‘Je mag het ook anders zien’

Iemand vertelde me dat ze zijdelings bij een evenement van fokhonden was beland en alles van een afstandje had waargenomen. Ze zag hoe honden betast en bekeken werden, hoe ze netjes moesten lopen. Maar ook hoe de honden elkaar besnuffelden, hoe liefdevol en aandachtig de ‘eigenaren’ waren en hoe heerlijk de puppy’s speelden met elkaar.

Ze was wat in verwarring maar haar hoofdgedachte was toch wel: “Dit is toch niet normaal en goed.”

Daarop kreeg ze van de honden te horen: ‘Jij snapt er helemaal niks van!’

Ze kon niet vertrouwen op de info die ze van de honden doorkreeg en vroeg mij eens te kijken bij deze Briards.

Op het moment dat ik contact maak, komt er een grote reu naar voren en hij presenteert zich als King.

Hij laat weten dat zij het neusje van de zalm zijn. Ik moet meteen lachen om deze uitdrukking, want ik zie het kleine neusje meteen naast deze statige hond.

‘Wij zijn raszuiver,’ gaat de hond onverstoorbaar door. ‘En daar zijn we trots op.’

Hij laat zien dat hij trots is op de zuivere soort. Geen inmenging van andere rassen. Het betast en bekeken worden vindt hij niet erg.

‘De mensen hebben goede bedoelingen met ons. En ze willen goede karakters. Ze willen de lijn zuiver houden of weer terughalen.’

Net als degene die met de vraag kwam heb ik een beetje error in mijn hoofd. Ik denk onwillekeurig aan broodfokkers en mensen die veel verdienen met het fokken van honden.

Deze Briard legt uit dat ik het ook anders mag zien.

‘Zie het als verzamelaars: zij zijn helemaal gek op één ding, bijna geobsedeerd. Onze mensen zijn ook zo: ze willen het beste en het mooiste van ons ras.’

Ik vraag me af of er dwang achter zit. Ik moet denken aan een teckel die pertinent weigerde om zich door een bepaalde reu te laten dekken en mij onomwonden liet weten hoe ze over die reu dacht.

Deze King laat weten dat de honden die hier aan mee doen, het zelf ook willen. Als een hond niet geïnteresseerd is, andere interesses heeft, wordt er niet mee doorgefokt. Ze rangeren zichzelf uit (nogal een heftig woord, zoals ik het binnenkrijg, maar als ik het woord opzoek klopt het wel).

Ik help hem hopen dat het is zoals hij het voorstelt. ‘In mijn beleving/ervaring wel,’ antwoordt hij. ‘Wij zijn vol aandacht, wij zijn speciaal, zelfs een beetje koninklijk.’

Stiekem moet ik grinniken om hoe elitair hij zich opstelt. Kennelijk denk ik aan een vermengen van rassen want King haakt in: ‘Wij hebben ook gemixte vrienden, hoor. En dat is prima.’

Weer moet ik lachen om hem: hij doet ruimdenkend over minder raszuivere dieren.

‘Zie het als jullie mensen: er zijn er die zich prima voelen in galakleding.’

Meteen betrek ik het op mezelf en ik krijg gelijk een reactie: ‘Jij zou een geschikte mix zijn. Een rommelhond.’ Gek genoeg vat ik het nog op als compliment ook.

King laat mij vanuit zijn statigheid nog even zien dat zij ook heel veel spelen en eigenlijk ‘heel gewoon’ zijn. Het lijken me vreselijk leuke dieren, die Briards.

‘Oordeel niet zo snel over ons,’ krijg ik nog te horen van hem. En daarbij doelde hij op de aandachtige fokkerij.

 

Foto L. Russ via Pixabay

Wat een Australische Honing Papagaai vertelt na een natuurbrand

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de natuurbranden, besefte ik dat ik eerder een diergesprek heb gehad met dieren die door natuurbranden waren getroffen. In het bijzonder onderstaand gesprek met een Australische Honing Papagaai was me bijgebleven. En toen ik dat gesprek opzocht, zag ik dat ik het nooit als blog heb gepubliceerd. Dus volgt hier nu een gesprek dat ik in 2020 heb gehad.

M: Dag Papagaai, ik zou graag met je willen praten over de bosbranden in jouw land.
P: Uit nieuwsgierigheid of heb je echt belangstelling?
M: Ik zal me even voorstellen, ik ben … en wil heel graag dieren een stem geven. Daarvoor moet ik goed leren praten met allerlei soorten dieren. En dieren hebben een stem nodig in maatschappelijke ontwikkelingen. Die Australische bosbranden zijn maatschappelijk zeer relevant.
P: OK, je hebt dus goede bedoelingen. Begrijp je dat ik wat wantrouwend ben, hoewel ik nooit iemand heb gekend die met me kon praten. Maar mensen vertrouw ik niet bij voorbaat.
M: Ik voel ergens dat je boos bent op mensen die dit hebben gedaan of tenminste hebben laten gebeuren. Klopt dat?
P: Dat klopt zeker. Het is niet voor te stellen wat er allemaal gebeurd is en ik zal je er over vertellen.
Wij leefden in een kolonie van wel twintig tot dertig papagaaien in het binnenland van Quensland. Al enige tijd waren er hevige bosbranden maar ver bij ons vandaan, dus maakten we ons geen zorgen. Maar ineens kwam het heel snel onze kant op. Wij zijn vogels en kunnen vliegen, maar we zijn geen kunstenaars in het vliegen en dat kunnen we ook niet heel lang volhouden. Zodra we zagen dat het heel snel dichterbij kwam, zijn we met z’n allen vertrokken. Maar het vuur haalde ons in, de vlammen waren zo hoog dat we niet boven de vlammen uit konden vliegen en we konden de hitte dus niet ontwijken. We zijn allemaal op een afschuwelijke manier verbrand. Het doet ontzettende pijn als je veren in brand vliegen en je vleugels je daardoor niet meer kunnen dragen. Je valt als een pakketje uit de lucht midden in de vlammen. En dan verbrand je levend, dat is afschuwelijk.
M: Wat een heftig verhaal zeg. En daarna?
P: Wat bedoel je daarna?
M: Ik bedoel dat je vogel lichaam dood is gegaan en dat jij nog verder leeft.
P: Ik ben helemaal niet dood gegaan, ik ben verbrand, maar ben er nog steeds en heb veel meer vrijheid van vliegen. We zijn dan ook naar een andere plek verhuisd waar het veel prettiger is en geen bosbranden zijn.
M: Ja, dat bedoelde ik eigenlijk met dat je verder leeft, maar op een andere manier.
P: Ja maar je zei dat ik dood was en dat ben ik dus niet, anders zou ik toch niet met je kunnen praten?
M: Je hebt verschillende lichamen, een fysiek lichaam waarin je vogel was en dat lichaam is verbrand. Maar daarnaast heb je ook nog een geestelijk lichaam, dat kan van een vogel zijn, maar kan ook wat anders zijn, dat is niet verbrand, en dat heeft nog bewustzijn en dat deel praat met mij.
P: Je wilt beweren dat ik geen papagaai meer ben?
M: Dat zeg ik niet echt. Ik denk en ik wil me niet te bruut uitdrukken, maar ik denk dat je dood bent gegaan in de vlammen van de bosbranden en dat je nu nog niet beseft dat je dood bent.
P: Dat is onzin, ik kan toch echt vliegen en bomen en gras en water zien.
M: Maar moet je ook gaan drinken en eten?
P: Dat heb ik in het begin wel geprobeerd, maar ik kreeg de zaden niet te pakken met m’n snavel en ik kon ook niet meer drinken. Maar gelukkig heb ik er geen behoefte meer aan.
M: Kan het zijn dat je door de shock van de vlammenzee en het daarna verbranden van je lichaam, je niet de tijd hebt gehad om je lichaam te verlaten en dat je daardoor denkt dat je nog vastzit in de fysieke wereld?
P: Wat bazel je nu toch over fysieke en geestelijke wereld. Ik woon gewoon in een holle boom en leef bijna net zo als vroeger. Alleen hoef ik niet meer te eten en drinken, dat is best wel makkelijk, maar soms ook lastig omdat ik dat dan vergeet en ik toch probeer de zaden te pellen en op te eten, maar ik krijg ze niet te pakken. En als ik mijn snavel in het water steek, voel ik geen water en kan ik het ook niet drinken.
M: Nou dank je wel voor het gesprek. Mag ik nog een keertje bij je terugkomen? En wil je nog wat zeggen?
P: Je mag gerust nog een keertje terugkomen.

