Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Kaila vindt me een zeur

Vandaag weer een verhaal over Kaila, een grote inspiratiebron voor mij om daar dagelijks mee te leven.
Enkele maanden terug is bij mij mijn artrose weer stevig opgekomen, ondanks een vierde spuit in mijn knie, loop ik momenteel moeizaam. En dat gaat ’s ochtends beter dan ’s middags. Dus komt Kaila bij de middagwandelingen op de hei en in het bos te kort. Ik zoek dan vaak een bankje om te gaan zitten en laat haar lekker scharrelen. Maar van de week liep dat anders. Na twintig minuten wandelen liep ik terug naar de auto, maar Kaila meende dat ze nog wel een extra ommetje kon maken. Van mij mag ze dat en ik ben bij de auto op een boomstronk gaan zitten en heb gewacht.
Toen ik in het begin, jaren geleden, moeite had met de grote vrijheidsdrang van Kaila heeft mijn honden coach tegen me gezegd, maak je geen zorgen zolang ze binnen tien minuten weer terugkomt. En mijn telefoonnummer heeft ze om haar nek, dus wat kan er mis gaan?
Maar nu liep het toch echt anders. Ze bleef ruim een half uur weg en ik was erg ongerust geworden intussen.

M: Lieverd, kunnen we weer even praten?
K: Ja, graag, altijd leuk met jou.
M: Weet je nog van afgelopen zaterdagmiddag toen je een erg lange extra wandeling maakte?
K: Toen jij ongerust was geworden? Ja dat weet ik nog.
M: Kunnen we het daar even over hebben? Ik was heel erg ongerust geworden omdat je zo lang wegbleef. En dan krijg ik doemscenario’s dat je, met jouw drugsverleden, ergens in de bosjes ligt, vol met drugs die je gevonden hebt en dat je daar ter plekke heel erg ziek geworden bent en niet meer naar mij toe kunt komen. En dat je daar misschien wel dood gaat.
K: Overdrijf je nu niet een beetje? Er was niets aan de hand. Ja, ik heb een ommetje gemaakt want ik rook wel ergens iets en dat moest ik onderzoeken. Maar ik ben niet lang weggeweest.
M: Noem jij ruim een half uur buiten mijn beeld niet lang?
K: Jouw begrip van tijd is niet mijn begrip van tijd, dus ik kan niet aangeven dat het lang was. Voor mijn gevoel was het zo voorbij. Maar sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling.
M: Hoe zit het met jouw begrip van tijd dan?
K: Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet. Dus kan ik alleen weten hoe het op dat moment is, jullie zeggen leven in het nu. Ik kan niet anders en dan besef ik niet dat iets lang of kort duurt. Het duurt zolang als het duurt. Als jij dan zegt dat het een half uur heeft geduurd en dat dat lang is, wil ik je wel geloven. Maar als we een half uur samen wandelen, is dat eigenlijk best kort en nu is een half uur alleen wandelen door mij voor jou erg lang voor jouw gevoel. Dat klopt toch niet met elkaar.

Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet

M: Daar heb je wel een interessant punt. Heeft dat met kwaliteit van tijd te maken? Samen wandelen is fijn, zitten wachten is niet echt fijn, het zijn dus verschillende kwaliteiten.
K: Dat kan heel goed, maar dan verschillen we nog steeds, ik wandel een half uur alleen en dat is kort voor mij en jij zit dezelfde tijd te wachten en dat is lang voor jou. Maar het is hetzelfde halve uur zoals je zei. Kortom, eigenlijk denk ik je moet niet zeuren. Er was niets aan de hand, ik was je ook niet kwijt, ik wist waar je was en kwam ook gewoon naar je toe lopen, zonder dat ik zenuwachtig was. Een duidelijk teken dat ik me prima voelde. Jammer dat jij je niet zo voelde.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat we een verschillende opvatting hebben en ik denk inderdaad dat het te maken heeft met het feit dat tijd ook een ander aspect heeft en dat is kwali-teit. Zo hebben we een interessante discussie, dank je wel hiervoor.
Toch zou ik je willen vragen voortaan minder lang alleen te gaan wandelen, check dan gewoon tussendoor even in, zodat ik weet dat het goed met je gaat.
K: Is dat een toestemming om vaker alleen te gaan wandelen?
M: Wat ben jij een slimme hond, je kletst me steeds vast, maar dat is geen aanbeveling om vaker al-leen te gaan wandelen. Dat kan mijn ‘zorgen maker’ niet aan.
K: Dat is geen probleem. Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan. Stel dat uit, denk ergens anders aan, dan hoef je je geen zorgen te maken. Wij kennen dat systeem van zorgen maken eigenlijk niet, ook weer omdat we in het nu leven en dus niet in de toekomst. Want zorgen maak je je alleen over dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst, maar ze hoeven helemaal niet te gebeuren, want de toekomst kan ook anders worden, daarvoor is het toekomst. Dus is zorgen maken een totaal overbodige emotie.

Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan

M: Dat is wel mooi gezegd, maar ook wel eenvoudig. De meeste mensen zitten zo niet in elkaar. Trouwens, ik ben niet zo’n grote zorgen maker, dus daar heb jij meestal geen last van.
K: Maar het is wel een typisch menselijk probleem, je zorgen maken over de toekomt.
M: Maar onze ervaringen uit het verleden kunnen het zorgen maken juist versterken.
K: Daar hebben jullie zo’n mooie uitspraak voor ‘Resultaten uit het verleden, zijn geen garantie voor de toekomst’.
M: Je hebt me al weer te pakken. Ik geef het op, je bent mij vandaag veel te slim.
K: Ho, ho, niets vandaag. Zo ben ik altijd, want zo ben ik.
M: Ik geef het op. Wil je nog iets kwijt?
K: Ik hou ook van jou.

 

Leven in de vijfde dimensie

Laatst las ik een stuk over leven in de vijfde dimensie, een relatief nieuw onderwerp voor mij. In het stuk werden de verschillende dimensies uitgelegd en werd er verteld dat de mensheid collectief op weg is naar de vijfde dimensie. En, en dat trof mij bijzonder, dat dolfijnen al in de vijfde dimensie leven.

Voor diegene waar deze verschillende dimensies relatief nieuw voor zijn, zoals ik, even een korte uitleg over de verschillende dimensies.

De eerste en tweede dimensie gaan over waarnemen, oerdriften, aarden en je fysiek. De derde dimensie is een bewustzijnsstaat van onder meer fysieke en emotionele ervaring, confrontatie, materiële armoede en rijkdom. Iemand die de vierde dimensie bewust ervaart, leeft nog steeds volop, maar staat ook stil. Tijd is een relatief begrip geworden. Het huidige moment is het belangrijkste. Om deze dimensie te bereiken is meditatie de weg. Voor de vijfde dimensie kijkt je op afstand. Niet alleen naar je eigen leven, maar naar het leven op zich. Je ervaart dat je onderdeel bent van een groter geheel. Je ego tempert en je leeft volledig vanuit je hart en in harmonie met je omgeving.

Nu naar de dolfijnen die al in de vijfde dimensie zouden moeten leven. Ik wil graag van ze weten hoe dat is. Dus maak ik contact met dolfijnen, daarbij helpt mee dat ik het prachtige dieren vind.

Ik probeer contact te maken met Dolfijnen en vraag wie het leuk vindt met mij te spreken.
Onmiddellijk melden zich 3-4-5 dolfijnen die met me willen spreken. Dat is nu niet handig, ik vraag of ze één woordvoerder willen kiezen en dat doen ze. En mijn gesprek kan beginnen.

M: Ik heb gehoord dat dolfijnen elkaar namen geven. Wat is jouw naam.
F: We hebben allemaal namen volgens ons persoonlijke geluid, dat geluid in een naam vertalen is even lastig, maar noem mij maar fibrrre.
M: OK, Fibrrre, mag ik je zo noemen? Hoe is jullie leven?
F: Wij verblijven met een grote groep in de Noordzee, er zijn ook andere groepen en we leven hier een prima leven en je mag me gerust zo proberen te noemen, hoewel je mijn naam wel een beetje raar uitspreekt. Maar je kunt niet beter hoewel je erg je best doet, dus dat is goed.
M: Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door een artikel dat ik las over leven in de vijfde dimensie en jullie dolfijnen zouden dat doen. Wat is jouw mening daarover?
F: Totaal geen mening, is het boeiend om te weten in welke dimensie je leeft? Nee toch? Je leven verandert er niet door, er komen niet ineens meer vissen langs om te eten en je mede oceaan bewoners worden er niet ineens vriendelijker van. Dus het boeit me niet jouw vraag.
M: OK, misschien kun je dan iets vertellen over jullie leven in de Noordzee?
F: Dat wil ik wel doen. We leven in een grote groep, meestal zo’n 20-30 dolfijnen, maar soms zijn we met veel meer als een groep zich tijdelijk samenvoegt. Meestal leven we in goede harmonie met elkaar en onze omgeving. Wij zwemmen altijd en leven altijd in ons waakbewustzijn, dat wil zeggen we slapen niet. Tenminste niet echt. Dat klinkt vaag, maar dat zit als volgt. Als wij zouden slapen zouden we verdrinken want we moeten lucht inademen en daarvoor moeten we naar boven water gaan. Daarvoor moeten we wakker zijn. Dat hebben we als volgt opgelost, we slapen om beurten met een hersenhelft in waakbewustzijn en de andere in slaap. Dat wisselen we af en daardoor overleven we. Het is gewoon onze natuur en dus niets bijzonders voor ons, maar misschien wel bijzonder voor jullie.
M: Het klinkt wel spannend om zo te leven. Kunnen jullie ook dromen met een hersenhelft in slaap?
F: Grappig dat je dat vraagt, ja, wij kunnen zeker dromen en kunnen ook visioenen hebben in onze dromen. Soms kun je zelfs over voorspellende dromen spreken en als meerdere van onze groep zo’n droom hebben gehad, wordt daar werk van gemaakt. Dat wil vaak zeggen dat we dan naar een andere plek zwemmen waar mogelijk meer eten is of minder gevaar of minder verstoring door mensen is. Vaak zijn die dromen dus best wel praktisch.
M: Dat is mooi. Hoe functioneren jullie als groep? Hebben jullie leiders of een team van leiders of is dat er helemaal niet?
F: We hebben niet een eenduidige vorm van leiderschap, het is niet zo dat er één of enkele dolfijnen zijn die voor de groep alles bepalen. We hebben een soort van collectief leiderschap maar dat werkt ook weer apart. We kunnen ons bewustzijn met elkaar verbinden en zo maken we keuzes als er keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi voorbeeld hiervan is onze manier van jagen op voedsel. Wij eten vis en hebben duidelijk onze voorkeur voor welke vissen we liever hebben dan andere soorten. Als we nu jagen dan doen we dat collectief. We zien een school vissen die we willen bejagen en zwemmen daar op een wijze naartoe zodat de school vissen compact gemaakt wordt. Daar gebruiken we ook trucjes voor als bellen blazen, cirkels maken in het zand, alles wat de vissenschool maar samendrijft. En als dat gelukt is zwemmen we er van alle kanten ineens in en kunnen we overvloedig eten. Doordat we zo slim jagen, hebben we veel tijd over om plezier te maken.
M: Dat klinkt heel slim jullie leiderschap en jullie manier van jagen. Wat doen jullie als je plezier maakt?
F: Dat verschilt, soms plagen we elkaar en spelen spelletjes met elkaar, maar soms genieten we gewoon van alles wat er is, zoals de golven of van een boot die langs komt. Kleine boten kunnen leuk zijn, die zijn ook niet zo ontzettend lawaaiig, en daar kunnen we dan soms meezwemmen met de boeggolf. Dan hebben we minder weerstand en kunnen we harder zwemmen of met minder inspanning. Het is zo’n beetje als de ganzen die in de lucht in V-vorm vliegen en daardoor veel minder moe worden.
M: Wil je nog iets kwijt dat ik niet gevraagd heb?
F: Jazeker. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de oceanen een heel bijzonder biotoop zijn en dat jullie ernstig verstoren met jullie vervuiling door olie en plastic, maar ook door de herrie die jullie schepen maken en die de bouwwerkzaamheden die jullie steeds vaker in de zeeën uitvoeren. Het is belangrijk dat de mens veel meer rekening houdt met zijn medeschepselen, zoals wij, maar ook de vissen en het niet vervuilde water, enz. Dit is heel belangrijk dat jullie dit beseffen.
M: Dank je wel voor deze laatste oproep en het hele gesprek.
F: Je bent welkom voor een vervolg gesprek.

Zoals je zult begrijpen liep dit gesprek totaal anders dan ik verwacht had. Dit is altijd spannend voor mij om te zien hoe een dieren gesprek verloopt. Ik kreeg geen antwoorden op mijn oorspronkelijke vraag, maar ik kreeg wel weer veel wijsheden mee. En dat was heel mooi.
260311

Dwalende gedachten en dolende zielen

Soms loop ik wat te piekeren over wat voor een blog ik zal schrijven. Ik heb net cavia´s verzorgd van mensen die op vakantie zijn en op de terugweg denk ik aan hoe leuk ik ze vind. Ik heb altijd cavia´s gehad en er enorm van genoten maar, heel raar, de zin van hun bestaan ontgaat me ten enenmale. Ja, in Zuid-Amerikaanse landen zijn ze een voedselbron en kunnen ze ook als huisdier gehouden worden (waar ze op een gegeven moment opgegeten worden). Als ik het er met de cavia’s over heb, hoor ik: ‘Wie ben jij om te bepalen welk leven zin heeft?’ Daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in.

