Hyronimus 18: Over de oorlog in Oekraïne II

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer een keer praten?
H: Ja graag. Je bent weer heel druk tegenwoordig en daarom spreken we elkaar te weinig.
M: Je hebt gelijk. Mag ik je vragen weer een keer je mening te geven over de oorlog in Oekraïne?
H: Dat wil ik graag proberen. Maar je weet, ik kan de geschiedenis niet vooruit voorspellen. Ik kan alleen in het hoofd van die man in het Kremlin kijken en zie daar geen fijne dingen.

Ik kan alleen in het hoofd van die man in het Kremlin kijken en zie daar geen fijne dingen

Hij begint te beseffen dat hij aan iets begonnen is dat hij niet meer echt in de hand heeft. Hij weet dat hij bij het begin verkeerd geïnformeerd is en dat hij daardoor een inschattingsfout heeft gemaakt. Maar hij beseft ook dat hij door moet gaan. Hier kan hij alleen uitkomen als hij de geannexeerde gebieden in bezit heeft. Lukt dat hem niet, dan leidt hij gezichtsverlies. Voor zichzelf, maar ook voor de hele Russische bevolking. Dat mag niet gebeuren in zijn ogen. Russen hebben altijd oorlogen gewonnen en nu is dit geen oorlog maar een strafexpeditie, de bevolking zal het toch als een verlies zien als hij niet alle geannexeerde gebieden bij Rusland kan voegen.
M: Denkt hij wel eens over hoe hij hier uit moet komen?
H: Ja, dat houdt hem zeker bezig en in zijn ogen is de oplossing de gehele Donbas te bezitten en dan pas vredesbesprekingen te beginnen, die nooit tot vrede zullen leiden maar wel de drukke oorlogshandelingen zullen verminderen. Hij zal de druk op de regio groot willen houden door steeds weer kleine speldenprikjes te blijven uitdelen.
M: Ja, dat is zijn visie, maar wat als hij toch steeds verder wordt teruggedrongen door westers wapentuig en hij steeds meer terrein zal moeten prijsgeven?
H: Dat komt in zijn scenario niet voor, dat is onbestaanbaar. Leningrad is toch ook nooit gevallen in WOII? Dat gaat nu ook niet gebeuren, ze zullen op den duur hun zin krijgen is zijn overtuiging.

Leningrad is toch ook nooit gevallen in WOII? Dat gaat nu ook niet gebeuren, ze zullen op den duur hun zin krijgen is zijn overtuiging

M: Dat is niet erg hoopgevend voor een oplossing op korte termijn.
H: Er is, weer in zijn ogen, uitsluitend op korte termijn een oplossing wanneer hij de gehele Donbas regio onder Russische controle heeft.
M: Dank voor je antwoorden. Ik hoop toch dat er een andere oplossing mogelijk is. Maar ik vrees het ergste. Wil jij nog iets zeggen?
H: Niet echt, tenzij je weer meer gaat oefenen, maar ik merk dat je je keuze gemaakt hebt, je zet in op andere dingen, die overigens ook erg belangrijk zijn om te doen, en dit dieren gesprekken vind je leuk om te doen, maar niet meer als je hoofdtaak. En dat vind ik weer zonde van je talent, maar blijf doen wat je kunt, ook dan is het belangrijk werk dat je doet.

Ratten aan boord

Al meerdere keren heb ik over de ratten aan boord geschreven. We eindigden bijna twee jaar geleden met een patstelling: ik vond dat ze niet in de binnenruimte hoorden (tussen het dek en het plafond) en zij vonden dat we prima met elkaar konden leven. Er zijn zo enkele generaties aan boord geboren en getogen.

Het laatste jaar worden de ratten steeds luidruchtiger. Ze rennen over een holle balk, onzichtbaar voor ons maar duidelijk hoorbaar. Nooit lopen ze gewoon, het is altijd rennen. Waar ze eerst boven bleven, hoorde ik ze langzaam maar zeker langs de wanden naar beneden komen. Een no go area, dat heb ik ze duidelijk gemaakt. Maar ja, kennelijk is er een nieuwe generatie en hebben opa en oma niet doorgegeven waar de grenzen liggen. De laatste maanden is het zelfs zo dat ze soms in de kamer komen. Ik zie ze nooit, maar de honden horen ze en springen ’s nachts regelmatig uit bed om ze weg te jagen. Soms leg ik ergens twee nootjes neer om te testen wat er gebeurt. Met regelmaat zijn ze weg.

Het is duidelijk dat de ratten en ik niet verder komen met elkaar. Ik vraag mensen die de cursus bij ons gedaan hebben of ze mee willen kijken. Voor zij met de ratten contact gaan maken doe ik dat ook nog eens. Ik krijg door dat ze veel lol hebben, dat het een uitdaging is om beneden te komen en binnen wat te eten te zoeken. Dat er honden zijn maakt het extra leuk voor ze. Zij zijn sneller, hoor ik. Het is net een speeltuin en zolang er ingangen zijn komen ze.

De mede-diercommunicatoren ervaren allemaal ook de lol die de dieren hebben en ze zien ook dat ik niet streng genoeg ben om mijn (leef)grenzen af te bakenen. Ondanks dat ze het plezier van de ratten voelen, komen ze toch voor mij op en gaan in ernstig gesprek met de diertjes. Er wordt uitgelegd hoe het zit met de leefruimte, met elektrische kabels. De dieren leggen uit dat ze knagers zijn en blijven. Iemand spreekt ze streng toe, een ander adviseert met klem om buiten te gaan wonen. Weer een ander ziet dat ze alleen vertrekken als ik stampvoetend mijn punt ga maken, maar iedereen ziet ook de hopeloosheid daarvan in want ik heb grote waardering voor de diertjes en ik moet steeds om hun vindingrijkheid lachen. Een ander krijgt de rattentempel in India door. Ik had er nooit van gehoord, maar het is interessant om dat eens op te zoeken.

Iedereen voelt wel dat de ratten wat indammen. Mijn uiterste daad is dat ik wens dat de ratten een goede plek buiten gaan vinden (als het weer beter wordt; het is nu koud en het water staat hoog).

De volgende twee avonden zit ik op de bank en het is opvallend stil boven me. Ineens hoor ik er eentje lopen, maar het gaat zonder het uitbundige enthousiasme. Hmmm, zouden ze toch wat begrepen hebben? Het is bijna saai binnen maar ik pas goed op dat ik me niet weer hun volle aanwezigheid wens.

Zondagnacht zijn de honden erg moe. Ze zijn wat ziek geweest en slapen goed. Geen rennen en blaffen deze nacht. Maandagochtend prijs ik de rust en de ratten. Als ik de cavia eten wil geven herinner ik me dat de papegaai de avond ervoor een deel van een mandarijn heeft laten vallen. Die ben ik vergeten op te rapen dus die kan mooi naar de cavia. Ik wil de mandarijn pakken maar zie niks meer. Ik weet zeker dat de honden geen mandarijnen met schil eten. Ik zie ook nergens schilletjes liggen. Hoe hebben ze dit nu weer voor elkaar gekregen?

PS 1. Twee jaar geleden kwam ik op een nacht buiten en zag twee ratjes zitten, precies zoals op deze foto. Genietend van de rustige nacht. Je gunt iedereen toch het leven?

PS 2. Ik sprak iemand van de bestrijdingsdienst en legde de situatie aan boord uit. ‘Hopeloos,’ zei hij, ‘wij zouden er niet aan beginnen. Gegarandeerd geen succes.’

