Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

The delicate universal mental language

Omdat wij taal bezitten en ons hiermee kunnen uitdrukken, eigenen wij ons meteen heel veel toe. Namelijk het alleenrecht op fijngevoelige gevoelens.

De meeste mensen zijn er wel van overtuigd dat dieren basale gevoelens hebben zoals verdriet, boosheid, blijheid, pijn etc.

Maar zodra er door animal communicators meer fijngevoelige gevoelens vertolkt worden van een dier, haakt een grote groep af. Dit wordt te menselijk, vinden ze.

Maar is dat wel zo?

J. Allen Boone noemde het The Delicate Universal Mental Language. Ik haal dit vaak aan en kan er geen mooi Nederlands van maken.

Maar als je deze taal verstaat en je weet het om te zetten in de gesproken taal, dan ben je een rijk mens vind ik. Je hebt dan toegang tot zoveel prachtige communicatie. En ook tot gevoelens waarvan je inderdaad geleerd is dat die alleen voorbehouden zijn aan mensen.

Nou, vergeet het maar. Ook dieren hebben een palet aan gevoelens. Hun kracht is om in alle eenvoud in één woord of zin, één beeld of één mix van gevoelens neer te zetten waar wij veel woorden voor nodig hebben.

 

Doodgaan is een gedaantewissel (hond).

Ik wil mensen eerst kennen en dan ontmoeten (hond die moeite heeft met nieuwe mensen).

Ik ben niet afhankelijk van vermaak van buitenaf (kat die zichzelf uitermate goed vermaakt en daar geen mensen voor nodig heeft).

Wat is de opzet van vakantie? (hond die niet begrijpt waarom zijn mensen jaarlijks weggaan).

Ik weet niet wat je komt doen, maar het is okee (kat die mij niet kent maar zeer ruimhartig is om kennis te maken, ook al begrijpt ze het nut niet).

Hond van 17 die ik voorbereid op dat zijn einde gaat komen: “Ach, nu al?”

Ik ben gaan liggen en ben gegaan (kat die rustig gestorven is).

Paard voelt zich superverantwoordelijk voor de hele kudde (en gaat daar bijna aan onderdoor).

Kat schaamt zich omdat hij zo onbenullig was om uit het raam te vallen.

Ik moet namens de mens vragen of de hond bij hen wil blijven en ik vraag: Wil je hier blijven? Het is even stil en dan hoor ik: Nou, ik wil ook wel es naar buiten.

Hond die weet dat hij iets fout gedaan heeft, kruipt in mijn beeld weg als ik contact maak (schuldgevoel).

Wie mij wel eens ingeschakeld heeft om te tolken voor zijn/haar dier, weet dat ik ineens onbedaarlijk kan lachen als ik een beeld of opmerking van een dier binnenkrijg. Of dat ik met verstikte stem kan zeggen: ai, dat doet echt pijn in mijn hart (pijn van het dier dat ik dan voel).

Ja, op deze manier kunnen communiceren met dieren is een enorme rijkdom!

 

 

In memoriam Rozette

Rozette is niet meer. Ik heb het lichaam dat ze gebruikte om hier te kunnen zijn in wol gewikkeld en in een gat in de grond gestopt.

Maar ja, je kunt een lichaam wel ‘opruimen’ maar daarmee is het afscheid nog niet echt genomen.

De ochtend na haar overlijden maak ik contact.

R: Je blijft maar aan me trekken, hè?

P: Dit is mijn manier van afscheid nemen. Laat mij maar even. Ik heb jou ook altijd geprobeerd te laten in hoe je was.

R: Ik zie heus wel dat je de andere katten op mijn plek laat.

P: Ah, dus jij kijkt hier ook nog even rond. Betrapt.

Rozette heeft anderhalf jaar bijna de helft van het schip als haar domein gekregen. Een grote schuifdeur verhinderde contact met de andere katten. De raampjes zijn anderhalf jaar dicht geweest zodat Rozette niet naar buiten kon. Wat eerst als revalidatieplek begon, veranderde langzaam in langdurige opname. (Zie de diverse blogs die ik over Rozette heb geschreven.)

Ik wilde even een soort evaluatie houden met Rozette. Over hoe ze het leven ervaren heeft enzo. Maar zoals altijd loopt het gesprek weer anders. Het gaat ineens over mij.

R: Wat maak je het toch weer ingewikkeld.

P: Hoe bedoel je?

R: Je zit steeds te denken of je het wel goed gedaan hebt.

P: Ja, zo zitten wij in elkaar. We hebben bepaalde normen en waarden, daar willen we aan voldoen. Ik wilde jou niet verwaarlozen maar je was een lastige om voor te zorgen.

R: Dat je moet zorgen voor iemand is wat jij ervan maakt. Daardoor kleeft er van alles aan je.

Ik weet precies wat ze bedoelt. En ik zie ook dat zij het anders aangepakt heeft. Rozette ging in dit leven voor solo. Maar toch heeft ze wel verbinding gemaakt. En specifiek met mij.

P: Toch een vraag: Hoe was de laatste tijd voor je?

R: Het lijf werd brozer.

Ik grinnik en denk aan het steeds dunner wordende lijfje. Er kwam een tijd dat ze amper meer at. Ik heb allerlei merken voer gekocht voor haar. We zijn geëindigd met Sheba en een soort soep. Vlees drijvend in vocht. Nooit eerder van gehoord.

Overal lagen plukken haar terwijl ze niet kaal werd.

P: Ik heb me wel zorgen gemaakt of je ziek zou worden en naar de dierenarts moest gaan.

R: Je weet wat ik je over de dierenarts gezegd heb.

P: Dat weet ik heel goed en dat baarde me ook wel eens zorgen. Want wederom: ik wilde je niet verwaarlozen.

Drie dagen voor ze overleed vroeg ik haar of ik misschien iets voor haar kon doen. Ik kréég me een sneer: het was háár lijf en ik moest me er niet mee bemoeien.

P: Ik heb gisterochtend nog een waterpas plateau voor je gemaakt. Want ik dacht ineens dat je misschien wel gewoon een vorm van zeeziek was omdat het schip scheef ligt in verband met de lage waterstand.

R: Ja, jij weer met je zorgding. Maar het is okee, het was goedbedoeld.

Ik moest gisteravond ineens denken aan de middag, toen ze overleed. Ik zat in een wei met kippen en droeg een kippenmonoloog voor aan een groep van 30 of 40 mensen die op strobalen zaten te luisteren. Ik raakte ineens geëmotioneerd toen ik aan het voorlezen was en dat verbaasde me. De tekst was er niet naar om geëmotioneerd te raken. Ik herpakte mezelf en vervolgens gebeurde het weer.

P: Was jij dat?

R: Ja, ik dacht ik meld het even. Dat was nou mijn zorgding.

P: Dus je hebt je afgemeld?

R: Ja. “Ik ga.”

P: Dat vind ik heel lief van je, ook al verstond ik het toen niet. Ik voelde wel de emotie.

