Tag Archief van: hond

Wie is van wie? Met Kaila in gesprek

Er is intussen zoveel gebeurd dat ik niet kan wachten om een gesprek met Kaila te hebben en er een blog over te schrijven. De afgelopen weken zat ik nog in de revalidatie van mijn knie operatie, overigens nog steeds, ik zit in week vijf. Ik doe dat nog steeds geheel alleen en laat mijn hond dus ook drie keer per dag alleen uit. Tweemaal met de scootmobiel en ’s avonds met mijn rollator.

Op een avond twee weken geleden waren Kaila en ik om kwart voor elf even buiten voor een plasje. Kaila zat net te plassen en zag een kat en sprintte weg, maar ik had de lijn nog vast en werd totaal omver getrokken en ik viel languit op straat. In de verte hoorde ik Kaila met de oprolriem achter haar aan nog steeds rennen. Ik ben eerst heel stil blijven liggen, al mijn ledematen voelend, iets gebroken? Nee, zo voelt het niet, iets gekneusd? Niet ernstig zo te voelen. Verdere schade door schaafwonden? Ook niet. OK, ik ben er genadig vanaf gekomen. Maar hoe nu verder? Ik kon op mijn billen gaan zitten, maar kon niet bedenken hoe ik met mijn net geopereerde knie overeind kon komen zonder mijn knie ernstig te beschadigen. Eerst maar eens kijken waar Kaila was. Ze zat op drie meter afstand van mij te wachten en durfde niet dichterbij te komen, ook als ik haar riep kwam ze niet. Voelde ze zich schuldig? Vermoedelijk wel. Was ik boos? Nee totaal niet. Maar dat zou ik haar toch snel moeten laten weten. Maar ja, eerst moest ik van straat komen en weer thuis.

Ik was eruit, ik zou niet zelf overeind kunnen komen maar er kwam ook niemand langs die me zou kunnen helpen. Om kwart over elf heb ik een jongere buurman gebeld waar ik nog licht zag branden, die aarzelend opnam. Ik vroeg hem of hij mij, praktisch voor de deur zou kunnen oprapen van straat. Hij was in een mum van tijd buiten en pakte me onder mijn armen en hees me in een keer overeind, waarna ik achter mijn rollator weer gewoon naar huis kon lopen. Kaila had de buurman enthousiast begroet en durfde weer met me mee te komen. Wel tijd voor een gesprek om haar gerust te stellen. Later heb ik voor het eerst van mijn leven voor de buurman een appeltaart gebakken, hetgeen erg op prijs werd gesteld.

M: Lieve Kaila, ik ben niet boos en niet teleurgesteld, dit soort dingen kunnen gebeuren. Gelukkig zijn we allebei met de schrik vrijgekomen. Hoe voelde dit voor jou?
K: Afschuwelijk. Ik had niets door. Ik zag een kat en moest daar natuurlijk achteraan. Me totaal niet bewust van het feit dat jij de riem niet los kon laten en dat ik je helemaal meetrok, waardoor je viel. Ik zat nog een hele tijd achter die kat aan en toen ik weer terugkwam, zag ik je op de grond liggen. Ik schrok heel erg, ik dacht dat je ernstig gewond was en durfde niet bij je in de buurt te komen. Ik had ook totaal geen idee wat ik moest doen. Gelukkig zag ik je na verloop van tijd gaan zitten, maar daar bleef het bij. Toen riep je mij. En ik durfde niet naar je toe te komen, want ik wist niet wat ik kon doen. Ik zou hard kunnen gaan blaffen of gaan janken of mensen erbij halen. Maar het was donker en nergens iemand te bekennen. Ik was behoorlijk radeloos.
M: Ja, zo bleven we een tijdje zitten, jij op afstand van mij en dat vond ik moeilijk, ook omdat je achter me zat en je probeerde ook buiten mijn beeld te blijven had ik het gevoel.
K: Eigenlijk was dat wel een beetje zo, het liefst was ik er niet geweest.
M: Maar goed toen kwam de buurman en die heb je meteen enthousiast begroet.
K: Ja, hij is een hele aardige man en hoort bij de roedel van het huis. Hij hielp je meteen overeind en daarna liep je weer, een beetje mank, maar je liep weer gewoon. Ik was erg opgelucht. Ik was even bang dat ik weg zou moeten omdat jij niet meer voor me zou kunnen zorgen.
M: Ik moet eerlijk bekennen daar was ik ook even bang voor, maar alles is goed gekomen.
K: Tijdens dat gesprek zei jij dat het baasje dan niet meer voor je had kunnen zorgen. Maar ik vind dat jij niet mijn baas bent, we zijn gelijkwaardig. Ik ben niet van jou, jij bent niet van mij, we zijn allebei een eigen individu. Daarbij is het niet van belang dat ik afhankelijk ben van jou voor eten en uitlaten en al dat soort dingen, als ook liefde en genegenheid. Maar dat betekent niet dat ik van jou ben.
M: Eigenlijk ben ik het met je eens, sorry dat ik mijzelf het baasje noemde, je bent zeker ook een geheel eigen individu en dat laat je me regelmatig merken met je gedrag. Ik keur dat niet af, maar geniet daar meestal wel van. Dus geen zorgen.
K: Dank je dat is voor mij belangrijk.