We hebben hier duidelijk te maken met een dier dat door een trauma is gestorven en dat zelf nog niet beseft. Dit was voor mij de allereerste keer dat ik daarmee geconfronteerd werd. Na afloop heb ik daar met Hyronimus over gehad en die heeft me een ritueel gegeven om dieren in deze situaties te helpen. In een volgende blog zal ik dat ritueel opnemen.

200212

Wat een reusachtige boom Teddy en mij leerde over ruimte innemen

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, Teddy verhuisde ongeveer een jaar geleden met zijn mens naar een andere woning. Kennelijk voelt hij zich in de nieuwe woning erg op zijn gemak, maar buiten was hij nog niet geweest.

Zijn mens legde contact met mij om te vragen of Teddy er geen behoefte meer aan heeft om naar buiten te gaan. Wat houdt hem eventueel tegen en wat heeft hij nodig? Ik kende Teddy al van eerdere consulten en was hier zelf ook erg benieuwd naar.

Binnen is veilig
Allereerst laat Teddy merken dat hij het zeer naar zijn zin heeft in de nieuwe woning. Hij vindt het heel overzichtelijk en voelt zich er veilig. Hij laat zien dat hij inderdaad erg naar binnen gericht is. Hij geniet van zijn nieuwe plek.

Zijn mens vertelde dat hij de avond voor het consult voor het eerst een voetje op de drempel van de achterdeur heeft gezet. Zo ver in de richting van naar buiten was hij nog niet gegaan. Maar een stapje over de drempel deed hij niet. Ze wil erg graag weten wat er speelt en wat zijn wensen zijn.

Reusachtige boom
Ik vraag Teddy of hij mij hier informatie over wil geven. Meteen laat hij mij een reusachtige boom zien en voelen. De boom toont zich als een zich groot makende doelman die met gespreide armen zijn doel wil beschermen. Hoewel de boom duidelijk geen treurwilg is, voelt de energie sterk naar beneden gericht.

De boom ‘overschaduwt’ het buitengebeuren bij de woning met zijn energie. Niet eens zozeer met zijn takken en bladeren; het is er namelijk niet donker. Teddy laat mij voelen dat hij ontzag heeft voor deze boom. Dit ontzag belet hem om de tuin in te gaan. De tuin voelt overigens aan als een enigszins ommuurd terras.

Ik koppel dit terug aan zijn mens en haar moeder en vraag of zij de aanwezigheid van een grote boom herkennen. “Ja!”, roepen zij in koor. “Achter het plaatsje (dat is de tuin) staat een heel grote boom”, zegt zijn mens. “Veel te groot eigenlijk voor deze situatie”, zegt haar moeder, “maar wel mooi en inderdaad met heel brede takken.”

Ik ben Teddy dankbaar dat hij zulke duidelijke informatie geeft, waar ik op door kan vragen. Ik besluit later in het gesprek ook met de boom contact te leggen.

Kat en muis
Op dat moment laat de boom zien dat hij met Teddy een kat-en-muisspel speelt. Als Teddy naar buiten wil, richt de grote boom zijn aandacht op hem en dan trekt Teddy zich terug. Net zoals Teddy dat zelf doet wanneer een muis zijn holletje uit wil komen en zich uit de voeten maakt bij de eerste aanblik van Teddy. Er zit humor in deze boom.

Het is niet eens een kwaad bedoeld spel, zo merk ik aan Teddy. Nee, het ‘gebeurt gewoon’, alsof deze dynamiek een automatisme is voor deze boom. Teddy is weliswaar klein, maar normaal gesproken niet geïmponeerd door een grote boom.

Ik vraag of Teddy wel graag naar buiten zou willen. Hij geeft aan dat hij eerst graag het plaatsje wil verkennen en daarna ook wel aan de andere kant van het hekje wil rondkijken. Ik koppel dit terug aan zijn mens en zij vraagt wat Teddy daarvoor nodig heeft.

Teddy geeft meteen aan dat hij het plaatsje niet opgaat zolang de boom zo imposant blijft doen. Als tolk vind ik deze informatie veelzeggend. Teddy zegt namelijk niet dat de boom imposant is, maar imposant doet. En ook dat het aanvoelt als een automatisme. Misschien is de boom zich van deze dynamiek niet bewust, of betreft het een oud patroon. Ik besluit mijn aandacht te verleggen naar de boom en maak me aan hem kenbaar. Ik vraag of hij openstaat voor contact met mij en Teddy.

Ruimte maken
Ook naar mij toont de boom zich als een reusachtige doelman in een relatief klein doel. Het voelt voor mij alsof de boom met zijn energie als een klaterende regendouche of waterval vanuit zijn takken het hele plaatsje inneemt. Zijn neerwaarts gerichte energie voelt onvrij en verhindert Teddy om naar buiten te gaan. Het voelt ook alsof dit niets met Teddy, zijn mens of haar moeder te maken heeft.

Ik vertel dit aan de boom en vraag of hij ruimte kan maken voor Teddy. De boom snapt het meteen, is het ermee eens en past zich aan. Hij laat direct voelen en zien dat zijn takkenenergie nu vooral naar boven gaat. Zijn energie voelt nu meer als een sprankeling dan als een gordijn van water. Zo ontstaat er ruimte op het plaatsje.

Ineens voelt het plaatsje luchtig en opgeruimd. Er ontstaat vrijheid en een uitnodiging om het plaatsje op te gaan. De boom vertelt mij dat hij Teddy een erg leuk en interessant schepseltje vindt. Hij wilde hem niet beletten om zich vrij te voelen op zijn eigen perceel en maakt graag plaats voor hem. Teddy slaat met grote ogen gade wat er verandert in de energie en veiligheid buiten. En ik voel een innerlijke vrolijkheid over het tolken met mens, dier en plant.

Mentale lenigheid
Tegelijkertijd besef ik dat ik nu aan de mensen van Teddy moet verwoorden wat er zojuist heeft plaatsgevonden. Ik ben benieuwd of ze hiervoor openstaan. Contact met dieren is al een ding, en dan ook nog contact met planten!

