Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Tirza heb je nog wel alles op een rijtje?

Tirza heeft het moeilijk, dat is aan alles te merken. Ze ligt momenteel veel in het bad of op de rand van het bad te slapen. Weet ze nog wel waar ze is? En kunnen wij de grote verstoring van onze nachtrust nog wel aan? Een nieuw gesprek geeft wat meer duidelijkheid.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten? Je ligt nu weer zo vredig naast me op de stoel, is het een goed moment?
T: Ja, dat is het wel.
M: Gaat alles wel goed met je? Je loopt zo ontzettend te miauwen door het huis, dat ik soms denk dat je gewoon bang bent, klopt dat?
T: Misschien heb je wel gelijk, dat ik bang ben als ik zo loop te klagen. Eigenlijk wil ik dan iets, maar ik weet ook niet wat ik wil. Terwijl ik wel heel hard miauw. Ik weet ook niet wat er dan is.
M: Als ik soms in je ogen kijk als je zo klaagt, dan zie ik hele grote bange ogen. Hoe voelt dat voor jou?
T: Voor mij voelt het alsof ik de weg dan kwijt ben. Ik voel me niet goed en weet niet waar ik ben.
M: Maar als je ons dan ziet gaat dat gevoel dan over? Want je kent ons toch wel nog?
T: Ja, natuurlijk ken ik jullie goed, maar soms heb ik het gevoel in een omgeving te zijn die ik niet meer herken. Dat is heel naar en dan klaag ik van ‘waar ben ik?’
M: Heb je dan hulp nodig?
T: Dat weet ik niet. Ik roep wel, maar of hulp me dan kan helpen om te bepalen waar ik ben weet ik niet. Als ik jullie zie weet ik wel waar ik ben, bij jullie, maar ik weet ook weer niet waar ik ben, in welk huis ben ik?
M: Lig je daarom zoveel bij ons op schoot of op bed?
T: Ja, dat is vertrouwd en warm en jullie zijn altijd lief voor me.
M: Nou als je zo hard loopt te miauwen midden in de nacht voel ik me niet altijd lief voor je. Je hebt een grote invloed op onze slechte nachtrust en daar kunnen we niet altijd even geduldig mee omgaan.
T: Dat begrijp ik. Ik doe dat niet expres, maar ik ben dan toch echt de weg kwijt, weet niet waar ik ben en als jullie me dan troosten helpt dat.
M: Maar dat doen we dan helaas niet, jou troosten.
T: Weet je, je denkt dat je me niet troost, omdat je lelijk doet vanwege mijn lawaai maken. Maar door jullie reactie begrijp ik weer waar ik ben.
M: Je bent dus letterlijk de weg dan kwijt?
T: Ja en nee. Ik weet wel waar ik ben, maar ik wil ergens heen waarvan ik niet weet waar ik heen wil en in zoverre ben ik de weg kwijt.
M: Heb je last van dementie?
T: Je bedoelt dat ik niet goed snik ben?
M: Nee, dat bedoel ik niet. Als je last van dementie hebt, weet je soms niet meer waar je bent, alles om je heen is even vreemd voor je en een tijdje later herken je het weer en weet je precies waar je bent en waar je heen wilt.
T: Ja, dat herken ik wel.
M: Nog een andere vraag. Ik merk dat je slecht ziet waardoor je soms ook met springen iets mist en je vaker je eten gewoon niet weet te vinden. Klopt dat?
T: Tja, dat herken ik helaas ook. Dan zetten jullie me bij mijn etensbak neer en dan kan ik wel eten.
M: Ik merk ook dat je behoorlijk doof bent, je hoort mij niet meer aankomen en dan ben je ineens verrast dat ik naast je sta, je aai of je op til. Herken je dat ook?
T: Ook dat herken ik. Maar even terug komend op dat ik jullie wakker maak met mijn miauwen, dat spijt me, dat is niet mij bedoeling.
M: Dat snap ik, helaas gebeurt het wel erg veel en kunnen wij er niet goed meer tegen.
T: Wat bedoel je daarmee?
M: Dat probeer ik met dit gesprek uit te zoeken. Wij worden nu wel heel erg moe om nu al maanden niet meer ongestoord te kunnen slapen. En jij gaat steeds verder achteruit. Ben je nog wel blij met het leven zoals je dat nu leidt?
T: Ik vind dat ik wel een goed leven heb, of moet ik zeggen heb gehad? Want ik ben wel vaak de weg kwijt momenteel en dat is lastig. Lichamelijk heb ik geen pijnen, maar ik merk wel dat mijn zintuigen erg achteruit zijn gegaan en mijn ledematen ook wel stram zijn en soms best wel pijn doen met springen. Overwegen jullie mij te laten inslapen?
M: Het is dat je dat zo vraagt. De gedachte speelt al een tijdje bij ons. Laatst waren we bij de dierenarts en toen waren we wel zover, aan de andere kant willen we je ook niet kwijt. Maar je bent nu bijna 19 jaar oud, dat is best oud en je lijfje weegt bijna niets meer met je 2,5 kg. En je ziet slecht en hoort nauwelijks iets en je bent heel veel de weg kwijt en dan miauw je zo luidt en klaaglijk. Daarmee maak je ons op de gekste tijden wakker en dat is ons grootste probleem. Je geeft ons onvoldoende kans om te rusten en daar kunnen we niet meer tegen.
T: Oei, dat is heftig en dat heb ik me niet zo gerealiseerd. En jullie zien inslapen eigenlijk nog als enige oplossing?
M: Daar denken we wel aan.
T: Mag ik daar nog even over nadenken of ik daar mee akkoord ga?
M: Ik vind dat wel zo eerlijk. En als je denkt dat je kunt ophouden met ons 4-5 keer per nacht uit ons bed te miauwen, dan is er geen noodzaak. Maar ik weet niet of je dat kunt.
T: Ook dat is niet meer dan fair dat je dat vraagt. Ik zal proberen om niet meer te miauwen ’s nachts, maar als dat me niet lukt, dan vragen we de dierenarts om te komen en dan wil ik wel in jullie armen inslapen. Zullen we dat afspreken?
M: Dat lijkt me heel mooi om dat zo af te spreken. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog iets kwijt?
T: Ik ben ook heel blij met dit gesprek en dat we dingen nu uitgesproken hebben en dat ik niet alleen maar ergens voel dat dit bij jullie speelt en we er niet over gesproken hebben. Maar nu wel! Fijn.
M: Meer dan een maand geleden heb ik al eens een voorzichtig gesprek met je gehad hierover, maar dat ging natuurlijk lang niet zover. Jij zag geen enkel probleem en je was behoorlijk opstandig, dat heb je nu niet meer.
T: Ik ben meer berustend, merk ook wel dat het aan het aflopen is. Maar wanneer is een goed moment? Ik weet het niet, maar geloof wel in jullie liefde en wijsheid.
M: Dank je wel dat je dat nog zegt. Wij houden ook heel veel van jou.
240212

Gaat het nog wel goed met Tirza?

Het gaat de laatste tijd niet zo goed met onze poes Tirza. Ze is bijna 19 jaar en ze krijgt last van uitval, ziet niet meer zo goed en is inmiddels doof. Ik begin dit gesprek om te kijken hoe ze nog in het leven staat en of het tijd wordt voor euthanasie. Is ze er rijp voor, zijn wij er klaar voor? Dit soort afwegingen zijn de moeilijkste die er zijn. Vandaar dit gesprek. En er zullen meer gesprekken volgen.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Waarom niet?
M: Nou je bent tegenwoordig niet meer zo van praten met mij, je ontwijkt dat eigenlijk.
T: Vind je? Vertel maar, wat wil je?
M: Ja, eigenlijk heb je wel gelijk dat ik altijd met je wil praten als er wat aan de hand is. Nu ook weer. Hoe voel jij je?
T: Normaal, wel merk ik dat ik minder goed zie en hoor, dat zal wel met ouderdom te maken hebben, zeg jij dan.
M: Zijn er ook andere dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt?
T: Bijvoorbeeld?
M: Dat je meer honger hebt?
T: Ja, nu je het zegt, ik wil wel veel meer eten.
M: Hoe komt dat? Weet je dat?
T: Als ik er over nadenk, weet ik dat niet.
M: Maar je valt ons wel steeds lastig als je wilt eten en dat vinden wij wat minder fijn.
T: Wat bedoel je met lastig vallen?
M: Nou je miauwt te pas en te onpas, en ook als wij proberen te slapen. Wij worden wakker van jou.
T: Ja, dat is ook de bedoeling. Ik wil dan eten en er staat geen eten.
M: Dat bedoel ik nu. Er staan korrels voor je en die at je ’s nachts altijd en dan hoefde je ons niet wakker te maken voor je vleesprakje.
T: Maar die korrels zijn zo droog en ik vind dat niet lekker, ik wil graag wat smeuïger eten hebben.
M: Dat krijg je ook en zelfs behoorlijk veel, maar ’s nachts moet je korrels eten want daar zitten veel meer voedingsstoffen in dan in je prakje.
T: Tja dat zal wel, maar een muis kon me ook goed voeden, dus dat prakje kan dat ook en ik vind het lekker.
M: Dat begrijp ik. Zullen we een deal maken? Jij krijgt overdag je prakje zo veel als je wilt, maar je laat ons met rust als we in bed liggen. En je miauwt niet om ons wakker te maken? Is dat een deal?
T: Ik zou niet weten waarom dat een deal is. Ik wil soms ook naar buiten en dan miauw ik ook om er uit te kunnen.
M: Dat klopt, maar we laten je nooit ’s nachts naar buiten, dus dat is een zinloze miauwen.
T: Is dat zo?
M: Ja, dat is zo. En ik kom terug op de deal. Als jij nog een aantal aangename jaren bij ons wilt blijven, moet je je beter gaan beheersen met dat miauwen. Wij worden wakker en dan krijgen we te weinig slaap en worden we sacherijnig en dan hebben we geen geduld meer met je, enz.
T: Ja, dat heb ik gemerkt. Komt dat door mijn wakker maken van jullie? Er hoeft er trouwens maar één van jullie op te staan om me eten te geven, de andere kan toch doorslapen?
M: Zo werkt het niet. Als je lawaai maakt, worden we alle twee wakker en kunnen dan een tijdje niet slapen. Je ontneemt ons dus best een uur of meer nachtrust met je gedoe.
T: Is dat veel?
M: Ja, dat is veel te veel en we willen je vriendelijk vragen het niet meer te doen en daarvoor mag je overdag zoveel eten als je wilt.
T: Ik zal proberen me er aan te houden, maar ik ben erg vergeetachtig tegenwoordig. Ik doe mijn best.
M: Dank je wel.
240106

De vis in de klas

Er kwamen een kind en een vis op mijn pad. Het kind was geïnteresseerd in het communiceren met dieren en de vis leeft in de klas van het kind. Een mooie gelegenheid om met de vis te communiceren en het er met het kind over te hebben.

Gelukkig was ik zo slim om van te voren met de vis contact te maken zodat ik zijn informatie gedoseerd kon vertellen aan het kind.

Op de foto zag ik al dat de vis niet ruim behuisd was (zachtjes uitgedrukt). Als ik contact leg dan moet ik echter mijn eigen oordelen vergeten dus ik ging blanco het gesprek in.

Maar de eerste vraag van de vis was al: “Wat heb ik misdaan dat ik zo moet leven?”

Arne vis, hij had niks misdaan.

Hij vond dat de kinderen zich gek bewogen. Deels was hij er geïnteresseerd in, deels vond hij het onveilig om zoveel bewegingen waar te nemen.

Ik beloofde de vis dat ik met het kind zou praten om te kijken of er een ruimere behuizing mogelijk was.

Tegen het kind zei ik: “Als je een vraag stelt aan iemand, dan moet je het antwoord ook kunnen horen. Kun je dat?” Ja, dat kon ze wel en het verbaasde haar niet dat de vis zijn pot te klein vond. Ze had het zelfs wel gedacht.

Bij doorpraten bleek dat schoolbreed uitgebreid gepraat is over dieren in de klas en dat er heel zorgvuldig tot keuzes is gekomen. Voor deze vis betekent het dat een grote groep mensen de weloverwogen beslissing genomen heeft om een dier zo ernstig te beperken in zijn leven. En daar ook nog eens educatieve waarde aan geeft.

Ik kon er met mijn pet niet bij.

Het kind gaat het gesprek aan met in eerste instantie de juf. Ik ben benieuwd.

Twee dagen later kreeg ik de eerste geschilderde tekening van mijn kleinzoon van vier. Het was een boze vis. Het leek me een toepasselijke afbeelding bij deze blog, alhoewel deze schoolvis niet eens boos was. Hij vroeg zich alleen vertwijfeld af: waarom??

Hyronimus (23) over karma

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag over karma spreken?
H: Ja, dat kan. Dat betekent dat we nu diep in de spiritualiteit duiken, wil je dat?
M: Dat is precies wat ik wil en ik hoop dat de lezers dit kunnen en willen volgen.
H: Daar gaan we dan. Je weet dat karma een wetmatigheid is, afgeleid van één van de universele wetten in het heelal, namelijk de wet dat alles in balans is. Alles moet in evenwicht met elkaar blijven en dat geldt voor echt alles.
Jullie natuurkunde heeft daar ook een afgeleide van gemaakt, door de wet van energie gaat nooit verloren te maken. Bekend als ‘de wet van behoud van energie’. Dat is wat er bij karma ook gebeurt. Heb je slechte gedachten of handel je tegen natuurlijk dan heeft dat consequenties voor je leven. Omgekeerd natuurlijk ook, ben je goed voor mensen of dieren dan geeft dat een positieve wending aan jouw balans. Maar karma is één grote verzameling van reacties van je vele levens die je hiervoor hebt gehad. Daarom worden karma en reïncarnatie vaak in combinatie genoemd. Jouw huidige leven en dat geldt voor iedereen, is een voortzetting van je vele vorige levens. In al die levens heb je karma opgebouwd en dat heeft dus consequenties voor je huidige leven.

