Rattenserie (1: de gevangen rat)

2010

Ik krijg een mail: “Bijgaand een foto van het knaagdier dat Rosa gistermiddag binnenbracht. Ik vermoed dat het een rat is. Omdat ik die zo weinig zie, heb ik er eens goed naar gekeken en ik moet zeggen dat ik haar/hem wel mooi vond. Mooie oren en ogen, stevige poten en een glanzend vel. Alles net wat groter dan bij een muis. Ik neem aan dat het een verse vangst was, want het lijfje was nog een beetje warm en slap. Ik vraag me al een hele tijd af wat de functie van ratten is (dus los van de hysterische verhalen die mensen over hen verspreiden) en nu ik de kans heb, denk ik natuurlijk meteen aan jou. Ik ben heel benieuwd!”

Dit zijn leuke vragen en ik ga meteen in contact met het dier.
Ik vermoed ook dat het om een ratje gaat en vraag of dat klopt. Ik krijg door dat ratten sterk, slim en snel zijn. Krachtiger dan muizen en met een groter bereik. ‘Muizen zijn lolbroeken,’ vertelt de rat. Dat weet ik inderdaad van muizen en ik moet dan ook gniffelen. Komische diertjes.
De rat laat zien dat zij als soort serieuzer zijn door hun snelheid, sluwheid/slimheid. Deze rat is graag rat en vindt ratten veel ondernemender dan muizen.
‘Wij hebben een energie die krachtig naar voren stoot. Dat stoot mensen af,’ hoor ik met enige trots.
Ik vertel hem dat de vrouw die me deze mail en foto stuurde graag wil weten wat de functie van ratten is. ‘Wij houden de wereld schoon.’ Hij laat zien dat ze van alles eten, ook vlees.
Ik breng in dat er ook gezegd wordt dat ze ziektes overbrengen. ‘Wij zijn met veel en op veel plaatsen.’ De rat kan zich er niet drukker om maken.
Hij vertelt niet graag in huizen te komen, in tegenstelling tot muizen. Wel in schuren. En ik zie buizen en holletjes in de grond waar ze slapen. ‘Wij slapen graag.’ Ik krijg de indruk dat hij overdag bedoelt en dat de nacht hun speelterrein is.
‘Je hebt je laten pakken door een kat,’ zeg ik. Hij laat zien dat je laten pakken door een kat of hond nogal stom is. Het is onachtzaamheid van ratten of vasthoudendheid van de honden of katten. ‘In principe zijn wij sneller/beter,’ legt de rat uit. Dit ziet hij als een overdreven actie van de kat voor de vrouw. Een gebaar naar haar. ‘Normaal gesproken is deze kat geen probleem.’
Toevallig weet ik dat een tijd geleden de andere kat uit dit huis is overleden en ik ben geraakt door de actie van deze kat. Zal ze de vrouw iets hebben willen brengen?
‘Zie jij verbanden?’ vraag ik de rat. ‘Op dit level zie ik verbanden, ja. In mijn omgeving. Mijn energie is niet alleen beperkt tot ratten. Ik kan ook waarnemen wat er bij de kat gebeurt.’
Ik word er even stil van als ik zie hoe zijn rattenenergie zich in diverse andere energiegebieden bevindt.
‘En nu?’ vraag ik hem. Want het blijft een feit dat hij hier fysiek niet meer is.
‘Ik ga zo snel mogelijk terug. Zoals ik al zei: ik vind het leuk om rat te zijn.’
De rat geeft me het gevoel alsof het leven en de dood voor hem een glijbaan zijn: je belandt op de grond, gaat de ladder weer op en glijdt de glijbaan weer af.
Ik zucht een beetje dat het allemaal tijd kost. ‘Tijd? Wat is tijd?’ reageert de rat. Ik voel geen energieverschil tussen hier en daar, zoals de rat het me voorstelt. Het lijkt inderdaad wel een spel voor hem en ik moet denken aan boeken van Kim Sheridan en Penelope Smith. Zij beschrijven daar ook het plezier en het gemak waarmee sommige dieren switchen van fysiek lichaam, naar enkel spirit en weer terug een lichaam in.

