Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

‘Ik nestel me in mezelf’

Mijn beurt om een blog te schrijven. De ooievaar heeft zo’n saai verhaal dat ik het niet blogwaardig vindt. De bever vraagt: ‘Waarom contact?’ Hij laat zien dat hij juist met rust gelaten wil worden en het al bijna teveel vindt dat ik hen af en toe zie.

Sjonge, wil dan niemand met me praten?

Ik zie 14-jarige Sjaantje in haar mand naast me liggen. Diep in slaap, zoals altijd de laatste tijd. Zou zij willen babbelen?

Ze laat zien dat ze zich steeds dieper in zichzelf terug trekt. ‘Het is een veilige plek, ik kan er goed uitrusten.’ Ze laat me voelen hoe het voelt en het is net een holletje in zichzelf. Zo te voelen gaat het lichaam ook op een laag pitje. ‘Ik nestel me in mezelf,’ zegt ze tevreden.

Ik denk aan al die momenten dat ze helemaal uitgeschakeld ligt, het tongetje uit haar bijna tandeloze bekkie. Het maakt me altijd zacht en ik voel dan dat m’n gezicht zich in een glimlach vormt.

We nemen even de dagelijkse gang van zaken door.

200 meter lopen vanaf mijn kantoortje naar het schip. ‘Pfff, soms is m’n lijf zo zwaar, dan kom ik slecht vooruit.’ Dat zijn de momenten dat ik haar optil en met teveel belasting voor mijn rug draag ik haar naar het plasplekje bij het schip.

Snuffelen. Sjaan laat zien dat ze soms niet meer helemaal wijs wordt uit de luchtjes. Het gaat allemaal langzamer in die kop. Het zijn de momenten dat ik naar haar toe moet lopen om haar weer in de benen te krijgen. Anders staat ze er tien minuten later nog.

Familiefeestjes. Sjaan leeft op. ‘Dat vind ik altijd zo leuk!’ Het klopt dat ze dan de hele tijd wakker is en rondloopt.

Boodschappen doen met mijn oude moeder. ‘Je mag me ook wel es thuislaten, hoor,’ zegt ze. Hier sputter ik tegen. Vaak moet ik na de boodschappen een flink aantal uren werken in de zorg en dan vind ik dat ze te lang alleen is. ‘Het is wel vermoeiend,’ probeert ze nog. Maar ik ben onverbiddelijk. Ik moet ook aan mijn eigen gevoel denken en teveel uren alleen op een dag vind ik niet hond-waardig. Nog niet.

“Is deze evaluatie genoeg voor nu?” vraag ik Sjaan.

‘Zo gaat het goed,’ vat ze haar huidige bestaan samen.

14 maanden geleden schreef ik ook al over haar, De ouder wordende hond. Ik hoop dat ik over 14 maanden weer een blog kan schrijven.

PS Heel flauw: op het moment dat ik deze blog schrijf zit er steeds een ooievaar te klepperen. Wie weet komt er een moment dat ik toch nog es een interessant gesprek kan voeren met een ooievaar. Ik wilde graag weten hoe het leven is met zo’n giga snavel aan je kop :).

Hoe we entiteiten kunnen helpen bij de spirituele overgang

Na mijn laatste blog over de Australische Honing Papagaai die overvallen door een natuurbrand gedood was en zich totaal niet bewust was dat hij niet meer leefde, liet Hyronimus zich zien en wilde hij nog belangrijke aanvullingen geven. In deze blog zijn die aanvullingen opgenomen als een soort ritueel hoe we deze dieren die dood zijn maar het zelf niet beseffen, kunnen helpen over te gaan. Ik zou me kunnen voorstellen dat dit ook voor mensen zou kunnen helpen die de weg kwijt zijn geraakt tussen de verschillende werelden en nu rondspoken.

M: Dag Hyronimus, ik begrijp dat je nog belangrijke dingen wilt zeggen. Ik luister.
H: Ja, je gesprek van gisteren met de Australische papagaai was belangrijk. Het viel jou ook al op dat deze vogel totaal de weg kwijt is door wat er gebeurd is. Ze weet niet dat ze dood is en daar hebben heel veel dieren last van die bij de natuurbranden zijn omgekomen. Ze zijn dood, maar weten het niet. Dat betekent dat ze blijven hangen in een staat waar ze niet thuis horen. Zo kunnen ze hun bijdrage aan de groepsziel niet leveren en kunnen ze ook niet meer terugkomen. Een heel proces van doorstroming wordt geblokkeerd.
M: Dat kan ik me voorstellen, maar was me dat totaal niet bewust dat dat de evolutie schaadt.
H: Dat doet het wel en daar moeten we zo snel mogelijk proberen bij te helpen. Ik stel voor dat we een ritueel ontwikkelen om de dieren te helpen. Van jouw kant vraag ik dan om hulp te zoeken bij je dieren praatgroep, die zouden dan mee kunnen doen.
M: Dat lijkt me een goed idee, ben daar gaarne toe bereid en ik zal het dan met de coachen overleggen.
H: Dat is goed. Ik wil jullie een ritueel geven dat je kunt uitvoeren om deze arme dieren te helpen. Dit stel ik voor, en je mag er best een eigen invulling aan geven, als je de essentie maar overeind laat:
• Ga in een rustige omgeving zitten en bereid je voor op spiritueel werk, dat kan door een korte meditatie, visualisatie of het branden van een kaars (mag ook allemaal tegelijk);
• Maak een denkbeeldige kring, ook als je alleen bent, de kring bestaat uit alle mensen die van dieren houden, die mag je er allemaal bij betrekken, liefst persoonlijk door het noemen van hun naam, vraag ze wel vooraf of ze hieraan willen meedoen;
• Roep diegene aan waar jij een band mee hebt, dat kan zijn: God, Jezus, Allah, Mohammed, de Heren van Wijsheid, wie je aanroept maakt niet uit, maar benoem deze wel;
• En zeg dan deze mantra op: ‘Oh degene die je aanroept help ons alle dieren die bij natuurbranden of stalbranden of anderszins ergens op Aarde zijn omgekomen, te beseffen dat ze overleden zijn waardoor ze vrij worden gemaakt om naar hun eigenlijke bestemming als ziel te gaan’
• Voel dat dit een hele krachtige mantra is en draag die uit naar de wereld op een manier zoals je dat geleerd hebt of zoals het goed voelt, maar wel altijd vanuit je hart;
• Sluit je kring af door iedereen die je erbij betrokken hebt, ook weer los te schakelen, zodat ze niet blijven hangen. Los schakelen doe je door de namen te noemen en te zeggen dat we weer overgaan tot de dagelijkse bezigheden;
• Doof de kaars en de kleine ceremonie is ten einde.
Denk je dat je dit wilt en kunt gaan doen?
M: Dank je wel Hyronimus, dit klinkt heel mooi en ik wil het zeker gaan doen om deze arme dieren te helpen. En ook zo goed dat je niet alleen de Australische dieren benoemd, maar ook elders op de wereld, als de Amazone of in Indonesië of Thailand of waar dan ook. Echt heel erg bedankt.
H: Jij ook heel erg bedankt, want hiermee ga je heel belangrijk werk verrichten en bespreek het ook vooral met je coaches.
200213

Aanwezige afwezigen? Raar maar waar…

Lieve AnimalTalks-liefhebbers, mijn collega en vriendin Patricia gaf afgelopen vrijdag samen met Marleen haar eerste ‘huiskameravond’. Als mediums maken zij contact met overleden dierbaren van deelnemers aan zo’n avond. Eerst beschrijven zij een aantal kenmerken van de energie die zij ervaren, die hoort bij een overleden dierbare. Zij kunnen deze kenmerken zien, voelen, horen en soms ook ruiken, proeven of simpelweg weten. Aan de onderscheidende kenmerken herkent iemand zijn of haar dierbare. Daarna ontwikkelt het contact zich verder met meer en vaak diepere informatie voor diegene.

Tussen hemel en aarde
Voor wie dit nieuw is, kan ik me indenken dat dit heel ‘raar’ is. Tegelijkertijd is het ook warm en troostrijk om te ervaren dat er kennelijk meer is tussen hemel en aarde. En het bijzondere is, je hoeft er niet eens voor open te staan. De onderscheidende informatie spreekt voor zichzelf. In deze blog neem ik jullie mee in informatie die voor Maya en mij bijzonder is en op deze huiskameravond onmiskenbaar naar voren kwam.

Zo begon Patricia met de volgende beschrijving: ‘Ik weet niet waar het vandaan komt, maar er is ineens heel veel licht, wit licht.’ Vervolgens zei ze: ‘Ik heb een man bij me, in de leeftijd van een opa, niet jouw opa. Hij laat bij zijn overlijden heel veel wit licht zien dat jij ook hebt gezien, evenals anderen. Het is een vrij grote man en zijn postuur is wat bonkig. Dit klinkt misschien nog een beetje vaag, maar is er iemand die op basis hiervan deze man al herkent?’

Wit licht
Nou vond ik deze informatie helemaal niet vaag. Ik herkende meteen mijn overleden en veel oudere man Aart. Zijn dochter Masja, Maya en ik waren bij zijn overlijden. En inderdaad was er een enorm wit licht in de kamer. Een soort vertraagde bliksemflits pal boven mijn hoofd, die wel 10 tellen aanhield. Het gekke was dat het felle, witte licht helemaal niet verblindde. Je kon er gewoon naar kijken. Ik dacht dat ik het me verbeeldde toen het gebeurde. Maar ik zag Masja en Maya ook naar dit licht kijken. In stilte keken we elkaar alle drie even aan. Maya draaide met haar koppie steeds van het licht naar mij en weer terug. Zo van, zie je dit ook? En Masja zag dat Maya het zag. Het was een uniek, verbindend moment. Ik denk er vaak aan terug.

Nadat duidelijk was geworden dat deze overleden dierbare man bij mij hoorde, vertelde Patricia nog andere dingen. Ook bracht zij een ontroerende boodschap van Aart aan mij over.

Over het witte licht vertelde ze dat Aart dit kenmerk had gekozen om dit breder kenbaar te maken. Voor hem gaf het ook een tegenstelling aan tussen het geploeter, soms, bij leven en de zachtheid van dit allesomvattende witte licht na sterven. Omdat Maya het ook had gezien en ik haar er nooit over had gesproken, besloot ik om Maya eens te vragen hoe zij het ervaren had, dat witte licht. En ook om daar dan mijn eerstvolgende blog aan te wijden.

De boodschap van Maya
Dit is wat Maya erover vertelde. Ze zei: “Het grote witte licht balde samen in een lichtje met de vorm van een omgekeerde diamant ter hoogte van je linker schouder. Daar bleef het ook ongeveer 10 tellen in de lucht hangen. Het was net een groet en een dank je wel. De herinnering aan het witte licht en het kleinere lichtje geeft een gevoel alsof je er niet alleen voor staat. Dat maakte het zo mooi, toen. Ik zag het ook. Het was een andere aanwezigheid. Maar wel een aanwezigheid. En die zit ook in jou en mij. En daarom kunnen we contact maken met elkaar. Dat gaat op het niveau van die andere aanwezigheid. En Aart staat er achter dat je dit doet, met mensen en met dieren. En dat draagt hij uit door over het witte licht te praten.”

Lieve Maya, ik denk dat je gelijk hebt. En ik ben zo blij dat ik die ervaring toen met jou en Masja kon delen. Het was heel bijzonder. En extra bijzonder dat die ervaring afgelopen vrijdag ineens in het licht werd gezet, via Patricia. In het witte licht van toen. Dat Patricia eerst eventjes wat vaag vond, terwijl het voor ons heel concreet was. Ik ben blij dat ik er met je over heb kunnen praten. En dat ik ook jouw beleving bij het witte licht in deze blog kan verwerken. Immers, hier worden er bruggen geslagen, tussen mensen en dieren en nu ook tussen aanwezigen en afwezigen die toch aanwezig blijken te zijn.

Bruggen slaan
Lieve AnimalTalks liefhebbers, hopelijk heb ik niet teveel gevraagd van jullie voorstellings- en acceptatievermogen met een blog over wit licht en contact met overledenen. Na de huiskameravond van afgelopen vrijdag en de aanmoediging van Aart om het witte licht te verspreiden, kon ik er niet om heen. Ik wil jullie graag bedanken voor de veiligheid waarbinnen ik dit verhaal, samen met Maya, kan delen. Want een beetje ‘raar’ is het wel, raar maar waar…

Slotvraag: Wil jij hieronder ook iets bijzonders delen dat je met jouw dier hebt meegemaakt? Voel je vrij!

Wat een Australische Honing Papagaai vertelt na een natuurbrand

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de natuurbranden, besefte ik dat ik eerder een diergesprek heb gehad met dieren die door natuurbranden waren getroffen. In het bijzonder onderstaand gesprek met een Australische Honing Papagaai was me bijgebleven. En toen ik dat gesprek opzocht, zag ik dat ik het nooit als blog heb gepubliceerd. Dus volgt hier nu een gesprek dat ik in 2020 heb gehad.

M: Dag Papagaai, ik zou graag met je willen praten over de bosbranden in jouw land.
P: Uit nieuwsgierigheid of heb je echt belangstelling?
M: Ik zal me even voorstellen, ik ben … en wil heel graag dieren een stem geven. Daarvoor moet ik goed leren praten met allerlei soorten dieren. En dieren hebben een stem nodig in maatschappelijke ontwikkelingen. Die Australische bosbranden zijn maatschappelijk zeer relevant.
P: OK, je hebt dus goede bedoelingen. Begrijp je dat ik wat wantrouwend ben, hoewel ik nooit iemand heb gekend die met me kon praten. Maar mensen vertrouw ik niet bij voorbaat.
M: Ik voel ergens dat je boos bent op mensen die dit hebben gedaan of tenminste hebben laten gebeuren. Klopt dat?
P: Dat klopt zeker. Het is niet voor te stellen wat er allemaal gebeurd is en ik zal je er over vertellen.
Wij leefden in een kolonie van wel twintig tot dertig papagaaien in het binnenland van Quensland. Al enige tijd waren er hevige bosbranden maar ver bij ons vandaan, dus maakten we ons geen zorgen. Maar ineens kwam het heel snel onze kant op. Wij zijn vogels en kunnen vliegen, maar we zijn geen kunstenaars in het vliegen en dat kunnen we ook niet heel lang volhouden. Zodra we zagen dat het heel snel dichterbij kwam, zijn we met z’n allen vertrokken. Maar het vuur haalde ons in, de vlammen waren zo hoog dat we niet boven de vlammen uit konden vliegen en we konden de hitte dus niet ontwijken. We zijn allemaal op een afschuwelijke manier verbrand. Het doet ontzettende pijn als je veren in brand vliegen en je vleugels je daardoor niet meer kunnen dragen. Je valt als een pakketje uit de lucht midden in de vlammen. En dan verbrand je levend, dat is afschuwelijk.
M: Wat een heftig verhaal zeg. En daarna?
P: Wat bedoel je daarna?
M: Ik bedoel dat je vogel lichaam dood is gegaan en dat jij nog verder leeft.
P: Ik ben helemaal niet dood gegaan, ik ben verbrand, maar ben er nog steeds en heb veel meer vrijheid van vliegen. We zijn dan ook naar een andere plek verhuisd waar het veel prettiger is en geen bosbranden zijn.
M: Ja, dat bedoelde ik eigenlijk met dat je verder leeft, maar op een andere manier.
P: Ja maar je zei dat ik dood was en dat ben ik dus niet, anders zou ik toch niet met je kunnen praten?
M: Je hebt verschillende lichamen, een fysiek lichaam waarin je vogel was en dat lichaam is verbrand. Maar daarnaast heb je ook nog een geestelijk lichaam, dat kan van een vogel zijn, maar kan ook wat anders zijn, dat is niet verbrand, en dat heeft nog bewustzijn en dat deel praat met mij.
P: Je wilt beweren dat ik geen papagaai meer ben?
M: Dat zeg ik niet echt. Ik denk en ik wil me niet te bruut uitdrukken, maar ik denk dat je dood bent gegaan in de vlammen van de bosbranden en dat je nu nog niet beseft dat je dood bent.
P: Dat is onzin, ik kan toch echt vliegen en bomen en gras en water zien.
M: Maar moet je ook gaan drinken en eten?
P: Dat heb ik in het begin wel geprobeerd, maar ik kreeg de zaden niet te pakken met m’n snavel en ik kon ook niet meer drinken. Maar gelukkig heb ik er geen behoefte meer aan.
M: Kan het zijn dat je door de shock van de vlammenzee en het daarna verbranden van je lichaam, je niet de tijd hebt gehad om je lichaam te verlaten en dat je daardoor denkt dat je nog vastzit in de fysieke wereld?
P: Wat bazel je nu toch over fysieke en geestelijke wereld. Ik woon gewoon in een holle boom en leef bijna net zo als vroeger. Alleen hoef ik niet meer te eten en drinken, dat is best wel makkelijk, maar soms ook lastig omdat ik dat dan vergeet en ik toch probeer de zaden te pellen en op te eten, maar ik krijg ze niet te pakken. En als ik mijn snavel in het water steek, voel ik geen water en kan ik het ook niet drinken.
M: Nou dank je wel voor het gesprek. Mag ik nog een keertje bij je terugkomen? En wil je nog wat zeggen?
P: Je mag gerust nog een keertje terugkomen.

We hebben hier duidelijk te maken met een dier dat door een trauma is gestorven en dat zelf nog niet beseft. Dit was voor mij de allereerste keer dat ik daarmee geconfronteerd werd. Na afloop heb ik daar met Hyronimus over gehad en die heeft me een ritueel gegeven om dieren in deze situaties te helpen. In een volgende blog zal ik dat ritueel opnemen.

200212

Het lot van dieren bij natuurbranden

De afgelopen weken zijn we massaal geconfronteerd met natuurbranden. Ik had daar in de laatste Nieuwsbrief reeds voor gewaarschuwd, we hadden een hele droge en zonnige april, heerlijk maar niet voor de natuur. En dat werd meteen duidelijk.
Tijdens de branden ving ik herhaaldelijk noodkreten van dieren op. Waarna Ik met de vraag zit hoe hebben de dieren in deze brandgebieden het ervaren? Deze volgende gesprekken hebben zich gedurende enkele weken afgespeeld en heb ik hier min of meer samengevat in dialogen.

Ik stel me open en er meldt zich meteen een haas, wel typerend (dit is een inside grapje).

M: Dag haas, wil jij me wat vertellen over hoe jij de natuurbrand hebt ervaren?
H: Als eng.
M: Wil je iets meer delen?
H: Ik heb mijn leger bij het leger en ben dus wel wat gewend inzake herrie, knallen en ontploffingen en ook af en toe een brandje. Dat is allemaal heel gewoon. Maar dit keer was het ongewoon. Het eerste wat me opviel was de rook, er was meteen veel rook. Daarna hoorde ik ook het knetteren van de brand en vlammen heb ik pas veel later gezien. Maar daar waar rook is, ga je als een haas meteen weg. Je weet nooit wat er van rook kan komen. Dus ben ik vertrokken, niet met de noorderzon, maar wel tegen de wind in. Lastig was dat er op meerdere plekken brand was en daardoor moest ik af en toe afwijken van mijn vluchtroute. Niet echt een probleem, als haas ben ik snel genoeg om het vuur voor te blijven, tenzij ik ingesloten raak. Dat gebeurde niet.
M: Dank voor je verhaal. Zijn er nog soortgenoten van jou omgekomen?
H: Dat denk ik wel, want het is het seizoen van de kleinste kleintjes en die liggen verstopt in het gras of een kuiltje en die kunnen meestal niet zomaar wegrennen. Die sterven helaas, moeder haas probeert dan van alles maar rent uiteindelijk meestal zelf ook weg om zichzelf te redden, soms zijn ze dan gewoon te laat. Heel triest, maar er sterven heel veel jonge hazen, ook door roofvogels, vossen, enz. Dus het hoort gewoon bij het jonge leven.
M: Dank voor je verhaal.

Ik ga op zoek naar een volgend dier dat zich wil laten horen en ik krijg contact met een regenworm.

M: Dag worm, wil jij mij vertellen hoe het was om een natuurbrand mee te maken vanuit jouw perspectief?
W: Geen probleem. Ik ben zoals jullie dat noemen, een verticale worm, een pendelaar.
M: Wat betekent dat?
W: Je hebt verschillende wormsoorten. Soorten die vooral vlak onder de oppervlakte zitten, zo genaamde horizontale wormen. Zij zitten voornamelijk in de eerste laag van de grond en gaan niet diep. Zij zullen een natuurbrand niet overleven, want de grond wordt veel te heet voor ze. Dan heb je de groep regenwormen die diep in de bodem zitten, zij hebben zelden last van een brand. En onze soort die plantenresten van boven de grond diep naar beneden brengen, we boren dus verticaal.
M: Duidelijk en jij behoort tot die laatste groep en hebt daardoor meer overlevingskansen?
W: Dat klopt. Zodra wij voelen dat het warmer wordt kunnen we dieper de aarde in gaan en meestal lukt het dan om tijdig naar beneden te komen, maar zeker niet altijd. Meestal wordt het warmer omdat het buiten erg warm en zonnig is. Maar soms ben je op zo’n moment gewoon op de verkeerde plaats en word je verrast door de hitte van een brand. En de brand kan ook ondergronds gaan en dan kunnen wij het wel moeilijk krijgen. Maar ik was er ook bij en heb het kunnen redden. Een geluk is ook dat op plekken waar natuurbranden veel voorkomen over het algemeen weinig wormen wonen, wij wormen leven voornamelijk in kleigrond en veel minder vaak in zandgrond. Over het algemeen kun je zeggen dat onze wormsoort weinig problemen ondervindt van natuurbranden. Dat geldt echter zeker niet voor alle wormsoorten.

De volgende die zich meldt is een klein wollig bruin vogeltje, ik herken hem niet.

M: Dag vogel, sorry dat ik je niet herken, maar wat ben jij voor een soort vogel.
V: Jullie noemen mij een boompieper, wat nergens op slaat, want ik zing heel mooi en bijzonder. Helemaal geen gepiep.
M: Dank voor je introductie. Was jij aanwezig tijdens de brand in ’t Harde?
V: Ja, daar was ik en daarom reageerde ik ook op jouw oproep om ervaring te melden.
M: Fijn dat je je gemeld hebt, kun je me iets vertellen van jouw belevenissen en wil je dat?
V: Ik zal proberen er volgens de tijdlijn over te vertellen. Het was een normale dag, er werd geschoten en er waren knallen en explosies, maar dat is niet abnormaal. Dat hoort bij onze zomer leefomgeving. Daar staat tegenover dat het juist een hele rustige omgeving is, er gebeurt weinig spannends, dus een uitstekende plek om te broeden. Ik had een nest gebouwd op de grond, zoals we altijd doen en ik had het mooi bekleed met wat mos en we waren er aan toe om er eitjes in te leggen.
Op de dag dat de brand uitbrak was het best eng. Het begon met veel rook en ineens laaide het vuur heel hoog op en kroop dat vuur alle kanten op. Ik was eerst nog gewoon eten aan het zoeken, insecten op de grond, maar ik schrok van het lawaai van het vuur en ben toen weggevlogen. Dat is natuurlijk ons voordeel, wij kunnen vliegen en ons heel snel verplaatsen. Natuurlijk word je dan gehinderd door de rook en de hitte, maar je kunt je buiten gevaar brengen. Dat geldt niet voor mijn nest dat na dagen dat het vuur en het blussen duurde, niet meer terug te vinden was. Ik ben inmiddels begonnen aan een nieuw nest.
M: Dat klinkt alsof het voor jou best wel meeviel deze brand.
V: Dat is ook zo, gelukkig hadden we nog geen jongen en is er niets ergs gebeurd.

Als ik alle dieren die ik gesproken heb zo hoor valt de schade bij de dieren eigenlijk wel mee. Toch was dat niet mijn gevoel bij de noodkreten die ik opving. Dus moet er nog een gesprek plaatsvinden met een dier dat wel degelijk ernstig getroffen is door de branden. Er meldt zich een konijn.

M: Dag konijn, dank dat je met me wil praten. Kun jij vertellen wat jou is overkomen tijdens deze natuurband?
K: Zeker kan ik dat vertellen. Ik heb het er erg moeilijk mee. Maar ik zal bij het begin beginnen. De dag begon als een normale dag, de herrie van de oefeningen horen bij het wonen op deze plek. Maar ineens kwam er veel rook en daarna de herrie van vuur en pas veel later het vuur zelf. Ik woon in dit gebied en heb er een gezinshol waar op dat moment de kleintjes woonden, zes stuks. Ik was diep in het hol gekropen want ik was bang. Dit had ik nog nooit meegemaakt, zo’n ongelooflijke herrie en hitte. De vuurzee raasde over ons hol heen, we werden letterlijk gekookt, allemaal voor mijn gevoel. Het deed erge pijn en het stonk afschuwelijk, tot ik merkte dat ik geen pijn meer voelde en ik een beetje boven mijn hol zweefde en ik kon goed zien wat er met de omgeving was gebeurd. Niets was meer hetzelfde, alles was z(Het verhaal van de Australische Honing papagaai) wart geblakerd en stonk en hier en daar rookte het nog.
Ik ben teruggegaan naar mijn hol, maar ik kon niets meer doen voor de andere bewoners. Dus ben ik een tijdje in ons hol gebleven en daarna dacht ik dat het tijd werd om wat te drinken en te eten. Maar ik kon niets eetbaars meer vinden en ook water was er niet meer. Dat was heel raar, ik had ook geen honger maar meer uit gewoonte ben ik naar eten gaan zoeken. En als ik dacht dat iets misschien wel eetbaar was, wilde ik knabbelen maar kon ik het niet te pakken krijgen. Alsof mijn tanden geen sprietje meer vast kon houden.

Dit verhaal van het konijn wordt een beetje vreemd voor mij en ik vermoed dat het konijn eigenlijk ook dood is maar dat zelf nog niet doorheeft. Ik ben dat ook tegengekomen toen ik me met een grote natuurbrand in Australië had bezig gehouden (het verhaal van de Australische Honing papagaai, nog te publiceren). Dieren die zo getraumatiseerd over zijn gegaan dat ze zelf niet beseften dat ze al overleden waren. Daar hebben Hyronimus en ik toen een ritueel voor ontwikkeld om deze dieren die een soort dwalende geesten zijn, te helpen te beseffen dat ze zijn overleden en dat ze verder kunnen gaan naar hun groepsziel en thuiskomen (in dit verhaal is het ritueel opgenomen, nog te publiceren). In dit geval heb ik dit ritueel ook toegepast op dit konijn.

M: Konijn mag ik vragen hoe het nu met je gaat?
K: Je had gelijk, ik was dood maar besefte dat helemaal niet en dacht dat ik nog leefde, alleen voelde het leven zo anders. Dat is dus blijkbaar wat een trauma met je doet als je plotseling en geheel onverwacht sterft. Dank je dat je me geholpen hebt.
M: Daar heb je gelijk in. Maar dit kan iedereen overkomen, ook mensen kan dit overkomen en dan blijven ze rondspoken, soms heel lang. Dank voor dit gesprek.

260422/260513

Kaila vindt me een zeur

Vandaag weer een verhaal over Kaila, een grote inspiratiebron voor mij om daar dagelijks mee te leven.
Enkele maanden terug is bij mij mijn artrose weer stevig opgekomen, ondanks een vierde spuit in mijn knie, loop ik momenteel moeizaam. En dat gaat ’s ochtends beter dan ’s middags. Dus komt Kaila bij de middagwandelingen op de hei en in het bos te kort. Ik zoek dan vaak een bankje om te gaan zitten en laat haar lekker scharrelen. Maar van de week liep dat anders. Na twintig minuten wandelen liep ik terug naar de auto, maar Kaila meende dat ze nog wel een extra ommetje kon maken. Van mij mag ze dat en ik ben bij de auto op een boomstronk gaan zitten en heb gewacht.
Toen ik in het begin, jaren geleden, moeite had met de grote vrijheidsdrang van Kaila heeft mijn honden coach tegen me gezegd, maak je geen zorgen zolang ze binnen tien minuten weer terugkomt. En mijn telefoonnummer heeft ze om haar nek, dus wat kan er mis gaan?
Maar nu liep het toch echt anders. Ze bleef ruim een half uur weg en ik was erg ongerust geworden intussen.

M: Lieverd, kunnen we weer even praten?
K: Ja, graag, altijd leuk met jou.
M: Weet je nog van afgelopen zaterdagmiddag toen je een erg lange extra wandeling maakte?
K: Toen jij ongerust was geworden? Ja dat weet ik nog.
M: Kunnen we het daar even over hebben? Ik was heel erg ongerust geworden omdat je zo lang wegbleef. En dan krijg ik doemscenario’s dat je, met jouw drugsverleden, ergens in de bosjes ligt, vol met drugs die je gevonden hebt en dat je daar ter plekke heel erg ziek geworden bent en niet meer naar mij toe kunt komen. En dat je daar misschien wel dood gaat.
K: Overdrijf je nu niet een beetje? Er was niets aan de hand. Ja, ik heb een ommetje gemaakt want ik rook wel ergens iets en dat moest ik onderzoeken. Maar ik ben niet lang weggeweest.
M: Noem jij ruim een half uur buiten mijn beeld niet lang?
K: Jouw begrip van tijd is niet mijn begrip van tijd, dus ik kan niet aangeven dat het lang was. Voor mijn gevoel was het zo voorbij. Maar sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling.
M: Hoe zit het met jouw begrip van tijd dan?
K: Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet. Dus kan ik alleen weten hoe het op dat moment is, jullie zeggen leven in het nu. Ik kan niet anders en dan besef ik niet dat iets lang of kort duurt. Het duurt zolang als het duurt. Als jij dan zegt dat het een half uur heeft geduurd en dat dat lang is, wil ik je wel geloven. Maar als we een half uur samen wandelen, is dat eigenlijk best kort en nu is een half uur alleen wandelen door mij voor jou erg lang voor jouw gevoel. Dat klopt toch niet met elkaar.

Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet

M: Daar heb je wel een interessant punt. Heeft dat met kwaliteit van tijd te maken? Samen wandelen is fijn, zitten wachten is niet echt fijn, het zijn dus verschillende kwaliteiten.
K: Dat kan heel goed, maar dan verschillen we nog steeds, ik wandel een half uur alleen en dat is kort voor mij en jij zit dezelfde tijd te wachten en dat is lang voor jou. Maar het is hetzelfde halve uur zoals je zei. Kortom, eigenlijk denk ik je moet niet zeuren. Er was niets aan de hand, ik was je ook niet kwijt, ik wist waar je was en kwam ook gewoon naar je toe lopen, zonder dat ik zenuwachtig was. Een duidelijk teken dat ik me prima voelde. Jammer dat jij je niet zo voelde.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat we een verschillende opvatting hebben en ik denk inderdaad dat het te maken heeft met het feit dat tijd ook een ander aspect heeft en dat is kwali-teit. Zo hebben we een interessante discussie, dank je wel hiervoor.
Toch zou ik je willen vragen voortaan minder lang alleen te gaan wandelen, check dan gewoon tussendoor even in, zodat ik weet dat het goed met je gaat.
K: Is dat een toestemming om vaker alleen te gaan wandelen?
M: Wat ben jij een slimme hond, je kletst me steeds vast, maar dat is geen aanbeveling om vaker al-leen te gaan wandelen. Dat kan mijn ‘zorgen maker’ niet aan.
K: Dat is geen probleem. Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan. Stel dat uit, denk ergens anders aan, dan hoef je je geen zorgen te maken. Wij kennen dat systeem van zorgen maken eigenlijk niet, ook weer omdat we in het nu leven en dus niet in de toekomst. Want zorgen maak je je alleen over dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst, maar ze hoeven helemaal niet te gebeuren, want de toekomst kan ook anders worden, daarvoor is het toekomst. Dus is zorgen maken een totaal overbodige emotie.

Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan

M: Dat is wel mooi gezegd, maar ook wel eenvoudig. De meeste mensen zitten zo niet in elkaar. Trouwens, ik ben niet zo’n grote zorgen maker, dus daar heb jij meestal geen last van.
K: Maar het is wel een typisch menselijk probleem, je zorgen maken over de toekomt.
M: Maar onze ervaringen uit het verleden kunnen het zorgen maken juist versterken.
K: Daar hebben jullie zo’n mooie uitspraak voor ‘Resultaten uit het verleden, zijn geen garantie voor de toekomst’.
M: Je hebt me al weer te pakken. Ik geef het op, je bent mij vandaag veel te slim.
K: Ho, ho, niets vandaag. Zo ben ik altijd, want zo ben ik.
M: Ik geef het op. Wil je nog iets kwijt?
K: Ik hou ook van jou.

 

Leven in de vijfde dimensie

Laatst las ik een stuk over leven in de vijfde dimensie, een relatief nieuw onderwerp voor mij. In het stuk werden de verschillende dimensies uitgelegd en werd er verteld dat de mensheid collectief op weg is naar de vijfde dimensie. En, en dat trof mij bijzonder, dat dolfijnen al in de vijfde dimensie leven.

Voor diegene waar deze verschillende dimensies relatief nieuw voor zijn, zoals ik, even een korte uitleg over de verschillende dimensies.

De eerste en tweede dimensie gaan over waarnemen, oerdriften, aarden en je fysiek. De derde dimensie is een bewustzijnsstaat van onder meer fysieke en emotionele ervaring, confrontatie, materiële armoede en rijkdom. Iemand die de vierde dimensie bewust ervaart, leeft nog steeds volop, maar staat ook stil. Tijd is een relatief begrip geworden. Het huidige moment is het belangrijkste. Om deze dimensie te bereiken is meditatie de weg. Voor de vijfde dimensie kijkt je op afstand. Niet alleen naar je eigen leven, maar naar het leven op zich. Je ervaart dat je onderdeel bent van een groter geheel. Je ego tempert en je leeft volledig vanuit je hart en in harmonie met je omgeving.

Nu naar de dolfijnen die al in de vijfde dimensie zouden moeten leven. Ik wil graag van ze weten hoe dat is. Dus maak ik contact met dolfijnen, daarbij helpt mee dat ik het prachtige dieren vind.

Ik probeer contact te maken met Dolfijnen en vraag wie het leuk vindt met mij te spreken.
Onmiddellijk melden zich 3-4-5 dolfijnen die met me willen spreken. Dat is nu niet handig, ik vraag of ze één woordvoerder willen kiezen en dat doen ze. En mijn gesprek kan beginnen.

M: Ik heb gehoord dat dolfijnen elkaar namen geven. Wat is jouw naam.
F: We hebben allemaal namen volgens ons persoonlijke geluid, dat geluid in een naam vertalen is even lastig, maar noem mij maar fibrrre.
M: OK, Fibrrre, mag ik je zo noemen? Hoe is jullie leven?
F: Wij verblijven met een grote groep in de Noordzee, er zijn ook andere groepen en we leven hier een prima leven en je mag me gerust zo proberen te noemen, hoewel je mijn naam wel een beetje raar uitspreekt. Maar je kunt niet beter hoewel je erg je best doet, dus dat is goed.
M: Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door een artikel dat ik las over leven in de vijfde dimensie en jullie dolfijnen zouden dat doen. Wat is jouw mening daarover?
F: Totaal geen mening, is het boeiend om te weten in welke dimensie je leeft? Nee toch? Je leven verandert er niet door, er komen niet ineens meer vissen langs om te eten en je mede oceaan bewoners worden er niet ineens vriendelijker van. Dus het boeit me niet jouw vraag.
M: OK, misschien kun je dan iets vertellen over jullie leven in de Noordzee?
F: Dat wil ik wel doen. We leven in een grote groep, meestal zo’n 20-30 dolfijnen, maar soms zijn we met veel meer als een groep zich tijdelijk samenvoegt. Meestal leven we in goede harmonie met elkaar en onze omgeving. Wij zwemmen altijd en leven altijd in ons waakbewustzijn, dat wil zeggen we slapen niet. Tenminste niet echt. Dat klinkt vaag, maar dat zit als volgt. Als wij zouden slapen zouden we verdrinken want we moeten lucht inademen en daarvoor moeten we naar boven water gaan. Daarvoor moeten we wakker zijn. Dat hebben we als volgt opgelost, we slapen om beurten met een hersenhelft in waakbewustzijn en de andere in slaap. Dat wisselen we af en daardoor overleven we. Het is gewoon onze natuur en dus niets bijzonders voor ons, maar misschien wel bijzonder voor jullie.
M: Het klinkt wel spannend om zo te leven. Kunnen jullie ook dromen met een hersenhelft in slaap?
F: Grappig dat je dat vraagt, ja, wij kunnen zeker dromen en kunnen ook visioenen hebben in onze dromen. Soms kun je zelfs over voorspellende dromen spreken en als meerdere van onze groep zo’n droom hebben gehad, wordt daar werk van gemaakt. Dat wil vaak zeggen dat we dan naar een andere plek zwemmen waar mogelijk meer eten is of minder gevaar of minder verstoring door mensen is. Vaak zijn die dromen dus best wel praktisch.
M: Dat is mooi. Hoe functioneren jullie als groep? Hebben jullie leiders of een team van leiders of is dat er helemaal niet?
F: We hebben niet een eenduidige vorm van leiderschap, het is niet zo dat er één of enkele dolfijnen zijn die voor de groep alles bepalen. We hebben een soort van collectief leiderschap maar dat werkt ook weer apart. We kunnen ons bewustzijn met elkaar verbinden en zo maken we keuzes als er keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi voorbeeld hiervan is onze manier van jagen op voedsel. Wij eten vis en hebben duidelijk onze voorkeur voor welke vissen we liever hebben dan andere soorten. Als we nu jagen dan doen we dat collectief. We zien een school vissen die we willen bejagen en zwemmen daar op een wijze naartoe zodat de school vissen compact gemaakt wordt. Daar gebruiken we ook trucjes voor als bellen blazen, cirkels maken in het zand, alles wat de vissenschool maar samendrijft. En als dat gelukt is zwemmen we er van alle kanten ineens in en kunnen we overvloedig eten. Doordat we zo slim jagen, hebben we veel tijd over om plezier te maken.
M: Dat klinkt heel slim jullie leiderschap en jullie manier van jagen. Wat doen jullie als je plezier maakt?
F: Dat verschilt, soms plagen we elkaar en spelen spelletjes met elkaar, maar soms genieten we gewoon van alles wat er is, zoals de golven of van een boot die langs komt. Kleine boten kunnen leuk zijn, die zijn ook niet zo ontzettend lawaaiig, en daar kunnen we dan soms meezwemmen met de boeggolf. Dan hebben we minder weerstand en kunnen we harder zwemmen of met minder inspanning. Het is zo’n beetje als de ganzen die in de lucht in V-vorm vliegen en daardoor veel minder moe worden.
M: Wil je nog iets kwijt dat ik niet gevraagd heb?
F: Jazeker. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de oceanen een heel bijzonder biotoop zijn en dat jullie ernstig verstoren met jullie vervuiling door olie en plastic, maar ook door de herrie die jullie schepen maken en die de bouwwerkzaamheden die jullie steeds vaker in de zeeën uitvoeren. Het is belangrijk dat de mens veel meer rekening houdt met zijn medeschepselen, zoals wij, maar ook de vissen en het niet vervuilde water, enz. Dit is heel belangrijk dat jullie dit beseffen.
M: Dank je wel voor deze laatste oproep en het hele gesprek.
F: Je bent welkom voor een vervolg gesprek.