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is. Waarom leven wij in Nederland in betrekkelijke rust en rijkdom en waarom leven mensen in bijvoorbeeld Afrika in armoede en ellende met regelmatig oorlog? Dat gun je niemand. Op kleinere schaal kun je het vergelijken met iemand die steeds in goede gezondheid verkeerd tegenover iemand die gehandicapt is en daar mee moet leren leven.
En dat is precies wat karma doet. Je oogst wat je in eerdere levens gezaaid hebt en dan kom je opnieuw in een aards leven terug en dan heb je, en dat hebben jullie allemaal, beperkingen meegekregen en is het de kunst om daar goed mee om te gaan en zo je eigen ontwikkeling naar een steeds spiritueler leven te gaan. Spiritualiteit is het enige dat je van je ene leven naar je andere leven kunt meenemen. Rijkdom, bezittingen of kennis kun je niet meenemen, wel spirituele ontwikkeling.
M: Hoe zit het met dieren, kunnen die ook karma opbouwen?
H: Dat ligt wat genuanceerder. Dieren hebben in principe geen vrije wil en zijn afhankelijk voor hun handelingen van hun instinct. Ze zijn ook meestal niet geïndividualiseerd en gaan terug naar een groepsziel als ze dood gaan en komen weer uit die groepsziel met hun groepsziel karma, als ze opnieuw geboren worden. Maar zoals je weet zijn er uitzonderingen, daar hebben we al eerder over gesproken als we over de groepsziel spraken. Sommige dieren kunnen al deels individualiseren en daarmee kunnen ze ook eigen individueel karma opbouwen.
M: Kan de Aarde ook karma opbouwen?

Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren

H: Ja zeker. De Aarde is afhankelijk van haar bewoners en wat die doen. Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren. De Aarde zoekt weer naar een balans en die balans wordt gevonden door de reacties die we kennen als aardbevingen, stormen, hevige regen, overstromingen, enz. De mens doet dit de Aarde aan en de Aarde doet dit de mens weer aan. Het is de wet van behoud van energie. Als de balans te ver de ene kant uitslaat, dan gaat de slinger verder de andere kant op. En zo probeert het heelal of God of Allah of hoe je de Ene wilt noemen, het geheel in evenwicht te houden, de balans te houden.
M: Dank je wel Hyronimus voor deze inzichten.

 

Wolf is wel erg dichtbij actief

Op 200 meter afstand van de plek waar we gewoond hebben en nu onze dochter woont, is een weiland waar schapen en pony’s staan. Nu is er twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten met verwondingen zoals de wolf dat doet. Uiteraard wordt daar onderzoek naar gedaan, maar dat duurt altijd een paar maanden voor je zekerheid hebt dat het de wolf is geweest en welke wolf. Maar het leek me toch tijd om eens met de wolf contact op te nemen nu hij door een bewoond gebied loopt en daar ook zijn slachtoffers maakt.

M: Dag wolf, we hadden vanochtend even contact en nu zou ik graag een wat diepgaander gesprek met je willen voeren. Fijn dat je er voor openstaat.
W: Ja, ik was verrast je te ontvangen en ben benieuwd wat je van me wilt.
M: Eigenlijk wil ik met je praten om je te begrijpen. Kun je iets over jezelf vertellen?
W: Dat kan. Ik ben een mannetje en heb de groep verlaten om op avontuur te gaan. Daarbij ben ik blijkbaar in jouw gebied terecht gekomen en daar verblijf ik nu al een tijdje. Het is een mooi gebied met ruim voldoende voedsel voor mij , maar ook voor een potentiële familie. Lastig vind ik wel dat het een druk gebied is.
M: Dat snap ik dat je dat zegt. Je bent in een behoorlijk bevolkt gebied, weliswaar met heel veel groen, maar toch ook veel woningen en wegen die er door het groen heen gaan. Dus lijkt het voor mij voor jou niet zo’n aantrekkelijk rustig gebied.
W: Probeer je me nu al te verjagen?
M: Nee, dat was beslist niet mijn intentie. Alleen begrijp ik het niet zo goed dat je dit gebied kiest waar al zoveel mensen wonen en veel van het gebied al verdeeld is in kleine stukjes waar mensen allerlei activiteiten op uitoefenen. Ik bedoel eigenlijk te zeggen: heb je niet liever een rustiger gebied?
W: Nou mensen storen me niet echt. Ik zoek ze niet op, maar als ik ze zie dan loop ik er niet voor weg. De meeste mensen zijn blijkbaar bang voor mij, want ze houden gelukkig afstand en daar hoef ik me dus niet zoveel van aan te trekken.
M: Heb je wel genoeg gelegenheid waar je je wel terug kunt trekken en waar je in alle rust kunt slapen?
W: Ja, die heb ik gelukkig ook gevonden. Er is best behoorlijk wat vrije ruimte waar jullie niet zitten.
M: Dat stelt me gerust. De verwachting was eigenlijk van de experts dat jij dit gebied niet rustig genoeg zou vinden en dat je weer verder zou trekken.
W: Dat hebben ze dan mis. Ik zie het gebied als geschikt voor mijn doelen, namelijk er leven en jagen.
M: Ik heb een vraagje over het jagen van jou. Je hebt nu twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten, maar er eigenlijk nauwelijks van gegeten. Dood jij niet voor het eten?
W: Dat ligt wat ingewikkelder. Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten. Daarmee komen er weer meer aaseters naar mijn gebied. En dat is weer goed voor de natuur. Dus minder dieren waarvan er te veel zijn en voedsel voor grotere aaseters als gieren, haviken en buizerds. Als ik nog even door mag gaan. Er zijn veel te veel schapen in jullie gebied, dus daar moeten er minder van komen, die dood ik dus, een bewuste keuze.

Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten.

