Tirza heb je nog wel alles op een rijtje?

Tirza heeft het moeilijk, dat is aan alles te merken. Ze ligt momenteel veel in het bad of op de rand van het bad te slapen. Weet ze nog wel waar ze is? En kunnen wij de grote verstoring van onze nachtrust nog wel aan? Een nieuw gesprek geeft wat meer duidelijkheid.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten? Je ligt nu weer zo vredig naast me op de stoel, is het een goed moment?
T: Ja, dat is het wel.
M: Gaat alles wel goed met je? Je loopt zo ontzettend te miauwen door het huis, dat ik soms denk dat je gewoon bang bent, klopt dat?
T: Misschien heb je wel gelijk, dat ik bang ben als ik zo loop te klagen. Eigenlijk wil ik dan iets, maar ik weet ook niet wat ik wil. Terwijl ik wel heel hard miauw. Ik weet ook niet wat er dan is.
M: Als ik soms in je ogen kijk als je zo klaagt, dan zie ik hele grote bange ogen. Hoe voelt dat voor jou?
T: Voor mij voelt het alsof ik de weg dan kwijt ben. Ik voel me niet goed en weet niet waar ik ben.
M: Maar als je ons dan ziet gaat dat gevoel dan over? Want je kent ons toch wel nog?
T: Ja, natuurlijk ken ik jullie goed, maar soms heb ik het gevoel in een omgeving te zijn die ik niet meer herken. Dat is heel naar en dan klaag ik van ‘waar ben ik?’
M: Heb je dan hulp nodig?
T: Dat weet ik niet. Ik roep wel, maar of hulp me dan kan helpen om te bepalen waar ik ben weet ik niet. Als ik jullie zie weet ik wel waar ik ben, bij jullie, maar ik weet ook weer niet waar ik ben, in welk huis ben ik?
M: Lig je daarom zoveel bij ons op schoot of op bed?
T: Ja, dat is vertrouwd en warm en jullie zijn altijd lief voor me.
M: Nou als je zo hard loopt te miauwen midden in de nacht voel ik me niet altijd lief voor je. Je hebt een grote invloed op onze slechte nachtrust en daar kunnen we niet altijd even geduldig mee omgaan.
T: Dat begrijp ik. Ik doe dat niet expres, maar ik ben dan toch echt de weg kwijt, weet niet waar ik ben en als jullie me dan troosten helpt dat.
M: Maar dat doen we dan helaas niet, jou troosten.
T: Weet je, je denkt dat je me niet troost, omdat je lelijk doet vanwege mijn lawaai maken. Maar door jullie reactie begrijp ik weer waar ik ben.
M: Je bent dus letterlijk de weg dan kwijt?
T: Ja en nee. Ik weet wel waar ik ben, maar ik wil ergens heen waarvan ik niet weet waar ik heen wil en in zoverre ben ik de weg kwijt.
M: Heb je last van dementie?
T: Je bedoelt dat ik niet goed snik ben?
M: Nee, dat bedoel ik niet. Als je last van dementie hebt, weet je soms niet meer waar je bent, alles om je heen is even vreemd voor je en een tijdje later herken je het weer en weet je precies waar je bent en waar je heen wilt.
T: Ja, dat herken ik wel.
M: Nog een andere vraag. Ik merk dat je slecht ziet waardoor je soms ook met springen iets mist en je vaker je eten gewoon niet weet te vinden. Klopt dat?
T: Tja, dat herken ik helaas ook. Dan zetten jullie me bij mijn etensbak neer en dan kan ik wel eten.
M: Ik merk ook dat je behoorlijk doof bent, je hoort mij niet meer aankomen en dan ben je ineens verrast dat ik naast je sta, je aai of je op til. Herken je dat ook?
T: Ook dat herken ik. Maar even terug komend op dat ik jullie wakker maak met mijn miauwen, dat spijt me, dat is niet mij bedoeling.
M: Dat snap ik, helaas gebeurt het wel erg veel en kunnen wij er niet goed meer tegen.
T: Wat bedoel je daarmee?
M: Dat probeer ik met dit gesprek uit te zoeken. Wij worden nu wel heel erg moe om nu al maanden niet meer ongestoord te kunnen slapen. En jij gaat steeds verder achteruit. Ben je nog wel blij met het leven zoals je dat nu leidt?
T: Ik vind dat ik wel een goed leven heb, of moet ik zeggen heb gehad? Want ik ben wel vaak de weg kwijt momenteel en dat is lastig. Lichamelijk heb ik geen pijnen, maar ik merk wel dat mijn zintuigen erg achteruit zijn gegaan en mijn ledematen ook wel stram zijn en soms best wel pijn doen met springen. Overwegen jullie mij te laten inslapen?
M: Het is dat je dat zo vraagt. De gedachte speelt al een tijdje bij ons. Laatst waren we bij de dierenarts en toen waren we wel zover, aan de andere kant willen we je ook niet kwijt. Maar je bent nu bijna 19 jaar oud, dat is best oud en je lijfje weegt bijna niets meer met je 2,5 kg. En je ziet slecht en hoort nauwelijks iets en je bent heel veel de weg kwijt en dan miauw je zo luidt en klaaglijk. Daarmee maak je ons op de gekste tijden wakker en dat is ons grootste probleem. Je geeft ons onvoldoende kans om te rusten en daar kunnen we niet meer tegen.
T: Oei, dat is heftig en dat heb ik me niet zo gerealiseerd. En jullie zien inslapen eigenlijk nog als enige oplossing?
M: Daar denken we wel aan.
T: Mag ik daar nog even over nadenken of ik daar mee akkoord ga?
M: Ik vind dat wel zo eerlijk. En als je denkt dat je kunt ophouden met ons 4-5 keer per nacht uit ons bed te miauwen, dan is er geen noodzaak. Maar ik weet niet of je dat kunt.
T: Ook dat is niet meer dan fair dat je dat vraagt. Ik zal proberen om niet meer te miauwen ’s nachts, maar als dat me niet lukt, dan vragen we de dierenarts om te komen en dan wil ik wel in jullie armen inslapen. Zullen we dat afspreken?
M: Dat lijkt me heel mooi om dat zo af te spreken. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog iets kwijt?
T: Ik ben ook heel blij met dit gesprek en dat we dingen nu uitgesproken hebben en dat ik niet alleen maar ergens voel dat dit bij jullie speelt en we er niet over gesproken hebben. Maar nu wel! Fijn.
M: Meer dan een maand geleden heb ik al eens een voorzichtig gesprek met je gehad hierover, maar dat ging natuurlijk lang niet zover. Jij zag geen enkel probleem en je was behoorlijk opstandig, dat heb je nu niet meer.
T: Ik ben meer berustend, merk ook wel dat het aan het aflopen is. Maar wanneer is een goed moment? Ik weet het niet, maar geloof wel in jullie liefde en wijsheid.
M: Dank je wel dat je dat nog zegt. Wij houden ook heel veel van jou.
240212

