Darren, de troubadours onder de bijen

In de reguliere imkerij wordt kunstraat gebruikt. De bijen bouwen deze voorgevormde cellen uit met eigen was en de eitjes die gelegd worden in deze cellen groeien uit tot werksters. De reguliere imker hangt op een gegeven moment een of twee bouwramen in de kast. Dit zijn lege ramen en de bijen hebben nu vrije bouwkeus. Wat gaan ze doen? Ze gaan grotere cellen bouwen, darrenraat.

Darren zijn mannelijke bijen en zij blijven drie dagen langer in popstadium dan de werksters. Voor de varroamijt is dit een ideale situatie want die plant zich voort in de gesloten cellen. Drie dagen langer in het popstadium wil zeggen meer varroamijten. Wat doet de imker? Als de bijen de cellen verzegeld hebben, pakt de imker het raam en snijdt de darren in popstadium eruit. Opgeruimd staat netjes.

Ik ben een brave leerling maar dit stuit me tegen de borst. Waarom bouwen bijen darrenraat zodra ze de kans krijgen? Wat voor functie hebben darren dat bijen meteen darren gaan kweken als ze de vrije keus hebben?

Ik heb deze vragen aan de bijen voorgelegd. Tot mijn grote vreugde hoorde ik dat darren de ‘troubadours’ zijn onder de bijen, de ‘verhalenvertellers’. Het is inderdaad waar dat darren niet gebonden zijn aan één kast, in tegenstelling tot werksters en de koningin. Een werkster komt een vreemde kast niet in en de koningin heeft in haar leven één uitje, dat is haar bruidsvlucht. Daarna blijft ze in de kast en doet haar taak. Als ze mazzel heeft, mag ze zwermen met dat deel van het volk dat ervoor kiest met haar te vertrekken. Als ze pech heeft, dan wordt ze van de ene kast in de andere overgezet met een willekeurige groep bijen.

Darren komen dus plezier brengen in de kasten! Ze ‘vertellen’ over de buitenwereld, ze verbinden verschillende volken en omgevingen aan elkaar. Ik kreeg van de bijen door dat de werksters de darren graag voeren. Ons wordt geleerd dat darren lui zijn en niet zelf kunnen eten. Dat kunnen ze ook niet, net zo min als dat ze kunnen steken.


Ik kan me helemaal voorstellen dat bijen darrenraat gaan maken als ze de kans krijgen. Wie wil er nu geen plezier? De werksters werken, werken en werken en kunnen toe met een half uur slaap per dag. Kennelijk zijn de darren een welkome afleiding en is de luchtigheid die ze brengen van belang. Darren ondersteunen de werksters op hun manier en in vrije bouw is dit ook te zien: darrencellen worden aan de onderzijde en de buitenkanten van de raat gebouwd. De natuurlijke imkers noemen dit ‘de huid’ van de imme (bijenvolk).

Als reguliere volken de vrijheid krijgen om zelf te bouwen (natuurbouw, zonder voorgevormd raat) dan bouwen ze de eerste drie jaren veel darrenraat. Ook dat kan ik me voorstellen: er is wat in te halen. Als er verder niet op ingegrepen wordt en de bijen worden daar meerdere jaren in bevestigd, dan vormt zich vanzelf een natuurlijk evenwicht.


Als de bijen beginnen met zich voor te bereiden voor de winter, komt er een moment dat de darren niet meer welkom zijn. Oneerbiedig wordt dit de darrenslacht genoemd. Ik vraag de bijen naar dit fenomeen en hoor dat de winter een ‘serieuze zaak’ is en dat de darren daar niet bij horen. Zij hebben hun taak volbracht en mogen weg. De winter is een moment van inkeer. Van overleving. Van stilte. En van verbinding. Wat ik van de bijen begrijp is het zelfs zo dat ze in andere sferen kunnen vertoeven. Een andere keer ga ik ze vragen wat ze daar doen.

Verzoek aan een mier om niet in huis te komen

Ik zou heel graag in contact komen met de mieren kolonie die woont bij het huis van mijn dochter en haar vriend en kinderen, wie wil zich melden? Er treedt een enorme stilte op, maar ik heb het gevoel dat ik word bekeken en word beoordeeld, dus ik blijf maar even gewoon stil zitten en wacht af.
The: Ja, we hebben je gehoord en gezien en hebben je bekeken en we willen wel met je te praten.
M: Beste mier daar ben ik blij om. Ik hoop dat ik jullie vertrouwen waar kan maken. Mag ik jullie dingen vragen over jullie bestaan en leefwijzen, zodat ik daar meer begrip voor kan krijgen? En excuses, maar ik zal me eerst even netjes voorstellen.
The: Dat is niet nodig, we weten wie je bent, we hebben jaren de ruimte samen gedeeld.
M: Dat is juist, maar ik wist niet dat jullie dat meteen aan mij merkten.
The: Dat doen we dus wel.
M: Mag ik vragen met wie ik nu praat en heb je een naam die ik mag gebruiken?
The: Ja, je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin. En je mag me The-wachter noemen.

Je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin.

