Schaap met beperkingen

Op de plek waar ik onze hond Kaila regelmatig uitlaat hangt een briefje dat er in de wei een kudde van twaalf schapen staat, waarvan er altijd één niet bij de kudde staat. Zij heeft een hersenvliesontsteking gehad volgens het briefje en heeft geen kuddegevoel meer. Dit daagt mij natuurlijk uit om een gesprek met haar te voeren.

M: Dag schaap, kunnen we praten met elkaar? Ik ben ….. en ben heel benieuwd hoe jij je voelt hier in de wei?
S: Ja, we kunnen wel praten, maar wat wil je?
M: (Het schaap communiceert een beetje sloom, het gaat langzaam en komt er ook langzaam uit) Ik ben eigenlijk benieuwd naar jou. Je ligt hier alleen ver van de kudde af en je ligt een beetje te snoepen van het gras, maar staat niet te grazen, zoals andere schapen dat meestal doen. Waarom ben je anders?
S: Ik geloof niet dat ik me anders voel, maar misschien heb je gelijk en ben ik wel anders, want ik lig graag alleen of sta en loop alleen. Waarom? Ik weet het eigenlijk niet. Ik voel me erg moe en ben dus niet zo graag aan de wandel, zoals de andere schapen dat doen. Maar het is ook niet zo dat ik alleen maar op één plek lig.
M: Nee, dat heb ik gezien. Ik heb je enkele dagen geobserveerd en zag je regelmatig ergens anders liggen, maar inderdaad wel altijd liggen. Doe je dat omdat je zo moe bent?
S: Ja, ik lig graag, dat is ontspannen.
M: Is er iets gebeurd met je dat je zo moe bent?
S: Niet echt, ik zou het niet weten.
M: Jouw verzorgers laten weten dat je een ernstige ziekte hebt gehad, kan dat daardoor komen?
S: Ja, nu je het zegt dat klopt. Ik ben erg ziek geweest een tijdje geleden en daar ben ik weer van opgeknapt, maar ik blijf heel moe.
M: Voelt je je niet veiliger bij de rest van de kudde?
S: Ik voel me hier alleen ook veilig, de ander schapen maken het niet veiliger als ik daar bij hen ben.
M: (Het schaap voelt een beetje uitgedoofd uit, er komt niet zo veel uit, en als er wat uitkomt is het langzaam en kort, de verlammende moeheid is eigenlijk een alles overheersend gevoel.) Wil je nog wel blijven leven?
S: Wat is dat voor een rare vraag. Natuurlijk, ik leef toch en heb best een goed leven hier in de wei.
M: Je bent niet depressief of zo?
S: Nu ga je allerlei menselijke gevoelens aan mij toeschrijven, die heb ik niet. Ik ben gewoon moe en je kunt me beter ook met rust laten in plaats van die onzin te vertellen.
M: OK, heb je nog iets wat je kwijt wilt?
S: Nee en ga nu maar.
230727

Ik realiseer me dat ik te direct geweest ben naar het schaap en dat hij alle reden had het gesprek te beëindigen. Ik besluit morgen nogmaals met het schaap te willen praten en duidelijk te maken dat ik een fout heb gemaakt. Ook uit andere gesprekken met dieren heb ik geleerd dat een dier zich eigenlijk nooit gehandicapt voelt, ze vergelijken zichzelf niet met anderen en ze accepteren situaties zoals ze zijn. Een hele mooie eigenschap eigenlijk. 

M: Lief schaap, sorry voor gisteren. Ik was wat te direct met mijn vragen en heb je daarmee afgeschrikt. Sorry daarvoor. Ik wil je eigenlijk alleen maar een knuffel geven.
S: Excuses aanvaard. Ja, je was wel erg ruw met je vragen. Maar als je wilt weten of ik van mijn leven geniet? Ja, dat doe ik. Op mijn manier en in mijn tempo, maar ik geniet ervan.
M: Ik zag je vanochtend vlak bij de kudde liggen, dat zag er wel goed uit, alsof je deel uitmaakte van de kudde.
S: Natuurlijk maak ik deel uit van de kudde, maar ik lig vaak ergens anders omdat de kudde zich veel sneller en vaker verplaatst dan ik. Vanochtend was dat juist omgekeerd. Ik lag daar heerlijk en de kudde kwam bij mij staan, daardoor leek het alsof ik in de kudde lag.
M: Nou dank je wel voor je reactie en nog een fijne tijd.
S: Je mag gerust af en toe komen ‘buurten’.
M: Doe ik. Dikke knuffel.
230728

