Verkeerde timing

Jaren geleden ontving ik deze foto van iemand die op de Galapagos eilanden was geweest. Ik maakte contact met het dier en het ging als volgt:

“Als ik deze leguaan benader, bemerk ik meteen reserve.
Het contact gaat langzaam maar ik pas me altijd makkelijk aan een dier aan.
‘Waarom zou ik met je praten?’ vraagt hij me.
Ik vertel hem dat het van mij gewoon nieuwsgierigheid is en dat ik er veel plezier in heb.
Een gesprek beginnen met dit dier gaat niet makkelijk.
Daarom vraag ik hem of hij wat kan vertellen van zichzelf.
Hij laat zien lange tijd rust te nemen.
‘Ik laat energie binnen komen. Ik absorbeer. Als er genoeg energie in me zit, kan ik lopen. Ik moet van buitenaf worden opgeladen.’
Hier moet ik even over nadenken. Iedereen krijgt energie van eten maar daar doelt dit dier niet op. Hij laat voelen dat hij energie door heel zijn huid opneemt.
Ik vertel hem dat ik dit nog nooit met/door een dier heb meegemaakt.
Het gesprek stagneert weer en ik raak afgeleid met mijn gedachten. Dat vertel ik hem ook.
‘Je probeert iets uit mij te halen,’ zegt hij, ‘maar dat moet ik weer aanvullen. Dit gesprek kost mij energie. Kom nog maar es terug. Als ik meer reserve heb.’
Ik begrijp dat ik op een verkeerd moment kom en vriendelijk nemen we afscheid.”

Het gebeurt af en toe dat het een dier niet uitkomt als ik wil communiceren. Soms wordt ie wat overrompeld en wil hij na even wachten wel, maar soms moet ik echt een andere keer terugkomen. Ik hou daar wel van…

 

Hyronimus 11: Hyronimus over klimaatverandering

Toen ik Hyronimus vroeg iets te vertellen over klimaatverandering en hoe dat voor de dieren uitpakt, had ik een gesprek verwacht in de zin van wat de consequenties zijn voor dieren. Zoals dat voor veel dieren hun voedselsysteem anders wordt en dat ze zich daar op moeten aanpassen. Maar het werd een heel ander verhaal …

M: Dag Hyronimus, daar ben ik weer. Kunnen we weer praten?
H: Altijd.
M: Dat blijft zo bijzonder dat je altijd weer beschikbaar bent voor een gesprek voor mij. Dank je wel hiervoor.
H: Dat wil niet zeggen dat ik geen verwachtingen van je heb in je inspanningen die je voor de dieren communicatie doet.
M: Dat weet ik wel en ik weet ook dat ik steekjes laat vallen. Maar ik heb een bijzondere vraag aan jou, die ik al een tijdje aan je zou willen stellen? Hoe kijken dieren en in het bijzonder jij aan tegen de optredende klimaatverandering?
H: Dat is een grote vraag, een hele grote vraag omdat het zoveel aspecten heeft. Het is volstrekt duidelijk dat de mens hier een bijzondere rol vervuld. En die rol is in deze gesprekken al vaker ter discussie gesteld. De mens meent te kunnen heersen over alles, over zichzelf, over alle wezens op Aarde, dus ook de dieren en de planten en het water en de grond. Kortom de mens probeert te heersen over de natuur. Maar de natuur is een op zichzelf staand evenwichtig ecosysteem. De mens begrijpt dat ecosysteem helemaal niet, zelfs niet een klein beetje en dat is teleurstellend als je ziet waartoe de mens technisch wel toe in staat is. Maar door dat totale minachten van de natuur als een gebalanceerd systeem, verstoort de mens dat systeem.

Jullie hebben je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild

Je kunt niet zonder de balans te verstoren een systeem vervuilen door emissies naar lucht, water en bodem. De CO2 uitstoot is niet het probleem, het is slechts een signaal. Natuurlijk heeft dat effect op de opwarming, maar het is het gevolg van een ingreep in een evenwichtig systeem dat uit balans is gebracht. Het is niet de oorzaak. Als jullie nu weer de CO2 gaan beperken maar jullie zelf niet veranderen, kun je misschien op den duur de opwarming afvlakken, maar het systeem is op vele andere manieren ook uit balans gebracht. Daarvan weten jullie mensen langzaam ook al wat meer. Jullie erkennen de problemen van de biodiversiteit en achteruitgang van de vele soorten, planten, schimmels en dieren. Maar erkennen jullie wel het belang van een gezonde bodem, waar jullie je voedsel op zouden moeten groeien? De afgelopen eeuw hebben jullie die bodem vergiftigt, zoals jullie dat ook met de wateren en zeeën en de lucht hebben gedaan. Dat wil zeggen dat jullie je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild hebben. Dan red je het niet met de uitstoot van verbrandingsgassen te reduceren. Jullie mensen moeten echt jullie nest opruimen en weer gezond maken. Dat is een hels karwei, maar ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan.

Ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan

Dat is nog een lange weg en tot die tijd zullen alle Aarde bewoners het zwaar hebben door de enorme onbalans die jullie de natuur hebben aangedaan en waarom de natuur nu weer een eigen balans aan het zoeken is. Daartoe gebruikt de natuur de opwarming, maar ook overstromingen en bosbranden en dode zeeën en pandemieën, enzovoorts.
M: Dat is een behoorlijk doemscenario dat je schildert.
H: Nee, dat is geen doemscenario, dat is oorzaak en gevolg. De oorzaak is al lang aan de gang, al zeker meer dan 100 jaar, en de gevolgen zijn ook al lang aan de gang, maar daar waren jullie lang blind voor. Nu zelfs de meest blinde mensen het kunnen zien, wordt er gesproken over wat er tegen te doen is. Jullie nemen daar lang de tijd voor en het zijn natuurlijk processen die een zeer lange adem vragen, maar je kunt het je niet veroorloven het voor je uit te schuiven. Je kunt het zien als een schip dat van koers is geraakt. Met wat bijstellen kun je het weer op koers brengen, maar die tijd is voorbij. De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden om weer op koers te komen. Daarom is het urgent om nu actie te ondernemen en meteen grootschalig.

De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden

Het bewustzijn van vele mensen is zover dat jullie acties zullen accepteren. En natuurlijk zullen er ook de nodige protesten zijn, maar het is onvermijdelijk dat er actie wordt ondernomen. Maak daar gebruik van op een eerlijke manier.
M: Dat was een grote les in nederigheid, wij kunnen de natuur niet beheersen en we zullen dus moeten leren met de natuur samen te werken. Dat is wat je zegt, niet waar?
H: Ja, dat is wat ik zeg en daarvoor zullen jullie je moeten inspannen om de natuur balans systemen te begrijpen. Op die manier kun je het meest effectief met de natuur samen werken. Die wetenschap is nog onontwikkeld. Daar moeten jullie je op richten, want het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen.

Het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen

M: Dank je wel Hyronimus voor deze zeer wijze les. Heb je nog iets toe te voegen?
H: Dat weet je wel.

210921

“Wij horen in de kringloop”

Iemand vroeg me om eens met coloradokevers te praten omdat ze daar behoorlijk last van heeft in haar volkstuin.

`Wij zijn nuttig! Waarom zo´n hetze?”, hoor ik meteen. “Wij zijn voedsel. Wij horen in de kringloop.”

“Ja maar…,” begin ik meteen de kant van de mens te kiezen, “jullie klonteren samen.”

“Als dat zo is, dan is het daar goed,” is het directe antwoord. Ik kan de groep dieren weer eens geen ongelijk geven.

Kennelijk ga ik wat heen en weer met mijn gedachten en beelden want de kevers vallen in: “Ja, vliegen, dat is fijn.” “We kunnen dan wel opgegeten worden,” komt het vlak daarna. “Wij zijn geen individu, dus op het geheel maakt dat niet uit.”

De diertjes gaan me wat snel, maar ik begrijp dat ze bedoelen dat op het geheel van de kevers een aantal opgegeten kevers niet gemist worden.

Ze zijn lekker in de vliegmodus en laten zien dat ze een nieuwe omgeving verkennen door ruiken en proeven. Om zo te ontdekken of die habitat goed is voor ze.

“En dan zenden we signaaltjes uit naar de anderen, die komen dan ook.”

Ze laten nogmaals weten dat een aantal van hen best opgegeten kan worden. Het gaat hen niet om het individu maar om het geheel. Ik laat heel bijdehand weten dat mensen ze graag kwijt zijn en ik laat gif zien. Dan hoeft van hen niet. Dat stopt hun levensproces en dan wordt het hele coloradokeverveld ‘een geest met gaten’.

De dieren hebben het weer voor elkaar gekregen om me haarfijn te laten voelen dat ook zij recht hebben op leven op deze planeet en dat, als alles in balans is, er ruimte is voor iedereen.

Een egel in de stad

M: Dag meneer of mevrouw egel. Vanavond rook mijn hond jou en we zagen elkaar even. Het leek me leuk om contact op te nemen en te vragen hoe jij nu zo midden in de stad kunt overleven. Wil je met me praten?
E: Het is mevrouw egel en ik wil wel met je praten.
M: Hoe ben je zo op deze plek terecht gekomen? Het ziet er voor mij uit als een grote bloembak op een ondergrondse parkeergarage en daar kun je toch als vrij levend dier niet overleven?
E: Het lijkt voor jou misschien een grote bloembak, en dat is ook zo op de plek waar je mij gezien hebt, maar aan de andere kant kan ik er gewoon in lopen en ook weer uit lopen. Daarnaast is dan een grote tuin van die grote witte villa en er zijn nog een heleboel tuinen waar ik ook kan rondlopen. Dus maak je geen zorgen om mijn territorium.
M: Daar ben ik blij om. Ik had me niet gerealiseerd dat je er aan de andere kant gewoon in en uit kunt en als dat kan heb je inderdaad best veel vrije ruimte om te leven. Het maakt wel een stenige indruk maar ik besef nu dat er ook veel leefruimte in tuinen voor jou is.
E: Ik voel me in dit gebied thuis en ben er enkele jaren geleden ook geboren. Er zijn hier nog meer egels die in de tuinen rondlopen.
M: Goed om te horen dat dit in de stad dus ook kan. Hoe leven jullie hier?
E: Wij leven meestal solitair als egels, hoewel we natuurlijk ook een partner nodig hebben om kindjes te krijgen, maar daarna is dat weer over en verzorg ik de kindjes alleen. Ik leef van slakken, wormen, kevers en andere kleine diertjes die ik op de grond vind. Egels hebben een hekel aan kou en vocht. Dus doen we een winterslaap wanneer het te koud wordt. Die slaap doen we in ons nest waar we toegedekt slapen onder een dekje van bladeren en mos en wat we verder nog vinden als nestmateriaal.
M: Nou dank je wel dat je me hebt laten zien hoe je in de stad leeft en dat dat dus goed kan, dat wist ik niet. Wil jij nog iets kwijt?
E: Nee dank je, het was grappig met een mens te praten, had ik nog nooit gedaan.

Sinds dit gesprek komen we mevrouw egel bijna iedere avond tegen, zo leuk!

210709

Het is tijd

Sjaan is al negen jaar en twee weken mijn trouwe compagnon.

Tijdens gesprekken met dieren ligt ze op mijn schoot of onder de tafel. En als ik achter de computer aan het werk ben, zit zij op de stoel naast me.

Vaak is zij de reden waarom ik stop met werken om naar buiten te gaan.

Vandaag stond ze ineens op tafel, tussen de laptop en mij in.

Op zo’n moment gaan we niet in gesprek, maar later wil ik toch weten hoe ze dat nou had.

“Ja, je wilde al een paar keer bijna weg. Iemand moet op een keer een punt maken en ik denk dat ik beter weet wanneer het echt tijd is.”

Daar heeft ze wel gelijk in. Het is zo makkelijk om maar door te gaan.

“Bovendien had ik al een paar keer aanwijzingen gegeven,” vervolgt ze licht verwijtend.

Ik voel me bijna op het matje geroepen.

Ik denk aan al die keren dat ze bij vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen is en altijd zo braaf ligt te slapen.

“Ik doe het, maar je kunt ook overdrijven,” haakt ze in op mijn gedachten.

Ze heeft haar punt wel gemaakt. Ik heb het begrepen en ik vraag of ze nog wat te zeggen heeft want dieren krijgen bij mij altijd het laatste woord.

“Volgende keer iets eerder luisteren. Dat scheelt mij een hele klim.”

Gesprek met Olifant in China die met haar troep een wandeling maakte van 1700 km

M: Ik zou graag willen praten met de olifant in China die besloot met haar troep van 15 olifanten weg te trekken van haar habitat en een wandeling door bevolkt gebied te maken van 1700 km.
O: De vraag flitst naar mij toe en je kunt met mij praten. Ik heb het besluit genomen om deze zoektocht te ondernemen.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. De prangende vraag die ik heb is natuurlijk waarom besloten jullie om deze tocht te ondernemen?
O: Dat is heel duidelijk. We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken. Daardoor werd ons gebied kleiner en kleiner en op den duur is het dan te klein aan het worden voor alle olifanten die er wonen. Dus moet je naar nieuw gebied gaan zoeken en dat hebben we gedaan.

We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken

M: Was dat niet een heel moeilijk besluit? Je draagt de verantwoordelijkheid voor een hele groep die straks wel op een nieuwe plek moet gaan leven en daar ook moet kunnen overleven.
O: Natuurlijk was dat een heel moeilijk besluit en dat heb ik ook niet zomaar genomen. Ik heb zelfs met enkele leden van de groep al eerder langere uitstapjes gemaakt. Maar we hebben echt een gebied nodig van vele honderden kilometers en dat is er niet meer. Dus besloot ik met de hele groep op pad te gaan. Helaas zijn er enkele onderweg achtergebleven, die wilde niet met de troep mee, maar ook dat was een natuurlijk proces. Het waren twee mannetjes die de groep ooit zouden verlaten en dat hebben ze nu iets eerder gedaan.
M: Was het niet moeilijk om op pad te gaan naar het onbekende? En hoe kom je aan voldoende voedsel onderweg?
O: Natuurlijk was het een moeilijk om te gaan doen, dat had ik al gezegd. Maar als je gaat moet je de consequenties er van wel aanvaarden. En die zijn dat je misschien meer moet zoeken naar je voedsel en naar water. Wat heel onverwacht was, was dat we steeds door bewoond gebied liepen, gebied dat vroeger niet bewoond was en waar we een goede habitat gehad zouden hebben. Maar dat was nu niet meer zo. Onderweg is er ook vaak genoeg voedsel, doordat het bewoond gebied is, wordt er veel verbouwd en dat kunnen wij als voedsel gebruiken.

M: Daar zal de bevolking wel weinig plezier aan beleefd hebben dat jullie je tegoed deden aan de verbouwde gewassen.
O: We hebben de gebruikelijke problemen gehad met mensen, maar die problemen hebben we eigenlijk altijd als we te dicht bij de mensen zijn of eigenlijk moet ik zeggen als de mensen te dicht bij ons komen. Maar nu waren wij degene die de mensen blijkbaar opzochten. Echter hoe verder we kwamen hoe beroemder onze reis werd, waardoor we het ook weer makkelijker kregen. We kregen heel veel aandacht en daardoor werd er voedsel voor ons klaargelegd om ons in een bepaalde richting te kunnen sturen. Daar zijn we grotendeels in mee gegaan, waardoor de confrontaties met mensen eigenlijk uitbleven. We werden later beschermd en vertroeteld.
M: Maar ja, nu zijn jullie bijna weer terug bij af, en heeft dit dan nog wel zin gehad?
O: Ja, het heeft veel zin gehad. Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte. Dat dit probleem niet meteen is opgelost is duidelijk, maar we hebben het probleem duidelijk op de kaart gezet en hopelijk komt daar dan een oplossing voor. Misschien niet voor mijn generatie maar dan wel voor onze kinderen of kleinkinderen. Zo lang houden wij het nog wel vol. Daar ben ik niet bezorgd over.

Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte

M: Dank voor deze boeiende informatie. Wil je nog wat kwijt?
O: Jij ook bedankt voor dit gesprek omdat je hiermee weer aandacht geeft aan ons probleem. Dat is hard nodig.

210812

“Wat is de opzet van vakantie?”

Deze vraag kreeg ik eens van een hond tijdens een gesprek waarin ik tolkte.

Er zijn vele antwoorden op te geven natuurlijk maar als tolk moet ik me beperken tot wat de betreffende mensen vinden van vakantie.

Als ik voor mezelf spreek: vakantie is even tijd nemen voor andere dingen en even uit je stramien.

Dus deze week geen AnimalTalks bericht van mij :).

Hyronimus 10: dieren van een soort zijn niet allemaal hetzelfde

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Natuurlijk, ik ben bijna altijd beschikbaar.
M: Ik zou graag met je willen praten over het idee van de wetenschap dat we dieren niet te veel moeten vermenselijken, waarmee we bedoelen dat we dieren geen emoties moeten toekennen en niet te veel karaktereigenschappen moeten toekennen. Want volgens de wetenschap en dan moet ik zeggen vooral de Westerse wetenschap, zijn dieren een soort robotten die allemaal dezelfde eigenschappen hebben en dus geen verschillende karakters kunnen hebben.
H: Wat denk je zelf?
M: Ik denk daar heel anders over, maar wilde graag jouw mening horen om die aan de wereld te laten horen.

Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit.

H: Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit. Alle dieren zijn individuen, in verschillende graden. Sommige dieren, als bijvoorbeeld de eencelligen en microben en dat soort dieren, zijn nog voor het grootste deel een groep, nauwelijks een eigen individu. Maar zodra deze dieren verder ontwikkeld zijn in hun evolutie is het veelal hoe verder geëvolueerd hoe meer individu en hoe meer onderlinge verschillen tussen de dieren van hun eigen soort, verschillen in ontwikkelstadia en verschillen in karakter. Dat is een wetmatigheid. Door verschillende of door vele levens te leiden als een bepaald dier ontwikkel je als dier meer individuele eigenschappen. Bij jullie huisdieren merken jullie dat het beste, maar het geldt net zo goed voor de vrije dieren. Je hebt heel veel verschillende honden en katten gehad en merkte daarbij de enorme verscheidenheid aan karakters, dat is met vrije dieren net zo. Een klein voorbeeld heb je net zelf ervaren met jouw olifant die zich Tara noemt. Zij is duidelijk een olifant met een ander karakter dan de dieren in haar kudde.
M: Dus is jouw conclusie dat de wetenschap er totaal naast zit als ze zegt dat we dieren niet te veel menselijke eigenschappen moeten toedichten?
H: Nee, dat zeg ik niet. Jullie moeten dieren geen menselijke eigenschappen toedichten, maar veel dieren hebben eigenschappen die jullie mensen ook hebben, zo zit dat. Het zijn universele eigenschappen die mensen en dieren hebben. Daar kun je als mens geen claim op leggen door te zeggen dat het menselijke eigenschappen zijn. Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen. Maar het maakt natuurlijk minder indruk wanneer een worm zich opoffert voor een merel die wil eten, dan wanneer een mens zijn laatste drinken in de woestijn deelt met z’n kompaan. Terwijl de worm waarschijnlijk het grotere offer brengt.

Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen.

M: Ik begrijp je. Het is erg egoïstisch deze mooie universele eigenschappen alleen aan mensen toe te schrijven terwijl het universele eigenschappen zijn die minstens zo vaak voorkomen bij dieren als bij mensen.
H: Ik zou het iets anders uitgedrukt hebben, jouw manier van verwoorden is een typische manier van omschrijven vanuit het superieure menselijke denken. Ik zou zeggen het zijn universele eigenschappen die bij het leven horen en alles wat leeft heeft deze eigenschappen in meer of mindere mate, ook afhankelijk van je taak in het grotere geheel hier op Aarde.
M: Dank je wel, het is me redelijk duidelijk nu.
H: Graag gedaan, tot een volgende keer.

De meeuwen

Heel vaak trekken er enorme groepen meeuwen langs en over ons schip. Vroeger zei een van de kinderen dan: ‘O mam, het gaat weer meeuwen!’
De meeuwen zitten ’s nachts in grote groepen in de haven en als ik op tijd buiten ben (als het nog niet helemaal licht is) dan zie ik hoe de groep zich oplost.
Ik vraag de meeuwen of het klopt dat ze ’s nachts bij elkaar zijn en overdag alleen.
‘Overdag vliegen we uit. Ieder gaat voor zich maar toch zijn we een geheel. ’s Avonds komen we als groep terug. We houden het warm met elkaar (in de zin van beschermd) en in de winter houden we het ijs weg.’
Het beeld dat ze me doorgeven is dat ze ’s nachts een concentratie meeuwen zijn en overdag uitvliegen. Het doet me denken aan een bloem die zich ’s nachts sluit en in de ochtend weer opengaat.
Ik ben altijd gefascineerd door de snelheid waarmee ze vliegen in de groep. Volgens mij botsen ze niet en ik vraag hoe dat komt.
‘Je weet elkaars ruimte en komt niet in andermans vliegruimte,’ antwoorden ze. ‘Je geeft allebei mee. Conflicten ontstaan als één niet meegeeft. Met zo’n houding zouden we als groep niet kunnen vliegen.’
Ik vergelijk het met mensen en vraag of het voelt als inleveren als je ruimte moet maken.
‘Inleveren? Nee, er is ruimte genoeg.’
Ze laten zien dat de vliegvorm steeds verandert, de continue beweging zorgt steeds voor andere vormen.
‘Je kent elkaars ruimte en respecteert die,’ is hun logische redenering.
In vergelijking met hen zie ik hoe vast wij mensen zitten.
‘Mensen kunnen ook niet vliegen.’ De meeuwen laten me voelen dat zij de menselijke vorm als erg beklemmend ervaren.
Op de een of andere manier meen ik het op te moeten nemen voor mensen en laat zien hoe wij ons ook door de lucht kunnen verplaatsen.
Er wordt gebromd dat mensen zich láten vliegen.
‘Jullie blijven afhankelijk van voertuigen of ander materiaal.’
Ik moet ze helemaal gelijk geven. Het is heerlijk om de vrijheid van de vogels te voelen.
Het maakt dat ik moet lachen om ons, mensen: waar maken we ons toch allemaal druk om?!

 

Een blinde labrador

M: Dag Labrador, ik zie je bijna dagelijks op jouw wandeling, wanneer ik ook met Kaila wandel. We hebben aan elkaar staan snuffelen en vanochtend vroeg ik je tijdens de wandeling of we konden praten. Nu is dat zover, wil je praten?
L: Ja, ik wil graag praten. Ik begrijp dat je wilt weten hoe het voor mij voelt om als blinde hond in het bos te wandelen?
M: Ja, dat wil ik graag van je weten. Ik zie je altijd heel stijf en voorzichtig lopen en ik zie je ook veel stilstaan en ik vroeg mij af of je nog wel voldoende levensvreugde hebt.
L: Zoals je gezien hebt ben ik een oude hond en ik ben bijna versleten, mijn botten zijn pijnlijk en daarom loop ik moeilijk. En natuurlijk ben ik blind, nou ja, niet helemaal, ik zie nog wel vaag licht en donker, maar ik kan zeker geen voorwerpen, bomen of mensen onderscheiden. Dat lukt niet meer. Zoals je aan mijn ogen hebt kunnen zien heb ik ernstige staar. Dat is niet pijnlijk, maar je ziet gewoon niet meer voldoende om gewoon rond te lopen. Mijn baas is zo lief om dagelijks met me te gaan wandelen, samen met mijn vriendje de zwarte labrador. We hebben een hele mooie tijd met z’n allen gehad, maar nu is het voor mij wel moeilijk. Toch klaag ik niet, ik geniet min of meer van de wandelingen. Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot. Het stil in huis liggen en slapen is heerlijk, maar mijn hoogtepunten zijn wel de wandelingen en als mijn baas me knuffelt. Dat knuffelen geniet ik buitensporig van maar dat kun je niet de hele dag doen. En dan de wandelingen. We gaan met de auto naar het wandelgebied. Daar tilt de baas me uit de auto, zoals hij me er ook eerst in heeft getild. Dan sjok ik een beetje achter de geur van mijn baas aan. Maar ik ben snel afgeleid, ook al omdat het lopen best wel pijnlijk is met mijn stramme ledematen. En dan blijf ik een tijdje staan en ruik aan een grasspriet of een bosje of aan bramen of iets op het pad. Maar dat ruiken is een smoes om het even rustig aan te doen. Mijn baas heeft dat heus wel door en die moedigt me aan om door te lopen. Maar dan draai ik mijn kop nog een keer naar een andere lucht en als het dan echt onvermijdelijk is, loop ik weer een stukje. Gelukkig heeft mijn baas dat geduld met me dat nodig is voor mij om vooruit te komen. En daar ben ik dankbaar voor.

Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot.

M: Dus je hebt nog wel duidelijk genoeg om voor te leven als ik jou zo hoor.
L: Ja, gelukkig wel. Ik geniet van onze zeer slome wandelingen en van mijn baas thuis. Mijn zwarte vriendje heeft wat minder geduld tijdens de wandeling, die wil altijd maar verder, maar hij geeft mij gelukkig wel de ruimte die ik nodig heb.
M: Ik ben blij dit allemaal van je te horen, dank je wel dat je me dit verteld hebt.
210708