Bij als verstekeling

Ik ben van een afspraak op weg naar huis en rijd in de auto en voel iets kriebelen op mijn linker elleboog. Ik krap terug en even later weer. Dan loopt er ineens een prachtige bij over mijn blote arm naar mijn hand. Mijn eerste gedachte is: raampje open zetten en dat beest naar buiten. Maar mijn tweede gedachte is, dat overleeft hij niet als ik hem hier op de snelweg uit het raampje gooi. Dus gaan we in gesprek.

M: Wat moet ik met jou?
B: Terugbrengen waar je me gevonden heb.
M: Maar ik heb je niet gevonden, jij bent met mij meegereisd.
B: Ik ben op jou gaan zitten omdat je zo’n mooie kleur aan had en toen stapte je in de auto en reden we weg.
M: Dat kan gebeuren. Maar het gaat me iets te ver om dertig kilometer terug te rijden en vervolgens dan pas weer op weg naar huis te gaan. Waar zal ik je er uit laten?
B: Dan het liefst in een natuurgebied. Ik ben geen korf bij, dus ik kan overleven tot de winter ook in een andere omgeving.
M: Dat stelt me gerust. Dus als ik straks ergens in de natuur stop en alle deuren open doe vertrek je en kun je overleven?
B: Ja, dat kan, liefst in de buurt waar veel bloemen zijn en niet veel straten en verkeer.
M: Zo hier is het dan, een rustige omgeving met veel wilde bloemen. Alle vier deuren staan open en ik wens je een goede tijd toe.

Achteraf denk ik dat ik er nooit bij heb stilgestaan dat als er een dier met je meelift, je dat meestal er zo snel mogelijk uit wilt zien te krijgen. Maar als je niet bedreigd wordt, kun je gerust verder rijden en het diertje op een overlevingsplek voor hem loslaten. Dat heb ik gedaan en het was niet vanzelfsprekend voor mij, maar misschien vanaf nu wel. Het was zo’n mooi beestje, heel harig en aaibaar. Maar ja, het blijft een beetje eng omdat ze kunnen steken.

230722

 

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *