Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330

 

Tirza 2: Tirza klaagt verder

Tirza wil praten en gaat meteen los.

T: Ja, ik wil graag mijn zegje doen, dat bruine monster waar jullie zo gek mee zijn, is best erg opdringerig. Je zegt wel dat ze me niets doet, maar daar lijkt het niet op. Ze springt steeds op me af en ze heeft hele grote poten.
M: Die grote poten begrijp ik, maar er zit geen kwaad in, ze zal je nooit bijten, maar ze is nog wel wild, dat komt omdat ze je spannend vindt. Je kunt haar met jouw arsenaal aan opties: grommen, blazen, omdraaien, aankijken, dikke staart, gemakkelijk de baas, dat vindt ze spannend.
T: Maar ik niet. Ik wil gewoon door het huis kunnen lopen, zonder dat monster achter me aan.
M: Dat proberen we ook voor je en heel goed dat je steeds naar binnen komt en je niet laat weerhouden.
T: Dat klopt, maar ook in de tuin laat ze me niet met rust, zodat ik muizen verder in het bos moet zoeken. En die spelen niet gezellig.
M: Je bedoelt die kun je niet zo gemakkelijk vangen?
T: Eigenlijk bedoel ik dat niet, ze verstoppen zich en laten zich daarna niet meer zien, dus helemaal niet spelen samen, ze spelen niet.
M: Dat moet saai zijn.
T: Dat is het ook, ik moet nu gaan jagen en dat kan ik ook goed, maar dat kost meer tijd en lukt niet altijd.
M: Dus je eet minder muizen en wilt van ons meer vlees krijgen?
T: Als dat zou kunnen …
M: Wil je nog wat kwijt?
T: Ik wil dat jullie zorgen voor een veilige thuisplek voor mij.
M: Maar dat doen we!
T: Maar het monster kan te dichtbij komen.
M: Ze zit iedere nacht opgesloten, dan kun je helemaal vrij door het huis lopen en je kunt ook op bed liggen bij ons.
T: Ja, maar jij stuurt me dan weg …
M: Ja, als je probeert de hele nacht op me te liggen dan stuur ik je weg, maar je mag best tegen me aan liggen, alleen niet op me. En bij mijn partner kun je altijd terecht.
T: Dat is waar, nou tot de volgende keer, ik vind de gesprekken wel leuk worden.

Over goed, slecht en schuldgevoel

Deze foto is gemaakt op het moment dat alle andere chimpansees door de hitte voor pampus lagen. Deze chimp zat echter met een stokje blaadjes achter het hek vandaan te trekken.
Als ik contact met haar zoek, begint ze enthousiast heen en weer te rennen in mijn beeld. Ze heeft kennelijk wel zin in een gesprekje.
Ik herinner me ineens dat ik van iemand hoorde dat ze met een cursusgroep naar deze dierentuin waren geweest om contact te zoeken met dieren. ‘Hebben mensen wel vaker op deze manier contact gezocht?’ vraag ik. Dat beaamt de chimpansee en ze voegt eraan toe: ‘Ik speel met ze. Ze nemen zichzelf zo serieus.’ Daar moet ik om lachen en de chimp vraagt me waarom ik contact zoek. ‘Nou,’ antwoord ik, ‘ik hoop dat mensen kunnen leren van dieren.’ Meteen realiseer ik me dat weinig mensen luisteren naar deze vorm van communicatie. Deze week schreef een vriendin dat de wereld tot nu toe nog niet op de kop heeft gestaan van een diergesprek. Het zou toch tijd worden dat dat wel gebeurt, dacht ik toen.
‘Bij mensen ligt er zo’n chaos, zo’n hoop ballast om ze heen,’ vertelt de chimpansee. ‘Dieren hebben die franje niet.’ Ze vindt dieren puur. Ze reageren meteen.
Ik wil heel graag meer van haar weten maar ben door het gesprek met een python, dat ik net afgesloten heb, erg omlaag getrokken qua energie. Ik kom met de chimpansee overeen dat ik eerst koffie ga drinken en dan terugkom voor een gesprek over goed en slecht en schuldgevoelens.

Deze chimpansee voelt zich belangrijk dat ik met haar praat en gaat er lekker voor zitten. Ik weet overigens niet eens of het een mannetje of vrouwtje is maar het zal me niet verbazen als het een vrouwtje is.
We gaan het hebben over goed en slecht en de chimpansee vertelt: ‘Wij hebben ons aan regels/omgangscodes te houden. Anders worden we meteen afgestraft. Spelen (uitdagen) mag, kwaad doen niet.’ Ze laat weten dat het bij kwaad doen/overtredingen hard tegen hard is. Er kan dan genadeloos gemept worden en de sterkste wint. Bij wangedrag wordt je uit de groep ‘geslagen’. ‘Natuurlijk mag je terugkomen,’ vervolgt ze. ‘Als je je weer gedraagt en je voegt naar de groepsregels.’
Ze laat het beeld zien dat de groep een vierkant is dat stevig staat. Bij wangedrag lig je er buiten. Ik laat zien dat mensen door eigen gedrag ook buiten de groep kunnen komen te staan. Wij zijn dan in staat om kritisch naar onszelf te kijken. De chimpansee laat meteen weten dat mensen dan gaan draaien: er komt zelfmedelijden bij, ze gaan excuses bedenken om zichzelf goed te praten, een hoop ge-ja-maar en meer vaag gedoe. ‘Apen willen maar één ding: terug in die groep. Die groep is rechtvaardig, biedt veiligheid en geborgenheid.’
Waar apen over de grens zijn gegaan, zich te groot hebben gemaakt, moeten ze weer inkrimpen om in de groep te passen. Ze laat weten dat de ene aap vaker even uit de groep ligt dan de ander. Dat ligt aan het karakter van het dier en de ondernemendheid/avontuurlijkheid. En of het dier graag grensverleggend bezig is of niet. ‘Sommigen zijn erg gedwee, braaf, passen zich aan. Wie zich te groot wil maken, krijgt klappen.’
Hoe zit het met schuldgevoel, wil ik weten. ‘Geen schuldgevoel,’ hoor ik stellig. ‘Fout bestaat niet. Je kan altijd terug in de groep, mits je je aanpast.’

Hyronimus 15: Hyronimus over de oorlog in Oekraïne

Zoals bijna iedereen maak ik me zorgen over de oorlog in Oekraïne en moeten deze helden nog heel lang lijden? In drie gesprekken met Hyronimus heb ik veel informatie over de achtergrond kunnen krijgen. Hier de integrale versie van deze drie gesprekken.

Gesprek 1: 3 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten?
H: Ja heel graag en ik zeg je meteen dat ik geen toekomst voorspeller ben, maar ik wil graag proberen om dingen te verklaren vanuit de menselijke geest zoals die in het universum klinkt.
M: Je begint al antwoord te geven voor ik je een vraag heb gesteld.
H: Dat is niet zo moeilijk, ik ben aanwezig in jouw geest en weet wat je denkt en voelt.
M: Maar de lezers van deze blog kennen de vraag nog niet, dus mag ik je de vraag nog even stellen?
H: Ga je gang.
M: Wat is jouw mening over de huidige crisis die is ontstaan door het binnenvallen van Rusland in Oekraïne?

Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft.

H: Zoals gezegd kan ik de toekomst niet voorspellen. Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft. Hij is boos om het onrecht dat hem is aangedaan, zo voelt hij dat. Hij voelt het als erg persoonlijk, dat maakt het moeilijk. Doordat hij zich uitsluitend omringd heeft met mensen die nooit tegen hem in zullen durven gaan, is hij ook het contact met de werkelijkheid verloren. Hij gelooft echt in de bedreigingen die er uit gaan van zijn fantasieën. Daarom had hij in zijn ogen geen enkele keuze om deze invasie niet te beginnen. Zijn eisen zijn gerechtvaardigd in zijn ogen en als anderen dat niet begrijpen zullen ze helaas geconfronteerd worden met zijn ijzeren wil om zijn doel toch te bereiken. Dat is wat er nu gebeurt.
M: Wat kunnen wij doen om de Oekraïners een hart onder de riem te steken?
H: Een hart onder de riem steken is niet moeilijk en de wereld laat zien dat ze dat doet. Er is een ongekende eenheid, nooit eerder vertoond in de laatste zestig jaar, direct na de tweede Wereldoorlog was er ook een enorme eensgezindheid van dit willen we nooit meer. En nu laat de Westerse wereld dat weer zien. De vele hulpacties die op gang komen zijn hartverwarmend. Daarmee steken jullie ze een hart onder de riem. Maar dat is volstrekt onvoldoende om dit arme volk te helpen deze agressor buiten hun land te houden. Daarvoor is oorlog nodig en dat wil niemand. Dus wordt er gezocht naar andere manieren om deze crisis op te lossen. Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan. Ook als dat betekent dat het ten koste van heel veel gaat. De man zal zijn waanideeën in Westerse ogen, niet opgeven en hij zal dus doorgaan te proberen die te bereiken, ten koste van heel veel.

Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan.

Maar zijn het waanideeën? Hij voelt zich echt bedreigd, is daar misschien een heel klein beetje van waar? Dit is een moeilijke vraag, een echte gewetensvraag.
Het is nu veel te laat om via die weg nog naar het conflict te kijken, nu is er maar één weg, via de wapens. Bij sommige landen en personen begint door te dringen dat de Oekraïners zich als helden gedragen door tegen deze grote overmacht terug te vechten, maar ook zij kunnen niet anders. Ze hebben van de vrijheid geproefd en kunnen en zullen die niet opgeven. Gelukkig worden ze langzaam in staat gesteld zich te gaan verdedigen. Dit kan een lange oorlog worden, maar er is natuurlijk altijd ook nog een andere uitweg. Die uitweg moet van binnenuit Rusland komen. Dat zal heel moeilijk zijn, lang niet alle Russen zijn daar aan toe, maar wel een steeds grotere groep.
M: Nou dat was een lang verhaal, maar ook een duidelijke analyse.
H: Kun je hier wat mee?
M: Ik ga het zeker als blog plaatsen, maar of dit is wat de mensen willen horen betwijfel ik. Hoe kan nu een geestelijk wezen, zoals jij dat bent, voor oorlog pleiten?
H: Dat doe ik niet, alleen zie ik dat momenteel als enige uitweg. Ik ben in dit geval dus boodschapper en niet de bedenker van de boodschap. Wil je dat alsjeblieft in je beeld vasthouden?
M: Je hebt gelijk, ik mag jou dit niet aandoen, dat ik je beschuldig van voor een oorlog pleiten. Jij zou het ook graag heel anders willen kunnen oplossen, sorry.
H: Is OK.