Enkele dagen later rijden/lopen we naar de hei met mijn scootmobiel. Kaila loopt netjes naast me, ze ziet een kat en neemt een sprint van ca. 10 cm en houdt meteen daarna in en loopt keurig naast de scootmobiel verder. Ik was onder de indruk van haar gedrag.

Helaas bleef dat niet zo. Enkele dagen later rijden/lopen we door een straat waar veel katten gewend zijn gewoon midden op straat te zitten en dus wordt Kaila geregeld geconfronteerd met katten. En ja, haar hondzijn wint het van haar discipline. Maar ze krijgt me niet uit de scootmobiel getrokken, dat gaat gelukkig niet. Ik laat Kaila nu ook ’s avonds voor het kleine plasje uit met de scootmobiel, voor mijn eigen veiligheid.

Inmiddels zijn we weer een week verder en lopen Kaila en ik ’s avonds gewoon samen, zonder scootmobiel of rollator, Kaila aan de lijn, om een plasje te doen, ik kan al redelijke stukken goed lopen.

260928

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat

Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf.

Als ik ’s morgens de houtkachel aansteek, komt  de hond er altijd bij en schurkt zich blij en verwachtingsvol tegen me aan. ‘Ja,’ zend ik met een telepathische grijns naar hem uit, ‘jij kunt geen kachel aansteken.’ Ik krijg heel rustig terug: ‘Nee, inderdaad, maar ik kan andere dingen.’ Hij geeft door dat hij altijd blaft als er mensen komen en ik antwoord met een dankbaar complimentje zijn kant op. Nu ik hem toch ‘aan de lijn’ heb, wat helemaal niet vaak zo bewust gebeurt, vertel ik hem dat ik een boek aan het schrijven ben over deze vorm van communiceren met dieren. Ik krijg het beeld terug van een mergbotje: die wil hij wel weer eens hebben, dan heeft hij ook wat te doen als ik lang achter de computer zit. Ik beloof die te gaan kopen en vraag wat hij ervan vindt dat ik dit allemaal schrijf. ‘Het is voor een hoger doel,’ hoor ik. De hond vindt het belangrijk dat er kennis van dieren overgebracht wordt: ‘Mensen zijn vaak zo gevoelsarm, ze moeten leren dieren serieus te nemen. Dieren zijn geen voetvegen.’

 

Ook de papegaai vindt het tijd worden dat mensen naar dieren luisteren: ‘Dieren hebben een scala aan gevoelens. Mensen gaan daar vaak zo bot mee om. Deze vorm van communiceren met ons moet de wereld in. Wij moeten een stem hebben. Vertel de mensen over ons! Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf. Wij willen gehoord worden. Luister naar dieren! Mensen hebben niet het alleenrecht van spreken. Je zult op weerstand stuiten, maar dan kom je maar weer met mij babbelen.’

Een van de katten vindt het leuk dat ik met ze communiceer. Volgens haar is er nog veel werk te doen op dit gebied: ‘Dieren moeten bevrijd worden van het stempel dat mensen hen gegeven hebben. Dan kunnen dieren hun aardse taak voor mensen beter vervullen omdat ze meer ingangen hebben. Mensen raken zo verward in elkaar. Dieren zijn puur, laten mensen hun ware bestemming zien, waardoor mensen ook zorgvuldiger met elkaar kunnen leren omgaan. Mensen maken er absoluut een zootje van. Dieren hebben de taak mensen op te richten, te genezen, zuiver te maken. Maar dan moeten dieren wel eerst bevrijd zijn van aardse beslommeringen en ongemakken. Dieren moeten hun plaats krijgen.’

Uit: In de Stilte hoor je alles

Het is tijd

Sjaan is al negen jaar en twee weken mijn trouwe compagnon.

Tijdens gesprekken met dieren ligt ze op mijn schoot of onder de tafel. En als ik achter de computer aan het werk ben, zit zij op de stoel naast me.

Vaak is zij de reden waarom ik stop met werken om naar buiten te gaan.

Vandaag stond ze ineens op tafel, tussen de laptop en mij in.

Op zo’n moment gaan we niet in gesprek, maar later wil ik toch weten hoe ze dat nou had.

“Ja, je wilde al een paar keer bijna weg. Iemand moet op een keer een punt maken en ik denk dat ik beter weet wanneer het echt tijd is.”

Daar heeft ze wel gelijk in. Het is zo makkelijk om maar door te gaan.

“Bovendien had ik al een paar keer aanwijzingen gegeven,” vervolgt ze licht verwijtend.

Ik voel me bijna op het matje geroepen.

Ik denk aan al die keren dat ze bij vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen is en altijd zo braaf ligt te slapen.

“Ik doe het, maar je kunt ook overdrijven,” haakt ze in op mijn gedachten.

Ze heeft haar punt wel gemaakt. Ik heb het begrepen en ik vraag of ze nog wat te zeggen heeft want dieren krijgen bij mij altijd het laatste woord.

“Volgende keer iets eerder luisteren. Dat scheelt mij een hele klim.”