Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Wie is van wie? Met Kaila in gesprek

Er is intussen zoveel gebeurd dat ik niet kan wachten om een gesprek met Kaila te hebben en er een blog over te schrijven. De afgelopen weken zat ik nog in de revalidatie van mijn knie operatie, overigens nog steeds, ik zit in week vijf. Ik doe dat nog steeds geheel alleen en laat mijn hond dus ook drie keer per dag alleen uit. Tweemaal met de scootmobiel en ’s avonds met mijn rollator.

Op een avond twee weken geleden waren Kaila en ik om kwart voor elf even buiten voor een plasje. Kaila zat net te plassen en zag een kat en sprintte weg, maar ik had de lijn nog vast en werd totaal omver getrokken en ik viel languit op straat. In de verte hoorde ik Kaila met de oprolriem achter haar aan nog steeds rennen. Ik ben eerst heel stil blijven liggen, al mijn ledematen voelend, iets gebroken? Nee, zo voelt het niet, iets gekneusd? Niet ernstig zo te voelen. Verdere schade door schaafwonden? Ook niet. OK, ik ben er genadig vanaf gekomen. Maar hoe nu verder? Ik kon op mijn billen gaan zitten, maar kon niet bedenken hoe ik met mijn net geopereerde knie overeind kon komen zonder mijn knie ernstig te beschadigen. Eerst maar eens kijken waar Kaila was. Ze zat op drie meter afstand van mij te wachten en durfde niet dichterbij te komen, ook als ik haar riep kwam ze niet. Voelde ze zich schuldig? Vermoedelijk wel. Was ik boos? Nee totaal niet. Maar dat zou ik haar toch snel moeten laten weten. Maar ja, eerst moest ik van straat komen en weer thuis.

Ik was eruit, ik zou niet zelf overeind kunnen komen maar er kwam ook niemand langs die me zou kunnen helpen. Om kwart over elf heb ik een jongere buurman gebeld waar ik nog licht zag branden, die aarzelend opnam. Ik vroeg hem of hij mij, praktisch voor de deur zou kunnen oprapen van straat. Hij was in een mum van tijd buiten en pakte me onder mijn armen en hees me in een keer overeind, waarna ik achter mijn rollator weer gewoon naar huis kon lopen. Kaila had de buurman enthousiast begroet en durfde weer met me mee te komen. Wel tijd voor een gesprek om haar gerust te stellen. Later heb ik voor het eerst van mijn leven voor de buurman een appeltaart gebakken, hetgeen erg op prijs werd gesteld.

M: Lieve Kaila, ik ben niet boos en niet teleurgesteld, dit soort dingen kunnen gebeuren. Gelukkig zijn we allebei met de schrik vrijgekomen. Hoe voelde dit voor jou?
K: Afschuwelijk. Ik had niets door. Ik zag een kat en moest daar natuurlijk achteraan. Me totaal niet bewust van het feit dat jij de riem niet los kon laten en dat ik je helemaal meetrok, waardoor je viel. Ik zat nog een hele tijd achter die kat aan en toen ik weer terugkwam, zag ik je op de grond liggen. Ik schrok heel erg, ik dacht dat je ernstig gewond was en durfde niet bij je in de buurt te komen. Ik had ook totaal geen idee wat ik moest doen. Gelukkig zag ik je na verloop van tijd gaan zitten, maar daar bleef het bij. Toen riep je mij. En ik durfde niet naar je toe te komen, want ik wist niet wat ik kon doen. Ik zou hard kunnen gaan blaffen of gaan janken of mensen erbij halen. Maar het was donker en nergens iemand te bekennen. Ik was behoorlijk radeloos.
M: Ja, zo bleven we een tijdje zitten, jij op afstand van mij en dat vond ik moeilijk, ook omdat je achter me zat en je probeerde ook buiten mijn beeld te blijven had ik het gevoel.
K: Eigenlijk was dat wel een beetje zo, het liefst was ik er niet geweest.
M: Maar goed toen kwam de buurman en die heb je meteen enthousiast begroet.
K: Ja, hij is een hele aardige man en hoort bij de roedel van het huis. Hij hielp je meteen overeind en daarna liep je weer, een beetje mank, maar je liep weer gewoon. Ik was erg opgelucht. Ik was even bang dat ik weg zou moeten omdat jij niet meer voor me zou kunnen zorgen.
M: Ik moet eerlijk bekennen daar was ik ook even bang voor, maar alles is goed gekomen.
K: Tijdens dat gesprek zei jij dat het baasje dan niet meer voor je had kunnen zorgen. Maar ik vind dat jij niet mijn baas bent, we zijn gelijkwaardig. Ik ben niet van jou, jij bent niet van mij, we zijn allebei een eigen individu. Daarbij is het niet van belang dat ik afhankelijk ben van jou voor eten en uitlaten en al dat soort dingen, als ook liefde en genegenheid. Maar dat betekent niet dat ik van jou ben.
M: Eigenlijk ben ik het met je eens, sorry dat ik mijzelf het baasje noemde, je bent zeker ook een geheel eigen individu en dat laat je me regelmatig merken met je gedrag. Ik keur dat niet af, maar geniet daar meestal wel van. Dus geen zorgen.
K: Dank je dat is voor mij belangrijk.

Enkele dagen later rijden/lopen we naar de hei met mijn scootmobiel. Kaila loopt netjes naast me, ze ziet een kat en neemt een sprint van ca. 10 cm en houdt meteen daarna in en loopt keurig naast de scootmobiel verder. Ik was onder de indruk van haar gedrag.

Helaas bleef dat niet zo. Enkele dagen later rijden/lopen we door een straat waar veel katten gewend zijn gewoon midden op straat te zitten en dus wordt Kaila geregeld geconfronteerd met katten. En ja, haar hondzijn wint het van haar discipline. Maar ze krijgt me niet uit de scootmobiel getrokken, dat gaat gelukkig niet. Ik laat Kaila nu ook ’s avonds voor het kleine plasje uit met de scootmobiel, voor mijn eigen veiligheid.

Inmiddels zijn we weer een week verder en lopen Kaila en ik ’s avonds gewoon samen, zonder scootmobiel of rollator, Kaila aan de lijn, om een plasje te doen, ik kan al redelijke stukken goed lopen.

260928

Wat kom je doen?

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, vorig jaar rond deze tijd zweefde er ’s avonds een vleermuis boven mijn eettafel. Na een zonnige dag zat ik daar ’s avonds nog even te relaxen met een kop thee en een muziekprogramma op de laptop.

Ik was totaal niet op voorbereid op dit bezoek. Vanuit mijn ooghoek zag ik ‘m van links komen aanzweven. Pas toen hij heel rustig langs mijn hoofd gleed, zag ik dat het een vleermuis was. Wát een groot dier, zo op ooghoogte.

