Hyronimus 7 – Multidimensionale wereld

M: Kunnen we hier ook met elkaar praten? (ik zit momenteel voor werk in India)
H: Vanzelfsprekend, zoals je weet heb ik je maandag zelfs aangemoedigd te beginnen (ik had een buizerd een tijdje horen roepen).
M: Dus dat was je toch! Hoe kun je nu hier zijn en gelijktijdig waken bij mijn vrouw thuis?
H: In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen. Ik verblijf in die multidimensionale wereld en ben daardoor gelijktijdig op verschillende plaatsen, maar kan ook met meerdere mensen of andere wezens gelijktijdig communiceren.

In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen.

M: Spannend verhaal. Wat is er zo belangrijk dat wij ook hier met elkaar communiceren?
H: Belangrijk is dat je doorgaat met je dierencommunicatie. Je bent nu helemaal ondergedompeld in je Indiase werk en hebt al enkele keren mogelijke gespreksmomenten niet gegrepen, ik zou zeggen weggedrukt. Maar dat moet je niet doen. Eigenlijk zou dit jouw dagelijkse meditatie moeten zijn.
M: Je hebt dit al een keer eerdergenoemd. Mag ik dit dus doen in plaats van mijn dagelijkse meditatie?
H: Dat is aan jou, maar als je het consequent vol houdt, kun je het zelfde bereiken.
M: Dat is mooi.
H: Ja, maar dan wel dagelijks doen, echt dagelijks.
M: Dank je, ik zal het proberen.

191023

Ratten (4)

Het was een periode rustig op ons schip qua ratten. Totdat we kippen aan boord namen. Dat is vragen om mee-eters, ontdekten we. Als ze buiten op het dek gebleven waren was dat helemaal goed. Maar de ratten hadden een ingang gevonden die ik niet kon vinden en een aantal jaar hadden ze hun woonplek tussen het buitendek en het plafond. Dat wil zeggen dat ik ze ’s nachts hoorde rennen. Dat ik hoorde hoe jongen zaten te piepen, precies boven mijn bed. Dat ik zelfs rattenruzies hoorde en ze hoorde knagen.

We hadden dolle nachten: de hond blaffen, ik uit bed om met een stok tegen het plafond te tikken zoals mensen denk ik doen als ze last van de buren hebben. En ik kon praten wat ik wilde: de ratten bleven van mening dat we elkaar niet dwars zaten. Zij hun plek in het duister, ik mijn plek in het ruim van het schip. Ook al riep ik soms wanhopig: “Spreek ik soms Spaans?!” en “Hebben jullie ouders of grootouders jullie niet doorgegeven dat ik dit niet wil?”, ze bleven hun plekje houden.

Soms waren er ineens dikke vliegen in de kamer en dan wist ik: er is een rat gestorven. Het ergerde me enorm dat we zo van mening verschilden en ik ze niet kon overtuigen van een andere woonplek. De eerlijkheid gebiedt me dat ik twee keer muizengif heb neergelegd. Dat zal op mijn sterfbed weer boven komen, vermoed ik. Ik heb ook een keer een man gesproken wiens werk onder andere is om rattenvallen neer te zetten en hij gaf mij geen schijn van kans aan boord. Mocht ik al overwegen vallen te plaatsen (wat ik niet deed) dan schatte hij de kans dat er een in zou gaan op nul.

Op een nacht, het was volle maan, keek ik naar buiten en zag op het dak van het houthok twee ratten naast elkaar zitten. Hun vier oortjes staken prachtig af tegen de lucht. Ze zaten er zo vredig dat ik op slag vrede sloot met alle ratten. Dit verzoenende beeld maakte bijna dat ik met een glimlach luisterde als ik het getrippel hoorde.

Gelukkig vond ik tijdens een dakreparatie het gat waar de ratten in- en uitwipten. Met behulp van een nachtcamera kreeg ik ook een beetje het ritme door. Tijd om opnieuw in overleg te gaan met de dieren. Ook nu was het weer eenrichtingverkeer. Maar dat maakte me inmiddels niet meer uit. Als ik mijn mededeling maar kon doen en dat was dat ik ze waarschuwde wanneer ik de ingang ging afsluiten. Ik denk dat het hielp dat het zomer was en dat ze een goede buitenplek vonden.

Het is nu al een half jaar stil boven het plafond. Buiten op het dek lopen ze nog vrolijk rond maar dat vind ik niet erg. Het is zelfs bijna aandoenlijk als ik sporen van nestmateriaal vind: een aangevroten oude deken, stukjes touw. En wat ze toch met stenen hebben? Regelmatig is het een geschuif van jewelste. Zelfs de appels aan de appelboom die op het ponton naast het schip ligt worden door de ratten gegeten. Het is een levendige boel aan boord!

En ach, ook al communiceren we slecht met elkaar, ik geloof dat er wel wederzijdse sympathie is en vanuit mijn kant zelfs bewondering voor de beestjes.

 

Het dilemma van de grote grazers aan het voorbeeld van de Oostvaardersplassen – deel 3

Samenvatting van deel 1 en 2
In het eerste deel zagen we hoe de Oostvaardersplassen zijn opgebouwd en hoe het gebied niet meer voldoet aan zijn Natura-2000 richtlijnen. De grote grazers nemen te veel van het vogelreservaat in beslag en daarmee is het voor een deel van de doelgroep niet meer de juiste omgeving.
Daarnaast ontstaat er onenigheid over hoe om te gaan met hongerende grote herbivoren in een koude winter. Op de vraag aan de Edelherten welke de juiste keuze is afschieten of uithongeren, komt een eenduidig antwoord van een Edelhert (EH1), die namens de groep spreekt.
In het tweede deel zien we dat het beheer over de Oostvaardersplassen langzaam een juridische strijd wordt. Voor en tegenstanders treffen elkaar bij verschillende rechtszaken. Daarmee worden oplossingen niet eenvoudiger omdat de tegenstellingen groot zijn. De dieren zijn uiteindelijk het slachtoffer van het nieuwe beleid.

Een spirituele benadering van het beheer over de Oostvaardersplassen
Wim van Oort, initiatiefnemer van DierenPerspectief en ambassadeur dierenwelzijn van Stichting De Vrije Mare, die de spirituele boodschappen van Marieke de Vrij veelal vertaalt, schrijft in zijn blog ‘De herten in de Oostvaardersplassen zelf een stem geven’ het volgende stuk informatie (https://www.dierenperspectief.nl/de-herten-in-de-oostvaardersplassen-zelf-een-stem-geven/):
‘In november 2018 heeft de rechter besloten dat het afschieten van ruim 1800 edelherten in de Oostvaardersplassen gerechtvaardigd is. De discussie die daar aan vooraf ging heeft sterke emotionele reacties opgeroepen. Waarom maken wij mensen ons zo druk om wat speelt?
De maatschappelijke reacties zijn sterk gebaseerd op vermenselijking van dierlijk gedrag, waarbij het natuurgebied de Oostvaardersplassen is verworden tot een symbolische huiskamer. De zorg voor een geliefd gedomesticeerd huisdier wordt ten onrechte vergeleken met de zorg voor in het wild levende dieren in een natuurgebied. De argumenten van de voor en tegenstanders van afschot lijken daarom eerder gebaseerd te zijn op onvermogen om met onze eigen emoties om te gaan. Mogelijk spelen onbewuste schuldgevoelens een rol. Daarbij gaat het niet meer over wat de dieren zelf wenselijk achten of wat voor de dieren zelf goed is, maar over onze eigen onbewuste gevoelens die geraakt worden en hoe daar mee om te gaan. Over hoe schuldgevoel ten aanzien van falende zorg en omgang met sterven een plek te geven.
Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal. Echter verdieping in wezenskenmerken en natuurlijk gedrag van de betreffende dieren kan ons veel vertellen:
In de natuur vindt bij overbevolking zelfregulatie plaats. In het eerste stadium van voedseltekorten vermageren de dieren en vervolgens sterven de zwakkere dieren. Ze willen met rust gelaten worden, ook door mensen, om ongemoeid energie en reserves te sparen of om zich over te geven aan het verstervings-proces. Dieren kunnen zich over het algemeen veel makkelijker over geven aan de stervensfase dan mensen en zijn in dat opzicht eerder een lichtend voorbeeld voor mensen. Sterkere dieren kunnen vaak overleven zonder levensmoe te worden en herstellen later.’ Tot zover Wim van Oort.

Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal

Marieke de Vrij zegt hierover:
‘Dierenliefhebbers zijn zeer begaan met dierlijk lijden. Met name de uitstoot van klanken, de waterig doorschijnende blik van verhongerende dieren en het lichaam dat steeds verder in verval raakt, raakt hen diep. Om zo snel mogelijk een eind te maken aan het lijden van het dier verkiezen zij het doden van het dier boven een natuurlijk stervensproces. Wat zij vergeten, is dat dit lijden voor het dier van belang is voor het dieper ervaren van zijn natuurlijke vergankelijkheid. Wanneer er wordt ingegrepen en het dier daardoor te vroeg sterft, krijgt het ziele-lichaam te weinig tijd om zich los te maken van het vergankelijke lichaam van het dier.
Als herten ziek worden of verzwakken, kan overwogen worden de oudere dieren uit hun lijden te verlossen, omdat ze door hun fijngevoeligheid tijdens hun stervensproces op intense wijze het lijden ervaren. Doch dit moet als een uiterste ingreep gezien worden.’ Aldus Marike de Vrij.


Door strijd tussen mannetjes kunnen ook verwondingen ontstaan, maar die horen bij het natuurlijke proces, daar hebben de dieren geen probleem mee

Maar ook willen we weer de Edelherten zelf aan het woord laten.

In gesprek met Edelhert 3 – EH3
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, wie wil en kan er vandaag met me praten? Het liefst een Edelhert dat is doodgeschoten, om ook die kant van het verhaal te horen.
EH3: Dag Eddy, vandaag ben ik aan de beurt. Maar je weet eigenlijk dat je steeds praat met de groepsziel en dat je via verschillende nuanceringen, de verschillende verhalen te horen krijgt. Maar eigenlijk zijn wij allemaal één, zeker in een niet levende staat op Aarde.
M: Jij bent dus een doodgeschoten Edelhert? Of laat ik het anders zeggen, jij vertegenwoordigt een doodgeschoten Edelhert. Is dat juist?
EH3: Dat is geheel juist, die laatste zin. En jij wilt van mij horen hoe het is om in de Oostvaardersplassen doodgeschoten te worden?
M: Helemaal waar. Op die wijze hoop ik een compleet beeld te krijgen van hoe het is om in de Oostvaardersplassen te leven.
EH3: Dat is helemaal goed. Ik zal zo goed mogelijk proberen uit te leggen wat er met me gebeurd is. Ik leefde als vrouwtje in de Oostvaardersplassen. Een prachtgebied om te leven als Edelhert. Je hebt min of meer keuzemogelijkheden als je als Edelhert geboren wilt worden. Je kunt in de bewoonde wereld leven, dat wil zeggen in een dierenpark of half wild, zoals in de Oostvaardersplassen of helemaal wild in de bossen in Polen of zo. Alle opties hebben hun eigen kenmerken.
Woon je bij de mensen, dan krijg je daarmee te maken, ze beperken je bewegingsvrijheid, maar ze zorgen meestal ook voor je. De ideale plek om langzaam te groeien naar individualisatie, waarbij je meer keuze mogelijkheid hebt voor reïncarnatie. Je leert in dat leven mensen beter kennen, met hun zwakke en hun sterke kanten en je leert dat er heel veel verschillende soorten mensen zijn. Van hele aardige tot hele nare mensen, maar het zijn allemaal vormen van mensen. En je leert dat mensen niet altijd aardig of naar zijn, het hangt van hun omstandigheden af. En ze zijn beïnvloedbaar daarin.
Woon en leef je half wild, dan heb je een aantal voordelen, er zijn geen roofdieren die op je jagen, maar je hebt beperkte bewegingsvrijheid. Niet heel erg merkbaar, maar je wordt beperkt. Maar er wordt in geval van nood toch voor je gezorgd, als er honger is, dan wordt een oplossing gezocht om dat te voorkomen.
Leef je helemaal in het wild, heb je weer andere omstandigheden. Je bent je er van bewust dat je een prooidier bent, dus om de zoveel tijd wordt er een dier uit je kudde opgegeten. Daar ben je je altijd bewust van en daar houd je dan ook rekening mee. Je bent op je hoede, altijd. Dat is onderdeel van je bestaan. Je hebt de grootste vrijheid, maar ook de meeste stress van dat je zomaar gedood kan worden. Maar dat is onderdeel van je leven waar je voor hebt gekozen.
M: Je kiest dus bij het geboren worden in wat voor soort groep je wilt komen om daar jouw lessen te leren. En die lessen zijn verschillend per keuze die je maakt.

Een groepje Edelherten bij elkaar

EH3: Dat is juist. En ik vertel je dit allemaal om te laten zien dat als je een keuze hebt gemaakt, je kunt verwachten dat die keuze je ook zal brengen wat daarbij hoort. Doodgeschoten worden in de Oostvaardersplassen hoort niet bij de keuze voor half wild. Daar ben je geen prooi en ben je dus totaal niet bedacht op dat zoiets kan gebeuren. Als het dan toch gebeurt ben je in een totale schok en je bent niet voorbereid dat je zo plotseling kunt doodgaan. Dat heeft consequenties voor hoe je dood gaat. Jouw normale te verwachten manier van doodgaan is oud worden en ophouden met eten en langzaam terugtrekken uit je lichaam. Een vredige manier van doodgaan, namelijk altijd zelf gekozen, je vindt het genoeg, ook als het door honger gebeurt. Je kunt ook kiezen om te vechten en te willen overleven, maar die keuze maak je niet, je kiest om dood te gaan. Als je gekozen hebt om in het wild te leven, ben je altijd voorbereid op een moment dat je moet sterven omdat een jaagdier je te pakken krijgt. Daar gaat een moment van strijd aan vooraf en als je verliest dan accepteer je dat. Je bent voorbereid te sterven.

Edelhert staat te burlen in het veld

EH3: Nu terug naar de Oostvaardersplassen. De keuze is half wild, je hebt beperkingen, maar je hebt ook de goede dingen die daarbij horen, er wordt niet op je gejaagd, dus ben je niet voorbereid als dat wel gebeurt. Je hebt een goed en aangenaam leven met een grote groep, je hebt vriendschappen en je hebt je ongemakken als er weinig voedsel is. Dat kan gebeuren en als dat nodig is en je bent er aan toe, bepaal je dat je je in die situatie opoffert voor de groep en je sterft, zodat anderen meer te eten hebben. Maar dan ineens wordt je doodgeschoten, helemaal zonder enige reden en totaal onverwacht. Je kunt je niet voorbereiden, het hoorde niet bij de afspraken, maar je bent wel dood. Mijn lichaam is dood en reageert nergens meer op, maar ik zit er nog in. Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam? Daar heb ik hulp en tijd voor nodig en die is er niet. Het is dus een hele nare manier van dood gaan.

Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam?

M: Ik ben onder de indruk van je verhaal en ook over hoe duidelijk je dat kunt vertellen. Ik weet niet goed hoe ik dit moet publiceren, want veel mensen begrijpen niets van de ziel van een dier en dat het ook iets is wat los kan bestaan zonder lichaam, als dier weliswaar meestal als groepsziel, maar toch … Hoe moet ik dit aan de wereld vertellen?
EH3: Gewoon het verhaal schrijven zoals je het hebt doorgekregen. Voor veel mensen zal het bullshit zijn, maar voor sommige kan het een eye-opener zijn en voor die mensen doe je dat. Dat zijn de mensen die meer bewust staan in het leven en die zich ook grote zorgen maken over de ontwikkeling. Die mensen die dit dan lezen, kunnen begrijpen dat het anders moet en kan. Die help je hiermee.
M: Dank je wel voor dit hele bijzondere verhaal. Heb je er nog iets aan toe te voegen?
EH3: Ja, je moet dit publiceren, eventueel als blog, maar dit mag je niet voor je houden.

Spiritueel internet – morfogenetische velden
Even verderop zegt Wim van Oort in zijn eerder aangehaalde artikel het volgende: ‘Dieren en mensen zijn met elkaar verbonden via energetische velden. De wetenschapper Rupert Sheldrake noemt ze morfogenetische velden en Marieke de Vrij spreekt over collectieve velden. Het is vergelijkbaar met draadloos internet waarbij informatie via zendmasten de ether wordt ingestuurd en je bijna overal in de wereld daarop kunt inloggen en gebruik van maken. Of, in het negatieve geval, ondervind je stralingsklachten als je te dicht bij een zendmast komt. Hoog-gevoelige mensen hebben daar het meest last van, bijvoorbeeld als ze in de buurt van een zendmast wonen.
Maar ook kunnen hoog-gevoelige mensen stralingsklachten ondervinden als ze in de buurt van bedrijven met intensieve veeteelt komen. De negatieve energie die daar aanwezig is beïnvloedt hun geest en gezondheid.
Anderzijds voelen ook dieren de gemoedstoestand van mensen haarfijn aan. Zo is bekend dat huisdieren mensen opzoeken en troost bieden bij verdriet, maar ook vermijdingsgedrag vertonen wanneer mensen in stress zijn. Vraag is in hoeverre de dieren in de Oostvaardersplassen energetisch last hebben van alle commotie én wat het afschieten van grote aantallen dieren energetisch met hen doet.’

Hier zegt Marieke de Vrij het volgende over:

‘Overmatige op dieren gerichte emotionele betrokkenheid verzwakt het dier omdat het deze betrokkenheid niet op een vanzelfsprekende manier kan duiden. Op iets wat een dier herkent, bijvoorbeeld bij een huisdier de liefde van zijn baasje, kan het reflexmatig en intentioneel in verbinding treden in een uitwisselingsstaat. Dieren in de Oostvaardersplassen zijn menseigen ingrijpen alleen maar gewend door bijvoederen en afschietgedrag. Het menselijke emotieveld pikken ze op, maar kunnen ze niet duiden omdat een deel van de emoties ongegrond is. Die emoties gaan niet over het dier, maar over de mens zelf. Dat ongegronde emotieveld, waar mensen niet zelf de verantwoordelijkheid nemen om die emoties te verteren en te onthechten, beweegt zich naar de dieren waarop het gericht is, maar de dieren zonderen zich af. Die afzondering is nodig om krachten te sparen. Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie. Wellicht bekrachtigt dat hun vitale systeem, waardoor hun lichaam langer kan leven of het warme veld om te overlijden ondersteund wordt.’ Tot zover Wim van Oort en Marieke de Vrij.

Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie

Hoe kunnen we de problemen oplossen?
Natuurlijk zoeken we naar oplossingen en in dat kader heb ik weer de Edelherten om hulp gevraagd.

In gesprek met Edelhert 4 – EH4 – Grote Gnoe
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, zou ik vandaag kunnen praten met iemand van jullie die een mogelijke oplossing weet voor de problemen?
EH4: Ja, dat ben ik. Ik wil graag met je praten, nadat ik gezien heb wat er al allemaal gezegd is en ik begrijp hoe belangrijk jouw publicatie zou kunnen zijn, wil ik er graag iets aan toevoegen.
M: Fijn, dank je wel dat je met me wil praten en je mogelijke oplossingen weet. Heb jij een naam?
EH4: Eigenlijk wel, ik word ook wel de Grote Gnoe genoemd, dat vanwege mijn oorspronkelijke staat als Gnoe, maar daarna werd ik een Edelhert in de Oostvaardersplassen, dus ik heb die ervaring ook.
M: Je leeft dus niet meer, maar bent een soort woordvoerder?
GG: Zie mij maar als een soort stam oudste en in die hoedanigheid praat ik met je.
M: Dat is bijzonder. En ik ben heel benieuwd naar je antwoorden.
GG: De analyse van wat er mis is, hebben mijn voorgangers al gemaakt. De Oostvaardersplassen zijn een prachtig gebied en helemaal geschikt voor ons Edelherten om half wild te leven. Maar de beperkingen van de omvang zijn het probleem. Er kan niet weggetrokken worden en er kan geen natuurlijke aanvoer van vers bloed plaatsvinden. Hoe mooi het ook bedacht was, en het was mooi bedacht met wel die openheid, het werkt niet doordat het nu niet open is. Daar heeft de mens de verkeerde ingreep gedaan. Er van uitgaande dat die fout niet hersteld wordt en het gebied dus ingeperkt blijft, zullen er altijd golf bewegingen blijven van overbevolking en daarna grote sterfte, is het niet door honger, dan is het wel door ziekte, voor er weer langzaam meer dieren bij kunnen komen. Door klimaatverandering is er nauwelijks meer een jaarlijkse honger sterfte en dus wordt de overbevolking steeds groter. Daardoor is de sterfte ook massaler. Dat jullie mensen daar problemen mee hebben, ligt aan hoe jullie naar ons kijken. Jullie voelen je verantwoordelijk en dat klopt natuurlijk ook, want jullie hebben ons in de beperking opgesloten. En dan treedt overbevolking op met het huidige klimaat. Maar ook wij zullen ons op den duur aanpassen en zullen minder vruchtbaar worden, waardoor er minder Edelherten geboren worden en het langer duurt voor er zulke grote hoeveelheden Edelherten komen. Door jullie ingrijpen, is er straks weer ruimte ontstaan, op een onnatuurlijke wijze, waardoor wij niet leren om minder vruchtbaar te worden. Dus gaat het weer op dezelfde manier verder. De groep die de keuze maakt om helemaal niets te doen en geen menselijk ingrijpen wil, heeft op den duur gelijk. De regulering volgt vanzelf naar een evenwichtige situatie.


Zo mooi kan het ongestoorde leven van een Edelhert in de Oostvaardersplassen zijn

GG: Maar door jullie ingrijpen zal die situatie niet bereikt worden en blijven jullie ingrijpen.
Misschien is wel het belangrijkste om mensen te vertellen hoe dieren sterven ervaren. Dat is geen naar proces, zelfs niet als het van de honger is. Mijn voorgangers vertelden reeds, het zijn bijna altijd vrijwillige keuzes, er zijn uitzonderingen bij verwondingen door externe oorzaken of door afschot. Verwondingen door externe oorzaken zie ik als een dier zich vastloopt in een klem of tegen prikkeldraad aanloopt of iets anders wat niet verwacht kon worden. Verwondingen door ruzies in de groep, zijn wel een onderdeel van het natuurlijke selectieproces en daarom geen probleem voor ons. Je neemt je verlies. Te verwachten is dat de wolf op den duur ook naar de Oostvaardersplassen zal komen en dan wordt de situatie ook anders. Dan komen we in de buurt van een wilde leefsituatie en als dat plaatsvindt is dat voor ons geen probleem. We kunnen ons daar op voorbereiden. Maar zet geen wolven uit, dan gaat het te snel. Maar zoals de wolf nu het land aan het veroveren is, is het duidelijk dat hij ook hier gaat komen. En dat is goed, de wolf zorgt op een natuurlijke wijze voor de selectie van degene die gedood zullen worden. Maar voor een wolf aan ons begint, moet degene die hij aanvalt behoorlijk verzwakt zijn, want eigenlijk zijn wij een maatje te groot voor een wolf. En een verzwakt Edelhert doden is niet erg voor ons. Dat is weer een natuurlijk proces waar we op voorbereid zijn. We zonderen ons meestal al af als we verzwakt zijn en stoppen met eten, ons stervensproces is al begonnen en dat wordt hooguit wat versneld door de wolf. Maar niet verstoort, het is goed, we waren al bereid te sterven en onze ziel was zich al aan het terugtrekken.
Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep. Mensen zijn te ego gericht om dat te kunnen doen. Ik moet nuanceren, de meeste mensen. Ik wens je heel veel succes met je werk en dank je wel dat je dit doet.
M: Jij dank je wel Grote Gnoe voor je verhaal. Ik hoop dat ik het waard zal blijken te zijn om je verhaal te vertellen.

Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep

Ik laat het hierbij. Bovenstaande woorden van Grote Gnoe zijn duidelijk, maar zullen niet door iedereen geaccepteerd worden als de woorden van de dieren zelf. Toch zou dit de juiste keuze zijn.

Lees ook deel 1 van deze trilogie.

Lees ook deel 2 van deze trilogie.

Over de auteur
Eddy Mulder is van jongs af aan altijd bezig geweest met dieren en hij heeft er ook altijd een speciale band mee gehad. Als leerling van Piek Stor, dierentolk, heeft Eddy zijn geheel eigen weg gevonden in zijn communicatie met dieren. Hij zoekt vooral antwoorden hoe dieren omgaan met wat mensen hen aan doen. Hierover publiceert hij in de hoop dat mensen inzien hoe ze dieren tekort doen in hun wezen en dat dit mogelijk kan leiden tot een andere omgang met dieren.

“Mij is niks gevraagd!”

Uit: In de Stilte hoor je alles

Peerke is een kat van 17 jaar, die jarenlang de enige kat in huis was. Op een dag verschijnt Manoes ineens in haar leven. Manoes is de kat van de overleden moeder van de vrouw van het huis. Het gaat helemaal niet goed tussen deze twee katten. Op het moment dat ik erbij word gehaald, na een half jaar, hebben beide katten hun eigen vertrek en daardoor is de gezelligheid van vroeger uit het huis verdwenen.

Peerke wil maar al te graag met me praten en heeft een houding van: Vertel mij nou maar eens wat hier aan de hand is! Ik leg haar uit dat het vrouwtje van Manoes is overleden en dat deze mensen Manoes daarom in huis hebben genomen. ‘Mij is niks gevraagd.’ Nee, dat klopt. Verontschuldigingen naar de kat. Maar ook het standpunt van de mensen dat ze Manoes niet weg willen doen. Ik heb inmiddels door dat Peerke een dame is en tja, je zet niet zomaar ‘een gewone kat’ (en dan nog wel een sloddervos, volgens Peerke) zonder overleg in het huis van een dame. Zoals ik het van Peerke doorkrijg, kan ik me haar standpunt helemaal voorstellen. Peerke is bij aanvang van het gesprek de kamer binnengelopen waar de vrouw met mij zit te telefoneren. Tijdens het praten met mij kijkt ze de vrouw de hele tijd aan. Beide katten zijn voor het eerst bij elkaar in dezelfde ruimte, tot stomme verbazing van de mensen.

Ondertussen is er een aardige patstelling, want Peerke geeft geen duimbreed toe. Op een gegeven moment zie ik zelfs het beeld van een deur, waardoor Peerke wil verdwijnen. Ze wil niet meer praten. ‘Ze loopt nu naar de deur en wil eruit,’ zegt de vrouw. ‘Peerke, vind je het goed dat ik even met Manoes ga praten?’ Dat vindt Peerke goed, ze blijft in de kamer om ook het gesprek met Manoes bij te wonen. Manoes laat weten dat ze een nauwe band had met de moeder van deze vrouw. Ze heeft nog steeds veel verdriet om dat verlies. Ze laat zien hoe de moeder het huis uitgedragen werd. Als ik daarnaar vraag, blijkt het te kloppen dat de kist het huis is uitgedragen. Dat was zó’n pijnlijk moment geweest voor de kat! Dat intense verdriet slaat bij mij keihard naar binnen. Voor mij is het de eerste keer dat een dier het over ziekte en dood heeft met woorden als ‘gemeen’ en ‘rotziekte’. De vrouw vertelt dat het inderdaad een heel naar ziekbed is geweest. De kat heeft alles meegemaakt en blijkt veel op bed gelegen te hebben bij de zieke vrouw. Ineens komt Peerke er tussendoor: ‘Dat wist ik allemaal niet! Waarom is mij dat niet verteld?!’

Weer in gesprek met Peerke, die meedeelt dat haar huis (háár huis) open zal staan voor Manoes nu ze dit allemaal weet. Er moet nog wel vastgesteld worden dat Manoes door haar verdriet onduidelijk is geweest in de omgangsvormen. Ze was sowieso onbereikbaar voor Peerke om mee te communiceren (Manoes zat de eerste weken ook alleen maar onder de bank, vult de vrouw aan) en het heeft Peerke erg gestoord dat Manoes op het kleed pieste en poepte. Peerke laat ook weten dat er het afgelopen half jaar te weinig met haar gepraat is. Ook deze kat wil graag informatie van mensen. Ze laat daarbij het beeld zien dat de vrouw een kopje thee drinkt met haar pink omhoog terwijl ze dingen vertelt aan Peerke. De vrouw snapt het, want zelf ziet ze Peerke ook als een kat van stand, voor wie ze de tijd moet nemen.

Tijdens het gesprek zijn de katten de hele tijd bij elkaar in een ruimte geweest zonder te grommen of te blazen en Peerke is zelfs naar Manoes toe gelopen. Manoes heeft na dit gesprek pas de kans gekregen om te helen, om haar grote verdriet een plekje te geven. En Peerke heeft begrepen waarom Manoes zich zo gedroeg en waarom de mensen haar graag in huis wilden hebben en houden.

Zo’n drie maanden na het gesprek krijg ik een mailtje: ‘Peerke en Manoes kunnen nu goed samen in een ruimte verblijven. Ze slapen nu samen beneden en eten en drinken samen uit één bakje. Er wordt niet meer gepoept en geplast buiten de bak, zelfs de kattenbak delen de dames. Op de vensterbank zitten ze nog niet samen, maar wel om de beurt. We zijn een blij kattengezin en dus alsnog bedankt voor je hulp.’

