Dieren als warme leraar

In gesprekken waarin ik tolk komt soms op humoristische wijze naar voren dat dieren leraren kunnen zijn voor hun mensen.

Zo was er een hond die doorgaf dat hij genoot van zijn lichaam, dat hij er mooi uitzag en dat hij dit op straat ook uitstraalde. De eigenaar kon dat helemaal begrijpen. Ze had zelf ook al vaker gezegd dat de hond liep te showen buiten.

‘Zij mag ook wel wat rechter op lopen,’ liet de hond daarop weten.

Oeps, daar werd de vrouw even stil van maar ze wist precies wat de hond bedoelde.

Er zijn ook honden die tijdens een gesprek duidelijk laten weten dat ze meer leiding en grenzen willen. Ik hoor dan wel eens zuchtend: ‘O, dit is precies waar ik in mijn leven met mensen ook tegenaan loop.’

Vaak is men wel blij met zo’n leraar. Van een dier weet je zeker dat hij je nooit afvalt en dat hij eindeloos geduld heeft. Bovendien kun je aan het directe gedrag meteen zien wat je niet goed deed en waar je jezelf (weer) op mag corrigeren.

Maar dieren leren mensen ook te ontvangen (hun liefde en aandacht, gratis en voor niks) en rustig te zitten.

Zo vond een kat dat een vrouw zich veel te druk maakte en ging ze vaak bij haar op schoot zitten. De kat vertelde dat ze heus wel ergens anders kon slapen maar dat deze vrouw zo hardleers was in het zichzelf voorbij lopen dat ze er wel op in móest grijpen.

Stalbranden: weer 4600 varkens omgekomen, wat vinden de varkens er zelf van?

M: Kan ik praten met een varken dat dinsdag bij de stalbrand is omgekomen?
V1: Ja, ik ben bereid over deze verschrikking te praten.
M: Dank je wel varken 1, zoals ik je voorlopig maar zal noemen. Was het een heel erg drama?
V1: Dat was het zeker. Ik weet niet waar de brand is begonnen, maar doordat alles potdicht zit en wel met elkaar onderling verbonden is, kun je niet weten waar er iets gebeurd, maar krijg je wel te maken met de gevolgen ervan. En die gevolgen waren verschrikkelijk. Als eerste hoorden we het gekrijs van onze mede stalgenoten die er duidelijk dicht op zaten en zelf deels in brand zijn geraakt. In mijn deel was het vooral de rookontwikkeling die zo heftig was dat we geen adem meer konden krijgen en allemaal gestikt zijn, nadat we eerst de longen uit ons lijf hebben geschreeuwd van doodsangst.
M: Was het zo erg?
V1: Dat was het. Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt. Je wordt verschrikkelijk benauwd. Dan volgen de verlammingen en wat later kan je alleen nog maar liggen, af en toe stuiptrekken en dan gaat het licht uit, figuurlijk dan, want letterlijk is dat allang uitgegaan. Ik praat het er nu langzaam nuchter over, maar de paniek die je met z’n allen voelt is niet te begrijpen zo erg. Je weer ook niet dat het zo zal aflopen, je denkt eerst nog dat de mens wel voor je zal zorgen, zoals hij dat altijd doet. Maar in zo’n brandsituatie doet hij niets meer voor je en laat hij je aan je lot over.

Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt.

M: Ben je daar boos over?
V1: Nee, dat niet. De mens geeft ons altijd eten op tijd en doet soms niet fijne dingen met ons, maar we kunnen wel altijd op hem rekenen, zelfs als we naar de slacht gebracht worden, hoe erg dat ook is. Maar dat weten we dat het er aan komt. Maar bij zo’n brand weet je helemaal niet wat er gaat komen en je bent alleen maar vreselijk in paniek. Op zo’n moment verwacht je dat de mens er ook voor je zal zijn. Maar hij wil wel helpen, maar kan niet. We gaan gewoon dood, na ja gewoon … Dus geen verwijt, maar het is wel allemaal ongelukkig verlopen, ook voor de mens waarschijnlijk.
M: Dank je wel varken 1, is er nog een varken dat met mij zou willen praten? Eentje die in de brandhaard zat misschien?


