Ratten (2)

Om goed te kunnen communiceren met dieren moet je oordeelloos zijn. En dat ben ik niet naar de ratten bij ons aan boord. Ik wil dat ze weggaan en dat vooringenomen standpunt belemmert onze communicatie. Daarom gaat het over een andere boeg: ik zoek contact met ratten in het algemeen.
Ze vertellen dat ze de omgeving schoon houden waardoor er geen ziektes verspreid worden. Dit druist in tegen alles wat ik weet wat er over ratten gezegd wordt, dus zeg ik dat mensen juist vanwege het ziekterisico geen ratten in hun omgeving willen. ‘Nee, wij zijn schoonmakers, net als kraaien.’
Ze lijken een gebied telepathisch in kaart te kunnen brengen. Ze hebben een zeer verfijnd, fijnmazig netwerk tot hun beschikking. Ik vertel dat ik gehoord heb dat hun zicht slecht is. ‘Wij lopen niet op ogen, maar op weten.’ Ik denk aan de vraag die ik stelde over het bonken van ons schip en dat onze rat liet zien dat het niet zijn directe grond betrof en het hem dus niet stoorde. Als ratten erop uit trekken, schakelen ze kennelijk hun fijnmazige netwerk in en zijn ze juist wel heel open voor hun wijde omgeving.
Mijn gedachten dwalen af naar rattenbestrijding en ik hoor dat dat dom is. ‘Ja, maar waarom zijn jullie dan zo dicht bij mensen? Waarom blijven jullie niet verder weg?’
‘Dat we naar mensen trekken is eigenlijk een verschuiving. Het is aantrekkelijk en makkelijk. Je bent snel binnen.’ Ik begrijp dat het wonen in huizen eigenlijk te geciviliseerd is. Het is de bedoeling dat de twee werelden naast elkaar passen.
Ik vraag wat wij mensen kunnen doen om goed naast elkaar te leven. ‘Buig ons af. Roep ons een halt toe.’ ‘Hoe doen we dat?’ ‘Mensen moeten hun spul bij zich houden.’ Ik zie onze woonplekken voor me, met alle etensresten die we achteloos neergooien of niet goed afsluiten. Natuurlijk trekt dat de ratten naar ons toe. Als wij oplettender zijn, blijven de ratten meer uit onze buurt. Hebben we ook hiermee het natuurlijke evenwicht verstoord? Het besluit om de compostbak van boord te halen is in elk geval een goede!

Petra de mongoest

Enige tijd terug, nu kan het niet vanwege de corona, zat ik in mijn kamer in India. Voor mijn veranda lopen allerlei dieren langs van eekhoorntjes, tot mongoesten, van honden tot coyotes en ik heb veel last van muggen en mieren in mijn kamer. De mieren zijn zelfs zo overheersend dat ze over mijn laptop lopen, over mijn scherm, mijn toetsenbord en ik moet oppassen ze niet dood te typen.

Petra de mongoest
Ik benader de familie mongoest die regelmatig voor mijn veranda langs lopen. Ze overleggen hoe ze op me zullen reageren.
P: Ik ben de woordvoerder en ken je nog niet, kun je je voorstellen en vertellen wat je wilt?
M: Ik ben Eddy Mulder … en ik probeer overal met dieren in contact te komen en misschien kan ik jullie boodschap vertalen naar mensentaal zodat jullie beter begrepen worden.
P: Ik ben Petra, een soort moeder-overste van de mongoesten op de Adyar Estate.
M: Dank je Petra dat je met me wilt praten.
P: Ik heb niet zoveel te zeggen, over het algemeen zijn we hier op deze plek tevreden en worden we met rust gelaten. Maar er is één probleem. Soms wonen we deels in een van de leegstaande huizen. Niemand heeft er last van ons en niemand let op ons. Maar dan ineens, zonder waarschuwing komen ze het huis schoonmaken. Ze vinden onze geur vies en strooien gif om ons weg te houden. Soms gaan daar onze broeders aan dood. Dat is niet fijn, het kan ook anders. Als ze ons waarschuwen dat ze ons weg willen hebben, zorgen wij dat we een tijdje weg blijven. We hebben de huizen niet echt nodig, maar het is handig voor ons. Zou je dat kunnen regelen?
M: Ik zal het proberen. Hoe kunnen jullie het beste gewaarschuwd worden?
P: Laat de verantwoordelijke contact opnemen met mij, Petra en ik zorg dat we dan weg zijn.
M: Hoe doen ze dat het beste?
P: Nou mediteren en er sterk aan denken en als ze dat nu gek vinden, hang dan een briefje op en schrijf dat briefje met de duidelijke intentie wat de bedoeling is. We lezen het briefje natuurlijk niet, maar voelen de intentie achter het briefje.
M: Dank je wel Petra. Heb je nog iets toe te voegen?
P: Het zou fijn zijn als dit zou lukken.