 

Ratten (3)

Vandaag sluit het rattenhotel. Het bovenste deel van de compostbak gaat naar de wal en wat al goede compost geworden is, strooi ik uit over de tuin. Ik stop een aantal gaten en de twee mooie holopeningen dicht met wat hooi en grond. Daarna haal ik zakken boomschors die ik op het pad uitstrooi.
’s Avonds word me duidelijk dat je je dromen en wensen nooit moet opgeven. Verschillende mensen hadden gezegd dat ik nooit een rat zou kunnen fotograferen en ik ben zo dom om zonder fototoestel naar buiten te gaan. En juist dan zie ik er weer een. Hij loopt heel mooi op het dunne richeltje van de reling. Dan hoor ik een plons. Hij is minstens 3,5 meter naar beneden gesprongen.
Ik wacht, nu met fototoestel, of ik er nog een zie. Ondertussen maak ik contact met de rat die van boord gesprongen is. Er is een veel vrediger sfeer tussen ons. Ik kan van hem begrijpen dat dit een ideale plek is om de winter door te brengen. Ik zeg hem dat ik het ook een mooie plek vind en ik vraag me af of ratten en wij zouden kunnen samenleven. Alles in me zegt van niet, maar het kan heel goed dat het een opgelegd beeld is wat we elkaar als mensen hebben wijsgemaakt. Ik besluit er op dit moment geen oordeel over te hebben en dat maakt dat we gewoon vredig in elkaars energie kunnen hangen. Ik begin zowaar aan relatieopbouw te doen.
Het rattenhotel is vandaag dan weliswaar gesloten, maar nog niet verlaten.

NB Op het moment dat ik dit schreef kon ik niet weten dat een paar jaar later de vredige sfeer tussen behoorlijk op de proef werd gesteld. “Praat ik soms Spaans?” heb ik meermalen vertwijfeld naar de ratten geroepen die inmiddels hun intrek in het schip hadden genomen. Maar daarover meer in deel 4.

Het dilemma van de grote grazers aan het voorbeeld van de Oostvaardersplassen – deel 1

Inleiding
De Oostvaardersplassen vormen een uniek natuurgebied in de Flevopolders tussen Almere en Lelystad. Het is een van oorsprong door de mens gemaakt gebied, waarin ruimte is gegeven aan ontwikkeling van natuurwaarden en waarbij menselijk ingrijpen verder ondersteunend is geweest aan die ontwikkeling. Het is aangewezen als Natura 2000-gebied voor verschillende vogelrichtlijnsoorten. In het gebied zijn groepen runderen, paarden en herten geïntroduceerd en die hebben de ruimte gekregen om zich op een natuurlijke wijze te ontwikkelen tot omvangrijke kuddes. Het is tegelijkertijd ook een maatschappelijk omstreden gebied vanwege juist de omvang van de kuddes en de sterfte die tijdens een aantal winterperiodes onder deze grote grazers heeft plaatsgevonden. Het gebied bestaat uit een kerngebied dat is opgedeeld naar een moerasgebied van 3600 hectare en een grazig gebied met voornamelijk graslanden van 1880 hectare. Het gebied grenst aan de noordkant aan het Markermeer. Voor het overige bestaan de randen van het kerngebied uit bossen afgewisseld met open velden. (bron: Advies beheer Oostvaardersplassen – april 2018)
De omvang van het gebied Oostvaardersplassen en het aangewezen Natura 2000-gebied

De grote grazers – heckrunderen, konikpaarden en edelherten – zijn in het gebied geïntroduceerd om te voorkomen dat het grazige deel dichtgroeit, waardoor er onvoldoende graslanden blijven voor foeragerende grauwe ganzen. Die ganzen beheren op hun beurt het moerasriet. De grote grazers vervullen daarmee een functie voor de realisatie van de Natura 2000-doelen.
De kuddes grote grazers zijn na introductie in het gebied snel in aantallen toegenomen. De begrazing heeft het landschap van het grazig gebied veranderd. Van een landschap met struwelen en ruigtes is het een volledig open kort begraasd grasland geworden. De variatie en dynamiek in vegetatie zijn beperkt. Er zijn vogelsoorten en kleine zoogdieren uit het gebied verdwenen en daarvoor zijn enkele vogelsoorten die gedijen op open graslanden in de plaats gekomen.
De ruimte die geboden wordt aan natuurlijke processen in het gebied heeft erin geresulteerd dat sinds de eeuwwisseling in een aantal winters veel grote grazers te sterk inteerden op hun (vet-) reserves en stierven door voedseltekorten. Maatschappelijke commotie daarover heeft in het verleden, toen de rijksoverheid nog verantwoordelijk was voor het welzijn van deze dieren, geleid tot de instelling van een aantal internationale commissies die adviezen hebben uitgebracht over het gewenste beheer. Daarnaast is de commissie Remkes gevraagd advies uit te brengen.
Het is duidelijk dat met name het aantal Edelherten snel groeit en uit de hand lijkt te lopen

De commissie Van Geel constateert dat de door de internationale adviescommissie ICMO2 uit 2010 uitgebrachte adviezen maar ten dele zijn uitgevoerd. Een belangrijk advies was de verbinding van het Oostvaardersplassengebied met andere natuurgebieden binnen en buiten Flevoland om dieren de mogelijkheid te geven voedsel ook elders te zoeken. De Rijksoverheid heeft in 2011 besloten die verbinding niet te realiseren. Voorts zijn beschuttingsmogelijkheden die door ICMO2 zijn geadviseerd, nog in beperkte mate gerealiseerd.
ICMO2 adviseerde de kuddes te beheren volgens het principe van vroeg-reactief beheer dat erop is gericht onnodig lijden door voedseltekorten te voorkomen en dieren zo nodig tijdig af te schieten op basis van waarneming van matig tot slechte fysieke conditie, afwijkende gedragskenmerken of omgevingsfactoren. Die wijze van beheer heeft er mede toe geleid dat na enkele mildere winters de aantallen grazers sterk konden groeien tot in totaal 5230 dieren in oktober 2017. Daarop volgde in de laatste winter een sterfte van circa 3000 dieren, voornamelijk door afschot van de dieren.

Daarop volgde in de laatste winter een sterfte van circa 3000 dieren, voornamelijk door afschot van de dieren.

Deze omvangrijke sterfte kan worden opgevat als een correctie door de natuur, maar daarvoor bestaat in Nederland geen breed maatschappelijk draagvlak. De mens zit dicht op deze natuur en neemt waar dat dieren in een incompleet, omheind systeem leven. Het wordt maatschappelijk niet breed geaccepteerd dat dieren zichtbaar vermageren en dat een groot deel daarvan vervolgens sterft, door afschot of op een natuurlijke wijze. De sterfte van grote grazers heeft in de maanden februari tot en met april van dit jaar tot veel maatschappelijke commotie, burgeracties en aandacht in de media geleid. (bron: Advies beheer Oostvaardersplassen – april 2018)

Het dilemma – verhongeren of afschieten?
In 2013 is het gebied met de bioscoopfilm De Nieuwe Wildernis nadrukkelijk onder de aandacht van het grote publiek gekomen. Deze prachtige natuurdocumentaire toont in de bioscoop aan bijna 700 duizend bezoekers – en later op televisie – hoe grote grazers leven en sterven in de Oostvaardersplassen. Het leidt tot veel waardering en enige verontwaardiging.
Het duurt tot de strenge winter van 2017-2018, waarin ruim drieduizend grazers doodgaan, voor de grote ommezwaai komt in het Europees beschermde Natura 2000-gebied. Tijdens demonstraties worden rouwstoeten en minuten stilte georganiseerd voor de dode grazers. Dierenliefhebbers die de vermagerde beesten in de winter niet kunnen aanzien, worden in hun acties steeds radicaler. Er wordt illegaal bijgevoerd, hekken worden opengeknipt waardoor dieren op de A6 belanden en boswachters worden net als de geestelijke vader van de Oostvaardersplassen Frans Vera met de dood bedreigd. Vanaf dat moment is het grote dilemma mogen we de dieren laten verhongeren of moeten we ze afschieten als een humanitaire oplossing.
Het lijkt me een mooi moment om de dieren zelf om hun mening in deze te vragen.

Een verhongerde en gestorven ree wordt aangegeten door een vos

In gesprek met Edelhert 1 – EH1
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, heel graag wil ik met enkele van jullie praten om jullie mening te horen over de problematiek van de overbevolking in het plangebied Oostvaardersplassen. Wie is bereid met mij te praten?
M: Ik zal mezelf ook netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder … en wil graag met jullie communiceren om jullie mening te horen over de problemen waar de maatschappij tegenaan loopt in de Oostvaardersplassen. Nu hebben mensen een beeld hoe we die problemen moeten oplossen en niet iedereen denkt daar hetzelfde over. Maar nooit vraagt iemand jullie mening. Dat wil ik proberen wel te doen.
EH1: Ik ben bereid om met je te praten. Ik ben een van honger gestorven Edelhert en kan dus over dat onderdeel vertellen. Anderen zullen vertellen over andere onderdelen, hoewel het allemaal een onderdeel is geworden van onze groepsziel, is het toch mogelijk er individuele onderdelen uit te halen.

Vanaf dat moment is het grote dilemma mogen we de dieren laten verhongeren of moeten we ze afschieten als een humanitaire oplossing.

M: Dank je wel EH1, mag ik je ook een naam geven of blijf ik je aanduiden met EH1 van Edelhert 1?
EH1: Namen zijn voor ons niet zo belangrijk, geuren wel. Maar je kunt me moeilijk naar mijn geur noemen, dus is EH1 voorlopig een goede werktitel.
M: Hoe was het leven tijdens je periode dat je in de Oostvaardersplassen woonde?
EH1: Dat was in onze ogen heel goed. We hadden veel bewegingsvrijheid en konden vrijelijk vriendschappen sluiten zoals we dat wilden. Dat wil zeggen we leven in groepen, maar als je in een groep je favorieten hebt, was dat geen probleem, de groep was groot genoeg om voldoende verschillen aan te kunnen. Dat lukt met een kleine groep niet. In mijn leven was ik een mannetje en we leefden in een grote mannetjes groep en af en toe gemengd met vrouwtjes als ze vruchtbaar waren.
Mannetjes Edelhert in de sneeuw

M: Dus dat leven was goed eigenlijk?
EH1: Zeker. Over het algemeen heel ontspannen en weinig stress. Weinig strijd tussen kuddes, omdat we alle ruimte hadden.
M: En hoe ging dat in de winter met het eten?
EH1: Over het algemeen redelijk. Natuurlijk was er minder voedsel, maar dat is gebruikelijk in de winter. Als de winter niet te streng was en niet te lang duurde, waren slechts de zwakkeren onder ons die de winter niet overleefden en dat is een natuurlijk proces. Aangezien mijn vriendjes meestal leeftijdgenoten zijn, kwam het overlijden van anderen uit de kudde niet als een probleem. Ze zonderden zich af en stopten helemaal met eten en gingen dan dood na verloop van tijd. Het is een bewuste keuze.

Ze zonderden zich af en stopten helemaal met eten en gingen dan dood na verloop van tijd. Het is een bewuste keuze.

M: Dat is een interessant aspect. Je zegt het is een bewuste keuze, de dieren offeren zich feitelijk op voor de rest van de kudde?
EH1: Ja, dat doen ze. Ze beseffen dat ze het niet gaan redden en maken dan de keuze om te sterven, zonder door te gaan met eten wat misschien voor de anderen nodig is.
M: Dat is een normaal proces zeg je?
EH1: Ja, dat is het normale proces voor de ouderen of zwakkeren. Het wordt anders als er heel veel te weinig te eten is.
M: Dat is jou overkomen? Jij bent van honger gestorven terwijl je niet ouder of zwakker was en je dus gewoon had willen blijven leven?
EH1: Dat is juist. Ik was nog behoorlijk in de kracht van mijn leven en met mij mijn vrienden ook. En de winter duurde te lang. De zwakkeren hadden zich al opgeofferd, maar het was niet genoeg. De winter bleef doorgaan en daardoor werd het voedsel voor de overgebleven dieren te schaars. En het merkwaardige is dat er nu niemand meer was die zich opofferde. We probeerden allemaal om zoveel mogelijk te eten, maar het was voor niemand van ons genoeg. Er was soms zelfs strijd om het eten tussen de kuddes, iets wat ik nog nooit eerder had meegemaakt. En de een na de ander verzwakte zo, dat we niet meer op onze poten konden staan om naar eten te zoeken. En zo ben ik overleden, van de honger, maar zonder dat het mijn eigen keuze was, ik wilde nog wel leven, maar kon gewoon niet meer vanwege de honger.
Aangevroten bomen vanwege gebrek aan voedsel in de winter

M: Dit was niet je keuze en je wilde nog verder leven. Was het stervensproces pijnlijk?
EH1: Ik wilde zeker nog verder leven. Maar het stervensproces is niet pijnlijk als je het aanvaart. En in het begin verzet je je ertegen omdat je wilt proberen eten te vinden, maar op het moment dat je erbij neervalt, is er de acceptatie dat je dood gaat. Dat proces is niet pijnlijk, het is een proces van je uit je lichaam terugtrekken, een steeds verder verminderd bewustzijn en dan ben je op het laatst niet meer aanwezig en dan ben je dood.
M: Is het beter van de honger te sterven dan doorgeschoten te worden?
EH1: Wat is dat nu voor een vraag. Van de honger sterven is een natuurlijk proces, je weet dat het kan gebeuren en als het gebeurt aanvaard je het ook. Doodschieten is niets natuurlijks aan, het is afschuwelijk. Zo loop je nog rond en zo knalt er iets pijnlijks in je lijf en ben je dood. Daar kun je je ook niet op voorbereiden, het gebeurt zo snel en plotseling dat je nog helemaal in je dode lichaam zit. Dat leidt tot een hele andere manier van je lichaam verlaten en niet de goede manier.

Van de honger sterven is een natuurlijk proces, je weet dat het kan gebeuren en als het gebeurt aanvaard je het ook. Doodschieten is niets natuurlijks aan, het is afschuwelijk.

M: Je ziet het als fout om dieren af te schieten, hoewel mensen dat als een diervriendelijke manier zien om het probleem van de overbevolking van de Oostvaardersplassen op te lossen.
EH1: Dat zien wij anders, afschieten is geen goede zaak.
M: Maar wat moeten wij mensen dan doen in jullie ogen?
EH1: Zorgen dat het gebied groot genoeg is voor alle dieren. Lukt dat niet, doe dan aan geboortebeperking.
M: Maar dat lost het huidige probleem niet op.
EH1: De natuur lost alle problemen op den duur zelf op. Dat heb je gezien met mijn dood. Ik wilde nog niet, maar ben toch dood en wil weer terugkomen om het af te maken.
M: Dank je voor dit bijzondere gesprek. Wil je nog iets zeggen?
EH1: Jij ook dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog met anderen spreken?
M: Ja zeker, een volgend gesprek wil ik met andere spreken.

