Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Het vrije paard op stal

Ik vond een mooi verhaal uit 2009, in de tijd dat ik veel met vrije dieren communiceerde en daar blogs van bijhield.

 

Deze maand heb ik niet veel contacten gehad met vrije dieren omdat mijn aandacht en tijd onder andere werden gevraagd door huisdieren en hun eigenaren.
Het waren mooie, intensieve gesprekken waarin veel gebeurde en opgehelderd werd. Heel fijne, heel verdrietige en moeilijke dingen kwamen boven en ook heel indrukwekkende.
Over het laatste gesprek wil ik graag wat schrijven.
De avond voor kerstavond tolkte ik in een gesprek tussen een man en zijn paard. Er waren eigenlijk geen problemen en dat bleek meteen al toen ik contact maakte met het paard: hij begroette de man intens en bleef in mijn beeld een tijd lekker tegen hem aan staan. Ik moest hem echt de tijd geven voor we het gesprek konden beginnen, zo blij was het paard dat hij op deze manier contact had met de man.
Tijdens het gesprek ervoer ik de sterke band tussen deze twee.
Het paard is de leider van een kudde van negen paarden en de man is de leider van het paard. Beiden vullen hun natuurlijk leiderschap in op basis van respect en gelijkwaardigheid. Er wordt niks met geweld opgelegd waardoor er geen verzet optreedt bij de ander(en).
Het voelde voor mij als een enorme bevrijding om kennis te maken met een paard dat geen last heeft van zijn verleden. Dat geen last heeft van gedrag van mensen waardoor frustraties ontstaan.
Ik vertelde de man dat ik ook met vrije dieren praat en dat ik in dit paard een vrij dier zag, ondanks dat hij ’s avonds en ’s nachts op stal staat. De man was blij dit te horen omdat hij hoopte dat zijn omgang met het paard dit effect zou hebben op het dier.
Beiden wisten we dat het paard zich heel anders zou gedragen als deze man zijn wil op een autoritaire en dominante manier zou opleggen aan het dier. De man wist het omdat het dier erg druk was toen hij hem leerde kennen en niemand achter de middenlijn van de stal mocht komen. En ik wist het omdat het dier een enorm verzet liet zien in de periode dat hij een maand bij een handelaar stond.
Een dier heeft altijd het laatste woord en het beeld dat dit paard liet zien was zijn hoofd met wapperende manen in de blauwe lucht. Een vrij dier. Een dier dat kan zijn zoals hij is doordat hij een mens heeft gevonden die goed naar hem luistert en zuiver met hem omgaat.

Zo vlak voor de kerst vond ik dit een erg mooie ervaring. Zijn wie je bent. Het is het thema van dit moment voor mij en dit paard liet me weer zien hoe mooi iemand is die kan zijn wie hij is. Wat een enorme rust en kracht gaat er van een dier of mens uit als hij kan zijn wie hij is.
Daar gaan we naartoe met z’n allen, daarvan ben ik overtuigd!
En ik ben er ook van overtuigd dat de diercommunicatie in deze vorm daaraan kan bijdragen. Want dieren hebben ons veel te vertellen waardoor wij geholpen kunnen worden om te worden wie we zijn.

Gesprek met een walvis 2

Vandaag het tweede deel van de gesprekken die ik met drie walvissen heb gehouden. Oude bekenden zoals uit het eerste gesprek bleek. Om dat eerste gesprek te lezen, klik dan hier.

Walvis 2
W2: Dan mag ik nu. Ook ik vind het heel fijn dat je eindelijk besloten hebt contact met ons op te nemen. Maar ik wil belangrijke zaken aan je kwijt, dus geef me even de ruimte.
Ik wil je opmerkzaam maken op de enorme vervuiling van de oceanen. Dan gaat het niet alleen maar over al het plastic afval dat in zee terecht komt en veel dieren en ook ons, soms het leven kost omdat we dat binnen kunnen krijgen en het niet kunnen verteren. Het blijft in ons lichaam zitten en kan ons uiteindelijk doden. Maar de plastic soep zoals jullie dat noemen is bekend. Nog onvoldoende is bekend dat er veel meer dan zes vindplaatsen van zijn over alle oceanen geteld. Daarnaast hebben we als zeewezens veel last van de chemische vervuiling die door schepen wordt achtergelaten. Boten lozen vuil en niet alleen organisch vuil, maar ook, en dat is voor ons veel erger, chemisch vuil. Dat kan rechtstreeks levensbedreigend zijn voor ons. Hier moet ook wat aan gedaan worden, het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten omdat je ergens met het afval naartoe moet.

Het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten

Er is nog een ander belangrijk punt. Wij walvissen communiceren door middel van geluiden. Maar doordat er zoveel lawaai wordt geproduceerd door jullie, met de schepen, maar ook met boringen naar olie of andere delfstoffen, of door de defensie industrie die experimenten uithaalt met lage geluiden en het communiceren met jullie onderwater boten. Dat alles bij elkaar is dus een kakofonie van geluiden, waardoor wij ons slecht verstaanbaar kunnen maken. Daardoor kunnen we onze partners soms niet meer vinden en dat heeft weer invloed op onze aantallen. En zoals je van Walvis 1 hebt gehoord, is dat geen goede zaak. Dit wilde ik graag aan je kwijt omdat ik begrijp dat jij tegenwoordig over de dieren schrijft en dat andere mensen dat lezen en je zo dingen in het bewustzijn van mensen kunt brengen in de hoop dat het ooit allemaal gaat veranderen. Wanneer kom je weer eens op bezoek? Niet dat dat nodig is om met elkaar te communiceren, want dat op deze manier ook heel goed.
210413

Walvis 3
Het gesprek met walvis 3 vond de volgende dag plaats. Ik heb tijd gehad om na te denken over de eerste twee gesprekken en vroeg me af hoe kunnen deze walvissen toch mij meteen herkennen zodra ik contact met ze op neem. Nou het antwoord kwam meteen toen ik contact maakte.
W3: Je vroeg je af hoe wij jou meteen herkenden nadat je na bijna 20 jaar opnieuw contact maakte. Nou dat is eenvoudig. Jouw lichtwezen zit in ons geheugen gegrift en dat herkennen we meteen zodra je er weer bent. Maar het zit ook in jouw lichtwezen geprogrammeerd dat wij contact hebben gehad. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar de herkenning is wederzijds zonder enig voorbehoud als je het lichtwezen kunt lezen. En wij maken daar deel van uit, het is niet zoals bij jullie gescheiden van ons fysieke lichaam. Daardoor is het voor ons heel eenvoudig, de herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is.

De herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is

M: Dat klinkt als inderdaad eenvoudig en voor altijd?
W3: Ja, iets wat in je lichtwezen zit, zit daar voor eeuwig, want lichtwezens zijn eeuwig. De fysieke verschijningsvorm maakt daarin niet uit.
M: Wat een wijze les geef jij mij even. Dank je wel.
W3: Graag gedaan en neem nog eens contact op.
210414

Deel 1 van deze gesprekken is hier te vinden.

Gesprek met een Walvis 1

Toen ik jaren geleden voor mijn werk in Zuid-Afrika was (2003), ben ik heel bewust naar een baai gegaan waar Walvissen veel gezien worden. En ik had geluk en ze lieten zich aan me zien. Toen merkte ik al dat het heel gemakkelijk was om contact met ze te leggen en dat contact mee naar huis te nemen, thuis kon ik met de Walvissen daar nog steeds voelen dat er verbinding was. Ik wil nu proberen deze verbinding uit te breiden tot een gesprek.
M: Beste Walvissen, ik zou heel graag een jaren geleden aangegaan contact weer willen oppakken en nu met jullie willen ‘spreken’. Wie is bereid mijn gesprekspartner te worden?
W1: Ja, heel graag. Het contact wat je jaren geleden gelegd hebt was onder andere met mij, maar ook met twee andere vrienden, die je ook graag willen spreken. Maar ik mocht eerst. We voelden jouw vraag al dagen aankomen en zijn blij dat je nu zover bent.
M: Wat geweldig dat jullie met me willen communiceren, wat ik ‘praten’ noem. Ik verheug me daar erg op en inderdaad dit zat al even in de pijplijn. Hoe is jouw leven in de oceaan of ben je inmiddels overleden?
W1: Nee, we leven alle drie nog en vonden het die jaren geleden bijzonder om met jou in contact te komen en we hebben geprobeerd dat contact ook in stand te houden, maar de laatste jaren was jij je er niet meer van bewust. Dus fijn dat het lukt. Wij leven in de oceaan, vooral in de Zuidelijke IJszee rond Antarctica en we komen regelmatig in de wateren rond Zuid-Afrika waar we elkaar getroffen hebben. Jij zat op de rotsen en na enkele uren hadden we contact en hebben we ons laten zien aan jou. Dat was mooi en jij was er helemaal blij mee. Ons leven in de oceaan is op zich een goed leven. Helaas wordt er nog steeds op ons gejaagd door grote boten en als we daar te dicht bij in de buurt komen, dan zijn we ons leven niet zeker. Dat is reden om toch altijd wel afstand te houden van grote boten. Maar in de baaien kunnen we gevaarloos verblijven. Dat is vaak ook de plek waar we jongen krijgen.

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde?

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde? Daarom zijn onze soorten erg belangrijk om te beschermen en te zorgen dat we met veel meer zijn dan nu het geval is. Juist in deze periode waarin de mens de Aarde zo sterk onder druk zet met haar opwarming, zijn wij Walvissen van belang. Wij walvissen nemen CO2, ja het broeikasgas, op in ons lichaam waar we het vasthouden tot onze dood. Daarna zinken onze dode lijven naar de bodem van de oceaan waar alles dan achterblijft, ook dus de door ons lichaam opgeslagen CO2. Dat zijn best substantiële aandelen, maar nog belangrijker is dat we door onze uitwerpselen sommige oceaanplanten sneller groeien en die nemen CO2 op en zetten dat om in zuurstof. Allemaal zaken die van belang zijn voor ons marine ecosysteem. Het is dus erg belangrijk om onze soorten te beschermen en ons zoveel mogelijk met rust te laten zodat we ons goed kunnen vermeerderen. En dat allemaal om de mede door jullie veroorzaakte problemen te helpen op te lossen. Nu wil mijn vriendje nog wat met je delen.
W2: …
M: Ho ho, mag ik er nog even tussen komen voor jullie allemaal aan de beurt zijn geweest en ik niets heb kunnen zeggen. Dank je wel broeder Walvis 1 of heb je een naam die ik mag gebruiken?
W1: We beginnen nog niet aan namen, dat komt later misschien wel, nu leidt het alleen maar af van de belangrijke zaken die we te bespreken hebben. Dan nu mijn vriendje. (Die komt over veertien dagen aan de beurt)
210413

Deel twee van deze gesprekken is hier te vinden.

Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330

 

Hyronimus 15: Hyronimus over de oorlog in Oekraïne

Zoals bijna iedereen maak ik me zorgen over de oorlog in Oekraïne en moeten deze helden nog heel lang lijden? In drie gesprekken met Hyronimus heb ik veel informatie over de achtergrond kunnen krijgen. Hier de integrale versie van deze drie gesprekken.

Gesprek 1: 3 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten?
H: Ja heel graag en ik zeg je meteen dat ik geen toekomst voorspeller ben, maar ik wil graag proberen om dingen te verklaren vanuit de menselijke geest zoals die in het universum klinkt.
M: Je begint al antwoord te geven voor ik je een vraag heb gesteld.
H: Dat is niet zo moeilijk, ik ben aanwezig in jouw geest en weet wat je denkt en voelt.
M: Maar de lezers van deze blog kennen de vraag nog niet, dus mag ik je de vraag nog even stellen?
H: Ga je gang.
M: Wat is jouw mening over de huidige crisis die is ontstaan door het binnenvallen van Rusland in Oekraïne?

Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft.