Gesprek 2: 9 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Ja.
M: Ik heb twijfels of ik jouw gesprek inzake de oorlog in Oekraïne wel juist heb weergegeven. Ik twijfel weer aan mezelf, vertaal ik het wel goed. Want de uitkomst van het gesprek is zo dicht bij wat mijn mening is, dat ik vrees dat ik er te veel ‘eigen’ zaken in heb gelegd.
H: Je weet dat dat gevaar altijd aanwezig is als je niet een heel goede vertolker bent. En op dat niveau zit je nog niet, vooral niet omdat je niet dagelijks oefent. Maar je bent niet slecht en dat heb ik al vaker gezegd. Waar heb je je twijfels?
M: Omdat het voor mij eigenlijk niets nieuws bevatte, het was alsof ik mijn eigen mening had opgeschreven en dat maakte me wantrouwig.
H: Ik kan je wel een beetje helpen, want inderdaad was het geen feilloze vertaling van mijn gedachten die je hebt opgevangen. Op het punt waar je schreef dat er maar een uitweg is, die via geweld, heb je wat gemist, daarom was je ook zo verbaasd dat ik voor oorlog pleitte in jouw ogen.
Natuurlijk pleit ik niet voor oorlog. Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn en dat wordt ook zo gevoeld. En zo’n gevoel blijft in het nationale bewustzijn hangen, dat is nooit goed. Door middel van onderhandelingen kun je veel beter een oplossing bereiken die minder een gevoel van verliezers en winnaars geeft, maar die het gevoel geeft van we hebben gezocht naar een oplossing en die gevonden. Daarbij hebben twee partijen een positief en een negatief gevoel, maar die houden elkaar in principe in evenwicht. Dus als het goed is geen litteken op de groepsziel van een volk.

Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn

Op dat moment in de oorlog, we spraken elkaar op 3 maart (de achtste dag van de invasie), was er bij de geïsoleerde man in Rusland geen ruimte meer om over onderhandelingen na te denken. Die situatie is nu ingrijpend veranderd. Hij merkt dat hij geïsoleerd is geraakt, niet in zijn land, dat ziet hij nog niet. Maar hij is in de wereld geïsoleerd geraakt en had nooit gerekend op een krachtig antwoord van een in zijn ogen zwak en verdeeld Europa. Daarom wilde hij ook niet met Europa praten, dat bestond in zijn ogen niet. Zoals de situatie nu is, is niet uit te sluiten dat hij toch wil onderhandelen en niet alleen maar onaanvaardbare eisen stelt, maar wel bij zijn belangrijkste eis blijft dat er nooit meer een dreiging mag en kan uitgaan vanuit Oekraïne. Door zijn veroveringen heeft hij wel een sterke uitgangspositie voor onderhandelingen verworven. Dus de internationale vereenzaming van deze man moet wel in stand blijven. (Het is nu de veertiende dag van de invasie).
M: Dank je wel voor deze toelichting. Je bent dus van mening dat ik een acceptabel verslag heb weergegeven van ons gesprek.
H: Nee, jouw weergave was goed, maar niet volledig. Dus kwel jezelf niet. Je kunt dit gewoon publiceren. Misschien moet je nog actualiseren kort voor jouw publicatie, want de situatie verandert steeds.
M: Dank je wel. Een andere vraag. Was jij het die het haantje in de tuin van mijn dochter heeft opgegeten?
H: Nee, dat zou ik nooit doen. Niet dat ik het niet zou kunnen, maar uit respect naar jou zou ik dat nooit doen. Ik veronderstel dat het de havik is geweest en ze moeten oppassen voor het andere haantje want die wordt op een dag ook gegrepen.
M: Dank je wel voor dit gesprek.

Gesprek 3: 16 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten over Oekraïne?
H: Ja, dat lijkt me goed.
M: Je zegt dat je deze informatie krijgt uit het hoofd van Poetin en dat dat het enige is dat je kunt bijdragen en je geen voorspellingen kunt doen. Dat begrijp ik. Maar hoe verkrijg jij die informatie uit het hoofd van Poetin?

Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt.