Mijn gedachten dwalen af naar dieren in oorlogsgebieden, dieren in de vee-industrie en de Vakbond voor Dieren. Ik word altijd behoorlijk moedeloos als ik eraan denk hoeveel dierenleed er wereldwijd is. De cavia’s haken nog even aan: ‘Ja, het complete pakket is hier op deze wereld. Je hebt het te doen met dat wat je tegenkomt. Geniet daarom gewoon van ons; wij leven ons leven. En maak je keuze in wel of geen vlees eten. Of welk vlees.’

Mijn aandacht gaat weer naar de site die ik net bezocht had over dieren in oorlogsgebieden. Ik krijg contact met een hond in een onveilig gebied. Het dier wordt opgevangen in een asiel en hij laat duidelijk zien dat het lijf het huis is. Dat moet goed zijn.

Als dat lijf niet meer functioneert, is het nog wel even te doen maar op een gegeven moment niet meer. Hij laat zien dat je dan gewoon uitstapt en ergens anders verder gaat (wij noemen dat doodgaan).

Ziekte is volgens hem nog te doen (ook als het lichaam heel slecht functioneert), maar wat hij erger vindt is angst. ‘Bij angst is het lijf een last. Je kunt er niet uit, je kunt het niet verlaten. Ja, even, dan dwaal je wat rond. Maar je moet terug in het lijf om door te gaan.’

Wat hierop volgt is een beeldgesprek tussen de hond en mij. Hij laat zien dat het kan gebeuren dat het lijf waar je even uitgetreden was, ondertussen bezet kan zijn door een andere ziel die even uittrad. Soms kan dat samen gaan maar het kan ook zijn dat twee (of meer) teveel is en dan blijft een ziel dolen. Het lichaam is dan niet meer beschikbaar.

Volgens de hond worden ze op een gegeven moment wel opgehaald door de groep honden in het veld, maar dat kan een tijd duren. ‘We zijn niet aangesloten als we dolen en pas als we een beetje uit onze cocon durven komen, kunnen we aanhaken.’

Ik vertel de hond in beeld dat ik iemand gekend heb (ze is inmiddels overleden) die heel veel gedaan heeft voor dolende mensenzielen. Letterlijk hele volksstammen heeft ze naar het Licht kunnen verwijzen. Ze was hier dagelijks druk mee, tot in haar tachtigste jaren. We praatten daar wel eens over en ze was altijd blij dat we dit soort dingen konden uitwisselen omdat ze maar weinig mensen kende met wie ze hierover kon praten. Deze vrouw heeft naar mijn idee heel veel goed (onzichtbaar) werk verricht. Maar elke keer eindigde ze met: “Met planten communiceren lukt me wel. Ik moest een keer in de nacht m’n bed uit omdat twee planten ruzie hadden omdat ze niet naast elkaar wilden staan. Toen ik ze uit elkaar gezet had, was het rustig. Maar wat me maar niet lukt is om met dieren te communiceren.” Ze vond dat altijd jammer, terwijl ze zoveel heeft kunnen betekenen voor al die mensenzielen.

Later zoek ik op of honden ook kunnen dissociëren. Bij honden wordt het shutdown genoemd. En, hoe pijnlijk, het wordt vaak verward met gehoorzaamheid.

De werking van morfine bij het stervensproces

Ik voel dat je er bent, toch kunnen we niet praten met elkaar. Het voelt alsof je ‘ingepakt’ bent, alsof je gebakerd bent, maar dat is te strak, misschien voelt het meer alsof er allemaal watten om je heen zitten, waardoor je nog niet naar buiten kunt komen. Ik probeer mee te voelen en je kunt nog niet vrij bewegen, alsof je ledematen vastgehouden worden. Maar je hebt geen ledematen meer, dus hoe moet ik me dat nu voorstellen?

Ik vraag je hoe komt het dat dit zo aanvoelt. Je antwoordt dat het de morfine is, die je bij leven zoveel rust gaf, maar nu na het leven je zo vasthoudt. Je hebt tijd nodig om lagen af te pellen om vervolgens vrij te zijn. Dat vraagt de nodige tijd. Hoe lang weet je niet en tijd is een geheel ander begrip aan gene zijde dan aan onze kant. Je constateert dat je niet ‘schoon’ genoeg bent overgegaan en dat er nu dus nog moet worden schoongemaakt.
Ik begrijp niet dat morfine zo’n invloed kan hebben op je ziel na de dood. En besluit om hier mijn raadgever maar over te vragen.

M: Hyronimus mag ik je om raad vragen?
H: Dat mag altijd. En ik zal meteen beginnen met mijn antwoord, want je vraag is duidelijk. Morfine werkt op het centrale zenuwstelsel, eigenlijk je meest spirituele deel van je fysieke lichaam. Het is niet zo dat je centrale zenuwstelsel overgaat in je niet fysieke ziel, maar ook je fysieke lichaam be-staat uit verschillende lagen, het fysieke, het astrale en het etherische deel. Ze maken allemaal deel uit van wat jullie het fysieke lichaam noemen, het is aards. Als je fysieke deel sterft wil dat nog niet zeggen dat de andere delen, je astrale en etherische lichaam ook meteen zijn verdwenen. En daar speelt de morfine een storende rol. Je centrale zenuwstelsel reikt tot in je etherisch lichaam en als dus de verlamming van het centrale zenuwstelsel er is, dan blijft die verlamming ook in de hogere vormen van je fysieke lichaam een rol spelen. Misschien moet ik niet over verlamming spreken maar meer over verdoving, die weliswaar zich gedraagt als een verlamming, maar het kan teruggedraaid worden. Je zult ontwaken uit je verdoving en dat is dus waar haar lichaam nu mee bezig is. Dat heeft tijd nodig zoals ze je laat weten.