Mevrouw uil – vervolg gesprek

M: Hallo mevrouw Uil, of Maria Magdalena, mag ik weer even praten met je? Ik heb over je geschreven en de mensen zijn benieuwd hoe het nu verder gaat met je.
MM: Dag meneer Mulder, ja je mag weer even met me praten. Dat vind ik wel gezellig. Hoewel ik nu mijn uiltje aan het knappen ben, werkt dit op een ander niveau, waardoor ik niet gestoord word in mijn rust.
M: Je hebt in ons gesprek gezegd dat je misschien ooit wel eens zou uitleggen waarom je jouw naam hebt gekozen.
MM: Dat klopt, maar dat ga ik nog niet uitleggen, dat kan pas als we een intiemere band hebben opgebouwd, en die hebben we nog niet. Dit is pas onze derde date, zo snel ben ik niet met me bloot geven!
M: Je hebt zo’n leuke wijze van speken, daar geniet ik van. Ik zal me ook netjes houden aan de protocollen van de derde date. Wil je vertellen over je huisvesting en omgeving?
MM: Dat kan. Zoals je weet woon ik in het bos waar jij ook bij betrokken bent. Ik woon op het eiland, meestal hebben we een boom waar we samen in wonen, slapen we op een tak. En als we jongen krijgen maken we gebruik van een holle boom waar het nest in is gemaakt. Dat gaat heel goed, soms slapen we daar ook wel eens in als het erg slecht weer is, maar liever zit ik op een tak, dan voel ik me meer opgeruimd, veel ventilatie rondom is wel zo fijn.
M: Dat is jullie woonsituatie en hoe gaat het met je leefgebied?
MM: Ja, je weet dat we een mooi leefgebied hebben, ruimte genoeg, weinig storende mensen in de buurt, hoewel ik het soms wel leuk vind om al oehoehend langs te vliegen en de mensen een unheimisch gevoel te geven als we langs komen met z’n tweeën en ieder oehoe zegt. Grapje. We hebben ruimte genoeg om te jagen en ons gebied is eigenlijk helemaal niet zo groot want dat is niet nodig. De andere dieren zijn ook prima om mee te leven, we hebben weinig concurrentie, behalve de Havik, die is soms lastig, die is nogal bezitterig over het gemeenschappelijke jachtterrein. Maar doordat we meestal op verschillende tijden jagen, is dat niet echt een probleem. Wel hebben we de uitkijkboom moeten verruilen, omdat daar de havik graag zit. Is dat genoeg voor vandaag om je publiek tevreden te houden?
M: Dat weet ik niet, maar wel leuk dat je dit allemaal vertelt. En ik ben gecharmeerd van je humor. Dank je wel en tot een volgende keer dan maar weer.
MM: Graag gedaan en tot spoedig, laat je trouwens ook een keer zien, dan kunnen we elkaar persoonlijk begroeten, lijkt me leuk.
M: Mij ook.

201204

Het sterven van Bach

(Deze blog stond eerst op www.piekstor.nl maar is verplaatst naar AnimalTalks)

Het leven van Bach was een veelkleurig pallet.

Het lijkt erop dat het katje alles heeft uitgebuit wat er uit te buiten viel: het vrije buitenleven waar ze haar jachtinstinct volop kwijt kon, het gezinsleven waar ze zowel aan deelnam als zich aan onttrok en het samenleven met andersoortige dieren waar ze geen jacht op mocht maken.

Toen ze vijftien was, brak ze haar poot dusdanig dat het moest worden afgezet tot aan de heup. Bach bleef een jaar binnen.

Na dat jaar kwam ze soms voorzichtig naar buiten en dat bouwde ze heel langzaam op.

In de zomer dat ze negentien was, was ze veel buiten te vinden. Ze was al oud en zocht steeds verschillende plekjes op waar ze weken kon liggen.

Omdat we op een schip wonen en ze nogal eens missprong was het best spannend om haar die vrijheid te geven. Maar ik zag dat ze genoot van het buiten zijn dus ik moest er maar op vertrouwen dat het goed zou gaan.

