Quality time

Als we een gesprek afsluiten krijgt een dier altijd het laatste woord. Dat vind ik een goede gewoonte die ik erin houd.
Na een vlot gesprek met een hond waarin alles helder verliep en de eigenaar alles herkende, stelde het diertje me op het eind voor een raadsel.
Hij liet een koekje zien dus ik vroeg of hij wel eens koekjes krijgt.
‘Nee, eigenlijk niet. Door de medicatie heeft hij de neiging te dik te worden en de dierenarts zei dat hij tere pootjes heeft dus ik pas erg op met zijn voeding,’ antwoordde de eigenaar.
Ik bleef het beeld echter maar door krijgen van de hond en helaas moesten we het gesprek afsluiten met iets dat we niet begrepen.
Tot de vrouw ineens riep: ‘O … wacht even! Als ik thuis kom van mijn werk drink ik altijd een kopje thee en daar neem ik een biscuittje bij. Hij krijgt dan een heel klein stukje. Dat is ook het enige dat hij krijgt!’
Meteen begreep ik wat de hond bedoelde: dit soort momenten is quality time!

Het resusaapje Dip die als proefdier gebruikt is

M: Dag Dip mag ik contact met je opnemen?
D: (heel boos) Ja, ik wil praten, dit is onacceptabel wat er gebeurd is.
M: Waarom ben je zo boos?
D: Dat zou jij ook zijn als je gewoon als aap geboren wordt en je daarna als proefdier wordt gebruikt om iets voor jullie te ontwikkelen en als we dat dan gedaan hebben, worden we als dank dood gemaakt.
M: Als je het zo verteld kan ik dat wel met je meevoelen. Maar het verhaal is natuurlijk wel wat genuanceerder.
D: Nou voor mij niet. Ik ben nu dood en jij niet, misschien wel dankzij mij. Dus ben jij ook schuldig aan mijn dood.
M: Lieverd, je bent wel heel kort door de bocht. Wil je wel praten of wil je je alleen maar afreageren? Dat mag ook, maar ik ben ook heel benieuwd naar hoe jij dit proces de afgelopen maanden gevoeld hebt.
D: Ja ik ben boos, maar als ik probeer reëel te zijn wil ik toch wel graag met je praten. Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

M: Zullen we bij het begin beginnen?
D: Ja. Ik ben geboren in een familie van resusapen die in principe zijn voorbestemd als proefdieren. Dat betekent dat we in kooien geboren worden, we leven wel in familie verband, maar regelmatig worden er familieleden uitgekozen om als proefdier ergens voor gebruikt te worden. En wat ik nu weet is dat een ondankbare taak want nadat ze proeven op je hebben genomen, wordt je gedood en uit elkaar gehaald en wordt ieder stukje van je lijf bestudeerd.


M: Heb je daar moeite mee?
D: Nee, eigenlijk niet. Ik wist toen ik hier naar toe kwam wat me te wachten stond. Mijn keuze om een proefdier aapje te worden heb ik zelf gemaakt. Dat betekent dat je niet in het wild opgroeit maar dicht bij de mensen, dat biedt mogelijkheden voor je toekomstige ontwikkeling als individu bij een volgende geboorte. Dus de keuze om als proefdier geboren te worden was een eigen keuze. Daar staat dus een veel snellere ontwikkeling tegenover dan wanneer je als vrije aap ergens terecht komt. Het feit dat wij ons vrijwillig opofferen is een belangrijk deel van onze taak hier in dit leven.
M: Dan is er toch geen reden om boos te zijn?
D: Ja en nee. Natuurlijk wil je het liefst als vrije aap leven, ergens op een plek waar het leven goed is en waar we niet steeds worden gemarteld voor onderzoek. Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan. Ik had ook kunnen kiezen om als aap kunstjes op markten te doen, dan ben je ook dicht bij de mensen en dat geeft je ontwikkeling een boost. Maar het gaat om de ultieme opoffering en dat doe je als proefdier. Dus ik wist dat dit mijn lot zou zijn, maar ik ben boos omdat ik me verraden voel. Proefdieren zijn niet nodig, het kan ook anders, zonder er dieren voor dood te maken en met toch min of meer dezelfde resultaten, alleen zal de mens dan zelf wat meer risico’s moeten nemen of het onderzoek wat veiliger uitvoeren. Nu wordt er op een goedkope manier gebruik, zeg liever misbruik, gemaakt van ons en dat is alleen maar voor het geldelijke gewin als het ook anders had gekund. Maar goed ik heb mijn punt wel gemaakt denk ik.

Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan.

