“Het gaat toch over mij?”

Snoes moet regelmatig een paar dagen mee naar twee arken.

De voorste is geen probleem voor haar. Daar komt ze binnen, alhoewel ze het niet gezellig vindt in de ruimte die eigenlijk werkruimte is.

De achterste ark is de woning maar Snoes laat zich daar niet zien. Dat is de reden waarom de mensen mij vragen om eens mee te kijken.

Snoes legt me uit dat de ark te ver van de kant ligt en ze is bang dat de ark zinkt. We babbelen wat door en ineens zeggen de mensen door de telefoon: ‘Hee, ze loopt naar binnen.’

‘Dat was het probleem toch?’ informeer ik voor de zekerheid.

Inderdaad, dat durfde ze tot nu toe niet.

Ik vraag Snoes waarom ze er op dit moment bij komt.

‘Het gaat toch over mij?’ hoor ik, ‘Dan moet ik er toch bij zijn?!’

 

Een ouwe gouwe uit In de Stilte hoor je alles

Hyronimus 16: Geen ‘klantgesprekken’ voor Eddy

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten, ook al is het even terug? Maar we hebben tussendoor ook vrij veel met elkaar in contact gestaan. Alleen heb ik geen notities van de gesprekken gemaakt. Doe ik nu wel.
H: Je bent altijd welkom Eddy, ik vind het fijn om met je te sparren en samen dingen uit te vinden. Ik weet dat je een onderwerp dat we laatst in gedachten bespraken, nu graag even wilt uitschrijven. Dus laten we dat maar meteen oppakken.
M: Ja, het onderwerp waarom ‘klantgesprekken’ bij mij altijd lastig zijn.
H: Precies. Jij verbaast je over het feit dat je moeite hebt met die zogenaamde ‘klantgesprekken’, zoals jij het noemt. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen. Als jij een gesprek met dieren aangaat, gaat dat bijna altijd van jou uit. Jij hebt een bepaalde nieuwsgierigheid, je wilt dingen weten, onderzoeken vanuit je binnenste gevoel. Bij een ‘klantgesprek’ heb je dat niet. Er is geen innerlijke nieuwsgierigheid, nee, je wordt geconfronteerd met iemand anders zijn nieuwsgierigheid. Daar zit een zekere gezagsverhouding in en daar heb je meteen weerstand tegen. Zo zit jij in elkaar. En met weerstand werkt het niet. Je moet innerlijk vrij en open zijn om te kunnen communiceren, ook met dieren.

Daar zit een zekere gezagsverhouding in en daar heb je meteen weerstand tegen. Zo zit jij in elkaar. En met weerstand werkt het niet.

M: Is dat waarom ik zo’n moeite met die gesprekken heb en ze eigenlijk ook niet wil doen.
H: Ja, zo werkt dat. Je kunt daar wel aan werken, maar dat zal je best moeite kosten en het mooie voor jou nu is, dat je altijd vanuit een innerlijke drang aan een gesprek begint. In zo’n gesprek zijn dieren ook veel meer toegankelijk, want je hebt een innerlijke interesse in hun beweeg redenen en dat wordt meteen herkend.
M: Zijn de dieren die ik vanuit mijn innerlijke nieuwsgierigheid aanspreek ook minder geneigd om me te misleiden, zoals ik ooit met een poes heb meegemaakt die me echt zwaar onzin had wijsgemaakt.
H: Dat zou heel goed kunnen.
220622