Haar zicht nam af en op het laatst ging het heel snel. Vanaf september kreeg ze een buitenverbod. Ook omdat haar gehoor minder werd en ze vaak wat wazig bleef staan. Bach was er niet altijd meer helemaal bij.

Maar elke dag kwam ze rond etenstijd naar haar bakje en at ze als een bouwvakker. Ze werd steeds magerder maar ze bleef maar eten en drinken.

Het lukte haar tot het laatste moment om richting haar etensbakje te komen. Het ging via kopstootjes tegen de muur, de tafelpoot en de deur. Maar ze kwam er altijd en het laatste stukje zette ik haar boven haar bakje waar ze eerst wiebelde en vervolgens met smaak ging eten.

De kattenbak kon ze allang niet meer altijd vinden en ze koos steeds andere plekjes om haar behoefte te doen. Ik speelde erop in door kranten neer te leggen op de uitverkoren plekken van dat moment.

Bach lag al weken bij de drie cavia’s in hun verblijf te slapen. Ze schikten zich naar elkaar en dat kon allemaal omdat de cavia’s gewoon in en uit hun hok konden en de hele kamer door konden lopen.

Op zondag derde Advent dag ging het lopen moeizamer. De hond rook op een speciale manier aan haar en ik wist dat het niet lang meer zou duren. Ik vond haar al maanden terminaal, maar het leek erop dat het moment nu toch echt daar was.

De nacht verliep rustig.

Maandagochtend kwam ze het hok niet uit. Een dag van waken bij Bach begon.

Ik vond het best spannend. Zou ze alleen kunnen gaan of moest ik toch de dierenarts laten komen?

Ik observeerde haar continu. Ze lag er steeds rustig bij. Af en toe liet ze een miauwtje horen en dan ging ik naar haar toe en legde mijn hand op haar. Daar werd ze rustig van en zo bleven we een tijd zitten.

Vanaf de middag nam ik haar met regelmaat bij me op de bank en lag ze zoals ze zo vaak bij me lag: pontificaal boven op me, met haar koppie in m’n nek. Het was vredig.

Om acht uur dacht ik dat ze zou gaan en ik maakte nog een foto. Maar Bach bleef maar leven.

Om tien uur was ik moe en ik pakte haar op en legde haar naast me in bed op een lekkere trui. Met mijn hand op haar buik viel ik in slaap. Ik kon alles voelen.

Om elf uur had ze soms wat buikkrampen. Die kwamen en gingen en Bach reageerde er niet op.

Om vijf voor twaalf strekte ze haar poten twee keer. Toen strekte ze haar hele lijfje en stond haar hart stil. Bach vertrok.

 

Heb ik bewust met haar gecommuniceerd?

Niet vaak. Heel soms heb ik via de diercommunicatie contact gezocht en ik kreeg steeds te horen dat ik haar met rust moest laten. Geen dierenarts. Niet op het eind maar ook niet tijdens de periode ervoor toen duidelijk was dat haar lichaam aan het aftakelen was.

Ik had zeer sterk de indruk dat Bach op een natuurlijke manier wilde sterven, zonder enige inmenging van buitenaf. Zelfs geen goedbedoelde ondersteunende ditjes en datjes.

We stonden wel continu in verbinding met elkaar. Kennelijk waren onze zes zintuigen goed op elkaar afgestemd.

Ook met de andere dieren. Daarom kon het zo zijn dat op één vierkante meter een katje aan het sterven was, drie cavia’s ontspannen aan hun hooi knabbelden, de hond met mij wilde spelen en de papegaai vanuit de hoogte het geheel rustig gadesloeg. Alles in perfecte harmonie.

Zo kunnen sterven gun ik iedereen.

Dag lieve Bach…

Mevrouw Uil laat zich horen

Ik zit in een mooie werkruimte in een groot bos en zit klaar om met een dier te praten en wacht welk dier er langs komt. Het blijkt een uil te zijn.

