‘Ik nestel me in mezelf’

Mijn beurt om een blog te schrijven. De ooievaar heeft zo’n saai verhaal dat ik het niet blogwaardig vindt. De bever vraagt: ‘Waarom contact?’ Hij laat zien dat hij juist met rust gelaten wil worden en het al bijna teveel vindt dat ik hen af en toe zie.

Sjonge, wil dan niemand met me praten?

Ik zie 14-jarige Sjaantje in haar mand naast me liggen. Diep in slaap, zoals altijd de laatste tijd. Zou zij willen babbelen?

Ze laat zien dat ze zich steeds dieper in zichzelf terug trekt. ‘Het is een veilige plek, ik kan er goed uitrusten.’ Ze laat me voelen hoe het voelt en het is net een holletje in zichzelf. Zo te voelen gaat het lichaam ook op een laag pitje. ‘Ik nestel me in mezelf,’ zegt ze tevreden.

Ik denk aan al die momenten dat ze helemaal uitgeschakeld ligt, het tongetje uit haar bijna tandeloze bekkie. Het maakt me altijd zacht en ik voel dan dat m’n gezicht zich in een glimlach vormt.

We nemen even de dagelijkse gang van zaken door.

200 meter lopen vanaf mijn kantoortje naar het schip. ‘Pfff, soms is m’n lijf zo zwaar, dan kom ik slecht vooruit.’ Dat zijn de momenten dat ik haar optil en met teveel belasting voor mijn rug draag ik haar naar het plasplekje bij het schip.

Snuffelen. Sjaan laat zien dat ze soms niet meer helemaal wijs wordt uit de luchtjes. Het gaat allemaal langzamer in die kop. Het zijn de momenten dat ik naar haar toe moet lopen om haar weer in de benen te krijgen. Anders staat ze er tien minuten later nog.

Familiefeestjes. Sjaan leeft op. ‘Dat vind ik altijd zo leuk!’ Het klopt dat ze dan de hele tijd wakker is en rondloopt.

Boodschappen doen met mijn oude moeder. ‘Je mag me ook wel es thuislaten, hoor,’ zegt ze. Hier sputter ik tegen. Vaak moet ik na de boodschappen een flink aantal uren werken in de zorg en dan vind ik dat ze te lang alleen is. ‘Het is wel vermoeiend,’ probeert ze nog. Maar ik ben onverbiddelijk. Ik moet ook aan mijn eigen gevoel denken en teveel uren alleen op een dag vind ik niet hond-waardig. Nog niet.

“Is deze evaluatie genoeg voor nu?” vraag ik Sjaan.

‘Zo gaat het goed,’ vat ze haar huidige bestaan samen.

14 maanden geleden schreef ik ook al over haar, De ouder wordende hond. Ik hoop dat ik over 14 maanden weer een blog kan schrijven.

PS Heel flauw: op het moment dat ik deze blog schrijf zit er steeds een ooievaar te klepperen. Wie weet komt er een moment dat ik toch nog es een interessant gesprek kan voeren met een ooievaar. Ik wilde graag weten hoe het leven is met zo’n giga snavel aan je kop :).

Lesje loslaten – ga met de flow

M: Hyronimus, je liet je laatst weer nadrukkelijk zien, wil je me wat vertellen?
H: Nou het is al weer lang geleden en het leek me passend om weer eens te praten.
M: Mee eens. Waarom zie ik je alleen als ik de bossen in ga en zie ik je nooit nabij mijn huis in de buurt?
H: Dat is simpel, jij woont midden in het dorp, daar heb ik helemaal niets te zoeken. Mijn domein zijn de bossen en velden, geen steden. Dus als je me wilt zien, kom hierheen.
M: Dat ben ik van plan, maar de tegenstand is groot.
H: Daar wilde ik het wel even met je over hebben. Je weet dat als dingen niet soepel lopen, er iets niet goed zit. Dan loopt je niet in de pas met het Universum. En wat schort er bij jou aan? Je wilt teveel sturen en alles regelen, maar zo krijgt het Universum niet de kans je te helpen. Laat het los, laat het over, het komt wel goed als je los kunt laten.

Je weet dat als dingen niet soepel lopen, er iets niet goed zit. Dan loopt je niet in de pas met het Universum

M: Maar wat is goed?
H: De juiste oplossing voor je wensen en noden.
M: Maar welke oplossing?
H: Precies dat bedoel ik, je wilt weer het heft in handen nemen en bepalen welke oplossing het moet worden. Dat werkt zo niet.
M: Natuurlijk iedereen kent de les ‘ga met de flow’, maar als je iets graag wilt zul je je daarvoor moeten inspannen. Mijn grootmoeder, die in haar eentje vier zoons heeft opgevoed en dat deed door onder andere Staatsloten te verkopen, had een wijze uitspraak: ‘Je moet het geluk een kans geven’. Als je geen loten koopt, kun je ook niet winnen. En ik beschouw mijn inspanningen als loten kopen, je moet er wel wat voor doen.
H: Daar heb je volkomen gelijk in, maar je hebt nu wel genoeg loten gekocht, laat het even gebeuren. Wacht nu maar op de trekking.
M: Gemakkelijker gezegd dan gedaan.
H: Richt je even op een andere hobby.

Ik moest even met Kaila naar de dierenarts, altijd feest voor haar. Ze had een extra stempel in haar paspoort nodig. Ben inmiddels weer terug en we pakken het gesprek weer op.

H: Zo Eddy, je hebt je mind kunnen verzetten, wat word je nieuwe hobby om even de andere dingen los te laten?
M: Je bent er weer snel bij. Ik vind het moeilijk om nu ineens niets meer te doen en gewoon passief zitten afwachten. Dit project heeft het nodig dat er iemand aan trekt anders wordt het nooit wat.
H: Dat is precies wat ik bedoel, je kunt niet loslaten. En dat moet je doen om het project in zijn eigen flow te laten komen. Die kun jij nu niet forceren.
M: OK, ik ga vrijdag voor een weekje met vakantie met Kaila en mijn kinderen en kleinkinderen. In die periode zal ik geen acties ondernemen.
H: Dat is niet genoeg, je blijft er wel aan denken en daarmee blokkeer je alles. Je moet nu echt even helemaal alles loslaten, zelfs niet (te veel) over denken. Er moet zich iets in het Universum manifesteren en dat blokkeer jij door maar door te blijven gaan en nog weer een keer ergens anders te gaan trekken. Was allemaal zinvol, je hebt er ook veel door bereikt, maar nu moet je loslaten, echt loslaten.

Er moet zich iets in het Universum manifesteren en dat blokkeer jij door maar door te blijven gaan

M: Ik heb je goed gehoord en ik begrijp het, maar het is oh zo moeilijk. Ik ga mijn best doen.
H: Dat is niet voldoende, je moet het gewoon doen.
M: Jeetje wat ben jij toch altijd streng voor mij. Maar dank je wel voor dit gesprek.
H: Heb je jezelf nu echt voorgenomen om los te laten?
M: Ja.
H: Dan wens ik je een fijne week weg. Succes.