Ik probeer hierna contact te krijgen met de mieren op mijn bureau. Het zijn er tientallen en ze lopen aan alle kanten over alles wat op mijn bureau ligt en ook over mijn laptop en het scherm en toetsenbord en ik stel dat niet echt op prijs. Ze negeren me totaal en er is niemand die zich meldt. Het is helaas niet altijd mogelijk contact te leggen, het is een wederzijds proces. En inmiddels heb ik geleerd dat je alleen contact kunt leggen zonder oordeel, en in dit geval heb ik een oordeel, ik wil ze niet zo dichtbij hebben. Gelukkig komen ze niet in mijn bed!

191023 India

Ratten aan boord (1)

Op de roef van ons schip ben ik een permacultuur(achtige) tuin aan het aanleggen. Met een compostbak. Ik ben erg verrast dat daar zomaar wormen in komen, zonder dat ik ze erin heb gezet. Ook op een stuk staal gaat de natuur kennelijk gewoon z’n gang. Op een gegeven moment ontdek ik een gat in de grond en ik vermoed dat er een rat aan boord is. Dat is verbazingwekkend, want naar mijn idee zijn die er nooit geweest. Al vanaf dat we schepen hebben, zorgen we ervoor dat er ook katten zijn, juist om de ratten van boord te houden. Bovendien moet deze rat dan aardig klimmen om aan boord te komen. Op internet lees ik dat ratten makkelijk 1.20 meter ver en 70 centimeter hoog kunnen springen. Ik lees ook dat hun actieradius wel 4,5 kilometer is en dat ze een eigen territorium hebben waar andere ratten wel gewoon door mogen lopen.
We praten hier thuis over deze mogelijke rat en spreken naar de kat uit dat ze haar werk niet goed doet. De volgende ochtend ligt er een dode rat in het halletje.
Maar ik blijf resten van de compostbak door dit stukje tuin vinden. Ik denk lang dat het vogels of eenden zijn die erin wroeten. Maar als ik het beter in de gaten houd, zie ik dat zich nieuwe gaten en gangen vormen. Er moet dus nog een rat zijn.
In de winter verraadt de sneeuw de aanwezigheid van de rat: ik zie sporen van pootjes en een slepende rattenstaart. Ik zie nu ook hoe het gangenstelsel zich vormt. Een gang komt onder in de compostbak uit. De rat heeft vrij spel, want de kou houdt de kat binnen.

Als ik op een schemerige avond iets op de compostbak wil gooien, zie ik een rat wegschieten. Het klopt dus, hij is er echt! Hij is best groot en om eerlijk te zijn schrik ik van hem, ondanks mijn geboeidheid. Ik denk over ratten aan boord na en kom tot de conclusie dat het niet kan. Dus maak ik contact met hem. Ik krijg het idee dat hij niet alleen is en krijg zelfs het beeld van een nest. ‘Nee!!’ roep ik in beeld naar hem, ‘Dat moeten jullie niet doen! Het schip is veel te klein, het wordt hier veel te vol, dit is geen rattenomgeving en als we gaan varen zijn jullie je woonomgeving kwijt!’ Ik ben op hem in aan het praten, zeg hem hoe dom het is om hier jongen te laten komen en laat hem zien hoe groot de omgeving buiten het schip is. Het is geen wederzijdse communicatie, alleen een uitstorten van mijn grote NEE over het dier.

Een paar dagen later ga ik er goed voor zitten en leg ik de rat uit wie ik ben en wat ik doe. Daar heeft hij allemaal niks mee te maken, vindt hij. ‘Jawel,’ zeg ik, ‘want ik wil heel graag naar meer samenwerking tussen mens en dier. Naar op een respectvolle manier met elkaar omgaan.’ Nogmaals zegt hij dat hij met mij niks te maken heeft.
‘Nou, dit is wel ons schip.’ Dan maar een andere toon.
De rat geeft in beeld door dat hij een goede leefplek uitkiest en de compostbak was een trekker. Op dit industriegebied is dat een mooie variatie.
Ik begrijp van hem dat onze kat een vrouwtje te pakken had en dat er minstens nog één vrouwtje is. Ik vermoed dat het vrij luie ratten zijn, maar dat kan ook met de winter te maken hebben. Ik vraag me af of het van boord gaan geen probleem is, maar hij laat zien dat hij onderlangs gaat en zelfs door het water.
Ik vraag het dier of hij wil samenwerken met mij en. Hij vraagt zich af waarom hij dat zou doen. ‘Nou, het lijkt me mooi om meer begrip voor ratten te krijgen. Jullie zijn met zo velen en wat weten we nou van ratten?’ Ik vertel hem wat ik wil en wat ik ga doen. Ten eerste wil ik hem graag zien en fotograferen en ik geef hem in beeld door dat ik buiten, met een sigaar en fototoestel, op hem ga zitten wachten. Ik vraag of hij zich wil laten zien en wil laten fotograferen.
Verder vertel ik hem dat ik de compostbak deze week nog aan boord laat, maar dat ik hem daarna ga verplaatsen naar de wal. Dan is het voedsel dus weg. En ik verzoek de dieren vriendelijk om dan zelf ook te vertrekken en een plek aan land te gaan zoeken. Ik krijg geen reactie terug en we laten het hier voorlopig maar bij. Volgende keer verder. Het is ook nogal wat als je te horen krijgt dat je habitat opgeheven gaat worden. Want ik had hem ook al laten doorschemeren dat de uiteindelijke stap is om de holen open te leggen. Dan kan ik zien hoe ze geleefd hebben en daarna gooi ik het vol aarde. Tenslotte heb ik dit tot onze tuin gebombardeerd en is in de wereld buiten het schip voldoende plaats voor ratten.

Mevrouw uil – vervolg gesprek

M: Hallo mevrouw Uil, of Maria Magdalena, mag ik weer even praten met je? Ik heb over je geschreven en de mensen zijn benieuwd hoe het nu verder gaat met je.
MM: Dag meneer Mulder, ja je mag weer even met me praten. Dat vind ik wel gezellig. Hoewel ik nu mijn uiltje aan het knappen ben, werkt dit op een ander niveau, waardoor ik niet gestoord word in mijn rust.
M: Je hebt in ons gesprek gezegd dat je misschien ooit wel eens zou uitleggen waarom je jouw naam hebt gekozen.
MM: Dat klopt, maar dat ga ik nog niet uitleggen, dat kan pas als we een intiemere band hebben opgebouwd, en die hebben we nog niet. Dit is pas onze derde date, zo snel ben ik niet met me bloot geven!
M: Je hebt zo’n leuke wijze van speken, daar geniet ik van. Ik zal me ook netjes houden aan de protocollen van de derde date. Wil je vertellen over je huisvesting en omgeving?
MM: Dat kan. Zoals je weet woon ik in het bos waar jij ook bij betrokken bent. Ik woon op het eiland, meestal hebben we een boom waar we samen in wonen, slapen we op een tak. En als we jongen krijgen maken we gebruik van een holle boom waar het nest in is gemaakt. Dat gaat heel goed, soms slapen we daar ook wel eens in als het erg slecht weer is, maar liever zit ik op een tak, dan voel ik me meer opgeruimd, veel ventilatie rondom is wel zo fijn.
M: Dat is jullie woonsituatie en hoe gaat het met je leefgebied?
MM: Ja, je weet dat we een mooi leefgebied hebben, ruimte genoeg, weinig storende mensen in de buurt, hoewel ik het soms wel leuk vind om al oehoehend langs te vliegen en de mensen een unheimisch gevoel te geven als we langs komen met z’n tweeën en ieder oehoe zegt. Grapje. We hebben ruimte genoeg om te jagen en ons gebied is eigenlijk helemaal niet zo groot want dat is niet nodig. De andere dieren zijn ook prima om mee te leven, we hebben weinig concurrentie, behalve de Havik, die is soms lastig, die is nogal bezitterig over het gemeenschappelijke jachtterrein. Maar doordat we meestal op verschillende tijden jagen, is dat niet echt een probleem. Wel hebben we de uitkijkboom moeten verruilen, omdat daar de havik graag zit. Is dat genoeg voor vandaag om je publiek tevreden te houden?
M: Dat weet ik niet, maar wel leuk dat je dit allemaal vertelt. En ik ben gecharmeerd van je humor. Dank je wel en tot een volgende keer dan maar weer.
MM: Graag gedaan en tot spoedig, laat je trouwens ook een keer zien, dan kunnen we elkaar persoonlijk begroeten, lijkt me leuk.
M: Mij ook.