M: Dood je niet alleen voor jezelf om te eten?
W: Dat doe ik ook, maar dat is voor mijn eten. Dit andere doe ik als natuurbeheerder, dat zit in mijn genen en dat doe ik dus vanuit een drang. Dus als ik moet ruimen, omdat er te veel van een soort zijn, dan moet ik die dieren doden. En ik dood in principe alleen de zwakke dieren, die niet voor me weglopen of het maar kort volhouden. En schapen doen raar. Ze lopen even te rennen en zodra ik er één gegrepen heb, gaan ze met z’n alle staan kijken, in plaats van weglopen. Ja, dan is het natuurlijk niet moeilijk om ook de rest van de kudde dan maar aan te pakken.
M: Maar enkele honderden meters van mijn dochters huis, heb je de keuze gemaakt om nu twee nachten achter elkaar steeds één schaap te doden. Waarom?
W: Omdat ze raar doen deze schapen. Blijkbaar weten ze niet dat ze bang voor me moeten zijn. Ze rennen alleen omdat ik ook ren om er een te pakken. Daarna gaan ze gewoon staan te staan. Er is geen lol aan om die te doden, maar ik moet het wel doen. Dat komt de komende dagen wel.
M: En ga je de pony’s ook aanvallen?
W: Dat denk ik niet. Ze gaan meteen om elkaar heen staan en kunnen best hard trappen, dus blijf ik liever een beetje uit hun buurt. Maar als ik de kans krijg, dan zijn ze ook aan de beurt, want ook daar zijn er veel te veel van in deze streek.
M: Heb je dan toch niet het gevoel dat je in het verkeerde gebied terecht bent gekomen?
W: Waarom?
M: Juist omdat er hier veel paarden en pony’s zijn en dat ook wel zo zal blijven.
W: Het gebied is groot genoeg.
M: Maar niet als jij meent dat je te veel moet opruimen.
W: Hier zullen we wel over van mening blijven verschillen. Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

M: Daar moet ik je helaas gelijk in geven. Nou ik wens je nog een goed leven toe. Wil je nog iets toevoegen?
W: Eigenlijk wel. Waarom houden jullie zoveel dieren op zo’n klein oppervlak? Dat is toch niet goed, daar hebben jullie mij dan toch voor nodig om dat in evenwicht te brengen?
M: Dank je wel voor het gesprek?
W: Heb ik iets verkeerd gezegd?
M: Nee, helemaal niet. Ik respecteer jouw mening dat jij de natuurbeheerder bent en dat wij mensen dat niet moeten doen.
231020 – foto van natuurfotograaf Sjaak Hoogendoorn

Wegsluimeren

Mensen schakelen mij in als dierentolk als ze antwoorden willen van hun dier. Maar wat als een dier het niet meer allemaal weet? Als z’n koppie watterig wordt, als er gaten vallen, als ze de weg in zichzelf een beetje kwijt zijn? Als dierentolk krijg ik geen heldere antwoorden meer uit zulke dieren en dein ik mee in hun verdwazing.

Hoe leg ik dat uit als ik de mensen aan de lijn heb? Het gevoel wanneer je nét iets teveel hebt gedronken en een aantal dingen vervagen waarvan je dacht dat het heel belangrijk was? Het lekker meedeinen op niks? Ik liet laatst het woord slumby vallen maar volgens mij was dat geen woord. Toch wel: slumber betekent sluimeren.

Misschien is het helemaal niet zo’n gekke afsluiting van een leven… lekker wegsluimeren en dan ineens verdwijnen…

Boek: De man die met dieren spreekt

Zoals jullie weten, ben ik enige maanden geleden begonnen aan een boek met de teksten van Hyronimus. Maar allemaal gepubliceerde en niet gepubliceerde blogs achter elkaar plaatsen maakt nog geen interessant boek. Dus kreeg ik van mijn redacteur de opdracht er een persoonlijk verhaal van te maken met mijn zoektocht. Daar heb ik de afgelopen maanden aan gewerkt en nu is het boek gereed. Het ligt bij de drukker. Eind november komt het in de winkels, als het lukt om de planning te halen. In onze Nieuwsbrief van deze maand zal ik een mogelijkheid bieden om voor in te tekenen op het boek. Maar om jullie een idee te geven waarop je intekent, krijgen jullie hier, in de plaats van een blog, de eerste twee hoofdstukken van het boek. Helaas lukt het me niet alle foto’s in het boek ook in deze blog te plaatsen, dus in het boek is dat veel mooier.

1. Kennismaking met Eddy en Jasper
Vanaf dat ik zelf kon schrijven, ik was toen een jaar of zes, stond een hond altijd bovenaan mijn verlanglijst. Die is er in mijn jeugd niet gekomen, parkieten in de tuin was het maximale toegestane. Hoewel we ook een loopeend hebben gehad die zelfs, achterin de auto op schoot op een krant, mee op vakantie ging. En op de camping liep Pimmetje, zoals hij heette, zelfstandig rond en had een grote voorkeur voor dames kuiten. Daar beet hij graag in en deed dat zelfs gemeen, want hij pakte je vel en draaide dat rond. Het leverde gegarandeerd een blauwe plek op. Ik zie nog een oude zwartwit foto voor me van drie dames op rij in een ligstoel met allemaal de benen omhoog en Pimmetje eronder reikhalzend naar die heerlijke kuiten.
Thuis in de tuin was het ook een macho, hij joeg alle achttien katten van onze buurvrouw Ina Boudier-Bakker uit de tuin en daar had hij een hele taak aan. Maar voor mij was het een lieve eend die mij dagelijks uit school opving en meteen tegen me begon te praten, of kwaken moet ik eigenlijk zeggen. Maar ik begreep natuurlijk totaal niet wat hij te vertellen had en als hij uitgepraat was, tilde ik hem op en legde hij zijn lange hals om mijn nek heen en knuffelden we. Pas dan kwam ik echt thuis en ging naar binnen om mijn moeder te begroeten en eventuele andere huisgenoten. Dit speelde zich af in mijn lagere schooltijd.
Later, toen ik ouder werd en ging studeren heb ik de keuze gemaakt om een creatief beroep te kiezen, ik wilde architect worden. Mijn studietijd was geen goede tijd voor een hond, maar er kwam wel meteen een kat ‘Poes’ genaamd. Hij gedroeg zich als een hond, ging met me mee wandelen, op vakantie en liep vanaf de eerste dag buiten en bleef dan in de buurt. Het was mijn studenten poes. Hij heeft mijn eerste relatie twaalf jaar lang getolereerd, maar mijn volgende relatie was zijn grote liefde. En ook de mijne.
De hond is er uiteindelijk wel gekomen en na de eerste hond nog vele andere. Samen met uiteindelijk een hele menagerie van pony’s, paarden, ezels, hangbuikzwijnen, vele vogels, katten en honden. De kneuzen kwamen altijd bij ons terecht. Was er een kauwtje uit het nest gevallen, dan nam ik hem op, stond ’s nachts op om hem iedere drie uur eten te geven. Hij was dankbaar en heeft jarenlang als hij overvloog ons gegroet. Dus ik mag wel zeggen dat ik altijd wat met dieren heb gehad. En er is altijd een verlangen bij mij blijven bestaan ‘wat zou het mooi zijn als je met dieren kon praten.’
En toen hoorde ik van de cursus ‘Dierentolk en dierencommunicatie, dieren als gesprekspartner en leermeester.’ Dat was typisch wat voor mij en daar wilde ik beslist heen. Maar de eerstvolgende cursus die gegeven werd, was ik deels in India voor vrijwilligerswerk en dan zou ik een deel van de cursus missen en dat wilde ik niet. Ik wilde de complete cursus volgen. Dus meldde ik me aan voor de volgende cursus die nog niet gepland stond.
Na maanden wachten, kwam het bericht dat de cursus gepland stond voor 13 juli. De dag ervoor overleed onze Golden Retriever Jasper tijdens een wandeling in het bos. Ineens kon Jasper niet meer lopen en draaide hij alleen nog maar rondjes en had uitpuilende ogen. De schrik sloeg me om het hart. Er was iets heel erg mis. Ik belde mijn vrouw en vertelde wat er aan de hand was en waar wij in het bos waren. Ze kwam ons halen rijdend over smalle bospaden. We hebben Jasper ingeladen en meteen de dierenarts gebeld waar we direct terecht konden. Ze heeft nog even naar Jasper kunnen kijken, maar hij gleed weg en overleed ter plekke.
Dezelfde avond hebben we Jasper in onze grote bostuin begraven, in bijzijn van enkele van onze kinderen.
En dan ga je de volgende dag naar een cursus om met dieren te leren ‘praten’. Er is er op dat moment maar één waar je mee wilt praten. En dat is natuurlijk Jasper.
De cursus wordt door twee dames, Piek Stor en Petra Maartense, gegeven. Ze leggen uit hoe het werkt, op welke manier je mogelijk contact kunt krijgen met een dier. Echt heel boeiend, maar gaat het ook werken? Dat is de enige vraag die me bezig houdt, hoewel ik heel serieus mijn best doe. Zal het lukken?
Jasper, zoals we hem altijd in herinnering zullen houden
En dan beginnen we allemaal individueel aan een dierengesprek. We starten met een algemene geleide meditatie om in de juiste flow te komen en dan zoek je het dier uit waarmee je wilt praten.
Het lijkt me te lukken, ik denk dat ik contact heb met Jasper, we beginnen ons eerste gesprek.

Eerste contact met Jasper
M: Kan ik je even zien?
J: Laat zich zien hollend door het gras in hoog tempo
M: Mag ik je wat vragen?
J: Gaat naast me zitten en kijkt me aan als op de foto
M: Wat gebeurde er gisterenavond?
J: Ik raakte volkomen in paniek en begreep niet wat er gebeurde. (Jasper heeft vermoedelijk een attack gehad vanwege een nog niet onderkende hersentumor, volgens de dierenarts)
M: Hoe was het om dood te gaan?
J: Het was een bevrijding van een beklemming.
M: Ik voel me er schuldig over dat we niet meer voor je hebben kunnen doen.
J: Niet doen.
J: Mooie begrafenis met de kinderen erbij. Jullie moeten met Tirza praten, ik heb zorgen over haar. (Tirza is onze op dat moment 13 jaar oude poes en die twee waren maatjes)
M: Wil je nog iets zeggen?
J: Ik hou van jullie.
M: Vind je het goed als we af en toe praten?
J: Ja graag.

Ik heb tranen in mijn ogen en ben ook bijzonder blij dat ik dit gesprek heb mogen voeren. Kan het waar zijn dat dit mogelijk is? Dat je met dieren kunt praten?
Ik vertel in de groep wat me is overkomen en dat ik met Jasper denk te hebben gesproken. Natuurlijk lopen de tranen over mijn wangen als ik dit vertel, tranen van verdriet maar ook van het bijzondere om nog eens met Jasper contact te hebben.
De cursusleiding meent dat het een heel authentiek gesprek was en dat ik waarschijnlijk echt met hem heb gesproken. Tijdens de cursus is het de bedoeling dat je ook met andere dieren praat en dus praat ik nog met een leeuw en de hond van één van de andere deelnemers. Dit laatste gesprek wordt herkend door de honden baas die ook deelneemt aan de cursus. Ik voel me iets gesterkt in mijn geloof dat het echt mogelijk is. De wetenschapper in mij is nooit ver weg: ik wil weten hoe het werkt. Daar zal ik later antwoorden op krijgen, maar nu nog niet.
Tot zover de cursus. Een week na de cursus probeer ik opnieuw contact te leggen met Jasper. En het lukt weer.

Tweede contact met Jasper
Jasper heeft de houding aangenomen van de foto die we zo mooi van hem vinden en hij zit naast me in het kantoor waar ik de gesprekken in alle rust kan voeren.
M: Ben je gelukkig waar je nu bent?
J: ik voel jullie verdriet heel sterk.
M: We missen je ook heel erg.
J: Dat hoeft niet, ik ben bij jullie en blijf nog een tijd, maar ik moet/wil ook verder na verloop van tijd.
M: Bedoel je dat we je vasthouden met ons verdriet?
J: Zo zou ik het niet zeggen, maar het zou goed zijn als jullie je kunnen openstellen voor een nieuwe liefde in jullie leven.
M: Bedoel je een andere hond? Maar dat zou ik als verraad aan jou voelen.
J: Dat is niet zo, ik zal voor een deel ook in die andere hond kunnen zijn.
M: Kun je ons helpen bij de keuze?
J: Nee, dat is geheel aan jullie, maar als het een passende hond is, zal ik ‘erbij’ kunnen komen, een stukje overschaduwen.
M: Kan dat ook met een asiel hond?
J: Hoe jonger de hond is, hoe eenvoudiger.
M: Kun je ons daar de tijd voor geven?
J: Neem de tijd, maar wacht niet te lang.
M: Leven we nog wel lang genoeg om nu een pup te nemen?
J: Dat is jullie zorg niet, als jullie niet lang genoeg leven, zal de nieuwe hond/ik liefdevol worden opgenomen.
M: We maken ons zorgen over Tirza, ze is zo eenzaam.
J: Tirza is verstild en verwerkt op die manier haar gemis; maar Tirza mist ook heel erg dat ze niet meer vrij in en uit kan lopen (we hebben het kattenluikje buiten werking gesteld omdat ze steeds met levende muizen thuiskwam, die wij weer moesten vangen)
M: Maar hoe zit het dan met de muizen?
J: Praat met haar, het zal meestal goed kunnen gaan, maar ze blijft wel een kat.
M: Wat geniet ik van dit gesprek.
J: Ja, ik ook en dat ik nu naast je kan zitten op kantoor waar ik nooit durfde te komen – zonder fysiek lichaam heeft ook zo zijn voordelen, hoewel ik het eten en ‘bedelen’ zoals jullie dat noemen, ook mis (de trap naar kantoor heeft Jasper nooit durven aflopen)
M: Dank je wel, wil je nog wat zeggen?
J: Praat met Tirza en stel je open voor een andere hond dan vind je me weer deels terug.
(Ik zie Jasper naast me zitten en aai hem over zijn kop en de tranen springen me in de ogen).
J: Niet verdrietig zijn, dit is toch zo mooi.
Dat aaien speelt zich uiteraard in mijn hoofd af, ik kan Jasper niet meer met mijn handen aaien, maar ik kan wel het gevoel oproepen dat ik hem aai en dat voelt goed.