Lees ook deel 2 van deze trilogie.

Lees ook deel 3 van deze trilogie.

Ratten (2)

Om goed te kunnen communiceren met dieren moet je oordeelloos zijn. En dat ben ik niet naar de ratten bij ons aan boord. Ik wil dat ze weggaan en dat vooringenomen standpunt belemmert onze communicatie. Daarom gaat het over een andere boeg: ik zoek contact met ratten in het algemeen.
Ze vertellen dat ze de omgeving schoon houden waardoor er geen ziektes verspreid worden. Dit druist in tegen alles wat ik weet wat er over ratten gezegd wordt, dus zeg ik dat mensen juist vanwege het ziekterisico geen ratten in hun omgeving willen. ‘Nee, wij zijn schoonmakers, net als kraaien.’
Ze lijken een gebied telepathisch in kaart te kunnen brengen. Ze hebben een zeer verfijnd, fijnmazig netwerk tot hun beschikking. Ik vertel dat ik gehoord heb dat hun zicht slecht is. ‘Wij lopen niet op ogen, maar op weten.’ Ik denk aan de vraag die ik stelde over het bonken van ons schip en dat onze rat liet zien dat het niet zijn directe grond betrof en het hem dus niet stoorde. Als ratten erop uit trekken, schakelen ze kennelijk hun fijnmazige netwerk in en zijn ze juist wel heel open voor hun wijde omgeving.
Mijn gedachten dwalen af naar rattenbestrijding en ik hoor dat dat dom is. ‘Ja, maar waarom zijn jullie dan zo dicht bij mensen? Waarom blijven jullie niet verder weg?’
‘Dat we naar mensen trekken is eigenlijk een verschuiving. Het is aantrekkelijk en makkelijk. Je bent snel binnen.’ Ik begrijp dat het wonen in huizen eigenlijk te geciviliseerd is. Het is de bedoeling dat de twee werelden naast elkaar passen.
Ik vraag wat wij mensen kunnen doen om goed naast elkaar te leven. ‘Buig ons af. Roep ons een halt toe.’ ‘Hoe doen we dat?’ ‘Mensen moeten hun spul bij zich houden.’ Ik zie onze woonplekken voor me, met alle etensresten die we achteloos neergooien of niet goed afsluiten. Natuurlijk trekt dat de ratten naar ons toe. Als wij oplettender zijn, blijven de ratten meer uit onze buurt. Hebben we ook hiermee het natuurlijke evenwicht verstoord? Het besluit om de compostbak van boord te halen is in elk geval een goede!

Petra de mongoest

Enige tijd terug, nu kan het niet vanwege de corona, zat ik in mijn kamer in India. Voor mijn veranda lopen allerlei dieren langs van eekhoorntjes, tot mongoesten, van honden tot coyotes en ik heb veel last van muggen en mieren in mijn kamer. De mieren zijn zelfs zo overheersend dat ze over mijn laptop lopen, over mijn scherm, mijn toetsenbord en ik moet oppassen ze niet dood te typen.

Petra de mongoest
Ik benader de familie mongoest die regelmatig voor mijn veranda langs lopen. Ze overleggen hoe ze op me zullen reageren.
P: Ik ben de woordvoerder en ken je nog niet, kun je je voorstellen en vertellen wat je wilt?
M: Ik ben Eddy Mulder … en ik probeer overal met dieren in contact te komen en misschien kan ik jullie boodschap vertalen naar mensentaal zodat jullie beter begrepen worden.
P: Ik ben Petra, een soort moeder-overste van de mongoesten op de Adyar Estate.
M: Dank je Petra dat je met me wilt praten.
P: Ik heb niet zoveel te zeggen, over het algemeen zijn we hier op deze plek tevreden en worden we met rust gelaten. Maar er is één probleem. Soms wonen we deels in een van de leegstaande huizen. Niemand heeft er last van ons en niemand let op ons. Maar dan ineens, zonder waarschuwing komen ze het huis schoonmaken. Ze vinden onze geur vies en strooien gif om ons weg te houden. Soms gaan daar onze broeders aan dood. Dat is niet fijn, het kan ook anders. Als ze ons waarschuwen dat ze ons weg willen hebben, zorgen wij dat we een tijdje weg blijven. We hebben de huizen niet echt nodig, maar het is handig voor ons. Zou je dat kunnen regelen?
M: Ik zal het proberen. Hoe kunnen jullie het beste gewaarschuwd worden?
P: Laat de verantwoordelijke contact opnemen met mij, Petra en ik zorg dat we dan weg zijn.
M: Hoe doen ze dat het beste?
P: Nou mediteren en er sterk aan denken en als ze dat nu gek vinden, hang dan een briefje op en schrijf dat briefje met de duidelijke intentie wat de bedoeling is. We lezen het briefje natuurlijk niet, maar voelen de intentie achter het briefje.
M: Dank je wel Petra. Heb je nog iets toe te voegen?
P: Het zou fijn zijn als dit zou lukken.

Ik probeer hierna contact te krijgen met de mieren op mijn bureau. Het zijn er tientallen en ze lopen aan alle kanten over alles wat op mijn bureau ligt en ook over mijn laptop en het scherm en toetsenbord en ik stel dat niet echt op prijs. Ze negeren me totaal en er is niemand die zich meldt. Het is helaas niet altijd mogelijk contact te leggen, het is een wederzijds proces. En inmiddels heb ik geleerd dat je alleen contact kunt leggen zonder oordeel, en in dit geval heb ik een oordeel, ik wil ze niet zo dichtbij hebben. Gelukkig komen ze niet in mijn bed! 

191023 India

Ratten aan boord (1)

Op de roef van ons schip ben ik een permacultuur(achtige) tuin aan het aanleggen. Met een compostbak. Ik ben erg verrast dat daar zomaar wormen in komen, zonder dat ik ze erin heb gezet. Ook op een stuk staal gaat de natuur kennelijk gewoon z’n gang. Op een gegeven moment ontdek ik een gat in de grond en ik vermoed dat er een rat aan boord is. Dat is verbazingwekkend, want naar mijn idee zijn die er nooit geweest. Al vanaf dat we schepen hebben, zorgen we ervoor dat er ook katten zijn, juist om de ratten van boord te houden. Bovendien moet deze rat dan aardig klimmen om aan boord te komen. Op internet lees ik dat ratten makkelijk 1.20 meter ver en 70 centimeter hoog kunnen springen. Ik lees ook dat hun actieradius wel 4,5 kilometer is en dat ze een eigen territorium hebben waar andere ratten wel gewoon door mogen lopen.
We praten hier thuis over deze mogelijke rat en spreken naar de kat uit dat ze haar werk niet goed doet. De volgende ochtend ligt er een dode rat in het halletje.
Maar ik blijf resten van de compostbak door dit stukje tuin vinden. Ik denk lang dat het vogels of eenden zijn die erin wroeten. Maar als ik het beter in de gaten houd, zie ik dat zich nieuwe gaten en gangen vormen. Er moet dus nog een rat zijn.
In de winter verraadt de sneeuw de aanwezigheid van de rat: ik zie sporen van pootjes en een slepende rattenstaart. Ik zie nu ook hoe het gangenstelsel zich vormt. Een gang komt onder in de compostbak uit. De rat heeft vrij spel, want de kou houdt de kat binnen.