Terwijl ik het verhaal uit de doeken doe, bevestigen de mensen dat de boom inderdaad heel breed uithangende takken heeft. En ook dat ze zich kunnen voorstellen dat dit te imposant is voor Teddy. Ik vraag hun om enige mentale lenigheid om van me aan te nemen dat de boom zijn takkenenergie heeft opgericht om ruimte te maken voor Teddy, en dat Teddy dit heeft zien en voelen gebeuren.

De mensen kunnen het gelukkig heel goed aannemen. Ze zijn hier blij mee en benieuwd of ze Teddy binnenkort buiten aantreffen. Nou, ikzelf ook! Daarmee ronden we het consult af en wensen we elkaar nog een fijne avond.

De volgende morgen
Om half 8 de volgende ochtend kreeg ik een WhatsApp-bericht van Teddy’s mens. Teddy was – na een jaar binnen te zijn gebleven – die ochtend naar buiten gegaan en inmiddels ook al buiten het hekje geweest! Hij kwam na 5 minuten gelukkig ook weer binnen, want zijn mens moest naar haar werk en wilde hem de eerste dag niet te lang buiten laten.

 

Wat ik met dit verhaal wil vertellen, is dat er niet zelden de volgende dag al effecten zichtbaar zijn van een dierencontact. Dit was ook de reflectie van de mens van Teddy, die aangaf dat zijn gedrag steeds een dag na een consult veranderde. Ik vind het fenomenaal hoe duidelijk dieren informatie kunnen aanreiken en direct tonen wat er speelt en wat er nodig is. In dit geval: ruimte nemen en ruimte geven.
Leerschool

Wat ik heb geleerd van zowel mijn docenten als de vele consulten, is dat er altijd een eyeopener in zit voor mezelf – en misschien ook voor jullie.
• Welke boom overschaduwt mijn (of jouw) vrijheid?
• Waar kan ik (of jij) ruimte innemen die eerder niet mogelijk leek?
• Welke stappen kan ik (of jij) buiten het hekje zetten?
Dank jullie wel, Teddy en boom, voor deze inspiratie! Wat een leerschool.

Naschrift
Totaal onverwacht zag ik eerder vandaag ineens een parallel met dit verhaal. Mijn ‘overhangende boom’ is mijn demente moeder. De onbewuste dynamiek en het oude patroon is dat ik mijn klaterende best ga doen. Zonder veel succes, wat veel mantelzorgers van dementerenden mogelijk herkennen. Hierdoor ging ik me onvrij voelen. Ook ik trek me dan graag terug in het comfort en de veiligheid rondom mijn huis en tuin.

De ruimte die ik vanmiddag heb gecreëerd, is meer externe hulp inzetten, zodat ik mijn ruimte als gewoon ‘dochter van’ kan innemen. Het kwartje viel een paar uur voordat ik deze blog ging schrijven. Straks ga ik Teddy en de boom bedanken voor hun inzichten over ruimte geven en ruimte nemen.

Slotvraag: Heeft jouw dier ook wel eens iets bijzonders laten zien na een consult of energetische verandering? Deel je ervaringen hieronder, ik geniet er altijd enorm van om die te lezen!
________________________________________

 

Boek: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief (en kuiken Piep)

Hoera, het boek is er! Universele rechten voor landbouwdieren. Eindelijk! Wat zou het mooi zijn als het boek overal gelezen wordt en er gehandeld wordt naar de inhoud! Mijn enthousiasme is groot, maar wat vinden de dieren?

Ik vraag het de koeien. Er verschijnt een flegmatische koe die mijn enthousiasme meteen meters naar beneden haalt met haar energie. ‘Wij stellen niet veel eisen,’ zegt ze. ‘Wij willen best geven, maar niet leeggetrokken worden.’ De koe laat zien dat alles rustig aan en op z’n tijd gaat. ‘Het boek zal ook langzaam z’n werk doen. Niet als een steen in het water die veel rimpeling in beweging zet. Maar als een continue zachte afgifte die op een gegeven moment wordt opgemerkt.’

Bah, dit was niet mijn idee van de uitwerking van het boek. Mijn enthousiasme is getemperd en kennelijk kijk ik de koe een beetje gedesillusioneerd aan. Ze wil me helpen: ‘Je moet dit boek langzaam tot je nemen, als een liksteen. Het duurt even maar dan is de steen toch op: geconsumeerd, verwerkt. Het heeft z’n dienst bewezen.’

Ik begrijp het beeld maar het is niet hoe ik wil dat het zal gaan. “Heb je nog wat toe te voegen?” vraag ik een beetje ongeduldig en chagrijnig. ‘Hang het maar op (de koe blijft de metafoor van de liksteen aanhouden) maar verwacht niet een snelle opname. Het gaat langzaam en geleidelijk.’

Dan naar de varkens. Als ik hen over het boek vertel zijn ze veel actiever: ‘Wij willen actie, gooi de hokken open, wij willen naar buiten!’ Ha, dit is meer mijn stijl. Ik voel wat meer aansluiting. We gaan naar de moedervarkens die in kooien liggen als ze hun jongen krijgen en hebben. ‘Je kunt niet anders dan je overgeven,’ zegt een varken. ‘Je kunt echt niet anders dan jezelf afstompen en er geestelijk niet meer zijn. Wij zijn voorwerpen geworden. Gooi alsjeblieft de hokken open! De weg van de geleidelijkheid gaat veel te langzaam. Het is geen leven, zo afgestompt moeten zijn.’

We delen even mijn ervaring van toen ik jaren geleden op een boerderij was waar de varkens in hokken opgepropt hun leven doorbrachten. Ik was twee maanden van slag. Ik heb niet het lef om me nu weer zo te verbinden met varkens in die positie. Ik kan alleen de hoop hebben dat het nieuw uitgekomen boek wél de steen is die in het water gegooid wordt en gigantische rimpelingen/bewegingen tot stand gaat brengen.

Omdat ik toch wat triestig word van hoe we met dieren omgaan (en dit kennelijk accepteren) gun ik mezelf ook wat leuks als compensatie: kuikentje Piep en hond Wilson.

Piep heeft een heel ander soort leven. Zij kwam als mogelijk bevrucht ei in handen van mijn vriendin die een broedmachine heeft. Piep kwam als enigste levend uit haar ei. Niet normaal, niet gangbaar, misschien niet wenselijk maar van dat alles trok Piep zich niks aan. Het leven was één groot feest. Mijn vriendin en haar hond waren er maar druk mee want zo’n kuikentje wil volop van het leven genieten en dat gaat niet als je stilletjes onder de warmtelamp gaat kniezen.

Een paar dagen nadat ik Piep live had gezien (ze wonen veel te ver weg…) maakte ik contact met haar via de diercommunicatie. Het was te verwachten dat ik een heel nieuwsgierig diertje trof, dat overal heen wilde en alles wilde ontdekken. Maar ze liet ook zien dat ze een verendek miste waar ze zich onder kon nestelen. En ze zat juist nu in de leerfase dus ik merkte op naar mijn vriendin dat ze wellicht andere kippen miste of nodig had.