V2: Dat ben ik. Ik ben een klein biggetje en het andere varken was een groot moeder varken. Ik ben een mannetjes big, nou ja, ik moet zeggen, ik was een mannetjes big, slechts enkele weken oud. Ik lag net lekker bij mijn moeder te drinken en hoorde een harde knal en meteen was er vuur. Ik weet dat omdat ik in mijn vorige varkensleven ook vuur heb meegemaakt en al die kennis krijg je mee als je opnieuw geboren wordt. Door het vuur vielen er allerlei brandende delen uit het dak en die vielen op ons, waardoor we zelf in brand raakten en dat is pijnlijk. Heel erg pijnlijk omdat het blijft doorbranden terwijl het op je ligt en er valt steeds meer brandend materiaal op je. Mijn moeder en mijn broertjes en zusjes zaten allemaal in hetzelfde schuitje, we werden in brand gestoken door alles wat er op ons neerviel. En natuurlijk gilden we zo hard als we konden, maar het hielp niet. Ook de rook was verstikkend, en of we nu door de rook zijn gestikt of door het vuur zijn omgekomen, ik weet het niet. Maar het was heel erg heftig en we hadden ook allemaal paniek. Nee, dit was geen prettig einde van ons leven. Op de normale manier zou ook niet prettig zijn, maar als mannetje heb je dan nog het voordeel dat je niet zo lang hoeft te leven, je wordt vet gemest en dan wordt je al naar de slacht gebracht en dan is het voorlopig weer klaar. Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet. En ook als het niet allemaal prettig is, je weet wel hoe het zal gaan.

Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet.

M: Jullie kiezen dus eigenlijk voor de zekerheid van iets wat je kent en niet voor het onbekende? En als je nu een keuze had of overwoog om varken te worden in een varkensboerderij waar de dieren vrij kunnen rondlopen en een veel beter leven hebben?
V2: Dan denk ik dat we daar wel allemaal voor zouden kiezen, maar zoveel plaats is er niet. Er zijn slechts enkele plekken op zo’n boerderij beschikbaar. De rest zal toch in een varkensfabriek terecht komen omdat we nu eenmaal gedwongen worden om geboren te worden. En dan moet je ergens naar toe.
M: Dus je hebt wel een keuze, maar je wordt bij wijze van spreken niet ingeloot voor het betere varkensleven en dus kom je in de fabriek terecht?
V2: Ja zo zit het. Als er veel meer plekken op de boerderij beschikbaar zouden zijn, zouden we daar voor kiezen.
M: Dank je wel V2 voor dit openhartige gesprek.

In de Volkskrant van 4 juni 2021 heeft Peter Hotse Smit de stalbranden van de afgelopen jaren op een rij gezet. Dan schrijft hij: ‘De cijfers maken even bewust van de omvang van de intensieve veehouderij. Opgeteld over de afgelopen dertien jaar gaat het om bijna 2 miljoen dieren, iets minder dan 150 duizend per jaar, zo’n 12 duizend per maand. Levend verbrand, gestikt door rook of – als het nablussen voorbij is – afgemaakt vanwege ernstige verwondingen.’

210605

Moeder overste van de olifanten vertelt – 1

M: Dag moeder olifant, is het mogelijk om met elkaar te communiceren?
T: Dat kan, we waren al enkele dagen contact aan het maken en ik ben blij dat je nu de tijd neemt om nader kennis te maken.
M: Ik zal me netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en probeer via communicatie met dieren, de wereld van de dieren zelf te begrijpen, maar ook om dat voor andere mensen dichterbij te brengen, zodat mensen meer begrip gaan opbrengen voor dieren.
T: Dat is een heel goed streven van jou en daar zal ik je graag bij ondersteunen. Wat wil je weten?
M: Zou jij je ook willen voorstellen en wat over je achtergrond willen vertellen?
T: Oh, natuurlijk. Ik ben een grote olifant en woon in een land dat jullie Botswana noemen. Ik ben een inheemse soort en inmiddels al behoorlijk op leeftijd. Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

M: Heb je ook een naam?
T: Jullie mensen toch altijd met die namen, maar je mag mij Tara noemen, een bekende olifant uit jullie kinderboeken.
M: Ik vind het leuk om dieren naar hun namen te vragen, ook al vinden jullie dat vaak niet zo belangrijk. Maar door iets of iemand een naam te geven, wordt het persoonlijker. Je kunt gemakkelijker een band aangaan met een dier met een naam dan zonder naam.
T: Als dat voor jullie zo werkt, vind ik dat prima.
M: Kun je nog wat meer over jezelf vertellen en over de omgeving waar je leeft?
T: Zoals gezegd, ik ben een oudere olifant en daarmee leider van onze groep. We leven op de savanne van Botswana, een goed land om te wonen omdat wij dieren hier in principe beschermd worden. Onze kudde, en de meeste andere dieren ook, leven in de Okavangodelta (sorry, ik moest dit opzoeken en had het fonetisch opgeschreven). Het is een goede plek om te leven, maar soms hebben we behoorlijk last van de droogte. Maar ik weet meestal wel waterpoelen te vinden of kan in nood water opgraven. Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden. Onze grootste vijanden zijn de stropers. Vaak komen ze uit buurlanden want in Botswana zijn veel zaken best goed geregeld. Daarom proberen we zoveel mogelijk in Botswana zelf te blijven, maar soms steken we wel grenzen over. Voor ons bestaan geen grenzen, het zijn kunstmatige lijnen die niet echt bestaan in het landschap. Is dat voorlopig genoeg informatie?

Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden.

M: Wel heel veel, maar ik ben toch nieuwsgierig, dus heb ik nog wel enkele vragen. Botswana is een land dat zijn natuur goed beheert en beschermd, daarom komen ook veel toeristen op safari naar jouw land. Wat vind je daar van?
T: Ik heb geen enkel bezwaar tegen kijkende toeristen. Zolang ze ons onze gang laten gaan en alleen op afstand naar ons kijken, voel ik me niet bedreigd en dus is de kudde ook niet bedreigd. Het wordt anders wanneer sommige mensen heel lawaaiig worden en rare streken uithalen om maar zo dicht mogelijk bij ons te komen. Dan treed ik op en laat weten dat ik daar niet van gediend ben. Maar als eerste lopen we dan gewoon verder, maar soms begrijpen mensen ons dan niet en komen ze achter ons aan en vallen ons echt lastig. Dat wil ik niet en moet ik de groep beschermen.
M: Dank je wel voor de vele informatie. Kunnen we contact houden en kan ik af en toe met je praten?
T: Dat lijkt me wel leuk. Hou je taai en blijf door gaan met je goede werk.

210421

“Lachen heb je nodig als er ook verdriet is”

De krab moppert in eerste instantie en hoeft niet zo nodig contact.
Ik vertel hem dat ik het toch wel erg leuk zou vinden en vraag of hij iets wil laten zien van zichzelf.
Hij laat me ervaren dat hij heel laag bij de grond leeft en dat zijn leefgebied een heel horizontaal leefgebied is. Er is geen verticale uitwisseling.
Om contact met hem te krijgen moet ik voor mijn gevoel ook laag kruipen.
‘Als je mij wilt bereiken, moet je laag komen,’ is zijn droge conclusie.
Toevallig las ik van de week dat iemand het had over het ‘krabbenmand-effect’: de krabben verhinderen elkaar om uit de mand te kruipen.
‘Ik ben nooit in een mand geweest,’ reageert de krab. ‘Wij zijn niet gemaakt voor vertikaal, zeg ik net. Wij leven horizontaal. Maak onderin de mand een gat en we zijn er zo uit. Je kunt niet iets doen waarvoor je niet gemaakt bent. Dat proberen is zinloos. Krachtsverlies.’
Ik ben even stil als ik deze wijsheid tot me door laat dringen en gelijkertijd krijg ik van de krab een gloomy, zacht neuriënd gevoel door.
‘Heb jij humor?’ vraag ik spontaan.
‘Lachen heb je nodig als er ook verdriet is,’ antwoordt hij. ‘Het gaat zoals het gaat. Dan is er geen verdriet. Verdriet is als je verlies ervaart. Wij verliezen niets want het gaat zoals het gaat. Daar hoort geen verlies bij.’
Ik geef hem het beeld dat hij zonder water zou moeten leven. Wat dan?
‘Als er geen water meer zou zijn, dan zou ik doodgaan. Als het zo zou gaan, dan gaat het zo. Dat is geen verlies, geen verdriet voor mij.’
‘Horen verlies en verdriet dan bij de mens?’ vraag ik.
‘Het hoort niet bij ons.’
Ik vraag hem of hij de pieken (het lachen, het verdriet) mist.
‘Ik leef. Ik heb alles.’
‘Jij hebt niks te wensen?’
‘Ik heb niks te wensen.’
Wat leeft deze krab in een volmaakte gelukzaligheid!

Protesterende Kraai

Kaila en ik liepen op de heide na een stevige regenbui en we probeerden de plassen te ontwijken, dat viel niet mee. Op een gegeven moment zag ik uit mijn ooghoek Kaila een kraai besluipen en ik dacht dat doet ze best knap. Uiteraard had de kraai dat door en we liepen verder. Op een gegeven moment hoor ik achter me ‘Kan je die hond niet gewoon bij je houden?’ De kraai protesteerde.

Gesprek met een houtduif tegenover me in de boom

Ik ga zitten en stel me open voor dieren die met me willen praten. Ik wacht even af wie er komt.
Hyronimus en Kaila melden zich, maar ik zou eigenlijk graag met een vrij dier willen praten, wie meldt zich? Een houtduif meldt zich en hij zit in de boom tegenover me, we kunnen elkaar zien.

M: Dag duif, wat leuk dat je met me wilt praten, hoe gaat het en wie ben jij?
D: Ik zag je oproep langs komen en meld me uit nieuwsgierigheid over dit fenomeen. Wie ben jij?
M: Ik ben Eddy Mulder en ik sta open voor gesprekken met dieren om van jullie te leren en dat aan de wereld te vertellen in blogs op een website.
D: Oh wat grappig, dus als ik jou dingen vertel dan schrijf je dat op en zet dat op internet zodat andere mensen dat ook kunnen lezen en horen wat ik jou verteld heb.
M: Zo is dat. Ben je bereid om wat over jezelf te delen?
D: Jawel. Ik zit nu lekker in de boom en waai een beetje met de takken mee en kan jou zien zitten achter je bureau. Dat vind ik wel leuk. Ja, zoals je ziet ben ik een houtduif en wel een vrouwtje. Ik heb vanochtend net een hele poespas gehad met een mannetjes duif die achter me aan zat. Hij probeert me te versieren en me op een nestplekje te krijgen, maar hij had nog helemaal geen werk gedaan, nog geen aanzet voor een nest gemaakt. Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen. Gelukkig kan ik nu rustig in de boom zitten, ik heb me al druk gemaakt om eten. Dat was vandaag heel eenvoudig. Ik ontdekte een zak met brood en daar hebben veel dieren zich tegoed aan gedaan. Die zak lag ergens op een achteraf terreintje waar wel dieren komen, maar nauwelijks mensen. Drinken was ook al geen probleem. Wat dat betreft heb ik het redelijk makkelijk door aan de rand van de bewoonde wereld te wonen. Eten is er in de stad altijd te vinden en ik kan ook gemakkelijk naar het bos of de hei vliegen hier vlakbij.

Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen

M: Heb je een naam en een leeftijd?
D: Nee, wij doen niet aan namen, dat is typisch iets voor jullie. Wij hebben klanken en daar herkennen we elkaar aan. Door hele subtiele verschillen in de geluiden die we maken, laten we aan elkaar weten wie we zijn. Ik ben verder een ervaren vrouwtje, ik heb al vier jaar nestjes gehad en samen met mijn partner van dat jaar de kindertjes groot gebracht.
M: Vind je het lastig om ieder jaar weer een partner te zoeken en een nestje te moeten bouwen?
D: Nou niet echt. Vaak komt hetzelfde mannetje me weer opzoeken, maar ik ben best kieskeurig en wil wel dat er werk gedaan wordt voor me, zodat ik niet alles moet doen. Het minste wat er moet gebeuren is een nestje op een goede plek.
M: Heb je geen nesten van vorige jaren die jullie kunnen gebruiken?
D: Dat zou wel kunnen, maar ik vond het nestje van de vorige keer niet goed, dat was te dicht bij mensen en die hebben katten die alles kunnen verstoren. Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn.

Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn

M: Dat snap ik, dus wil je nu een nieuwe nestplek hebben en moet je mannetje daarvoor zorgen.
D: Ja, dat vind ik wel.
M: Ik zie je nog steeds zitten, ben je al aan je avondrust begonnen?
D: Nee, zeker niet. Ik moet nog wel gaan eten voor het donker wordt, maar dat duurt nog wel even dus heb ik tijd om met jou te praten. Dat vind ik wel leuk. Ik heb nog nooit met een mens gepraat. Is dat praten zoals wij nu doen, ook zoals jullie mensen met elkaar praten?
M: Nee, mensen praten met elkaar door woorden uit te spreken en dat zijn klanken die ze maken naar elkaar toe.
D: Dat herken ik wel. Waarom praten jullie vaak door elkaar heen? Zo kun je elkaar toch niet begrijpen?
M: Dat klopt en dat heb je goed opgemerkt. Als mensen echt interesse in elkaar hebben, praten ze niet door elkaar heen en luisteren ze heel goed naar de ander voor ze zelf weer wat zeggen. Maar er zijn ook mensen die graag praten en niet zo goed zijn in luisteren.
D: OK, dank je wel, ik ga weer eens verder. Was leuk je gesproken te hebben.
M: Ja, wederzijds en tot ziens.

210325

De verzwakte meeuw in mensenhanden

Ik krijg een leuke vraag: Kim heeft een verzwakte meeuw gevonden, neemt het dier mee naar huis om aan te sterken, maar na drie dagen eet de vogel nog steeds niet. Omdat Kim van buren weet dat ik een zwaar gewonde kat weer ‘aan het eten gepraat’ heb, vraagt ze of ik iets voor de meeuw kan doen.

Ik antwoord Kim: “Wat het is met het communiceren met dieren: als je vragen stelt, moet je de antwoorden ook kunnen horen. En die zijn soms anders dan wij denken.

Nou, hou je vast, hier komt de meeuw: De meeuw deed meteen heel geagiteerd en bleef dat het hele gesprek. ‘Hoe durven ze me op te pakken?! Ik ben geen ‘handduif’!’

Hij was heel duidelijk: jij had je niet met hem mogen bemoeien. ‘Als meeuw wil je altijd voorkomen dat een mens je oppakt.’ Hij bleef boos.

Ik probeer altijd om ook de andere kant (de mensenkant) te laten zien, maar dat ging er helemaal niet in. Op mijn opmerking dat hij niet eet: ‘Nee, natuurlijk eet ik niet!’

Hij wil graag op een dak gezet worden (schip, schuur?) en het verder zelf uitzoeken. Hij sterft liever in vrijheid dan gevangen te zitten.

Weer probeerde ik of hij jouw kant van het verhaal kon zien, maar het antwoord was: ‘Mensen hangen teveel aan één leven.’ Als meeuw wil hij meeuwendingen doen. ‘Ik ben geen parkiet!’

Dat opvangen van zieke dieren vindt hij maar kleinzielig gedacht. ‘Het gaat zoals het gaat.’

Ik hield hem het beeld voor dat het kan zijn dat jij hem ziet sterven op het dakje omdat hij bijv. niet weg kan vliegen of gepakt wordt door een ander dier. Daarin is hij duidelijk: ‘Dat zijn lichamelijke dingen. Laat de natuur gaan zoals ie gaat.’ ”

Gelukkig verbaast het antwoord Kim niet: ‘Hij was inderdaad heel boos en hij heeft gelijk. Mijn gevoel zei ook dat hij niet wilde dat iemand zich met hem bemoeide, maar mijn mensenhoofd zegt altijd; ach, kom maar mee, lekker veilig uitrusten, bij-eten en dan weer los. Ik neem altijd zieke dieren mee die op mijn pad komen, ik kan niet anders (zal het wel proberen in de toekomst beter af te stemmen). Een andere meeuw reageerde trouwens heel anders, die gedijde wel goed.’

Kim laat de meeuw op de gevonden plek vrij, waar het dier meteen de mensenhanden uitvoerig van zich afwast. Kim: ‘Hij had helemaal een punkie kapsel gekregen van zijn uitbreekpogingen. Bedankt voor je gesprek, ook namens het boze vriendje natuurlijk.’

Hyronimus 9: Ook dieren kunnen je bedotten, zorg dat je een zuivere ontvanger wordt

Ik ben door het baasje van poes Loetje gevraagd om eens met haar te praten. Het gaat duidelijk niet goed met Loetje en de dierenarts kan niets vinden. Ik heb twee gesprekken gehad met Loetje en haar baasje zegt een aantal antwoorden niet te herkennen, die zijn niet passend voor haar situatie. Kortom er zijn tegenstrijdigheden tussen wat Loetje zegt en haar baasje. Ik snap het niet.

M: Mag ik je om hulp vragen? Kun je me helpen met Loetje? Het baasje van Loetje heeft me gevraagd om met haar te praten over wat er met haar aan de hand is. Waarom vertelt Loetje mij in dat gesprek zulke onzin, die ik netjes opschrijf en aan haar vrouwtje laat zien. Dan ben ik toch een charlatan?
H: Je bent misleidt door haar en dat had je deels door en deels niet. Voor jou is dit een leerproces om te leren een onderscheid te maken. Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn. Het is aan jou om te leren hier onderscheid in te maken. Hoe meer je met ‘vreemde’ dieren gaat werken, en dan vooral huisdieren, zul je hiermee geconfronteerd worden. Daarin gaan huisdieren en ‘baasjes’ ook op elkaar lijken. Het is voor jou van belang om dit aan het dier op te merken, zeker als je met de mens erachter geen contact hebt. Loetje is een uitstekende testcase voor jou en je zult haar vertrouwen moeten zien te winnen om eerlijke antwoorden te krijgen. Dat gaat niet zomaar.

Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn.

M: Begrijp ik dat Loetje oefenstof voor mij is en dat het tijd zal kosten om haar vertrouwen te winnen en dat ik dan pas eerlijke antwoorden mag verwachten?
H: Dat is juist. Bella (een andere poes waar ik in opdracht mee gesproken heb) is ook geschikt als oefendier. Ze zou haar gedrag kunnen veranderen als je echt haar vertrouwen weet te winnen.
M: Heb je nog tips voor me om deze gesprekken aan te gaan?
H: Probeer begripvol te zijn en niet confronterend, dat kun je pas doen als ze je volledig vertrouwd.
M: Mijn taak is weer volkomen duidelijk, dank je wel.

191024

Enige tijd later spreek ik Hyronimus weer en geeft hij me nog enkele tips.

M: Ik weet het, het is weer te lang geleden, ik moet er meer regelmaat in vinden.
H: Als je dat maar weet. Je had een goed gesprek met Loetje en ik ben benieuwd of ze je nu meer kan en wil vertellen. Als ik je een suggestie mag geven, wordt het tijd dat je buiten je eigen dieren gaat kijken, dit was te gemakkelijk. In India heb je een begin gemaakt. Probeer maar eens met andere dieren.
M: Lijkt me een goede opgave maar weer lastiger te controleren wat waar of fantasie is.
H: Zit je daar nu nog steeds mee? Dat moet je loslaten. Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben. Of als je alleen mono ontvangt wil dat niet zeggen dat je bij een stereo ontvanger niet meer van de muziek hoort. Dat bedoel ik, de ontvanger kleurt en dat is onbewust. En het is niet goed of verkeerd. Maar je moet leren een zuivere ontvanger te worden en dat vraagt oefenen en nog eens oefenen en oefenen. Daarom moet je echt tijd vrijmaken. Je hebt niet eeuwig de tijd in dit leven en je hebt al veel tijd verspilt op dit vlak. Dus doe het!

Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben.

M: Je boodschap is zoals gebruikelijk heel duidelijk. Dank je wel.
H: En nu aan de gang.

191111

Darren, de troubadours onder de bijen

In de reguliere imkerij wordt kunstraat gebruikt. De bijen bouwen deze voorgevormde cellen uit met eigen was en de eitjes die gelegd worden in deze cellen groeien uit tot werksters. De reguliere imker hangt op een gegeven moment een of twee bouwramen in de kast. Dit zijn lege ramen en de bijen hebben nu vrije bouwkeus. Wat gaan ze doen? Ze gaan grotere cellen bouwen, darrenraat.

Darren zijn mannelijke bijen en zij blijven drie dagen langer in popstadium dan de werksters. Voor de varroamijt is dit een ideale situatie want die plant zich voort in de gesloten cellen. Drie dagen langer in het popstadium wil zeggen meer varroamijten. Wat doet de imker? Als de bijen de cellen verzegeld hebben, pakt de imker het raam en snijdt de darren in popstadium eruit. Opgeruimd staat netjes.

Ik ben een brave leerling maar dit stuit me tegen de borst. Waarom bouwen bijen darrenraat zodra ze de kans krijgen? Wat voor functie hebben darren dat bijen meteen darren gaan kweken als ze de vrije keus hebben?