Als ik op een schemerige avond iets op de compostbak wil gooien, zie ik een rat wegschieten. Het klopt dus, hij is er echt! Hij is best groot en om eerlijk te zijn schrik ik van hem, ondanks mijn geboeidheid. Ik denk over ratten aan boord na en kom tot de conclusie dat het niet kan. Dus maak ik contact met hem. Ik krijg het idee dat hij niet alleen is en krijg zelfs het beeld van een nest. ‘Nee!!’ roep ik in beeld naar hem, ‘Dat moeten jullie niet doen! Het schip is veel te klein, het wordt hier veel te vol, dit is geen rattenomgeving en als we gaan varen zijn jullie je woonomgeving kwijt!’ Ik ben op hem in aan het praten, zeg hem hoe dom het is om hier jongen te laten komen en laat hem zien hoe groot de omgeving buiten het schip is. Het is geen wederzijdse communicatie, alleen een uitstorten van mijn grote NEE over het dier.

Een paar dagen later ga ik er goed voor zitten en leg ik de rat uit wie ik ben en wat ik doe. Daar heeft hij allemaal niks mee te maken, vindt hij. ‘Jawel,’ zeg ik, ‘want ik wil heel graag naar meer samenwerking tussen mens en dier. Naar op een respectvolle manier met elkaar omgaan.’ Nogmaals zegt hij dat hij met mij niks te maken heeft.
‘Nou, dit is wel ons schip.’ Dan maar een andere toon.
De rat geeft in beeld door dat hij een goede leefplek uitkiest en de compostbak was een trekker. Op dit industriegebied is dat een mooie variatie.
Ik begrijp van hem dat onze kat een vrouwtje te pakken had en dat er minstens nog één vrouwtje is. Ik vermoed dat het vrij luie ratten zijn, maar dat kan ook met de winter te maken hebben. Ik vraag me af of het van boord gaan geen probleem is, maar hij laat zien dat hij onderlangs gaat en zelfs door het water.
Ik vraag het dier of hij wil samenwerken met mij en. Hij vraagt zich af waarom hij dat zou doen. ‘Nou, het lijkt me mooi om meer begrip voor ratten te krijgen. Jullie zijn met zo velen en wat weten we nou van ratten?’ Ik vertel hem wat ik wil en wat ik ga doen. Ten eerste wil ik hem graag zien en fotograferen en ik geef hem in beeld door dat ik buiten, met een sigaar en fototoestel, op hem ga zitten wachten. Ik vraag of hij zich wil laten zien en wil laten fotograferen.
Verder vertel ik hem dat ik de compostbak deze week nog aan boord laat, maar dat ik hem daarna ga verplaatsen naar de wal. Dan is het voedsel dus weg. En ik verzoek de dieren vriendelijk om dan zelf ook te vertrekken en een plek aan land te gaan zoeken. Ik krijg geen reactie terug en we laten het hier voorlopig maar bij. Volgende keer verder. Het is ook nogal wat als je te horen krijgt dat je habitat opgeheven gaat worden. Want ik had hem ook al laten doorschemeren dat de uiteindelijke stap is om de holen open te leggen. Dan kan ik zien hoe ze geleefd hebben en daarna gooi ik het vol aarde. Tenslotte heb ik dit tot onze tuin gebombardeerd en is in de wereld buiten het schip voldoende plaats voor ratten.

Hyronimus 6: Eddy krijgt nieuwe instructies

M: Goede morgen, het is al weer te lang terug.
H: Dat klopt, je wilde niet eerder komen hoewel ik je al wel geroepen had en je hoorde me ook gisteren.
M: Dat is juist, maar ik had er nog niet de gelegenheid voor.
H: Je bedoelt gewoon dat je andere dingen belangrijker vindt en dat mag maar is jammer.
M: Je hebt gelijk, maar Kaila neemt veel tijd en daarom kom ik al niet meer tot alles wat ik wil doen.
H: Dat is logisch, prioriteiten stellen. Ik wil met je praten over de planten ontwikkelingen. Je hebt nu innerlijk contact gelegd met die Italiaanse over praten met planten (hij bedoelt hiermee Monica Gagliano die onlangs een boek schreef dat op mijn pad kwam over een wetenschappelijk onderzoek van contact met planten en dat ik nu aan het lezen ben, zie foto hieronder).

De dingen die ze zegt zijn heel belangrijk en jij moet daar ook wat mee, je hebt al gepraat met bomen, vertel erover en verbreedt je kennis erover, zodat je daarover kunt praten en schrijven.
M: Je had me in je vorige gesprek al opgedragen breder te kijken en nu komt dit om me daar ook daadwerkelijk in te verdiepen, grappig.
H: Dat is helemaal niet grappig, dat is hoe dingen werken. Je stelt je er voor open en het komt naar je toe, dat is een wetmatigheid.
M: En jij bedoelt dat ik dit soort kennis meteen mee moet nemen in mijn beide ‘groen’ presentaties die ik binnenkort moet houden?
H: Ja, je moet dat lef hebben en je kunt daarbij verwijzen naar de Italiaanse dame. Maar ook nu weer beperk het niet alleen tot groen. Blauw en alle dieren horen er ook bij, zelfs de grondstoffen, dat zal je ook nog gaan ontdekken om zo een totale holistische visie te kunnen ontwikkelen en uit te dragen.
M: Ik zal dat proberen in te passen in mijn presentaties, maar het ene verhaal is een presentatie in een academische wereld en het andere verhaal is in een ambtelijke en praktijk mensen wereld.
H: Ja mooi, dan kun je allerlei verschillende doelgroepen de boodschap overdragen in hun taal, anders word je afgedaan als zweverig en dan schiet je je doel voorbij.
M: Ja, dat aanspreken in hun taal is de uitdaging.
M: Een ander puntje. We spraken elkaar 12 dagen geleden formeel, maar ik merkte dat we eigenlijk bijna continue in contact staan.
H: Dat heb je goed gemerkt. We hebben het helemaal niet nodig om ervoor te gaan zitten om te communiceren, ik vlieg nu bijvoorbeeld ergens hoog boven de weide en kan gelijktijdig met je communiceren/praten.
M: Maar ik wil het eigenlijk beperken tot de momenten dat ik klaar zit en het kan opschrijven. Want toen we tijdens de boswandeling spraken wilde ik dat vasthouden en opschrijven, maar dat is er weer niet van gekomen en daardoor verloren gegaan.
H: Er gaat niets verloren van onze gesprekken. En als je bang bent iets belangrijks kwijt te raken als we in de wandelgangen praten, dan kom ik daar nog eens op terug.
M: Ben jij in deze mijn leermeester?
H: In zekere zin kun je me zo beschouwen. Nu je het contact hebt gelegd, kun je met iedereen communiceren en dat moet je ook proberen en doen, maar ik zal je helpen met het geheel sturing te geven. Want je doet het niet voor jezelf. Jij moet hier wat mee en daar zal je je weg in moeten vinden, maar je kunt niet op je krent blijven zitten. Je bent niet voor niets nu uitgenodigd op dat congres in Egypte. Dat heeft betekenis!
M: Die verbanden heb ik niet gezien, maar je maakt me wel nieuwsgierig. Ik ben ook benieuwd naar hoe we elkaar kennen.
H: Dat zal je zelf moeten uitzoeken. Ik weet dat je denkt aan Australië op blote voeten, maar ik geef je een hint. In je jeugd wilde je altijd emigreren.
M: Ja, ik wilde naar Canada emigreren.
H: Dat wilde je omdat je daar oude herinneringen hebt liggen die je, wat laat, in dit leven gaat uitwerken. Genoeg voor vandaag en zorg dat je contact houdt.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan.

190915