Vleermuis binnen

Ik was totaal verbouwereerd. Mijn menselijke ingeving was ‘hij zal wel naar buiten willen’. Zonder aarzelen deed ik het weinige licht dat ik aan had uit en de buitenlamp aan. Vervolgens deed ik de keukendeur en het raam open en liet hem een kwartiertje zijn gang gaan. Ik dacht – en hoopte – dat hij zijn vrijheid zou hervinden.

Maar nee hoor. Daar was de vleermuis weer. Nu wat drukker om mijn hoofd heen fladderend. Het begon me ineens te dagen dat hij misschien wel een doel had. Maar wat kwam hij doen?

Ik heb hem dat gevraagd en zijn antwoorden verrasten mij. Ik neem jullie mee in zijn verhaal.

Energetische poetsbeurt

B: Dag Vleermuis, mag ik contact met je maken?
V: Nou, ik ben net even druk.
B: Ja, dat zie ik. Wat kom je doen?
V: Ik zweef, cirkel en fladder door jouw energiesysteem. Ik match mijn radar met jouw radar.
B: Eh… ?
V: Zo maak ik nog meer openingen en ruimte voor de ingevingen, die je toch al had. Zodoende kun je meer informatie ontvangen en doorgeven als medium en dierentolk. Zie het als een energetische poetsbeurt.

Ik voelde me vereerd. De samenwerking met dieren is wonderlijk.

Belangrijke vraag

B: Wat fijn! Wat lief! Maar waarom doe je dat binnen?
V: Dat is een belangrijke en goede vraag. Ik ben graag bij je. Wij, de dieren, zijn graag bij je.

Wat schattig, dacht ik nog. Maar ineens begon ik te beseffen dat hij zei dat de dieren graag bij me zijn.

V: Goed dat je het tot je door laat dringen. Begrijp je het nu? Veel dieren komen heel dicht bij jou. Wolven, reeën, vossen, dassen, marters, zwarte spechten en zelfs de oehoe in het bos. Ze laten zich niet alleen zien, maar lopen of vliegen hele stukken met je mee op. Als je in je loggia zit, komt de reuzelibelle gewoon naast je zitten. In je vijver zitten niet alleen vissen en kikkers, maar ook de slang laat zich daar geregeld zien. Dat doet de slang niet zomaar. En ik kan zo wel even doorgaan.

De vleermuis heeft beslist een punt. Ik zie en hoor inderdaad overal dieren en inderdaad tonen ze dan weinig schuwheid. Ik vertel daar wel eens over, vrij nuchter, en krijg dan vaak verbaasde (ook wel eens ongelovige) blikken over al die dierenpracht om me heen.

V: Ja, Barbette, we zijn heel graag bij je. Je bent ons dierbaar.

Niet alleen

Daar schiet ik van vol… Juist die avond had ik voor mezelf de vraag of ik tot in lengte van jaren ‘single’ blijf. Voor het goede begrip: ik voel me totaal niet eenzaam of alleen, hoor! Het was meer een realisatie dat het leven gewoon goed is zoals het is. En net tóen kwam de vleermuis.

V: Je bent verbonden met je natuur en de natuur. We leven het leven samen. Elk op onze eigen manier. En daarom zijn we zo graag bij je. Je bent sowieso niet alleen. Dat kwam ik even zeggen. Nou, daag.

En weg fladderde de vleermuis.

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, wat verhelderend. Ik heb er niets aan toe te voegen en geniet van dit heel grote cadeau.

Kun je me horen?

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, drie weken geleden overleed mijn moeder onverwacht.
Jo is 89 jaar geworden. Ze vond het leven na een CVA en met dementie niet meer zo leuk. Ze wilde graag naar Bart. Bart is mijn vader die in 2017 overleed. Ze heeft het nog een hele tijd volgehouden. Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan.

Ook aan mijn zorgtaken komt nu een einde. Ik heb die jarenlang gehad voor verschillende mensen, die inmiddels allemaal gingen. Ik heb het met liefde gedaan, maar voel nu de aantocht van een nieuwe tijd. Een nieuwe fase. Ik ben daar ook nieuwsgierig naar, tussen de vlagen van verdriet en gemis door.

Lanterfanten

Gisterenmorgen werd ik wakker geschud door een klein dier dat ik weinig zie. Er zat namelijk tussen het eerste en tweede kopje koffie ineens een oorwurm in mijn koffiemachine. Ik moest glimlachen. Normaal mediteer ik tussen het eerste en tweede kopje koffie. Als ik dat ’s morgens niet doe, dan stel ik het uit. En van uitstel komt afstel.

Zo ook de laatste tijd rondom mijn moeders overlijden. Zoveel te regelen, ook een beetje werken, plus mezelf nu even wat lanterfantertijd gunnen. Als compensatie voor de adrenaline. Maar dit lanterfanten brengt me niet echt bij mezelf, zo merkte ik al. Ik kan dus wel raden waar de oorwurm het over wil hebben en besloot het gesprek aan te gaan.

Waar ben je mee bezig?

B: Hallo oorwurm, mag ik contact met je maken?
O: Hé hoi, kun je me horen?
B: Ja. Ik hoor je, oorwurm.
O: Dat komt goed uit, want ik heb wat te vertellen.
B: Ik ben benieuwd. Zo’n kans komt niet vaak voorbij; een oorwurm in huis. Nota bene in de koffiemachine in mijn meditatietijd.
O: Dat wilde ik je vertellen. Die transformatie van jou, hè. Die heb je niet voor niets in gang gezet en doorgemaakt. Wat ben je nu aan het doen? Zit je te lanterfanten? Waarom ga je niet door met al die goede stappen en belangrijke dingen? Waar ben je mee bezig?

Tja, waar ben ik eigenlijk mee bezig…

B: Nou, de meditatie is even wat ad-hocerig geworden. Ik loop – alweer – een beetje achter met mijn werk. Ik besteed wat minder aandacht aan huis en tuin. Ik doe ook wat minder consulten voor mensen en voor dieren. Laat appjes onbeantwoord.
O: Wat brengt het je? Helemaal niets. Geen zorgtaken meer? Zorg eens voor wat je echt belangrijk vindt, tante Betje. De nieuwe tijd is niet in aantocht, die is er al lang! Die zit in jou. En je lanterfantert maar wat voor je uit. Wat schiet je daarmee op? Hoe lang ga je daar nog mee door? Vier het leven. Doe leuke dingen. Waar wacht je nog op?

Zorgen voor wat echt belangrijk is

De oorwurm slaat de spijker op zijn kop. Zorgen voor wat belangrijk is, is heerlijk. Dat zijn mensen en dieren en het contact daarmee. Dat is mijn leefomgeving; van een beetje poetsen en wieden knap ik altijd op. En van elke dag aan iets een steentje bijdragen. En ook van elke dag voldoende water drinken en ’s morgens even mediteren. En eerlijk, als ik dit met een rustig gangetje erin houd, dan heb ik helemaal geen behoefte aan lanterfanten. Dan houd ik overzicht, ben ik betrouwbaar en vol vertrouwen.

O: Dus ik vraag je: kun je me hóren?
B: Luid en duidelijk. Weer normaal doen. Goed punt. Dank je wel, oorwurm.

