Hyronimus 5: Hyronimus legt uit hoe je contact maakt

M: Kunnen we weer een praatje maken?
H: Jazeker, waar wil je het over hebben?
M: Ik dacht dat ik de vragen stelde.
H: Dat heb je dan niet altijd juist, komt er nog een onderwerp?
M: Hoe gaat het met je jongen?
H: Die zijn eindelijk weg, heel soms komt er nog een in ons gebied, maar ze zijn nu geheel zelfstandig.
M: Vind je dat fijn?
H: Het is de natuur en daarmee onvermijdelijk.
M: Daar heb je geen gevoelens bij?
H: Nee, ik vind dat een beetje gezeur, heb je niets beters om over te praten? Anders kunnen we beter ophouden, ik heb genoeg te doen.
M: Wat vind je van de gedachte als we weer een hond nemen?
H: Moet jij weten, maakt mij niets uit, tenzij je een waakhond neemt, die kan ik een deel van mijn verantwoordelijkheid afstaan.
M: Je bent echt onze bewaker?
H: Jazeker, ik neem die taak serieus.
M: Kunnen we je daarbij helpen?
H: Ja, niet slordig zijn en opletten. Dat is wel belangrijk.
M: Waarom ben je zo aardig tegen ons?
H: Wij drieën, ik, jij en je vrouwtje hebben een historische band van langer terug toen ik nog geen buizerd was.
M: Wil je daarover praten?

Het gaat om het nu en niet over het verleden

H: Eigenlijk niet, het gaat om het nu en niet over het verleden, maar neem maar van me aan dat daar onze band vandaan komt.
M: En jij hebt ons herkend? Was jij dat die op de bloembak op het terras kwam zitten toen wij hier kwamen wonen? (Dat is 11 jaar geleden)
H: Ja, dat was een deel van mij, ik wilde zien of jullie mij ook herkenden, maar dat was niet zo en dat duurde nog een tijd en ik moest er zelfs twee dagen voor in jullie tuin gaan liggen!
M: Ja, zo hebben we eindelijk contact gekregen. Was jij dat die op de afgezaagde boom laatst naar binnen keek?
H: Dat was ik en ik liet me aan je vrouwtje zien zodat ze begrijpt dat ik op haar gesprek zit te wachten.
M: Wat moet ze dan doen?
H: Gewoon gaan zitten, meditatieve houding aannemen en opschrijfboekje bij de hand. Als ze mij in gedachte of ook uitgesproken begroet als Hyronimus, zal ik bij haar binnen kunnen komen. Zij moet zelf het contact leggen, ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens. Geen enkel dier kan dat.

Ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens

M: Dus voorwaarde is dat je je openstelt?
H: Ja en dat gaat het eenvoudigst door het dier te groeten en te vragen of je mag praten, want daarmee geef je jezelf toestemming tot het gesprek en je geeft het dier de ruimte om een eigen keuze te maken.
M: Mooi dat je dat zo helder uitlegt, dat geldt dus voor ieder mens die met dieren wil praten?
H: Dat is juist, maar het geldt ook als je met planten of bomen wilt praten. Je kunt zelfs met landschappen praten, maar dan praat je met een landschapsengel. Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven. Alleen daarom kunnen ze de natuur ook zo kapot maken. Als ze het zouden begrijpen, zou de Aarde weer het paradijs zijn.

Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven

M: Dank je wel, dat was interessante informatie.
H: Graag gedaan.

190813 en 190818

Lesjes van een gehandicapte duif

Vanuit Rome krijg ik een foto van een duif met één poot opgestuurd. Ik ben erg benieuwd hoe deze duif haar handicap beleeft. Het woord handicap resoneert niet. Dat gebeurt wel vaker. Als dieren met een bepaald woord of begrip niks hebben, zijn ze gewoon stil.

‘Je weet wel,’ zeg ik, ‘… gehandicapt, beperkt…’ ‘O, dat. Dat ben ik niet,’ is haar reactie. Ik kijk nog eens naar de foto en zie echt nergens een verstopte poot. ‘Ik zie toch echt dat je iets mist,’ zeg ik. ‘Ik heb één poot en twee vleugels.’ ‘Mag ik eens bij je in je lijf komen om te voelen hoe het is met één poot?’ vraag ik. Ze schuift wat op en ik mag plaatsnemen in haar lijf. Meteen voel ik gecentreerdheid. Die ene poot staat stabiel. Ik merk dat het wel uiterste concentratie vergt. Maar het gaat heel goed. De kracht zit duidelijk in die ene poot en ik realiseer me dat twee poten een makkie zou zijn. En dat terwijl ik me er wel eens over verbaas hoe vogels altijd hun evenwicht vinden op die dunne pootjes. Deze duif kan zich helemaal geen slordigheden permitteren in de zin van een ondoordachte landing.

‘Wat zeur je toch?’ hoor ik. ‘Dit gaat toch?’ Ik denk kennelijk aan de beperkingen van het hebben van één poot en vertel de duif dat wij mensen graag kijken naar wat we missen. ‘Dat is een zienswijze, maar dan trek je een spoor van ballast achter je aan.’ ‘Het is nog sterker,’ voed ik de zaak, ‘Wij kunnen ons zelfs van te voren zorgen maken dat we iets niet zouden kunnen.’ ‘Ongelooflijk! Je laat je dus van tevoren tegenhouden omdat je denkt dat iets niet kan?!’ Als ik dat beaam, lijkt de duif bij wijze van spreken te schuddebuiken van het lachen om zoiets ondenkbaars. En gek genoeg lijk ik een beetje trots dat wij verder kunnen kijken dan het hier en nu en ons die zorgen dus kunnen inbeelden.

‘Heeft het voordelen om één poot te hebben?’ ‘Ja hoor, ik krijg extra eten van mensen. Ik ben bijzonder. Mensen herkennen mij tussen andere duiven.’ ‘Denk je dat je korter leeft omdat je meer inspanning moet leveren?’ Er komt een enorme moeheid over de duif. ‘Wat vraag jij toch gekke dingen! Ga eens wat luchtiger doen, zeg!’ Ik verdedig mezelf door te zeggen dat dit verhaal in mijn boek komt bij het onderwerp handicaps. ‘Nou zeg je het weer! Iets is een handicap als je iets mist. Ik mis niks.’ ‘Je bent een topduif!’ zeg ik. Deze duif heeft het inmiddels helemaal gehad met mij en terwijl ze het gesprek beëindigt door uit mijn beeld weg te lopen, mompelt ze: ‘En jij bent een probleemzoeker!’

Het wil niet lukken om contact te krijgen – wat moet ik leren?

Ik loop alle mij bekende dieren langs waar ik regelmatig contact mee heb, maar er komt niemand. Het is stil, ik kan geen gesprek voeren. Waardoor komt dat?
Zit ik op de verkeerde plaats, ik heb mijn gesprekken altijd in kantoor, maar zit nu thuis in de huiskamer.
Of komt het omdat ik mijn lichaam verontreinigd heb met pijnstillers? Ik heb sinds woensdag 2 oktober hevige kiespijn die ik bestrijd met een stevige dosis Paracetamol en Ibuprofen. Helaas had ik het nodig. Vrijdag heeft de tandarts mijn kies open gemaakt en drie wortelkanaalbehandelingen gedaan, maar de pijn werd niet minder. Zaterdagavond ben ik naar de weekeinde tandarts gegaan en die heeft een andere kies open gemaakt en de drie wortels van die kies behandeld.
Het is nu zondag en de pijn begint gelukkig minder te worden.
Dit was een hele speciale ervaring om geen contact te kunnen krijgen.

Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact

Achteraf terugkijkend zie ik dat dit de te leren les is:
Je moet zorgvuldig met je lichaam zijn om voor deze energieën open te staan. Vervuil je je lichaam te veel met medicijnen of door verkeerde eet- en drinkgewoontes of hevige emoties, dan ben je onvoldoende in staat om contacten te leggen. Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact.

Een gewoon gesprek met een koe

M: Koe, kan ik met je praten?
K: Ja, wat wil je? (Een beetje nors antwoord, niet echt welwillend)
M: Ik zal me even netjes voorstellen ….
K: Ik weet niet of ik veel kan vertellen, maar vraag maar.
M: Hoe is het leven op de boerderij of in de bio-industrie?
K: Ik ben een boerderij koe. We zaten met 60-80 koeien in een stal, waar we allemaal onze vaste plek hadden, nauwelijks beweging. Dat was strontvervelend, niets te doen en meestal alleen maar staan en dat leverde weer pijn in de hoeven en gewrichten op. Dus dan moest je gaan liggen. Maar dat gaan liggen en weer opstaan was erg moeilijk en pijnlijk. Eigenlijk had ik altijd pijn aan mijn gewrichten en dat was niet fijn.

Eigenlijk had ik altijd pijn aan mijn gewrichten en dat was niet fijn.

M: Hoe is dat melken?
K: Ook niet fijn, maar anderzijds je kreeg even aandacht van de mens. Dit mens was meestal wel aardig, er kon wel een klopje vanaf als je je gedroeg en netjes stil stond. Maar soms had ik zo’n pijn aan mijn gewrichten dat ik niet stil kon staan en dan kreeg ik klappen op mijn botten en dat deed ook pijn.

M: Hoe was het om drachtig te worden?
K: Dat drachtig worden was geen pretje, maar als ik dat eenmaal doorstaan had, mocht ik een tijdje in een weiland met andere koeien. Tegen de tijd dat ik mijn jong zou krijgen, ging ik weer naar binnen. Dan kreeg ik een eigen hok waar ik me in kon omdraaien. Als het jong kwam was dat leuk, dan had ik wat te doen, kon ik ervoor zorgen, eraan snuffelen en het likken. Maar nooit lang, m’n jong werd afgepakt en ik zag ze nooit meer terug. Ik werd weer op stal gezet, een andere plek in dezelfde stal en naast een groot gemis van m’n jong, kwam de nog grotere verveling weer terug met de gewrichtspijnen. Niet leuk allemaal.

Naast een groot gemis van m’n jong, kwam de nog grotere verveling weer terug

M: Hoe was het toen je naar de slacht werd gebracht?
K: Daar wil ik eigenlijk niet over praten, nu niet, misschien later een keer.
M: Ben je nu in de hemelse koeienweide?
K: Zo zou je het kunnen noemen.
M: Dank je wel voor dit gesprek, het was heel leerzaam voor mij. Mag ik zeggen tot ziens?
K: mmmm …. (Deze koe had niet echt zin in het gesprek, maar misschien ben ik ook te direct geweest en was dat confronterend.)

Vier maanden later probeer ik nogmaals contact te krijgen me deze koe

M: Dag koe, hoe gaat het nu met je? Wil je al vertellen over de slacht?
K: Nee, daar wil ik voorlopig niet over praten.
M: Was het zo traumatisch dat je er niet over wilt praten of was het wat anders?
K: Ik wil er niet over praten, ben ik duidelijk geweest?
M: Sorry koe, ik zal je voorlopig niet lastig vallen.
K: Fijn.

 

Laten inslapen?

Uit: In de Stilte hoor je alles – Piek Stor in gesprek met dieren

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

Een vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar pekinees moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje niet onnodig laten lijden.

Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat, antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon.

Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…’ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.’

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’

‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet!

Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven heen gepraat moet worden.

Das maakt zich niet druk over mogelijke bedreiging leefgebied

(Een vriend van me vraagt me eens te praten met de dassen in zijn directe woonomgeving. In zijn buurt is een bos met een dassenburcht. Een deel van dat bos, nota bene onderdeel van Natuur Netwerk Nederland, lijkt door de politiek opgeofferd te worden om daar een parkeerplaats voor 500 auto’s te maken voor het naastgelegen speelpark. Hij maakt zich zorgen over de dassenclan die daar leeft en ik spreek daarom met de das.)

M: Das, mag ik je aanspreken in je burcht?
D: (De das laat zich zien, slapend in zijn burcht tegen enkele andere dassen aan, als poezen in elkaar.)
D: Wie ben je en wat wil je?
M: Ik ben … Ik probeer jouw leefgebied te beschermen, omdat dat mogelijk in gevaar is.
D: Hoezo?
M: Jouw buurman met het speelpark wil over een aantal jaren jouw bos gebruiken om auto’s te parkeren.
D: Zei je over een aantal jaren?
M: Ja, het gaat nog wel even duren, maar de plannen worden al gemaakt.
D: Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

M: Dat kan ik begrijpen, maar in de mensenwereld worden plannen lang van te voren gemaakt en pas later uitgevoerd. Het zou voor jou en je familie kunnen betekenen dat je leefgebied ernstig beperkt wordt.
D: Hoezo?
M: Doordat het bos waar je nu leeft deels gekapt gaat worden en parkeerterrein gaat worden.
D: Wat maakt dat uit?
M: Je leefruimte wordt kleiner, je gebied om eten te zoeken wordt kleiner en je woonburcht ligt niet meer rustig, mensen kunnen komen kijken.
D: Dat laatste stoort, maar als ik wat verder moet om eten te zoeken is dat geen probleem. Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

M: Is dat je belangrijkste zorg?
D: Ja, op dit moment wel. Dus ik zou zeggen maak jij je ook maar geen zorgen.
M: Dat moet ik wel doen, want als dat uitgevoerd wordt heeft dat invloed op jouw eten en dat zou ik niet willen.
D: Voorlopig is er niets aan de hand, dus geen zorgen voor mij en over mij. Leuk je gesproken te hebben.
M: Wederzijds.

191115

Communiceren doe je samen

Met dieren kunnen communiceren is makkelijk, denken mensen vaak. Je kan je dier zo krijgen waar je het hebben wilt.

Nou, ik heb geleerd: voor communicatie zijn er echt twee nodig.

Ik had Rozette uit het asiel ‘gered’ en gezien het aantal ratten was ze meer dan welkom op ons schip.

Maar Rozette had andere plannen. Ze ontsnapte meteen de tweede dag al uit mijn afgezette gebied.

Wat ik ook probeerde te communiceren met haar, ik ving steeds bot. Ze reageerde niet op mijn ‘oproepen’ en ik had het idee in het luchtledige contact te leggen.

Toen ik haar na twee weken ergens zag was ik zo blij dat ik snel terugging om eten te halen.

Ik dacht dat ik onderweg met haar had kortgesloten dat ik haar in een mandje terug zou brengen, maar toen ik haar wilde pakken glipte ze wild uit mijn handen. Ik zag haar een week niet.

Rozette vertikte het om via het zesde zintuig informatie uit te wisselen.

Toen ontdekte ik dat ze een vaste plek had gevonden in een bosschage 500 meter vanaf het schip. Ik heb voorzichtig contact moeten opbouwen. Tijdens deze kennismakingsperiode kreeg ik zelfs een keer een venijnige linkse in mijn gezicht. Dat had een kat nog nooit gedaan.

Rozette vertikte het om via het zesde zintuig informatie uit te wisselen. Ze hield zich doof voor mij en liet mij maar werken.

Maar ach, ik paste me aan. Elke avond bracht ik eten. Ik had zelfs een hokje neergezet waar ze in kon als het regende of hard waaide. Soms was ze een of twee dagen aan de wandel en kwam ik voor niks.

Een uithuizige kat kost toch wel tijd dus ik combineerde het uitlaten van de hond op een gegeven moment met het eet- en contactmoment met Rozette.

Ook dit bouwden we lekker basic op via de vijf zintuigen.

Maar ja, ik wilde zo’n katje toch ook wel langs een andere kant leren kennen… Dus ik vroeg haar weer eens of ze wat van zichzelf wilde laten zien via de diercommunicatie.

Rozette gaf meteen het beeld dat ze ruimte nodig heeft en dat ze ervan baalt dat mensen willen bepalen waar ze moet zijn en wat haar ruimte is. Ze houdt van vrijheid, niet van hekken en ze gaf door dat ze niet zo’n socio is.

Ik merkte op dat ze wel steeds meer interesse voor de hond krijgt en dat ze toch ook wel leek te genieten van de contacten met mij.

‘Ja, maar jullie gaan weer. Dan heb ik het rijk weer alleen.’

Ze liet zien dat ze het schip veel te druk vindt, dat ze dan veel te veel rekening moet houden met anderen.

‘Weet wel dat ik al besloten heb om in de winter een buitenhok voor je neer te zetten aan boord. Het is de dijk aflopen en je bent bij het schip.’

‘Maak je toch niet zo druk!’ reageerde ze kortaf.

Ze heeft gelijk. We zien wel. Voorlopig zit ik dagelijks in haar bosjes insecten en bloemen te kijken terwijl zij haar bakje leegeet.

Hyronimus 4: Hyronimus laat weten dat hij over ons waakt

Ik zoek weer contact met Hyronimus, vaak begin ik mijn dierengesprekken met een gesprek met Hyronimus en daarna praat ik met andere dieren. Hij brengt me soms ook in contact met andere dieren of stuurt andere dieren naar mij toe voor een gesprek. In ieder geval is Hyronimus altijd een inspirerende persoonlijkheid.

M: Daar ben ik weer, ben je beschikbaar voor een gesprek?
H: Altijd, nou heel soms komt het niet uit.
M: Mijn lief vraagt mij jou haar excuses aan te bieden, ze zegt dat ze waarschijnlijk onterecht bang voor je is geweest.
H: Dat doet me goed om te horen, ze heeft gelijk, voor mij hoeft ze niet bang te zijn, ik zal haar en haar pup nooit iets doen. Maar sommige soortgenoten zijn niet mals.
M: Fijn om te horen dat je je hier niet druk over maakt … (ik word onderbroken)
H: Ik denk dat ze het nodig had om vertrouwen in jou te krijgen dat deze gesprekken geen onzin zijn. Maar ze heeft gezien wat het gesprek heeft gedaan met mijn concurrent de muizenvanger. (Hij doelt hierbij op Tirza, die na ons gesprek geen muizen meer mee naar huis neemt en echt een hele andere poes is geworden). Maak je geen zorgen, er zijn dit jaar genoeg muizen voor ons allemaal, zoals ik ook aan mijn zoon heb laten zien. (Zie eerdere gesprek met Hyronimus 1)
H: Nogmaals, jouw vrouwtje kan met me praten, ze kan het en hoeft er niet bang voor te zijn.
M: Was je van de week druk, ik heb je niet gezien en nauwelijks gehoord?
H: Nee, het was een ontspannen week, wel af en toe erg nat, maar ik heb kunnen genieten van wat ik het liefste doe: zweven op de luchtstromen en heel goed alles in de gaten houden. Ik heb ook gezien hoe mensen probeerden bij het witte huis tegenover jullie binnen te komen. (Er was een poging tot inbraak bij onze overburen). Maar maak je geen zorgen over jullie huis, ze weten nog niet van jullie huis en als ik het ontdek zal ik waarschuwen, moet je vrouwtje niet bang voor me zijn. Anderen, vreemden moeten dat wel zijn.
M: Geef je daarmee aan dat je over ons waakt?
H: Ja, dat had ik al gezegd, ook als jij er niet bent.

M: Geef je daarmee aan dat je over ons waakt?
H: Ja, dat had ik al gezegd, ook als jij er niet bent.

M: Wat geweldig van je.
H: Begin nou niet over schatje want dat ben ik niet, heb je mijn blik weleens goed gezien? Daar valt niet mee te spotten. (Hij vangt een gedachte van mij die ik niet heb uitgesproken, maar ook na mijn gesprek met Leeuw dacht ik wat een schatje en daar werd ik door Leeuw ook meteen op aangesproken en op gecorrigeerd. Het blijven wel in het wild levende dieren.) Maar wij hebben elkaar nodig en daarom zijn wij verbonden en kunnen we nu eindelijk praten.
M: Je bedoelt dat we al langer verbonden zijn?
H: Ja, jij en ook je vrouwtje, zijn al langer verbonden met ons, ik vertegenwoordig de familie (buizerds) waar jullie mee verbonden zijn.
M: Hoe weet je dat?
H: Omdat ik, maar jij ook, verbonden ben met het Grote Bewustzijn. Dat zijn we natuurlijk allemaal, maar niet veel zijn daar bewust mee verbonden. Jij ook niet, maar je vrouwtje wel als ze het durft toe te laten.
M: Wat mooi, heb je me nog meer te vertellen?
H: Ja, die koe waar je mee wilt praten is wat lastig, probeer het maar, maar als je er niets uit krijgt, kan ik je wel helpen aan een andere koe, die goed kan praten. (Ik had me voorgenomen om vandaag ook met een koe te gaan praten en heb een mooie foto van een koe gereed gelegd voor een gesprek.)
M: Dank je wel, daar kom ik misschien op terug.
H: Graag gedaan en ga weer wat meer wandelen!

gesprek 190804

Tirza 6: Tirza klaagt over het bruine monster

Dit gesprek stamt nog uit de begintijd dat we net Kaila in huis hadden en Tirza het er maar moeilijk mee had.

Tirza wil praten en gaat meteen los.
T: Ja, ik wil graag mijn zegje doen, dat bruine monster waar jullie zo gek mee zijn, is best erg opdringerig. Je zegt wel dat ze me niets doet, maar daar lijkt het niet op. Ze springt steeds op me af en ze heeft hele grote poten.
M: Die grote poten begrijp ik, maar er zit geen kwaad in, ze zal je nooit bijten, maar ze is nog wel wild, dat komt omdat ze je spannend vindt. Je kunt haar met jouw arsenaal aan opties: grommen, blazen, omdraaien, aankijken, dikke staart, gemakkelijk de baas, dat vindt ze spannend.
T: Maar ik niet. Ik wil gewoon door het huis kunnen lopen, zonder dat monster achter me aan.
M: Dat proberen we ook voor je en heel goed dat je steeds naar binnen komt en je niet laat weerhouden.
T: Dat klopt, maar ook in de tuin laat ze me niet met rust, zodat ik muizen verder in het bos moet zoeken. En die spelen niet gezellig.
M: Je bedoelt die kun je niet zo gemakkelijk vangen?
T: Eigenlijk bedoel ik dat niet, ze verstoppen zich en laten zich daarna niet meer zien, dus helemaal niet spelen samen, ze spelen niet.
M: Dat moet saai zijn.
T: Dat is het ook, ik moet nu gaan jagen en dat kan ik ook goed, maar dat kost meer tijd en lukt niet altijd.
M: Dus je eet minder muizen en wilt van ons meer vlees krijgen?
T: Als dat zou kunnen …
M: Wil je nog wat kwijt?
T: Ik wil dat jullie zorgen voor een veilige thuisplek voor mij.
M: Maar dat doen we!
T: Maar het monster kan te dichtbij komen.
M: Ze zit voorlopig zolang ze nog pup is iedere nacht in de bench opgesloten, dan kun je helemaal vrij door het huis lopen en je kunt ook op bed liggen bij ons.
T: Ja, maar jij stuurt me dan weg …
M: Ja, als je probeert de hele nacht op me te liggen dan stuur ik je weg, maar je mag best tegen me aan liggen, alleen niet op me. En bij mijn partner kun je altijd terecht.
T: Dat is waar, nou tot de volgende keer, ik vind de gesprekken wel leuk worden.

gesprek 100915

In vorm

Een half uur voor een klant me belt voor een gesprek met haar kat kom ik thuis en zie dat er een touw van het schip geknapt is. Ik ga druk bezig om het touw te vervangen en uitermate tevreden met mezelf zit ik twee minuten voor de afgesproken tijd klaar.

Als ik contact wil maken met het dier hoor ik een oorverdovende stilte.

Als ik contact wil maken met het dier hoor ik een oorverdovende stilte.

‘Hmm, raar,’ zeg ik tegen de vrouw, ‘ik weet dat hij me hoort en dat we verbinding hebben, maar hij laat niks horen of zien.’ Ik bekijk het nog eens en hoor dan: ‘Kom eerst maar es tot jezelf.’ Hoezo tot mezelf komen? sputter ik meteen. Tot ik merk dat ik nog vol adrenaline zit en dat m’n spieren nog letterlijk natrillen van de grote inspanning.

We spreken af dat ik eerst een half uurtje ga liggen.

Daarna maak ik weer contact met de kat en het lieve dier zit me in alle rust aan te kijken, te wachten tot ik zelf een conclusie trek. Wat wil je toch? denk ik. Ik ga even helemaal met de aandacht naar mezelf en merk dat allebei m’n armen en benen schrijnen en branden van de brandnetels en bramendoornen waar ik me doorheen had moeten werken.

‘Het gaat ‘m vandaag niet worden,’ zeg ik tegen de vrouw en we spreken af voor de volgende dag.

Dat gesprek gaat als een tierelier. Het katje blijkt een enorm gevoelig dier te zijn die veel aan de mensen wil geven. De aandacht die hij voor mij had kan ik dan ook helemaal plaatsen. En het dier drukte mij weer eens op het feit dat ik zelf lichamelijk altijd goed in vorm moet zijn om dit uiterst delicate werk te kunnen doen.