Dieren kunnen door hun aard heel andere belevingen hebben dan mensen. Dat geeft vaak verrassende inzichten en echt, met dieren kun je lachen!

Een egel in de stad

M: Dag meneer of mevrouw egel. Vanavond rook mijn hond jou en we zagen elkaar even. Het leek me leuk om contact op te nemen en te vragen hoe jij nu zo midden in de stad kunt overleven. Wil je met me praten?
E: Het is mevrouw egel en ik wil wel met je praten.
M: Hoe ben je zo op deze plek terecht gekomen? Het ziet er voor mij uit als een grote bloembak op een ondergrondse parkeergarage en daar kun je toch als vrij levend dier niet overleven?
E: Het lijkt voor jou misschien een grote bloembak, en dat is ook zo op de plek waar je mij gezien hebt, maar aan de andere kant kan ik er gewoon in lopen en ook weer uit lopen. Daarnaast is dan een grote tuin van die grote witte villa en er zijn nog een heleboel tuinen waar ik ook kan rondlopen. Dus maak je geen zorgen om mijn territorium.
M: Daar ben ik blij om. Ik had me niet gerealiseerd dat je er aan de andere kant gewoon in en uit kunt en als dat kan heb je inderdaad best veel vrije ruimte om te leven. Het maakt wel een stenige indruk maar ik besef nu dat er ook veel leefruimte in tuinen voor jou is.
E: Ik voel me in dit gebied thuis en ben er enkele jaren geleden ook geboren. Er zijn hier nog meer egels die in de tuinen rondlopen.
M: Goed om te horen dat dit in de stad dus ook kan. Hoe leven jullie hier?
E: Wij leven meestal solitair als egels, hoewel we natuurlijk ook een partner nodig hebben om kindjes te krijgen, maar daarna is dat weer over en verzorg ik de kindjes alleen. Ik leef van slakken, wormen, kevers en andere kleine diertjes die ik op de grond vind. Egels hebben een hekel aan kou en vocht. Dus doen we een winterslaap wanneer het te koud wordt. Die slaap doen we in ons nest waar we toegedekt slapen onder een dekje van bladeren en mos en wat we verder nog vinden als nestmateriaal.
M: Nou dank je wel dat je me hebt laten zien hoe je in de stad leeft en dat dat dus goed kan, dat wist ik niet. Wil jij nog iets kwijt?
E: Nee dank je, het was grappig met een mens te praten, had ik nog nooit gedaan.

Sinds dit gesprek komen we mevrouw egel bijna iedere avond tegen, zo leuk!

210709

Het is tijd

Sjaan is al negen jaar en twee weken mijn trouwe compagnon.

Tijdens gesprekken met dieren ligt ze op mijn schoot of onder de tafel. En als ik achter de computer aan het werk ben, zit zij op de stoel naast me.

Vaak is zij de reden waarom ik stop met werken om naar buiten te gaan.

Vandaag stond ze ineens op tafel, tussen de laptop en mij in.

Op zo’n moment gaan we niet in gesprek, maar later wil ik toch weten hoe ze dat nou had.

“Ja, je wilde al een paar keer bijna weg. Iemand moet op een keer een punt maken en ik denk dat ik beter weet wanneer het echt tijd is.”

Daar heeft ze wel gelijk in. Het is zo makkelijk om maar door te gaan.

“Bovendien had ik al een paar keer aanwijzingen gegeven,” vervolgt ze licht verwijtend.

Ik voel me bijna op het matje geroepen.

Ik denk aan al die keren dat ze bij vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen is en altijd zo braaf ligt te slapen.

“Ik doe het, maar je kunt ook overdrijven,” haakt ze in op mijn gedachten.

Ze heeft haar punt wel gemaakt. Ik heb het begrepen en ik vraag of ze nog wat te zeggen heeft want dieren krijgen bij mij altijd het laatste woord.

“Volgende keer iets eerder luisteren. Dat scheelt mij een hele klim.”

“Wat is de opzet van vakantie?”