En zo ken ik Hyronimus, altijd het laatste woord, een geweldige leermeester, maar zo streng.

Het rake lesje van de wolf

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, een week of wat terug kwam ik tijdens een vroege avondwandeling de wolf weer tegen. Omdat ik in het bos woon, zie ik hem met regelmaat. De eerste keer stak hij vlak voor mijn neus een geitenpaadje over waar ik met Maya liep. Eenmaal overgestoken bleef hij staan om naar me te kijken.

Een andere keer, tijdens een late avondwandeling, zat er een goudjakhals (een kleine wolfachtige) ineengedoken in de berm naar me te kijken. Ik scheen nota bene met een zaklamp in zijn gezicht. Weliswaar per ongeluk, want ik zocht Maya, maar toch. En pas stond er plotseling weer een wolf naast me, terwijl ik al mijmerend de ‘ski-helling’ in Leersum (ja, die bestaat) naar beneden afliep.

De ontmoeting
Ik merkte de wolf op, omdat ik zijn voetjes in het knisperende gebladerte hoorde wegdraaien van het pad. Ik hoorde maar drie stappen, en het plotselinge ophouden van het lichtvoetige geritsel maakte me alert. Wat is daar? Een ree tippelt meestal verder door, dieper het bos in, om van een grotere afstand te kijken. Maar deze wolf bleef na drie stappen stilstaan tussen de bomen en struiken.

Ik zag hem meteen staan, hoewel hij bijna volledig opging in de kleuren van het bos. Hij had zijn staart naar het pad gekeerd en zijn schouders en kop half naar mij toegedraaid. Zo keek hij me van opzij aan. In stilte hadden we even contact.

De stilte werd echter verbroken doordat Maya nogal speels naar de wolf ging blaffen. Ik vond dit te uitdagend en ongepast voor de situatie. De stilte voelde veilig en de ontstane onrust niet. Daarom besloot ik met een wijdere omtrek dan normaal de route naar huis te kiezen. En ook om mijn eveneens in het bos wonende buren te appen over deze ontmoeting. Maar toen ik zijn lichtvoetige geritsel ineens weer achter me hoorde, liepen we meteen door naar huis.

Vandaag zocht ik opnieuw contact met de wolf en besloot ik om deze blog te schrijven.

In gesprek met de wolf
B (Barbette): Dag Wolf, mag ik nog even contact met je maken?
[De wolf knikt vriendelijk.]
B: Waarom kwam ik je tegen?
W (wolf): Ik wilde je alert maken.
B: Dat heb je gedaan. Ik zag je lopen en stilstaan. Je keek me aan, een beetje van opzij.
W: Ja, je bent een lief en liefdevol mens. Samen met je hondje. Je bent een healer. Van de natuur, en van nature.
B: Wat mooi dat je dat gezien hebt, een healer. En dat stuk van de natuur.
W: Dat is niet zo moeilijk te zien. Het is je trouwens al eerder gezegd, door het bos zelf.

Dat klopt. Mijn collega en vriendin Jordie hoorde dit van het bos, een jaar na de valwind in Leersum. Het was tijdens een ‘psychic sight seeing’ met een paar collega’s en oud studenten aan de healing en reading opleiding. Haar informatie betrof precies dit deel van het bos achter mijn huis. Bijzonder. Enfin, omdat ik van de dieren heb geleerd ‘not to beat about the bush’ kom ik meteen terzake.

B: Waar wilde je me alert op maken? Op jou?
W: Haha, je windt er ook geen doekjes om! Nee, je hoeft niet alert te zijn op mij. Op jezelf natuurlijk! In de dierenwereld kijkt iedereen eerst naar zichzelf. Er is wel samenwerking, maar zonder jezelf te vergeten.

Oh, ik voel al waar dit heen gaat. Er komt een lesje aan. En ook nog eens eentje waarvan ik dacht dat ik hem ondertussen écht al had geleerd. De wolf vindt kennelijk van niet.

W: Voel je hem? Jij hebt nog steeds de neiging om jezelf te vergeten. Je kunt veel aan, dus je trekt ook veel aan. Maar waar ligt jouw afbakening?
[Stilte]
W: Door mij de ruimte te gunnen, geef je jezelf ruimte. Door naar mij te kijken, een wolf in het bos die naar jou kijkt, kijk je naar jezelf. Wie ben ik? Wat doe ik? Wat verwacht ik in het hier en nu van mezelf? Op de antwoorden die je vindt, baseer je je keuzes. Je koos voor jezelf door mijn ruimte te respecteren en met een wijdere omtrek naar huis te gaan. Niet uit angst, maar vanuit herkennen, weten en voelen wat nodig is. Voor jezelf en voor je hondje. Dat was goed. Dat is wat ik je wilde laten ervaren.
[Weer stilte].
W: Toen je verderop stilstond om te appen – en dus weer met anderen bezig was in plaats van met jezelf – stond ik even achter je te ritselen. Om je opnieuw alert te maken op jezelf.
B: Ja, je attendeerde me erop dat ruimte maken nodig was en zo doende voor mezelf en voor Maya te kiezen. Voor stilte en een veilige route. Twee keer inderdaad. Ik vond dat appen achteraf zelf ook niet zo handig van me. Wat je op dat moment deed, was ‘leading from behind’. Onzichtbaar, maar zachtjes hoorbaar en voelbaar.
W: Ja, want jij hebt weinig nodig om weer op je eigen spoor te komen. Zoals je ook tegen je buurvrouw zei: ‘Als je elkaar over en weer respecteert, is er niet zoveel aan de hand.’ Je zei dit over jouw ontmoetingen met wolven van dichtbij, maar het is een diepe wijsheid die altijd geldt. Daarom vraag ik je: waar is jouw zelfrespect, als je jezelf zo gemakkelijk vergeet?

Ik voel me betrapt. Daar ga je dan met je goede gedrag en intenties. Maar de wolf heeft een punt, en ik besluit het te omarmen.

B: Oef, die raakt. Ik zat de afgelopen weken in een onverklaarbare ICT-crisis (die inmiddels is opgelost). Ik hield ternauwernood het hoofd boven water, want de verplichtingen lopen immers door. Veel stress. Ik vergat mezelf volledig, omdat mijn focus te veel naar buiten lag en te weinig naar binnen. Prompt werd ik ook nog ziek (en ben inmiddels weer beter). Het klopt, ik vergat mezelf. Ik besef dan onvoldoende dat ik daarmee mijn zelfrespect geweld aandoe. En als dat er niet is, kom je te traag uit zo’n onbeholpen toestand. Hoe vaak ga ik deze les nou nog leren…

Ik laat dit even op me inwerken. Ik ben er niet verrast over dat de wolf zo’n waardevolle boodschap voor me heeft.