Libelle wil aangesproken worden

Er is een libelle die zich steeds laat zien, hij wil duidelijk aangesproken worden en dat doe ik dus.
De libelle praat niet met me, maar laat me zien hoe je moet vliegen met haar soort vleugels. Ik krijg de vleugels op mijn lijf en kom niet omhoog. Ze laat me zien dat ik de verkeerde houding heb. Ik moet niet staan, maar liggen en dan de vleugels ‘omvoelen’. En ik mag voelen hoe het is om als een libelle door het landschap te vliegen. Vooral het stilstaan in de lucht is mooi, maar ook moeilijk om te doen en ik voel pijn aan mijn schouderbladen van de tegengesteld draaiende vleugels om stil te kunnen blijven staan in de lucht. De sessie eindigt met dit gevoel. Kan dat werken? Tegengesteld draaiende vleugels?
Ik zoek het op internet op:
Bij libellen zijn de vleugels niet met elkaar verbonden, zoals bij veel andere insecten. Hierdoor kunnen de vier vleugels los van elkaar worden aangestuurd en kan de libel opmerkelijke kunsten uithalen, zoals stilstaan in de lucht, verticaal opstijgen en zelfs achteruit vliegen. De vleugelslag is met twintig tot veertig slagen per seconde veel langzamer dan bij andere, kleinere insecten. (Sommige muskieten kunnen wel duizend slagen per seconde bereiken.) Door de lage frequentie is de vleugelslag voor mensen niet hoorbaar. Libellen kunnen een snelheid van wel vijftig km per uur halen, wat hen tot de snelst vliegende insecten maakt. De vleugels hebben een netwerk van aderen waarvan de structuur bij de taxonomische indeling van libellen een belangrijke rol speelt. De voorrand van de vleugels is geknikt en fungeert als een soort spoiler. Dit zorgt dat lucht loskomt van het vleugeloppervlak, waardoor lift ontstaat. Aan de voorrand van de vleugels bevindt zich dicht bij de vleugeltop ook een gekleurde vlek, het pterstigma. Deze vleugelvlek helpt de libel mogelijk bij fijnere bijstellingen van de vlucht.
Echt antwoord kan ik niet vinden, helaas.

190831

Hoe dieren in onze huizen hebben te leven…

De dieren die wij in huis nemen moeten zien te leven met hoe wij ons huis inrichten. Meestal passen dieren zich daaraan aan, maar het komt voor dat er uitleg nodig is van mijn kant. Het gaat dan altijd om dieren die nog niet in een huis geleefd hebben.

Zo was er eens een hond die niet begreep dat de mensen van alles uit de kast mochten pakken maar als hij het deed kreeg hij op zijn kop.

Dat een bank is om op te zitten en niet om een lekker holletje in te graven, heb ik meermalen moeten uitleggen aan honden.

Mensen leggen eten op een lage tafel, daar zitten ze omheen als er bezoek is en iedereen mag er wat van afpakken. Maar niet de dieren. Zij krijgen eten in hun bak op de grond.

Meermalen heb ik de verbazing opgemerkt bij dieren dat mensen hun huis zo vol spullen zetten. Wat móeten ze er allemaal mee?

De geluiden die al die spullen maken… dichtklappende vuilnisbakken, aanslaande koelkasten, kletterende pannen… Deuren zijn ook van die rare dingen: wanneer gaan ze open, hoe hard klappen ze dicht en hoe groot is de kans dat je staart er tussen komt?

Laatst had ik contact met een kat die bang was voor de tv. Ik vroeg hem of ik mocht kijken wat hij ervaarde. Dat was een bijzondere ervaring die achteraf heel logisch was. De kat liet zien dat het lijkt of het beeld de kamer in komt maar dat komt het niet want het blijft daar, in dat kastje. Het geluid komt wel de kamer in maar de betekenis is ondefinieerbaar en dus lastig om te reageren: is er gevaar of niet?

Ik herinner me dat ik stro in de kamer gelegd had voor de cavia. Onze hond ging er met een diepe zucht in liggen. Eindelijk natuurlijk materiaal… :).