201204

Mevrouw Uil laat zich horen

Ik zit in een mooie werkruimte in een groot bos en zit klaar om met een dier te praten en wacht welk dier er langs komt. Het blijkt een uil te zijn.

M: Hallo meneer de uil, hoe gaat het?
MM: Hou eens op met die flauwekul en trouwens, ik ben mevrouw Uil zonder de.
M: Neem me niet kwalijk, ik wilde niet lollig zijn, maar was verrast om een uil langs te krijgen. Ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben ….
MM: Dat is prima, ik vind een praatje af en toe wel leuk, zo vaak doe ik dit niet. De meeste mensen maken geen contact.
M: Dat is waar. Ben jij iemand die hier in dit bos woont? En heb je familie hier?
MM: Ja, ik woon in dit bos, het is heerlijk rustig en mijn vent woont hier ook. Het is een veilige plek en er is genoeg jachtterrein omheen om ook voldoende voedsel te hebben.
M: Waarom maakte je contact met mij?
MM: Die vogel die jij Hyronimus noemt suggereerde dit contact en het lijkt me wel leerzaam.
M: Ik denk dat dat dan wederzijds is. Ben jij een filosofische wijze uil?

Ben jij een filosofische wijze uil?

MM: Je weet wat mensen van uilen zeggen.
M: Leuk heb je ook een naam?
MM: Noem mij maar Maria Magdalena.
M: Is dat toeval dat je die naam kiest?
MM: Nee, maar daar vertel ik later nog wel eens over. Dit is genoeg voor de eerste keer. Tot ziens.
M: Dank je wel voor het gesprek.

Een paar maanden later neem ik nog eens contact op.

M: Hallo Maria Magdalena, hoe gaat het?
MM: Je maakt me wakker en dat betekent dat ik even wat brommerig ben.
M: Hebben dieren ook last van stemmingen en een humeur?
MM: Jazeker. Ik kan heel humeurig zijn als ik gestoord word of wanneer ik op jacht ben en het lukt telkens niet. Dat bederft mijn stemming wel, want dat betekent honger. Gelukkig meestal niet zo lang, want dan vind ik wel weer een andere prooi.
M: Je bent eigenlijk wel een hele mooie vogel?
MM: Blij dat je het ziet. De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet. Daarom is er eigenlijk geen communicatie tussen mensen en uilen.

De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet.

