Baby E

In mijn blog van 5 januari 2022 (Hyronimus 13) zegt Hyronimus dat het mogelijk is om met alles wat bewustzijn heeft te communiceren. Dat kwam mij goed van pas toen mijn jongste dochter zich zorgen maakte om haar vier maanden oude baby. Ze at niet genoeg en zat onder de gewichtscurve van het consultatiebureau en dat was reden tot zorg.

M: Dag meisje, mag ik met je praten?
E: Oh ja wat leuk. Ik slaap, maar ben op dit niveau heel wakker en ik krijg heel veel mee van wat er om me heen gebeurt, maar kan dat natuurlijk niet uitten omdat ik nog niet kan praten. Ik kan niet wachten tot ik kan praten. Kun jij dan zolang de gesprekken voor mij doen?
M: Zo, je bent me een prater, je gaat meteen los.
E: Ja, dat moet wel want wanneer krijg ik nu de gelegenheid om eindelijk mijn dingen te zeggen?
M: Wat wil je dan zeggen?
E: Dat mijn lieve mama zich niet ongerust moet maken. Ze is heel lief voor me en denkt dat ze het niet altijd goed doet, maar ze is geweldig. En dat ik niet aan ben gekomen is toch geen ramp. Ik ben in goede gezondheid en er mankeert mij niets en ik heb ook geen gebrek aan iets. Dus helemaal geen reden voor bezorgdheid. Tegendeel, ik mag steeds heerlijk op haar borst hangen om te slapen en dat is goddelijk! Veel fijner dan in een bedje zonder de warmte van mijn mamma te voelen.
M: Maar waarom groeide je dan niet?
E: Dat gebeurt soms. Niet iedereen wordt groot volgens de curves die gemiddelden moeten zijn. Hoe ontstaat dat gemiddelde? Natuurlijk door kinderen als ik, er zijn er ook bij die onder het gemiddelde zitten. Geen reden tot zorgen, dat komt wel weer goed. En misschien deed ik het met drinken ook niet goed genoeg en moet ik harder drinken om beter groot te worden. Dat komt dan wel goed met een beetje hulp van mijn mamma. Dus vooral geen zorgen.
M: Is dat alles wat je nu wilt zeggen?
E: Nee, ik wil ook wat tegen mijn pappa zeggen. Die kan nog niet zoveel met mij en dat is niet erg. In deze fase van mijn leven ben ik erg afhankelijk van mijn mamma. Maar mijn pappa wordt straks heel belangrijk, want door hem leer ik mannen kennen en dat is heel belangrijk voor de latere fases van mijn leven. Ik wil hem dus heel graag heel dichtbij hebben. Hoewel hij veel weg is, ben ik ook lekker om te knuffelen. Ik hou ook van hem, heel erg natuurlijk en zoals gezegd is hij belangrijk voor mij.

Ik wil ook wat tegen mijn pappa zeggen. Die kan nog niet zoveel met mij en dat is niet erg. In deze fase van mijn leven ben ik erg afhankelijk van mijn mamma. Maar mijn pappa wordt straks heel belangrijk.

M: Ik vind het zo grappig dat ik steeds een kleine aanzet geef en jij meteen alles er achter elkaar uitflapt.
E: Grappig dat je dat zegt. Ja, ik ben wel een prater, maar dat kan er nu nog niet uitkomen, maar zodra ik heb leren praten, berg je dan maar, want ik ga echt los. Heb veel om op te merken en alles wat ik opmerk wil ik alles van weten. Dus niet alleen veel praten, maar ook veel vragen, de oren van je kop. Maar helaas dat moet wachten.
M: Nou dank je voor dit bijzondere gesprek. Voor mij was dit een experiment om te zien of ik ook met kinderen kan praten, in plaats van alleen dieren.
E: Ja, jij praat met dieren. Dat lijkt me prachtig. Ik kan nu wel bij ze binnenkijken maar kan niet zo met ze praten als met jou. Dat lukt nog niet. Maar dat wil ik zeker ook leren. Denk erom dat je niet dood gaat voor je dit aan mij hebt geleerd!
M: Zo jij pakt het voortvarend aan. Dank je wel voor het gesprek. Kunnen we later nog eens praten?
E: Ben je nu al klaar, ik wil nog wel even doorpraten.
M: Dat gaat bij mij niet, ik krijg straks mensen op bezoek en dan moet ik dit gesprek wel afgerond hebben.
E: Kunnen we dan de volgende keer langer met elkaar praten want ik wil praten en heb veel te zeggen en nog veel meer te vragen en wanneer moet dat dan?
M: Lieverd, dat komt dan later, ik ga nu stoppen.
E: Nou vooruit dan maar. Niet te lang wachten tot een volgend gesprek.

201020

Cavia(‘s)

Ik heb wat met cavia’s. Het gaat nergens over, zeg ik vaak oneerbiedig over ze, maar ik geniet enorm van die diertjes. Als kind had ik ze al en ook onze kinderen heb ik cavia’s niet onthouden. Toen iedereen de deur uit was vond ik het wat kinderachtig (net of cavia’s alleen kinderdieren zijn) om weer een cavia in huis te halen maar ik vond een goed excuus: cavia’s zijn goed gezelschap voor papegaaien. En zo kwamen er drie al wat oudere cavia’s uit de opvang aan boord.

