Vrijgeestige katten

Er zijn katten die zowel vrij dier willen zijn als ook verbinding met mensen willen aangaan. Zij zien de voordelen van mensen maar houden ook van hun vrijheid. Wat kan er zoal in dat soort katten omgaan?

Een kater laat heel mooi zien dat mensen dingen organiseren en dat hij daar profijt van kan hebben. Ze hebben armen en benen (die liet hij als lange bungelende dingen zien waar ze dingen mee voor elkaar krijgen) en ze slepen met dingen. Hij vindt het interessant om daar naar te kijken.

Deze kater vindt het ook heerlijk om af en toe lekker warm bij een mens te liggen.

Mensen hebben altijd eten, laat hij zien. Dat halen ze uit dozen en kastjes. Ze leggen dat voor hem neer en het loopt niet weg. De smaak van het eten vindt hij okee en zoals hij al zei: het blijft liggen, in tegenstelling tot een diertje dat hij probeert te vangen.

Een andere kat vond de mensen wel okee maar hij had helemaal geen zin in de honden. Die verstoorden hem en daar kwam zijn onafhankelijke aard boven: hij had geen zin om zich daaraan aan te passen. Dus besloot hij om een aantal huizen verderop in de tuin te gaan wonen, waar mensen eten voor hem neerzetten.

Er was een kat die steeds bij een bepaald huis rondliep. Ik zei hem dat de mensen het goed vonden als hij zich in dat huis zou komen settelen. Maar ik kreeg meteen de vraag: Waarom willen mensen me persé ergens hebben? Ik ben vrij. Ik heb hem uitgelegd dat we het zo doen als mensen: we delen de ruimte in in stukjes land, zetten daar een huis met allemaal spullen op en dan zeggen we dat dat van ons is. En de mensen bepalen wie er wel en niet mogen wonen. De kat reageerde: Het is geen fort, ik kan er zo doorheen. Met andere woorden: wat een flauwekul om zo in grenzen te denken.

En dan het katje met een handicap die een tijd in een huis gewoond heeft maar op een dag op avontuur ging. Ondanks het verdriet om het verdwijnen van het dier had de vrouw een diepgaande bewondering voor haar zucht naar vrijheid, haar drang tot ontdekken en haar onafhankelijkheid. En dat alles ondanks de handicap die zij kennelijk niet als zodanig ervaart.

Rozette, de kat die ik uit het asiel heb gehaald, is ook een mooi voorbeeld van een dier dat zowel de vrijheid wil als ook de verbinding met mensen. Ze woont nog steeds zo’n 600 meter verderop, in de struiken, waar ik twee kattenhuisjes heb neergezet. Ze vangt zelf voedsel maar geniet er ook van dat verschillende mensen haar eten komen brengen.

Ik hou me hier bewust niet bezig met de vraag wat er in mensen omgaat als ze vrije katten zien. Daar staat het internet vol van. Ik heb hier wat beweegredenen van een aantal katten laten zien. 

Ik ben een koekoeksjong

K: Ik ben een koekoeksjong en ik ben heel groot.
M: Zo jij voelt je best groot zeg. Leuk je ontmoeten, dat wilde ik graag.
K: Dat is gelukt, we hebben al enige tijd contact maar nu het echte werk. Mijn eierlegger (zeg maar zijn biologische moeder) heeft wel 21 eieren in allerlei nesten gelegd. Ze was een beetje laat met haar eieren en daardoor had ik een moeilijke start.
M: Wat bedoel je daarmee?
K: Ik bedoel dat ik later uitkwam dan de andere eieren. En dat is heel lastig want eigenlijk stopt mijn pleegmoeder met broeden zodra de eieren uit zijn gekomen. Dan gaat ze voer zoeken. Ik had geluk, ik kon er nog net op tijd uitkomen, maar had daardoor geen eieren om me heen maar jongen. Gelukkig was ik al een groter toen ik uit het ei kwam en daardoor kon ik mijn snavel al verder openen en het meeste voer krijgen.
M: Hoe ben je dan opgegroeid? Met al je pleegbroers en -zussen?
K: Ben je mal, nee. Zodra ik kon heb ik ze een voor een over de rand van het nest geduwd.
M: Vind je dat niet gemeen, anderen doden voor jouw overleven?
K: Nee, geen sprake van. Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren. En weet je, als mijn fysieke lichaam daar in dat nest die dingen doet, ben ik nog niet echt in mijn lijf, dat komt pas wat later, dus mag je het mij ook niet kwalijk nemen dat mijn lijf dat doet.

Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren

M: Ik weet niet of ik dat niet een te gemakkelijke verklaring vind. Aan de andere kant begrijp ik dat het je overlevingsdrang is die je dit laat doen, dus heb ik er geen oordeel over.
K: Dat is mooi, want het verandert niets of jij nu wel of geen oordeel hebt.
M: Ik probeer te begrijpen waarom het zo werkt als het werkt. Heb je er enig gevoel bij dat je drang je maakt tot iemand die anderen dood.
K: Wat is dat nu voor een onzin. Het leven bestaat uit opeten of opgegeten worden. Ik leef van het opeten van insecten en daar brengen mijn pleegouders me mee groot, denk je daar ook zo over?
M: Je hebt volkomen gelijk, je hebt me overtuigd, ik heb een hypocriet gevoel in deze. Excuses, ik wilde je niet kwetsen.
K: Je hebt me niet gekwetst, maar je hebt gewoon een kromme redenering.
M: Terugkomend op iets wat je eerder zei. Ik zit nog niet in mijn lijf, dat komt later. Wat bedoel je daarmee?
K: Ik kom als (deel van een groeps)ziel in mijn lijf nadat ik uit het nest ben en ik, zoals je op de foto ziet door een van mijn pleegouders gevoerd wordt. Dan heb ik pas goede overlevingskansen. Daarvoor gaat het te vaak mis in het opgroeien om er al in te gaan zitten. We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt.

We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt

M: Dat is boeiende informatie. Ik had geen idee dat het zo werkte. Wil je nog wat vertellen?
K: Ja, ik ben blij met dit gesprek want wij koekoeken hebben een slecht imago omdat we doen wat we doen en waar jij ook moeite mee had. Wij zijn eigenlijk hele leuke vogels en iedereen kan wel genieten van onze zang, maar heeft dan toch weer een oordeel over hoe we groot gebracht worden. En ik heb laten zien dat jullie een hypocriet oordeel hebben, zeker de vleeseters onder jullie. Maar jij had dat blijkbaar ook.
M: Dank je wel voor alles wat je verteld hebt. Ik ben blij met het gesprek.
230608

Mijn eerste ervaring

Uit ´Diercommunicatie in de praktijk´ – 2008

Je vergeet wel eens dingen dus het was erg leuk dat ik onderstaand verhaal in mijn eigen boekje teruglas.

“Mijn eerste ervaring met informatie doorkrijgen aan de hand van een voorwerp was een zeer intense. Ik voelde een enorm verdriet dat ik niet kon plaatsen en kon het niet helpen dat ik moest huilen. De paardeneigenaar kon het verdriet wel meteen plaatsen. Ze had haar paard destijds gekocht om mee te fokken maar er bleek genetisch iets mis te zijn waardoor het onverantwoord zou zijn om de merrie een veulen te laten krijgen. De eigenaar wist niet dat het de merrie nog steeds zo’n verdriet deed want het gaat heel goed met het dier. Kennelijk was dit toch wat het dier ten diepste bezighield en wat ze kwijt wilde. Pas tien uur later leek er iets uit mijn ribbenkast te ploppen en was ik de emotie van het paard kwijt. De docente verweet zichzelf achteraf dat ze dit niet voldoende had opgemerkt. Anders had ze me geholpen onze energieën weer te scheiden.”

