Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Hyronimus over wat gebeurt er na de dood van een dier

Het viel mij op dat Piek een verhaal had over een hondje Mike dat acht maanden na zijn overlijden nog nabij zijn oude baasje was. Bij ons ging poes Tirza dood en die ging al heel snel heen naar de groepsziel. Ik wil deze verschillen kunnen snappen, dus heb ik Hyronimus hiernaar gevraagd. Hier zijn verhaal.

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag spreken over wat er gebeurt na het overlijden van een huisdier? De aanleiding zijn twee onlangs geplaatste blogs. In de ene blog horen we van een hondje dat maanden na zijn overlijden nog met zijn baasje mee gaat naar haar werk. In een ander verhaal horen we van een poes die na haar overlijden zegt vrij snel naar de groepsziel terug te gaan. Hoe zijn deze twee opvattingen te rijmen met elkaar?
H: Hoi Eddy, fijn weer van je te horen. Je hebt een boeiende vraag, waar ik graag op in zal gaan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Er is geen discrepantie tussen de twee blogs. Als een dier erg verbonden is geweest met z’n menselijke begeleider, en het dier heeft het gevoel dat het belangrijk is (geweest) voor de mens, dan blijft ze daar nog een tijdje bij in de buurt. En een echt tijdsgevoel is er in die niet-fysieke wereld niet, dat beteken dat het voor het dier helemaal niet lang hoeft te duren, terwijl de mens meteen in maanden en soms zelfs tot aan twee jaar toe dat ziet gebeuren. Aan de andere kant zijn er dieren die geen fijne herinneringen hebben aan hun laatste levensperiode, dat kan komen door hevige pijnen maar kan ook komen dat de band tussen mens en dier niet speciaal was. Zo zie je koeien bijvoorbeeld nooit rond een mens blijven hangen na haar overlijden. Maar koeien overlijden dan ook hoogst zelden uit zichzelf. Ze gaan via een afschuwelijke weg een slachtmachine in. Als ze daar doorheen zijn, zijn ze ongelooflijk getraumatiseerd en dan hebben ze geen enkele behoefte bij mensen in de buurt te blijven.
M: Het is dus min of meer een vrije keuze van het dier om zo snel mogelijk weer te verdwijnen in de groepsziel of om in de buurt van haar laatste leven een periode te blijven.
H: Dat is juist, het dier kan dat kiezen binnen een aantal randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn gegeven via de universele wetten in het universum. Daar hebben we al eens over gesproken, maar dat gaat deels nog jouw begripsvermogen te boven, dus kunnen we daar niet inhoudelijk over spreken. Vaak kiest een dier die erg aanhankelijk was naar haar mens en ook meende een belangrijke rol in het leven van dat mens te hebben gespeeld, er voor om een periode nabij te blijven. De mens voelt die aanwezigheid vaak wel of ziet het dier als een schuwduw. Gevoelige mensen, zoals bijvoorbeeld dierentolken, kunnen dat soms ook waarnemen. Het is mooi als het dier daartoe besluit, maar het is haar vrije wil. Heel soms is de mens zo verdrietig dat hij/zij daarmee het dier vasthoudt nabij de fysieke wereld en dat is natuurlijk niet goed. Het moet altijd een vrije keuze van het dier zijn om nabij te blijven.
M: Dank je wel voor deze uitleg.
240311

‘Flarden’ uit mijn praktijk

Eddy heeft al een paar keer gezegd dat het hem leuk lijkt als ik meer verhalen schrijf over de huisdieren waar ik voor tolk. Dat lijkt mij ook leuk maar… ik zit altijd met het privacy-stuk. Dus ik doe het niet. Ik kan wel wat ‘flarden’ opschrijven.

Als ik contact ga maken met een hond, zie ik dat hij door heeft dat ik contact wil. Tegelijkertijd hoor ik hem denken: “Ga ik dit negeren of ga ik erop in?”

Een hond blijft maar tegen mensen opspringen als hij ze wil begroeten. Ik maak hem duidelijk dat het niet gewenst is dat hij mensen in het gezicht springt. “Ja maar… zij gaan niet naar beneden dus ik moet wel naar boven!”

Een kat wil niet met me praten. Ze zwijgt passief uitdagend.

Een hond schaart zich in hiërarchie naast de mensen. Gezien zijn aard, ras en gedrag is dat echter niet de juiste plek voor hem. Ik leg hem uit dat hij hond is en dat de positie van een hond een andere is dan van mensen. Een hond heeft een eigen (ere) plek en die mag hij helemaal gaan innemen.

Ik maak contact met een kat en het eerste wat ze laat zien is dat ze belangrijk is.

Een hond trekt steeds heel erg aan de lijn tijdens het wandelen. Als ik dit ter sprake breng, hoor ik verontwaardigd: “Het is toch gék dat ik vast zit?!” Ik moet hem de functie van een riem echt uitleggen, dat het voor de veiligheid van iedereen is dat hij in zijn enthousiasme niet dwars over straat rent.

Een vrouw vraagt zich af of er sprake is van euthanasie voor haar kat. Ik hoor: “Ik laat me niet zomaar neerknuppelen!”

Ik maak contact met een kat waar ik een paar maanden geleden ook al voor getolkt had. “Ben je er alweer?!” is zijn reactie.

Een demente hond laat zien dat hij de weg in zichzelf kwijt is. Woorden als verdwazing en sluimeren komen naar boven.

Misschien is het nog wel zinvol om uit te leggen dat ik als tolk de dieren voel. Gesprekken zijn dan ook altijd intensief want ik ga mee in de gevoelens van het dier. Bijvoorbeeld: Als je hierboven leest dat de kat aan mij laat zien dat ze belangrijk is, dan kun je daar makkelijk overheen lezen. Maar ik vóel die belangrijkheid. Zo kan het zijn dat ik in een gesprek van een uur door diverse gevoelens heen mee beweeg met een dier.

 

Vlinder die wil praten

Ik loop in India door het bos te wandelen op weg naar het volgende project gedurende mijn vrijwilligerswerk. Opeens komt er een vlinder naast me vliegen en blijft naast me vliegen en hij trekt mijn aandacht. Hij gaat voor me op een boomblad zitten en spreid zijn vleugels en blijft zitten tot ik een foto heb gemaakt en vervolgens vliegt hij vrolijk wapperend weg.

M: Dag vlinder, je daagde mij uit om met je te praten, hier ben ik dan.
V: Ja, dat merk ik. Leuk dat je opmerkte dat ik met je wilde praten.
M: Waarom wilde jij contact?
V: Ik zag aan jou dat je in staat bent tot communiceren met dieren en dat leek me leuk om te doen. En we zij nog ruim op tijd, hoewel ik niet meer zo lang te leven heb.
M: Vertel eens over jouw leven, hoe is dat?
V: Ik ben een vrolijke fluiter en geniet van het leven als vlinder. In mijn larventijd was het best wel zwaar werken. Ik was net uit mijn eitje gekropen en moest meteen eten, want ik had enorme honger. Helemaal niet handig, steeds alleen maar eten, geen plezier in je leven en alleen maar eten. Een vorm van wat jullie vetmesten noemen, maar dan vanuit een innerlijke drang. En dan moet je ook nog op een handige plek gaan zitten eten want anders wordt jij gegeten.
M: Ben je je dat bewust? Kijk je uit dat je een beetje verscholen zit te eten of ben je alleen maar met eten bezig en kijk je nergens verder naar om.
V: Eigenlijk een beetje van tweeën. Maar ik ben een ervaren vlinder, dus ik weet dat ik moet opletten op vogels en dat ik me het beste een beetje aan de onderkant van een blad kan gaan zitten, niet zo in het zicht.
M: Wat bedoel je met ‘ervaren’ vlinder?
V: Doe niet zo onnozel. Ik ben al veel vaker vlinder geweest en ik weet hoe dat werkt.
M: Ben jij dat zelf geweest of ben je ervaren vanuit de groepsziel gekomen?
V: Nee, ik ben zelf al vele keren vlinder geweest, we hebben een korte omlooptijd en natuurlijk neem ik ook veel ervaring mee uit de groepsziel.
M: OK, dan heb je je eindelijk vol gevreten en wat gebeurt er dan?

Dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap

V: Ok dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap voor enkele weken, soms wat langer als het te koud is. En dan moet ik eruit. Ik kauw me een weg naar buiten uit dat nest dat veel te strak om me heen zit en ik kruip eruit. Dan moet ik wel een tijdje blijven zitten om wat op te drogen en dan kan ik mijn ledematen strekken en heb ik prachtige vleugels. Waar je mij aan kunt herkennen is mijn zwaluwstaart. De kleur kan variëren, ik ben mooi zwart geworden en dat doen wij hier in deze omgeving bijna allemaal. En dan als ik helemaal warm geworden ben, ga ik wapperen. Ik was al een paar dagen aan het wapperen en ik hoef niet zoveel te eten nu. Dus ik heb veel tijd om vrolijk te wapperen en de wereld een beetje vrolijker te maken.
M: Is dat jouw doel of taak in het leven?
V: Nee, ik heb natuurlijk een taak in het ecosysteem waarbij mijn taak is om de planten die ik eet tot groei aan te zetten, zodat ze sneller groeien dan ze gegeten worden. En als ik dan vlinder ben geworden bestuif ik weer de bloemen, zodat de planten zich beter kunnen vermenigvuldigen. En daarmee ben ik een indicator voor de staat van de natuur. Zie je mij veel, dan gaat het goed met onze planten, zie je me weinig dan gaat het niet goed met de planten waar wij voor zorgen.
M: En hoe zit dat dan met je uitspraak om de wereld een beetje vrolijker te maken?
V: Dat is een toegift en ik neem dat heel serieus, reden waarom ik bij jou kwam wapperen en ik vond je leuk en daarom wilde ik met je praten. En dat is gelukt, dank je wel.
M: Jij ook dank je wel voor dit inzicht in jouw wereld. Ik heb er van genoten.
240114

Eddy aan het woord

Ik ben ontzettend blij met het gesprek dat Eddy mocht voeren voor de camera. Hij verwoordt alles zo mooi en zorgvuldig.

Hij weet mensen te bereiken die ik niet heb kunnen bereiken.

Ik wil heel graag helpen aan verspreiding van zijn verhaal en hoop dat veel mensen dit gaan luisteren en op zich in laten werken.

En ik zou zeggen: volop delen, deze podcast!

Voor trouwe lezers van deze site: denk niet dat je het boek en de podcast ‘al kent’ want Eddy deelt zowel in het boek als in deze podcast meer van zichzelf dan dat je in de blogs op deze site leest.

Verdwaalde zeeschildpad

M: Dag schildpad, kunnen wij met elkaar praten?
S: Hé, jij zit in mijn schild, wie ben je en wat wil je?
M: Voelt dat zo, dat ik in je schild zit? Grappig, ik hoop dat ik je niet stoor daarmee. Maar feitelijk zit ik in je bewustzijn. En ik ben Eddy, een mens en ik wil graag met jou praten om te begrijpen wat er met jou gebeurd is.
S: Dat weet ik zelf ook niet precies. Ik snap er niets van waarom ik hier in een beperkte ruimte zit met helder en vreemd water.
M: Misschien kan ik jou een beetje helpen als jij mij daarna helpt met je verhalen.
S: Lijkt me een deal.
M: Jij bent aangespoeld op het strand in ons land, een land wat voor jou een beetje te veel noordelijk ligt en daardoor waarschijnlijk te koud was om te kunnen overleven.
S: Ja, ik weet dat ik ben aangespoeld op het strand. Ik moest een beetje uitrusten, maar normaal doe ik dat ik het water, nu kon ik niet in het water blijven, ik had moeite met zwemmen.
M: Dat begrijp ik, want je was in een koude omgeving en je was zwaar geworden door de mosselen die op je zaten. Dan wordt zwemmen heel lastig.
S: Ja, nu begrijp ik dat. Doordat het water kouder was, word ik langzamer en heb ik meer tijd nodig voor mijn bewegingen en gaat alles trager. Dan is het ook lastiger om voedsel te vinden, want ik ben niet altijd snel genoeg. En met te weinig voedsel en te langzaam, gaat het niet goed.
M: Ja, dat is er gebeurd. Je bent gevonden en opgevangen in een dierentuin, een plek waar ze je kunnen verzorgen tot je weer voldoende op sterkte bent en dan brengen ze je waarschijnlijk terug naar waar je vandaan komt.
S: Dat klinkt mooi.
M: Kun je me nu iets vertellen over jezelf? Waar ben je geboren, waar leef je en wat eet je, enz.
S: Ik ben geboren op het strand van wat jullie Florida noemen. Daar kwam ik uit het ei en ik heb de race naar het water overleefd en ook in het water heb ik het overleefd. Dat is best wel een wonder, want schuivend over het strand zijn er erg veel roofdieren die ons proberen op te eten. Maar zelfs als we de zee bereiken en dat doen niet veel van ons, zijn we nog niet veilig. Daar wachten weer allerlei roofvissen en grotere dieren om ons op te eten. Het is echt geluk hebben als je dat allemaal overleeft en je daarna dieper de zee in kunt gaan. Daarmee bedoel ik niet dieper het water in, maar verder weg van de kust. Daar is het veiliger en kunnen we ons ook wat gemakkelijker verstoppen onder de golven en af en toe wat dieper in het water. Hoewel we eigenlijk van ondieper water houden, daar is eenvoudiger voedsel voor ons te vinden.
M: Dat begrijp ik. En nadat je je eerste jaren als klein schildpadje hebt overleeft, wat doe je daarna?
S: Toen ik ouder werd, hoewel ik nog steeds jong ben, ben ik meer de zee op gegaan met waterstromen mee. Dat is goed te doen, er zijn op zee minder roofdieren en ik kan onderweg goed kwallen eten, die vind je bijna overal. Het is een wat eenzijdig voedsel maar als je reist is dat prima.
M: Was jij al eens de Atlantische Oceaan overgestoken?
S: Ja, dat heb ik nu gedaan, maar ik ben blijkbaar verkeerd uitgekomen, te ver naar het noorden en te koud. Dus of dat een goed idee was, weet ik niet.
M: Leef jij alleen of leven jullie in groepen?
S: Nee, wij leven eigenlijk alleen, hoewel we elkaar wel regelmatig kunnen tegenkomen, zeker in de kustwateren. En daar komen we dan weer in de buurt van onze geboorte stranden want daar paren we ook.
M: Wil je nu zeggen dat je de oceaan oversteekt en een tijdje later weer teruggaat? Dus dat je twee keer of meer heen en weer gaat?
S: Ja, dat is precies wat ik bedoel. Dat is niet zo vreemd, we zijn goede zwemmers en we gaan eigenlijk altijd met een stroming mee en dan is dat prima te doen.
M: Indrukwekkend. Hoe doen jullie dat met slaap?
S: We kunnen prima onderweg slapen, meestal proberen we in de stroom te blijven en worden we vanzelf meegevoerd in de slaap.
M: Maar moeten jullie niet om de zoveel minuten naar boven om adem te halen?
S: Ja, dat moeten we als we wakker zijn, maar als we slapen kunnen we de gehele slaap onder water blijven. We kunnen ons metabolisme verlagen zodat we nauwelijks zuurstof gebruiken en we gewoon drijven in het water. Daarmee kunnen we goed slapen en toch behoorlijke afstanden afleggen.
M: Nou, ik vind het allemaal best indrukwekkend wat je allemaal vertelt. Dank je wel hiervoor.
S: Graag gedaan. Zullen we nog een keertje praten? Ik vond het wel leuk.

 

Kaila geniet mee van de publiciteit

M: Halo Kaila, je ligt weer als vanouds gezellig naast me terwijl ik aan het werk ben. Ik wilde graag even met je spreken. Hoe voelt het voor jou dat het boek nu gereed is en er publiciteit voor komt en wat merk jij daarvan?
K: Daar merk ik nog weinig van. Wel merk ik dat je wat vaker weg bent en dat je interviews geeft en veel over je boek spreekt. Maar het heeft (nog) geen invloed op mij.
M: Dat gaat dan veranderen, want vanmiddag komt er een fotograaf die wil een foto van ons samen maken en dan kom je in de krant.
K: Dat lijkt me leuk samen met jou in de krant. Dat wacht ik met plezier af.
M: Wat vind jij daar leuk aan?
K: Dat weet ik niet, ik denk samen met jou op de foto. Zo van wij knus samen op de foto. Dat wordt vast mijn lievelingsfoto. Ga je die dan ook gebruiken als Kerstkaart?
M: Geen idee. Ik weet niet of wij die foto krijgen en op die manier mogen gebruiken.
K: Dan moet je dat vooraf even met de fotograaf regelen, dat vindt hij dan vast wel goed.
M: Dat is een goede tip. Wat vind je verder van het boek?
K: Het ziet er mooi uit, maar je hebt geen gesprek met mij erin opgenomen? Waarom heb je dat niet gedaan?
M: Goede vraag. Dat heeft te maken met hoe het boek is ontstaan. Oorspronkelijk was het een boek met alleen maar gesprekken met Hyronimus erin. Maar dat was een beetje saai met allemaal gesprekken met deze wijze vogel achter elkaar aan. Dus heb ik er wat voorbeelden bij gedaan van gesprekken die via Hyronimus hebben plaatsgevonden en daarna nog wat extra andere gesprekken om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Daardoor zijn er weer veel gesprekken met Hyronimus weggelaten. Ik heb er nooit aan gedacht om een gesprek met jou op te nemen, onze gesprekken zijn erg vanzelfsprekend. We zien elkaar altijd en zijn heel dicht bij elkaar.
K: Daar heb jij wel weer een punt. Een volgende keer dan maar.
M: We hebben wel veel gesprekken waarvan een deel als blog gepubliceerd zijn, dit wordt ook een blog vandaag.
K: Oh dat lijkt me leuk. Eerst een fotograaf langs en dan nog een blog gepubliceerd. Ik vind aandacht best wel leuk. Denk je dat mensen mij gaan herkennen?
M: Dat weet ik niet. Zo veel boeken zijn er nu ook weer niet verkocht dat je een beroemde hond gaat worden.
K: Dan moeten de mensen het boek gewoon kopen, zodat je een nieuwe druk kunt maken en we samen wel bekend gaan worden.
M: Zou jij dat leuk vinden?
K: Misschien wel. Als je het me zo direct vraagt weet ik het eigenlijk niet. Wil ik bekend worden? Wat is dat eigenlijk, bekend worden? Dat mensen je op de hei of in het bos tegenkomen en zeggen: kijk dat is Kaila? Ik geloof niet dat ik dat belangrijk vind. Ik wil dat mensen me lief vinden en dat ze me aanhalen en aaien. Dat vind ik leuk. Maar meer hoeft niet.
Ik vind het belangrijk dat die kattenliefhebber die honden haat, nu mijn grootste vriend is, zoals hij zegt. En zijn hele familie zegt: pa, wat is er met jou aan de hand, je houdt niet van honden? En pa dan zegt maar wel van dat gekke beest van de buren! Daar geniet ik van.
M: En daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor het gesprek. Wil jij nog wat kwijt?
K: Ik ben benieuwd naar de fotograaf vanmiddag. Of die me ook aardig vindt.

 

Hyronimus 22: Uitbundige begroeting bij thuiskomst

Ik ben weer enkele weken in India geweest voor mijn vrijwilligerswerk en heb daar aan het concept van mijn boek gewerkt. Inmiddels is dat boek al uitgekomen en is het te bestellen en hebben er zelfs al reviews van plaatsgevonden. Dit gesprek is dus nog van daarvoor toen ik aan het boek werkte.

M: Dag Hyronimus, zullen we weer met elkaar praten? Wat was het bijzonder dat jij de dag dat ik weer thuis kwam vanuit India, me meteen begroette hoog in de lucht op een plek waar ik je niet verwachtte. Dat was heel mooi, dank je wel.
H: Fijn dat je het opgemerkt hebt. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken. Hoe staat het met je boek of moet ik zeggen ‘mijn boek’?
M: Nou, daar heb ik best goed aan kunnen werken in India in mijn stille avonden. Ik heb een concept boek gemaakt waarin er meer dieren gesprekken zijn opgenomen dan alleen jouw verhalen en verweven met stukjes uit mijn leven. Dat is best wel aardig geworden voor mijn gevoel, hoewel er nog veel aan moet gebeuren.
H: Goed om te horen dat het wel opschiet.
M: En hoe is het jou vergaan tijdens mijn afwezigheid?
H: Dat is niet zo ter zake doend. Ik wil graag van jou horen dat je je best doet op je boek, want er hangt veel van af. En het is goed dat je er een wat algemener boek van maakt dan alleen maar onze gesprekken achter elkaar plakken. Dat is leuk voor de dierentolk adepten, maar niet echt voor het grotere publiek en die willen we bereiken.
Je was trouwens leuk op weg met je boeken die je aan het lezen bent om in de buurt te komen van een natuurwet waar ik je dan meer over kan vertellen. Maar die studie ben je weer gestopt, jammer.
M: Dat vind ik zelf ook jammer, maar ik had geen ruimte om én mijn vrijwilligerswerk te doen, én aan ons boek te schrijven én ook nog te studeren. Dat zal moeten wachten tot het boek als concept gereed is en anderen het gaan corrigeren, redigeren en opmaken en drukken enz. wat er allemaal nodig is om het gereed te krijgen. Ik heb nog maar anderhalve maand om het in de winkel te krijgen en dat is erg kort dag. Dus zal ik er stevig aan moeten werken.
H: Ja dat besef ik. Doe je best. Als je weer verder bent en je gaat weer aan de studie, wil ik heel graag verder met je praten over de ontdekking van de natuurwetten door jou.
M: Dank je wel en tot ziens. Ik doe mijn best op ons boek.
230926

Laat die dieren maar lopen

Ik had gedacht dat de manier waarop Rozette leeft (zie vorige blogs over haar) tot haar dood lekker door zou gaan. Maar nee hoor, het leven had weer wat anders in petto. Half september verscheen er een klagelijk miauwend kitten in de bosjes waar Rozette leeft. Niet te benaderen en zo klein dat hij steeds wegkroop. Rozette was met regelmatig weg als ik eten kwam brengen. Ik praatte op haar in dat het toch gezellig is met zo’n kleintje, dat het voordelen kan hebben etc. Maar ik kreeg alleen maar terug: “Ik ben geen babysitter en als jij dat zo leuk vindt, doe het dan maar zelf.”

Op een gegeven moment zag ik haar onder bomen en struiken zo’n twintig meter van haar eigen plek vandaan, op een omheind stuk grond waar niks mee gedaan wordt. Gelukkig zat er een gat in het hek en hop!, daar ging ik met een nieuw huisje voor Rozette. Nu had ik twee katten eten te geven: Rozetje die helemaal in haar sas leek en een mauwend kitten dat ik amper zag maar wel altijd hoorde.

Inmiddels zijn we twee maanden verder. Het kitten mauwt niet meer en laat zich bijna altijd zien vanaf anderhalve meter afstand. En Rozette tref ik op verschillende plekken: op de dijk, bij haar nieuwe huis of bij haar oude huis. Het is inmiddels zo dat beide katten binnen een meter afstand van elkaar eten. Tijd voor een gesprekje.

“Geef me maar wat extra stro in m’n huisje,” is het eerste wat Rozette laat weten. Ze laat weten dat ze wel wijs is met haar nieuwe plek: het is rustig, afgesloten en veilig. Op de andere plek moest ze meer op haar qui-vive zijn, was het drukker qua mensen en kwamen er regelmatig honden.

Ik zeg dat het me verbaast dat ze regelmatig bij haar oude plek is en het kitten goed verdraagt. “Die kleine redt zichzelf nu. Ik ben geen babysitter, zoals ik toen ook al zei, ik gedoog hem nu. Ik ben de baas, ik ben de oudste. Maar ik vind de nieuwe plek okee om voor mezelf te hebben.” Nogmaals laat ze weten dat zij de baas is en dat het kitten erbij mag. Ze laat ook weten dat ze het best bijzonder vindt van zichzelf dat ze de kat verdraagt.

Ik vertel haar dat het eten neerzetten niet meer regelmatig gaat. Doordat ik ook onregelmatige diensten in de zorg werk en de plekken verdeeld zijn is het ritme eruit. “Zit toch niet te zeuren, het gaat toch goed zo?” reageert Rozette. “Dat eten van jou is extra, wij redden ons prima.”

Ik ga even naar de kleine poes. “Jij dacht dat ik het niet zou redden maar door het miauwen redde ik het juist wel,” hoor ik. Het klopt dat ik tegen mensen had gezegd dat het kitten het niet zou redden. De dierenbescherming wilde hem ook niet ophalen omdat het dier zich op openbaar terrein begeeft. “Ja, dat miauwen deed wat bij mij,” antwoord ik hem. “Er zijn meer jonge katten hier maar geen enkele zat zo te miauwen als jij.” Slim dier, hij deed een appel op mijn zorgbehoefte.

Ik vraag me af waarom hij zich zo honkvast aan deze plek verbonden heeft. Een antwoord krijg ik er nog niet op, alleen een vasthoudend en optimistisch gevoel.

Ik geef het dier het beeld dat hij laatst op de dijk naar ons toe kwam lopen en waarschuw hem dat hij wel altijd weg moet kunnen als er gevaar dreigt. “Ik ben een jager!” antwoordt hij met jeugdige overmoed. “Ja, hoho, soms wordt er ook op katten gejaagd,” zeg ik hem en ik geef hem het beeld van honden. Net als aan Rozette vertel ik hem dat hij altijd welkom is om aan boord te komen wonen als hij het zat is buiten. “Ik ben bang om mijn onafhankelijkheid kwijt te raken,” zegt de kleine wijsneus.

Beide katten zien er ontzettend goed uit. Ze hebben het goed voor elkaar zo. Laat die dieren maar lopen.

NB: Wat ik zo leuk vind: Uiteraard heb ik geprobeerd via de diercommunicatie de dieren te beïnvloeden maar ze stonden daar beiden niet open voor. Ze zochten hun eigen weggetje, zonder mijn menselijke bemoeienis, naar hun eigen inzicht en wijsheid en pas nu laten ze communicatie toe.

De fietsenmaker vertelde vandaag dat beide katten uit één bakje eten voor zijn deur en dat de kleine kat zich bijna laat aaien.

Tirza moet naar de dierenarts en wil niet praten

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Ja, ik ben beschikbaar.
M: Waarom wilde jij niet praten voordat we naar de dierenarts zouden gaan? Ik had je willen vragen wat er aan de hand is met je.
T: Dat wilde ik juist niet. Je weet hoe ik ben, ik wil alles zelf oplossen en onafhankelijk zijn. Daarbij past het niet dat je mij vraagt of er iets aan de hand is. Dat moet je zelf maar concluderen.
M: Dat hebben we gemerkt en daarom hebben we de afspraak gemaakt met de dierenarts. En dat heb ik je laten weten, zodat je voorbereid was. Jammer vond ik dat je op het moment dat we weg moesten, je je verstopt had.
T: Die vond ik juist wel leuk. Je had moeite me te vinden.
M: Dat klopt, wie verwacht er nu dat je je in de kattenbak had verstopt? Maar waarom had je je verstopt?
T: Ik was bang, ik voelde me niet goed en ik zag bij jullie de gedachte dat ik al 18 jaar oud ben en dat het nu minder met me gaat en of dat niet het einde van mijn leven zou moeten zijn?
M: Dat is heel naar, maar dat waren niet mijn gedachten. Ik wilde je laten nakijken en we wilden weten wat er aan de hand was en waarom je duidelijk minder goed en blij was.
T: Ik was helaas bang voor iets anders, maar gelukkig hebben jullie doorgezet en heeft de dierenarts mij geholpen, hoewel dat niet echt aangenaam was, het deed pijn. Aan de andere kant concludeerde de dierenarts wel dat het heel goed met me ging. Ik kan volgens haar nog wel een paar jaar mee.
M: Daar ben ik helemaal niet bezorgd over. Natuurlijk kun je nog een hele tijd mee en bij ons blijven. En het is goed te zien dat je jezelf nu weer goed verzorgd en dat je weer veel bent gaan eten. Jammer vind ik echter dat je daarmee ook weer een aantal irritante eigenschappen terug hebt en dat is bijvoorbeeld dat je ons ’s nachts weer wakker maakt omdat je naar buiten wilt en dat is niet de bedoeling dat je ons wakker maakt midden in de nacht.
T: Maar ik heb ook mij behoeftes en dan wil ik naar buiten om regenwater te drinken. Dat kraanwater binnen vind ik eigenlijk niet lekker.
M: Maar als we een beetje gezellig met elkaar willen samen leven, moeten we niet elkaar tijdens de slaap lastigvallen.
T: Dat deed ik niet bewust, ik had dorst en het regende buiten en dan wil ik eruit om te drinken.
M: Toch is het wel fijn als je meer rekening houdt met anderen buiten jezelf.
T: Je weet dat zoiets niet de kracht van een poes is.
M: Ik ben gewoon blij dat het je weer goed gaat en dat je meer eet, jezelf weer goed verzorgt en ook veel minder haren verliest. Een goed teken.
T: Nou goed hoor, tot een volgende keer weer.
231020

De kunst van niets doen

Interessant wat dieren kunnen doorgeven…

Afgelopen week waren er twee verschillende katten die hun mensen complimenteerden met het feit dat ze niets gedaan hadden. De mensen waren niet meegegaan in drama, ze hadden de katten gevolgd zonder in te grijpen en één kat noemde het letterlijk: De kunst van niets doen.

Ik zocht deze term op internet op, maar stuitte alleen op De kunst van het niets doen. En dat was niet wat de katten bedoelden.

Als mensen staan we meteen op scherp als onze huisdieren iets mankeert. We weten niet hoe snel we voor ze moeten zorgen, hoe snel we ergens een probleem van moeten maken. Hoe snel we ook de verantwoordelijkheid bij de dieren wegnemen. Waarom niet een stapje terug doen, vertrouwen in het dier zelf hebben en kijken of we niets kunnen doen?

Voor wie niet begrijpt wat ik bedoel: De ene kat was blij dat de mensen hem gewoon oud lieten worden en de andere kat was blij dat de mensen zijn keus respecteerden om buitenshuis te gaan wonen.