De leeuwin en haar natuur in de dierentuin

Als ik contact maak met de leeuwin komt ze in mijn beeld voor me heen en weer lopen, mij ondertussen observerend. Even zien wat voor vlees ze in de kuip heeft. Dat laat ik altijd toe: het is een soort kennismaking met elkaar.
Deze leeuwin zegt als eerste dat het kaal is. Er zijn geen welpen. Ik weet niet of ze het alleen over zichzelf heeft of over de groep maar het lijkt of haar/hun cyclus verstoord is.
Dan laat ze weten graag iets bewegends te grijpen en ik voel meteen dat de verzorgers niet veilig zijn bij haar in de buurt. Ze gaat door met vertellen: ‘Het is niet alleen het eten maar ook het vangen. Er gaat een enorme krachtmeting aan het eten vooraf. Het niet kunnen rennen en vangen is een groot gemis. Na het rennen (en eten) is het goed rusten. Dit is rust zonder inspanning geleverd te hebben.’
Zij laat net als de pelikanen zien dat ze bijzonder weinig van haar capaciteit kan gebruiken.
Ze laat ook zien dat ze de deur in de gaten houdt. Ze weet dat daar de ontsnappingsmogelijkheid ligt. Denkend aan de reactie van een bloglezer over het ontsnappen van dierentuindieren vraag ik waarom deze leeuwin hier op dit moment is, ervan uitgaand dat de dolfijn gelijk heeft en geen enkel mens of dier ergens zonder reden is.
‘Voor mij is dit een les in geduld, in incasseren. Accepteren dat de ruimte zo beperkt is.’
Maar er is duidelijk verveling bij deze leeuwin. ‘Rust is alleen fijn als er inspanning is geweest.’ Nogmaals laat ze weten heel graag te willen jagen.
Ik vraag haar: ‘Kan ik zeggen dat jullie uit je kracht gehaald zijn?’ ‘Wij hebben onze kracht nooit gekend,’ antwoordt ze. Maar ze weet dat ze een groot potentieel in zich heeft.
Ik vraag wat ze gaat doen als ze zou kunnen uitbreken en ik zie voor me dat ze dan een kind grijpt. Daar doet ze niet ingewikkeld over. Dan gaat ze los. Zo is haar natuur.

Te vroeg uitgevlogen kauwtje

Gisteren liep er een jong Kauwtje op de parkeerplaats bij ons huis. Een kat was al aan het jagen en had het Kauwtje al bijna te pakken. Dus snel het huis uitgegaan en geprobeerd het jonge vogeltje te pakken. Dat lukte vrij eenvoudig. Ik heb hem goed bekeken, hij zag er nog goed uit, onbeschadigd en daarna in een schoenendoos gedaan en naar de vogelopvang gebracht. Toen ik hem in mijn hand had heb ik geprobeerd contact te leggen om hem gerust te stellen, maar hij was veel te veel in paniek om dat te kunnen toelaten. Het is nu een dag later en ik probeer het opnieuw, maar nu op afstand.

M: Dag Kauw, hoe gaat het nu met jou?
K: Nog wel wat bibberig, maar verder redelijk.
M: Hoe kwam het dat jij op de grond zat en nog niet echt kon vliegen?
K: Nou ja, ik zat met mijn broertjes en zusjes in het nest en dat werd wat krap. Het werd mijn tijd om over de rand te stappen, dat is een drang van binnenuit waar je aan moet toegeven. En het lukte in één keer. Dat betekent, ik stapte op de rand en viel meteen, maar kon mijn vleugels wel uitslaan, waardoor ik redelijk zacht kon landen. Redelijk omdat ik nog niet zo geoefend ben in het landen.
M: Wat grappig dat je vertelt dat je een innerlijke drang had om het nest uit te gaan. Ik wist niet dat het zo werkte. En wat gebeurde er toen?
K: Toen kwam ik op de grond terecht, aarde grond en daar heb ik een tijdje rondgescharreld, aan van alles pikkend, maar er was niet veel eetbaars bij. Toen werd ik beslopen door een monster (hij laat me een reusachtig monster zien, maar ik weet dat het een kat was). Daar moest ik wel voor wegvluchten, maar ik kan onvoldoende van de grond komen als ik wil vliegen. Ik kom een stukje omhoog, voldoende dat het monster me net niet kan pakken, maar ik kan het niet blijven doen, dus probeer ik me te verstoppen. Dat werkt echter niet bij dat monster, die jaagt echt op mij en wil me opeten. Ik was dus behoorlijk bang en moest telkens weer ergens anders heen. Zo kwam ik op de parkeerplaats en zo zag jij mij worstelen met het monster.
M: Ja, ik zag dat je maar net kon ontsnappen aan de klauwen van de kat. Hij had je bijna te pakken, dus ben ik als een haas het huis uit gerend om je te helpen.
K: Dat wist ik toen nog niet dat jij mij wilde helpen. Jullie dreven me in de hoek en jij pakte me met een snelle greep in de lucht en toen zat ik vast. Ik probeerde wel los te komen maar je had me goed te pakken, letterlijk. En je stopte me in een doos. Dat voelde wel vrijer dan in jouw hand maar was het niet echt. Gelukkig werd ik weer snel uit de doos gehaald en in een andere glazen doos gestopt. Dat vond ik ook heel eng, ik kon nauwelijks bewegen en zag alles om me heen. Dan is een gesloten doos toch rustgevender.
M: Tot zover heb ik het met je meegemaakt. Ik was erbij dat je in de ‘glazen’ doos werd opgesloten. En wat gebeurde er daarna?
K: Ik werd naar andere mensen gebracht die me weer uit de doos haalden en me bekeken en bevoelden en daarna werd ik in een kooi gestopt, waar ik niet veel bewegingsruimte had, maar wel meer. Ook kreeg ik eten. Ik ben nog niet echt handig in zelf eten, maar ze hielpen me door wormen in mijn snavel te stoppen en dat doen ze regelmatig, dus heb ik nu geen honger meer. Ik voel me nog wel behoorlijk bibberig, want dit is niet de plek waar ik wil leven.
M: Maak je daar geen zorgen over. Je bent nu in het vogelasiel en daar helpen ze je om volwassen te worden, in elk geval groot genoeg zodat je daarna zelfstandig kunt overleven. Ze laten je over enkele weken los en dat kun je soortgenoten opzoeken en je daarbij aansluiten en misschien ook wel een vrouwtje zoeken om je leven mee te delen. Weet je dat ik vroeger ook een Kauwtje heb gehad die uit het nest was gevallen en die ik zelf heb gevoed en groot gebracht. Die ging zelfs overdag, als ik naar school was, naar buiten en hij kwam voor de nacht altijd weer binnen als ik hem riep. En hij sliep op een stoelleuning naast mijn bed. ’s Ochtends ging hij weer naar buiten. Op een dag kwam hij niet meer thuis slapen, maar iedere keer als hij overvloog groette hij ons met zijn roep. Dat was een bijzonder contact.
K: Wat een mooi verhaal. En fijn dat je me gerustgesteld hebt over mijn toekomst.
M: Wil je nog wat zeggen?
K: Dank je wel dat je me gered hebt.
M: Graag gedaan, blij dat ik je nog kon redden en wordt een mooie grote wijze vogel.
220605

Het vrije paard op stal

Ik vond een mooi verhaal uit 2009, in de tijd dat ik veel met vrije dieren communiceerde en daar blogs van bijhield.

 

Deze maand heb ik niet veel contacten gehad met vrije dieren omdat mijn aandacht en tijd onder andere werden gevraagd door huisdieren en hun eigenaren.
Het waren mooie, intensieve gesprekken waarin veel gebeurde en opgehelderd werd. Heel fijne, heel verdrietige en moeilijke dingen kwamen boven en ook heel indrukwekkende.
Over het laatste gesprek wil ik graag wat schrijven.
De avond voor kerstavond tolkte ik in een gesprek tussen een man en zijn paard. Er waren eigenlijk geen problemen en dat bleek meteen al toen ik contact maakte met het paard: hij begroette de man intens en bleef in mijn beeld een tijd lekker tegen hem aan staan. Ik moest hem echt de tijd geven voor we het gesprek konden beginnen, zo blij was het paard dat hij op deze manier contact had met de man.
Tijdens het gesprek ervoer ik de sterke band tussen deze twee.
Het paard is de leider van een kudde van negen paarden en de man is de leider van het paard. Beiden vullen hun natuurlijk leiderschap in op basis van respect en gelijkwaardigheid. Er wordt niks met geweld opgelegd waardoor er geen verzet optreedt bij de ander(en).
Het voelde voor mij als een enorme bevrijding om kennis te maken met een paard dat geen last heeft van zijn verleden. Dat geen last heeft van gedrag van mensen waardoor frustraties ontstaan.
Ik vertelde de man dat ik ook met vrije dieren praat en dat ik in dit paard een vrij dier zag, ondanks dat hij ’s avonds en ’s nachts op stal staat. De man was blij dit te horen omdat hij hoopte dat zijn omgang met het paard dit effect zou hebben op het dier.
Beiden wisten we dat het paard zich heel anders zou gedragen als deze man zijn wil op een autoritaire en dominante manier zou opleggen aan het dier. De man wist het omdat het dier erg druk was toen hij hem leerde kennen en niemand achter de middenlijn van de stal mocht komen. En ik wist het omdat het dier een enorm verzet liet zien in de periode dat hij een maand bij een handelaar stond.
Een dier heeft altijd het laatste woord en het beeld dat dit paard liet zien was zijn hoofd met wapperende manen in de blauwe lucht. Een vrij dier. Een dier dat kan zijn zoals hij is doordat hij een mens heeft gevonden die goed naar hem luistert en zuiver met hem omgaat.