H: Om te beginnen zou ik je willen vragen niet met naam te spreken over die man in het Kremlin. Daarmee geef je aandacht aan hem en daarmee wordt hij sterker. Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt. En hij heeft juist moeite met zijn ego. De invasie verloopt niet zoals gewenst in zijn ogen en daar heeft hij het moeilijk mee. Hoe kan het nou dat zo’n onbenullig buurland, weliswaar groot, maar toch vol met Russen, zo’n weerstand heeft tegen zijn bevrijders? Daar wordt hij erg boos van. Eerst kon hij het niet geloven, nu is er ook veel boosheid bij hem. En boosheid is een lastige emotie. Daar is heel moeilijk rationeel mee om te gaan. En natuurlijk zijn er nu onderhandelingen, maar dat is eigenlijk niet wat hij wil. Maar misschien wel de enige manier om een deel te bereiken van wat de oorspronkelijke opzet was. De gesprekken zullen dus nog wel doorgaan, maar er is geen echte noodzaak voor hem om haast te maken en in de tussentijd kan hij Oekraïne verder afbreken.
M: Dat is wel heel boeiend, maar ik vroeg hoe kom jij aan de informatie uit zijn hoofd?

Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen

H: Dat is niet zo moeilijk. Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen voor een ieder die kan lezen. Mensen kunnen dat meestal niet, jij kunt dat met dieren en baby’s. Dieren en ook jonge mensen hebben zich niet afgeschermd, voor dieren is dit de belangrijkste manier van communicatie. Zodra kinderen ouder worden, zijn ze niet meer open voor dit soort communicatie en ben je afgeschermd. Maar voor bepaalde dieren die in de loop van hun vele incarnaties wijzer geworden zijn, is het mogelijk om in dat ‘omveld’ alles te lezen. Helderziende mensen kunnen dat soms ook, afhankelijk welke vorm van helderziendheid ze hebben ontwikkeld.
Nu terug naar die man in het Kremlin: hij is ook te lezen, maar heeft veel tegenstrijdige gevoelens en gedachten en dan is het lastig daar een mainstream uit te halen. Toch heb ik dat geprobeerd in de drie gesprekken die we nu over de oorlog hebben gevoerd.
M: Dank je wel voor deze toelichting. Heb jij hoop op een spoedige oplossing?
H: Die verwachting heb ik niet. De bevolking van Oekraïne zal nog veel lijden. Helaas.
M: Dank je wel voor het gesprek en je bereidheid je nek uit te steken over dit onderwerp.

 

De jonge koeien in de wei

Op de ochtendwandeling met de hond kom ik zeven jonge koeien tegen. Ze staan naast elkaar in de wei bij het hek en ik ga er rustig bij staan.
‘Ik zou met jullie kunnen communiceren, als jullie dat zouden willen,’ zend ik.
Verbazing bij de koeien. Ik krijg meteen de indruk dat de boer geen prater is. Niet met de koeien, maar ook niet tegen de koeien. ‘Wat doen we hier?’ vragen de dieren. Er is een bedrukt gevoel bij ze.
‘Tja, wat jullie hier doen? Ik ben de boer niet, dus ik weet niet waarom hij jullie hier heeft neergezet, maar ik vermoed dat hij jullie hier heeft gebracht omdat de weilanden bij zijn boerderij vol zijn.’
De koeien geven het gevoel uit de kudde gerukt te zijn. ‘Ik kan me voorstellen dat dat zo voelt,’ zeg ik. ‘De oudere koeien zijn nog daar. Die geven melk en moeten dus dichtbij huis staan. Ik denk dat jullie hier staan om gezond en stevig op te groeien. In alle vrijheid. Moet je zien hoeveel wei jullie hier hebben in de uiterwaarden.’
Maar de jonge koeien lijken niet blij met de grote ruimte. De stal bood regelmaat, structuur, op vaste tijden hooi of kuilvoer en regelmatig aanwezigheid van mensen. Nu moeten ze zichzelf zien te redden en bijvoeren is er niet bij. Bovendien zijn ze onbeschermd. Er kunnen mensen met honden of vissers de wei in komen en er is geen boer om ze te beschermen. ‘Nee, dat moeten jullie inderdaad zelf doen,’ pep ik ze op.
Ze staan er wat belabberd bij. De een hoest regelmatig, de ander heeft de snotklodders uit haar neus lopen. Wat beter weer zou aangenamer zijn voor deze jonge dieren. Eigenlijk is het een beetje een triest groepje zoals ze er nu bij staan en ik denk aan de kranten waar foto’s van blij springende koeien in stonden die voor het eerst weer de wei in mochten dit jaar. Alle koeien zijn dus niet over één kam te scheren. De journalistiek rond dieren zou wel es wat genuanceerder mogen, glimlach ik.
Voor ik wegga, geef ik de koeien mee dat ze samen sterk staan en ik hoop dat ze hun vrije ruimte gaan waarderen. De lichting koeien die vorig jaar in de wei kwam, had diezelfde verwarring in het begin. Maar in de loop der weken en maanden waren ze uitgegroeid tot grote dieren die het naar mijn idee heel goed naar hun zin hadden. Met deze koeien gaat het vast ook wel goed komen.
Als ik tien minuten later met het fototoestel kom, staan ze gezusterlijk bij elkaar naar iets te kijken. Samen sterk!