2. Ontmoeting met Hyronimus
Enkele dagen nadat ik mijn allereerste dierengesprek heb gehad, komt er een buizerd in onze tuin liggen. Het is één van de warmste dagen van het jaar en buiten is het 40 graden Celsius. Ook binnen is het aardig warm. We zien hem liggen en vragen ons af of hij gewond is of dat er iets anders met hem aan de hand is. Door de ramen heen maak ik foto’s van de buizerd, ik heb nog nooit een buizerd van zo dichtbij gezien, misschien twee meter afstand en hij blijft gewoon liggen. Hij kijkt me strak aan.
Hyronimus in het gras in onze achtertuin
Dan bedenk ik me dat ik niet voor niets geleerd heb met dieren te praten en ik probeer contact met hem te maken om te horen wat er aan de hand is. Het contact lukt.

Eerste ontmoeting met Hyronimus
M: Mag ik met je praten? (Ik maak dit contact vanaf mijn bureau op enkele meters afstand van de buizerd die nog steeds op het grasveld ligt).
B: Ja, jij zit daarbinnen he?
M: Ja, heb jij het zo warm dat je al een uur in het gras ligt?
B: Het is heel warm en het gras is koel, maar ik let wel goed op, maak je geen zorgen. (Ik maakte me zorgen of onze poes Tirza niet te veel belangstelling zou hebben)
M: Hoe is het leven als buizerd?
B: Mooi, ik geniet erg van het hoog zweven op de bewegingen in de lucht (hij laat mij zien hoe dat gaat, dat lijkt alsof hij een film in mijn hoofd afspeelt, levensecht)
M: Zou ik dat door jou kunnen voelen?
B: Ja, als ik jou vertrouw. Ik ken je al jaren als bewoner van dat huis, dus mag je even met me mee vliegen.
M: Terwijl je op het grasveld ligt?
B: Ja dat kan, kom je mee?
M: (Ik krijg het gevoel alsof ik Nils Holgersson ben op de rug van de buizerd en we zweven heel hoog, ik dacht even het eng te vinden zo hoog en zo weinig houvast, maar de buizerd geeft me een heel veilig gevoel en het is geweldig!)
M: Dank je voor dit gevoel, maar waarom zweef jij niet daar in de lucht?
B: Vandaag is de lucht heet (het all-time hitte record is vandaag gebroken), normaal is het boven lekker fris met wind, maar vandaag dus niet.
M: Ik heb eigenlijk geen vragen meer, heb jij nog wat te zeggen?
B: ja, dat jullie zo gastvrij zijn.
M: Wat bedoel je met gastvrij, waarom niet gewoon aardig?
B: Gastvrij betekent dat jullie deel uitmaken van het grotere geheel en je niet afscheiden en je niet ergeren aan de kleintjes (de jonge buizerds) die dagenlang schreeuwend door de tuin vliegen, voor jullie is dat normaal, het hoort er gewoon bij, zoals jullie er ook gewoon bij horen.
M: Bijzonder om dat te horen, dank je wel, lag je soms in de tuin om het gesprek wat eenvoudiger te beginnen?
B: Ja, je had in gedachten al de hele week aangekondigd dat je een dier wilde spreken en ik ving dat op, het moest er maar eens van komen.
De volgende dag ligt de buizerd weer op ons achter grasveld in de koelte van het gras dat lang in de schaduw van de bomen is gebleven. Hij wil praten.
Tweede ontmoeting met Hyronimus
M: Sorry dat ik weinig aandacht voor je heb, maar we zijn druk. (We hebben vandaag onze oppasdag, we hebben onze kleindochter mee naar ons eigen huis, ze is 17 maanden)
B: Dat zie ik, heb je een pup in huis? (Ik merk dat hij niet altijd de juiste woordkeuze heeft of dat mijn vertaling niet altijd correct is, want dat met die gastvrijheid van het vorige gesprek was volgens mij ook niet een goed woord, hoewel hij het daarna goed uitlegde)
M: Ja, we passen op ons kleinkind op donderdag en vandaag passen we in ons huis op.
M: Mijn vrouw vraagt of we een kleine waterbak in de tuin voor je zullen neerzetten.
B: Ze mag zelf wel met me praten, zij kan dat. Die waterbak is lief maar voor mij niet nodig, wel voor kleine vogels. (Hij laat me zien waar hij drinkt en baddert als dat nodig is en dat is aan de rand van het Gooimeer enkele honderden meters verderop)
M: Waarom kwam je vandaag weer ‘buurten’?
B: Vond het gisteren leuk en er zijn weinig mensen om mee te praten en als ik een boodschap heb, wil ik wel weten wie ik kan spreken.
M: Dat is goed, je mag me altijd ‘bellen’ en daar bedoel ik mee een seintje geven dat je wilt praten. Ik zal proberen te luisteren naar je seintjes, zodat je niet altijd hoeft langs te komen.
B: Dat is goed, dat moeten we samen oefenen want ik weet niet waar jij op reageert anders dan me zien.
M: Ja dat moeten we oefenen en dat vinden we dan wel uit. Waar wil je me voor kunnen waarschuwen?
B: Voor als er dieren of de natuur in nood komen en wij dieren jullie hulp nodig hebben om iets te doen wat wij niet kunnen.
M: Dat snap ik, waar denk je aan?
B: Voor als er jagers in het bos zijn of wanneer er vuur is of ergens een dier gewond is.
M: Hoe zit het dan als jij op een prooi jaagt?
B: Dat is iets heel anders, de dieren waarop ik jaag zijn er voor ons en we zoeken altijd dieren die weinig kansen van overleven hebben.
M: Dat begrijp ik, ik denk dat we het gesprek moeten stoppen, onze kleindochter wil naar buiten en dan word jij gestoord. Wil je nog wat zeggen?
B: Hou haar dan binnen tot we klaar zijn.
M: Dat lukt niet, tot spoedig en laten we oefenen in herkennen.
B: Doen we tot spoedig. Mijn kleintjes doen soms ook niet wat ik wil.
Aan het einde van de middag zag ik de buizerd vechten met een andere buizerd op het grasveld. Ik zag het niet echt goed, de andere vloog onmiddellijk weg nadat hij mij achter de ramen zag. Het is maar een flits geweest van een gevecht. De schrik zat er goed in bij mij en ik heb het gevoel overgehouden dat onze buizerd wat mankeert. Ik ben in de tuin gaan zoeken naar hem, maar heb hem nergens gevonden, maar is hij gewond geraakt?
Derde ontmoeting met Hyronimus
B: Ik zag dat je gisteren gezien hebt dat ik ruzie had, ben je erg geschrokken?
M: Ja, ik maakte me zorgen om jou.
B: Had je gewoon eerder moeten praten, er was niets aan de hand. De kinderen zijn al een tijdje uitgevlogen en we wennen ze nu dat ze zelf moeten jagen en eten, dat gaat ze niet altijd gemakkelijk af en dan komen ze weer bij mij dat ze eten willen, maar ik heb mijn zoon mijn rug toegekeerd, zodat hij begreep dat hij niets meer zou krijgen en daar was hij boos over.
M: Dat heb ik totaal niet begrepen. Ik maakte me zorgen dat je gewond was en dat je op de grond in de struiken moest overnachten. Ik ben zelfs in de tuin naar je op zoek gegaan.
De buizerd na ons gesprek, hij heeft hele mooie gestoffeerde poten
B: Je had het me gewoon kunnen vragen.
M: Maar ik ben onzeker over onze gesprekken en weet niet of het echt is en daarom durf ik niet zomaar te praten en wil ik eerst de juiste rust om me heen maken, zoals nu. (Ik ben weer speciaal in het souterrain gaan zitten voor dit gesprek). Als ik druk ben kan ik die rust niet vinden.
B: Dat is mooi maar volgens mij kunnen wij op ieder moment van de dag praten, ook als je druk bent, je moet alleen even alles loslaten.
M: Mijn vrouw vraagt of je een naam wilt krijgen, zodat we weten met wie we praten.
B: Als je me graag een naam geeft doe dan maar.
M: Wat vind jij een leuke naam?
B: Hyronimus
M: Dat klinkt ouderwets en ook wel deftig.
B: Vind je hem niet mooi?
M: Moet er wel even aan wennen, maar hij is zeker mooi.
M: Heb je nog wat te vertellen?
B: Je mag best eerder reageren, ik heb vandaag lang op je gewacht, tot ziens.
Ik heb opgezocht wat Hieronimus of Hyronimus betekent: Hieronymus is een Latijnse jongensnaam. Het betekent `heilige naam`.
Misschien moet ik nog wat toelichten. Zo tussen neus en lippen door hoor je me zeggen dat ik druk ben. Dat klopt. Na mijn architectenstudie en enkele dienstverbanden ben ik een eigen bureau begonnen. In die periode was ik al druk met milieubewust bouwen. Toen de vraag daarnaar groter werd en de honger naar kennis op dat gebied eveneens, ben ik een eigen bedrijf begonnen op het gebied van milieubewust bouwen.
Daarnaast werk ik in de academische wereld aan allerlei belangrijke projecten die met overheidsregelgeving te maken hebben op het gebied van bouwen en milieu. Ik doe dat met overgave en ben daar behoorlijk druk mee.
Zoals mijn dochter zo mooi aangeeft, jij bent altijd nieuwsgierig naar de dingen die buiten het direct meetbare liggen. Je wilt dat exploreren en begrijpelijk en meetbaar maken. Dat was ook een van de speerpunten van mijn promotie onderzoek.
Dat betekent dat ik niet zomaar beschikbaar ben voor Hyronimus als hij wil praten. Voorlopig beschouw ik dit communiceren met dieren als een heel interessante hobby, waar ik wel erg van geniet.
Daar denkt Hyronimus echter anders over, zoals je in het volgende hoofdstuk kunt lezen.

