Baby E / 2

Ik heb momenteel weinig tijd voor diergesprekken, dus mijn blog van gisteren is er ook al bij in geschoten, helaas. Om jullie niet nog langer te laten wachten een gesprek dat ik enige jaren geleden met mijn kleindochter had toen ze nog net geen half jaar oud was. 

M: Dag meisje, mag ik weer met je praten?
E: Ja zeker, ik wilde al met je praten toen je enkele dagen geleden bij me was, maar daar was je niet gevoelig voor. Je was alleen maar met mijn fysieke verschijning bezig.
M: Nou dan maar weer op deze manier. Zo hebben we allebei een rustig moment om te praten.
E: Voor jou misschien wel, maar voor mij niet. Ik zit in ons nieuwe huis en jullie oude huis en ik kan niet wachten tot we er eindelijk gaan wonen. Mijn pappa en mamma zijn druk bezig om alles piekfijn in orde te maken, maar dat is weer de fysiek. Ze zouden ook aan de energetische invulling moeten werken. Het is een fijne plek, maar er moet toch veel aandacht gegeven worden aan de energie van de plek. Die is bijzonder genezend, maar moet ontsloten worden door mijn ouders, door allebei en ze kunnen het ook allebei als ze zich daar op richten. Jij hebt het gevoel dat pappa misschien niet zo spiritueel is, maar dat is hij wel. Hij doet heel nuchter en is door zijn opleiding natuurlijk wel wat gedeformeerd in westers denken, maar gelukkig heeft hij veel mee gekregen van zijn reizen naar Azië. Daarom kan hij ook sceptisch, maar toch open staan voor jouw ideeën inzake praten met dieren en nu met mij.
Ja doe maar. Ik merk dat je denkt dat je de foto die je als kenmerk van deze gesprekken hebt overweegt te vervangen door de halo foto. Doe maar, dat is een bijzondere foto.
M: Daar dacht ik inderdaad aan, grappig dat je dat meteen weet.
E: Ja zo werkt dat aan de spirituele kant van het leven. Je hoeft gedachten niet uit te spreken, ze zijn er gewoon. In jouw hoofd en in je hart als je de juiste gedachten hebt. En ook in de ether en daarmee voor iedereen die daar kan vertoeven op te pakken.
M: Sorry dat ik je moet onderbreken, je bent net zo lekker op dreef, maar ik moet broodjes gaan afbakken omdat jij en je ouders er aan komen. Tot binnenkort.
E: Wacht niet te lang.
201218

De eenden aan boord

Ik wil weer eens babbelen met de eenden aan boord. Waar er eerst een aantal kwamen, is het nu al wekenlang behoorlijk rustig en zijn het steeds twee dezelfde eenden.

“Moeten we alweer praten?” hoor ik als ik contact maak. Ik begrijp dat het een menselijke behoefte is van mij en zowel verontschuldigend als verdedigend leg ik uit dat ik het intrigerend vind hoe zij leven.

“Wat dan?”

“Nou, jullie gefixeerdheid op het schip bijvoorbeeld.”

De eenden laten zien dat het hetzelfde is als eenden in een park en mensen die komen voeren: het is heel makkelijk binnenhalen. Dat begrijp ik meteen en zoals het gaat in een contact met dieren volgt er geen verdere uitleg of blabla.

“Hoe zit het met de andere eenden?” vraag ik. “Waarom zijn alleen jullie twee er nog?”

“Wij settelen,” klinkt het stellig.

Het klopt inderdaad dat dit vrouwtje en dit mannetje de enige trouwe bezoekers zijn. Eigenlijk voelt het niet als bezoekers maar als mede-scheepsbewoners want ze zijn er altijd. Of op het schip of in het water rondom het schip. Als ik vanaf het pad aan de wal kom aanlopen zien ze me al en vliegen ze uit het water om als eersten op het schip te zijn.

Ik merk op dat het voelt alsof het vrouwtje de leider is en het mannetje volgt. Dat beamen ze en ze laten zien dat ze samen sterk zijn.

“Ga jij dit jaar aan boord een nest maken?” vraag ik het vrouwtje. “Ik ben wel aan het onderzoeken,” hoor ik en het klopt inderdaad dat ik haar op het begroeide dak van de roef heb zien scharrelen en zitten. Het zal haar eerste nest zijn omdat ze nog geen jaar oud is en ik vraag me af hoe ze dat gaat doen. Meteen geeft ze me door dat ze er naar uit kijkt en ze weet gewoon dat ze het kan.

“Hoe is het deze winter met je tong gegaan?” wil ik weten. Het vrouwtje laat meteen weten dat ik zit te zaniken over het feit dat haar tong uit haar snavel hangt. “Rustig maar, het is voor mij alleen maar makkelijk dat ik je daar aan kan herkennen. Anders haal ik jullie door elkaar.”

Ik laat het beeld zien dat ik twee mannetjes een keer heb zien vechten aan boord en dat ik dat er heftig aan toe vond gaan. Als ik de reactie van dit mannetje voel heb ik sterk de indruk dat hij degene is die is weggevlogen. En dat bevestigt weer mijn gevoel dat dit mannetje niet zo heel sterk is, zelfs een beetje een bangerd.

“Jullie krijgen hier wel steeds eten, maar jullie weten toch wel dat je eigenlijk voor jezelf moet zorgen, hè?” communiceer ik in beeld. “Jaja, dit is extra, dat weten we.” Dan is het goed. Anders ga ik me er nog verantwoordelijk voor voelen om ze in leven te houden.

Ik ga deze eenden dit voorjaar met belangstelling volgen. Ik zal niet te vaak contact opnemen, maar toch nog wel een keer.

Hyronimus 19: In het hoofd van Zelensky

M: Dag Hyronimus, vandaag wilde ik graag met je hebben over de Oekraïense president Zelensky. Er zijn een hoop mensen die verschillend over hem denken.
H: Ja Eddy, we hadden al even contact over hem en al wat uitgewisseld, nu zullen we het formele gesprek voeren. Zoals ik Zelensky zie, zie ik een president die zich extreem inzet om zijn land door een onmogelijke oorlog heen te loodsen. Hij is het boegbeeld van verzet geworden in de korte tijd dat hij president is. Veel mensen beschouwen hem als een oorlogsheld en dat is hij niet. Maar hij bezit de eigenschap om een volk te leiden door een periode waarin ze een echte leider nodig hebben die ze laat zien wat er allemaal mogelijk is. En wat hij heel knap doet is de Westerse wereld bij deze oorlog betrekken. Zonder zijn zeer actieve en tactische bemoeienis bij deze oorlog zou het Westen de oorlog hebben vergeten en hem in de steek gelaten hebben na mooie woorden en weinig daden. Helaas waar het Westen om bekend staat. Het is zijn verdienste dat hij de Westerse wereld erbij betrokken houdt. Dat is knap en absoluut een vermelding waard.
M: Maar hij heeft toch ook een verleden waar corruptie aan kleeft?
H: De Westerse wereld kijkt ook naar hem met de ogen van nu en ziet dat hij niet vrij is van corruptie. Maar daar wil ik toch een kanttekening bij plaatsen. Bij jullie was het twintig jaar geleden ook heel gewoon dat artsen een reisje naar de Bahama’s of elders werden aangeboden door de medicijnfabrikanten en als je dan in naam een cursus of symposium volgde, dat had je een heerlijke week vakantie en was je daarna de fabrikant voldoende dankbaar dat je het betreffende medicijn iets gemakkelijker voorschreef dan dat van de concurrent. Dat vond iedereen gewoon. Zelfs nu nog zijn er politici, en ze staan dan wel voor de rechter, die het gewoon vinden dat voor iets hoort iets. Vergeet niet dat Zelensky uit een Sovjet omgeving komt waarin hij is opgegroeid met een zeker vorm van cliëntisme. Dus was dat normaal voor hem dat hij er zelf ook beter van werd. Daarmee is hij geen slecht mens.

Vergeet niet dat Zelensky uit een Sovjet omgeving komt waarin hij is opgegroeid met een zeker vorm van cliëntisme

M: Waarom ben je zo mild over hem?
H: Ik ben niet speciaal mild over hem, maar ik wijs je erop dat jullie misschien veel te hard oordelen over iemand die je niet mag vergelijken met jullie huidige tijd en gevoel van corruptie. Jullie voelen je als een van de braafste jongetjes van de klas, maar dat zijn jullie ook niet altijd geweest. En daarom mag je hem nu niet vergelijken met jullie normen van nu. Hij heeft aan het cliëntisme mee gedaan, maar daarmee is hij geen boef. En als je kijkt wat hij nu allemaal doet voor zijn land, dan maakt hij heel veel goed. Hij is zelf ook veel verder opgeschoven naar de Westelijke waarden dan een jaar geleden. Dat doet oorlog met je. Helaas kan oorlog ook het tegenovergestelde met je doen. Dat zie je bij de soldaten van de Wagner groep. Hier verdwijnt de menselijke kant, bij Zelensky zie je steeds meer zijn menselijke kant en hij is oprecht heel goed bezig voor zijn land.

Dat zie je bij de soldaten van de Wagner groep. Hier verdwijnt de menselijke kant, bij Zelensky zie je steeds meer zijn menselijke kant en hij is oprecht heel goed bezig voor zijn land

M: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Jij dank je wel dat je dit ‘misverstand’ ter sprake brengt waardoor ik je de verschillende kanten kon laten zien.
230205

Andere kijk

Ik heb twee blogs geschreven over Rozette, de buitenpoes. Naar mijn idee gaat het heel goed met Rozette. Maar toen ontmoette ik iemand die er heel anders naar keek. Het maakte dat ik het asiel gemaild heb waar ik Rozette uit heb gehaald:

“Nu alweer bijna 3 jaar geleden is poes Rozette uit het asiel bij jullie naar mij gekomen. Het katje ontsnapte en ik vond haar terug. Ze had een plek uitgekozen om te verblijven en daar is contact met jullie over geweest. Het verhaal is jullie vast bekend.

Gisteren trof ik een vrouw die een heel andere kijk op Rozette en de situatie had en ik was in eerste instantie flabbergasted. Hadden we het over hetzelfde dier? Zij ziet een ernstig verwaarloosd dier, onder de vlooien en wormen, vermagerd, zielig, nog in leven dankzij haar omdat ze 2x in de week eten komt brengen. Ik zie een moedige buitenkat, die het naar mijn idee prima naar haar zin heeft, op haar plek gebleven is tijdens de bouw van loodsen en het aanleggen van een stuk bestrating, die contact maakt met de mensen die haar zien, die dapper met de honden omgaat die langskomen en die goed weet te overleven.

Ik heb haar uit het asiel gehaald, dus ik voel me verantwoordelijk voor haar en ik breng elke dag eten. Op wisselende tijden omdat ik onregelmatig werk, maar ze is er bijna altijd. Ze komt aanlopen als ze me hoort, ik aai haar even (kan ik meteen voelen en zien hoe het gaat). Volgens mij gaat het helemaal goed.

Ik begrijp dat jullie op de hoogte zijn van mijn verschrikkelijke manier van omgaan met Rozette, dat de dierenbescherming op de hoogte is, dat de aangrenzende fietsenmaker (met wie ze ook iets heeft opgebouwd) de dierenbescherming ook op de hoogte gesteld heeft. Zoals ik schreef: ik was eerst flabbergasted, vervolgens voelde ik me aangevallen, toen bedacht ik me dat iedereen vanuit z’n eigen kijk gelijk heeft (want je ziet het zoals je het ziet).

Voor de duidelijkheid: ik beschouw Rozette als een vrij dier dat zelf de keuze gemaakt heeft om op deze manier te leven.  Naar mijn idee heeft ze het mooi voor elkaar (er zijn meer mensen die even bij haar langs gaan) en ik ga haar niet verplaatsen en zeker niet opsluiten in een huis of boerderij (zoals zij overwoog) om haar eerst te laten wennen en na een tig aantal weken de deuren te openen in de hoop dat ze op die plek blijft.

Zoals gezegd voel ik me wél verantwoordelijk voor haar en daarom breng ik haar elke dag eten en hebben we even een contactmoment. Overigens heb ik een tijd geleden een briefje neergelegd voor degene die haar met regelmaat voert maar daar heb ik geen reactie op gehad. Het bleek dat deze vrouw de brief heeft meegenomen en bewust niet gereageerd heeft. Ik weet niet waarom. Er lag wel eens vaker een briefje van iemand of er voor deze kat gezorgd werd en met diegene heb ik positief mailcontact gehad. Ik vermoed dat hij ook af en toe bij Rozette op bezoek gaat.  Ook jonge meiden komen haar wel eens wat brengen.

Mocht er besloten worden dat deze situatie echt niet kan en dat ze weggehaald wordt, dan werk ik daar niet aan mee maar ik wil wel graag op de hoogte zijn.”

Ik heb nog geen reactie gehad van het asiel.

Een tijdje geleden heeft een andere dierentolk ook contact gehad met Rozette en zij schrok van de reactie van deze vrouw. Wat is waar? Ze besloot om nog een keer contact te maken met Rozette en ging heel neutraal en objectief het gesprek in:

‘Voel jij je verwaarloosd Rozette?’

‘Neen! Ze moet me met rust laten. Ik heb ’n prima plek buiten en die wil ik zo houden. Ik vertrouw honderd procent op Piek want die begrijpt me en die mag voor me zorgen. Zij is mijn vrouw (in de context van haar baas) en haar vertrouw ik volledig. Ik wil vrij zijn en ik vind niet dat ik verwaarloosd ben. Ik voel me prima in de buitenlucht en ik wil niet anders dan hier blijven op deze plek. Ik heb deze plek niet voor niets uitgezocht en ik verzoek vriendelijk ervan af te blijven en de dierenbescherming er buiten te laten.’

‘Dankjewel, Rozette, dat ik je mocht benaderen.’

‘Maria…’ zegt Rozette.

‘Ja, Rozette wat is er?’, vraag ik haar.

‘Zeg even tegen Piek dat ik heel veel respect heb voor haar. Zij snapt me en geeft me de vrijheid die ik verdien. Ik hou niet van betuttelen daar word ik niet goed van. Ik red me best hier buiten en ik krijg de nodige zorg.‘

‘Oke Rozette, dat is duidelijk. Ik zal het aan Piek doorgeven. Dikke knuffel, Rozette. Wie weet kom ik je nog eens opzoeken op je plek in de buitenlucht want ik woon niet ver van je vandaan.’

‘Zou leuk zijn, Maria.’ ‘Dag Rozette.’ ‘Dag Maria.’

Koe in de wei

M: Beste koe, kunnen we weer een keertje praten? Laatst wilde jij graag praten maar kwam het mij niet uit, past het jou wel nu?
K: Jawel. Ik sta hier toch alleen maar te staan en maak me niet druk zoals jij dat doet.
M: Daar heb je gelijk in, mensen maken zich steeds druk omdat ze van alles willen en vinden dat ze dingen moeten doen.
K: Ja en daarom hebben ze nooit tijd om gewoon te leven in het nu.
M: Doe jij dat wel?
K: Ik leef uitsluitend in het nu, waarom zou je het anders willen? Ik sta hier gewoon in de wei, samen met mijn maatje en we hebben een goed leven. We hebben ruimte, krijgen aandacht van voorbijgangers en krijgen ons eten dagelijks in de winter en in de zomer kunnen we heerlijk grazen in dezelfde wei. We hebben ook beschutting en alles wat we nodig hebben. Mij hoor je niet klagen.
M: Denk je wel eens over je toekomst na?
K: Nee, waarom zou ik. Ik weet wat er gaat gebeuren over enkele jaren of over een tijdje. Mensen houden koeien zoals wij tweeën zijn voor de vacht en het vlees. Dus op een gegeven moment eindigt ons leven en worden we opgegeten en een bank of een stoel of kleding.
M: En daar maak je je niet druk om?
K: Nee, waarom zou ik. Ik kan er toch niets aan veranderen en het komt zoals het komt. Dus leven we gewoon zoals we nu leven. We staan in de wei, zien mensen en jou, langs komen en eten op onze tijd, drinken op onze tijd, wachten op onze tijd en kuieren wanneer we daar zin in hebben.

Ik kan er toch niets aan veranderen en het komt zoals het komt. Dus leven we gewoon zoals we nu leven.

M: Dus je bent wel tevreden met je leven, ondanks dat je weet dat je over een tijdje dood moet?
K: Moest dat laatste er nu bij? Ja, we zijn tevreden met ons leven en daar genieten we nu van. Zou jij ook eens moeten doen.
M: Die sneer hoefde nu ook weer niet.
K: Gelijke munt of zoiets is dat. Grapje dus.
M: Wil je nog wat zeggen?
K: Je mag wel vaker een praatje maken, iedere dag langslopen wordt saai als je niet ook eens stopt en gezellig doet.
M: Je hebt gelijk. Tot ziens weer en dank je wel.
K: Graag gedaan.
230130

De kat en de eekhoorn

Ik krijg de vraag of ik een kat duidelijk wil maken dat hij de eekhoorns in de tuin in leven moet laten. Dat is best een lastige want ik kan niet garanderen dat de kat dat gaat doen. We komen overeen dat ik met de kat in gesprek ga en dat ik het voor AnimalTalks mag gebruiken.

“Wat kom jij doen?” is het eerste wat ik hoor van Pablo. Ik leg uit waarom ik kom ‘invliegen’ en hoor: “Guttegut, kan ze dat niet zelf?”

We zijn het gesprek net begonnen en ik realiseer me dat ik eerst naar het toilet had moeten gaan. Pablo pakt het meteen op en laat zien hoe hij een gat in de grond maakt, zijn behoefte doet en het met zijn achterpoten dichtgooit. Ik zeg dat ik wel even wacht. “Mensen wachten daarmee. Dat is zo stom. Het zorgt voor problemen. Maar dat moeten jullie zelf weten.” Dat vind ik ook en ik zeg hem dat we het nu over een ander onderwerp gaan hebben.

Ik wil het over het jagen van hem hebben en hij laat zien dat hij daar erg goed in is. Maar meteen krijg ik de vraag waarom ik het jagen noem. Het brengt me wat in verwarring. Kennelijk heb ik een negatieve lading bij het woord jagen die hij eruit pikt. “Ik zie bewegingen, ik hoor wat, ik ben gespitst en de lol is het te pakken,” legt hij uit. Hij laat zien dat het een soort krachtmeting, een uitdaging is. En een eekhoorn is juist leuk om op te jagen: hij klimt maar kan niet vliegen.

Ik zeg hem dat hij vorig jaar een eekhoorn te pakken had en Pablo laat zien dat hij dat goed gedaan had. Ik zit in mijn praktijkruimte en op de gang wordt gepraat waardoor ik afgeleid ben. “Concentratie is niet je sterke kant,” merkt Pablo op. Hij laat zien dat hij zich wél goed kan concentreren: hij observeert, kijkt naar de eigenschappen en gewoonten en springt daarop in.

“Okee,” zeg ik, “dan nu naar de eekhoorns.” “Die leven alsof ze geen vijanden hebben,” zegt Pablo meteen. Gek genoeg val ik over het woord vijand. Wat houdt dat in? Pablo vindt dat een vijand iemand is die een ander van vrijheid berooft. Iemand die iets wil afpakken.

“Ze zijn niet alert,” gaat hij verder over de eekhoorns. “Ze voelen zich heer en meester.”

Ik vertel hem dat ik zeker geloof dat hij goed is in het vangen van eekhoorns en het ook leuk vindt, maar dat hij ook te maken heeft met zijn mens. “Dat is sentiment van haar,” reageert hij meteen. Sentiment, weer zo’n woord waar ik over ga nadenken. Het levert me meteen weer een opmerking op van Pablo: “Je bent alweer afgeleid.”

Ik herpak me en zal na het gesprek de woorden opzoeken op hun precieze betekenis. Ik vertel Pablo dat er in de wijk vast veel katten zijn maar weinig eekhoorns. “Mensen hebben er plezier in om naar die diertjes te kijken.” “Wat is nou je vraag? Waar wil je naartoe?” onderbreekt hij me.

Okee, to the point. “Ik begrijp dat je het leuk vindt om ze op te jagen, ze schrik aan te jagen. Maar laat het daar dan bij. Laat ze gewoon in leven. Er is al zoveel van dat zinloze doodmaken op de wereld.”

Ik vraag Pablo of hij het voor zijn mens wil doen. “Dan moet zij mij eerst complimenten geven dat ik goed kan jagen.” Dat zal ik doorgeven. Pablo realiseert zich dat hij zelf ook langer plezier heeft van eekhoorns als hij ze niet uitschakelt. Ik dank hem voor het gesprek en krijg nog even te horen: “Let jij maar wat meer op je focus.”

Ik overleg nog even met hem dat ik de stadseekhoorns ga waarschuwen voor katten en vertel hem dat ik voor de privacy van hem geen foto van hem op de site zet maar een algemene foto van een eekhoorn ga zoeken. “Zet dan wel mijn echte naam erop,” is zijn ‘bevel’.

Hyronimus 18: Over de oorlog in Oekraïne II

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer een keer praten?
H: Ja graag. Je bent weer heel druk tegenwoordig en daarom spreken we elkaar te weinig.
M: Je hebt gelijk. Mag ik je vragen weer een keer je mening te geven over de oorlog in Oekraïne?
H: Dat wil ik graag proberen. Maar je weet, ik kan de geschiedenis niet vooruit voorspellen. Ik kan alleen in het hoofd van die man in het Kremlin kijken en zie daar geen fijne dingen.

Ik kan alleen in het hoofd van die man in het Kremlin kijken en zie daar geen fijne dingen

Hij begint te beseffen dat hij aan iets begonnen is dat hij niet meer echt in de hand heeft. Hij weet dat hij bij het begin verkeerd geïnformeerd is en dat hij daardoor een inschattingsfout heeft gemaakt. Maar hij beseft ook dat hij door moet gaan. Hier kan hij alleen uitkomen als hij de geannexeerde gebieden in bezit heeft. Lukt dat hem niet, dan leidt hij gezichtsverlies. Voor zichzelf, maar ook voor de hele Russische bevolking. Dat mag niet gebeuren in zijn ogen. Russen hebben altijd oorlogen gewonnen en nu is dit geen oorlog maar een strafexpeditie, de bevolking zal het toch als een verlies zien als hij niet alle geannexeerde gebieden bij Rusland kan voegen.
M: Denkt hij wel eens over hoe hij hier uit moet komen?
H: Ja, dat houdt hem zeker bezig en in zijn ogen is de oplossing de gehele Donbas te bezitten en dan pas vredesbesprekingen te beginnen, die nooit tot vrede zullen leiden maar wel de drukke oorlogshandelingen zullen verminderen. Hij zal de druk op de regio groot willen houden door steeds weer kleine speldenprikjes te blijven uitdelen.
M: Ja, dat is zijn visie, maar wat als hij toch steeds verder wordt teruggedrongen door westers wapentuig en hij steeds meer terrein zal moeten prijsgeven?
H: Dat komt in zijn scenario niet voor, dat is onbestaanbaar. Leningrad is toch ook nooit gevallen in WOII? Dat gaat nu ook niet gebeuren, ze zullen op den duur hun zin krijgen is zijn overtuiging.

Leningrad is toch ook nooit gevallen in WOII? Dat gaat nu ook niet gebeuren, ze zullen op den duur hun zin krijgen is zijn overtuiging

M: Dat is niet erg hoopgevend voor een oplossing op korte termijn.
H: Er is, weer in zijn ogen, uitsluitend op korte termijn een oplossing wanneer hij de gehele Donbas regio onder Russische controle heeft.
M: Dank voor je antwoorden. Ik hoop toch dat er een andere oplossing mogelijk is. Maar ik vrees het ergste. Wil jij nog iets zeggen?
H: Niet echt, tenzij je weer meer gaat oefenen, maar ik merk dat je je keuze gemaakt hebt, je zet in op andere dingen, die overigens ook erg belangrijk zijn om te doen, en dit dieren gesprekken vind je leuk om te doen, maar niet meer als je hoofdtaak. En dat vind ik weer zonde van je talent, maar blijf doen wat je kunt, ook dan is het belangrijk werk dat je doet.

Ratten aan boord

Al meerdere keren heb ik over de ratten aan boord geschreven. We eindigden bijna twee jaar geleden met een patstelling: ik vond dat ze niet in de binnenruimte hoorden (tussen het dek en het plafond) en zij vonden dat we prima met elkaar konden leven. Er zijn zo enkele generaties aan boord geboren en getogen.

Het laatste jaar worden de ratten steeds luidruchtiger. Ze rennen over een holle balk, onzichtbaar voor ons maar duidelijk hoorbaar. Nooit lopen ze gewoon, het is altijd rennen. Waar ze eerst boven bleven, hoorde ik ze langzaam maar zeker langs de wanden naar beneden komen. Een no go area, dat heb ik ze duidelijk gemaakt. Maar ja, kennelijk is er een nieuwe generatie en hebben opa en oma niet doorgegeven waar de grenzen liggen. De laatste maanden is het zelfs zo dat ze soms in de kamer komen. Ik zie ze nooit, maar de honden horen ze en springen ’s nachts regelmatig uit bed om ze weg te jagen. Soms leg ik ergens twee nootjes neer om te testen wat er gebeurt. Met regelmaat zijn ze weg.

Het is duidelijk dat de ratten en ik niet verder komen met elkaar. Ik vraag mensen die de cursus bij ons gedaan hebben of ze mee willen kijken. Voor zij met de ratten contact gaan maken doe ik dat ook nog eens. Ik krijg door dat ze veel lol hebben, dat het een uitdaging is om beneden te komen en binnen wat te eten te zoeken. Dat er honden zijn maakt het extra leuk voor ze. Zij zijn sneller, hoor ik. Het is net een speeltuin en zolang er ingangen zijn komen ze.

De mede-diercommunicatoren ervaren allemaal ook de lol die de dieren hebben en ze zien ook dat ik niet streng genoeg ben om mijn (leef)grenzen af te bakenen. Ondanks dat ze het plezier van de ratten voelen, komen ze toch voor mij op en gaan in ernstig gesprek met de diertjes. Er wordt uitgelegd hoe het zit met de leefruimte, met elektrische kabels. De dieren leggen uit dat ze knagers zijn en blijven. Iemand spreekt ze streng toe, een ander adviseert met klem om buiten te gaan wonen. Weer een ander ziet dat ze alleen vertrekken als ik stampvoetend mijn punt ga maken, maar iedereen ziet ook de hopeloosheid daarvan in want ik heb grote waardering voor de diertjes en ik moet steeds om hun vindingrijkheid lachen. Een ander krijgt de rattentempel in India door. Ik had er nooit van gehoord, maar het is interessant om dat eens op te zoeken.

Iedereen voelt wel dat de ratten wat indammen. Mijn uiterste daad is dat ik wens dat de ratten een goede plek buiten gaan vinden (als het weer beter wordt; het is nu koud en het water staat hoog).

De volgende twee avonden zit ik op de bank en het is opvallend stil boven me. Ineens hoor ik er eentje lopen, maar het gaat zonder het uitbundige enthousiasme. Hmmm, zouden ze toch wat begrepen hebben? Het is bijna saai binnen maar ik pas goed op dat ik me niet weer hun volle aanwezigheid wens.

Zondagnacht zijn de honden erg moe. Ze zijn wat ziek geweest en slapen goed. Geen rennen en blaffen deze nacht. Maandagochtend prijs ik de rust en de ratten. Als ik de cavia eten wil geven herinner ik me dat de papegaai de avond ervoor een deel van een mandarijn heeft laten vallen. Die ben ik vergeten op te rapen dus die kan mooi naar de cavia. Ik wil de mandarijn pakken maar zie niks meer. Ik weet zeker dat de honden geen mandarijnen met schil eten. Ik zie ook nergens schilletjes liggen. Hoe hebben ze dit nu weer voor elkaar gekregen?

PS 1. Twee jaar geleden kwam ik op een nacht buiten en zag twee ratjes zitten, precies zoals op deze foto. Genietend van de rustige nacht. Je gunt iedereen toch het leven?

PS 2. Ik sprak iemand van de bestrijdingsdienst en legde de situatie aan boord uit. ‘Hopeloos,’ zei hij, ‘wij zouden er niet aan beginnen. Gegarandeerd geen succes.’

Libelle wil aangesproken worden

Er is een libelle die zich steeds laat zien, hij wil duidelijk aangesproken worden en dat doe ik dus.
De libelle praat niet met me, maar laat me zien hoe je moet vliegen met haar soort vleugels. Ik krijg de vleugels op mijn lijf en kom niet omhoog. Ze laat me zien dat ik de verkeerde houding heb. Ik moet niet staan, maar liggen en dan de vleugels ‘omvoelen’. En ik mag voelen hoe het is om als een libelle door het landschap te vliegen. Vooral het stilstaan in de lucht is mooi, maar ook moeilijk om te doen en ik voel pijn aan mijn schouderbladen van de tegengesteld draaiende vleugels om stil te kunnen blijven staan in de lucht. De sessie eindigt met dit gevoel. Kan dat werken? Tegengesteld draaiende vleugels?
Ik zoek het op internet op:
Bij libellen zijn de vleugels niet met elkaar verbonden, zoals bij veel andere insecten. Hierdoor kunnen de vier vleugels los van elkaar worden aangestuurd en kan de libel opmerkelijke kunsten uithalen, zoals stilstaan in de lucht, verticaal opstijgen en zelfs achteruit vliegen. De vleugelslag is met twintig tot veertig slagen per seconde veel langzamer dan bij andere, kleinere insecten. (Sommige muskieten kunnen wel duizend slagen per seconde bereiken.) Door de lage frequentie is de vleugelslag voor mensen niet hoorbaar. Libellen kunnen een snelheid van wel vijftig km per uur halen, wat hen tot de snelst vliegende insecten maakt. De vleugels hebben een netwerk van aderen waarvan de structuur bij de taxonomische indeling van libellen een belangrijke rol speelt. De voorrand van de vleugels is geknikt en fungeert als een soort spoiler. Dit zorgt dat lucht loskomt van het vleugeloppervlak, waardoor lift ontstaat. Aan de voorrand van de vleugels bevindt zich dicht bij de vleugeltop ook een gekleurde vlek, het pterstigma. Deze vleugelvlek helpt de libel mogelijk bij fijnere bijstellingen van de vlucht.
Echt antwoord kan ik niet vinden, helaas.

190831

Hoe dieren in onze huizen hebben te leven…

De dieren die wij in huis nemen moeten zien te leven met hoe wij ons huis inrichten. Meestal passen dieren zich daaraan aan, maar het komt voor dat er uitleg nodig is van mijn kant. Het gaat dan altijd om dieren die nog niet in een huis geleefd hebben.

Zo was er eens een hond die niet begreep dat de mensen van alles uit de kast mochten pakken maar als hij het deed kreeg hij op zijn kop.

Dat een bank is om op te zitten en niet om een lekker holletje in te graven, heb ik meermalen moeten uitleggen aan honden.

Mensen leggen eten op een lage tafel, daar zitten ze omheen als er bezoek is en iedereen mag er wat van afpakken. Maar niet de dieren. Zij krijgen eten in hun bak op de grond.

Meermalen heb ik de verbazing opgemerkt bij dieren dat mensen hun huis zo vol spullen zetten. Wat móeten ze er allemaal mee?

De geluiden die al die spullen maken… dichtklappende vuilnisbakken, aanslaande koelkasten, kletterende pannen… Deuren zijn ook van die rare dingen: wanneer gaan ze open, hoe hard klappen ze dicht en hoe groot is de kans dat je staart er tussen komt?

Laatst had ik contact met een kat die bang was voor de tv. Ik vroeg hem of ik mocht kijken wat hij ervaarde. Dat was een bijzondere ervaring die achteraf heel logisch was. De kat liet zien dat het lijkt of het beeld de kamer in komt maar dat komt het niet want het blijft daar, in dat kastje. Het geluid komt wel de kamer in maar de betekenis is ondefinieerbaar en dus lastig om te reageren: is er gevaar of niet?

Ik herinner me dat ik stro in de kamer gelegd had voor de cavia. Onze hond ging er met een diepe zucht in liggen. Eindelijk natuurlijk materiaal… :).