Ik ben even stil en laat deze daad van Rozette op me inwerken. Hoe vaak zal het voorkomen dat we berichten binnen krijgen die we op dat moment niet verstaan en dus niet oppikken?

P: Kunnen we zeggen dat we wederzijds respect hebben gekregen voor elkaar?

Het is lang stil. Dan reageert Rozette.

R: Overweeg toch es om minder te zorgen.

Nu denk ik een tijdje na. Het is lastig om niet te zorgen voor. Zorg voor mensen, zorg voor dieren, zorg voor de omgeving, zorg voor mezelf.

Rozette is er een beetje klaar mee en breit er voor ons beiden een eind aan.

R: Nou ja, als het teveel wordt, denk dan nog es aan mij en hoe ik het gedaan heb. Dan zie je hoe het ook kan.

P: Maar wij zijn toch ook wat met elkaar aangegaan? Dat heb je toch maar gedaan.

R: Dat kon alleen omdat jij mij accepteerde/respecteerde. Je wilde je met mij bemoeien, maar het is je kracht om het te kunnen laten.

P: O, Rozette, je bent wel een diertje dat altijd in m’n hart zal blijven, hoor. Je bent een heel bijzonder exemplaar.

R: Jaja, ga nu maar weer. Het wordt te klef zo.

Met gegrinnik neem ik afscheid van Rozette. Het is nu al een legendarische kat.

Natuurbranden – droogte: waar maak je je druk over?

Ik maak me al langere tijd grote zorgen over hoe wij mensen omgaan met de natuur. Mijn diergesprekken zijn ook voor mij een onderdeel om er achter te komen hoe dieren reageren op de afbraak die overal plaatsvindt. Het grappige daarbij is dat de dieren die zorgen van mij veelal niet delen. Zij zijn veel meer van accepteren wat er is en niet heel erg van zorgen van morgen. Zij leven extreem in het nu. Daar denken we vaak van dat dat mooi is, maar als we allemaal in het nu zouden leven, dan verandert er niets en juiste die verandering naar verbetering is noodzakelijk. Al helemaal in een wereld waarin openlijk klimaatbeleid als zinloze reactie op een hoax wordt afgedaan en natuurbeleid maar ten koste gaat van onze concurrentiekracht. Is dat een wereld waar ik in wil leven?
Aangedaan door alle ellende van natuurbranden en droogte die ons overkomen (de ark waar Piek op woont ligt zelfs behoorlijk scheef door de droogte), word ik uitgenodigd door een meerval om eens te praten.

M: Beste Meerval, waarom nam je contact met me op? En heb je een naam, zodat ik deze dialoog wat gemakkelijker kan schrijven, want twee keer M is niet erg duidelijk voor de lezers.
L: Noem me maar Loer als je behoefte hebt aan een naam, ik heb daar geen moeite mee. En ik wilde graag met je praten omdat ik mijn inzichten, die anders zijn dan de jouwe, wilde delen. Je kunt ook anders kijken naar alles wat er gebeurt.
De natuur is cyclisch, alles gebeurt in kringlopen. In deze grote kringloop loopt de temperatuur wereldwijd op, in een kleinere kringloop loopt de temperatuur ook op, deze twee versterken elkaar waardoor we nu extreme hitte kunnen krijgen. Voor de natuur betekenen alle kringlopen aanpassingen. De natuur staat nooit stil, er is continue beweging en beweging is aanpassen aan veranderingen. Sommige soorten trekken noordwaarts omdat het te warm wordt, dat geldt niet alleen voor dieren maar ook voor vegetatie, alleen hebben die er veel langer voor nodig. Sommige soorten kunnen zich onvoldoende snel aanpassen en raken achterop en kunnen uitsterven. Natuurbranden ruimen oude natuur op en daar komt nieuwe natuur voor terug, die beter past bij wat er nodig is.

Sommige soorten kunnen zich onvoldoende snel aanpassen en raken achterop en kunnen uitsterven. Natuurbranden ruimen oude natuur op en daar komt nieuwe natuur voor terug, die beter past bij wat er nodig is

Zo gaat het ook met droogte, dat verloopt ook in cycli. We hebben de langlopende cyclus van opwarming waar droogte ook deel van uitmaakt. Daarnaast hebben we de kortlopende cyclus van het warme weer, wat ook grotere droogte met zich meebrengt.
M: Je zegt dus eigenlijk we zitten in twee verschillende cycli, een langlopende cyclus van opwarming en een kortlopende weer cyclus. Die twee samen maken het momenteel extreem.
L: Daar heb je gelijk in. Dit gaat dus weer voorbij. En je weet ook wat er nu niet aan regen valt, komt geheel volgens de cyclus een ander moment. Dan krijgen we weer overstromingen op plekken waar we dat al wel verwachten en ook op plekken waar dat nooit verwacht werd.
M: En wat doet dat met jou?
L: Voor mij is droogte helemaal geen probleem. Wij overleven onderin het water, waar de modder is, dat is dus het laatste water dat er nog is. Het moet wel heel extreem worden willen wij er echt problemen mee krijgen. Het is voor ons eerder een voordeel die lage waterstand, ons voedsel komt naar ons toe. Bij wijze van spreken krijgen we ontbijt op bed. Daarnaast is een deel van ons als Afrikaanse Meerval handig uitgerust, als het moet kunnen zij over land naar een ander water verhuizen.
M: Dan ga je toch dood als je over land reist?
L: Nee, zij kunnen in het water en ook beperkt op land overleven.
M: Welke lering moet ik nu uit jouw verhaal trekken?
L: Heb je die nog niet meegekregen? Maak je niet druk. Alles is continue in beweging. De huidige tijd van ontkennen van klimaatverandering gaat weer voorbij. Of je er nu in gelooft of niet, het verandert toch, daar verander jij niets aan.

De huidige tijd van ontkennen van klimaatverandering gaat weer voorbij. Of je er nu in gelooft of niet, het verandert toch, daar verander jij niets aan

M: Dat ben ik toch niet me je eens. Als niemand zich er druk over zou maken, dan komt het bewustzijn dat wij mensen onze Aarde aan het verwoesten zijn, bij niemand binnen en gaat iedereen gewoon zijn gangetje, terwijl we de maatschappij juist moeten veranderen.
L: Daar heb je gelijk in, maar die verandering komt er toch wel, met of zonder jou.
M: Wil je zeggen dat mijn tientallen jaren inspanning om mensen bewust te maken van wat we de natuur aandoen, zinloos is geweest?
L: Dat wil ik zeker niet zeggen. Het is belangrijk dat er mensen zijn zoals jij, verandering van bewustzijn over wat er gebeurt is hard nodig en mede door jouw inspanningen en vele, vele anderen, komt die verandering er eerder aan dan je zelf verwacht. Dus in dat opzicht doe je zeer zinnig werk. Je helpt het versnellen dat het beter gaat worden. Maar de cyclus gaat wel gewoon zijn gang. Je moet dat beschouwen als een grote tanker op zee, die ergens heen vaart en die jullie met jullie inspanningen telkens een klein zetje geven om van richting te veranderen, uiteindelijk kan daardoor die tanker 180 graden draaien en heb je de tegenbeweging bereikt. Je bent dus een versneller en de ontkenners zijn vertragers. Uiteindelijk komt de verandering, vroeg of laat.
M: Dat is dan tenminste troostrijk. Dank je wel voor dit gesprek. Wilde jij er nog wat aan toevoegen?
L: Ik weet dat je niet echt iets met vissen op hebt, maar ik vond het leuk om dit te doen.