De octopus

Iemand was benieuwd wat er in een octopus omgaat. Reden om eens contact te zoeken. Als ik ervoor ga zitten zit ik even te hannesen hoe ik me ga afstemmen: richt ik me op boven of onder? “Het kan allebei,” hoor ik meteen. “Jaja,” mompel ik, “ik weet dat alles boven in het veld zit maar ik twijfel of ik de fysieke octopus eerst wil leren kennen.” “Alles zit in de lucht,” krijg ik als antwoord.

De wijsneus. Uit een soort tegendraadsheid wil ik naar de fysieke octopus en ik stem af op diep in water. “Donker hier,” merk ik op. De octopus vindt het opmerkelijk dat ik daarover val. Er zijn zoveel mogelijkheden om informatie uit de omgeving te krijgen: watertrilling, geluiden, bewegingen, stromingen, belletjes.

Ik merk dat hij zeer bedreven poten heeft. Het lijkt ook wel of de poten een soort antennes zijn.

Kennelijk denk ik aan wat voor nut het heeft dat de octopus daar in de diepte leeft. “Het is: leven, voortplanten en weer gaan,” krijg ik als antwoord op mijn ongestelde vraag. Mijn ongeconcentreerde hersenen gaan alweer naar een ander onderwerp: hoe worden ze gevangen? Ook dit pikt de octopus weer snel op en hij laat sleepnetten zien. Een manier van vissen waar geen respect achter zit, volgens hem. “Het is een binnenhalen van massa. De mens heeft steeds slimmer, steeds beter en steeds sneller willen zijn. Het is jullie ondergang, die inhaligheid.”

Ik neem even pauze om na te zoeken hoe octopussen gevangen worden en lees dat ze sterke kaken hebben. “Ja, ik heb wat gereedschappen meegekregen,” bemoeit hij zich er weer mee.

Ik zit wat te mijmeren over de zin van al die soorten dieren op deze planeet en de octopus haakt weer in: “We dragen allemaal bij. Het systeem zit goed in elkaar. De natuur is sterk, past zich aan. De grote verstoorder is de mens, die wil het slimste jongetje van de klas zijn: alles moet slimmer, beter en meer.” De octopus laat zien dat er een gigantische drive zit achter het willen beheersen en controleren. “Pas maar op dat je kop niet afgehakt wordt als je niet in dat straatje loopt,” waarschuwt de octopus. “Jullie mensen sabelen elkaar ook neer als het niet om eten gaat (hij laat het beeld zien dat dieren vechten met de motivatie om te eten of niet gegeten willen worden). Meedogenloos, jullie soort. Nou, kom later nog maar eens terug. Dit is genoeg voor een eerste kennismaking.”

Ik kan niet anders dan inderdaad afhaken en ik voel me een beetje op m’n nummer gezet vanwege het feit dat ik een mens ben. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende contact.

Hyronimus 21: Waarom koeien onthoornen?