Zo vlak voor de kerst vond ik dit een erg mooie ervaring. Zijn wie je bent. Het is het thema van dit moment voor mij en dit paard liet me weer zien hoe mooi iemand is die kan zijn wie hij is. Wat een enorme rust en kracht gaat er van een dier of mens uit als hij kan zijn wie hij is.
Daar gaan we naartoe met z’n allen, daarvan ben ik overtuigd!
En ik ben er ook van overtuigd dat de diercommunicatie in deze vorm daaraan kan bijdragen. Want dieren hebben ons veel te vertellen waardoor wij geholpen kunnen worden om te worden wie we zijn.

Waarom jagen mensen op ons?

We zijn een weekje op Texel en genieten van de wind en de regen en de zon af en toe. Opeens komen er twee boeren zwaluwen op de reling vlakbij zitten en daar blijven ze zitten. Iedere keer als ik buitenkom, komen ze aanvliegen. Ze willen me wat zeggen, dus na enkele dagen neem ik contact op.

M: Beste zwaluwen, willen jullie me soms wat zeggen of komen jullie voor de gezelligheid steeds langs?
Z: We willen je graag wat vertellen en zagen dat jij een communicator bent en dus willen we met je praten.
M: OK, zeg het maar.
Z: Vogels zijn voor jou bijzonder en je kunt er altijd contact mee krijgen en daarom willen we met je praten. Het gaat hierom. Waarom jagen mensen op ons?
M: Dat is nieuw voor mij. Vertel er eens over zodat ik het kan begrijpen?
Z: Hier bij jullie wonen en leven we dicht bij de mens en dat gaat goed. Het liefst wonen we op een plek waar veel insecten zijn, dus bij boeren en dieren die stank veroorzaken en daar zitten veel insecten. Maar als we weer naar ons overwinteringsgebied trekken, komen we door gebieden waar ze ons vangen en dan worden we gedood en opgegeten. Hoe kun je dat doen bij vogels?
M: Waar trekken jullie heen als je hier weggaat?
Z: We trekken naar Noord en Midden Afrika. We steken daarbij de Middellandse Zee over en sommige van ons ook de Sahara, een beruchte hete en koude plek met weinig voedsel. De plek waar ze ons vangen is aan de noordkant van de Middellandse Zee.
M: Ik kan me voorstellen dat jullie in Italië gevangen worden, dat zou illegaal zijn, maar in Frankrijk en Spanje verwacht ik dat niet.

Wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit

Z: Ja, wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit en hebben we minder last van de Sahara. Doordat het steeds warmer wordt, worden we ook geconfronteerd met veel ruwer weer onderweg en dat is niet altijd een lolletje. Dan moeten we schuilen want we kunnen het niet opnemen tegen deze stormen en die enorme hoeveelheden regen die daarbij vallen.
M: Ja, dat begrijp ik. Over die opwarming, hebben jullie daar veel last van?
Z: Ja zeker. Vooral onderweg tijdens de trek is het verstorend. We vliegen in principe in een keer door, hebben soms wel even een rustpauze, maar nooit lang. Als we te veel rusten raken we de drang kwijt en blijven we soms op een plek hangen waar we eigenlijk niet goed tegen kunnen.
M: Wat bedoel je daarmee?
Z: Nou ik bedoel dat als we bijvoorbeeld in Italië achter blijven omdat we te lang gewacht hebben met doorvliegen, dan moeten we daar ons weer een thuisplek zien te vinden. Want we vliegen van het geboortehuis naar het winterhuis en weer terug. Het zijn dus steeds bekende plekken waar we komen. Maar als we ergens onderweg stoppen, is dat een onbekende plek voor ons. Moeten we zien uit te vinden wat is de beste plek om te schuilen, wat is de beste plek om insecten te vangen en al dat soort dingen, terwijl we dat anders gewoon weten, want daar komen we altijd al.
M: Het wordt dus ingewikkeld door het veranderende klimaat om jullie gewone leven te blijven volgen.
Z: Ja dat is zo.
M: En wat was dat nou over dat jagen op jullie?
Z: Daar wilde ik het over hebben omdat familie regelmatig onderweg gevangen wordt en dan nooit meer terug komen. We kunnen elkaar onderweg wel kwijtraken, maar we treffen elkaar eigenlijk altijd weer op de thuisplekken. Wat voor plezier hebben mensen daar nu aan?
M: Dat plezier begrijp ik ook niet. Maar er is in Italië geloof ik een traditie om vogels te vangen en op te eten. Het is wel veel minder geworden, want de meeste mensen eten geen vogels meer, behalve kip. Maar de meeste mensen eten nog steeds vlees. Dat zal wel gaan veranderen, maar dat neemt veel tijd voor mensen inzien dat ze beter eten kunnen maken van gras dan het gras aan de koeien te voeren en dan die koeien op te eten.
Z: OK, het was gezellig even met je te praten. Blijven jullie nog even?
M: Waarom vraag je dat?
Z: Eenvoudig omdat we nooit mensen lang zien blijven, ze komen en ze gaan. Veel sneller dan wij trekken. Wij blijven een lange periode en verhuizen dan weer voor een lange periode. Jullie komen maar kort hier.
M: Dat is juist, wij komen hier voor vakantie, om wat rust te hebben en daarna gaan we weer deel nemen aan alle drukte die mensen eigen is.
Z: Ja, dat is ook zo vreemd. Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan en neem je de tijd om met mij bijvoorbeeld te praten.

Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan

M: Ook daar heb je gelijk in. We willen altijd zoveel doen. Nou wil je nog wat zeggen of zullen we stoppen?
Z: We kunnen stoppen en kunnen altijd toch weer een andere keer praten?
M: Ja, dat kan. Dank je wel voor het gesprek.

220525

Liever geen beren op je weg…

Het is verbazingwekkend, al zeg ik het zelf. Jaren geleden maakte ik contact met een kodiakbeer in een dierentuin (zie blog hieronder). Nu ik het weer lees, komt de vraag bij me op of beren eigenlijk wel vlees eten. Even wikipedia openen en het wordt bevestigd, net als meer uit dit contact:

“De kodiakbeer is me een mooie … Zegt meteen als ik contact maak dat hij mij wel lust. Hij schijnt zin in vlees te hebben, zin in een prooi ‘scheuren’. Hij heeft ook zin in vis.
Ik krijg van hem door dat hij veel ruikt en dat hij er wel op uit wil om te eten.
‘Kan je alleen maar aan eten denken?’ vraag ik hem.
‘Eten is belangrijk,’ vindt hij.
Ik laat hem in een beeld zien dat hij het volgens mij lang niet slecht heeft volgens dierentuinbegrippen.
‘Het is te beperkt. Ik wil erop af, afstanden afleggen.’ Het voedsel zoeken is een grote innerlijke drive. Momenteel is hij veel te lui, vindt hij zelf. Hij leeft onder zijn capaciteiten.
Hij laat mij een soort gelatenheid voelen van iemand die berust in zijn situatie. ‘Ik klaag niet,’ wil hij nog even kwijt, ‘maar ik leef onder mijn niveau van kunnen.’ ”

Na dat gesprek was ik naar een vrije beer in Alaska gegaan. Die kon ook alleen maar aan eten denken op dat moment. De contacten was in november dus de eetdrang klopte wel:

“Ik heb net de kodiakbeer uit de dierentuin gesproken en ga daarna naar deze beer.
Die vindt al vrij snel dat ik loop te zeuren en vraagt wat ik wil. Hij lijkt een run tegen de tijd te voeren en denkt, net als de kodiakbeer, alleen maar aan eten.
Hij vindt dat hij nog te weinig voedsel binnen heeft en wil een dikkere laag om de winter door te komen.
‘Lukt dat?’ vraag ik belangstellend.
‘Niet als jij loopt te drammen.’
Het is duidelijk, ik moet deze beer niet storen op dit moment.”

Heerlijk, die beren!

Hondje Patron

De afgelopen weken verschenen er diverse YouTube filmpjes over het Oekraïense hondje Patron. Ze zou meegegaan zijn met een soldaat naar het front waar ze inmiddels is ingezet als hond die explosieven opspoort die door de Russen zijn achtergelaten. Daarmee zou ze inmiddels al een kleine honderd levens gered hebben. Wat is daar van waar? Dus ben ik op zoek gegaan naar verbinding.

M: Dag Patron, mag ik met je praten?
P: Dat mag.
M: Wat kun je me vertellen over jezelf?
P: Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

M: Houdt ons gesprek dan hier op?
P: Ja.
M: Dat was ene heel kort gesprek dan.
P: Maar we kunnen wel praten als we de oorlog gewonnen hebben. Dan mag je je weer melden.
M: OK.

220508

Patron en ik hebben daarna nog enkele contacten gehad en vandaag probeer ik het weer.
M: Mijn gesprek van vandaag zal niet gepubliceerd worden voor de oorlog met de Russen tenminste tot rust is gekomen. Kunnen we onder die voorwaarden wel al vast met elkaar praten? (Aan het einde van het gesprek liep het toch anders)
P: Dat kan.
M: Je hebt mij de afgelopen dagen laten zien dat er rond jou een mythe is gemaakt en dat de filmpjes die er rondgaan, allemaal fake zijn. Nagemaakt, maar niet echt. Klopt dat?
P: Ja dat klopt, ik wilde je dat eigenlijk niet vertellen, maar het is misschien toch wel belangrijk dat je deze dingen begrijpt. Inderdaad op voorwaarde dat je dit voorlopig niet publiceert.
M: Ik voel me geëerd door je vertrouwen. Ben je niet bang dat ik door jouw bekentenis anders tegen de oorlog aan ga kijken?
P: Nee, dat ben ik niet. Ik denk dat je juist meer bewondering voor ons gaat krijgen over wat wij allemaal kunnen in deze oorlog.
M: Ja, daar heb je zeker een punt. Ik was me niet bewust dat informatie ook oorlog is en dat jullie op alle fronten die informatie slag heel sterk spelen.
P: Ja, dat doen we en het werkt ook. Al die beelden van mij en van andere honden laten zien hoe sterk wij en in dit verband voel ik me ook een Oekraïner, betrokken zijn bij deze oorlog en hoe inventief we met de hele informatie omgaan. Daardoor is ons imago in Europa ook van een onverzettelijk volk. In tegenstelling tot de Russen die hier jongens naar toe hebben gestuurd die liever niet willen schieten. Hoe denk je dat zoiets op het moreel van die arme Russen over komt?
M: Hoor ik je nu zeggen die arme Russen?
P: Ja, dat hoor je goed. Die jongens die hier moeten vechten doen dat niet voor hun plezier, ze zijn gestuurd en zouden ook veel liever thuis zijn.
M: Dat begrijp ik en vind ik toch wel heel groots van je dat je zo over ze kunt denken, zeker na alle beelden die we hebben gezien over gruwelijkheden die zijn begaan. Maar je hebt nog een antwoord van mij tegoed over wat ik denk dat het met het moreel doet? Ja, dat doet zeker iets met het moreel. Dus is dat een slimme manier van oorlog voeren.
P: Dat is wat ik bedoel en daar doe ik dus erg mijn best voor.
M: Dit gesprek wat we nu samen voeren is toch heel mooi om aan de mensen die onze blogs lezen te laten zien? Wil je het echt geheim houden?
P: Ja en nee. Ja, want mijn bazen willen niet dat ik dit vertel. Volgens de mythe die rond mij, en anderen, is gesponnen, zijn wij helden, maar eigenlijk zijn wij hulpjes. En dat doen we graag want ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen. En misschien mag je laten zien wat wij dieren daar in kunnen betekenen?

Ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen

M: Ik vind het heel mooi wat jullie doen en voel niet dat het onecht is. Jullie zijn op jullie manier ook helden en wat ik echt mooi vind is dat je laat zien dat jullie als dieren ook willen werken voor jullie land en dat je ook nog compassie kunt opbrengen met degene die jullie dit aandoen.
P: Daar is wel een kanttekening bij te maken. Wij hebben compassie met de arme militairen die hier naar toe gestuurd worden om dingen te doen die ze helemaal niet willen doen. Maar ze kunnen niet echt anders. Er zijn echter ook monsters onder die militairen, en daar heb ik geen enkele vorm van medelijden mee. Het zijn beesten van mensen, zo erg zouden beesten nooit kunnen zijn.
M: Daar heb je gelijk in. Maar blijft de vraag, mag ik dit met jouw toestemming publiceren of wil je het geheim houden?
P: (worstelt met zichzelf) Ik geloof dat het misschien toch goed is als je dit laat weten aan de wereld.
M: Zeker weten? Ik wil je absoluut niet onder druk zetten!
P: Ja, het is OK, doe maar.
M: Wil je nog wat zeggen?
P: Nee, dit is het wel voorlopig. Dank je wel.

220511

Relatieopbouw met de eend

Al jaren zitten er eenden bij ons aan boord. Er is ook menig nest uitgebroed en twee keer heb ik gezien dat de jonge eendjes zich vanaf het dek of het dak van de roef in het water stortten om zich te voegen bij hun moeder die ze luid kwakend bij zich in het water riep.

De laatste maanden zijn het vooral twee eenden die zich steeds meer laten zien. Als ik naar het schip loop komen ze uit het water om me tegemoet te vliegen. Of ze staan al klaar op het houthok om te kijken of ik wat voer neerleg. Vandaag maak ik contact met het vrouwtje.

`Eindelijk! Ik kom hier al heel lang!´ laat ze weten. Het lijkt of ze het leuk vindt om es te babbelen met elkaar. Ik vind het een interessante waarneming hoe we communiceren. Het gaat razendsnel.

Ik begrijp dat het schip interessant is omdat hier eten is wat ergens anders niet is. Ze doelt op het vogelzaad dat ik al jaren op het dak van de papegaaienkooi leg. Ze laat zien dat ze het schip al tijden, ik vermoed jaren, goed heeft geobserveerd. Heel voorzichtig heeft ze dingen opgebouwd.

Nu lijkt ze het vooral komisch te vinden wat er aan boord gebeurt. Ik reageer een beetje verbaasd op het begrip ´komisch´ en vraag in beeld of ze mij niet eng vindt. ´Er gebeuren geen onverwachte dingen en er zijn geen onverwachte bewegingen. Ik ken alles wat je doet uit mijn observaties.´ Dat is een pijnlijk puntje want ik vind mezelf vaak heel saai met al die vaste gewoonten en het niet uit mijn bol gaan. ´Nee, dat is steady,´ laat de eend weten. ´Door het ´saaie´ kunnen anderen op je bouwen.´ Nou, dat is een nieuwe kijk die ik maar es mee ga nemen in mijn overwegingen.

Ik vraag wat ze bedoelde met ´komisch´. ´Nou, ik bekijk soms wat je doet: zitten op een stoel, lezen, roken.’ ‘Hoe weet jij dat nou te benoemen?’ vraag ik ineens bijna verontwaardigd. ‘Wat weet jij nou van boeken, sigaren en koffie?’ ‘Rustig aan,’ sust de eend, ‘Je doet het zelf: ik geef jou een beeld door en jij geeft er tekst aan. Daardoor weet ik hoe jij het noemt.’

Vervolgens laat ze zien hoe ik vaak druk met bewegingen en spullen ben. Ze begrijpt niet dat ik me daar zo op focus en me niet met mijn omgeving bezighoudt. ‘Je ziet heel weinig wat er om je heen gebeurt. Je bent zo met je eigen dingen bezig en met je eigen gedachten.’ De eend begrijpt dat onoplettende niet en ik krijg het beeld dat zij gevaar zou lopen als zij zich zo zou gedragen. ‘Hoe doe jij dat dan?’ vraag ik. Want stiekem heb ik wel eens het idee dat eenden ook heerlijk in hun coconnetje kunnen zitten en maar wat zitten te dobberen. ‘Ik ben gecentreerd in mezelf maar tegelijkertijd ook oplettend naar mijn omgeving.’ Dat vind ik knap en ook dit ga ik meenemen in mijn overwegingen.