Daar zit ik dan, een beetje terecht gewezen over hoe ik in het leven sta en me druk maak. Maar ook met een onwaarschijnlijk verhaal van een Meerval die ook op land kan overleven. Ik kan het me niet voorstellen en dat ga ik dus opzoeken.

260805

‘Ik nestel me in mezelf’

Mijn beurt om een blog te schrijven. De ooievaar heeft zo’n saai verhaal dat ik het niet blogwaardig vindt. De bever vraagt: ‘Waarom contact?’ Hij laat zien dat hij juist met rust gelaten wil worden en het al bijna teveel vindt dat ik hen af en toe zie.

Sjonge, wil dan niemand met me praten?

Ik zie 14-jarige Sjaantje in haar mand naast me liggen. Diep in slaap, zoals altijd de laatste tijd. Zou zij willen babbelen?

Ze laat zien dat ze zich steeds dieper in zichzelf terug trekt. ‘Het is een veilige plek, ik kan er goed uitrusten.’ Ze laat me voelen hoe het voelt en het is net een holletje in zichzelf. Zo te voelen gaat het lichaam ook op een laag pitje. ‘Ik nestel me in mezelf,’ zegt ze tevreden.

Ik denk aan al die momenten dat ze helemaal uitgeschakeld ligt, het tongetje uit haar bijna tandeloze bekkie. Het maakt me altijd zacht en ik voel dan dat m’n gezicht zich in een glimlach vormt.

We nemen even de dagelijkse gang van zaken door.

200 meter lopen vanaf mijn kantoortje naar het schip. ‘Pfff, soms is m’n lijf zo zwaar, dan kom ik slecht vooruit.’ Dat zijn de momenten dat ik haar optil en met teveel belasting voor mijn rug draag ik haar naar het plasplekje bij het schip.

Snuffelen. Sjaan laat zien dat ze soms niet meer helemaal wijs wordt uit de luchtjes. Het gaat allemaal langzamer in die kop. Het zijn de momenten dat ik naar haar toe moet lopen om haar weer in de benen te krijgen. Anders staat ze er tien minuten later nog.

Familiefeestjes. Sjaan leeft op. ‘Dat vind ik altijd zo leuk!’ Het klopt dat ze dan de hele tijd wakker is en rondloopt.

Boodschappen doen met mijn oude moeder. ‘Je mag me ook wel es thuislaten, hoor,’ zegt ze. Hier sputter ik tegen. Vaak moet ik na de boodschappen een flink aantal uren werken in de zorg en dan vind ik dat ze te lang alleen is. ‘Het is wel vermoeiend,’ probeert ze nog. Maar ik ben onverbiddelijk. Ik moet ook aan mijn eigen gevoel denken en teveel uren alleen op een dag vind ik niet hond-waardig. Nog niet.

“Is deze evaluatie genoeg voor nu?” vraag ik Sjaan.

‘Zo gaat het goed,’ vat ze haar huidige bestaan samen.

14 maanden geleden schreef ik ook al over haar, De ouder wordende hond. Ik hoop dat ik over 14 maanden weer een blog kan schrijven.

PS Heel flauw: op het moment dat ik deze blog schrijf zit er steeds een ooievaar te klepperen. Wie weet komt er een moment dat ik toch nog es een interessant gesprek kan voeren met een ooievaar. Ik wilde graag weten hoe het leven is met zo’n giga snavel aan je kop :).

Hoe we entiteiten kunnen helpen bij de spirituele overgang

Na mijn laatste blog over de Australische Honing Papagaai die overvallen door een natuurbrand gedood was en zich totaal niet bewust was dat hij niet meer leefde, liet Hyronimus zich zien en wilde hij nog belangrijke aanvullingen geven. In deze blog zijn die aanvullingen opgenomen als een soort ritueel hoe we deze dieren die dood zijn maar het zelf niet beseffen, kunnen helpen over te gaan. Ik zou me kunnen voorstellen dat dit ook voor mensen zou kunnen helpen die de weg kwijt zijn geraakt tussen de verschillende werelden en nu rondspoken.

M: Dag Hyronimus, ik begrijp dat je nog belangrijke dingen wilt zeggen. Ik luister.
H: Ja, je gesprek van gisteren met de Australische papagaai was belangrijk. Het viel jou ook al op dat deze vogel totaal de weg kwijt is door wat er gebeurd is. Ze weet niet dat ze dood is en daar hebben heel veel dieren last van die bij de natuurbranden zijn omgekomen. Ze zijn dood, maar weten het niet. Dat betekent dat ze blijven hangen in een staat waar ze niet thuis horen. Zo kunnen ze hun bijdrage aan de groepsziel niet leveren en kunnen ze ook niet meer terugkomen. Een heel proces van doorstroming wordt geblokkeerd.
M: Dat kan ik me voorstellen, maar was me dat totaal niet bewust dat dat de evolutie schaadt.
H: Dat doet het wel en daar moeten we zo snel mogelijk proberen bij te helpen. Ik stel voor dat we een ritueel ontwikkelen om de dieren te helpen. Van jouw kant vraag ik dan om hulp te zoeken bij je dieren praatgroep, die zouden dan mee kunnen doen.
M: Dat lijkt me een goed idee, ben daar gaarne toe bereid en ik zal het dan met de coachen overleggen.
H: Dat is goed. Ik wil jullie een ritueel geven dat je kunt uitvoeren om deze arme dieren te helpen. Dit stel ik voor, en je mag er best een eigen invulling aan geven, als je de essentie maar overeind laat:
• Ga in een rustige omgeving zitten en bereid je voor op spiritueel werk, dat kan door een korte meditatie, visualisatie of het branden van een kaars (mag ook allemaal tegelijk);
• Maak een denkbeeldige kring, ook als je alleen bent, de kring bestaat uit alle mensen die van dieren houden, die mag je er allemaal bij betrekken, liefst persoonlijk door het noemen van hun naam, vraag ze wel vooraf of ze hieraan willen meedoen;
• Roep diegene aan waar jij een band mee hebt, dat kan zijn: God, Jezus, Allah, Mohammed, de Heren van Wijsheid, wie je aanroept maakt niet uit, maar benoem deze wel;
• En zeg dan deze mantra op: ‘Oh degene die je aanroept help ons alle dieren die bij natuurbranden of stalbranden of anderszins ergens op Aarde zijn omgekomen, te beseffen dat ze overleden zijn waardoor ze vrij worden gemaakt om naar hun eigenlijke bestemming als ziel te gaan’
• Voel dat dit een hele krachtige mantra is en draag die uit naar de wereld op een manier zoals je dat geleerd hebt of zoals het goed voelt, maar wel altijd vanuit je hart;
• Sluit je kring af door iedereen die je erbij betrokken hebt, ook weer los te schakelen, zodat ze niet blijven hangen. Los schakelen doe je door de namen te noemen en te zeggen dat we weer overgaan tot de dagelijkse bezigheden;
• Doof de kaars en de kleine ceremonie is ten einde.
Denk je dat je dit wilt en kunt gaan doen?
M: Dank je wel Hyronimus, dit klinkt heel mooi en ik wil het zeker gaan doen om deze arme dieren te helpen. En ook zo goed dat je niet alleen de Australische dieren benoemd, maar ook elders op de wereld, als de Amazone of in Indonesië of Thailand of waar dan ook. Echt heel erg bedankt.
H: Jij ook heel erg bedankt, want hiermee ga je heel belangrijk werk verrichten en bespreek het ook vooral met je coaches.
200213

Aanwezige afwezigen? Raar maar waar…

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, mijn collega en vriendin Patricia gaf afgelopen vrijdag samen met Marleen haar eerste ‘huiskameravond’. Als mediums maken zij contact met overleden dierbaren van deelnemers aan zo’n avond. Eerst beschrijven zij een aantal kenmerken van de energie die zij ervaren, die hoort bij een overleden dierbare. Zij kunnen deze kenmerken zien, voelen, horen en soms ook ruiken, proeven of simpelweg weten. Aan de onderscheidende kenmerken herkent iemand zijn of haar dierbare. Daarna ontwikkelt het contact zich verder met meer en vaak diepere informatie voor diegene.

Tussen hemel en aarde
Voor wie dit nieuw is, kan ik me indenken dat dit heel ‘raar’ is. Tegelijkertijd is het ook warm en troostrijk om te ervaren dat er kennelijk meer is tussen hemel en aarde. En het bijzondere is, je hoeft er niet eens voor open te staan. De onderscheidende informatie spreekt voor zichzelf. In deze blog neem ik jullie mee in informatie die voor Maya en mij bijzonder is en op deze huiskameravond onmiskenbaar naar voren kwam.

Zo begon Patricia met de volgende beschrijving: ‘Ik weet niet waar het vandaan komt, maar er is ineens heel veel licht, wit licht.’ Vervolgens zei ze: ‘Ik heb een man bij me, in de leeftijd van een opa, niet jouw opa. Hij laat bij zijn overlijden heel veel wit licht zien dat jij ook hebt gezien, evenals anderen. Het is een vrij grote man en zijn postuur is wat bonkig. Dit klinkt misschien nog een beetje vaag, maar is er iemand die op basis hiervan deze man al herkent?’

Wit licht
Nou vond ik deze informatie helemaal niet vaag. Ik herkende meteen mijn overleden en veel oudere man Aart. Zijn dochter Masja, Maya en ik waren bij zijn overlijden. En inderdaad was er een enorm wit licht in de kamer. Een soort vertraagde bliksemflits pal boven mijn hoofd, die wel 10 tellen aanhield. Het gekke was dat het felle, witte licht helemaal niet verblindde. Je kon er gewoon naar kijken. Ik dacht dat ik het me verbeeldde toen het gebeurde. Maar ik zag Masja en Maya ook naar dit licht kijken. In stilte keken we elkaar alle drie even aan. Maya draaide met haar koppie steeds van het licht naar mij en weer terug. Zo van, zie je dit ook? En Masja zag dat Maya het zag. Het was een uniek, verbindend moment. Ik denk er vaak aan terug.

Nadat duidelijk was geworden dat deze overleden dierbare man bij mij hoorde, vertelde Patricia nog andere dingen. Ook bracht zij een ontroerende boodschap van Aart aan mij over.

Over het witte licht vertelde ze dat Aart dit kenmerk had gekozen om dit breder kenbaar te maken. Voor hem gaf het ook een tegenstelling aan tussen het geploeter, soms, bij leven en de zachtheid van dit allesomvattende witte licht na sterven. Omdat Maya het ook had gezien en ik haar er nooit over had gesproken, besloot ik om Maya eens te vragen hoe zij het ervaren had, dat witte licht. En ook om daar dan mijn eerstvolgende blog aan te wijden.

De boodschap van Maya
Dit is wat Maya erover vertelde. Ze zei: “Het grote witte licht balde samen in een lichtje met de vorm van een omgekeerde diamant ter hoogte van je linker schouder. Daar bleef het ook ongeveer 10 tellen in de lucht hangen. Het was net een groet en een dank je wel. De herinnering aan het witte licht en het kleinere lichtje geeft een gevoel alsof je er niet alleen voor staat. Dat maakte het zo mooi, toen. Ik zag het ook. Het was een andere aanwezigheid. Maar wel een aanwezigheid. En die zit ook in jou en mij. En daarom kunnen we contact maken met elkaar. Dat gaat op het niveau van die andere aanwezigheid. En Aart staat er achter dat je dit doet, met mensen en met dieren. En dat draagt hij uit door over het witte licht te praten.”

Lieve Maya, ik denk dat je gelijk hebt. En ik ben zo blij dat ik die ervaring toen met jou en Masja kon delen. Het was heel bijzonder. En extra bijzonder dat die ervaring afgelopen vrijdag ineens in het licht werd gezet, via Patricia. In het witte licht van toen. Dat Patricia eerst eventjes wat vaag vond, terwijl het voor ons heel concreet was. Ik ben blij dat ik er met je over heb kunnen praten. En dat ik ook jouw beleving bij het witte licht in deze blog kan verwerken. Immers, hier worden er bruggen geslagen, tussen mensen en dieren en nu ook tussen aanwezigen en afwezigen die toch aanwezig blijken te zijn.

Bruggen slaan
Lieve AnimalTalks liefhebbers, hopelijk heb ik niet teveel gevraagd van jullie voorstellings- en acceptatievermogen met een blog over wit licht en contact met overledenen. Na de huiskameravond van afgelopen vrijdag en de aanmoediging van Aart om het witte licht te verspreiden, kon ik er niet om heen. Ik wil jullie graag bedanken voor de veiligheid waarbinnen ik dit verhaal, samen met Maya, kan delen. Want een beetje ‘raar’ is het wel, raar maar waar…

Slotvraag: Wil jij hieronder ook iets bijzonders delen dat je met jouw dier hebt meegemaakt? Voel je vrij!

Wat een Australische Honing Papagaai vertelt na een natuurbrand

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de natuurbranden, besefte ik dat ik eerder een diergesprek heb gehad met dieren die door natuurbranden waren getroffen. In het bijzonder onderstaand gesprek met een Australische Honing Papagaai was me bijgebleven. En toen ik dat gesprek opzocht, zag ik dat ik het nooit als blog heb gepubliceerd. Dus volgt hier nu een gesprek dat ik in 2020 heb gehad.