Fazant op Texel

M: Dag fazant, mag ik met je praten?
F: Dat lijkt me leuk.
M: Hoe weet ik nu dat ik met de gehandicapte fazant spreek die ik enkele dagen terug gefotografeerd heb?
F: Dat is niet zo moeilijk, jij denkt sterk aan mij en we hebben contact want ik voel jouw aandacht op mij gericht.
M: Hoe komt het dat jij mank loopt?
F: Moet nu juist daar jouw aandacht heen gaan?
M: Sorry, als je dat naar vindt, dan gaan we het over wat anders hebben. Wij vonden je een hele mooie vogel en je hebt een prachtig glanzend verenkleed.
F: Ja, dat is waar. Ik ben ook wel trots op mijn mooie veren, ze glanzen mooi en zitten netjes. Ik verzorg me dan ook goed. Ik wil je wel antwoord geven op je vraag over waarom ik mank loop, maar voor mij is dat gewoon zoals ik ben, er is niets bijzonders aan. Het is gekomen doordat ik enkele voortenen ben kwijtgeraakt, die zijn ergens in vast komen te zitten. Dan moet je jezelf zien te bevrijden of je moet geholpen worden. Ik heb mijzelf bevrijd en dat was pijnlijk, maar ik kan prima functioneren zonder die voorste tenen.
M: Hoe is het leven voor jou op het eiland?

En natuurlijk weet je bij mensen nooit wie je vijand is of wie je vriend. Je ziet wel aan de uitstraling van mensen wat voor soort het is, maar toch kunnen mensen onverwacht eng zijn en niet te vergeten hun loslopende honden

F: Aangenaam. Het is een goed leven hier, er zijn maar weinig vijanden op dit eiland. Vossen zijn er niet, katten zijn er wel, maar die laten ons bijna altijd met rust, alleen kleine fazantjes hebben echte natuurlijke vijanden op Texel. Van katten tot roofvogels, maar als je leert goed op te letten, kun je hier heel goed leven. En natuurlijk weet je bij mensen nooit wie je vijand is of wie je vriend. Je ziet wel aan de uitstraling van mensen wat voor soort het is, maar toch kunnen mensen onverwacht eng zijn en niet te vergeten hun loslopende honden. Maar die kan ik altijd voor blijven. Wij kennen alle sluipweggetjes door het struikgewas en de honden kunnen daar zelden komen. Maar om weg te vliegen hebben we een wat langere aanloop nodig, dus sluipen we liever weg.
M: Dank voor je gesprek of wil jij nog wat zeggen?
F: Ja, jullie mogen best wat meer voedsel laten slingeren. Wij genieten er van. Dus je hoeft niet alles in gesloten containers weg te gooien. Gooi je oude brood maar gewoon in het bos in de struiken. Mag gerust, er zijn veel dieren die daar van kunnen genieten.
M: Ik zal er om denken en inderdaad hebben we wel eetbare zaken over die we in het bos kunnen achterlaten. Dank voor de tip.
F: Graag gedaan en tot de volgende keer.

 

Kat helpt mens

Mijn moeder ligt in het ziekenhuis en we hebben een paar intensieve dagen gehad. Vandaag staan er gesprekken met dieren gepland en ik twijfel of ik ze moet afzeggen. Heb ik de concentratie wel of zit mijn hoofd te vol? Ik besluit dat ik het erop ga wagen.

De kat wil mij eerst bekijken en als een dier dat wil, geef ik altijd de ruimte om mij te ‘scannen’ zodat het weet met wie het te maken heeft. Dit katje neemt rustig de tijd en blijft haken bij een zere plek in m’n hoofd. “Een zorgenplek,” concludeert ze. Tjesses, ik ben degene die ingehuurd wordt om te helpen, ik hoef zelf geen hulp.

Maar zoals dat gaat bij dieren: ze zwijgen net zo lang tot ik de mens vertel wat er op dit niveau gebeurt. Dus ik moet de kat en de mens wel vertellen dat mijn moeder in het ziekenhuis ligt en ik overwogen heb om het gesprek af te zeggen.

We gaan verder met het gesprek en de zere plek in mijn hoofd is weg ….

Pulletje

Bij een vriend van me zijn er pulletjes geboren, eenden kuikens, op het terras van zijn drijvende huis. Ze waren erg trots op het uitkomen van de eieren en de jonge pulletjes die ineens op het terras verschenen en daarna één voor één naar benden sprongen om in het water te geraken.