Hyronimus 14: Hyronimus over mijn gezondheid

M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten? Jij krijgt van mij bijna altijd als eerste het woord voor ik met anderen ga praten.
H: Ja, dat lijkt wel mooi, maar ik krijg wel heel weinig het woord tegenwoordig. De laatste keer was echt lang geleden, en dat terwijl ik laatst nog bij je langs ben geweest. Zelfs je vrouwtje zei ‘was dat Hyronimus?’. Ja, dat was ik.
M: Sorry Hyronimus, ik ben me bewust dat ik alle dieren en andere gesprekpartners verwaarloos. Je bent niet de enige die klaagt, ook menselijke vrienden klagen. Ik werk niet meer zoveel als vroeger en ben meer en sneller moe, heb dus minder energie en dan komen er allerlei dingen in het gedrang.
H: Daar heb je gelijk in. Waarom heb jij minder energie?
M: Ik wou dat jij daar een antwoord op zou hebben.
H: Dat wil ik wel proberen, maar eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden. Maar ik kan je wel enkele tips geven.

Eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden.

M: Nou graag.
H: Jij hebt in je lijf diverse ontstekingen, daar wordt je erg moe van en dan heb je weinig energie meer. Die ontstekingen zitten al langer in je lijf, je vingers (artrose) zijn daar een uiting van, maar ook het feit dat je regelmatig keelpijn hebt en ook je zwakke knieën zijn daar een uiting van.
M: En wat moet ik daartegen doen?
H: Ik ben geen dokter, maar wat voor jou belangrijk is, is dat je zorgt dat je je immuunsysteem echt verstrekt. Kijk of je daar middelen voor kunt vinden. Het is duidelijk dat je met je vitaminepillen die je inneemt niet voldoende doet. Je moet gerichter gaan werken. En wat je nu doet is niet goed. (Ik eet net enkele koekjes omdat ik trek heb).
M: Je hebt gelijk, maar kun je me een tip geven over wat ik kan doen om mijn ontstekingen weg te werken?
H: Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden. Maar zoek op internet onder oplossen ontstekingen of voorkomen ontstekingen. Mogelijk vind je daar iets passends.
Maar nu wil ik weer over ons werk spreken.

Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden.

M: Ja, dank je voor je stimulans. Ik had me voorgenomen om er nu mee aan de gang te gaan. Maar anderzijds liggen er ook zoveel andere uitdagingen als praten met baby’s enz.
H: Laat die uitdagingen nog maar even liggen, je moet de dingen stap voor stap zetten.
M: Dank je wel voor de focus die je me aangeeft.
H: Graag gedaan, en doe ook wat aan je gezondheid, want je hebt je energie nodig. En blijf in gesprek, ook zoals we nu af en toe doen zonder dingen vast te leggen, maar het contact vasthouden is belangrijk. En weet je nog wat ik zei over je kanaal goed houden, veel oefenen en door blijven gaan, geen lange pauzes nemen. Hoewel jij je kanaal al wel goed hebt gebruikt, blijven er toch kleine vertekeningen plaatsvinden omdat je nog niet goed genoeg bent als zou kunnen!
M: Ik zal jouw wijze woorden weer ter harte nemen, sorry voor de afgelopen tijd.

201204

“Mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag,” aldus de kip.

Op een dag zet iemand kip Maria bij ons aan boord. Ze liep op de weg en degene die haar had gevonden wist niets beters te doen dan haar op ons dek zetten en zelf snel te verdwijnen met de woorden: ‘Ik heb daar een kip neergezet!’.

Het is meteen gezellig met haar. Ze trippelt overal rond, bekijkt alles, is maatjes met mens en dier, laat zich aaien en oppakken, zoekt een plekje op schoot of schouders, ligt voor de kachel of op de bank, trekt aan de ene kant van een stuk broccoli terwijl de cavia aan de andere kant trekt en legt elke dag een ei.

Ze poept ook veel, ongeacht waar ze loopt.

En ze wroet graag in het zaagsel van het hok van de cavia om vervolgens het zaagsel lekker tussen haar veren te gooien, waarna ze zich midden in de kamer gaat uitschudden.

Ondanks haar gezellige gezelschap lijkt het het best om een meer kipvriendelijke plek voor Maria te zoeken. Ook omdat ze af en toe voor de oven staat. We hebben de indruk dat ze naar haar spiegelbeeld kijkt en wellicht andere kippen mist.

Als Maria al een aantal weken gelukkig bij andere kippen woont (en vanaf de eerste dag de plaats naast de haan heeft ingenomen), spreek ik kippen in andere situaties.

Ik word er niet bepaald blij van en om mezelf op te vrolijken, zoek ik weer contact met Maria en vertel haar van de andere kippen.

“Je kunt de wereld niet redden,” reageert Maria en vervolgt: “Maar je kunt wel één kip redden. En als iedereen nou één kip redt…”

Ik denk aan Maria’s afgebrande snavel, het dunne lijfje toen ze bij ons kwam en haar grote eetlust.