H: Zoals gezegd kan ik de toekomst niet voorspellen. Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft. Hij is boos om het onrecht dat hem is aangedaan, zo voelt hij dat. Hij voelt het als erg persoonlijk, dat maakt het moeilijk. Doordat hij zich uitsluitend omringd heeft met mensen die nooit tegen hem in zullen durven gaan, is hij ook het contact met de werkelijkheid verloren. Hij gelooft echt in de bedreigingen die er uit gaan van zijn fantasieën. Daarom had hij in zijn ogen geen enkele keuze om deze invasie niet te beginnen. Zijn eisen zijn gerechtvaardigd in zijn ogen en als anderen dat niet begrijpen zullen ze helaas geconfronteerd worden met zijn ijzeren wil om zijn doel toch te bereiken. Dat is wat er nu gebeurt.
M: Wat kunnen wij doen om de Oekraïners een hart onder de riem te steken?
H: Een hart onder de riem steken is niet moeilijk en de wereld laat zien dat ze dat doet. Er is een ongekende eenheid, nooit eerder vertoond in de laatste zestig jaar, direct na de tweede Wereldoorlog was er ook een enorme eensgezindheid van dit willen we nooit meer. En nu laat de Westerse wereld dat weer zien. De vele hulpacties die op gang komen zijn hartverwarmend. Daarmee steken jullie ze een hart onder de riem. Maar dat is volstrekt onvoldoende om dit arme volk te helpen deze agressor buiten hun land te houden. Daarvoor is oorlog nodig en dat wil niemand. Dus wordt er gezocht naar andere manieren om deze crisis op te lossen. Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan. Ook als dat betekent dat het ten koste van heel veel gaat. De man zal zijn waanideeën in Westerse ogen, niet opgeven en hij zal dus doorgaan te proberen die te bereiken, ten koste van heel veel.

Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan.

Maar zijn het waanideeën? Hij voelt zich echt bedreigd, is daar misschien een heel klein beetje van waar? Dit is een moeilijke vraag, een echte gewetensvraag.
Het is nu veel te laat om via die weg nog naar het conflict te kijken, nu is er maar één weg, via de wapens. Bij sommige landen en personen begint door te dringen dat de Oekraïners zich als helden gedragen door tegen deze grote overmacht terug te vechten, maar ook zij kunnen niet anders. Ze hebben van de vrijheid geproefd en kunnen en zullen die niet opgeven. Gelukkig worden ze langzaam in staat gesteld zich te gaan verdedigen. Dit kan een lange oorlog worden, maar er is natuurlijk altijd ook nog een andere uitweg. Die uitweg moet van binnenuit Rusland komen. Dat zal heel moeilijk zijn, lang niet alle Russen zijn daar aan toe, maar wel een steeds grotere groep.
M: Nou dat was een lang verhaal, maar ook een duidelijke analyse.
H: Kun je hier wat mee?
M: Ik ga het zeker als blog plaatsen, maar of dit is wat de mensen willen horen betwijfel ik. Hoe kan nu een geestelijk wezen, zoals jij dat bent, voor oorlog pleiten?
H: Dat doe ik niet, alleen zie ik dat momenteel als enige uitweg. Ik ben in dit geval dus boodschapper en niet de bedenker van de boodschap. Wil je dat alsjeblieft in je beeld vasthouden?
M: Je hebt gelijk, ik mag jou dit niet aandoen, dat ik je beschuldig van voor een oorlog pleiten. Jij zou het ook graag heel anders willen kunnen oplossen, sorry.
H: Is OK.

Gesprek 2: 9 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Ja.
M: Ik heb twijfels of ik jouw gesprek inzake de oorlog in Oekraïne wel juist heb weergegeven. Ik twijfel weer aan mezelf, vertaal ik het wel goed. Want de uitkomst van het gesprek is zo dicht bij wat mijn mening is, dat ik vrees dat ik er te veel ‘eigen’ zaken in heb gelegd.
H: Je weet dat dat gevaar altijd aanwezig is als je niet een heel goede vertolker bent. En op dat niveau zit je nog niet, vooral niet omdat je niet dagelijks oefent. Maar je bent niet slecht en dat heb ik al vaker gezegd. Waar heb je je twijfels?
M: Omdat het voor mij eigenlijk niets nieuws bevatte, het was alsof ik mijn eigen mening had opgeschreven en dat maakte me wantrouwig.
H: Ik kan je wel een beetje helpen, want inderdaad was het geen feilloze vertaling van mijn gedachten die je hebt opgevangen. Op het punt waar je schreef dat er maar een uitweg is, die via geweld, heb je wat gemist, daarom was je ook zo verbaasd dat ik voor oorlog pleitte in jouw ogen.
Natuurlijk pleit ik niet voor oorlog. Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn en dat wordt ook zo gevoeld. En zo’n gevoel blijft in het nationale bewustzijn hangen, dat is nooit goed. Door middel van onderhandelingen kun je veel beter een oplossing bereiken die minder een gevoel van verliezers en winnaars geeft, maar die het gevoel geeft van we hebben gezocht naar een oplossing en die gevonden. Daarbij hebben twee partijen een positief en een negatief gevoel, maar die houden elkaar in principe in evenwicht. Dus als het goed is geen litteken op de groepsziel van een volk.

Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn

Op dat moment in de oorlog, we spraken elkaar op 3 maart (de achtste dag van de invasie), was er bij de geïsoleerde man in Rusland geen ruimte meer om over onderhandelingen na te denken. Die situatie is nu ingrijpend veranderd. Hij merkt dat hij geïsoleerd is geraakt, niet in zijn land, dat ziet hij nog niet. Maar hij is in de wereld geïsoleerd geraakt en had nooit gerekend op een krachtig antwoord van een in zijn ogen zwak en verdeeld Europa. Daarom wilde hij ook niet met Europa praten, dat bestond in zijn ogen niet. Zoals de situatie nu is, is niet uit te sluiten dat hij toch wil onderhandelen en niet alleen maar onaanvaardbare eisen stelt, maar wel bij zijn belangrijkste eis blijft dat er nooit meer een dreiging mag en kan uitgaan vanuit Oekraïne. Door zijn veroveringen heeft hij wel een sterke uitgangspositie voor onderhandelingen verworven. Dus de internationale vereenzaming van deze man moet wel in stand blijven. (Het is nu de veertiende dag van de invasie).
M: Dank je wel voor deze toelichting. Je bent dus van mening dat ik een acceptabel verslag heb weergegeven van ons gesprek.
H: Nee, jouw weergave was goed, maar niet volledig. Dus kwel jezelf niet. Je kunt dit gewoon publiceren. Misschien moet je nog actualiseren kort voor jouw publicatie, want de situatie verandert steeds.
M: Dank je wel. Een andere vraag. Was jij het die het haantje in de tuin van mijn dochter heeft opgegeten?
H: Nee, dat zou ik nooit doen. Niet dat ik het niet zou kunnen, maar uit respect naar jou zou ik dat nooit doen. Ik veronderstel dat het de havik is geweest en ze moeten oppassen voor het andere haantje want die wordt op een dag ook gegrepen.
M: Dank je wel voor dit gesprek.