M: Dag Papagaai, ik zou graag met je willen praten over de bosbranden in jouw land.
P: Uit nieuwsgierigheid of heb je echt belangstelling?
M: Ik zal me even voorstellen, ik ben … en wil heel graag dieren een stem geven. Daarvoor moet ik goed leren praten met allerlei soorten dieren. En dieren hebben een stem nodig in maatschappelijke ontwikkelingen. Die Australische bosbranden zijn maatschappelijk zeer relevant.
P: OK, je hebt dus goede bedoelingen. Begrijp je dat ik wat wantrouwend ben, hoewel ik nooit iemand heb gekend die met me kon praten. Maar mensen vertrouw ik niet bij voorbaat.
M: Ik voel ergens dat je boos bent op mensen die dit hebben gedaan of tenminste hebben laten gebeuren. Klopt dat?
P: Dat klopt zeker. Het is niet voor te stellen wat er allemaal gebeurd is en ik zal je er over vertellen.
Wij leefden in een kolonie van wel twintig tot dertig papagaaien in het binnenland van Quensland. Al enige tijd waren er hevige bosbranden maar ver bij ons vandaan, dus maakten we ons geen zorgen. Maar ineens kwam het heel snel onze kant op. Wij zijn vogels en kunnen vliegen, maar we zijn geen kunstenaars in het vliegen en dat kunnen we ook niet heel lang volhouden. Zodra we zagen dat het heel snel dichterbij kwam, zijn we met z’n allen vertrokken. Maar het vuur haalde ons in, de vlammen waren zo hoog dat we niet boven de vlammen uit konden vliegen en we konden de hitte dus niet ontwijken. We zijn allemaal op een afschuwelijke manier verbrand. Het doet ontzettende pijn als je veren in brand vliegen en je vleugels je daardoor niet meer kunnen dragen. Je valt als een pakketje uit de lucht midden in de vlammen. En dan verbrand je levend, dat is afschuwelijk.
M: Wat een heftig verhaal zeg. En daarna?
P: Wat bedoel je daarna?
M: Ik bedoel dat je vogel lichaam dood is gegaan en dat jij nog verder leeft.
P: Ik ben helemaal niet dood gegaan, ik ben verbrand, maar ben er nog steeds en heb veel meer vrijheid van vliegen. We zijn dan ook naar een andere plek verhuisd waar het veel prettiger is en geen bosbranden zijn.
M: Ja, dat bedoelde ik eigenlijk met dat je verder leeft, maar op een andere manier.
P: Ja maar je zei dat ik dood was en dat ben ik dus niet, anders zou ik toch niet met je kunnen praten?
M: Je hebt verschillende lichamen, een fysiek lichaam waarin je vogel was en dat lichaam is verbrand. Maar daarnaast heb je ook nog een geestelijk lichaam, dat kan van een vogel zijn, maar kan ook wat anders zijn, dat is niet verbrand, en dat heeft nog bewustzijn en dat deel praat met mij.
P: Je wilt beweren dat ik geen papagaai meer ben?
M: Dat zeg ik niet echt. Ik denk en ik wil me niet te bruut uitdrukken, maar ik denk dat je dood bent gegaan in de vlammen van de bosbranden en dat je nu nog niet beseft dat je dood bent.
P: Dat is onzin, ik kan toch echt vliegen en bomen en gras en water zien.
M: Maar moet je ook gaan drinken en eten?
P: Dat heb ik in het begin wel geprobeerd, maar ik kreeg de zaden niet te pakken met m’n snavel en ik kon ook niet meer drinken. Maar gelukkig heb ik er geen behoefte meer aan.
M: Kan het zijn dat je door de shock van de vlammenzee en het daarna verbranden van je lichaam, je niet de tijd hebt gehad om je lichaam te verlaten en dat je daardoor denkt dat je nog vastzit in de fysieke wereld?
P: Wat bazel je nu toch over fysieke en geestelijke wereld. Ik woon gewoon in een holle boom en leef bijna net zo als vroeger. Alleen hoef ik niet meer te eten en drinken, dat is best wel makkelijk, maar soms ook lastig omdat ik dat dan vergeet en ik toch probeer de zaden te pellen en op te eten, maar ik krijg ze niet te pakken. En als ik mijn snavel in het water steek, voel ik geen water en kan ik het ook niet drinken.
M: Nou dank je wel voor het gesprek. Mag ik nog een keertje bij je terugkomen? En wil je nog wat zeggen?
P: Je mag gerust nog een keertje terugkomen.

We hebben hier duidelijk te maken met een dier dat door een trauma is gestorven en dat zelf nog niet beseft. Dit was voor mij de allereerste keer dat ik daarmee geconfronteerd werd. Na afloop heb ik daar met Hyronimus over gehad en die heeft me een ritueel gegeven om dieren in deze situaties te helpen. In een volgende blog zal ik dat ritueel opnemen.

200212

Het lot van dieren bij natuurbranden

De afgelopen weken zijn we massaal geconfronteerd met natuurbranden. Ik had daar in de laatste Nieuwsbrief reeds voor gewaarschuwd, we hadden een hele droge en zonnige april, heerlijk maar niet voor de natuur. En dat werd meteen duidelijk.
Tijdens de branden ving ik herhaaldelijk noodkreten van dieren op. Waarna Ik met de vraag zit hoe hebben de dieren in deze brandgebieden het ervaren? Deze volgende gesprekken hebben zich gedurende enkele weken afgespeeld en heb ik hier min of meer samengevat in dialogen.

Ik stel me open en er meldt zich meteen een haas, wel typerend (dit is een inside grapje).

M: Dag haas, wil jij me wat vertellen over hoe jij de natuurbrand hebt ervaren?
H: Als eng.
M: Wil je iets meer delen?
H: Ik heb mijn leger bij het leger en ben dus wel wat gewend inzake herrie, knallen en ontploffingen en ook af en toe een brandje. Dat is allemaal heel gewoon. Maar dit keer was het ongewoon. Het eerste wat me opviel was de rook, er was meteen veel rook. Daarna hoorde ik ook het knetteren van de brand en vlammen heb ik pas veel later gezien. Maar daar waar rook is, ga je als een haas meteen weg. Je weet nooit wat er van rook kan komen. Dus ben ik vertrokken, niet met de noorderzon, maar wel tegen de wind in. Lastig was dat er op meerdere plekken brand was en daardoor moest ik af en toe afwijken van mijn vluchtroute. Niet echt een probleem, als haas ben ik snel genoeg om het vuur voor te blijven, tenzij ik ingesloten raak. Dat gebeurde niet.
M: Dank voor je verhaal. Zijn er nog soortgenoten van jou omgekomen?
H: Dat denk ik wel, want het is het seizoen van de kleinste kleintjes en die liggen verstopt in het gras of een kuiltje en die kunnen meestal niet zomaar wegrennen. Die sterven helaas, moeder haas probeert dan van alles maar rent uiteindelijk meestal zelf ook weg om zichzelf te redden, soms zijn ze dan gewoon te laat. Heel triest, maar er sterven heel veel jonge hazen, ook door roofvogels, vossen, enz. Dus het hoort gewoon bij het jonge leven.
M: Dank voor je verhaal.