Je centrale zenuwstelsel is je meest spirituele deel van je lichaam en reikt tot in je etherisch lichaam

M: Dus de serene rust die ze had werd veroorzaakt door de morfine die haar centrale zenuwstelsel verdoofde. En doordat dat ook doorwerkt in haar hogere fysieke delen, heeft ze nu nog last van die verdoving. Zie ik dat goed?
H: Dat zie je goed. En dat duurt nu al bijna twee maanden, maar ze moet hier doorheen om ‘schoon’ te worden, want pas met een schone ziel kun je onbeperkt reizen. Nu voelt ze nog beperkingen.
M: Hoe lang gaat dat nog duren?
H: Dat is moeilijk te zeggen. Het is heel individueel. Maar het lijkt er op dat het proces van schoonmaken en ontwaken uit de verdoving al even aan de gang is. Ik verwacht dat het niet meer heel lang zal duren.
M: Dank je wel hiervoor. Heb je nog wat toe te voegen?
H: Ja, eigenlijk wel. Spirituele mensen staan heel ver ‘open’ in hun verbindingen en dat betekent ook dat als je van open naar gesloten gaat door de morfine, dat best een sterke uitwerking op het lichaam heeft en dat het daardoor een langere periode van heling nodig is. In dat proces zit ze nu en dat is goed. Maar het betekent misschien ook dat we mensen moeten waarschuwen dat morfine wel behulpzaam is voor je rust, het misschien geen fijn middel is bij het stervensproces, omdat je onvoldoende schoon kunt overgaan.
M: Je geeft dus feitelijk een waarschuwing af, gebruik liever iets anders dan morfine?
H: Dat is juist, maar helaas kan ik je niet aangeven welk middel je dan moet gebruiken. Wel kan ik je een tip geven, het moet plantaardig zijn om schoon te kunnen overgaan.
M: Dank je wel. Ik wil dit even op me laten inwerken.

Ik voel me erg onzeker over dit hele verhaal. Het onderwerp is boeiend en misschien ook goed om eens te bespreken, maar is dit wel passend als een blog? Ik vraag mijn mede bloggers om raad. Piek en Barbette reageren allebei dat dit moet kunnen, maar Barbette zegt me door te vragen bij Hyronimus. En dat doe ik dus. Hierbij de aanvullingen.

M: Je geeft een waarschuwing af voor het gebruik van morfine bij het stervensproces, maar misschien moeten we dat nuanceren. Kun je dat toelichten?
H: Zeker. Juist voor mensen die erg spiritueel zijn en vaak ook open, is de morfine misschien niet het beste middel. Doordat ze vaak zuiver zijn, worden ze door de morfine zwaarder getroffen en hebben zij langer nodig om weer schoon te worden. Maar natuurlijk kun je voor morfine kiezen in de situaties waarin je het stervensproces zo veel mogelijk pijnvrij wilt laten verlopen. Hoewel pijn ook karmisch een rol speelt, kun je er voor kiezen de pijn ervaring anders in te zetten. Ik wil mensen niet van de morfine afhouden want het kan zeker rust brengen. Maar ik wil wel waarschuwen dat vooral bij spirituele mensen je misschien zou moeten zoeken naar andere middelen die je een vergelijkbare ervaring kunnen bezorgen, maar niet noodzakelijk leiden tot een na-doodse en voor-zielse schoonmaak operatie. En de tip die ik gaf zoek iets plantaardigs, wil ik nog wel iets verder uitbreiden. Sommige van jullie kennen de boeken nog van Carlos Castaneda met zijn Indianen middelen van Don Juan. Die middelen waren vooral gericht op hun geestverruimende effect, maar er zitten ook goede stervensbegeleidingsmiddelen bij.
M: Dank je wel, was dit de aanvulling en nuancering waar ik je om vroeg?
H: Ja, en je bent altijd welkom.

260213

Kattendilemma

Ik kreeg eind 2025 een leuke mail: Wij hebben een paar jaar geleden een heel fijn gesprek met je gehad en communicatie met onze oude poes. Onze andere poes (11 jaar) wil sinds een paar weken niet meer naar buiten vanwege een kater die is komen aanlopen. Het is een heel lief dier. We wilden hem de kans geven om in de schuur te verblijven. Dat leek allemaal wel te lukken, we wonen buitenaf. Maar onze poes heeft waarschijnlijk wat andere ervaringen en is nu bang om naar buiten te gaan. Zou er iets mogelijk zijn d.m.v. een contact met jou? Als de rode kater haar buiten niet met rust laat, moeten we hem weghalen.

Ik antwoord: “Nou, het was een leuk gesprekje. Ik had eerst Poes aan de lijn. Die trof ik op de tafel, een beetje nadenkend. Ze vroeg of ik kwam helpen maar meteen kwam haar eigen overweging: ‘Hoe ga ik dit aanpakken?’ Ze doelde daarbij op Reddy en het niet vrij naar buiten kunnen.

Ik vroeg hoe ze dat normaal gesproken met andere katten doet, want hij zal wellicht niet de eerste kat zijn. Die kon ze kennelijk aan maar ze zat ermee dat jullie Reddy naar binnen hebben gehaald.

Ik legde uit dat dat komt door jullie grote hart waarop zij reageerde: ‘Ze moeten wel hun verstand gebruiken.’

Ze liet Reddy zien als een kat met een ‘aanvallende’ energie. Ik vind het moeilijk daar de juiste woorden voor te vinden, maar het beeld is dat hij een ‘duwend’ ego heeft. Alsof het eerste wat hij doet is dat hij de weg vrij baant voor zichzelf. Misschien kun je het vergelijken met een sneeuwschuiver: die duwt de sneeuw weg. Reddy baant zich op zijn manier ook een weg vrij. Poes merkte terecht op dat hij daarmee haar ruimte beperkt.

Dus naar Reddy. Die liet inderdaad meteen zien dat hij een groot veld in beslag neemt. Ik vertelde dat Poes het eerst bij jullie was. “O, gaan we het zo spelen?” was zijn reactie. Doordat jullie hem een naam hebben gegeven hoort hij erbij, vond hij. Daar kon ik op inhaken door op te merken dat als hij erbij hoort, hij zich ook hoort aan te passen. Er is genoeg ruimte.

Ik heb uitgelegd wat jullie willen en dat is prettig leven met elkaar. Reddy merkte op dat hij een vrije kat is. Ik zei dat dat prima is, maar dat hij nu in een community terecht is gekomen en dat vergt aanpassing. Ik vroeg hem of hij wilde blijven en zijn antwoord was dat het voor nu comfortabel is maar dat hij misschien wel weer doortrekt.

Nogmaals legde ik hem uit dat hij erbij mag zijn maar dat het van hem vraagt dat hij ruimte geeft aan Poes. “Als je a-sociaal wilt zijn, dan moet je ergens anders heen. Hier moet je je aanpassen en dat is ruimte geven aan Poes om haar te laten doen wat ze altijd deed.” Hij merkte op dat Poes een luxe leven heeft. “Ja, dat kan je zo zien maar daar is niks mis mee,” antwoordde ik.

Weer terug naar Poes gegaan om haar uit te leggen hoe het gesprek was. Het is nu afwachten wat beide katten gaan doen.”

Hoi Piek, wat prachtig, dat gesprek. Heel fijn en wat ik al dacht van poes, dat ze ook niet goed weet hoe hier mee om te gaan. Ik was zelf niet thuis vanochtend. Maar mijn man en onze dochter zagen om en bij 9.45 dat Reddy voor de schuur duidelijk in de picture was gaan zitten. Hij had een muis gevangen en was ermee aan het spelen en Poes lag binnen op een stoel heel aandachtig naar hem te kijken. Mijn man vond het zo’n frappant moment hij tegen onze dochter zei: “Moet je dit nou zien.” Hij dacht dat er misschien al iets gecommuniceerd was door jou. En hij vond het dan ook heel mooi te horen dat jij voordien dus dit gesprek hebt gevoerd. We gaan kijken wat ze er mee gaan doen. Heel benieuwd hoe met name Reddy nu omgaat gaan met Poes. Ik houd je op de hoogte.

