Een egel in de stad

M: Dag meneer of mevrouw egel. Vanavond rook mijn hond jou en we zagen elkaar even. Het leek me leuk om contact op te nemen en te vragen hoe jij nu zo midden in de stad kunt overleven. Wil je met me praten?
E: Het is mevrouw egel en ik wil wel met je praten.
M: Hoe ben je zo op deze plek terecht gekomen? Het ziet er voor mij uit als een grote bloembak op een ondergrondse parkeergarage en daar kun je toch als vrij levend dier niet overleven?
E: Het lijkt voor jou misschien een grote bloembak, en dat is ook zo op de plek waar je mij gezien hebt, maar aan de andere kant kan ik er gewoon in lopen en ook weer uit lopen. Daarnaast is dan een grote tuin van die grote witte villa en er zijn nog een heleboel tuinen waar ik ook kan rondlopen. Dus maak je geen zorgen om mijn territorium.
M: Daar ben ik blij om. Ik had me niet gerealiseerd dat je er aan de andere kant gewoon in en uit kunt en als dat kan heb je inderdaad best veel vrije ruimte om te leven. Het maakt wel een stenige indruk maar ik besef nu dat er ook veel leefruimte in tuinen voor jou is.
E: Ik voel me in dit gebied thuis en ben er enkele jaren geleden ook geboren. Er zijn hier nog meer egels die in de tuinen rondlopen.
M: Goed om te horen dat dit in de stad dus ook kan. Hoe leven jullie hier?
E: Wij leven meestal solitair als egels, hoewel we natuurlijk ook een partner nodig hebben om kindjes te krijgen, maar daarna is dat weer over en verzorg ik de kindjes alleen. Ik leef van slakken, wormen, kevers en andere kleine diertjes die ik op de grond vind. Egels hebben een hekel aan kou en vocht. Dus doen we een winterslaap wanneer het te koud wordt. Die slaap doen we in ons nest waar we toegedekt slapen onder een dekje van bladeren en mos en wat we verder nog vinden als nestmateriaal.
M: Nou dank je wel dat je me hebt laten zien hoe je in de stad leeft en dat dat dus goed kan, dat wist ik niet. Wil jij nog iets kwijt?
E: Nee dank je, het was grappig met een mens te praten, had ik nog nooit gedaan.

Sinds dit gesprek komen we mevrouw egel bijna iedere avond tegen, zo leuk!

210709

Het is tijd

Sjaan is al negen jaar en twee weken mijn trouwe compagnon.

Tijdens gesprekken met dieren ligt ze op mijn schoot of onder de tafel. En als ik achter de computer aan het werk ben, zit zij op de stoel naast me.

Vaak is zij de reden waarom ik stop met werken om naar buiten te gaan.

Vandaag stond ze ineens op tafel, tussen de laptop en mij in.

Op zo’n moment gaan we niet in gesprek, maar later wil ik toch weten hoe ze dat nou had.

“Ja, je wilde al een paar keer bijna weg. Iemand moet op een keer een punt maken en ik denk dat ik beter weet wanneer het echt tijd is.”

Daar heeft ze wel gelijk in. Het is zo makkelijk om maar door te gaan.

“Bovendien had ik al een paar keer aanwijzingen gegeven,” vervolgt ze licht verwijtend.

Ik voel me bijna op het matje geroepen.

Ik denk aan al die keren dat ze bij vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen is en altijd zo braaf ligt te slapen.

“Ik doe het, maar je kunt ook overdrijven,” haakt ze in op mijn gedachten.

Ze heeft haar punt wel gemaakt. Ik heb het begrepen en ik vraag of ze nog wat te zeggen heeft want dieren krijgen bij mij altijd het laatste woord.

“Volgende keer iets eerder luisteren. Dat scheelt mij een hele klim.”