M: Dag Hyronimus, we hadden al een heel gesprek onderweg tijdens mijn wandeling met Kaila. Maar ik wil het graag gestructureerd houden en dus nu nogmaals voor de archieven.
H: Ja we hadden het over de koeien.
M: Ja, ik wilde je vragen waarom het mogelijk niet goed is om koeien te onthoornen.
H: Dat gebeurt tegenwoordig eigenlijk bij de meeste koeien en is niet goed voor de koeien. Wat je feitelijk doet is de antennes van een koe afzagen of afbranden en daarmee wordt het voor de koe veel moeilijker om goede contacten te onderhouden met zijn soortgenoten.
M: Dus eigenlijk worden koeien daarmee nog een stapje verder een productiemiddel en nog verder ontwezend?
H: Daar heb je gelijk in. Een koe kan in wezen goed communiceren met zijn soortgenoten door middel van gedachtenkracht. Eigenlijk ook op de manier zoals wij ook ‘praten’. Maar door de antennes van een koe te verwijderen of ernstig in te korten, kan die koe niet goed meer afstemmen en krijgen we misverstanden in de communicatie. Gevolg is dat de koe zich door zijn soortgenoten niet begrepen voelt en zich daarmee verder terugtrekt in zichzelf. In het slechtste geval wordt de koe eenzamer. De koe wordt dus iets afgenomen dat zij nodig heeft in de dagelijkse communicatie en dat is eigenlijk wreed naar de koe toe.
M: Ik neem aan dat mensen die dat doen zich dit niet bewust zijn en het alleen maar doen om verwondingen die per ongeluk kunnen optreden als ze elkaar met de hoorns prikken, tegen te gaan.
H: Ja, dat is wel zo. Maar het kwaad dat ze aanrichten weegt absoluut niet op tegen de voordelen van een enkele verwonding die kan optreden.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
230707

Wat is het probleem?

Er wordt me weer gevraagd om contact te maken met coloradokevers vanwege de last die ze veroorzaken bij de aardappelplanten. De onderliggende vraag is natuurlijk wat er tegen gedaan kan worden.

De kevers reageren meteen met hun dierenlogica: Natuurlijk zitten ze daar waar het eten goed en ruim voorradig is. Wat is het probleem?

Ik leg uit dat mensen aardappelvelden aanleggen om te kunnen eten. En dat de aardappeltelers velden aanleggen om de aardappelen te verkopen zodat ze van dat geld andere dingen te kunnen kopen. Het is niet de bedoeling dat de coloradokevers (of eigenlijk de larven) de planten opeten voordat de aardappels hebben kunnen groeien.

“Dan eten de mensen toch wat anders?” is hun logica.

Ik hoor dat ze steeds weerbaarder worden tegen ‘de spuitbus’ en ik lees later dat dit inderdaad klopt. En door hun grote aantal hebben ze als soort meer overlevingskans.

Pas dagen na deze logica (“Wat is het probleem? Dan eten mensen toch wat anders?”) realiseer ik me dat de kevers best eens gelijk kunnen hebben. Waarom niet iets heel anders telen op die grond? Dan is het lievelingseten niet meer voorradig en doorbreek je een cirkel.

Die dieren zijn zo gek nog niet …

Een boek van Hyronimus?

Vandaag geen dierengesprek maar een hele andere blog.

Piek en ik hadden maanden geleden afgesproken dat we een aantal boekjes zouden maken van onze blogs om meer publiciteit te genereren. Dat betekent dat ik al maanden bezig ben met een boek over/van Hyronimus. De afgelopen jaren heb ik 65 gesprekken met hem gevoerd, waarvan minder dan een derde gepubliceerd is als blog, en die worden nu gebundeld in dat boek. Vermoedelijke omvang ca. 140 pagina’s, met foto’s en alles op mooi papier en in kleur. Kostprijs van het boek net onder de twintig euro.

Maar ik moet het van Hyronimus professioneel aanpakken. Dus nadat ik alle gesprekken op een rij heb gezet, heb ik het naar onderwerp gesorteerd. Zo kom ik voorlopig op 10 hoofdstukken. Maar hoe doe je dat professioneel? Een professionele opmaak, laten redigeren, mooie kleuren druk, goede uitgever, enz. Ik ben enige weken geleden begonnen met het boek ‘Hoe schrijf je een bestseller?’ van Maria Genova te lezen. Een inspirerend boek. Ik ben weer met hernieuwde energie aan de gang gegaan. Zij beveelt aan om dingen uit te proberen en daarbij vraag ik jullie hulp.

Is deze titel voldoende pakkend? Titel: Hyronimus, ondertitel: gesprekken met een buizerd.

Is deze tekst voor de achterflap voldoende pakkend? ‘Op een dag landt er een buizerd in de achtertuin van Eddy. Hij blijft er twee dagen zitten en ze raken met elkaar in ‘gesprek’. In de loop van vier jaar ontstaat een bijzondere band tussen Eddy en de buizerd Hyronimus, hetgeen resulteert in vele gesprekken. Van grappige tot spirituele gesprekken, met onderwerpen van het maken van dit boek tot de oorlog in Oekraïne. Hyronimus heeft overal een mening over.’

Dan inzake de inhoud. Ik wil de gesprekken zo oorspronkelijk als mogelijk houden. Maar Maria Genova meent dat je alles wat voor de lezer niet van belang is, weg moet laten. Ik geef een voorbeeld.

Mijn originele tekst luidt:

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer een keer praten?

H: Ja graag. Je bent weer heel druk tegenwoordig en daarom spreken we elkaar te weinig.

M: Je hebt gelijk.

Dan pas komen we tot het echte onderwerp van gesprek. Het is een overbodige inleiding, maar het is ook een sfeerbepaler van het gesprek. Dus weglaten of juist origineel houden?

Willen jullie mij helpen en massaal jullie mening geven over bovengenoemde punten? Dat gaat het gemakkelijkst door gewoon een mail naar mij te sturen, niet als commentaar onder deze blog, dat geeft misschien een beetje veel ruis. Mijn mailadres luidt: eddy@animaltalks.online

Dank jullie wel voor jullie commentaar, zo kunnen we er samen een professioneel boek van maken.

Eend Emma

Ik wil weer eens contact maken met de eend die altijd aan boord komt. “Noem me maar Emma,” hoor ik meteen. “Ah nee, ik hou er niet van om je een naam te geven! Hoe kom je daar nou weer bij?” Op dit soort momenten twijfel ik er sterk aan of de informatie van het dier komt. Is het niet te menselijk om een naam te geven en te hebben? De eend blijft volhouden dus ik geef toe: het wordt Emma vanaf nu.

Ik weet dat Emma twee keer een nest gehad heeft. Het eerste nest was achter op het schip, op de roef, tussen gras wat daar groeit. Emma kwam tijdens het broeden soms heel snel even wat zaad eten en dan vloog ze meteen terug naar het nest. Op een dag lagen er zeven kapotte eierschillen. “Ze waren niet goed,” zegt Emma, “te dun.” Ik kan niet terugvinden op internet of dit inderdaad zo is of dat ze de eieren toch heeft laten afpakken door vogels of ratten. Het tweede nest had volgens haar vollere eieren. Waar ze dat nest had weet ik niet maar op een dag kwam ze weer even razendsnel aan boord eten terwijl negen piepkleine eendjes op een kluitje aan de waterkant wachtten tot moeder terug was.

Binnen vijf dagen kwam ze weer op haar gemakje eten: alle eendjes waren weg. Ik vraag haar daar naar en krijg het beeld dat het niet leuk was. Ze was druk met opletten en zorgen maar “ze verdwenen gewoon”.

Ik laat Emma in beeld zien dat haar vriend zeer regelmatig aan boord was in de tijd dat zij afwezig was. Het is een heel aangename eend, bescheiden. Emma laat me zien dat zij tweeën een soort vanzelfsprekendheid zijn. En zo ziet het er ook uit als ze samen zijn.

Ik vraag haar naar de andere eenden die ook aan boord komen. “Zij hebben grote monden,” vindt Emma. Ze vertrekt als zij met veel bombarie komen omdat ze geen zin heeft in hommeles. Het is ook de reden dat ik vaak op meerdere plekken wat voer neerleg voor Emma en haar vriend want dan hebben ze uitwijkmogelijkheden als ‘de gangsters’ ook komen eten.

Het verbaast me wel eens dat Emma haar toevlucht aan boord zoekt. “Het biedt een beetje bescherming,” laat ze me weten. “Andere eenden zijn banger aan boord. Dat maakt het voor mij veilig.” Emma, met haar vriend in haar kielzog, is inderdaad een vertrouwd beeld aan boord. “Je mag wel groter voer neerleggen,” sluit ze af. Ik protesteer wat van binnen: de kleinere vogels eten ook mee, hoe ga ik dat dan weer allemaal regelen?