We weten niet waar ze vandaan kwam en ze heeft het me ook niet verteld. Maria houdt ervan om in het hier en nu te leven.

Ik geef haar weer het beeld van legbatterijkippen en Maria zegt: “Daar moet je niet zijn.”

“Maar veel zijn er wél.”

“Die geven hun leven opdat de mensen inzicht krijgen. Het is een keus om als legbatterijkip te komen. Dit gaat net zo lang door totdat mensen ermee stoppen.”

Maria laat zien dat ik geen medelijden met de kippen moet hebben, ondanks hun erbarmelijke situatie, maar dat mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag: “Als dát verandert, hoeven de kippen niet meer in die situatie terug te komen.”

Ze vertelt dat de bio-industrie ver is afgedwaald van hoe het zou moeten: samen-leven. “Zo moeilijk is het niet,” merkt ze opgeruimd op.

Baby E

In mijn blog van 5 januari 2022 (Hyronimus 13) zegt Hyronimus dat het mogelijk is om met alles wat bewustzijn heeft te communiceren. Dat kwam mij goed van pas toen mijn jongste dochter zich zorgen maakte om haar vier maanden oude baby. Ze at niet genoeg en zat onder de gewichtscurve van het consultatiebureau en dat was reden tot zorg.

M: Dag meisje, mag ik met je praten?
E: Oh ja wat leuk. Ik slaap, maar ben op dit niveau heel wakker en ik krijg heel veel mee van wat er om me heen gebeurt, maar kan dat natuurlijk niet uitten omdat ik nog niet kan praten. Ik kan niet wachten tot ik kan praten. Kun jij dan zolang de gesprekken voor mij doen?
M: Zo, je bent me een prater, je gaat meteen los.
E: Ja, dat moet wel want wanneer krijg ik nu de gelegenheid om eindelijk mijn dingen te zeggen?
M: Wat wil je dan zeggen?
E: Dat mijn lieve mama zich niet ongerust moet maken. Ze is heel lief voor me en denkt dat ze het niet altijd goed doet, maar ze is geweldig. En dat ik niet aan ben gekomen is toch geen ramp. Ik ben in goede gezondheid en er mankeert mij niets en ik heb ook geen gebrek aan iets. Dus helemaal geen reden voor bezorgdheid. Tegendeel, ik mag steeds heerlijk op haar borst hangen om te slapen en dat is goddelijk! Veel fijner dan in een bedje zonder de warmte van mijn mamma te voelen.
M: Maar waarom groeide je dan niet?
E: Dat gebeurt soms. Niet iedereen wordt groot volgens de curves die gemiddelden moeten zijn. Hoe ontstaat dat gemiddelde? Natuurlijk door kinderen als ik, er zijn er ook bij die onder het gemiddelde zitten. Geen reden tot zorgen, dat komt wel weer goed. En misschien deed ik het met drinken ook niet goed genoeg en moet ik harder drinken om beter groot te worden. Dat komt dan wel goed met een beetje hulp van mijn mamma. Dus vooral geen zorgen.
M: Is dat alles wat je nu wilt zeggen?
E: Nee, ik wil ook wat tegen mijn pappa zeggen. Die kan nog niet zoveel met mij en dat is niet erg. In deze fase van mijn leven ben ik erg afhankelijk van mijn mamma. Maar mijn pappa wordt straks heel belangrijk, want door hem leer ik mannen kennen en dat is heel belangrijk voor de latere fases van mijn leven. Ik wil hem dus heel graag heel dichtbij hebben. Hoewel hij veel weg is, ben ik ook lekker om te knuffelen. Ik hou ook van hem, heel erg natuurlijk en zoals gezegd is hij belangrijk voor mij.

Ik wil ook wat tegen mijn pappa zeggen. Die kan nog niet zoveel met mij en dat is niet erg. In deze fase van mijn leven ben ik erg afhankelijk van mijn mamma. Maar mijn pappa wordt straks heel belangrijk.

M: Ik vind het zo grappig dat ik steeds een kleine aanzet geef en jij meteen alles er achter elkaar uitflapt.
E: Grappig dat je dat zegt. Ja, ik ben wel een prater, maar dat kan er nu nog niet uitkomen, maar zodra ik heb leren praten, berg je dan maar, want ik ga echt los. Heb veel om op te merken en alles wat ik opmerk wil ik alles van weten. Dus niet alleen veel praten, maar ook veel vragen, de oren van je kop. Maar helaas dat moet wachten.
M: Nou dank je voor dit bijzondere gesprek. Voor mij was dit een experiment om te zien of ik ook met kinderen kan praten, in plaats van alleen dieren.
E: Ja, jij praat met dieren. Dat lijkt me prachtig. Ik kan nu wel bij ze binnenkijken maar kan niet zo met ze praten als met jou. Dat lukt nog niet. Maar dat wil ik zeker ook leren. Denk erom dat je niet dood gaat voor je dit aan mij hebt geleerd!
M: Zo jij pakt het voortvarend aan. Dank je wel voor het gesprek. Kunnen we later nog eens praten?
E: Ben je nu al klaar, ik wil nog wel even doorpraten.
M: Dat gaat bij mij niet, ik krijg straks mensen op bezoek en dan moet ik dit gesprek wel afgerond hebben.
E: Kunnen we dan de volgende keer langer met elkaar praten want ik wil praten en heb veel te zeggen en nog veel meer te vragen en wanneer moet dat dan?
M: Lieverd, dat komt dan later, ik ga nu stoppen.
E: Nou vooruit dan maar. Niet te lang wachten tot een volgend gesprek.

201020

Cavia(‘s)

Ik heb wat met cavia’s. Het gaat nergens over, zeg ik vaak oneerbiedig over ze, maar ik geniet enorm van die diertjes. Als kind had ik ze al en ook onze kinderen heb ik cavia’s niet onthouden. Toen iedereen de deur uit was vond ik het wat kinderachtig (net of cavia’s alleen kinderdieren zijn) om weer een cavia in huis te halen maar ik vond een goed excuus: cavia’s zijn goed gezelschap voor papegaaien. En zo kwamen er drie al wat oudere cavia’s uit de opvang aan boord.

Vreemd genoeg zaten de cavia’s in de opvang in kleine hokjes. Heel apart vond ik dat. Zelf maakte ik een ruimte van 1.20 bij 1.20 vlak naast de kachel, zo laag dat ze ook door de hele kamer konden lopen. Onze kat Bach heeft haar laatste dag doorgebracht tussen de cavia’s.

Ook het leven van cavia’s is eindig. Lady was al een tijd dood, Bloempje (die op een gegeven moment door vrienden gebracht was) was ook al een tijd geleden overleden en Marie en Randy bleven over. Toen ik in december onverwacht naar het ziekenhuis moest hebben de volwassen kinderen de zorg voor de dieren op zich genomen. Ze zeiden: “Wat er ook gebeurt, we moeten de dieren in leven zien te houden!” En prompt overleed Marie in de eerste nacht dat ik in het ziekenhuis lag. Randy bleef alleen over.

Ik vind Randy een bijzondere cavia. Hij was het enige mannetje tussen de dames en ik beschrijf hem vaak als ‘aangenaam’. Dat is een rare term voor iemand maar ik heb er geen ander woord voor. Ik ben erg op hem gesteld. Toen hij na mijn terugkomst geëvacueerd werd omdat ik mogelijk last zou hebben van het zaagsel, vond ik dat niet zo leuk. Zodra het kon mocht hij van mij terugkomen.

Er was een echt caviahok voor hem gekocht met tralies van boven zodat Randy veilig was bij de kleinzoon van twee. Maar wat moest ik met zo’n hok? Ik vond het veel te klein en opgesloten. Dus binnen een week stond de grote bench in de kamer en binnen tien minuten zaten zowel de cavia als de hond en de kat in de bench. Everybody happy.

Tijd voor een gesprekje met Randy. Dat doe ik niet zo vaak met eigen dieren maar soms is het wel leuk en ook Randy waardeert het, laat hij al snel weten. Maar ja, waar praat je met een cavia over? Dus ik vraag maar es aan hem of ik ‘in’ hem mag om te ervaren hoe hij leeft. Meteen laat hij voelen dat voedsel dat hij tot zich genomen heeft lekker z’n werk zit te doen. Hij eet snel, knaagt/schuift het naar binnen en gaat dan liggen verteren. Hij vindt het heerlijk om gevuld te zijn. Het klopt met wat ik altijd zie: dat uitgebreid en gelukkig liggen te liggen. Randy maakt van de gelegenheid gebruik om ‘dat witte’ te laten zien. “O, je bedoelt witlof. Ja, het klopt, dat zat er vanochtend niet bij.” ’s Avonds zorg ik dat er een stukje witlof tussen de andere groenten zit.

Ik vraag hem hoe hij het heeft ervaren dat Marie er niet meer was. “We hebben afscheid genomen,” is het simpele antwoord. Ik zeg hem dat hij er nog steeds goed uitziet met zijn ruim acht jaar. Hij geeft aan dat het hier zijn tijdloos is voor hem. Tijd is niet van belang.

Randy is altijd een wat bolle cavia geweest. Niet dik, maar inderdaad: goed gevuld. Toen ik hem een tijdje geleden vastpakte vond ik hem dun en een echt oude man. Op zijn logeeradres is hij weer dikker geworden en ik vraag hem hoe dat komt. “Marie at sneller,” antwoordt hij. Ik schrik en zie dat het ernstige nalatigheid van mij is dat ik dat niet door had. Ik gaf ze altijd groente op twee schoteltjes maar met dat ik dat denk, hoor ik Randy grimassend zeggen: “Denk je dat wij ons aan schoteltjes houden? Marie at gewoon sneller de laatste tijd.” Het klopt dat ze tot het eind toe goed gegeten heeft.

Randy vindt dit gesprek een leuk intermezzo. Ik heb toch nog een belangrijke vraag voor hem, namelijk hoe hij het ervaart dat de kat en de hond bij hem in en uit kunnen lopen. “Prima. Voor de kat loop ik toch weg als hij met z’n poot speelt en de hond is wat lomp maar daar loop ik gewoon onderdoor.” Hij sluit het gesprek af met dat hij een goed gevulde cavia moet blijven. En ik grinnik want ik heb me al zo vaak afgevraagd waar al dat hooi toch blijft dat ik geef. Een wonder: hele bulten worden verwerkt tot kleine compacte keuteltjes. Dat bedoel ik met dat het nergens over gaat. Maar ik geniet enorm van deze diertjes en speciaal van deze kleine relaxte man.

 

Tirza 8: De kat die naar buiten wil en niet kan

Anderhalf jaar geleden zijn we van een vrijstaande woning in de bossen naar een appartement in de stad verhuisd. Onze oude poes vindt het nog steeds moeilijk dat ze niet naar buiten kan en eerlijk gezegd hebben we dat onderschat dat ze het er zo moeilijk mee zou hebben. Hier een gesprek hierover. 

M: Dag Tirza, kunnen we praten?
T: Als het moet.
M: Ja, ik wil je kunnen begrijpen en dat doe ik momenteel niet. Je klaagt steeds in huis en ik interpreteer dat op de manier dat je naar buiten wilt. Klopt dat?
T: Ja, ik wil heel graag naar buiten.
M: Vandaag heb ik je buiten gezet omdat je zelf niet door het trappenhuis durft te lopen om buiten te kunnen komen, klopt dat?
T: Ik wil niet buiten gezet worden, ik wil zelf naar buiten kunnen lopen.

Ik wil niet buiten gezet worden, ik wil zelf naar buiten kunnen lopen

M: Maar dat gaat niet waar we wonen, we wonen nu eenmaal op de eerste verdieping en er is geen eigen poezentrap voor jou.
T: Maar die wil ik wel hebben.
M: Zou je daar gebruik van maken? Durf je dat?
T: Op den duur wel, ik zal er aan moeten wennen.
M: Maar je kunt toch ook wennen aan de voordeur en dan het trappenhuis en dan de deur van het complex?
T: Misschien wel, maar dan ben ik buiten en vind ik het eng met al die mensen die er langskomen en de andere dieren die er rondlopen.
M: Dus durf je eigenlijk niet naar buiten.
T: Niet aan die kant.
M: Zou je het een idee vinden om bij de mensen onder ons te gaan wonen? Het zijn hele lieve oudere mensen en ze zijn gek op katten en hebben nu zelf geen poes. Als je daar zou wonen, kun je gewoon in en uitlopen, zonder dat je moet zeuren om er uit gelaten te worden.
T: Dat weet ik niet. Ik ben erg aan jullie gewend, jullie zijn niet eng en best wel aardig. Ik mag bij jullie op bed slapen en krijg mijn eten op tijd en kan en mag veel slapen en krijg mijn rust. Waarom dat veranderen?
M: Dat lijkt me duidelijk, dan kun je naar buiten als je wilt, dat kan bij ons niet.
T: Kunnen jullie dat dan niet maken dat ik zelf naar buiten kan?
M: Nee, dat kan helaas niet. We mogen niet zomaar een trapje tegen de gevel aan maken, dan krijgen we ruzie met de mensen om ons heen.
T: Zijn die zo intolerant?
M: Nou het staat in de afspraken die met elkaar zijn gemaakt dat het niet mag.
T: En dan kan het niet? Afspraken zijn toch eenvoudig afspraken, daar hoef je je niet altijd aan te houden toch?

Afspraken zijn toch eenvoudig afspraken, daar hoef je je niet altijd aan te houden toch?

M: Dat is juist wel de bedoeling met afspraken. Maar terug naar de essentie: zou jij bij de beneden buren willen wonen om steeds als je dat wilt naar buiten te kunnen? Voor de goede orde dan woon je, slaap je en eet je bij hun en niet meer bij ons.
T: Dat gaat me te ver. Ik geloof niet dat ik me happy zou voelen om nu bij andere mensen te gaan wonen die ik niet al heel lang ken. Dat is wat anders met je broer, die ken ik al heel lang en die is lief tegen me.
M: Dus je kiest er voor om bij ons te wonen en daarbij niet naar buiten te kunnen?
T: Nee, daar kies ik niet voor. Ik kies om bij jullie te wonen en toch zelf naar buiten te kunnen.
M: Maar dat kan niet.
T: Dan moeten jullie dat maar regelen, doe beter je best.

Dan moeten jullie dat maar regelen, doe beter je best

M: Tirza zo zit het niet in elkaar, het kan en mag niet wat jij wilt. Dus jouw keus is bij ons wonen en binnen blijven of bij de beneden buren wonen en zelf naar buiten en naar binnen kunnen gaan. Wat wordt het? Je mag er ook later anders over denken en op je keuze terugkomen.
T: Ik kies er voor om bij jullie te wonen en naar buiten te kunnen.
M: De keuze lijkt me duidelijk. Dank je wel.

210721