Gesprek met Olifant in China die met haar troep een wandeling maakte van 1700 km

M: Ik zou graag willen praten met de olifant in China die besloot met haar troep van 15 olifanten weg te trekken van haar habitat en een wandeling door bevolkt gebied te maken van 1700 km.
O: De vraag flitst naar mij toe en je kunt met mij praten. Ik heb het besluit genomen om deze zoektocht te ondernemen.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. De prangende vraag die ik heb is natuurlijk waarom besloten jullie om deze tocht te ondernemen?
O: Dat is heel duidelijk. We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken. Daardoor werd ons gebied kleiner en kleiner en op den duur is het dan te klein aan het worden voor alle olifanten die er wonen. Dus moet je naar nieuw gebied gaan zoeken en dat hebben we gedaan.

We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken

M: Was dat niet een heel moeilijk besluit? Je draagt de verantwoordelijkheid voor een hele groep die straks wel op een nieuwe plek moet gaan leven en daar ook moet kunnen overleven.
O: Natuurlijk was dat een heel moeilijk besluit en dat heb ik ook niet zomaar genomen. Ik heb zelfs met enkele leden van de groep al eerder langere uitstapjes gemaakt. Maar we hebben echt een gebied nodig van vele honderden kilometers en dat is er niet meer. Dus besloot ik met de hele groep op pad te gaan. Helaas zijn er enkele onderweg achtergebleven, die wilde niet met de troep mee, maar ook dat was een natuurlijk proces. Het waren twee mannetjes die de groep ooit zouden verlaten en dat hebben ze nu iets eerder gedaan.
M: Was het niet moeilijk om op pad te gaan naar het onbekende? En hoe kom je aan voldoende voedsel onderweg?
O: Natuurlijk was het een moeilijk om te gaan doen, dat had ik al gezegd. Maar als je gaat moet je de consequenties er van wel aanvaarden. En die zijn dat je misschien meer moet zoeken naar je voedsel en naar water. Wat heel onverwacht was, was dat we steeds door bewoond gebied liepen, gebied dat vroeger niet bewoond was en waar we een goede habitat gehad zouden hebben. Maar dat was nu niet meer zo. Onderweg is er ook vaak genoeg voedsel, doordat het bewoond gebied is, wordt er veel verbouwd en dat kunnen wij als voedsel gebruiken.

M: Daar zal de bevolking wel weinig plezier aan beleefd hebben dat jullie je tegoed deden aan de verbouwde gewassen.
O: We hebben de gebruikelijke problemen gehad met mensen, maar die problemen hebben we eigenlijk altijd als we te dicht bij de mensen zijn of eigenlijk moet ik zeggen als de mensen te dicht bij ons komen. Maar nu waren wij degene die de mensen blijkbaar opzochten. Echter hoe verder we kwamen hoe beroemder onze reis werd, waardoor we het ook weer makkelijker kregen. We kregen heel veel aandacht en daardoor werd er voedsel voor ons klaargelegd om ons in een bepaalde richting te kunnen sturen. Daar zijn we grotendeels in mee gegaan, waardoor de confrontaties met mensen eigenlijk uitbleven. We werden later beschermd en vertroeteld.
M: Maar ja, nu zijn jullie bijna weer terug bij af, en heeft dit dan nog wel zin gehad?
O: Ja, het heeft veel zin gehad. Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte. Dat dit probleem niet meteen is opgelost is duidelijk, maar we hebben het probleem duidelijk op de kaart gezet en hopelijk komt daar dan een oplossing voor. Misschien niet voor mijn generatie maar dan wel voor onze kinderen of kleinkinderen. Zo lang houden wij het nog wel vol. Daar ben ik niet bezorgd over.

Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte

M: Dank voor deze boeiende informatie. Wil je nog wat kwijt?
O: Jij ook bedankt voor dit gesprek omdat je hiermee weer aandacht geeft aan ons probleem. Dat is hard nodig.

210812

“Wat is de opzet van vakantie?”

Deze vraag kreeg ik eens van een hond tijdens een gesprek waarin ik tolkte.

Er zijn vele antwoorden op te geven natuurlijk maar als tolk moet ik me beperken tot wat de betreffende mensen vinden van vakantie.

Als ik voor mezelf spreek: vakantie is even tijd nemen voor andere dingen en even uit je stramien.

Dus deze week geen AnimalTalks bericht van mij :).