M: Is dat je naam of is dat een titel?
The: Dat is eigenlijk mijn functie en dus zou je het als een titel kunnen beschouwen.
M: Mag ik je allerlei vragen stellen over jullie leefwijze?
The: Dat mag je, brandt maar los.
M: Dank je wel. Zijn jullie een grote kolonie?
The: Daar stel je meteen een lastige vraag om te beantwoorden, want wat tel je allemaal mee? Onze kolonie bestaat uit heel veel onderdelen, we hebben overal nesten, maar vormen toch samen een kolonie in een gebied, waar meestal geen andere mieren zijn van onze soort, wel andere mieren. Jullie noemen ons zwarte mieren, maar er zijn heel veel soorten en ik spreek dus alleen over ons soort. En dan kun je ook spreken over alleen het nest, ons nest is niet erg groot, we zijn met gemiddeld 3-4 koninginnen in ons nest en we hebben enkele duizenden mierkracht, van werksters tot de wachters en de nestenbouwers. Maar als je alle nesten in ons gebied bij elkaar telt zijn we wel met enkele miljoenen. Daarvoor is ons gebied, een bosgebied, ook best vrij groot. We leven vooral boven de grond, maar ons nest is uiteraard onder de grond om een beetje rust en veiligheid te hebben.
M: Hoe is jullie verhouding met mensen?
The: Onverschillig, zij wonen en leven en wij wonen en leven en onze wegen kruisen elkaar, maar we hebben niets met mensen. Het liefst leven we gewoon naast elkaar, waarbij ieder zijn eigen plek heeft. Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen. Als zij daar problemen mee hebben, moeten ze ons niet lokken.

Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen.

M: Dat is natuurlijk een duidelijk standpunt, maar ook gemakkelijk gezegd. Want de meeste mensen lokken jullie niet bewust naar binnen.
The: Als ze dat niet bewust doen, moeten ze nadenken over wat ze doen, want wij komen niet naar binnen voor een gezellige babbel, we komen naar binnen omdat er voedsel ligt.
M: Dat snap ik, hoewel een gezellige babbel misschien wel de verstandhouding positief zou kunnen beïnvloeden. Maar dat is een grapje. Stel je hebt een aantal kleine kinderen in huis die nogal eens eten op de grond laten vallen, dan zijn jullie er als de mieren bij om daar van te genieten. En dat vinden mensen vaak wel lastig.
The: Daar zeg je wat. Ja, we zijn er als de mieren bij, want het is fijn als je eenvoudig en snel voedsel kunt vinden en we leven dichtbij het huis en kunnen dus zo naar binnen stappen en dat doen we ook.
M: Is er een mogelijkheid om afspraken met elkaar te maken? Stel we spreken af dat jullie niet meteen naar binnen komen en dat ze even de tijd krijgen het gevallen eten op te ruimen en dat eten dan naar jullie toe brengen zodat je niet naar binnen hoeft om toch het eten te krijgen. Want vind je daarvan?
The: Dat lijkt me geen goede afspraak. Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie. Misschien doen jullie het in het begin wel, maar daarna komt de klad erin en dan vergeet je het en komen we weer binnen. Worden sommige mensen boos en dan roeien ze meteen ons nest uit, je weet immers waar het nest is, want daar hebben jullie dan eten neergelegd. Nee, dat lijkt me geen goede zaak.

Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie.

M: Wat stel je dan voor?
The: Wij blijven gewoon ieder ons ding doen en proberen elkaar niet lastig te vallen.
M: Maar dat betekent dat jullie gewoon naar binnenmarcheren zodra er eten ligt.
The: Dat is juist.
M: Maar dat willen ze niet.
The: Dan moeten ze geen eten laten liggen. Maar we blijven wel af en toe komen om te kijken wat er te halen valt.
M: Is er geen compromis mogelijk?
The: Dat lijkt me niet, we durven jullie niet te vertrouwen en dan kan dat niet.
M: Dat is een hard oordeel.
The: Dat is ervaring met mensen.
M: Als de bewoners nu het goede voorbeeld geven door steeds op te ruimen en de restanten naar buiten gooien, zeg bij de vijver, is dat dan een begin van een oplossing?
The: Dat mogen de bewoners gerust doen en met wat goed opruimen komen we nauwelijks meer binnen en dan is het fijn als we eten dichtbij kunnen vinden, hoewel de vijver best al wel ver is. Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

M: Ik begrijp het. Als er ooit een afspraak gemaakt kan worden, zal er eerst vertrouwen moeten ontstaan en daar geloven jullie nog niet in.
The: Dat klopt, we vertrouwen jou wel, maar andere mensen nog niet.
M: Nou, toch wel heel erg bedankt dat je met me wilde praten.
The: Graag gedaan. Altijd leuk om met begripvolle mensen contact te hebben. Het hoeft niet zo nodig voor ons, maar het is soms wel eens leuk.

210408

Telepathische sms´jes

Het is wel fijn als je dieren kunt verstaan.

Op een dag is onze witte kat weg, degene die ziek is. Ze had vorig jaar al laten weten dat ze absoluut zelf dood wil gaan en als wij dat niet respecteerden zou ze een stil plekje zoeken om zelf te sterven.
Ze is nooit zo lang weg en ik krijg het een beetje benauwd. Ik kan haar nergens vinden, kijk op de meest rare plekken en besluit uiteindelijk diercommunicatie in te schakelen.
Ze verzekert me dat het goed met haar gaat maar zegt niet waar ze is. De hele tijd geeft ze het gevoel door dat het goed komt, meer informatie komt er niet uit.
Dan moet ik dus maar vertrouwen hebben. Binnen het half uur is ze terug.

De andere kat, Bach, is ook een keer lang weg. Lang wil zeggen: ze komt niet thuis voor het avondeten. Aangezien ze al een keer ergens opgesloten heeft gezeten, er hier in de buurt rattengif ligt en ze soms te ver weggaat (naar de weg, waar auto’s zijn die ze niet gewend is) maak ik me zorgen. Vrijheid is prima maar graag wel de dagelijkse structuur aanhouden zodat ik niet ongerust hoef te worden.
Bach verzekert me dat het goed gaat met haar. Jaja, denk ik, het kan ook goed met je gaan als je dood bent. Maar ook zij geeft niet meer informatie dan dat het goed gaat en dat ze wel weer terug komt. En ook zij is binnen een half uur terug.
Het is wel handig, deze telepathische sms’jes met de dieren.

