Tirza 9: Poes geeft instructies aan Eddy

T: Ik wil nu graag met je praten.
M: Dag Tirza, dat is helemaal goed. Niet echt een handig moment nu ik in het bad lig, maar we maken nu een begin en iets later op de dag praten we verder, OK?
T: Dat is goed. Ik wil al lang met je praten en dat heb je ook best gemerkt, maar je reageert niet.
M: Klopt, ik heb het gemerkt en excuses daarvoor dat ik niet meteen gereageerd heb. Maar als jij zo ongeveer op mijn toetsenbord gaat zitten, dan betekent dat dat ik aan het werk ben en even geen tijd voor jou heb. En ook als je me ’s nachts om half vier wekt door te krabben aan de kast, maak je me wel wakker, maar dat is niet het moment om te praten. Dus doe dat alsjeblieft niet meer.
T: Alleen als je naar me wilt luisteren, want ik wil dingen anders.
M: Vertel maar.
T: Jullie hebben van mij een binnen kat gemaakt, terwijl ik een actieve buiten kat was. Binnen is niet veel te beleven, dus ben ik nu een luie kat geworden.
M: Wil je nu beweren dat wij jou een luie kat gemaakt hebben? Het was jouw keus om uiteindelijk niet meer naar buiten te durven in deze nieuwe omgeving en dat is wel heel naar voor jou, maar niet echt onze schuld.
T: Ik vind van wel. Jullie hadden best ergens anders kunnen gaan wonen waar het buiten niet zo eng is. Maar daar hoeven we niet over te kiften. Ik ben een oudere kat en moest misschien ook wat gas terug nemen om me ook als een oudere kat te gedragen. Ik wilde geen gevechten meer aangaan met de buur katten over territorium, alles was al vergeven en ik wil eigenlijk wel mijn eigen plekje hebben.
M: Dat begrijp ik, maar je moet je wrok misschien wel langzaam loslaten.
T: Dat doe ik ook, maar ik wil aandacht van jou voor mijn wensen. Het vrouwtje begrijpt mij beter en doet meer mijn zin dan jij. Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

M: Wat bedoel je nu?
T: Ik wil graag veel meer vlees eten en minder brokjes en jij geeft mij maar beperkt vlees en er staan wel altijd brokjes, maar die hoef ik minder.
M: De dierenarts had gezegd dat je wel vlees mocht hebben, maar daar zit niet echt voedsel in voor jou en daarom moet je brokjes eten als belangrijkste eten. Daarom krijg je beperkt vlees en dat jij dan het vrouwtje verleid tot het geven van meer vlees begrijp ik wel, maar is op zich minder goed voor jou.
T: Laten we het anders bekijken. Ik ben een oudere kat en doe heel weinig en heb dus niet zoveel eten nodig. Dan kun je dat eten dat je me geeft dan toch wel wat meer speciaal voor mij maken? Dus geef mij gewoon twee keer per dag vlees te eten, zoals Kaila ook twee keer per dag eten krijgt.
M: Maar zoals ik net al vertelde, de dierenarts wil dat je goed voedsel krijgt en dat zijn de kittenbrokjes die je krijgt. Dat is goed voor jou. Je bent zo mager en weegt zo weinig dat we ons daar zorgen over maken en daarom moet je kitten brokjes eten om nog een beetje op gewicht te blijven. (Tirza is bijna 17 jaar oud en weegt nauwelijks 2 kilo)
T: Is dat erg belangrijk? Geef mij gewoon wat meer vlees en ik blijf op gewicht.
M: OK, ik wil er best toe overgaan dat je twee keer per dag vlees krijgt als je dat graag wilt, maar dan twee kleinere porties, zodat je toch ook nog brokken eet.
T: Dat is mooi, maar ik wil twee keer per dag vlees en wel de porties die het vrouwtje geeft, niet twee keer een halve portie van jou, want dat vind ik echt te weinig. Dus twee keer per dag de portie die het vrouwtje geeft. (Het vrouwtje geeft bijna een dubbele portie van wat ik geef, daarom noemt Tirza me ook zo streng)
M: Is dat wel gezond voor jou? Ik maak me, samen met het vrouwtje, wel zorgen over jouw geringe gewicht. En als je dan voornamelijk vlees eet ben ik bang dat je nog verder afvalt. Dus is het wel verstandig wat jij vraagt?

Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven?

T: Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven? Jij snoept toch ook chocola, terwijl dat niet verstandig is. Dus geef mij nu maar mijn zin, het is goed voor mij en maak je geen zorgen over mijn gezondheid, want die is OK.
M: Ik zal het met het vrouwtje bespreken en dan gaan we je voedingspatroon aanpassen. OK?
T: Dat lijkt me juist. Ik zou bijna dank je wel zeggen, maar ik vind dat ik hier recht op heb. Dus jullie besluit om mij twee keer per dag de portie van het vrouwtje te geven is juist.
M: Laat je ons dan ’s nachts met rust en wordt er niet meer gekrabd aan kastdeuren?
T: Dat beloof ik niet, want eigenlijk wil ik me graag kunnen terugtrekken in die kast. Maar de deur zit dicht en dat is niet de bedoeling.
M: Ik hou van je. Wil je nog iets kwijt?
T: Nee. (En ze vertrekt van de stoel naast me, het gesprek is afgelopen)

230101

Het egeltje in het net

Op 1 oktober wilde hond Sjaantje niet komen toen ik haar riep. Ze bleef maar met haar kop tussen voertonnen bij de kippenren staan. We hadden de kippen van mijn dochter verzorgd en ik wilde weg, maar Sjaan gaf geen gehoor aan mijn geroep. Ineens realiseerde ik me dat er dan wat aan de hand moest zijn. En ja hoor, helemaal verstrengeld in een net hing een jong egeltje. Mon Dieu, hoe krijg je zo’n diertje los? En zou hij het overleven? Hij hing er belabberd bij.

Met een schaar kon ik alle draadjes wegknippen. Het diertje voelde heel koud aan, keek met een heel afwezige ‘verre’ blik. Ik besloot hem niet te voeren maar hem op een veilige plek neer te leggen: in een onbewoond egelhuisje. Later op de dag zag de buurvrouw geen egel meer dus we gingen ervan uit dat de reddingspoging geslaagd was.

Vandaag ben ik toch wel benieuwd hoe het het egeltje verder vergaan is dus ik maak contact.

‘Wat kwam je laat!’ hoor ik meteen. Het klinkt niet verwijtend. ‘Ik hing er al een tijd!’ ‘Ja, dat had ik door. Je was behoorlijk koud en leefde nog net. Hoe was het voor je om die hondenkop voor je te zien?’

Het egeltje laat zien dat de hondenkop geen probleem was. Er kwam geen gevaar vanaf, bovendien was de egel verdoofd/versuft. Hij was meer bezig met zichzelf dan met die externe factor. Ook mijn hand en het knippen van de schaar leek hem geen schrik bezorgd te hebben.

Ik vraag de egel in beeld hoe het met hem ging nadat ik hem in het egelhuisje had gelegd. “Het ging allemaal weer stromen en ik kwam weer op temperatuur.” “En wat ben je toen gaan doen?” Het diertje schijnt het een domme vraag te vinden: “Wat ik altijd doe: eten zoeken.”

Wat ik begrijp ligt het diertje nu ergens onder een hoop bladeren. Ik hoop dat hij een goede hoop heeft uitgekozen, een hoop waar niemand komt. Het wordt me ineens heel duidelijk dat je bladeren en ‘rotzooi’ in de tuin onaangeroerd moet laten. Want inderdaad, er kan zomaar een dier in slapen.

Ik vraag het egeltje toch nog even naar de parasieten die ik op zijn vacht zag. Het waren geen zwarte vlooien, maar oranje-gele bolletjes. “We leven met elkaar,” krijg ik als antwoord. En ik denk: ach ja, zo gaat dat, ik leef ook met de ratten op mijn schip. Waarom zouden we daar moeilijk over doen?