Hyronimus 10: dieren van een soort zijn niet allemaal hetzelfde

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Natuurlijk, ik ben bijna altijd beschikbaar.
M: Ik zou graag met je willen praten over het idee van de wetenschap dat we dieren niet te veel moeten vermenselijken, waarmee we bedoelen dat we dieren geen emoties moeten toekennen en niet te veel karaktereigenschappen moeten toekennen. Want volgens de wetenschap en dan moet ik zeggen vooral de Westerse wetenschap, zijn dieren een soort robotten die allemaal dezelfde eigenschappen hebben en dus geen verschillende karakters kunnen hebben.
H: Wat denk je zelf?
M: Ik denk daar heel anders over, maar wilde graag jouw mening horen om die aan de wereld te laten horen.

Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit.

H: Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit. Alle dieren zijn individuen, in verschillende graden. Sommige dieren, als bijvoorbeeld de eencelligen en microben en dat soort dieren, zijn nog voor het grootste deel een groep, nauwelijks een eigen individu. Maar zodra deze dieren verder ontwikkeld zijn in hun evolutie is het veelal hoe verder geëvolueerd hoe meer individu en hoe meer onderlinge verschillen tussen de dieren van hun eigen soort, verschillen in ontwikkelstadia en verschillen in karakter. Dat is een wetmatigheid. Door verschillende of door vele levens te leiden als een bepaald dier ontwikkel je als dier meer individuele eigenschappen. Bij jullie huisdieren merken jullie dat het beste, maar het geldt net zo goed voor de vrije dieren. Je hebt heel veel verschillende honden en katten gehad en merkte daarbij de enorme verscheidenheid aan karakters, dat is met vrije dieren net zo. Een klein voorbeeld heb je net zelf ervaren met jouw olifant die zich Tara noemt. Zij is duidelijk een olifant met een ander karakter dan de dieren in haar kudde.
M: Dus is jouw conclusie dat de wetenschap er totaal naast zit als ze zegt dat we dieren niet te veel menselijke eigenschappen moeten toedichten?
H: Nee, dat zeg ik niet. Jullie moeten dieren geen menselijke eigenschappen toedichten, maar veel dieren hebben eigenschappen die jullie mensen ook hebben, zo zit dat. Het zijn universele eigenschappen die mensen en dieren hebben. Daar kun je als mens geen claim op leggen door te zeggen dat het menselijke eigenschappen zijn. Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen. Maar het maakt natuurlijk minder indruk wanneer een worm zich opoffert voor een merel die wil eten, dan wanneer een mens zijn laatste drinken in de woestijn deelt met z’n kompaan. Terwijl de worm waarschijnlijk het grotere offer brengt.

Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen.

M: Ik begrijp je. Het is erg egoïstisch deze mooie universele eigenschappen alleen aan mensen toe te schrijven terwijl het universele eigenschappen zijn die minstens zo vaak voorkomen bij dieren als bij mensen.
H: Ik zou het iets anders uitgedrukt hebben, jouw manier van verwoorden is een typische manier van omschrijven vanuit het superieure menselijke denken. Ik zou zeggen het zijn universele eigenschappen die bij het leven horen en alles wat leeft heeft deze eigenschappen in meer of mindere mate, ook afhankelijk van je taak in het grotere geheel hier op Aarde.
M: Dank je wel, het is me redelijk duidelijk nu.
H: Graag gedaan, tot een volgende keer.