Deze vraag kreeg ik eens van een hond tijdens een gesprek waarin ik tolkte.

Er zijn vele antwoorden op te geven natuurlijk maar als tolk moet ik me beperken tot wat de betreffende mensen vinden van vakantie.

Als ik voor mezelf spreek: vakantie is even tijd nemen voor andere dingen en even uit je stramien.

Dus deze week geen AnimalTalks bericht van mij :).

De meeuwen

Heel vaak trekken er enorme groepen meeuwen langs en over ons schip. Vroeger zei een van de kinderen dan: ‘O mam, het gaat weer meeuwen!’
De meeuwen zitten ’s nachts in grote groepen in de haven en als ik op tijd buiten ben (als het nog niet helemaal licht is) dan zie ik hoe de groep zich oplost.
Ik vraag de meeuwen of het klopt dat ze ’s nachts bij elkaar zijn en overdag alleen.
‘Overdag vliegen we uit. Ieder gaat voor zich maar toch zijn we een geheel. ’s Avonds komen we als groep terug. We houden het warm met elkaar (in de zin van beschermd) en in de winter houden we het ijs weg.’
Het beeld dat ze me doorgeven is dat ze ’s nachts een concentratie meeuwen zijn en overdag uitvliegen. Het doet me denken aan een bloem die zich ’s nachts sluit en in de ochtend weer opengaat.
Ik ben altijd gefascineerd door de snelheid waarmee ze vliegen in de groep. Volgens mij botsen ze niet en ik vraag hoe dat komt.
‘Je weet elkaars ruimte en komt niet in andermans vliegruimte,’ antwoorden ze. ‘Je geeft allebei mee. Conflicten ontstaan als één niet meegeeft. Met zo’n houding zouden we als groep niet kunnen vliegen.’
Ik vergelijk het met mensen en vraag of het voelt als inleveren als je ruimte moet maken.
‘Inleveren? Nee, er is ruimte genoeg.’
Ze laten zien dat de vliegvorm steeds verandert, de continue beweging zorgt steeds voor andere vormen.
‘Je kent elkaars ruimte en respecteert die,’ is hun logische redenering.
In vergelijking met hen zie ik hoe vast wij mensen zitten.
‘Mensen kunnen ook niet vliegen.’ De meeuwen laten me voelen dat zij de menselijke vorm als erg beklemmend ervaren.
Op de een of andere manier meen ik het op te moeten nemen voor mensen en laat zien hoe wij ons ook door de lucht kunnen verplaatsen.
Er wordt gebromd dat mensen zich láten vliegen.
‘Jullie blijven afhankelijk van voertuigen of ander materiaal.’
Ik moet ze helemaal gelijk geven. Het is heerlijk om de vrijheid van de vogels te voelen.
Het maakt dat ik moet lachen om ons, mensen: waar maken we ons toch allemaal druk om?!

 

Quality time

Als we een gesprek afsluiten krijgt een dier altijd het laatste woord. Dat vind ik een goede gewoonte die ik erin houd.
Na een vlot gesprek met een hond waarin alles helder verliep en de eigenaar alles herkende, stelde het diertje me op het eind voor een raadsel.
Hij liet een koekje zien dus ik vroeg of hij wel eens koekjes krijgt.
‘Nee, eigenlijk niet. Door de medicatie heeft hij de neiging te dik te worden en de dierenarts zei dat hij tere pootjes heeft dus ik pas erg op met zijn voeding,’ antwoordde de eigenaar.
Ik bleef het beeld echter maar door krijgen van de hond en helaas moesten we het gesprek afsluiten met iets dat we niet begrepen.
Tot de vrouw ineens riep: ‘O … wacht even! Als ik thuis kom van mijn werk drink ik altijd een kopje thee en daar neem ik een biscuittje bij. Hij krijgt dan een heel klein stukje. Dat is ook het enige dat hij krijgt!’
Meteen begreep ik wat de hond bedoelde: dit soort momenten is quality time!