M: Dag pulletjes, met wie van jullie mag ik spreken?
P: Ik ben beschikbaar.
M: Wie ben jij dat je beschikbaar bent? Kom jij van het dakterras en sta je op de foto?
P: Ja, ik sta op de foto en ben de voorste met de gele buik. Wat wil je weten?
M: Ik wil een beetje snappen hoe jouw leven begonnen is en hoe het nu, enkele dagen later is. Kun je me daar iets over vertellen?
P: Ja, dat kan. Ik heb een tijdje, net als de anderen in een ei gelegen onder de warme veren van mijn moeder. Dat was een fijne plek, maar het werd wel steeds krapper en uiteindelijk moest ik wel het ei kapotmaken omdat ik er gewoon niet meer in paste.
M: Zat je van het begin af aan in het ei of ben je er later in gekomen?
P: Ja wat later. Maar ik weet ook niet hoe dat gegaan is. Ineens zat ik in dat ei, terwijl ik een tijdje daar voor nog aan het overwegen was wat ik wilde. Ik denk dat ik keuzes had, maar weet dat niet meer zeker. Ik weet als belangrijkste dat ik ineens in dat ei zat en dat het best aangenaam was, tot het te krap werd. Ik ben eruit gegaan en merkte dat mijn broertjes en zusjes er ook uit kwamen, dat was niet allemaal tegelijk, maar toch wel binnen enkele uren waren we er allemaal uit. En toen vloog mijn moeder ineens weg en lag ze diep beneden in het water te roepen.
M: Hoe voelde dat dat je moeder ineens weg was en jullie riep om te komen?

We waren eigenlijk allemaal een beetje in paniek. Wat moesten we nu doen?

P: Dat was raar. We waren eigenlijk allemaal een beetje in paniek. Wat moesten we nu doen? Ik sta hier wel voorop, maar ben eigenlijk niet de held van de familie. Dus liepen we een beetje zoekend naar de rand van het platform waar we op zaten. En daar helemaal beneden riep onze moeder dat we moesten komen. We liepen aan de rand van het platform/terras en zagen moeder in het water liggen, maar hoe kom je daar? Een paar dappere zusjes sprongen naar beneden en flapperden met hun stompjes, maar dat hielp niets, ze vielen gewoon in het water. Na enkele aanlopen viel ik ook over de rand en flapperde ik ook hopeloos met mijn stompjes. Maar gelukkig was de landing in het water eigenlijk best wel goed en ik maakte dat ik bij mijn moeder kwam. Tot mijn verbazing kon ik met mijn pootjes niet alleen lopen maar minstens zo goed zwemmen en zo konden we allemaal achter moeder aan zwemmen. Op sommige plekken mochten we wat vrijer zwemmen en slobberen in het water en dan blijven er stukjes eten in je snavel achter. Zo kunnen we ons vanaf de eerste dag zelf voeden. Dat is wel wennen, maar ook wel leuk dat zelf naar eten zoeken. Maar er is ook gevaar op alle onverwachte plekken. Er zijn grote bruine beesten die uit het water komen en je pakken en dan verdwijnt er een broertje of zusje of er zijn ook vogels die je proberen te pakken. Je moet dus goed opletten en vooral ook in de buurt van moeder blijven. Soms heb ik wel de neiging me te verliezen in dat wat ik aan het doen ben, maar dan roept moeder ineens een waarschuwing dat je moet komen en dan zwem ik heel hard naar moeder toe. Maar helaas zijn we al met minder dan toen we begonnen.
M: Dank je wel voor dit mooie verhaal. Ben jij nog wel in leven?
P: Ja, ik ben gewoon in leven en dat wil ik ook blijven dus pas ik goed op.
M: Wil je nog iets zeggen of was dit het?
P: Dank je wel aan mijn stiefouders van de huisboot voor de gastvrijheid.

230502

Danger

“Schrijf es wat vaker over de gesprekken die je hebt met mensen en hun dier,” zegt Eddy wel eens tegen me. Ik weet dat dat heel boeiend is, maar ik vind het niet kunnen omdat er zoveel subtiliteit en persoonlijke dingen boven komen. Toch begrijp ik dat het voor AnimalTalks heel interessant is om meer te horen van de huisdieren. En ineens ging er vanmorgen een licht bij me op. In 2008, 15 jaar geleden, heb ik een boekje geschreven over diercommunicatie en heb ik diverse tolken geïnterviewd. Dat is allemaal al met toestemming gepubliceerd dus waarom niet onderwerpen uit dat boekje hier plaatsen?