Af-leiding
Lieve AnimalTalks-liefhebbers, wat fijn, deze raadgever en steun. Hij bracht me even terug bij mezelf. Precies wat ik nodig had in de turbulentie rondom het overlijden van Jo. Jezelf gunnen wat belangrijk is, dat ís de doorgaande transformatie. Niet af-leiding. En dat kwam de oorwurm me even vertellen. In mijn onbenutte meditatietijd. Vandaag heb ik weer even gemediteerd, tussen het eerste en tweede kopje koffie. Ik had een heerlijke dag!

Kaila en dat enge ding

Ik ben afgelopen week geopereerd aan mijn artrose knie en in dat kader heb ik een halve nieuwe knie gekregen. Uiteraard gaat daar een heel proces aan vooraf. Ik ben al maanden aan strompelen tijdens de wandelingen met Kaila. We hebben ons aangeleerd om bij de wandeling zo snel mogelijk een bankje te zoeken in het bos of op de hei en daar ga ik dan op zitten en Kaila mag rondsnuffelen en maakt soms ook haar eigen wandelingen, want het is een eigenwijze en zeer zelfstandige hond. Zoals de hond is, zo is ook de mens, eigenwijs en zeer zelfstandig. Dus had ik vooraf een scootmobiel gehuurd om toch nog Kaila dagelijks zelf uit te kunnen laten, een week vooraf om te oefenen. Liefdevol noemde ik de scootmobiel scootie.
Nou Kaila moest niets van dat vreemde ding hebben dat naast de eettafel stond geparkeerd. Ze wilde er met de nodige snoepjes wel een keer met twee poten op gaan staan, maar dat was het maximaal haalbare. In huis rondjes rijden maakte Kaila stik nerveus.
Ik kwam na de operatie thuis en dan kwam toch het moment dat we samen erop uit moesten, maar ze weigerde. Ik besloot tot een indringend gesprek.

M: Wat maakt het dat jij zo bang bent voor scootie?
K: Dat ding is eng en zoomt en ineens gaat het ergens heen, vooruit of achteruit, ik heb geen idee waarheen en jij zit erop, doet moeilijk met opstappen, dus vind jij het ook eng. En het is wel erg groot.
M: Jij bent toch een grote hond en bent helemaal niet snel bang, waarom dan nu wel?
K: Dat ding is groot, ik wil bij je in de buurt blijven maar dan rijdt dat ding zowat over me heen. En in de lift is er geen plaats voor dat ding en mij, nou ja, bijna niet. Ik moet steeds opzij springen.
M: Het spijt me dat je dit zo’n eng ding vindt, maar dan hebben we toch een ernstig probleem. Ik heb dat enge ding nodig om jou uit te kunnen laten, want ik kan nog een tijdje niet ver genoeg lopen. Dat betekent dat we dat samen met Scootie moeten doen of dat ik je niet kan uitlaten en dan moet je waarschijnlijk uit logeren voor een tijdje. Dat willen we allebei niet.
K: Oei, daar leg je me wel even druk op. Mag ik daar over nadenken?

Zo gezegd, zo gedaan. We hadden dat gesprek in de avond en Kaila had een onrustige nacht, ik dus ook. De volgende ochtend maakte ik scootie gereed, Kaila stond steeds naast me en ik maakte haar riem vast, want we starten in het dorpscentrum en moeten een eindje naar de hei wandelen/rijden. We reden de lift in, natuurlijk een heel gedoe om de deuren van het appartement en de voordeur van ons trappenhuis te passeren en vervolgens konden we op weg. Kaila had haar keuze gemaakt. Ze ging niet tussen mijn benen zitten wat ik de handigste methode vond maar liep als een professional naast me terwijl ik in scootie naar de hei reed. Daar kon ze meteen los en op haar eigen vertrouwde wijze wandelen en zwerven enzovoort. Maar dat deed ze wel even maar ze liet me geen moment uit het oog, ze hield me in de gaten en verdedigde me tegen alles en iedereen die nabij kwam. Dat was niet nodig maar in haar ogen ben ik kwetsbaar en moet je dus uit de buurt blijven.
We lopen/rijden nu al weer enkele dagen op deze manier. Ze heeft haar keuze gemaakt en als we het complex uitgaan of weer naar binnen, zij neemt de trap en ik ga met scootie in de lift!
Nog even een korte evaluatie.

M: Kaila hoe vind je dat het gaat met scootie?
K: Het appartement en het gebouw uitkomen vind ik een gedoe met al die dichtklappende deuren. Dus daar blijf ik het liefs zo ver mogelijk vandaan en dat hebben we nu goed onder controle dat ik de trap neem en jij de lift.
M: Dat vind ik een hele slimme keuze van je.
K: De weg naar de wandeling op de hei gaat goed, jij rijdt weliswaar stevig door en ik moet een beetje in versnelde pas naast je lopen, maar dat geeft mij weinig ruimte voor afleiding en dat is ook goed. En als we dan met de wandelvrienden op de hei zijn, is het genieten. Rennen, hollen en blaffen, ik kan me helemaal uitleven. Dan weer die saaie iets te snelle weg naar huis en dan zijn we weer thuis. Ja, dat gaat allemaal goed. Ik ben lekker moe als we thuis zijn en geniet dan van mijn rust.
M: Jij kan dit nog wel een tijdje volhouden zo?
K: Ik blijf dat ding eng vinden en ik denk niet dat dat zal veranderen. Maar zo wandelen is best vol te houden. En ik krijg meer dan genoeg beweging. Dus geen echte klachten.
M: Mooi zo.

260902

Spirituele omgang met bomenonderhoud

Ik ben beheerder van een mooi landgoed waar een spirituele stichting is gevestigd en daar haar activiteiten uitvoert. Helaas is er een strijd uitgebroken tussen bestuur en de mensen die het bos onderhouden. Het spitst zich toe op de renovatie van een bijzondere tuin.

In het verleden heb ik met deze bomen gesproken hoe we dat het beste konden aanpakken. De tuin is namelijk ontworpen volgens een bepaald principe met een groot aantal coniferen die nu, honderd jaar later, zeer uit de kluiten zijn gewassen en het tuinontwerp niet meer herkenbaar laten zijn. De coniferen moeten plaats maken voor kleinere exemplaren om weer in het oorspronkelijke ontwerp te passen. Toen hebben de coniferen mij gezegd dat de mooiste methode is om aan te kondigen dat we ze gaan kappen en vervangen door nieuwe kleinere exemplaren twee jaar voor de werkelijke kap. En om er vast kleine jonge boompjes bij te zetten, zodat de boomgeesten alle tijd hebben om te verhuizen naar de nieuwe coniferen. Het zou mooi zijn als die overgang twee jaar zou kunnen duren.

Het bestuur heeft een zorgvuldige afweging laten maken door een helderziende, die vooral op engelen gericht is. De keus werd gemaakt om alle coniferen in één keer te kappen en de wortels eruit te vrezen en dan nieuwe coniferen te planten. Mooi is om te zien dat een deel van de coniferen reeds aan hun afstervingsproces begonnen was. Dus door ze de tijd te geven zou het hebben kunnen werken. De coniferen hebben me laten weten dat dit niet de mooiste manier is, maar dat ze het accepteren en de harmonie belangrijker vinden dan hun welzijn.

Er is nog een ander punt. Iemand van het bestuur is met een bedrijf die bomen kapt door het bos gelopen en heeft een groot aantal bomen (ik schat ca. 80 bomen) aangemerkt als te kappen of grote dode delen eruit te halen. Door het bos lopend geven de bomen mij aan dat ze dit wel heel plotseling vinden en vragen ze tijd om hier aan te wennen en hun eigen voorbereidingen te treffen. Van dat grote aantal bomen is bijna de helft dood, zou geen probleem mogen zijn, maar is het wel, en de andere helft zijn bomen die bosbouwkundig het moeilijk hebben. Bijvoorbeeld een hele smalle esdoorn die het onder een beuk gered heeft om ook een plekje licht te krijgen bijvoorbeeld. Dit soort struggelaars, echte overlevers, worden nu ook gekapt en een enkele grote boom omdat hij licht wegneemt uit de meditatie tuin. De bomen vragen respijt, geef ze de tijd om te wennen aan het idee dat ze gekapt worden. Maar ook hier geldt, harmonie is belangrijker dan wat er uiteindelijk besloten wordt, vinden de bomen.

Ik begreep iets niet van de dode bomen die toch een probleem zijn om te kappen. Mij werd duidelijk gemaakt dat dit komt omdat dode bomen vol leven kunnen zitten. Leven van insecten en vogels die er in nestelen, maar ook leven van boomgeesten die zich erin gevestigd hebben. Je kunt dode bomen die belevendigd zijn door een boomgeest herkennen doordat ze veelal nog recht overeind staan, terwijl ze eigenlijk hadden kunnen en moeten omvallen. Er staan op het terrein een aantal van dit soort door boomgeesten belevendigde bomen, zoals de bekende beuk in de beukenlaan bij de tennisbaan en enkele tamme kastanjes. Er zijn er veel meer, maar dit zijn degene die ik (M) ken.

Later leerde ik in het bos dat bomen die dood lijken, helemaal nog niet dood zijn. Zo’n afstervingsproces kan tientallen jaren duren en zolang kan een schijnbare dode boom overeind blijven staan. Uiteraard zijn die bomen wel kwetsbaarder voor stormen en andere schadelijke invloeden als parasieten.

We zijn nu zeven jaar verder en het is mogelijk een conclusie te trekken. De coniferen die in één keer vervangen werden vonden het moeilijk maar hebben zich erbij neergelegd omdat ze harmonie belangrijker vonden dan hun tijdelijke verdriet. Ruim 30% van de vervangende coniferen zijn niet aangeslagen en zijn opnieuw vervangen. De bomen eromheen meenden dat de boomgeesten die in de oude coniferen huisden, onvoldoende kans hebben gekregen de overstap naar de nieuwe jonge coniferen te maken. Dat kun je achteraf beschouwen als een gemiste kans.

Van de 80 bomen die op de nominatie stonden om gekapt te worden zijn er inderdaad enkele dode helaas gekapt. Ik zeg helaas want dode bomen en dood hout is ongelooflijk belangrijk voor een levendig bos. En goed voor de biodiversiteit. De rest van de bomen staat er voor het overgrote deel nog. Een enkeling is bezweken door een herfststorm en dat kan altijd gebeuren, dat hebben de bomen zelf ook niet in de hand.

Eén van de grote problemen bij bosbeheer is altijd de balans zien te vinden tussen veiligheid en ruimte geven aan ontwikkelingen. Je kunt met bomen communiceren en je krijgt reacties. Maar wat een boom je nooit kan vertellen is wanneer hij gevaarlijk is geworden voor zijn omgeving. Omdat ook bomen niet op kunnen tegen stormen. Zelfs kerngezonde bomen kunnen overweldigd worden door stormen waar ze niets tegen kunnen ondernemen.
191120 – 260819

Lesje loslaten – ga met de flow

M: Hyronimus, je liet je laatst weer nadrukkelijk zien, wil je me wat vertellen?
H: Nou het is al weer lang geleden en het leek me passend om weer eens te praten.
M: Mee eens. Waarom zie ik je alleen als ik de bossen in ga en zie ik je nooit nabij mijn huis in de buurt?
H: Dat is simpel, jij woont midden in het dorp, daar heb ik helemaal niets te zoeken. Mijn domein zijn de bossen en velden, geen steden. Dus als je me wilt zien, kom hierheen.
M: Dat ben ik van plan, maar de tegenstand is groot.
H: Daar wilde ik het wel even met je over hebben. Je weet dat als dingen niet soepel lopen, er iets niet goed zit. Dan loopt je niet in de pas met het Universum. En wat schort er bij jou aan? Je wilt teveel sturen en alles regelen, maar zo krijgt het Universum niet de kans je te helpen. Laat het los, laat het over, het komt wel goed als je los kunt laten.

Je weet dat als dingen niet soepel lopen, er iets niet goed zit. Dan loopt je niet in de pas met het Universum

M: Maar wat is goed?
H: De juiste oplossing voor je wensen en noden.
M: Maar welke oplossing?
H: Precies dat bedoel ik, je wilt weer het heft in handen nemen en bepalen welke oplossing het moet worden. Dat werkt zo niet.
M: Natuurlijk iedereen kent de les ‘ga met de flow’, maar als je iets graag wilt zul je je daarvoor moeten inspannen. Mijn grootmoeder, die in haar eentje vier zoons heeft opgevoed en dat deed door onder andere Staatsloten te verkopen, had een wijze uitspraak: ‘Je moet het geluk een kans geven’. Als je geen loten koopt, kun je ook niet winnen. En ik beschouw mijn inspanningen als loten kopen, je moet er wel wat voor doen.
H: Daar heb je volkomen gelijk in, maar je hebt nu wel genoeg loten gekocht, laat het even gebeuren. Wacht nu maar op de trekking.
M: Gemakkelijker gezegd dan gedaan.
H: Richt je even op een andere hobby.

Ik moest even met Kaila naar de dierenarts, altijd feest voor haar. Ze had een extra stempel in haar paspoort nodig. Ben inmiddels weer terug en we pakken het gesprek weer op.

H: Zo Eddy, je hebt je mind kunnen verzetten, wat word je nieuwe hobby om even de andere dingen los te laten?
M: Je bent er weer snel bij. Ik vind het moeilijk om nu ineens niets meer te doen en gewoon passief zitten afwachten. Dit project heeft het nodig dat er iemand aan trekt anders wordt het nooit wat.
H: Dat is precies wat ik bedoel, je kunt niet loslaten. En dat moet je doen om het project in zijn eigen flow te laten komen. Die kun jij nu niet forceren.
M: OK, ik ga vrijdag voor een weekje met vakantie met Kaila en mijn kinderen en kleinkinderen. In die periode zal ik geen acties ondernemen.
H: Dat is niet genoeg, je blijft er wel aan denken en daarmee blokkeer je alles. Je moet nu echt even helemaal alles loslaten, zelfs niet (te veel) over denken. Er moet zich iets in het Universum manifesteren en dat blokkeer jij door maar door te blijven gaan en nog weer een keer ergens anders te gaan trekken. Was allemaal zinvol, je hebt er ook veel door bereikt, maar nu moet je loslaten, echt loslaten.

Er moet zich iets in het Universum manifesteren en dat blokkeer jij door maar door te blijven gaan

M: Ik heb je goed gehoord en ik begrijp het, maar het is oh zo moeilijk. Ik ga mijn best doen.
H: Dat is niet voldoende, je moet het gewoon doen.
M: Jeetje wat ben jij toch altijd streng voor mij. Maar dank je wel voor dit gesprek.
H: Heb je jezelf nu echt voorgenomen om los te laten?
M: Ja.
H: Dan wens ik je een fijne week weg. Succes.

En zo ken ik Hyronimus, altijd het laatste woord, een geweldige leermeester, maar zo streng.

Het rake lesje van de wolf

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, een week of wat terug kwam ik tijdens een vroege avondwandeling de wolf weer tegen. Omdat ik in het bos woon, zie ik hem met regelmaat. De eerste keer stak hij vlak voor mijn neus een geitenpaadje over waar ik met Maya liep. Eenmaal overgestoken bleef hij staan om naar me te kijken.

Een andere keer, tijdens een late avondwandeling, zat er een goudjakhals (een kleine wolfachtige) ineengedoken in de berm naar me te kijken. Ik scheen nota bene met een zaklamp in zijn gezicht. Weliswaar per ongeluk, want ik zocht Maya, maar toch. En pas stond er plotseling weer een wolf naast me, terwijl ik al mijmerend de ‘ski-helling’ in Leersum (ja, die bestaat) naar beneden afliep.

De ontmoeting
Ik merkte de wolf op, omdat ik zijn voetjes in het knisperende gebladerte hoorde wegdraaien van het pad. Ik hoorde maar drie stappen, en het plotselinge ophouden van het lichtvoetige geritsel maakte me alert. Wat is daar? Een ree tippelt meestal verder door, dieper het bos in, om van een grotere afstand te kijken. Maar deze wolf bleef na drie stappen stilstaan tussen de bomen en struiken.

Ik zag hem meteen staan, hoewel hij bijna volledig opging in de kleuren van het bos. Hij had zijn staart naar het pad gekeerd en zijn schouders en kop half naar mij toegedraaid. Zo keek hij me van opzij aan. In stilte hadden we even contact.

De stilte werd echter verbroken doordat Maya nogal speels naar de wolf ging blaffen. Ik vond dit te uitdagend en ongepast voor de situatie. De stilte voelde veilig en de ontstane onrust niet. Daarom besloot ik met een wijdere omtrek dan normaal de route naar huis te kiezen. En ook om mijn eveneens in het bos wonende buren te appen over deze ontmoeting. Maar toen ik zijn lichtvoetige geritsel ineens weer achter me hoorde, liepen we meteen door naar huis.

Vandaag zocht ik opnieuw contact met de wolf en besloot ik om deze blog te schrijven.

In gesprek met de wolf
B (Barbette): Dag Wolf, mag ik nog even contact met je maken?
[De wolf knikt vriendelijk.]
B: Waarom kwam ik je tegen?
W (wolf): Ik wilde je alert maken.
B: Dat heb je gedaan. Ik zag je lopen en stilstaan. Je keek me aan, een beetje van opzij.
W: Ja, je bent een lief en liefdevol mens. Samen met je hondje. Je bent een healer. Van de natuur, en van nature.
B: Wat mooi dat je dat gezien hebt, een healer. En dat stuk van de natuur.
W: Dat is niet zo moeilijk te zien. Het is je trouwens al eerder gezegd, door het bos zelf.

Dat klopt. Mijn collega en vriendin Jordie hoorde dit van het bos, een jaar na de valwind in Leersum. Het was tijdens een ‘psychic sight seeing’ met een paar collega’s en oud studenten aan de healing en reading opleiding. Haar informatie betrof precies dit deel van het bos achter mijn huis. Bijzonder. Enfin, omdat ik van de dieren heb geleerd ‘not to beat about the bush’ kom ik meteen terzake.

B: Waar wilde je me alert op maken? Op jou?
W: Haha, je windt er ook geen doekjes om! Nee, je hoeft niet alert te zijn op mij. Op jezelf natuurlijk! In de dierenwereld kijkt iedereen eerst naar zichzelf. Er is wel samenwerking, maar zonder jezelf te vergeten.

Oh, ik voel al waar dit heen gaat. Er komt een lesje aan. En ook nog eens eentje waarvan ik dacht dat ik hem ondertussen écht al had geleerd. De wolf vindt kennelijk van niet.

W: Voel je hem? Jij hebt nog steeds de neiging om jezelf te vergeten. Je kunt veel aan, dus je trekt ook veel aan. Maar waar ligt jouw afbakening?
[Stilte]
W: Door mij de ruimte te gunnen, geef je jezelf ruimte. Door naar mij te kijken, een wolf in het bos die naar jou kijkt, kijk je naar jezelf. Wie ben ik? Wat doe ik? Wat verwacht ik in het hier en nu van mezelf? Op de antwoorden die je vindt, baseer je je keuzes. Je koos voor jezelf door mijn ruimte te respecteren en met een wijdere omtrek naar huis te gaan. Niet uit angst, maar vanuit herkennen, weten en voelen wat nodig is. Voor jezelf en voor je hondje. Dat was goed. Dat is wat ik je wilde laten ervaren.
[Weer stilte].
W: Toen je verderop stilstond om te appen – en dus weer met anderen bezig was in plaats van met jezelf – stond ik even achter je te ritselen. Om je opnieuw alert te maken op jezelf.
B: Ja, je attendeerde me erop dat ruimte maken nodig was en zo doende voor mezelf en voor Maya te kiezen. Voor stilte en een veilige route. Twee keer inderdaad. Ik vond dat appen achteraf zelf ook niet zo handig van me. Wat je op dat moment deed, was ‘leading from behind’. Onzichtbaar, maar zachtjes hoorbaar en voelbaar.
W: Ja, want jij hebt weinig nodig om weer op je eigen spoor te komen. Zoals je ook tegen je buurvrouw zei: ‘Als je elkaar over en weer respecteert, is er niet zoveel aan de hand.’ Je zei dit over jouw ontmoetingen met wolven van dichtbij, maar het is een diepe wijsheid die altijd geldt. Daarom vraag ik je: waar is jouw zelfrespect, als je jezelf zo gemakkelijk vergeet?

Ik voel me betrapt. Daar ga je dan met je goede gedrag en intenties. Maar de wolf heeft een punt, en ik besluit het te omarmen.