Ik ga op zoek naar een volgend dier dat zich wil laten horen en ik krijg contact met een regenworm.

M: Dag worm, wil jij mij vertellen hoe het was om een natuurbrand mee te maken vanuit jouw perspectief?
W: Geen probleem. Ik ben zoals jullie dat noemen, een verticale worm, een pendelaar.
M: Wat betekent dat?
W: Je hebt verschillende wormsoorten. Soorten die vooral vlak onder de oppervlakte zitten, zo genaamde horizontale wormen. Zij zitten voornamelijk in de eerste laag van de grond en gaan niet diep. Zij zullen een natuurbrand niet overleven, want de grond wordt veel te heet voor ze. Dan heb je de groep regenwormen die diep in de bodem zitten, zij hebben zelden last van een brand. En onze soort die plantenresten van boven de grond diep naar beneden brengen, we boren dus verticaal.
M: Duidelijk en jij behoort tot die laatste groep en hebt daardoor meer overlevingskansen?
W: Dat klopt. Zodra wij voelen dat het warmer wordt kunnen we dieper de aarde in gaan en meestal lukt het dan om tijdig naar beneden te komen, maar zeker niet altijd. Meestal wordt het warmer omdat het buiten erg warm en zonnig is. Maar soms ben je op zo’n moment gewoon op de verkeerde plaats en word je verrast door de hitte van een brand. En de brand kan ook ondergronds gaan en dan kunnen wij het wel moeilijk krijgen. Maar ik was er ook bij en heb het kunnen redden. Een geluk is ook dat op plekken waar natuurbranden veel voorkomen over het algemeen weinig wormen wonen, wij wormen leven voornamelijk in kleigrond en veel minder vaak in zandgrond. Over het algemeen kun je zeggen dat onze wormsoort weinig problemen ondervindt van natuurbranden. Dat geldt echter zeker niet voor alle wormsoorten.

De volgende die zich meldt is een klein wollig bruin vogeltje, ik herken hem niet.

M: Dag vogel, sorry dat ik je niet herken, maar wat ben jij voor een soort vogel.
V: Jullie noemen mij een boompieper, wat nergens op slaat, want ik zing heel mooi en bijzonder. Helemaal geen gepiep.
M: Dank voor je introductie. Was jij aanwezig tijdens de brand in ’t Harde?
V: Ja, daar was ik en daarom reageerde ik ook op jouw oproep om ervaring te melden.
M: Fijn dat je je gemeld hebt, kun je me iets vertellen van jouw belevenissen en wil je dat?
V: Ik zal proberen er volgens de tijdlijn over te vertellen. Het was een normale dag, er werd geschoten en er waren knallen en explosies, maar dat is niet abnormaal. Dat hoort bij onze zomer leefomgeving. Daar staat tegenover dat het juist een hele rustige omgeving is, er gebeurt weinig spannends, dus een uitstekende plek om te broeden. Ik had een nest gebouwd op de grond, zoals we altijd doen en ik had het mooi bekleed met wat mos en we waren er aan toe om er eitjes in te leggen.
Op de dag dat de brand uitbrak was het best eng. Het begon met veel rook en ineens laaide het vuur heel hoog op en kroop dat vuur alle kanten op. Ik was eerst nog gewoon eten aan het zoeken, insecten op de grond, maar ik schrok van het lawaai van het vuur en ben toen weggevlogen. Dat is natuurlijk ons voordeel, wij kunnen vliegen en ons heel snel verplaatsen. Natuurlijk word je dan gehinderd door de rook en de hitte, maar je kunt je buiten gevaar brengen. Dat geldt niet voor mijn nest dat na dagen dat het vuur en het blussen duurde, niet meer terug te vinden was. Ik ben inmiddels begonnen aan een nieuw nest.
M: Dat klinkt alsof het voor jou best wel meeviel deze brand.
V: Dat is ook zo, gelukkig hadden we nog geen jongen en is er niets ergs gebeurd.

Als ik alle dieren die ik gesproken heb zo hoor valt de schade bij de dieren eigenlijk wel mee. Toch was dat niet mijn gevoel bij de noodkreten die ik opving. Dus moet er nog een gesprek plaatsvinden met een dier dat wel degelijk ernstig getroffen is door de branden. Er meldt zich een konijn.

M: Dag konijn, dank dat je met me wil praten. Kun jij vertellen wat jou is overkomen tijdens deze natuurband?
K: Zeker kan ik dat vertellen. Ik heb het er erg moeilijk mee. Maar ik zal bij het begin beginnen. De dag begon als een normale dag, de herrie van de oefeningen horen bij het wonen op deze plek. Maar ineens kwam er veel rook en daarna de herrie van vuur en pas veel later het vuur zelf. Ik woon in dit gebied en heb er een gezinshol waar op dat moment de kleintjes woonden, zes stuks. Ik was diep in het hol gekropen want ik was bang. Dit had ik nog nooit meegemaakt, zo’n ongelooflijke herrie en hitte. De vuurzee raasde over ons hol heen, we werden letterlijk gekookt, allemaal voor mijn gevoel. Het deed erge pijn en het stonk afschuwelijk, tot ik merkte dat ik geen pijn meer voelde en ik een beetje boven mijn hol zweefde en ik kon goed zien wat er met de omgeving was gebeurd. Niets was meer hetzelfde, alles was z(Het verhaal van de Australische Honing papagaai) wart geblakerd en stonk en hier en daar rookte het nog.
Ik ben teruggegaan naar mijn hol, maar ik kon niets meer doen voor de andere bewoners. Dus ben ik een tijdje in ons hol gebleven en daarna dacht ik dat het tijd werd om wat te drinken en te eten. Maar ik kon niets eetbaars meer vinden en ook water was er niet meer. Dat was heel raar, ik had ook geen honger maar meer uit gewoonte ben ik naar eten gaan zoeken. En als ik dacht dat iets misschien wel eetbaar was, wilde ik knabbelen maar kon ik het niet te pakken krijgen. Alsof mijn tanden geen sprietje meer vast kon houden.

Dit verhaal van het konijn wordt een beetje vreemd voor mij en ik vermoed dat het konijn eigenlijk ook dood is maar dat zelf nog niet doorheeft. Ik ben dat ook tegengekomen toen ik me met een grote natuurbrand in Australië had bezig gehouden (het verhaal van de Australische Honing papagaai, nog te publiceren). Dieren die zo getraumatiseerd over zijn gegaan dat ze zelf niet beseften dat ze al overleden waren. Daar hebben Hyronimus en ik toen een ritueel voor ontwikkeld om deze dieren die een soort dwalende geesten zijn, te helpen te beseffen dat ze zijn overleden en dat ze verder kunnen gaan naar hun groepsziel en thuiskomen (in dit verhaal is het ritueel opgenomen, nog te publiceren). In dit geval heb ik dit ritueel ook toegepast op dit konijn.