Vreemd genoeg zaten de cavia’s in de opvang in kleine hokjes. Heel apart vond ik dat. Zelf maakte ik een ruimte van 1.20 bij 1.20 vlak naast de kachel, zo laag dat ze ook door de hele kamer konden lopen. Onze kat Bach heeft haar laatste dag doorgebracht tussen de cavia’s.

Ook het leven van cavia’s is eindig. Lady was al een tijd dood, Bloempje (die op een gegeven moment door vrienden gebracht was) was ook al een tijd geleden overleden en Marie en Randy bleven over. Toen ik in december onverwacht naar het ziekenhuis moest hebben de volwassen kinderen de zorg voor de dieren op zich genomen. Ze zeiden: “Wat er ook gebeurt, we moeten de dieren in leven zien te houden!” En prompt overleed Marie in de eerste nacht dat ik in het ziekenhuis lag. Randy bleef alleen over.

Ik vind Randy een bijzondere cavia. Hij was het enige mannetje tussen de dames en ik beschrijf hem vaak als ‘aangenaam’. Dat is een rare term voor iemand maar ik heb er geen ander woord voor. Ik ben erg op hem gesteld. Toen hij na mijn terugkomst geëvacueerd werd omdat ik mogelijk last zou hebben van het zaagsel, vond ik dat niet zo leuk. Zodra het kon mocht hij van mij terugkomen.

Er was een echt caviahok voor hem gekocht met tralies van boven zodat Randy veilig was bij de kleinzoon van twee. Maar wat moest ik met zo’n hok? Ik vond het veel te klein en opgesloten. Dus binnen een week stond de grote bench in de kamer en binnen tien minuten zaten zowel de cavia als de hond en de kat in de bench. Everybody happy.

Tijd voor een gesprekje met Randy. Dat doe ik niet zo vaak met eigen dieren maar soms is het wel leuk en ook Randy waardeert het, laat hij al snel weten. Maar ja, waar praat je met een cavia over? Dus ik vraag maar es aan hem of ik ‘in’ hem mag om te ervaren hoe hij leeft. Meteen laat hij voelen dat voedsel dat hij tot zich genomen heeft lekker z’n werk zit te doen. Hij eet snel, knaagt/schuift het naar binnen en gaat dan liggen verteren. Hij vindt het heerlijk om gevuld te zijn. Het klopt met wat ik altijd zie: dat uitgebreid en gelukkig liggen te liggen. Randy maakt van de gelegenheid gebruik om ‘dat witte’ te laten zien. “O, je bedoelt witlof. Ja, het klopt, dat zat er vanochtend niet bij.” ’s Avonds zorg ik dat er een stukje witlof tussen de andere groenten zit.

Ik vraag hem hoe hij het heeft ervaren dat Marie er niet meer was. “We hebben afscheid genomen,” is het simpele antwoord. Ik zeg hem dat hij er nog steeds goed uitziet met zijn ruim acht jaar. Hij geeft aan dat het hier zijn tijdloos is voor hem. Tijd is niet van belang.

Randy is altijd een wat bolle cavia geweest. Niet dik, maar inderdaad: goed gevuld. Toen ik hem een tijdje geleden vastpakte vond ik hem dun en een echt oude man. Op zijn logeeradres is hij weer dikker geworden en ik vraag hem hoe dat komt. “Marie at sneller,” antwoordt hij. Ik schrik en zie dat het ernstige nalatigheid van mij is dat ik dat niet door had. Ik gaf ze altijd groente op twee schoteltjes maar met dat ik dat denk, hoor ik Randy grimassend zeggen: “Denk je dat wij ons aan schoteltjes houden? Marie at gewoon sneller de laatste tijd.” Het klopt dat ze tot het eind toe goed gegeten heeft.

Randy vindt dit gesprek een leuk intermezzo. Ik heb toch nog een belangrijke vraag voor hem, namelijk hoe hij het ervaart dat de kat en de hond bij hem in en uit kunnen lopen. “Prima. Voor de kat loop ik toch weg als hij met z’n poot speelt en de hond is wat lomp maar daar loop ik gewoon onderdoor.” Hij sluit het gesprek af met dat hij een goed gevulde cavia moet blijven. En ik grinnik want ik heb me al zo vaak afgevraagd waar al dat hooi toch blijft dat ik geef. Een wonder: hele bulten worden verwerkt tot kleine compacte keuteltjes. Dat bedoel ik met dat het nergens over gaat. Maar ik geniet enorm van deze diertjes en speciaal van deze kleine relaxte man.

 

Tirza 8: De kat die naar buiten wil en niet kan

Anderhalf jaar geleden zijn we van een vrijstaande woning in de bossen naar een appartement in de stad verhuisd. Onze oude poes vindt het nog steeds moeilijk dat ze niet naar buiten kan en eerlijk gezegd hebben we dat onderschat dat ze het er zo moeilijk mee zou hebben. Hier een gesprek hierover. 

M: Dag Tirza, kunnen we praten?
T: Als het moet.
M: Ja, ik wil je kunnen begrijpen en dat doe ik momenteel niet. Je klaagt steeds in huis en ik interpreteer dat op de manier dat je naar buiten wilt. Klopt dat?
T: Ja, ik wil heel graag naar buiten.
M: Vandaag heb ik je buiten gezet omdat je zelf niet door het trappenhuis durft te lopen om buiten te kunnen komen, klopt dat?
T: Ik wil niet buiten gezet worden, ik wil zelf naar buiten kunnen lopen.