B: Oef, die raakt. Ik zat de afgelopen weken in een onverklaarbare ICT-crisis (die inmiddels is opgelost). Ik hield ternauwernood het hoofd boven water, want de verplichtingen lopen immers door. Veel stress. Ik vergat mezelf volledig, omdat mijn focus te veel naar buiten lag en te weinig naar binnen. Prompt werd ik ook nog ziek (en ben inmiddels weer beter). Het klopt, ik vergat mezelf. Ik besef dan onvoldoende dat ik daarmee mijn zelfrespect geweld aandoe. En als dat er niet is, kom je te traag uit zo’n onbeholpen toestand. Hoe vaak ga ik deze les nou nog leren…

Ik laat dit even op me inwerken. Ik ben er niet verrast over dat de wolf zo’n waardevolle boodschap voor me heeft.

B: Ik dacht dat je misschien welpjes had en jezelf daarom liet zien. Maar omdat ik twijfelde over dit motief, wilde ik contact met je leggen. Met wat je me nu vertelt, ben ik blij. Er zitten zoveel kanten aan deze les, met alsmaar diepere inzichten.
W: Dat doe je goed. Je loopt niet weg voor een lesje zelfkennis! Je bent voor mij een dankbaar doelwit. Zonder jouw alertheid en sensitiviteit had je me niet gehoord, niet gezien en had je mijn boodschap niet ontvangen. Je hebt al zeker vijf keer een wolf van dichtbij meegemaakt en je was nooit bang. Ik hou van jou en kijk graag naar je. Je hebt veel dierlijke kwaliteiten, en je beseft het niet eens. Want zelfs als je ons niet hoort of ziet, weet je toch dat we er zijn. Je voelt het. Je weet veel meer dan je van jezelf weet, maar dat is ook je onbewuste valkuil. Omdat ik van je houd als collega dier en collega leider, want dat ben je, wil ik je beschermen. Ik wil je attenderen op zelfliefde en zelfrespect als je het even dreigt te vergeten. En omdat dit thema openlijk mag worden uitgedragen, ben ik blij met dit gesprek en je besluit om er een blog aan te wijden. Zo geef je ook mijn stem de ruimte.
B: Dank je wel, Wolf. Fijn dit. Ik voel me vereerd en gesteund. Ik kijk nu ook anders aan tegen mijn eerdere ontmoetingen met wolven. Ik voel nu ook ineens veel rust vanbinnen, na de hectiek met de ICT en de doorlopende verplichtingen. Nogmaals dank.

De wolf vervolgt zijn weg na een bekrachtigende staartslag opzij. Met een rustig gangetje, precies zoals ik hem in eerdere ontmoetingen heb leren kennen.

Wees alert op jezelf
Lieve AnimalTalks-liefhebbers, wat is het in alle eerlijkheid toch uitdagend om elke drie weken een blog te schrijven. Telkens weer ontdek ik dat er in het contact met de dieren heel persoonlijke dingen worden blootgelegd. Waarom doe ik dit? Waarom stel ik me zo kwetsbaar op, nota bene zwart-op-wit en online?

Meteen ‘hoor’ ik het antwoord: via de ander leer je jezelf kennen. Ik nu via de wolf, en jullie wellicht via mij. Want ik ben vast niet de enige die dit rake lesje van de wolf kan gebruiken: wees alert op jezelf.

Veel dank voor jullie aandacht en een lieve, helende groet. Ook namens de wolf.

 

‘Je mag het ook anders zien’

Iemand vertelde me dat ze zijdelings bij een evenement van fokhonden was beland en alles van een afstandje had waargenomen. Ze zag hoe honden betast en bekeken werden, hoe ze netjes moesten lopen. Maar ook hoe de honden elkaar besnuffelden, hoe liefdevol en aandachtig de ‘eigenaren’ waren en hoe heerlijk de puppy’s speelden met elkaar.

Ze was wat in verwarring maar haar hoofdgedachte was toch wel: “Dit is toch niet normaal en goed.”

Daarop kreeg ze van de honden te horen: ‘Jij snapt er helemaal niks van!’

Ze kon niet vertrouwen op de info die ze van de honden doorkreeg en vroeg mij eens te kijken bij deze Briards.

Op het moment dat ik contact maak, komt er een grote reu naar voren en hij presenteert zich als King.

Hij laat weten dat zij het neusje van de zalm zijn. Ik moet meteen lachen om deze uitdrukking, want ik zie het kleine neusje meteen naast deze statige hond.

‘Wij zijn raszuiver,’ gaat de hond onverstoorbaar door. ‘En daar zijn we trots op.’

Hij laat zien dat hij trots is op de zuivere soort. Geen inmenging van andere rassen. Het betast en bekeken worden vindt hij niet erg.

‘De mensen hebben goede bedoelingen met ons. En ze willen goede karakters. Ze willen de lijn zuiver houden of weer terughalen.’

Net als degene die met de vraag kwam heb ik een beetje error in mijn hoofd. Ik denk onwillekeurig aan broodfokkers en mensen die veel verdienen met het fokken van honden.

Deze Briard legt uit dat ik het ook anders mag zien.

‘Zie het als verzamelaars: zij zijn helemaal gek op één ding, bijna geobsedeerd. Onze mensen zijn ook zo: ze willen het beste en het mooiste van ons ras.’

Ik vraag me af of er dwang achter zit. Ik moet denken aan een teckel die pertinent weigerde om zich door een bepaalde reu te laten dekken en mij onomwonden liet weten hoe ze over die reu dacht.

Deze King laat weten dat de honden die hier aan mee doen, het zelf ook willen. Als een hond niet geïnteresseerd is, andere interesses heeft, wordt er niet mee doorgefokt. Ze rangeren zichzelf uit (nogal een heftig woord, zoals ik het binnenkrijg, maar als ik het woord opzoek klopt het wel).

Ik help hem hopen dat het is zoals hij het voorstelt. ‘In mijn beleving/ervaring wel,’ antwoordt hij. ‘Wij zijn vol aandacht, wij zijn speciaal, zelfs een beetje koninklijk.’

Stiekem moet ik grinniken om hoe elitair hij zich opstelt. Kennelijk denk ik aan een vermengen van rassen want King haakt in: ‘Wij hebben ook gemixte vrienden, hoor. En dat is prima.’

Weer moet ik lachen om hem: hij doet ruimdenkend over minder raszuivere dieren.

‘Zie het als jullie mensen: er zijn er die zich prima voelen in galakleding.’

Meteen betrek ik het op mezelf en ik krijg gelijk een reactie: ‘Jij zou een geschikte mix zijn. Een rommelhond.’ Gek genoeg vat ik het nog op als compliment ook.

King laat mij vanuit zijn statigheid nog even zien dat zij ook heel veel spelen en eigenlijk ‘heel gewoon’ zijn. Het lijken me vreselijk leuke dieren, die Briards.

‘Oordeel niet zo snel over ons,’ krijg ik nog te horen van hem. En daarbij doelde hij op de aandachtige fokkerij.