De meeuwen

Heel vaak trekken er enorme groepen meeuwen langs en over ons schip. Vroeger zei een van de kinderen dan: ‘O mam, het gaat weer meeuwen!’
De meeuwen zitten ’s nachts in grote groepen in de haven en als ik op tijd buiten ben (als het nog niet helemaal licht is) dan zie ik hoe de groep zich oplost.
Ik vraag de meeuwen of het klopt dat ze ’s nachts bij elkaar zijn en overdag alleen.
‘Overdag vliegen we uit. Ieder gaat voor zich maar toch zijn we een geheel. ’s Avonds komen we als groep terug. We houden het warm met elkaar (in de zin van beschermd) en in de winter houden we het ijs weg.’
Het beeld dat ze me doorgeven is dat ze ’s nachts een concentratie meeuwen zijn en overdag uitvliegen. Het doet me denken aan een bloem die zich ’s nachts sluit en in de ochtend weer opengaat.
Ik ben altijd gefascineerd door de snelheid waarmee ze vliegen in de groep. Volgens mij botsen ze niet en ik vraag hoe dat komt.
‘Je weet elkaars ruimte en komt niet in andermans vliegruimte,’ antwoorden ze. ‘Je geeft allebei mee. Conflicten ontstaan als één niet meegeeft. Met zo’n houding zouden we als groep niet kunnen vliegen.’
Ik vergelijk het met mensen en vraag of het voelt als inleveren als je ruimte moet maken.
‘Inleveren? Nee, er is ruimte genoeg.’
Ze laten zien dat de vliegvorm steeds verandert, de continue beweging zorgt steeds voor andere vormen.
‘Je kent elkaars ruimte en respecteert die,’ is hun logische redenering.
In vergelijking met hen zie ik hoe vast wij mensen zitten.
‘Mensen kunnen ook niet vliegen.’ De meeuwen laten me voelen dat zij de menselijke vorm als erg beklemmend ervaren.
Op de een of andere manier meen ik het op te moeten nemen voor mensen en laat zien hoe wij ons ook door de lucht kunnen verplaatsen.
Er wordt gebromd dat mensen zich láten vliegen.
‘Jullie blijven afhankelijk van voertuigen of ander materiaal.’
Ik moet ze helemaal gelijk geven. Het is heerlijk om de vrijheid van de vogels te voelen.
Het maakt dat ik moet lachen om ons, mensen: waar maken we ons toch allemaal druk om?!

 

Een blinde labrador

M: Dag Labrador, ik zie je bijna dagelijks op jouw wandeling, wanneer ik ook met Kaila wandel. We hebben aan elkaar staan snuffelen en vanochtend vroeg ik je tijdens de wandeling of we konden praten. Nu is dat zover, wil je praten?
L: Ja, ik wil graag praten. Ik begrijp dat je wilt weten hoe het voor mij voelt om als blinde hond in het bos te wandelen?
M: Ja, dat wil ik graag van je weten. Ik zie je altijd heel stijf en voorzichtig lopen en ik zie je ook veel stilstaan en ik vroeg mij af of je nog wel voldoende levensvreugde hebt.
L: Zoals je gezien hebt ben ik een oude hond en ik ben bijna versleten, mijn botten zijn pijnlijk en daarom loop ik moeilijk. En natuurlijk ben ik blind, nou ja, niet helemaal, ik zie nog wel vaag licht en donker, maar ik kan zeker geen voorwerpen, bomen of mensen onderscheiden. Dat lukt niet meer. Zoals je aan mijn ogen hebt kunnen zien heb ik ernstige staar. Dat is niet pijnlijk, maar je ziet gewoon niet meer voldoende om gewoon rond te lopen. Mijn baas is zo lief om dagelijks met me te gaan wandelen, samen met mijn vriendje de zwarte labrador. We hebben een hele mooie tijd met z’n allen gehad, maar nu is het voor mij wel moeilijk. Toch klaag ik niet, ik geniet min of meer van de wandelingen. Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot. Het stil in huis liggen en slapen is heerlijk, maar mijn hoogtepunten zijn wel de wandelingen en als mijn baas me knuffelt. Dat knuffelen geniet ik buitensporig van maar dat kun je niet de hele dag doen. En dan de wandelingen. We gaan met de auto naar het wandelgebied. Daar tilt de baas me uit de auto, zoals hij me er ook eerst in heeft getild. Dan sjok ik een beetje achter de geur van mijn baas aan. Maar ik ben snel afgeleid, ook al omdat het lopen best wel pijnlijk is met mijn stramme ledematen. En dan blijf ik een tijdje staan en ruik aan een grasspriet of een bosje of aan bramen of iets op het pad. Maar dat ruiken is een smoes om het even rustig aan te doen. Mijn baas heeft dat heus wel door en die moedigt me aan om door te lopen. Maar dan draai ik mijn kop nog een keer naar een andere lucht en als het dan echt onvermijdelijk is, loop ik weer een stukje. Gelukkig heeft mijn baas dat geduld met me dat nodig is voor mij om vooruit te komen. En daar ben ik dankbaar voor.

Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot.

M: Dus je hebt nog wel duidelijk genoeg om voor te leven als ik jou zo hoor.
L: Ja, gelukkig wel. Ik geniet van onze zeer slome wandelingen en van mijn baas thuis. Mijn zwarte vriendje heeft wat minder geduld tijdens de wandeling, die wil altijd maar verder, maar hij geeft mij gelukkig wel de ruimte die ik nodig heb.
M: Ik ben blij dit allemaal van je te horen, dank je wel dat je me dit verteld hebt.
210708

Quality time

Als we een gesprek afsluiten krijgt een dier altijd het laatste woord. Dat vind ik een goede gewoonte die ik erin houd.
Na een vlot gesprek met een hond waarin alles helder verliep en de eigenaar alles herkende, stelde het diertje me op het eind voor een raadsel.
Hij liet een koekje zien dus ik vroeg of hij wel eens koekjes krijgt.
‘Nee, eigenlijk niet. Door de medicatie heeft hij de neiging te dik te worden en de dierenarts zei dat hij tere pootjes heeft dus ik pas erg op met zijn voeding,’ antwoordde de eigenaar.
Ik bleef het beeld echter maar door krijgen van de hond en helaas moesten we het gesprek afsluiten met iets dat we niet begrepen.
Tot de vrouw ineens riep: ‘O … wacht even! Als ik thuis kom van mijn werk drink ik altijd een kopje thee en daar neem ik een biscuittje bij. Hij krijgt dan een heel klein stukje. Dat is ook het enige dat hij krijgt!’
Meteen begreep ik wat de hond bedoelde: dit soort momenten is quality time!

Het resusaapje Dip die als proefdier gebruikt is

M: Dag Dip mag ik contact met je opnemen?
D: (heel boos) Ja, ik wil praten, dit is onacceptabel wat er gebeurd is.
M: Waarom ben je zo boos?
D: Dat zou jij ook zijn als je gewoon als aap geboren wordt en je daarna als proefdier wordt gebruikt om iets voor jullie te ontwikkelen en als we dat dan gedaan hebben, worden we als dank dood gemaakt.
M: Als je het zo verteld kan ik dat wel met je meevoelen. Maar het verhaal is natuurlijk wel wat genuanceerder.
D: Nou voor mij niet. Ik ben nu dood en jij niet, misschien wel dankzij mij. Dus ben jij ook schuldig aan mijn dood.
M: Lieverd, je bent wel heel kort door de bocht. Wil je wel praten of wil je je alleen maar afreageren? Dat mag ook, maar ik ben ook heel benieuwd naar hoe jij dit proces de afgelopen maanden gevoeld hebt.
D: Ja ik ben boos, maar als ik probeer reëel te zijn wil ik toch wel graag met je praten. Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

M: Zullen we bij het begin beginnen?
D: Ja. Ik ben geboren in een familie van resusapen die in principe zijn voorbestemd als proefdieren. Dat betekent dat we in kooien geboren worden, we leven wel in familie verband, maar regelmatig worden er familieleden uitgekozen om als proefdier ergens voor gebruikt te worden. En wat ik nu weet is dat een ondankbare taak want nadat ze proeven op je hebben genomen, wordt je gedood en uit elkaar gehaald en wordt ieder stukje van je lijf bestudeerd.


