Het stokstaartje

Als ik contact maak met dit stokstaartje zie ik hem meteen om zich heen kijken. Alsof hij zoekt waar ik ben. Ik vertel hem dat ik via deze vorm van communicatie contact leg en dat ik er niet fysiek ben. Dan gebeurt er iets wat ik nog nooit meegemaakt heb met dieren: dit diertje benadert mij razendsnel, legt zijn voorpootjes op mijn hoofd en het lijkt of hij in mijn hoofd gluurt. Ik word wel eens gescand door dieren maar zo extreem als dit is nog niet gebeurd en ik moet erom lachen.
Ik leg hem uit dat ik graag met dieren praat en hij laat meteen hun hele ruimte zien. Hij laat weten veel te spelen en hij rent druk heen en weer. Een actief diertje. Hij laat zien dat hij een verre blik heeft en een ver gehoor. Overdag staan de mensen ervoor. Hij wil eigenlijk altijd ver kijken, groot uitzicht hebben. Hij herhaalt een paar keer dat hij tussen de mensen door moet kijken, dat hij overdag steeds op mensen stuit. ‘Als ze weg zijn hebben we de tijd aan onszelf,’ vertelt hij.
Weer laat hij zien dat hij heel gespitst is op geluiden en bewegingen ver weg. Hij vindt het fijn om een eigen ruimte te hebben in de dierentuin. Ik weet niks van stokstaartjes maar ik kan me voorstellen dat ze een eigen territorium hebben (dit zie ik later op internet bevestigd).
Het dier geeft steeds een vrolijke, levenslustige indruk. Hij doet me denken aan een wakkere fret, die reageert ook zo snel. Alleen lijkt het of stokstaartjes slimmer en veel wakkerder zijn.
Als slot van ons contact laat dit stokstaartje nogmaals zien dat zijn blik gericht is op ver weg.

Gesprek met een Walvis 1

Toen ik jaren geleden voor mijn werk in Zuid-Afrika was (2003), ben ik heel bewust naar een baai gegaan waar Walvissen veel gezien worden. En ik had geluk en ze lieten zich aan me zien. Toen merkte ik al dat het heel gemakkelijk was om contact met ze te leggen en dat contact mee naar huis te nemen, thuis kon ik met de Walvissen daar nog steeds voelen dat er verbinding was. Ik wil nu proberen deze verbinding uit te breiden tot een gesprek.
M: Beste Walvissen, ik zou heel graag een jaren geleden aangegaan contact weer willen oppakken en nu met jullie willen ‘spreken’. Wie is bereid mijn gesprekspartner te worden?
W1: Ja, heel graag. Het contact wat je jaren geleden gelegd hebt was onder andere met mij, maar ook met twee andere vrienden, die je ook graag willen spreken. Maar ik mocht eerst. We voelden jouw vraag al dagen aankomen en zijn blij dat je nu zover bent.
M: Wat geweldig dat jullie met me willen communiceren, wat ik ‘praten’ noem. Ik verheug me daar erg op en inderdaad dit zat al even in de pijplijn. Hoe is jouw leven in de oceaan of ben je inmiddels overleden?
W1: Nee, we leven alle drie nog en vonden het die jaren geleden bijzonder om met jou in contact te komen en we hebben geprobeerd dat contact ook in stand te houden, maar de laatste jaren was jij je er niet meer van bewust. Dus fijn dat het lukt. Wij leven in de oceaan, vooral in de Zuidelijke IJszee rond Antarctica en we komen regelmatig in de wateren rond Zuid-Afrika waar we elkaar getroffen hebben. Jij zat op de rotsen en na enkele uren hadden we contact en hebben we ons laten zien aan jou. Dat was mooi en jij was er helemaal blij mee. Ons leven in de oceaan is op zich een goed leven. Helaas wordt er nog steeds op ons gejaagd door grote boten en als we daar te dicht bij in de buurt komen, dan zijn we ons leven niet zeker. Dat is reden om toch altijd wel afstand te houden van grote boten. Maar in de baaien kunnen we gevaarloos verblijven. Dat is vaak ook de plek waar we jongen krijgen.

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde?

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde? Daarom zijn onze soorten erg belangrijk om te beschermen en te zorgen dat we met veel meer zijn dan nu het geval is. Juist in deze periode waarin de mens de Aarde zo sterk onder druk zet met haar opwarming, zijn wij Walvissen van belang. Wij walvissen nemen CO2, ja het broeikasgas, op in ons lichaam waar we het vasthouden tot onze dood. Daarna zinken onze dode lijven naar de bodem van de oceaan waar alles dan achterblijft, ook dus de door ons lichaam opgeslagen CO2. Dat zijn best substantiële aandelen, maar nog belangrijker is dat we door onze uitwerpselen sommige oceaanplanten sneller groeien en die nemen CO2 op en zetten dat om in zuurstof. Allemaal zaken die van belang zijn voor ons marine ecosysteem. Het is dus erg belangrijk om onze soorten te beschermen en ons zoveel mogelijk met rust te laten zodat we ons goed kunnen vermeerderen. En dat allemaal om de mede door jullie veroorzaakte problemen te helpen op te lossen. Nu wil mijn vriendje nog wat met je delen.
W2: …
M: Ho ho, mag ik er nog even tussen komen voor jullie allemaal aan de beurt zijn geweest en ik niets heb kunnen zeggen. Dank je wel broeder Walvis 1 of heb je een naam die ik mag gebruiken?
W1: We beginnen nog niet aan namen, dat komt later misschien wel, nu leidt het alleen maar af van de belangrijke zaken die we te bespreken hebben. Dan nu mijn vriendje. (Die komt over veertien dagen aan de beurt)
210413

Deel twee van deze gesprekken is hier te vinden.

`Intenties laten zich niet verwoorden´

Als ik contact maak met deze olifant, lijkt ze meteen een speeltje van me te maken. Ze reageert uitbundig, wat onbenullig en geeft me het beeld dat ze met me speelt als met een lappenpop. Mijn insteek is altijd serieus contact dus ik vraag haar of ze uitgespeeld is. Meteen zet ze me in haar beeld neer en loopt van me weg. Ho, dat was ook niet de bedoeling! Dus loop ik naast haar mee maar dat bevalt me niet. Beleefd vraag ik of ze de tijd wil nemen voor een gesprek.
Meteen laat ze weten niet naar mensen te hoeven luisteren. Dat vind ik natuurlijk okee en ik vertel haar dat dit contact op een ander level is, niet fysiek. Dan wil ze wel communiceren.
Ze laat als eerste zien dat olifanten lange afstanden lopen. Dat zit in hun wezen. Hier kan ze voldoende lopen en bewegen maar het zijn geen lange afstanden in colonne.
Tijdens mijn dierentuinbezoek heb ik wat info opgevangen van een verzorger en ik vertel de olifant dat ik hoorde dat er onderzoeken gedaan zijn naar hun onderlinge communicatie. De verzorger vertelde dat in hun kop trillingen te voelen zijn. Deze olifant geeft door dat het om golven gaat.
Ze komt bij mij heel open en actief over en haar aandacht gaat ook snel ergens anders heen. Ze laat zien dat ze doet waar ze zelf zin in heeft. Ze lijkt in een eigen flow te zitten en vermaakt zich op een dag met bomen, publiek, andere olifanten, stokken, zand, water, lopen etc.
Ik moet het contact met haar echt goed gericht blijven houden dus vraag ik naar hun manier van onderling communiceren. Dan krijg ik het idee dat ze op ‘twee standen’ tegelijkertijd leven. Het trage van hun bewegen en de flow waar ze fysiek in zitten maar tegelijkertijd een razendsnel, fijngevoelig denken.
Met die fijngevoeligheid lijken ze te weten wat er buiten de muren van het nachtverblijf gebeurt. Weten ze wanneer de verzorgers er zijn/komen en hebben ze een ragfijn onderling contact.
Ik geef via een beeld door dat de verzorgers zich niet meer tussen de olifanten mengen omdat er ongelukken zijn gebeurd en dan zie ik dat de verzorgers helemaal niet van belang zijn! De olifant laat zien dat alles draait om wat er op hun ‘olifantenlevel’ gebeurt. Mensen nemen daarin een enorm kleine plaats in. Mocht er onderling wat zijn tussen de olifanten dan houden ze totaal geen rekening met de fysieke aanwezigheid van een mens. Vertrapping of iets dergelijks van mensen is dan niet meer dan een tak vertrappen die toevallig in de weg ligt. ‘Het speelt zich allemaal af op ons communicatieniveau.’
Ik ben werkelijk onder de indruk van de grootte van hun onderling (be)leven. De olifant laat zien dat de rol van de mens/verzorger zó klein is. Ik meen te moeten opmerken dat er toch heel wat mensen om hen heen zijn die zich een slag in de rondte werken om hun verblijf goed te maken. ‘Mensen leggen voedsel neer maar zijn van zo weinig betekenis voor ons.’ Ik geef haar via beeld en gevoel door dat het me schokkend lijkt om te horen als verzorger, als je met zoveel liefde voor die dieren werkt.
‘Maar je laat mij wel een kijkje nemen bij je,’ merk ik dan een beetje verbaasd op. ‘Ik neem ook een kijkje bij jou,’ is meteen het antwoord. Ik weet inmiddels dat op dit niveau van communiceren er inderdaad een wederzijdse uitwisseling is. En onbewust denk ik aan wat mijn intenties zijn om dit soort contacten aan te gaan. ‘Intenties laten zich niet verwoorden,’ hoor ik er pats boem overheen. Een lekker bijdehand dier…

Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330

 

Tirza 2: Tirza klaagt verder

Tirza wil praten en gaat meteen los.

T: Ja, ik wil graag mijn zegje doen, dat bruine monster waar jullie zo gek mee zijn, is best erg opdringerig. Je zegt wel dat ze me niets doet, maar daar lijkt het niet op. Ze springt steeds op me af en ze heeft hele grote poten.
M: Die grote poten begrijp ik, maar er zit geen kwaad in, ze zal je nooit bijten, maar ze is nog wel wild, dat komt omdat ze je spannend vindt. Je kunt haar met jouw arsenaal aan opties: grommen, blazen, omdraaien, aankijken, dikke staart, gemakkelijk de baas, dat vindt ze spannend.
T: Maar ik niet. Ik wil gewoon door het huis kunnen lopen, zonder dat monster achter me aan.
M: Dat proberen we ook voor je en heel goed dat je steeds naar binnen komt en je niet laat weerhouden.
T: Dat klopt, maar ook in de tuin laat ze me niet met rust, zodat ik muizen verder in het bos moet zoeken. En die spelen niet gezellig.
M: Je bedoelt die kun je niet zo gemakkelijk vangen?
T: Eigenlijk bedoel ik dat niet, ze verstoppen zich en laten zich daarna niet meer zien, dus helemaal niet spelen samen, ze spelen niet.
M: Dat moet saai zijn.
T: Dat is het ook, ik moet nu gaan jagen en dat kan ik ook goed, maar dat kost meer tijd en lukt niet altijd.
M: Dus je eet minder muizen en wilt van ons meer vlees krijgen?
T: Als dat zou kunnen …
M: Wil je nog wat kwijt?
T: Ik wil dat jullie zorgen voor een veilige thuisplek voor mij.
M: Maar dat doen we!
T: Maar het monster kan te dichtbij komen.
M: Ze zit iedere nacht opgesloten, dan kun je helemaal vrij door het huis lopen en je kunt ook op bed liggen bij ons.
T: Ja, maar jij stuurt me dan weg …
M: Ja, als je probeert de hele nacht op me te liggen dan stuur ik je weg, maar je mag best tegen me aan liggen, alleen niet op me. En bij mijn partner kun je altijd terecht.
T: Dat is waar, nou tot de volgende keer, ik vind de gesprekken wel leuk worden.

Over goed, slecht en schuldgevoel

Deze foto is gemaakt op het moment dat alle andere chimpansees door de hitte voor pampus lagen. Deze chimp zat echter met een stokje blaadjes achter het hek vandaan te trekken.
Als ik contact met haar zoek, begint ze enthousiast heen en weer te rennen in mijn beeld. Ze heeft kennelijk wel zin in een gesprekje.
Ik herinner me ineens dat ik van iemand hoorde dat ze met een cursusgroep naar deze dierentuin waren geweest om contact te zoeken met dieren. ‘Hebben mensen wel vaker op deze manier contact gezocht?’ vraag ik. Dat beaamt de chimpansee en ze voegt eraan toe: ‘Ik speel met ze. Ze nemen zichzelf zo serieus.’ Daar moet ik om lachen en de chimp vraagt me waarom ik contact zoek. ‘Nou,’ antwoord ik, ‘ik hoop dat mensen kunnen leren van dieren.’ Meteen realiseer ik me dat weinig mensen luisteren naar deze vorm van communicatie. Deze week schreef een vriendin dat de wereld tot nu toe nog niet op de kop heeft gestaan van een diergesprek. Het zou toch tijd worden dat dat wel gebeurt, dacht ik toen.
‘Bij mensen ligt er zo’n chaos, zo’n hoop ballast om ze heen,’ vertelt de chimpansee. ‘Dieren hebben die franje niet.’ Ze vindt dieren puur. Ze reageren meteen.
Ik wil heel graag meer van haar weten maar ben door het gesprek met een python, dat ik net afgesloten heb, erg omlaag getrokken qua energie. Ik kom met de chimpansee overeen dat ik eerst koffie ga drinken en dan terugkom voor een gesprek over goed en slecht en schuldgevoelens.