M: Hallo meneer de uil, hoe gaat het?
MM: Hou eens op met die flauwekul en trouwens, ik ben mevrouw Uil zonder de.
M: Neem me niet kwalijk, ik wilde niet lollig zijn, maar was verrast om een uil langs te krijgen. Ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben ….
MM: Dat is prima, ik vind een praatje af en toe wel leuk, zo vaak doe ik dit niet. De meeste mensen maken geen contact.
M: Dat is waar. Ben jij iemand die hier in dit bos woont? En heb je familie hier?
MM: Ja, ik woon in dit bos, het is heerlijk rustig en mijn vent woont hier ook. Het is een veilige plek en er is genoeg jachtterrein omheen om ook voldoende voedsel te hebben.
M: Waarom maakte je contact met mij?
MM: Die vogel die jij Hyronimus noemt suggereerde dit contact en het lijkt me wel leerzaam.
M: Ik denk dat dat dan wederzijds is. Ben jij een filosofische wijze uil?

Ben jij een filosofische wijze uil?

MM: Je weet wat mensen van uilen zeggen.
M: Leuk heb je ook een naam?
MM: Noem mij maar Maria Magdalena.
M: Is dat toeval dat je die naam kiest?
MM: Nee, maar daar vertel ik later nog wel eens over. Dit is genoeg voor de eerste keer. Tot ziens.
M: Dank je wel voor het gesprek.

Een paar maanden later neem ik nog eens contact op.

M: Hallo Maria Magdalena, hoe gaat het?
MM: Je maakt me wakker en dat betekent dat ik even wat brommerig ben.
M: Hebben dieren ook last van stemmingen en een humeur?
MM: Jazeker. Ik kan heel humeurig zijn als ik gestoord word of wanneer ik op jacht ben en het lukt telkens niet. Dat bederft mijn stemming wel, want dat betekent honger. Gelukkig meestal niet zo lang, want dan vind ik wel weer een andere prooi.
M: Je bent eigenlijk wel een hele mooie vogel?
MM: Blij dat je het ziet. De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet. Daarom is er eigenlijk geen communicatie tussen mensen en uilen.

De meeste mensen zien mij nooit en begrijpen uilen ook niet.

M: Vind je dit wel een geslaagde vorm van communiceren met elkaar?
MM: Ja zeker, dit kan heel goed en leuk worden, maar moet het nog wel gaan worden. Nu is het nog over onbenullige dingen.
M: Hoorde ik je nu koetjes en kalfjes zeggen als gespreksstof?
MM: Ja, we kunnen ook spreekwoorden gebruiken en ik vind dat eigenlijk heel leuk om te doen, maar dacht dat jij het misschien niet goed zou begrijpen, daarom heb ik maar eenvoudige taal gekozen.
M: Oh dat is lief van je. Maar spreek maar zoveel mogelijk zoals je zou willen doen, en als ik het niet begrijp vraag ik wel om toelichting. Afgesproken?
MM: Komt voor de bakker.
M: Ik zie je gaat meteen los.
MM: Is deze hitte voor jullie ook een beetje teveel van het goede? (Het is momenteel hoog zomer en erg warm buiten)
M: Ja, eerlijk gezegd wel. Tot dertig graden kan ik nog wel lekker vinden, maar het komt nu teveel daarboven en dan wordt het bij ons in huis wel erg warm met de zon die steeds schijnt? Hoe voelt dat voor jullie?
MM: Je weet dat wij vooral nachtjagers zijn en als het zo heet is zijn er veel dieren die overdag zich verstoppen en dan ’s avonds weer tevoorschijn komen. Dat maakt het voor ons erg eenvoudig om aan eten te komen. Dus eigenlijk wel aangenaam. Je moet alleen een goed dag plek hebben, anders warm je teveel op.
M: Ik snap het, en ik moet helaas stoppen. Er komen mensen aan. Tot een volgende keer.
MM: Oei, die is niet tevreden! (Die opmerking sloeg op mijn kleinkind die met veel lawaai binnenkwam).

191112 – 200809

Niet te filmen

Er is een filmploeg van NPO2 die ons werk in Doorn een tijdje gaat volgen en filmen. We hebben een prachtige, veelbelovende eerste filmdag achter de rug.

Mijn collega´s kunnen vanuit hun expertise best leuke dingen laten zien. Maar ik zit op mijn stoel en alles speelt zich in mijn hoofd af. De mooiste dingen overigens. Beelden, emoties… het voltrekt zich allemaal in mijn binnenste en ik zet het om in zo goed mogelijke woorden.

Maar als `Nederland´ vanaf de bank, al zappend, tv zit te kijken dan willen ze geboeid raken door leuke beelden.

´Hoe ga ik dat voor elkaar krijgen?’ vraag ik een paard aan het eind van ons gesprek. Het dier heeft ons zoveel moois laten zien, het was zo’n mooi gesprek en zo bevestigend voor de vrouw. Maar ja, alles vanuit ieders eigen plek: het paard op stal, de vrouw thuis en ik in mijn praktijkruimte. Hoe kunnen we in vredesnaam het mooie van mijn vak in beeld brengen?

‘Het gaat erom hoe je het uitdraagt,’ hoor ik het paard ineens zeggen.

In alle eenvoud komt de zin eruit. Ik kijk even verbaasd op maar begrijp meteen wat ze bedoelt. En zo is het: het gaat erom hoe je het uitdraagt!

Dat filmen? Ach, dat gaat vast lukken! In februari zullen we het op tv zien.

www.heelcentrumdoorn.nl

Tirza 7: Mijn aard is kat

M: Tirza, kan ik met je praten?
T: Ja, maar niet weer over die muizen, sorry dat was een vergissing, maar die gebeuren. (Ondanks onze eerdere afspraken dat ik het huis weer vrij toegankelijk zou maken en Tirza dan geen muizen meer in huis los zou laten, ging het toch weer fout.)
M: Heb je er spijt van dat je stiekem muizen meebracht?
T: Wat is spijt hebben?
M: Dat je het gevoel hebt dat je iets niet had moeten doen en dat je het de volgende keer niet meer zal doen.
T: Oh, dat. Ik had het niet moeten doen, maar de drang om het te doen is groter.
M: Je bedoelt dat het af en toe blijft gebeuren?
T: Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat.
M: Maar als je wilt groeien, moet je leren je te beheersen en dan hoef je geen muizen meer mee te nemen.
T: Waarom zou ik willen groeien, ik heb toch een prima leven zo?

Ja, ik wil me wel gedragen, maar ik kan het niet altijd, daarvoor ben ik een kat

M: Zoals je wilt. Wat gebeurde er laatst toen je zo schichtig binnenkwam en raar rond de bank rende met zwiepende staart?
T: Daarbuiten lopen allerlei beesten rond, ook katten, die me zomaar grijpen en daar ben ik niet van gediend, dus ben ik op mijn hoede. (Tirza is gesteriliseerd)
M: En toen was je besprongen?
T: Ja, ik dacht dat het een vriendje was, maar ineens greep hij mij vast, daar hou ik niet van.
M: Dat lijkt me niet fijn.
T: Daar heb je gelijk in.
M: Wil je nog wat zeggen?
T: Jammer van die muis dat je het doorhad.
M: Inderdaad, maar we houden wel van je.
T: Ik zal proberen het beter te doen, maar mijn aard is kat.

190813

Wijze les van kat voor elk mens

Wie schrijft die blijft… hoe waar is dat! Als ik niet een aantal van mijn gesprekken met dieren had opgeschreven, dan zou ik ze vergeten zijn. Maar nu lees ik weer een prachtige les die in de huidige tijd voor ons allemaal van belang is.

“Als een echtpaar en ik het gesprek met hun kat beginnen, geeft deze kat aan dat ze eerst alle zorgen gaat wegschuiven. Het is winter en wellicht pakt ze daarom een grote sneeuwschep om haar ruimte zorgenvrij te maken. Als het grootste deel opgeruimd is, pakt ze de bezem en veegt ook de laatste stukjes weg. We willen het gesprek voortzetten, maar ze geeft een nieuw beeld: ramen die ze openzet en waar de allerlaatste vlokjes zorg door kunnen wegvliegen. Zo, nu is de ruimte schoon voor een goed gesprek!”

Het is interessant om van de dieren te horen dat zorgen zo’n impact op hen hebben. Het kan niet anders dan dat wij onderling ook zorgen op elkaar overbrengen. Hoe anders zouden onze gesprekken verlopen als we allemaal eerst de ballast en zorgen uit ons systeem wegwerken, zodat we elkaar in vrijheid en met volle aandacht kunnen ontmoeten?

 

Hyronimus 5: Hyronimus legt uit hoe je contact maakt

M: Kunnen we weer een praatje maken?
H: Jazeker, waar wil je het over hebben?
M: Ik dacht dat ik de vragen stelde.
H: Dat heb je dan niet altijd juist, komt er nog een onderwerp?
M: Hoe gaat het met je jongen?
H: Die zijn eindelijk weg, heel soms komt er nog een in ons gebied, maar ze zijn nu geheel zelfstandig.
M: Vind je dat fijn?
H: Het is de natuur en daarmee onvermijdelijk.
M: Daar heb je geen gevoelens bij?
H: Nee, ik vind dat een beetje gezeur, heb je niets beters om over te praten? Anders kunnen we beter ophouden, ik heb genoeg te doen.
M: Wat vind je van de gedachte als we weer een hond nemen?
H: Moet jij weten, maakt mij niets uit, tenzij je een waakhond neemt, die kan ik een deel van mijn verantwoordelijkheid afstaan.
M: Je bent echt onze bewaker?
H: Jazeker, ik neem die taak serieus.
M: Kunnen we je daarbij helpen?
H: Ja, niet slordig zijn en opletten. Dat is wel belangrijk.
M: Waarom ben je zo aardig tegen ons?
H: Wij drieën, ik, jij en je vrouwtje hebben een historische band van langer terug toen ik nog geen buizerd was.
M: Wil je daarover praten?

Het gaat om het nu en niet over het verleden

H: Eigenlijk niet, het gaat om het nu en niet over het verleden, maar neem maar van me aan dat daar onze band vandaan komt.
M: En jij hebt ons herkend? Was jij dat die op de bloembak op het terras kwam zitten toen wij hier kwamen wonen? (Dat is 11 jaar geleden)
H: Ja, dat was een deel van mij, ik wilde zien of jullie mij ook herkenden, maar dat was niet zo en dat duurde nog een tijd en ik moest er zelfs twee dagen voor in jullie tuin gaan liggen!
M: Ja, zo hebben we eindelijk contact gekregen. Was jij dat die op de afgezaagde boom laatst naar binnen keek?
H: Dat was ik en ik liet me aan je vrouwtje zien zodat ze begrijpt dat ik op haar gesprek zit te wachten.
M: Wat moet ze dan doen?
H: Gewoon gaan zitten, meditatieve houding aannemen en opschrijfboekje bij de hand. Als ze mij in gedachte of ook uitgesproken begroet als Hyronimus, zal ik bij haar binnen kunnen komen. Zij moet zelf het contact leggen, ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens. Geen enkel dier kan dat.

Ik kan niet zonder uitnodiging binnen komen bij een mens

M: Dus voorwaarde is dat je je openstelt?
H: Ja en dat gaat het eenvoudigst door het dier te groeten en te vragen of je mag praten, want daarmee geef je jezelf toestemming tot het gesprek en je geeft het dier de ruimte om een eigen keuze te maken.
M: Mooi dat je dat zo helder uitlegt, dat geldt dus voor ieder mens die met dieren wil praten?
H: Dat is juist, maar het geldt ook als je met planten of bomen wilt praten. Je kunt zelfs met landschappen praten, maar dan praat je met een landschapsengel. Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven. Alleen daarom kunnen ze de natuur ook zo kapot maken. Als ze het zouden begrijpen, zou de Aarde weer het paradijs zijn.

Er is veel verborgen voor mensen omdat ze in duisternis leven

M: Dank je wel, dat was interessante informatie.
H: Graag gedaan.

190813 en 190818

Lesjes van een gehandicapte duif

Vanuit Rome krijg ik een foto van een duif met één poot opgestuurd. Ik ben erg benieuwd hoe deze duif haar handicap beleeft. Het woord handicap resoneert niet. Dat gebeurt wel vaker. Als dieren met een bepaald woord of begrip niks hebben, zijn ze gewoon stil.

‘Je weet wel,’ zeg ik, ‘… gehandicapt, beperkt…’ ‘O, dat. Dat ben ik niet,’ is haar reactie. Ik kijk nog eens naar de foto en zie echt nergens een verstopte poot. ‘Ik zie toch echt dat je iets mist,’ zeg ik. ‘Ik heb één poot en twee vleugels.’ ‘Mag ik eens bij je in je lijf komen om te voelen hoe het is met één poot?’ vraag ik. Ze schuift wat op en ik mag plaatsnemen in haar lijf. Meteen voel ik gecentreerdheid. Die ene poot staat stabiel. Ik merk dat het wel uiterste concentratie vergt. Maar het gaat heel goed. De kracht zit duidelijk in die ene poot en ik realiseer me dat twee poten een makkie zou zijn. En dat terwijl ik me er wel eens over verbaas hoe vogels altijd hun evenwicht vinden op die dunne pootjes. Deze duif kan zich helemaal geen slordigheden permitteren in de zin van een ondoordachte landing.

‘Wat zeur je toch?’ hoor ik. ‘Dit gaat toch?’ Ik denk kennelijk aan de beperkingen van het hebben van één poot en vertel de duif dat wij mensen graag kijken naar wat we missen. ‘Dat is een zienswijze, maar dan trek je een spoor van ballast achter je aan.’ ‘Het is nog sterker,’ voed ik de zaak, ‘Wij kunnen ons zelfs van te voren zorgen maken dat we iets niet zouden kunnen.’ ‘Ongelooflijk! Je laat je dus van tevoren tegenhouden omdat je denkt dat iets niet kan?!’ Als ik dat beaam, lijkt de duif bij wijze van spreken te schuddebuiken van het lachen om zoiets ondenkbaars. En gek genoeg lijk ik een beetje trots dat wij verder kunnen kijken dan het hier en nu en ons die zorgen dus kunnen inbeelden.

‘Heeft het voordelen om één poot te hebben?’ ‘Ja hoor, ik krijg extra eten van mensen. Ik ben bijzonder. Mensen herkennen mij tussen andere duiven.’ ‘Denk je dat je korter leeft omdat je meer inspanning moet leveren?’ Er komt een enorme moeheid over de duif. ‘Wat vraag jij toch gekke dingen! Ga eens wat luchtiger doen, zeg!’ Ik verdedig mezelf door te zeggen dat dit verhaal in mijn boek komt bij het onderwerp handicaps. ‘Nou zeg je het weer! Iets is een handicap als je iets mist. Ik mis niks.’ ‘Je bent een topduif!’ zeg ik. Deze duif heeft het inmiddels helemaal gehad met mij en terwijl ze het gesprek beëindigt door uit mijn beeld weg te lopen, mompelt ze: ‘En jij bent een probleemzoeker!’

Het wil niet lukken om contact te krijgen – wat moet ik leren?

Ik loop alle mij bekende dieren langs waar ik regelmatig contact mee heb, maar er komt niemand. Het is stil, ik kan geen gesprek voeren. Waardoor komt dat?
Zit ik op de verkeerde plaats, ik heb mijn gesprekken altijd in kantoor, maar zit nu thuis in de huiskamer.
Of komt het omdat ik mijn lichaam verontreinigd heb met pijnstillers? Ik heb sinds woensdag 2 oktober hevige kiespijn die ik bestrijd met een stevige dosis Paracetamol en Ibuprofen. Helaas had ik het nodig. Vrijdag heeft de tandarts mijn kies open gemaakt en drie wortelkanaalbehandelingen gedaan, maar de pijn werd niet minder. Zaterdagavond ben ik naar de weekeinde tandarts gegaan en die heeft een andere kies open gemaakt en de drie wortels van die kies behandeld.
Het is nu zondag en de pijn begint gelukkig minder te worden.
Dit was een hele speciale ervaring om geen contact te kunnen krijgen.

Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact

Achteraf terugkijkend zie ik dat dit de te leren les is:
Je moet zorgvuldig met je lichaam zijn om voor deze energieën open te staan. Vervuil je je lichaam te veel met medicijnen of door verkeerde eet- en drinkgewoontes of hevige emoties, dan ben je onvoldoende in staat om contacten te leggen. Je kanaal is niet schoon en dan krijg je geen contact.