Het werk van een regenworm

Vandaag besluit ik dat ik met een regenworm wil praten en ik kijk of het lukt om in contact te komen.
M: Dag regenwormen, is er iemand van jullie waar ik mee kan praten?
(Heel in de verte, alsof het van ver komt, hoor ik een geluid)
R: Wie wil er praten?
M: Ik, en ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en wil graag meer te weten komen over jullie leven, zodat ik kan begrijpen hoe belangrijk jullie regenwormen zijn voor een gezond ecosysteem.
R: OK, dan moet je bij ‘king’ zijn, ik zal je ‘doorverbinden’.
R: Ja, hallo, hier is king, wat wil je van me weten?
M: Dank je dat je met me wilt praten. Hoe is het leven als regenworm en wat doen jullie zoal de hele dag?
R: Wij regenwormen leven in principe ondergronds in onze gangen. Ook leven we als individuen en niet in groepen. Onze belangrijkste taak is om de grond gezond te houden. Dat doen we door stoffen die aan de buitenzijde op de grond vallen, zoals bladeren of poep, langzaam naar binnen te halen. We eten het deels en deels verwerken we het onder de grond zodat anderen het kunnen verwerken. Op die wijze wordt de grond voorzien van voedingsstoffen en wordt de grond mooi los gehouden door onze gangen.

Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven.

M: Wie zijn jullie metgezellen en wie zijn jullie vijanden?
R: Metgezellen hebben we niet echt. Natuurlijk leven er vele wezens onder de grond, zoals allerlei soorten wormen, kevers en anderen, maar dat zijn niet echt onze metgezellen, maar ook niet direct onze vijanden. Wel hebben we last van mollen die ons als een lekkernij zien en merels die ons naar buiten lokken. Aan de andere kant weten we ook dat we ‘prooidieren’ zijn, dieren die veel door anderen gegeten worden, dat vinden we niet echt problematisch. Het hoort erbij.
M: Als jullie nu een wens mochten doen voor de Aarde, wat zou je dan wensen?
R: Dat mensen begrip zouden hebben voor de grote noodzaak van een gezond bodemleven. Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven. De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

M: Dat is nogal een mooie wens, dank je wel daarvoor. Zou je nog iets willen zeggen en mag ik je ooit nog eens benaderen voor een gesprekje?
R: Ja, doe iets met deze informatie en je bent altijd welkom, zeker als je laat zien wat je ermee doet!
M: Dank je wel.
R: Heel graag gedaan.

200203

Verrassende dier uitspraken

Dieren verrassen me nog steeds met mooie uitspraken en inzichten.

Ze zijn vaak glashelder en behoeven geen verdere uitleg.

Konijn op het moment dat ik me voorstel voor we in gesprek gaan: “Jij bent niet interessant. Jij bent een passant.”

Hond over de dood: “Het is een gedaantewissel.”

Kat als we hem ergens over ondervragen: “Ik verlaag mezelf niet tot een oordeel.”

Hond geeft aan ‘geheimpjes’ te hebben. Ik begrijp het niet meteen maar na het gesprek besef ik dat hij ‘binnenpretjes’ bedoelt.

Varken tegen vrouw: “Straal zonnestraaltjes!”

Parkiet met iets in haar lijf dat er wat ons betreft niet zou moeten zitten: “Daar ga ik me niet op richten. Ik laat mijn dag niet verpesten.”

 

 

Hyronimus 8: de wetten van het heelal

M: Dag Hyronimus, ik zou graag weer met je willen praten, is daar ruimte voor?
H: Dag Eddy, ja er is ruimte voor en zoals je vrouw al zei, riep ik je vanochtend. Ik wilde ook graag met je praten.
M: Waar zou jij het over willen hebben?
H: Het bekende thema dat je keuzes moet maken om je verder te bekwamen in deze gesprekken. Je blijft nu te oppervlakkig en komt niet in de diepte om allerlei wetten van het heelal verder te kunnen uitdiepen door met dieren te praten. Het blijven nu gesprekken over ditjes en datjes, terwijl we ook zouden kunnen praten over de multidimensionale wereld met de verschillende dimensies en lagen en hoe een groepsziel eruit ziet. Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden zodat anderen en dan bedoel ik mensen, er ook wat van kunnen leren. Daarom is het zo belangrijk dat je dagelijks je dierengesprekken voert.

Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden.

H: Je publiceerde onlangs ons gesprek in India, best lang geleden, over de multidimensionale wereld waar ik kort iets over uitlegde. En ik zou je er graag meer over vertellen, zodat je dat ook kunt opschrijven in je blogs, maar dat zou nu nog niet werken om redenen die ik je net heb gegeven. Jij denkt dat wij met elkaar zitten te praten en zo schrijf jij dat ook op, maar de werkelijkheid is dat ik je beelden zend en jij mij en dat jouw hersenen die beelden onmiddellijk vertalen naar woorden. Maar die vertaalslag is niet vlekkeloos. Je doet het heel goed, maar je bent pas een middelbare school leerling en je zult erg je best moeten doen om op de dieren communicatie universiteit terecht te kunnen komen, daar ben je echt nog niet. En eigenlijk verwacht ik van jou, om in de allegorie van jullie onderwijssysteem te blijven dat je tenminste zult promoveren. Dus echt je hebt nog een lange weg te gaan en die moet je in willen gaan en dat kan alleen als je keuzes maakt.
M: Zo dat is nogal wat en wat een duidelijkheid. Grappig is dat je dus verder gaat op een gesprek dat we oktober 2019 in India gevoerd hebben. Alsof je in mijn hoofd kunt kijken en weten dat ik op dat punt wel meer zou willen weten.
H: Natuurlijk weet je al lang dat ik in je hoofd kan kijken en al je gedachten kan weten. Maar besef ook dat jij dat toelaat. Ik zou het niet kunnen als jij die openheid niet zou hebben. Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou. Daarom kunnen we zo dicht bij elkaar zijn en intiem zijn in onze communicatie. Dat is een keuze die we samen gemaakt hebben en daarom kan ik ook deels jouw coach zijn en je helpen en stimuleren.

Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou.

M: Dus om dieper te kunnen gaan en geheimen van de natuurwetten te kunnen ontsluieren via onze gesprekken, moet ik mijn vertaalslag aanzienlijk verbeteren en dat kan alleen maar door oefenen, oefenen en nog eens oefenen, dat is wat je zegt?
H: Precies, dat is wat ik zeg en ik blijf hopen dat je het oppakt. Jij moet kiezen.
M: Ik schaam me eigenlijk dat je nu na ruim anderhalf jaar nog steeds dezelfde dingen tegen me moet zeggen. En dat ik in het openbaar mijn falen moet bekennen.
H: Je kunt er ook voor kiezen om dit deel niet te publiceren en jezelf geen pijn te doen met je beperkingen die je jezelf hebt opgelegd door andere keuzes te maken.
M: Dat kan ik doen, maar wil ik eigenlijk niet. Ik heb mijn menselijke gebreken en daar schaam ik me wel voor maar ze zijn wel een eigenschap van mij. Die ik moeilijk kan veranderen, maar wel wil veranderen. Alleen hoop ik steeds dat ik het kan doen zonder ingrijpende keuzes te maken.
H: Die illusie heb je nu lang genoeg in stand gehouden, dat is dus zelfbedrog. Meer heb ik niet toe te voegen, ik ben duidelijk geweest, het is nu aan jou.
M: Dank je wel, dat is duidelijk.

210312

Het grondeekhoorntje trapt er niet in

Het is altijd heel leuk om te zien hoe een dier reageert op het moment dat ik contact maak. Eigenlijk begint daar de finetuning al.

Mijn ervaring in het eerste contact met vrije dieren is heel verschillend. Het ene dier vindt het gewoon, de ander moet wennen en weer een ander vindt het heel leuk. Vrije dieren zijn er extreem goed in om mij eerst helemaal te scannen. En ik verzeker je: je hebt het gevoel of je totaal in je nakie tegenover de spirit van zo’n dier staat! Als dieren erom vragen, ben ik bereid mijn hele wezen aan hen te tonen. Er zijn ook vrije dieren die vragen of het veilig is, of ze geen fysiek gevaar lopen door met mij te praten.

Van al die honderden contacten die ik met ruim 170 diersoorten heb gehad, is er tot nu toe maar eentje die niet wilde communiceren: een grondeekhoorntje. Zij is meteen duidelijk: ‘Wat klets je toch? Wat wil je?’

Als ik vertel dat ik wat wil babbelen, vraagt ze of het over eten gaat. ‘Als jij dat wilt, vind ik dat best.’  Maar ze wil helemaal niet praten. Ze ziet er geen voordeel in en wil niks vertellen. Ik zeg dat ze de eerste is. ‘Dan heb je dat ook meegemaakt!’ reageert ze bijdehand.

Een week later probeer ik het nog eens. Het kan zijn dat een van beiden een slechte dag had, nietwaar? Haar eerste reactie is: “Ik heb toch al gezegd dat ik niet wil praten?!”  Ze wil spelen, plezier maken en geen tijd besteden aan geklets. Ik vraag of zij zich dus wel vermaakt. ‘Ik heb je wel door! Je wilt me aan de praat krijgen!’

Daarop zie ik haar zo uit mijn beeld weghuppen! Een vrolijk, uitdagend en triomfantelijk ‘dag’  kan er nog wel af. Het malle is dat juist grondeekhoorntjes mensen vaak vermaken met hun grappige gedrag. Nou, ik heb er via deze weg niks van gemerkt!

Hyronimus 7 – Multidimensionale wereld

M: Kunnen we hier ook met elkaar praten? (ik zit momenteel voor werk in India)
H: Vanzelfsprekend, zoals je weet heb ik je maandag zelfs aangemoedigd te beginnen (ik had een buizerd een tijdje horen roepen).
M: Dus dat was je toch! Hoe kun je nu hier zijn en gelijktijdig waken bij mijn vrouw thuis?
H: In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen. Ik verblijf in die multidimensionale wereld en ben daardoor gelijktijdig op verschillende plaatsen, maar kan ook met meerdere mensen of andere wezens gelijktijdig communiceren.

In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen.

M: Spannend verhaal. Wat is er zo belangrijk dat wij ook hier met elkaar communiceren?
H: Belangrijk is dat je doorgaat met je dierencommunicatie. Je bent nu helemaal ondergedompeld in je Indiase werk en hebt al enkele keren mogelijke gespreksmomenten niet gegrepen, ik zou zeggen weggedrukt. Maar dat moet je niet doen. Eigenlijk zou dit jouw dagelijkse meditatie moeten zijn.
M: Je hebt dit al een keer eerdergenoemd. Mag ik dit dus doen in plaats van mijn dagelijkse meditatie?
H: Dat is aan jou, maar als je het consequent vol houdt, kun je het zelfde bereiken.
M: Dat is mooi.
H: Ja, maar dan wel dagelijks doen, echt dagelijks.
M: Dank je, ik zal het proberen.

191023

Ratten (4)

Het was een periode rustig op ons schip qua ratten. Totdat we kippen aan boord namen. Dat is vragen om mee-eters, ontdekten we. Als ze buiten op het dek gebleven waren was dat helemaal goed. Maar de ratten hadden een ingang gevonden die ik niet kon vinden en een aantal jaar hadden ze hun woonplek tussen het buitendek en het plafond. Dat wil zeggen dat ik ze ’s nachts hoorde rennen. Dat ik hoorde hoe jongen zaten te piepen, precies boven mijn bed. Dat ik zelfs rattenruzies hoorde en ze hoorde knagen.