Maar helaas, negen dagen later: Er is nog geen echte verandering/verbetering geweest. Poes heeft hooguit twee heel voorzichtige pogingen ondernomen om naar buiten te gaan. Eén vond ik wel echt hoopvol want ze ging van het huis af, de wei in. Maar na zo’n tien minuten kwam ze toch weer snel naar binnen gerend.
Vanmorgen vroeg  deed ze een woeste aanval naar de rode kater toen deze voor een glazen deur kwam waar zij aan de andere kant zat (de deur was dicht) maar ze gaf met een enorme grauw heel duidelijk aan dat ze ‘m niet moest. Reddy week eerst niet van de plek maar ik kwam er meteen bij en toen ging hij een half metertje verder zitten. Daarna vertrok hij. Hij zou er denk ik graag bij horen hier binnen.
Ik zie er best tegenop dat, met het voorjaar in aantocht, Poes niet naar buiten gaat. En ik vertrouw de kater ook niet genoeg hoe hij zal reageren op haar gegrom en afkeer. Hij is tegen ons altijd lief en komt rustig en zachtaardig over.
Doorgaans is het vuur bij Poes, na een minimale confrontatie, wel gauw geblust en speelt ze daarna zelfs wat en denk ik: ‘Nu is het alweer over.’ Het blijft een moeilijke kwestie. Zou je nog een keer een gesprek kunnen aangaan? Om te polsen of dit eigenlijk zin heeft voor wat Poes betreft? En of de rode meer bereid is om op zichzelf te blijven, meer op afstand?

Vanwege drukte op mijn werk in de zorg reageerde ik niet meteen en een paar dagen later kwam er nog een mailtje: Het is toch veel te moeilijk voor Poes om de confrontatie met de kater aan te gaan. En met de afgelopen mooie zonnige dagen is het nog schrijnender dat zij dan binnen blijft. We hebben sinds eergisteren de vangkooi klaargezet om de kater eventueel, als we een goed nest vinden, over te brengen. Dat zou dan een einde betekenen van zijn vrije ongecastreerde leven. Maar sinds gisteren lijkt hij zich aan het verwijderen bij ons. Dat is dan maar goed ook. Dat hij zijn eigen weg gaat en hier helemaal vertrekt. Het is echt een enorme dankbare lieverd. We zullen hem wel even missen en vinden het ook best jammer! We zijn niet van plan dit nog een keer zo op onze hals te halen. Zou je nog een keer contact met beiden willen opnemen en polsen/vertellen hoe we dit zo zien?

Mijn antwoord: “Toen ik contact maakte met Poes reageerde ze meteen: ‘Ik geloof dat ze hem liefdevol laten verdwijnen.’ Ik vroeg hoe ze dat vond. ‘Ja, goed, hij is te groot voor mij. Ik wil heel graag de ruimte weer voor mezelf. Zonder spanning.’ Ze liet weten dankbaar te zijn voor jullie beslissing.

Toen naar Reddy. Die liet zich weer groot en sterk zien. Hij heeft een bijzondere uitstraling, zoals hij dat aan mij laat zien. Niet macho, maar wel veel ruimte innemend en groot en sterk qua uitstraling. Hij reageerde meteen op deze constatering van mij met: ‘Ik kan me niet veranderen.’ Kennelijk geniet hij erg van zijn eigen kracht en aanwezigheid.

Ik vertelde van de vangkooi. Die had hij gezien. Ik heb uitgelegd wat het is en wat er dan gebeurt. ‘Niks voor mij.’ Dat snapte ik, dus heb ik hem verteld dat ik zat katten ken die zich heel goed zelf redden.

Toen kwam er iets interessants boven, namelijk dat hij niet wilde inboeten. Dat woord gebruik ik nooit dus ik heb het later opgezocht en het betekent dat hij niet zijn waardigheid wil kwijtraken. Dus dat woord klopte goed.

Ik heb hem geadviseerd zelf te verdwijnen en niet te zwichten voor eten dat in de kooi ligt. Ook heb ik hem nog verteld dat jullie als goede vrienden uit elkaar gaan. Zo gaat het met reizigers zoals hij: je maakt contact, trekt even samen op en gaat dan weer in dankbaarheid.

Ik heb hem ook nog verteld dat er dus zat eten te vinden is en met zijn persoonlijkheid weet hij vast andere mensen ook wel te charmeren om wat neer te leggen voor hem. Vervolgens heb ik hem toegewenst: Geniet van je leven!

Ik hoop echt dat hij zelf gaat en dat dit voor jullie allemaal een mooie herinnering wordt. En dat Poes weer lekker vrij kan leven in haar tuin.”

Hoi Piek, ach, wat fijn! Heel bijzonder allemaal dit gesprek wat je net hebt gevoerd en ook al merkbaar. Poes is aan het polsen of hij er nog is. En Reddy is er niet. We kijken ‘de kat nog even uit de boom’. Hopelijk komt er aan deze bijzondere ontmoeting een vredig eind en oplossing.

Maar wederom komt de volgende mail: Reddy was ongeveer twee dagen lang na jou laatste gesprek meteen weg. En Poes ging naar buiten. Maar toen met de sneeuw zat hij in de ochtend weer op de stoep. We hadden wel intussen allerlei veranderingen gemaakt: hij kan niet meer in het schuurtje. We hebben hem twee dagen genegeerd. Maar zoals deze kat je aankijkt… ‘Wat doe ik niet goed?’ Alsof hij ook zo z’n best doet. We manen hem steeds Poes helemaal met rust te laten. Nu lijkt hij goed te snappen dat hij in de kapschuur mag zijn. Hij is de laatste drie dagen niet meer om het huis geweest. Misschien komt er toch een vredige afstandelijke oplossing.

Nou, nog maar es contact maken met Reddy: ” `Ik ben me aan het beraden,’ hoor ik. ‘Ik wil niet inleveren aan kracht, energie en ontdekken. Om mezelf te kunnen blijven zou ik verder moeten.’ Hij klinkt wat bedachtzaam, inderdaad of hij zich aan het beraden is wat hij met deze situatie moet.

Ik laat hem zien dat het weer op een gegeven moment beter wordt en dat de wereld dan voor hem open ligt. ‘Jaja, dat heb ik begrepen,’ antwoordt hij wat afwezig, net alsof hij nog steeds met z’n gedachten bezig is om zijn toekomstkeuze te gaan bepalen.”