Ik wil niet buiten gezet worden, ik wil zelf naar buiten kunnen lopen

M: Maar dat gaat niet waar we wonen, we wonen nu eenmaal op de eerste verdieping en er is geen eigen poezentrap voor jou.
T: Maar die wil ik wel hebben.
M: Zou je daar gebruik van maken? Durf je dat?
T: Op den duur wel, ik zal er aan moeten wennen.
M: Maar je kunt toch ook wennen aan de voordeur en dan het trappenhuis en dan de deur van het complex?
T: Misschien wel, maar dan ben ik buiten en vind ik het eng met al die mensen die er langskomen en de andere dieren die er rondlopen.
M: Dus durf je eigenlijk niet naar buiten.
T: Niet aan die kant.
M: Zou je het een idee vinden om bij de mensen onder ons te gaan wonen? Het zijn hele lieve oudere mensen en ze zijn gek op katten en hebben nu zelf geen poes. Als je daar zou wonen, kun je gewoon in en uitlopen, zonder dat je moet zeuren om er uit gelaten te worden.
T: Dat weet ik niet. Ik ben erg aan jullie gewend, jullie zijn niet eng en best wel aardig. Ik mag bij jullie op bed slapen en krijg mijn eten op tijd en kan en mag veel slapen en krijg mijn rust. Waarom dat veranderen?
M: Dat lijkt me duidelijk, dan kun je naar buiten als je wilt, dat kan bij ons niet.
T: Kunnen jullie dat dan niet maken dat ik zelf naar buiten kan?
M: Nee, dat kan helaas niet. We mogen niet zomaar een trapje tegen de gevel aan maken, dan krijgen we ruzie met de mensen om ons heen.
T: Zijn die zo intolerant?
M: Nou het staat in de afspraken die met elkaar zijn gemaakt dat het niet mag.
T: En dan kan het niet? Afspraken zijn toch eenvoudig afspraken, daar hoef je je niet altijd aan te houden toch?

Afspraken zijn toch eenvoudig afspraken, daar hoef je je niet altijd aan te houden toch?

M: Dat is juist wel de bedoeling met afspraken. Maar terug naar de essentie: zou jij bij de beneden buren willen wonen om steeds als je dat wilt naar buiten te kunnen? Voor de goede orde dan woon je, slaap je en eet je bij hun en niet meer bij ons.
T: Dat gaat me te ver. Ik geloof niet dat ik me happy zou voelen om nu bij andere mensen te gaan wonen die ik niet al heel lang ken. Dat is wat anders met je broer, die ken ik al heel lang en die is lief tegen me.
M: Dus je kiest er voor om bij ons te wonen en daarbij niet naar buiten te kunnen?
T: Nee, daar kies ik niet voor. Ik kies om bij jullie te wonen en toch zelf naar buiten te kunnen.
M: Maar dat kan niet.
T: Dan moeten jullie dat maar regelen, doe beter je best.

Dan moeten jullie dat maar regelen, doe beter je best

M: Tirza zo zit het niet in elkaar, het kan en mag niet wat jij wilt. Dus jouw keus is bij ons wonen en binnen blijven of bij de beneden buren wonen en zelf naar buiten en naar binnen kunnen gaan. Wat wordt het? Je mag er ook later anders over denken en op je keuze terugkomen.
T: Ik kies er voor om bij jullie te wonen en naar buiten te kunnen.
M: De keuze lijkt me duidelijk. Dank je wel.

210721

Een kijkje in de keuken

Iedereen die frequent met dieren communiceert, hetzij beroepsmatig, hetzij ´voor de lol´, ontwikkelt een eigen stijl. Daar kun je niet omheen maar dat maakt het ook juist leuk. Want wil iemand gebruik maken van een dierentolk, dan is er keuze. Net zoals dat met psychologen, artsen, docenten, therapeuten etc. het geval is.

Wat typeert mij nou, dacht ik laatst, en ik ben er eens op gaan letten. Vandaar een kijkje in mijn keuken. Wat voor 98% mijn werkwijze is is, is dat ik een telefonische afspraak maak met mensen en pas op dat moment maak ik contact met het dier, zodat ik letterlijk de tolk kan zijn.

Voor mij staan de dieren altijd voorop en ik volg de dieren. Dat begint al met het contact maken: het ene dier is kordaat en wil meteen to the point komen, het andere dier heeft meer tijd nodig en wil eerst rustig kennismaken. Weer een ander dier is verbaasd dat ik ertussen kom, want die vindt dat de mens zelf prima kan communiceren. En het komt ook voor dat er niet veel voor nodig is om meteen goed contact te krijgen.

Na het contact maken mag een dier altijd eerst wat van zichzelf laten zien. En daar blijken vaak al heel typerende dingen uit te komen die mij niet veel zeggen. Maar ik schrijf kernwoorden op en bijna altijd komt het er in de loop van het gesprek of op het eind op neer dat het kringetje aan informatie rond is: dat waar we op uit komen, liet zich op een bepaalde manier in het begin meteen al zien.

Voor mij is het altijd leuk om te merken hoe een dier communiceert. Het ene dier doet dat vooral in beelden, een ander laat duidelijke of minder duidelijke gevoelens zien, sommige dieren zijn vreemd genoeg heel talig (waardoor ik soms woorden doorkrijg die ik zelf zelden of nooit gebruik) en anderen maken er een mix van. In gesprekken hoor ik mezelf heel vaak zeggen: ‘Even kijken bij het dier, hoor…’. Kennelijk bekijk ik ‘de film’, de beelden die het dier laat zien en daar moet ik een goede vertaling in woorden voor vinden.

En juist die vertaling in woorden is heel belangrijk en dat maakt ook dat ik mezelf tolk noem. Het is als eerste dus belangrijk om de informatie op te pikken en vervolgens is het belangrijk dat die informatie zo juist mogelijk doorgegeven wordt. En ja, die informatie is gekleurd want het gaat via mij. Daarom begon ik ermee dat het zo goed is dat er keuze is voor ‘de klant’. En daarom is het ook zo leuk dat Eddy en ik deze site samen doen. We hebben allebei onze eigen stijl ontwikkeld.

 

Mocht je zelf willen leren communiceren met dieren: we hebben een cursus ontwikkeld die je in eerste instantie in je eigen tempo online kunt doen. Daarnaast kun je gekoppeld worden aan een andere cursist en zijn er terugkomdagen waarop we elkaar ontmoeten en volop kunnen uitwisselen. Voor meer informatie: Dierencommunicatie (happyviewschool.online)

 

Een vuurwerkslachtoffer

Een vriend van me stuurde deze foto op. Te zien is een dode ree, in een onnatuurlijke houding. Wat zou hier gebeurd zijn? Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik wilde dus met het reetje praten. Hierbij het verslag van ons gesprek.

M: Dag ree, je ziet er niet best uit op mijn foto en ik vroeg me af wat er met je gebeurd is. Wil je met me praten?
R: Dat hang er vanaf wie je bent en wat je wilt?
M: Daar heb je groot gelijk in. Ik ben Eddy … en ik wil met dieren communiceren om te proberen te begrijpen wat dieren bezig houdt en in jouw geval wil ik begrijpen hoe het komt dat je gestorven bent, terwijl je een gezonde en jonge indruk maakt.
R: Dat klinkt fair en ik wil best met je praten. Vraag maar.
M: Waar leefde jij en hoe zag dat leven eruit?
R: Ik leefde ongeveer in het gebied waar ik gevonden ben, maar dan uiteraard in een veel groter gebied. Wij leefden in een kleine groep jonge reeën en liepen rond in een gebied van circa enkele vierkante kilometers. Soms was ons gebied wat groter en soms weer wat kleiner. Afhankelijk van waar we welk voedsel konden vinden. We genoten erg van onze vrijheid, rondtrekken van de ene plek naar de andere beschutte plek. Die beschutting is van groot belang, naast voldoende voedsel. Overigens is dat voedsel nauwelijks een probleem, er is genoeg groen voor ons om van te leven. De beschutting is lastiger in een wereld waarin er steeds minder rustige plekken zijn. Maar gelukkig hebben wij een relatief rustige omgeving. (De ree werd gevonden in de bossen van Valkeveen, ’t Gooi, een hele groene omgeving).
M: Dat klinkt als een goed leven.
R: Dat was het ook. Ik was nog jong en al wel vrij, onafhankelijk van mijn moeder en andere dieren. Dat betekent dat ik heel veel kon rondtrekken en ik ben ook op veel plaatsen geweest. Nu in de winter zijn we in een klein groepje gaan trekken, dat was eenvoudig mogelijk en we verdroegen elkaar goed.
M: Wat is er dan mis gegaan?
R: De laatste tijd waren er steeds overal knallen en bommen, waar wij angstig voor zijn. Dus verbleven we in de rustigste gebieden die we kennen. Maar op een gegeven moment werden er vlakbij ons bommen gegooid en daar zijn we voor weggevlucht. Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven. Maar dat is me niet gegeven in dit geval.

Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven.

M: Wat naar dat je voor ‘bommen’ hebt moeten vluchten. Dat is waarschijnlijk vuurwerk geweest, maar ik begrijp dat jij dat bommen noemt, want sommige knallen zijn zo hard dat het wel bommen lijken. Had je je rustgebied dan verlaten?
R: Nee, beslist niet, want het was al dagen onrustig, maar steeds op behoorlijke afstand. Maar de bommen werden vlakbij ons gegooid, daarom moesten we ook in paniek vluchten.
M: Werden die ‘bommen’ dan in jullie bos waar jullie je schuilhielden afgestoken?
R: Ja, het was echt heel dichtbij en daarom moesten we vluchten.
M: Wat afschuwelijk. En daarbij ben jij dan omgekomen. Hoe voelt het nu als overleden ree?
R: Raar, ik had graag nog een tijdje willen blijven leven, maar nu ik dood ben en langzaam oplos in de groep, kan ik daar wel weer vrede mee hebben. Met wat geluk kan ik binnenkort weer een nieuwe keuze maken om ree te worden.
M: Dank je wel voor je verhaal. Wil jij nog wat zeggen tegen mij?
R: Waarom maken mensen deze bommen en waarom gebruiken ze die?
M: Dat zijn goede vragen en daar kan ik alleen maar op antwoorden dat het een traditie van mensen is om met de overgang van het ene jaar naar het andere jaar vuurwerk af te steken.
R: Wat is er zo bijzonder aan de overgang van het ene jaar naar het andere? De ene dag is toch hetzelfde als de andere dag? Alleen veranderen de dagen heel langzaam met de seizoenen, een andere verandering kan ik me niet voorstellen.
M: Ja, dat is een kunstmatige overgang in onze telling van de dagen en ik begrijp dat zoiets voor de dieren geen betekenis heeft.
R: Die betekenis is er alleen inzake de verandering van de seizoenen omdat zoiets met ons eten, onze beschutting, onze temperatuur en onze voortplanting te maken heeft.
M: Ik begrijp dat het voor jullie heel anders is. En ik hoop dat wij mensen gaan leren rekening te houden met de dieren als we een feestje willen vieren omdat we blij zijn dat er een nieuw jaar is gekomen.

Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren.

R: Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren. Want onze leefgebieden worden steeds verder beperkt. Jullie moeten overal bouwen, wegen aanleggen en rondlopen of fietsen. Dat verstoort ook onze rustgebieden. En natuurlijk zijn er gebieden waarin we elkaar tegen komen, geen probleem, maar laat ons onze rustgebieden alsjeblieft houden.
M: Je hebt gelijk en dank je wel voor dit gesprek.
R: Graag gedaan.

220112

“Zorg jij nu maar voor wat lekkers.”

Ik heb al eerder geschreven over Rozette, de kat die ik uit het asiel heb gehaald, maar die niet aan boord wil wonen. Ze heeft een plekje achter de dijk gevonden, 500 meter van ons schip vandaan. Daar heeft ze twee ‘woningen’ en elke avond breng ik haar eten.

“Waarom had je geen eten bij je?” Zo, weer lekker direct, die Rozette.

Bij de ochtendwandeling met de hond (die wat later uitviel) kwam ik haar tegen op de dijk en enthousiast liep ze rond m’n voeten. Toen ik op mijn kantoortje was, maakte ik contact met haar. “Ik breng je toch altijd ’s avonds eten? Het was geen avond.”

“Ik ken je nu zo goed. Ik hoopte op wat lekkers. Als je nou net als een ouderwetse oma altijd wat lekkers in je jaszak stopt voor dit soort situaties?”

Rozette is niet een enorme prater maar ik krijg dit keer toch wat meer los van haar. Ze houdt van de rust, stilte en vrijheid. Ze zoekt altijd goede, fijne plekjes. Er wordt stevig gebouwd rondom haar maar daar trekt ze zich weinig van aan. Ook honden die onverwacht langs komen weet ze te vermijden door de struiken in te duiken waar de honden niet in kunnen.

Ik vraag haar hoe het met het jagen gaat. “Jij noemt het jagen maar het is onderdeel van mijn leven. Ik luister naar geluidjes, stem me erop af en grijp. Dat zit zo in me. Wij zijn één daarin, het staat niet los van mij.”

“Je weet dat je nog altijd welkom bent aan boord, hè?” begin ik maar weer eens. “Dat is veel te complex voor mij. Dan moet ik me aanpassen en daar heb ik totaal geen zin in.” Dat is duidelijk.

Ze laat zien dat de nachten prachtig zijn. Natuurlijk zijn er andere katten, beantwoordt ze mijn vraag in beeld, maar dat is oké. “We kennen elkaar.”

“En die haas laatst? Die lag ineens dood in de wei en daar hebben heel wat dieren van gegeten. Ik zag jou daar ook lekker van smullen.” “Ja, dat was een luxe,” laat ze weten. Gewoon aanschuiven wanneer ze zin had.

Ik neem afscheid van haar, er is al heel wat meer uit gekomen dan anders en ze eindigt met me te laten weten: “Zorg jij nu maar dat je steeds wat lekkers bij je hebt!” Katten hebben kennelijk niet alleen in huis hun personeel…

(PS Let op de foto even op het afgeknipte oortje: als een kat gevonden wordt dan wordt hij/zij in het asiel gesteriliseerd en als bewijs wordt het topje van een oor afgeknipt; bij Rozette bleek het openmaken niet nodig want ze was al gesteriliseerd dus ze hebben het topje afgeknipt en haar weer dichtgenaaid)

Hyronimus 13: Alles wat bewustzijn heeft kun je mee communiceren

Nu ik tijdelijk even voor Piek waarneem, heb ik niet altijd een nieuw gesprek beschikbaar. Ik grijp dus terug op oude gesprekken en aan materiaal geen gebrek. Ik  heb bijna 200 A4-tjes vol met uitgeschreven gesprekken met dieren. Het hier nu volgende gesprek had ik begin 2021 met Hyronimus.

M: Dag Hyronimus, mag ik weer met je praten? Ik ben me er van bewust dat het heel lang geleden is en ik durf het bijna niet te vragen, maar mag het weer?
H: Ik ben blij dat je schuldbewust bent en ik heb ook wel begrip voor je dat het zolang geduurd heeft, maar ik ben er niet blij mee. Waar ik wel blij mee ben is dat je een mooie artikelen serie hebt gemaakt over de grote grazers in de Oostvaardersplassen en ik hoop dat het in een grote belangstelling gaat komen want dat is nodig. En dat jullie nu een Nieuwsbrief zijn begonnen is ook heel goed. Dus genoeg positiefs te melden, ondanks dat wij niet met elkaar hebben gesproken. Misschien ben je ook meer op eigen benen gaan staan, hoewel ik nog steeds je begeleider kan zijn als je wilt.
M: Ja, dat laatste wil ik heel graag.
H: Dan zul je misschien toch meer je best moeten doen en er meer tijd in steken. Misschien moet je naar dagelijks een klein half uurtje toe gaan en met verschillende dieren spreken, want zoals je weet ‘oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren en wordt het onzin wat je spreekt met de dieren omdat je hun intentie niet meer goed onder woorden kunt brengen.