‘Flarden’ uit mijn praktijk

Eddy heeft al een paar keer gezegd dat het hem leuk lijkt als ik meer verhalen schrijf over de huisdieren waar ik voor tolk. Dat lijkt mij ook leuk maar… ik zit altijd met het privacy-stuk. Dus ik doe het niet. Ik kan wel wat ‘flarden’ opschrijven.

Als ik contact ga maken met een hond, zie ik dat hij door heeft dat ik contact wil. Tegelijkertijd hoor ik hem denken: “Ga ik dit negeren of ga ik erop in?”

Een hond blijft maar tegen mensen opspringen als hij ze wil begroeten. Ik maak hem duidelijk dat het niet gewenst is dat hij mensen in het gezicht springt. “Ja maar… zij gaan niet naar beneden dus ik moet wel naar boven!”

Een kat wil niet met me praten. Ze zwijgt passief uitdagend.

Een hond schaart zich in hiërarchie naast de mensen. Gezien zijn aard, ras en gedrag is dat echter niet de juiste plek voor hem. Ik leg hem uit dat hij hond is en dat de positie van een hond een andere is dan van mensen. Een hond heeft een eigen (ere) plek en die mag hij helemaal gaan innemen.

Ik maak contact met een kat en het eerste wat ze laat zien is dat ze belangrijk is.

Een hond trekt steeds heel erg aan de lijn tijdens het wandelen. Als ik dit ter sprake breng, hoor ik verontwaardigd: “Het is toch gék dat ik vast zit?!” Ik moet hem de functie van een riem echt uitleggen, dat het voor de veiligheid van iedereen is dat hij in zijn enthousiasme niet dwars over straat rent.

Een vrouw vraagt zich af of er sprake is van euthanasie voor haar kat. Ik hoor: “Ik laat me niet zomaar neerknuppelen!”

Ik maak contact met een kat waar ik een paar maanden geleden ook al voor getolkt had. “Ben je er alweer?!” is zijn reactie.