 

Tirza 9: Poes geeft instructies aan Eddy

T: Ik wil nu graag met je praten.
M: Dag Tirza, dat is helemaal goed. Niet echt een handig moment nu ik in het bad lig, maar we maken nu een begin en iets later op de dag praten we verder, OK?
T: Dat is goed. Ik wil al lang met je praten en dat heb je ook best gemerkt, maar je reageert niet.
M: Klopt, ik heb het gemerkt en excuses daarvoor dat ik niet meteen gereageerd heb. Maar als jij zo ongeveer op mijn toetsenbord gaat zitten, dan betekent dat dat ik aan het werk ben en even geen tijd voor jou heb. En ook als je me ’s nachts om half vier wekt door te krabben aan de kast, maak je me wel wakker, maar dat is niet het moment om te praten. Dus doe dat alsjeblieft niet meer.
T: Alleen als je naar me wilt luisteren, want ik wil dingen anders.
M: Vertel maar.
T: Jullie hebben van mij een binnen kat gemaakt, terwijl ik een actieve buiten kat was. Binnen is niet veel te beleven, dus ben ik nu een luie kat geworden.
M: Wil je nu beweren dat wij jou een luie kat gemaakt hebben? Het was jouw keus om uiteindelijk niet meer naar buiten te durven in deze nieuwe omgeving en dat is wel heel naar voor jou, maar niet echt onze schuld.
T: Ik vind van wel. Jullie hadden best ergens anders kunnen gaan wonen waar het buiten niet zo eng is. Maar daar hoeven we niet over te kiften. Ik ben een oudere kat en moest misschien ook wat gas terug nemen om me ook als een oudere kat te gedragen. Ik wilde geen gevechten meer aangaan met de buur katten over territorium, alles was al vergeven en ik wil eigenlijk wel mijn eigen plekje hebben.
M: Dat begrijp ik, maar je moet je wrok misschien wel langzaam loslaten.
T: Dat doe ik ook, maar ik wil aandacht van jou voor mijn wensen. Het vrouwtje begrijpt mij beter en doet meer mijn zin dan jij. Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

M: Wat bedoel je nu?
T: Ik wil graag veel meer vlees eten en minder brokjes en jij geeft mij maar beperkt vlees en er staan wel altijd brokjes, maar die hoef ik minder.
M: De dierenarts had gezegd dat je wel vlees mocht hebben, maar daar zit niet echt voedsel in voor jou en daarom moet je brokjes eten als belangrijkste eten. Daarom krijg je beperkt vlees en dat jij dan het vrouwtje verleid tot het geven van meer vlees begrijp ik wel, maar is op zich minder goed voor jou.
T: Laten we het anders bekijken. Ik ben een oudere kat en doe heel weinig en heb dus niet zoveel eten nodig. Dan kun je dat eten dat je me geeft dan toch wel wat meer speciaal voor mij maken? Dus geef mij gewoon twee keer per dag vlees te eten, zoals Kaila ook twee keer per dag eten krijgt.
M: Maar zoals ik net al vertelde, de dierenarts wil dat je goed voedsel krijgt en dat zijn de kittenbrokjes die je krijgt. Dat is goed voor jou. Je bent zo mager en weegt zo weinig dat we ons daar zorgen over maken en daarom moet je kitten brokjes eten om nog een beetje op gewicht te blijven. (Tirza is bijna 17 jaar oud en weegt nauwelijks 2 kilo)
T: Is dat erg belangrijk? Geef mij gewoon wat meer vlees en ik blijf op gewicht.
M: OK, ik wil er best toe overgaan dat je twee keer per dag vlees krijgt als je dat graag wilt, maar dan twee kleinere porties, zodat je toch ook nog brokken eet.
T: Dat is mooi, maar ik wil twee keer per dag vlees en wel de porties die het vrouwtje geeft, niet twee keer een halve portie van jou, want dat vind ik echt te weinig. Dus twee keer per dag de portie die het vrouwtje geeft. (Het vrouwtje geeft bijna een dubbele portie van wat ik geef, daarom noemt Tirza me ook zo streng)
M: Is dat wel gezond voor jou? Ik maak me, samen met het vrouwtje, wel zorgen over jouw geringe gewicht. En als je dan voornamelijk vlees eet ben ik bang dat je nog verder afvalt. Dus is het wel verstandig wat jij vraagt?

Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven?

T: Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven? Jij snoept toch ook chocola, terwijl dat niet verstandig is. Dus geef mij nu maar mijn zin, het is goed voor mij en maak je geen zorgen over mijn gezondheid, want die is OK.
M: Ik zal het met het vrouwtje bespreken en dan gaan we je voedingspatroon aanpassen. OK?
T: Dat lijkt me juist. Ik zou bijna dank je wel zeggen, maar ik vind dat ik hier recht op heb. Dus jullie besluit om mij twee keer per dag de portie van het vrouwtje te geven is juist.
M: Laat je ons dan ’s nachts met rust en wordt er niet meer gekrabd aan kastdeuren?
T: Dat beloof ik niet, want eigenlijk wil ik me graag kunnen terugtrekken in die kast. Maar de deur zit dicht en dat is niet de bedoeling.
M: Ik hou van je. Wil je nog iets kwijt?
T: Nee. (En ze vertrekt van de stoel naast me, het gesprek is afgelopen)

230101

Het egeltje in het net

Op 1 oktober wilde hond Sjaantje niet komen toen ik haar riep. Ze bleef maar met haar kop tussen voertonnen bij de kippenren staan. We hadden de kippen van mijn dochter verzorgd en ik wilde weg, maar Sjaan gaf geen gehoor aan mijn geroep. Ineens realiseerde ik me dat er dan wat aan de hand moest zijn. En ja hoor, helemaal verstrengeld in een net hing een jong egeltje. Mon Dieu, hoe krijg je zo’n diertje los? En zou hij het overleven? Hij hing er belabberd bij.

Met een schaar kon ik alle draadjes wegknippen. Het diertje voelde heel koud aan, keek met een heel afwezige ‘verre’ blik. Ik besloot hem niet te voeren maar hem op een veilige plek neer te leggen: in een onbewoond egelhuisje. Later op de dag zag de buurvrouw geen egel meer dus we gingen ervan uit dat de reddingspoging geslaagd was.

Vandaag ben ik toch wel benieuwd hoe het het egeltje verder vergaan is dus ik maak contact.

‘Wat kwam je laat!’ hoor ik meteen. Het klinkt niet verwijtend. ‘Ik hing er al een tijd!’ ‘Ja, dat had ik door. Je was behoorlijk koud en leefde nog net. Hoe was het voor je om die hondenkop voor je te zien?’

Het egeltje laat zien dat de hondenkop geen probleem was. Er kwam geen gevaar vanaf, bovendien was de egel verdoofd/versuft. Hij was meer bezig met zichzelf dan met die externe factor. Ook mijn hand en het knippen van de schaar leek hem geen schrik bezorgd te hebben.

Ik vraag de egel in beeld hoe het met hem ging nadat ik hem in het egelhuisje had gelegd. “Het ging allemaal weer stromen en ik kwam weer op temperatuur.” “En wat ben je toen gaan doen?” Het diertje schijnt het een domme vraag te vinden: “Wat ik altijd doe: eten zoeken.”

Wat ik begrijp ligt het diertje nu ergens onder een hoop bladeren. Ik hoop dat hij een goede hoop heeft uitgekozen, een hoop waar niemand komt. Het wordt me ineens heel duidelijk dat je bladeren en ‘rotzooi’ in de tuin onaangeroerd moet laten. Want inderdaad, er kan zomaar een dier in slapen.

Ik vraag het egeltje toch nog even naar de parasieten die ik op zijn vacht zag. Het waren geen zwarte vlooien, maar oranje-gele bolletjes. “We leven met elkaar,” krijg ik als antwoord. En ik denk: ach ja, zo gaat dat, ik leef ook met de ratten op mijn schip. Waarom zouden we daar moeilijk over doen?

