Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

De leeuwin en haar natuur in de dierentuin

Als ik contact maak met de leeuwin komt ze in mijn beeld voor me heen en weer lopen, mij ondertussen observerend. Even zien wat voor vlees ze in de kuip heeft. Dat laat ik altijd toe: het is een soort kennismaking met elkaar.
Deze leeuwin zegt als eerste dat het kaal is. Er zijn geen welpen. Ik weet niet of ze het alleen over zichzelf heeft of over de groep maar het lijkt of haar/hun cyclus verstoord is.
Dan laat ze weten graag iets bewegends te grijpen en ik voel meteen dat de verzorgers niet veilig zijn bij haar in de buurt. Ze gaat door met vertellen: ‘Het is niet alleen het eten maar ook het vangen. Er gaat een enorme krachtmeting aan het eten vooraf. Het niet kunnen rennen en vangen is een groot gemis. Na het rennen (en eten) is het goed rusten. Dit is rust zonder inspanning geleverd te hebben.’
Zij laat net als de pelikanen zien dat ze bijzonder weinig van haar capaciteit kan gebruiken.
Ze laat ook zien dat ze de deur in de gaten houdt. Ze weet dat daar de ontsnappingsmogelijkheid ligt. Denkend aan de reactie van een bloglezer over het ontsnappen van dierentuindieren vraag ik waarom deze leeuwin hier op dit moment is, ervan uitgaand dat de dolfijn gelijk heeft en geen enkel mens of dier ergens zonder reden is.
‘Voor mij is dit een les in geduld, in incasseren. Accepteren dat de ruimte zo beperkt is.’
Maar er is duidelijk verveling bij deze leeuwin. ‘Rust is alleen fijn als er inspanning is geweest.’ Nogmaals laat ze weten heel graag te willen jagen.
Ik vraag haar: ‘Kan ik zeggen dat jullie uit je kracht gehaald zijn?’ ‘Wij hebben onze kracht nooit gekend,’ antwoordt ze. Maar ze weet dat ze een groot potentieel in zich heeft.
Ik vraag wat ze gaat doen als ze zou kunnen uitbreken en ik zie voor me dat ze dan een kind grijpt. Daar doet ze niet ingewikkeld over. Dan gaat ze los. Zo is haar natuur.

Te vroeg uitgevlogen kauwtje

Gisteren liep er een jong Kauwtje op de parkeerplaats bij ons huis. Een kat was al aan het jagen en had het Kauwtje al bijna te pakken. Dus snel het huis uitgegaan en geprobeerd het jonge vogeltje te pakken. Dat lukte vrij eenvoudig. Ik heb hem goed bekeken, hij zag er nog goed uit, onbeschadigd en daarna in een schoenendoos gedaan en naar de vogelopvang gebracht. Toen ik hem in mijn hand had heb ik geprobeerd contact te leggen om hem gerust te stellen, maar hij was veel te veel in paniek om dat te kunnen toelaten. Het is nu een dag later en ik probeer het opnieuw, maar nu op afstand.

M: Dag Kauw, hoe gaat het nu met jou?
K: Nog wel wat bibberig, maar verder redelijk.
M: Hoe kwam het dat jij op de grond zat en nog niet echt kon vliegen?
K: Nou ja, ik zat met mijn broertjes en zusjes in het nest en dat werd wat krap. Het werd mijn tijd om over de rand te stappen, dat is een drang van binnenuit waar je aan moet toegeven. En het lukte in één keer. Dat betekent, ik stapte op de rand en viel meteen, maar kon mijn vleugels wel uitslaan, waardoor ik redelijk zacht kon landen. Redelijk omdat ik nog niet zo geoefend ben in het landen.
M: Wat grappig dat je vertelt dat je een innerlijke drang had om het nest uit te gaan. Ik wist niet dat het zo werkte. En wat gebeurde er toen?
K: Toen kwam ik op de grond terecht, aarde grond en daar heb ik een tijdje rondgescharreld, aan van alles pikkend, maar er was niet veel eetbaars bij. Toen werd ik beslopen door een monster (hij laat me een reusachtig monster zien, maar ik weet dat het een kat was). Daar moest ik wel voor wegvluchten, maar ik kan onvoldoende van de grond komen als ik wil vliegen. Ik kom een stukje omhoog, voldoende dat het monster me net niet kan pakken, maar ik kan het niet blijven doen, dus probeer ik me te verstoppen. Dat werkt echter niet bij dat monster, die jaagt echt op mij en wil me opeten. Ik was dus behoorlijk bang en moest telkens weer ergens anders heen. Zo kwam ik op de parkeerplaats en zo zag jij mij worstelen met het monster.
M: Ja, ik zag dat je maar net kon ontsnappen aan de klauwen van de kat. Hij had je bijna te pakken, dus ben ik als een haas het huis uit gerend om je te helpen.
K: Dat wist ik toen nog niet dat jij mij wilde helpen. Jullie dreven me in de hoek en jij pakte me met een snelle greep in de lucht en toen zat ik vast. Ik probeerde wel los te komen maar je had me goed te pakken, letterlijk. En je stopte me in een doos. Dat voelde wel vrijer dan in jouw hand maar was het niet echt. Gelukkig werd ik weer snel uit de doos gehaald en in een andere glazen doos gestopt. Dat vond ik ook heel eng, ik kon nauwelijks bewegen en zag alles om me heen. Dan is een gesloten doos toch rustgevender.
M: Tot zover heb ik het met je meegemaakt. Ik was erbij dat je in de ‘glazen’ doos werd opgesloten. En wat gebeurde er daarna?
K: Ik werd naar andere mensen gebracht die me weer uit de doos haalden en me bekeken en bevoelden en daarna werd ik in een kooi gestopt, waar ik niet veel bewegingsruimte had, maar wel meer. Ook kreeg ik eten. Ik ben nog niet echt handig in zelf eten, maar ze hielpen me door wormen in mijn snavel te stoppen en dat doen ze regelmatig, dus heb ik nu geen honger meer. Ik voel me nog wel behoorlijk bibberig, want dit is niet de plek waar ik wil leven.
M: Maak je daar geen zorgen over. Je bent nu in het vogelasiel en daar helpen ze je om volwassen te worden, in elk geval groot genoeg zodat je daarna zelfstandig kunt overleven. Ze laten je over enkele weken los en dat kun je soortgenoten opzoeken en je daarbij aansluiten en misschien ook wel een vrouwtje zoeken om je leven mee te delen. Weet je dat ik vroeger ook een Kauwtje heb gehad die uit het nest was gevallen en die ik zelf heb gevoed en groot gebracht. Die ging zelfs overdag, als ik naar school was, naar buiten en hij kwam voor de nacht altijd weer binnen als ik hem riep. En hij sliep op een stoelleuning naast mijn bed. ’s Ochtends ging hij weer naar buiten. Op een dag kwam hij niet meer thuis slapen, maar iedere keer als hij overvloog groette hij ons met zijn roep. Dat was een bijzonder contact.
K: Wat een mooi verhaal. En fijn dat je me gerustgesteld hebt over mijn toekomst.
M: Wil je nog wat zeggen?
K: Dank je wel dat je me gered hebt.
M: Graag gedaan, blij dat ik je nog kon redden en wordt een mooie grote wijze vogel.
220605

Hondje Patron

De afgelopen weken verschenen er diverse YouTube filmpjes over het Oekraïense hondje Patron. Ze zou meegegaan zijn met een soldaat naar het front waar ze inmiddels is ingezet als hond die explosieven opspoort die door de Russen zijn achtergelaten. Daarmee zou ze inmiddels al een kleine honderd levens gered hebben. Wat is daar van waar? Dus ben ik op zoek gegaan naar verbinding.

M: Dag Patron, mag ik met je praten?
P: Dat mag.
M: Wat kun je me vertellen over jezelf?
P: Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

M: Houdt ons gesprek dan hier op?
P: Ja.
M: Dat was ene heel kort gesprek dan.
P: Maar we kunnen wel praten als we de oorlog gewonnen hebben. Dan mag je je weer melden.
M: OK.

220508

Patron en ik hebben daarna nog enkele contacten gehad en vandaag probeer ik het weer.
M: Mijn gesprek van vandaag zal niet gepubliceerd worden voor de oorlog met de Russen tenminste tot rust is gekomen. Kunnen we onder die voorwaarden wel al vast met elkaar praten? (Aan het einde van het gesprek liep het toch anders)
P: Dat kan.
M: Je hebt mij de afgelopen dagen laten zien dat er rond jou een mythe is gemaakt en dat de filmpjes die er rondgaan, allemaal fake zijn. Nagemaakt, maar niet echt. Klopt dat?
P: Ja dat klopt, ik wilde je dat eigenlijk niet vertellen, maar het is misschien toch wel belangrijk dat je deze dingen begrijpt. Inderdaad op voorwaarde dat je dit voorlopig niet publiceert.
M: Ik voel me geëerd door je vertrouwen. Ben je niet bang dat ik door jouw bekentenis anders tegen de oorlog aan ga kijken?
P: Nee, dat ben ik niet. Ik denk dat je juist meer bewondering voor ons gaat krijgen over wat wij allemaal kunnen in deze oorlog.
M: Ja, daar heb je zeker een punt. Ik was me niet bewust dat informatie ook oorlog is en dat jullie op alle fronten die informatie slag heel sterk spelen.
P: Ja, dat doen we en het werkt ook. Al die beelden van mij en van andere honden laten zien hoe sterk wij en in dit verband voel ik me ook een Oekraïner, betrokken zijn bij deze oorlog en hoe inventief we met de hele informatie omgaan. Daardoor is ons imago in Europa ook van een onverzettelijk volk. In tegenstelling tot de Russen die hier jongens naar toe hebben gestuurd die liever niet willen schieten. Hoe denk je dat zoiets op het moreel van die arme Russen over komt?
M: Hoor ik je nu zeggen die arme Russen?
P: Ja, dat hoor je goed. Die jongens die hier moeten vechten doen dat niet voor hun plezier, ze zijn gestuurd en zouden ook veel liever thuis zijn.
M: Dat begrijp ik en vind ik toch wel heel groots van je dat je zo over ze kunt denken, zeker na alle beelden die we hebben gezien over gruwelijkheden die zijn begaan. Maar je hebt nog een antwoord van mij tegoed over wat ik denk dat het met het moreel doet? Ja, dat doet zeker iets met het moreel. Dus is dat een slimme manier van oorlog voeren.
P: Dat is wat ik bedoel en daar doe ik dus erg mijn best voor.
M: Dit gesprek wat we nu samen voeren is toch heel mooi om aan de mensen die onze blogs lezen te laten zien? Wil je het echt geheim houden?
P: Ja en nee. Ja, want mijn bazen willen niet dat ik dit vertel. Volgens de mythe die rond mij, en anderen, is gesponnen, zijn wij helden, maar eigenlijk zijn wij hulpjes. En dat doen we graag want ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen. En misschien mag je laten zien wat wij dieren daar in kunnen betekenen?

Ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen

M: Ik vind het heel mooi wat jullie doen en voel niet dat het onecht is. Jullie zijn op jullie manier ook helden en wat ik echt mooi vind is dat je laat zien dat jullie als dieren ook willen werken voor jullie land en dat je ook nog compassie kunt opbrengen met degene die jullie dit aandoen.
P: Daar is wel een kanttekening bij te maken. Wij hebben compassie met de arme militairen die hier naar toe gestuurd worden om dingen te doen die ze helemaal niet willen doen. Maar ze kunnen niet echt anders. Er zijn echter ook monsters onder die militairen, en daar heb ik geen enkele vorm van medelijden mee. Het zijn beesten van mensen, zo erg zouden beesten nooit kunnen zijn.
M: Daar heb je gelijk in. Maar blijft de vraag, mag ik dit met jouw toestemming publiceren of wil je het geheim houden?
P: (worstelt met zichzelf) Ik geloof dat het misschien toch goed is als je dit laat weten aan de wereld.
M: Zeker weten? Ik wil je absoluut niet onder druk zetten!
P: Ja, het is OK, doe maar.
M: Wil je nog wat zeggen?
P: Nee, dit is het wel voorlopig. Dank je wel.

220511

Relatieopbouw met de eend

Al jaren zitten er eenden bij ons aan boord. Er is ook menig nest uitgebroed en twee keer heb ik gezien dat de jonge eendjes zich vanaf het dek of het dak van de roef in het water stortten om zich te voegen bij hun moeder die ze luid kwakend bij zich in het water riep.

De laatste maanden zijn het vooral twee eenden die zich steeds meer laten zien. Als ik naar het schip loop komen ze uit het water om me tegemoet te vliegen. Of ze staan al klaar op het houthok om te kijken of ik wat voer neerleg. Vandaag maak ik contact met het vrouwtje.

`Eindelijk! Ik kom hier al heel lang!´ laat ze weten. Het lijkt of ze het leuk vindt om es te babbelen met elkaar. Ik vind het een interessante waarneming hoe we communiceren. Het gaat razendsnel.

Ik begrijp dat het schip interessant is omdat hier eten is wat ergens anders niet is. Ze doelt op het vogelzaad dat ik al jaren op het dak van de papegaaienkooi leg. Ze laat zien dat ze het schip al tijden, ik vermoed jaren, goed heeft geobserveerd. Heel voorzichtig heeft ze dingen opgebouwd.

Nu lijkt ze het vooral komisch te vinden wat er aan boord gebeurt. Ik reageer een beetje verbaasd op het begrip ´komisch´ en vraag in beeld of ze mij niet eng vindt. ´Er gebeuren geen onverwachte dingen en er zijn geen onverwachte bewegingen. Ik ken alles wat je doet uit mijn observaties.´ Dat is een pijnlijk puntje want ik vind mezelf vaak heel saai met al die vaste gewoonten en het niet uit mijn bol gaan. ´Nee, dat is steady,´ laat de eend weten. ´Door het ´saaie´ kunnen anderen op je bouwen.´ Nou, dat is een nieuwe kijk die ik maar es mee ga nemen in mijn overwegingen.

Ik vraag wat ze bedoelde met ´komisch´. ´Nou, ik bekijk soms wat je doet: zitten op een stoel, lezen, roken.’ ‘Hoe weet jij dat nou te benoemen?’ vraag ik ineens bijna verontwaardigd. ‘Wat weet jij nou van boeken, sigaren en koffie?’ ‘Rustig aan,’ sust de eend, ‘Je doet het zelf: ik geef jou een beeld door en jij geeft er tekst aan. Daardoor weet ik hoe jij het noemt.’

Vervolgens laat ze zien hoe ik vaak druk met bewegingen en spullen ben. Ze begrijpt niet dat ik me daar zo op focus en me niet met mijn omgeving bezighoudt. ‘Je ziet heel weinig wat er om je heen gebeurt. Je bent zo met je eigen dingen bezig en met je eigen gedachten.’ De eend begrijpt dat onoplettende niet en ik krijg het beeld dat zij gevaar zou lopen als zij zich zo zou gedragen. ‘Hoe doe jij dat dan?’ vraag ik. Want stiekem heb ik wel eens het idee dat eenden ook heerlijk in hun coconnetje kunnen zitten en maar wat zitten te dobberen. ‘Ik ben gecentreerd in mezelf maar tegelijkertijd ook oplettend naar mijn omgeving.’ Dat vind ik knap en ook dit ga ik meenemen in mijn overwegingen.

Het is een vreselijk leuke eend en allebei vinden we dat we op een ander tijdstip nog es verder gaan babbelen.

(klik op de foto om de hele foto te zien)

De jonge koeien in de wei

Op de ochtendwandeling met de hond kom ik zeven jonge koeien tegen. Ze staan naast elkaar in de wei bij het hek en ik ga er rustig bij staan.
‘Ik zou met jullie kunnen communiceren, als jullie dat zouden willen,’ zend ik.
Verbazing bij de koeien. Ik krijg meteen de indruk dat de boer geen prater is. Niet met de koeien, maar ook niet tegen de koeien. ‘Wat doen we hier?’ vragen de dieren. Er is een bedrukt gevoel bij ze.
‘Tja, wat jullie hier doen? Ik ben de boer niet, dus ik weet niet waarom hij jullie hier heeft neergezet, maar ik vermoed dat hij jullie hier heeft gebracht omdat de weilanden bij zijn boerderij vol zijn.’
De koeien geven het gevoel uit de kudde gerukt te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat dat zo voelt,’ zeg ik. ‘De oudere koeien zijn nog daar. Die geven melk en moeten dus dichtbij huis staan. Ik denk dat jullie hier staan om gezond en stevig op te groeien. In alle vrijheid. Moet je zien hoeveel wei jullie hier hebben in de uiterwaarden.’
Maar de jonge koeien lijken niet blij met de grote ruimte. De stal bood regelmaat, structuur, op vaste tijden hooi of kuilvoer en regelmatig aanwezigheid van mensen. Nu moeten ze zichzelf zien te redden en bijvoeren is er niet bij. Bovendien zijn ze onbeschermd. Er kunnen mensen met honden of vissers de wei in komen en er is geen boer om ze te beschermen. ‘Nee, dat moeten jullie inderdaad zelf doen,’ pep ik ze op.
Ze staan er wat belabberd bij. De een hoest regelmatig, de ander heeft de snotklodders uit haar neus lopen. Wat beter weer zou aangenamer zijn voor deze jonge dieren. Eigenlijk is het een beetje een triest groepje zoals ze er nu bij staan en ik denk aan de kranten waar foto’s van blij springende koeien in stonden die voor het eerst weer de wei in mochten dit jaar. Alle koeien zijn dus niet over één kam te scheren. De journalistiek rond dieren zou wel es wat genuanceerder mogen, glimlach ik.
Voor ik wegga, geef ik de koeien mee dat ze samen sterk staan en ik hoop dat ze hun vrije ruimte gaan waarderen. De lichting koeien die vorig jaar in de wei kwam, had diezelfde verwarring in het begin. Maar in de loop der weken en maanden waren ze uitgegroeid tot grote dieren die het naar mijn idee heel goed naar hun zin hadden. Met deze koeien gaat het vast ook wel goed komen.
Als ik tien minuten later met het fototoestel kom, staan ze gezusterlijk bij elkaar naar iets te kijken. Samen sterk!

Een kijkje in de keuken

Iedereen die frequent met dieren communiceert, hetzij beroepsmatig, hetzij ´voor de lol´, ontwikkelt een eigen stijl. Daar kun je niet omheen maar dat maakt het ook juist leuk. Want wil iemand gebruik maken van een dierentolk, dan is er keuze. Net zoals dat met psychologen, artsen, docenten, therapeuten etc. het geval is.

Wat typeert mij nou, dacht ik laatst, en ik ben er eens op gaan letten. Vandaar een kijkje in mijn keuken. Wat voor 98% mijn werkwijze is is, is dat ik een telefonische afspraak maak met mensen en pas op dat moment maak ik contact met het dier, zodat ik letterlijk de tolk kan zijn.

Voor mij staan de dieren altijd voorop en ik volg de dieren. Dat begint al met het contact maken: het ene dier is kordaat en wil meteen to the point komen, het andere dier heeft meer tijd nodig en wil eerst rustig kennismaken. Weer een ander dier is verbaasd dat ik ertussen kom, want die vindt dat de mens zelf prima kan communiceren. En het komt ook voor dat er niet veel voor nodig is om meteen goed contact te krijgen.

Na het contact maken mag een dier altijd eerst wat van zichzelf laten zien. En daar blijken vaak al heel typerende dingen uit te komen die mij niet veel zeggen. Maar ik schrijf kernwoorden op en bijna altijd komt het er in de loop van het gesprek of op het eind op neer dat het kringetje aan informatie rond is: dat waar we op uit komen, liet zich op een bepaalde manier in het begin meteen al zien.

Voor mij is het altijd leuk om te merken hoe een dier communiceert. Het ene dier doet dat vooral in beelden, een ander laat duidelijke of minder duidelijke gevoelens zien, sommige dieren zijn vreemd genoeg heel talig (waardoor ik soms woorden doorkrijg die ik zelf zelden of nooit gebruik) en anderen maken er een mix van. In gesprekken hoor ik mezelf heel vaak zeggen: ‘Even kijken bij het dier, hoor…’. Kennelijk bekijk ik ‘de film’, de beelden die het dier laat zien en daar moet ik een goede vertaling in woorden voor vinden.

En juist die vertaling in woorden is heel belangrijk en dat maakt ook dat ik mezelf tolk noem. Het is als eerste dus belangrijk om de informatie op te pikken en vervolgens is het belangrijk dat die informatie zo juist mogelijk doorgegeven wordt. En ja, die informatie is gekleurd want het gaat via mij. Daarom begon ik ermee dat het zo goed is dat er keuze is voor ‘de klant’. En daarom is het ook zo leuk dat Eddy en ik deze site samen doen. We hebben allebei onze eigen stijl ontwikkeld.

 

Mocht je zelf willen leren communiceren met dieren: we hebben een cursus ontwikkeld die je in eerste instantie in je eigen tempo online kunt doen. Daarnaast kun je gekoppeld worden aan een andere cursist en zijn er terugkomdagen waarop we elkaar ontmoeten en volop kunnen uitwisselen. Voor meer informatie: Dierencommunicatie (happyviewschool.online)

 

Een vuurwerkslachtoffer

Een vriend van me stuurde deze foto op. Te zien is een dode ree, in een onnatuurlijke houding. Wat zou hier gebeurd zijn? Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik wilde dus met het reetje praten. Hierbij het verslag van ons gesprek.

M: Dag ree, je ziet er niet best uit op mijn foto en ik vroeg me af wat er met je gebeurd is. Wil je met me praten?
R: Dat hang er vanaf wie je bent en wat je wilt?
M: Daar heb je groot gelijk in. Ik ben Eddy … en ik wil met dieren communiceren om te proberen te begrijpen wat dieren bezig houdt en in jouw geval wil ik begrijpen hoe het komt dat je gestorven bent, terwijl je een gezonde en jonge indruk maakt.
R: Dat klinkt fair en ik wil best met je praten. Vraag maar.
M: Waar leefde jij en hoe zag dat leven eruit?
R: Ik leefde ongeveer in het gebied waar ik gevonden ben, maar dan uiteraard in een veel groter gebied. Wij leefden in een kleine groep jonge reeën en liepen rond in een gebied van circa enkele vierkante kilometers. Soms was ons gebied wat groter en soms weer wat kleiner. Afhankelijk van waar we welk voedsel konden vinden. We genoten erg van onze vrijheid, rondtrekken van de ene plek naar de andere beschutte plek. Die beschutting is van groot belang, naast voldoende voedsel. Overigens is dat voedsel nauwelijks een probleem, er is genoeg groen voor ons om van te leven. De beschutting is lastiger in een wereld waarin er steeds minder rustige plekken zijn. Maar gelukkig hebben wij een relatief rustige omgeving. (De ree werd gevonden in de bossen van Valkeveen, ’t Gooi, een hele groene omgeving).
M: Dat klinkt als een goed leven.
R: Dat was het ook. Ik was nog jong en al wel vrij, onafhankelijk van mijn moeder en andere dieren. Dat betekent dat ik heel veel kon rondtrekken en ik ben ook op veel plaatsen geweest. Nu in de winter zijn we in een klein groepje gaan trekken, dat was eenvoudig mogelijk en we verdroegen elkaar goed.
M: Wat is er dan mis gegaan?
R: De laatste tijd waren er steeds overal knallen en bommen, waar wij angstig voor zijn. Dus verbleven we in de rustigste gebieden die we kennen. Maar op een gegeven moment werden er vlakbij ons bommen gegooid en daar zijn we voor weggevlucht. Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven. Maar dat is me niet gegeven in dit geval.

Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven.

M: Wat naar dat je voor ‘bommen’ hebt moeten vluchten. Dat is waarschijnlijk vuurwerk geweest, maar ik begrijp dat jij dat bommen noemt, want sommige knallen zijn zo hard dat het wel bommen lijken. Had je je rustgebied dan verlaten?
R: Nee, beslist niet, want het was al dagen onrustig, maar steeds op behoorlijke afstand. Maar de bommen werden vlakbij ons gegooid, daarom moesten we ook in paniek vluchten.
M: Werden die ‘bommen’ dan in jullie bos waar jullie je schuilhielden afgestoken?
R: Ja, het was echt heel dichtbij en daarom moesten we vluchten.
M: Wat afschuwelijk. En daarbij ben jij dan omgekomen. Hoe voelt het nu als overleden ree?
R: Raar, ik had graag nog een tijdje willen blijven leven, maar nu ik dood ben en langzaam oplos in de groep, kan ik daar wel weer vrede mee hebben. Met wat geluk kan ik binnenkort weer een nieuwe keuze maken om ree te worden.
M: Dank je wel voor je verhaal. Wil jij nog wat zeggen tegen mij?
R: Waarom maken mensen deze bommen en waarom gebruiken ze die?
M: Dat zijn goede vragen en daar kan ik alleen maar op antwoorden dat het een traditie van mensen is om met de overgang van het ene jaar naar het andere jaar vuurwerk af te steken.
R: Wat is er zo bijzonder aan de overgang van het ene jaar naar het andere? De ene dag is toch hetzelfde als de andere dag? Alleen veranderen de dagen heel langzaam met de seizoenen, een andere verandering kan ik me niet voorstellen.
M: Ja, dat is een kunstmatige overgang in onze telling van de dagen en ik begrijp dat zoiets voor de dieren geen betekenis heeft.
R: Die betekenis is er alleen inzake de verandering van de seizoenen omdat zoiets met ons eten, onze beschutting, onze temperatuur en onze voortplanting te maken heeft.
M: Ik begrijp dat het voor jullie heel anders is. En ik hoop dat wij mensen gaan leren rekening te houden met de dieren als we een feestje willen vieren omdat we blij zijn dat er een nieuw jaar is gekomen.

Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren.

R: Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren. Want onze leefgebieden worden steeds verder beperkt. Jullie moeten overal bouwen, wegen aanleggen en rondlopen of fietsen. Dat verstoort ook onze rustgebieden. En natuurlijk zijn er gebieden waarin we elkaar tegen komen, geen probleem, maar laat ons onze rustgebieden alsjeblieft houden.
M: Je hebt gelijk en dank je wel voor dit gesprek.
R: Graag gedaan.

220112

Hyronimus 13: Alles wat bewustzijn heeft kun je mee communiceren

Nu ik tijdelijk even voor Piek waarneem, heb ik niet altijd een nieuw gesprek beschikbaar. Ik grijp dus terug op oude gesprekken en aan materiaal geen gebrek. Ik heb bijna 200 A4-tjes vol met uitgeschreven gesprekken met dieren. Het hier nu volgende gesprek had ik begin 2021 met Hyronimus.

M: Dag Hyronimus, mag ik weer met je praten? Ik ben me er van bewust dat het heel lang geleden is en ik durf het bijna niet te vragen, maar mag het weer?
H: Ik ben blij dat je schuldbewust bent en ik heb ook wel begrip voor je dat het zolang geduurd heeft, maar ik ben er niet blij mee. Waar ik wel blij mee ben is dat je een mooie artikelen serie hebt gemaakt over de grote grazers in de Oostvaardersplassen en ik hoop dat het in een grote belangstelling gaat komen want dat is nodig. En dat jullie nu een Nieuwsbrief zijn begonnen is ook heel goed. Dus genoeg positiefs te melden, ondanks dat wij niet met elkaar hebben gesproken. Misschien ben je ook meer op eigen benen gaan staan, hoewel ik nog steeds je begeleider kan zijn als je wilt.
M: Ja, dat laatste wil ik heel graag.
H: Dan zul je misschien toch meer je best moeten doen en er meer tijd in steken. Misschien moet je naar dagelijks een klein half uurtje toe gaan en met verschillende dieren spreken, want zoals je weet ‘oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren en wordt het onzin wat je spreekt met de dieren omdat je hun intentie niet meer goed onder woorden kunt brengen.

‘Oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren

M: Ik zal proberen het weer beter in te plannen, heb echter moeite met mijn tijd goed te verdelen. (Is nog steeds een probleem voor mij)
H: Zoals zo vaak heb ik je aangeraden keuzes te maken met wat je belangrijk vindt. Je kunt niet alles blijven doen.
M: Maar dat wil ik wel en dus probeer ik wel alles te doen.
H: Ja, jouw keuze.
M: Zijn er nieuwe ontwikkelingen waar je me over wilt spreken?
H: Eigenlijk wel. Wat jij probeert met een baby te doen is wel weer nieuw voor je. Maar zoals je ziet kan dat heel goed en dat zou je ook kunnen doen met alle andere mensen. Dat vraagt meer oefening, want op deze wijze praten met mensen vraagt niet alleen een open instelling aan jouw kant, maar ook aan de andere kant. Met baby’s lukt dat probleemloos, maar met kinderen ouder dan een jaar of twaalf wordt het al moeilijk en met volwassenen is het nauwelijks mogelijk omdat die zich hebben afgeschermd voor dit soort communicatie. Er zijn weinig mensen waarmee je op deze wijze kunt communiceren omdat ze niet geloven dat het kan. En dan kun jij wel contact leggen, maar je kunt ze niet zover krijgen dat ze antwoorden omdat ze dat niet kunnen. Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest. Daarom kun je wel met dieren praten, want die doen dat zelf ook heel veel op deze manier en zodra ze in jou iemand herkennen die dat ook kan, staat nagenoeg de hele dierenwereld voor je open.

Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest

M: Dus eigenlijk zeg je beperk je tot de dieren?
H: Nee dat doe ik niet. Alleen wil ik je helpen te begrijpen dat wat jij kunt met dieren en misschien ook met baby’s, niet vanzelfsprekend ook met mensen, volwassenen gaat. Maar je kunt ook communiceren met planten en bomen, dat heb je al eerder gedaan en je kunt ook overwegen contact te zoeken met wolken of de grond onder je voeten. Alles wat bewustzijn heeft, is in principe beschikbaar om mee te communiceren. En veel volwassenen hebben wel bewustzijn, maar weten niet dat er iets anders is dan alleen het fysieke lichaam en kunnen zich niet zo snel voorstellen dat je ‘door de lucht’ kunt communiceren, terwijl het eigenlijk een eenvoudig principe is.
M: Nou ik geloof dat je me weer voldoende inspiratie hebt gegeven om weer een tijdje voort te kunnen.
H: Mooi, maak er gebruik van en bedenk dat je weer echt aan de bak moet gaan. Niet voor mij, maar voor jezelf. Je moet je ontwikkelen en dat is op de plek waar je nu woont moeilijker omdat je veel minder omringd bent door de natuur waar je wel in thuis hoort. Succes verder en tot binnen kort.

210215

Kameel bij de pyramides van Gizeh

Enkele jaren terug was ik uitgenodigd om op een congres in Egypte te spreken en als je er dan toch bent wil je de pyramides van Gizeh weer een keer bezoeken, ze blijven heel indrukwekkend. Ik was nog nooit per kameel naar de pyramides geweest, dus koos ik daar nu voor. Maar achteraf dacht ik: we zouden toch niet meer meedoen aan het uitbuiten van dieren en dus had je ook niet op die kameel mogen gaan zitten. Zoals we zoveel van die schattige dier foto’s kunnen maken ten koste van de dieren die worden uitgebuit, misbruikt en slecht behandeld. Dus zit er voor mij niets anders op dan het de kameel zelf te vragen hoe hij dat ziet.
M: Dag kameel, we hebben elkaar ontmoet een tijdje terug. Je zult je mij niet meer herinneren, maar ik heb een foto van je, zoals zo velen, maar ik wil met je praten.
K: Wie wil daar wat?
M: Ik ben Eddy … en vind het leuk om met je te praten en te horen hoe jouw leven is. Wil je daar wel iets over vertellen?
K: Waarom zou ik dat doen?
M: Maak je geen zorgen, ik wil gewoon weten hoe jouw leven is en ik ben niet van plan om me te bemoeien met hoe je samen met je baas leeft, daarvoor ben ik veel te ver weg.
K: OK, dan is het goed, want ik heb een hele lieve baas en ik wil niet dat je daar tussen komt.
M: Wat klinkt dat lief, ik hou nu al van je. En ik kijk naar je foto, je hebt een lieve glimlach.
K: Dat is lief van je dat je dat zegt. Dat zegt mijn baas ook vaak tegen me.
M: Goed om te horen dat je zo’n fijne baas hebt, daar ben ik heel blij om. Maar kun je me iets vertellen over je leven bij de pyramides?
K: Wij wonen vlakbij de pyramides, ’s nachts sta ik op een stukje straat waar meer kamelen staan. Ze hebben het niet allemaal zo goed als ik. Ik krijg goed te eten, voor mijn baas is dat heel belangrijk en omdat hij zo goed voor mij zorgt, doe ik de dingen voor hem.

M: Zoals toeristen op je rug nemen of op de foto met vreemde mensen?
K: Ja, dat klopt, maar dat is best wel leuk, soms niet. Maar meestal moet ik dan knielen en stappen ze op mijn rug en mag ik weer opstaan. Maar de manier waarop een kameel opstaat is voor veel mensen een grote verrassing en dan gillen ze of zo. Sommige worden echt bang en dat vind ik eigenlijk vervelend, ik wil mensen graag blij zien. Na afloop is bijna iedereen blij, sommige slechte mensen schoppen me, maar dat komt niet vaak voor. Mijn baas doet dat nooit, die is alleen maar lief.
M: Is jouw baas alleen maar lief of soms toch wel eens boos?
K: Eigenlijk altijd lief, maar heel soms ook boos. Dan ben ik niet handig geweest en heb het bedorven met toeristen omdat ik een beetje humeurig was na de zoveelste toerist die ik in de hitte op mijn rug moet laten en weer dat liggen en opstaan. Mijn lijf doet ook wel eens pijn na zo’n dag. Dus ik vergeef het mijn baas als hij dan een keer boos is.
M: Dus alles is helemaal goed met jou en je hebt een lieve baas? Ik vond hem ook aardig, hij was geduldig en niet opdringerig, maar wist wel handig geld van mij te krijgen.
K: Ja, daar is hij best wel goed in en daar leven we dan ook meestal wel goed van. Maar we hebben ook wel eens een hele slechte tijd gehad, mijn baas was erg ziek en kon niet werken. In het begin stond ik maar en werkte ook niet. Maar dan krijg ik geen eten als ik niet kan werken, dus liet mijn baas iemand anders met mij rond de pyramides lopen en dat was niet fijn. Die man was geniepig, tegen mij, maar ook tegen de toeristen, soms stal hij wel geld en betaalde altijd te weinig aan mijn baas. Dat was minder en daar heb ik geleerd dat je wel heel erg afhankelijk bent van je baas en dat ik het getroffen heb.
M: Hoe ben jij bij je baas terecht gekomen?
K: Ik ben altijd bij hem geweest. Mijn moeder werkte al voor hem en toen ik kwam liep ik vanaf het begin mee met mijn moeder. Toen ik groot genoeg was om hele dagen te werken, ging mijn moeder weg en was ik de enige nog.
M: Wat een spannend verhaal en wat ben ik blij met jouw mooie verhaal. Ik wens je nog een hele goede tijd samen met je baas toe. Wil je nog iets zeggen?
K: Dank je wel, jij bent best aardig. En zeg maar dat de mensen naar de pyramides moeten komen en daar dan een ritje op een kameel moeten maken, dat is een bijzondere belevenis voor ze.
200105

Kaila 6: Kaila past op Eddy

Ik ben al ruim een week stevig ziek, met hoge koorts, en in die periode is er een dag waarop Kaila niet van mijn zijde wijkt. De vierde dag van de hoge koorts, ligt Kaila naast me in bed en blijft de hele dag naast me liggen, ze beweegt zich niet. Als er iemand aankomt, tilt ze haar kop op en blijft liggen. Alleen voor uitlaten en eten, verlaat ze me even. Aan het einde van de middag krijg ik nieuwe antibiotica van de huisarts en die slaan meteen aan. De rest van mijn ziekte dagen is Kaila weer normaal, maar niet zoals die ene dag. Ik wil Kaila vragen wat er toen gebeurde bij haar.

M: Dag Kaila, het is alweer maanden geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Kunnen we weer een keer praten?
K: Ja graag. Ik mis onze gesprekken wel een beetje.
M: Sorry Kaila, ik heb niet zo het gevoel gehad, omdat we zo close zijn, dat we ook regelmatig moeten praten. Je mag me gerust daarop aanspreken als je behoefte hebt aan een gesprek.
K: Dat is OK. In het begin had ik veel behoefte aan bevestiging dat ik het goed deed, maar nu weet ik wel ongeveer hoe jij het wilt en hoe ik het wil. Zo zijn we wel een team. Maar je hebt een speciale vraag voor vandaag?
M: Ja, ik begin me nu weer een beetje beter te voelen, maar jij hebt bijzonder gedrag laten zien op een bepaald moment dat ik ziek was. Ik bedoel die ene dag dat je alleen maar bij mij in bed lag, naast mijn hoofdkussen en je week niet van mijn zijde, ook niet als er bezoek kwam. Dat was heel uitzonderlijk gedrag voor mij om te zien. Je gedroeg je als een professionele hulphond.
K: Ja, ik weet welke dag je bedoelt, maar kunnen we even pauzeren tot het vrouwtje haar eten op heeft en ik niet hoef te hopen tot ik iets krijg? Bij jou weet ik dat ik altijd wat krijg, maar het vrouwtje is daar strenger in, maar ik blijf hoop houden. Dus even wachten, dan kan ik me zo concentreren op ons gesprek.
K: De speculaas is op, dus we kunnen verder praten en ik kan me concentreren op jouw vraag. Over die ene dag, zoals je zei, jouw vierde dag met hoge koorts. Ik merkte dat het echt slecht ging met jou en dat er geen verbetering wilde optreden. Je was steeds verder uitgeput geraakt en dat zag ik aan je omvang. Dan bedoel ik niet je fysieke omvang, maar je lichtlichaam om je heen. Dat schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt.

Je lichtlichaam om je heen schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt

Door mijn lichtlichaam met die van jou te vermengen, kon ik het schrompelen stoppen. Dat was een belangrijke dag voor jou, want je ging veel te hard achteruit. Gelukkig ging het ’s avonds en ’s nachts meteen beter met je en zag ik de volgende dagen je lichtlichaam langzaam weer groeien en glans krijgen. Daarna had je mij niet meer nodig naast je en daarom was ik de dagen daarna weer veel vrijer om te zijn waar ik wilde zijn en dat hoefde niet meteen naast je te zijn. Maar die dag moest ik heel dicht bij je hoofd liggen en dat heb ik gedaan. Ik ben heel blij dat je weer beter gaat worden.
M: Dank je wel dat je dat voor me deed. Was dat noodzakelijk, was er een kans geweest dat ik dood had kunnen gaan?
K: Dat weet ik niet, dat is ook niet aan mij daar een oordeel over te hebben. Ik zag alleen dat ik je kon en moest helpen omdat het zo slecht met je ging en dat heb ik kunnen doen en daar ben ik blij om.
M: Dank je heel erg lieve Kaila, je bent een echte vriend en hulphond.
K: Graag gedaan.
M: Wil je nog iets zeggen Kaila?
K: Graag volgende keer iets eerder komen praten en ik zal je wel aan je broek trekken als ik een keer wil praten en je doet het niet.
M: Afgesproken.
K: Afgesproken.

211212