Hierbij nog de inhoudsopgave.

Voorwoord 1
1. Kennismaking met Eddy en Jasper 3
2. Ontmoeting met Hyronimus 9
3. Een zuiver kanaal 16
4. Op zoek naar een nieuwe hond 23
5. Tirza neemt geen muizen meer mee 31
6. Een oud paard op weg naar euthanasie 35
7. Economie tegenover ecologie lokaal 49
8. Alles wat bewustzijn heeft communiceert 57
9. De groepsziel 69
10. Het Oostvaardersplassen dilemma 77
11. Branden, dierenleed en dwalende dieren 89
12. Varkens in nood 99
13. Bomen en planten hebben ook gevoel 117
14. Mogen we nog wel dieren eten 123
15. Dieren zijn net mensen 127
16. Klimaatverandering 129
17. De oorlog in Oekraïne 135
18. Een brutale aap 145
19. Basisprincipes van diergesprekken 149
Colofon

Het boek is in fullcolour gedrukt en gaat € 24,95 kosten, dat is de vaste boekenprijs.

Vale gier in dierentuin

Dertien jaar geleden maakte ik contact met een aantal dieren uit dierentuinen. Zo ook met de vale gier, die getuigde van een enorm ruime kijk op het geheel.

2010:

Altijd als ik contact maak met dieren, zeg ik mijn naam en leg ik uit dat ik met allerlei dieren contact zoek. De vale gier haakt in als hij hoort dat ik ook met huisdieren communiceer. Die lust hij wel.
De gier laat me ervaren dat zijn ruimte veel te klein is. De ruimte komt op hem af en dat geeft een in elkaar gedoken gevoel. Ik voel een enorme druk op mijn hoofd. Alsof het allemaal veel te klein en bekrompen is.
Op mijn vraag wat hij nodig heeft, antwoordt hij: ‘De hele dierentuin.’ En dan wil hij heel graag zijn eigen voedsel zoeken. Hij wil daar zelf zijn best voor doen. Ik ervaar dat er van nature veel tijd en aandacht gaat zitten in het bezig zijn met voedsel zoeken. Daar zit veel actie omheen die hem scherp en alert houdt.
Een bloglezer wilde weten waarom dieren ervoor kiezen om in de dierentuin terecht te komen en ik leg de gier deze vraag voor. ‘Er worden jongen uitgezet,’ antwoordt hij. ‘Daardoor zijn dierentuinen noodzaak. Als je jongen worden uitgezet, hebben ze mazzel. Daar werk ik aan mee.’ Hij geeft een opgevouwen/vierkant gevoel door over zichzelf en een breed/open gevoel als hij het heeft over uitvliegende jongen.
‘Jij offert je dus op?’ vraag ik. ‘Nee, ik ben een schakel in het geheel.’
Ik ben even stil van zo’n ruime kijk en vraag hem dan of hij nog wat te vertellen heeft. ‘Ja, ik wil graag een groter hok.’

Als ik na dit gesprek op internet zoek, zie ik dat deze dierentuin inderdaad een fokprogramma heeft voor vale gieren. En dat hij het hok te klein vindt, zal niemand verbazen.

Onze geheime plek

In gesprekken met dieren komt het soms voor dat dieren me hun ‘geheime plek’ laten zien. Dat is een plek, diep binnen in hen, waar niemand mag komen, die ze voor zichzelf houden en waar ze veilig zijn. En: waar ze heel zijn. Er zijn geen trauma’s, er is geen geweld en geen spanning.

