Mevrouw Uil laat zich horen

Ik zit in een mooie werkruimte in een groot bos en zit klaar om met een dier te praten en wacht welk dier er langs komt. Het blijkt een uil te zijn.

M: Hallo meneer de uil, hoe gaat het?
MM: Hou eens op met die flauwekul en trouwens, ik ben mevrouw Uil zonder de.
M: Neem me niet kwalijk, ik wilde niet lollig zijn, maar was verrast om een uil langs te krijgen. Ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben ….
MM: Dat is prima, ik vind een praatje af en toe wel leuk, zo vaak doe ik dit niet. De meeste mensen maken geen contact.
M: Dat is waar. Ben jij iemand die hier in dit bos woont? En heb je familie hier?
MM: Ja, ik woon in dit bos, het is heerlijk rustig en mijn vent woont hier ook. Het is een veilige plek en er is genoeg jachtterrein omheen om ook voldoende voedsel te hebben.
M: Waarom maakte je contact met mij?
MM: Die vogel die jij Hyronimus noemt suggereerde dit contact en het lijkt me wel leerzaam.
M: Ik denk dat dat dan wederzijds is. Ben jij een filosofische wijze uil?

Ben jij een filosofische wijze uil?

MM: Je weet wat mensen van uilen zeggen.
M: Leuk heb je ook een naam?
MM: Noem mij maar Maria Magdalena.
M: Is dat toeval dat je die naam kiest?
MM: Nee, maar daar vertel ik later nog wel eens over. Dit is genoeg voor de eerste keer. Tot ziens.
M: Dank je wel voor het gesprek.

Een paar maanden later neem ik nog eens contact op.

M: Hallo Maria Magdalena, hoe gaat het?
MM: Je maakt me wakker en dat betekent dat ik even wat brommerig ben.
M: Hebben dieren ook last van stemmingen en een humeur?
MM: Jazeker. Ik kan heel humeurig zijn als ik gestoord word of wanneer ik op jacht ben en het lukt telkens niet. Dat bederft mijn stemming wel, want dat betekent honger. Gelukkig meestal niet zo lang, want dan vind ik wel weer een andere prooi.
M: Je bent eigenlijk wel een hele mooie vogel?
MM: Blij dat je het ziet. De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet. Daarom is er eigenlijk geen communicatie tussen mensen en uilen.

De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet.

M: Vind je dit wel een geslaagde vorm van communiceren met elkaar?
MM: Ja zeker, dit kan heel goed en leuk worden, maar moet het nog wel gaan worden. Nu is het nog over onbenullige dingen.
M: Hoorde ik je nu koetjes en kalfjes zeggen als gespreksstof?
MM: Ja, we kunnen ook spreekwoorden gebruiken en ik vind dat eigenlijk heel leuk om te doen, maar dacht dat jij het misschien niet goed zou begrijpen, daarom heb ik maar eenvoudige taal gekozen.
M: Oh dat is lief van je. Maar spreek maar zoveel mogelijk zoals je zou willen doen, en als ik het niet begrijp vraag ik wel om toelichting. Afgesproken?
MM: Komt voor de bakker.
M: Ik zie je gaat meteen los.
MM: Is deze hitte voor jullie ook een beetje teveel van het goede? (Het is momenteel hoog zomer en erg warm buiten)
M: Ja, eerlijk gezegd wel. Tot dertig graden kan ik nog wel lekker vinden, maar het komt nu teveel daarboven en dan wordt het bij ons in huis wel erg warm met de zon die steeds schijnt? Hoe voelt dat voor jullie?
MM: Je weet dat wij vooral nachtjagers zijn en als het zo heet is zijn er veel dieren die overdag zich verstoppen en dan ’s avonds weer tevoorschijn komen. Dat maakt het voor ons erg eenvoudig om aan eten te komen. Dus eigenlijk wel aangenaam. Je moet alleen een goed dag plek hebben, anders warm je teveel op.
M: Ik snap het, en ik moet helaas stoppen. Er komen mensen aan. Tot een volgende keer.
MM: Oei, die is niet tevreden! (Die opmerking sloeg op mijn kleinkind die met veel lawaai binnenkwam).

191112 – 200809

Niet te filmen

Er is een filmploeg van NPO2 die ons werk in Doorn een tijdje gaat volgen en filmen. We hebben een prachtige, veelbelovende eerste filmdag achter de rug.