 

Foto L. Russ via Pixabay

Wat een reusachtige boom Teddy en mij leerde over ruimte innemen

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, Teddy verhuisde ongeveer een jaar geleden met zijn mens naar een andere woning. Kennelijk voelt hij zich in de nieuwe woning erg op zijn gemak, maar buiten was hij nog niet geweest.

Zijn mens legde contact met mij om te vragen of Teddy er geen behoefte meer aan heeft om naar buiten te gaan. Wat houdt hem eventueel tegen en wat heeft hij nodig? Ik kende Teddy al van eerdere consulten en was hier zelf ook erg benieuwd naar.

Binnen is veilig
Allereerst laat Teddy merken dat hij het zeer naar zijn zin heeft in de nieuwe woning. Hij vindt het heel overzichtelijk en voelt zich er veilig. Hij laat zien dat hij inderdaad erg naar binnen gericht is. Hij geniet van zijn nieuwe plek.

Zijn mens vertelde dat hij de avond voor het consult voor het eerst een voetje op de drempel van de achterdeur heeft gezet. Zo ver in de richting van naar buiten was hij nog niet gegaan. Maar een stapje over de drempel deed hij niet. Ze wil erg graag weten wat er speelt en wat zijn wensen zijn.

Reusachtige boom
Ik vraag Teddy of hij mij hier informatie over wil geven. Meteen laat hij mij een reusachtige boom zien en voelen. De boom toont zich als een zich groot makende doelman die met gespreide armen zijn doel wil beschermen. Hoewel de boom duidelijk geen treurwilg is, voelt de energie sterk naar beneden gericht.

De boom ‘overschaduwt’ het buitengebeuren bij de woning met zijn energie. Niet eens zozeer met zijn takken en bladeren; het is er namelijk niet donker. Teddy laat mij voelen dat hij ontzag heeft voor deze boom. Dit ontzag belet hem om de tuin in te gaan. De tuin voelt overigens aan als een enigszins ommuurd terras.

Ik koppel dit terug aan zijn mens en haar moeder en vraag of zij de aanwezigheid van een grote boom herkennen. “Ja!”, roepen zij in koor. “Achter het plaatsje (dat is de tuin) staat een heel grote boom”, zegt zijn mens. “Veel te groot eigenlijk voor deze situatie”, zegt haar moeder, “maar wel mooi en inderdaad met heel brede takken.”

Ik ben Teddy dankbaar dat hij zulke duidelijke informatie geeft, waar ik op door kan vragen. Ik besluit later in het gesprek ook met de boom contact te leggen.

Kat en muis
Op dat moment laat de boom zien dat hij met Teddy een kat-en-muisspel speelt. Als Teddy naar buiten wil, richt de grote boom zijn aandacht op hem en dan trekt Teddy zich terug. Net zoals Teddy dat zelf doet wanneer een muis zijn holletje uit wil komen en zich uit de voeten maakt bij de eerste aanblik van Teddy. Er zit humor in deze boom.

Het is niet eens een kwaad bedoeld spel, zo merk ik aan Teddy. Nee, het ‘gebeurt gewoon’, alsof deze dynamiek een automatisme is voor deze boom. Teddy is weliswaar klein, maar normaal gesproken niet geïmponeerd door een grote boom.

Ik vraag of Teddy wel graag naar buiten zou willen. Hij geeft aan dat hij eerst graag het plaatsje wil verkennen en daarna ook wel aan de andere kant van het hekje wil rondkijken. Ik koppel dit terug aan zijn mens en zij vraagt wat Teddy daarvoor nodig heeft.

Teddy geeft meteen aan dat hij het plaatsje niet opgaat zolang de boom zo imposant blijft doen. Als tolk vind ik deze informatie veelzeggend. Teddy zegt namelijk niet dat de boom imposant is, maar imposant doet. En ook dat het aanvoelt als een automatisme. Misschien is de boom zich van deze dynamiek niet bewust, of betreft het een oud patroon. Ik besluit mijn aandacht te verleggen naar de boom en maak me aan hem kenbaar. Ik vraag of hij openstaat voor contact met mij en Teddy.

Ruimte maken
Ook naar mij toont de boom zich als een reusachtige doelman in een relatief klein doel. Het voelt voor mij alsof de boom met zijn energie als een klaterende regendouche of waterval vanuit zijn takken het hele plaatsje inneemt. Zijn neerwaarts gerichte energie voelt onvrij en verhindert Teddy om naar buiten te gaan. Het voelt ook alsof dit niets met Teddy, zijn mens of haar moeder te maken heeft.

Ik vertel dit aan de boom en vraag of hij ruimte kan maken voor Teddy. De boom snapt het meteen, is het ermee eens en past zich aan. Hij laat direct voelen en zien dat zijn takkenenergie nu vooral naar boven gaat. Zijn energie voelt nu meer als een sprankeling dan als een gordijn van water. Zo ontstaat er ruimte op het plaatsje.

Ineens voelt het plaatsje luchtig en opgeruimd. Er ontstaat vrijheid en een uitnodiging om het plaatsje op te gaan. De boom vertelt mij dat hij Teddy een erg leuk en interessant schepseltje vindt. Hij wilde hem niet beletten om zich vrij te voelen op zijn eigen perceel en maakt graag plaats voor hem. Teddy slaat met grote ogen gade wat er verandert in de energie en veiligheid buiten. En ik voel een innerlijke vrolijkheid over het tolken met mens, dier en plant.

Mentale lenigheid
Tegelijkertijd besef ik dat ik nu aan de mensen van Teddy moet verwoorden wat er zojuist heeft plaatsgevonden. Ik ben benieuwd of ze hiervoor openstaan. Contact met dieren is al een ding, en dan ook nog contact met planten!

Terwijl ik het verhaal uit de doeken doe, bevestigen de mensen dat de boom inderdaad heel breed uithangende takken heeft. En ook dat ze zich kunnen voorstellen dat dit te imposant is voor Teddy. Ik vraag hun om enige mentale lenigheid om van me aan te nemen dat de boom zijn takkenenergie heeft opgericht om ruimte te maken voor Teddy, en dat Teddy dit heeft zien en voelen gebeuren.

De mensen kunnen het gelukkig heel goed aannemen. Ze zijn hier blij mee en benieuwd of ze Teddy binnenkort buiten aantreffen. Nou, ikzelf ook! Daarmee ronden we het consult af en wensen we elkaar nog een fijne avond.

De volgende morgen
Om half 8 de volgende ochtend kreeg ik een WhatsApp-bericht van Teddy’s mens. Teddy was – na een jaar binnen te zijn gebleven – die ochtend naar buiten gegaan en inmiddels ook al buiten het hekje geweest! Hij kwam na 5 minuten gelukkig ook weer binnen, want zijn mens moest naar haar werk en wilde hem de eerste dag niet te lang buiten laten.

 

Wat ik met dit verhaal wil vertellen, is dat er niet zelden de volgende dag al effecten zichtbaar zijn van een dierencontact. Dit was ook de reflectie van de mens van Teddy, die aangaf dat zijn gedrag steeds een dag na een consult veranderde. Ik vind het fenomenaal hoe duidelijk dieren informatie kunnen aanreiken en direct tonen wat er speelt en wat er nodig is. In dit geval: ruimte nemen en ruimte geven.
Leerschool

Wat ik heb geleerd van zowel mijn docenten als de vele consulten, is dat er altijd een eyeopener in zit voor mezelf – en misschien ook voor jullie.
• Welke boom overschaduwt mijn (of jouw) vrijheid?
• Waar kan ik (of jij) ruimte innemen die eerder niet mogelijk leek?
• Welke stappen kan ik (of jij) buiten het hekje zetten?
Dank jullie wel, Teddy en boom, voor deze inspiratie! Wat een leerschool.

Naschrift
Totaal onverwacht zag ik eerder vandaag ineens een parallel met dit verhaal. Mijn ‘overhangende boom’ is mijn demente moeder. De onbewuste dynamiek en het oude patroon is dat ik mijn klaterende best ga doen. Zonder veel succes, wat veel mantelzorgers van dementerenden mogelijk herkennen. Hierdoor ging ik me onvrij voelen. Ook ik trek me dan graag terug in het comfort en de veiligheid rondom mijn huis en tuin.

De ruimte die ik vanmiddag heb gecreëerd, is meer externe hulp inzetten, zodat ik mijn ruimte als gewoon ‘dochter van’ kan innemen. Het kwartje viel een paar uur voordat ik deze blog ging schrijven. Straks ga ik Teddy en de boom bedanken voor hun inzichten over ruimte geven en ruimte nemen.

Slotvraag: Heeft jouw dier ook wel eens iets bijzonders laten zien na een consult of energetische verandering? Deel je ervaringen hieronder, ik geniet er altijd enorm van om die te lezen!
________________________________________

 

Boek: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief (en kuiken Piep)

Hoera, het boek is er! Universele rechten voor landbouwdieren. Eindelijk! Wat zou het mooi zijn als het boek overal gelezen wordt en er gehandeld wordt naar de inhoud! Mijn enthousiasme is groot, maar wat vinden de dieren?

Ik vraag het de koeien. Er verschijnt een flegmatische koe die mijn enthousiasme meteen meters naar beneden haalt met haar energie. ‘Wij stellen niet veel eisen,’ zegt ze. ‘Wij willen best geven, maar niet leeggetrokken worden.’ De koe laat zien dat alles rustig aan en op z’n tijd gaat. ‘Het boek zal ook langzaam z’n werk doen. Niet als een steen in het water die veel rimpeling in beweging zet. Maar als een continue zachte afgifte die op een gegeven moment wordt opgemerkt.’

Bah, dit was niet mijn idee van de uitwerking van het boek. Mijn enthousiasme is getemperd en kennelijk kijk ik de koe een beetje gedesillusioneerd aan. Ze wil me helpen: ‘Je moet dit boek langzaam tot je nemen, als een liksteen. Het duurt even maar dan is de steen toch op: geconsumeerd, verwerkt. Het heeft z’n dienst bewezen.’

Ik begrijp het beeld maar het is niet hoe ik wil dat het zal gaan. “Heb je nog wat toe te voegen?” vraag ik een beetje ongeduldig en chagrijnig. ‘Hang het maar op (de koe blijft de metafoor van de liksteen aanhouden) maar verwacht niet een snelle opname. Het gaat langzaam en geleidelijk.’

Dan naar de varkens. Als ik hen over het boek vertel zijn ze veel actiever: ‘Wij willen actie, gooi de hokken open, wij willen naar buiten!’ Ha, dit is meer mijn stijl. Ik voel wat meer aansluiting. We gaan naar de moedervarkens die in kooien liggen als ze hun jongen krijgen en hebben. ‘Je kunt niet anders dan je overgeven,’ zegt een varken. ‘Je kunt echt niet anders dan jezelf afstompen en er geestelijk niet meer zijn. Wij zijn voorwerpen geworden. Gooi alsjeblieft de hokken open! De weg van de geleidelijkheid gaat veel te langzaam. Het is geen leven, zo afgestompt moeten zijn.’

We delen even mijn ervaring van toen ik jaren geleden op een boerderij was waar de varkens in hokken opgepropt hun leven doorbrachten. Ik was twee maanden van slag. Ik heb niet het lef om me nu weer zo te verbinden met varkens in die positie. Ik kan alleen de hoop hebben dat het nieuw uitgekomen boek wél de steen is die in het water gegooid wordt en gigantische rimpelingen/bewegingen tot stand gaat brengen.

Omdat ik toch wat triestig word van hoe we met dieren omgaan (en dit kennelijk accepteren) gun ik mezelf ook wat leuks als compensatie: kuikentje Piep en hond Wilson.

Piep heeft een heel ander soort leven. Zij kwam als mogelijk bevrucht ei in handen van mijn vriendin die een broedmachine heeft. Piep kwam als enigste levend uit haar ei. Niet normaal, niet gangbaar, misschien niet wenselijk maar van dat alles trok Piep zich niks aan. Het leven was één groot feest. Mijn vriendin en haar hond waren er maar druk mee want zo’n kuikentje wil volop van het leven genieten en dat gaat niet als je stilletjes onder de warmtelamp gaat kniezen.

Een paar dagen nadat ik Piep live had gezien (ze wonen veel te ver weg…) maakte ik contact met haar via de diercommunicatie. Het was te verwachten dat ik een heel nieuwsgierig diertje trof, dat overal heen wilde en alles wilde ontdekken. Maar ze liet ook zien dat ze een verendek miste waar ze zich onder kon nestelen. En ze zat juist nu in de leerfase dus ik merkte op naar mijn vriendin dat ze wellicht andere kippen miste of nodig had.

Piep moest nog even wachten: er lagen nieuwe eieren in de broedmachine. In de tussentijd was Wilson surrogaat moeder. Piep zat lekker op zijn dikke hondenvacht.

Toen 10 dagen later de nieuwe kuikentjes er waren, deed Piep er niet veel op uit. Dat leek in tegenspraak te zijn met wat ik uit haar had weten te halen. Dus nog maar es contact maken met Piep en vragen hoe ze de kuikens en het nieuwe leven in de brouwerij ervaart. ‘Het is een heerlijk in solisme samenzijn,’ interpreteer ik de informatie die ze doorgeeft. Ik kijk op internet na of dat wel kan en lees dat het taalkundig gezien geen correcte en vloeiende zin is. Maar Piep en ik begrijpen elkaar precies. En mijn vriendin ook.

Het boek Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief is in elke boekwinkel te bestellen (ISBN 9789077326206). Het kan ook door mij een mail te sturen: piek@animaltalks.online (€ 27,50)

En wil je 27 mei bij de online boekpresentatie zijn, mail dan naar redactie@devrijemare.nl. Je ontvangt dan een link voor de presentatie die van 19.30 – 21.15 uur duurt.