We hadden dolle nachten: de hond blaffen, ik uit bed om met een stok tegen het plafond te tikken zoals mensen denk ik doen als ze last van de buren hebben. En ik kon praten wat ik wilde: de ratten bleven van mening dat we elkaar niet dwars zaten. Zij hun plek in het duister, ik mijn plek in het ruim van het schip. Ook al riep ik soms wanhopig: “Spreek ik soms Spaans?!” en “Hebben jullie ouders of grootouders jullie niet doorgegeven dat ik dit niet wil?”, ze bleven hun plekje houden.

Soms waren er ineens dikke vliegen in de kamer en dan wist ik: er is een rat gestorven. Het ergerde me enorm dat we zo van mening verschilden en ik ze niet kon overtuigen van een andere woonplek. De eerlijkheid gebiedt me dat ik twee keer muizengif heb neergelegd. Dat zal op mijn sterfbed weer boven komen, vermoed ik. Ik heb ook een keer een man gesproken wiens werk onder andere is om rattenvallen neer te zetten en hij gaf mij geen schijn van kans aan boord. Mocht ik al overwegen vallen te plaatsen (wat ik niet deed) dan schatte hij de kans dat er een in zou gaan op nul.

Op een nacht, het was volle maan, keek ik naar buiten en zag op het dak van het houthok twee ratten naast elkaar zitten. Hun vier oortjes staken prachtig af tegen de lucht. Ze zaten er zo vredig dat ik op slag vrede sloot met alle ratten. Dit verzoenende beeld maakte bijna dat ik met een glimlach luisterde als ik het getrippel hoorde.

Gelukkig vond ik tijdens een dakreparatie het gat waar de ratten in- en uitwipten. Met behulp van een nachtcamera kreeg ik ook een beetje het ritme door. Tijd om opnieuw in overleg te gaan met de dieren. Ook nu was het weer eenrichtingverkeer. Maar dat maakte me inmiddels niet meer uit. Als ik mijn mededeling maar kon doen en dat was dat ik ze waarschuwde wanneer ik de ingang ging afsluiten. Ik denk dat het hielp dat het zomer was en dat ze een goede buitenplek vonden.

Het is nu al een half jaar stil boven het plafond. Buiten op het dek lopen ze nog vrolijk rond maar dat vind ik niet erg. Het is zelfs bijna aandoenlijk als ik sporen van nestmateriaal vind: een aangevroten oude deken, stukjes touw. En wat ze toch met stenen hebben? Regelmatig is het een geschuif van jewelste. Zelfs de appels aan de appelboom die op het ponton naast het schip ligt worden door de ratten gegeten. Het is een levendige boel aan boord!

En ach, ook al communiceren we slecht met elkaar, ik geloof dat er wel wederzijdse sympathie is en vanuit mijn kant zelfs bewondering voor de beestjes.

 

Het dilemma van de grote grazers aan het voorbeeld van de Oostvaardersplassen – deel 3

Samenvatting van deel 1 en 2
In het eerste deel zagen we hoe de Oostvaardersplassen zijn opgebouwd en hoe het gebied niet meer voldoet aan zijn Natura-2000 richtlijnen. De grote grazers nemen te veel van het vogelreservaat in beslag en daarmee is het voor een deel van de doelgroep niet meer de juiste omgeving.
Daarnaast ontstaat er onenigheid over hoe om te gaan met hongerende grote herbivoren in een koude winter. Op de vraag aan de Edelherten welke de juiste keuze is afschieten of uithongeren, komt een eenduidig antwoord van een Edelhert (EH1), die namens de groep spreekt.
In het tweede deel zien we dat het beheer over de Oostvaardersplassen langzaam een juridische strijd wordt. Voor en tegenstanders treffen elkaar bij verschillende rechtszaken. Daarmee worden oplossingen niet eenvoudiger omdat de tegenstellingen groot zijn. De dieren zijn uiteindelijk het slachtoffer van het nieuwe beleid.

Een spirituele benadering van het beheer over de Oostvaardersplassen
Wim van Oort, initiatiefnemer van DierenPerspectief en ambassadeur dierenwelzijn van Stichting De Vrije Mare, die de spirituele boodschappen van Marieke de Vrij veelal vertaalt, schrijft in zijn blog ‘De herten in de Oostvaardersplassen zelf een stem geven’ het volgende stuk informatie (https://www.dierenperspectief.nl/de-herten-in-de-oostvaardersplassen-zelf-een-stem-geven/):
‘In november 2018 heeft de rechter besloten dat het afschieten van ruim 1800 edelherten in de Oostvaardersplassen gerechtvaardigd is. De discussie die daar aan vooraf ging heeft sterke emotionele reacties opgeroepen. Waarom maken wij mensen ons zo druk om wat speelt?
De maatschappelijke reacties zijn sterk gebaseerd op vermenselijking van dierlijk gedrag, waarbij het natuurgebied de Oostvaardersplassen is verworden tot een symbolische huiskamer. De zorg voor een geliefd gedomesticeerd huisdier wordt ten onrechte vergeleken met de zorg voor in het wild levende dieren in een natuurgebied. De argumenten van de voor en tegenstanders van afschot lijken daarom eerder gebaseerd te zijn op onvermogen om met onze eigen emoties om te gaan. Mogelijk spelen onbewuste schuldgevoelens een rol. Daarbij gaat het niet meer over wat de dieren zelf wenselijk achten of wat voor de dieren zelf goed is, maar over onze eigen onbewuste gevoelens die geraakt worden en hoe daar mee om te gaan. Over hoe schuldgevoel ten aanzien van falende zorg en omgang met sterven een plek te geven.
Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal. Echter verdieping in wezenskenmerken en natuurlijk gedrag van de betreffende dieren kan ons veel vertellen:
In de natuur vindt bij overbevolking zelfregulatie plaats. In het eerste stadium van voedseltekorten vermageren de dieren en vervolgens sterven de zwakkere dieren. Ze willen met rust gelaten worden, ook door mensen, om ongemoeid energie en reserves te sparen of om zich over te geven aan het verstervings-proces. Dieren kunnen zich over het algemeen veel makkelijker over geven aan de stervensfase dan mensen en zijn in dat opzicht eerder een lichtend voorbeeld voor mensen. Sterkere dieren kunnen vaak overleven zonder levensmoe te worden en herstellen later.’ Tot zover Wim van Oort.

Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal

Marieke de Vrij zegt hierover:
‘Dierenliefhebbers zijn zeer begaan met dierlijk lijden. Met name de uitstoot van klanken, de waterig doorschijnende blik van verhongerende dieren en het lichaam dat steeds verder in verval raakt, raakt hen diep. Om zo snel mogelijk een eind te maken aan het lijden van het dier verkiezen zij het doden van het dier boven een natuurlijk stervensproces. Wat zij vergeten, is dat dit lijden voor het dier van belang is voor het dieper ervaren van zijn natuurlijke vergankelijkheid. Wanneer er wordt ingegrepen en het dier daardoor te vroeg sterft, krijgt het ziele-lichaam te weinig tijd om zich los te maken van het vergankelijke lichaam van het dier.
Als herten ziek worden of verzwakken, kan overwogen worden de oudere dieren uit hun lijden te verlossen, omdat ze door hun fijngevoeligheid tijdens hun stervensproces op intense wijze het lijden ervaren. Doch dit moet als een uiterste ingreep gezien worden.’ Aldus Marike de Vrij.


Door strijd tussen mannetjes kunnen ook verwondingen ontstaan, maar die horen bij het natuurlijke proces, daar hebben de dieren geen probleem mee

Maar ook willen we weer de Edelherten zelf aan het woord laten.

In gesprek met Edelhert 3 – EH3
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, wie wil en kan er vandaag met me praten? Het liefst een Edelhert dat is doodgeschoten, om ook die kant van het verhaal te horen.
EH3: Dag Eddy, vandaag ben ik aan de beurt. Maar je weet eigenlijk dat je steeds praat met de groepsziel en dat je via verschillende nuanceringen, de verschillende verhalen te horen krijgt. Maar eigenlijk zijn wij allemaal één, zeker in een niet levende staat op Aarde.
M: Jij bent dus een doodgeschoten Edelhert? Of laat ik het anders zeggen, jij vertegenwoordigt een doodgeschoten Edelhert. Is dat juist?
EH3: Dat is geheel juist, die laatste zin. En jij wilt van mij horen hoe het is om in de Oostvaardersplassen doodgeschoten te worden?
M: Helemaal waar. Op die wijze hoop ik een compleet beeld te krijgen van hoe het is om in de Oostvaardersplassen te leven.
EH3: Dat is helemaal goed. Ik zal zo goed mogelijk proberen uit te leggen wat er met me gebeurd is. Ik leefde als vrouwtje in de Oostvaardersplassen. Een prachtgebied om te leven als Edelhert. Je hebt min of meer keuzemogelijkheden als je als Edelhert geboren wilt worden. Je kunt in de bewoonde wereld leven, dat wil zeggen in een dierenpark of half wild, zoals in de Oostvaardersplassen of helemaal wild in de bossen in Polen of zo. Alle opties hebben hun eigen kenmerken.
Woon je bij de mensen, dan krijg je daarmee te maken, ze beperken je bewegingsvrijheid, maar ze zorgen meestal ook voor je. De ideale plek om langzaam te groeien naar individualisatie, waarbij je meer keuze mogelijkheid hebt voor reïncarnatie. Je leert in dat leven mensen beter kennen, met hun zwakke en hun sterke kanten en je leert dat er heel veel verschillende soorten mensen zijn. Van hele aardige tot hele nare mensen, maar het zijn allemaal vormen van mensen. En je leert dat mensen niet altijd aardig of naar zijn, het hangt van hun omstandigheden af. En ze zijn beïnvloedbaar daarin.
Woon en leef je half wild, dan heb je een aantal voordelen, er zijn geen roofdieren die op je jagen, maar je hebt beperkte bewegingsvrijheid. Niet heel erg merkbaar, maar je wordt beperkt. Maar er wordt in geval van nood toch voor je gezorgd, als er honger is, dan wordt een oplossing gezocht om dat te voorkomen.
Leef je helemaal in het wild, heb je weer andere omstandigheden. Je bent je er van bewust dat je een prooidier bent, dus om de zoveel tijd wordt er een dier uit je kudde opgegeten. Daar ben je je altijd bewust van en daar houd je dan ook rekening mee. Je bent op je hoede, altijd. Dat is onderdeel van je bestaan. Je hebt de grootste vrijheid, maar ook de meeste stress van dat je zomaar gedood kan worden. Maar dat is onderdeel van je leven waar je voor hebt gekozen.
M: Je kiest dus bij het geboren worden in wat voor soort groep je wilt komen om daar jouw lessen te leren. En die lessen zijn verschillend per keuze die je maakt.

Een groepje Edelherten bij elkaar

EH3: Dat is juist. En ik vertel je dit allemaal om te laten zien dat als je een keuze hebt gemaakt, je kunt verwachten dat die keuze je ook zal brengen wat daarbij hoort. Doodgeschoten worden in de Oostvaardersplassen hoort niet bij de keuze voor half wild. Daar ben je geen prooi en ben je dus totaal niet bedacht op dat zoiets kan gebeuren. Als het dan toch gebeurt ben je in een totale schok en je bent niet voorbereid dat je zo plotseling kunt doodgaan. Dat heeft consequenties voor hoe je dood gaat. Jouw normale te verwachten manier van doodgaan is oud worden en ophouden met eten en langzaam terugtrekken uit je lichaam. Een vredige manier van doodgaan, namelijk altijd zelf gekozen, je vindt het genoeg, ook als het door honger gebeurt. Je kunt ook kiezen om te vechten en te willen overleven, maar die keuze maak je niet, je kiest om dood te gaan. Als je gekozen hebt om in het wild te leven, ben je altijd voorbereid op een moment dat je moet sterven omdat een jaagdier je te pakken krijgt. Daar gaat een moment van strijd aan vooraf en als je verliest dan accepteer je dat. Je bent voorbereid te sterven.