Mijn collega´s kunnen vanuit hun expertise best leuke dingen laten zien. Maar ik zit op mijn stoel en alles speelt zich in mijn hoofd af. De mooiste dingen overigens. Beelden, emoties… het voltrekt zich allemaal in mijn binnenste en ik zet het om in zo goed mogelijke woorden.

Maar als `Nederland´ vanaf de bank, al zappend, tv zit te kijken dan willen ze geboeid raken door leuke beelden.

´Hoe ga ik dat voor elkaar krijgen?’ vraag ik een paard aan het eind van ons gesprek. Het dier heeft ons zoveel moois laten zien, het was zo’n mooi gesprek en zo bevestigend voor de vrouw. Maar ja, alles vanuit ieders eigen plek: het paard op stal, de vrouw thuis en ik in mijn praktijkruimte. Hoe kunnen we in vredesnaam het mooie van mijn vak in beeld brengen?

‘Het gaat erom hoe je het uitdraagt,’ hoor ik het paard ineens zeggen.

In alle eenvoud komt de zin eruit. Ik kijk even verbaasd op maar begrijp meteen wat ze bedoelt. En zo is het: het gaat erom hoe je het uitdraagt!

Dat filmen? Ach, dat gaat vast lukken! In februari zullen we het op tv zien.

www.heelcentrumdoorn.nl

Tirza 7: Mijn aard is kat

M: Tirza, kan ik met je praten?
T: Ja, maar niet weer over die muizen, sorry dat was een vergissing, maar die gebeuren. (Ondanks onze eerdere afspraken dat ik het huis weer vrij toegankelijk zou maken en Tirza dan geen muizen meer in huis los zou laten, ging het toch weer fout.)
M: Heb je er spijt van dat je stiekem muizen meebracht?
T: Wat is spijt hebben?
M: Dat je het gevoel hebt dat je iets niet had moeten doen en dat je het de volgende keer niet meer zal doen.
T: Oh, dat. Ik had het niet moeten doen, maar de drang om het te doen is groter.
M: Je bedoelt dat het af en toe blijft gebeuren?
T: Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat.
M: Maar als je wilt groeien, moet je leren je te beheersen en dan hoef je geen muizen meer mee te nemen.
T: Waarom zou ik willen groeien, ik heb toch een prima leven zo?

Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat

M: Zoals je wilt. Wat gebeurde er laatst toen je zo schichtig binnenkwam en raar rond de bank rende met zwiepende staart?
T: Daarbuiten lopen allerlei beesten rond, ook katten, die me zomaar grijpen en daar ben ik niet van gediend, dus ben ik op mijn hoede. (Tirza is gesteriliseerd)
M: En toen was je besprongen?
T: Ja, ik dacht dat het een vriendje was, maar ineens greep hij mij vast, daar hou ik niet van.
M: Dat lijkt me niet fijn.
T: Daar heb je gelijk in.
M: Wil je nog wat zeggen?
T: Jammer van die muis dat je het doorhad.
M: Inderdaad, maar we houden wel van je.
T: Ik zal proberen het beter te doen, maar mijn aard is kat.

190813

Wijze les van kat voor elk mens

Wie schrijft die blijft… hoe waar is dat! Als ik niet een aantal van mijn gesprekken met dieren had opgeschreven, dan zou ik ze vergeten zijn. Maar nu lees ik weer een prachtige les die in de huidige tijd voor ons allemaal van belang is.

“Als een echtpaar en ik het gesprek met hun kat beginnen, geeft deze kat aan dat ze eerst alle zorgen gaat wegschuiven. Het is winter en wellicht pakt ze daarom een grote sneeuwschep om haar ruimte zorgenvrij te maken. Als het grootste deel opgeruimd is, pakt ze de bezem en veegt ook de laatste stukjes weg. We willen het gesprek voortzetten, maar ze geeft een nieuw beeld: ramen die ze openzet en waar de allerlaatste vlokjes zorg door kunnen wegvliegen. Zo, nu is de ruimte schoon voor een goed gesprek!”

Het is interessant om van de dieren te horen dat zorgen zo’n impact op hen hebben. Het kan niet anders dan dat wij onderling ook zorgen op elkaar overbrengen. Hoe anders zouden onze gesprekken verlopen als we allemaal eerst de ballast en zorgen uit ons systeem wegwerken, zodat we elkaar in vrijheid en met volle aandacht kunnen ontmoeten?

