Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

De eend

Op 21 september schreef ik een blog over een eend die bij mij aan boord kwam eten. Ik schreef dat ze een hangende snavel had maar inmiddels weet ik dat haar tong door de ondersnavel gezakt is waardoor haar tong steeds onder haar snavel hangt.

Het diertje komt nog steeds meerdere keren per dag eten. Terwijl ik in mijn praktijkruimte zit maak ik weer contact met haar.

“Waarom kom je niet hier? Dan kun je eten neerleggen,” hoor ik. Er worden snel beelden tussen ons uitgewisseld en vertaald komt het erop neer dat de eend vaak kwaakt en dat ik niet altijd kom. “Dan ben ik niet thuis,” leg ik de eend uit.

Ik heb een vraag aan de eend en dat is de reden dat ik nu weer contact opneem. Het valt me namelijk op dat zij vaak om voer vraagt maar als ik het neerleg komen er andere eenden en dan eten die alles op. Ze laat me zien dat die eenden sterker zijn en dat zij dan wijkt. “Ben jij de under-eend?” vraag ik. “Ik zoek andere wegen. Kan het niet rechtstreeks, dan via een omweg.” Ze lijkt er niet mee te zitten dat ze plaats moet maken en voelt zich niet minder. Ze zoekt dan inderdaad naar andere manieren om toch aan eten te komen. Het kan zijn dat ik stiekem voer neerleg op een speciaal plekje dat zij kent waardoor ze een voorsprong heeft op de andere eenden. Of ze komt als de meeste eenden niet in de buurt zijn. Zo scharrelt ze kennelijk toch voldoende bij elkaar.

Waarschijnlijk maak ik me er druk om dat ze anders is dan de andere eenden want ik hoor: “Ik ben wie ik ben en dat is goed.” “Maar als het nou kouder wordt … die hangende tong wordt misschien wel heel koud … ” “Maak je toch niet zo druk,” laat ze weten. Ik geloof dat ik een vermoeiende gesprekspartner ben als ik al die beren op de weg zie. Voor mij is het weer goed om mee te maken dat dieren van nature relaxed zijn. Ze leven op het moment en zien wel wat er komen gaat. Weer een mooi lesje voor vandaag om vast te houden. Want ik merk dat ik alweer zit te denken wat ik vanmiddag ga doen en dan kan ik daarvoor nog even dit en als ik dan ook nog even tussendoor dat doe dan … poeh, wat word ik eigenlijk moe van mezelf …

Koe over LHBTI

Ik loop op mijn dagelijkse wandelingen met onze hond vaak langs deze koe. Ze staan met z’n tweeën in een grote weide en vandaag spreekt de ene koe me aan.

K: Kunnen we even praten?
M: Ja, leuk, daar geniet ik van.
K: Ik zie je vaak langskomen en je kijkt altijd naar ons en hebt een mooie uitstraling, daarom dacht ik: kunnen we praten.
M: Ja, dat kan. Ben jij eigenlijk mannelijk of vrouwelijk?
K: Doet dat er toe?
M: Nee, helemaal niet, het is nieuwsgierigheid van mij.
K: Ik krijg de indruk dat er in de mensenwereld zo’n intolerantie is naar alles dat anders is. Maar laat ik je vertellen dat bij ons dat echt anders werkt. Wij koeien kunnen houden van elkaar, dat heeft niets met seksualiteit te maken en of je een mannetje of een vrouwtje of wat anders bent. Houden van is houden van, daar wil je mee samen zijn. Voortplanting is iets heel anders, dat doe je omdat dat een drang is, maar het heeft niets met liefde te maken. Daar komt bij dat op de wijze waarop wij koeien gehouden worden door mensen, voortplanting geen keuze is. Maar de liefde voor je baby natuurlijk wel, dat heb je in je zitten.
M: Dank je wel voor deze korte uiteenzetting. Dus al dat gedoe rond LHBTI speelt totaal niet bij dieren?
K: Los van dat ik jouw letters niet snap, maar ik begrijp dat ze met de verschillende vormen van seksualiteit te maken hebben, gaat het over afwijken van de ‘norm’. Dat is nu net het probleem. Er is geen norm, alles kan en mag in de liefde, dus is er ook geen afkeuring nodig, want liefde is iets heel moois, dat kan nooit afkeurenswaardig zijn.

Er is geen norm, alles kan en mag in de liefde, dus is er ook geen afkeuring nodig, want liefde is iets heel moois

M: Voel jij dat zo? En denk je dat mensen te veel normen maken en daardoor ze echte liefde niet kunnen begrijpen als die anders is dan gebruikelijk?
K: Het mooie van liefde is dat het ongrijpbaar is, er is ‘iets’ dat de aantrekking veroorzaakt en die wordt niet tegen gehouden door een norm of wat gebruikelijk is. Mensen laten zich wel tegenhouden door hun eigen opgelegde normen, maar dat zijn ook maar ideeën die je kunt vervangen door andere ideeën of zo je wilt normen.
M: Dank je wel voor deze mooie woorden over vrijheid van liefhebben. Ik zal ze delen. Heb je er nog iets aan toe te voegen?
K: Nu niet. Misschien wel een andere keer.

221024

Verongelukte aap

Ik ben nog in India en ga regelmatig op bezoek bij de dierenkliniek annex asiel voor straatdieren. Daar kwam ik deze schattige aap tegen. Op een gegeven dag mocht ik mee het hok in van de baas en hebben we nader kennis gemaakt. Na enkele dagen heb ik een gesprek met haar gehad. Ik heb haar nadien nog een aantal keren bezocht.

M: Dag aap, ik ben al een aantal keren bij je op bezoek geweest en je hebt zelfs op mijn schouder gezeten. Ik zou graag met je willen praten over je leven, zoals het is. Heb je eigenlijk een naam?
AS: Ja, de baas (ik neem aan dat dat Shravan is) heeft me een naam gegeven, maar dat is niet mijn naam. Mijn familie heeft me wel een naam gegeven, dat is in jouw woorden slingeraar. Wel een beetje cynisch nu ik nog maar één hand heb om mee te slingeren en toch kan ik het nog.
M: Ik heb je zien slingeren aan een touw, je hebt het me heel goed laten zien en ik zag dat je er trots op was.
AS: Ja dat ben ik eigenlijk best wel.
M: Vertel wat is jou overkomen dat je nu nog maar één hand hebt?

Ik ben als baby ergens opgesprongen en heb toen drie van mijn handen ernstig verbrand en werd voor dood achtergelaten op straat

AS: Ik ben als baby ergens opgesprongen en heb toen drie van mijn handen ernstig verbrand en werd voor dood achtergelaten op straat. Ik was er ook erg slecht aan toe en had vreselijke pijn, dat herinner ik me nog wel. Mijn moeder heeft er alles aan gedaan mij mee te nemen, maar ik kon me echt niet meer aan haar vasthouden om mee te gaan. Gelukkig hebben mensen de dierenziekenauto gebeld en ben ik opgehaald. Dat vonden mijn moeder en ik niet leuk, maar het was de juiste keuze moet ik nu toegeven. In het dierenziekenhuis heeft mijn baas zich om mij bekommerd en heeft hij mij verzorging laten geven. Drie van mijn handen zijn toen geamputeerd, dat was afschuwelijk, maar blijkbaar nodig om mij weer beter te maken. En ik ben weer beter geworden, kijk maar naar mij.
M: Ja, je bent een prachtige aap geworden. Toen ik de eerste keer bij je kwam kijken had ik niet eens door dat je maar één hand had. Het is niet direct zichtbaar en je bent zo handig. Knap hoor. En je hebt hier een belangrijke taak hoorde ik.
AS: Ja, ik ben pleegmoeder voor alle kleine aapjes die op straat gevonden worden en hun familie kwijt zijn. En dat zijn er regelmatig best wel een aantal.
M: Ik zag dat je de verzorger bent van vier aapjes.
AS: Ja, ik ben voor een deel oppasser, want ze kunnen wel zelf eten, maar als ze zo klein zijn durven ze alleen maar aan de buik van hun moeder te hangen. Sommige zijn dapperder. Er is hier een kleine, zelf nog een peuter, aap die al moedertje speelt voor de jongste in ons gezelschap. Die klampt zich steeds aan haar vast.

Ik ben pleegmoeder voor alle kleine aapjes die op straat gevonden worden en hun familie kwijt zijn

M: De eerste keer had ik die kleine niet eens gezien. Hoe voelt het voor jou als deze kleintjes groter geworden zijn en ze zelfstandig kunnen leven en als groepje worden uitgezet? Voel je dan weer erg eenzaam en verlaten?
AS: Nee, dat zijn typische mensen emotie. Natuurlijk is het raar als je ineens weer alleen bent, maar dat is een normaal proces. Kleintjes moeten hun eigen gang gaan. In de natuur blijven ze vaak wel langer bij de groep, maar dat kan hier niet. Dus gaan ze een keer allemaal weg, maar meestal ben ik dan niet alleen en zijn er weer nieuwe kleintjes waarvoor ik pleegmoeder moet spelen en dat vind ik wel leuk. Dus eigenlijk ben ik hier nooit eenzaam en ik vervul een belangrijke taak binnen de kliniek.
M: Dank je wel voor dit gesprek, wil je nog iets toevoegen of zeggen?
AS: Waarom wil je de foto van jou en mij niet laten zien?
M: Dat is een goede vraag en een lastige voor mij. Ik schrijf niet onder mijn eigen naam en daarom wil ik er niet mijn foto bij doen, want dan zullen sommige mensen mij herkennen en dat wil ik niet.
AS: Waarom doe je daar zo moeilijk over, we zijn toch schattig samen?
M: Je hebt helemaal gelijk, maar ik ben er nog niet aan toe.
AS: Jammer, maar ik zie je snel weer toch?
M: Ik kom zeker nog eens langs voor ik weer vertrek.

220930

straatkalf in India aangereden

Ik ben momenteel voor mijn werk in India en daar is een dierenkliniek die geheel door vrijwilligers gerund wordt. Enige jaren terug was het een kleine kliniek, nu is het een groot complex geworden en werken er 38 vrijwilligers waarvan drie dierenartsen onder de bezielende leiding van Shravan Krishnan. Ik zag daar een kalf hangen in een soort hangrek en ben met haar in gesprek geraakt.

M: Dag kalf, denk je dat we kunnen praten?
K: Dat hebben we al gedaan, dus ga gerust verder.
M: Ja, ik weet dat ik bij je op bezoek was en zachte woordjes tegen je gesproken heb, maar nu wil ik echt een diepgaand gesprek met je voeren als dat kan.
K: Dat kan, wat wil je weten?
M: Je maakt een erg depressieve indruk, is dat omdat je depri bent of omdat je je schikt in je lot zoals je er nu bij ‘staat’.
K: Ben je altijd zo moeilijk? Ik ben hier opgehangen en kan niets, ze moeten mijn eten om mijn hals binden zodat ik het kan eten en dat geldt voor het drinken ook. Daar wordt toch niemand blij van?
M: Nee, dat begrijp ik wel, ik wilde je niet iets aanpraten, maar je voelt zo moedeloos.
K: Ja, ik ben aangereden door een hele grote massa, dat noemen jullie een bus en ze hebben me gewoon laten liggen. Het deed en doet erg pijn en ik lag langzaam te accepteren dat ik dood zou gaan. Maar toen hebben mensen me opgehaald en hierheen gebracht en hier hebben ze mijn poten weer aan elkaar gezet voelt het, maar ik kan er niet op staan, daarom hang ik anders zou ik moeten liggen en dan is dit de betere oplossing. Maar aangenaam is het niet echt.

Het deed en doet erg pijn en ik lag langzaam te accepteren dat ik dood zou gaan.

M: Was je dan liever dood gegaan?
K: Dat weet ik niet. Misschien kan dit nog wel wat worden, maar zo hangen vind ik geen aangenaam leven.
M: Weet je hoe het verder gaat? Hebben ze je dat verteld?
K: Wie zou dat moeten doen? Jij bent de eerste die met me praat en daar knap ik wel van op, kan ik even vrijkomen van mijn onverschilligheid.
M: Ik verwacht dat je weer beter wordt met je poten, hoewel je misschien wel altijd een beetje mank zult lopen, maar je kunt vast weer gaan lopen en dan mag je weer rondscharrelen als je weer beter bent en heb je je vrijheid weer terug.
K: Vrijheid is wel fijn, zelf bepalen waar ik heen zal gaan en me aansluiten bij enkele andere zwervende koeien, want dit is erg eenzaam. Er liggen wel af en toe kalfjes in de hokken om me heen maar ze zijn toch te ver weg voor mij. Ik kan ze wel ruiken, maar wij maken graag contact door er dicht met de neus tegenaan te staan en misschien ook wat te likken. Zo hangend kan ik dat allemaal niet en is het eenzaam.
M: Maar dat gaat dus wel goed komen verwacht ik. Hoe was jouw leven voor je een ongeluk kreeg? Wil je dat vertellen?
K: ik was met mijn moeder en nog een aantal andere een groep koeien en we wandelden door de straten en kregen hier en daar wat eten of scharrelden dat bij elkaar, niet echt een moeilijk leven, hoewel we soms ook wel honger hadden, maar nooit lang. De drukte om me heen kon ik me best goed voor afsluiten en toen ineens boem en lag ik met veel pijn op de grond en kon ik niet meer opstaan. Ook mijn moeder kon me niet overeind duwen, ik kon alleen maar liggen. De troep is na een tijdje verder getrokken en heeft mij achter gelaten, dat was moeilijk maar onvermijdelijk. Een dier dat niet meer kan lopen kan ook niet meer eten, want het eten moet je opzoeken. Dus moest de troep wel verder en mij achter laten om dood te gaan en dat had ik geaccepteerd. Het liep anders en dat weet je nu. Hier ben ik.

De troep is na een tijdje verder getrokken en heeft mij achter gelaten, dat was moeilijk maar onvermijdelijk. Een dier dat niet meer kan lopen kan ook niet meer eten, want het eten moet je opzoeken.

M: Je vond het dus best wel moeilijk dat de troep verder moest gaan.
K: Ja, dat was moeilijk, maar zoals ik al zei, onvermijdelijk. En ik had het geaccepteerd.
M: Zie je nu wel weer het licht als je denkt dat je uit deze hangmat kunt komen en dat je dan weer kunt lopen en je eigen weg zoeken?
K: Ja, dat zie ik wel zitten.
M: Minder depri nu?
K: Zijn er meer mensen waar je mee kunt praten?
M: Je weet nu hoe het werkt, je geeft beelden door in iemands hoofd en misschien is er iemand die daarop reageert, maar ik weet niet of die bij jou in de buurt zijn. Wil je nog iets zeggen?
K: Wil je alsjeblieft mij nog af en toe bezoeken of met me praten, want dat verdrijft de eenzaamheid wel goed.
M: Ik ben hier niet zo lang maar ik kom nog wel eens langs, het was fijn kennis te maken.

220923

Het is nu twee dagen later en ik ben weer bij het kalf gaan kijken, maar ze is niet meer op de oude plek. Tijd om weer contact te leggen, waar is ze nu?

M: Dag kalf, kunnen we weer praten?
K: Ja dat kan, maar anders. Er is wat gebeurd, ik ben nu vrij en kan alles, maar dat is van beperkte duur.
M: Wat bedoel je? Ik kwam eigenlijk mijn excuses maken dat ik je niet de juiste dingen heb verteld. Ik dacht echt dat je beter zou worden, maar nu blijkt dat je zoveel inwendige wonden had, dat je ingeslapen bent. Dus je bent nu dood.
K: Daar zeg je wat. Het voelt niet zo, maar wel raar. Ik kan weer alles en heb geen pijn, maar ik weet ook dat dit tijdelijk is zo te voelen. Ik moet ergens heen.
M: Kun je er iets over vertellen, ik wil niet te veel invullen.
K: Ja, het ging niet goed met me, toen hebben ze me naar een andere plek, waarschijnlijk een dierenziekenhuis, gebracht en daar ben ik gaan slapen.
M: Ik denk dat de dokter je een spuitje heeft gegeven en dat je daarvan bent gaan slapen en daarna dood bent gegaan.
K: Maar dat was niet zoals het hoort te gaan. Normaal ga je bewust dood en je laat langzaam al je, hoe noem je dat nou, al je levensenergie laat je langzaam wegvloeien dat is het juiste proces. Maar daar was nu geen sprake van. Ik heb daar niets van gemerkt en voel me nog een kalf en niet een dood kalf. Maar ik voel ook dat ik weg moet vloeien, ja vloeien is hier misschien ook het juiste woord. Ik ga ver weg naar mijn groepsziel en daar wordt ik in opgenomen, dat is het lonkende perspectief waar ik naar uitkijk.

Normaal ga je bewust dood en je laat langzaam al je, hoe noem je dat nou, al je levensenergie laat je langzaam wegvloeien dat is het juiste proces.

M: Dat klinkt eigenlijk best wel mooi.
K: Ja dat wel, maar het is niet het normale proces. Het is anders en het voelt vreemd, maar het komt wel goed voel ik nu.
M: Ik ben blij voor je dat het wel goed komt en dat je nu geen pijn meer hoeft te hebben. Ik wens je een gelukkige tijd en wil je nog wat zeggen?
K: Ja, dank je wel dat je er af en toe voor me was, net als die lieve verzorgers die me hebben geholpen. Ik kan ze niet bedanken, maar ze hebben erg hun best gedaan voor mij en dat is bijzonder.

220925

Mocht u meer willen weten van dit bijzondere project of willen doneren, ze kunnen dat heel goed gebruiken, dan is hier de Facebook pagina: https://www.facebook.com/besantmemorialanimaldispensary/

“Zo helpen we elkaar.”

Begin september klonk het bekende gekwaak vanaf het dak van de stuurhut: ik wil eten! Verrast kijk ik op, in de verwachting mijn oude vriendin weer te zien nadat ze jonkies had gekregen. Maar nee, dit is een andere eend. Een eend bij wie de ondersnavel er los bijhangt. Uit de verte had ik al opgemerkt dat er met een van de twee overgebleven eendjes wat was, dus ik maak contact met de oude eend.

Ze laat weten dat het broeden dit jaar een hele klus was. Ze had moeite met een broedplaats zoeken en werd een paar keer verstoord. Ik had daar nog niet over nagedacht maar het klopt dat de IJssel heel laag stond dus ik kan me voorstellen dat ze de veiligheid van begroeiing heeft moeten missen.

Ik merk op dat ze andere jaren altijd snel kwam snacken aan boord en de jonge eendjes dan even alleen liet in het water. “Dit is de laatste leg. Ik ben extra zuinig op de eendjes,” laat ze weten. Het verbaast me een beetje dat ze die keus kan maken, maar het zal zo zijn dus ik geloof wat ik hoor.

“Er is hier een eend aan boord met een hangende ondersnavel. Is dat jouw jong?” De eend zegt dat ze niet zo geboren is. Ik krijg het idee dat er een gevecht geweest is. “Hoe kan het dat deze eend aan boord is terwijl ze het niet van jou geleerd heeft? De jonge eend doet of ze hier al jaren komt.” “Ik heb haar gestuurd,” antwoordt de eend. “Ze moet het zelf doen maar ze krijgt het moeilijk met zo’n snavel. Om te overleven is ze nu afhankelijk van jou.” ‘Toe maar,’ denk ik, ‘ik vang al een hond op en ik heb een kip in mijn kantoor zitten waar de haan de pik op had.’

“Hoe communiceer je dat met je jong?” wil ik weten. “Wij leggen informatie in elkaars hoofd.” Dat is interessant. Een slak vertelde me eens dat ze een slakkentamtam hebben: de info gaat naar boven, naar een collectief en daar halen de slakken de info uit op. Deze eend heeft het over informatie in elkaars hoofd leggen.

Hoe dan ook: ik heb weer iemand onder mijn vleugels. “Zo helpen we elkaar,” zegt de jonge eend als ik contact met haar heb. “Hoezo elkaar? Ik help jou toch?” “Nee, ik help jou ook want jij vindt het fijn om te zorgen.” Wat een bijdehandje voor die leeftijd! Ik vertel de eend dat ze zich wel zelf moet komen melden want ik ga niet steeds een bakje voer klaarzetten. Daar komen andere eenden op af en dan heeft ze nog niet genoeg. Want ik zie wel dat het eten erg langzaam gaat.

Terwijl ik met deze blog bezig ben, hoor ik boven op dek weer indringend gekwaak. Ja hoor, de eend is er weer.

Het leven van de Blauwvintonijn

Ik ben bezig met een onderzoek naar de vervuiling van de oceanen. Een onderdeel daarvan zijn de zogenaamde dead zones, gebieden waar eigenlijk geen leven meer mogelijk is. Ik wil graag weten wat de zeedieren hier zelf over te vertellen hebben en zoek contact met een Blauwvintonijn.

M: Dag Tonijn, ik zou graag met iemand van jullie willen spreken over jullie leefwijze.
T: Dag Eddy, ik ben beschikbaar voor een gesprek en zoals je ziet heb ik je even gelezen voor ik met je wilde praten. We komen niet veel mensen tegen die we vertrouwen en dat lijkt me wel van belang als we een goed gesprek willen hebben.
M: Dank je wel voor dit blijk van vertrouwen. Ik ben bezig een dossier te maken over vervuiling van de oceanen en welke consequenties dat allemaal heeft voor het leven in de oceanen. Zo ontdekte ik dat de zogenaamde dead zones juist voor jullie als tonijnen moeilijk zijn.
T: Ja, een groot probleem vormen deze vervuilde en bijna zuurstofloze zones wel nadrukkelijk voor ons. Wij als Tonijnen hebben veel zuurstof nodig door onze bouw en leefwijze. Wij zijn formeel wel koudbloedige vissen, maar we kunnen en moeten temperatuur vasthouden om te overleven. Wij hebben twee soorten spierstelsels, de binnenste en de buitenste. En met name onze binnenste spieren hebben veel meer warmte nodig dan de buitenste. Daarom hebben wij een speciale manier om warmte vast te houden. Maar door dit alles hebben we veel zuurstof nodig. Dat halen we uit het water, maar omdat we zoveel zuurstof nodig hebben, moeten we continue blijven zwemmen, er moet steeds water door onze kieuwen gaan om daar zuurstof uit te halen.
M: Dus jullie kunnen nooit slapen en moeten altijd zwemmen?
T: Ja, we moeten wel altijd zwemmen, maar we kunnen ook tijdens het zwemmen wel wat slapen. Er zijn meer beesten die dat kunnen in de oceaan, maar ook vogels in de lucht die nooit ophouden met vliegen.

Ja, we moeten wel altijd zwemmen, maar we kunnen ook tijdens het zwemmen wel wat slapen. Er zijn meer beesten die dat kunnen in de oceaan, maar ook vogels in de lucht die nooit ophouden met vliegen.

M: Terugkomend op de dead zones, daar kunnen jullie dus niet leven omdat er daar te weinig of geen zuurstof in het water zit. Klopt dat?
T: Dat is juist. We kunnen daar niet overleven vanwege dat we dan onvoldoende zuurstof krijgen, maar ook omdat er geen voedsel voor ons te vinden is. Want er leven nauwelijks andere vissen, wel kwallen, maar die eten we niet.
M: Vertel eens iets over jullie leefgewoonten en leefgebieden?
T: We leven vooral in de Atlantische Oceaan, aan beide zijden, dus aan de Europese zijde en aan de Amerikaanse zijde. We zijn niet erg plaatsgebonden en kunnen soms ook aan de andere kant van de oceaan verblijven, daartoe steken we de oceaan over. We leven als oudere vis solitair en als jonge vissen in scholen, zo kunnen we ons beter beschermen tegen roofvissen. We hebben geen vaste partners, maar komen in een bepaalde periode bij elkaar om te paaien. Er zijn twee plekken waar we dat doen, in de Middellandse zee en de ander plek is in de Golf van Mexico, maar die wordt ook steeds vuiler, terwijl de Middellandse zee langzaam schoner wordt, maar daar worden we weer sterk bejaagd. Zo heeft iedere kant van de oceaan wel wat.
M: Jullie kunnen erg snel zwemmen heb ik gehoord, wat is daarvan waar?
T: Ja, wij zijn snelle zwemmers. Op onze topsnelheid zwemmen we eigenlijk alle boten eruit, alleen kunnen we die topsnelheid niet lang volhouden, waardoor we daarna weer kwetsbaar zijn. Maar voor een vis zijn we buitengewoon snel. Dat is ook wel weer handig als er Orka’s in de buurt zijn, want die zijn onze echte vijanden voor de grote volwassen exemplaren van ons. Maar Orka’s jagen dan weer in groepen en dan is het voor ons erg moeilijk om te ontsnappen, ondanks dat we veel sneller zijn.
M: Hoe is het leven op zee voor jullie?
T: We hebben geen slecht leven, hoewel we wel met veel minder zijn dan vroeger. Mensen vinden ons blijkbaar erg lekker en jullie jagen op ons en dat is niet fijn. Het is moeilijk om een echte grote vis te worden omdat jullie al op onze kleintjes jagen en als die niet groot kunnen worden dan hebben we een probleem om te overleven.

Het is moeilijk om een echte grote vis te worden omdat jullie al op onze kleintjes jagen en als die niet groot kunnen worden dan hebben we een probleem om te overleven.

M: Dus jullie zouden blij zijn met beschermde gebieden?
T: Ja, als dat inhoud dat er niet gevist mag worden in die gebieden, dan is dat een heel goed idee. Zo kunnen onze jongen groot worden en zelf jongen krijgen en dan kan onze soort weer goed toenemen in aantal.
M: Dank je wel voor je antwoorden. Wil je nog iets kwijt?
T: Als je wat cijfers over ons wilt weten, moet je er maar even naar zoeken, dan begrijp je dat het wel nodig is dat er iets gebeurt, want zo gaat het niet echt goed met de oceanen.
M: Dank je wel.

Ik heb wat opgezocht, enerzijds om deze antwoorden te verifiëren en anderzijds om wat getallen te vinden. Blauwvintonijnen zijn interessante wezens. Bij Wikipedia vind ik het volgende:
‘De blauwvintonijn staat tegenwoordig te boek als bedreigd op de rode lijst van CITES. Sinds 1970 zijn de aantallen blauwvintonijn met 64% gekrompen. Ondanks de bedreigde status is de soort nog steeds in de handel verkrijgbaar.’
‘De blauwvintonijn zwemt normaal gesproken gemiddeld 13 kilometer per uur, hierbij worden de rode spieren gebruikt (de tonijn noemt dat zijn binnenste spieren/em). De blauwvintonijn moet constant zwemmen om voldoende zuurstof binnen te krijgen. Bij het jagen op prooidieren of het vluchten voor een vijand wordt het witte (buitenste/em) spierweefsel gebruikt en kan een snelheid van meer dan 40 km per uur worden bereikt. De blauwvintonijn is een van de snelste onderwaterdieren; de vis kan een topsnelheid behalen van 72,5 km per uur.’
210524

Bella is boos

Onze dochter is met haar gezin op vakantie gegaan en wij zijn voor een week de oppasser van haar poes Bella. Maar Bella heeft zich alleen de eerste dag laten zien en daarna is ze niet meer thuis geweest, heeft niet meer gegeten en we maken ons zorgen. Leeft ze nog wel? Ze is een oudere poes en dat is langzamerhand wel te merken. We hebben haar al vier dagen niet meer gezien en hebben alle telefoontjes gedaan zoals dierenarts bellen, asiel bellen, dierenambulance, enz. En Bella laat geen contact toe, als ik probeer met haar te praten, is er een grote leegte …
Tijdens een wandeling met onze hond in het bos, lukt het om contact te krijgen.

M: Dag Bella, we zijn ongerust, mijn lieve vrouw heeft er slapeloze nachten van en dat wil je vast niet. Kunnen we een afspraak maken? Als ik zo meteen langskom, wil je dan thuis zijn, dat ik je even kan zien, dat we weten dat je leeft en dat mijn lief weer ’s nachts kan slapen?
B: Ik ben verschrikkelijk boos. Niet op jou, maar op mijn gezin. Ze zijn met hun hele hebben en houden in de auto gestapt en hebben mij hier alleen achter gelaten en dat vind ik niet in orde.
M: Ze hebben je niet in de steek gelaten! Ze zijn twee weken met vakantie en hebben er voor gezorgd dat wij de eerste week op je kunnen passen en mijn broer de tweede week. Dus je bent helemaal niet in de steek gelaten.
B: Nou zo voelt het wel. Er is niemand en misschien staat er wel eten klaar, maar ik kan er niet bij, ik kan niet op het aanrecht springen omdat ik niet meer zo hoog kan springen en daar hebben ze het eten verstopt. Maar dacht ik, ik ben een grote poes, ben eigenlijk een wilde kat en ik kan heel goed voor mijzelf zorgen, dus dat ben ik gaan doen en ik ben niet van plan om voorlopig naar dat huis te komen.
M: Ik wil niet ontkennen dat je prima voor jezelf kunt zorgen, maar het is wel aangenaam als iemand voor jouw eten zorgt. En ze komen weer terug, ze zijn alleen even met vakantie.
B: Waarom heeft niemand mij dat verteld?
M: Tja, misschien zijn ze dat vergeten of zijn ze zich niet bewust geweest dat het belangrijk is voor jou om te weten dat ze maar twee weken weg zijn. Of heb je het niet goed begrepen wat ze gezegd hebben.
B: Dat is wel heel slordig, zo hoort het niet te gaan. Ik moet weten waar ze zijn en wanneer ze weer terug zijn. En ik ben nog steeds boos.
M: Dat begrijp ik, maar ik heb je nu uitgelegd hoe het zit, kun je dan je boosheid loslaten?
B: Nee nog niet, maar ik wil me wel aan jou laten zien als je straks komt. Maar dat mag je alleen aan je vrouw vertellen, zodat zij zich geen zorgen meer hoeft te maken. Maar niet aan mijn vrouwtje.
M: Dat lijkt me niet eerlijk. Ook jouw familie is ongerust en denken dat je misschien dood bent, en als ik jou straks zie, wil ik een foto maken en die deel ik wel met iedereen, want we zijn allemaal blij dat er niets met je aan de hand is en dat je gewoon nog leeft.
B: Nou tot straks dan maar.

En inderdaad, een kwartiertje later kom ik aan en Bella zit binnen voor de voordeur op me te wachten. We knuffelen even, wat afstandelijk want Bella wil alleen op haar kopje geaaid worden en op andere plaatsen niet, dat leidt altijd tot een haal met de nagels, dus daar pas ik wel voor op. Daarna loopt ze meteen naar de koelkast in de verwachting dat ze van mij enkele stukjes kaas krijgt. Maar er zit geen kaas in de koelkast, die is bijna leeg, en ik kan haar dus geen kaas geven. Gelukkig heeft mijn lief wel een blikje zalm poezenvoer meegenomen en daar geef ik haar wat van en dat eet ze gulzig op. Als ik daarna haar brokjes van het aanrecht op de grond zet, eet ze die ook op. Ze is duidelijk weer blij met haar eten. Zou ze toch een beetje te weinig voor haar zelf hebben kunnen zorgen?
’s Middags gaat mijn vrouw kijken en ze is er niet. Ze is teleurgesteld dat Bella zich aan haar niet laat zien.

De volgende dag heb ik weer een gesprek met Bella als ik met onze hond Kaila wandel.

M: Dag Bella, je was er gisterenmiddag niet toen mijn lief langs kwam om je te verzorgen. Wat is er?
B: Ik ben weer op pad, ik geniet wel van het eten dat jullie voor me neerzetten, maar ik geniet ook wel weer van het dagelijks op pad zijn. En ik ben niet weggebleven omdat ik op jullie boos ben. Dus dat moet je loslaten. Straks ben ik er ook niet, ik ben lekker de hort op en zie wel wanneer ik af en toe thuiskom om van mijn maaltijd te genieten.
M: Als je maar goed voor jezelf zorgt lieverd. Wil je nog iets zeggen?
B: Ja, laat je mijn vrouwtje weten dat ik het niet op prijs stel als ze zomaar ineens vertrekken? Ik wil tenminste vooraf weten wat er staat te gebeuren.
M: Dat zal ik doen.
220727/220728

“Jij zou ook tegen de muren opvliegen, hoor!”

“Hee Bell, zin in een praatje?”

“Dat is lang geleden. Ik dacht dat we dit niet meer deden.”

“Nee, klopt, maar ik moet weer een blog maken dus ik dacht aan jou.”

Bella is het katje dat bij ons aan boord woont. Vanaf het eerste moment was het helemaal leuk en goed. Wennen? Waaraan? Ruim een week daarvoor had ik getolkt tussen haar en het mens waarbij ze in huis woonde. Op een ruime bovenwoning maar voor Bella toch te klein. We waren het al snel met elkaar eens: Bella moest naar een boerderij of zo. Ergens waar een groot buitenterrein was. De boerderij werd niet gevonden maar wij hadden weer plaats voor een kat dus ze kon bij ons terecht.

Bella deed dus niet aan wennen: ze ging overal meteen op af met een heel open en nieuwsgierige houding. Ik had het plan haar een tijd binnen te houden maar na 1 dag liep ze al buiten, zelfs van de steiger af het land op. En ze kwam ook weer terug, alsof ze hier al jaren woonde.

“Vertel es, Bell, wat doe je allemaal buiten?”

Ze laat meteen zien hoe ze zowel rustig ontspannen als gefocust in het gras kan kijken als ze een geluidje hoort of iets ziet bewegen. Ze laat zien dat alle energie naar een punt in het midden bij haar gaat (omgeving van de buik/darmen) en dan ineens slaat ze toe en grijpt ze dat wat bewogen had.

“Soms neem je een muis of vogel mee naar huis.” “Ja, jullie mogen het zien. Maar het blijft van mij.” Ik moet grinniken want ze laat de hond er inderdaad volop aan ruiken en onderzoeken maar op een gegeven moment is het genoeg en dan begint ze het diertje op te eten.

“Hoe smaakt het?” wil ik weten en ik leg in mijn vraag ook het beeld hoe het nou is om alles op te eten: ogen, oren, staart. Alles.

“Zo diep denk ik niet. Ik eet het snel op. Dat is nog van vroeger: snel eten, dan is het maar binnen. Daarna uitbuiken.”

In beeld laat ik vogeltjes zien. Ik kan niet eens aan mijn vraag beginnen om de vogels met rust te laten als ik voer neergelegd heb want ze laat meteen enthousiast zien dat vogels vangen een uitdaging is.

“Hoe is het voor jou als wij weg zijn en het eten er niet op de vaste tijd is?” Geen paniek, laat ze weten. Ja, dat klopt wel: Bella is niet snel in paniek.

Twee dagen later ga ik verder met het gesprek. “Je stoort eigenlijk wel,” laat Bella weten. Ze is zich aan het focussen op iets buiten, maar ze wil wel even tijd maken. “Nou, wat heb je dan?” hoor ik. “O, ik wachtte tot jij iets liet zien maar je wacht kennelijk op mij. Ik ben wel heel benieuwd hoe je de andere katten in de buurt vindt. Ik weet niet hoeveel het er zijn, minstens vier en die zijn allemaal niet in een huis geboren en getogen.”

“Andere katten is opletten,” laat Bella weten. “Ik heb geen kwaaie zin maar ik ga de confrontatie ook niet aan. Ik blaas liever de aftocht. Ik heb geen zin in vechten.”

“Ik kan me niet herinneren dat ik jou ooit heb zien vechten of iets wat daar op lijkt. Ja, je hebt een keertje je pootje opgetild toen een hond iets te dichtbij kwam.”

Bella laat me voelen hoe haar basishouding is: uitermate vredelievend en harmonieus. “Dat merken mensen op, daarom vindt iedereen je ook zo leuk,” vertel ik haar.

Voor fietsen op de dijk schiet ze doorgaans weg en ik informeer daar naar. Ook hierin heeft ze geen zin in de confrontatie: beter zelf eerst weg zijn dan iets later in het moment in paniek raken. Slim dier.

We kijken nog even naar het verschil tussen zomer en winter. ’s Winters is ze veel meer binnen en ook daar geniet ze van. Even komt het beeld van de bovenwoning weer naar voren en ik hoor Bella zeggen: “Jij zou ook tegen de muren opvliegen, hoor!”

Lotje: kijken als een koe

M: Hallo Lotje, we hadden al even contact en ik heb je nu opgezocht om even persoonlijk kennis te maken. Leuk. Ik stelde de open vraag welke koe wil mij laten zien hoe het ziet als koe met een oog aan iedere kant van je kop. Hoe ziet zo’n beeld eruit, want ik kan me dat niet voorstellen. Wil jij me door jouw ogen laten kijken?
L: Ja, ik hoorde je vraag in het veld en het leek me leuk me te melden en zodoende kwamen we met elkaar in contact. Toen je er aan kwam liet ik je weten dat ik diegene ben met de witte kop, zodat je me gemakkelijk kon herkennen. En nu ‘praten’ we met elkaar. Ben je er aan toe?
M: Ja, graag. Laat maar zien.
Verrassing, het beeld is niet zo heel veel anders dan wat ik gewend ben. Ik kan gewoon vooruit kijken met beide ogen en zie een gehele wereld. De wereld is breedbeeld, ik zie misschien wel 270 graden bij elkaar en dat allemaal naadloos als een geheel. Als ik nu goed de kop bestudeer, er even naast staand om het van buitenaf te kunnen zien, zie ik dat je jouw ogen ook niet volledig aan de zijkanten hebt, maar dat je ze deels naar voren en naar opzij hebt staan, je ogen zitten in het smalle deel van je kop.

De wereld is breedbeeld, ik zie misschien wel 270 graden bij elkaar en dat allemaal naadloos als een geheel

M: Dank je wel dat ik dit mocht zien door jouw ogen. Wil je verder nog iets vertellen over je leven? Momenteel hoor ik regelmatig de reclame op de televisie van wakker dier en die luidt: ‘We eten en drinken nogal wat zuivel in Nederland. De gemiddelde melkkoe moet daarvoor 35.000 liter melk geven in haar leven. 35.000 liter. En ze wordt maar 6 jaar. Dan is ze leeggezogen. Uitgeput. En wordt ze afgedankt. Zuivel is niet zo zuiver als je denkt.’ Wat vind je daar van?
L: Dat is natuurlijk een heftig spotje, maar in wezen is het juist. De wijze waarop jullie, vooral in ontwikkelde landen, met ons als melkvee bestempelde dieren omgaan, is natuurlijk niet juist. Jullie zien ons nauwelijks als de producent van jullie eten, we zijn een melkfabriek. Als jullie even zouden stil staan bij hoe jullie met ons omgaan, zou dat uiteindelijk tot een belangrijke verandering kunnen leiden in hoe jullie met dieren omgaan. Daarom zou dit spotje misschien bij sommige mensen kunnen leiden tot een bewustwording dat het verkeerd is wat er gebeurt.
M: Wat zou jij willen dat er verandert?

Een koe krijgt een kindje, het kindje wordt meteen weggehaald en dat is het grootste trauma dat je een moeder kunt aandoen

L: Nou dat is nogal een vraag. Je weet hoe het begint. Een koe krijgt een kindje, het kindje wordt meteen weggehaald en dat is het grootste trauma dat je een moeder kunt aandoen. Probeer je in te leven hoe dat zou zijn als jullie kindje direct na de geboorte zou worden afgepakt en je weet niet wat er mee gebeurt. En dan gaat het verder, zoals het spotje beschrijft. Ik wil er niet al te ver op doorgaan, maar je snapt dat het geen ideale omstandigheden zijn waarin we geboren worden als koeien. En het zou veel dierenleed, maar ook menselijk karma en dus veelal ook leed, kunnen voorkomen als jullie hier een goede en vooral dierwaardige manier voor vinden, die recht doet aan de natuurlijke behoefte van dieren en jullie behoefte aan zuivel en vlees.
M: Dank je wel hiervoor en ik zal dit spoedig publiceren als blog, zodat mensen jouw stem kunnen horen hoe jij er over denkt. Wil je nog iets speciaals zeggen?
L: Ik zou het leuk vinden als je nog eens een keer langskomt. Vandaag was ik net op weg naar de stal, waardoor we elkaar maar even gezien hebben.
M: Zal ik om denken en een keer doen. Dank je wel.
220717

De leeuwin en haar natuur in de dierentuin

Als ik contact maak met de leeuwin komt ze in mijn beeld voor me heen en weer lopen, mij ondertussen observerend. Even zien wat voor vlees ze in de kuip heeft. Dat laat ik altijd toe: het is een soort kennismaking met elkaar.
Deze leeuwin zegt als eerste dat het kaal is. Er zijn geen welpen. Ik weet niet of ze het alleen over zichzelf heeft of over de groep maar het lijkt of haar/hun cyclus verstoord is.
Dan laat ze weten graag iets bewegends te grijpen en ik voel meteen dat de verzorgers niet veilig zijn bij haar in de buurt. Ze gaat door met vertellen: ‘Het is niet alleen het eten maar ook het vangen. Er gaat een enorme krachtmeting aan het eten vooraf. Het niet kunnen rennen en vangen is een groot gemis. Na het rennen (en eten) is het goed rusten. Dit is rust zonder inspanning geleverd te hebben.’
Zij laat net als de pelikanen zien dat ze bijzonder weinig van haar capaciteit kan gebruiken.
Ze laat ook zien dat ze de deur in de gaten houdt. Ze weet dat daar de ontsnappingsmogelijkheid ligt. Denkend aan de reactie van een bloglezer over het ontsnappen van dierentuindieren vraag ik waarom deze leeuwin hier op dit moment is, ervan uitgaand dat de dolfijn gelijk heeft en geen enkel mens of dier ergens zonder reden is.
‘Voor mij is dit een les in geduld, in incasseren. Accepteren dat de ruimte zo beperkt is.’
Maar er is duidelijk verveling bij deze leeuwin. ‘Rust is alleen fijn als er inspanning is geweest.’ Nogmaals laat ze weten heel graag te willen jagen.
Ik vraag haar: ‘Kan ik zeggen dat jullie uit je kracht gehaald zijn?’ ‘Wij hebben onze kracht nooit gekend,’ antwoordt ze. Maar ze weet dat ze een groot potentieel in zich heeft.
Ik vraag wat ze gaat doen als ze zou kunnen uitbreken en ik zie voor me dat ze dan een kind grijpt. Daar doet ze niet ingewikkeld over. Dan gaat ze los. Zo is haar natuur.