Gesprek met een houtduif tegenover me in de boom

Ik ga zitten en stel me open voor dieren die met me willen praten. Ik wacht even af wie er komt.
Hyronimus en Kaila melden zich, maar ik zou eigenlijk graag met een vrij dier willen praten, wie meldt zich? Een houtduif meldt zich en hij zit in de boom tegenover me, we kunnen elkaar zien.

M: Dag duif, wat leuk dat je met me wilt praten, hoe gaat het en wie ben jij?
D: Ik zag je oproep langs komen en meld me uit nieuwsgierigheid over dit fenomeen. Wie ben jij?
M: Ik ben Eddy Mulder en ik sta open voor gesprekken met dieren om van jullie te leren en dat aan de wereld te vertellen in blogs op een website.
D: Oh wat grappig, dus als ik jou dingen vertel dan schrijf je dat op en zet dat op internet zodat andere mensen dat ook kunnen lezen en horen wat ik jou verteld heb.
M: Zo is dat. Ben je bereid om wat over jezelf te delen?
D: Jawel. Ik zit nu lekker in de boom en waai een beetje met de takken mee en kan jou zien zitten achter je bureau. Dat vind ik wel leuk. Ja, zoals je ziet ben ik een houtduif en wel een vrouwtje. Ik heb vanochtend net een hele poespas gehad met een mannetjes duif die achter me aan zat. Hij probeert me te versieren en me op een nestplekje te krijgen, maar hij had nog helemaal geen werk gedaan, nog geen aanzet voor een nest gemaakt. Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen. Gelukkig kan ik nu rustig in de boom zitten, ik heb me al druk gemaakt om eten. Dat was vandaag heel eenvoudig. Ik ontdekte een zak met brood en daar hebben veel dieren zich tegoed aan gedaan. Die zak lag ergens op een achteraf terreintje waar wel dieren komen, maar nauwelijks mensen. Drinken was ook al geen probleem. Wat dat betreft heb ik het redelijk makkelijk door aan de rand van de bewoonde wereld te wonen. Eten is er in de stad altijd te vinden en ik kan ook gemakkelijk naar het bos of de hei vliegen hier vlakbij.

Voor ik daar instink moet hij echt wel wat meer zijn best doen

M: Heb je een naam en een leeftijd?
D: Nee, wij doen niet aan namen, dat is typisch iets voor jullie. Wij hebben klanken en daar herkennen we elkaar aan. Door hele subtiele verschillen in de geluiden die we maken, laten we aan elkaar weten wie we zijn. Ik ben verder een ervaren vrouwtje, ik heb al vier jaar nestjes gehad en samen met mijn partner van dat jaar de kindertjes groot gebracht.
M: Vind je het lastig om ieder jaar weer een partner te zoeken en een nestje te moeten bouwen?
D: Nou niet echt. Vaak komt hetzelfde mannetje me weer opzoeken, maar ik ben best kieskeurig en wil wel dat er werk gedaan wordt voor me, zodat ik niet alles moet doen. Het minste wat er moet gebeuren is een nestje op een goede plek.
M: Heb je geen nesten van vorige jaren die jullie kunnen gebruiken?
D: Dat zou wel kunnen, maar ik vond het nestje van de vorige keer niet goed, dat was te dicht bij mensen en die hebben katten die alles kunnen verstoren. Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn.

Vorige jaar zijn er drie jongen door katten opgegeten en is er slechts één volwassen geworden en dat zou niet zo moeten zijn

M: Dat snap ik, dus wil je nu een nieuwe nestplek hebben en moet je mannetje daarvoor zorgen.
D: Ja, dat vind ik wel.
M: Ik zie je nog steeds zitten, ben je al aan je avondrust begonnen?
D: Nee, zeker niet. Ik moet nog wel gaan eten voor het donker wordt, maar dat duurt nog wel even dus heb ik tijd om met jou te praten. Dat vind ik wel leuk. Ik heb nog nooit met een mens gepraat. Is dat praten zoals wij nu doen, ook zoals jullie mensen met elkaar praten?
M: Nee, mensen praten met elkaar door woorden uit te spreken en dat zijn klanken die ze maken naar elkaar toe.
D: Dat herken ik wel. Waarom praten jullie vaak door elkaar heen? Zo kun je elkaar toch niet begrijpen?
M: Dat klopt en dat heb je goed opgemerkt. Als mensen echt interesse in elkaar hebben, praten ze niet door elkaar heen en luisteren ze heel goed naar de ander voor ze zelf weer wat zeggen. Maar er zijn ook mensen die graag praten en niet zo goed zijn in luisteren.
D: OK, dank je wel, ik ga weer eens verder. Was leuk je gesproken te hebben.
M: Ja, wederzijds en tot ziens.

210325

De verzwakte meeuw in mensenhanden

Ik krijg een leuke vraag: Kim heeft een verzwakte meeuw gevonden, neemt het dier mee naar huis om aan te sterken, maar na drie dagen eet de vogel nog steeds niet. Omdat Kim van buren weet dat ik een zwaar gewonde kat weer ‘aan het eten gepraat’ heb, vraagt ze of ik iets voor de meeuw kan doen.

Ik antwoord Kim: “Wat het is met het communiceren met dieren: als je vragen stelt, moet je de antwoorden ook kunnen horen. En die zijn soms anders dan wij denken.

Nou, hou je vast, hier komt de meeuw: De meeuw deed meteen heel geagiteerd en bleef dat het hele gesprek. ‘Hoe durven ze me op te pakken?! Ik ben geen ‘handduif’!’

Hij was heel duidelijk: jij had je niet met hem mogen bemoeien. ‘Als meeuw wil je altijd voorkomen dat een mens je oppakt.’ Hij bleef boos.

Ik probeer altijd om ook de andere kant (de mensenkant) te laten zien, maar dat ging er helemaal niet in. Op mijn opmerking dat hij niet eet: ‘Nee, natuurlijk eet ik niet!’

Hij wil graag op een dak gezet worden (schip, schuur?) en het verder zelf uitzoeken. Hij sterft liever in vrijheid dan gevangen te zitten.

Weer probeerde ik of hij jouw kant van het verhaal kon zien, maar het antwoord was: ‘Mensen hangen teveel aan één leven.’ Als meeuw wil hij meeuwendingen doen. ‘Ik ben geen parkiet!’

Dat opvangen van zieke dieren vindt hij maar kleinzielig gedacht. ‘Het gaat zoals het gaat.’

Ik hield hem het beeld voor dat het kan zijn dat jij hem ziet sterven op het dakje omdat hij bijv. niet weg kan vliegen of gepakt wordt door een ander dier. Daarin is hij duidelijk: ‘Dat zijn lichamelijke dingen. Laat de natuur gaan zoals ie gaat.’ ”

Gelukkig verbaast het antwoord Kim niet: ‘Hij was inderdaad heel boos en hij heeft gelijk. Mijn gevoel zei ook dat hij niet wilde dat iemand zich met hem bemoeide, maar mijn mensenhoofd zegt altijd; ach, kom maar mee, lekker veilig uitrusten, bij-eten en dan weer los. Ik neem altijd zieke dieren mee die op mijn pad komen, ik kan niet anders (zal het wel proberen in de toekomst beter af te stemmen). Een andere meeuw reageerde trouwens heel anders, die gedijde wel goed.’

Kim laat de meeuw op de gevonden plek vrij, waar het dier meteen de mensenhanden uitvoerig van zich afwast. Kim: ‘Hij had helemaal een punkie kapsel gekregen van zijn uitbreekpogingen. Bedankt voor je gesprek, ook namens het boze vriendje natuurlijk.’

Hyronimus 9: Ook dieren kunnen je bedotten, zorg dat je een zuivere ontvanger wordt

Ik ben door het baasje van poes Loetje gevraagd om eens met haar te praten. Het gaat duidelijk niet goed met Loetje en de dierenarts kan niets vinden. Ik heb twee gesprekken gehad met Loetje en haar baasje zegt een aantal antwoorden niet te herkennen, die zijn niet passend voor haar situatie. Kortom er zijn tegenstrijdigheden tussen wat Loetje zegt en haar baasje. Ik snap het niet.