Piep moest nog even wachten: er lagen nieuwe eieren in de broedmachine. In de tussentijd was Wilson surrogaat moeder. Piep zat lekker op zijn dikke hondenvacht.

Toen 10 dagen later de nieuwe kuikentjes er waren, deed Piep er niet veel op uit. Dat leek in tegenspraak te zijn met wat ik uit haar had weten te halen. Dus nog maar es contact maken met Piep en vragen hoe ze de kuikens en het nieuwe leven in de brouwerij ervaart. ‘Het is een heerlijk in solisme samenzijn,’ interpreteer ik de informatie die ze doorgeeft. Ik kijk op internet na of dat wel kan en lees dat het taalkundig gezien geen correcte en vloeiende zin is. Maar Piep en ik begrijpen elkaar precies. En mijn vriendin ook.

Het boek Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief is in elke boekwinkel te bestellen (ISBN 9789077326206). Het kan ook door mij een mail te sturen: piek@animaltalks.online (€ 27,50)

En wil je 27 mei bij de online boekpresentatie zijn, mail dan naar redactie@devrijemare.nl. Je ontvangt dan een link voor de presentatie die van 19.30 – 21.15 uur duurt.

Het lot van dieren bij natuurbranden

De afgelopen weken zijn we massaal geconfronteerd met natuurbranden. Ik had daar in de laatste Nieuwsbrief reeds voor gewaarschuwd, we hadden een hele droge en zonnige april, heerlijk maar niet voor de natuur. En dat werd meteen duidelijk.
Tijdens de branden ving ik herhaaldelijk noodkreten van dieren op. Waarna Ik met de vraag zit hoe hebben de dieren in deze brandgebieden het ervaren? Deze volgende gesprekken hebben zich gedurende enkele weken afgespeeld en heb ik hier min of meer samengevat in dialogen.

Ik stel me open en er meldt zich meteen een haas, wel typerend (dit is een inside grapje).

M: Dag haas, wil jij me wat vertellen over hoe jij de natuurbrand hebt ervaren?
H: Als eng.
M: Wil je iets meer delen?
H: Ik heb mijn leger bij het leger en ben dus wel wat gewend inzake herrie, knallen en ontploffingen en ook af en toe een brandje. Dat is allemaal heel gewoon. Maar dit keer was het ongewoon. Het eerste wat me opviel was de rook, er was meteen veel rook. Daarna hoorde ik ook het knetteren van de brand en vlammen heb ik pas veel later gezien. Maar daar waar rook is, ga je als een haas meteen weg. Je weet nooit wat er van rook kan komen. Dus ben ik vertrokken, niet met de noorderzon, maar wel tegen de wind in. Lastig was dat er op meerdere plekken brand was en daardoor moest ik af en toe afwijken van mijn vluchtroute. Niet echt een probleem, als haas ben ik snel genoeg om het vuur voor te blijven, tenzij ik ingesloten raak. Dat gebeurde niet.
M: Dank voor je verhaal. Zijn er nog soortgenoten van jou omgekomen?
H: Dat denk ik wel, want het is het seizoen van de kleinste kleintjes en die liggen verstopt in het gras of een kuiltje en die kunnen meestal niet zomaar wegrennen. Die sterven helaas, moeder haas probeert dan van alles maar rent uiteindelijk meestal zelf ook weg om zichzelf te redden, soms zijn ze dan gewoon te laat. Heel triest, maar er sterven heel veel jonge hazen, ook door roofvogels, vossen, enz. Dus het hoort gewoon bij het jonge leven.
M: Dank voor je verhaal.

Ik ga op zoek naar een volgend dier dat zich wil laten horen en ik krijg contact met een regenworm.

M: Dag worm, wil jij mij vertellen hoe het was om een natuurbrand mee te maken vanuit jouw perspectief?
W: Geen probleem. Ik ben zoals jullie dat noemen, een verticale worm, een pendelaar.
M: Wat betekent dat?
W: Je hebt verschillende wormsoorten. Soorten die vooral vlak onder de oppervlakte zitten, zo genaamde horizontale wormen. Zij zitten voornamelijk in de eerste laag van de grond en gaan niet diep. Zij zullen een natuurbrand niet overleven, want de grond wordt veel te heet voor ze. Dan heb je de groep regenwormen die diep in de bodem zitten, zij hebben zelden last van een brand. En onze soort die plantenresten van boven de grond diep naar beneden brengen, we boren dus verticaal.
M: Duidelijk en jij behoort tot die laatste groep en hebt daardoor meer overlevingskansen?
W: Dat klopt. Zodra wij voelen dat het warmer wordt kunnen we dieper de aarde in gaan en meestal lukt het dan om tijdig naar beneden te komen, maar zeker niet altijd. Meestal wordt het warmer omdat het buiten erg warm en zonnig is. Maar soms ben je op zo’n moment gewoon op de verkeerde plaats en word je verrast door de hitte van een brand. En de brand kan ook ondergronds gaan en dan kunnen wij het wel moeilijk krijgen. Maar ik was er ook bij en heb het kunnen redden. Een geluk is ook dat op plekken waar natuurbranden veel voorkomen over het algemeen weinig wormen wonen, wij wormen leven voornamelijk in kleigrond en veel minder vaak in zandgrond. Over het algemeen kun je zeggen dat onze wormsoort weinig problemen ondervindt van natuurbranden. Dat geldt echter zeker niet voor alle wormsoorten.

De volgende die zich meldt is een klein wollig bruin vogeltje, ik herken hem niet.

M: Dag vogel, sorry dat ik je niet herken, maar wat ben jij voor een soort vogel.
V: Jullie noemen mij een boompieper, wat nergens op slaat, want ik zing heel mooi en bijzonder. Helemaal geen gepiep.
M: Dank voor je introductie. Was jij aanwezig tijdens de brand in ’t Harde?
V: Ja, daar was ik en daarom reageerde ik ook op jouw oproep om ervaring te melden.
M: Fijn dat je je gemeld hebt, kun je me iets vertellen van jouw belevenissen en wil je dat?
V: Ik zal proberen er volgens de tijdlijn over te vertellen. Het was een normale dag, er werd geschoten en er waren knallen en explosies, maar dat is niet abnormaal. Dat hoort bij onze zomer leefomgeving. Daar staat tegenover dat het juist een hele rustige omgeving is, er gebeurt weinig spannends, dus een uitstekende plek om te broeden. Ik had een nest gebouwd op de grond, zoals we altijd doen en ik had het mooi bekleed met wat mos en we waren er aan toe om er eitjes in te leggen.
Op de dag dat de brand uitbrak was het best eng. Het begon met veel rook en ineens laaide het vuur heel hoog op en kroop dat vuur alle kanten op. Ik was eerst nog gewoon eten aan het zoeken, insecten op de grond, maar ik schrok van het lawaai van het vuur en ben toen weggevlogen. Dat is natuurlijk ons voordeel, wij kunnen vliegen en ons heel snel verplaatsen. Natuurlijk word je dan gehinderd door de rook en de hitte, maar je kunt je buiten gevaar brengen. Dat geldt niet voor mijn nest dat na dagen dat het vuur en het blussen duurde, niet meer terug te vinden was. Ik ben inmiddels begonnen aan een nieuw nest.
M: Dat klinkt alsof het voor jou best wel meeviel deze brand.
V: Dat is ook zo, gelukkig hadden we nog geen jongen en is er niets ergs gebeurd.