Gesprek 3: 16 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten over Oekraïne?
H: Ja, dat lijkt me goed.
M: Je zegt dat je deze informatie krijgt uit het hoofd van Poetin en dat dat het enige is dat je kunt bijdragen en je geen voorspellingen kunt doen. Dat begrijp ik. Maar hoe verkrijg jij die informatie uit het hoofd van Poetin?

Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt.

H: Om te beginnen zou ik je willen vragen niet met naam te spreken over die man in het Kremlin. Daarmee geef je aandacht aan hem en daarmee wordt hij sterker. Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt. En hij heeft juist moeite met zijn ego. De invasie verloopt niet zoals gewenst in zijn ogen en daar heeft hij het moeilijk mee. Hoe kan het nou dat zo’n onbenullig buurland, weliswaar groot, maar toch vol met Russen, zo’n weerstand heeft tegen zijn bevrijders? Daar wordt hij erg boos van. Eerst kon hij het niet geloven, nu is er ook veel boosheid bij hem. En boosheid is een lastige emotie. Daar is heel moeilijk rationeel mee om te gaan. En natuurlijk zijn er nu onderhandelingen, maar dat is eigenlijk niet wat hij wil. Maar misschien wel de enige manier om een deel te bereiken van wat de oorspronkelijke opzet was. De gesprekken zullen dus nog wel doorgaan, maar er is geen echte noodzaak voor hem om haast te maken en in de tussentijd kan hij Oekraïne verder afbreken.
M: Dat is wel heel boeiend, maar ik vroeg hoe kom jij aan de informatie uit zijn hoofd?

Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen

H: Dat is niet zo moeilijk. Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen voor een ieder die kan lezen. Mensen kunnen dat meestal niet, jij kunt dat met dieren en baby’s. Dieren en ook jonge mensen hebben zich niet afgeschermd, voor dieren is dit de belangrijkste manier van communicatie. Zodra kinderen ouder worden, zijn ze niet meer open voor dit soort communicatie en ben je afgeschermd. Maar voor bepaalde dieren die in de loop van hun vele incarnaties wijzer geworden zijn, is het mogelijk om in dat ‘omveld’ alles te lezen. Helderziende mensen kunnen dat soms ook, afhankelijk welke vorm van helderziendheid ze hebben ontwikkeld.
Nu terug naar die man in het Kremlin: hij is ook te lezen, maar heeft veel tegenstrijdige gevoelens en gedachten en dan is het lastig daar een mainstream uit te halen. Toch heb ik dat geprobeerd in de drie gesprekken die we nu over de oorlog hebben gevoerd.
M: Dank je wel voor deze toelichting. Heb jij hoop op een spoedige oplossing?
H: Die verwachting heb ik niet. De bevolking van Oekraïne zal nog veel lijden. Helaas.
M: Dank je wel voor het gesprek en je bereidheid je nek uit te steken over dit onderwerp.

 

Hyronimus 14: Hyronimus over mijn gezondheid

M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten? Jij krijgt van mij bijna altijd als eerste het woord voor ik met anderen ga praten.
H: Ja, dat lijkt wel mooi, maar ik krijg wel heel weinig het woord tegenwoordig. De laatste keer was echt lang geleden, en dat terwijl ik laatst nog bij je langs ben geweest. Zelfs je vrouwtje zei ‘was dat Hyronimus?’. Ja, dat was ik.
M: Sorry Hyronimus, ik ben me bewust dat ik alle dieren en andere gesprekpartners verwaarloos. Je bent niet de enige die klaagt, ook menselijke vrienden klagen. Ik werk niet meer zoveel als vroeger en ben meer en sneller moe, heb dus minder energie en dan komen er allerlei dingen in het gedrang.
H: Daar heb je gelijk in. Waarom heb jij minder energie?
M: Ik wou dat jij daar een antwoord op zou hebben.
H: Dat wil ik wel proberen, maar eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden. Maar ik kan je wel enkele tips geven.

Eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden.

M: Nou graag.
H: Jij hebt in je lijf diverse ontstekingen, daar wordt je erg moe van en dan heb je weinig energie meer. Die ontstekingen zitten al langer in je lijf, je vingers (artrose) zijn daar een uiting van, maar ook het feit dat je regelmatig keelpijn hebt en ook je zwakke knieën zijn daar een uiting van.
M: En wat moet ik daartegen doen?
H: Ik ben geen dokter, maar wat voor jou belangrijk is, is dat je zorgt dat je je immuunsysteem echt verstrekt. Kijk of je daar middelen voor kunt vinden. Het is duidelijk dat je met je vitaminepillen die je inneemt niet voldoende doet. Je moet gerichter gaan werken. En wat je nu doet is niet goed. (Ik eet net enkele koekjes omdat ik trek heb).
M: Je hebt gelijk, maar kun je me een tip geven over wat ik kan doen om mijn ontstekingen weg te werken?
H: Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden. Maar zoek op internet onder oplossen ontstekingen of voorkomen ontstekingen. Mogelijk vind je daar iets passends.
Maar nu wil ik weer over ons werk spreken.

Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden.

M: Ja, dank je voor je stimulans. Ik had me voorgenomen om er nu mee aan de gang te gaan. Maar anderzijds liggen er ook zoveel andere uitdagingen als praten met baby’s enz.
H: Laat die uitdagingen nog maar even liggen, je moet de dingen stap voor stap zetten.
M: Dank je wel voor de focus die je me aangeeft.
H: Graag gedaan, en doe ook wat aan je gezondheid, want je hebt je energie nodig. En blijf in gesprek, ook zoals we nu af en toe doen zonder dingen vast te leggen, maar het contact vasthouden is belangrijk. En weet je nog wat ik zei over je kanaal goed houden, veel oefenen en door blijven gaan, geen lange pauzes nemen. Hoewel jij je kanaal al wel goed hebt gebruikt, blijven er toch kleine vertekeningen plaatsvinden omdat je nog niet goed genoeg bent als zou kunnen!
M: Ik zal jouw wijze woorden weer ter harte nemen, sorry voor de afgelopen tijd.

201204

“Mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag,” aldus de kip.

Op een dag zet iemand kip Maria bij ons aan boord. Ze liep op de weg en degene die haar had gevonden wist niets beters te doen dan haar op ons dek zetten en zelf snel te verdwijnen met de woorden: ‘Ik heb daar een kip neergezet!’.