Eddy loopt mijmerend door het bos

Vandaag loop ik in het bos te wandelen met mijn hond. Het is best een mooie ochtend en het vriest vier graden. De zon was er heel even maar heeft zich weer verstopt om het verder een grijze dag te laten worden. Zoals bijna alle dagen lopen Kaila en ik te genieten van onze wandeling samen. Ik loop met een open mind rond en krijg heel veel indrukken binnen.

Onze LHBTI-koe staat op me te wachten en kijkt me aan en wil een gesprekje aangaan. Vandaag niet zeg ik tegen haar, een andere keer weer.

Even verderop is een jogger zich aan strekken en zit zijn hond, vastgebonden aan een paal naast hem. Het is een jonge Duitse Herder, een mooi beest. Ik vraag hem waarom hij vastzit en niet gewoon met z’n baas mee kan lopen. Hij antwoordt dat hij een keer stout is geweest en weggelopen omdat hij iets interessants zag en dat zijn baas hem nu niet meer vertrouwt, terwijl hij zegt z’n lesje geleerd te hebben. Hij zou zo graag ook even rennen en met Kaila willen spelen. Zo jammer voor deze hond.

Weer een stukje verder kom ik een mevrouw tegen met honden van hetzelfde soort om haar heen. Ik weet dat er twee van haar zijn en drie van een man die we regelmatig op de hei tegenkwamen, maar hier ook in het bos wandelt. Ik zeg tegen haar ‘is vijf niet een beetje veel’ en ze begint uit te leggen dat enz. Ik zeg dat ik het weet, maar ze voelde toch dat ze zich moest verdedigen. Sinds Kaila en ik hier wandelen is ze niet meer stoned geweest, terwijl het haar en ons in totaal vier keer overkomen is. De hei is blijkbaar niet veilig voor Kaila en hier durf ik haar weer te vertrouwen en uit het zicht laten gaan om haar eigen dingen te doen.

Ik mijmer over Bella, de poes die verdwenen is en die het niet toelaat dat ik contact met haar opneem. Maar haar baasjes zijn erg bezorgd en hebben er inmiddels vrede mee dat ze vertrokken is om te sterven. Ja, zo doen poezen dat vaak. Die houden niet zo van dat sentimentele gedoe of nog erger, als we de kans krijgen gaan we met ze naar de dierenarts en laten ze inslapen, terwijl poezen dat heel goed zelf kunnen.

Bij het verlaten van het bos komt er een kraai aanvliegen en die landt voor me, Kaila is in geen velden of wegen te bekennen. De kraai zegt me goedendag en wil een of andere grap uithalen. Kraaien zijn heel goed in communicatie en je kunt gemakkelijk met ze praten en ze zijn altijd in voor een grap. Maar Kaila voorkomt dat om als een raket op de kraai af te rennen die in alle rust vlak voor haar opvliegt. Dat bedoel ik nou zegt de kraai nog even snel. Wat zou hij daar nu mee bedoeld hebben? Heeft hij het toch weer voor elkaar gekregen in mijn hoofd achter te blijven.

Terwijl ik nu thuis zit en dit allemaal opschrijf besluit onze poes Tirza, inmiddels al best oud, een jaar of zeventien, dat ze me het schrijven onmogelijk wil maken. Ze zit zo dicht tegen mijn toetsenbord aan dat de rechterzijde slechts bereikbaar is als ik met mijn hand tegen haar aankom. Ze wil mijn aandacht.

Wat is de moraal van het verhaal? Als je met dieren wilt/kunt communiceren, kun je dat de hele dag en overal om je heen. Misschien is dat mooi, maar soms ook wel wat teveel van het goede. Maar het is het dier die uiteindelijk bepaald of er wordt gecommuniceerd. Jij kunt je openstellen en dan bestaat de mogelijkheid tot communicatie, maar het dier bepaalt of het ook lukt. Voor de beginner geldt dus oefen vooral met een dier dat graag met je wil praten. Doe dat veel en oefen veel. En geniet van de communicatie, dieren hebben zo veel te vertellen!