M: Vind je dit wel een geslaagde vorm van communiceren met elkaar?
MM: Ja zeker, dit kan heel goed en leuk worden, maar moet het nog wel gaan worden. Nu is het nog over onbenullige dingen.
M: Hoorde ik je nu koetjes en kalfjes zeggen als gespreksstof?
MM: Ja, we kunnen ook spreekwoorden gebruiken en ik vind dat eigenlijk heel leuk om te doen, maar dacht dat jij het misschien niet goed zou begrijpen, daarom heb ik maar eenvoudige taal gekozen.
M: Oh dat is lief van je. Maar spreek maar zoveel mogelijk zoals je zou willen doen, en als ik het niet begrijp vraag ik wel om toelichting. Afgesproken?
MM: Komt voor de bakker.
M: Ik zie je gaat meteen los.
MM: Is deze hitte voor jullie ook een beetje teveel van het goede? (Het is momenteel hoog zomer en erg warm buiten)
M: Ja, eerlijk gezegd wel. Tot dertig graden kan ik nog wel lekker vinden, maar het komt nu teveel daarboven en dan wordt het bij ons in huis wel erg warm met de zon die steeds schijnt? Hoe voelt dat voor jullie?
MM: Je weet dat wij vooral nachtjagers zijn en als het zo heet is zijn er veel dieren die overdag zich verstoppen en dan ’s avonds weer tevoorschijn komen. Dat maakt het voor ons erg eenvoudig om aan eten te komen. Dus eigenlijk wel aangenaam. Je moet alleen een goed dag plek hebben, anders warm je teveel op.
M: Ik snap het, en ik moet helaas stoppen. Er komen mensen aan. Tot een volgende keer.
MM: Oei, die is niet tevreden! (Die opmerking sloeg op mijn kleinkind die met veel lawaai binnenkwam).

191112 – 200809

Tirza 7: Mijn aard is kat

M: Tirza, kan ik met je praten?
T: Ja, maar niet weer over die muizen, sorry dat was een vergissing, maar die gebeuren. (Ondanks onze eerdere afspraken dat ik het huis weer vrij toegankelijk zou maken en Tirza dan geen muizen meer in huis los zou laten, ging het toch weer fout.)
M: Heb je er spijt van dat je stiekem muizen meebracht?
T: Wat is spijt hebben?
M: Dat je het gevoel hebt dat je iets niet had moeten doen en dat je het de volgende keer niet meer zal doen.
T: Oh, dat. Ik had het niet moeten doen, maar de drang om het te doen is groter.
M: Je bedoelt dat het af en toe blijft gebeuren?
T: Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat.
M: Maar als je wilt groeien, moet je leren je te beheersen en dan hoef je geen muizen meer mee te nemen.
T: Waarom zou ik willen groeien, ik heb toch een prima leven zo?

Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat

M: Zoals je wilt. Wat gebeurde er laatst toen je zo schichtig binnenkwam en raar rond de bank rende met zwiepende staart?
T: Daarbuiten lopen allerlei beesten rond, ook katten, die me zomaar grijpen en daar ben ik niet van gediend, dus ben ik op mijn hoede. (Tirza is gesteriliseerd)
M: En toen was je besprongen?
T: Ja, ik dacht dat het een vriendje was, maar ineens greep hij mij vast, daar hou ik niet van.
M: Dat lijkt me niet fijn.
T: Daar heb je gelijk in.
M: Wil je nog wat zeggen?
T: Jammer van die muis dat je het doorhad.
M: Inderdaad, maar we houden wel van je.
T: Ik zal proberen het beter te doen, maar mijn aard is kat.

190813

Hyronimus 5: Hyronimus legt uit hoe je contact maakt

M: Kunnen we weer een praatje maken?
H: Jazeker, waar wil je het over hebben?
M: Ik dacht dat ik de vragen stelde.
H: Dat heb je dan niet altijd juist, komt er nog een onderwerp?
M: Hoe gaat het met je jongen?
H: Die zijn eindelijk weg, heel soms komt er nog een in ons gebied, maar ze zijn nu geheel zelfstandig.
M: Vind je dat fijn?
H: Het is de natuur en daarmee onvermijdelijk.
M: Daar heb je geen gevoelens bij?
H: Nee, ik vind dat een beetje gezeur, heb je niets beters om over te praten? Anders kunnen we beter ophouden, ik heb genoeg te doen.
M: Wat vind je van de gedachte als we weer een hond nemen?
H: Moet jij weten, maakt mij niets uit, tenzij je een waakhond neemt, die kan ik een deel van mijn verantwoordelijkheid afstaan.
M: Je bent echt onze bewaker?
H: Jazeker, ik neem die taak serieus.
M: Kunnen we je daarbij helpen?
H: Ja, niet slordig zijn en opletten. Dat is wel belangrijk.
M: Waarom ben je zo aardig tegen ons?
H: Wij drieën, ik, jij en je vrouwtje hebben een historische band van langer terug toen ik nog geen buizerd was.
M: Wil je daarover praten?