B: Ik dacht dat je misschien welpjes had en jezelf daarom liet zien. Maar omdat ik twijfelde over dit motief, wilde ik contact met je leggen. Met wat je me nu vertelt, ben ik blij. Er zitten zoveel kanten aan deze les, met alsmaar diepere inzichten.
W: Dat doe je goed. Je loopt niet weg voor een lesje zelfkennis! Je bent voor mij een dankbaar doelwit. Zonder jouw alertheid en sensitiviteit had je me niet gehoord, niet gezien en had je mijn boodschap niet ontvangen. Je hebt al zeker vijf keer een wolf van dichtbij meegemaakt en je was nooit bang. Ik hou van jou en kijk graag naar je. Je hebt veel dierlijke kwaliteiten, en je beseft het niet eens. Want zelfs als je ons niet hoort of ziet, weet je toch dat we er zijn. Je voelt het. Je weet veel meer dan je van jezelf weet, maar dat is ook je onbewuste valkuil. Omdat ik van je houd als collega dier en collega leider, want dat ben je, wil ik je beschermen. Ik wil je attenderen op zelfliefde en zelfrespect als je het even dreigt te vergeten. En omdat dit thema openlijk mag worden uitgedragen, ben ik blij met dit gesprek en je besluit om er een blog aan te wijden. Zo geef je ook mijn stem de ruimte.
B: Dank je wel, Wolf. Fijn dit. Ik voel me vereerd en gesteund. Ik kijk nu ook anders aan tegen mijn eerdere ontmoetingen met wolven. Ik voel nu ook ineens veel rust vanbinnen, na de hectiek met de ICT en de doorlopende verplichtingen. Nogmaals dank.

De wolf vervolgt zijn weg na een bekrachtigende staartslag opzij. Met een rustig gangetje, precies zoals ik hem in eerdere ontmoetingen heb leren kennen.

Wees alert op jezelf
Lieve AnimalTalks-liefhebbers, wat is het in alle eerlijkheid toch uitdagend om elke drie weken een blog te schrijven. Telkens weer ontdek ik dat er in het contact met de dieren heel persoonlijke dingen worden blootgelegd. Waarom doe ik dit? Waarom stel ik me zo kwetsbaar op, nota bene zwart-op-wit en online?

Meteen ‘hoor’ ik het antwoord: via de ander leer je jezelf kennen. Ik nu via de wolf, en jullie wellicht via mij. Want ik ben vast niet de enige die dit rake lesje van de wolf kan gebruiken: wees alert op jezelf.

Veel dank voor jullie aandacht en een lieve, helende groet. Ook namens de wolf.

 

(G)een vrije vogel

Ik ga buiten aan boord zitten om na te denken waar ik een blog over zal schrijven, als ik ineens een haas tegenover me zie lopen. Hij loopt het hele fietspad over de dijk af, oren rechtovereind, het bekende hazenloopje lopend.

Dit is zo’n onrealistisch beeld, een haas die meters lang in hazendraf over het fietspad loopt. Jammer dat ik mijn telefoon niet bij me heb om een foto te maken. (Bovenstaande foto heb ik later gemaakt; stel je voor hoe daar een haas het hele pad afrent, van links naar rechts.)

Ik maak contact met de haas en merk onrust. Terecht, want net vanochtend is het grootste deel van de begroeiing weggemaaid.

De haas geeft door dat de omgeving anders is. Er is een plotselinge verandering geweest die van hem niet had gehoeven. ‘Het gaat te snel. Er is gedreun. Het is te groot, te ineens.’ “Was er gevaar voor jou of jullie?” vraag ik. ‘Absoluut!!’

De haas is dolend, zoekend, moet z’n plek weer zien te vinden. ‘Het komt goed,’ hoor ik, terwijl ik hem gestaag zie doorrennen.

Ondertussen komen er ineens twee aalscholvers uit het water omhoog en vliegen weg. Op mijn vraag laten ze me zien hoe ze met grote snelheid door het water gaan en dan weer boven komen, in een heel andere wereld.

“Waarom vlogen jullie meteen weg toen jullie mij door hadden?” vraag ik ze. ‘Dat is om het lijf te redden. We moeten meteen wegwezen. Kunnen het ons niet permitteren om eerst rustig rond te kijken.’ Hmmm, daar zit wat in.

Op dat moment komen twee reigers langs gevlogen. Meestal is het er maar één, dus dit is bijzonder. “Mag ik even met jullie praten?” vraag ik. ‘Ja, maar wij vliegen door.’ Helemaal goed. Ik vertel ze dat ik altijd zo’n bewondering heb voor hun geduld, zoals ze daar staan langs de waterkant. ‘Alles is een kwestie van timing,’ hoor ik droog. “Ik hoor en zie dat jullie vaak aangevallen worden door visdiefjes. Wat is dat toch?” Er wordt wat gebromd over een territorium maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het te maken kan hebben met het verdedigen van jongen. Maar een duidelijk antwoord krijg ik er niet op want de dieren zijn nu ook uit mijn communicatie gevlogen. Ik heb nog nooit een gezellige spraakzame reiger ontmoet.

Dan komt een van de katten op schoot geklommen. “Hee Roderick, dit doe jij niet zo vaak. De andere kat doet dit vaker. Jij blijft vaak maar kort en zelden wurm je je op schoot. Je ligt wel vaak op bed.” ‘Ja, ik slaap graag bij je. Dan lig ik strak tegen je aan. Geen eisen, geen verwachtingen, wel in elkaars energie. Het is een soort samensmelten, opladen. We laven ons aan elkaar.’ “Heb jij dat nodig of ik?” vraag ik. ‘We leven met elkaar. De nachten zijn rustige samensmeltingen.’

Zo vaak babbel ik niet met mijn eigen dieren dus ik maak van de gelegenheid gebruik om te vragen hoe zij zich verhouden tot de katten in de buurt. Er leven aardig wat dieren op de terreinen bij ons schip. ‘Het is allemaal okee,’ antwoordt Roderick. ‘Jij hebt geen idee van ons leven.’ Kennelijk zit ik te vissen naar hoe de katten zich tot elkaar verhouden maar ik krijg een lesje van Roderick: ‘Jij zit te zoeken naar excessen, zodat je erover kunt schrijven. Maar over de kalmte waarin wij leven valt niet te schrijven.’ Het dier rekt zich es lekker uit, heeft kennelijk zijn zegje gedaan en verdwijnt weer.

De kraaien aan de overkant trekken m’n aandacht. Daar waar de haas wat verloren op weg ging naar andere oorden, duiken de kraaien juist met hun snavels in de pas gemaaide grashalmen. Echte opportunisten. Wat brengt de nieuwe situatie weer aan voordelen?