Het is duidelijk dat deze kat ‘te groot’ is voor deze omgeving en terwijl Reddy over zijn eigen situatie nadenkt, komt bij mij het beeld naar voren dat het in de mensenwereld niet anders is. Weer een leuke nadenker: hoe kun je jezelf zijn zonder jezelf tekort- of geweld aan te doen?

NB Als er nieuws is over de situatie zal ik het tegen die tijd onder deze blog schrijven.

Kaila is verslavingsgevoelig

Huisdieren in huis is een voortdurende bron van plezier, inspiratie en zorgen. Over Kaila heb ik al vaker geschreven, ze is een ongelooflijke knuffel hond maar ze is ook duidelijk verslavingsgevoelig. Op plekken waar wij vaak wandelen in ’t Gooi is de drugsoverlast altijd aanwezig. Daarom lopen we zo veel mogelijk buiten de bekende overlastplekken. Maar soms vindt ze restanten van peuken op de hei of in het bos. En ze weet heel goed waar ze moet zoeken. Inmiddels herkennen we allebei de symptomen, ze wordt incontinent, kan haar kop niet meer goed overeind houden en is een zielig hoopje hond. Tot ze tien uur later weer langzaam tot zichzelf komt.
Maar afgelopen zondag was het anders. Ze is dol op chocolade en af en toe krijgt ze een heel klein stukje van mij als ik ook wat neem, want haar baasje is ook gek op chocolade, puur met nootjes. Zoals iedere hond heeft ze een geweldig reukvermogen en als ze iets naar haar zin ruikt, weet ze wat ze wil. Zo had ik een stuk chocolade gekocht en naast me op mijn bureau gelegd. Zolang iets verpakt is kan ik er goed vanaf blijven, maar dat is anders als het open is. Terwijl ik vorige week stond te koken hoorde ik in mijn werkkamer geluiden, maar ja, ik was bezig en heb er niet te veel aandacht aan besteed. Tot het geluid wel erg duidelijk werd dat Kaila, de enige andere bewoner in huis, iets aan het eten was. Ze bleek die chocolade reep van mijn bureau gehaald te hebben en had een deel al bloot gemaakt en zat met haar tanden te schrapen aan de choco. Ik heb haar de reep dus afgepakt, de stukjes met haar tanden erop weg gegooid en de rest in een bakje met deksel achter mijn laptop gezet, buiten het directe zicht.
Nu was ik zondagochtend de AnimalTalks Nieuwsbrief aan het maken en ik was geconcentreerd bezig en nam af en toe een klein stukje chocolade. Chocolade, vooral pure, tijdens het werken, scherpt de hersen aan, is dus goed voor je. Ik was klaar, had alles gecontroleerd en net op verzenden gedrukt en ben daarna het vuilnis gaan wegbrengen. Ik was hooguit vijf minuten weg. Bij terugkomst lag het dekseltje van het chocolade bakje op de grond en al snel zag ik dat het bakje nog op mijn bureau stond maar wel helemaal leeg was. Kaila was op mijn bureau gesprongen, vermoedelijk via de stoel en had alles opgegeten. Ik vermoed dat ze ca. 100 gram pure chocolade heeft gehad. Dat is niet gezond. Maar aan Kaila was niets te merken, ze gedroeg zich gewoon en verried op geen enkele manier dat zij de schuldige was. Maar ja, er zijn geen andere mogelijkheden meer. Op internet opgezocht dat deze hoeveelheid chocolade bij haar gewicht levensbedreigend is. Dus de dierenarts gebeld, de weekeind waarnemer is de Universiteitskliniek Diergeneeskunde in Utrecht, dus wij daar heen. Ter plekke windt Kaila iedereen om haar pootjes door haar grote enthousiasme, echt iedereen vindt haar leuk. Ook best lastig. Maar ze moet de handel uitbraken, dus krijgt ze een prikje om te gaan braken. Na een kwartier komt het op gang en ze gaat nog even door en aan alles is te merken dat ze zich ellendig voelt. Na een tweede injectie, nu om haar misselijkheid tegen te gaan, komt ze weer vrolijk mee naar huis met norit mee dat ze nog vier keer moet nemen. Tot zover wat er is gebeurd. Maar hoe heeft Kaila dat zelf ervaren? Heeft ze er van geleerd?

M: Dag Kaila, kunnen we weer eens praten?
K: Ja, dat werd tijd.
M: Ik zou graag willen weten hoe jij het hebt ervaren toen je naar de dierenkliniek in Utrecht moest?
K: Daar kan ik kort over zijn. Allemaal aardige mensen, maar toen kreeg ik een spuitje en werd ik goed misselijk en moest ik spugen en spugen en weer spugen. Dat was niet fijn.
M: Maar je moest spugen omdat je chocolade had gegeten dat heel slecht voor je was en daarom moest je dat uitspugen. Je had er misschien wel aan dood kunnen gaan.
K: Was dat zo erg? Ik voelde me helemaal niet ziek na dat gegeten te hebben, het was heerlijk. En dood is zo definitief. Ik mis het baasje nog steeds.
M: Ja, Kaila ik mis haar ook, maar we hebben het nu over iets anders. Hoe voelde dat je naar de dierenarts moest en dat je moest kotsen om alles uit te spugen?
K: Ik merk dat je niet wilt praten over de doord van het vrouwtjes, zullen we dat dan een andere keer doen? Zoals ik al zei, dat was bepaald niet fijn.
M: Maar waarom heb je die chocolade dan gestolen en allemaal opgegeten?
K: Omdat het zo lekker rook en ik jou er van zag eten en ik er ook graag van wilde eten. En toen jij weg was, leek het me een goed moment om die chocolade eens op te zoeken. Dat heb ik gedaan, je had het best goed verstopt, maar ik kon het toch eenvoudig vinden. Alleen kon ik er moeilijk bijkomen. Maar ik ben vindingrijk en het is me gelukt.
M: Je klinkt er nog trots op ook.
K: Dat mag je wel zeggen, het viel niet mee het te pakken te krijgen. Je had het me niet makkelijk gemaakt.
M: Maar iets van tafel stelen is toch niet juist?
K: Jij mag er wel van eten en ik niet? Dat is niet juist. We delen bijna altijd alles en dat had je nu niet gedaan, dat vond ik niet eerlijk.
M: Maar chocolade is erg slecht voor je en daarom geef ik het niet aan jou.
K: Maar het ruikt heel lekker en het smaakt heel lekker, geen reden dus om niet te delen.
M: Jawel een goede reden, je kunt er aan doodgaan. En ik wil dat we nog heel lang samen kunnen zijn, dus ben ik zuinig op je.
K: Dat begrijp ik, en het is ook jouw taak goed op mij te letten dat ik gezond blijf. Daarvoor ben ik hond en jij mens.
M: Ik probeer dat goed te doen, maar jij maakt het mij niet makkelijk door chocolade te stelen.
K: Ik vind stelen zo naar woord, ik heb er ook wat van genomen, en ik had er eigenlijk recht op, want jij hebt het niet gedeeld met mij.
M: Zo draaien we in kringetjes rond, maar ik zal beter opletten.
K: Waarom is chocolade voor mij slecht en niet voor jou?
M: Dat is een slimme vraag. Eigenlijk is het voor mij ook niet goed, maar kleine beetjes zijn wel goed voor me, dat helpt mijn hersens. En ik ben veel zwaarder dan jij waardoor ik er meer van kan hebben dan jij.
K: Dus alleen omdat jij veel zwaarder bent dan ik mag jij het wel eten en ik niet?
M: Daar komt het wel op neer.
K: Dus ik word gediscrimineerd omdat ik niet zo zwaar ben? Rare wereld.
M: Ja, je bent mooi slank, maar ook als je niet slank zou zijn, mag je er toch maar heel weinig van.
K: Gewoon niet eerlijk.
M: Heb je er nu van geleerd dat je geen chocolade meer moet eten?
K: Ik kan wel zeggen dat ik het nu weet, maar ik ben een hond en ik zal bij de volgende gelegenheid beslist weer toeslaan, want het was wel heel lekker.
M: Onverbeterlijk dus?
K: Dat is jouw verantwoordelijkheid.
260128