Uit: Diercommunicatie in de praktijk / wat wil uw dier u laten weten?

“Danger was een bijzonder agressieve, onbenaderbare hond waar zowel de huidige eigenaar, dierenartsen en gedragstherapeuten geen raad mee wisten. Er werd de eigenaar geadviseerd om hem af te maken. De eigenaar was echter de mening toegedaan dat een hond van nature niet vals is en nam contact op met mij.

Het bleek dat de hond extreem mishandeld was waardoor hij zo vals geworden was. Hij had als levensmotto dat de aanval de beste verdediging is. Daardoor moest hij altijd alert en op zijn hoede zijn. Hij had een ernstig slaaptekort en was bekaf, wat hem tegen het psychotische aan bracht. Van binnen was hij echter een angstige, onzekere en zeer getraumatiseerde hond.

We zijn tot de deal gekomen dat als hij zijn best zou doen om niet meer te bijten, hij een andere naam zou krijgen. Hij is namelijk geen gevaar. Doordat we naar het dier hebben geluisterd, voelde hij zich begrepen.

Vanwege de ernst van de situatie is op mijn verzoek nog een keer een gesprek geweest en daarin bleek dat het leven van de hond wezenlijk veranderd is. Hij is inmiddels een schoothond geworden en zijn eigenaar geniet enorm van hem. Zijn naam is nu Angel.”

Hyronimus 20: Over een dierencommunicatie boek

M: Dag Hyronimus, mag ik weer met je praten? Het is al weer lang geleden en we missen je wel nu we niet meer zo dicht bij elkaar wonen.
H: Natuurlijk kunnen we met elkaar communiceren, graag zelfs. Ik heb me de afgelopen weken een aantal keren aan je laten zien als herinnering dat we weer eens kunnen praten en dat is dan nu het geval.
M: Waar zou jij het over willen hebben?
H: Meestal ben jij degene die de vragen stelt, maar ik wil wel een aanzet geven voor een onderwerp. Je bent bezig met een boek over onze gesprekken. Hoe schiet dat op?
M: Jij weet altijd de vingen op de zere plek te leggen. Dat schiet niet zo hard op, eigenlijk ligt dat al weer een tijdje stil.
H: Kun je niet een keer een aantal dagen achtereen aan dit boek werken, zodat je de basis hebt staan en dan kun je doorgaan met de fijn slijperij, zoals dingen toevoegen waar je al mee bezig was, zoals foto’s en weetjes. Zet eerst alle teksten er maar in. En vergeet vooral niet om er een interessant voor-woord aan toe te voegen, een stuk dat jouw verhaal vertelt over dieren communicatie.
M: Ja, dat is een denkbare gedachte. Ik zal het in moeten plannen tussen alle drukke werkzaamheden, maar het moet kunnen.

Doe dat dan en stel het niet uit.

H: Doe dat dan en stel het niet uit. Dit moet je binnen twee weken gereed kunnen maken en dan heb je de structuur staan. Vanuit die structuur kun je verder werken.
M: Dat ga ik proberen wilde ik zeggen, maar dan weet ik al wat jij zegt, niet proberen maar gewoon doen. Dus dat ga ik doen.
H: En ga nu reeds nadenken over hoe je het boek gepubliceerd krijgt en hoe je het aan de grote klok hang. De tijd is wel rijp voor dierencommunicatie gezien de verschillende media die aandacht beste-den aan andere vormen van communicatie en waarbij de natuur een grote rol speelt.
M: Mag ik dan nog een vraagje stellen over een grote twijfel van mij? Nu heb ik voorzien om alleen de gesprekken met jou op te nemen, maar er zijn hoofdstukken, zoals de oorlog in Oekraïne, waar ik ook heel mooi enkele andere gesprekken in zou kunnen opnemen? Wat vind jij daarvan? Dan gaat het niet meer alleen over jou, maar meer over dierengesprekken.