Na afloop zoek ik de betekenis van Emma op: Geweldig, groot. Nou, dat is ze!

Knuffelkoe

M: Beste koe, mag ik met je praten, nadat je zo vriendelijk bent geweest het knuffelen toe te laten.
K: Dat lijkt me leuk, ik zou het erg leuk vinden om mijn verhaal te vertellen over deze activiteit, ik kom nooit iemand tegen om dit tegen te zeggen, dus graag.
M: Vertel maar.
K: Het koe zijn op een boerderij zoals deze is een verhaal apart, daar zeg ik kort iets over en dan gaan we naar het knuffelen. Ik zag jullie scepsis over wat de boerin vertelde over de kindjes weghalen direct na de geboorte en dat is natuurlijk ook vreselijk, maar de boerin had wel gelijk. Haal ze meteen weg na een uur en we hebben er nog geen echte band mee, dat is wat ze zegt. Wel mag het liefdevoller weggehaald worden, maar ook dat begrijp ik omdat ook al is het een pasgeboren kalf, het best zwaar is. Ik voel me wel bestolen omdat ik dat kindje wel negen maanden gedragen heb, ik had het altijd bij me en ik wist heel goed dat het een baby van mij was. Dus had ik er wel degelijk een band mee. Maar als het meteen weggehaald wordt, denk je dat het een soort miskraam was. Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag. En iets wat er niet is, dat mis je na korte tijd ook niet meer echt. Er blijft wel een vaag knaaggevoel over, dat ik niet goed kan benoemen. Tot zover over het kalveren.

Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag

M: Dus zeg je dat je wel veel liever je kindje bij je houdt, maar dat je dit ook wel kunt accepteren?
K: Ja, daar heb ik toch niet echt een keus in en we accepteren zaken die we niet kunnen veranderen.
M: Hoe heb je het ervaren dat mijn vrouw met je knuffelde?
K: Dat is zo leuk om te vertellen. Ze is een hele lieve vrouw, maar ze is ook bang voor onze grote, wat lompe lijven en dat hoeft helemaal niet. Daarom vond ik het juist zo leuk dat ze mij uitkoos om te knuffelen. Ik wilde haar heel graag die door haar gewenste ervaring geven. En het lukte ook even, maar doordat ik even bewoog, dat was nodig om een grote boer door te laten, verstijfde ze helemaal en wilde ze alleen maar weg. De mooie ontspanning die ze heel even gevoeld heeft was over en ze durfde niet meer. Ik had haar graag nog meer ontspanning willen geven.
M: Dat is wel heel lief van je. Ben je zo bij iedereen die met je wil knuffelen betrokken?
K: Meestal niet. Ik ben altijd afwachtend naar mensen, ze zijn soms onvoorspelbaar, maar jullie zaten goed, jullie hebben mooi licht om je heen en dan ben ik al meteen weer ontspannen. En als ik ontspannen ben, geniet ik van een ontspannen mens die tegen me aan ligt. Ik heb genoten van jullie, dank jullie wel.
M: Wij hebben genoten van jou en je lieve gevoel dat je weet uit te stralen. Wil je nog wat zeggen?
K: Ja, jullie moeten niet te hard denken over de boeren. Deze mensen, ik spreek over ons boerengezin zijn echt heel lief en ze doen erg hun best ons een goed leven te geven. Maar we blijven natuurlijk wel een melkfabriek, zo zit het systeem nu eenmaal in elkaar. En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost en dan worden we naar de slacht gebracht. Dat is het systeem nu eenmaal.

En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost

M: Er schiet me nog iets te binnen. Ik heb ooit eens gelezen dat jullie koeien eigenlijk keutels van nature laten, zoals paarden, een hoopje relatief wat hardere keutels in plaats van de vlaaien die jullie produceren. Is dat waar?
K: Daar kan ik eigenlijk geen antwoord opgeven, want ik weet niet beter. Maar ik zou het me voor kunnen stellen en dan bedoel je dat wij eigenlijk continue diarree hebben? En dat we daarom zo snel ontstoken gewrichten hebben?
M: Dat zou met elkaar samen kunnen hangen.
K: Dat zou wel fijn zijn als daar iets aan gedaan kan worden, want die ontstekingen zijn best wel pijnlijk en dus onnodig?
M: Dat zou kunnen, maar ik weet dat niet.
K: Ik weet dat ook niet, ik ken het niet anders. Dank je wel voor dit gesprek, was leuk met een mens te praten.
M: Ik heb ook van je genoten, dank je wel.
230612

Vrijgeestige katten

Er zijn katten die zowel vrij dier willen zijn als ook verbinding met mensen willen aangaan. Zij zien de voordelen van mensen maar houden ook van hun vrijheid. Wat kan er zoal in dat soort katten omgaan?

Een kater laat heel mooi zien dat mensen dingen organiseren en dat hij daar profijt van kan hebben. Ze hebben armen en benen (die liet hij als lange bungelende dingen zien waar ze dingen mee voor elkaar krijgen) en ze slepen met dingen. Hij vindt het interessant om daar naar te kijken.

Deze kater vindt het ook heerlijk om af en toe lekker warm bij een mens te liggen.

Mensen hebben altijd eten, laat hij zien. Dat halen ze uit dozen en kastjes. Ze leggen dat voor hem neer en het loopt niet weg. De smaak van het eten vindt hij okee en zoals hij al zei: het blijft liggen, in tegenstelling tot een diertje dat hij probeert te vangen.

Een andere kat vond de mensen wel okee maar hij had helemaal geen zin in de honden. Die verstoorden hem en daar kwam zijn onafhankelijke aard boven: hij had geen zin om zich daaraan aan te passen. Dus besloot hij om een aantal huizen verderop in de tuin te gaan wonen, waar mensen eten voor hem neerzetten.

Er was een kat die steeds bij een bepaald huis rondliep. Ik zei hem dat de mensen het goed vonden als hij zich in dat huis zou komen settelen. Maar ik kreeg meteen de vraag: Waarom willen mensen me persé ergens hebben? Ik ben vrij. Ik heb hem uitgelegd dat we het zo doen als mensen: we delen de ruimte in in stukjes land, zetten daar een huis met allemaal spullen op en dan zeggen we dat dat van ons is. En de mensen bepalen wie er wel en niet mogen wonen. De kat reageerde: Het is geen fort, ik kan er zo doorheen. Met andere woorden: wat een flauwekul om zo in grenzen te denken.

En dan het katje met een handicap die een tijd in een huis gewoond heeft maar op een dag op avontuur ging. Ondanks het verdriet om het verdwijnen van het dier had de vrouw een diepgaande bewondering voor haar zucht naar vrijheid, haar drang tot ontdekken en haar onafhankelijkheid. En dat alles ondanks de handicap die zij kennelijk niet als zodanig ervaart.

Rozette, de kat die ik uit het asiel heb gehaald, is ook een mooi voorbeeld van een dier dat zowel de vrijheid wil als ook de verbinding met mensen. Ze woont nog steeds zo’n 600 meter verderop, in de struiken, waar ik twee kattenhuisjes heb neergezet. Ze vangt zelf voedsel maar geniet er ook van dat verschillende mensen haar eten komen brengen.

Ik hou me hier bewust niet bezig met de vraag wat er in mensen omgaat als ze vrije katten zien. Daar staat het internet vol van. Ik heb hier wat beweegredenen van een aantal katten laten zien. 