Hartesprongetjes

Lieve AnimalTalks liefhebbers, met Eddy en Piek heb ik afgesproken om elke drie weken de op mijn pad gekomen wijsheid van de dieren met jullie te delen. Dus vandaag lezen jullie mijn eerste blog die ik niet schrijf als gast. Het voelt ineens echt, merk ik. Bij het woord echt gaat mijn aandacht uit naar de zwarte Specht die in het bos achter mijn huis leeft. Ik kom hem vaak tegen als ik mijn hondje Maya uitlaat.

Ik besluit contact te leggen met deze Specht. Hij reageert meteen met ‘Knock knock, who is there?’ De grapjas. Maar ook terecht, ik had mezelf nog niet met naam kenbaar gemaakt. Ik vertel hem dat ik Barbette heet en dierentolk ben. ‘Oh’, zegt hij. ‘Jij loopt altijd met dat guitige, bruine hondje.’ Dat klopt. ‘Dan weet ik wie je bent.’

Hij herinnert zich onze fysieke ontmoeting vorig jaar. Hij steeg toen op uit de varens naast het pad, fladderde zijn wendbare lijf in een oogwenk onder de riem tussen Maya en mij door en steeg zó de boomkruin in. Deze buiteling voltrok zich pal voor mijn ogen die ik op dat moment bijna niet kon geloven. Een zwarte specht is zeldzaam en leeft teruggetrokken in het bos. Het was kort na een spannende operatie en ik zag dit moment dan ook als een cadeau.

Ik vertel hem nu hoe bijzonder het was dat hij zich zó dichtbij aan me liet zien. ‘Je hart maakte een sprongetje’, zegt de Specht. ‘En dat was precies mijn bedoeling. Om je blij te maken. Je even laten zien dat het leven bijzondere verrassingen heeft als je ze totaal niet verwacht.’

Hoewel de Specht zich niet zo vaak laat zien, hoor ik zijn zang wel vaak. Meestal dichtbij en soms juist verder weg. Ik zeg: ‘Jou horen is één, maar zién is twee’. Daar is de Specht het niet mee eens. Hij zegt: ‘Voor jou is zien ook één.’ Hier moet ik even over nadenken. Hoe kan er nou meer dan één ding op nummer één staan.

‘Rangorde compliceert’, zegt de Specht dan. ‘Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is. Naar welke stem luister je in dit afweegproces. Is er een boventoon waarnaar je kunt luisteren of hoor je vooral lawaai’. Interessant. Iets op een rijtje zetten is cognitief. Maar naar een boventoon kunnen luisteren, en daarop vertrouwen, veronderstelt een innerlijke wijsheid.

Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is

Ik denk bij het woord boventoon meteen aan zijn eigen doordringende zang. Een toon die als een echte lijn, en ook als een rechte lijn, dwars door al het andere gekwetter (lees: lawaai) heen snijdt. Terwijl ik dit schrijf besef ik me ineens dat het woord echt het grootste deel is van het woord recht en ook van het woord Specht! Ligt hier een verband?

‘Zie mij als de spiegel van echtheid’, zegt de Specht dan. ‘Ik ben wars van oppervlakkige praatjes, verhullende flauwekul en onnodige franje. En ik sla aan op echtheid en waarachtigheid. Die vormen de basis voor veiligheid in jezelf. En voor vertrouwen. En daarmee je innerlijke wijsheid’. Ja, er ligt dus duidelijk een verband.

Bij dit besef speelt er een zijstapje door mijn hoofd. Ik spreek de laatste tijd vaak met de dochter van mijn overleden man. Door haar echtscheiding maakt ze een moeilijke tijd door. Ze mist de wijze raad van haar vader. Ik probeer haar in zijn geest bij te staan en bel haar geregeld op. Zo ook geregeld tijdens de lunchwandeling met Maya. Bij ieder bosgesprek laat de Specht zich luidkeels horen. Waarom doet hij dit, vraag ik hem.

‘Mijn boventoon resoneert dwars door alles heen. Trouwens, ook mijn geroffel hamert overal doorheen. Als je mij eenmaal hebt gehoord, kun je mij niet meer niet horen. Mijn urgente zang zegt: luister! Waar gaat het nu écht om! De rest is lawaai. Daar word je niet blij van. Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje. Dat is je beste raadgever.’

Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje

Wat mooi gezegd, Specht! Maar waarom zing je steeds door onze gesprekken heen? ‘Nou’, zegt de Specht, ‘jullie hebben het over dingen die écht veranderend kunnen zijn voor haar leven. Als spiegel van echtheid onderstreep ik dit met mijn boventoon. Want het lawaai in haar leven vertroebelt haar innerlijke wijsheid soms. Terwijl ze er meer dan ooit aan toe is om echt voor zichzelf te kiezen. Dan ervaart ze steeds minder lawaai. Daar gaat ze blij van worden. En hartesprongetjes ervaren. En haar eigen innerlijke wijsheid weer meer vertrouwen. Het komt heus goed.’

Hier hebben we het samen geregeld over gehad. Maar aan zo mooi als de Specht dit alles verwoordt, kan ik niet tippen. Ik vraag aan mijn dochter (aan het woordje ‘stief’ doen we niet), of ik hierover deze blog mag maken. Ze vindt het goed.

Heerlijk zo’n spiegel van echtheid en de rechte lijn naar hartesprongetjes. Ik ga er zelf ook nog eens een poosje op kauwen. Dank je wel, wijze en heldere Specht! En lieve AnimalTalks liefhebbers, jullie bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

De roep van een zwarte specht klink zo, klik hier.