Zoals je zult begrijpen liep dit gesprek totaal anders dan ik verwacht had. Dit is altijd spannend voor mij om te zien hoe een dieren gesprek verloopt. Ik kreeg geen antwoorden op mijn oorspronkelijke vraag, maar ik kreeg wel weer veel wijsheden mee. En dat was heel mooi.
260311

Dwalende gedachten en dolende zielen

Soms loop ik wat te piekeren over wat voor een blog ik zal schrijven. Ik heb net cavia´s verzorgd van mensen die op vakantie zijn en op de terugweg denk ik aan hoe leuk ik ze vind. Ik heb altijd cavia´s gehad en er enorm van genoten maar, heel raar, de zin van hun bestaan ontgaat me ten enenmale. Ja, in Zuid-Amerikaanse landen zijn ze een voedselbron en kunnen ze ook als huisdier gehouden worden (waar ze op een gegeven moment opgegeten worden). Als ik het er met de cavia’s over heb, hoor ik: ‘Wie ben jij om te bepalen welk leven zin heeft?’ Daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in.

Mijn gedachten dwalen af naar dieren in oorlogsgebieden, dieren in de vee-industrie en de Vakbond voor Dieren. Ik word altijd behoorlijk moedeloos als ik eraan denk hoeveel dierenleed er wereldwijd is. De cavia’s haken nog even aan: ‘Ja, het complete pakket is hier op deze wereld. Je hebt het te doen met dat wat je tegenkomt. Geniet daarom gewoon van ons; wij leven ons leven. En maak je keuze in wel of geen vlees eten. Of welk vlees.’

Mijn aandacht gaat weer naar de site die ik net bezocht had over dieren in oorlogsgebieden. Ik krijg contact met een hond in een onveilig gebied. Het dier wordt opgevangen in een asiel en hij laat duidelijk zien dat het lijf het huis is. Dat moet goed zijn.

Als dat lijf niet meer functioneert, is het nog wel even te doen maar op een gegeven moment niet meer. Hij laat zien dat je dan gewoon uitstapt en ergens anders verder gaat (wij noemen dat doodgaan).

Ziekte is volgens hem nog te doen (ook als het lichaam heel slecht functioneert), maar wat hij erger vindt is angst. ‘Bij angst is het lijf een last. Je kunt er niet uit, je kunt het niet verlaten. Ja, even, dan dwaal je wat rond. Maar je moet terug in het lijf om door te gaan.’

Wat hierop volgt is een beeldgesprek tussen de hond en mij. Hij laat zien dat het kan gebeuren dat het lijf waar je even uitgetreden was, ondertussen bezet kan zijn door een andere ziel die even uittrad. Soms kan dat samen gaan maar het kan ook zijn dat twee (of meer) teveel is en dan blijft een ziel dolen. Het lichaam is dan niet meer beschikbaar.

Volgens de hond worden ze op een gegeven moment wel opgehaald door de groep honden in het veld, maar dat kan een tijd duren. ‘We zijn niet aangesloten als we dolen en pas als we een beetje uit onze cocon durven komen, kunnen we aanhaken.’

Ik vertel de hond in beeld dat ik iemand gekend heb (ze is inmiddels overleden) die heel veel gedaan heeft voor dolende mensenzielen. Letterlijk hele volksstammen heeft ze naar het Licht kunnen verwijzen. Ze was hier dagelijks druk mee, tot in haar tachtigste jaren. We praatten daar wel eens over en ze was altijd blij dat we dit soort dingen konden uitwisselen omdat ze maar weinig mensen kende met wie ze hierover kon praten. Deze vrouw heeft naar mijn idee heel veel goed (onzichtbaar) werk verricht. Maar elke keer eindigde ze met: “Met planten communiceren lukt me wel. Ik moest een keer in de nacht m’n bed uit omdat twee planten ruzie hadden omdat ze niet naast elkaar wilden staan. Toen ik ze uit elkaar gezet had, was het rustig. Maar wat me maar niet lukt is om met dieren te communiceren.” Ze vond dat altijd jammer, terwijl ze zoveel heeft kunnen betekenen voor al die mensenzielen.

Later zoek ik op of honden ook kunnen dissociëren. Bij honden wordt het shutdown genoemd. En, hoe pijnlijk, het wordt vaak verward met gehoorzaamheid.

De werking van morfine bij het stervensproces

Ik voel dat je er bent, toch kunnen we niet praten met elkaar. Het voelt alsof je ‘ingepakt’ bent, alsof je gebakerd bent, maar dat is te strak, misschien voelt het meer alsof er allemaal watten om je heen zitten, waardoor je nog niet naar buiten kunt komen. Ik probeer mee te voelen en je kunt nog niet vrij bewegen, alsof je ledematen vastgehouden worden. Maar je hebt geen ledematen meer, dus hoe moet ik me dat nu voorstellen?

Ik vraag je hoe komt het dat dit zo aanvoelt. Je antwoordt dat het de morfine is, die je bij leven zoveel rust gaf, maar nu na het leven je zo vasthoudt. Je hebt tijd nodig om lagen af te pellen om vervolgens vrij te zijn. Dat vraagt de nodige tijd. Hoe lang weet je niet en tijd is een geheel ander begrip aan gene zijde dan aan onze kant. Je constateert dat je niet ‘schoon’ genoeg bent overgegaan en dat er nu dus nog moet worden schoongemaakt.
Ik begrijp niet dat morfine zo’n invloed kan hebben op je ziel na de dood. En besluit om hier mijn raadgever maar over te vragen.

M: Hyronimus mag ik je om raad vragen?
H: Dat mag altijd. En ik zal meteen beginnen met mijn antwoord, want je vraag is duidelijk. Morfine werkt op het centrale zenuwstelsel, eigenlijk je meest spirituele deel van je fysieke lichaam. Het is niet zo dat je centrale zenuwstelsel overgaat in je niet fysieke ziel, maar ook je fysieke lichaam be-staat uit verschillende lagen, het fysieke, het astrale en het etherische deel. Ze maken allemaal deel uit van wat jullie het fysieke lichaam noemen, het is aards. Als je fysieke deel sterft wil dat nog niet zeggen dat de andere delen, je astrale en etherische lichaam ook meteen zijn verdwenen. En daar speelt de morfine een storende rol. Je centrale zenuwstelsel reikt tot in je etherisch lichaam en als dus de verlamming van het centrale zenuwstelsel er is, dan blijft die verlamming ook in de hogere vormen van je fysieke lichaam een rol spelen. Misschien moet ik niet over verlamming spreken maar meer over verdoving, die weliswaar zich gedraagt als een verlamming, maar het kan teruggedraaid worden. Je zult ontwaken uit je verdoving en dat is dus waar haar lichaam nu mee bezig is. Dat heeft tijd nodig zoals ze je laat weten.

