Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Boek: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief (en kuiken Piep)

Hoera, het boek is er! Universele rechten voor landbouwdieren. Eindelijk! Wat zou het mooi zijn als het boek overal gelezen wordt en er gehandeld wordt naar de inhoud! Mijn enthousiasme is groot, maar wat vinden de dieren?

Ik vraag het de koeien. Er verschijnt een flegmatische koe die mijn enthousiasme meteen meters naar beneden haalt met haar energie. ‘Wij stellen niet veel eisen,’ zegt ze. ‘Wij willen best geven, maar niet leeggetrokken worden.’ De koe laat zien dat alles rustig aan en op z’n tijd gaat. ‘Het boek zal ook langzaam z’n werk doen. Niet als een steen in het water die veel rimpeling in beweging zet. Maar als een continue zachte afgifte die op een gegeven moment wordt opgemerkt.’

Bah, dit was niet mijn idee van de uitwerking van het boek. Mijn enthousiasme is getemperd en kennelijk kijk ik de koe een beetje gedesillusioneerd aan. Ze wil me helpen: ‘Je moet dit boek langzaam tot je nemen, als een liksteen. Het duurt even maar dan is de steen toch op: geconsumeerd, verwerkt. Het heeft z’n dienst bewezen.’

Ik begrijp het beeld maar het is niet hoe ik wil dat het zal gaan. “Heb je nog wat toe te voegen?” vraag ik een beetje ongeduldig en chagrijnig. ‘Hang het maar op (de koe blijft de metafoor van de liksteen aanhouden) maar verwacht niet een snelle opname. Het gaat langzaam en geleidelijk.’

Dan naar de varkens. Als ik hen over het boek vertel zijn ze veel actiever: ‘Wij willen actie, gooi de hokken open, wij willen naar buiten!’ Ha, dit is meer mijn stijl. Ik voel wat meer aansluiting. We gaan naar de moedervarkens die in kooien liggen als ze hun jongen krijgen en hebben. ‘Je kunt niet anders dan je overgeven,’ zegt een varken. ‘Je kunt echt niet anders dan jezelf afstompen en er geestelijk niet meer zijn. Wij zijn voorwerpen geworden. Gooi alsjeblieft de hokken open! De weg van de geleidelijkheid gaat veel te langzaam. Het is geen leven, zo afgestompt moeten zijn.’

We delen even mijn ervaring van toen ik jaren geleden op een boerderij was waar de varkens in hokken opgepropt hun leven doorbrachten. Ik was twee maanden van slag. Ik heb niet het lef om me nu weer zo te verbinden met varkens in die positie. Ik kan alleen de hoop hebben dat het nieuw uitgekomen boek wél de steen is die in het water gegooid wordt en gigantische rimpelingen/bewegingen tot stand gaat brengen.

Omdat ik toch wat triestig word van hoe we met dieren omgaan (en dit kennelijk accepteren) gun ik mezelf ook wat leuks als compensatie: kuikentje Piep en hond Wilson.

Piep heeft een heel ander soort leven. Zij kwam als mogelijk bevrucht ei in handen van mijn vriendin die een broedmachine heeft. Piep kwam als enigste levend uit haar ei. Niet normaal, niet gangbaar, misschien niet wenselijk maar van dat alles trok Piep zich niks aan. Het leven was één groot feest. Mijn vriendin en haar hond waren er maar druk mee want zo’n kuikentje wil volop van het leven genieten en dat gaat niet als je stilletjes onder de warmtelamp gaat kniezen.

Een paar dagen nadat ik Piep live had gezien (ze wonen veel te ver weg…) maakte ik contact met haar via de diercommunicatie. Het was te verwachten dat ik een heel nieuwsgierig diertje trof, dat overal heen wilde en alles wilde ontdekken. Maar ze liet ook zien dat ze een verendek miste waar ze zich onder kon nestelen. En ze zat juist nu in de leerfase dus ik merkte op naar mijn vriendin dat ze wellicht andere kippen miste of nodig had.

Piep moest nog even wachten: er lagen nieuwe eieren in de broedmachine. In de tussentijd was Wilson surrogaat moeder. Piep zat lekker op zijn dikke hondenvacht.

Toen 10 dagen later de nieuwe kuikentjes er waren, deed Piep er niet veel op uit. Dat leek in tegenspraak te zijn met wat ik uit haar had weten te halen. Dus nog maar es contact maken met Piep en vragen hoe ze de kuikens en het nieuwe leven in de brouwerij ervaart. ‘Het is een heerlijk in solisme samenzijn,’ interpreteer ik de informatie die ze doorgeeft. Ik kijk op internet na of dat wel kan en lees dat het taalkundig gezien geen correcte en vloeiende zin is. Maar Piep en ik begrijpen elkaar precies. En mijn vriendin ook.

Het boek Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief is in elke boekwinkel te bestellen (ISBN 9789077326206). Het kan ook door mij een mail te sturen: piek@animaltalks.online (€ 27,50)

En wil je 27 mei bij de online boekpresentatie zijn, mail dan naar redactie@devrijemare.nl. Je ontvangt dan een link voor de presentatie die van 19.30 – 21.15 uur duurt.

Hang loose

Lieve AnimalTalks liefhebbers, de mensen van Nanook, een kat van 14 jaar, benaderden me voor een dierengesprek ‘op afstand’. Dat is prima, want energetisch werk is plaats en tijd ongebonden. Ware het niet dat voor mij tijd soms een moeilijk grijpbaar ding is. Het vliegt.

Vrije expressie
Zoals zo vaak begint een dier eerst met persoonlijke informatie waardoor zijn mensen herkennen dat ik hun dier ‘aan de lijn heb’. Allereerst liet hij mij zijn keel voelen. Dit gebied vraagt veel aandacht van hem, en kennelijk ook van zijn mensen. Nanook is namelijk nogal vocaal. Hij laat zien dat zijn stembanden onderhand touwen zijn en hij zegt behoefte te hebben aan (erg) vrij expressie.
Ik verifieer bij hem of hij mij en zijn mensen aan het geruststellen is. Hij kijkt een beetje verbouwereerd dat ik hierop doorvraag. ‘Bij jou kom je niet weg met flauwekul’, zegt hij. Daarop laat hij weten dat hij zelf het type is van ‘hang loose’ (duimpje en pinkje in de lucht). Zijn mensen herkennen dit met een grote glimlach, en ook zijn Engelse woorden.