‘Oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren

M: Ik zal proberen het weer beter in te plannen, heb echter moeite met mijn tijd goed te verdelen. (Is nog steeds een probleem voor mij)
H: Zoals zo vaak heb ik je aangeraden keuzes te maken met wat je belangrijk vindt. Je kunt niet alles blijven doen.
M: Maar dat wil ik wel en dus probeer ik wel alles te doen.
H: Ja, jouw keuze.
M: Zijn er nieuwe ontwikkelingen waar je me over wilt spreken?
H: Eigenlijk wel. Wat jij probeert met een baby te doen is wel weer nieuw voor je. Maar zoals je ziet kan dat heel goed en dat zou je ook kunnen doen met alle andere mensen. Dat vraagt meer oefening, want op deze wijze praten met mensen vraagt niet alleen een open instelling aan jouw kant, maar ook aan de andere kant. Met baby’s lukt dat probleemloos, maar met kinderen ouder dan een jaar of twaalf wordt het al moeilijk en met volwassenen is het nauwelijks mogelijk omdat die zich hebben afgeschermd voor dit soort communicatie. Er zijn weinig mensen waarmee je op deze wijze kunt communiceren omdat ze niet geloven dat het kan. En dan kun jij wel contact leggen, maar je kunt ze niet zover krijgen dat ze antwoorden omdat ze dat niet kunnen. Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest. Daarom kun je wel met dieren praten, want die doen dat zelf ook heel veel op deze manier en zodra ze in jou iemand herkennen die dat ook kan, staat nagenoeg de hele dierenwereld voor je open.

Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest

M: Dus eigenlijk zeg je beperk je tot de dieren?
H: Nee dat doe ik niet. Alleen wil ik je helpen te begrijpen dat wat jij kunt met dieren en misschien ook met baby’s, niet vanzelfsprekend ook met mensen, volwassenen gaat. Maar je kunt ook communiceren met planten en bomen, dat heb je al eerder gedaan en je kunt ook overwegen contact te zoeken met wolken of de grond onder je voeten. Alles wat bewustzijn heeft, is in principe beschikbaar om mee te communiceren. En veel volwassenen hebben wel bewustzijn, maar weten niet dat er iets anders is dan alleen het fysieke lichaam en kunnen zich niet zo snel voorstellen dat je ‘door de lucht’ kunt communiceren, terwijl het eigenlijk een eenvoudig principe is.
M: Nou ik geloof dat je me weer voldoende inspiratie hebt gegeven om weer een tijdje voort te kunnen.
H: Mooi, maak er gebruik van en bedenk dat je weer echt aan de bak moet gaan. Niet voor mij, maar voor jezelf. Je moet je ontwikkelen en dat is op de plek waar je nu woont moeilijker omdat je veel minder omringd bent door de natuur waar je wel in thuis hoort. Succes verder en tot binnen kort.

210215

Kameel bij de pyramides van Gizeh

Enkele jaren terug was ik uitgenodigd om op een congres in Egypte te spreken en als je er dan toch bent wil je de pyramides van Gizeh weer een keer bezoeken, ze blijven heel indrukwekkend. Ik was nog nooit per kameel naar de pyramides geweest, dus koos ik daar nu voor. Maar achteraf dacht ik: we zouden toch niet meer meedoen aan het uitbuiten van dieren en dus had je ook niet op die kameel mogen gaan zitten. Zoals we zoveel van die schattige dier foto’s kunnen maken ten koste van de dieren die worden uitgebuit, misbruikt en slecht behandeld. Dus zit er voor mij niets anders op dan het de kameel zelf te vragen hoe hij dat ziet.
M: Dag kameel, we hebben elkaar ontmoet een tijdje terug. Je zult je mij niet meer herinneren, maar ik heb een foto van je, zoals zo velen, maar ik wil met je praten.
K: Wie wil daar wat?
M: Ik ben Eddy … en vind het leuk om met je te praten en te horen hoe jouw leven is. Wil je daar wel iets over vertellen?
K: Waarom zou ik dat doen?
M: Maak je geen zorgen, ik wil gewoon weten hoe jouw leven is en ik ben niet van plan om me te bemoeien met hoe je samen met je baas leeft, daarvoor ben ik veel te ver weg.
K: OK, dan is het goed, want ik heb een hele lieve baas en ik wil niet dat je daar tussen komt.
M: Wat klinkt dat lief, ik hou nu al van je. En ik kijk naar je foto, je hebt een lieve glimlach.
K: Dat is lief van je dat je dat zegt. Dat zegt mijn baas ook vaak tegen me.
M: Goed om te horen dat je zo’n fijne baas hebt, daar ben ik heel blij om. Maar kun je me iets vertellen over je leven bij de pyramides?
K: Wij wonen vlakbij de pyramides, ’s nachts sta ik op een stukje straat waar meer kamelen staan. Ze hebben het niet allemaal zo goed als ik. Ik krijg goed te eten, voor mijn baas is dat heel belangrijk en omdat hij zo goed voor mij zorgt, doe ik de dingen voor hem.