Je centrale zenuwstelsel is je meest spirituele deel van je lichaam en reikt tot in je etherisch lichaam

M: Dus de serene rust die ze had werd veroorzaakt door de morfine die haar centrale zenuwstelsel verdoofde. En doordat dat ook doorwerkt in haar hogere fysieke delen, heeft ze nu nog last van die verdoving. Zie ik dat goed?
H: Dat zie je goed. En dat duurt nu al bijna twee maanden, maar ze moet hier doorheen om ‘schoon’ te worden, want pas met een schone ziel kun je onbeperkt reizen. Nu voelt ze nog beperkingen.
M: Hoe lang gaat dat nog duren?
H: Dat is moeilijk te zeggen. Het is heel individueel. Maar het lijkt er op dat het proces van schoonmaken en ontwaken uit de verdoving al even aan de gang is. Ik verwacht dat het niet meer heel lang zal duren.
M: Dank je wel hiervoor. Heb je nog wat toe te voegen?
H: Ja, eigenlijk wel. Spirituele mensen staan heel ver ‘open’ in hun verbindingen en dat betekent ook dat als je van open naar gesloten gaat door de morfine, dat best een sterke uitwerking op het lichaam heeft en dat het daardoor een langere periode van heling nodig is. In dat proces zit ze nu en dat is goed. Maar het betekent misschien ook dat we mensen moeten waarschuwen dat morfine wel behulpzaam is voor je rust, het misschien geen fijn middel is bij het stervensproces, omdat je onvoldoende schoon kunt overgaan.
M: Je geeft dus feitelijk een waarschuwing af, gebruik liever iets anders dan morfine?
H: Dat is juist, maar helaas kan ik je niet aangeven welk middel je dan moet gebruiken. Wel kan ik je een tip geven, het moet plantaardig zijn om schoon te kunnen overgaan.
M: Dank je wel. Ik wil dit even op me laten inwerken.

Ik voel me erg onzeker over dit hele verhaal. Het onderwerp is boeiend en misschien ook goed om eens te bespreken, maar is dit wel passend als een blog? Ik vraag mijn mede bloggers om raad. Piek en Barbette reageren allebei dat dit moet kunnen, maar Barbette zegt me door te vragen bij Hyronimus. En dat doe ik dus. Hierbij de aanvullingen.

M: Je geeft een waarschuwing af voor het gebruik van morfine bij het stervensproces, maar misschien moeten we dat nuanceren. Kun je dat toelichten?
H: Zeker. Juist voor mensen die erg spiritueel zijn en vaak ook open, is de morfine misschien niet het beste middel. Doordat ze vaak zuiver zijn, worden ze door de morfine zwaarder getroffen en hebben zij langer nodig om weer schoon te worden. Maar natuurlijk kun je voor morfine kiezen in de situaties waarin je het stervensproces zo veel mogelijk pijnvrij wilt laten verlopen. Hoewel pijn ook karmisch een rol speelt, kun je er voor kiezen de pijn ervaring anders in te zetten. Ik wil mensen niet van de morfine afhouden want het kan zeker rust brengen. Maar ik wil wel waarschuwen dat vooral bij spirituele mensen je misschien zou moeten zoeken naar andere middelen die je een vergelijkbare ervaring kunnen bezorgen, maar niet noodzakelijk leiden tot een na-doodse en voor-zielse schoonmaak operatie. En de tip die ik gaf zoek iets plantaardigs, wil ik nog wel iets verder uitbreiden. Sommige van jullie kennen de boeken nog van Carlos Castaneda met zijn Indianen middelen van Don Juan. Die middelen waren vooral gericht op hun geestverruimende effect, maar er zitten ook goede stervensbegeleidingsmiddelen bij.
M: Dank je wel, was dit de aanvulling en nuancering waar ik je om vroeg?
H: Ja, en je bent altijd welkom.

260213

Kattendilemma

Ik kreeg eind 2025 een leuke mail: Wij hebben een paar jaar geleden een heel fijn gesprek met je gehad en communicatie met onze oude poes. Onze andere poes (11 jaar) wil sinds een paar weken niet meer naar buiten vanwege een kater die is komen aanlopen. Het is een heel lief dier. We wilden hem de kans geven om in de schuur te verblijven. Dat leek allemaal wel te lukken, we wonen buitenaf. Maar onze poes heeft waarschijnlijk wat andere ervaringen en is nu bang om naar buiten te gaan. Zou er iets mogelijk zijn d.m.v. een contact met jou? Als de rode kater haar buiten niet met rust laat, moeten we hem weghalen.

Ik antwoord: “Nou, het was een leuk gesprekje. Ik had eerst Poes aan de lijn. Die trof ik op de tafel, een beetje nadenkend. Ze vroeg of ik kwam helpen maar meteen kwam haar eigen overweging: ‘Hoe ga ik dit aanpakken?’ Ze doelde daarbij op Reddy en het niet vrij naar buiten kunnen.

Ik vroeg hoe ze dat normaal gesproken met andere katten doet, want hij zal wellicht niet de eerste kat zijn. Die kon ze kennelijk aan maar ze zat ermee dat jullie Reddy naar binnen hebben gehaald.

Ik legde uit dat dat komt door jullie grote hart waarop zij reageerde: ‘Ze moeten wel hun verstand gebruiken.’

Ze liet Reddy zien als een kat met een ‘aanvallende’ energie. Ik vind het moeilijk daar de juiste woorden voor te vinden, maar het beeld is dat hij een ‘duwend’ ego heeft. Alsof het eerste wat hij doet is dat hij de weg vrij baant voor zichzelf. Misschien kun je het vergelijken met een sneeuwschuiver: die duwt de sneeuw weg. Reddy baant zich op zijn manier ook een weg vrij. Poes merkte terecht op dat hij daarmee haar ruimte beperkt.

Dus naar Reddy. Die liet inderdaad meteen zien dat hij een groot veld in beslag neemt. Ik vertelde dat Poes het eerst bij jullie was. “O, gaan we het zo spelen?” was zijn reactie. Doordat jullie hem een naam hebben gegeven hoort hij erbij, vond hij. Daar kon ik op inhaken door op te merken dat als hij erbij hoort, hij zich ook hoort aan te passen. Er is genoeg ruimte.

Ik heb uitgelegd wat jullie willen en dat is prettig leven met elkaar. Reddy merkte op dat hij een vrije kat is. Ik zei dat dat prima is, maar dat hij nu in een community terecht is gekomen en dat vergt aanpassing. Ik vroeg hem of hij wilde blijven en zijn antwoord was dat het voor nu comfortabel is maar dat hij misschien wel weer doortrekt.

Nogmaals legde ik hem uit dat hij erbij mag zijn maar dat het van hem vraagt dat hij ruimte geeft aan Poes. “Als je a-sociaal wilt zijn, dan moet je ergens anders heen. Hier moet je je aanpassen en dat is ruimte geven aan Poes om haar te laten doen wat ze altijd deed.” Hij merkte op dat Poes een luxe leven heeft. “Ja, dat kan je zo zien maar daar is niks mis mee,” antwoordde ik.

Weer terug naar Poes gegaan om haar uit te leggen hoe het gesprek was. Het is nu afwachten wat beide katten gaan doen.”