Ik heb deze vragen aan de bijen voorgelegd. Tot mijn grote vreugde hoorde ik dat darren de ‘troubadours’ zijn onder de bijen, de ‘verhalenvertellers’. Het is inderdaad waar dat darren niet gebonden zijn aan één kast, in tegenstelling tot werksters en de koningin. Een werkster komt een vreemde kast niet in en de koningin heeft in haar leven één uitje, dat is haar bruidsvlucht. Daarna blijft ze in de kast en doet haar taak. Als ze mazzel heeft, mag ze zwermen met dat deel van het volk dat ervoor kiest met haar te vertrekken. Als ze pech heeft, dan wordt ze van de ene kast in de andere overgezet met een willekeurige groep bijen.

Darren komen dus plezier brengen in de kasten! Ze ‘vertellen’ over de buitenwereld, ze verbinden verschillende volken en omgevingen aan elkaar. Ik kreeg van de bijen door dat de werksters de darren graag voeren. Ons wordt geleerd dat darren lui zijn en niet zelf kunnen eten. Dat kunnen ze ook niet, net zo min als dat ze kunnen steken.


Ik kan me helemaal voorstellen dat bijen darrenraat gaan maken als ze de kans krijgen. Wie wil er nu geen plezier? De werksters werken, werken en werken en kunnen toe met een half uur slaap per dag. Kennelijk zijn de darren een welkome afleiding en is de luchtigheid die ze brengen van belang. Darren ondersteunen de werksters op hun manier en in vrije bouw is dit ook te zien: darrencellen worden aan de onderzijde en de buitenkanten van de raat gebouwd. De natuurlijke imkers noemen dit ‘de huid’ van de imme (bijenvolk).

Als reguliere volken de vrijheid krijgen om zelf te bouwen (natuurbouw, zonder voorgevormd raat) dan bouwen ze de eerste drie jaren veel darrenraat. Ook dat kan ik me voorstellen: er is wat in te halen. Als er verder niet op ingegrepen wordt en de bijen worden daar meerdere jaren in bevestigd, dan vormt zich vanzelf een natuurlijk evenwicht.


Als de bijen beginnen met zich voor te bereiden voor de winter, komt er een moment dat de darren niet meer welkom zijn. Oneerbiedig wordt dit de darrenslacht genoemd. Ik vraag de bijen naar dit fenomeen en hoor dat de winter een ‘serieuze zaak’ is en dat de darren daar niet bij horen. Zij hebben hun taak volbracht en mogen weg. De winter is een moment van inkeer. Van overleving. Van stilte. En van verbinding. Wat ik van de bijen begrijp is het zelfs zo dat ze in andere sferen kunnen vertoeven. Een andere keer ga ik ze vragen wat ze daar doen.

Verzoek aan een mier om niet in huis te komen

Ik zou heel graag in contact komen met de mieren kolonie die woont bij het huis van mijn dochter en haar vriend en kinderen, wie wil zich melden? Er treedt een enorme stilte op, maar ik heb het gevoel dat ik word bekeken en word beoordeeld, dus ik blijf maar even gewoon stil zitten en wacht af.
The: Ja, we hebben je gehoord en gezien en hebben je bekeken en we willen wel met je te praten.
M: Beste mier daar ben ik blij om. Ik hoop dat ik jullie vertrouwen waar kan maken. Mag ik jullie dingen vragen over jullie bestaan en leefwijzen, zodat ik daar meer begrip voor kan krijgen? En excuses, maar ik zal me eerst even netjes voorstellen.
The: Dat is niet nodig, we weten wie je bent, we hebben jaren de ruimte samen gedeeld.
M: Dat is juist, maar ik wist niet dat jullie dat meteen aan mij merkten.
The: Dat doen we dus wel.
M: Mag ik vragen met wie ik nu praat en heb je een naam die ik mag gebruiken?
The: Ja, je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin. En je mag me The-wachter noemen.

Je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin.