Edelhert staat te burlen in het veld

EH3: Nu terug naar de Oostvaardersplassen. De keuze is half wild, je hebt beperkingen, maar je hebt ook de goede dingen die daarbij horen, er wordt niet op je gejaagd, dus ben je niet voorbereid als dat wel gebeurt. Je hebt een goed en aangenaam leven met een grote groep, je hebt vriendschappen en je hebt je ongemakken als er weinig voedsel is. Dat kan gebeuren en als dat nodig is en je bent er aan toe, bepaal je dat je je in die situatie opoffert voor de groep en je sterft, zodat anderen meer te eten hebben. Maar dan ineens wordt je doodgeschoten, helemaal zonder enige reden en totaal onverwacht. Je kunt je niet voorbereiden, het hoorde niet bij de afspraken, maar je bent wel dood. Mijn lichaam is dood en reageert nergens meer op, maar ik zit er nog in. Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam? Daar heb ik hulp en tijd voor nodig en die is er niet. Het is dus een hele nare manier van dood gaan.

Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam?

M: Ik ben onder de indruk van je verhaal en ook over hoe duidelijk je dat kunt vertellen. Ik weet niet goed hoe ik dit moet publiceren, want veel mensen begrijpen niets van de ziel van een dier en dat het ook iets is wat los kan bestaan zonder lichaam, als dier weliswaar meestal als groepsziel, maar toch … Hoe moet ik dit aan de wereld vertellen?
EH3: Gewoon het verhaal schrijven zoals je het hebt doorgekregen. Voor veel mensen zal het bullshit zijn, maar voor sommige kan het een eye-opener zijn en voor die mensen doe je dat. Dat zijn de mensen die meer bewust staan in het leven en die zich ook grote zorgen maken over de ontwikkeling. Die mensen die dit dan lezen, kunnen begrijpen dat het anders moet en kan. Die help je hiermee.
M: Dank je wel voor dit hele bijzondere verhaal. Heb je er nog iets aan toe te voegen?
EH3: Ja, je moet dit publiceren, eventueel als blog, maar dit mag je niet voor je houden.

Spiritueel internet – morfogenetische velden
Even verderop zegt Wim van Oort in zijn eerder aangehaalde artikel het volgende: ‘Dieren en mensen zijn met elkaar verbonden via energetische velden. De wetenschapper Rupert Sheldrake noemt ze morfogenetische velden en Marieke de Vrij spreekt over collectieve velden. Het is vergelijkbaar met draadloos internet waarbij informatie via zendmasten de ether wordt ingestuurd en je bijna overal in de wereld daarop kunt inloggen en gebruik van maken. Of, in het negatieve geval, ondervind je stralingsklachten als je te dicht bij een zendmast komt. Hoog-gevoelige mensen hebben daar het meest last van, bijvoorbeeld als ze in de buurt van een zendmast wonen.
Maar ook kunnen hoog-gevoelige mensen stralingsklachten ondervinden als ze in de buurt van bedrijven met intensieve veeteelt komen. De negatieve energie die daar aanwezig is beïnvloedt hun geest en gezondheid.
Anderzijds voelen ook dieren de gemoedstoestand van mensen haarfijn aan. Zo is bekend dat huisdieren mensen opzoeken en troost bieden bij verdriet, maar ook vermijdingsgedrag vertonen wanneer mensen in stress zijn. Vraag is in hoeverre de dieren in de Oostvaardersplassen energetisch last hebben van alle commotie én wat het afschieten van grote aantallen dieren energetisch met hen doet.’

Hier zegt Marieke de Vrij het volgende over:

‘Overmatige op dieren gerichte emotionele betrokkenheid verzwakt het dier omdat het deze betrokkenheid niet op een vanzelfsprekende manier kan duiden. Op iets wat een dier herkent, bijvoorbeeld bij een huisdier de liefde van zijn baasje, kan het reflexmatig en intentioneel in verbinding treden in een uitwisselingsstaat. Dieren in de Oostvaardersplassen zijn menseigen ingrijpen alleen maar gewend door bijvoederen en afschietgedrag. Het menselijke emotieveld pikken ze op, maar kunnen ze niet duiden omdat een deel van de emoties ongegrond is. Die emoties gaan niet over het dier, maar over de mens zelf. Dat ongegronde emotieveld, waar mensen niet zelf de verantwoordelijkheid nemen om die emoties te verteren en te onthechten, beweegt zich naar de dieren waarop het gericht is, maar de dieren zonderen zich af. Die afzondering is nodig om krachten te sparen. Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie. Wellicht bekrachtigt dat hun vitale systeem, waardoor hun lichaam langer kan leven of het warme veld om te overlijden ondersteund wordt.’ Tot zover Wim van Oort en Marieke de Vrij.

Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie

Hoe kunnen we de problemen oplossen?
Natuurlijk zoeken we naar oplossingen en in dat kader heb ik weer de Edelherten om hulp gevraagd.