Geen bescheidenheid voor mij

In de loop der jaren heb ik diverse gesprekken met kleine diertjes gehad, waaronder verschillende soorten spinnen. Uit het boek “In de Stilte hoor je alles”:

Ook met de ‘zwart-witte-spring-spin’ heb ik veel plezier. Dat kleine diertje heeft me toch een air… Ik vind het best stoer dat ik met haar spreek, want dit is een spinnensoort waar ik vroeger bang voor was. Ik vertel dat haar soort in de vensterbank van het schoollokaal rondsprong, pal naast mijn tafel. Ik kon de les niet meer volgen omdat ik ze de hele tijd in de gaten moest houden met hun gekke gespring. ‘Springen is zo leuk! Hop! En je bent ergens anders!’ haakt ze in.

Mijn aversie tegen de soort zit me wat in de weg en ik vraag of ze me wil laten ervaren hoe haar lijf voelt. Meteen merk ik dat ze ontzettend laag bij de grond zit. ‘Ja, je moet opletten waar je loopt.’ Ze laat voelen hoe snel ze kan lopen en laat me haar sprongen ervaren. Ze raakt aan de babbel: ‘Het springen is zo lekker en zo knap! Ik ben snel en hard. Ik hou niet van overleggen. Ik ben het type van meteen aanpakken. Ik maak korte metten met alles wat me in de weg staat. Ik ben geen softie.’ Ze vertelt dat het springen ook aanvallend kan zijn. Ze wil anderen wel eens een beetje bang maken, dan moeten ze wegwezen. Ze is trots als anderen zenuwachtig van haar worden. ‘Ik wil niet onopvallend zijn. Ik ben het type van: borst vooruit en doordouwen.’

Haar houding is heel anders dan die van de spin die zich afvroeg of ze bij ons in vijandig gebied was en ik vraag haar waarom ze juist dit soort spin is. ‘Ik leer daadkrachtig zijn en meteen beslissingen nemen. Anders is het gebeurd met mij omdat ik zo opvallend ben.’ ‘Je wilt dus niet stilzwijgend door het leven?’ ‘Nee, met veel bombarie! Geen bescheidenheid voor mij.’ Ik vraag of ze tot slot nog wat te zeggen heeft. ‘Ja, ga allemaal maar aan de kant als ik eraan kom!’ Ik moet om het beestje lachen en mijn antipathie is helemaal verdwenen.

Dieren als warme leraar

In gesprekken waarin ik tolk komt soms op humoristische wijze naar voren dat dieren leraren kunnen zijn voor hun mensen.

Zo was er een hond die doorgaf dat hij genoot van zijn lichaam, dat hij er mooi uitzag en dat hij dit op straat ook uitstraalde. De eigenaar kon dat helemaal begrijpen. Ze had zelf ook al vaker gezegd dat de hond liep te showen buiten.

‘Zij mag ook wel wat rechter op lopen,’ liet de hond daarop weten.

Oeps, daar werd de vrouw even stil van maar ze wist precies wat de hond bedoelde.

Er zijn ook honden die tijdens een gesprek duidelijk laten weten dat ze meer leiding en grenzen willen. Ik hoor dan wel eens zuchtend: ‘O, dit is precies waar ik in mijn leven met mensen ook tegenaan loop.’

Vaak is men wel blij met zo’n leraar. Van een dier weet je zeker dat hij je nooit afvalt en dat hij eindeloos geduld heeft. Bovendien kun je aan het directe gedrag meteen zien wat je niet goed deed en waar je jezelf (weer) op mag corrigeren.

Maar dieren leren mensen ook te ontvangen (hun liefde en aandacht, gratis en voor niks) en rustig te zitten.

Zo vond een kat dat een vrouw zich veel te druk maakte en ging ze vaak bij haar op schoot zitten. De kat vertelde dat ze heus wel ergens anders kon slapen maar dat deze vrouw zo hardleers was in het zichzelf voorbij lopen dat ze er wel op in móest grijpen.