Dit boek gaat niet over mij maar over communiceren met dieren

H: Dit boek gaat eigenlijk niet over mij maar over communiceren met dieren en dan past dat er heel goed in. En misschien moet je de titel ook aanpassen en niet naar mij noemen maar de nadruk leggen op dieren communicatie, waardoor je de vrijheid hebt ook andere gesprekken op te nemen. Het zal het boek alleen maar interessanter maken.
M: Waarschijnlijk heb je daar wel gelijk in. Dank voor deze uitleg. Wil jij nog wat toevoegen?
H: De promotie voor het boek moet je heel goed aanpakken want dit gaat niet over jou of mij, maar over de geloofwaardigheid van dierencommunicatie. Dus denk daar nog eens heel goed over na, vraag desnoods professionele hulp.
M: Dank je wel.
H: Graag gedaan, tot binnenkort weer.
230422

Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf.

Als ik ’s morgens de houtkachel aansteek, komt  de hond er altijd bij en schurkt zich blij en verwachtingsvol tegen me aan. ‘Ja,’ zend ik met een telepathische grijns naar hem uit, ‘jij kunt geen kachel aansteken.’ Ik krijg heel rustig terug: ‘Nee, inderdaad, maar ik kan andere dingen.’ Hij geeft door dat hij altijd blaft als er mensen komen en ik antwoord met een dankbaar complimentje zijn kant op. Nu ik hem toch ‘aan de lijn’ heb, wat helemaal niet vaak zo bewust gebeurt, vertel ik hem dat ik een boek aan het schrijven ben over deze vorm van communiceren met dieren. Ik krijg het beeld terug van een mergbotje: die wil hij wel weer eens hebben, dan heeft hij ook wat te doen als ik lang achter de computer zit. Ik beloof die te gaan kopen en vraag wat hij ervan vindt dat ik dit allemaal schrijf. ‘Het is voor een hoger doel,’ hoor ik. De hond vindt het belangrijk dat er kennis van dieren overgebracht wordt: ‘Mensen zijn vaak zo gevoelsarm, ze moeten leren dieren serieus te nemen. Dieren zijn geen voetvegen.’

 

Ook de papegaai vindt het tijd worden dat mensen naar dieren luisteren: ‘Dieren hebben een scala aan gevoelens. Mensen gaan daar vaak zo bot mee om. Deze vorm van communiceren met ons moet de wereld in. Wij moeten een stem hebben. Vertel de mensen over ons! Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf. Wij willen gehoord worden. Luister naar dieren! Mensen hebben niet het alleenrecht van spreken. Je zult op weerstand stuiten, maar dan kom je maar weer met mij babbelen.’

Een van de katten vindt het leuk dat ik met ze communiceer. Volgens haar is er nog veel werk te doen op dit gebied: ‘Dieren moeten bevrijd worden van het stempel dat mensen hen gegeven hebben. Dan kunnen dieren hun aardse taak voor mensen beter vervullen omdat ze meer ingangen hebben. Mensen raken zo verward in elkaar. Dieren zijn puur, laten mensen hun ware bestemming zien, waardoor mensen ook zorgvuldiger met elkaar kunnen leren omgaan. Mensen maken er absoluut een zootje van. Dieren hebben de taak mensen op te richten, te genezen, zuiver te maken. Maar dan moeten dieren wel eerst bevrijd zijn van aardse beslommeringen en ongemakken. Dieren moeten hun plaats krijgen.’

Uit: In de Stilte hoor je alles

Stalbrand – 9.000 varkens omgekomen: wat vindt het varken zelf?

Helaas horen we deze berichten vele malen per jaar, een stalbrand waarbij dieren omkomen. Volgens Wakker Dier zijn er de afgelopen 15 jaar ruim 250 stalbranden geweest en zijn daarbij 2,4 miljoen dieren omgekomen. Natuurlijk is dat een schijntje vergeleken bij het aantal dieren dat jaarlijks geslacht wordt in Nederland, dat zijn er namelijk 1,7 miljoen per dag, vooral kippen, maar ook varkens en runderen. Maar toch, dit is een hele andere dimensie van doodgaan. Ik ben benieuwd hoe de varkens deze brand zelf ervaren hebben.

