Waarom jagen mensen op ons?

We zijn een weekje op Texel en genieten van de wind en de regen en de zon af en toe. Opeens komen er twee boeren zwaluwen op de reling vlakbij zitten en daar blijven ze zitten. Iedere keer als ik buitenkom, komen ze aanvliegen. Ze willen me wat zeggen, dus na enkele dagen neem ik contact op.

M: Beste zwaluwen, willen jullie me soms wat zeggen of komen jullie voor de gezelligheid steeds langs?
Z: We willen je graag wat vertellen en zagen dat jij een communicator bent en dus willen we met je praten.
M: OK, zeg het maar.
Z: Vogels zijn voor jou bijzonder en je kunt er altijd contact mee krijgen en daarom willen we met je praten. Het gaat hierom. Waarom jagen mensen op ons?
M: Dat is nieuw voor mij. Vertel er eens over zodat ik het kan begrijpen?
Z: Hier bij jullie wonen en leven we dicht bij de mens en dat gaat goed. Het liefst wonen we op een plek waar veel insecten zijn, dus bij boeren en dieren die stank veroorzaken en daar zitten veel insecten. Maar als we weer naar ons overwinteringsgebied trekken, komen we door gebieden waar ze ons vangen en dan worden we gedood en opgegeten. Hoe kun je dat doen bij vogels?
M: Waar trekken jullie heen als je hier weggaat?
Z: We trekken naar Noord en Midden Afrika. We steken daarbij de Middellandse Zee over en sommige van ons ook de Sahara, een beruchte hete en koude plek met weinig voedsel. De plek waar ze ons vangen is aan de noordkant van de Middellandse Zee.
M: Ik kan me voorstellen dat jullie in Italië gevangen worden, dat zou illegaal zijn, maar in Frankrijk en Spanje verwacht ik dat niet.

Wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit

Z: Ja, wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit en hebben we minder last van de Sahara. Doordat het steeds warmer wordt, worden we ook geconfronteerd met veel ruwer weer onderweg en dat is niet altijd een lolletje. Dan moeten we schuilen want we kunnen het niet opnemen tegen deze stormen en die enorme hoeveelheden regen die daarbij vallen.
M: Ja, dat begrijp ik. Over die opwarming, hebben jullie daar veel last van?
Z: Ja zeker. Vooral onderweg tijdens de trek is het verstorend. We vliegen in principe in een keer door, hebben soms wel even een rustpauze, maar nooit lang. Als we te veel rusten raken we de drang kwijt en blijven we soms op een plek hangen waar we eigenlijk niet goed tegen kunnen.
M: Wat bedoel je daarmee?
Z: Nou ik bedoel dat als we bijvoorbeeld in Italië achter blijven omdat we te lang gewacht hebben met doorvliegen, dan moeten we daar ons weer een thuisplek zien te vinden. Want we vliegen van het geboortehuis naar het winterhuis en weer terug. Het zijn dus steeds bekende plekken waar we komen. Maar als we ergens onderweg stoppen, is dat een onbekende plek voor ons. Moeten we zien uit te vinden wat is de beste plek om te schuilen, wat is de beste plek om insecten te vangen en al dat soort dingen, terwijl we dat anders gewoon weten, want daar komen we altijd al.
M: Het wordt dus ingewikkeld door het veranderende klimaat om jullie gewone leven te blijven volgen.
Z: Ja dat is zo.
M: En wat was dat nou over dat jagen op jullie?
Z: Daar wilde ik het over hebben omdat familie regelmatig onderweg gevangen wordt en dan nooit meer terug komen. We kunnen elkaar onderweg wel kwijtraken, maar we treffen elkaar eigenlijk altijd weer op de thuisplekken. Wat voor plezier hebben mensen daar nu aan?
M: Dat plezier begrijp ik ook niet. Maar er is in Italië geloof ik een traditie om vogels te vangen en op te eten. Het is wel veel minder geworden, want de meeste mensen eten geen vogels meer, behalve kip. Maar de meeste mensen eten nog steeds vlees. Dat zal wel gaan veranderen, maar dat neemt veel tijd voor mensen inzien dat ze beter eten kunnen maken van gras dan het gras aan de koeien te voeren en dan die koeien op te eten.
Z: OK, het was gezellig even met je te praten. Blijven jullie nog even?
M: Waarom vraag je dat?
Z: Eenvoudig omdat we nooit mensen lang zien blijven, ze komen en ze gaan. Veel sneller dan wij trekken. Wij blijven een lange periode en verhuizen dan weer voor een lange periode. Jullie komen maar kort hier.
M: Dat is juist, wij komen hier voor vakantie, om wat rust te hebben en daarna gaan we weer deel nemen aan alle drukte die mensen eigen is.
Z: Ja, dat is ook zo vreemd. Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan en neem je de tijd om met mij bijvoorbeeld te praten.

Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan

M: Ook daar heb je gelijk in. We willen altijd zoveel doen. Nou wil je nog wat zeggen of zullen we stoppen?
Z: We kunnen stoppen en kunnen altijd toch weer een andere keer praten?
M: Ja, dat kan. Dank je wel voor het gesprek.

220525

Liever geen beren op je weg…

Het is verbazingwekkend, al zeg ik het zelf. Jaren geleden maakte ik contact met een kodiakbeer in een dierentuin (zie blog hieronder). Nu ik het weer lees, komt de vraag bij me op of beren eigenlijk wel vlees eten. Even wikipedia openen en het wordt bevestigd, net als meer uit dit contact:

“De kodiakbeer is me een mooie … Zegt meteen als ik contact maak dat hij mij wel lust. Hij schijnt zin in vlees te hebben, zin in een prooi ‘scheuren’. Hij heeft ook zin in vis.
Ik krijg van hem door dat hij veel ruikt en dat hij er wel op uit wil om te eten.
‘Kan je alleen maar aan eten denken?’ vraag ik hem.
‘Eten is belangrijk,’ vindt hij.
Ik laat hem in een beeld zien dat hij het volgens mij lang niet slecht heeft volgens dierentuinbegrippen.
‘Het is te beperkt. Ik wil erop af, afstanden afleggen.’ Het voedsel zoeken is een grote innerlijke drive. Momenteel is hij veel te lui, vindt hij zelf. Hij leeft onder zijn capaciteiten.
Hij laat mij een soort gelatenheid voelen van iemand die berust in zijn situatie. ‘Ik klaag niet,’ wil hij nog even kwijt, ‘maar ik leef onder mijn niveau van kunnen.’ ”

Na dat gesprek was ik naar een vrije beer in Alaska gegaan. Die kon ook alleen maar aan eten denken op dat moment. De contacten was in november dus de eetdrang klopte wel:

“Ik heb net de kodiakbeer uit de dierentuin gesproken en ga daarna naar deze beer.
Die vindt al vrij snel dat ik loop te zeuren en vraagt wat ik wil. Hij lijkt een run tegen de tijd te voeren en denkt, net als de kodiakbeer, alleen maar aan eten.
Hij vindt dat hij nog te weinig voedsel binnen heeft en wil een dikkere laag om de winter door te komen.
‘Lukt dat?’ vraag ik belangstellend.
‘Niet als jij loopt te drammen.’
Het is duidelijk, ik moet deze beer niet storen op dit moment.”

Heerlijk, die beren!

Hondje Patron

De afgelopen weken verschenen er diverse YouTube filmpjes over het Oekraïense hondje Patron. Ze zou meegegaan zijn met een soldaat naar het front waar ze inmiddels is ingezet als hond die explosieven opspoort die door de Russen zijn achtergelaten. Daarmee zou ze inmiddels al een kleine honderd levens gered hebben. Wat is daar van waar? Dus ben ik op zoek gegaan naar verbinding.

M: Dag Patron, mag ik met je praten?
P: Dat mag.
M: Wat kun je me vertellen over jezelf?
P: Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

M: Houdt ons gesprek dan hier op?
P: Ja.
M: Dat was ene heel kort gesprek dan.
P: Maar we kunnen wel praten als we de oorlog gewonnen hebben. Dan mag je je weer melden.
M: OK.

220508

Patron en ik hebben daarna nog enkele contacten gehad en vandaag probeer ik het weer.
M: Mijn gesprek van vandaag zal niet gepubliceerd worden voor de oorlog met de Russen tenminste tot rust is gekomen. Kunnen we onder die voorwaarden wel al vast met elkaar praten? (Aan het einde van het gesprek liep het toch anders)
P: Dat kan.
M: Je hebt mij de afgelopen dagen laten zien dat er rond jou een mythe is gemaakt en dat de filmpjes die er rondgaan, allemaal fake zijn. Nagemaakt, maar niet echt. Klopt dat?
P: Ja dat klopt, ik wilde je dat eigenlijk niet vertellen, maar het is misschien toch wel belangrijk dat je deze dingen begrijpt. Inderdaad op voorwaarde dat je dit voorlopig niet publiceert.
M: Ik voel me geëerd door je vertrouwen. Ben je niet bang dat ik door jouw bekentenis anders tegen de oorlog aan ga kijken?
P: Nee, dat ben ik niet. Ik denk dat je juist meer bewondering voor ons gaat krijgen over wat wij allemaal kunnen in deze oorlog.
M: Ja, daar heb je zeker een punt. Ik was me niet bewust dat informatie ook oorlog is en dat jullie op alle fronten die informatie slag heel sterk spelen.
P: Ja, dat doen we en het werkt ook. Al die beelden van mij en van andere honden laten zien hoe sterk wij en in dit verband voel ik me ook een Oekraïner, betrokken zijn bij deze oorlog en hoe inventief we met de hele informatie omgaan. Daardoor is ons imago in Europa ook van een onverzettelijk volk. In tegenstelling tot de Russen die hier jongens naar toe hebben gestuurd die liever niet willen schieten. Hoe denk je dat zoiets op het moreel van die arme Russen over komt?
M: Hoor ik je nu zeggen die arme Russen?
P: Ja, dat hoor je goed. Die jongens die hier moeten vechten doen dat niet voor hun plezier, ze zijn gestuurd en zouden ook veel liever thuis zijn.
M: Dat begrijp ik en vind ik toch wel heel groots van je dat je zo over ze kunt denken, zeker na alle beelden die we hebben gezien over gruwelijkheden die zijn begaan. Maar je hebt nog een antwoord van mij tegoed over wat ik denk dat het met het moreel doet? Ja, dat doet zeker iets met het moreel. Dus is dat een slimme manier van oorlog voeren.
P: Dat is wat ik bedoel en daar doe ik dus erg mijn best voor.
M: Dit gesprek wat we nu samen voeren is toch heel mooi om aan de mensen die onze blogs lezen te laten zien? Wil je het echt geheim houden?
P: Ja en nee. Ja, want mijn bazen willen niet dat ik dit vertel. Volgens de mythe die rond mij, en anderen, is gesponnen, zijn wij helden, maar eigenlijk zijn wij hulpjes. En dat doen we graag want ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen. En misschien mag je laten zien wat wij dieren daar in kunnen betekenen?

Ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen

M: Ik vind het heel mooi wat jullie doen en voel niet dat het onecht is. Jullie zijn op jullie manier ook helden en wat ik echt mooi vind is dat je laat zien dat jullie als dieren ook willen werken voor jullie land en dat je ook nog compassie kunt opbrengen met degene die jullie dit aandoen.
P: Daar is wel een kanttekening bij te maken. Wij hebben compassie met de arme militairen die hier naar toe gestuurd worden om dingen te doen die ze helemaal niet willen doen. Maar ze kunnen niet echt anders. Er zijn echter ook monsters onder die militairen, en daar heb ik geen enkele vorm van medelijden mee. Het zijn beesten van mensen, zo erg zouden beesten nooit kunnen zijn.
M: Daar heb je gelijk in. Maar blijft de vraag, mag ik dit met jouw toestemming publiceren of wil je het geheim houden?
P: (worstelt met zichzelf) Ik geloof dat het misschien toch goed is als je dit laat weten aan de wereld.
M: Zeker weten? Ik wil je absoluut niet onder druk zetten!
P: Ja, het is OK, doe maar.
M: Wil je nog wat zeggen?
P: Nee, dit is het wel voorlopig. Dank je wel.

220511

Relatieopbouw met de eend

Al jaren zitten er eenden bij ons aan boord. Er is ook menig nest uitgebroed en twee keer heb ik gezien dat de jonge eendjes zich vanaf het dek of het dak van de roef in het water stortten om zich te voegen bij hun moeder die ze luid kwakend bij zich in het water riep.

De laatste maanden zijn het vooral twee eenden die zich steeds meer laten zien. Als ik naar het schip loop komen ze uit het water om me tegemoet te vliegen. Of ze staan al klaar op het houthok om te kijken of ik wat voer neerleg. Vandaag maak ik contact met het vrouwtje.

`Eindelijk! Ik kom hier al heel lang!´ laat ze weten. Het lijkt of ze het leuk vindt om es te babbelen met elkaar. Ik vind het een interessante waarneming hoe we communiceren. Het gaat razendsnel.

Ik begrijp dat het schip interessant is omdat hier eten is wat ergens anders niet is. Ze doelt op het vogelzaad dat ik al jaren op het dak van de papegaaienkooi leg. Ze laat zien dat ze het schip al tijden, ik vermoed jaren, goed heeft geobserveerd. Heel voorzichtig heeft ze dingen opgebouwd.

Nu lijkt ze het vooral komisch te vinden wat er aan boord gebeurt. Ik reageer een beetje verbaasd op het begrip ´komisch´ en vraag in beeld of ze mij niet eng vindt. ´Er gebeuren geen onverwachte dingen en er zijn geen onverwachte bewegingen. Ik ken alles wat je doet uit mijn observaties.´ Dat is een pijnlijk puntje want ik vind mezelf vaak heel saai met al die vaste gewoonten en het niet uit mijn bol gaan. ´Nee, dat is steady,´ laat de eend weten. ´Door het ´saaie´ kunnen anderen op je bouwen.´ Nou, dat is een nieuwe kijk die ik maar es mee ga nemen in mijn overwegingen.

Ik vraag wat ze bedoelde met ´komisch´. ´Nou, ik bekijk soms wat je doet: zitten op een stoel, lezen, roken.’ ‘Hoe weet jij dat nou te benoemen?’ vraag ik ineens bijna verontwaardigd. ‘Wat weet jij nou van boeken, sigaren en koffie?’ ‘Rustig aan,’ sust de eend, ‘Je doet het zelf: ik geef jou een beeld door en jij geeft er tekst aan. Daardoor weet ik hoe jij het noemt.’

Vervolgens laat ze zien hoe ik vaak druk met bewegingen en spullen ben. Ze begrijpt niet dat ik me daar zo op focus en me niet met mijn omgeving bezighoudt. ‘Je ziet heel weinig wat er om je heen gebeurt. Je bent zo met je eigen dingen bezig en met je eigen gedachten.’ De eend begrijpt dat onoplettende niet en ik krijg het beeld dat zij gevaar zou lopen als zij zich zo zou gedragen. ‘Hoe doe jij dat dan?’ vraag ik. Want stiekem heb ik wel eens het idee dat eenden ook heerlijk in hun coconnetje kunnen zitten en maar wat zitten te dobberen. ‘Ik ben gecentreerd in mezelf maar tegelijkertijd ook oplettend naar mijn omgeving.’ Dat vind ik knap en ook dit ga ik meenemen in mijn overwegingen.

Het is een vreselijk leuke eend en allebei vinden we dat we op een ander tijdstip nog es verder gaan babbelen.