Eddy loopt mijmerend door het bos

Vandaag loop ik in het bos te wandelen met mijn hond. Het is best een mooie ochtend en het vriest vier graden. De zon was er heel even maar heeft zich weer verstopt om het verder een grijze dag te laten worden. Zoals bijna alle dagen lopen Kaila en ik te genieten van onze wandeling samen. Ik loop met een open mind rond en krijg heel veel indrukken binnen.

Onze LHBTI-koe staat op me te wachten en kijkt me aan en wil een gesprekje aangaan. Vandaag niet zeg ik tegen haar, een andere keer weer.

Even verderop is een jogger zich aan strekken en zit zijn hond, vastgebonden aan een paal naast hem. Het is een jonge Duitse Herder, een mooi beest. Ik vraag hem waarom hij vastzit en niet gewoon met z’n baas mee kan lopen. Hij antwoordt dat hij een keer stout is geweest en weggelopen omdat hij iets interessants zag en dat zijn baas hem nu niet meer vertrouwt, terwijl hij zegt z’n lesje geleerd te hebben. Hij zou zo graag ook even rennen en met Kaila willen spelen. Zo jammer voor deze hond.

Weer een stukje verder kom ik een mevrouw tegen met honden van hetzelfde soort om haar heen. Ik weet dat er twee van haar zijn en drie van een man die we regelmatig op de hei tegenkwamen, maar hier ook in het bos wandelt. Ik zeg tegen haar ‘is vijf niet een beetje veel’ en ze begint uit te leggen dat enz. Ik zeg dat ik het weet, maar ze voelde toch dat ze zich moest verdedigen. Sinds Kaila en ik hier wandelen is ze niet meer stoned geweest, terwijl het haar en ons in totaal vier keer overkomen is. De hei is blijkbaar niet veilig voor Kaila en hier durf ik haar weer te vertrouwen en uit het zicht laten gaan om haar eigen dingen te doen.

Ik mijmer over Bella, de poes die verdwenen is en die het niet toelaat dat ik contact met haar opneem. Maar haar baasjes zijn erg bezorgd en hebben er inmiddels vrede mee dat ze vertrokken is om te sterven. Ja, zo doen poezen dat vaak. Die houden niet zo van dat sentimentele gedoe of nog erger, als we de kans krijgen gaan we met ze naar de dierenarts en laten ze inslapen, terwijl poezen dat heel goed zelf kunnen.

Bij het verlaten van het bos komt er een kraai aanvliegen en die landt voor me, Kaila is in geen velden of wegen te bekennen. De kraai zegt me goedendag en wil een of andere grap uithalen. Kraaien zijn heel goed in communicatie en je kunt gemakkelijk met ze praten en ze zijn altijd in voor een grap. Maar Kaila voorkomt dat om als een raket op de kraai af te rennen die in alle rust vlak voor haar opvliegt. Dat bedoel ik nou zegt de kraai nog even snel. Wat zou hij daar nu mee bedoeld hebben? Heeft hij het toch weer voor elkaar gekregen in mijn hoofd achter te blijven.

Terwijl ik nu thuis zit en dit allemaal opschrijf besluit onze poes Tirza, inmiddels al best oud, een jaar of zeventien, dat ze me het schrijven onmogelijk wil maken. Ze zit zo dicht tegen mijn toetsenbord aan dat de rechterzijde slechts bereikbaar is als ik met mijn hand tegen haar aankom. Ze wil mijn aandacht.

Wat is de moraal van het verhaal? Als je met dieren wilt/kunt communiceren, kun je dat de hele dag en overal om je heen. Misschien is dat mooi, maar soms ook wel wat teveel van het goede. Maar het is het dier die uiteindelijk bepaald of er wordt gecommuniceerd. Jij kunt je openstellen en dan bestaat de mogelijkheid tot communicatie, maar het dier bepaalt of het ook lukt. Voor de beginner geldt dus oefen vooral met een dier dat graag met je wil praten. Doe dat veel en oefen veel. En geniet van de communicatie, dieren hebben zo veel te vertellen!