Protesterende Kraai

Kaila en ik liepen op de heide na een stevige regenbui en we probeerden de plassen te ontwijken, dat viel niet mee. Op een gegeven moment zag ik uit mijn ooghoek Kaila een kraai besluipen en ik dacht dat doet ze best knap. Uiteraard had de kraai dat door en we liepen verder. Op een gegeven moment hoor ik achter me ‘Kan je die hond niet gewoon bij je houden?’ De kraai protesteerde.

Gesprek met een houtduif tegenover me in de boom

Ik ga zitten en stel me open voor dieren die met me willen praten. Ik wacht even af wie er komt.
Hyronimus en Kaila melden zich, maar ik zou eigenlijk graag met een vrij dier willen praten, wie meldt zich? Een houtduif meldt zich en hij zit in de boom tegenover me, we kunnen elkaar zien.

M: Dag duif, wat leuk dat je met me wilt praten, hoe gaat het en wie ben jij?
D: Ik zag je oproep langs komen en meld me uit nieuwsgierigheid over dit fenomeen. Wie ben jij?
M: Ik ben Eddy Mulder en ik sta open voor gesprekken met dieren om van jullie te leren en dat aan de wereld te vertellen in blogs op een website.
D: Oh wat grappig, dus als ik jou dingen vertel dan schrijf je dat op en zet dat op internet zodat andere mensen dat ook kunnen lezen en horen wat ik jou verteld heb.
M: Zo is dat. Ben je bereid om wat over jezelf te delen?
D: Jawel. Ik zit nu lekker in de boom en waai een beetje met de takken mee en kan jou zien zitten achter je bureau. Dat vind ik wel leuk. Ja, zoals je ziet ben ik een houtduif en wel een vrouwtje. Ik heb vanochtend net een hele poespas gehad met een mannetjes duif die achter me aan zat. Hij probeert me te versieren en me op een nestplekje te krijgen, maar hij had nog helemaal geen werk gedaan, nog geen aanzet voor een nest gemaakt. Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen. Gelukkig kan ik nu rustig in de boom zitten, ik heb me al druk gemaakt om eten. Dat was vandaag heel eenvoudig. Ik ontdekte een zak met brood en daar hebben veel dieren zich tegoed aan gedaan. Die zak lag ergens op een achteraf terreintje waar wel dieren komen, maar nauwelijks mensen. Drinken was ook al geen probleem. Wat dat betreft heb ik het redelijk makkelijk door aan de rand van de bewoonde wereld te wonen. Eten is er in de stad altijd te vinden en ik kan ook gemakkelijk naar het bos of de hei vliegen hier vlakbij.

Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen

M: Heb je een naam en een leeftijd?
D: Nee, wij doen niet aan namen, dat is typisch iets voor jullie. Wij hebben klanken en daar herkennen we elkaar aan. Door hele subtiele verschillen in de geluiden die we maken, laten we aan elkaar weten wie we zijn. Ik ben verder een ervaren vrouwtje, ik heb al vier jaar nestjes gehad en samen met mijn partner van dat jaar de kindertjes groot gebracht.
M: Vind je het lastig om ieder jaar weer een partner te zoeken en een nestje te moeten bouwen?
D: Nou niet echt. Vaak komt hetzelfde mannetje me weer opzoeken, maar ik ben best kieskeurig en wil wel dat er werk gedaan wordt voor me, zodat ik niet alles moet doen. Het minste wat er moet gebeuren is een nestje op een goede plek.
M: Heb je geen nesten van vorige jaren die jullie kunnen gebruiken?
D: Dat zou wel kunnen, maar ik vond het nestje van de vorige keer niet goed, dat was te dicht bij mensen en die hebben katten die alles kunnen verstoren. Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn.

Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn

M: Dat snap ik, dus wil je nu een nieuwe nestplek hebben en moet je mannetje daarvoor zorgen.
D: Ja, dat vind ik wel.
M: Ik zie je nog steeds zitten, ben je al aan je avondrust begonnen?
D: Nee, zeker niet. Ik moet nog wel gaan eten voor het donker wordt, maar dat duurt nog wel even dus heb ik tijd om met jou te praten. Dat vind ik wel leuk. Ik heb nog nooit met een mens gepraat. Is dat praten zoals wij nu doen, ook zoals jullie mensen met elkaar praten?
M: Nee, mensen praten met elkaar door woorden uit te spreken en dat zijn klanken die ze maken naar elkaar toe.
D: Dat herken ik wel. Waarom praten jullie vaak door elkaar heen? Zo kun je elkaar toch niet begrijpen?
M: Dat klopt en dat heb je goed opgemerkt. Als mensen echt interesse in elkaar hebben, praten ze niet door elkaar heen en luisteren ze heel goed naar de ander voor ze zelf weer wat zeggen. Maar er zijn ook mensen die graag praten en niet zo goed zijn in luisteren.
D: OK, dank je wel, ik ga weer eens verder. Was leuk je gesproken te hebben.
M: Ja, wederzijds en tot ziens.

210325

De verzwakte meeuw in mensenhanden

Ik krijg een leuke vraag: Kim heeft een verzwakte meeuw gevonden, neemt het dier mee naar huis om aan te sterken, maar na drie dagen eet de vogel nog steeds niet. Omdat Kim van buren weet dat ik een zwaar gewonde kat weer ‘aan het eten gepraat’ heb, vraagt ze of ik iets voor de meeuw kan doen.

Ik antwoord Kim: “Wat het is met het communiceren met dieren: als je vragen stelt, moet je de antwoorden ook kunnen horen. En die zijn soms anders dan wij denken.

Nou, hou je vast, hier komt de meeuw: De meeuw deed meteen heel geagiteerd en bleef dat het hele gesprek. ‘Hoe durven ze me op te pakken?! Ik ben geen ‘handduif’!’

Hij was heel duidelijk: jij had je niet met hem mogen bemoeien. ‘Als meeuw wil je altijd voorkomen dat een mens je oppakt.’ Hij bleef boos.

Ik probeer altijd om ook de andere kant (de mensenkant) te laten zien, maar dat ging er helemaal niet in. Op mijn opmerking dat hij niet eet: ‘Nee, natuurlijk eet ik niet!’

Hij wil graag op een dak gezet worden (schip, schuur?) en het verder zelf uitzoeken. Hij sterft liever in vrijheid dan gevangen te zitten.

Weer probeerde ik of hij jouw kant van het verhaal kon zien, maar het antwoord was: ‘Mensen hangen teveel aan één leven.’ Als meeuw wil hij meeuwendingen doen. ‘Ik ben geen parkiet!’

Dat opvangen van zieke dieren vindt hij maar kleinzielig gedacht. ‘Het gaat zoals het gaat.’

Ik hield hem het beeld voor dat het kan zijn dat jij hem ziet sterven op het dakje omdat hij bijv. niet weg kan vliegen of gepakt wordt door een ander dier. Daarin is hij duidelijk: ‘Dat zijn lichamelijke dingen. Laat de natuur gaan zoals ie gaat.’ ”

Gelukkig verbaast het antwoord Kim niet: ‘Hij was inderdaad heel boos en hij heeft gelijk. Mijn gevoel zei ook dat hij niet wilde dat iemand zich met hem bemoeide, maar mijn mensenhoofd zegt altijd; ach, kom maar mee, lekker veilig uitrusten, bij-eten en dan weer los. Ik neem altijd zieke dieren mee die op mijn pad komen, ik kan niet anders (zal het wel proberen in de toekomst beter af te stemmen). Een andere meeuw reageerde trouwens heel anders, die gedijde wel goed.’

Kim laat de meeuw op de gevonden plek vrij, waar het dier meteen de mensenhanden uitvoerig van zich afwast. Kim: ‘Hij had helemaal een punkie kapsel gekregen van zijn uitbreekpogingen. Bedankt voor je gesprek, ook namens het boze vriendje natuurlijk.’