Als ik alle dieren die ik gesproken heb zo hoor valt de schade bij de dieren eigenlijk wel mee. Toch was dat niet mijn gevoel bij de noodkreten die ik opving. Dus moet er nog een gesprek plaatsvinden met een dier dat wel degelijk ernstig getroffen is door de branden. Er meldt zich een konijn.

M: Dag konijn, dank dat je met me wil praten. Kun jij vertellen wat jou is overkomen tijdens deze natuurband?
K: Zeker kan ik dat vertellen. Ik heb het er erg moeilijk mee. Maar ik zal bij het begin beginnen. De dag begon als een normale dag, de herrie van de oefeningen horen bij het wonen op deze plek. Maar ineens kwam er veel rook en daarna de herrie van vuur en pas veel later het vuur zelf. Ik woon in dit gebied en heb er een gezinshol waar op dat moment de kleintjes woonden, zes stuks. Ik was diep in het hol gekropen want ik was bang. Dit had ik nog nooit meegemaakt, zo’n ongelooflijke herrie en hitte. De vuurzee raasde over ons hol heen, we werden letterlijk gekookt, allemaal voor mijn gevoel. Het deed erge pijn en het stonk afschuwelijk, tot ik merkte dat ik geen pijn meer voelde en ik een beetje boven mijn hol zweefde en ik kon goed zien wat er met de omgeving was gebeurd. Niets was meer hetzelfde, alles was z(Het verhaal van de Australische Honing papagaai) wart geblakerd en stonk en hier en daar rookte het nog.
Ik ben teruggegaan naar mijn hol, maar ik kon niets meer doen voor de andere bewoners. Dus ben ik een tijdje in ons hol gebleven en daarna dacht ik dat het tijd werd om wat te drinken en te eten. Maar ik kon niets eetbaars meer vinden en ook water was er niet meer. Dat was heel raar, ik had ook geen honger maar meer uit gewoonte ben ik naar eten gaan zoeken. En als ik dacht dat iets misschien wel eetbaar was, wilde ik knabbelen maar kon ik het niet te pakken krijgen. Alsof mijn tanden geen sprietje meer vast kon houden.

Dit verhaal van het konijn wordt een beetje vreemd voor mij en ik vermoed dat het konijn eigenlijk ook dood is maar dat zelf nog niet doorheeft. Ik ben dat ook tegengekomen toen ik me met een grote natuurbrand in Australië had bezig gehouden (het verhaal van de Australische Honing papagaai, nog te publiceren). Dieren die zo getraumatiseerd over zijn gegaan dat ze zelf niet beseften dat ze al overleden waren. Daar hebben Hyronimus en ik toen een ritueel voor ontwikkeld om deze dieren die een soort dwalende geesten zijn, te helpen te beseffen dat ze zijn overleden en dat ze verder kunnen gaan naar hun groepsziel en thuiskomen (in dit verhaal is het ritueel opgenomen, nog te publiceren). In dit geval heb ik dit ritueel ook toegepast op dit konijn.

M: Konijn mag ik vragen hoe het nu met je gaat?
K: Je had gelijk, ik was dood maar besefte dat helemaal niet en dacht dat ik nog leefde, alleen voelde het leven zo anders. Dat is dus blijkbaar wat een trauma met je doet als je plotseling en geheel onverwacht sterft. Dank je dat je me geholpen hebt.
M: Daar heb je gelijk in. Maar dit kan iedereen overkomen, ook mensen kan dit overkomen en dan blijven ze rondspoken, soms heel lang. Dank voor dit gesprek.

260422/260513

Hang loose

Lieve AnimalTalks liefhebbers, de mensen van Nanook, een kat van 14 jaar, benaderden me voor een dierengesprek ‘op afstand’. Dat is prima, want energetisch werk is plaats en tijd ongebonden. Ware het niet dat voor mij tijd soms een moeilijk grijpbaar ding is. Het vliegt.

Vrije expressie
Zoals zo vaak begint een dier eerst met persoonlijke informatie waardoor zijn mensen herkennen dat ik hun dier ‘aan de lijn heb’. Allereerst liet hij mij zijn keel voelen. Dit gebied vraagt veel aandacht van hem, en kennelijk ook van zijn mensen. Nanook is namelijk nogal vocaal. Hij laat zien dat zijn stembanden onderhand touwen zijn en hij zegt behoefte te hebben aan (erg) vrij expressie.
Ik verifieer bij hem of hij mij en zijn mensen aan het geruststellen is. Hij kijkt een beetje verbouwereerd dat ik hierop doorvraag. ‘Bij jou kom je niet weg met flauwekul’, zegt hij. Daarop laat hij weten dat hij zelf het type is van ‘hang loose’ (duimpje en pinkje in de lucht). Zijn mensen herkennen dit met een grote glimlach, en ook zijn Engelse woorden.

Aftakeling
Zijn mensen vragen of er iets is waar hij last van heeft. Hij laat me voelen waar hij zich in zijn lichaam geconfronteerd voelt met het begin van de aftakeling. Dit is het stukje aan het eind van zijn rug, net voor zijn staart. Het voelt daar stijf en strak. En ook wel eens pijnlijk. Maar niet zo pijnlijk dat zijn mensen zich er volgens hem zorgen over hoeven maken.

Nanook vertelt verder. Hij vindt dit stijve stuk minder lastig bij verticale bewegingen zoals gaan zitten en opstaan en meer bij horizontale bewegingen van zijn flanken, achterlijf en staart. Geen pijnscheuten, maar irritatie aan de zijkanten van de wervels daar, die aan elkaar geklonken lijken. Hij zegt dat hij daarom wat rustiger aan doet en wat minder springerig is. Gedecideerd laat hij weten dat hij er niet mee zit. Hij zegt: ‘Ik stel gewoon bij en dan gaat het.’

Waar hij wel moeite mee heeft is dat zijn aftakeling confronterend is voor zijn mensen. Het doet hem verdriet dat zij zich er zorgen over maken. Hij heeft het gevoel dat zij de aftakeling zien als het begin van een eind.

Zelf zit hij er niet mee, met het concept van aftakeling. Hij zegt: ‘Het is wat het is en ik heb er geen oordeel over. Mensen zien aftakeling als iets negatiefs. Zo zie ik het niet. Het hoort bij het fysieke lichaam. Aftakeling vraagt gewoon om bijstellen. En dan doe je dat.’

Bijstellen
Ik vraag: ‘Hoe doe je dat, bijstellen?’ Nanook begint te vertellen over de wijsheid van het lichaam. Hij heeft hierover een dubbele boodschap en vraagt me om allebei de aspecten zorgvuldig over te brengen.

Het eerste aspect betreft hemzelf, hoe hij tot bijstellen komt. Hij zegt dat hij lichamelijk soms minder kracht ervaart, sneller moe is en eerder fysieke irritaties voelt zoals onderaan zijn rug bij de staart. Deze lichamelijke sensaties zijn dan zijn cue om te gaan bijstellen. Rustiger aan. Even pauze houden. De last verlichten. Of gewoon wat minder doen. Een beetje mijmeren en staren. Dat soort dingen.

Het tweede aspect betreft zijn mensen. Hij wil hen attent maken op de wijsheid van het lichaam. Hij laat een lichtgekleurde, maar zware rugzak zien die op de schouders drukt en waarvan de banden in de oksels schuren. Niet fijn. ‘Bij dit gevoel is het de hoogste tijd om bij te stellen’, zo stelt hij. ‘Logisch, toch?’.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt. Hij vraagt zijn mensen om hier goed naar te luisteren. Want als het lichaam spreekt, is het zaak om bij te stellen. Mensen negeren deze taal vaak, omdat ze denken dat de taalfunctie in het hoofd zit en niet in het lichaam. Ook denken mensen vaak dat het lichaam naar hen moet luisteren in plaats van andersom.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt

Ik informeer bij de mensen van Nanook of ze dit kunnen volgen. ‘Ja’, zegt de man, ‘meer naar onze intuïtie luisteren.’ Hoewel ik het hartgrondig met de man eens ben, zegt Nanook meteen dat hij echt de wijsheid van het fysieke lichaam bedoelt, naast de ratio en de intuïtie. Om het belang hiervan kracht bij te zetten, geeft hij nog een paar voorbeelden van fysieke sensaties die tot bijstellen nopen.

Hij zegt: ‘Als je moe bent, kun je op wilskracht nog even doorgaan omdat het werk af moet, of je kunt rust nemen en het werk later afmaken. Dan gaat het waarschijnlijk sneller en effectiever en ervaar je minder stress. Of als je knie pijn doet, kun je je hardloopschema willen volhouden, of je kunt het schema voor die dag bijstellen. In dat geval loop je bijvoorbeeld een rondje minder of je loopt minder hard of slaat het hardlopen een keer over. Zo voorkom je blessures en de volgende keer loop je lekkerder.’

Luister je naar de wijsheid van je lichaam, dan luister je naar je ziel
Hij vervolgt: ’In beide voorbeelden is bijstellen wat het lichaam vraagt. Je lichaam geeft aan wat je ziel nodig acht, vaak nog voordat het lichaam in de penarie komt. Luister dus goed naar de wijsheid van je lichaam, want dan luister je naar je ziel. Bijstellen dus.’

De mensen geven aan dat ze het begrijpen. En anders ik wel. Zo herkenbaar. Hoe vaak is het (in mijn geval) nog even dit en nog even dat. En voor de een nog even zus en voor de ander zo. Geen wonder dat de tijd vliegt.

Dank je wel Nanook, voor deze les, ook al leer ik ‘m voor de zoveelste keer. En dank jullie wel, lieve AnimalTalks liefhebbers, dat jullie deze wijsheid via Nanook met me willen meebeleven. Doe er allen je voordeel mee. Bijstellen en hang loose!

Eten of gegeten worden

Op mijn werk in de zorg hoor ik vaak de woorden kip, varken of rund. Het gaat echter nooit om de dieren zelf maar altijd om de dode, bewerkte versie van die dieren. En de substantie is verpakt in plastic en lijkt niet meer op wat eens dier was.

Het stemt me droevig dat mensen zo weinig nadenken bij hoe het leven van de dieren was. Het is de reden dat ik heb meegewerkt aan het boek dat binnenkort uitgegeven wordt: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief met als subtitel Universele rechten voor landbouwdieren. Eind mei wordt het boek gepresenteerd, dan zal ik er aandacht aan besteden.

Omdat het onderwerp me zo bezig houdt besluit ik vanochtend om mijn eigen boek weer es te pakken en te lezen wat ik hier 15 jaar geleden over geschreven heb. Het is namelijk altijd heerlijk om de dieren zelf te horen.

In het boek “In de Stilte hoor je alles” heeft hoofdstuk 19 de titel Eten of gegeten worden. Het begint met de zinnen: “Het is hier op aarde nog steeds een kwestie van eten en gegeten worden, oftewel doden of gedood worden. Dieren, planten, groente… het leeft allemaal en het een staat ten dienste van het ander. Het is regelmatig onderwerp van gesprek tussen dieren en mij.”

Ik citeer een gedeelte uit dit hoofdstuk:

“Namens alle dieren kan ik zeggen dat ze vinden dat het leven goed moet zijn. Het lijkt een logische opmerking, tot je inziet hoe wij met dieren om kunnen gaan. Vroeger was het niet meer dan normaal dat je alleen het leven van een dier nam als je het echt nodig had. De natuurvolken vroegen toestemming aan dieren om ze te doden en te eten. Ik las zelfs dat dieren zich dan aanboden. Respect. Daar draait het allemaal om.

Dat natuurlijke respect is er onder de vrije dieren. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de levensdrift van dieren ervoor zorgt dat ze proberen te ontsnappen aan het dier dat op hen jaagt. Maar dat is een strijd waar beide partijen ook plezier uit kunnen halen omdat hun capaciteiten op zo’n moment optimaal benut worden. Zo vertelt een konijn dat hij het heerlijk vindt als een hond achter hem aanrent. Hij is ervan overtuigd dat hij sneller is en geniet van de krachtmeting.

De slak was verbouwereerd dat mensen zich druk maakten over het feit dat zij plantjes eten. ‘Die groeien toch weer?’ was zijn reactie.

De bromvlieg is zich altijd bewust van gevaren. Allereerst spinnenwebben: ‘In een web komen is heel dom. Je moet goed kijken. Als je vastzit is het gebeurd. Dan zit je gevangen. Het is wachten op de spin. Je weet dat je verloren hebt.’ En buiten kan ze gepakt worden door een vogel: ‘We zijn aan elkaar gewaagd. Het is een mooi spel.’ “En als je gepakt wordt?” ‘C’est ça.’

Kaila vindt me een zeur

Vandaag weer een verhaal over Kaila, een grote inspiratiebron voor mij om daar dagelijks mee te leven.
Enkele maanden terug is bij mij mijn artrose weer stevig opgekomen, ondanks een vierde spuit in mijn knie, loop ik momenteel moeizaam. En dat gaat ’s ochtends beter dan ’s middags. Dus komt Kaila bij de middagwandelingen op de hei en in het bos te kort. Ik zoek dan vaak een bankje om te gaan zitten en laat haar lekker scharrelen. Maar van de week liep dat anders. Na twintig minuten wandelen liep ik terug naar de auto, maar Kaila meende dat ze nog wel een extra ommetje kon maken. Van mij mag ze dat en ik ben bij de auto op een boomstronk gaan zitten en heb gewacht.
Toen ik in het begin, jaren geleden, moeite had met de grote vrijheidsdrang van Kaila heeft mijn honden coach tegen me gezegd, maak je geen zorgen zolang ze binnen tien minuten weer terugkomt. En mijn telefoonnummer heeft ze om haar nek, dus wat kan er mis gaan?
Maar nu liep het toch echt anders. Ze bleef ruim een half uur weg en ik was erg ongerust geworden intussen.