Hoi Piek, wat prachtig, dat gesprek. Heel fijn en wat ik al dacht van poes, dat ze ook niet goed weet hoe hier mee om te gaan. Ik was zelf niet thuis vanochtend. Maar mijn man en onze dochter zagen om en bij 9.45 dat Reddy voor de schuur duidelijk in de picture was gaan zitten. Hij had een muis gevangen en was ermee aan het spelen en Poes lag binnen op een stoel heel aandachtig naar hem te kijken. Mijn man vond het zo’n frappant moment hij tegen onze dochter zei: “Moet je dit nou zien.” Hij dacht dat er misschien al iets gecommuniceerd was door jou. En hij vond het dan ook heel mooi te horen dat jij voordien dus dit gesprek hebt gevoerd. We gaan kijken wat ze er mee gaan doen. Heel benieuwd hoe met name Reddy nu omgaat gaan met Poes. Ik houd je op de hoogte.

Maar helaas, negen dagen later: Er is nog geen echte verandering/verbetering geweest. Poes heeft hooguit twee heel voorzichtige pogingen ondernomen om naar buiten te gaan. Eén vond ik wel echt hoopvol want ze ging van het huis af, de wei in. Maar na zo’n tien minuten kwam ze toch weer snel naar binnen gerend.
Vanmorgen vroeg  deed ze een woeste aanval naar de rode kater toen deze voor een glazen deur kwam waar zij aan de andere kant zat (de deur was dicht) maar ze gaf met een enorme grauw heel duidelijk aan dat ze ‘m niet moest. Reddy week eerst niet van de plek maar ik kwam er meteen bij en toen ging hij een half metertje verder zitten. Daarna vertrok hij. Hij zou er denk ik graag bij horen hier binnen.
Ik zie er best tegenop dat, met het voorjaar in aantocht, Poes niet naar buiten gaat. En ik vertrouw de kater ook niet genoeg hoe hij zal reageren op haar gegrom en afkeer. Hij is tegen ons altijd lief en komt rustig en zachtaardig over.
Doorgaans is het vuur bij Poes, na een minimale confrontatie, wel gauw geblust en speelt ze daarna zelfs wat en denk ik: ‘Nu is het alweer over.’ Het blijft een moeilijke kwestie. Zou je nog een keer een gesprek kunnen aangaan? Om te polsen of dit eigenlijk zin heeft voor wat Poes betreft? En of de rode meer bereid is om op zichzelf te blijven, meer op afstand?

Vanwege drukte op mijn werk in de zorg reageerde ik niet meteen en een paar dagen later kwam er nog een mailtje: Het is toch veel te moeilijk voor Poes om de confrontatie met de kater aan te gaan. En met de afgelopen mooie zonnige dagen is het nog schrijnender dat zij dan binnen blijft. We hebben sinds eergisteren de vangkooi klaargezet om de kater eventueel, als we een goed nest vinden, over te brengen. Dat zou dan een einde betekenen van zijn vrije ongecastreerde leven. Maar sinds gisteren lijkt hij zich aan het verwijderen bij ons. Dat is dan maar goed ook. Dat hij zijn eigen weg gaat en hier helemaal vertrekt. Het is echt een enorme dankbare lieverd. We zullen hem wel even missen en vinden het ook best jammer! We zijn niet van plan dit nog een keer zo op onze hals te halen. Zou je nog een keer contact met beiden willen opnemen en polsen/vertellen hoe we dit zo zien?

Mijn antwoord: “Toen ik contact maakte met Poes reageerde ze meteen: ‘Ik geloof dat ze hem liefdevol laten verdwijnen.’ Ik vroeg hoe ze dat vond. ‘Ja, goed, hij is te groot voor mij. Ik wil heel graag de ruimte weer voor mezelf. Zonder spanning.’ Ze liet weten dankbaar te zijn voor jullie beslissing.

Toen naar Reddy. Die liet zich weer groot en sterk zien. Hij heeft een bijzondere uitstraling, zoals hij dat aan mij laat zien. Niet macho, maar wel veel ruimte innemend en groot en sterk qua uitstraling. Hij reageerde meteen op deze constatering van mij met: ‘Ik kan me niet veranderen.’ Kennelijk geniet hij erg van zijn eigen kracht en aanwezigheid.

Ik vertelde van de vangkooi. Die had hij gezien. Ik heb uitgelegd wat het is en wat er dan gebeurt. ‘Niks voor mij.’ Dat snapte ik, dus heb ik hem verteld dat ik zat katten ken die zich heel goed zelf redden.

Toen kwam er iets interessants boven, namelijk dat hij niet wilde inboeten. Dat woord gebruik ik nooit dus ik heb het later opgezocht en het betekent dat hij niet zijn waardigheid wil kwijtraken. Dus dat woord klopte goed.

Ik heb hem geadviseerd zelf te verdwijnen en niet te zwichten voor eten dat in de kooi ligt. Ook heb ik hem nog verteld dat jullie als goede vrienden uit elkaar gaan. Zo gaat het met reizigers zoals hij: je maakt contact, trekt even samen op en gaat dan weer in dankbaarheid.

Ik heb hem ook nog verteld dat er dus zat eten te vinden is en met zijn persoonlijkheid weet hij vast andere mensen ook wel te charmeren om wat neer te leggen voor hem. Vervolgens heb ik hem toegewenst: Geniet van je leven!

Ik hoop echt dat hij zelf gaat en dat dit voor jullie allemaal een mooie herinnering wordt. En dat Poes weer lekker vrij kan leven in haar tuin.”

Hoi Piek, ach, wat fijn! Heel bijzonder allemaal dit gesprek wat je net hebt gevoerd en ook al merkbaar. Poes is aan het polsen of hij er nog is. En Reddy is er niet. We kijken ‘de kat nog even uit de boom’. Hopelijk komt er aan deze bijzondere ontmoeting een vredig eind en oplossing.

Maar wederom komt de volgende mail: Reddy was ongeveer twee dagen lang na jou laatste gesprek meteen weg. En Poes ging naar buiten. Maar toen met de sneeuw zat hij in de ochtend weer op de stoep. We hadden wel intussen allerlei veranderingen gemaakt: hij kan niet meer in het schuurtje. We hebben hem twee dagen genegeerd. Maar zoals deze kat je aankijkt… ‘Wat doe ik niet goed?’ Alsof hij ook zo z’n best doet. We manen hem steeds Poes helemaal met rust te laten. Nu lijkt hij goed te snappen dat hij in de kapschuur mag zijn. Hij is de laatste drie dagen niet meer om het huis geweest. Misschien komt er toch een vredige afstandelijke oplossing.

Nou, nog maar es contact maken met Reddy: ” `Ik ben me aan het beraden,’ hoor ik. ‘Ik wil niet inleveren aan kracht, energie en ontdekken. Om mezelf te kunnen blijven zou ik verder moeten.’ Hij klinkt wat bedachtzaam, inderdaad of hij zich aan het beraden is wat hij met deze situatie moet.

Ik laat hem zien dat het weer op een gegeven moment beter wordt en dat de wereld dan voor hem open ligt. ‘Jaja, dat heb ik begrepen,’ antwoordt hij wat afwezig, net alsof hij nog steeds met z’n gedachten bezig is om zijn toekomstkeuze te gaan bepalen.”

Het is duidelijk dat deze kat ‘te groot’ is voor deze omgeving en terwijl Reddy over zijn eigen situatie nadenkt, komt bij mij het beeld naar voren dat het in de mensenwereld niet anders is. Weer een leuke nadenker: hoe kun je jezelf zijn zonder jezelf tekort- of geweld aan te doen?

NB Als er nieuws is over de situatie zal ik het tegen die tijd onder deze blog schrijven.