Het is een vreselijk leuke eend en allebei vinden we dat we op een ander tijdstip nog es verder gaan babbelen.

(klik op de foto om de hele foto te zien)

Gesprek met een walvis 2

Vandaag het tweede deel van de gesprekken die ik met drie walvissen heb gehouden. Oude bekenden zoals uit het eerste gesprek bleek. Om dat eerste gesprek te lezen, klik dan hier

Walvis 2
W2: Dan mag ik nu. Ook ik vind het heel fijn dat je eindelijk besloten hebt contact met ons op te nemen. Maar ik wil belangrijke zaken aan je kwijt, dus geef me even de ruimte.
Ik wil je opmerkzaam maken op de enorme vervuiling van de oceanen. Dan gaat het niet alleen maar over al het plastic afval dat in zee terecht komt en veel dieren en ook ons, soms het leven kost omdat we dat binnen kunnen krijgen en het niet kunnen verteren. Het blijft in ons lichaam zitten en kan ons uiteindelijk doden. Maar de plastic soep zoals jullie dat noemen is bekend. Nog onvoldoende is bekend dat er veel meer dan zes vindplaatsen van zijn over alle oceanen geteld. Daarnaast hebben we als zeewezens veel last van de chemische vervuiling die door schepen wordt achtergelaten. Boten lozen vuil en niet alleen organisch vuil, maar ook, en dat is voor ons veel erger, chemisch vuil. Dat kan rechtstreeks levensbedreigend zijn voor ons. Hier moet ook wat aan gedaan worden, het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten omdat je ergens met het afval naartoe moet.

Het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten

Er is nog een ander belangrijk punt. Wij walvissen communiceren door middel van geluiden. Maar doordat er zoveel lawaai wordt geproduceerd door jullie, met de schepen, maar ook met boringen naar olie of andere delfstoffen, of door de defensie industrie die experimenten uithaalt met lage geluiden en het communiceren met jullie onderwater boten. Dat alles bij elkaar is dus een kakofonie van geluiden, waardoor wij ons slecht verstaanbaar kunnen maken. Daardoor kunnen we onze partners soms niet meer vinden en dat heeft weer invloed op onze aantallen. En zoals je van Walvis 1 hebt gehoord, is dat geen goede zaak. Dit wilde ik graag aan je kwijt omdat ik begrijp dat jij tegenwoordig over de dieren schrijft en dat andere mensen dat lezen en je zo dingen in het bewustzijn van mensen kunt brengen in de hoop dat het ooit allemaal gaat veranderen. Wanneer kom je weer eens op bezoek? Niet dat dat nodig is om met elkaar te communiceren, want dat op deze manier ook heel goed.
210413

Walvis 3
Het gesprek met walvis 3 vond de volgende dag plaats. Ik heb tijd gehad om na te denken over de eerste twee gesprekken en vroeg me af hoe kunnen deze walvissen toch mij meteen herkennen zodra ik contact met ze op neem. Nou het antwoord kwam meteen toen ik contact maakte.
W3: Je vroeg je af hoe wij jou meteen herkenden nadat je na bijna 20 jaar opnieuw contact maakte. Nou dat is eenvoudig. Jouw lichtwezen zit in ons geheugen gegrift en dat herkennen we meteen zodra je er weer bent. Maar het zit ook in jouw lichtwezen geprogrammeerd dat wij contact hebben gehad. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar de herkenning is wederzijds zonder enig voorbehoud als je het lichtwezen kunt lezen. En wij maken daar deel van uit, het is niet zoals bij jullie gescheiden van ons fysieke lichaam. Daardoor is het voor ons heel eenvoudig, de herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is.

De herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is

M: Dat klinkt als inderdaad eenvoudig en voor altijd?
W3: Ja, iets wat in je lichtwezen zit, zit daar voor eeuwig, want lichtwezens zijn eeuwig. De fysieke verschijningsvorm maakt daarin niet uit.
M: Wat een wijze les geef jij mij even. Dank je wel.
W3: Graag gedaan en neem nog eens contact op.
210414

Deel 1 van deze gesprekken is hier te vinden.