M: Ja, je bent duidelijk. Toch heb ik nog een vraag aan je. Hoe heb je jouw leven ervaren als proefdier?
D: In eerste instantie was het best een goed leven. Gezamenlijk in de groep met lieve mensen om me heen die ook echt van ons dieren houden, dat voel je. Het zijn geen martelaren onze verzorgers en de wetenschappers die met ons werken. Maar dan komt het moment dat je ‘uitverkoren’ wordt. Dat is een eer, maar ook het begin van een moeilijke periode waarin we heel veel ellende moeten verdragen. Veel prikken en veel bloedafnames en veel onderzoeken, waarbij we soms verdoofd zijn, maar zeker niet altijd. Wel zijn de mensen erg zorgvuldig met ons. Er gaat wel eens iets mis, maar dat is niet de bedoeling en je hebt echt een heel ander leven dan die varkens die alleen maar voor hun vlees gefokt worden. Vanaf je eerste moment dat je nu echt proefdier bent geworden is het leven zwaar. De besmetting in mijn geval was ook niet fijn maar wel begrijpelijk. Je begint je dan wel ziek te voelen, maar het is dragelijk. Maar de mensen om je heen zijn ineens geen mensen meer maar een stel enge pakken. En de mensen proberen hun gevoelens voor je ook te onderdrukken, misschien omdat het hen ook pijn doet, maar wij voelen ons dan juist erg verlaten. Maar het oneerlijkste vind ik dat je als dank voor je bewezen diensten gedood wordt. Dat zou niet moeten mogen. We hebben ons al voor de wetenschap opgeofferd en zouden dan eigenlijk van onze rust moeten mogen genieten. Dat was helaas niet zo, tenminste niet in levende lijve. Nu hebben we wel rust, maar toch mis je die interactie met anderen, ook met mensen.


M: Dank je wel dat je dit met me wilde delen, heel erg bedankt. Wil je nog iets zeggen?
D: Jij ook dank je wel dat je naar mij informeerde, ik moest dit wel even kwijt.
Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant van zaterdag 10 juli 2021 waarin twee resusaapjes Chip en Dip als proefdier werden gevolgd in het kader van dierproeven om het coronavirus te testen, heb ik contact gezocht met Dip die me bovenstaand verhaal vertelde. De drie foto’s zijn overgenomen uit het artikel van De Volkskrant. 

210713

Moeder overste van de olifanten vertelt – 2

M: Dag Tara, kunnen we weer samen praten?
T: Ja Eddy, dat is prima. Het is hier rustig en de kudde zit goed in z’n vel, dus ik heb ook lekker rust op de savanne. Wat wil je weten?
M: Kun je me iets vertellen over jouw weg om de leider van jouw kudde te worden en hoe jullie nu leven?
T: Dat kan wel. Ik werd uiteraard als klein olifantje geboren, maar mijn moeder was de dochter van de leidster en daardoor had ik al een bijzondere positie. Ik werd zogezegd als klein olifantje al opgevoed om later een soort moeder overste te worden.
M: Wat grappig, betekent dat dat er bij jullie een soort boven en onder clan was en dat er standen verschillen zijn?
T: Nee, eigenlijk niet. Ik ben als gewoon olifantje groot gebracht door de hele kudde en had niet meer respect dan ik zelf verdiende. Maar er komt zoiets bij als gave om een leider te worden en blijkbaar beschik ik over die gave en werd dat al vroeg bij mij erkend. Daardoor kreeg ik geen speciale behandeling, maar kreeg ik wel extra lessen. Mijn moeder is nooit leidster geweest, maar ik ben, niet als enige anderen, wel in een vorm van opleiding terecht gekomen om leidster te kunnen worden. Dan gaat het er daarna om dat je wijsheid ontwikkelt. Met die eigenschappen, leider eigenschap en wijsheid, heb je alles in je om leidster te kunnen worden. Wie het dan uiteindelijk wordt, wordt bepaald wie alle jaren goed overleeft en wie dat op een slimme manier doet. Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

M: Ja, dat begrijp ik heel goed, dat is een verstandige manier om met alle risico’s die het leven met zich mee brengt om te gaan.
T: Dat is in het kort mijn verhaal. Ik zou er nog wel dieper op in kunnen gaan als je wilt.
M: Dat zou ik leuk vinden.
T: Spoorzoeken is een belangrijk deel van ons bestaan. We zwerven altijd rond over savannes en het is niet altijd het beste weer. Soms is het te lang heel droog en soms is het erg winderig waardoor alles ook uitdroogt. Dus voor ons is erg belangrijk dat we goede plekken, als water plekken of beschuttingsplekken of plekken waar stropers veel komen, goed kunnen herkennen. Dat doen we door spoorzoeken. Je kunt niet alleen af gaan op je visuele waarnemingen, want als je na een jaar weer ergens op dezelfde plek terug komt, kan het er anders uitzien. Bomen en struiken kunnen groter zijn of er niet meer zijn. Rivierbeddingen kunnen opgedroogd zijn of verplaatst. Zelfs glooiingen in het landschap kunnen veranderd zijn. In die omgeving is het best wel een kunst om je eigen sporen steeds terug te vinden en de goede plekken te onthouden en vooral weer terug te vinden als je er 100 km vandaan bent bijvoorbeeld.
M: Dat begrijp ik. Dat spoorzoeken is zo ongeveer het belangrijkste om goed te kunnen om te overleven.

We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders.

T: Nou dat niet alleen, al is het wel heel belangrijk en wij leiders doen dat voor een deel visueel, maar dat is niet genoeg, dus ook op geur, maar daar red je het ook niet helemaal mee na een lange periode. We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders. Maar met die aansluiting kunnen we ook communiceren en dat helpt ons ook om de weg te vinden. Maar naast het belang van spoorzoeken is het ook heel belangrijk dat je sociale vaardigheden hebt. Hoe ga je om met ruzie in de tent? Hoe ga je om met lastige stieren die steeds weer last van hun hormonen krijgen en dan moet je ze weer weg sturen. Maar het is ook belangrijk dat je over het nageslacht waakt, daar heb je de stieren weer voor nodig. Zoals je ziet is het leiden van een groep best wel een stevige klus. En ga nu maar alles wat ik verteld heb proberen te controleren om te weten of het juist is. Of doe je dat niet?
M: Ja, natuurlijk doe ik dat. Ik heb ook voor mezelf steeds de bevestiging nodig dat wat ik doe bestaat, dat het werkelijk is en dat ik niet gewoon erg veel fantasie heb. Dus zal ik het wel moeten controleren, maar dat zal niet eenvoudig zijn. Maar ik ga mijn best doen. Dank je wel weer voor de uitgebreide informatie die je me gaf.
T: Tot een volgende keer.

210506

Geen bescheidenheid voor mij

In de loop der jaren heb ik diverse gesprekken met kleine diertjes gehad, waaronder verschillende soorten spinnen. Uit het boek “In de Stilte hoor je alles”:

Ook met de ‘zwart-witte-spring-spin’ heb ik veel plezier. Dat kleine diertje heeft me toch een air… Ik vind het best stoer dat ik met haar spreek, want dit is een spinnensoort waar ik vroeger bang voor was. Ik vertel dat haar soort in de vensterbank van het schoollokaal rondsprong, pal naast mijn tafel. Ik kon de les niet meer volgen omdat ik ze de hele tijd in de gaten moest houden met hun gekke gespring. ‘Springen is zo leuk! Hop! En je bent ergens anders!’ haakt ze in.

Mijn aversie tegen de soort zit me wat in de weg en ik vraag of ze me wil laten ervaren hoe haar lijf voelt. Meteen merk ik dat ze ontzettend laag bij de grond zit. ‘Ja, je moet opletten waar je loopt.’ Ze laat voelen hoe snel ze kan lopen en laat me haar sprongen ervaren. Ze raakt aan de babbel: ‘Het springen is zo lekker en zo knap! Ik ben snel en hard. Ik hou niet van overleggen. Ik ben het type van meteen aanpakken. Ik maak korte metten met alles wat me in de weg staat. Ik ben geen softie.’ Ze vertelt dat het springen ook aanvallend kan zijn. Ze wil anderen wel eens een beetje bang maken, dan moeten ze wegwezen. Ze is trots als anderen zenuwachtig van haar worden. ‘Ik wil niet onopvallend zijn. Ik ben het type van: borst vooruit en doordouwen.’

Haar houding is heel anders dan die van de spin die zich afvroeg of ze bij ons in vijandig gebied was en ik vraag haar waarom ze juist dit soort spin is. ‘Ik leer daadkrachtig zijn en meteen beslissingen nemen. Anders is het gebeurd met mij omdat ik zo opvallend ben.’ ‘Je wilt dus niet stilzwijgend door het leven?’ ‘Nee, met veel bombarie! Geen bescheidenheid voor mij.’ Ik vraag of ze tot slot nog wat te zeggen heeft. ‘Ja, ga allemaal maar aan de kant als ik eraan kom!’ Ik moet om het beestje lachen en mijn antipathie is helemaal verdwenen.