Op de vogelapp lees ik welke vogels er momenteel zijn: grauwe gans, zwartkop, visdief, scholekster, kokmeeuw, kauw, huismus, grasmus, zwarte kraai. De reigers, eenden en aalscholvers heeft hij gemist.

De grasmussen zitten zo heerlijk te kwinkeleren dat ik ook nog even contact met hen zoek. Ik prijs ze om hun vrolijkheid en zit samen met hen in een lekker ongedwongen sfeertje. Het is inderdaad zoals kat Roderick opmerkte: deze sfeer is niet in woorden over te brengen. Ja, een romanschrijver zou het kunnen proberen maar de kans is groot dat het boek al snel weggelegd zal worden, want ‘er gebeurt niks’.

‘Dat is het moeilijke voor mensen,’ vertellen de mussen. ‘Jullie zijn eigenlijk zo afgesloten, zo beperkt. Jullie zitten in een hokje, in een kooi. Jullie hoofd is steeds maar bezig met wat jullie allemaal moeten doen. Jij ook, je hebt in de tijd dat wij contact hebben al aan zoveel andere dingen gedacht.’ Oeps, ik ben betrapt. Ik moet de fietsenmaker namelijk nog bellen en als ik zo wegga dan moet ik … ‘We zijn blij dat wij jullie hersenen niet hebben. Dat draait maar door en door,’ zeggen de mussen.

“Ja, en niet alleen onze hersenen. Ik moet al heel lang naar de wc.” ‘Ook zoiets, daar zit je al zo lang over te denken. Wij laten het gewoon gaan als we moeten.’ Nu weet ik waarom de uitdrukking is: hij is een vrije vogel. Was ik maar een vrije vogel…

Hoe we entiteiten kunnen helpen bij de spirituele overgang

Na mijn laatste blog over de Australische Honing Papagaai die overvallen door een natuurbrand gedood was en zich totaal niet bewust was dat hij niet meer leefde, liet Hyronimus zich zien en wilde hij nog belangrijke aanvullingen geven. In deze blog zijn die aanvullingen opgenomen als een soort ritueel hoe we deze dieren die dood zijn maar het zelf niet beseffen, kunnen helpen over te gaan. Ik zou me kunnen voorstellen dat dit ook voor mensen zou kunnen helpen die de weg kwijt zijn geraakt tussen de verschillende werelden en nu rondspoken.

M: Dag Hyronimus, ik begrijp dat je nog belangrijke dingen wilt zeggen. Ik luister.
H: Ja, je gesprek van gisteren met de Australische papagaai was belangrijk. Het viel jou ook al op dat deze vogel totaal de weg kwijt is door wat er gebeurd is. Ze weet niet dat ze dood is en daar hebben heel veel dieren last van die bij de natuurbranden zijn omgekomen. Ze zijn dood, maar weten het niet. Dat betekent dat ze blijven hangen in een staat waar ze niet thuis horen. Zo kunnen ze hun bijdrage aan de groepsziel niet leveren en kunnen ze ook niet meer terugkomen. Een heel proces van doorstroming wordt geblokkeerd.
M: Dat kan ik me voorstellen, maar was me dat totaal niet bewust dat dat de evolutie schaadt.
H: Dat doet het wel en daar moeten we zo snel mogelijk proberen bij te helpen. Ik stel voor dat we een ritueel ontwikkelen om de dieren te helpen. Van jouw kant vraag ik dan om hulp te zoeken bij je dieren praatgroep, die zouden dan mee kunnen doen.
M: Dat lijkt me een goed idee, ben daar gaarne toe bereid en ik zal het dan met de coachen overleggen.
H: Dat is goed. Ik wil jullie een ritueel geven dat je kunt uitvoeren om deze arme dieren te helpen. Dit stel ik voor, en je mag er best een eigen invulling aan geven, als je de essentie maar overeind laat:
• Ga in een rustige omgeving zitten en bereid je voor op spiritueel werk, dat kan door een korte meditatie, visualisatie of het branden van een kaars (mag ook allemaal tegelijk);
• Maak een denkbeeldige kring, ook als je alleen bent, de kring bestaat uit alle mensen die van dieren houden, die mag je er allemaal bij betrekken, liefst persoonlijk door het noemen van hun naam, vraag ze wel vooraf of ze hieraan willen meedoen;
• Roep diegene aan waar jij een band mee hebt, dat kan zijn: God, Jezus, Allah, Mohammed, de Heren van Wijsheid, wie je aanroept maakt niet uit, maar benoem deze wel;
• En zeg dan deze mantra op: ‘Oh degene die je aanroept help ons alle dieren die bij natuurbranden of stalbranden of anderszins ergens op Aarde zijn omgekomen, te beseffen dat ze overleden zijn waardoor ze vrij worden gemaakt om naar hun eigenlijke bestemming als ziel te gaan’
• Voel dat dit een hele krachtige mantra is en draag die uit naar de wereld op een manier zoals je dat geleerd hebt of zoals het goed voelt, maar wel altijd vanuit je hart;
• Sluit je kring af door iedereen die je erbij betrokken hebt, ook weer los te schakelen, zodat ze niet blijven hangen. Los schakelen doe je door de namen te noemen en te zeggen dat we weer overgaan tot de dagelijkse bezigheden;
• Doof de kaars en de kleine ceremonie is ten einde.
Denk je dat je dit wilt en kunt gaan doen?
M: Dank je wel Hyronimus, dit klinkt heel mooi en ik wil het zeker gaan doen om deze arme dieren te helpen. En ook zo goed dat je niet alleen de Australische dieren benoemd, maar ook elders op de wereld, als de Amazone of in Indonesië of Thailand of waar dan ook. Echt heel erg bedankt.
H: Jij ook heel erg bedankt, want hiermee ga je heel belangrijk werk verrichten en bespreek het ook vooral met je coaches.
200213

Aanwezige afwezigen? Raar maar waar…

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, mijn collega en vriendin Patricia gaf afgelopen vrijdag samen met Marleen haar eerste ‘huiskameravond’. Als mediums maken zij contact met overleden dierbaren van deelnemers aan zo’n avond. Eerst beschrijven zij een aantal kenmerken van de energie die zij ervaren, die hoort bij een overleden dierbare. Zij kunnen deze kenmerken zien, voelen, horen en soms ook ruiken, proeven of simpelweg weten. Aan de onderscheidende kenmerken herkent iemand zijn of haar dierbare. Daarna ontwikkelt het contact zich verder met meer en vaak diepere informatie voor diegene.

Tussen hemel en aarde
Voor wie dit nieuw is, kan ik me indenken dat dit heel ‘raar’ is. Tegelijkertijd is het ook warm en troostrijk om te ervaren dat er kennelijk meer is tussen hemel en aarde. En het bijzondere is, je hoeft er niet eens voor open te staan. De onderscheidende informatie spreekt voor zichzelf. In deze blog neem ik jullie mee in informatie die voor Maya en mij bijzonder is en op deze huiskameravond onmiskenbaar naar voren kwam.

Zo begon Patricia met de volgende beschrijving: ‘Ik weet niet waar het vandaan komt, maar er is ineens heel veel licht, wit licht.’ Vervolgens zei ze: ‘Ik heb een man bij me, in de leeftijd van een opa, niet jouw opa. Hij laat bij zijn overlijden heel veel wit licht zien dat jij ook hebt gezien, evenals anderen. Het is een vrij grote man en zijn postuur is wat bonkig. Dit klinkt misschien nog een beetje vaag, maar is er iemand die op basis hiervan deze man al herkent?’

Wit licht
Nou vond ik deze informatie helemaal niet vaag. Ik herkende meteen mijn overleden en veel oudere man Aart. Zijn dochter Masja, Maya en ik waren bij zijn overlijden. En inderdaad was er een enorm wit licht in de kamer. Een soort vertraagde bliksemflits pal boven mijn hoofd, die wel 10 tellen aanhield. Het gekke was dat het felle, witte licht helemaal niet verblindde. Je kon er gewoon naar kijken. Ik dacht dat ik het me verbeeldde toen het gebeurde. Maar ik zag Masja en Maya ook naar dit licht kijken. In stilte keken we elkaar alle drie even aan. Maya draaide met haar koppie steeds van het licht naar mij en weer terug. Zo van, zie je dit ook? En Masja zag dat Maya het zag. Het was een uniek, verbindend moment. Ik denk er vaak aan terug.

Nadat duidelijk was geworden dat deze overleden dierbare man bij mij hoorde, vertelde Patricia nog andere dingen. Ook bracht zij een ontroerende boodschap van Aart aan mij over.

Over het witte licht vertelde ze dat Aart dit kenmerk had gekozen om dit breder kenbaar te maken. Voor hem gaf het ook een tegenstelling aan tussen het geploeter, soms, bij leven en de zachtheid van dit allesomvattende witte licht na sterven. Omdat Maya het ook had gezien en ik haar er nooit over had gesproken, besloot ik om Maya eens te vragen hoe zij het ervaren had, dat witte licht. En ook om daar dan mijn eerstvolgende blog aan te wijden.

De boodschap van Maya
Dit is wat Maya erover vertelde. Ze zei: “Het grote witte licht balde samen in een lichtje met de vorm van een omgekeerde diamant ter hoogte van je linker schouder. Daar bleef het ook ongeveer 10 tellen in de lucht hangen. Het was net een groet en een dank je wel. De herinnering aan het witte licht en het kleinere lichtje geeft een gevoel alsof je er niet alleen voor staat. Dat maakte het zo mooi, toen. Ik zag het ook. Het was een andere aanwezigheid. Maar wel een aanwezigheid. En die zit ook in jou en mij. En daarom kunnen we contact maken met elkaar. Dat gaat op het niveau van die andere aanwezigheid. En Aart staat er achter dat je dit doet, met mensen en met dieren. En dat draagt hij uit door over het witte licht te praten.”

Lieve Maya, ik denk dat je gelijk hebt. En ik ben zo blij dat ik die ervaring toen met jou en Masja kon delen. Het was heel bijzonder. En extra bijzonder dat die ervaring afgelopen vrijdag ineens in het licht werd gezet, via Patricia. In het witte licht van toen. Dat Patricia eerst eventjes wat vaag vond, terwijl het voor ons heel concreet was. Ik ben blij dat ik er met je over heb kunnen praten. En dat ik ook jouw beleving bij het witte licht in deze blog kan verwerken. Immers, hier worden er bruggen geslagen, tussen mensen en dieren en nu ook tussen aanwezigen en afwezigen die toch aanwezig blijken te zijn.

Bruggen slaan
Lieve AnimalTalks liefhebbers, hopelijk heb ik niet teveel gevraagd van jullie voorstellings- en acceptatievermogen met een blog over wit licht en contact met overledenen. Na de huiskameravond van afgelopen vrijdag en de aanmoediging van Aart om het witte licht te verspreiden, kon ik er niet om heen. Ik wil jullie graag bedanken voor de veiligheid waarbinnen ik dit verhaal, samen met Maya, kan delen. Want een beetje ‘raar’ is het wel, raar maar waar…

Slotvraag: Wil jij hieronder ook iets bijzonders delen dat je met jouw dier hebt meegemaakt? Voel je vrij!

‘Je mag het ook anders zien’

Iemand vertelde me dat ze zijdelings bij een evenement van fokhonden was beland en alles van een afstandje had waargenomen. Ze zag hoe honden betast en bekeken werden, hoe ze netjes moesten lopen. Maar ook hoe de honden elkaar besnuffelden, hoe liefdevol en aandachtig de ‘eigenaren’ waren en hoe heerlijk de puppy’s speelden met elkaar.

Ze was wat in verwarring maar haar hoofdgedachte was toch wel: “Dit is toch niet normaal en goed.”

Daarop kreeg ze van de honden te horen: ‘Jij snapt er helemaal niks van!’

Ze kon niet vertrouwen op de info die ze van de honden doorkreeg en vroeg mij eens te kijken bij deze Briards.

Op het moment dat ik contact maak, komt er een grote reu naar voren en hij presenteert zich als King.

Hij laat weten dat zij het neusje van de zalm zijn. Ik moet meteen lachen om deze uitdrukking, want ik zie het kleine neusje meteen naast deze statige hond.

‘Wij zijn raszuiver,’ gaat de hond onverstoorbaar door. ‘En daar zijn we trots op.’

Hij laat zien dat hij trots is op de zuivere soort. Geen inmenging van andere rassen. Het betast en bekeken worden vindt hij niet erg.

‘De mensen hebben goede bedoelingen met ons. En ze willen goede karakters. Ze willen de lijn zuiver houden of weer terughalen.’

Net als degene die met de vraag kwam heb ik een beetje error in mijn hoofd. Ik denk onwillekeurig aan broodfokkers en mensen die veel verdienen met het fokken van honden.

Deze Briard legt uit dat ik het ook anders mag zien.

‘Zie het als verzamelaars: zij zijn helemaal gek op één ding, bijna geobsedeerd. Onze mensen zijn ook zo: ze willen het beste en het mooiste van ons ras.’

Ik vraag me af of er dwang achter zit. Ik moet denken aan een teckel die pertinent weigerde om zich door een bepaalde reu te laten dekken en mij onomwonden liet weten hoe ze over die reu dacht.

Deze King laat weten dat de honden die hier aan mee doen, het zelf ook willen. Als een hond niet geïnteresseerd is, andere interesses heeft, wordt er niet mee doorgefokt. Ze rangeren zichzelf uit (nogal een heftig woord, zoals ik het binnenkrijg, maar als ik het woord opzoek klopt het wel).

Ik help hem hopen dat het is zoals hij het voorstelt. ‘In mijn beleving/ervaring wel,’ antwoordt hij. ‘Wij zijn vol aandacht, wij zijn speciaal, zelfs een beetje koninklijk.’

Stiekem moet ik grinniken om hoe elitair hij zich opstelt. Kennelijk denk ik aan een vermengen van rassen want King haakt in: ‘Wij hebben ook gemixte vrienden, hoor. En dat is prima.’

Weer moet ik lachen om hem: hij doet ruimdenkend over minder raszuivere dieren.

‘Zie het als jullie mensen: er zijn er die zich prima voelen in galakleding.’

Meteen betrek ik het op mezelf en ik krijg gelijk een reactie: ‘Jij zou een geschikte mix zijn. Een rommelhond.’ Gek genoeg vat ik het nog op als compliment ook.

King laat mij vanuit zijn statigheid nog even zien dat zij ook heel veel spelen en eigenlijk ‘heel gewoon’ zijn. Het lijken me vreselijk leuke dieren, die Briards.

‘Oordeel niet zo snel over ons,’ krijg ik nog te horen van hem. En daarbij doelde hij op de aandachtige fokkerij.

 

Foto L. Russ via Pixabay

Wat een Australische Honing Papagaai vertelt na een natuurbrand

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de natuurbranden, besefte ik dat ik eerder een diergesprek heb gehad met dieren die door natuurbranden waren getroffen. In het bijzonder onderstaand gesprek met een Australische Honing Papagaai was me bijgebleven. En toen ik dat gesprek opzocht, zag ik dat ik het nooit als blog heb gepubliceerd. Dus volgt hier nu een gesprek dat ik in 2020 heb gehad.

M: Dag Papagaai, ik zou graag met je willen praten over de bosbranden in jouw land.
P: Uit nieuwsgierigheid of heb je echt belangstelling?
M: Ik zal me even voorstellen, ik ben … en wil heel graag dieren een stem geven. Daarvoor moet ik goed leren praten met allerlei soorten dieren. En dieren hebben een stem nodig in maatschappelijke ontwikkelingen. Die Australische bosbranden zijn maatschappelijk zeer relevant.
P: OK, je hebt dus goede bedoelingen. Begrijp je dat ik wat wantrouwend ben, hoewel ik nooit iemand heb gekend die met me kon praten. Maar mensen vertrouw ik niet bij voorbaat.
M: Ik voel ergens dat je boos bent op mensen die dit hebben gedaan of tenminste hebben laten gebeuren. Klopt dat?
P: Dat klopt zeker. Het is niet voor te stellen wat er allemaal gebeurd is en ik zal je er over vertellen.
Wij leefden in een kolonie van wel twintig tot dertig papagaaien in het binnenland van Quensland. Al enige tijd waren er hevige bosbranden maar ver bij ons vandaan, dus maakten we ons geen zorgen. Maar ineens kwam het heel snel onze kant op. Wij zijn vogels en kunnen vliegen, maar we zijn geen kunstenaars in het vliegen en dat kunnen we ook niet heel lang volhouden. Zodra we zagen dat het heel snel dichterbij kwam, zijn we met z’n allen vertrokken. Maar het vuur haalde ons in, de vlammen waren zo hoog dat we niet boven de vlammen uit konden vliegen en we konden de hitte dus niet ontwijken. We zijn allemaal op een afschuwelijke manier verbrand. Het doet ontzettende pijn als je veren in brand vliegen en je vleugels je daardoor niet meer kunnen dragen. Je valt als een pakketje uit de lucht midden in de vlammen. En dan verbrand je levend, dat is afschuwelijk.
M: Wat een heftig verhaal zeg. En daarna?
P: Wat bedoel je daarna?
M: Ik bedoel dat je vogel lichaam dood is gegaan en dat jij nog verder leeft.
P: Ik ben helemaal niet dood gegaan, ik ben verbrand, maar ben er nog steeds en heb veel meer vrijheid van vliegen. We zijn dan ook naar een andere plek verhuisd waar het veel prettiger is en geen bosbranden zijn.
M: Ja, dat bedoelde ik eigenlijk met dat je verder leeft, maar op een andere manier.
P: Ja maar je zei dat ik dood was en dat ben ik dus niet, anders zou ik toch niet met je kunnen praten?
M: Je hebt verschillende lichamen, een fysiek lichaam waarin je vogel was en dat lichaam is verbrand. Maar daarnaast heb je ook nog een geestelijk lichaam, dat kan van een vogel zijn, maar kan ook wat anders zijn, dat is niet verbrand, en dat heeft nog bewustzijn en dat deel praat met mij.
P: Je wilt beweren dat ik geen papagaai meer ben?
M: Dat zeg ik niet echt. Ik denk en ik wil me niet te bruut uitdrukken, maar ik denk dat je dood bent gegaan in de vlammen van de bosbranden en dat je nu nog niet beseft dat je dood bent.
P: Dat is onzin, ik kan toch echt vliegen en bomen en gras en water zien.
M: Maar moet je ook gaan drinken en eten?
P: Dat heb ik in het begin wel geprobeerd, maar ik kreeg de zaden niet te pakken met m’n snavel en ik kon ook niet meer drinken. Maar gelukkig heb ik er geen behoefte meer aan.
M: Kan het zijn dat je door de shock van de vlammenzee en het daarna verbranden van je lichaam, je niet de tijd hebt gehad om je lichaam te verlaten en dat je daardoor denkt dat je nog vastzit in de fysieke wereld?
P: Wat bazel je nu toch over fysieke en geestelijke wereld. Ik woon gewoon in een holle boom en leef bijna net zo als vroeger. Alleen hoef ik niet meer te eten en drinken, dat is best wel makkelijk, maar soms ook lastig omdat ik dat dan vergeet en ik toch probeer de zaden te pellen en op te eten, maar ik krijg ze niet te pakken. En als ik mijn snavel in het water steek, voel ik geen water en kan ik het ook niet drinken.
M: Nou dank je wel voor het gesprek. Mag ik nog een keertje bij je terugkomen? En wil je nog wat zeggen?
P: Je mag gerust nog een keertje terugkomen.

We hebben hier duidelijk te maken met een dier dat door een trauma is gestorven en dat zelf nog niet beseft. Dit was voor mij de allereerste keer dat ik daarmee geconfronteerd werd. Na afloop heb ik daar met Hyronimus over gehad en die heeft me een ritueel gegeven om dieren in deze situaties te helpen. In een volgende blog zal ik dat ritueel opnemen.

200212

Wat een reusachtige boom Teddy en mij leerde over ruimte innemen

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, Teddy verhuisde ongeveer een jaar geleden met zijn mens naar een andere woning. Kennelijk voelt hij zich in de nieuwe woning erg op zijn gemak, maar buiten was hij nog niet geweest.

Zijn mens legde contact met mij om te vragen of Teddy er geen behoefte meer aan heeft om naar buiten te gaan. Wat houdt hem eventueel tegen en wat heeft hij nodig? Ik kende Teddy al van eerdere consulten en was hier zelf ook erg benieuwd naar.

Binnen is veilig
Allereerst laat Teddy merken dat hij het zeer naar zijn zin heeft in de nieuwe woning. Hij vindt het heel overzichtelijk en voelt zich er veilig. Hij laat zien dat hij inderdaad erg naar binnen gericht is. Hij geniet van zijn nieuwe plek.

Zijn mens vertelde dat hij de avond voor het consult voor het eerst een voetje op de drempel van de achterdeur heeft gezet. Zo ver in de richting van naar buiten was hij nog niet gegaan. Maar een stapje over de drempel deed hij niet. Ze wil erg graag weten wat er speelt en wat zijn wensen zijn.

Reusachtige boom
Ik vraag Teddy of hij mij hier informatie over wil geven. Meteen laat hij mij een reusachtige boom zien en voelen. De boom toont zich als een zich groot makende doelman die met gespreide armen zijn doel wil beschermen. Hoewel de boom duidelijk geen treurwilg is, voelt de energie sterk naar beneden gericht.

De boom ‘overschaduwt’ het buitengebeuren bij de woning met zijn energie. Niet eens zozeer met zijn takken en bladeren; het is er namelijk niet donker. Teddy laat mij voelen dat hij ontzag heeft voor deze boom. Dit ontzag belet hem om de tuin in te gaan. De tuin voelt overigens aan als een enigszins ommuurd terras.

Ik koppel dit terug aan zijn mens en haar moeder en vraag of zij de aanwezigheid van een grote boom herkennen. “Ja!”, roepen zij in koor. “Achter het plaatsje (dat is de tuin) staat een heel grote boom”, zegt zijn mens. “Veel te groot eigenlijk voor deze situatie”, zegt haar moeder, “maar wel mooi en inderdaad met heel brede takken.”

Ik ben Teddy dankbaar dat hij zulke duidelijke informatie geeft, waar ik op door kan vragen. Ik besluit later in het gesprek ook met de boom contact te leggen.

Kat en muis
Op dat moment laat de boom zien dat hij met Teddy een kat-en-muisspel speelt. Als Teddy naar buiten wil, richt de grote boom zijn aandacht op hem en dan trekt Teddy zich terug. Net zoals Teddy dat zelf doet wanneer een muis zijn holletje uit wil komen en zich uit de voeten maakt bij de eerste aanblik van Teddy. Er zit humor in deze boom.

Het is niet eens een kwaad bedoeld spel, zo merk ik aan Teddy. Nee, het ‘gebeurt gewoon’, alsof deze dynamiek een automatisme is voor deze boom. Teddy is weliswaar klein, maar normaal gesproken niet geïmponeerd door een grote boom.

Ik vraag of Teddy wel graag naar buiten zou willen. Hij geeft aan dat hij eerst graag het plaatsje wil verkennen en daarna ook wel aan de andere kant van het hekje wil rondkijken. Ik koppel dit terug aan zijn mens en zij vraagt wat Teddy daarvoor nodig heeft.

Teddy geeft meteen aan dat hij het plaatsje niet opgaat zolang de boom zo imposant blijft doen. Als tolk vind ik deze informatie veelzeggend. Teddy zegt namelijk niet dat de boom imposant is, maar imposant doet. En ook dat het aanvoelt als een automatisme. Misschien is de boom zich van deze dynamiek niet bewust, of betreft het een oud patroon. Ik besluit mijn aandacht te verleggen naar de boom en maak me aan hem kenbaar. Ik vraag of hij openstaat voor contact met mij en Teddy.

Ruimte maken
Ook naar mij toont de boom zich als een reusachtige doelman in een relatief klein doel. Het voelt voor mij alsof de boom met zijn energie als een klaterende regendouche of waterval vanuit zijn takken het hele plaatsje inneemt. Zijn neerwaarts gerichte energie voelt onvrij en verhindert Teddy om naar buiten te gaan. Het voelt ook alsof dit niets met Teddy, zijn mens of haar moeder te maken heeft.

Ik vertel dit aan de boom en vraag of hij ruimte kan maken voor Teddy. De boom snapt het meteen, is het ermee eens en past zich aan. Hij laat direct voelen en zien dat zijn takkenenergie nu vooral naar boven gaat. Zijn energie voelt nu meer als een sprankeling dan als een gordijn van water. Zo ontstaat er ruimte op het plaatsje.

Ineens voelt het plaatsje luchtig en opgeruimd. Er ontstaat vrijheid en een uitnodiging om het plaatsje op te gaan. De boom vertelt mij dat hij Teddy een erg leuk en interessant schepseltje vindt. Hij wilde hem niet beletten om zich vrij te voelen op zijn eigen perceel en maakt graag plaats voor hem. Teddy slaat met grote ogen gade wat er verandert in de energie en veiligheid buiten. En ik voel een innerlijke vrolijkheid over het tolken met mens, dier en plant.

Mentale lenigheid
Tegelijkertijd besef ik dat ik nu aan de mensen van Teddy moet verwoorden wat er zojuist heeft plaatsgevonden. Ik ben benieuwd of ze hiervoor openstaan. Contact met dieren is al een ding, en dan ook nog contact met planten!

Terwijl ik het verhaal uit de doeken doe, bevestigen de mensen dat de boom inderdaad heel breed uithangende takken heeft. En ook dat ze zich kunnen voorstellen dat dit te imposant is voor Teddy. Ik vraag hun om enige mentale lenigheid om van me aan te nemen dat de boom zijn takkenenergie heeft opgericht om ruimte te maken voor Teddy, en dat Teddy dit heeft zien en voelen gebeuren.

De mensen kunnen het gelukkig heel goed aannemen. Ze zijn hier blij mee en benieuwd of ze Teddy binnenkort buiten aantreffen. Nou, ikzelf ook! Daarmee ronden we het consult af en wensen we elkaar nog een fijne avond.

De volgende morgen
Om half 8 de volgende ochtend kreeg ik een WhatsApp-bericht van Teddy’s mens. Teddy was – na een jaar binnen te zijn gebleven – die ochtend naar buiten gegaan en inmiddels ook al buiten het hekje geweest! Hij kwam na 5 minuten gelukkig ook weer binnen, want zijn mens moest naar haar werk en wilde hem de eerste dag niet te lang buiten laten.

 

Wat ik met dit verhaal wil vertellen, is dat er niet zelden de volgende dag al effecten zichtbaar zijn van een dierencontact. Dit was ook de reflectie van de mens van Teddy, die aangaf dat zijn gedrag steeds een dag na een consult veranderde. Ik vind het fenomenaal hoe duidelijk dieren informatie kunnen aanreiken en direct tonen wat er speelt en wat er nodig is. In dit geval: ruimte nemen en ruimte geven.
Leerschool

Wat ik heb geleerd van zowel mijn docenten als de vele consulten, is dat er altijd een eyeopener in zit voor mezelf – en misschien ook voor jullie.
• Welke boom overschaduwt mijn (of jouw) vrijheid?
• Waar kan ik (of jij) ruimte innemen die eerder niet mogelijk leek?
• Welke stappen kan ik (of jij) buiten het hekje zetten?
Dank jullie wel, Teddy en boom, voor deze inspiratie! Wat een leerschool.

Naschrift
Totaal onverwacht zag ik eerder vandaag ineens een parallel met dit verhaal. Mijn ‘overhangende boom’ is mijn demente moeder. De onbewuste dynamiek en het oude patroon is dat ik mijn klaterende best ga doen. Zonder veel succes, wat veel mantelzorgers van dementerenden mogelijk herkennen. Hierdoor ging ik me onvrij voelen. Ook ik trek me dan graag terug in het comfort en de veiligheid rondom mijn huis en tuin.

De ruimte die ik vanmiddag heb gecreëerd, is meer externe hulp inzetten, zodat ik mijn ruimte als gewoon ‘dochter van’ kan innemen. Het kwartje viel een paar uur voordat ik deze blog ging schrijven. Straks ga ik Teddy en de boom bedanken voor hun inzichten over ruimte geven en ruimte nemen.

Slotvraag: Heeft jouw dier ook wel eens iets bijzonders laten zien na een consult of energetische verandering? Deel je ervaringen hieronder, ik geniet er altijd enorm van om die te lezen!
________________________________________

 

Boek: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief (en kuiken Piep)

Hoera, het boek is er! Universele rechten voor landbouwdieren. Eindelijk! Wat zou het mooi zijn als het boek overal gelezen wordt en er gehandeld wordt naar de inhoud! Mijn enthousiasme is groot, maar wat vinden de dieren?

Ik vraag het de koeien. Er verschijnt een flegmatische koe die mijn enthousiasme meteen meters naar beneden haalt met haar energie. ‘Wij stellen niet veel eisen,’ zegt ze. ‘Wij willen best geven, maar niet leeggetrokken worden.’ De koe laat zien dat alles rustig aan en op z’n tijd gaat. ‘Het boek zal ook langzaam z’n werk doen. Niet als een steen in het water die veel rimpeling in beweging zet. Maar als een continue zachte afgifte die op een gegeven moment wordt opgemerkt.’

Bah, dit was niet mijn idee van de uitwerking van het boek. Mijn enthousiasme is getemperd en kennelijk kijk ik de koe een beetje gedesillusioneerd aan. Ze wil me helpen: ‘Je moet dit boek langzaam tot je nemen, als een liksteen. Het duurt even maar dan is de steen toch op: geconsumeerd, verwerkt. Het heeft z’n dienst bewezen.’

Ik begrijp het beeld maar het is niet hoe ik wil dat het zal gaan. “Heb je nog wat toe te voegen?” vraag ik een beetje ongeduldig en chagrijnig. ‘Hang het maar op (de koe blijft de metafoor van de liksteen aanhouden) maar verwacht niet een snelle opname. Het gaat langzaam en geleidelijk.’

Dan naar de varkens. Als ik hen over het boek vertel zijn ze veel actiever: ‘Wij willen actie, gooi de hokken open, wij willen naar buiten!’ Ha, dit is meer mijn stijl. Ik voel wat meer aansluiting. We gaan naar de moedervarkens die in kooien liggen als ze hun jongen krijgen en hebben. ‘Je kunt niet anders dan je overgeven,’ zegt een varken. ‘Je kunt echt niet anders dan jezelf afstompen en er geestelijk niet meer zijn. Wij zijn voorwerpen geworden. Gooi alsjeblieft de hokken open! De weg van de geleidelijkheid gaat veel te langzaam. Het is geen leven, zo afgestompt moeten zijn.’

We delen even mijn ervaring van toen ik jaren geleden op een boerderij was waar de varkens in hokken opgepropt hun leven doorbrachten. Ik was twee maanden van slag. Ik heb niet het lef om me nu weer zo te verbinden met varkens in die positie. Ik kan alleen de hoop hebben dat het nieuw uitgekomen boek wél de steen is die in het water gegooid wordt en gigantische rimpelingen/bewegingen tot stand gaat brengen.

Omdat ik toch wat triestig word van hoe we met dieren omgaan (en dit kennelijk accepteren) gun ik mezelf ook wat leuks als compensatie: kuikentje Piep en hond Wilson.

Piep heeft een heel ander soort leven. Zij kwam als mogelijk bevrucht ei in handen van mijn vriendin die een broedmachine heeft. Piep kwam als enigste levend uit haar ei. Niet normaal, niet gangbaar, misschien niet wenselijk maar van dat alles trok Piep zich niks aan. Het leven was één groot feest. Mijn vriendin en haar hond waren er maar druk mee want zo’n kuikentje wil volop van het leven genieten en dat gaat niet als je stilletjes onder de warmtelamp gaat kniezen.

Een paar dagen nadat ik Piep live had gezien (ze wonen veel te ver weg…) maakte ik contact met haar via de diercommunicatie. Het was te verwachten dat ik een heel nieuwsgierig diertje trof, dat overal heen wilde en alles wilde ontdekken. Maar ze liet ook zien dat ze een verendek miste waar ze zich onder kon nestelen. En ze zat juist nu in de leerfase dus ik merkte op naar mijn vriendin dat ze wellicht andere kippen miste of nodig had.

Piep moest nog even wachten: er lagen nieuwe eieren in de broedmachine. In de tussentijd was Wilson surrogaat moeder. Piep zat lekker op zijn dikke hondenvacht.

Toen 10 dagen later de nieuwe kuikentjes er waren, deed Piep er niet veel op uit. Dat leek in tegenspraak te zijn met wat ik uit haar had weten te halen. Dus nog maar es contact maken met Piep en vragen hoe ze de kuikens en het nieuwe leven in de brouwerij ervaart. ‘Het is een heerlijk in solisme samenzijn,’ interpreteer ik de informatie die ze doorgeeft. Ik kijk op internet na of dat wel kan en lees dat het taalkundig gezien geen correcte en vloeiende zin is. Maar Piep en ik begrijpen elkaar precies. En mijn vriendin ook.

Het boek Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief is in elke boekwinkel te bestellen (ISBN 9789077326206). Het kan ook door mij een mail te sturen: piek@animaltalks.online (€ 27,50)

En wil je 27 mei bij de online boekpresentatie zijn, mail dan naar redactie@devrijemare.nl. Je ontvangt dan een link voor de presentatie die van 19.30 – 21.15 uur duurt.