M: Zoals toeristen op je rug nemen of op de foto met vreemde mensen?
K: Ja, dat klopt, maar dat is best wel leuk, soms niet. Maar meestal moet ik dan knielen en stappen ze op mijn rug en mag ik weer opstaan. Maar de manier waarop een kameel opstaat is voor veel mensen een grote verrassing en dan gillen ze of zo. Sommige worden echt bang en dat vind ik eigenlijk vervelend, ik wil mensen graag blij zien. Na afloop is bijna iedereen blij, sommige slechte mensen schoppen me, maar dat komt niet vaak voor. Mijn baas doet dat nooit, die is alleen maar lief.
M: Is jouw baas alleen maar lief of soms toch wel eens boos?
K: Eigenlijk altijd lief, maar heel soms ook boos. Dan ben ik niet handig geweest en heb het bedorven met toeristen omdat ik een beetje humeurig was na de zoveelste toerist die ik in de hitte op mijn rug moet laten en weer dat liggen en opstaan. Mijn lijf doet ook wel eens pijn na zo’n dag. Dus ik vergeef het mijn baas als hij dan een keer boos is.
M: Dus alles is helemaal goed met jou en je hebt een lieve baas? Ik vond hem ook aardig, hij was geduldig en niet opdringerig, maar wist wel handig geld van mij te krijgen.
K: Ja, daar is hij best wel goed in en daar leven we dan ook meestal wel goed van. Maar we hebben ook wel eens een hele slechte tijd gehad, mijn baas was erg ziek en kon niet werken. In het begin stond ik maar en werkte ook niet. Maar dan krijg ik geen eten als ik niet kan werken, dus liet mijn baas iemand anders met mij rond de pyramides lopen en dat was niet fijn. Die man was geniepig, tegen mij, maar ook tegen de toeristen, soms stal hij wel geld en betaalde altijd te weinig aan mijn baas. Dat was minder en daar heb ik geleerd dat je wel heel erg afhankelijk bent van je baas en dat ik het getroffen heb.
M: Hoe ben jij bij je baas terecht gekomen?
K: Ik ben altijd bij hem geweest. Mijn moeder werkte al voor hem en toen ik kwam liep ik vanaf het begin mee met mijn moeder. Toen ik groot genoeg was om hele dagen te werken, ging mijn moeder weg en was ik de enige nog.
M: Wat een spannend verhaal en wat ben ik blij met jouw mooie verhaal. Ik wens je nog een hele goede tijd samen met je baas toe. Wil je nog iets zeggen?
K: Dank je wel, jij bent best aardig. En zeg maar dat de mensen naar de pyramides moeten komen en daar dan een ritje op een kameel moeten maken, dat is een bijzondere belevenis voor ze.
200105

Kaila 7: Een waarneming op de hei

Ik loop al een tijdje met onze hond Kaila dagelijks op de hei te wandelen. Zo af en toe kom je honden tegen die niet aardig zijn. Zo loopt er een stel mensen met hun honden waar iedereen een straatje voor omloopt. Heb ik ook lang gedaan. Maar soms kun je ze niet ontwijken, lopen ze net op jouw pad en is er even geen ontsnapping aan. En waar je dan voor vreest gebeurt, twee van de drie honden storten zich op Kaila en vallen haar aan, Kaila gilt het uit. Ik schiet met mijn stem uit mijn slof en spreek de beide honden aan ‘dat doe je niet’ en zo kruipen beide terug in hun schulp en zijn ineens gedwee. De eigenaren vertellen dat hun honden bekend staan als de ‘hooligans’ van de hei, lijkt me niets iets om trots op te zijn. We lopen verder.
Een paar dagen later komen we ze weer tegen en Kaila loopt er gewoon tussendoor alsof ze er niet zijn en de hooligans reageren niet. Ik ben verbaasd, hoe kan dit? Mijn broer die dit mee maakte en het zag gebeuren, stelt dat ik een waarmerkje heb in mijn aura en dat deze honden nu weten, geen rare dingen doen in zijn nabijheid. Ik weet het niet.
Zoals dat gaat op de hei, je blijft elkaar af en toe tegenkomen, op afstand meestal en soms niet. Ik hoor nog regelmatig kleinere honden aangevallen worden door de hooligans, maar ik zie nooit schade. Het is blijkbaar slecht gedrag, maar niet dodelijk.
Tot gisteren waren we ze al een tijdje niet meer tegengekomen. Maar nu lopen we op hetzelfde pad en zij komen ons tegemoet. Kaila loopt vrij te wandelen en ziet ineens op 20 meter afstand de hooligans aankomen. Ze draait zich om kijkt achter welke boom ze zich kan verschuilen, maar er is niets beschikbaar. Ze besluit gewoon achter mij te gaan lopen en zo lopen we tussen de hooligans door en er is niets aan de hand. Deze twee honden zijn in mijn bijzijn genezen van hun agressieve gedrag.
Er is nog een andere hond die alleen ’s ochtends heel vroeg los uitgelaten wordt, ook omdat hij andere honden aanvalt. Kaila en ik kwamen hem een keer tegen, in het donker, waardoor de baas ons niet gezien had. Hij viel Kaila aan en kreeg dezelfde behandeling van mijn stem als de hooligans. Ook deze hond komen we nog af en toe tegen, maar geen spoortje meer van agressief gedrag naar Kaila toe.
Hoe kan dat? Ik heb (nog) geen antwoorden. Maar Hyronimus wel, zie hieronder, dit vertelde Hyronimus mij tijdens een volgende wandeling.