Een demente hond laat zien dat hij de weg in zichzelf kwijt is. Woorden als verdwazing en sluimeren komen naar boven.

Misschien is het nog wel zinvol om uit te leggen dat ik als tolk de dieren voel. Gesprekken zijn dan ook altijd intensief want ik ga mee in de gevoelens van het dier. Bijvoorbeeld: Als je hierboven leest dat de kat aan mij laat zien dat ze belangrijk is, dan kun je daar makkelijk overheen lezen. Maar ik vóel die belangrijkheid. Zo kan het zijn dat ik in een gesprek van een uur door diverse gevoelens heen mee beweeg met een dier.

 

Gaat het nog wel goed met Tirza?

Het gaat de laatste tijd niet zo goed met onze poes Tirza. Ze is bijna 19 jaar en ze krijgt last van uitval, ziet niet meer zo goed en is inmiddels doof. Ik begin dit gesprek om te kijken hoe ze nog in het leven staat en of het tijd wordt voor euthanasie. Is ze er rijp voor, zijn wij er klaar voor? Dit soort afwegingen zijn de moeilijkste die er zijn. Vandaar dit gesprek. En er zullen meer gesprekken volgen.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Waarom niet?
M: Nou je bent tegenwoordig niet meer zo van praten met mij, je ontwijkt dat eigenlijk.
T: Vind je? Vertel maar, wat wil je?
M: Ja, eigenlijk heb je wel gelijk dat ik altijd met je wil praten als er wat aan de hand is. Nu ook weer. Hoe voel jij je?
T: Normaal, wel merk ik dat ik minder goed zie en hoor, dat zal wel met ouderdom te maken hebben, zeg jij dan.
M: Zijn er ook andere dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt?
T: Bijvoorbeeld?
M: Dat je meer honger hebt?
T: Ja, nu je het zegt, ik wil wel veel meer eten.
M: Hoe komt dat? Weet je dat?
T: Als ik er over nadenk, weet ik dat niet.
M: Maar je valt ons wel steeds lastig als je wilt eten en dat vinden wij wat minder fijn.
T: Wat bedoel je met lastig vallen?
M: Nou je miauwt te pas en te onpas, en ook als wij proberen te slapen. Wij worden wakker van jou.
T: Ja, dat is ook de bedoeling. Ik wil dan eten en er staat geen eten.
M: Dat bedoel ik nu. Er staan korrels voor je en die at je ’s nachts altijd en dan hoefde je ons niet wakker te maken voor je vleesprakje.
T: Maar die korrels zijn zo droog en ik vind dat niet lekker, ik wil graag wat smeuïger eten hebben.
M: Dat krijg je ook en zelfs behoorlijk veel, maar ’s nachts moet je korrels eten want daar zitten veel meer voedingsstoffen in dan in je prakje.
T: Tja dat zal wel, maar een muis kon me ook goed voeden, dus dat prakje kan dat ook en ik vind het lekker.
M: Dat begrijp ik. Zullen we een deal maken? Jij krijgt overdag je prakje zo veel als je wilt, maar je laat ons met rust als we in bed liggen. En je miauwt niet om ons wakker te maken? Is dat een deal?
T: Ik zou niet weten waarom dat een deal is. Ik wil soms ook naar buiten en dan miauw ik ook om er uit te kunnen.
M: Dat klopt, maar we laten je nooit ’s nachts naar buiten, dus dat is een zinloze miauwen.
T: Is dat zo?
M: Ja, dat is zo. En ik kom terug op de deal. Als jij nog een aantal aangename jaren bij ons wilt blijven, moet je je beter gaan beheersen met dat miauwen. Wij worden wakker en dan krijgen we te weinig slaap en worden we sacherijnig en dan hebben we geen geduld meer met je, enz.
T: Ja, dat heb ik gemerkt. Komt dat door mijn wakker maken van jullie? Er hoeft er trouwens maar één van jullie op te staan om me eten te geven, de andere kan toch doorslapen?
M: Zo werkt het niet. Als je lawaai maakt, worden we alle twee wakker en kunnen dan een tijdje niet slapen. Je ontneemt ons dus best een uur of meer nachtrust met je gedoe.
T: Is dat veel?
M: Ja, dat is veel te veel en we willen je vriendelijk vragen het niet meer te doen en daarvoor mag je overdag zoveel eten als je wilt.
T: Ik zal proberen me er aan te houden, maar ik ben erg vergeetachtig tegenwoordig. Ik doe mijn best.
M: Dank je wel.
240106

Rozette en het katertje

De trouwe bloglezer van AnimalTalks is vast bekend met poes Rozette. Sinds september 2020 zijn er zeven blogs verschenen over haar en haar buitenleven. In september 2023 kreeg ze gezelschap van een jong katertje. Hoe gaat het inmiddels met ze? Weer tijd voor een gesprekje.