M: Konijn mag ik vragen hoe het nu met je gaat?
K: Je had gelijk, ik was dood maar besefte dat helemaal niet en dacht dat ik nog leefde, alleen voelde het leven zo anders. Dat is dus blijkbaar wat een trauma met je doet als je plotseling en geheel onverwacht sterft. Dank je dat je me geholpen hebt.
M: Daar heb je gelijk in. Maar dit kan iedereen overkomen, ook mensen kan dit overkomen en dan blijven ze rondspoken, soms heel lang. Dank voor dit gesprek.

260422/260513

Kaila vindt me een zeur

Vandaag weer een verhaal over Kaila, een grote inspiratiebron voor mij om daar dagelijks mee te leven.
Enkele maanden terug is bij mij mijn artrose weer stevig opgekomen, ondanks een vierde spuit in mijn knie, loop ik momenteel moeizaam. En dat gaat ’s ochtends beter dan ’s middags. Dus komt Kaila bij de middagwandelingen op de hei en in het bos te kort. Ik zoek dan vaak een bankje om te gaan zitten en laat haar lekker scharrelen. Maar van de week liep dat anders. Na twintig minuten wandelen liep ik terug naar de auto, maar Kaila meende dat ze nog wel een extra ommetje kon maken. Van mij mag ze dat en ik ben bij de auto op een boomstronk gaan zitten en heb gewacht.
Toen ik in het begin, jaren geleden, moeite had met de grote vrijheidsdrang van Kaila heeft mijn honden coach tegen me gezegd, maak je geen zorgen zolang ze binnen tien minuten weer terugkomt. En mijn telefoonnummer heeft ze om haar nek, dus wat kan er mis gaan?
Maar nu liep het toch echt anders. Ze bleef ruim een half uur weg en ik was erg ongerust geworden intussen.

M: Lieverd, kunnen we weer even praten?
K: Ja, graag, altijd leuk met jou.
M: Weet je nog van afgelopen zaterdagmiddag toen je een erg lange extra wandeling maakte?
K: Toen jij ongerust was geworden? Ja dat weet ik nog.
M: Kunnen we het daar even over hebben? Ik was heel erg ongerust geworden omdat je zo lang wegbleef. En dan krijg ik doemscenario’s dat je, met jouw drugsverleden, ergens in de bosjes ligt, vol met drugs die je gevonden hebt en dat je daar ter plekke heel erg ziek geworden bent en niet meer naar mij toe kunt komen. En dat je daar misschien wel dood gaat.
K: Overdrijf je nu niet een beetje? Er was niets aan de hand. Ja, ik heb een ommetje gemaakt want ik rook wel ergens iets en dat moest ik onderzoeken. Maar ik ben niet lang weggeweest.
M: Noem jij ruim een half uur buiten mijn beeld niet lang?
K: Jouw begrip van tijd is niet mijn begrip van tijd, dus ik kan niet aangeven dat het lang was. Voor mijn gevoel was het zo voorbij. Maar sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling.
M: Hoe zit het met jouw begrip van tijd dan?
K: Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet. Dus kan ik alleen weten hoe het op dat moment is, jullie zeggen leven in het nu. Ik kan niet anders en dan besef ik niet dat iets lang of kort duurt. Het duurt zolang als het duurt. Als jij dan zegt dat het een half uur heeft geduurd en dat dat lang is, wil ik je wel geloven. Maar als we een half uur samen wandelen, is dat eigenlijk best kort en nu is een half uur alleen wandelen door mij voor jou erg lang voor jouw gevoel. Dat klopt toch niet met elkaar.

Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet

M: Daar heb je wel een interessant punt. Heeft dat met kwaliteit van tijd te maken? Samen wandelen is fijn, zitten wachten is niet echt fijn, het zijn dus verschillende kwaliteiten.
K: Dat kan heel goed, maar dan verschillen we nog steeds, ik wandel een half uur alleen en dat is kort voor mij en jij zit dezelfde tijd te wachten en dat is lang voor jou. Maar het is hetzelfde halve uur zoals je zei. Kortom, eigenlijk denk ik je moet niet zeuren. Er was niets aan de hand, ik was je ook niet kwijt, ik wist waar je was en kwam ook gewoon naar je toe lopen, zonder dat ik zenuwachtig was. Een duidelijk teken dat ik me prima voelde. Jammer dat jij je niet zo voelde.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat we een verschillende opvatting hebben en ik denk inderdaad dat het te maken heeft met het feit dat tijd ook een ander aspect heeft en dat is kwali-teit. Zo hebben we een interessante discussie, dank je wel hiervoor.
Toch zou ik je willen vragen voortaan minder lang alleen te gaan wandelen, check dan gewoon tussendoor even in, zodat ik weet dat het goed met je gaat.
K: Is dat een toestemming om vaker alleen te gaan wandelen?
M: Wat ben jij een slimme hond, je kletst me steeds vast, maar dat is geen aanbeveling om vaker al-leen te gaan wandelen. Dat kan mijn ‘zorgen maker’ niet aan.
K: Dat is geen probleem. Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan. Stel dat uit, denk ergens anders aan, dan hoef je je geen zorgen te maken. Wij kennen dat systeem van zorgen maken eigenlijk niet, ook weer omdat we in het nu leven en dus niet in de toekomst. Want zorgen maak je je alleen over dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst, maar ze hoeven helemaal niet te gebeuren, want de toekomst kan ook anders worden, daarvoor is het toekomst. Dus is zorgen maken een totaal overbodige emotie.

Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan

M: Dat is wel mooi gezegd, maar ook wel eenvoudig. De meeste mensen zitten zo niet in elkaar. Trouwens, ik ben niet zo’n grote zorgen maker, dus daar heb jij meestal geen last van.
K: Maar het is wel een typisch menselijk probleem, je zorgen maken over de toekomt.
M: Maar onze ervaringen uit het verleden kunnen het zorgen maken juist versterken.
K: Daar hebben jullie zo’n mooie uitspraak voor ‘Resultaten uit het verleden, zijn geen garantie voor de toekomst’.
M: Je hebt me al weer te pakken. Ik geef het op, je bent mij vandaag veel te slim.
K: Ho, ho, niets vandaag. Zo ben ik altijd, want zo ben ik.
M: Ik geef het op. Wil je nog iets kwijt?
K: Ik hou ook van jou.

 

Leven in de vijfde dimensie

Laatst las ik een stuk over leven in de vijfde dimensie, een relatief nieuw onderwerp voor mij. In het stuk werden de verschillende dimensies uitgelegd en werd er verteld dat de mensheid collectief op weg is naar de vijfde dimensie. En, en dat trof mij bijzonder, dat dolfijnen al in de vijfde dimensie leven.