(klik op de foto om de hele foto te zien)

Gesprek met een walvis 2

Vandaag het tweede deel van de gesprekken die ik met drie walvissen heb gehouden. Oude bekenden zoals uit het eerste gesprek bleek. Om dat eerste gesprek te lezen, klik dan hier.

Walvis 2
W2: Dan mag ik nu. Ook ik vind het heel fijn dat je eindelijk besloten hebt contact met ons op te nemen. Maar ik wil belangrijke zaken aan je kwijt, dus geef me even de ruimte.
Ik wil je opmerkzaam maken op de enorme vervuiling van de oceanen. Dan gaat het niet alleen maar over al het plastic afval dat in zee terecht komt en veel dieren en ook ons, soms het leven kost omdat we dat binnen kunnen krijgen en het niet kunnen verteren. Het blijft in ons lichaam zitten en kan ons uiteindelijk doden. Maar de plastic soep zoals jullie dat noemen is bekend. Nog onvoldoende is bekend dat er veel meer dan zes vindplaatsen van zijn over alle oceanen geteld. Daarnaast hebben we als zeewezens veel last van de chemische vervuiling die door schepen wordt achtergelaten. Boten lozen vuil en niet alleen organisch vuil, maar ook, en dat is voor ons veel erger, chemisch vuil. Dat kan rechtstreeks levensbedreigend zijn voor ons. Hier moet ook wat aan gedaan worden, het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten omdat je ergens met het afval naartoe moet.

Het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten

Er is nog een ander belangrijk punt. Wij walvissen communiceren door middel van geluiden. Maar doordat er zoveel lawaai wordt geproduceerd door jullie, met de schepen, maar ook met boringen naar olie of andere delfstoffen, of door de defensie industrie die experimenten uithaalt met lage geluiden en het communiceren met jullie onderwater boten. Dat alles bij elkaar is dus een kakofonie van geluiden, waardoor wij ons slecht verstaanbaar kunnen maken. Daardoor kunnen we onze partners soms niet meer vinden en dat heeft weer invloed op onze aantallen. En zoals je van Walvis 1 hebt gehoord, is dat geen goede zaak. Dit wilde ik graag aan je kwijt omdat ik begrijp dat jij tegenwoordig over de dieren schrijft en dat andere mensen dat lezen en je zo dingen in het bewustzijn van mensen kunt brengen in de hoop dat het ooit allemaal gaat veranderen. Wanneer kom je weer eens op bezoek? Niet dat dat nodig is om met elkaar te communiceren, want dat op deze manier ook heel goed.
210413

Walvis 3
Het gesprek met walvis 3 vond de volgende dag plaats. Ik heb tijd gehad om na te denken over de eerste twee gesprekken en vroeg me af hoe kunnen deze walvissen toch mij meteen herkennen zodra ik contact met ze op neem. Nou het antwoord kwam meteen toen ik contact maakte.
W3: Je vroeg je af hoe wij jou meteen herkenden nadat je na bijna 20 jaar opnieuw contact maakte. Nou dat is eenvoudig. Jouw lichtwezen zit in ons geheugen gegrift en dat herkennen we meteen zodra je er weer bent. Maar het zit ook in jouw lichtwezen geprogrammeerd dat wij contact hebben gehad. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar de herkenning is wederzijds zonder enig voorbehoud als je het lichtwezen kunt lezen. En wij maken daar deel van uit, het is niet zoals bij jullie gescheiden van ons fysieke lichaam. Daardoor is het voor ons heel eenvoudig, de herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is.

De herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is

M: Dat klinkt als inderdaad eenvoudig en voor altijd?
W3: Ja, iets wat in je lichtwezen zit, zit daar voor eeuwig, want lichtwezens zijn eeuwig. De fysieke verschijningsvorm maakt daarin niet uit.
M: Wat een wijze les geef jij mij even. Dank je wel.
W3: Graag gedaan en neem nog eens contact op.
210414

Deel 1 van deze gesprekken is hier te vinden.