Als ik Rozette benader is ze rustig en zeker van zichzelf. Ze heeft haar nachtplek waar ze zich kan terugtrekken en ongestoord kan leven. Maar haar oude woonplek beschouwt ze ook nog van zichzelf. De kleine belhamel kan ze er nu prima bij hebben. “Hij stoort me niet. Ik ben de oudste, rustig en stevig. Hij accepteert dat. Hij doet groot en stoer maar hij is maar wat blij met mij. Zonder mij is hij niks.”

Wat ik begrijp van Rozette is dat hij aanvankelijk van Rozette’s vangst at en dat hij heeft afgekeken hoe zij het deed.

Ik laat Rozette zien dat de kleine kat steeds meer op mensen gericht is en zich ruimschoots laat zien aan mensen en met mensen en honden meeloopt op de dijk. “Ik ben selectief,” antwoordt Rozette. “Ik ben meer op mezelf. Geef me trouwens maar iets tegen stramheid, ik word wat ouder.”

Na het contact met Rozette ga ik naar de kleine boef. Dit katertje straalt van jeugdige overmoed. Hij wil erop uit, dingen beleven. Daarbij is hij echt een clown.

“Waar kom je vandaan?” vraag ik hem. “Wat doet het ertoe? Ik ben er toch?!” is het antwoord.

Alles is feest voor dit diertje. Hij laat me zien dat hij zich zo vermaakt! En ja, hij heeft Rozette als oudere kat wel nodig. Hij leeft een beetje in haar voetsporen. Hij weet precies wanneer Rozette een grens trekt en naar hem uithaalt en dat is ok voor hem.

Zoals altijd geef ik de dieren het beeld dat ze aan boord kunnen komen als ze willen. Het kleine katertje bekijkt het es en laat, ondanks nieuwsgierigheid, zien dat het hem veel te saai lijkt. Hij houdt van zijn omgeving buiten, van alles wat er gebeurt, van de alertheid die er bij het buiten wonen hoort. Vooralsnog is het leven één groot feest voor dit vrolijke diertje.

De vis in de klas

Er kwamen een kind en een vis op mijn pad. Het kind was geïnteresseerd in het communiceren met dieren en de vis leeft in de klas van het kind. Een mooie gelegenheid om met de vis te communiceren en het er met het kind over te hebben.

Gelukkig was ik zo slim om van te voren met de vis contact te maken zodat ik zijn informatie gedoseerd kon vertellen aan het kind.

Op de foto zag ik al dat de vis niet ruim behuisd was (zachtjes uitgedrukt). Als ik contact leg dan moet ik echter mijn eigen oordelen vergeten dus ik ging blanco het gesprek in.

Maar de eerste vraag van de vis was al: “Wat heb ik misdaan dat ik zo moet leven?”

Arne vis, hij had niks misdaan.

Hij vond dat de kinderen zich gek bewogen. Deels was hij er geïnteresseerd in, deels vond hij het onveilig om zoveel bewegingen waar te nemen.

Ik beloofde de vis dat ik met het kind zou praten om te kijken of er een ruimere behuizing mogelijk was.

Tegen het kind zei ik: “Als je een vraag stelt aan iemand, dan moet je het antwoord ook kunnen horen. Kun je dat?” Ja, dat kon ze wel en het verbaasde haar niet dat de vis zijn pot te klein vond. Ze had het zelfs wel gedacht.

Bij doorpraten bleek dat schoolbreed uitgebreid gepraat is over dieren in de klas en dat er heel zorgvuldig tot keuzes is gekomen. Voor deze vis betekent het dat een grote groep mensen de weloverwogen beslissing genomen heeft om een dier zo ernstig te beperken in zijn leven. En daar ook nog eens educatieve waarde aan geeft.

Ik kon er met mijn pet niet bij.

Het kind gaat het gesprek aan met in eerste instantie de juf. Ik ben benieuwd.

Twee dagen later kreeg ik de eerste geschilderde tekening van mijn kleinzoon van vier. Het was een boze vis. Het leek me een toepasselijke afbeelding bij deze blog, alhoewel deze schoolvis niet eens boos was. Hij vroeg zich alleen vertwijfeld af: waarom??

