Berichten

De leeuwin en haar natuur in de dierentuin

Als ik contact maak met de leeuwin komt ze in mijn beeld voor me heen en weer lopen, mij ondertussen observerend. Even zien wat voor vlees ze in de kuip heeft. Dat laat ik altijd toe: het is een soort kennismaking met elkaar.
Deze leeuwin zegt als eerste dat het kaal is. Er zijn geen welpen. Ik weet niet of ze het alleen over zichzelf heeft of over de groep maar het lijkt of haar/hun cyclus verstoord is.
Dan laat ze weten graag iets bewegends te grijpen en ik voel meteen dat de verzorgers niet veilig zijn bij haar in de buurt. Ze gaat door met vertellen: ‘Het is niet alleen het eten maar ook het vangen. Er gaat een enorme krachtmeting aan het eten vooraf. Het niet kunnen rennen en vangen is een groot gemis. Na het rennen (en eten) is het goed rusten. Dit is rust zonder inspanning geleverd te hebben.’
Zij laat net als de pelikanen zien dat ze bijzonder weinig van haar capaciteit kan gebruiken.
Ze laat ook zien dat ze de deur in de gaten houdt. Ze weet dat daar de ontsnappingsmogelijkheid ligt. Denkend aan de reactie van een bloglezer over het ontsnappen van dierentuindieren vraag ik waarom deze leeuwin hier op dit moment is, ervan uitgaand dat de dolfijn gelijk heeft en geen enkel mens of dier ergens zonder reden is.
‘Voor mij is dit een les in geduld, in incasseren. Accepteren dat de ruimte zo beperkt is.’
Maar er is duidelijk verveling bij deze leeuwin. ‘Rust is alleen fijn als er inspanning is geweest.’ Nogmaals laat ze weten heel graag te willen jagen.
Ik vraag haar: ‘Kan ik zeggen dat jullie uit je kracht gehaald zijn?’ ‘Wij hebben onze kracht nooit gekend,’ antwoordt ze. Maar ze weet dat ze een groot potentieel in zich heeft.
Ik vraag wat ze gaat doen als ze zou kunnen uitbreken en ik zie voor me dat ze dan een kind grijpt. Daar doet ze niet ingewikkeld over. Dan gaat ze los. Zo is haar natuur.

Het stokstaartje

Als ik contact maak met dit stokstaartje zie ik hem meteen om zich heen kijken. Alsof hij zoekt waar ik ben. Ik vertel hem dat ik via deze vorm van communicatie contact leg en dat ik er niet fysiek ben. Dan gebeurt er iets wat ik nog nooit meegemaakt heb met dieren: dit diertje benadert mij razendsnel, legt zijn voorpootjes op mijn hoofd en het lijkt of hij in mijn hoofd gluurt. Ik word wel eens gescand door dieren maar zo extreem als dit is nog niet gebeurd en ik moet erom lachen.
Ik leg hem uit dat ik graag met dieren praat en hij laat meteen hun hele ruimte zien. Hij laat weten veel te spelen en hij rent druk heen en weer. Een actief diertje. Hij laat zien dat hij een verre blik heeft en een ver gehoor. Overdag staan de mensen ervoor. Hij wil eigenlijk altijd ver kijken, groot uitzicht hebben. Hij herhaalt een paar keer dat hij tussen de mensen door moet kijken, dat hij overdag steeds op mensen stuit. ‘Als ze weg zijn hebben we de tijd aan onszelf,’ vertelt hij.
Weer laat hij zien dat hij heel gespitst is op geluiden en bewegingen ver weg. Hij vindt het fijn om een eigen ruimte te hebben in de dierentuin. Ik weet niks van stokstaartjes maar ik kan me voorstellen dat ze een eigen territorium hebben (dit zie ik later op internet bevestigd).
Het dier geeft steeds een vrolijke, levenslustige indruk. Hij doet me denken aan een wakkere fret, die reageert ook zo snel. Alleen lijkt het of stokstaartjes slimmer en veel wakkerder zijn.
Als slot van ons contact laat dit stokstaartje nogmaals zien dat zijn blik gericht is op ver weg.