Het is meteen gezellig met haar. Ze trippelt overal rond, bekijkt alles, is maatjes met mens en dier, laat zich aaien en oppakken, zoekt een plekje op schoot of schouders, ligt voor de kachel of op de bank, trekt aan de ene kant van een stuk broccoli terwijl de cavia aan de andere kant trekt en legt elke dag een ei.

Ze poept ook veel, ongeacht waar ze loopt.

En ze wroet graag in het zaagsel van het hok van de cavia om vervolgens het zaagsel lekker tussen haar veren te gooien, waarna ze zich midden in de kamer gaat uitschudden.

Ondanks haar gezellige gezelschap lijkt het het best om een meer kipvriendelijke plek voor Maria te zoeken. Ook omdat ze af en toe voor de oven staat. We hebben de indruk dat ze naar haar spiegelbeeld kijkt en wellicht andere kippen mist.

Als Maria al een aantal weken gelukkig bij andere kippen woont (en vanaf de eerste dag de plaats naast de haan heeft ingenomen), spreek ik kippen in andere situaties.

Ik word er niet bepaald blij van en om mezelf op te vrolijken, zoek ik weer contact met Maria en vertel haar van de andere kippen.

“Je kunt de wereld niet redden,” reageert Maria en vervolgt: “Maar je kunt wel één kip redden. En als iedereen nou één kip redt…”

Ik denk aan Maria’s afgebrande snavel, het dunne lijfje toen ze bij ons kwam en haar grote eetlust.

We weten niet waar ze vandaan kwam en ze heeft het me ook niet verteld. Maria houdt ervan om in het hier en nu te leven.

Ik geef haar weer het beeld van legbatterijkippen en Maria zegt: “Daar moet je niet zijn.”

“Maar veel zijn er wél.”

“Die geven hun leven opdat de mensen inzicht krijgen. Het is een keus om als legbatterijkip te komen. Dit gaat net zo lang door totdat mensen ermee stoppen.”

Maria laat zien dat ik geen medelijden met de kippen moet hebben, ondanks hun erbarmelijke situatie, maar dat mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag: “Als dát verandert, hoeven de kippen niet meer in die situatie terug te komen.”

Ze vertelt dat de bio-industrie ver is afgedwaald van hoe het zou moeten: samen-leven. “Zo moeilijk is het niet,” merkt ze opgeruimd op.

Hyronimus 12: Hebben dieren een ziel?

M: Dag Hyronimus, vandaag heb ik weer een min of meer wetenschappelijke vraag aan je.
H: Ik ben benieuwd, barst maar los.
M: Mijn vraag gaat over of dieren een eigen ziel hebben. Onze traditionele Godsdiensten helpen hier niet bij. In het Christelijke geloof hebben dieren geen ziel en dat maakt het gemakkelijk om die dieren dan ook op te eten en niet als een wezen met eigen gevoelens te beschouwen. Hoewel de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de bijbel de dieren wel als een levende ziel ziet. De Antroposofen zijn ook duidelijk, het verschil tussen mens en dier is dat dieren geen ziel hebben. Het Boeddhisme geeft dieren wel een ziel, maar geen individuele ziel, ze maken deel uit van een groepsziel. Dat zijn heel veel verschillen. Maar als ik met dieren spreek, krijg ik toch sterk de indruk dat het veel genuanceerder ligt dan wel of geen ziel hebben. Kun jij je licht daar over laten schijnen?
H: Ja zeker, ik snap dat het heel verwarrend is. En om het nog verwarrender te maken, ze hebben allemaal min of meer gelijk. Het zit zo: Mensen hebben in principe een eigen zelfstandig functionerende ziel, dieren functioneren veel meer in een groep en hebben in principe een groepsziel. Ik zeg nadrukkelijk in principe, omdat er tussenstadia zijn. Het is een kwestie van in welk stadium van je ontwikkeling je bent. De meeste mensen zijn reeds zodanig ontwikkeld dat ze een volledig zelfstandige ziel hebben, maar helaas niet alle mensen. Sommige zijn nog nadrukkelijk verbonden met hun afkomst en maken nog voor een deel, groter of kleiner, deel uit van de groepsziel waar ze ooit in geboren zijn. Voor dieren geldt dat ook maar dan in omgekeerde zin.
Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen. Dat doen ze echter binnen de groepsziel. Je moet dat zo zien dat dieren een grote groepsziel hebben, zie dat als een grote lege cirkel. In die cirkel zijn kleinere vlekken te onderscheiden, nog vaag, die zijn van dieren die bezig zijn een eigen ziel te ontwikkelen. Maar binnen die grote cirkel kun je ook duidelijke kleinere cirkels onderscheiden, die zijn van dieren die al stevig op weg zijn naar een eigen individuele ziel en hoe meer deze cirkels duidelijk loskomen van de achtergrond van de grote cirkel, des te meer deze dieren geïndividualiseerd zijn. Ze zwemmen/drijven dan ook langzaam naar de randen van de grote groepsziel cirkel. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze individuele dieren cirkels ook buiten de groepsziel treden en dan zijn ze geïndividualiseerd. Er blijft echter veelal wel een soort navelstreng die de verbinding met de groepsziel in stand houdt.

Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen

H: Mensen vormen feitelijk ook een groepsziel, een hele grote cirkel, waarin allemaal individuen rondzwemmen, maar mensen zijn zo op zichzelf dat ze meestal niet door hebben dat ze toch onderdeel van een geheel uitmaken. Dat is mogelijk doordat ze geïndividualiseerd zijn, dat is de afscheiding van de groep, dat is een ontwikkelingsproces. Een proces overigens dat ze ook moeten doormaken.
M: Dat is heel veel informatie. Als ik het goed begrijp zijn mensen in principe los van hun groepsziel, op enkele uitzonderingen na. Bij dieren is het juist het omgekeerde, die zijn nog onderdeel van hun groep, met enkele geïndividualiseerde uitzonderingen. En als je het hebt over ontwikkelingsstadium, heb je het over hoe ver je in vele reïncarnaties je ontwikkeld bent. Klopt dat?
H: Dat is in grote lijnen juist, we gaan nu niet muggenziften dus houden we het hier op. En jouw interpretatie van ontwikkeling via wedergeboorte is geheel juist. Dat is de weg die mens en dier moeten gaan en ook gaan.
M: Word je altijd in eenzelfde groep wedergeboren of hoe kom je van de ene groep naar de andere groep?
H: Dat heb je goed opgepakt. Via die individualisering kun je van de ene groep naar de andere groep verschuiven en dat is een ontwikkeling die je moet gaan. Maar het is niet de enige mogelijkheid om van de ene groep naar de andere te gaan. Zoals je gemerkt hebt in je dierengesprekken zijn er dieren die een veel hoger bewustzijn hebben dan andere. Mieren en bijen zijn bijvoorbeeld hoog in hun bewustzijn. Teken en slakken zijn juist weer erg laag in hun bewustzijn. Dus je eigen ontwikkeling van bewustzijn moet wel kunnen stroken met de vereisten van de mate van bewustzijn van de nieuwe groep waarin je wilt/kunt komen. Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft. Dit soort studies bedoelde ik toen ik je enige tijd geleden zei dat de mens de natuur en de wetmatigheden daarvan veel beter zou moeten bestuderen om uiteindelijk met de natuur samen te kunnen werken. Oude traditionele volken hadden vaak nog overleveringen van de natuurwetten en via die weg is het mogelijk weer inzicht te krijgen in deze natuurwetten. Ze lijken heel ingewikkeld, maar zijn, zodra je ze begrijpt, eigenlijk zo logisch als wat.

Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft

M: Dank je wel voor dit college. Is er nog iets wat je kwijt wilt of waar ik me op zou moeten richten?
H: Nee, het is goed zo.

211107

De karper

Op een dag sluit ik vriendschap met een karper. Het is net als met mensen: je kunt met iedereen praten, maar er zijn er een paar die je vrienden noemt.

Ik vertel hoe leuk ik het vind om met vrije dieren te praten. Meteen hoor ik dat deze karper niet zo vrij is. ‘Mijn gebied is beperkt. De grenzen zijn de vijver.’ Ze vertelt dat ze een gefokt en uitgezet dier is. Als ik vraag of het haar bevalt in de vijver krijg ik een aarzelend ‘Jawel…’ door. Maar eigenlijk wil ze liever een groter gebied. Ze wil trekken.

Ik vraag wat ze van mensen vindt en ze blijkt mensen vooral met eten te associëren. ‘Wij kijken altijd of ze wat hebben. Dan glijden we langs. Mensen bewonderen ons. Ze praten over ons.’ Ik vraag waarom ze over ‘ons’ praat en ze legt uit dat karpers met elkaar leven. Dat vinden ze prettig. Een karper voelt zich graag door andere karpers omgeven.

Ik vertel dat ik net een meerkoet heb gesproken. De karper zegt dat zij veel gemoedelijker zijn dan meerkoeten. ‘Wij zijn gelijkmatig. Wij doen alles in een rustig tempo. We kunnen wel snel zijn, maar de basis is rust.’

Ik geef haar het beeld van karpers die aan de oppervlakte zwemmen en ze vertelt dat ze het leuk vinden om buiten de vijver te kijken. Naar bomen, de lucht, mensen. ‘Zo vergroten wij onze belevingswereld.’ ‘Volgens mij zijn karpers vaak tam, of niet?’ vraag ik haar. ‘Dat is onze eigen interesse. Het is niet toe te dichten aan mensen. Het is wel een wisselwerking. Wij willen kijken naar mensen, maar het is niet hun verdienste. Andere vissoorten flitsen weg.’

Ze zou zelfs wel eens willen zwemmen met mensen. ‘Volgens mij zullen mensen dat niet zo snel doen…’ ‘Het lijkt mij wel wat. Beetje voelen, beetje langs glijden, in een rustig tempo.’ Ze ziet mensen niet als gevaar. Als ze gevangen en gedood wordt, is haar houding: ‘Komt mijn tijd, dan komt mijn tijd.’

Ze blijkt heel nieuwsgierig. Mensen zouden haar wel meer dingen mogen laten zien. Ik vertel dat ze zich heeft laten fotograferen en ze zegt dat ze nieuwsgierig was naar de fotograferende mens. ‘En nu heb ik contact met jou.’ Echt een sociaal dier. Dan hoor ik dat ze een bal in het water wel leuk zou vinden. ‘Dat kan ik je niet geven, want je bent veel te ver weg. Bovendien weet ik niet of de mensen een bal in hun vijver op prijs zouden stellen.’

De goedmoedige karper reageert: ‘Wij zijn heel open, leergierige dieren. Wij hebben een grote uitstraling. Boven het water en rond de vijver. Wij zijn er voor de harmonie. Een tussenpersoon tussen de buitenwereld en de vijver.’

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 2

Dit is het vervolg op het eerste deel over Wendy, dat je hier kunt lezen.

11 april 2020
M: Dag Wendy, het is al weer lang geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Op de dag af is dat vijf maanden geleden. Tussendoor hebben we wel contact gehad als je wat kwijt wilde, maar echte gesprekken hebben we niet meer gehad.
W: Dat klopt, maar ik heb je wel altijd op gevoelsafstand dichtbij gehad. De afgelopen dagen merkte ik dat je met me bezig was.
M: Dat klopt. Nadat J. mij gevraagd had weer eens met je te praten, heb ik af en toe contact met je gemaakt en je de vraag van J. voorgelegd, zodat jij voor jezelf zou kunnen nadenken wat je wilt.
W: Ik ben blij dat je die keuze maakte en me de tijd hebt gegeven daar over na te denken, hoewel de vraag natuurlijk steeds boven mijn hoofd heeft gehangen als een zwaard van Damocles. Dat klinkt zwaar, maar dat is het ook. Het is zoveel gemakkelijker als anderen de keuze voor je maken. Maar jullie hebben gelijk, ik zou aangeven als ik meende dat ik zover was, klaar voor de euthanasie om het meteen duidelijk uit te spreken. En de afgelopen dagen heb ik gezwalkt in mijn gevoelens daarover.
M: Dat heb ik gemerkt. Je gaf ook aan dat je wel heel erg moe bent en dat je ook ontstekingen in je lijf hebt, waardoor niet alles goed gaat.
W: Dat klopt, maar ik heb met dit mooie weer ook steeds weer het gevoel als ik een tijdje buiten in de zon mag staan, ik me beter voel. Ik heb zo hiernaar verlangd, de warmte van de zon en nu is die er en ben ik toch te weinig in de zon. Want het is natuurlijk nog niet echt warm, wel in de zon, maar niet op de grond.
M: Maar Wendy heb je nu voor jezelf al uitgemaakt wat je wilt?
W: Ja, min of meer. Ik voel wel dat het een mooie tijd is, ik ben heel moe en krijg ook klachten en mijn lijf voelt niet altijd fijn. Dus dat onderschrijft het idee, het is mooi geweest. Maar aan de andere kant, ik wil zo graag nog in de zon staan, dus geef dat me ook nog. En ik heb aangegeven, ik wil sterven in de armen van J. Met mijn kop op haar schoot als dat lukt. En het is voor J. niet altijd mogelijk om dat iedere willekeurige dag te doen. Dus heb ik er volledig vrede mee dat J. de keuze maakt wanneer het haar uitkomt dan mag het vanaf nu gebeuren.
M: Ik voel een grote droefheid over me komen te denken dat je zou overlijden, maar ik besef ook dat dat ook bij het leven hoort. En je hebt natuurlijk een prachtig leven gehad onder de hoede van J., die je heel veel liefde heeft gegeven en nog geeft.
W: Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