M: Lieverd, kunnen we weer even praten?
K: Ja, graag, altijd leuk met jou.
M: Weet je nog van afgelopen zaterdagmiddag toen je een erg lange extra wandeling maakte?
K: Toen jij ongerust was geworden? Ja dat weet ik nog.
M: Kunnen we het daar even over hebben? Ik was heel erg ongerust geworden omdat je zo lang wegbleef. En dan krijg ik doemscenario’s dat je, met jouw drugsverleden, ergens in de bosjes ligt, vol met drugs die je gevonden hebt en dat je daar ter plekke heel erg ziek geworden bent en niet meer naar mij toe kunt komen. En dat je daar misschien wel dood gaat.
K: Overdrijf je nu niet een beetje? Er was niets aan de hand. Ja, ik heb een ommetje gemaakt want ik rook wel ergens iets en dat moest ik onderzoeken. Maar ik ben niet lang weggeweest.
M: Noem jij ruim een half uur buiten mijn beeld niet lang?
K: Jouw begrip van tijd is niet mijn begrip van tijd, dus ik kan niet aangeven dat het lang was. Voor mijn gevoel was het zo voorbij. Maar sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling.
M: Hoe zit het met jouw begrip van tijd dan?
K: Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet. Dus kan ik alleen weten hoe het op dat moment is, jullie zeggen leven in het nu. Ik kan niet anders en dan besef ik niet dat iets lang of kort duurt. Het duurt zolang als het duurt. Als jij dan zegt dat het een half uur heeft geduurd en dat dat lang is, wil ik je wel geloven. Maar als we een half uur samen wandelen, is dat eigenlijk best kort en nu is een half uur alleen wandelen door mij voor jou erg lang voor jouw gevoel. Dat klopt toch niet met elkaar.

Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet

M: Daar heb je wel een interessant punt. Heeft dat met kwaliteit van tijd te maken? Samen wandelen is fijn, zitten wachten is niet echt fijn, het zijn dus verschillende kwaliteiten.
K: Dat kan heel goed, maar dan verschillen we nog steeds, ik wandel een half uur alleen en dat is kort voor mij en jij zit dezelfde tijd te wachten en dat is lang voor jou. Maar het is hetzelfde halve uur zoals je zei. Kortom, eigenlijk denk ik je moet niet zeuren. Er was niets aan de hand, ik was je ook niet kwijt, ik wist waar je was en kwam ook gewoon naar je toe lopen, zonder dat ik zenuwachtig was. Een duidelijk teken dat ik me prima voelde. Jammer dat jij je niet zo voelde.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat we een verschillende opvatting hebben en ik denk inderdaad dat het te maken heeft met het feit dat tijd ook een ander aspect heeft en dat is kwali-teit. Zo hebben we een interessante discussie, dank je wel hiervoor.
Toch zou ik je willen vragen voortaan minder lang alleen te gaan wandelen, check dan gewoon tussendoor even in, zodat ik weet dat het goed met je gaat.
K: Is dat een toestemming om vaker alleen te gaan wandelen?
M: Wat ben jij een slimme hond, je kletst me steeds vast, maar dat is geen aanbeveling om vaker al-leen te gaan wandelen. Dat kan mijn ‘zorgen maker’ niet aan.
K: Dat is geen probleem. Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan. Stel dat uit, denk ergens anders aan, dan hoef je je geen zorgen te maken. Wij kennen dat systeem van zorgen maken eigenlijk niet, ook weer omdat we in het nu leven en dus niet in de toekomst. Want zorgen maak je je alleen over dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst, maar ze hoeven helemaal niet te gebeuren, want de toekomst kan ook anders worden, daarvoor is het toekomst. Dus is zorgen maken een totaal overbodige emotie.

Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan

M: Dat is wel mooi gezegd, maar ook wel eenvoudig. De meeste mensen zitten zo niet in elkaar. Trouwens, ik ben niet zo’n grote zorgen maker, dus daar heb jij meestal geen last van.
K: Maar het is wel een typisch menselijk probleem, je zorgen maken over de toekomt.
M: Maar onze ervaringen uit het verleden kunnen het zorgen maken juist versterken.
K: Daar hebben jullie zo’n mooie uitspraak voor ‘Resultaten uit het verleden, zijn geen garantie voor de toekomst’.
M: Je hebt me al weer te pakken. Ik geef het op, je bent mij vandaag veel te slim.
K: Ho, ho, niets vandaag. Zo ben ik altijd, want zo ben ik.
M: Ik geef het op. Wil je nog iets kwijt?
K: Ik hou ook van jou.

 

Hartzaam en Hemelse muziek volgens Beagle Belle

Lieve AnimalTalks liefhebbers, Pasen ligt net achter ons en we zijn onderweg naar Pinksteren. Het is een tijd waarin ik me voor elk volgend jaar voorneem om meer stil te staan bij wat deze periode in alle opzichten zo inspirerend maakt. Elk jaar mislukt dit enigszins, ingehaald door deadlines, verantwoordelijkheden en verplichtingen. Maar dit jaar lijkt het toch iets anders te lopen…

Dankzij een Google zoektocht naar een dierentolk kwam Beagle Belle op mijn pad. Haar vrouw, die mijn website gevonden had, beschrijft Belle als ‘meer dan zomaar een Beagle’. Ze kan het weten, want Belle is haar derde Beagle. Ze noemt Belle haar eerste ‘zielhond’ en wil graag weten wat Belle zoal bezig houdt. En ik wil graag weten wat een zielhond is en wat zij te vertellen heeft. We gaan het gesprek met elkaar aan.

Zielskracht
Het contact met Belle verloopt heel gemakkelijk; ze helpt me om haar zo goed mogelijk te begrijpen. Zo legt ze eerst iets uit over haar ziel. Volgens haar zit die zowel in als buiten de grenzen van haar lichaam. Ik vind dit reuze interessant, want waar zit de ziel eigenlijk?

Belle legt uit dat haar ziel veel groter is dan haar lichaam en dat ze daardoor veel meer aan kan dan vaak wordt gedacht. Als ziel kan ze hetzelfde aan als mensen, zegt ze, ook al heeft ze maar een klein lichaam. Ook de zielen van mensen kunnen volgens haar veel meer aan dan mensen zelf denken. Volgens haar kunnen de zielen van mensen en de zielen van dieren evenveel aan.

Het is mooi dat Belle dit zo duidelijk uitlegt, want de vrouw wilde graag weten hoe Belle erin staat dat ze zoveel hebben meegemaakt. Ze is bezorgd dat dit belastend was voor Belle. Deze informatie van Belle neemt deze zorg weg.

Aandacht is verbinding
Daarna gaat Belle in op haar verbinding met haar mensen. Die beschrijft ze als elektriciteit. Ze zegt: ‘Het staat aan zodra je je aandacht op elkaar richt en dan knettert het als het ware. Zo hoorbaar en voelbaar is onze band. En soms staat het knopje even uit en dan is iedereen met eigen dingen bezig. Dat is ook prima. Temeer omdat we alle drie weten dat aandacht voor elkaar de ‘aan-knop’ is. Aandacht is verbinding.’

Belle vertelt ook dat als haar mensen even weggaan uit hun appartement, ze altijd een rustgevend muziekje aanzetten. Daar waar de muziek zachtjes klinkt, is thuis. Alles daarbuiten is ‘van de buren’. De muziek bakent voor Belle haar ruimte, haar thuis, af. Zo hoeft ze geen aandacht te hebben voor alles daarbuiten en kan ze lekker chillen. Fijn!