Een gesprek met een getraumatiseerde neushoorn wees in Afrika

Ik krijg bericht van een vriendin die me dringend vraagt om te proberen contact te leggen met een net binnengebrachte wees neushoorn van zeven maanden oud die totaal getraumatiseerd is door wat hem is overkomen. Het verzoek is om te kijken of ik contact kan krijgen en hem duidelijk kan maken wat er is gebeurd en dat hij nu is opgevangen en de mensen die hem nu verzorgen wel kan vertrouwen. Want dat doet hij nu nog niet. Hij accepteert alleen geblinddoekt of met de verzorgers uit het zicht zijn fles. En die heeft hij nodig om te overleven. 

M: Lieve Duane, mag ik proberen met jou contact te leggen en je uitleggen in welke situatie je nu terecht bent gekomen? Wil je mij accepteren als een gesprekspartner?
D: …
M: Heel graag wil ik met je praten en ik stuur alle liefde die ik voel naar je toe om je weer een beetje vertrouwen in het leven terug te geven. Ik hoorde dat je een vechter bent, dus geef me de kans met je te praten.
D: … (ik voel dat er enige respons komt)
M: Lieve Hyronimus, zou je me kunnen helpen met Duane in contact te komen, want hij vertrouwt nog geen mens en daar heb ik alle begrip voor.
H: Ik zal Duane vertellen dat hij jou kan vertrouwen en misschien wil hij dan wel met je praten.
M: Dank je wel Hyronimus!
M: Duane, denk je dat we nu kunnen praten?
D: … (hij is nog steeds verdoofd van zijn trauma en is nog niet in staat contact te leggen laat hij me weten)
M: Duane, het contact moet op een ander niveau plaatsvinden, op je ziele niveau en daar ben je niet getraumatiseerd en kun je wel functioneren.
D: … (hij kan de kramp van het trauma nog niet los laten en kan dus niet reageren, ik zal het wat tijd geven en later opnieuw contact opnemen)
M: Ik zal je liefde blijven sturen en laat je verder met rust nu. Ik neem later wel weer contact met je op. Hou je taai, lieverd.
M: Hyronimus, kun jij Duane helpen met zijn trauma kramp los te laten?
H: Ik zal mijn best doen, maar dat blijft afwachten.
M: Dank je wel Hyronimus, wat ben jij toch een mooie leermeester en vriend!

Een zielig hoopje baby neushoorn

Na een dag afstand genomen te hebben van mijn eerste gesprek met Duane, krijg ik het gevoel dat hij nu misschien wel bereid is te praten.

M: Lieve Duane, denk je dat je nu zover bent dat we zouden kunnen communiceren, dat ik ‘praten’ noem? Ik zou het heel bijzonder vinden als ik je mag proberen bij te staan in deze uitzonderlijk moeilijke tijd voor jou.
D: …
M: (Ik open heel mijn hart naar Duane en laat hem voelen dat ik er echt voor hem wil zijn en dat hij niet bang voor me hoeft te zijn en ik wacht af …)
D: Ik wil eigenlijk alleen maar in mezelf gekropen in een heel klein hoekje zitten. Waarom zou ik, als ik me zo ellendig voel met jou willen praten?
M: Dank je wel Duane, sorry dat ik met je wil praten, maar ik denk dat ik je misschien kan helpen het leven wat beter te accepteren van hoe het nu is, zonder je moeder en zonder dat je buiten leeft.
D: Hoe wil je dat doen, ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

Ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

M: Dat begrijp ik heel goed. Mensen hebben jou en je moeder hele erge dingen aangedaan, ze hebben je moeder vermoord en jou alleen en in paniek achter gelaten. Maar dat zijn hele slechte mensen. Gelukkig zijn de meeste mensen heel aardig en juist bijzonder vriendelijk naar jou toe. Zeker de mensen die je nu hebben opgevangen, ze houden heel veel van je en willen je de best mogelijke zorg geven. Daarom geven ze je eten in een fles en zo kun je groot worden. Als je meer gewend bent dan mag je waarschijnlijk bij de andere neushoorns in de opvang komen en kun je vriendjes worden met hun. Dan wordt het leven echt heel anders.
D: Dat kan ik me niet voorstellen.
M: Maar dat is toch echt zo. Ga maar eens heel diep bij jezelf naar binnen, naar je ziele-zelf en daar kun je, zoals je nu met mij ‘praat’, ook met je soortgenoten praten en kun je hun verhalen horen over de opvang waar je nu terecht bent gekomen. Zij zullen eigenlijk alleen maar mooie verhalen vertellen over hoe goed de mensen in de opvang voor jullie zorgen, zodat jullie later weer in de vrije wildernis kunnen worden uitgezet.
D: Maar daar komen we weer van de afschuwelijke mannen tegen die alleen maar dood en verderf zaaien …
M: Dat risico is er helaas altijd in de vrije wildernis. Maar er worden steeds meer Rangers aangesteld die er juist op moeten toezien dat deze slechte mensen worden opgepakt en gevangen worden gezet. Zullen we even terug gaan naar het hier en nu. Je bent een baby neushoorn die zijn moeder nodig heeft, maar die is helaas niet meer in leven, ze is dood.
D: Ja, dat weet ik ook wel, ik heb het zelf gezien hoe dat gebeurde en daar ben ik behoorlijk ondersteboven van.
M: Dat begrijp ik. Maar doordat je nu zonder je moeder moet leven en je wel verzorging nodig hebt, hebben ze je naar deze opvang gebracht. En ik snap dat alleen al deze reis hierheen je trauma’s niet verkleind heeft. Maar je bent er nu een paar dagen en je zult gemerkt hebben dat ze alleen maar heel lief voor je zijn en het beste met je voor hebben.
D: Leven met een blinddoek is niet het beste voorhebben met mij!
M: Ik voel dat je nog boosheid hebt naar mensen, maar dat is in dit geval niet nodig. Deze mensen zijn bijzonder lief voor je en je zult ook gemerkt hebben dat ze naar je stralen. Dat is liefde en die heb je nodig en mag je accepteren van deze mensen. Ze geven je ook te eten en zodra jij ze niet meer zo eng vindt, heb je ook geen blinddoek meer nodig.
D: Die heb ik ook niet meer, maar de mensen blijven wel eng in mijn ogen. Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

M: Dat lijkt misschien zo, maar het is niet waar. Ze zitten aan je en geven je prikken omdat ze willen dat je een gezonde en grote neushoorn kunt worden. En daarvoor onderzoeken ze je om te kijken of je gezond bent en/of je geen schade hebt opgelopen bij alles wat hiervoor is gebeurd. Kun je dat begrijpen?
D: Ik ben niet dom, maar het voelt niet zo als je het nu vertelt. Ik voel het als aantasting van mijn integriteit van mijn lijf, dat is van mij en daar moeten ze niet aanzitten.
M: Ik begrijp je weerstand, maar dit is echt alleen maar nu in het begin om te weten hoe gezond je bent. En het zal waarschijnlijk ook al bijna of helemaal voorbij zijn. En dan gaat het er om om jou zo goed mogelijk te voeden en te zorgen dat je een grote jongen gaat worden. Daar zijn ze nu mee bezig. Als je in staat bent om je boosheid naar mensen los te laten en te accepteren dat ze allemaal heel goed voor je willen zorgen, gaat het jou ook snel weer beter. En hoe sneller het beter gaat hoe sneller jij ook bij de andere opgevangen neushoorns mag komen en je daar vriendjes kunt maken. Trouwens je kunt ook bij de mensen vriendjes maken, er zijn mensen die zelfs wel bij je willen slapen om aan elkaar te wennen en om zo vriendjes te worden. Snap je dat?
D: Ja, dat snap ik en ze hebben me al wel geprobeerd te benaderen, maar daar ben ik nog niet van gediend.
M: Ben je daar niet van gediend of ben je er bang voor?
D: Ja, dat laatste, ik vertrouw mensen niet.
M: Deze mensen mag je vertrouwen, ze zijn echt heel bijzonder lief voor je en je zult ze gaan vertrouwen en dan ben je heel blij met ze. In ieder geval een aantal van hen. Denk je dat ik je een beetje heb kunnen helpen om wat meer vertrouwen naar de toekomst te krijgen?
D: Ja, dat denk ik wel. Het heeft me wel geholpen om een beetje anders naar deze mensen te kijken.
M: Daar ben ik heel blij om. Is het voor nu genoeg en kan ik nu weer iets anders gaan doen?
D: Kom je ook weer snel terug? Bij jou krijg ik een vertrouwd gevoel en daar heeft die rare vogel ook mee geholpen. Ik wist eerst niet wat die kwam doen, maar hij heeft me echt geholpen en nu jij ook. Dank je wel.
M: Wil je nog iets zeggen?
D: Ja, je noemt me steeds Duane, waar komt dat vandaan?
M: Zo hebben de mensen die jou opvangen je genoemd, vind je dat OK?
D: Eigenlijk heb ik een andere naam … maar dat komt misschien later nog wel eens of ik blijf bij deze naam. Weet ik nog niet. Tot gauw weer hopelijk.
M: Dag lieverd.

Uiteindelijk overwint liefde echt alles, al na enkele dagen

Een update over Duane van 24 juni 2021

Alle foto’s van Facebook: https://www.facebook.com/TheRhinoOrphanage/

210622/210624

Dieren als warme leraar

In gesprekken waarin ik tolk komt soms op humoristische wijze naar voren dat dieren leraren kunnen zijn voor hun mensen.

Zo was er een hond die doorgaf dat hij genoot van zijn lichaam, dat hij er mooi uitzag en dat hij dit op straat ook uitstraalde. De eigenaar kon dat helemaal begrijpen. Ze had zelf ook al vaker gezegd dat de hond liep te showen buiten.

‘Zij mag ook wel wat rechter op lopen,’ liet de hond daarop weten.

Oeps, daar werd de vrouw even stil van maar ze wist precies wat de hond bedoelde.

Er zijn ook honden die tijdens een gesprek duidelijk laten weten dat ze meer leiding en grenzen willen. Ik hoor dan wel eens zuchtend: ‘O, dit is precies waar ik in mijn leven met mensen ook tegenaan loop.’

Vaak is men wel blij met zo’n leraar. Van een dier weet je zeker dat hij je nooit afvalt en dat hij eindeloos geduld heeft. Bovendien kun je aan het directe gedrag meteen zien wat je niet goed deed en waar je jezelf (weer) op mag corrigeren.

Maar dieren leren mensen ook te ontvangen (hun liefde en aandacht, gratis en voor niks) en rustig te zitten.

Zo vond een kat dat een vrouw zich veel te druk maakte en ging ze vaak bij haar op schoot zitten. De kat vertelde dat ze heus wel ergens anders kon slapen maar dat deze vrouw zo hardleers was in het zichzelf voorbij lopen dat ze er wel op in móest grijpen.

Stalbranden: weer 4600 varkens omgekomen, wat vinden de varkens er zelf van?

M: Kan ik praten met een varken dat dinsdag bij de stalbrand is omgekomen?
V1: Ja, ik ben bereid over deze verschrikking te praten.
M: Dank je wel varken 1, zoals ik je voorlopig maar zal noemen. Was het een heel erg drama?
V1: Dat was het zeker. Ik weet niet waar de brand is begonnen, maar doordat alles potdicht zit en wel met elkaar onderling verbonden is, kun je niet weten waar er iets gebeurd, maar krijg je wel te maken met de gevolgen ervan. En die gevolgen waren verschrikkelijk. Als eerste hoorden we het gekrijs van onze mede stalgenoten die er duidelijk dicht op zaten en zelf deels in brand zijn geraakt. In mijn deel was het vooral de rookontwikkeling die zo heftig was dat we geen adem meer konden krijgen en allemaal gestikt zijn, nadat we eerst de longen uit ons lijf hebben geschreeuwd van doodsangst.
M: Was het zo erg?
V1: Dat was het. Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt. Je wordt verschrikkelijk benauwd. Dan volgen de verlammingen en wat later kan je alleen nog maar liggen, af en toe stuiptrekken en dan gaat het licht uit, figuurlijk dan, want letterlijk is dat allang uitgegaan. Ik praat het er nu langzaam nuchter over, maar de paniek die je met z’n allen voelt is niet te begrijpen zo erg. Je weer ook niet dat het zo zal aflopen, je denkt eerst nog dat de mens wel voor je zal zorgen, zoals hij dat altijd doet. Maar in zo’n brandsituatie doet hij niets meer voor je en laat hij je aan je lot over.

Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt.

M: Ben je daar boos over?
V1: Nee, dat niet. De mens geeft ons altijd eten op tijd en doet soms niet fijne dingen met ons, maar we kunnen wel altijd op hem rekenen, zelfs als we naar de slacht gebracht worden, hoe erg dat ook is. Maar dat weten we dat het er aan komt. Maar bij zo’n brand weet je helemaal niet wat er gaat komen en je bent alleen maar vreselijk in paniek. Op zo’n moment verwacht je dat de mens er ook voor je zal zijn. Maar hij wil wel helpen, maar kan niet. We gaan gewoon dood, na ja gewoon … Dus geen verwijt, maar het is wel allemaal ongelukkig verlopen, ook voor de mens waarschijnlijk.
M: Dank je wel varken 1, is er nog een varken dat met mij zou willen praten? Eentje die in de brandhaard zat misschien?


V2: Dat ben ik. Ik ben een klein biggetje en het andere varken was een groot moeder varken. Ik ben een mannetjes big, nou ja, ik moet zeggen, ik was een mannetjes big, slechts enkele weken oud. Ik lag net lekker bij mijn moeder te drinken en hoorde een harde knal en meteen was er vuur. Ik weet dat omdat ik in mijn vorige varkensleven ook vuur heb meegemaakt en al die kennis krijg je mee als je opnieuw geboren wordt. Door het vuur vielen er allerlei brandende delen uit het dak en die vielen op ons, waardoor we zelf in brand raakten en dat is pijnlijk. Heel erg pijnlijk omdat het blijft doorbranden terwijl het op je ligt en er valt steeds meer brandend materiaal op je. Mijn moeder en mijn broertjes en zusjes zaten allemaal in hetzelfde schuitje, we werden in brand gestoken door alles wat er op ons neerviel. En natuurlijk gilden we zo hard als we konden, maar het hielp niet. Ook de rook was verstikkend, en of we nu door de rook zijn gestikt of door het vuur zijn omgekomen, ik weet het niet. Maar het was heel erg heftig en we hadden ook allemaal paniek. Nee, dit was geen prettig einde van ons leven. Op de normale manier zou ook niet prettig zijn, maar als mannetje heb je dan nog het voordeel dat je niet zo lang hoeft te leven, je wordt vet gemest en dan wordt je al naar de slacht gebracht en dan is het voorlopig weer klaar. Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet. En ook als het niet allemaal prettig is, je weet wel hoe het zal gaan.

Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet.

M: Jullie kiezen dus eigenlijk voor de zekerheid van iets wat je kent en niet voor het onbekende? En als je nu een keuze had of overwoog om varken te worden in een varkensboerderij waar de dieren vrij kunnen rondlopen en een veel beter leven hebben?
V2: Dan denk ik dat we daar wel allemaal voor zouden kiezen, maar zoveel plaats is er niet. Er zijn slechts enkele plekken op zo’n boerderij beschikbaar. De rest zal toch in een varkensfabriek terecht komen omdat we nu eenmaal gedwongen worden om geboren te worden. En dan moet je ergens naar toe.
M: Dus je hebt wel een keuze, maar je wordt bij wijze van spreken niet ingeloot voor het betere varkensleven en dus kom je in de fabriek terecht?
V2: Ja zo zit het. Als er veel meer plekken op de boerderij beschikbaar zouden zijn, zouden we daar voor kiezen.
M: Dank je wel V2 voor dit openhartige gesprek.

In de Volkskrant van 4 juni 2021 heeft Peter Hotse Smit de stalbranden van de afgelopen jaren op een rij gezet. Dan schrijft hij: ‘De cijfers maken even bewust van de omvang van de intensieve veehouderij. Opgeteld over de afgelopen dertien jaar gaat het om bijna 2 miljoen dieren, iets minder dan 150 duizend per jaar, zo’n 12 duizend per maand. Levend verbrand, gestikt door rook of – als het nablussen voorbij is – afgemaakt vanwege ernstige verwondingen.’

210605

Moeder overste van de olifanten vertelt – 1

M: Dag moeder olifant, is het mogelijk om met elkaar te communiceren?
T: Dat kan, we waren al enkele dagen contact aan het maken en ik ben blij dat je nu de tijd neemt om nader kennis te maken.
M: Ik zal me netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en probeer via communicatie met dieren, de wereld van de dieren zelf te begrijpen, maar ook om dat voor andere mensen dichterbij te brengen, zodat mensen meer begrip gaan opbrengen voor dieren.
T: Dat is een heel goed streven van jou en daar zal ik je graag bij ondersteunen. Wat wil je weten?
M: Zou jij je ook willen voorstellen en wat over je achtergrond willen vertellen?
T: Oh, natuurlijk. Ik ben een grote olifant en woon in een land dat jullie Botswana noemen. Ik ben een inheemse soort en inmiddels al behoorlijk op leeftijd. Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

M: Heb je ook een naam?
T: Jullie mensen toch altijd met die namen, maar je mag mij Tara noemen, een bekende olifant uit jullie kinderboeken.
M: Ik vind het leuk om dieren naar hun namen te vragen, ook al vinden jullie dat vaak niet zo belangrijk. Maar door iets of iemand een naam te geven, wordt het persoonlijker. Je kunt gemakkelijker een band aangaan met een dier met een naam dan zonder naam.
T: Als dat voor jullie zo werkt, vind ik dat prima.
M: Kun je nog wat meer over jezelf vertellen en over de omgeving waar je leeft?
T: Zoals gezegd, ik ben een oudere olifant en daarmee leider van onze groep. We leven op de savanne van Botswana, een goed land om te wonen omdat wij dieren hier in principe beschermd worden. Onze kudde, en de meeste andere dieren ook, leven in de Okavangodelta (sorry, ik moest dit opzoeken en had het fonetisch opgeschreven). Het is een goede plek om te leven, maar soms hebben we behoorlijk last van de droogte. Maar ik weet meestal wel waterpoelen te vinden of kan in nood water opgraven. Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden. Onze grootste vijanden zijn de stropers. Vaak komen ze uit buurlanden want in Botswana zijn veel zaken best goed geregeld. Daarom proberen we zoveel mogelijk in Botswana zelf te blijven, maar soms steken we wel grenzen over. Voor ons bestaan geen grenzen, het zijn kunstmatige lijnen die niet echt bestaan in het landschap. Is dat voorlopig genoeg informatie?

Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden.

M: Wel heel veel, maar ik ben toch nieuwsgierig, dus heb ik nog wel enkele vragen. Botswana is een land dat zijn natuur goed beheert en beschermd, daarom komen ook veel toeristen op safari naar jouw land. Wat vind je daar van?
T: Ik heb geen enkel bezwaar tegen kijkende toeristen. Zolang ze ons onze gang laten gaan en alleen op afstand naar ons kijken, voel ik me niet bedreigd en dus is de kudde ook niet bedreigd. Het wordt anders wanneer sommige mensen heel lawaaiig worden en rare streken uithalen om maar zo dicht mogelijk bij ons te komen. Dan treed ik op en laat weten dat ik daar niet van gediend ben. Maar als eerste lopen we dan gewoon verder, maar soms begrijpen mensen ons dan niet en komen ze achter ons aan en vallen ons echt lastig. Dat wil ik niet en moet ik de groep beschermen.
M: Dank je wel voor de vele informatie. Kunnen we contact houden en kan ik af en toe met je praten?
T: Dat lijkt me wel leuk. Hou je taai en blijf door gaan met je goede werk.

210421

“Lachen heb je nodig als er ook verdriet is”

De krab moppert in eerste instantie en hoeft niet zo nodig contact.
Ik vertel hem dat ik het toch wel erg leuk zou vinden en vraag of hij iets wil laten zien van zichzelf.
Hij laat me ervaren dat hij heel laag bij de grond leeft en dat zijn leefgebied een heel horizontaal leefgebied is. Er is geen verticale uitwisseling.
Om contact met hem te krijgen moet ik voor mijn gevoel ook laag kruipen.
‘Als je mij wilt bereiken, moet je laag komen,’ is zijn droge conclusie.
Toevallig las ik van de week dat iemand het had over het ‘krabbenmand-effect’: de krabben verhinderen elkaar om uit de mand te kruipen.
‘Ik ben nooit in een mand geweest,’ reageert de krab. ‘Wij zijn niet gemaakt voor vertikaal, zeg ik net. Wij leven horizontaal. Maak onderin de mand een gat en we zijn er zo uit. Je kunt niet iets doen waarvoor je niet gemaakt bent. Dat proberen is zinloos. Krachtsverlies.’
Ik ben even stil als ik deze wijsheid tot me door laat dringen en gelijkertijd krijg ik van de krab een gloomy, zacht neuriënd gevoel door.
‘Heb jij humor?’ vraag ik spontaan.
‘Lachen heb je nodig als er ook verdriet is,’ antwoordt hij. ‘Het gaat zoals het gaat. Dan is er geen verdriet. Verdriet is als je verlies ervaart. Wij verliezen niets want het gaat zoals het gaat. Daar hoort geen verlies bij.’
Ik geef hem het beeld dat hij zonder water zou moeten leven. Wat dan?
‘Als er geen water meer zou zijn, dan zou ik doodgaan. Als het zo zou gaan, dan gaat het zo. Dat is geen verlies, geen verdriet voor mij.’
‘Horen verlies en verdriet dan bij de mens?’ vraag ik.
‘Het hoort niet bij ons.’
Ik vraag hem of hij de pieken (het lachen, het verdriet) mist.
‘Ik leef. Ik heb alles.’
‘Jij hebt niks te wensen?’
‘Ik heb niks te wensen.’
Wat leeft deze krab in een volmaakte gelukzaligheid!

Protesterende Kraai

Kaila en ik liepen op de heide na een stevige regenbui en we probeerden de plassen te ontwijken, dat viel niet mee. Op een gegeven moment zag ik uit mijn ooghoek Kaila een kraai besluipen en ik dacht dat doet ze best knap. Uiteraard had de kraai dat door en we liepen verder. Op een gegeven moment hoor ik achter me ‘Kan je die hond niet gewoon bij je houden?’ De kraai protesteerde.