Het stokstaartje

Als ik contact maak met dit stokstaartje zie ik hem meteen om zich heen kijken. Alsof hij zoekt waar ik ben. Ik vertel hem dat ik via deze vorm van communicatie contact leg en dat ik er niet fysiek ben. Dan gebeurt er iets wat ik nog nooit meegemaakt heb met dieren: dit diertje benadert mij razendsnel, legt zijn voorpootjes op mijn hoofd en het lijkt of hij in mijn hoofd gluurt. Ik word wel eens gescand door dieren maar zo extreem als dit is nog niet gebeurd en ik moet erom lachen.
Ik leg hem uit dat ik graag met dieren praat en hij laat meteen hun hele ruimte zien. Hij laat weten veel te spelen en hij rent druk heen en weer. Een actief diertje. Hij laat zien dat hij een verre blik heeft en een ver gehoor. Overdag staan de mensen ervoor. Hij wil eigenlijk altijd ver kijken, groot uitzicht hebben. Hij herhaalt een paar keer dat hij tussen de mensen door moet kijken, dat hij overdag steeds op mensen stuit. ‘Als ze weg zijn hebben we de tijd aan onszelf,’ vertelt hij.
Weer laat hij zien dat hij heel gespitst is op geluiden en bewegingen ver weg. Hij vindt het fijn om een eigen ruimte te hebben in de dierentuin. Ik weet niks van stokstaartjes maar ik kan me voorstellen dat ze een eigen territorium hebben (dit zie ik later op internet bevestigd).
Het dier geeft steeds een vrolijke, levenslustige indruk. Hij doet me denken aan een wakkere fret, die reageert ook zo snel. Alleen lijkt het of stokstaartjes slimmer en veel wakkerder zijn.
Als slot van ons contact laat dit stokstaartje nogmaals zien dat zijn blik gericht is op ver weg.

Gesprek met een Walvis 1

Toen ik jaren geleden voor mijn werk in Zuid-Afrika was (2003), ben ik heel bewust naar een baai gegaan waar Walvissen veel gezien worden. En ik had geluk en ze lieten zich aan me zien. Toen merkte ik al dat het heel gemakkelijk was om contact met ze te leggen en dat contact mee naar huis te nemen, thuis kon ik met de Walvissen daar nog steeds voelen dat er verbinding was. Ik wil nu proberen deze verbinding uit te breiden tot een gesprek.
M: Beste Walvissen, ik zou heel graag een jaren geleden aangegaan contact weer willen oppakken en nu met jullie willen ‘spreken’. Wie is bereid mijn gesprekspartner te worden?
W1: Ja, heel graag. Het contact wat je jaren geleden gelegd hebt was onder andere met mij, maar ook met twee andere vrienden, die je ook graag willen spreken. Maar ik mocht eerst. We voelden jouw vraag al dagen aankomen en zijn blij dat je nu zover bent.
M: Wat geweldig dat jullie met me willen communiceren, wat ik ‘praten’ noem. Ik verheug me daar erg op en inderdaad dit zat al even in de pijplijn. Hoe is jouw leven in de oceaan of ben je inmiddels overleden?
W1: Nee, we leven alle drie nog en vonden het die jaren geleden bijzonder om met jou in contact te komen en we hebben geprobeerd dat contact ook in stand te houden, maar de laatste jaren was jij je er niet meer van bewust. Dus fijn dat het lukt. Wij leven in de oceaan, vooral in de Zuidelijke IJszee rond Antarctica en we komen regelmatig in de wateren rond Zuid-Afrika waar we elkaar getroffen hebben. Jij zat op de rotsen en na enkele uren hadden we contact en hebben we ons laten zien aan jou. Dat was mooi en jij was er helemaal blij mee. Ons leven in de oceaan is op zich een goed leven. Helaas wordt er nog steeds op ons gejaagd door grote boten en als we daar te dicht bij in de buurt komen, dan zijn we ons leven niet zeker. Dat is reden om toch altijd wel afstand te houden van grote boten. Maar in de baaien kunnen we gevaarloos verblijven. Dat is vaak ook de plek waar we jongen krijgen.

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde?

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde? Daarom zijn onze soorten erg belangrijk om te beschermen en te zorgen dat we met veel meer zijn dan nu het geval is. Juist in deze periode waarin de mens de Aarde zo sterk onder druk zet met haar opwarming, zijn wij Walvissen van belang. Wij walvissen nemen CO2, ja het broeikasgas, op in ons lichaam waar we het vasthouden tot onze dood. Daarna zinken onze dode lijven naar de bodem van de oceaan waar alles dan achterblijft, ook dus de door ons lichaam opgeslagen CO2. Dat zijn best substantiële aandelen, maar nog belangrijker is dat we door onze uitwerpselen sommige oceaanplanten sneller groeien en die nemen CO2 op en zetten dat om in zuurstof. Allemaal zaken die van belang zijn voor ons marine ecosysteem. Het is dus erg belangrijk om onze soorten te beschermen en ons zoveel mogelijk met rust te laten zodat we ons goed kunnen vermeerderen. En dat allemaal om de mede door jullie veroorzaakte problemen te helpen op te lossen. Nu wil mijn vriendje nog wat met je delen.
W2: …
M: Ho ho, mag ik er nog even tussen komen voor jullie allemaal aan de beurt zijn geweest en ik niets heb kunnen zeggen. Dank je wel broeder Walvis 1 of heb je een naam die ik mag gebruiken?
W1: We beginnen nog niet aan namen, dat komt later misschien wel, nu leidt het alleen maar af van de belangrijke zaken die we te bespreken hebben. Dan nu mijn vriendje. (Die komt over veertien dagen aan de beurt)
210413

Deel twee van deze gesprekken is hier te vinden.

`Intenties laten zich niet verwoorden´

Als ik contact maak met deze olifant, lijkt ze meteen een speeltje van me te maken. Ze reageert uitbundig, wat onbenullig en geeft me het beeld dat ze met me speelt als met een lappenpop. Mijn insteek is altijd serieus contact dus ik vraag haar of ze uitgespeeld is. Meteen zet ze me in haar beeld neer en loopt van me weg. Ho, dat was ook niet de bedoeling! Dus loop ik naast haar mee maar dat bevalt me niet. Beleefd vraag ik of ze de tijd wil nemen voor een gesprek.
Meteen laat ze weten niet naar mensen te hoeven luisteren. Dat vind ik natuurlijk okee en ik vertel haar dat dit contact op een ander level is, niet fysiek. Dan wil ze wel communiceren.
Ze laat als eerste zien dat olifanten lange afstanden lopen. Dat zit in hun wezen. Hier kan ze voldoende lopen en bewegen maar het zijn geen lange afstanden in colonne.
Tijdens mijn dierentuinbezoek heb ik wat info opgevangen van een verzorger en ik vertel de olifant dat ik hoorde dat er onderzoeken gedaan zijn naar hun onderlinge communicatie. De verzorger vertelde dat in hun kop trillingen te voelen zijn. Deze olifant geeft door dat het om golven gaat.
Ze komt bij mij heel open en actief over en haar aandacht gaat ook snel ergens anders heen. Ze laat zien dat ze doet waar ze zelf zin in heeft. Ze lijkt in een eigen flow te zitten en vermaakt zich op een dag met bomen, publiek, andere olifanten, stokken, zand, water, lopen etc.
Ik moet het contact met haar echt goed gericht blijven houden dus vraag ik naar hun manier van onderling communiceren. Dan krijg ik het idee dat ze op ‘twee standen’ tegelijkertijd leven. Het trage van hun bewegen en de flow waar ze fysiek in zitten maar tegelijkertijd een razendsnel, fijngevoelig denken.
Met die fijngevoeligheid lijken ze te weten wat er buiten de muren van het nachtverblijf gebeurt. Weten ze wanneer de verzorgers er zijn/komen en hebben ze een ragfijn onderling contact.
Ik geef via een beeld door dat de verzorgers zich niet meer tussen de olifanten mengen omdat er ongelukken zijn gebeurd en dan zie ik dat de verzorgers helemaal niet van belang zijn! De olifant laat zien dat alles draait om wat er op hun ‘olifantenlevel’ gebeurt. Mensen nemen daarin een enorm kleine plaats in. Mocht er onderling wat zijn tussen de olifanten dan houden ze totaal geen rekening met de fysieke aanwezigheid van een mens. Vertrapping of iets dergelijks van mensen is dan niet meer dan een tak vertrappen die toevallig in de weg ligt. ‘Het speelt zich allemaal af op ons communicatieniveau.’
Ik ben werkelijk onder de indruk van de grootte van hun onderling (be)leven. De olifant laat zien dat de rol van de mens/verzorger zó klein is. Ik meen te moeten opmerken dat er toch heel wat mensen om hen heen zijn die zich een slag in de rondte werken om hun verblijf goed te maken. ‘Mensen leggen voedsel neer maar zijn van zo weinig betekenis voor ons.’ Ik geef haar via beeld en gevoel door dat het me schokkend lijkt om te horen als verzorger, als je met zoveel liefde voor die dieren werkt.
‘Maar je laat mij wel een kijkje nemen bij je,’ merk ik dan een beetje verbaasd op. ‘Ik neem ook een kijkje bij jou,’ is meteen het antwoord. Ik weet inmiddels dat op dit niveau van communiceren er inderdaad een wederzijdse uitwisseling is. En onbewust denk ik aan wat mijn intenties zijn om dit soort contacten aan te gaan. ‘Intenties laten zich niet verwoorden,’ hoor ik er pats boem overheen. Een lekker bijdehand dier…

Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330

 

Tirza 2: Tirza klaagt verder

Tirza wil praten en gaat meteen los.

T: Ja, ik wil graag mijn zegje doen, dat bruine monster waar jullie zo gek mee zijn, is best erg opdringerig. Je zegt wel dat ze me niets doet, maar daar lijkt het niet op. Ze springt steeds op me af en ze heeft hele grote poten.
M: Die grote poten begrijp ik, maar er zit geen kwaad in, ze zal je nooit bijten, maar ze is nog wel wild, dat komt omdat ze je spannend vindt. Je kunt haar met jouw arsenaal aan opties: grommen, blazen, omdraaien, aankijken, dikke staart, gemakkelijk de baas, dat vindt ze spannend.
T: Maar ik niet. Ik wil gewoon door het huis kunnen lopen, zonder dat monster achter me aan.
M: Dat proberen we ook voor je en heel goed dat je steeds naar binnen komt en je niet laat weerhouden.
T: Dat klopt, maar ook in de tuin laat ze me niet met rust, zodat ik muizen verder in het bos moet zoeken. En die spelen niet gezellig.
M: Je bedoelt die kun je niet zo gemakkelijk vangen?
T: Eigenlijk bedoel ik dat niet, ze verstoppen zich en laten zich daarna niet meer zien, dus helemaal niet spelen samen, ze spelen niet.
M: Dat moet saai zijn.
T: Dat is het ook, ik moet nu gaan jagen en dat kan ik ook goed, maar dat kost meer tijd en lukt niet altijd.
M: Dus je eet minder muizen en wilt van ons meer vlees krijgen?
T: Als dat zou kunnen …
M: Wil je nog wat kwijt?
T: Ik wil dat jullie zorgen voor een veilige thuisplek voor mij.
M: Maar dat doen we!
T: Maar het monster kan te dichtbij komen.
M: Ze zit iedere nacht opgesloten, dan kun je helemaal vrij door het huis lopen en je kunt ook op bed liggen bij ons.
T: Ja, maar jij stuurt me dan weg …
M: Ja, als je probeert de hele nacht op me te liggen dan stuur ik je weg, maar je mag best tegen me aan liggen, alleen niet op me. En bij mijn partner kun je altijd terecht.
T: Dat is waar, nou tot de volgende keer, ik vind de gesprekken wel leuk worden.