Voor diegene waar deze verschillende dimensies relatief nieuw voor zijn, zoals ik, even een korte uitleg over de verschillende dimensies.

De eerste en tweede dimensie gaan over waarnemen, oerdriften, aarden en je fysiek. De derde dimensie is een bewustzijnsstaat van onder meer fysieke en emotionele ervaring, confrontatie, materiële armoede en rijkdom. Iemand die de vierde dimensie bewust ervaart, leeft nog steeds volop, maar staat ook stil. Tijd is een relatief begrip geworden. Het huidige moment is het belangrijkste. Om deze dimensie te bereiken is meditatie de weg. Voor de vijfde dimensie kijkt je op afstand. Niet alleen naar je eigen leven, maar naar het leven op zich. Je ervaart dat je onderdeel bent van een groter geheel. Je ego tempert en je leeft volledig vanuit je hart en in harmonie met je omgeving.

Nu naar de dolfijnen die al in de vijfde dimensie zouden moeten leven. Ik wil graag van ze weten hoe dat is. Dus maak ik contact met dolfijnen, daarbij helpt mee dat ik het prachtige dieren vind.

Ik probeer contact te maken met Dolfijnen en vraag wie het leuk vindt met mij te spreken.
Onmiddellijk melden zich 3-4-5 dolfijnen die met me willen spreken. Dat is nu niet handig, ik vraag of ze één woordvoerder willen kiezen en dat doen ze. En mijn gesprek kan beginnen.

M: Ik heb gehoord dat dolfijnen elkaar namen geven. Wat is jouw naam.
F: We hebben allemaal namen volgens ons persoonlijke geluid, dat geluid in een naam vertalen is even lastig, maar noem mij maar fibrrre.
M: OK, Fibrrre, mag ik je zo noemen? Hoe is jullie leven?
F: Wij verblijven met een grote groep in de Noordzee, er zijn ook andere groepen en we leven hier een prima leven en je mag me gerust zo proberen te noemen, hoewel je mijn naam wel een beetje raar uitspreekt. Maar je kunt niet beter hoewel je erg je best doet, dus dat is goed.
M: Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door een artikel dat ik las over leven in de vijfde dimensie en jullie dolfijnen zouden dat doen. Wat is jouw mening daarover?
F: Totaal geen mening, is het boeiend om te weten in welke dimensie je leeft? Nee toch? Je leven verandert er niet door, er komen niet ineens meer vissen langs om te eten en je mede oceaan bewoners worden er niet ineens vriendelijker van. Dus het boeit me niet jouw vraag.
M: OK, misschien kun je dan iets vertellen over jullie leven in de Noordzee?
F: Dat wil ik wel doen. We leven in een grote groep, meestal zo’n 20-30 dolfijnen, maar soms zijn we met veel meer als een groep zich tijdelijk samenvoegt. Meestal leven we in goede harmonie met elkaar en onze omgeving. Wij zwemmen altijd en leven altijd in ons waakbewustzijn, dat wil zeggen we slapen niet. Tenminste niet echt. Dat klinkt vaag, maar dat zit als volgt. Als wij zouden slapen zouden we verdrinken want we moeten lucht inademen en daarvoor moeten we naar boven water gaan. Daarvoor moeten we wakker zijn. Dat hebben we als volgt opgelost, we slapen om beurten met een hersenhelft in waakbewustzijn en de andere in slaap. Dat wisselen we af en daardoor overleven we. Het is gewoon onze natuur en dus niets bijzonders voor ons, maar misschien wel bijzonder voor jullie.
M: Het klinkt wel spannend om zo te leven. Kunnen jullie ook dromen met een hersenhelft in slaap?
F: Grappig dat je dat vraagt, ja, wij kunnen zeker dromen en kunnen ook visioenen hebben in onze dromen. Soms kun je zelfs over voorspellende dromen spreken en als meerdere van onze groep zo’n droom hebben gehad, wordt daar werk van gemaakt. Dat wil vaak zeggen dat we dan naar een andere plek zwemmen waar mogelijk meer eten is of minder gevaar of minder verstoring door mensen is. Vaak zijn die dromen dus best wel praktisch.
M: Dat is mooi. Hoe functioneren jullie als groep? Hebben jullie leiders of een team van leiders of is dat er helemaal niet?
F: We hebben niet een eenduidige vorm van leiderschap, het is niet zo dat er één of enkele dolfijnen zijn die voor de groep alles bepalen. We hebben een soort van collectief leiderschap maar dat werkt ook weer apart. We kunnen ons bewustzijn met elkaar verbinden en zo maken we keuzes als er keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi voorbeeld hiervan is onze manier van jagen op voedsel. Wij eten vis en hebben duidelijk onze voorkeur voor welke vissen we liever hebben dan andere soorten. Als we nu jagen dan doen we dat collectief. We zien een school vissen die we willen bejagen en zwemmen daar op een wijze naartoe zodat de school vissen compact gemaakt wordt. Daar gebruiken we ook trucjes voor als bellen blazen, cirkels maken in het zand, alles wat de vissenschool maar samendrijft. En als dat gelukt is zwemmen we er van alle kanten ineens in en kunnen we overvloedig eten. Doordat we zo slim jagen, hebben we veel tijd over om plezier te maken.
M: Dat klinkt heel slim jullie leiderschap en jullie manier van jagen. Wat doen jullie als je plezier maakt?
F: Dat verschilt, soms plagen we elkaar en spelen spelletjes met elkaar, maar soms genieten we gewoon van alles wat er is, zoals de golven of van een boot die langs komt. Kleine boten kunnen leuk zijn, die zijn ook niet zo ontzettend lawaaiig, en daar kunnen we dan soms meezwemmen met de boeggolf. Dan hebben we minder weerstand en kunnen we harder zwemmen of met minder inspanning. Het is zo’n beetje als de ganzen die in de lucht in V-vorm vliegen en daardoor veel minder moe worden.
M: Wil je nog iets kwijt dat ik niet gevraagd heb?
F: Jazeker. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de oceanen een heel bijzonder biotoop zijn en dat jullie ernstig verstoren met jullie vervuiling door olie en plastic, maar ook door de herrie die jullie schepen maken en die de bouwwerkzaamheden die jullie steeds vaker in de zeeën uitvoeren. Het is belangrijk dat de mens veel meer rekening houdt met zijn medeschepselen, zoals wij, maar ook de vissen en het niet vervuilde water, enz. Dit is heel belangrijk dat jullie dit beseffen.
M: Dank je wel voor deze laatste oproep en het hele gesprek.
F: Je bent welkom voor een vervolg gesprek.

Zoals je zult begrijpen liep dit gesprek totaal anders dan ik verwacht had. Dit is altijd spannend voor mij om te zien hoe een dieren gesprek verloopt. Ik kreeg geen antwoorden op mijn oorspronkelijke vraag, maar ik kreeg wel weer veel wijsheden mee. En dat was heel mooi.
260311