 

Hyronimus 5: Hyronimus legt uit hoe je contact maakt

M: Kunnen we weer een praatje maken?
H: Jazeker, waar wil je het over hebben?
M: Ik dacht dat ik de vragen stelde.
H: Dat heb je dan niet altijd juist, komt er nog een onderwerp?
M: Hoe gaat het met je jongen?
H: Die zijn eindelijk weg, heel soms komt er nog een in ons gebied, maar ze zijn nu geheel zelfstandig.
M: Vind je dat fijn?
H: Het is de natuur en daarmee onvermijdelijk.
M: Daar heb je geen gevoelens bij?
H: Nee, ik vind dat een beetje gezeur, heb je niets beters om over te praten? Anders kunnen we beter ophouden, ik heb genoeg te doen.
M: Wat vind je van de gedachte als we weer een hond nemen?
H: Moet jij weten, maakt mij niets uit, tenzij je een waakhond neemt, die kan ik een deel van mijn verantwoordelijkheid afstaan.
M: Je bent echt onze bewaker?
H: Jazeker, ik neem die taak serieus.
M: Kunnen we je daarbij helpen?
H: Ja, niet slordig zijn en opletten. Dat is wel belangrijk.
M: Waarom ben je zo aardig tegen ons?
H: Wij drieën, ik, jij en je vrouwtje hebben een historische band van langer terug toen ik nog geen buizerd was.
M: Wil je daarover praten?

Het gaat om het nu en niet over het verleden

H: Eigenlijk niet, het gaat om het nu en niet over het verleden, maar neem maar van me aan dat daar onze band vandaan komt.
M: En jij hebt ons herkend? Was jij dat die op de bloembak op het terras kwam zitten toen wij hier kwamen wonen? (Dat is 11 jaar geleden)
H: Ja, dat was een deel van mij, ik wilde zien of jullie mij ook herkenden, maar dat was niet zo en dat duurde nog een tijd en ik moest er zelfs twee dagen voor in jullie tuin gaan liggen!
M: Ja, zo hebben we eindelijk contact gekregen. Was jij dat die op de afgezaagde boom laatst naar binnen keek?
H: Dat was ik en ik liet me aan je vrouwtje zien zodat ze begrijpt dat ik op haar gesprek zit te wachten.
M: Wat moet ze dan doen?
H: Gewoon gaan zitten, meditatieve houding aannemen en opschrijfboekje bij de hand. Als ze mij in gedachte of ook uitgesproken begroet als Hyronimus, zal ik bij haar binnen kunnen komen. Zij moet zelf het contact leggen, ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens. Geen enkel dier kan dat.

Ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens

M: Dus voorwaarde is dat je je openstelt?
H: Ja en dat gaat het eenvoudigst door het dier te groeten en te vragen of je mag praten, want daarmee geef je jezelf toestemming tot het gesprek en je geeft het dier de ruimte om een eigen keuze te maken.
M: Mooi dat je dat zo helder uitlegt, dat geldt dus voor ieder mens die met dieren wil praten?
H: Dat is juist, maar het geldt ook als je met planten of bomen wilt praten. Je kunt zelfs met landschappen praten, maar dan praat je met een landschapsengel. Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven. Alleen daarom kunnen ze de natuur ook zo kapot maken. Als ze het zouden begrijpen, zou de Aarde weer het paradijs zijn.

Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven

M: Dank je wel, dat was interessante informatie.
H: Graag gedaan.

190813 en 190818

Lesjes van een gehandicapte duif

Vanuit Rome krijg ik een foto van een duif met één poot opgestuurd. Ik ben erg benieuwd hoe deze duif haar handicap beleeft. Het woord handicap resoneert niet. Dat gebeurt wel vaker. Als dieren met een bepaald woord of begrip niks hebben, zijn ze gewoon stil.

‘Je weet wel,’ zeg ik, ‘… gehandicapt, beperkt…’ ‘O, dat. Dat ben ik niet,’ is haar reactie. Ik kijk nog eens naar de foto en zie echt nergens een verstopte poot. ‘Ik zie toch echt dat je iets mist,’ zeg ik. ‘Ik heb één poot en twee vleugels.’ ‘Mag ik eens bij je in je lijf komen om te voelen hoe het is met één poot?’ vraag ik. Ze schuift wat op en ik mag plaatsnemen in haar lijf. Meteen voel ik gecentreerdheid. Die ene poot staat stabiel. Ik merk dat het wel uiterste concentratie vergt. Maar het gaat heel goed. De kracht zit duidelijk in die ene poot en ik realiseer me dat twee poten een makkie zou zijn. En dat terwijl ik me er wel eens over verbaas hoe vogels altijd hun evenwicht vinden op die dunne pootjes. Deze duif kan zich helemaal geen slordigheden permitteren in de zin van een ondoordachte landing.

‘Wat zeur je toch?’ hoor ik. ‘Dit gaat toch?’ Ik denk kennelijk aan de beperkingen van het hebben van één poot en vertel de duif dat wij mensen graag kijken naar wat we missen. ‘Dat is een zienswijze, maar dan trek je een spoor van ballast achter je aan.’ ‘Het is nog sterker,’ voed ik de zaak, ‘Wij kunnen ons zelfs van te voren zorgen maken dat we iets niet zouden kunnen.’ ‘Ongelooflijk! Je laat je dus van tevoren tegenhouden omdat je denkt dat iets niet kan?!’ Als ik dat beaam, lijkt de duif bij wijze van spreken te schuddebuiken van het lachen om zoiets ondenkbaars. En gek genoeg lijk ik een beetje trots dat wij verder kunnen kijken dan het hier en nu en ons die zorgen dus kunnen inbeelden.

‘Heeft het voordelen om één poot te hebben?’ ‘Ja hoor, ik krijg extra eten van mensen. Ik ben bijzonder. Mensen herkennen mij tussen andere duiven.’ ‘Denk je dat je korter leeft omdat je meer inspanning moet leveren?’ Er komt een enorme moeheid over de duif. ‘Wat vraag jij toch gekke dingen! Ga eens wat luchtiger doen, zeg!’ Ik verdedig mezelf door te zeggen dat dit verhaal in mijn boek komt bij het onderwerp handicaps. ‘Nou zeg je het weer! Iets is een handicap als je iets mist. Ik mis niks.’ ‘Je bent een topduif!’ zeg ik. Deze duif heeft het inmiddels helemaal gehad met mij en terwijl ze het gesprek beëindigt door uit mijn beeld weg te lopen, mompelt ze: ‘En jij bent een probleemzoeker!’

Het wil niet lukken om contact te krijgen – wat moet ik leren?

Ik loop alle mij bekende dieren langs waar ik regelmatig contact mee heb, maar er komt niemand. Het is stil, ik kan geen gesprek voeren. Waardoor komt dat?
Zit ik op de verkeerde plaats, ik heb mijn gesprekken altijd in kantoor, maar zit nu thuis in de huiskamer.
Of komt het omdat ik mijn lichaam verontreinigd heb met pijnstillers? Ik heb sinds woensdag 2 oktober hevige kiespijn die ik bestrijd met een stevige dosis Paracetamol en Ibuprofen. Helaas had ik het nodig. Vrijdag heeft de tandarts mijn kies open gemaakt en drie wortelkanaalbehandelingen gedaan, maar de pijn werd niet minder. Zaterdagavond ben ik naar de weekeinde tandarts gegaan en die heeft een andere kies open gemaakt en de drie wortels van die kies behandeld.
Het is nu zondag en de pijn begint gelukkig minder te worden.
Dit was een hele speciale ervaring om geen contact te kunnen krijgen.

Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact

Achteraf terugkijkend zie ik dat dit de te leren les is:
Je moet zorgvuldig met je lichaam zijn om voor deze energieën open te staan. Vervuil je je lichaam te veel met medicijnen of door verkeerde eet- en drinkgewoontes of hevige emoties, dan ben je onvoldoende in staat om contacten te leggen. Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact.

Een gewoon gesprek met een koe

M: Koe, kan ik met je praten?
K: Ja, wat wil je? (Een beetje nors antwoord, niet echt welwillend)
M: Ik zal me even netjes voorstellen ….
K: Ik weet niet of ik veel kan vertellen, maar vraag maar.
M: Hoe is het leven op de boerderij of in de bio-industrie?
K: Ik ben een boerderij koe. We zaten met 60-80 koeien in een stal, waar we allemaal onze vaste plek hadden, nauwelijks beweging. Dat was strontvervelend, niets te doen en meestal alleen maar staan en dat leverde weer pijn in de hoeven en gewrichten op. Dus dan moest je gaan liggen. Maar dat gaan liggen en weer opstaan was erg moeilijk en pijnlijk. Eigenlijk had ik altijd pijn aan mijn gewrichten en dat was niet fijn.

Eigenlijk had ik altijd pijn aan mijn gewrichten en dat was niet fijn.

M: Hoe is dat melken?
K: Ook niet fijn, maar anderzijds je kreeg even aandacht van de mens. Dit mens was meestal wel aardig, er kon wel een klopje vanaf als je je gedroeg en netjes stil stond. Maar soms had ik zo’n pijn aan mijn gewrichten dat ik niet stil kon staan en dan kreeg ik klappen op mijn botten en dat deed ook pijn.

M: Hoe was het om drachtig te worden?
K: Dat drachtig worden was geen pretje, maar als ik dat eenmaal doorstaan had, mocht ik een tijdje in een weiland met andere koeien. Tegen de tijd dat ik mijn jong zou krijgen, ging ik weer naar binnen. Dan kreeg ik een eigen hok waar ik me in kon omdraaien. Als het jong kwam was dat leuk, dan had ik wat te doen, kon ik ervoor zorgen, eraan snuffelen en het likken. Maar nooit lang, m’n jong werd afgepakt en ik zag ze nooit meer terug. Ik werd weer op stal gezet, een andere plek in dezelfde stal en naast een groot gemis van m’n jong, kwam de nog grotere verveling weer terug met de gewrichtspijnen. Niet leuk allemaal.

Naast een groot gemis van m’n jong, kwam de nog grotere verveling weer terug

M: Hoe was het toen je naar de slacht werd gebracht?
K: Daar wil ik eigenlijk niet over praten, nu niet, misschien later een keer.
M: Ben je nu in de hemelse koeienweide?
K: Zo zou je het kunnen noemen.
M: Dank je wel voor dit gesprek, het was heel leerzaam voor mij. Mag ik zeggen tot ziens?
K: mmmm …. (Deze koe had niet echt zin in het gesprek, maar misschien ben ik ook te direct geweest en was dat confronterend.)

Vier maanden later probeer ik nogmaals contact te krijgen me deze koe

M: Dag koe, hoe gaat het nu met je? Wil je al vertellen over de slacht?
K: Nee, daar wil ik voorlopig niet over praten.
M: Was het zo traumatisch dat je er niet over wilt praten of was het wat anders?
K: Ik wil er niet over praten, ben ik duidelijk geweest?
M: Sorry koe, ik zal je voorlopig niet lastig vallen.
K: Fijn.

 

Laten inslapen?

Uit: In de Stilte hoor je alles – Piek Stor in gesprek met dieren

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

Een vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar pekinees moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje niet onnodig laten lijden.

Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat, antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon.

Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…’ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.’

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’

‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet!

Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven heen gepraat moet worden.

Das maakt zich niet druk over mogelijke bedreiging leefgebied

(Een vriend van me vraagt me eens te praten met de dassen in zijn directe woonomgeving. In zijn buurt is een bos met een dassenburcht. Een deel van dat bos, nota bene onderdeel van Natuur Netwerk Nederland, lijkt door de politiek opgeofferd te worden om daar een parkeerplaats voor 500 auto’s te maken voor het naastgelegen speelpark. Hij maakt zich zorgen over de dassenclan die daar leeft en ik spreek daarom met de das.)

M: Das, mag ik je aanspreken in je burcht?
D: (De das laat zich zien, slapend in zijn burcht tegen enkele andere dassen aan, als poezen in elkaar.)
D: Wie ben je en wat wil je?
M: Ik ben … Ik probeer jouw leefgebied te beschermen, omdat dat mogelijk in gevaar is.
D: Hoezo?
M: Jouw buurman met het speelpark wil over een aantal jaren jouw bos gebruiken om auto’s te parkeren.
D: Zei je over een aantal jaren?
M: Ja, het gaat nog wel even duren, maar de plannen worden al gemaakt.
D: Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

M: Dat kan ik begrijpen, maar in de mensenwereld worden plannen lang van te voren gemaakt en pas later uitgevoerd. Het zou voor jou en je familie kunnen betekenen dat je leefgebied ernstig beperkt wordt.
D: Hoezo?
M: Doordat het bos waar je nu leeft deels gekapt gaat worden en parkeerterrein gaat worden.
D: Wat maakt dat uit?
M: Je leefruimte wordt kleiner, je gebied om eten te zoeken wordt kleiner en je woonburcht ligt niet meer rustig, mensen kunnen komen kijken.
D: Dat laatste stoort, maar als ik wat verder moet om eten te zoeken is dat geen probleem. Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

M: Is dat je belangrijkste zorg?
D: Ja, op dit moment wel. Dus ik zou zeggen maak jij je ook maar geen zorgen.
M: Dat moet ik wel doen, want als dat uitgevoerd wordt heeft dat invloed op jouw eten en dat zou ik niet willen.
D: Voorlopig is er niets aan de hand, dus geen zorgen voor mij en over mij. Leuk je gesproken te hebben.
M: Wederzijds.

191115