M: Is dat je naam of is dat een titel?
The: Dat is eigenlijk mijn functie en dus zou je het als een titel kunnen beschouwen.
M: Mag ik je allerlei vragen stellen over jullie leefwijze?
The: Dat mag je, brandt maar los.
M: Dank je wel. Zijn jullie een grote kolonie?
The: Daar stel je meteen een lastige vraag om te beantwoorden, want wat tel je allemaal mee? Onze kolonie bestaat uit heel veel onderdelen, we hebben overal nesten, maar vormen toch samen een kolonie in een gebied, waar meestal geen andere mieren zijn van onze soort, wel andere mieren. Jullie noemen ons zwarte mieren, maar er zijn heel veel soorten en ik spreek dus alleen over ons soort. En dan kun je ook spreken over alleen het nest, ons nest is niet erg groot, we zijn met gemiddeld 3-4 koninginnen in ons nest en we hebben enkele duizenden mierkracht, van werksters tot de wachters en de nestenbouwers. Maar als je alle nesten in ons gebied bij elkaar telt zijn we wel met enkele miljoenen. Daarvoor is ons gebied, een bosgebied, ook best vrij groot. We leven vooral boven de grond, maar ons nest is uiteraard onder de grond om een beetje rust en veiligheid te hebben.
M: Hoe is jullie verhouding met mensen?
The: Onverschillig, zij wonen en leven en wij wonen en leven en onze wegen kruisen elkaar, maar we hebben niets met mensen. Het liefst leven we gewoon naast elkaar, waarbij ieder zijn eigen plek heeft. Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen. Als zij daar problemen mee hebben, moeten ze ons niet lokken.

Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen.

M: Dat is natuurlijk een duidelijk standpunt, maar ook gemakkelijk gezegd. Want de meeste mensen lokken jullie niet bewust naar binnen.
The: Als ze dat niet bewust doen, moeten ze nadenken over wat ze doen, want wij komen niet naar binnen voor een gezellige babbel, we komen naar binnen omdat er voedsel ligt.
M: Dat snap ik, hoewel een gezellige babbel misschien wel de verstandhouding positief zou kunnen beïnvloeden. Maar dat is een grapje. Stel je hebt een aantal kleine kinderen in huis die nogal eens eten op de grond laten vallen, dan zijn jullie er als de mieren bij om daar van te genieten. En dat vinden mensen vaak wel lastig.
The: Daar zeg je wat. Ja, we zijn er als de mieren bij, want het is fijn als je eenvoudig en snel voedsel kunt vinden en we leven dichtbij het huis en kunnen dus zo naar binnen stappen en dat doen we ook.
M: Is er een mogelijkheid om afspraken met elkaar te maken? Stel we spreken af dat jullie niet meteen naar binnen komen en dat ze even de tijd krijgen het gevallen eten op te ruimen en dat eten dan naar jullie toe brengen zodat je niet naar binnen hoeft om toch het eten te krijgen. Want vind je daarvan?
The: Dat lijkt me geen goede afspraak. Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie. Misschien doen jullie het in het begin wel, maar daarna komt de klad erin en dan vergeet je het en komen we weer binnen. Worden sommige mensen boos en dan roeien ze meteen ons nest uit, je weet immers waar het nest is, want daar hebben jullie dan eten neergelegd. Nee, dat lijkt me geen goede zaak.

Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie.

M: Wat stel je dan voor?
The: Wij blijven gewoon ieder ons ding doen en proberen elkaar niet lastig te vallen.
M: Maar dat betekent dat jullie gewoon naar binnenmarcheren zodra er eten ligt.
The: Dat is juist.
M: Maar dat willen ze niet.
The: Dan moeten ze geen eten laten liggen. Maar we blijven wel af en toe komen om te kijken wat er te halen valt.
M: Is er geen compromis mogelijk?
The: Dat lijkt me niet, we durven jullie niet te vertrouwen en dan kan dat niet.
M: Dat is een hard oordeel.
The: Dat is ervaring met mensen.
M: Als de bewoners nu het goede voorbeeld geven door steeds op te ruimen en de restanten naar buiten gooien, zeg bij de vijver, is dat dan een begin van een oplossing?
The: Dat mogen de bewoners gerust doen en met wat goed opruimen komen we nauwelijks meer binnen en dan is het fijn als we eten dichtbij kunnen vinden, hoewel de vijver best al wel ver is. Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

M: Ik begrijp het. Als er ooit een afspraak gemaakt kan worden, zal er eerst vertrouwen moeten ontstaan en daar geloven jullie nog niet in.
The: Dat klopt, we vertrouwen jou wel, maar andere mensen nog niet.
M: Nou, toch wel heel erg bedankt dat je met me wilde praten.
The: Graag gedaan. Altijd leuk om met begripvolle mensen contact te hebben. Het hoeft niet zo nodig voor ons, maar het is soms wel eens leuk.

210408