M: Ik zou graag willen praten met een varken dat deze stalbrand heeft meegemaakt, is dat mogelijk?
V: Je mag met mij praten, ik was erbij en ik ben verbrand samen met mijn 14 biggetjes.
M: Wat erg dat dit je overkomen is. Kun je me iets vertellen over jullie gewone leven voor de brand?
V: Ja, dat kan. We woonden in een stal met veel andere varkens, maar geen megastal zoals jullie dat noemen. De boer en zijn personeel zijn best aardig, maar zijn opgegroeid in een manier van doen met dieren die niet bepaald diervriendelijk is. Zij weten niet echt beter, maar waren ook niet echt geïnteresseerd om het beste voor de dieren te doen, het is een bedrijf en dat moet produceren. Dat betekent dat wij zeugen in kleine hokjes liggen om te baren en als dat gebeurd is dan zijn de biggen bij ons, maar wij kunnen ons niet echt meer bewegen. Een betrekkelijk korte tijd zijn we een soort biggen productiemiddel en dan zijn we klaar en gaan we naar de slacht. Dat lot kennen we en daar zijn we niet echt blij mee, maar dat is zoals het is. Wij kunnen dat niet veranderen, dat moeten jullie mensen doen. Wij kunnen niet anders dan onze omstandigheden accepteren.
M: Dat begrijp ik, jullie kunnen als varkens dat niet veranderen en wij mensen zullen dat moeten doen. Er begint wel wat te veranderen in de mening van mensen, steeds meer mensen zien jullie dieren, dus ook jullie varkens als mede bewoners van onze planeet Aarde en zijn van mening dat we jullie veel en veel beter zouden moeten behandelen. Maar daarmee is het nog niet veranderd, maar dat gaat wel komen. Helaas hebben jullie varkens, kippen en koeien daar nu nog niets aan.
Kun je vertellen hoe de brand was vanuit jouw perspectief?

Bij ons dieren brak enorme paniek uit, vooral bij de biggen die er helemaal niets van snapten. Je weet niet wat het is, maar je kunt ineens nauwelijks meer ademhalen.

V: Ja dat kan ik en ik ben blij dat je me dit enkele dagen later vraagt, want eerder was ik er nog veel te emotioneel onder. De brand brak midden op de dag uit, ik heb geen idee waarom. Ineens was er overal rook en daarna kwamen de vlammen. Bij ons dieren brak enorme paniek uit, vooral bij de biggen die er helemaal niets van snapten. Je weet niet wat het is, maar je kunt ineens nauwelijks meer ademhalen. Ademen is toch al moeilijk in de stallen omdat ze benauwd zijn, maar dit was anders en je kon ook niets meer zien. De boer heeft zijn best gedaan om iets tegen de rook te doen, maar dat lukte niet, het vuur kwam heel snel opzetten. Wij varkens zitten opgesloten in onze hokken en kunnen onmogelijk daar uit komen. De biggen kunnen wel vrij bewegen rondom ons, maar ze zijn zo bang dat ze allemaal op en of onder mij proberen te kruipen en ik zou ze heel graag willen beschermen, maar dat kan ik niet, ik kan niet eens gaan staan om ze te beschermen. Dus het overkomt je terwijl je niets, helemaal niets kunt doen. Dat is super frustrerend, want je zou je biggen voor alles willen beschermen. Je kun alleen maar gillen, want zelf was ik natuurlijk ook in paniek. En dan komt het einde heel snel. Eigenlijk ben je door de rook al zo ver verdoofd dat je niets voelt van het vuur dat je lichaam verbrandt. En dan is alles over. Je bent niet meer in de stal, je bent vrij en voelt geen pijn meer, maar je bent totaal in de war waar je wel bent. Dat heb ik nog niet opgelost, ik weet het nog niet, maar ik voel dat ik geholpen word om verder te komen, ook mijn biggen zijn ergens hier.
M: Wat een ingrijpend verhaal. Ben je boos op iemand die dit jou heeft aangedaan?
V: Nee, op wie zou ik nu boos moeten zijn? Dit gebeurt, daar kan niemand iets aan doen toch? Het einde is eerder gekomen en anders dan wat ik verwacht had. Het zij zo.
M: Dank je wel voor dit eerlijke verslag. Wil je nog iets vertellen?
V: Ja, maken jullie mensen maar haast met dat aanpassen van hoe jullie met productiedieren omgaan, zoals jullie ons noemen.
230408