`Intenties laten zich niet verwoorden´

Als ik contact maak met deze olifant, lijkt ze meteen een speeltje van me te maken. Ze reageert uitbundig, wat onbenullig en geeft me het beeld dat ze met me speelt als met een lappenpop. Mijn insteek is altijd serieus contact dus ik vraag haar of ze uitgespeeld is. Meteen zet ze me in haar beeld neer en loopt van me weg. Ho, dat was ook niet de bedoeling! Dus loop ik naast haar mee maar dat bevalt me niet. Beleefd vraag ik of ze de tijd wil nemen voor een gesprek.
Meteen laat ze weten niet naar mensen te hoeven luisteren. Dat vind ik natuurlijk okee en ik vertel haar dat dit contact op een ander level is, niet fysiek. Dan wil ze wel communiceren.
Ze laat als eerste zien dat olifanten lange afstanden lopen. Dat zit in hun wezen. Hier kan ze voldoende lopen en bewegen maar het zijn geen lange afstanden in colonne.
Tijdens mijn dierentuinbezoek heb ik wat info opgevangen van een verzorger en ik vertel de olifant dat ik hoorde dat er onderzoeken gedaan zijn naar hun onderlinge communicatie. De verzorger vertelde dat in hun kop trillingen te voelen zijn. Deze olifant geeft door dat het om golven gaat.
Ze komt bij mij heel open en actief over en haar aandacht gaat ook snel ergens anders heen. Ze laat zien dat ze doet waar ze zelf zin in heeft. Ze lijkt in een eigen flow te zitten en vermaakt zich op een dag met bomen, publiek, andere olifanten, stokken, zand, water, lopen etc.
Ik moet het contact met haar echt goed gericht blijven houden dus vraag ik naar hun manier van onderling communiceren. Dan krijg ik het idee dat ze op ‘twee standen’ tegelijkertijd leven. Het trage van hun bewegen en de flow waar ze fysiek in zitten maar tegelijkertijd een razendsnel, fijngevoelig denken.
Met die fijngevoeligheid lijken ze te weten wat er buiten de muren van het nachtverblijf gebeurt. Weten ze wanneer de verzorgers er zijn/komen en hebben ze een ragfijn onderling contact.
Ik geef via een beeld door dat de verzorgers zich niet meer tussen de olifanten mengen omdat er ongelukken zijn gebeurd en dan zie ik dat de verzorgers helemaal niet van belang zijn! De olifant laat zien dat alles draait om wat er op hun ‘olifantenlevel’ gebeurt. Mensen nemen daarin een enorm kleine plaats in. Mocht er onderling wat zijn tussen de olifanten dan houden ze totaal geen rekening met de fysieke aanwezigheid van een mens. Vertrapping of iets dergelijks van mensen is dan niet meer dan een tak vertrappen die toevallig in de weg ligt. ‘Het speelt zich allemaal af op ons communicatieniveau.’
Ik ben werkelijk onder de indruk van de grootte van hun onderling (be)leven. De olifant laat zien dat de rol van de mens/verzorger zó klein is. Ik meen te moeten opmerken dat er toch heel wat mensen om hen heen zijn die zich een slag in de rondte werken om hun verblijf goed te maken. ‘Mensen leggen voedsel neer maar zijn van zo weinig betekenis voor ons.’ Ik geef haar via beeld en gevoel door dat het me schokkend lijkt om te horen als verzorger, als je met zoveel liefde voor die dieren werkt.
‘Maar je laat mij wel een kijkje nemen bij je,’ merk ik dan een beetje verbaasd op. ‘Ik neem ook een kijkje bij jou,’ is meteen het antwoord. Ik weet inmiddels dat op dit niveau van communiceren er inderdaad een wederzijdse uitwisseling is. En onbewust denk ik aan wat mijn intenties zijn om dit soort contacten aan te gaan. ‘Intenties laten zich niet verwoorden,’ hoor ik er pats boem overheen. Een lekker bijdehand dier…

Over goed, slecht en schuldgevoel

Deze foto is gemaakt op het moment dat alle andere chimpansees door de hitte voor pampus lagen. Deze chimp zat echter met een stokje blaadjes achter het hek vandaan te trekken.
Als ik contact met haar zoek, begint ze enthousiast heen en weer te rennen in mijn beeld. Ze heeft kennelijk wel zin in een gesprekje.
Ik herinner me ineens dat ik van iemand hoorde dat ze met een cursusgroep naar deze dierentuin waren geweest om contact te zoeken met dieren. ‘Hebben mensen wel vaker op deze manier contact gezocht?’ vraag ik. Dat beaamt de chimpansee en ze voegt eraan toe: ‘Ik speel met ze. Ze nemen zichzelf zo serieus.’ Daar moet ik om lachen en de chimp vraagt me waarom ik contact zoek. ‘Nou,’ antwoord ik, ‘ik hoop dat mensen kunnen leren van dieren.’ Meteen realiseer ik me dat weinig mensen luisteren naar deze vorm van communicatie. Deze week schreef een vriendin dat de wereld tot nu toe nog niet op de kop heeft gestaan van een diergesprek. Het zou toch tijd worden dat dat wel gebeurt, dacht ik toen.
‘Bij mensen ligt er zo’n chaos, zo’n hoop ballast om ze heen,’ vertelt de chimpansee. ‘Dieren hebben die franje niet.’ Ze vindt dieren puur. Ze reageren meteen.
Ik wil heel graag meer van haar weten maar ben door het gesprek met een python, dat ik net afgesloten heb, erg omlaag getrokken qua energie. Ik kom met de chimpansee overeen dat ik eerst koffie ga drinken en dan terugkom voor een gesprek over goed en slecht en schuldgevoelens.

Deze chimpansee voelt zich belangrijk dat ik met haar praat en gaat er lekker voor zitten. Ik weet overigens niet eens of het een mannetje of vrouwtje is maar het zal me niet verbazen als het een vrouwtje is.
We gaan het hebben over goed en slecht en de chimpansee vertelt: ‘Wij hebben ons aan regels/omgangscodes te houden. Anders worden we meteen afgestraft. Spelen (uitdagen) mag, kwaad doen niet.’ Ze laat weten dat het bij kwaad doen/overtredingen hard tegen hard is. Er kan dan genadeloos gemept worden en de sterkste wint. Bij wangedrag wordt je uit de groep ‘geslagen’. ‘Natuurlijk mag je terugkomen,’ vervolgt ze. ‘Als je je weer gedraagt en je voegt naar de groepsregels.’
Ze laat het beeld zien dat de groep een vierkant is dat stevig staat. Bij wangedrag lig je er buiten. Ik laat zien dat mensen door eigen gedrag ook buiten de groep kunnen komen te staan. Wij zijn dan in staat om kritisch naar onszelf te kijken. De chimpansee laat meteen weten dat mensen dan gaan draaien: er komt zelfmedelijden bij, ze gaan excuses bedenken om zichzelf goed te praten, een hoop ge-ja-maar en meer vaag gedoe. ‘Apen willen maar één ding: terug in die groep. Die groep is rechtvaardig, biedt veiligheid en geborgenheid.’
Waar apen over de grens zijn gegaan, zich te groot hebben gemaakt, moeten ze weer inkrimpen om in de groep te passen. Ze laat weten dat de ene aap vaker even uit de groep ligt dan de ander. Dat ligt aan het karakter van het dier en de ondernemendheid/avontuurlijkheid. En of het dier graag grensverleggend bezig is of niet. ‘Sommigen zijn erg gedwee, braaf, passen zich aan. Wie zich te groot wil maken, krijgt klappen.’
Hoe zit het met schuldgevoel, wil ik weten. ‘Geen schuldgevoel,’ hoor ik stellig. ‘Fout bestaat niet. Je kan altijd terug in de groep, mits je je aanpast.’