Het gaat om het nu en niet over het verleden

H: Eigenlijk niet, het gaat om het nu en niet over het verleden, maar neem maar van me aan dat daar onze band vandaan komt.
M: En jij hebt ons herkend? Was jij dat die op de bloembak op het terras kwam zitten toen wij hier kwamen wonen? (Dat is 11 jaar geleden)
H: Ja, dat was een deel van mij, ik wilde zien of jullie mij ook herkenden, maar dat was niet zo en dat duurde nog een tijd en ik moest er zelfs twee dagen voor in jullie tuin gaan liggen!
M: Ja, zo hebben we eindelijk contact gekregen. Was jij dat die op de afgezaagde boom laatst naar binnen keek?
H: Dat was ik en ik liet me aan je vrouwtje zien zodat ze begrijpt dat ik op haar gesprek zit te wachten.
M: Wat moet ze dan doen?
H: Gewoon gaan zitten, meditatieve houding aannemen en opschrijfboekje bij de hand. Als ze mij in gedachte of ook uitgesproken begroet als Hyronimus, zal ik bij haar binnen kunnen komen. Zij moet zelf het contact leggen, ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens. Geen enkel dier kan dat.

Ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens

M: Dus voorwaarde is dat je je openstelt?
H: Ja en dat gaat het eenvoudigst door het dier te groeten en te vragen of je mag praten, want daarmee geef je jezelf toestemming tot het gesprek en je geeft het dier de ruimte om een eigen keuze te maken.
M: Mooi dat je dat zo helder uitlegt, dat geldt dus voor ieder mens die met dieren wil praten?
H: Dat is juist, maar het geldt ook als je met planten of bomen wilt praten. Je kunt zelfs met landschappen praten, maar dan praat je met een landschapsengel. Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven. Alleen daarom kunnen ze de natuur ook zo kapot maken. Als ze het zouden begrijpen, zou de Aarde weer het paradijs zijn.

Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven

M: Dank je wel, dat was interessante informatie.
H: Graag gedaan.

190813 en 190818

Het wil niet lukken om contact te krijgen – wat moet ik leren?

Ik loop alle mij bekende dieren langs waar ik regelmatig contact mee heb, maar er komt niemand. Het is stil, ik kan geen gesprek voeren. Waardoor komt dat?
Zit ik op de verkeerde plaats, ik heb mijn gesprekken altijd in kantoor, maar zit nu thuis in de huiskamer.
Of komt het omdat ik mijn lichaam verontreinigd heb met pijnstillers? Ik heb sinds woensdag 2 oktober hevige kiespijn die ik bestrijd met een stevige dosis Paracetamol en Ibuprofen. Helaas had ik het nodig. Vrijdag heeft de tandarts mijn kies open gemaakt en drie wortelkanaalbehandelingen gedaan, maar de pijn werd niet minder. Zaterdagavond ben ik naar de weekeinde tandarts gegaan en die heeft een andere kies open gemaakt en de drie wortels van die kies behandeld.
Het is nu zondag en de pijn begint gelukkig minder te worden.
Dit was een hele speciale ervaring om geen contact te kunnen krijgen.

Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact

Achteraf terugkijkend zie ik dat dit de te leren les is:
Je moet zorgvuldig met je lichaam zijn om voor deze energieën open te staan. Vervuil je je lichaam te veel met medicijnen of door verkeerde eet- en drinkgewoontes of hevige emoties, dan ben je onvoldoende in staat om contacten te leggen. Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact.