Ratten (2)

m goed te kunnen communiceren met dieren moet je oordeelloos zijn. En dat ben ik niet naar de ratten bij ons aan boord. Ik wil dat ze weggaan en dat vooringenomen standpunt belemmert onze communicatie. Daarom gaat het over een andere boeg: ik zoek contact met ratten in het algemeen.
Ze vertellen dat ze de omgeving schoon houden waardoor er geen ziektes verspreid worden. Dit druist in tegen alles wat ik weet wat er over ratten gezegd wordt, dus zeg ik dat mensen juist vanwege het ziekterisico geen ratten in hun omgeving willen. ‘Nee, wij zijn schoonmakers, net als kraaien.’
Ze lijken een gebied telepathisch in kaart te kunnen brengen. Ze hebben een zeer verfijnd, fijnmazig netwerk tot hun beschikking. Ik vertel dat ik gehoord heb dat hun zicht slecht is. ‘Wij lopen niet op ogen, maar op weten.’ Ik denk aan de vraag die ik stelde over het bonken van ons schip en dat onze rat liet zien dat het niet zijn directe grond betrof en het hem dus niet stoorde. Als ratten erop uit trekken, schakelen ze kennelijk hun fijnmazige netwerk in en zijn ze juist wel heel open voor hun wijde omgeving.
Mijn gedachten dwalen af naar rattenbestrijding en ik hoor dat dat dom is. ‘Ja, maar waarom zijn jullie dan zo dicht bij mensen? Waarom blijven jullie niet verder weg?’
‘Dat we naar mensen trekken is eigenlijk een verschuiving. Het is aantrekkelijk en makkelijk. Je bent snel binnen.’ Ik begrijp dat het wonen in huizen eigenlijk te geciviliseerd is. Het is de bedoeling dat de twee werelden naast elkaar passen.
Ik vraag wat wij mensen kunnen doen om goed naast elkaar te leven. ‘Buig ons af. Roep ons een halt toe.’ ‘Hoe doen we dat?’ ‘Mensen moeten hun spul bij zich houden.’ Ik zie onze woonplekken voor me, met alle etensresten die we achteloos neergooien of niet goed afsluiten. Natuurlijk trekt dat de ratten naar ons toe. Als wij oplettender zijn, blijven de ratten meer uit onze buurt. Hebben we ook hiermee het natuurlijke evenwicht verstoord? Het besluit om de compostbak van boord te halen is in elk geval een goede!

Petra de mongoest

Enige tijd terug, nu kan het niet vanwege de corona, zat ik in mijn kamer in India Chennai / Adyar. Ik heb daar een kamer beschikbaar gekregen voor mijn vrijwilligerswerk dat ik daar doe. Voor mijn veranda lopen allerlei dieren langs van eekhoorntjes, tot mongoesten, van honden tot coyotes en ik heb veel last van muggen en mieren in mijn kamer. De mieren zijn zelfs zo overheersend dat ze over mijn laptop lopen, over mijn scherm, mijn toetsenbord en ik moet oppassen ze niet dood te typen.

Petra de mongoest
Ik benader de familie mongoest die regelmatig voor mijn veranda langs lopen. Ze overleggen hoe ze op me zullen reageren.
P: Ik ben de woordvoerder en ken je nog niet, kun je je voorstellen en vertellen wat je wilt?
M: Ik ben Eddy Mulder … en ik probeer overal met dieren in contact te komen en misschien kan ik jullie boodschap vertalen naar mensentaal zodat jullie beter begrepen worden.
P: Ik ben Petra, een soort moeder-overste van de mongoesten op de Adyar Estate.
M: Dank je Petra dat je met me wilt praten.
P: Ik heb niet zoveel te zeggen, over het algemeen zijn we hier op deze plek tevreden en worden we met rust gelaten. Maar er is één probleem. Soms wonen we deels in een van de leegstaande huizen. Niemand heeft er last van ons en niemand let op ons. Maar dan ineens, zonder waarschuwing komen ze het huis schoonmaken. Ze vinden onze geur vies en strooien gif om ons weg te houden. Soms gaan daar onze broeders aan dood. Dat is niet fijn, het kan ook anders. Als ze ons waarschuwen dat ze ons weg willen hebben, zorgen wij dat we een tijdje weg blijven. We hebben de huizen niet echt nodig, maar het is handig voor ons. Zou je dat kunnen regelen?
M: Ik zal het proberen. Hoe kunnen jullie het beste gewaarschuwd worden?
P: Laat de verantwoordelijke contact opnemen met mij, Petra en ik zorg dat we dan weg zijn.
M: Hoe doen ze dat het beste?
P: Nou mediteren en er sterk aan denken en als ze dat nu gek vinden, hang dan een briefje op en schrijf dat briefje met de duidelijke intentie wat de bedoeling is. We lezen het briefje natuurlijk niet, maar voelen de intentie achter het briefje.
M: Dank je wel Petra. Heb je nog iets toe te voegen?
P: Het zou fijn zijn als dit zou lukken.

Ik probeer hierna contact te krijgen met de mieren op mijn bureau. Het zijn er tientallen en ze lopen aan alle kanten over alles wat op mijn bureau ligt en ook over mijn laptop en het scherm en toetsenbord en ik stel dat niet echt op prijs. Ze negeren me totaal en er is niemand die zich meldt. Het is helaas niet altijd mogelijk contact te leggen, het is een wederzijds proces. Gelukkig komen ze niet in mijn bed!

191023 India

Ratten aan boord (1)

Op de roef van ons schip ben ik een permacultuur(achtige) tuin aan het aanleggen. Met een compostbak. Ik ben erg verrast dat daar zomaar wormen in komen, zonder dat ik ze erin heb gezet. Ook op een stuk staal gaat de natuur kennelijk gewoon z’n gang. Op een gegeven moment ontdek ik een gat in de grond en ik vermoed dat er een rat aan boord is. Dat is verbazingwekkend, want naar mijn idee zijn die er nooit geweest. Al vanaf dat we schepen hebben, zorgen we ervoor dat er ook katten zijn, juist om de ratten van boord te houden. Bovendien moet deze rat dan aardig klimmen om aan boord te komen. Op internet lees ik dat ratten makkelijk 1.20 meter ver en 70 centimeter hoog kunnen springen. Ik lees ook dat hun actieradius wel 4,5 kilometer is en dat ze een eigen territorium hebben waar andere ratten wel gewoon door mogen lopen.
We praten hier thuis over deze mogelijke rat en spreken naar de kat uit dat ze haar werk niet goed doet. De volgende ochtend ligt er een dode rat in het halletje.
Maar ik blijf resten van de compostbak door dit stukje tuin vinden. Ik denk lang dat het vogels of eenden zijn die erin wroeten. Maar als ik het beter in de gaten houd, zie ik dat zich nieuwe gaten en gangen vormen. Er moet dus nog een rat zijn.
In de winter verraadt de sneeuw de aanwezigheid van de rat: ik zie sporen van pootjes en een slepende rattenstaart. Ik zie nu ook hoe het gangenstelsel zich vormt. Een gang komt onder in de compostbak uit. De rat heeft vrij spel, want de kou houdt de kat binnen.

Als ik op een schemerige avond iets op de compostbak wil gooien, zie ik een rat wegschieten. Het klopt dus, hij is er echt! Hij is best groot en om eerlijk te zijn schrik ik van hem, ondanks mijn geboeidheid. Ik denk over ratten aan boord na en kom tot de conclusie dat het niet kan. Dus maak ik contact met hem. Ik krijg het idee dat hij niet alleen is en krijg zelfs het beeld van een nest. ‘Nee!!’ roep ik in beeld naar hem, ‘Dat moeten jullie niet doen! Het schip is veel te klein, het wordt hier veel te vol, dit is geen rattenomgeving en als we gaan varen zijn jullie je woonomgeving kwijt!’ Ik ben op hem in aan het praten, zeg hem hoe dom het is om hier jongen te laten komen en laat hem zien hoe groot de omgeving buiten het schip is. Het is geen wederzijdse communicatie, alleen een uitstorten van mijn grote NEE over het dier.

Een paar dagen later ga ik er goed voor zitten en leg ik de rat uit wie ik ben en wat ik doe. Daar heeft hij allemaal niks mee te maken, vindt hij. ‘Jawel,’ zeg ik, ‘want ik wil heel graag naar meer samenwerking tussen mens en dier. Naar op een respectvolle manier met elkaar omgaan.’ Nogmaals zegt hij dat hij met mij niks te maken heeft.
‘Nou, dit is wel ons schip.’ Dan maar een andere toon.
De rat geeft in beeld door dat hij een goede leefplek uitkiest en de compostbak was een trekker. Op dit industriegebied is dat een mooie variatie.
Ik begrijp van hem dat onze kat een vrouwtje te pakken had en dat er minstens nog één vrouwtje is. Ik vermoed dat het vrij luie ratten zijn, maar dat kan ook met de winter te maken hebben. Ik vraag me af of het van boord gaan geen probleem is, maar hij laat zien dat hij onderlangs gaat en zelfs door het water.
Ik vraag het dier of hij wil samenwerken met mij en. Hij vraagt zich af waarom hij dat zou doen. ‘Nou, het lijkt me mooi om meer begrip voor ratten te krijgen. Jullie zijn met zo velen en wat weten we nou van ratten?’ Ik vertel hem wat ik wil en wat ik ga doen. Ten eerste wil ik hem graag zien en fotograferen en ik geef hem in beeld door dat ik buiten, met een sigaar en fototoestel, op hem ga zitten wachten. Ik vraag of hij zich wil laten zien en wil laten fotograferen.
Verder vertel ik hem dat ik de compostbak deze week nog aan boord laat, maar dat ik hem daarna ga verplaatsen naar de wal. Dan is het voedsel dus weg. En ik verzoek de dieren vriendelijk om dan zelf ook te vertrekken en een plek aan land te gaan zoeken. Ik krijg geen reactie terug en we laten het hier voorlopig maar bij. Volgende keer verder. Het is ook nogal wat als je te horen krijgt dat je habitat opgeheven gaat worden. Want ik had hem ook al laten doorschemeren dat de uiteindelijke stap is om de holen open te leggen. Dan kan ik zien hoe ze geleefd hebben en daarna gooi ik het vol aarde. Tenslotte heb ik dit tot onze tuin gebombardeerd en is in de wereld buiten het schip voldoende plaats voor ratten.

Hyronimus 6: Eddy krijgt nieuwe instructies

M: Goede morgen, het is al weer te lang terug.
H: Dat klopt, je wilde niet eerder komen hoewel ik je al wel geroepen had en je hoorde me ook gisteren.
M: Dat is juist, maar ik had er nog niet de gelegenheid voor.
H: Je bedoelt gewoon dat je andere dingen belangrijker vindt en dat mag maar is jammer.
M: Je hebt gelijk, maar Kaila neemt veel tijd en daarom kom ik al niet meer tot alles wat ik wil doen.
H: Dat is logisch, prioriteiten stellen. Ik wil met je praten over de planten ontwikkelingen. Je hebt nu innerlijk contact gelegd met die Italiaanse over praten met planten (hij bedoelt hiermee Monica Gagliano die onlangs een boek schreef dat op mijn pad kwam over een wetenschappelijk onderzoek van contact met planten en dat ik nu aan het lezen ben, zie foto hieronder).

De dingen die ze zegt zijn heel belangrijk en jij moet daar ook wat mee, je hebt al gepraat met bomen, vertel erover en verbreedt je kennis erover, zodat je daarover kunt praten en schrijven.
M: Je had me in je vorige gesprek al opgedragen breder te kijken en nu komt dit om me daar ook daadwerkelijk in te verdiepen, grappig.
H: Dat is helemaal niet grappig, dat is hoe dingen werken. Je stelt je er voor open en het komt naar je toe, dat is een wetmatigheid.
M: En jij bedoelt dat ik dit soort kennis meteen mee moet nemen in mijn beide ‘groen’ presentaties die ik binnenkort moet houden?
H: Ja, je moet dat lef hebben en je kunt daarbij verwijzen naar de Italiaanse dame. Maar ook nu weer beperk het niet alleen tot groen. Blauw en alle dieren horen er ook bij, zelfs de grondstoffen, dat zal je ook nog gaan ontdekken om zo een totale holistische visie te kunnen ontwikkelen en uit te dragen.
M: Ik zal dat proberen in te passen in mijn presentaties, maar het ene verhaal is een presentatie in een academische wereld en het andere verhaal is in een ambtelijke en praktijk mensen wereld.
H: Ja mooi, dan kun je allerlei verschillende doelgroepen de boodschap overdragen in hun taal, anders word je afgedaan als zweverig en dan schiet je je doel voorbij.
M: Ja, dat aanspreken in hun taal is de uitdaging.
M: Een ander puntje. We spraken elkaar 12 dagen geleden formeel, maar ik merkte dat we eigenlijk bijna continue in contact staan.
H: Dat heb je goed gemerkt. We hebben het helemaal niet nodig om ervoor te gaan zitten om te communiceren, ik vlieg nu bijvoorbeeld ergens hoog boven de weide en kan gelijktijdig met je communiceren/praten.
M: Maar ik wil het eigenlijk beperken tot de momenten dat ik klaar zit en het kan opschrijven. Want toen we tijdens de boswandeling spraken wilde ik dat vasthouden en opschrijven, maar dat is er weer niet van gekomen en daardoor verloren gegaan.
H: Er gaat niets verloren van onze gesprekken. En als je bang bent iets belangrijks kwijt te raken als we in de wandelgangen praten, dan kom ik daar nog eens op terug.
M: Ben jij in deze mijn leermeester?
H: In zekere zin kun je me zo beschouwen. Nu je het contact hebt gelegd, kun je met iedereen communiceren en dat moet je ook proberen en doen, maar ik zal je helpen met het geheel sturing te geven. Want je doet het niet voor jezelf. Jij moet hier wat mee en daar zal je je weg in moeten vinden, maar je kunt niet op je krent blijven zitten. Je bent niet voor niets nu uitgenodigd op dat congres in Egypte. Dat heeft betekenis!
M: Die verbanden heb ik niet gezien, maar je maakt me wel nieuwsgierig. Ik ben ook benieuwd naar hoe we elkaar kennen.
H: Dat zal je zelf moeten uitzoeken. Ik weet dat je denkt aan Australië op blote voeten, maar ik geef je een hint. In je jeugd wilde je altijd emigreren.
M: Ja, ik wilde naar Canada emigreren.
H: Dat wilde je omdat je daar oude herinneringen hebt liggen die je, wat laat, in dit leven gaat uitwerken. Genoeg voor vandaag en zorg dat je contact houdt.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan.

190915

Rattenserie (1: de gevangen rat)

2010

Ik krijg een mail: “Bijgaand een foto van het knaagdier dat Rosa gistermiddag binnenbracht. Ik vermoed dat het een rat is. Omdat ik die zo weinig zie, heb ik er eens goed naar gekeken en ik moet zeggen dat ik haar/hem wel mooi vond. Mooie oren en ogen, stevige poten en een glanzend vel. Alles net wat groter dan bij een muis. Ik neem aan dat het een verse vangst was, want het lijfje was nog een beetje warm en slap. Ik vraag me al een hele tijd af wat de functie van ratten is (dus los van de hysterische verhalen die mensen over hen verspreiden) en nu ik de kans heb, denk ik natuurlijk meteen aan jou. Ik ben heel benieuwd!”

Dit zijn leuke vragen en ik ga meteen in contact met het dier.
Ik vermoed ook dat het om een ratje gaat en vraag of dat klopt. Ik krijg door dat ratten sterk, slim en snel zijn. Krachtiger dan muizen en met een groter bereik. ‘Muizen zijn lolbroeken,’ vertelt de rat. Dat weet ik inderdaad van muizen en ik moet dan ook gniffelen. Komische diertjes.
De rat laat zien dat zij als soort serieuzer zijn door hun snelheid, sluwheid/slimheid. Deze rat is graag rat en vindt ratten veel ondernemender dan muizen.
‘Wij hebben een energie die krachtig naar voren stoot. Dat stoot mensen af,’ hoor ik met enige trots.
Ik vertel hem dat de vrouw die me deze mail en foto stuurde graag wil weten wat de functie van ratten is. ‘Wij houden de wereld schoon.’ Hij laat zien dat ze van alles eten, ook vlees.
Ik breng in dat er ook gezegd wordt dat ze ziektes overbrengen. ‘Wij zijn met veel en op veel plaatsen.’ De rat kan zich er niet drukker om maken.
Hij vertelt niet graag in huizen te komen, in tegenstelling tot muizen. Wel in schuren. En ik zie buizen en holletjes in de grond waar ze slapen. ‘Wij slapen graag.’ Ik krijg de indruk dat hij overdag bedoelt en dat de nacht hun speelterrein is.
‘Je hebt je laten pakken door een kat,’ zeg ik. Hij laat zien dat je laten pakken door een kat of hond nogal stom is. Het is onachtzaamheid van ratten of vasthoudendheid van de honden of katten. ‘In principe zijn wij sneller/beter,’ legt de rat uit. Dit ziet hij als een overdreven actie van de kat voor de vrouw. Een gebaar naar haar. ‘Normaal gesproken is deze kat geen probleem.’
Toevallig weet ik dat een tijd geleden de andere kat uit dit huis is overleden en ik ben geraakt door de actie van deze kat. Zal ze de vrouw iets hebben willen brengen?
‘Zie jij verbanden?’ vraag ik de rat. ‘Op dit level zie ik verbanden, ja. In mijn omgeving. Mijn energie is niet alleen beperkt tot ratten. Ik kan ook waarnemen wat er bij de kat gebeurt.’
Ik word er even stil van als ik zie hoe zijn rattenenergie zich in diverse andere energiegebieden bevindt.
‘En nu?’ vraag ik hem. Want het blijft een feit dat hij hier fysiek niet meer is.
‘Ik ga zo snel mogelijk terug. Zoals ik al zei: ik vind het leuk om rat te zijn.’
De rat geeft me het gevoel alsof het leven en de dood voor hem een glijbaan zijn: je belandt op de grond, gaat de ladder weer op en glijdt de glijbaan weer af.
Ik zucht een beetje dat het allemaal tijd kost. ‘Tijd? Wat is tijd?’ reageert de rat. Ik voel geen energieverschil tussen hier en daar, zoals de rat het me voorstelt. Het lijkt inderdaad wel een spel voor hem en ik moet denken aan boeken van Kim Sheridan en Penelope Smith. Zij beschrijven daar ook het plezier en het gemak waarmee sommige dieren switchen van fysiek lichaam, naar enkel spirit en weer terug een lichaam in.

Mevrouw uil – vervolg gesprek

M: Hallo mevrouw Uil, of Maria Magdalena, mag ik weer even praten met je? Ik heb over je geschreven en de mensen zijn benieuwd hoe het nu verder gaat met je.
MM: Dag meneer Mulder, ja je mag weer even met me praten. Dat vind ik wel gezellig. Hoewel ik nu mijn uiltje aan het knappen ben, werkt dit op een ander niveau, waardoor ik niet gestoord word in mijn rust.
M: Je hebt in ons gesprek gezegd dat je misschien ooit wel eens zou uitleggen waarom je jouw naam hebt gekozen.
MM: Dat klopt, maar dat ga ik nog niet uitleggen, dat kan pas als we een intiemere band hebben opgebouwd, en die hebben we nog niet. Dit is pas onze derde date, zo snel ben ik niet met me bloot geven!
M: Je hebt zo’n leuke wijze van speken, daar geniet ik van. Ik zal me ook netjes houden aan de protocollen van de derde date. Wil je vertellen over je huisvesting en omgeving?
MM: Dat kan. Zoals je weet woon ik in het bos waar jij ook bij betrokken bent. Ik woon op het eiland, meestal hebben we een boom waar we samen in wonen, slapen we op een tak. En als we jongen krijgen maken we gebruik van een holle boom waar het nest in is gemaakt. Dat gaat heel goed, soms slapen we daar ook wel eens in als het erg slecht weer is, maar liever zit ik op een tak, dan voel ik me meer opgeruimd, veel ventilatie rondom is wel zo fijn.
M: Dat is jullie woonsituatie en hoe gaat het met je leefgebied?
MM: Ja, je weet dat we een mooi leefgebied hebben, ruimte genoeg, weinig storende mensen in de buurt, hoewel ik het soms wel leuk vind om al oehoehend langs te vliegen en de mensen een unheimisch gevoel te geven als we langs komen met z’n tweeën en ieder oehoe zegt. Grapje. We hebben ruimte genoeg om te jagen en ons gebied is eigenlijk helemaal niet zo groot want dat is niet nodig. De andere dieren zijn ook prima om mee te leven, we hebben weinig concurrentie, behalve de Havik, die is soms lastig, die is nogal bezitterig over het gemeenschappelijke jachtterrein. Maar doordat we meestal op verschillende tijden jagen, is dat niet echt een probleem. Wel hebben we de uitkijkboom moeten verruilen, omdat daar de havik graag zit. Is dat genoeg voor vandaag om je publiek tevreden te houden?
M: Dat weet ik niet, maar wel leuk dat je dit allemaal vertelt. En ik ben gecharmeerd van je humor. Dank je wel en tot een volgende keer dan maar weer.
MM: Graag gedaan en tot spoedig, laat je trouwens ook een keer zien, dan kunnen we elkaar persoonlijk begroeten, lijkt me leuk.
M: Mij ook.

201204

Het sterven van Bach

(Deze blog stond eerst op www.piekstor.nl maar is verplaatst naar AnimalTalks)

Het leven van Bach was een veelkleurig pallet.

Het lijkt erop dat het katje alles heeft uitgebuit wat er uit te buiten viel: het vrije buitenleven waar ze haar jachtinstinct volop kwijt kon, het gezinsleven waar ze zowel aan deelnam als zich aan onttrok en het samenleven met andersoortige dieren waar ze geen jacht op mocht maken.

Toen ze vijftien was, brak ze haar poot dusdanig dat het moest worden afgezet tot aan de heup. Bach bleef een jaar binnen.

Na dat jaar kwam ze soms voorzichtig naar buiten en dat bouwde ze heel langzaam op.

In de zomer dat ze negentien was, was ze veel buiten te vinden. Ze was al oud en zocht steeds verschillende plekjes op waar ze weken kon liggen.

Omdat we op een schip wonen en ze nogal eens missprong was het best spannend om haar die vrijheid te geven. Maar ik zag dat ze genoot van het buiten zijn dus ik moest er maar op vertrouwen dat het goed zou gaan.

Haar zicht nam af en op het laatst ging het heel snel. Vanaf september kreeg ze een buitenverbod. Ook omdat haar gehoor minder werd en ze vaak wat wazig bleef staan. Bach was er niet altijd meer helemaal bij.

Maar elke dag kwam ze rond etenstijd naar haar bakje en at ze als een bouwvakker. Ze werd steeds magerder maar ze bleef maar eten en drinken.

Het lukte haar tot het laatste moment om richting haar etensbakje te komen. Het ging via kopstootjes tegen de muur, de tafelpoot en de deur. Maar ze kwam er altijd en het laatste stukje zette ik haar boven haar bakje waar ze eerst wiebelde en vervolgens met smaak ging eten.

De kattenbak kon ze allang niet meer altijd vinden en ze koos steeds andere plekjes om haar behoefte te doen. Ik speelde erop in door kranten neer te leggen op de uitverkoren plekken van dat moment.

Bach lag al weken bij de drie cavia’s in hun verblijf te slapen. Ze schikten zich naar elkaar en dat kon allemaal omdat de cavia’s gewoon in en uit hun hok konden en de hele kamer door konden lopen.

Op zondag derde Advent dag ging het lopen moeizamer. De hond rook op een speciale manier aan haar en ik wist dat het niet lang meer zou duren. Ik vond haar al maanden terminaal, maar het leek erop dat het moment nu toch echt daar was.

De nacht verliep rustig.

Maandagochtend kwam ze het hok niet uit. Een dag van waken bij Bach begon.

Ik vond het best spannend. Zou ze alleen kunnen gaan of moest ik toch de dierenarts laten komen?

Ik observeerde haar continu. Ze lag er steeds rustig bij. Af en toe liet ze een miauwtje horen en dan ging ik naar haar toe en legde mijn hand op haar. Daar werd ze rustig van en zo bleven we een tijd zitten.

Vanaf de middag nam ik haar met regelmaat bij me op de bank en lag ze zoals ze zo vaak bij me lag: pontificaal boven op me, met haar koppie in m’n nek. Het was vredig.

Om acht uur dacht ik dat ze zou gaan en ik maakte nog een foto. Maar Bach bleef maar leven.

Om tien uur was ik moe en ik pakte haar op en legde haar naast me in bed op een lekkere trui. Met mijn hand op haar buik viel ik in slaap. Ik kon alles voelen.

Om elf uur had ze soms wat buikkrampen. Die kwamen en gingen en Bach reageerde er niet op.

Om vijf voor twaalf strekte ze haar poten twee keer. Toen strekte ze haar hele lijfje en stond haar hart stil. Bach vertrok.

 

Heb ik bewust met haar gecommuniceerd?

Niet vaak. Heel soms heb ik via de diercommunicatie contact gezocht en ik kreeg steeds te horen dat ik haar met rust moest laten. Geen dierenarts. Niet op het eind maar ook niet tijdens de periode ervoor toen duidelijk was dat haar lichaam aan het aftakelen was.

Ik had zeer sterk de indruk dat Bach op een natuurlijke manier wilde sterven, zonder enige inmenging van buitenaf. Zelfs geen goedbedoelde ondersteunende ditjes en datjes.

We stonden wel continu in verbinding met elkaar. Kennelijk waren onze zes zintuigen goed op elkaar afgestemd.

Ook met de andere dieren. Daarom kon het zo zijn dat op één vierkante meter een katje aan het sterven was, drie cavia’s ontspannen aan hun hooi knabbelden, de hond met mij wilde spelen en de papegaai vanuit de hoogte het geheel rustig gadesloeg. Alles in perfecte harmonie.

Zo kunnen sterven gun ik iedereen.

Dag lieve Bach…

Mevrouw Uil laat zich horen

Ik zit in een mooie werkruimte in een groot bos en zit klaar om met een dier te praten en wacht welk dier er langs komt. Het blijkt een uil te zijn.

M: Hallo meneer de uil, hoe gaat het?
MM: Hou eens op met die flauwekul en trouwens, ik ben mevrouw Uil zonder de.
M: Neem me niet kwalijk, ik wilde niet lollig zijn, maar was verrast om een uil langs te krijgen. Ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben ….
MM: Dat is prima, ik vind een praatje af en toe wel leuk, zo vaak doe ik dit niet. De meeste mensen maken geen contact.
M: Dat is waar. Ben jij iemand die hier in dit bos woont? En heb je familie hier?
MM: Ja, ik woon in dit bos, het is heerlijk rustig en mijn vent woont hier ook. Het is een veilige plek en er is genoeg jachtterrein omheen om ook voldoende voedsel te hebben.
M: Waarom maakte je contact met mij?
MM: Die vogel die jij Hyronimus noemt suggereerde dit contact en het lijkt me wel leerzaam.
M: Ik denk dat dat dan wederzijds is. Ben jij een filosofische wijze uil?

Ben jij een filosofische wijze uil?

MM: Je weet wat mensen van uilen zeggen.
M: Leuk heb je ook een naam?
MM: Noem mij maar Maria Magdalena.
M: Is dat toeval dat je die naam kiest?
MM: Nee, maar daar vertel ik later nog wel eens over. Dit is genoeg voor de eerste keer. Tot ziens.
M: Dank je wel voor het gesprek.

Een paar maanden later neem ik nog eens contact op.

M: Hallo Maria Magdalena, hoe gaat het?
MM: Je maakt me wakker en dat betekent dat ik even wat brommerig ben.
M: Hebben dieren ook last van stemmingen en een humeur?
MM: Jazeker. Ik kan heel humeurig zijn als ik gestoord word of wanneer ik op jacht ben en het lukt telkens niet. Dat bederft mijn stemming wel, want dat betekent honger. Gelukkig meestal niet zo lang, want dan vind ik wel weer een andere prooi.
M: Je bent eigenlijk wel een hele mooie vogel?
MM: Blij dat je het ziet. De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet. Daarom is er eigenlijk geen communicatie tussen mensen en uilen.

De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet.

M: Vind je dit wel een geslaagde vorm van communiceren met elkaar?
MM: Ja zeker, dit kan heel goed en leuk worden, maar moet het nog wel gaan worden. Nu is het nog over onbenullige dingen.
M: Hoorde ik je nu koetjes en kalfjes zeggen als gespreksstof?
MM: Ja, we kunnen ook spreekwoorden gebruiken en ik vind dat eigenlijk heel leuk om te doen, maar dacht dat jij het misschien niet goed zou begrijpen, daarom heb ik maar eenvoudige taal gekozen.
M: Oh dat is lief van je. Maar spreek maar zoveel mogelijk zoals je zou willen doen, en als ik het niet begrijp vraag ik wel om toelichting. Afgesproken?
MM: Komt voor de bakker.
M: Ik zie je gaat meteen los.
MM: Is deze hitte voor jullie ook een beetje teveel van het goede? (Het is momenteel hoog zomer en erg warm buiten)
M: Ja, eerlijk gezegd wel. Tot dertig graden kan ik nog wel lekker vinden, maar het komt nu teveel daarboven en dan wordt het bij ons in huis wel erg warm met de zon die steeds schijnt? Hoe voelt dat voor jullie?
MM: Je weet dat wij vooral nachtjagers zijn en als het zo heet is zijn er veel dieren die overdag zich verstoppen en dan ’s avonds weer tevoorschijn komen. Dat maakt het voor ons erg eenvoudig om aan eten te komen. Dus eigenlijk wel aangenaam. Je moet alleen een goed dag plek hebben, anders warm je teveel op.
M: Ik snap het, en ik moet helaas stoppen. Er komen mensen aan. Tot een volgende keer.
MM: Oei, die is niet tevreden! (Die opmerking sloeg op mijn kleinkind die met veel lawaai binnenkwam).

191112 – 200809

Niet te filmen

Er is een filmploeg van NPO2 die ons werk in Doorn een tijdje gaat volgen en filmen. We hebben een prachtige, veelbelovende eerste filmdag achter de rug.

Mijn collega´s kunnen vanuit hun expertise best leuke dingen laten zien. Maar ik zit op mijn stoel en alles speelt zich in mijn hoofd af. De mooiste dingen overigens. Beelden, emoties… het voltrekt zich allemaal in mijn binnenste en ik zet het om in zo goed mogelijke woorden.

Maar als `Nederland´ vanaf de bank, al zappend, tv zit te kijken dan willen ze geboeid raken door leuke beelden.

´Hoe ga ik dat voor elkaar krijgen?’ vraag ik een paard aan het eind van ons gesprek. Het dier heeft ons zoveel moois laten zien, het was zo’n mooi gesprek en zo bevestigend voor de vrouw. Maar ja, alles vanuit ieders eigen plek: het paard op stal, de vrouw thuis en ik in mijn praktijkruimte. Hoe kunnen we in vredesnaam het mooie van mijn vak in beeld brengen?

‘Het gaat erom hoe je het uitdraagt,’ hoor ik het paard ineens zeggen.

In alle eenvoud komt de zin eruit. Ik kijk even verbaasd op maar begrijp meteen wat ze bedoelt. En zo is het: het gaat erom hoe je het uitdraagt!

Dat filmen? Ach, dat gaat vast lukken! In februari zullen we het op tv zien.

www.heelcentrumdoorn.nl

Tirza 7: Mijn aard is kat

M: Tirza, kan ik met je praten?
T: Ja, maar niet weer over die muizen, sorry dat was een vergissing, maar die gebeuren. (Ondanks onze eerdere afspraken dat ik het huis weer vrij toegankelijk zou maken en Tirza dan geen muizen meer in huis los zou laten, ging het toch weer fout.)
M: Heb je er spijt van dat je stiekem muizen meebracht?
T: Wat is spijt hebben?
M: Dat je het gevoel hebt dat je iets niet had moeten doen en dat je het de volgende keer niet meer zal doen.
T: Oh, dat. Ik had het niet moeten doen, maar de drang om het te doen is groter.
M: Je bedoelt dat het af en toe blijft gebeuren?
T: Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat.
M: Maar als je wilt groeien, moet je leren je te beheersen en dan hoef je geen muizen meer mee te nemen.
T: Waarom zou ik willen groeien, ik heb toch een prima leven zo?

Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat

M: Zoals je wilt. Wat gebeurde er laatst toen je zo schichtig binnenkwam en raar rond de bank rende met zwiepende staart?
T: Daarbuiten lopen allerlei beesten rond, ook katten, die me zomaar grijpen en daar ben ik niet van gediend, dus ben ik op mijn hoede. (Tirza is gesteriliseerd)
M: En toen was je besprongen?
T: Ja, ik dacht dat het een vriendje was, maar ineens greep hij mij vast, daar hou ik niet van.
M: Dat lijkt me niet fijn.
T: Daar heb je gelijk in.
M: Wil je nog wat zeggen?
T: Jammer van die muis dat je het doorhad.
M: Inderdaad, maar we houden wel van je.
T: Ik zal proberen het beter te doen, maar mijn aard is kat.

190813