In gesprek met Edelhert 4 – EH4 – Grote Gnoe
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, zou ik vandaag kunnen praten met iemand van jullie die een mogelijke oplossing weet voor de problemen?
EH4: Ja, dat ben ik. Ik wil graag met je praten, nadat ik gezien heb wat er al allemaal gezegd is en ik begrijp hoe belangrijk jouw publicatie zou kunnen zijn, wil ik er graag iets aan toevoegen.
M: Fijn, dank je wel dat je met me wil praten en je mogelijke oplossingen weet. Heb jij een naam?
EH4: Eigenlijk wel, ik word ook wel de Grote Gnoe genoemd, dat vanwege mijn oorspronkelijke staat als Gnoe, maar daarna werd ik een Edelhert in de Oostvaardersplassen, dus ik heb die ervaring ook.
M: Je leeft dus niet meer, maar bent een soort woordvoerder?
GG: Zie mij maar als een soort stam oudste en in die hoedanigheid praat ik met je.
M: Dat is bijzonder. En ik ben heel benieuwd naar je antwoorden.
GG: De analyse van wat er mis is, hebben mijn voorgangers al gemaakt. De Oostvaardersplassen zijn een prachtig gebied en helemaal geschikt voor ons Edelherten om half wild te leven. Maar de beperkingen van de omvang zijn het probleem. Er kan niet weggetrokken worden en er kan geen natuurlijke aanvoer van vers bloed plaatsvinden. Hoe mooi het ook bedacht was, en het was mooi bedacht met wel die openheid, het werkt niet doordat het nu niet open is. Daar heeft de mens de verkeerde ingreep gedaan. Er van uitgaande dat die fout niet hersteld wordt en het gebied dus ingeperkt blijft, zullen er altijd golf bewegingen blijven van overbevolking en daarna grote sterfte, is het niet door honger, dan is het wel door ziekte, voor er weer langzaam meer dieren bij kunnen komen. Door klimaatverandering is er nauwelijks meer een jaarlijkse honger sterfte en dus wordt de overbevolking steeds groter. Daardoor is de sterfte ook massaler. Dat jullie mensen daar problemen mee hebben, ligt aan hoe jullie naar ons kijken. Jullie voelen je verantwoordelijk en dat klopt natuurlijk ook, want jullie hebben ons in de beperking opgesloten. En dan treedt overbevolking op met het huidige klimaat. Maar ook wij zullen ons op den duur aanpassen en zullen minder vruchtbaar worden, waardoor er minder Edelherten geboren worden en het langer duurt voor er zulke grote hoeveelheden Edelherten komen. Door jullie ingrijpen, is er straks weer ruimte ontstaan, op een onnatuurlijke wijze, waardoor wij niet leren om minder vruchtbaar te worden. Dus gaat het weer op dezelfde manier verder. De groep die de keuze maakt om helemaal niets te doen en geen menselijk ingrijpen wil, heeft op den duur gelijk. De regulering volgt vanzelf naar een evenwichtige situatie.


Zo mooi kan het ongestoorde leven van een Edelhert in de Oostvaardersplassen zijn

GG: Maar door jullie ingrijpen zal die situatie niet bereikt worden en blijven jullie ingrijpen.
Misschien is wel het belangrijkste om mensen te vertellen hoe dieren sterven ervaren. Dat is geen naar proces, zelfs niet als het van de honger is. Mijn voorgangers vertelden reeds, het zijn bijna altijd vrijwillige keuzes, er zijn uitzonderingen bij verwondingen door externe oorzaken of door afschot. Verwondingen door externe oorzaken zie ik als een dier zich vastloopt in een klem of tegen prikkeldraad aanloopt of iets anders wat niet verwacht kon worden. Verwondingen door ruzies in de groep, zijn wel een onderdeel van het natuurlijke selectieproces en daarom geen probleem voor ons. Je neemt je verlies. Te verwachten is dat de wolf op den duur ook naar de Oostvaardersplassen zal komen en dan wordt de situatie ook anders. Dan komen we in de buurt van een wilde leefsituatie en als dat plaatsvindt is dat voor ons geen probleem. We kunnen ons daar op voorbereiden. Maar zet geen wolven uit, dan gaat het te snel. Maar zoals de wolf nu het land aan het veroveren is, is het duidelijk dat hij ook hier gaat komen. En dat is goed, de wolf zorgt op een natuurlijke wijze voor de selectie van degene die gedood zullen worden. Maar voor een wolf aan ons begint, moet degene die hij aanvalt behoorlijk verzwakt zijn, want eigenlijk zijn wij een maatje te groot voor een wolf. En een verzwakt Edelhert doden is niet erg voor ons. Dat is weer een natuurlijk proces waar we op voorbereid zijn. We zonderen ons meestal al af als we verzwakt zijn en stoppen met eten, ons stervensproces is al begonnen en dat wordt hooguit wat versneld door de wolf. Maar niet verstoort, het is goed, we waren al bereid te sterven en onze ziel was zich al aan het terugtrekken.
Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep. Mensen zijn te ego gericht om dat te kunnen doen. Ik moet nuanceren, de meeste mensen. Ik wens je heel veel succes met je werk en dank je wel dat je dit doet.
M: Jij dank je wel Grote Gnoe voor je verhaal. Ik hoop dat ik het waard zal blijken te zijn om je verhaal te vertellen.

Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep

Ik laat het hierbij. Bovenstaande woorden van Grote Gnoe zijn duidelijk, maar zullen niet door iedereen geaccepteerd worden als de woorden van de dieren zelf. Toch zou dit de juiste keuze zijn.

Lees ook deel 1 van deze trilogie.

Lees ook deel 2 van deze trilogie.

Over de auteur
Eddy Mulder is van jongs af aan altijd bezig geweest met dieren en hij heeft er ook altijd een speciale band mee gehad. Als leerling van Piek Stor, dierentolk, heeft Eddy zijn geheel eigen weg gevonden in zijn communicatie met dieren. Hij zoekt vooral antwoorden hoe dieren omgaan met wat mensen hen aan doen. Hierover publiceert hij in de hoop dat mensen inzien hoe ze dieren tekort doen in hun wezen en dat dit mogelijk kan leiden tot een andere omgang met dieren.