Vervolgens laat Belle heel andere muziek horen als haar mensen thuis zijn. Ik hoor orgelmuziek. Barok. Het klinkt zó echt en origineel, dat het haast lijkt alsof er in huis wordt gemusiceerd. Via deze muziek ontstaat ook een hogere verbinding. Die verbinding gaat volgens Belle ’boven alles uit en omvat alles’. Ik voel een heel hoge trilling bij deze muziek en een andere dimensie. Het is alsof Belle, met haar mensen, daarin opstijgt. Ze geeft zich helemaal over aan deze muziek en de andere dimensie. En ze neemt mij daar in mee. Een hele ervaring.

Hemelse muziek
Zo herken ik de klanken die ze me laat horen als de tussenstukken tussen de aria’s en de koralen uit de Matthäus Passion. Voor wie daarmee niet bekend is weven deze klanken zich als een terugkerend thema door het stuk heen, als een wiegende hartslag. En die hartslag lost als het ware op in de aria’s en de koralen en komt dan na afloop weer tevoorschijn. In het bijzonder laat ze me de aria ‘Erbarme dich’ horen, met de omringende hartslag, inderdaad alles overstijgend en alles omvattend. Ik vraag of de mensen dit klankrijke beeld en de woorden die ik daaraan geef, nog enigszins kunnen volgen. Het is wel ‘next level’…

De vrouw valt even stil en zegt dan dat ze het héél goed begrijpt. En dat haar man het nog beter begrijpt want Bach is echt helemaal zijn ding, volgens haar. ‘Nou en of’, hoor ik hem zeggen. ‘Hemelse muziek’.

Hartzaam
Ook de hartslag heeft een speciale betekenis voor de man, die Belle en passant een ‘hartzame’ man noemt. Deze kwalificatie van Belle voor de man raakt de vrouw vervolgens in háár hart. Het hart blijkt een speciale betekenis voor hen beiden te hebben, zowel fysiek als overdrachtelijk.

Wat een verbinding tussen deze drie zielen, die Belle met een paar beelden en klanken blootlegt. En wat ontzettend mooi om hier als dierentolk in samenwerking met Belle woorden aan te mogen geven. Een openbaring.

Lieve AnimalTalks liefhebbers, aan het begin van mijn consult, en deze blog, vroeg ik me af wat een zielhond is en wat ze te vertellen heeft. Dankzij de hemelse muziek werd het me duidelijk. Deze zielhond staat voor verbinding op hartsniveau. In deze periode van Pasen en Pinksteren sluit ik daarom af met de woorden: Geniet van licht, hoop en verbinding in je leven. En dank jullie wel voor jullie aandacht.

 

Katten stinken, aldus de vos

Ik heb met een kleine 200 soorten dieren gesproken, maar nog nooit met een vos. Als de gelegenheid zich voordoet, pak ik het meteen aan om met een vos te babbelen.

In Den Bosch is door Petra via een webcam een vos gesignaleerd op het terras bij haar woning. Als ik contact wil maken met het dier hoor ik dat hij slaapt en dat ik eigenlijk stoor. Het wordt me duidelijk dat hij in de grond zit, in een hol en dat die vrij diep is. In mijn beeld is de ingang best goed verstopt. En ik krijg door dat de ingang gemarkeerd is door een sterke geur (urine?).

“Mag ik je iets duidelijker voelen? Want ik merk wel dat we contact hebben maar het is wat vaag.”

De vos geeft daar niet veel gehoor aan maar legt uit hoe hij mensen ziet: ‘We zien jullie wel maar we hoeven niet veel met mensen. We bekijken patronen.’

“Door de manier waarop wij contact hebben, ik op afstand, ben ik geen gevaar voor jou,” probeer ik hem op z’n gemak te stellen. ‘Dat is inderdaad wel lekker,’ antwoordt de vos hierop.

Dan laat hij wat meer van zichzelf voelen: een soepel, wendbaar lijf, een goed gehoor en scherpe neus. Ook het zicht lijkt goed, erg op detail gericht. Als ik het goed begrijp zijn vossen samen ouders. Daarna gaan ze losser van elkaar. Ze lijken een eigen terrein, territorium, te hebben.

Ik ga even terug naar het terras waarop de vos is gesignaleerd en laat hem zien dat er ook een kat is in dat huis. ‘Katten stinken,’ reageert de vos. ‘Bovendien is dit een stom beest. Typisch een huiskat. Geen tegenstander.’ Nou, dat is duidelijk. Minachting voor huiskatten…

De vraag van Petra was wat ze zoal eten. Op die vraag laat de vos zien dat de nacht van hen is: ‘Het is logisch dat we overal kijken of er iets te eten is. We eten restjes, ook papiertjes likken we af.’ Hmmm, ja, we moeten als mensen echt onze resten en troep opruimen en afgesloten houden. Ik herinner me dat ik een keer een kraai en een marter bezig zag met afvalverpakking van McDonalds. We nemen dieren mee in onze slechte eetgewoonten.

Ik probeer het gesprek weer op gang te brengen en vraag hoeveel jongen ze grootbrengen. Twee á drie is het antwoord. Ik vertel de vos dat ik zijn info later allemaal ga nakijken op internet. Toen ik dat deed, zag ik dat ze meer jongen werpen. Maar ja, mijn vraag was hoeveel ze grootbrengen. En dat aantal is aanzienlijk minder, onder andere door ziekte en verkeersongevallen. Dus wie weet klopt het antwoord best wel.

Ons contact loopt wat gereserveerd. De vos laat niet het achterste van zijn tong zien, hij lijkt ook niet echt plezier te hebben in het gesprek. Op dit soort momenten ga ik altijd wat geforceerd vissen naar informatie om te kijken waar we aanknopingspunten hebben om verder te babbelen. Kennelijk dwaal ik af naar vossen in de natuur en dan hoor ik de vos met irritatie zeggen: ‘Ik ben hier. Ik pas me aan. Wat is goed? Wat is fout? Niet aanpassen is einde verhaal.’ Daar heeft het dier natuurlijk helemaal gelijk in.

Het is altijd bijzonder hoe dieren in dit soort gesprekken mijn dwalende gedachten en beelden volgen. Want zoals vaker gebeurt, haakt deze vos nu ook in op een beeld van mij en ik hoor: ‘Natuurlijk kijk ik overal.’

Het is niet een echt leuk gesprek en ik geef het op. Een paar dagen later neem ik weer contact op en ik hoor meteen: ‘Ben je er weer?’ Zoals wel vaker lijkt het of dit dier ook even heeft moeten wennen aan communiceren op deze manier want nu voelt hij milder en opener. Hij laat zien dat het wel makkelijk is om bij mensen in de buurt aan eten te komen. “Ligt er dan zoveel voor jullie?” vraag ik naïef. ‘Tuurlijk, je moet gewoon je neus achterna,’ is het antwoord. ‘En op tijd wegschieten.’ Hij laat me zien dat ik vossen in de klem houd met mijn beeld van waar vossen horen (in de natuur). ‘Mensen zijn steeds minder bedreigend voor ons. Vroeger waren er geweren en vallen, nu kunnen we meer vrijelijk bewegen.’ Hmmm. Misschien heeft het dier daar wel gelijk in.

“Ik wil wel eens een vos zien!”, merk ik spontaan op. ‘Dan moet je kijken,’ is het nuchtere en resolute antwoord.