Deze chimpansee voelt zich belangrijk dat ik met haar praat en gaat er lekker voor zitten. Ik weet overigens niet eens of het een mannetje of vrouwtje is maar het zal me niet verbazen als het een vrouwtje is.
We gaan het hebben over goed en slecht en de chimpansee vertelt: ‘Wij hebben ons aan regels/omgangscodes te houden. Anders worden we meteen afgestraft. Spelen (uitdagen) mag, kwaad doen niet.’ Ze laat weten dat het bij kwaad doen/overtredingen hard tegen hard is. Er kan dan genadeloos gemept worden en de sterkste wint. Bij wangedrag wordt je uit de groep ‘geslagen’. ‘Natuurlijk mag je terugkomen,’ vervolgt ze. ‘Als je je weer gedraagt en je voegt naar de groepsregels.’
Ze laat het beeld zien dat de groep een vierkant is dat stevig staat. Bij wangedrag lig je er buiten. Ik laat zien dat mensen door eigen gedrag ook buiten de groep kunnen komen te staan. Wij zijn dan in staat om kritisch naar onszelf te kijken. De chimpansee laat meteen weten dat mensen dan gaan draaien: er komt zelfmedelijden bij, ze gaan excuses bedenken om zichzelf goed te praten, een hoop ge-ja-maar en meer vaag gedoe. ‘Apen willen maar één ding: terug in die groep. Die groep is rechtvaardig, biedt veiligheid en geborgenheid.’
Waar apen over de grens zijn gegaan, zich te groot hebben gemaakt, moeten ze weer inkrimpen om in de groep te passen. Ze laat weten dat de ene aap vaker even uit de groep ligt dan de ander. Dat ligt aan het karakter van het dier en de ondernemendheid/avontuurlijkheid. En of het dier graag grensverleggend bezig is of niet. ‘Sommigen zijn erg gedwee, braaf, passen zich aan. Wie zich te groot wil maken, krijgt klappen.’
Hoe zit het met schuldgevoel, wil ik weten. ‘Geen schuldgevoel,’ hoor ik stellig. ‘Fout bestaat niet. Je kan altijd terug in de groep, mits je je aanpast.’

Hyronimus 15: Hyronimus over de oorlog in Oekraïne

Zoals bijna iedereen maak ik me zorgen over de oorlog in Oekraïne en moeten deze helden nog heel lang lijden? In drie gesprekken met Hyronimus heb ik veel informatie over de achtergrond kunnen krijgen. Hier de integrale versie van deze drie gesprekken.

Gesprek 1: 3 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten?
H: Ja heel graag en ik zeg je meteen dat ik geen toekomst voorspeller ben, maar ik wil graag proberen om dingen te verklaren vanuit de menselijke geest zoals die in het universum klinkt.
M: Je begint al antwoord te geven voor ik je een vraag heb gesteld.
H: Dat is niet zo moeilijk, ik ben aanwezig in jouw geest en weet wat je denkt en voelt.
M: Maar de lezers van deze blog kennen de vraag nog niet, dus mag ik je de vraag nog even stellen?
H: Ga je gang.
M: Wat is jouw mening over de huidige crisis die is ontstaan door het binnenvallen van Rusland in Oekraïne?

Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft.

H: Zoals gezegd kan ik de toekomst niet voorspellen. Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft. Hij is boos om het onrecht dat hem is aangedaan, zo voelt hij dat. Hij voelt het als erg persoonlijk, dat maakt het moeilijk. Doordat hij zich uitsluitend omringd heeft met mensen die nooit tegen hem in zullen durven gaan, is hij ook het contact met de werkelijkheid verloren. Hij gelooft echt in de bedreigingen die er uit gaan van zijn fantasieën. Daarom had hij in zijn ogen geen enkele keuze om deze invasie niet te beginnen. Zijn eisen zijn gerechtvaardigd in zijn ogen en als anderen dat niet begrijpen zullen ze helaas geconfronteerd worden met zijn ijzeren wil om zijn doel toch te bereiken. Dat is wat er nu gebeurt.
M: Wat kunnen wij doen om de Oekraïners een hart onder de riem te steken?
H: Een hart onder de riem steken is niet moeilijk en de wereld laat zien dat ze dat doet. Er is een ongekende eenheid, nooit eerder vertoond in de laatste zestig jaar, direct na de tweede Wereldoorlog was er ook een enorme eensgezindheid van dit willen we nooit meer. En nu laat de Westerse wereld dat weer zien. De vele hulpacties die op gang komen zijn hartverwarmend. Daarmee steken jullie ze een hart onder de riem. Maar dat is volstrekt onvoldoende om dit arme volk te helpen deze agressor buiten hun land te houden. Daarvoor is oorlog nodig en dat wil niemand. Dus wordt er gezocht naar andere manieren om deze crisis op te lossen. Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan. Ook als dat betekent dat het ten koste van heel veel gaat. De man zal zijn waanideeën in Westerse ogen, niet opgeven en hij zal dus doorgaan te proberen die te bereiken, ten koste van heel veel.

Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan.

Maar zijn het waanideeën? Hij voelt zich echt bedreigd, is daar misschien een heel klein beetje van waar? Dit is een moeilijke vraag, een echte gewetensvraag.
Het is nu veel te laat om via die weg nog naar het conflict te kijken, nu is er maar één weg, via de wapens. Bij sommige landen en personen begint door te dringen dat de Oekraïners zich als helden gedragen door tegen deze grote overmacht terug te vechten, maar ook zij kunnen niet anders. Ze hebben van de vrijheid geproefd en kunnen en zullen die niet opgeven. Gelukkig worden ze langzaam in staat gesteld zich te gaan verdedigen. Dit kan een lange oorlog worden, maar er is natuurlijk altijd ook nog een andere uitweg. Die uitweg moet van binnenuit Rusland komen. Dat zal heel moeilijk zijn, lang niet alle Russen zijn daar aan toe, maar wel een steeds grotere groep.
M: Nou dat was een lang verhaal, maar ook een duidelijke analyse.
H: Kun je hier wat mee?
M: Ik ga het zeker als blog plaatsen, maar of dit is wat de mensen willen horen betwijfel ik. Hoe kan nu een geestelijk wezen, zoals jij dat bent, voor oorlog pleiten?
H: Dat doe ik niet, alleen zie ik dat momenteel als enige uitweg. Ik ben in dit geval dus boodschapper en niet de bedenker van de boodschap. Wil je dat alsjeblieft in je beeld vasthouden?
M: Je hebt gelijk, ik mag jou dit niet aandoen, dat ik je beschuldig van voor een oorlog pleiten. Jij zou het ook graag heel anders willen kunnen oplossen, sorry.
H: Is OK.

Gesprek 2: 9 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Ja.
M: Ik heb twijfels of ik jouw gesprek inzake de oorlog in Oekraïne wel juist heb weergegeven. Ik twijfel weer aan mezelf, vertaal ik het wel goed. Want de uitkomst van het gesprek is zo dicht bij wat mijn mening is, dat ik vrees dat ik er te veel ‘eigen’ zaken in heb gelegd.
H: Je weet dat dat gevaar altijd aanwezig is als je niet een heel goede vertolker bent. En op dat niveau zit je nog niet, vooral niet omdat je niet dagelijks oefent. Maar je bent niet slecht en dat heb ik al vaker gezegd. Waar heb je je twijfels?
M: Omdat het voor mij eigenlijk niets nieuws bevatte, het was alsof ik mijn eigen mening had opgeschreven en dat maakte me wantrouwig.
H: Ik kan je wel een beetje helpen, want inderdaad was het geen feilloze vertaling van mijn gedachten die je hebt opgevangen. Op het punt waar je schreef dat er maar een uitweg is, die via geweld, heb je wat gemist, daarom was je ook zo verbaasd dat ik voor oorlog pleitte in jouw ogen.
Natuurlijk pleit ik niet voor oorlog. Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn en dat wordt ook zo gevoeld. En zo’n gevoel blijft in het nationale bewustzijn hangen, dat is nooit goed. Door middel van onderhandelingen kun je veel beter een oplossing bereiken die minder een gevoel van verliezers en winnaars geeft, maar die het gevoel geeft van we hebben gezocht naar een oplossing en die gevonden. Daarbij hebben twee partijen een positief en een negatief gevoel, maar die houden elkaar in principe in evenwicht. Dus als het goed is geen litteken op de groepsziel van een volk.

Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn

Op dat moment in de oorlog, we spraken elkaar op 3 maart (de achtste dag van de invasie), was er bij de geïsoleerde man in Rusland geen ruimte meer om over onderhandelingen na te denken. Die situatie is nu ingrijpend veranderd. Hij merkt dat hij geïsoleerd is geraakt, niet in zijn land, dat ziet hij nog niet. Maar hij is in de wereld geïsoleerd geraakt en had nooit gerekend op een krachtig antwoord van een in zijn ogen zwak en verdeeld Europa. Daarom wilde hij ook niet met Europa praten, dat bestond in zijn ogen niet. Zoals de situatie nu is, is niet uit te sluiten dat hij toch wil onderhandelen en niet alleen maar onaanvaardbare eisen stelt, maar wel bij zijn belangrijkste eis blijft dat er nooit meer een dreiging mag en kan uitgaan vanuit Oekraïne. Door zijn veroveringen heeft hij wel een sterke uitgangspositie voor onderhandelingen verworven. Dus de internationale vereenzaming van deze man moet wel in stand blijven. (Het is nu de veertiende dag van de invasie).
M: Dank je wel voor deze toelichting. Je bent dus van mening dat ik een acceptabel verslag heb weergegeven van ons gesprek.
H: Nee, jouw weergave was goed, maar niet volledig. Dus kwel jezelf niet. Je kunt dit gewoon publiceren. Misschien moet je nog actualiseren kort voor jouw publicatie, want de situatie verandert steeds.
M: Dank je wel. Een andere vraag. Was jij het die het haantje in de tuin van mijn dochter heeft opgegeten?
H: Nee, dat zou ik nooit doen. Niet dat ik het niet zou kunnen, maar uit respect naar jou zou ik dat nooit doen. Ik veronderstel dat het de havik is geweest en ze moeten oppassen voor het andere haantje want die wordt op een dag ook gegrepen.
M: Dank je wel voor dit gesprek.

Gesprek 3: 16 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten over Oekraïne?
H: Ja, dat lijkt me goed.
M: Je zegt dat je deze informatie krijgt uit het hoofd van Poetin en dat dat het enige is dat je kunt bijdragen en je geen voorspellingen kunt doen. Dat begrijp ik. Maar hoe verkrijg jij die informatie uit het hoofd van Poetin?

Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt.

H: Om te beginnen zou ik je willen vragen niet met naam te spreken over die man in het Kremlin. Daarmee geef je aandacht aan hem en daarmee wordt hij sterker. Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt. En hij heeft juist moeite met zijn ego. De invasie verloopt niet zoals gewenst in zijn ogen en daar heeft hij het moeilijk mee. Hoe kan het nou dat zo’n onbenullig buurland, weliswaar groot, maar toch vol met Russen, zo’n weerstand heeft tegen zijn bevrijders? Daar wordt hij erg boos van. Eerst kon hij het niet geloven, nu is er ook veel boosheid bij hem. En boosheid is een lastige emotie. Daar is heel moeilijk rationeel mee om te gaan. En natuurlijk zijn er nu onderhandelingen, maar dat is eigenlijk niet wat hij wil. Maar misschien wel de enige manier om een deel te bereiken van wat de oorspronkelijke opzet was. De gesprekken zullen dus nog wel doorgaan, maar er is geen echte noodzaak voor hem om haast te maken en in de tussentijd kan hij Oekraïne verder afbreken.
M: Dat is wel heel boeiend, maar ik vroeg hoe kom jij aan de informatie uit zijn hoofd?

Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen

H: Dat is niet zo moeilijk. Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen voor een ieder die kan lezen. Mensen kunnen dat meestal niet, jij kunt dat met dieren en baby’s. Dieren en ook jonge mensen hebben zich niet afgeschermd, voor dieren is dit de belangrijkste manier van communicatie. Zodra kinderen ouder worden, zijn ze niet meer open voor dit soort communicatie en ben je afgeschermd. Maar voor bepaalde dieren die in de loop van hun vele incarnaties wijzer geworden zijn, is het mogelijk om in dat ‘omveld’ alles te lezen. Helderziende mensen kunnen dat soms ook, afhankelijk welke vorm van helderziendheid ze hebben ontwikkeld.
Nu terug naar die man in het Kremlin: hij is ook te lezen, maar heeft veel tegenstrijdige gevoelens en gedachten en dan is het lastig daar een mainstream uit te halen. Toch heb ik dat geprobeerd in de drie gesprekken die we nu over de oorlog hebben gevoerd.
M: Dank je wel voor deze toelichting. Heb jij hoop op een spoedige oplossing?
H: Die verwachting heb ik niet. De bevolking van Oekraïne zal nog veel lijden. Helaas.
M: Dank je wel voor het gesprek en je bereidheid je nek uit te steken over dit onderwerp.

 

De jonge koeien in de wei

Op de ochtendwandeling met de hond kom ik zeven jonge koeien tegen. Ze staan naast elkaar in de wei bij het hek en ik ga er rustig bij staan.
‘Ik zou met jullie kunnen communiceren, als jullie dat zouden willen,’ zend ik.
Verbazing bij de koeien. Ik krijg meteen de indruk dat de boer geen prater is. Niet met de koeien, maar ook niet tegen de koeien. ‘Wat doen we hier?’ vragen de dieren. Er is een bedrukt gevoel bij ze.
‘Tja, wat jullie hier doen? Ik ben de boer niet, dus ik weet niet waarom hij jullie hier heeft neergezet, maar ik vermoed dat hij jullie hier heeft gebracht omdat de weilanden bij zijn boerderij vol zijn.’
De koeien geven het gevoel uit de kudde gerukt te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat dat zo voelt,’ zeg ik. ‘De oudere koeien zijn nog daar. Die geven melk en moeten dus dichtbij huis staan. Ik denk dat jullie hier staan om gezond en stevig op te groeien. In alle vrijheid. Moet je zien hoeveel wei jullie hier hebben in de uiterwaarden.’
Maar de jonge koeien lijken niet blij met de grote ruimte. De stal bood regelmaat, structuur, op vaste tijden hooi of kuilvoer en regelmatig aanwezigheid van mensen. Nu moeten ze zichzelf zien te redden en bijvoeren is er niet bij. Bovendien zijn ze onbeschermd. Er kunnen mensen met honden of vissers de wei in komen en er is geen boer om ze te beschermen. ‘Nee, dat moeten jullie inderdaad zelf doen,’ pep ik ze op.
Ze staan er wat belabberd bij. De een hoest regelmatig, de ander heeft de snotklodders uit haar neus lopen. Wat beter weer zou aangenamer zijn voor deze jonge dieren. Eigenlijk is het een beetje een triest groepje zoals ze er nu bij staan en ik denk aan de kranten waar foto’s van blij springende koeien in stonden die voor het eerst weer de wei in mochten dit jaar. Alle koeien zijn dus niet over één kam te scheren. De journalistiek rond dieren zou wel es wat genuanceerder mogen, glimlach ik.
Voor ik wegga, geef ik de koeien mee dat ze samen sterk staan en ik hoop dat ze hun vrije ruimte gaan waarderen. De lichting koeien die vorig jaar in de wei kwam, had diezelfde verwarring in het begin. Maar in de loop der weken en maanden waren ze uitgegroeid tot grote dieren die het naar mijn idee heel goed naar hun zin hadden. Met deze koeien gaat het vast ook wel goed komen.
Als ik tien minuten later met het fototoestel kom, staan ze gezusterlijk bij elkaar naar iets te kijken. Samen sterk!

Hyronimus 14: Hyronimus over mijn gezondheid

M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten? Jij krijgt van mij bijna altijd als eerste het woord voor ik met anderen ga praten.
H: Ja, dat lijkt wel mooi, maar ik krijg wel heel weinig het woord tegenwoordig. De laatste keer was echt lang geleden, en dat terwijl ik laatst nog bij je langs ben geweest. Zelfs je vrouwtje zei ‘was dat Hyronimus?’. Ja, dat was ik.
M: Sorry Hyronimus, ik ben me bewust dat ik alle dieren en andere gesprekpartners verwaarloos. Je bent niet de enige die klaagt, ook menselijke vrienden klagen. Ik werk niet meer zoveel als vroeger en ben meer en sneller moe, heb dus minder energie en dan komen er allerlei dingen in het gedrang.
H: Daar heb je gelijk in. Waarom heb jij minder energie?
M: Ik wou dat jij daar een antwoord op zou hebben.
H: Dat wil ik wel proberen, maar eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden. Maar ik kan je wel enkele tips geven.

Eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden.

M: Nou graag.
H: Jij hebt in je lijf diverse ontstekingen, daar wordt je erg moe van en dan heb je weinig energie meer. Die ontstekingen zitten al langer in je lijf, je vingers (artrose) zijn daar een uiting van, maar ook het feit dat je regelmatig keelpijn hebt en ook je zwakke knieën zijn daar een uiting van.
M: En wat moet ik daartegen doen?
H: Ik ben geen dokter, maar wat voor jou belangrijk is, is dat je zorgt dat je je immuunsysteem echt verstrekt. Kijk of je daar middelen voor kunt vinden. Het is duidelijk dat je met je vitaminepillen die je inneemt niet voldoende doet. Je moet gerichter gaan werken. En wat je nu doet is niet goed. (Ik eet net enkele koekjes omdat ik trek heb).
M: Je hebt gelijk, maar kun je me een tip geven over wat ik kan doen om mijn ontstekingen weg te werken?
H: Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden. Maar zoek op internet onder oplossen ontstekingen of voorkomen ontstekingen. Mogelijk vind je daar iets passends.
Maar nu wil ik weer over ons werk spreken.

Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden.

M: Ja, dank je voor je stimulans. Ik had me voorgenomen om er nu mee aan de gang te gaan. Maar anderzijds liggen er ook zoveel andere uitdagingen als praten met baby’s enz.
H: Laat die uitdagingen nog maar even liggen, je moet de dingen stap voor stap zetten.
M: Dank je wel voor de focus die je me aangeeft.
H: Graag gedaan, en doe ook wat aan je gezondheid, want je hebt je energie nodig. En blijf in gesprek, ook zoals we nu af en toe doen zonder dingen vast te leggen, maar het contact vasthouden is belangrijk. En weet je nog wat ik zei over je kanaal goed houden, veel oefenen en door blijven gaan, geen lange pauzes nemen. Hoewel jij je kanaal al wel goed hebt gebruikt, blijven er toch kleine vertekeningen plaatsvinden omdat je nog niet goed genoeg bent als zou kunnen!
M: Ik zal jouw wijze woorden weer ter harte nemen, sorry voor de afgelopen tijd.

201204

“Mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag,” aldus de kip.

Op een dag zet iemand kip Maria bij ons aan boord. Ze liep op de weg en degene die haar had gevonden wist niets beters te doen dan haar op ons dek zetten en zelf snel te verdwijnen met de woorden: ‘Ik heb daar een kip neergezet!’.

Het is meteen gezellig met haar. Ze trippelt overal rond, bekijkt alles, is maatjes met mens en dier, laat zich aaien en oppakken, zoekt een plekje op schoot of schouders, ligt voor de kachel of op de bank, trekt aan de ene kant van een stuk broccoli terwijl de cavia aan de andere kant trekt en legt elke dag een ei.

Ze poept ook veel, ongeacht waar ze loopt.

En ze wroet graag in het zaagsel van het hok van de cavia om vervolgens het zaagsel lekker tussen haar veren te gooien, waarna ze zich midden in de kamer gaat uitschudden.

Ondanks haar gezellige gezelschap lijkt het het best om een meer kipvriendelijke plek voor Maria te zoeken. Ook omdat ze af en toe voor de oven staat. We hebben de indruk dat ze naar haar spiegelbeeld kijkt en wellicht andere kippen mist.

Als Maria al een aantal weken gelukkig bij andere kippen woont (en vanaf de eerste dag de plaats naast de haan heeft ingenomen), spreek ik kippen in andere situaties.

Ik word er niet bepaald blij van en om mezelf op te vrolijken, zoek ik weer contact met Maria en vertel haar van de andere kippen.

“Je kunt de wereld niet redden,” reageert Maria en vervolgt: “Maar je kunt wel één kip redden. En als iedereen nou één kip redt…”

Ik denk aan Maria’s afgebrande snavel, het dunne lijfje toen ze bij ons kwam en haar grote eetlust.

We weten niet waar ze vandaan kwam en ze heeft het me ook niet verteld. Maria houdt ervan om in het hier en nu te leven.

Ik geef haar weer het beeld van legbatterijkippen en Maria zegt: “Daar moet je niet zijn.”

“Maar veel zijn er wél.”

“Die geven hun leven opdat de mensen inzicht krijgen. Het is een keus om als legbatterijkip te komen. Dit gaat net zo lang door totdat mensen ermee stoppen.”

Maria laat zien dat ik geen medelijden met de kippen moet hebben, ondanks hun erbarmelijke situatie, maar dat mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag: “Als dát verandert, hoeven de kippen niet meer in die situatie terug te komen.”

Ze vertelt dat de bio-industrie ver is afgedwaald van hoe het zou moeten: samen-leven. “Zo moeilijk is het niet,” merkt ze opgeruimd op.