Dan nog iets over de wijze van communiceren. Bij mij werkt het als een soort dialoog. Het dier en ik ‘praten’ met elkaar alsof we in gesprek zijn. In werkelijkheid werkt het niet zo. Je neemt vragen in je gedachte en het dier vangt die vragen op en je krijgt weer een gedachtebeeld terug. In het geval van ‘mijn’ LHBTI koe spreekt de koe niet over LHBTI maar geeft een beeld van gender en ik vertaal dat in een LHBTI term. De koe zou echt niet weten waar die letters voor staan, maar de koe weet verdraait goed wat er in het gender verhaal bij mensen speelt en blijkbaar speelt dat bij dieren ook, maar daar is dat echter geen probleem, die hebben niet van die opgelegde normen vanuit een geloof of zoiets.

221218 / 221219

De reiger

Zeer regelmatig hoor ik het krijsen van een reiger. Het is zo’n gek geluid dat ik besluit om eens contact te maken met de reiger.

Het eerste wat ik hoor is gemopper over het ijs. Sinds twee dagen ligt er een dun laagje over het water waar ons schip op drijft.

‘Ik weet heus wel wie je bent,’ is het volgende wat ik hoor. ‘En ik weet ook dat je vindt dat ik krijs.’

Nou, beetje kortaf dier, als ik het zo merk. Ik haak bij hem aan en geef hem in beeld de vraag door of het niet beter voor hem is als hij zwijgend en onopvallend wegvliegt in plaats van krijsend. ‘Misschien wil ik wel opvallen,’ antwoordt hij wat verontwaardigd. ‘Ik heb geen vijanden dus ik hoef niet stil weg.’

‘Ben jij nou sikkeneurig of interpreteer ik het verkeerd omdat dat mijn associatie is met dat krijsen van je?’ vraag ik de vogel.

‘Je kunt ook anders leren luisteren naar het geluid. Het niet horen als krijsen.’ Dat vind ik een interessante kijk en mijn gedachten gaan naar verschillende situaties: wat als ik die eens anders leer horen, verstaan en interpreteren? Dan ga ik er vast anders tegenaan kijken. De moeite waard om mee te oefenen!

Ik laat de reiger zien dat het me verbaast dat hij altijd alleen is. ‘Dit is mijn gebied,’ legt hij uit. Kennelijk hoeft hij niet in een groep te leven. In gedachten bekijk ik wat zijn gebied volgens mij is en dan vertel ik hem dat ik hem niet elke dag zie. ‘Je kijkt niet goed.’ Hoppa, weer een vogel die me erop wijst dat ik niet goed om me heen kijk.

‘Hoe is het voor jou om met alle andere dieren te leven hier?’ vraag ik hem. ‘We vissen in dezelfde vijver.’ Dit antwoord verbaast me: het is zowel letterlijk waar als dat het een uitdrukking is.

Ik denk hem klem te zetten: ‘Als ik jou zo bezie, dan heb je geen last van de andere watervogels. Waarom vind je het dan nodig om steeds zo krijsend op te vliegen?’ ‘Ik ben traag en groot. Bij onraad ben ik een makkelijk doelwit. Het is beter om bijtijds te vertrekken.’ ‘Maar eerder in het gesprek zei je dat je geen vijanden hebt!’ ‘De mens, de mens…’

‘Nou,’ leg ik hem uit, ‘in steden wonen reigers anders dicht bij mensen, net als duiven. Dat lijkt toch niet vijandig.’ ‘Die zijn gedegenereerd,’ hoor ik meteen.

‘Ben je gelukkig?’ vraag ik hem. Ik merk meteen dat hij de vraag onzinnig en een beetje irritant vindt. ‘Ik leef. Ik zoek eten, ik eet, ik rust uit, ik zit te soezen. Ik ben.’ Juist ja, niks aan toe te voegen. Ik begrijp hem en zie ook dat mijn vraag een typische mensenvraag is.

Kennelijk gaan mijn gedachten naar het schip en vraag ik me af wat de reiger van het schip vindt want ik hoor: ‘Het schip ken ik al zo lang. Ik heb geen last van je.’

Het contact met de reiger blijft een beetje kortaf, een beetje kordaat. Maar ik ga aankomende tijd bij mezelf checken of het typisch iets van de reiger is of dat mijn interpretatie van zijn krijsen meespeelt. Toch weer interessant hoe zo’n dier je aan het denken kan zetten.

De geredde poes

Vandaag rijd ik op weg naar een afspraak over straat met mijn auto en ineens steekt er een kat heel snel over. Ik trap hard op de rem en sta snel stil. Een mevrouw op de stoep die alles zag gebeuren steekt twee duimen omhoog. Ik voel me goed, heb een kat het leven gered. ’s Avonds vertel ik het verhaal aan mijn vrouw en die zegt ‘praat eens met die kat’. Ik opper de bekende bezwaren en zeg hoe vind ik die kat? Zegt ze dat lukt je altijd, dus waarom nu niet. Dus probeer ik het.

K: Ja, ik ben het en je voelt je heel goed hé?
M: Ja, ik denk dat ik je leven heb gered.
K: Nou mooi niet, jij was snel, maar ik was veel sneller. Ik zag ineens jouw wiel en ben onmiddellijk omgedraaid. Dus toen jij stopte was ik al weer op de terugweg. Maar je deed het goed hoor.
M: Nou mooi dat je zo goed voor jezelf kunt zorgen.
K: Dat leer ik wel als stadskat.
M:Heb je nog iets dat je kwijt wilt nu we toch aan de praat zijn?
K: Nou grappig dat wij met elkaar kunnen praten. Zou ik af en toe ook graag met mijn baasje kunnen, want die snapt absoluut niet wat ik wil.
M: Meestal zijn jullie katten daar best goed in om dat duidelijk te maken, waarom nu niet?
K: Ze zijn een beetje streng. Ik wordt gewoon naar buiten gebonjourd en kan overdag niet zelf het huis in, want ze moeten me binnenlaten.
M: Heb je dan geen kattenluikje?
K: Nee en ik wil eigenlijk met dit koude weer gewoon lekker op een warm plekje liggen. Maar dan moet ik weer naar buiten.
M: Ja, dat snap ik dat je ze duidelijk wilt maken dat je dat niet wilt.
K: Kun jij niet eens met ze gaan praten?
M: Hoe moet ik dat doen? Ik weet niet waar je woont en dus ook niet wie je baasjes zijn.
K: Je kon toch ook meteen met mij praten? Dan kun je dat toch ook met mijn mensen doen?
M: Zo zit de wereld dus niet in elkaar. Mensen hebben meestal niet meer die toegang tot dit niveau van communicatie wat wij ‘praten’ noemen, maar het is eigenlijk gedachtenoverdracht. Jouw mensen kunnen dat niet anders zou jij ook met ze kunnen praten.
K: Oh, dat is wel erg jammer. Kun je het niet proberen?
M: Dat kun jij dan toch ook proberen?
K: Dat is flauw, ik vroeg het jou het eerst.
M: Maar ik heb je uitgelegd dat ik dat niet kan bij mensen, dus daarom kan jouw plannetje niet lukken.
K: Nou dat is wel heel jammer. Zeg je dit omdat ik eerst niet aardig tegen je deed?
M: Dat heeft er helemaal niets mee te maken, je was trouwens eerlijk tegen me, zeker niet onaardig.
K: Als je me dan toch niet kunt helpen, zullen we dan maar gaan slapen?
M: Dat is helemaal goed. Dank je voor het gesprek.

Grappig om te zien hoe deze kat mij voor haar karretje probeert te spannen. Die gaat het wel redden als stadskat.

221204

Kiezen voor het leven

Een hoofdstuk uit het boek ´In de Stilte hoor je alles´ gaat over kiezen voor het leven. Ik citeer:

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

En vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar hondje moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje ook niet onnodig laten lijden. Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon. Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…. ‘ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’ ‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet! Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven gepraat moet worden.