Berichten

Ratten (3)

Vandaag sluit het rattenhotel. Het bovenste deel van de compostbak gaat naar de wal en wat al goede compost geworden is, strooi ik uit over de tuin. Ik stop een aantal gaten en de twee mooie holopeningen dicht met wat hooi en grond. Daarna haal ik zakken boomschors die ik op het pad uitstrooi.
’s Avonds word me duidelijk dat je je dromen en wensen nooit moet opgeven. Verschillende mensen hadden gezegd dat ik nooit een rat zou kunnen fotograferen en ik ben zo dom om zonder fototoestel naar buiten te gaan. En juist dan zie ik er weer een. Hij loopt heel mooi op het dunne richeltje van de reling. Dan hoor ik een plons. Hij is minstens 3,5 meter naar beneden gesprongen.
Ik wacht, nu met fototoestel, of ik er nog een zie. Ondertussen maak ik contact met de rat die van boord gesprongen is. Er is een veel vrediger sfeer tussen ons. Ik kan van hem begrijpen dat dit een ideale plek is om de winter door te brengen. Ik zeg hem dat ik het ook een mooie plek vind en ik vraag me af of ratten en wij zouden kunnen samenleven. Alles in me zegt van niet, maar het kan heel goed dat het een opgelegd beeld is wat we elkaar als mensen hebben wijsgemaakt. Ik besluit er op dit moment geen oordeel over te hebben en dat maakt dat we gewoon vredig in elkaars energie kunnen hangen. Ik begin zowaar aan relatieopbouw te doen.
Het rattenhotel is vandaag dan weliswaar gesloten, maar nog niet verlaten.

NB Op het moment dat ik dit schreef kon ik niet weten dat een paar jaar later de vredige sfeer tussen behoorlijk op de proef werd gesteld. “Praat ik soms Spaans?” heb ik meermalen vertwijfeld naar de ratten geroepen die inmiddels hun intrek in het schip hadden genomen. Maar daarover meer in deel 4.

Ratten (2)

Om goed te kunnen communiceren met dieren moet je oordeelloos zijn. En dat ben ik niet naar de ratten bij ons aan boord. Ik wil dat ze weggaan en dat vooringenomen standpunt belemmert onze communicatie. Daarom gaat het over een andere boeg: ik zoek contact met ratten in het algemeen.
Ze vertellen dat ze de omgeving schoon houden waardoor er geen ziektes verspreid worden. Dit druist in tegen alles wat ik weet wat er over ratten gezegd wordt, dus zeg ik dat mensen juist vanwege het ziekterisico geen ratten in hun omgeving willen. ‘Nee, wij zijn schoonmakers, net als kraaien.’
Ze lijken een gebied telepathisch in kaart te kunnen brengen. Ze hebben een zeer verfijnd, fijnmazig netwerk tot hun beschikking. Ik vertel dat ik gehoord heb dat hun zicht slecht is. ‘Wij lopen niet op ogen, maar op weten.’ Ik denk aan de vraag die ik stelde over het bonken van ons schip en dat onze rat liet zien dat het niet zijn directe grond betrof en het hem dus niet stoorde. Als ratten erop uit trekken, schakelen ze kennelijk hun fijnmazige netwerk in en zijn ze juist wel heel open voor hun wijde omgeving.
Mijn gedachten dwalen af naar rattenbestrijding en ik hoor dat dat dom is. ‘Ja, maar waarom zijn jullie dan zo dicht bij mensen? Waarom blijven jullie niet verder weg?’
‘Dat we naar mensen trekken is eigenlijk een verschuiving. Het is aantrekkelijk en makkelijk. Je bent snel binnen.’ Ik begrijp dat het wonen in huizen eigenlijk te geciviliseerd is. Het is de bedoeling dat de twee werelden naast elkaar passen.
Ik vraag wat wij mensen kunnen doen om goed naast elkaar te leven. ‘Buig ons af. Roep ons een halt toe.’ ‘Hoe doen we dat?’ ‘Mensen moeten hun spul bij zich houden.’ Ik zie onze woonplekken voor me, met alle etensresten die we achteloos neergooien of niet goed afsluiten. Natuurlijk trekt dat de ratten naar ons toe. Als wij oplettender zijn, blijven de ratten meer uit onze buurt. Hebben we ook hiermee het natuurlijke evenwicht verstoord? Het besluit om de compostbak van boord te halen is in elk geval een goede!