M: Mag ik je om hulp vragen? Kun je me helpen met Loetje? Het baasje van Loetje heeft me gevraagd om met haar te praten over wat er met haar aan de hand is. Waarom vertelt Loetje mij in dat gesprek zulke onzin, die ik netjes opschrijf en aan haar vrouwtje laat zien. Dan ben ik toch een charlatan?
H: Je bent misleidt door haar en dat had je deels door en deels niet. Voor jou is dit een leerproces om te leren een onderscheid te maken. Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn. Het is aan jou om te leren hier onderscheid in te maken. Hoe meer je met ‘vreemde’ dieren gaat werken, en dan vooral huisdieren, zul je hiermee geconfronteerd worden. Daarin gaan huisdieren en ‘baasjes’ ook op elkaar lijken. Het is voor jou van belang om dit aan het dier op te merken, zeker als je met de mens erachter geen contact hebt. Loetje is een uitstekende testcase voor jou en je zult haar vertrouwen moeten zien te winnen om eerlijke antwoorden te krijgen. Dat gaat niet zomaar.

Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn.

M: Begrijp ik dat Loetje oefenstof voor mij is en dat het tijd zal kosten om haar vertrouwen te winnen en dat ik dan pas eerlijke antwoorden mag verwachten?
H: Dat is juist. Bella (een andere poes waar ik in opdracht mee gesproken heb) is ook geschikt als oefendier. Ze zou haar gedrag kunnen veranderen als je echt haar vertrouwen weet te winnen.
M: Heb je nog tips voor me om deze gesprekken aan te gaan?
H: Probeer begripvol te zijn en niet confronterend, dat kun je pas doen als ze je volledig vertrouwd.
M: Mijn taak is weer volkomen duidelijk, dank je wel.

191024

Enige tijd later spreek ik Hyronimus weer en geeft hij me nog enkele tips.

M: Ik weet het, het is weer te lang geleden, ik moet er meer regelmaat in vinden.
H: Als je dat maar weet. Je had een goed gesprek met Loetje en ik ben benieuwd of ze je nu meer kan en wil vertellen. Als ik je een suggestie mag geven, wordt het tijd dat je buiten je eigen dieren gaat kijken, dit was te gemakkelijk. In India heb je een begin gemaakt. Probeer maar eens met andere dieren.
M: Lijkt me een goede opgave maar weer lastiger te controleren wat waar of fantasie is.
H: Zit je daar nu nog steeds mee? Dat moet je loslaten. Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben. Of als je alleen mono ontvangt wil dat niet zeggen dat je bij een stereo ontvanger niet meer van de muziek hoort. Dat bedoel ik, de ontvanger kleurt en dat is onbewust. En het is niet goed of verkeerd. Maar je moet leren een zuivere ontvanger te worden en dat vraagt oefenen en nog eens oefenen en oefenen. Daarom moet je echt tijd vrijmaken. Je hebt niet eeuwig de tijd in dit leven en je hebt al veel tijd verspilt op dit vlak. Dus doe het!

Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben.

M: Je boodschap is zoals gebruikelijk heel duidelijk. Dank je wel.
H: En nu aan de gang.

191111

Darren, de troubadours onder de bijen

In de reguliere imkerij wordt kunstraat gebruikt. De bijen bouwen deze voorgevormde cellen uit met eigen was en de eitjes die gelegd worden in deze cellen groeien uit tot werksters. De reguliere imker hangt op een gegeven moment een of twee bouwramen in de kast. Dit zijn lege ramen en de bijen hebben nu vrije bouwkeus. Wat gaan ze doen? Ze gaan grotere cellen bouwen, darrenraat.

Darren zijn mannelijke bijen en zij blijven drie dagen langer in popstadium dan de werksters. Voor de varroamijt is dit een ideale situatie want die plant zich voort in de gesloten cellen. Drie dagen langer in het popstadium wil zeggen meer varroamijten. Wat doet de imker? Als de bijen de cellen verzegeld hebben, pakt de imker het raam en snijdt de darren in popstadium eruit. Opgeruimd staat netjes.

Ik ben een brave leerling maar dit stuit me tegen de borst. Waarom bouwen bijen darrenraat zodra ze de kans krijgen? Wat voor functie hebben darren dat bijen meteen darren gaan kweken als ze de vrije keus hebben?

Ik heb deze vragen aan de bijen voorgelegd. Tot mijn grote vreugde hoorde ik dat darren de ‘troubadours’ zijn onder de bijen, de ‘verhalenvertellers’. Het is inderdaad waar dat darren niet gebonden zijn aan één kast, in tegenstelling tot werksters en de koningin. Een werkster komt een vreemde kast niet in en de koningin heeft in haar leven één uitje, dat is haar bruidsvlucht. Daarna blijft ze in de kast en doet haar taak. Als ze mazzel heeft, mag ze zwermen met dat deel van het volk dat ervoor kiest met haar te vertrekken. Als ze pech heeft, dan wordt ze van de ene kast in de andere overgezet met een willekeurige groep bijen.

Darren komen dus plezier brengen in de kasten! Ze ‘vertellen’ over de buitenwereld, ze verbinden verschillende volken en omgevingen aan elkaar. Ik kreeg van de bijen door dat de werksters de darren graag voeren. Ons wordt geleerd dat darren lui zijn en niet zelf kunnen eten. Dat kunnen ze ook niet, net zo min als dat ze kunnen steken.


Ik kan me helemaal voorstellen dat bijen darrenraat gaan maken als ze de kans krijgen. Wie wil er nu geen plezier? De werksters werken, werken en werken en kunnen toe met een half uur slaap per dag. Kennelijk zijn de darren een welkome afleiding en is de luchtigheid die ze brengen van belang. Darren ondersteunen de werksters op hun manier en in vrije bouw is dit ook te zien: darrencellen worden aan de onderzijde en de buitenkanten van de raat gebouwd. De natuurlijke imkers noemen dit ‘de huid’ van de imme (bijenvolk).

Als reguliere volken de vrijheid krijgen om zelf te bouwen (natuurbouw, zonder voorgevormd raat) dan bouwen ze de eerste drie jaren veel darrenraat. Ook dat kan ik me voorstellen: er is wat in te halen. Als er verder niet op ingegrepen wordt en de bijen worden daar meerdere jaren in bevestigd, dan vormt zich vanzelf een natuurlijk evenwicht.


Als de bijen beginnen met zich voor te bereiden voor de winter, komt er een moment dat de darren niet meer welkom zijn. Oneerbiedig wordt dit de darrenslacht genoemd. Ik vraag de bijen naar dit fenomeen en hoor dat de winter een ‘serieuze zaak’ is en dat de darren daar niet bij horen. Zij hebben hun taak volbracht en mogen weg. De winter is een moment van inkeer. Van overleving. Van stilte. En van verbinding. Wat ik van de bijen begrijp is het zelfs zo dat ze in andere sferen kunnen vertoeven. Een andere keer ga ik ze vragen wat ze daar doen.

Verzoek aan een mier om niet in huis te komen

Ik zou heel graag in contact komen met de mieren kolonie die woont bij het huis van mijn dochter en haar vriend en kinderen, wie wil zich melden? Er treedt een enorme stilte op, maar ik heb het gevoel dat ik word bekeken en word beoordeeld, dus ik blijf maar even gewoon stil zitten en wacht af.
The: Ja, we hebben je gehoord en gezien en hebben je bekeken en we willen wel met je te praten.
M: Beste mier daar ben ik blij om. Ik hoop dat ik jullie vertrouwen waar kan maken. Mag ik jullie dingen vragen over jullie bestaan en leefwijzen, zodat ik daar meer begrip voor kan krijgen? En excuses, maar ik zal me eerst even netjes voorstellen.
The: Dat is niet nodig, we weten wie je bent, we hebben jaren de ruimte samen gedeeld.
M: Dat is juist, maar ik wist niet dat jullie dat meteen aan mij merkten.
The: Dat doen we dus wel.
M: Mag ik vragen met wie ik nu praat en heb je een naam die ik mag gebruiken?
The: Ja, je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin. En je mag me The-wachter noemen.

Je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin.

M: Is dat je naam of is dat een titel?
The: Dat is eigenlijk mijn functie en dus zou je het als een titel kunnen beschouwen.
M: Mag ik je allerlei vragen stellen over jullie leefwijze?
The: Dat mag je, brandt maar los.
M: Dank je wel. Zijn jullie een grote kolonie?
The: Daar stel je meteen een lastige vraag om te beantwoorden, want wat tel je allemaal mee? Onze kolonie bestaat uit heel veel onderdelen, we hebben overal nesten, maar vormen toch samen een kolonie in een gebied, waar meestal geen andere mieren zijn van onze soort, wel andere mieren. Jullie noemen ons zwarte mieren, maar er zijn heel veel soorten en ik spreek dus alleen over ons soort. En dan kun je ook spreken over alleen het nest, ons nest is niet erg groot, we zijn met gemiddeld 3-4 koninginnen in ons nest en we hebben enkele duizenden mierkracht, van werksters tot de wachters en de nestenbouwers. Maar als je alle nesten in ons gebied bij elkaar telt zijn we wel met enkele miljoenen. Daarvoor is ons gebied, een bosgebied, ook best vrij groot. We leven vooral boven de grond, maar ons nest is uiteraard onder de grond om een beetje rust en veiligheid te hebben.
M: Hoe is jullie verhouding met mensen?
The: Onverschillig, zij wonen en leven en wij wonen en leven en onze wegen kruisen elkaar, maar we hebben niets met mensen. Het liefst leven we gewoon naast elkaar, waarbij ieder zijn eigen plek heeft. Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen. Als zij daar problemen mee hebben, moeten ze ons niet lokken.

Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen.

M: Dat is natuurlijk een duidelijk standpunt, maar ook gemakkelijk gezegd. Want de meeste mensen lokken jullie niet bewust naar binnen.
The: Als ze dat niet bewust doen, moeten ze nadenken over wat ze doen, want wij komen niet naar binnen voor een gezellige babbel, we komen naar binnen omdat er voedsel ligt.
M: Dat snap ik, hoewel een gezellige babbel misschien wel de verstandhouding positief zou kunnen beïnvloeden. Maar dat is een grapje. Stel je hebt een aantal kleine kinderen in huis die nogal eens eten op de grond laten vallen, dan zijn jullie er als de mieren bij om daar van te genieten. En dat vinden mensen vaak wel lastig.
The: Daar zeg je wat. Ja, we zijn er als de mieren bij, want het is fijn als je eenvoudig en snel voedsel kunt vinden en we leven dichtbij het huis en kunnen dus zo naar binnen stappen en dat doen we ook.
M: Is er een mogelijkheid om afspraken met elkaar te maken? Stel we spreken af dat jullie niet meteen naar binnen komen en dat ze even de tijd krijgen het gevallen eten op te ruimen en dat eten dan naar jullie toe brengen zodat je niet naar binnen hoeft om toch het eten te krijgen. Want vind je daarvan?
The: Dat lijkt me geen goede afspraak. Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie. Misschien doen jullie het in het begin wel, maar daarna komt de klad erin en dan vergeet je het en komen we weer binnen. Worden sommige mensen boos en dan roeien ze meteen ons nest uit, je weet immers waar het nest is, want daar hebben jullie dan eten neergelegd. Nee, dat lijkt me geen goede zaak.

Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie.

M: Wat stel je dan voor?
The: Wij blijven gewoon ieder ons ding doen en proberen elkaar niet lastig te vallen.
M: Maar dat betekent dat jullie gewoon naar binnenmarcheren zodra er eten ligt.
The: Dat is juist.
M: Maar dat willen ze niet.
The: Dan moeten ze geen eten laten liggen. Maar we blijven wel af en toe komen om te kijken wat er te halen valt.
M: Is er geen compromis mogelijk?
The: Dat lijkt me niet, we durven jullie niet te vertrouwen en dan kan dat niet.
M: Dat is een hard oordeel.
The: Dat is ervaring met mensen.
M: Als de bewoners nu het goede voorbeeld geven door steeds op te ruimen en de restanten naar buiten gooien, zeg bij de vijver, is dat dan een begin van een oplossing?
The: Dat mogen de bewoners gerust doen en met wat goed opruimen komen we nauwelijks meer binnen en dan is het fijn als we eten dichtbij kunnen vinden, hoewel de vijver best al wel ver is. Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

M: Ik begrijp het. Als er ooit een afspraak gemaakt kan worden, zal er eerst vertrouwen moeten ontstaan en daar geloven jullie nog niet in.
The: Dat klopt, we vertrouwen jou wel, maar andere mensen nog niet.
M: Nou, toch wel heel erg bedankt dat je met me wilde praten.
The: Graag gedaan. Altijd leuk om met begripvolle mensen contact te hebben. Het hoeft niet zo nodig voor ons, maar het is soms wel eens leuk.

210408

Telepathische sms´jes

Het is wel fijn als je dieren kunt verstaan.

Op een dag is onze witte kat weg, degene die ziek is. Ze had vorig jaar al laten weten dat ze absoluut zelf dood wil gaan en als wij dat niet respecteerden zou ze een stil plekje zoeken om zelf te sterven.
Ze is nooit zo lang weg en ik krijg het een beetje benauwd. Ik kan haar nergens vinden, kijk op de meest rare plekken en besluit uiteindelijk diercommunicatie in te schakelen.
Ze verzekert me dat het goed met haar gaat maar zegt niet waar ze is. De hele tijd geeft ze het gevoel door dat het goed komt, meer informatie komt er niet uit.
Dan moet ik dus maar vertrouwen hebben. Binnen het half uur is ze terug.

De andere kat, Bach, is ook een keer lang weg. Lang wil zeggen: ze komt niet thuis voor het avondeten. Aangezien ze al een keer ergens opgesloten heeft gezeten, er hier in de buurt rattengif ligt en ze soms te ver weggaat (naar de weg, waar auto’s zijn die ze niet gewend is) maak ik me zorgen. Vrijheid is prima maar graag wel de dagelijkse structuur aanhouden zodat ik niet ongerust hoef te worden.
Bach verzekert me dat het goed gaat met haar. Jaja, denk ik, het kan ook goed met je gaan als je dood bent. Maar ook zij geeft niet meer informatie dan dat het goed gaat en dat ze wel weer terug komt. En ook zij is binnen een half uur terug.
Het is wel handig, deze telepathische sms’jes met de dieren.

Het werk van een regenworm

Vandaag besluit ik dat ik met een regenworm wil praten en ik kijk of het lukt om in contact te komen.
M: Dag regenwormen, is er iemand van jullie waar ik mee kan praten?
(Heel in de verte, alsof het van ver komt, hoor ik een geluid)
R: Wie wil er praten?
M: Ik, en ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en wil graag meer te weten komen over jullie leven, zodat ik kan begrijpen hoe belangrijk jullie regenwormen zijn voor een gezond ecosysteem.
R: OK, dan moet je bij ‘king’ zijn, ik zal je ‘doorverbinden’.
R: Ja, hallo, hier is king, wat wil je van me weten?
M: Dank je dat je met me wilt praten. Hoe is het leven als regenworm en wat doen jullie zoal de hele dag?
R: Wij regenwormen leven in principe ondergronds in onze gangen. Ook leven we als individuen en niet in groepen. Onze belangrijkste taak is om de grond gezond te houden. Dat doen we door stoffen die aan de buitenzijde op de grond vallen, zoals bladeren of poep, langzaam naar binnen te halen. We eten het deels en deels verwerken we het onder de grond zodat anderen het kunnen verwerken. Op die wijze wordt de grond voorzien van voedingsstoffen en wordt de grond mooi los gehouden door onze gangen.

Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven.