M: Wil je nog iets tegen J. zeggen?
W: Ja graag, ik wil J. bedanken voor de prachtige tijd die we samen hebben gehad. Ik ben haar daar dankbaar voor en ook voor het feit dat ik hier op deze plek mijn oude dag heb mogen doorbrengen. J. zal altijd verbonden blijven met paarden omdat ze voor een stukje is opgenomen in de groepsziel van paarden. Daarmee weet ieder paard, na verloop van tijd, dat J. te vertrouwen is en zal ze altijd ook vertrouwen terug krijgen van paarden.

Nagekomen bericht van Wendy, welke ze vannacht aan me door gaf: Ze wil met haar hoofd op schoot bij J. liggen, maar zodanig dat als ze een spasmen krijgt van de euthanasie, ze niet in J. haar buik kan klappen met haar hoofd, dus haar neus moet richting buik J. liggen. Dat als ze haar hoofd per ongeluk achterover gooit, ze nooit een klap tegen de buik van J. kan geven! J. is zwanger van een tweede kindje en daarom is Wendy zo super voorzichtig.

14 april 2020
W: Dag Eddy, ik wil je even laten weten dat ik me niet zo goed voel. Het is niet ernstig, maar ik houd je maar op de hoogte zoals we hebben afgesproken.
M: Dank je wel Wendy, wil je nog meer kwijt?
W: Nee, dit was het.

9 juni 2020
M: Dag Wendy, J. vroeg me om weer aan je te vragen hoe het met je gaat.
En zoals je weet doe ik dat altijd over enkele dagen. Ik leg contact met je, ik leg dit uit voor J., en we wisselen wat gevoelens uit over een aantal dagen. En daarna ga ik er voor zitten en hebben we een gesprek. Nu is het moment van het gesprek heb je ook zelf aangegeven.
W: Dat klopt. Ik weet dat we al enkele dagen met elkaar gevoelens uitwisselen en dan weet je eigenlijk al hoe het met me gaat. Ik vind het wel heel mooi dat ik dat kindje in J. haar buik mag zien groeien. Eigenlijk zou ik het ook wel willen zien als ze geboren is, maar dat lijkt me niet verstandig. Dat gaat nog een tijdje duren en dan voordat ik het te zien ga krijgen, gaat er nog meer tijd over heen.
M: Mooi dat je zo meeleeft met je gezin waar je eigenlijk op afstand deel van uitmaakt.
W: Ja dat is heel zeker zo. Je weet ik ben idolaat van J., die heeft me al zolang onder haar hoede genomen en daar ben ik echt heel dankbaar voor. Ze heeft gelukkig ook een aardige vent waar ik ook best wel van houd. En dan haar dochter, zo’n heerlijke vlinder en zo wijs, ja dat is echt een lievelingetje van me. En toch weet ik dat het nu gaat stoppen. Ik heb het al eerder aangegeven dat ik er klaar voor ben en dat ben ik nog steeds. Ik heb zeker ook nog genoten van de vele mooie zonnige dagen, maar ik ben zo stram en heb eigenlijk zoveel last van mijn gewrichten dat alles pijn doet. Zeurderige pijn, ik kan dat wel aan meestal, maar soms ben ik het zo zat. En vaak ook niet als ik weer een goede dag heb. Maar die heb ik steeds minder.
M: Je zegt dus nog steeds dat je er klaar voor bent.
W: Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen, maar J. moet wel heel voorzichtig zijn dat mijn hoofd niet bij een stuiptrekking tegen haar buik aan kan komen. Dat risico wil ik niet lopen. Laat ze maar met de dierenarts overleggen hoe dat het beste kan. Ik kan dat onvoldoende weten.

Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen

M: Wil je dat ik vooraf nog met je praat en laat weten wanneer het gaat gebeuren?
W: Ja, dat wil ik beslist, ik wil voorbereid zijn, enkele dagen van te voren, dan kan ik me daar innerlijk op voorbereiden.
M: Dan zullen we dat proberen te organiseren. Nog een vraag, mag ik na het inslapen contact met je opnemen om te kijken hoe het met je gaat?
W: Dat lijkt me spannend en dus ja.
M: Nou Wendy tot binnenkort dan maar weer. Wil je nog wat zeggen?
W: Je laat dit toch wel aan J. weten en ze wacht toch niet te lang meer?
M: Ik zal het straks doorgeven. Dag lieverd.

14 juni 2020
M: Dag Wendy, vandaag krijg je bezoek van je familie om je te vertellen dat ze afscheid gaan nemen. Iedereen is erg geschrokken van je val vorige week en dat zul jij ook wel zijn. Hoe is het nu met je?
W: Heel raar. Ik voel me enerzijds behoorlijk versleten en verdrietig, verdrietig om nu deze wereld te verlaten, maar ik weet ook dat het goed is, ik ben klaar en dan moet je naar de volgende fase gaan.
M: Wat bedoel je met klaar? De vriend van J. vertelde me hoe hij en J. met elkaar hadden gepraat over hoe hun leven was gelopen in relatie met jou. Jij kwam in het leven van J. toen ze best een lastige fase doormaakte. Door jou heeft ze heel veel geleerd over zichzelf maar ook over hoe je met anderen moet omgaan. Ze is de cursus paardenfluisteraar gaan volgen om jou te leren begrijpen, maar daar kreeg ze bij cadeau dat ze zichzelf beter kon begrijpen. En daar leerde ze van dat de interactie tussen mens en dier bijzonder kan zijn. Dat heeft haar aangezet tot een andere invulling van haar de studie psychologie. Daardoor kreeg ze ander werk en daardoor hebben J. en haar vriend elkaar leren kennen. Bij haar vriend is in zijn hoofd blijven zitten dat jij uiteindelijk die twee aan elkaar gekoppeld hebt. En nu dat een stabiele relatie is, zit jouw taak erop en kun je overgaan naar een nieuwe fase. Dat is toch wel erg mooi, vind je niet?
W: Ja dat is een mooi verhaal, dat knap ik helemaal van op. In wezen hebben J. en haar vriend gelijk, maar zo rechtstreeks werkt het natuurlijk niet. Maar de grote lijn zit er wel in. Dat is hun gevoel dat ik voor ze gedaan heb en dat is heel mooi. Daar zit ook een andere kant aan, zij en dan vooral J., heeft ook heel veel voor mij gedaan. Waardoor ik ook heb kunnen groeien. Het zou te ver voeren om dat allemaal te benoemen, want het is heel veel. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien. Daar zullen we het later nog wel eens over hebben, hoop ik.

J., heeft ook heel veel voor mij gedaan, waardoor ik ook heb kunnen groeien. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien

M: Mooi, ja ik hoop dat we allebei die gelegenheid krijgen om onze gesprekken voort te zetten. Voor vandaag wil ik je nadrukkelijk vertellen dat de afspraak voor de euthanasie gemaakt is en je wilde weten dat het er aan kwam.
W: Ja, ik weet het. Ik heb het al meegekregen van het overleg dat Piet met de dierenarts heeft gehad en met J. Het gaat woensdag eindelijk gebeuren en met eindelijk bedoel ik niet dat het tijd werd, maar dat het het juiste tijdstip is. Ik kijk er niet naar uit, maar anderzijds wel. Het leven was zwaar en begint nu knellend te worden als mijn lijf me zomaar in de steek kan laten. Dus is het nu goed en ik kijk er naar uit om dit door te maken met mijn lieve mensen om mij heen. Ik ben er niet bang voor, het is goed zo. En natuurlijk zullen mijn mensen verdrietig zijn, maar blijf in herinnering houden wat we elkaar hebben kunnen geven in deze periode, een heel mooi geschenk alles bij elkaar. Daar ben ik dankbaar voor.
M: Nou lieve Wendy dat klinkt mooi en ook alsof je er helemaal klaar voor bent.
W: Dat is ook zo en ik hoop van harte dat we hierna ook nog met elkaar in contact kunnen blijven.
M: Dat gaan we zeker doen, dag lieve Wendy.

19 juni 2020
M: Dag Wendy, je bent nu in een andere fase van je ontwikkeling gekomen, is het mogelijk met elkaar te praten?
W: Ja, dat is goed mogelijk, ik ben nog vlakbij.
M: Zou je willen vertellen over je proces van overgang naar je andere bewustzijnsniveau als een soort verslag uit de eerste hand?
W: Dat wil ik wel, het was heel boeiend. Eerst was J. heel lief voor me en mocht ik nog even genieten van in het weiland staan met groen gras, wat was dat fijn om weer eens gras te eten. Daar heb ik echt van genoten en ik zou bijna vergeten dat ik vandaag mijn fysieke leven zou laten beëindigen, zo genoot ik van dat gras eten. Maar we hadden andere afspraken met elkaar. En toen de dierenarts kwam was duidelijk dat ik nu zou gaan vertrekken. Ik kreeg een spuitje van de dierenarts en daar werd ik wel heel moe van, maar ik wilde me niet zomaar overgeven. Dat is raar gezegd, ik wilde wel, maar mijn lijf kon het niet. Dat wilde nog genieten van alle aandacht. Maar uiteindelijk moest die zich overgeven en zo ben ik dan naar de grond in liggende staat begeleid. Gelukkig kwam J. bij me zitten, zoals ik het wilde en dat was heerlijk. Ik was intens gelukkig zo bij haar te kunnen zijn en langzaam alles uit me weg te laten vloeien. Ook verdrietig, maar ook gelukkig. Raar is dat eigenlijk zo dubbel. Op het moment dat je dood bent verlies ja alle gevoel van pijn, maar je kunt angsten meenemen, maar die had ik gelukkig niet. Dus ik kon opstaan en lopen en ik merkte dat ik geen remmingen voelde van pijn of zo, dus heb ik eerst een aantal rondjes gegaloppeerd door de wei en langs de mensen. Dat was heel bijzonder, maar ik merkte dat J. heel verdrietig was en toen ben ik naar haar toe gegaan en heb mijn hoofd op haar schouder gelegd, mijn hals rond haar hals. Ze moet het gemerkt hebben en dat was super intiem voor ons alle twee.
M: Dat heb je wel heel mooi verteld. Voelde het ook als een waardig en mooi afscheid van deze wereld?
W: Ja het voelde als goed en ik voel me ook blij, hoewel ik ook het verdriet zie van de mensen, ook de mensen waar ik de laatste jaren geweest ben en de paardenmeisjes. Maar dat gaat allemaal over, ik word een herinnering, hopelijk een mooie herinnering. Maar bij J. is dat anders. Wij zijn altijd verbonden, niet alleen als herinneringen, maar we hebben ook een linkje, een lijntje dat ons verbindt en langs dat lijntje kunnen we elkaar informeren.
M: Hoe lang blijft dat lijntje in stand?
W: Dat weet ik niet. Ik hoop eigenlijk voor altijd, maar ik ga na verloop van tijd ook verder in mijn ontwikkeling. Dan word ik opgenomen in de paardengroepsziel en ben ik niet meer Wendy. Hoewel er mogelijk ook een spoor van individualisatie is gekomen door het intensieve contact met J. en daarom kan dat lijntje misschien langer blijven? Ik weet het niet, maar het zou wel mooi zijn. Nu ben ik regelmatig buiten in de grazige weiden, maar ook af en toe bij J., heel dichtbij.
M: Hoe gaat het nu verder met jouw ontwikkeling?
W: Dat weet ik niet precies. Alles is zo anders dan ik gewend ben, dus ik blijf nog wel een tijdje, weken, in de buurt van waar ik nu ben. Wat er daarna volgt weet ik niet, maar je mag me altijd benaderen en vragen hoe het met me gaat en waar ik ben.
M: Dat lijkt me mooi en ook bijzonder om jouw ontwikkeling te kunnen volgen.
W: Wil je een lieve knuffel aan J. doorgeven?
M: Dat zal ik doen en tot de volgende keer!