M: Heb je daar moeite mee?
D: Nee, eigenlijk niet. Ik wist toen ik hier naar toe kwam wat me te wachten stond. Mijn keuze om een proefdier aapje te worden heb ik zelf gemaakt. Dat betekent dat je niet in het wild opgroeit maar dicht bij de mensen, dat biedt mogelijkheden voor je toekomstige ontwikkeling als individu bij een volgende geboorte. Dus de keuze om als proefdier geboren te worden was een eigen keuze. Daar staat dus een veel snellere ontwikkeling tegenover dan wanneer je als vrije aap ergens terecht komt. Het feit dat wij ons vrijwillig opofferen is een belangrijk deel van onze taak hier in dit leven.
M: Dan is er toch geen reden om boos te zijn?
D: Ja en nee. Natuurlijk wil je het liefst als vrije aap leven, ergens op een plek waar het leven goed is en waar we niet steeds worden gemarteld voor onderzoek. Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan. Ik had ook kunnen kiezen om als aap kunstjes op markten te doen, dan ben je ook dicht bij de mensen en dat geeft je ontwikkeling een boost. Maar het gaat om de ultieme opoffering en dat doe je als proefdier. Dus ik wist dat dit mijn lot zou zijn, maar ik ben boos omdat ik me verraden voel. Proefdieren zijn niet nodig, het kan ook anders, zonder er dieren voor dood te maken en met toch min of meer dezelfde resultaten, alleen zal de mens dan zelf wat meer risico’s moeten nemen of het onderzoek wat veiliger uitvoeren. Nu wordt er op een goedkope manier gebruik, zeg liever misbruik, gemaakt van ons en dat is alleen maar voor het geldelijke gewin als het ook anders had gekund. Maar goed ik heb mijn punt wel gemaakt denk ik.

Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan.

M: Ja, je bent duidelijk. Toch heb ik nog een vraag aan je. Hoe heb je jouw leven ervaren als proefdier?
D: In eerste instantie was het best een goed leven. Gezamenlijk in de groep met lieve mensen om me heen die ook echt van ons dieren houden, dat voel je. Het zijn geen martelaren onze verzorgers en de wetenschappers die met ons werken. Maar dan komt het moment dat je ‘uitverkoren’ wordt. Dat is een eer, maar ook het begin van een moeilijke periode waarin we heel veel ellende moeten verdragen. Veel prikken en veel bloedafnames en veel onderzoeken, waarbij we soms verdoofd zijn, maar zeker niet altijd. Wel zijn de mensen erg zorgvuldig met ons. Er gaat wel eens iets mis, maar dat is niet de bedoeling en je hebt echt een heel ander leven dan die varkens die alleen maar voor hun vlees gefokt worden. Vanaf je eerste moment dat je nu echt proefdier bent geworden is het leven zwaar. De besmetting in mijn geval was ook niet fijn maar wel begrijpelijk. Je begint je dan wel ziek te voelen, maar het is dragelijk. Maar de mensen om je heen zijn ineens geen mensen meer maar een stel enge pakken. En de mensen proberen hun gevoelens voor je ook te onderdrukken, misschien omdat het hen ook pijn doet, maar wij voelen ons dan juist erg verlaten. Maar het oneerlijkste vind ik dat je als dank voor je bewezen diensten gedood wordt. Dat zou niet moeten mogen. We hebben ons al voor de wetenschap opgeofferd en zouden dan eigenlijk van onze rust moeten mogen genieten. Dat was helaas niet zo, tenminste niet in levende lijve. Nu hebben we wel rust, maar toch mis je die interactie met anderen, ook met mensen.


M: Dank je wel dat je dit met me wilde delen, heel erg bedankt. Wil je nog iets zeggen?
D: Jij ook dank je wel dat je naar mij informeerde, ik moest dit wel even kwijt.
Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant van zaterdag 10 juli 2021 waarin twee resusaapjes Chip en Dip als proefdier werden gevolgd in het kader van dierproeven om het coronavirus te testen, heb ik contact gezocht met Dip die me bovenstaand verhaal vertelde. De drie foto’s zijn overgenomen uit het artikel van De Volkskrant. 

210713

Moeder overste van de olifanten vertelt – 2

M: Dag Tara, kunnen we weer samen praten?
T: Ja Eddy, dat is prima. Het is hier rustig en de kudde zit goed in z’n vel, dus ik heb ook lekker rust op de savanne. Wat wil je weten?
M: Kun je me iets vertellen over jouw weg om de leider van jouw kudde te worden en hoe jullie nu leven?
T: Dat kan wel. Ik werd uiteraard als klein olifantje geboren, maar mijn moeder was de dochter van de leidster en daardoor had ik al een bijzondere positie. Ik werd zogezegd als klein olifantje al opgevoed om later een soort moeder overste te worden.
M: Wat grappig, betekent dat dat er bij jullie een soort boven en onder clan was en dat er standen verschillen zijn?
T: Nee, eigenlijk niet. Ik ben als gewoon olifantje groot gebracht door de hele kudde en had niet meer respect dan ik zelf verdiende. Maar er komt zoiets bij als gave om een leider te worden en blijkbaar beschik ik over die gave en werd dat al vroeg bij mij erkend. Daardoor kreeg ik geen speciale behandeling, maar kreeg ik wel extra lessen. Mijn moeder is nooit leidster geweest, maar ik ben, niet als enige anderen, wel in een vorm van opleiding terecht gekomen om leidster te kunnen worden. Dan gaat het er daarna om dat je wijsheid ontwikkelt. Met die eigenschappen, leider eigenschap en wijsheid, heb je alles in je om leidster te kunnen worden. Wie het dan uiteindelijk wordt, wordt bepaald wie alle jaren goed overleeft en wie dat op een slimme manier doet. Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

M: Ja, dat begrijp ik heel goed, dat is een verstandige manier om met alle risico’s die het leven met zich mee brengt om te gaan.
T: Dat is in het kort mijn verhaal. Ik zou er nog wel dieper op in kunnen gaan als je wilt.
M: Dat zou ik leuk vinden.
T: Spoorzoeken is een belangrijk deel van ons bestaan. We zwerven altijd rond over savannes en het is niet altijd het beste weer. Soms is het te lang heel droog en soms is het erg winderig waardoor alles ook uitdroogt. Dus voor ons is erg belangrijk dat we goede plekken, als water plekken of beschuttingsplekken of plekken waar stropers veel komen, goed kunnen herkennen. Dat doen we door spoorzoeken. Je kunt niet alleen af gaan op je visuele waarnemingen, want als je na een jaar weer ergens op dezelfde plek terug komt, kan het er anders uitzien. Bomen en struiken kunnen groter zijn of er niet meer zijn. Rivierbeddingen kunnen opgedroogd zijn of verplaatst. Zelfs glooiingen in het landschap kunnen veranderd zijn. In die omgeving is het best wel een kunst om je eigen sporen steeds terug te vinden en de goede plekken te onthouden en vooral weer terug te vinden als je er 100 km vandaan bent bijvoorbeeld.
M: Dat begrijp ik. Dat spoorzoeken is zo ongeveer het belangrijkste om goed te kunnen om te overleven.

We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders.

T: Nou dat niet alleen, al is het wel heel belangrijk en wij leiders doen dat voor een deel visueel, maar dat is niet genoeg, dus ook op geur, maar daar red je het ook niet helemaal mee na een lange periode. We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders. Maar met die aansluiting kunnen we ook communiceren en dat helpt ons ook om de weg te vinden. Maar naast het belang van spoorzoeken is het ook heel belangrijk dat je sociale vaardigheden hebt. Hoe ga je om met ruzie in de tent? Hoe ga je om met lastige stieren die steeds weer last van hun hormonen krijgen en dan moet je ze weer weg sturen. Maar het is ook belangrijk dat je over het nageslacht waakt, daar heb je de stieren weer voor nodig. Zoals je ziet is het leiden van een groep best wel een stevige klus. En ga nu maar alles wat ik verteld heb proberen te controleren om te weten of het juist is. Of doe je dat niet?
M: Ja, natuurlijk doe ik dat. Ik heb ook voor mezelf steeds de bevestiging nodig dat wat ik doe bestaat, dat het werkelijk is en dat ik niet gewoon erg veel fantasie heb. Dus zal ik het wel moeten controleren, maar dat zal niet eenvoudig zijn. Maar ik ga mijn best doen. Dank je wel weer voor de uitgebreide informatie die je me gaf.
T: Tot een volgende keer.

210506