Hyronimus (23) over karma

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag over karma spreken?
H: Ja, dat kan. Dat betekent dat we nu diep in de spiritualiteit duiken, wil je dat?
M: Dat is precies wat ik wil en ik hoop dat de lezers dit kunnen en willen volgen.
H: Daar gaan we dan. Je weet dat karma een wetmatigheid is, afgeleid van één van de universele wetten in het heelal, namelijk de wet dat alles in balans is. Alles moet in evenwicht met elkaar blijven en dat geldt voor echt alles.
Jullie natuurkunde heeft daar ook een afgeleide van gemaakt, door de wet van energie gaat nooit verloren te maken. Bekend als ‘de wet van behoud van energie’. Dat is wat er bij karma ook gebeurt. Heb je slechte gedachten of handel je tegen natuurlijk dan heeft dat consequenties voor je leven. Omgekeerd natuurlijk ook, ben je goed voor mensen of dieren dan geeft dat een positieve wending aan jouw balans. Maar karma is één grote verzameling van reacties van je vele levens die je hiervoor hebt gehad. Daarom worden karma en reïncarnatie vaak in combinatie genoemd. Jouw huidige leven en dat geldt voor iedereen, is een voortzetting van je vele vorige levens. In al die levens heb je karma opgebouwd en dat heeft dus consequenties voor je huidige leven.

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is. Waarom leven wij in Nederland in betrekkelijke rust en rijkdom en waarom leven mensen in bijvoorbeeld Afrika in armoede en ellende met regelmatig oorlog? Dat gun je niemand. Op kleinere schaal kun je het vergelijken met iemand die steeds in goede gezondheid verkeerd tegenover iemand die gehandicapt is en daar mee moet leren leven.
En dat is precies wat karma doet. Je oogst wat je in eerdere levens gezaaid hebt en dan kom je opnieuw in een aards leven terug en dan heb je, en dat hebben jullie allemaal, beperkingen meegekregen en is het de kunst om daar goed mee om te gaan en zo je eigen ontwikkeling naar een steeds spiritueler leven te gaan. Spiritualiteit is het enige dat je van je ene leven naar je andere leven kunt meenemen. Rijkdom, bezittingen of kennis kun je niet meenemen, wel spirituele ontwikkeling.
M: Hoe zit het met dieren, kunnen die ook karma opbouwen?
H: Dat ligt wat genuanceerder. Dieren hebben in principe geen vrije wil en zijn afhankelijk voor hun handelingen van hun instinct. Ze zijn ook meestal niet geïndividualiseerd en gaan terug naar een groepsziel als ze dood gaan en komen weer uit die groepsziel met hun groepsziel karma, als ze opnieuw geboren worden. Maar zoals je weet zijn er uitzonderingen, daar hebben we al eerder over gesproken als we over de groepsziel spraken. Sommige dieren kunnen al deels individualiseren en daarmee kunnen ze ook eigen individueel karma opbouwen.
M: Kan de Aarde ook karma opbouwen?

Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren

H: Ja zeker. De Aarde is afhankelijk van haar bewoners en wat die doen. Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren. De Aarde zoekt weer naar een balans en die balans wordt gevonden door de reacties die we kennen als aardbevingen, stormen, hevige regen, overstromingen, enz. De mens doet dit de Aarde aan en de Aarde doet dit de mens weer aan. Het is de wet van behoud van energie. Als de balans te ver de ene kant uitslaat, dan gaat de slinger verder de andere kant op. En zo probeert het heelal of God of Allah of hoe je de Ene wilt noemen, het geheel in evenwicht te houden, de balans te houden.
M: Dank je wel Hyronimus voor deze inzichten.

 

Vlinder die wil praten

Ik loop in India door het bos te wandelen op weg naar het volgende project gedurende mijn vrijwilligerswerk. Opeens komt er een vlinder naast me vliegen en blijft naast me vliegen en hij trekt mijn aandacht. Hij gaat voor me op een boomblad zitten en spreid zijn vleugels en blijft zitten tot ik een foto heb gemaakt en vervolgens vliegt hij vrolijk wapperend weg.

M: Dag vlinder, je daagde mij uit om met je te praten, hier ben ik dan.
V: Ja, dat merk ik. Leuk dat je opmerkte dat ik met je wilde praten.
M: Waarom wilde jij contact?
V: Ik zag aan jou dat je in staat bent tot communiceren met dieren en dat leek me leuk om te doen. En we zij nog ruim op tijd, hoewel ik niet meer zo lang te leven heb.
M: Vertel eens over jouw leven, hoe is dat?
V: Ik ben een vrolijke fluiter en geniet van het leven als vlinder. In mijn larventijd was het best wel zwaar werken. Ik was net uit mijn eitje gekropen en moest meteen eten, want ik had enorme honger. Helemaal niet handig, steeds alleen maar eten, geen plezier in je leven en alleen maar eten. Een vorm van wat jullie vetmesten noemen, maar dan vanuit een innerlijke drang. En dan moet je ook nog op een handige plek gaan zitten eten want anders wordt jij gegeten.
M: Ben je je dat bewust? Kijk je uit dat je een beetje verscholen zit te eten of ben je alleen maar met eten bezig en kijk je nergens verder naar om.
V: Eigenlijk een beetje van tweeën. Maar ik ben een ervaren vlinder, dus ik weet dat ik moet opletten op vogels en dat ik me het beste een beetje aan de onderkant van een blad kan gaan zitten, niet zo in het zicht.
M: Wat bedoel je met ‘ervaren’ vlinder?
V: Doe niet zo onnozel. Ik ben al veel vaker vlinder geweest en ik weet hoe dat werkt.
M: Ben jij dat zelf geweest of ben je ervaren vanuit de groepsziel gekomen?
V: Nee, ik ben zelf al vele keren vlinder geweest, we hebben een korte omlooptijd en natuurlijk neem ik ook veel ervaring mee uit de groepsziel.
M: OK, dan heb je je eindelijk vol gevreten en wat gebeurt er dan?

Dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap

V: Ok dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap voor enkele weken, soms wat langer als het te koud is. En dan moet ik eruit. Ik kauw me een weg naar buiten uit dat nest dat veel te strak om me heen zit en ik kruip eruit. Dan moet ik wel een tijdje blijven zitten om wat op te drogen en dan kan ik mijn ledematen strekken en heb ik prachtige vleugels. Waar je mij aan kunt herkennen is mijn zwaluwstaart. De kleur kan variëren, ik ben mooi zwart geworden en dat doen wij hier in deze omgeving bijna allemaal. En dan als ik helemaal warm geworden ben, ga ik wapperen. Ik was al een paar dagen aan het wapperen en ik hoef niet zoveel te eten nu. Dus ik heb veel tijd om vrolijk te wapperen en de wereld een beetje vrolijker te maken.
M: Is dat jouw doel of taak in het leven?
V: Nee, ik heb natuurlijk een taak in het ecosysteem waarbij mijn taak is om de planten die ik eet tot groei aan te zetten, zodat ze sneller groeien dan ze gegeten worden. En als ik dan vlinder ben geworden bestuif ik weer de bloemen, zodat de planten zich beter kunnen vermenigvuldigen. En daarmee ben ik een indicator voor de staat van de natuur. Zie je mij veel, dan gaat het goed met onze planten, zie je me weinig dan gaat het niet goed met de planten waar wij voor zorgen.
M: En hoe zit dat dan met je uitspraak om de wereld een beetje vrolijker te maken?
V: Dat is een toegift en ik neem dat heel serieus, reden waarom ik bij jou kwam wapperen en ik vond je leuk en daarom wilde ik met je praten. En dat is gelukt, dank je wel.
M: Jij ook dank je wel voor dit inzicht in jouw wereld. Ik heb er van genoten.
240114

Eddy aan het woord

Ik ben ontzettend blij met het gesprek dat Eddy mocht voeren voor de camera. Hij verwoordt alles zo mooi en zorgvuldig.

Hij weet mensen te bereiken die ik niet heb kunnen bereiken.

Ik wil heel graag helpen aan verspreiding van zijn verhaal en hoop dat veel mensen dit gaan luisteren en op zich in laten werken.

En ik zou zeggen: volop delen, deze podcast!

Voor trouwe lezers van deze site: denk niet dat je het boek en de podcast ‘al kent’ want Eddy deelt zowel in het boek als in deze podcast meer van zichzelf dan dat je in de blogs op deze site leest.