Bronvermelding: foto van de site van de Vogelbescherming

Bronvermelding: geluidsfragment van BNN-VARA Vroege Vogels

Grenzen of doelen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, op de valreep van dit jaar schrijf ik mijn tweede gast blog. Ik ben van plan om wat vaker van me te laten horen. Wat is het heerlijk om de wijsheid van de dieren met jullie te delen.

Vandaag neem ik jullie graag mee in de eye-openers die Luca, een hondje van 1,5 jaar uit Roemenië, zó uit haar mouw schudde. In mijn praktijk kom ik geregeld in contact met buitenlandse hondjes. Het lijkt wel alsof ze het in hun genen hebben om vooral op hun eigen autonomie te vertrouwen. Ze laten zich niet makkelijk iets ‘wijs maken’ door ons mensen. Vaak hebben ze in hun vroege leven ook niet veel aanleiding gehad om iets van mensen aan te nemen. Dit maakt het samenleven met deze lieve hondjes wel eens uitdagend, zacht uitgedrukt.

Luca toont zich als een zacht, lief en gevoelig hondje, dat snel last heeft van stress, zeer alert is en heel urgent kan blaffen. Wandelen is zo stressvol voor haar, dat dit voorlopig nog niet gaat. Gelukkig hebben haar mensen een grote tuin. Daar kan Luca een plas en een poep doen. Alleen thuis blijven vindt ze ook erg spannend; dit gebeurt daarom nog niet.

Haar mensen investeren veel geduld en liefde in de relatie met dit hondje. Ze begeleiden haar ontwikkeling tot een huishond steeds vanuit respect en vertrouwen. Daarbij lopen ze af en toe tegen hun eigen grenzen en mogelijkheden aan. Ze vragen zich af wat Luca nodig heeft om te leren meer rust te vinden, zodat ze bijvoorbeeld samen kunnen wandelen en de mensen geen gehoorbescherming nodig hebben bij de geringste reuring buitenshuis.

Ik ben hier heel benieuwd naar en leg contact met Luca. Als eerste geeft ze aan dat ze heel graag de hond wil worden die ze diep van binnen is. Ze laat zien dat ze een hond is met meer pit dan nu zichtbaar is. Er zitten allemaal laagjes overheen, als een soort buffertje. Haar buitenkant is daardoor anders dan haar binnenkant, zegt ze. Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern. Want daar zit niet alleen meer pit, maar ook haar vertrouwen en zekerheid. En vandaar uit kan ze meer en makkelijker leren.

Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern

Wat een lieverd, om meteen op tafel te leggen waar dit over gaat en om hulp te vragen. Ik nodig haar uit om aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe die hulp er voor haar uitziet. Dan vertelt ze dat ze merkt dat haar mensen soms wel eens over hun grenzen en mogelijkheden heen gaan in hun goede zorgen voor haar. Maar dat dit haar niet per se helpt. Volgens Luca is het onderdeel van respectvol met elkaar omgaan om ook te kunnen aangeven wat niet (meer) oké is. Ze doelt daarmee bijvoorbeeld op de routine die erin is geslopen om haar ’s nachts zo nodig een plasje in de tuin te laten doen. De gebroken nachten zijn voor de mensen echter niet vol te houden. En de routine moet voor allebei prettig zijn, mens en hond.

Luca vertelt me aan de hand van dit voorbeeld dat ze niet wil dat de mensen zich voor haar in bochten moeten wringen. ‘Want’, zo zegt ze met een klip en klare eenvoud, ‘dan lukt het me niet om in de overgave te komen. En overgave is nodig om dingen anders te leren doen.’ Zo, die zit. Zonder overgave geen verandering. Dank je wel, Luca.

Overgave is nodig om dingen anders te leren doen

Haar mensen vragen door op hoe dit dan in de praktijk werkt. Luca kan heel goed aangeven welke aanpassingen mogelijk zijn die voor beiden kunnen werken. Ze laat zien dat ze een duwtje in de goede richting prima kan hebben. Uit haar heldere tips blijkt dat er inderdaad meer pit zit in dit dametje dan eerder gedacht. Hieruit putten haar mensen het vertrouwen om de tips daadwerkelijk te gaan uitproberen. En ook dat ze ergens naar toe kunnen werken met elkaar.

Maar hier bleef het niet bij. Een volgende eye-opener kwam in het vervolg gesprek een paar weken later. Op veel vlakken ging het beter met Luca en hun samenwerking. Toch hadden haar mensen nog wat vragen. Ik legde contact met Luca om ze één voor één met haar door te nemen. Maar het liep anders.

Luca begon namelijk met een vraag aan míj. Ze vroeg of ik haar mensen wilde vragen om haar te gaan behandelen als de hond waarvan ze weten dat die van binnen in haar zit. De hond met pit, zekerheid en vertrouwen. Dit helpt haar om te zien waar ze naar toe kan groeien. Namelijk naar haar eigen kern die nu nog verstopt zit. Het omgaan met grenzen en mogelijkheden was een goede eerste stap. Maar er is meer nodig. Een doel. Haar kern. ‘Want’, zo zegt ze, ‘grenzen beperken en doelen geven richting’. Nou, zeg! Ook die zit.

Grenzen beperken en doelen geven richting

Ik laat in overleg met haar mensen hun eigen vragen even zitten en vraag hierop door. Luca legt het heel goed uit. Voor haar is het stellen, en tonen, van doelen duidelijker en meer uitdagend en verbindend dan begrenzen. Ook een doel geeft afbakening, net als begrenzing. Het fijne van doelen is dat je eraan kunt werken en dat je dit samen kunt doen. Hierdoor zijn doelen niet alleen richting gevend maar ook uitdagend en verbindend. Iets om naar toe te groeien. In haar geval naar het ontbloten van haar kern, waarin haar zekerheid en vertrouwen zit. En haar leervermogen. Daarom vroeg ze haar mensen om haar te behandelen alsof dit doel al bereikt is. Want dit geeft houvast om naar toe te groeien, ook al gaat hier tijd overheen.

Lieve Luca, wat een prachtige wijsheid. En hoe toepasbaar in het dagelijkse leven, ook van mensen. Ik zie een parallel met de goede voornemens voor het nieuwe jaar. Welke grenzen leg ik mezelf voor 2026 op: meer van dit of minder van dat… Geïnspireerd door Luca besluit ik voor 2026 wat doelen op een rijtje zetten en aan mezelf te tonen hoe dat eruit ziet. En dan, hup – in de overgave want anders komt er nog niets van terecht!

Bedankt, lieve Luca, voor je wijze inzichten! En bedankt, lieve AnimalTalks liefhebbers, voor jullie aandacht. En op naar een stralend 2026!
Barbette de Graaf

Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215