Dan nog iets over de wijze van communiceren. Bij mij werkt het als een soort dialoog. Het dier en ik ‘praten’ met elkaar alsof we in gesprek zijn. In werkelijkheid werkt het niet zo. Je neemt vragen in je gedachte en het dier vangt die vragen op en je krijgt weer een gedachtebeeld terug. In het geval van ‘mijn’ LHBTI koe spreekt de koe niet over LHBTI maar geeft een beeld van gender en ik vertaal dat in een LHBTI term. De koe zou echt niet weten waar die letters voor staan, maar de koe weet verdraait goed wat er in het gender verhaal bij mensen speelt en blijkbaar speelt dat bij dieren ook, maar daar is dat echter geen probleem, die hebben niet van die opgelegde normen vanuit een geloof of zoiets.

221218 / 221219

De reiger

Zeer regelmatig hoor ik het krijsen van een reiger. Het is zo’n gek geluid dat ik besluit om eens contact te maken met de reiger.

Het eerste wat ik hoor is gemopper over het ijs. Sinds twee dagen ligt er een dun laagje over het water waar ons schip op drijft.

‘Ik weet heus wel wie je bent,’ is het volgende wat ik hoor. ‘En ik weet ook dat je vindt dat ik krijs.’

Nou, beetje kortaf dier, als ik het zo merk. Ik haak bij hem aan en geef hem in beeld de vraag door of het niet beter voor hem is als hij zwijgend en onopvallend wegvliegt in plaats van krijsend. ‘Misschien wil ik wel opvallen,’ antwoordt hij wat verontwaardigd. ‘Ik heb geen vijanden dus ik hoef niet stil weg.’

‘Ben jij nou sikkeneurig of interpreteer ik het verkeerd omdat dat mijn associatie is met dat krijsen van je?’ vraag ik de vogel.

‘Je kunt ook anders leren luisteren naar het geluid. Het niet horen als krijsen.’ Dat vind ik een interessante kijk en mijn gedachten gaan naar verschillende situaties: wat als ik die eens anders leer horen, verstaan en interpreteren? Dan ga ik er vast anders tegenaan kijken. De moeite waard om mee te oefenen!

Ik laat de reiger zien dat het me verbaast dat hij altijd alleen is. ‘Dit is mijn gebied,’ legt hij uit. Kennelijk hoeft hij niet in een groep te leven. In gedachten bekijk ik wat zijn gebied volgens mij is en dan vertel ik hem dat ik hem niet elke dag zie. ‘Je kijkt niet goed.’ Hoppa, weer een vogel die me erop wijst dat ik niet goed om me heen kijk.

‘Hoe is het voor jou om met alle andere dieren te leven hier?’ vraag ik hem. ‘We vissen in dezelfde vijver.’ Dit antwoord verbaast me: het is zowel letterlijk waar als dat het een uitdrukking is.

Ik denk hem klem te zetten: ‘Als ik jou zo bezie, dan heb je geen last van de andere watervogels. Waarom vind je het dan nodig om steeds zo krijsend op te vliegen?’ ‘Ik ben traag en groot. Bij onraad ben ik een makkelijk doelwit. Het is beter om bijtijds te vertrekken.’ ‘Maar eerder in het gesprek zei je dat je geen vijanden hebt!’ ‘De mens, de mens…’

‘Nou,’ leg ik hem uit, ‘in steden wonen reigers anders dicht bij mensen, net als duiven. Dat lijkt toch niet vijandig.’ ‘Die zijn gedegenereerd,’ hoor ik meteen.

‘Ben je gelukkig?’ vraag ik hem. Ik merk meteen dat hij de vraag onzinnig en een beetje irritant vindt. ‘Ik leef. Ik zoek eten, ik eet, ik rust uit, ik zit te soezen. Ik ben.’ Juist ja, niks aan toe te voegen. Ik begrijp hem en zie ook dat mijn vraag een typische mensenvraag is.

Kennelijk gaan mijn gedachten naar het schip en vraag ik me af wat de reiger van het schip vindt want ik hoor: ‘Het schip ken ik al zo lang. Ik heb geen last van je.’

Het contact met de reiger blijft een beetje kortaf, een beetje kordaat. Maar ik ga aankomende tijd bij mezelf checken of het typisch iets van de reiger is of dat mijn interpretatie van zijn krijsen meespeelt. Toch weer interessant hoe zo’n dier je aan het denken kan zetten.

De geredde poes

Vandaag rijd ik op weg naar een afspraak over straat met mijn auto en ineens steekt er een kat heel snel over. Ik trap hard op de rem en sta snel stil. Een mevrouw op de stoep die alles zag gebeuren steekt twee duimen omhoog. Ik voel me goed, heb een kat het leven gered. ’s Avonds vertel ik het verhaal aan mijn vrouw en die zegt ‘praat eens met die kat’. Ik opper de bekende bezwaren en zeg hoe vind ik die kat? Zegt ze dat lukt je altijd, dus waarom nu niet. Dus probeer ik het.

K: Ja, ik ben het en je voelt je heel goed hé?
M: Ja, ik denk dat ik je leven heb gered.
K: Nou mooi niet, jij was snel, maar ik was veel sneller. Ik zag ineens jouw wiel en ben onmiddellijk omgedraaid. Dus toen jij stopte was ik al weer op de terugweg. Maar je deed het goed hoor.
M: Nou mooi dat je zo goed voor jezelf kunt zorgen.
K: Dat leer ik wel als stadskat.
M:Heb je nog iets dat je kwijt wilt nu we toch aan de praat zijn?
K: Nou grappig dat wij met elkaar kunnen praten. Zou ik af en toe ook graag met mijn baasje kunnen, want die snapt absoluut niet wat ik wil.
M: Meestal zijn jullie katten daar best goed in om dat duidelijk te maken, waarom nu niet?
K: Ze zijn een beetje streng. Ik wordt gewoon naar buiten gebonjourd en kan overdag niet zelf het huis in, want ze moeten me binnenlaten.
M: Heb je dan geen kattenluikje?
K: Nee en ik wil eigenlijk met dit koude weer gewoon lekker op een warm plekje liggen. Maar dan moet ik weer naar buiten.
M: Ja, dat snap ik dat je ze duidelijk wilt maken dat je dat niet wilt.
K: Kun jij niet eens met ze gaan praten?
M: Hoe moet ik dat doen? Ik weet niet waar je woont en dus ook niet wie je baasjes zijn.
K: Je kon toch ook meteen met mij praten? Dan kun je dat toch ook met mijn mensen doen?
M: Zo zit de wereld dus niet in elkaar. Mensen hebben meestal niet meer die toegang tot dit niveau van communicatie wat wij ‘praten’ noemen, maar het is eigenlijk gedachtenoverdracht. Jouw mensen kunnen dat niet anders zou jij ook met ze kunnen praten.
K: Oh, dat is wel erg jammer. Kun je het niet proberen?
M: Dat kun jij dan toch ook proberen?
K: Dat is flauw, ik vroeg het jou het eerst.
M: Maar ik heb je uitgelegd dat ik dat niet kan bij mensen, dus daarom kan jouw plannetje niet lukken.
K: Nou dat is wel heel jammer. Zeg je dit omdat ik eerst niet aardig tegen je deed?
M: Dat heeft er helemaal niets mee te maken, je was trouwens eerlijk tegen me, zeker niet onaardig.
K: Als je me dan toch niet kunt helpen, zullen we dan maar gaan slapen?
M: Dat is helemaal goed. Dank je voor het gesprek.

Grappig om te zien hoe deze kat mij voor haar karretje probeert te spannen. Die gaat het wel redden als stadskat.

221204

Kiezen voor het leven

Een hoofdstuk uit het boek ´In de Stilte hoor je alles´ gaat over kiezen voor het leven. Ik citeer:

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

En vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar hondje moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje ook niet onnodig laten lijden. Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon. Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…. ‘ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’ ‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet! Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven gepraat moet worden.

Daarvoor ben ik niet in het ei gelegd

Vandaag loop ik met mijn hond in het bos te wandelen en denk ik aan de geruimde kippen vanwege de vogelgriep en ik krijg spontaan een gesprek met een kip. Het werd een heel boeiend gesprek en dat wil ik jullie niet onthouden.

M: Hebben jullie er geen problemen mee dat alle kippen nabij een besmetting met vogelgriep gedood moeten worden?
K: Jazeker, daar hebben we veel problemen mee. Maar ik wil eerst iets anders vertellen en kom er straks weer op terug. Jullie mensen danken dat wij als kippen er erg veel moeite hebben dat we met veel op een beperkte ruimte worden gehouden. En dat is natuurlijk ook wel zo, maar er zijn al best veel verbeteringen aangebracht, sinds we fabrieksdieren werden. Natuurlijk zouden we het liefst allemaal op het erf willen rondscharrelen en daar onze dagen doorbrengen, maar zo zit dat tegenwoordig niet meer in elkaar. Ik zou zeggen daarvoor ben ik niet in het ei gelegd. Nee, we weten dat we zodra we in het ei zitten een fabriekskip zijn en dat we levende productiemachines zijn geworden. De productie van eieren is belangrijk en dat moet doorgaan. Dus we hebben een beperkte houdbaarheid en moeten veel doorstaan. Dat zijn allemaal zaken die we weten en waar we voor kiezen als we in het ei kruipen.
M: Dat is een heel erg mild oordeel over de mensen die jullie als productiemiddel gebruiken. Ik voel dat ik daar zelf meer moeite mee heb, dan ik jou hoor zeggen. Hoe kan dat?
K: Dat komt omdat we weten wat ons te wachten staat. En nu terug naar de vogelgriep. Ook als we besmet zouden raken is dat bekend terrein voor ons, je gaat dood. Maar waar we niet op voorbereid zijn is de wrede ruiming zoals jullie dat noemen, als er ergens in de buurt vogelgriep is geconstateerd. Dan gaan de mensen als wilde beesten te keer om ons uit te roeien, een soort genocide, en dat hebben we niet verdiend! Zo, dat is duidelijk. Meer heb ik er ook niet over te zeggen.
M: Dan kan ik je alleen maar bedanken voor alles wat je wel tegen me gezegd hebt. Heel erg dank.

221123

Loopbrug door de dierentuin

Twaalf jaar geleden maakte ik regelmatig contact met dierentuindieren. Ik wilde graag weten hoe zij hun leven ervaren. De jakhals uit deze dierentuin nam me mee in zijn dagelijks leven. Ik werd er toen wat droevig van en nu ook weer, nu ik het verhaal weer boven haal. Ik vond zijn oplossingen voor zijn benauwde leven wel een goed idee :).

 

Nadat ik contact heb gemaakt met de jakhals en gezegd heb wat mijn bedoeling is, hoor ik: ‘Kom dan maar in mijn hok.’ Meteen overvalt me een benauwdheid. Het is duidelijk dat hij veel te weinig geuren en veel te weinig prikkels krijgt. Hij neemt informatie op met zijn neus maar hij kan de informatie van mensen die naar hem kijken niet opnemen door de glaswand.
‘Ik had graag vlagen lucht willen opnemen,’ vertelt hij. Het geen bereik hebben is niet prettig, voel ik. Als oplossing laat hij gaten of gleuven in het glas zien zodat hij toch de diverse geuren kan opvangen.
Hij geeft door dat hij afgestompt rondloopt. Het lijkt of hij aangedreven wordt door iets achter hem, hij moet maar blijven lopen, lopen, lopen. Als hij stil zou liggen zou er een te grote energieophoping zijn.
Er wordt op dit moment veel te weinig appel gedaan op zijn zintuigen. Hij leeft nu op de automatische piloot. De jakhals vertelt dat hij graag lange afstanden zou willen lopen. En ook hiervoor laat hij een oplossing zien: een route door de lucht. Ik krijg het beeld van een loopbrug van natuurlijk materiaal door de hele dierentuin. Daar wil hij dan ook graag prooidieren in hebben zodat hij zelf zijn voedsel kan zoeken. Want dieren vangen hoort bij zijn wezen. Dat vergt veel kwaliteiten die hij bezit maar nu niet kan gebruiken.

Dieren hebben ook last van klimaatverandering

In de krant van 7 november lees ik het volgende: Meer dan duizend wilde dieren zijn overleden door de langdurige droogte in Kenia, zegt het ministerie van Toerisme en Wilde Dieren in dat land. Het gaat om 512 gnoes, 430 zebra’s, 205 olifanten en 51 buffels. De klimaatproblematiek slaat ook bij de wilde dieren in Afrika toe. Tijd om eens contact op te nemen. Ik heb contact met een jonge olifant die onlangs overleden is en ongeveer twee jaar oud was.

M: Beste Olifant wat fijn dat je me te woord wilt staan en dat we kunnen praten over jouw leven. Kun je me vertellen hoe jouw leven is geweest?
O: Dat kan ik en wil ik graag. De wereld moet begrijpen wat er gaande is, het klimaat is echt aan het veranderen en dat heeft gevolgen voor iedereen op de wereld, niet alleen de mensen, maar ook de dieren en planten en zeeën en de grond en de rivieren, enz.
M: Hoe zit dat dan met elkaar in verband?
O: Door de opwarming van de Aarde hangt het allemaal samen. Die opwarming wordt veroorzaakt doordat er te veel heel lang geleden vastgelegde koolstof die diep in de grond was opgeslagen, nu de laatste twee eeuwen is vrijgekomen. Die koolstof zit in de dampkring die om de Aarde heen zit waardoor de deken, die dampkring, de zonnewarmte wel kan doorlaten, maar als ze eenmaal binnen is niet meer volledig kan terugkaatsen. Er blijft veel warmte binnen de deken hangen. Dat noemen jullie het broeikaseffect. Alsof je in een kas zit, de zonnewarmte komt wel binnen, maar kan er niet meer zo gemakkelijk uit, dus wordt het steeds warmer in de kas.

Er blijft veel warmte binnen de deken hangen. Dat noemen jullie het broeikaseffect

M: Dit gesprek loopt heel anders dan ik me had voorgesteld. Ik had verwacht dat je wat over je korte leven zou vertellen en daarna over de droogte in jouw geboortestreek.
O: Dat komt nog. Maar ik wil eerst duidelijk maken dat jullie mensen veranderingen in de wereld hebben veroorzaakt die jullie niet meer in de hand hebben en dat nu wij dieren daar het slachtoffer van zijn, maar jullie zelf ook. Helaas is dat besef nauwelijks aanwezig bij de mensen. Daarom probeer ik dit te vertellen omdat wij begrijpen hoe veel van dit alles in elkaar steekt. En door deze opwarming veranderen de weerstromen, dat leg ik verkeerd uit. Doordat het warmer wordt kan de lucht meer water opnemen en dat opgenomen water komt in alle hevigheid ineens naar beneden. Maar niet meer volgens de patronen die we vroeger hadden van regen seizoen en droog seizoen. Op sommige plaatsen kan het zo hevig regenen dat alles overstroomt. Op andere plaatsen valt de regen niet meer of nog maar heel weinig. In het land waar ik leefde viel dus geen regen meer. En dan is het heel moeilijk om te overleven. Rivieren drogen op, meren worden kleiner en kleiner en drogen eveneens op. Er blijft geen water meer over. Zonder water geen planten en zonder planten en water is er geen leven meer mogelijk. Dan sterven de kwetsbaren als eerste. Helaas hoorde ik daarbij. Ik ben gewoon te laat geboren, waardoor ik in deze situatie terecht ben gekomen. Aan de andere kant ook de oudere dieren zullen sterven als er geen regen meer komt. Het gebied waar ik woonde wordt langzaam een woestijn en dat is nauwelijks tegen te houden zonder water. Het wonderlijke van deze ontwikkeling is dat er wel veranderingen mogelijk zijn die jullie kunnen doorvoeren. Als jullie een gebied weer groen maken met grassen, struiken en bomen, dan koelt dat een gebied weer af en kan er weer gemakkelijker regen vallen. Zo versterken de verschillende processen elkaar steeds. Nu is de versterking richting woestijn.

Zonder water geen planten en zonder planten en water is er geen leven meer mogelijk. Dan sterven de kwetsbaren als eerste. Helaas hoorde ik daarbij

M: Oei, ik had niet verwacht een terechtwijzing te krijgen over ons klimaatbeleid, maar je hebt waarschijnlijk volkomen gelijk, hoewel ik nog niet alles kan onderschrijven wat je gezegd hebt. Maar ik begrijp uit je verhaal dat je een hele wijze olifant bent.
O: Ik was nog een kind toen ik overleed, maar nu ik weer terug ben in de groep niet fysiek levende olifanten, kan ik beschikken over de wijsheid van de groep. En die is eeuwen oud, want zolang leven wij olifanten al in dit grote gebied.
M: Fascinerend. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog wat toevoegen of zeggen?
O: Ja, verspreid deze teksten zo groot mogelijk, de mensen moeten dit weten. Het is geen verwijt, het zijn feiten over samenhangen, maar de mensen moeten dit weten om dingen te veranderen. Dank je wel.

Ik twijfelde heel erg over dit verhaal. Dit is te wetenschappelijk voor een dier om zo te vertellen was mijn gevoel. Ik heb het stuk dus niet gepubliceerd. Wat doe ik bij twijfel? Ik vraag mijn vrouw, zij meent Olifanten zijn wel erg intelligente dieren. Ik twijfel nog en vraag Hyronimus, mijn begeleider. Hyronimus zegt: Eddy wat twijfel je nu toch. Ik heb je al vaker gezegd dat je niet moet twijfelen. En natuurlijk wordt je ontvangst gekleurd door jou persoonlijkheid, dat kan niet anders. Maar door het veel te doen, kun je een steeds betere ontvanger worden. En in dit geval als dit is wat de Olifant jou wilde vertellen, moet je dit gewoon publiceren als het verhaal van de Olifant. Hij wilde dit kwijt aan de mensheid. En het is een belangrijke boodschap. Punt!

221109/221110

De eend

Op 21 september schreef ik een blog over een eend die bij mij aan boord kwam eten. Ik schreef dat ze een hangende snavel had maar inmiddels weet ik dat haar tong door de ondersnavel gezakt is waardoor haar tong steeds onder haar snavel hangt.

Het diertje komt nog steeds meerdere keren per dag eten. Terwijl ik in mijn praktijkruimte zit maak ik weer contact met haar.

“Waarom kom je niet hier? Dan kun je eten neerleggen,” hoor ik. Er worden snel beelden tussen ons uitgewisseld en vertaald komt het erop neer dat de eend vaak kwaakt en dat ik niet altijd kom. “Dan ben ik niet thuis,” leg ik de eend uit.

Ik heb een vraag aan de eend en dat is de reden dat ik nu weer contact opneem. Het valt me namelijk op dat zij vaak om voer vraagt maar als ik het neerleg komen er andere eenden en dan eten die alles op. Ze laat me zien dat die eenden sterker zijn en dat zij dan wijkt. “Ben jij de under-eend?” vraag ik. “Ik zoek andere wegen. Kan het niet rechtstreeks, dan via een omweg.” Ze lijkt er niet mee te zitten dat ze plaats moet maken en voelt zich niet minder. Ze zoekt dan inderdaad naar andere manieren om toch aan eten te komen. Het kan zijn dat ik stiekem voer neerleg op een speciaal plekje dat zij kent waardoor ze een voorsprong heeft op de andere eenden. Of ze komt als de meeste eenden niet in de buurt zijn. Zo scharrelt ze kennelijk toch voldoende bij elkaar.

Waarschijnlijk maak ik me er druk om dat ze anders is dan de andere eenden want ik hoor: “Ik ben wie ik ben en dat is goed.” “Maar als het nou kouder wordt … die hangende tong wordt misschien wel heel koud … ” “Maak je toch niet zo druk,” laat ze weten. Ik geloof dat ik een vermoeiende gesprekspartner ben als ik al die beren op de weg zie. Voor mij is het weer goed om mee te maken dat dieren van nature relaxed zijn. Ze leven op het moment en zien wel wat er komen gaat. Weer een mooi lesje voor vandaag om vast te houden. Want ik merk dat ik alweer zit te denken wat ik vanmiddag ga doen en dan kan ik daarvoor nog even dit en als ik dan ook nog even tussendoor dat doe dan … poeh, wat word ik eigenlijk moe van mezelf …