Hyronimus
M: Dag Hyronimus, je hebt me al min of meer antwoord gegeven op bovenstaande vraag.
H: Ja, leuk bedacht met zo’n rood vlaggetje, maar daar is geen sprake van. Het is je houding. Jij geeft met jouw houding aan mij kun je niets maken en Kaila geniet van die houding van jou en gaat daar helemaal in mee. Ze wentelt zich als het ware in jouw vertrouwen en krijgt daarmee zelf ook het vertrouwen van ‘ze kunnen me niets maken’. En dan kan ze gewoon tussen die honden doorlopen, die namelijk aan haar houding zien dat ze zich niet bang laat maken. Dat is de hele truc.
M: Dank voor de uitleg, dat klinkt als heel eenvoudig.
211221

Kaila 6: Kaila past op Eddy

Ik ben al ruim een week stevig ziek, met hoge koorts, en in die periode is er een dag waarop Kaila niet van mijn zijde wijkt. De vierde dag van de hoge koorts, ligt Kaila naast me in bed en blijft de hele dag naast me liggen, ze beweegt zich niet. Als er iemand aankomt, tilt ze haar kop op en blijft liggen. Alleen voor uitlaten en eten, verlaat ze me even. Aan het einde van de middag krijg ik nieuwe antibiotica van de huisarts en die slaan meteen aan. De rest van mijn ziekte dagen is Kaila weer normaal, maar niet zoals die ene dag. Ik wil Kaila vragen wat er toen gebeurde bij haar.

M: Dag Kaila, het is alweer maanden geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Kunnen we weer een keer praten?
K: Ja graag. Ik mis onze gesprekken wel een beetje.
M: Sorry Kaila, ik heb niet zo het gevoel gehad, omdat we zo close zijn, dat we ook regelmatig moeten praten. Je mag me gerust daarop aanspreken als je behoefte hebt aan een gesprek.
K: Dat is OK. In het begin had ik veel behoefte aan bevestiging dat ik het goed deed, maar nu weet ik wel ongeveer hoe jij het wilt en hoe ik het wil. Zo zijn we wel een team. Maar je hebt een speciale vraag voor vandaag?
M: Ja, ik begin me nu weer een beetje beter te voelen, maar jij hebt bijzonder gedrag laten zien op een bepaald moment dat ik ziek was. Ik bedoel die ene dag dat je alleen maar bij mij in bed lag, naast mijn hoofdkussen en je week niet van mijn zijde, ook niet als er bezoek kwam. Dat was heel uitzonderlijk gedrag voor mij om te zien. Je gedroeg je als een professionele hulphond.
K: Ja, ik weet welke dag je bedoelt, maar kunnen we even pauzeren tot het vrouwtje haar eten op heeft en ik niet hoef te hopen tot ik iets krijg? Bij jou weet ik dat ik altijd wat krijg, maar het vrouwtje is daar strenger in, maar ik blijf hoop houden. Dus even wachten, dan kan ik me zo concentreren op ons gesprek.
K: De speculaas is op, dus we kunnen verder praten en ik kan me concentreren op jouw vraag. Over die ene dag, zoals je zei, jouw vierde dag met hoge koorts. Ik merkte dat het echt slecht ging met jou en dat er geen verbetering wilde optreden. Je was steeds verder uitgeput geraakt en dat zag ik aan je omvang. Dan bedoel ik niet je fysieke omvang, maar je lichtlichaam om je heen. Dat schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt.

Je lichtlichaam om je heen schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt

Door mijn lichtlichaam met die van jou te vermengen, kon ik het schrompelen stoppen. Dat was een belangrijke dag voor jou, want je ging veel te hard achteruit. Gelukkig ging het ’s avonds en ’s nachts meteen beter met je en zag ik de volgende dagen je lichtlichaam langzaam weer groeien en glans krijgen. Daarna had je mij niet meer nodig naast je en daarom was ik de dagen daarna weer veel vrijer om te zijn waar ik wilde zijn en dat hoefde niet meteen naast je te zijn. Maar die dag moest ik heel dicht bij je hoofd liggen en dat heb ik gedaan. Ik ben heel blij dat je weer beter gaat worden.
M: Dank je wel dat je dat voor me deed. Was dat noodzakelijk, was er een kans geweest dat ik dood had kunnen gaan?
K: Dat weet ik niet, dat is ook niet aan mij daar een oordeel over te hebben. Ik zag alleen dat ik je kon en moest helpen omdat het zo slecht met je ging en dat heb ik kunnen doen en daar ben ik blij om.
M: Dank je heel erg lieve Kaila, je bent een echte vriend en hulphond.
K: Graag gedaan.
M: Wil je nog iets zeggen Kaila?
K: Graag volgende keer iets eerder komen praten en ik zal je wel aan je broek trekken als ik een keer wil praten en je doet het niet.
M: Afgesproken.
K: Afgesproken.

211212