Gisteren was ik op een congres waar ook over die plek werd gepraat en ik moest meteen aan de ezel van dertien jaar geleden denken. Ik heb de blog weer opgezocht en deel het graag in AnimalTalks.

“Vorig jaar april begon ik op deze blog mijn gesprekken met vrije dieren op te schrijven. Ik heb bewust gekozen om deze dieren vrije dieren te noemen in plaats van wilde dieren en daar ben ik nog steeds blij om. De dieren die vrij zijn van menselijke bemoeienissen leven hun leven namelijk perfect, in vrijheid, naar hun aard en hoe ze bedoeld zijn.
Door onzorgvuldigheid van mijn kant sprak ik soms dieren die toch verbonden zijn aan mensen. Daar sprak vrijheidsberoving uit. Leed dat hen door mensen was aangedaan waardoor ze niet kunnen zijn zoals ze zijn.
De ezel uit Jordanië die menselijke vracht naar boven moet sjouwen heeft erge indruk op me gemaakt:
Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in hun kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.

In het boek Spoedcursus Verlichting van Tijn Touber lees ik: “Assagioli raakte er steeds meer van overtuigd dat ieder mens een kern bezit die intact is en gevuld is met schoonheid. Vandaar ook zijn grote interesse in spiritualiteit.” Roberto Assagioli was de grondlegger van de psychosynthese, en tijdgenoot van de grote psychotherapeuten Sigmund Freud en Carl Jung.
Piero Ferrucci nam het werk van Assagioli over na diens overlijden (1974). Ik citeer (blz. 176): “Volgens Ferrucci zit in ieder van ons een kern, waar we niet zijn gekwetst, waar we gezond, ontvankelijk en krachtig zijn: ‘Ik ben ervan overtuigd dat zelfs mensen die heel veel pijn hebben geleden, deze gezonde kern in zich dragen. Die kern terugvinden is misschien wel de mooiste zoektocht van ons leven. Als we terugkeren naar dit middelpunt – al is het is het maar heel even – dan worden ruzies en wrok ontmaskerd als absurde tijdverspilling.’ “
Het hoofdstuk waarin dit staat gaat over verbondenheid en heeft als titel De kracht van vriendelijkheid.
Ik vind het heel bijzonder dat de ezel me dit heeft kunnen vertellen voor ik het boek las. En ik citeer graag de woorden waarmee ik mijn informatieboekje (niet meer verkrijgbaar) over diercommunicatie begon: Luisteren met heel je wezen – naar wat dieren te vertellen hebben – Hun welwillendheid – harmoniseert mens en omgeving.”

Zo mooi om te zien dat wij mensen onze zoektocht hebben en dat dieren het gewoon al leven. En dat ik na dertien jaar nog aan de ezel uit Jordanië moest denken. (de volledige blog van de ezel zet ik hieronder).

Bij interesse: Het congres werd georganiseerd door ShiftAcademy en ging over de 3 principes.

 

 

De complete blog van de ezel uit Jordanië, 13 jaar geleden:

Vanuit Jordanië stuurt vriendin Petra deze foto. Alhoewel deze ezel geen vrij dier is, benader ik hem toch. Ik vertel hem wat ik weet: dat hij in Petra toeristen de berg op en af vervoert.
‘Dan weet je maar een stukje van mij,’ haakt hij in. Hij laat zien dat hij zijn blik op oneindig en verstand op nul zet als hij mensen vervoert. ‘Ze zijn vaak te zwaar. Ze zijn niet gewend om op een ezel te zitten. Daarom zitten ze niet fijn, ze bewegen niet mee. Een mens dragen waar samenwerking mee is, gaat soepel. Dan gaat vanuit eenheid en dat doe je samen. Voor toeristen ben ik een vervoermiddel.’ Hij laat nogmaals weten dat er een verschil is of iemand vanuit een gezamenlijk doel op hem zit of enkel als vervoermiddel. Hij herhaalt dat toeristen zwaar zijn.
Maar, vervolgt hij: ‘Ik krijg ook aandacht van mensen. Ze aaien me en doen lief.’ Dat laat hij zich lekker gebeuren.
Ik kom er niet achter waar zijn avondplek is. In ieder geval is het een plek met andere dieren en vindt hij er zijn rust. En wat belangrijker is: daar kan hij ezel zijn. Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in de kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.
Hij vertelt dat als zij hun werk niet meer kunnen doen, de beslissing tot afmaken in de kern besloten wordt. ‘Afmaken is genadiger dan niet meer verzorgen en laten afsterven,’ vertelt hij. ‘Afmaken wordt vanuit die kern gedaan.’
Ik ben behoorlijk onder de indruk van deze ezel en zijn zienswijze. Dit bedenk je toch niet zelf … ik in ieder geval niet.

“Ga het niet idealiseren”

Naast mijn werk als dierentolk werk ik ook een aantal uren in de zorg. Op mijn route kom ik altijd langs een biologische varkenshouderij. In het voorjaar ging het hek open en hadden de grote varkens de beschikking over een groot grasveld, dat ze al snel helemaal omgewroet hadden.

Ik word altijd blij als ik langsrijd en geniet van de wroetende dieren.

Al weken verheug ik me op een gesprekje met de varkens en vandaag ga ik er eens lekker voor zitten.

De animo om te praten is er niet erg. Op een gegeven moment komt een oudere zeug naar voren en zegt dat het bijna haar tijd is. “Ik loop al heel wat jaartjes mee hier,” legt ze uit, alsof ze daarmee laat zien dat als iemand recht van spreken heeft zij het wel is.

“Wij zijn er om te gaan,” vervolgt ze. “We moeten wat opleveren: biggen, vlees.”

Het is of ik een klap in m’n gezicht krijg. Om eerlijk te zijn had ik een blij gesprek verwacht.

“Ook hier is het niet alleen romantiek,” reageert het varken. “Het is alsof we bij onze geboorte al op een straflijst staan.”

“Eh… ik had eigenlijk gerekend op meer vreugde…,” zeg ik aarzelend, “meer een halleluja-verhaal.”

“Je zit in een gek beeld. Daarom denk je dat dit leuk is.”

In een flits zie ik hoe we gewend zijn aan hoe we onze wereld in elkaar gezet hebben. We zitten er midden in, worden erdoor gevormd. Het zogenaamde kritische en bewuste denken dat we menen te ontwikkelen is eigenlijk ook heel beperkt want het gaat nog steeds uit van de bestaande situatie.

“Okee…” Hoe moet ik hier nu op reageren?

“Als ik langsrijd zie ik jullie wel altijd in de grond wroeten.”

“Je moet het optimale eruit halen van wat erin zit,” reageert het varken. “Maar we blijven gevangen. Ga het niet idealiseren.”