Ik ben een koekoeksjong

K: Ik ben een koekoeksjong en ik ben heel groot.
M: Zo jij voelt je best groot zeg. Leuk je ontmoeten, dat wilde ik graag.
K: Dat is gelukt, we hebben al enige tijd contact maar nu het echte werk. Mijn eierlegger (zeg maar zijn biologische moeder) heeft wel 21 eieren in allerlei nesten gelegd. Ze was een beetje laat met haar eieren en daardoor had ik een moeilijke start.
M: Wat bedoel je daarmee?
K: Ik bedoel dat ik later uitkwam dan de andere eieren. En dat is heel lastig want eigenlijk stopt mijn pleegmoeder met broeden zodra de eieren uit zijn gekomen. Dan gaat ze voer zoeken. Ik had geluk, ik kon er nog net op tijd uitkomen, maar had daardoor geen eieren om me heen maar jongen. Gelukkig was ik al een groter toen ik uit het ei kwam en daardoor kon ik mijn snavel al verder openen en het meeste voer krijgen.
M: Hoe ben je dan opgegroeid? Met al je pleegbroers en -zussen?
K: Ben je mal, nee. Zodra ik kon heb ik ze een voor een over de rand van het nest geduwd.
M: Vind je dat niet gemeen, anderen doden voor jouw overleven?
K: Nee, geen sprake van. Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren. En weet je, als mijn fysieke lichaam daar in dat nest die dingen doet, ben ik nog niet echt in mijn lijf, dat komt pas wat later, dus mag je het mij ook niet kwalijk nemen dat mijn lijf dat doet.

Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren

M: Ik weet niet of ik dat niet een te gemakkelijke verklaring vind. Aan de andere kant begrijp ik dat het je overlevingsdrang is die je dit laat doen, dus heb ik er geen oordeel over.
K: Dat is mooi, want het verandert niets of jij nu wel of geen oordeel hebt.
M: Ik probeer te begrijpen waarom het zo werkt als het werkt. Heb je er enig gevoel bij dat je drang je maakt tot iemand die anderen dood.
K: Wat is dat nu voor een onzin. Het leven bestaat uit opeten of opgegeten worden. Ik leef van het opeten van insecten en daar brengen mijn pleegouders me mee groot, denk je daar ook zo over?
M: Je hebt volkomen gelijk, je hebt me overtuigd, ik heb een hypocriet gevoel in deze. Excuses, ik wilde je niet kwetsen.
K: Je hebt me niet gekwetst, maar je hebt gewoon een kromme redenering.
M: Terugkomend op iets wat je eerder zei. Ik zit nog niet in mijn lijf, dat komt later. Wat bedoel je daarmee?
K: Ik kom als (deel van een groeps)ziel in mijn lijf nadat ik uit het nest ben en ik, zoals je op de foto ziet door een van mijn pleegouders gevoerd wordt. Dan heb ik pas goede overlevingskansen. Daarvoor gaat het te vaak mis in het opgroeien om er al in te gaan zitten. We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt.

We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt

M: Dat is boeiende informatie. Ik had geen idee dat het zo werkte. Wil je nog wat vertellen?
K: Ja, ik ben blij met dit gesprek want wij koekoeken hebben een slecht imago omdat we doen wat we doen en waar jij ook moeite mee had. Wij zijn eigenlijk hele leuke vogels en iedereen kan wel genieten van onze zang, maar heeft dan toch weer een oordeel over hoe we groot gebracht worden. En ik heb laten zien dat jullie een hypocriet oordeel hebben, zeker de vleeseters onder jullie. Maar jij had dat blijkbaar ook.
M: Dank je wel voor alles wat je verteld hebt. Ik ben blij met het gesprek.
230608

Mijn eerste ervaring

Uit ´Diercommunicatie in de praktijk´ – 2008

Je vergeet wel eens dingen dus het was erg leuk dat ik onderstaand verhaal in mijn eigen boekje teruglas.

“Mijn eerste ervaring met informatie doorkrijgen aan de hand van een voorwerp was een zeer intense. Ik voelde een enorm verdriet dat ik niet kon plaatsen en kon het niet helpen dat ik moest huilen. De paardeneigenaar kon het verdriet wel meteen plaatsen. Ze had haar paard destijds gekocht om mee te fokken maar er bleek genetisch iets mis te zijn waardoor het onverantwoord zou zijn om de merrie een veulen te laten krijgen. De eigenaar wist niet dat het de merrie nog steeds zo’n verdriet deed want het gaat heel goed met het dier. Kennelijk was dit toch wat het dier ten diepste bezighield en wat ze kwijt wilde. Pas tien uur later leek er iets uit mijn ribbenkast te ploppen en was ik de emotie van het paard kwijt. De docente verweet zichzelf achteraf dat ze dit niet voldoende had opgemerkt. Anders had ze me geholpen onze energieën weer te scheiden.”