Verdwaalde zeeschildpad

M: Dag schildpad, kunnen wij met elkaar praten?
S: Hé, jij zit in mijn schild, wie ben je en wat wil je?
M: Voelt dat zo, dat ik in je schild zit? Grappig, ik hoop dat ik je niet stoor daarmee. Maar feitelijk zit ik in je bewustzijn. En ik ben Eddy, een mens en ik wil graag met jou praten om te begrijpen wat er met jou gebeurd is.
S: Dat weet ik zelf ook niet precies. Ik snap er niets van waarom ik hier in een beperkte ruimte zit met helder en vreemd water.
M: Misschien kan ik jou een beetje helpen als jij mij daarna helpt met je verhalen.
S: Lijkt me een deal.
M: Jij bent aangespoeld op het strand in ons land, een land wat voor jou een beetje te veel noordelijk ligt en daardoor waarschijnlijk te koud was om te kunnen overleven.
S: Ja, ik weet dat ik ben aangespoeld op het strand. Ik moest een beetje uitrusten, maar normaal doe ik dat ik het water, nu kon ik niet in het water blijven, ik had moeite met zwemmen.
M: Dat begrijp ik, want je was in een koude omgeving en je was zwaar geworden door de mosselen die op je zaten. Dan wordt zwemmen heel lastig.
S: Ja, nu begrijp ik dat. Doordat het water kouder was, word ik langzamer en heb ik meer tijd nodig voor mijn bewegingen en gaat alles trager. Dan is het ook lastiger om voedsel te vinden, want ik ben niet altijd snel genoeg. En met te weinig voedsel en te langzaam, gaat het niet goed.
M: Ja, dat is er gebeurd. Je bent gevonden en opgevangen in een dierentuin, een plek waar ze je kunnen verzorgen tot je weer voldoende op sterkte bent en dan brengen ze je waarschijnlijk terug naar waar je vandaan komt.
S: Dat klinkt mooi.
M: Kun je me nu iets vertellen over jezelf? Waar ben je geboren, waar leef je en wat eet je, enz.
S: Ik ben geboren op het strand van wat jullie Florida noemen. Daar kwam ik uit het ei en ik heb de race naar het water overleefd en ook in het water heb ik het overleefd. Dat is best wel een wonder, want schuivend over het strand zijn er erg veel roofdieren die ons proberen op te eten. Maar zelfs als we de zee bereiken en dat doen niet veel van ons, zijn we nog niet veilig. Daar wachten weer allerlei roofvissen en grotere dieren om ons op te eten. Het is echt geluk hebben als je dat allemaal overleeft en je daarna dieper de zee in kunt gaan. Daarmee bedoel ik niet dieper het water in, maar verder weg van de kust. Daar is het veiliger en kunnen we ons ook wat gemakkelijker verstoppen onder de golven en af en toe wat dieper in het water. Hoewel we eigenlijk van ondieper water houden, daar is eenvoudiger voedsel voor ons te vinden.
M: Dat begrijp ik. En nadat je je eerste jaren als klein schildpadje hebt overleeft, wat doe je daarna?
S: Toen ik ouder werd, hoewel ik nog steeds jong ben, ben ik meer de zee op gegaan met waterstromen mee. Dat is goed te doen, er zijn op zee minder roofdieren en ik kan onderweg goed kwallen eten, die vind je bijna overal. Het is een wat eenzijdig voedsel maar als je reist is dat prima.
M: Was jij al eens de Atlantische Oceaan overgestoken?
S: Ja, dat heb ik nu gedaan, maar ik ben blijkbaar verkeerd uitgekomen, te ver naar het noorden en te koud. Dus of dat een goed idee was, weet ik niet.
M: Leef jij alleen of leven jullie in groepen?
S: Nee, wij leven eigenlijk alleen, hoewel we elkaar wel regelmatig kunnen tegenkomen, zeker in de kustwateren. En daar komen we dan weer in de buurt van onze geboorte stranden want daar paren we ook.
M: Wil je nu zeggen dat je de oceaan oversteekt en een tijdje later weer teruggaat? Dus dat je twee keer of meer heen en weer gaat?
S: Ja, dat is precies wat ik bedoel. Dat is niet zo vreemd, we zijn goede zwemmers en we gaan eigenlijk altijd met een stroming mee en dan is dat prima te doen.
M: Indrukwekkend. Hoe doen jullie dat met slaap?
S: We kunnen prima onderweg slapen, meestal proberen we in de stroom te blijven en worden we vanzelf meegevoerd in de slaap.
M: Maar moeten jullie niet om de zoveel minuten naar boven om adem te halen?
S: Ja, dat moeten we als we wakker zijn, maar als we slapen kunnen we de gehele slaap onder water blijven. We kunnen ons metabolisme verlagen zodat we nauwelijks zuurstof gebruiken en we gewoon drijven in het water. Daarmee kunnen we goed slapen en toch behoorlijke afstanden afleggen.
M: Nou, ik vind het allemaal best indrukwekkend wat je allemaal vertelt. Dank je wel hiervoor.
S: Graag gedaan. Zullen we nog een keertje praten? Ik vond het wel leuk.

 

Ratjes aan boord

Wij wonen op een schip en waar water is zijn ratten. 38 jaar geleden zagen we door de raampjes al een rat rennen met de kat erachteraan. Dus we zijn bekend met ratten aan boord. Maar de laatste jaren hebben ze toegang gevonden in het schip. Er zijn altijd wel gaatjes te vinden waar ze door kunnen. De geluiden begonnen tussen het plafond en het dek en zakten in de loop der jaren langs de muren richting vloer. Met het sterven van de laatste kat hebben de ratjes hun kans gezien om in de binnenruimte van het schip op onderzoek uit te gaan. Aanvankelijk had ik het niet zo door. Ik vond wel eens een leeg zaadhulsje van het papegaaienvoer op een gekke plek en in mijn onschuld glimlachte ik omdat ik dacht dat er muisjes waren. Na een tijdje begon ik toch andere vermoedens te krijgen, ook over de frequentie van de bezoekers, en heb ik een camera aangeschaft.

Nou, wat een feest is het aan boord! Ik ben werkelijk verbaasd over wat er zich in de nachten allemaal afspeelt… Elke dag ben ik de beelden aan het bekijken om erachter te komen wat hun gedrag is en waar ze vandaan komen. Op mijn speurtocht heb ik verschillende gaatjes gevonden en dicht gestopt.

Tot nu toe leverde onze communicatie niet meer op dan dat de ratjes (het zijn inderdaad kleine ratjes) me zeiden dat we geen last hebben van elkaar. En daar moet ik ze gelijk in geven, want feitelijk hebben we geen last van elkaar. Toch ben ik vandaag maar weer es het gesprek aangegaan.

Ik probeer contact te maken maar tref schuwe dieren. Ze laten meteen weten dat ze in ‘de onderwereld’ leven en dat mensen hen niet willen zien. “Jij hebt ook kwaad in de zin,” hoor ik. Nou, ergens klopt dat ook wel. We weten niet anders dan dat ons is gezegd dat ratten vies en onhygiënisch zijn, dat ze weg moeten. Opgelegd, aangepraat, nagepraat inderdaad. En ja, mensen reageren met afschuw op ratten. Alle alarmbellen gaan meteen af. Ze hebben bijna een vluchtelingenbestaan als ik ze goed begrijp. Nergens veilig, nergens echt welkom.

Maar goed, terug naar het schip. De ratten laten zien dat ze een binnen en buiten hebben. En hun binnen (aanvankelijk allemaal gangen en holletjes in het isolatiemateriaal) hebben ze nu uitgebreid met in de menselijke woonruimten te komen. “Als het kan, waarom zouden we het dan niet doen?” is hun redenatie. En vanuit hun standpunt begrijp ik dat.

Ik ben het stadium allang voorbij dat ik ontzet of boos of verontwaardigd of beschaamd ben dat zij er ook zijn. We zijn al veel fases verder en er is een soort acceptatie bij me. Dankzij de camera weet ik dat ze heel oplettend zijn: ze kijken aanvankelijk altijd recht in de lens, blijven voorzichtig snuffelend staan tot ze weten dat de camera geen gevaar is. Ik weet hun route langs een kast naar de zaadjes van het geknoeide papegaaienvoer en bedenk me dat ik de kast kan verplaatsen om verwarring te veroorzaken. “Dat kunnen jullie me toch niet kwalijk nemen?” zeg ik ze. “Wij kunnen ons aanpassen,” is het antwoord en ik ben ervan overtuigd dat ze dat inderdaad gaan doen. Dan ga ik via de camera weer kijken hoe ze in de nieuwe situatie reageren.

We komen overeen dat ik wat andere maatregelen ga nemen om ons fort te bewaken en het kan zijn dat daar een kat bij hoort. De hond doet namelijk erg haar best wanneer ze geluid hoort, maar het nadeel is dat ze er luid blaffend op af gaat. De ratjes laten weten dat ik in feite nog steeds geen last van ze heb. En het klopt: ik heb er maar één keer eentje zien wegrennen en er liggen nergens uitwerpselen. Heimelijk heb ik lol want ik denk dat er veel meer dierlijke bewegingen rondom ons zijn dan dat we doorhebben.

 

PS Ik heb een keer iemand aan boord gehad die ook aan ‘ongediertebestrijding’ deed en hij zei meteen dat ze hier niet aan begonnen. In een schip met zoveel kieren en gangen zou het met hun methodes nooit lukken.