Ratten aan boord (1)

Op de roef van ons schip ben ik een permacultuur(achtige) tuin aan het aanleggen. Met een compostbak. Ik ben erg verrast dat daar zomaar wormen in komen, zonder dat ik ze erin heb gezet. Ook op een stuk staal gaat de natuur kennelijk gewoon z’n gang. Op een gegeven moment ontdek ik een gat in de grond en ik vermoed dat er een rat aan boord is. Dat is verbazingwekkend, want naar mijn idee zijn die er nooit geweest. Al vanaf dat we schepen hebben, zorgen we ervoor dat er ook katten zijn, juist om de ratten van boord te houden. Bovendien moet deze rat dan aardig klimmen om aan boord te komen. Op internet lees ik dat ratten makkelijk 1.20 meter ver en 70 centimeter hoog kunnen springen. Ik lees ook dat hun actieradius wel 4,5 kilometer is en dat ze een eigen territorium hebben waar andere ratten wel gewoon door mogen lopen.
We praten hier thuis over deze mogelijke rat en spreken naar de kat uit dat ze haar werk niet goed doet. De volgende ochtend ligt er een dode rat in het halletje.
Maar ik blijf resten van de compostbak door dit stukje tuin vinden. Ik denk lang dat het vogels of eenden zijn die erin wroeten. Maar als ik het beter in de gaten houd, zie ik dat zich nieuwe gaten en gangen vormen. Er moet dus nog een rat zijn.
In de winter verraadt de sneeuw de aanwezigheid van de rat: ik zie sporen van pootjes en een slepende rattenstaart. Ik zie nu ook hoe het gangenstelsel zich vormt. Een gang komt onder in de compostbak uit. De rat heeft vrij spel, want de kou houdt de kat binnen.

Als ik op een schemerige avond iets op de compostbak wil gooien, zie ik een rat wegschieten. Het klopt dus, hij is er echt! Hij is best groot en om eerlijk te zijn schrik ik van hem, ondanks mijn geboeidheid. Ik denk over ratten aan boord na en kom tot de conclusie dat het niet kan. Dus maak ik contact met hem. Ik krijg het idee dat hij niet alleen is en krijg zelfs het beeld van een nest. ‘Nee!!’ roep ik in beeld naar hem, ‘Dat moeten jullie niet doen! Het schip is veel te klein, het wordt hier veel te vol, dit is geen rattenomgeving en als we gaan varen zijn jullie je woonomgeving kwijt!’ Ik ben op hem in aan het praten, zeg hem hoe dom het is om hier jongen te laten komen en laat hem zien hoe groot de omgeving buiten het schip is. Het is geen wederzijdse communicatie, alleen een uitstorten van mijn grote NEE over het dier.

Een paar dagen later ga ik er goed voor zitten en leg ik de rat uit wie ik ben en wat ik doe. Daar heeft hij allemaal niks mee te maken, vindt hij. ‘Jawel,’ zeg ik, ‘want ik wil heel graag naar meer samenwerking tussen mens en dier. Naar op een respectvolle manier met elkaar omgaan.’ Nogmaals zegt hij dat hij met mij niks te maken heeft.
‘Nou, dit is wel ons schip.’ Dan maar een andere toon.
De rat geeft in beeld door dat hij een goede leefplek uitkiest en de compostbak was een trekker. Op dit industriegebied is dat een mooie variatie.
Ik begrijp van hem dat onze kat een vrouwtje te pakken had en dat er minstens nog één vrouwtje is. Ik vermoed dat het vrij luie ratten zijn, maar dat kan ook met de winter te maken hebben. Ik vraag me af of het van boord gaan geen probleem is, maar hij laat zien dat hij onderlangs gaat en zelfs door het water.
Ik vraag het dier of hij wil samenwerken met mij en. Hij vraagt zich af waarom hij dat zou doen. ‘Nou, het lijkt me mooi om meer begrip voor ratten te krijgen. Jullie zijn met zo velen en wat weten we nou van ratten?’ Ik vertel hem wat ik wil en wat ik ga doen. Ten eerste wil ik hem graag zien en fotograferen en ik geef hem in beeld door dat ik buiten, met een sigaar en fototoestel, op hem ga zitten wachten. Ik vraag of hij zich wil laten zien en wil laten fotograferen.
Verder vertel ik hem dat ik de compostbak deze week nog aan boord laat, maar dat ik hem daarna ga verplaatsen naar de wal. Dan is het voedsel dus weg. En ik verzoek de dieren vriendelijk om dan zelf ook te vertrekken en een plek aan land te gaan zoeken. Ik krijg geen reactie terug en we laten het hier voorlopig maar bij. Volgende keer verder. Het is ook nogal wat als je te horen krijgt dat je habitat opgeheven gaat worden. Want ik had hem ook al laten doorschemeren dat de uiteindelijke stap is om de holen open te leggen. Dan kan ik zien hoe ze geleefd hebben en daarna gooi ik het vol aarde. Tenslotte heb ik dit tot onze tuin gebombardeerd en is in de wereld buiten het schip voldoende plaats voor ratten.