M: Wie zijn jullie metgezellen en wie zijn jullie vijanden?
R: Metgezellen hebben we niet echt. Natuurlijk leven er vele wezens onder de grond, zoals allerlei soorten wormen, kevers en anderen, maar dat zijn niet echt onze metgezellen, maar ook niet direct onze vijanden. Wel hebben we last van mollen die ons als een lekkernij zien en merels die ons naar buiten lokken. Aan de andere kant weten we ook dat we ‘prooidieren’ zijn, dieren die veel door anderen gegeten worden, dat vinden we niet echt problematisch. Het hoort erbij.
M: Als jullie nu een wens mochten doen voor de Aarde, wat zou je dan wensen?
R: Dat mensen begrip zouden hebben voor de grote noodzaak van een gezond bodemleven. Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven. De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

M: Dat is nogal een mooie wens, dank je wel daarvoor. Zou je nog iets willen zeggen en mag ik je ooit nog eens benaderen voor een gesprekje?
R: Ja, doe iets met deze informatie en je bent altijd welkom, zeker als je laat zien wat je ermee doet!
M: Dank je wel.
R: Heel graag gedaan.

200203

Verrassende dier uitspraken

Dieren verrassen me nog steeds met mooie uitspraken en inzichten.

Ze zijn vaak glashelder en behoeven geen verdere uitleg.

Konijn op het moment dat ik me voorstel voor we in gesprek gaan: “Jij bent niet interessant. Jij bent een passant.”

Hond over de dood: “Het is een gedaantewissel.”

Kat als we hem ergens over ondervragen: “Ik verlaag mezelf niet tot een oordeel.”

Hond geeft aan ‘geheimpjes’ te hebben. Ik begrijp het niet meteen maar na het gesprek besef ik dat hij ‘binnenpretjes’ bedoelt.

Varken tegen vrouw: “Straal zonnestraaltjes!”

Parkiet met iets in haar lijf dat er wat ons betreft niet zou moeten zitten: “Daar ga ik me niet op richten. Ik laat mijn dag niet verpesten.”

 

 

Hyronimus 8: de wetten van het heelal

M: Dag Hyronimus, ik zou graag weer met je willen praten, is daar ruimte voor?
H: Dag Eddy, ja er is ruimte voor en zoals je vrouw al zei, riep ik je vanochtend. Ik wilde ook graag met je praten.
M: Waar zou jij het over willen hebben?
H: Het bekende thema dat je keuzes moet maken om je verder te bekwamen in deze gesprekken. Je blijft nu te oppervlakkig en komt niet in de diepte om allerlei wetten van het heelal verder te kunnen uitdiepen door met dieren te praten. Het blijven nu gesprekken over ditjes en datjes, terwijl we ook zouden kunnen praten over de multidimensionale wereld met de verschillende dimensies en lagen en hoe een groepsziel eruit ziet. Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden zodat anderen en dan bedoel ik mensen, er ook wat van kunnen leren. Daarom is het zo belangrijk dat je dagelijks je dierengesprekken voert.

Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden.

H: Je publiceerde onlangs ons gesprek in India, best lang geleden, over de multidimensionale wereld waar ik kort iets over uitlegde. En ik zou je er graag meer over vertellen, zodat je dat ook kunt opschrijven in je blogs, maar dat zou nu nog niet werken om redenen die ik je net heb gegeven. Jij denkt dat wij met elkaar zitten te praten en zo schrijf jij dat ook op, maar de werkelijkheid is dat ik je beelden zend en jij mij en dat jouw hersenen die beelden onmiddellijk vertalen naar woorden. Maar die vertaalslag is niet vlekkeloos. Je doet het heel goed, maar je bent pas een middelbare school leerling en je zult erg je best moeten doen om op de dieren communicatie universiteit terecht te kunnen komen, daar ben je echt nog niet. En eigenlijk verwacht ik van jou, om in de allegorie van jullie onderwijssysteem te blijven dat je tenminste zult promoveren. Dus echt je hebt nog een lange weg te gaan en die moet je in willen gaan en dat kan alleen als je keuzes maakt.
M: Zo dat is nogal wat en wat een duidelijkheid. Grappig is dat je dus verder gaat op een gesprek dat we oktober 2019 in India gevoerd hebben. Alsof je in mijn hoofd kunt kijken en weten dat ik op dat punt wel meer zou willen weten.
H: Natuurlijk weet je al lang dat ik in je hoofd kan kijken en al je gedachten kan weten. Maar besef ook dat jij dat toelaat. Ik zou het niet kunnen als jij die openheid niet zou hebben. Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou. Daarom kunnen we zo dicht bij elkaar zijn en intiem zijn in onze communicatie. Dat is een keuze die we samen gemaakt hebben en daarom kan ik ook deels jouw coach zijn en je helpen en stimuleren.

Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou.

M: Dus om dieper te kunnen gaan en geheimen van de natuurwetten te kunnen ontsluieren via onze gesprekken, moet ik mijn vertaalslag aanzienlijk verbeteren en dat kan alleen maar door oefenen, oefenen en nog eens oefenen, dat is wat je zegt?
H: Precies, dat is wat ik zeg en ik blijf hopen dat je het oppakt. Jij moet kiezen.
M: Ik schaam me eigenlijk dat je nu na ruim anderhalf jaar nog steeds dezelfde dingen tegen me moet zeggen. En dat ik in het openbaar mijn falen moet bekennen.
H: Je kunt er ook voor kiezen om dit deel niet te publiceren en jezelf geen pijn te doen met je beperkingen die je jezelf hebt opgelegd door andere keuzes te maken.
M: Dat kan ik doen, maar wil ik eigenlijk niet. Ik heb mijn menselijke gebreken en daar schaam ik me wel voor maar ze zijn wel een eigenschap van mij. Die ik moeilijk kan veranderen, maar wel wil veranderen. Alleen hoop ik steeds dat ik het kan doen zonder ingrijpende keuzes te maken.
H: Die illusie heb je nu lang genoeg in stand gehouden, dat is dus zelfbedrog. Meer heb ik niet toe te voegen, ik ben duidelijk geweest, het is nu aan jou.
M: Dank je wel, dat is duidelijk.

210312

Het grondeekhoorntje trapt er niet in

Het is altijd heel leuk om te zien hoe een dier reageert op het moment dat ik contact maak. Eigenlijk begint daar de finetuning al.

Mijn ervaring in het eerste contact met vrije dieren is heel verschillend. Het ene dier vindt het gewoon, de ander moet wennen en weer een ander vindt het heel leuk. Vrije dieren zijn er extreem goed in om mij eerst helemaal te scannen. En ik verzeker je: je hebt het gevoel of je totaal in je nakie tegenover de spirit van zo’n dier staat! Als dieren erom vragen, ben ik bereid mijn hele wezen aan hen te tonen. Er zijn ook vrije dieren die vragen of het veilig is, of ze geen fysiek gevaar lopen door met mij te praten.

Van al die honderden contacten die ik met ruim 170 diersoorten heb gehad, is er tot nu toe maar eentje die niet wilde communiceren: een grondeekhoorntje. Zij is meteen duidelijk: ‘Wat klets je toch? Wat wil je?’

Als ik vertel dat ik wat wil babbelen, vraagt ze of het over eten gaat. ‘Als jij dat wilt, vind ik dat best.’  Maar ze wil helemaal niet praten. Ze ziet er geen voordeel in en wil niks vertellen. Ik zeg dat ze de eerste is. ‘Dan heb je dat ook meegemaakt!’ reageert ze bijdehand.

Een week later probeer ik het nog eens. Het kan zijn dat een van beiden een slechte dag had, nietwaar? Haar eerste reactie is: “Ik heb toch al gezegd dat ik niet wil praten?!”  Ze wil spelen, plezier maken en geen tijd besteden aan geklets. Ik vraag of zij zich dus wel vermaakt. ‘Ik heb je wel door! Je wilt me aan de praat krijgen!’

Daarop zie ik haar zo uit mijn beeld weghuppen! Een vrolijk, uitdagend en triomfantelijk ‘dag’  kan er nog wel af. Het malle is dat juist grondeekhoorntjes mensen vaak vermaken met hun grappige gedrag. Nou, ik heb er via deze weg niks van gemerkt!