Aftakeling
Zijn mensen vragen of er iets is waar hij last van heeft. Hij laat me voelen waar hij zich in zijn lichaam geconfronteerd voelt met het begin van de aftakeling. Dit is het stukje aan het eind van zijn rug, net voor zijn staart. Het voelt daar stijf en strak. En ook wel eens pijnlijk. Maar niet zo pijnlijk dat zijn mensen zich er volgens hem zorgen over hoeven maken.

Nanook vertelt verder. Hij vindt dit stijve stuk minder lastig bij verticale bewegingen zoals gaan zitten en opstaan en meer bij horizontale bewegingen van zijn flanken, achterlijf en staart. Geen pijnscheuten, maar irritatie aan de zijkanten van de wervels daar, die aan elkaar geklonken lijken. Hij zegt dat hij daarom wat rustiger aan doet en wat minder springerig is. Gedecideerd laat hij weten dat hij er niet mee zit. Hij zegt: ‘Ik stel gewoon bij en dan gaat het.’

Waar hij wel moeite mee heeft is dat zijn aftakeling confronterend is voor zijn mensen. Het doet hem verdriet dat zij zich er zorgen over maken. Hij heeft het gevoel dat zij de aftakeling zien als het begin van een eind.

Zelf zit hij er niet mee, met het concept van aftakeling. Hij zegt: ‘Het is wat het is en ik heb er geen oordeel over. Mensen zien aftakeling als iets negatiefs. Zo zie ik het niet. Het hoort bij het fysieke lichaam. Aftakeling vraagt gewoon om bijstellen. En dan doe je dat.’

Bijstellen
Ik vraag: ‘Hoe doe je dat, bijstellen?’ Nanook begint te vertellen over de wijsheid van het lichaam. Hij heeft hierover een dubbele boodschap en vraagt me om allebei de aspecten zorgvuldig over te brengen.

Het eerste aspect betreft hemzelf, hoe hij tot bijstellen komt. Hij zegt dat hij lichamelijk soms minder kracht ervaart, sneller moe is en eerder fysieke irritaties voelt zoals onderaan zijn rug bij de staart. Deze lichamelijke sensaties zijn dan zijn cue om te gaan bijstellen. Rustiger aan. Even pauze houden. De last verlichten. Of gewoon wat minder doen. Een beetje mijmeren en staren. Dat soort dingen.

Het tweede aspect betreft zijn mensen. Hij wil hen attent maken op de wijsheid van het lichaam. Hij laat een lichtgekleurde, maar zware rugzak zien die op de schouders drukt en waarvan de banden in de oksels schuren. Niet fijn. ‘Bij dit gevoel is het de hoogste tijd om bij te stellen’, zo stelt hij. ‘Logisch, toch?’.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt. Hij vraagt zijn mensen om hier goed naar te luisteren. Want als het lichaam spreekt, is het zaak om bij te stellen. Mensen negeren deze taal vaak, omdat ze denken dat de taalfunctie in het hoofd zit en niet in het lichaam. Ook denken mensen vaak dat het lichaam naar hen moet luisteren in plaats van andersom.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt

Ik informeer bij de mensen van Nanook of ze dit kunnen volgen. ‘Ja’, zegt de man, ‘meer naar onze intuïtie luisteren.’ Hoewel ik het hartgrondig met de man eens ben, zegt Nanook meteen dat hij echt de wijsheid van het fysieke lichaam bedoelt, naast de ratio en de intuïtie. Om het belang hiervan kracht bij te zetten, geeft hij nog een paar voorbeelden van fysieke sensaties die tot bijstellen nopen.

Hij zegt: ‘Als je moe bent, kun je op wilskracht nog even doorgaan omdat het werk af moet, of je kunt rust nemen en het werk later afmaken. Dan gaat het waarschijnlijk sneller en effectiever en ervaar je minder stress. Of als je knie pijn doet, kun je je hardloopschema willen volhouden, of je kunt het schema voor die dag bijstellen. In dat geval loop je bijvoorbeeld een rondje minder of je loopt minder hard of slaat het hardlopen een keer over. Zo voorkom je blessures en de volgende keer loop je lekkerder.’

Luister je naar de wijsheid van je lichaam, dan luister je naar je ziel
Hij vervolgt: ’In beide voorbeelden is bijstellen wat het lichaam vraagt. Je lichaam geeft aan wat je ziel nodig acht, vaak nog voordat het lichaam in de penarie komt. Luister dus goed naar de wijsheid van je lichaam, want dan luister je naar je ziel. Bijstellen dus.’

De mensen geven aan dat ze het begrijpen. En anders ik wel. Zo herkenbaar. Hoe vaak is het (in mijn geval) nog even dit en nog even dat. En voor de een nog even zus en voor de ander zo. Geen wonder dat de tijd vliegt.

Dank je wel Nanook, voor deze les, ook al leer ik ‘m voor de zoveelste keer. En dank jullie wel, lieve AnimalTalks liefhebbers, dat jullie deze wijsheid via Nanook met me willen meebeleven. Doe er allen je voordeel mee. Bijstellen en hang loose!

Eten of gegeten worden

Op mijn werk in de zorg hoor ik vaak de woorden kip, varken of rund. Het gaat echter nooit om de dieren zelf maar altijd om de dode, bewerkte versie van die dieren. En de substantie is verpakt in plastic en lijkt niet meer op wat eens dier was.

Het stemt me droevig dat mensen zo weinig nadenken bij hoe het leven van de dieren was. Het is de reden dat ik heb meegewerkt aan het boek dat binnenkort uitgegeven wordt: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief met als subtitel Universele rechten voor landbouwdieren. Eind mei wordt het boek gepresenteerd, dan zal ik er aandacht aan besteden.

Omdat het onderwerp me zo bezig houdt besluit ik vanochtend om mijn eigen boek weer es te pakken en te lezen wat ik hier 15 jaar geleden over geschreven heb. Het is namelijk altijd heerlijk om de dieren zelf te horen.

In het boek “In de Stilte hoor je alles” heeft hoofdstuk 19 de titel Eten of gegeten worden. Het begint met de zinnen: “Het is hier op aarde nog steeds een kwestie van eten en gegeten worden, oftewel doden of gedood worden. Dieren, planten, groente… het leeft allemaal en het een staat ten dienste van het ander. Het is regelmatig onderwerp van gesprek tussen dieren en mij.”

Ik citeer een gedeelte uit dit hoofdstuk:

“Namens alle dieren kan ik zeggen dat ze vinden dat het leven goed moet zijn. Het lijkt een logische opmerking, tot je inziet hoe wij met dieren om kunnen gaan. Vroeger was het niet meer dan normaal dat je alleen het leven van een dier nam als je het echt nodig had. De natuurvolken vroegen toestemming aan dieren om ze te doden en te eten. Ik las zelfs dat dieren zich dan aanboden. Respect. Daar draait het allemaal om.

Dat natuurlijke respect is er onder de vrije dieren. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de levensdrift van dieren ervoor zorgt dat ze proberen te ontsnappen aan het dier dat op hen jaagt. Maar dat is een strijd waar beide partijen ook plezier uit kunnen halen omdat hun capaciteiten op zo’n moment optimaal benut worden. Zo vertelt een konijn dat hij het heerlijk vindt als een hond achter hem aanrent. Hij is ervan overtuigd dat hij sneller is en geniet van de krachtmeting.

De slak was verbouwereerd dat mensen zich druk maakten over het feit dat zij plantjes eten. ‘Die groeien toch weer?’ was zijn reactie.

De bromvlieg is zich altijd bewust van gevaren. Allereerst spinnenwebben: ‘In een web komen is heel dom. Je moet goed kijken. Als je vastzit is het gebeurd. Dan zit je gevangen. Het is wachten op de spin. Je weet dat je verloren hebt.’ En buiten kan ze gepakt worden door een vogel: ‘We zijn aan elkaar gewaagd. Het is een mooi spel.’ “En als je gepakt wordt?” ‘C’est ça.’

Hartzaam en Hemelse muziek volgens Beagle Belle

Lieve AnimalTalks liefhebbers, Pasen ligt net achter ons en we zijn onderweg naar Pinksteren. Het is een tijd waarin ik me voor elk volgend jaar voorneem om meer stil te staan bij wat deze periode in alle opzichten zo inspirerend maakt. Elk jaar mislukt dit enigszins, ingehaald door deadlines, verantwoordelijkheden en verplichtingen. Maar dit jaar lijkt het toch iets anders te lopen…

Dankzij een Google zoektocht naar een dierentolk kwam Beagle Belle op mijn pad. Haar vrouw, die mijn website gevonden had, beschrijft Belle als ‘meer dan zomaar een Beagle’. Ze kan het weten, want Belle is haar derde Beagle. Ze noemt Belle haar eerste ‘zielhond’ en wil graag weten wat Belle zoal bezig houdt. En ik wil graag weten wat een zielhond is en wat zij te vertellen heeft. We gaan het gesprek met elkaar aan.

Zielskracht
Het contact met Belle verloopt heel gemakkelijk; ze helpt me om haar zo goed mogelijk te begrijpen. Zo legt ze eerst iets uit over haar ziel. Volgens haar zit die zowel in als buiten de grenzen van haar lichaam. Ik vind dit reuze interessant, want waar zit de ziel eigenlijk?

Belle legt uit dat haar ziel veel groter is dan haar lichaam en dat ze daardoor veel meer aan kan dan vaak wordt gedacht. Als ziel kan ze hetzelfde aan als mensen, zegt ze, ook al heeft ze maar een klein lichaam. Ook de zielen van mensen kunnen volgens haar veel meer aan dan mensen zelf denken. Volgens haar kunnen de zielen van mensen en de zielen van dieren evenveel aan.

Het is mooi dat Belle dit zo duidelijk uitlegt, want de vrouw wilde graag weten hoe Belle erin staat dat ze zoveel hebben meegemaakt. Ze is bezorgd dat dit belastend was voor Belle. Deze informatie van Belle neemt deze zorg weg.

Aandacht is verbinding
Daarna gaat Belle in op haar verbinding met haar mensen. Die beschrijft ze als elektriciteit. Ze zegt: ‘Het staat aan zodra je je aandacht op elkaar richt en dan knettert het als het ware. Zo hoorbaar en voelbaar is onze band. En soms staat het knopje even uit en dan is iedereen met eigen dingen bezig. Dat is ook prima. Temeer omdat we alle drie weten dat aandacht voor elkaar de ‘aan-knop’ is. Aandacht is verbinding.’

Belle vertelt ook dat als haar mensen even weggaan uit hun appartement, ze altijd een rustgevend muziekje aanzetten. Daar waar de muziek zachtjes klinkt, is thuis. Alles daarbuiten is ‘van de buren’. De muziek bakent voor Belle haar ruimte, haar thuis, af. Zo hoeft ze geen aandacht te hebben voor alles daarbuiten en kan ze lekker chillen. Fijn!

Vervolgens laat Belle heel andere muziek horen als haar mensen thuis zijn. Ik hoor orgelmuziek. Barok. Het klinkt zó echt en origineel, dat het haast lijkt alsof er in huis wordt gemusiceerd. Via deze muziek ontstaat ook een hogere verbinding. Die verbinding gaat volgens Belle ’boven alles uit en omvat alles’. Ik voel een heel hoge trilling bij deze muziek en een andere dimensie. Het is alsof Belle, met haar mensen, daarin opstijgt. Ze geeft zich helemaal over aan deze muziek en de andere dimensie. En ze neemt mij daar in mee. Een hele ervaring.

Hemelse muziek
Zo herken ik de klanken die ze me laat horen als de tussenstukken tussen de aria’s en de koralen uit de Matthäus Passion. Voor wie daarmee niet bekend is weven deze klanken zich als een terugkerend thema door het stuk heen, als een wiegende hartslag. En die hartslag lost als het ware op in de aria’s en de koralen en komt dan na afloop weer tevoorschijn. In het bijzonder laat ze me de aria ‘Erbarme dich’ horen, met de omringende hartslag, inderdaad alles overstijgend en alles omvattend. Ik vraag of de mensen dit klankrijke beeld en de woorden die ik daaraan geef, nog enigszins kunnen volgen. Het is wel ‘next level’…

De vrouw valt even stil en zegt dan dat ze het héél goed begrijpt. En dat haar man het nog beter begrijpt want Bach is echt helemaal zijn ding, volgens haar. ‘Nou en of’, hoor ik hem zeggen. ‘Hemelse muziek’.

Hartzaam
Ook de hartslag heeft een speciale betekenis voor de man, die Belle en passant een ‘hartzame’ man noemt. Deze kwalificatie van Belle voor de man raakt de vrouw vervolgens in háár hart. Het hart blijkt een speciale betekenis voor hen beiden te hebben, zowel fysiek als overdrachtelijk.

Wat een verbinding tussen deze drie zielen, die Belle met een paar beelden en klanken blootlegt. En wat ontzettend mooi om hier als dierentolk in samenwerking met Belle woorden aan te mogen geven. Een openbaring.

Lieve AnimalTalks liefhebbers, aan het begin van mijn consult, en deze blog, vroeg ik me af wat een zielhond is en wat ze te vertellen heeft. Dankzij de hemelse muziek werd het me duidelijk. Deze zielhond staat voor verbinding op hartsniveau. In deze periode van Pasen en Pinksteren sluit ik daarom af met de woorden: Geniet van licht, hoop en verbinding in je leven. En dank jullie wel voor jullie aandacht.

 

Wat wordt het vandaag?

Soms heb je van die dagen dat niets wil lukken, daar zit ik nu in. Ik ben moe, die tijdsovergang naar de zomertijd valt niet goed, ik ben verdrietig en lusteloos en ondanks dat alles wil ik een blog schrijven. Maar daar zit ik al dagen tegenaan te hikken. Natuurlijk kan ik het me gemakkelijk maken en ergens in mijn archief duiken en een nog niet gepubliceerde blog plaatsen. Daar liggen nog honderden gesprekken. Maar dat stuit me ook tegen de borst. Ik wil de dieren serieus nemen en jullie als lezers ook. Dus moet het wel een fatsoenlijke blog worden. Maar welke dier zal ik vragen? En wat heb ik te vragen. Ik stel me open en wacht ….
Mijn lieve hond Kaila meldt zich onmiddellijk om me op te beuren. Maar er is ook vaag op de achtergrond een varken, een modderig varken dat mijn bewustzijn binnendringt en aandacht vraagt. Ik besluit die kant op te gaan.

M: Dag varken, wat brengt je bij mij?
V: Jouw vraag wat wordt het vandaag? Eigenlijk wilde je zeggen wie wordt het vandaag. Die vraag slingerde je het universum in en ik ving het op.
M: Vertel, wat wil je kwijt.
V: Ik ben een buitengewoon varken omdat ik het geluk heb niet in de bio-industrie terecht gekomen te zijn, maar bij een boer die anders met zijn dieren omgaat. Zo wonen wij ’s nachts wel in een stal en slapen we in het stro, maar mogen we overdag gewoon naar buiten en hebben we een modderig weiland en een echte modderpoel waar we in kunnen verblijven. En ook een stuk beton waarop we eten krijgen anders smeren we blijkbaar alles onder de modder.
M: Dat klinkt heel veelbelovend. En met hoeveel zijn jullie daar?
V: We zijn nu met negen volwassen varkens en af en toe komt er een beer op bezoek en dan krijgen we jonkies, en dan kan het wel druk worden want die jonkies slapen gewoon bij ons in de stal en komen na verloop van tijd ook mee naar buiten. Niet meteen overal, eerst alleen op de betonplaat en later het weiland en nog later de hemel, de modderpoel.

De modderpoel is de hemel voor een varken

M: Wat leuk dat je de modderpoel de hemel noemt. Is dat zo genieten?
V: Ja dat is het zeker, dat kun je je niet voorstellen hoe lekker dat is, je wentelen in die zachte blubber en dat overal op je lichaam te voelen en die verkoeling is heerlijk.
M: Als het er zo goddelijk is, dan heb je vast ook wel een naam?
V: Ja, mijn naam is krulletje, omdat ik een bijzondere krul in mijn staart heb, een krul die twee kanten op krult, dus een dubbele krul maar tegendraads. Ik ben er wel een beetje trots op, maar geen van mijn kinderen heeft ooit zo’n krul gehad. Dus waarschijnlijk is het een ongelukje in mijn jeugd geweest waardoor de krul vreemd werd.
M: Maar het zal vast niet altijd rozengeur en maneschijn zijn bij jou op de boerderij?
V: Nou sommige andere dieren zijn soms moeilijk, dan denk ik aan de grote bullebak van een stier die ook een deel van het weiland heeft. Soms is hij heel vredig, maar hij heeft zijn dagen dat hij humeurig is en dan trapt hij naar ons, ook al staan we niet in hetzelfde stuk weiland. We staan wel naast elkaar.
M: En worden jullie biggen bij jullie groot of gaan ze naar de slacht na verloop van tijd?
V: Ja, er komt absoluut overbevolking als we alle biggen die er jaarlijks geboren worden hier zouden laten, dat kan dus niet. Als ze een mooie jeugd hebben gehad, van beschermd in de stal tot uiteindelijk als deelnemer in het modderbad, dat is een beetje afhankelijk van het jaargetijde, dan worden ze afgevoerd naar de slachterij.
M: Heb je daar moeite mee?
V: Op een gegeven moment moet een big zelfstandig worden en zijn eigen weg gaan, kinderen kunnen niet bij hun moeder blijven. Dus is het logisch dat ze dan worden afgevoerd en dat ze naar de slacht gaan vind ik niet echt een probleem. Ze hebben een mooi leven gehad. En dat geldt natuurlijk ook voor ons. Wij mogen dan langer op de boerderij verblijven en kleintjes krijgen, maar ook voor ons geld dan een moment dat het gedaan is. Dan worden wij ook naar de slacht gebracht.
M: Hoe voelt dat?
V: Dat voelt wel als eerlijk. De boer geeft ons een mooi leven en wij geven de boer mooi en gewild vlees. Want doordat wij buiten leven zijn wij veel gespierder dan bio-industrie varkens, bovendien zijn wij veel gezonder en meestal zonder allerlei medicijnen, waardoor wij veel waardevoller vlees leveren. En daar blijkt een markt voor te zijn.
M: En jij hebt daar geen moeite mee?

Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug.

V: Nee totaal niet. Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug. De boer laat ons ook altijd weten wanneer het zover is, dan weten we dat het einde spoedig komt. Het komt dus niet als verrassing en dan kun je je toch een beetje voorbereiden. Natuurlijk weet je dat het niet echt een lolletje is, maar dat heb je er wel voor over als dank.
M: Ik vind dat heel mooi gezegd. Dank je wel en ik moet zeggen, je hebt mij behoorlijk opgevrolijkt met je mooie verhaal van een buitengewoon varken. Wil je nog iets kwijt?
V: De mens heeft dus een keus, als je vlees wilt eten kun je kiezen voor vlees van gelukkige dieren of voor vlees van een productiemiddel dat geen kans op enig geluk heeft gehad in haar leven. Dat is een belangrijke keuze voor mensen, want daarmee kunnen ze de bio-industrie wel degelijk verslaan. Denk daar maar eens over na.

Wat geeft dit varken een mooie opening om anders naar vlees te kijken en vooral anders naar de dieren die het vlees produceren. In kan me voorstellen dat vlees van gelukkige dieren een heel andere uitwerking op je mens zijn zal hebben dan vlees van ongelukkige dieren. Dat betekent dat als je geestelijk gezond wilt blijven je misschien je keuzes moet maken waar je je vlees wilt kopen! En dat zegt een (bijna) veganist, maar dat terzijde.
Daarnaast heeft de EU in 2021 beloofd uiterlijk in 2023 met wetgeving te komen tegen alle kooien in de veehouderij. Deze belofte is de EU nog steeds niet nagekomen. Dit is een prachtig voorbeeld van hoe dat oplosbaar zou kunnen zijn. Ja, hier kan ik blij van worden.
260331

Kernachtiger zijn en praten

Lieve AnimalTalks liefhebbers, als je de cursus dierencommunicatie bij Piek Stor en Petra Maartense volgt, dan komt er een moment waarop je leert contact te maken met een vrij dier. Dat mag een dier van je eigen keuze zijn of een vrij dier uit het boek ‘In de Stilte hoor je alles’ van Piek in samenwerking met Petra. In mijn geval was het vrije dier destijds een lieveheersbeestje. Ik had ze opvallend vaak in mijn buurt, waar ik ook was. Maar tijdens de basiscursus dierencommunicatie half maart gingen de cursisten met de Afrikaanse leeuw uit het boek in gesprek.
Naast gastvrouw zijn was mijn rol tijdens deze cursusdag het delen van ervaringen als dierentolk. Daarom deed ik deze korte oefening met de cursisten mee en maakte ook ik contact met dit vrijzinnige dier.

B: Dag leeuw, ik ben Barbette en ik ben dierentolk. Heb je even tijd voor me op dit drukke moment? Want ik weet dat ik niet de enige ben die jou nu even opzoekt.

Terwijl ik contact aan het maken was, overviel me een heel blij en vrolijk gevoel. Dit gevoel is het beste te vergelijken met een stevig binnenpretje. Dat het even borrelt van binnen en dat je een innerlijke glimlach voelt opkomen die groter is en dieper zit dan enkel in het hoofd. Ik pikte kennelijk zijn enthousiasme op, want hij antwoordt als volgt.

L: Hier word ik nou heel vrolijk van! Dat jullie dit doen. Dierencontact. Daar zit de kracht.
B: Wat bedoel je met ‘daar zit de kracht’?
L: Afstemmen. Je niét laten afleiden. Bij jezelf komen en blijven… – als iedereen dat zou doen, zou er minder miscommunicatie zijn. Uitgaan van eigen kracht. Niet twijfelen. Weten wat goed is. Daarop vertrouwen.

Het valt me op dat de leeuw zijn inzichten heel staccato vertelt. Als een aansporing. En tegelijkertijd bekrachtigend in duidelijkheid. Zo van zo is het gewoon. Althans, zo vertelt hij het aan mij. Het voelt op de een of andere manier heel veilig om er in mee te gaan, om zo te ervaren wat hij bedoelt met zijn woorden. Het smaakt naar meer. Dus ik probeer hem een beetje uit te dagen en te verleiden tot meer bekrachtigende aansporingen. Ik vervolg:

B: Dit klinkt een beetje als uit een boekje, zo compact als je het zegt.

Maar de leeuw laat zich niet uit de tent lokken. Hij zegt:

L: Ik hoef er ook niet meer woorden aan vuil te maken. Of laat ik zeggen te besteden. Dat zouden jullie ook moeten doen, de mensen. Kernachtiger zijn en praten. Gaan jullie daar maar mee oefenen in en buiten de cursus. Dat is mijn boodschap.

Hoewel ik me graag had gelaafd aan nog meer van zijn wijsheid, besef ik me dat hij precies doet wat hij aanbeveelt. Krachtig zijn in kernachtigheid. Ontdaan van ballast. Schoon. Daarom rest mij niets dan dank en bezinning, wat de leeuw kennelijk kan waarderen.

B: Dank je wel, leeuw.
L: Tóf gesprek, dit! Jij ook bedankt!

Tijdens de uitwisseling achteraf vertelde iedereen die met de leeuw had gesproken over het contact. Alle gesprekken lagen in elkaars verlengde. Dit hielp de cursisten uit te gaan van eigen kracht. Niet te twijfelen. Te weten dat het goed is. En daarop te vertrouwen. Dat is de kern. Daarom spraken we af dat ik mijn eerstvolgende blog aan deze wijsheid van de leeuw zou wijden.

Ik besluit nog even na te kijken wat hij aan Piek had verteld en sla zijn boodschap in het boek er nog even op na. Op bladzijde 103 gaat het hem om het hogere doel. Het respect voor alles en iedereen. Dat is mooi. Want juist dit hogere doel en dit respect maken dat er mensen zijn die willen (leren) communiceren met dieren, zodat de dieren een stem krijgen en de mens op dat moment hun instrument is. Daarmee, lieve AnimalTalk liefhebbers, is de cirkel van deze blog rond. Met dank aan de Afrikaanse leeuw.

 

Vakantieplannen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, zoals sommigen van jullie weten ben ik verslingerd aan Schotland. Mijn hondje Maya gaat altijd met me mee. Hoewel ik dierentolk ben, heb ik haar nog nooit officieel gevraagd of zij dat eigenlijk wel leuk vindt. En dan doel ik vooral op de nachtboot van IJmuiden naar Newcastle en weer terug. Ik vind het voor een hond een erg lange overtocht, ook al delen we samen een hondenhut en kan ik haar uitlaten op het hondenuitlaatdek. Ik besluit er eens voor te gaan zitten en hier een babbel over te maken met haar. Mijn volgende vraag is hoe ze het zou vinden als we een extra overtocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Ik ben benieuwd wat ze ervan zegt. ‘Luister’ maar even mee…

B: Hé Maya, mag ik contact met je maken?
M: Eindelijk.
B: Werd het tijd?
M: Ja, je was het al langer van plan om ervoor te gaan zitten. Ik heb geen klagen, want we wisselen tussendoor heel veel en over van alles uit met elkaar. Ik ben daar heel blij mee. Ik word echt gezien door jou. Je maakt me blij. Ik ben een heel blije hond, maar jij maakt me ook blij. We zijn een duo.
B: Wat lief dat je dat zo zegt. Zo voel ik het ook. Je bent mijn kompaan. Ik ben zo dankbaar dat je in mijn leven bent. Het is zó gezellig met jou! Ik ben stapelgek op je.
M: Ja leuk! Blij mee!
B: Ik wil je wat vragen en daarom ben ik er even voor gaan zitten om met jou te praten. Ik wil graag weer met je op vakantie en net als vorig jaar met z’n tweetjes met de caravan door Schotland trekken. Vind je dat leuk?
M: Ja! Op avontuur met jou en samen in het rollende tiny house. Dat vind ik héél gezellig. En de hut op de boot ook; dat is net zoiets. Zo knus samen op de wiegende zee. En dan neem je me mee naar buiten in de zeelucht. En dan mag ik uren op schoot zitten. En dan kijken we naar het spoor dat achter ons in zee ontstaat. En naar de jan-van-genten die daarop af komen. En dan zitten we samen zo knus. Dat vind ik zó leuk!

Nou, dat was deel één van wat ik wilde weten. Fijn dat ze leuke dingen ervaart op zee. Dat stelt enigszins gerust. Maar ik zit met de duur van de overtocht. Hoe vindt ze die?

B: Vind je de overtocht zelf niet ellendig lang duren? En dat ontschepen duurt ook altijd langer dan je hoopt en dan nog de douane enzo. Ik voel me vaak een beetje opgelaten dat het voor jou wel erg lang duurt voordat we weer grassprieten onder de voeten hebben en jij lekker kunt rennen.
M: Nou, met dit alles ben ik tijdens het reizen helemaal niet bezig. Het is wat het is. En het duurt zo lang als het duurt. Ik geef me daar gewoon aan over.

Maya laat even een stilte vallen om mij de gelegenheid te geven om wat ze zegt tot me door te laten dringen. Ze geeft geen oordeel over de duur van de overtocht en ‘ontslaat’ me van zorgen maken. Wat ontzettend mooi van haar. Dan vervolgt Maya haar verhaal.

M: Alleen als jij even weggaat om aan boord te eten, dan vind ik dat even niet zo leuk. Dat is mijn jeugdtrauma, denk ik. Verlatingsangst. Maar dat is meer een reflex dan een echte angst. Jij hebt namelijk nooit voeding gegeven aan deze angst. Jij geeft juist rust en vertrouwen. Daar put ik kracht uit. Dus zodra ik je niet meer hoor en ruik, ga ik heerlijk slapen. En ineens ben je dan terug met wat lekkers voor mij. En dan zijn we allebei zo blij dat ons duo weer in tact is. Dat is zó leuk!

Maya laat weer even een stilte vallen om het duo-schap te benadrukken, dat ik trouwens net zo voel en dat voor mij net zo waardevol is. Ze gaat verder.

M: Ik heb er geen twijfel over dat je terugkomt. Dus het is oké. Heb je verder nog vragen?
B: Ja, die heb ik. Wat nou als we daarna nóg een vaartocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Die tocht is iets korter, maar ook ’s nachts. En dan hebben we ook weer een hondenhut. Ik wil die tocht niet maken als jij het te lang vindt of alles bij elkaar teveel op een boot. Jij hebt ook vakantie. Het moet voor jou ook leuk zijn.
M: Gaan we dan naar Shétland? Dat kleine eilandje in het midden van de grote zee tussen Schotland en Noorwegen? Dat is wel heel avontuurlijk!
B: Ja, Shetland is een groepje van kleine eilandjes en ligt op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Ik zou daar heel graag samen met jou heen gaan. Maar alleen als jij het ook leuk vindt.
M: Ik vind nieuwe dingen erg spannend. En kleine eilandjes in zo’n hele grote zee ook. Maar het lijkt me ook leuk. Op avontuur met jou vind ik echt leuk. Jij bent wel een stoere chick, zeg! Dat je alleen, dat wil zeggen met mij, met de caravan naar zo’n verre uithoek midden in de zee gaat… Ik zie dat wel zitten. Het is niet te lang, op de boot. Ik kan dat wel. Maar, ik vind andere delen van Schotland ook leuk, hoor! Het noordwesten bijvoorbeeld. Toch wint de nieuwsgierigheid naar Shetland het. Ik vind het erg leuk dat je dit wilt gaan doen met mij en met mij overlegt. ‘Practice what your preach… – je dier echt serieus nemen. Dat vind ik zó top!
B: Nou, ik vind het ook top. Want ik ben gaan leren communiceren met dieren om beter contact met jóu te kunnen hebben en om jou en onze samenwerking beter te leren begrijpen. En zie wat het me heeft gebracht! Ik praat met allerlei dieren en schrijf er nu zelfs blogs over! Het moet niet gekker worden!
M: Ja, echt te gek!
B: Maya, ik wilde over dit gesprek ook een blog maken. Vind je dat goed? Ik heb cliënten die willen weten hoe hun dier het reizen vindt. Dit gesprek tussen ons geeft een inkijkje in dat je hier vragen over kunt stellen. Daarmee geeft dit gesprek niet alleen inzicht in onze reisplannen, maar ook een idee voor anderen die vragen over reizen met dieren hebben. Dieren weten goed wat ze willen, heb ik gemerkt. En ze kunnen het vaak heel duidelijk vertellen, net als jij deed. Ben je het ermee eens?
M: Ja, komt er dan ook een foto van mij bij?
B: Ja, vind je dat goed?
M: Ja, dat vind ik juist leuk! En een eer. Doe maar een foto van mij in de caravan.
B: Wat lief, dank je wel Maya. Heb je misschien nog een laatste woord? Want zo gaat dat in een echt consult ook. Dieren krijgen altijd het laatste woord.
M: Ja, dat heb ik en dat weet je. Als ik hard aan het blaffen ben en jij vindt het genoeg, dan heb ik ook het laatste woord. Ik blaf en pruttel altijd nog even na.
B: Je zit me te dollen.
M: Ja, dat is juist zo leuk. Ik vind jou namelijk ook zo’n blij persoon. We hebben het getroffen met elkaar. Dat wilde ik nog even zeggen. Komt dit ook in de blog?
B: Ja, als jij dat goed vindt wel.
M: Nou, dat is goed. Ik ben namelijk heel blij met jou. Er zijn geen woorden voor. Dat is gevoel. Schrijf dat maar op.

Die Maya, dat is ook weer zoiets. Zie aan gevoel maar eens woorden te geven. Juist daarin schieten woorden tekort. Hoe waar. En ook daarover heeft ze geen oordeel. Sterker nog, ze wil het benadrukken. En mij en de lezers van deze blog daarmee ‘ontslaan’ om moeilijk over woorden te doen. En te durven vertrouwen op gevoel. Althans, dat is mijn interpretatie. Wat een wijs wijffie.

B: Dank je wel, lieve Maya. Zal ik de overtocht naar Shetland gaan boeken?
M: Prima, maar laten we niet te lang op dat kleine eilandengroepje blijven, want ik wil ook andere stukken van Schotland weer zien.
B: Doen we! Top!

Lieve AnimalTalk Liefhebbers, wie had dat gedacht dat je je vakantieplannen zo precies kunt afstemmen met je dier. Het is fantastisch. Wat een rijkdom. Veel dank weer voor jullie aandacht!
Barbette

Naschrift: Dit gesprek had ik maandagmiddag met Maya. ’s Avonds was ze innig tevreden, relaxed en alsmaar in blij oogcontact met me. Ik besluit wat vaker een ‘echt gesprek’ met haar te voeren, naast de kleine, dagelijkse uitwisselingen tussendoor. Het is precies zoals cliënten vaak zeggen; dat je dier dichterbij komt door een dierengesprek en dat het dier laat blijken zich echt gehoord en gezien te voelen. Ik vind het prachtig!

Meer van minder

Lieve AnimalTalks liefhebbers, deze keer een iets kortere blog dan mijn vorige schrijfsels. Zou de titel hier debet aan zijn? Zo ja, dan gaat het de goede kant op!

Een zalige rust kwam over me toen ik afgelopen week op een cursus was in een klooster in Denekamp. Vooral de eenvoudige kamer met hagelwitte muren ademde rust. Een goed bed met een nachtkastje ernaast, een smalle kledingkast, een schrijftafel met stoel en een leesfauteuil, allemaal in onopvallend blank eiken uitgevoerd. Hier en daar een moderne lamp van dezelfde serie, in de gang nog een kapstok en daarachter een moderne badkamer. Precies wat je nodig hebt. Niets meer en niets minder.

‘Hè, lekker’, dacht ik bij binnenkomst. ‘Comfortabel en geen afleiding. Prima – zou ik thuis ook moeten doen.’ Ik kreeg een binnenpretje bij deze gedachte. Het binnenpretje had te maken met een toepasbare tip van hond Nola, die ze in een consult alsmaar bleef herhalen. Ik kom er niet onderuit om hieraan een blog te wijden.

Nola is een hond met een zogeheten rugzakje en is nu ruim 2,5 jaar bij erg liefdevolle mensen. Nola bleek tijdens afgelopen Oud & Nieuw op een stille plek in de Franse Ardennen de rust zelve, terwijl ze thuis dagelijks onrustig en blafferig is en over-alert naar ongeveer alle mensen en dieren buiten haar eigen roedel. Haar mensen willen graag weten hoe Nola vindt dat het gaat en wat ze nodig heeft om zich thuis nog veiliger te gaan voelen en meer rust te ervaren.

Ik ging graag het gesprek met Nola aan. Na een korte introductie begint Nola te vertellen dat ze van eenvoud houdt en dat er héél goed voor haar wordt gezorgd. Ze is dankbaar. Ze zit er alleen een beetje mee dat ze niet hetzelfde terug kan doen voor haar mensen. En dat wil ze wel graag. Ze mist balans.

Nola vervolgt met dat ze snel overprikkeld is en zich dan het liefst even terugtrekt. Maar juist dan trekt ze onbedoeld de zorg en aandacht van haar liefdevolle mensen. Ik vraag haar wat ze dan nodig heeft. ‘Meer van minder’, zegt ze eenvoudig. ‘Het gaat om een andere norm. Eenvoud is de sleutel. Echte eenvoud. Niet vanuit een romantisch verlangen naar versimpelen. Maar omdat eenvoud je bij je ware zelf brengt.’ Dan zegt ze: ‘Meer van minder. Dat zou me erg gelukkig maken.’

Meer van minder, eenvoud is de sleutel, eenvoud brengt je bij je ware zelf

Ik vraag aan Nola of ze hier een voorbeeld van kan geven. Ze laat me zien dat er op veel plekken kleedjes en kussens voor haar zijn. Daarnaast heeft ze een open bench voor als er bezoek is en in de slaapkamer staat een zachte cave voor de nacht. ‘Nou’, zegt ze, ‘ik mag van mijn mensen sowieso overal zijn en liggen. Waarom dan nog al die extra plekken voor mij. Eén plek speciaal voor mij is voldoende, het liefst op een verhoginkje. Dus als het gaat om plekken voor mij: meer van minder.’

Ze geeft nog een ander voorbeeld. Ze houdt van spelen en laat me verschillende speeltjes zien, onder andere een bot, een stok, een flostouw en hersenwerkjes. Ook laat ze me zien dat ze niet per se veel initiatief neemt tot spelen en soms lang maar ook vaak kort speelt. Haar mensen herkennen dit en willen weten hoe dit zit. ‘Ik kan kort net zoveel plezier hebben als lang. Goed is goed, ongeacht hoe lang. Ik heb andere verzadigingspunten dan mensen. En als ik te lang doorga, raak ik uit balans. Dan kunnen ze me beter even uit mijn spel halen. Voor spel en verzadigingspunten: meer van minder.’

Ik vraag Nola naar de omgang met het bezoek. Ook hierop heeft ze een duidelijke visie. Ze zegt: ‘Ik ervaar veel opwinding bij hoe mensen soms naar binnen stuiteren. Ze komen in onze roedel en respecteren niet wat hier de orde is. Men doet maar. Vaak ook met een hoop lawaai en beweging. Ik wil niet graag dat ze naar me toekomen en me dan meteen gaan aanraken. Dat opdringerige gedoe blaf ik luid weg. Gelukkig doorzien mijn mensen dit. Ze nemen me steeds meer in bescherming als er bezoek komt. Zo helpen ze mij om mijn opwinding zo laag mogelijk te houden. Daar moet het bezoek soms wel aan wennen, dat het niet allemaal om hén draait en dat ze eerst even hun eigen plaats moeten weten in ons huis en in onze roedel. Dus ook bij opdringerig gedoe: meer van minder.’

Ik glimlach bij deze en ook andere voorbeelden uit het consult. Ik herken heel goed wat Nola zegt. Ik informeer bij haar naar wat ze nodig heeft om meer veiligheid en rust te voelen. Nola zegt: ‘Ik heb voor veel dingen meer verwerkingstijd nodig dan mijn mensen. Ik zou daarom graag willen dat we alles wat we doen met aandacht doen, dat steeds één iemand tegelijk de leiding neemt en dat er ondertussen niet teveel op mij wordt gelet. Even inchecken bij me is natuurlijk oké. Maar laten mensen vooral de aandacht bij zichzelf bepalen. En laat mij af en toe maar even. Ook hier: meer van minder.’

Die lieve Nola, wat illustreert zij mooi dat meer van minder toepasbaar is in uiteenlopende situaties als je de norm bij eenvoud legt. En wat een liefdevolle uitdrukking heeft ze geïntroduceerd met meer van minder.

Ze is tot slot haar mensen enorm dankbaar en noemt haar tip slechts finetuning. Dit laat onverlet wat het grote effect kan zijn van meer van minder. De eenvoud van de kloosterkamer in Denekamp liet me dit meteen bij binnenkomst voelen: een zalige rust. Hun motto is niet voor niets: rust geeft kracht. En Nola vertelt ons wat rust brengt: meer van minder.

Dank je wel, Nola! Ik besluit om thuis ook weer eens flink te gaan opruimen en balanceren. Want ook daar is wat meer van minder van harte welkom!

Bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

Waarom vliegen ganzen zo kriskras heen en weer?

Sinds dit weekeinde ligt er overal sneeuw in Nederland en je ziet en hoort de ganzen overvliegen in hun kenmerkende V-vorm. Maar de ene V vliegt naar het oosten, de andere naar het westen en weer een naar het noorden, er is geen touw aan vast te knopen. Waarom vliegen ze zo op het oog kriskras en met zoveel herrie? Tijd om het de ganzen te vragen.

M: Beste ganzen, wie heeft er voor mij antwoorden op mijn vragen over jullie heen en weer gevlieg?
Het is een tijdje stil, dan krijg ik feedback dat ze slapen en rust willen hebben, want ze hebben hun energie hard nodig momenteel. Dan leg ik uit dat ze helemaal geen energie verbruiken als ze telepathisch contact met me maken.
G: OK, dan zal ik je vragen beantwoorden.
M: Fijn dat je dat wilt doen en slaap gerust lekker verder, we kunnen op deze wijze nagenoeg energieloos met elkaar communiceren. Mijn vraag, waarom vliegen jullie nu al in V-vorm en is de trek dan al begonnen, het is pas begin januari.
G: We zijn zeker nog niet begonnen met de trek. Wat je ziet en misschien chaotisch overkomt, is onze zoektocht naar grasland. Nu alles onder de sneeuw ligt, willen we graag op plekken eten waar we makkelijker bij het gras en de bodem kunnen komen. Of als het al wat schemerig wordt, dan vliegen we naar onze slaapplaatsen, die verschillen namelijk van onze eetplekken.
M: Ik zie jullie vaak met honderden tegelijk in het weiland staan grazen, daar slapen jullie niet?
G: Nee, we slapen niet in de weilanden, dat voelt minder veilig. We slapen liefst ergens in het water, dan kunnen we slapend drijven en dat is, zeker als we met veel zijn, heel rustgevend. Hé, je moet wel bij de les blijven. Als je al wilt kletsen terwijl ik slaap, moet jij wel geconcentreerd blijven.
De gans heeft gelijk, ik word afgeleid doordat er een strooi auto langsrijdt en ik kijk even uit het raam, waar de zwaailichten vandaan komen. Maar hij heeft me meteen bij mijn kladden en hij heeft gelijk.
M: Sorry, ik was even afgeleid. Maar laten we verder gaan. Dus jullie eten overdag op het land en zoveel mogelijk in weilanden en slapen ’s nachts op het water. Dus als ik aan ’t Gooi denk waar ik woon, dan zie ik jullie heel veel rond de weilanden rond het Gooimeer in Natura2000 natuurgebieden en dan slapen jullie waarschijnlijk in het Gooimeer?
G: Als jullie dat allemaal zo noemen dan zul je wel gelijk hebben.
M: Maar waarom vliegen jullie dan nu zo veel rond?
G: Dat heeft dus voor een deel te maken met de sneeuw, we kunnen niet zo goed terecht op de bekende plekken, dus zoeken we het wat verder, waar minder sneeuw ligt. En als we dan weer richting onze slaapplek gaan, vliegen we rondjes om onze clubgenoten, degene die bij onze troep horen, te roepen dat het tijd wordt om weer naar de slaapplek te gaan. En die sluiten zich dan aan. Om aan allemaal duidelijk te maken dat we weer naar de slaapplek gaan vliegen we enkele rondjes, vandaar dat je ons alle kanten op ziet vliegen.
M: Maar altijd in V-vorm?
G: Ja wel heel vaak. Dat is een hele efficiënte manier van vliegen. Onze vleugels zorgen voor opwaartse druk bij het vliegen, als je nu in de luchtschaduw van degene die voor je vliegt kunt vliegen heb je veel minder energie nodig, dat scheelt heel veel. En waarom zou je geen energie sparen als je dat eenvoudig kunt doen. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
Zeker als we echt weer naar onze zomerverblijfplaats trekken, dan hebben we die energie nodig om dat hele stuk te vliegen.
M: Waar verblijven jullie in de zomer?
G: Ver weg naar het noordoosten, jullie noemen dat Siberië zie ik aan je. Daar verblijven we de zomer en we vliegen er vaak pas naar toe als de dagen langer worden, dus nu nog niet. Dat zou te vroeg zijn, dan zijn de velden nog niet ontdooit en dan kunnen we er niet eten en onze jongen groot brengen.
M: Vertel nog eens iets over de formatie vliegen als je wilt?
G: Nou, zoals ik al zei, we vliegen in V-vorm omdat degene die achter de vleugel van een ander vliegt dan veel minder energie nodig heeft. En het zou natuurlijk niet eerlijk zijn om steeds dezelfde voorop te laten vliegen, dus wisselen we af zoals jullie dat ook doen bij ploegenritten. Zo worden we allemaal gelijkmatig moe, maar veel minder snel dan wanneer ieder voor zich zou vliegen.
M: Hoe vliegen jullie naar je zomer verblijf? Ik bedoel doen jullie dat in één keer of stoppen jullie onderweg en pauzeren voor je weer verder vliegt?
G: Dat is per troep verschillend. Wij vliegen altijd in één stuk achter elkaar naar onze zomerverblijfplaats. Dat doen we dan in enkele dagen, waarbij we wel ’s nachts slapen. Maar andere troepen doen het in etappes en vliegen een stuk en houden dan enkele dagen pauze voor ze weer verder vliegen.
M: Nou dank je wel voor je gesprek, wil je nog wat vertellen waar ik niets over heb gevraagd?
G: Ja, waarom schieten mensen ons dood?
M: Oei, daar heb ik geen antwoord op, maar ik zal het proberen. Mensen hebben vaak het gevoel dat ze de natuur moeten beheersen en misschien denken ze dan dat jullie met teveel zijn en dan schieten ze een deel van jullie dood.
G: Wat een onzin antwoord. Als wij met teveel zouden zijn, ik zeg nadrukkelijk als, dan zouden we minder jongen krijgen om weer met een aantal te zijn waar voldoende voedsel voor is. Maar zolang er genoeg voedsel is, zijn we niet met teveel.
M: Ik ben het geheel met je eens, maar helaas denken niet alle mensen er gelijk over. Sorry daarvoor.
260105

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat