Een kijkje in de keuken

Iedereen die frequent met dieren communiceert, hetzij beroepsmatig, hetzij ´voor de lol´, ontwikkelt een eigen stijl. Daar kun je niet omheen maar dat maakt het ook juist leuk. Want wil iemand gebruik maken van een dierentolk, dan is er keuze. Net zoals dat met psychologen, artsen, docenten, therapeuten etc. het geval is.

Wat typeert mij nou, dacht ik laatst, en ik ben er eens op gaan letten. Vandaar een kijkje in mijn keuken. Wat voor 98% mijn werkwijze is is, is dat ik een telefonische afspraak maak met mensen en pas op dat moment maak ik contact met het dier, zodat ik letterlijk de tolk kan zijn.

Voor mij staan de dieren altijd voorop en ik volg de dieren. Dat begint al met het contact maken: het ene dier is kordaat en wil meteen to the point komen, het andere dier heeft meer tijd nodig en wil eerst rustig kennismaken. Weer een ander dier is verbaasd dat ik ertussen kom, want die vindt dat de mens zelf prima kan communiceren. En het komt ook voor dat er niet veel voor nodig is om meteen goed contact te krijgen.

Na het contact maken mag een dier altijd eerst wat van zichzelf laten zien. En daar blijken vaak al heel typerende dingen uit te komen die mij niet veel zeggen. Maar ik schrijf kernwoorden op en bijna altijd komt het er in de loop van het gesprek of op het eind op neer dat het kringetje aan informatie rond is: dat waar we op uit komen, liet zich op een bepaalde manier in het begin meteen al zien.

Voor mij is het altijd leuk om te merken hoe een dier communiceert. Het ene dier doet dat vooral in beelden, een ander laat duidelijke of minder duidelijke gevoelens zien, sommige dieren zijn vreemd genoeg heel talig (waardoor ik soms woorden doorkrijg die ik zelf zelden of nooit gebruik) en anderen maken er een mix van. In gesprekken hoor ik mezelf heel vaak zeggen: ‘Even kijken bij het dier, hoor…’. Kennelijk bekijk ik ‘de film’, de beelden die het dier laat zien en daar moet ik een goede vertaling in woorden voor vinden.

En juist die vertaling in woorden is heel belangrijk en dat maakt ook dat ik mezelf tolk noem. Het is als eerste dus belangrijk om de informatie op te pikken en vervolgens is het belangrijk dat die informatie zo juist mogelijk doorgegeven wordt. En ja, die informatie is gekleurd want het gaat via mij. Daarom begon ik ermee dat het zo goed is dat er keuze is voor ‘de klant’. En daarom is het ook zo leuk dat Eddy en ik deze site samen doen. We hebben allebei onze eigen stijl ontwikkeld.

 

Mocht je zelf willen leren communiceren met dieren: we hebben een cursus ontwikkeld die je in eerste instantie in je eigen tempo online kunt doen. Daarnaast kun je gekoppeld worden aan een andere cursist en zijn er terugkomdagen waarop we elkaar ontmoeten en volop kunnen uitwisselen. Voor meer informatie: Dierencommunicatie (happyviewschool.online)

 

Een vuurwerkslachtoffer

Een vriend van me stuurde deze foto op. Te zien is een dode ree, in een onnatuurlijke houding. Wat zou hier gebeurd zijn? Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik wilde dus met het reetje praten. Hierbij het verslag van ons gesprek.

M: Dag ree, je ziet er niet best uit op mijn foto en ik vroeg me af wat er met je gebeurd is. Wil je met me praten?
R: Dat hang er vanaf wie je bent en wat je wilt?
M: Daar heb je groot gelijk in. Ik ben Eddy … en ik wil met dieren communiceren om te proberen te begrijpen wat dieren bezig houdt en in jouw geval wil ik begrijpen hoe het komt dat je gestorven bent, terwijl je een gezonde en jonge indruk maakt.
R: Dat klinkt fair en ik wil best met je praten. Vraag maar.
M: Waar leefde jij en hoe zag dat leven eruit?
R: Ik leefde ongeveer in het gebied waar ik gevonden ben, maar dan uiteraard in een veel groter gebied. Wij leefden in een kleine groep jonge reeën en liepen rond in een gebied van circa enkele vierkante kilometers. Soms was ons gebied wat groter en soms weer wat kleiner. Afhankelijk van waar we welk voedsel konden vinden. We genoten erg van onze vrijheid, rondtrekken van de ene plek naar de andere beschutte plek. Die beschutting is van groot belang, naast voldoende voedsel. Overigens is dat voedsel nauwelijks een probleem, er is genoeg groen voor ons om van te leven. De beschutting is lastiger in een wereld waarin er steeds minder rustige plekken zijn. Maar gelukkig hebben wij een relatief rustige omgeving. (De ree werd gevonden in de bossen van Valkeveen, ’t Gooi, een hele groene omgeving).
M: Dat klinkt als een goed leven.
R: Dat was het ook. Ik was nog jong en al wel vrij, onafhankelijk van mijn moeder en andere dieren. Dat betekent dat ik heel veel kon rondtrekken en ik ben ook op veel plaatsen geweest. Nu in de winter zijn we in een klein groepje gaan trekken, dat was eenvoudig mogelijk en we verdroegen elkaar goed.
M: Wat is er dan mis gegaan?
R: De laatste tijd waren er steeds overal knallen en bommen, waar wij angstig voor zijn. Dus verbleven we in de rustigste gebieden die we kennen. Maar op een gegeven moment werden er vlakbij ons bommen gegooid en daar zijn we voor weggevlucht. Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven. Maar dat is me niet gegeven in dit geval.

Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven.

M: Wat naar dat je voor ‘bommen’ hebt moeten vluchten. Dat is waarschijnlijk vuurwerk geweest, maar ik begrijp dat jij dat bommen noemt, want sommige knallen zijn zo hard dat het wel bommen lijken. Had je je rustgebied dan verlaten?
R: Nee, beslist niet, want het was al dagen onrustig, maar steeds op behoorlijke afstand. Maar de bommen werden vlakbij ons gegooid, daarom moesten we ook in paniek vluchten.
M: Werden die ‘bommen’ dan in jullie bos waar jullie je schuilhielden afgestoken?
R: Ja, het was echt heel dichtbij en daarom moesten we vluchten.
M: Wat afschuwelijk. En daarbij ben jij dan omgekomen. Hoe voelt het nu als overleden ree?
R: Raar, ik had graag nog een tijdje willen blijven leven, maar nu ik dood ben en langzaam oplos in de groep, kan ik daar wel weer vrede mee hebben. Met wat geluk kan ik binnenkort weer een nieuwe keuze maken om ree te worden.
M: Dank je wel voor je verhaal. Wil jij nog wat zeggen tegen mij?
R: Waarom maken mensen deze bommen en waarom gebruiken ze die?
M: Dat zijn goede vragen en daar kan ik alleen maar op antwoorden dat het een traditie van mensen is om met de overgang van het ene jaar naar het andere jaar vuurwerk af te steken.
R: Wat is er zo bijzonder aan de overgang van het ene jaar naar het andere? De ene dag is toch hetzelfde als de andere dag? Alleen veranderen de dagen heel langzaam met de seizoenen, een andere verandering kan ik me niet voorstellen.
M: Ja, dat is een kunstmatige overgang in onze telling van de dagen en ik begrijp dat zoiets voor de dieren geen betekenis heeft.
R: Die betekenis is er alleen inzake de verandering van de seizoenen omdat zoiets met ons eten, onze beschutting, onze temperatuur en onze voortplanting te maken heeft.
M: Ik begrijp dat het voor jullie heel anders is. En ik hoop dat wij mensen gaan leren rekening te houden met de dieren als we een feestje willen vieren omdat we blij zijn dat er een nieuw jaar is gekomen.

Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren.

R: Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren. Want onze leefgebieden worden steeds verder beperkt. Jullie moeten overal bouwen, wegen aanleggen en rondlopen of fietsen. Dat verstoort ook onze rustgebieden. En natuurlijk zijn er gebieden waarin we elkaar tegen komen, geen probleem, maar laat ons onze rustgebieden alsjeblieft houden.
M: Je hebt gelijk en dank je wel voor dit gesprek.
R: Graag gedaan.

220112

“Zorg jij nu maar voor wat lekkers.”

Ik heb al eerder geschreven over Rozette, de kat die ik uit het asiel heb gehaald, maar die niet aan boord wil wonen. Ze heeft een plekje achter de dijk gevonden, 500 meter van ons schip vandaan. Daar heeft ze twee ‘woningen’ en elke avond breng ik haar eten.

“Waarom had je geen eten bij je?” Zo, weer lekker direct, die Rozette.

Bij de ochtendwandeling met de hond (die wat later uitviel) kwam ik haar tegen op de dijk en enthousiast liep ze rond m’n voeten. Toen ik op mijn kantoortje was, maakte ik contact met haar. “Ik breng je toch altijd ’s avonds eten? Het was geen avond.”

“Ik ken je nu zo goed. Ik hoopte op wat lekkers. Als je nou net als een ouderwetse oma altijd wat lekkers in je jaszak stopt voor dit soort situaties?”

Rozette is niet een enorme prater maar ik krijg dit keer toch wat meer los van haar. Ze houdt van de rust, stilte en vrijheid. Ze zoekt altijd goede, fijne plekjes. Er wordt stevig gebouwd rondom haar maar daar trekt ze zich weinig van aan. Ook honden die onverwacht langs komen weet ze te vermijden door de struiken in te duiken waar de honden niet in kunnen.

Ik vraag haar hoe het met het jagen gaat. “Jij noemt het jagen maar het is onderdeel van mijn leven. Ik luister naar geluidjes, stem me erop af en grijp. Dat zit zo in me. Wij zijn één daarin, het staat niet los van mij.”

“Je weet dat je nog altijd welkom bent aan boord, hè?” begin ik maar weer eens. “Dat is veel te complex voor mij. Dan moet ik me aanpassen en daar heb ik totaal geen zin in.” Dat is duidelijk.

Ze laat zien dat de nachten prachtig zijn. Natuurlijk zijn er andere katten, beantwoordt ze mijn vraag in beeld, maar dat is oké. “We kennen elkaar.”

“En die haas laatst? Die lag ineens dood in de wei en daar hebben heel wat dieren van gegeten. Ik zag jou daar ook lekker van smullen.” “Ja, dat was een luxe,” laat ze weten. Gewoon aanschuiven wanneer ze zin had.

Ik neem afscheid van haar, er is al heel wat meer uit gekomen dan anders en ze eindigt met me te laten weten: “Zorg jij nu maar dat je steeds wat lekkers bij je hebt!” Katten hebben kennelijk niet alleen in huis hun personeel…

(PS Let op de foto even op het afgeknipte oortje: als een kat gevonden wordt dan wordt hij/zij in het asiel gesteriliseerd en als bewijs wordt het topje van een oor afgeknipt; bij Rozette bleek het openmaken niet nodig want ze was al gesteriliseerd dus ze hebben het topje afgeknipt en haar weer dichtgenaaid)

Hyronimus 13: Alles wat bewustzijn heeft kun je mee communiceren

Nu ik tijdelijk even voor Piek waarneem, heb ik niet altijd een nieuw gesprek beschikbaar. Ik grijp dus terug op oude gesprekken en aan materiaal geen gebrek. Ik  heb bijna 200 A4-tjes vol met uitgeschreven gesprekken met dieren. Het hier nu volgende gesprek had ik begin 2021 met Hyronimus.

M: Dag Hyronimus, mag ik weer met je praten? Ik ben me er van bewust dat het heel lang geleden is en ik durf het bijna niet te vragen, maar mag het weer?
H: Ik ben blij dat je schuldbewust bent en ik heb ook wel begrip voor je dat het zolang geduurd heeft, maar ik ben er niet blij mee. Waar ik wel blij mee ben is dat je een mooie artikelen serie hebt gemaakt over de grote grazers in de Oostvaardersplassen en ik hoop dat het in een grote belangstelling gaat komen want dat is nodig. En dat jullie nu een Nieuwsbrief zijn begonnen is ook heel goed. Dus genoeg positiefs te melden, ondanks dat wij niet met elkaar hebben gesproken. Misschien ben je ook meer op eigen benen gaan staan, hoewel ik nog steeds je begeleider kan zijn als je wilt.
M: Ja, dat laatste wil ik heel graag.
H: Dan zul je misschien toch meer je best moeten doen en er meer tijd in steken. Misschien moet je naar dagelijks een klein half uurtje toe gaan en met verschillende dieren spreken, want zoals je weet ‘oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren en wordt het onzin wat je spreekt met de dieren omdat je hun intentie niet meer goed onder woorden kunt brengen.

‘Oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren

M: Ik zal proberen het weer beter in te plannen, heb echter moeite met mijn tijd goed te verdelen. (Is nog steeds een probleem voor mij)
H: Zoals zo vaak heb ik je aangeraden keuzes te maken met wat je belangrijk vindt. Je kunt niet alles blijven doen.
M: Maar dat wil ik wel en dus probeer ik wel alles te doen.
H: Ja, jouw keuze.
M: Zijn er nieuwe ontwikkelingen waar je me over wilt spreken?
H: Eigenlijk wel. Wat jij probeert met een baby te doen is wel weer nieuw voor je. Maar zoals je ziet kan dat heel goed en dat zou je ook kunnen doen met alle andere mensen. Dat vraagt meer oefening, want op deze wijze praten met mensen vraagt niet alleen een open instelling aan jouw kant, maar ook aan de andere kant. Met baby’s lukt dat probleemloos, maar met kinderen ouder dan een jaar of twaalf wordt het al moeilijk en met volwassenen is het nauwelijks mogelijk omdat die zich hebben afgeschermd voor dit soort communicatie. Er zijn weinig mensen waarmee je op deze wijze kunt communiceren omdat ze niet geloven dat het kan. En dan kun jij wel contact leggen, maar je kunt ze niet zover krijgen dat ze antwoorden omdat ze dat niet kunnen. Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest. Daarom kun je wel met dieren praten, want die doen dat zelf ook heel veel op deze manier en zodra ze in jou iemand herkennen die dat ook kan, staat nagenoeg de hele dierenwereld voor je open.

Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest

M: Dus eigenlijk zeg je beperk je tot de dieren?
H: Nee dat doe ik niet. Alleen wil ik je helpen te begrijpen dat wat jij kunt met dieren en misschien ook met baby’s, niet vanzelfsprekend ook met mensen, volwassenen gaat. Maar je kunt ook communiceren met planten en bomen, dat heb je al eerder gedaan en je kunt ook overwegen contact te zoeken met wolken of de grond onder je voeten. Alles wat bewustzijn heeft, is in principe beschikbaar om mee te communiceren. En veel volwassenen hebben wel bewustzijn, maar weten niet dat er iets anders is dan alleen het fysieke lichaam en kunnen zich niet zo snel voorstellen dat je ‘door de lucht’ kunt communiceren, terwijl het eigenlijk een eenvoudig principe is.
M: Nou ik geloof dat je me weer voldoende inspiratie hebt gegeven om weer een tijdje voort te kunnen.
H: Mooi, maak er gebruik van en bedenk dat je weer echt aan de bak moet gaan. Niet voor mij, maar voor jezelf. Je moet je ontwikkelen en dat is op de plek waar je nu woont moeilijker omdat je veel minder omringd bent door de natuur waar je wel in thuis hoort. Succes verder en tot binnen kort.

210215

Kameel bij de pyramides van Gizeh

Enkele jaren terug was ik uitgenodigd om op een congres in Egypte te spreken en als je er dan toch bent wil je de pyramides van Gizeh weer een keer bezoeken, ze blijven heel indrukwekkend. Ik was nog nooit per kameel naar de pyramides geweest, dus koos ik daar nu voor. Maar achteraf dacht ik: we zouden toch niet meer meedoen aan het uitbuiten van dieren en dus had je ook niet op die kameel mogen gaan zitten. Zoals we zoveel van die schattige dier foto’s kunnen maken ten koste van de dieren die worden uitgebuit, misbruikt en slecht behandeld. Dus zit er voor mij niets anders op dan het de kameel zelf te vragen hoe hij dat ziet.
M: Dag kameel, we hebben elkaar ontmoet een tijdje terug. Je zult je mij niet meer herinneren, maar ik heb een foto van je, zoals zo velen, maar ik wil met je praten.
K: Wie wil daar wat?
M: Ik ben Eddy … en vind het leuk om met je te praten en te horen hoe jouw leven is. Wil je daar wel iets over vertellen?
K: Waarom zou ik dat doen?
M: Maak je geen zorgen, ik wil gewoon weten hoe jouw leven is en ik ben niet van plan om me te bemoeien met hoe je samen met je baas leeft, daarvoor ben ik veel te ver weg.
K: OK, dan is het goed, want ik heb een hele lieve baas en ik wil niet dat je daar tussen komt.
M: Wat klinkt dat lief, ik hou nu al van je. En ik kijk naar je foto, je hebt een lieve glimlach.
K: Dat is lief van je dat je dat zegt. Dat zegt mijn baas ook vaak tegen me.
M: Goed om te horen dat je zo’n fijne baas hebt, daar ben ik heel blij om. Maar kun je me iets vertellen over je leven bij de pyramides?
K: Wij wonen vlakbij de pyramides, ’s nachts sta ik op een stukje straat waar meer kamelen staan. Ze hebben het niet allemaal zo goed als ik. Ik krijg goed te eten, voor mijn baas is dat heel belangrijk en omdat hij zo goed voor mij zorgt, doe ik de dingen voor hem.

M: Zoals toeristen op je rug nemen of op de foto met vreemde mensen?
K: Ja, dat klopt, maar dat is best wel leuk, soms niet. Maar meestal moet ik dan knielen en stappen ze op mijn rug en mag ik weer opstaan. Maar de manier waarop een kameel opstaat is voor veel mensen een grote verrassing en dan gillen ze of zo. Sommige worden echt bang en dat vind ik eigenlijk vervelend, ik wil mensen graag blij zien. Na afloop is bijna iedereen blij, sommige slechte mensen schoppen me, maar dat komt niet vaak voor. Mijn baas doet dat nooit, die is alleen maar lief.
M: Is jouw baas alleen maar lief of soms toch wel eens boos?
K: Eigenlijk altijd lief, maar heel soms ook boos. Dan ben ik niet handig geweest en heb het bedorven met toeristen omdat ik een beetje humeurig was na de zoveelste toerist die ik in de hitte op mijn rug moet laten en weer dat liggen en opstaan. Mijn lijf doet ook wel eens pijn na zo’n dag. Dus ik vergeef het mijn baas als hij dan een keer boos is.
M: Dus alles is helemaal goed met jou en je hebt een lieve baas? Ik vond hem ook aardig, hij was geduldig en niet opdringerig, maar wist wel handig geld van mij te krijgen.
K: Ja, daar is hij best wel goed in en daar leven we dan ook meestal wel goed van. Maar we hebben ook wel eens een hele slechte tijd gehad, mijn baas was erg ziek en kon niet werken. In het begin stond ik maar en werkte ook niet. Maar dan krijg ik geen eten als ik niet kan werken, dus liet mijn baas iemand anders met mij rond de pyramides lopen en dat was niet fijn. Die man was geniepig, tegen mij, maar ook tegen de toeristen, soms stal hij wel geld en betaalde altijd te weinig aan mijn baas. Dat was minder en daar heb ik geleerd dat je wel heel erg afhankelijk bent van je baas en dat ik het getroffen heb.
M: Hoe ben jij bij je baas terecht gekomen?
K: Ik ben altijd bij hem geweest. Mijn moeder werkte al voor hem en toen ik kwam liep ik vanaf het begin mee met mijn moeder. Toen ik groot genoeg was om hele dagen te werken, ging mijn moeder weg en was ik de enige nog.
M: Wat een spannend verhaal en wat ben ik blij met jouw mooie verhaal. Ik wens je nog een hele goede tijd samen met je baas toe. Wil je nog iets zeggen?
K: Dank je wel, jij bent best aardig. En zeg maar dat de mensen naar de pyramides moeten komen en daar dan een ritje op een kameel moeten maken, dat is een bijzondere belevenis voor ze.
200105

Kaila 7: Een waarneming op de hei

Ik loop al een tijdje met onze hond Kaila dagelijks op de hei te wandelen. Zo af en toe kom je honden tegen die niet aardig zijn. Zo loopt er een stel mensen met hun honden waar iedereen een straatje voor omloopt. Heb ik ook lang gedaan. Maar soms kun je ze niet ontwijken, lopen ze net op jouw pad en is er even geen ontsnapping aan. En waar je dan voor vreest gebeurt, twee van de drie honden storten zich op Kaila en vallen haar aan, Kaila gilt het uit. Ik schiet met mijn stem uit mijn slof en spreek de beide honden aan ‘dat doe je niet’ en zo kruipen beide terug in hun schulp en zijn ineens gedwee. De eigenaren vertellen dat hun honden bekend staan als de ‘hooligans’ van de hei, lijkt me niets iets om trots op te zijn. We lopen verder.
Een paar dagen later komen we ze weer tegen en Kaila loopt er gewoon tussendoor alsof ze er niet zijn en de hooligans reageren niet. Ik ben verbaasd, hoe kan dit? Mijn broer die dit mee maakte en het zag gebeuren, stelt dat ik een waarmerkje heb in mijn aura en dat deze honden nu weten, geen rare dingen doen in zijn nabijheid. Ik weet het niet.
Zoals dat gaat op de hei, je blijft elkaar af en toe tegenkomen, op afstand meestal en soms niet. Ik hoor nog regelmatig kleinere honden aangevallen worden door de hooligans, maar ik zie nooit schade. Het is blijkbaar slecht gedrag, maar niet dodelijk.
Tot gisteren waren we ze al een tijdje niet meer tegengekomen. Maar nu lopen we op hetzelfde pad en zij komen ons tegemoet. Kaila loopt vrij te wandelen en ziet ineens op 20 meter afstand de hooligans aankomen. Ze draait zich om kijkt achter welke boom ze zich kan verschuilen, maar er is niets beschikbaar. Ze besluit gewoon achter mij te gaan lopen en zo lopen we tussen de hooligans door en er is niets aan de hand. Deze twee honden zijn in mijn bijzijn genezen van hun agressieve gedrag.
Er is nog een andere hond die alleen ’s ochtends heel vroeg los uitgelaten wordt, ook omdat hij andere honden aanvalt. Kaila en ik kwamen hem een keer tegen, in het donker, waardoor de baas ons niet gezien had. Hij viel Kaila aan en kreeg dezelfde behandeling van mijn stem als de hooligans. Ook deze hond komen we nog af en toe tegen, maar geen spoortje meer van agressief gedrag naar Kaila toe.
Hoe kan dat? Ik heb (nog) geen antwoorden. Maar Hyronimus wel, zie hieronder, dit vertelde Hyronimus mij tijdens een volgende wandeling.

Hyronimus
M: Dag Hyronimus, je hebt me al min of meer antwoord gegeven op bovenstaande vraag.
H: Ja, leuk bedacht met zo’n rood vlaggetje, maar daar is geen sprake van. Het is je houding. Jij geeft met jouw houding aan mij kun je niets maken en Kaila geniet van die houding van jou en gaat daar helemaal in mee. Ze wentelt zich als het ware in jouw vertrouwen en krijgt daarmee zelf ook het vertrouwen van ‘ze kunnen me niets maken’. En dan kan ze gewoon tussen die honden doorlopen, die namelijk aan haar houding zien dat ze zich niet bang laat maken. Dat is de hele truc.
M: Dank voor de uitleg, dat klinkt als heel eenvoudig.
211221

Kaila 6: Kaila past op Eddy

Ik ben al ruim een week stevig ziek, met hoge koorts, en in die periode is er een dag waarop Kaila niet van mijn zijde wijkt. De vierde dag van de hoge koorts, ligt Kaila naast me in bed en blijft de hele dag naast me liggen, ze beweegt zich niet. Als er iemand aankomt, tilt ze haar kop op en blijft liggen. Alleen voor uitlaten en eten, verlaat ze me even. Aan het einde van de middag krijg ik nieuwe antibiotica van de huisarts en die slaan meteen aan. De rest van mijn ziekte dagen is Kaila weer normaal, maar niet zoals die ene dag. Ik wil Kaila vragen wat er toen gebeurde bij haar.

M: Dag Kaila, het is alweer maanden geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Kunnen we weer een keer praten?
K: Ja graag. Ik mis onze gesprekken wel een beetje.
M: Sorry Kaila, ik heb niet zo het gevoel gehad, omdat we zo close zijn, dat we ook regelmatig moeten praten. Je mag me gerust daarop aanspreken als je behoefte hebt aan een gesprek.
K: Dat is OK. In het begin had ik veel behoefte aan bevestiging dat ik het goed deed, maar nu weet ik wel ongeveer hoe jij het wilt en hoe ik het wil. Zo zijn we wel een team. Maar je hebt een speciale vraag voor vandaag?
M: Ja, ik begin me nu weer een beetje beter te voelen, maar jij hebt bijzonder gedrag laten zien op een bepaald moment dat ik ziek was. Ik bedoel die ene dag dat je alleen maar bij mij in bed lag, naast mijn hoofdkussen en je week niet van mijn zijde, ook niet als er bezoek kwam. Dat was heel uitzonderlijk gedrag voor mij om te zien. Je gedroeg je als een professionele hulphond.
K: Ja, ik weet welke dag je bedoelt, maar kunnen we even pauzeren tot het vrouwtje haar eten op heeft en ik niet hoef te hopen tot ik iets krijg? Bij jou weet ik dat ik altijd wat krijg, maar het vrouwtje is daar strenger in, maar ik blijf hoop houden. Dus even wachten, dan kan ik me zo concentreren op ons gesprek.
K: De speculaas is op, dus we kunnen verder praten en ik kan me concentreren op jouw vraag. Over die ene dag, zoals je zei, jouw vierde dag met hoge koorts. Ik merkte dat het echt slecht ging met jou en dat er geen verbetering wilde optreden. Je was steeds verder uitgeput geraakt en dat zag ik aan je omvang. Dan bedoel ik niet je fysieke omvang, maar je lichtlichaam om je heen. Dat schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt.

Je lichtlichaam om je heen schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt

Door mijn lichtlichaam met die van jou te vermengen, kon ik het schrompelen stoppen. Dat was een belangrijke dag voor jou, want je ging veel te hard achteruit. Gelukkig ging het ’s avonds en ’s nachts meteen beter met je en zag ik de volgende dagen je lichtlichaam langzaam weer groeien en glans krijgen. Daarna had je mij niet meer nodig naast je en daarom was ik de dagen daarna weer veel vrijer om te zijn waar ik wilde zijn en dat hoefde niet meteen naast je te zijn. Maar die dag moest ik heel dicht bij je hoofd liggen en dat heb ik gedaan. Ik ben heel blij dat je weer beter gaat worden.
M: Dank je wel dat je dat voor me deed. Was dat noodzakelijk, was er een kans geweest dat ik dood had kunnen gaan?
K: Dat weet ik niet, dat is ook niet aan mij daar een oordeel over te hebben. Ik zag alleen dat ik je kon en moest helpen omdat het zo slecht met je ging en dat heb ik kunnen doen en daar ben ik blij om.
M: Dank je heel erg lieve Kaila, je bent een echte vriend en hulphond.
K: Graag gedaan.
M: Wil je nog iets zeggen Kaila?
K: Graag volgende keer iets eerder komen praten en ik zal je wel aan je broek trekken als ik een keer wil praten en je doet het niet.
M: Afgesproken.
K: Afgesproken.

211212

“Opletten redt ons leven”

“Wat stond jij nou te doen?” De musjes kwetteren een beetje verontwaardigd als ik contact met ze maak.

“Ik wilde een foto maken van jullie zoals jullie komen aanvliegen als ik voer neerleg.”

“Wij hadden honger. Als jij dan anders gaat doen dan normaal, dan moeten we ineens opletten.”

“Vertrouwen jullie me niet?” vraag ik wat gekwetst.

“Opletten redt ons leven.”

Dat begrijp ik. De kat grijpt wel eens een musje en dat laat ik in beeld zien.

“Ja, het is minder zorgeloos sinds zij aan boord is.”

Ik maak van de gelegenheid gebruik door te vragen hoe ze de andere vogelsoorten ervaren die ook van het voer mee eten.

“De eenden zijn oké, maar als de kraaien en eksters komen maken wij wat ruimte voor ze. De duiven zijn ook oké.”

“Zijn jullie tevreden over de hoeveelheid voer en wanneer ik het neerleg?” Het lijkt wel een evaluatie.

“We houden de deur altijd in de gaten maar we moeten ons wel melden bij je. Soms vergeet je het en daarom komen we het liefst meteen aanvliegen. Of we maken geluid vanuit de struiken.”

“Het is niet alleen vergeten,” verdedig ik mezelf, “het is ook praktisch. Want als jullie niet komen dan ligt het er voor de ratten en dat is niet de bedoeling.” Meteen voel ik me erg onaardig naar de ratten toe. Waarom de vogels wel voeren en de ratten niet?

De musjes laten weten dat het fijn is dat ze zo hun voerplekjes hebben. En ik geef ze in beeld en gevoel door dat ik altijd erg van ze geniet en dat ik het gezellige beestjes vind. Er staat nog 30 kilo klaar…

Hyronimus 12: Hebben dieren een ziel?

M: Dag Hyronimus, vandaag heb ik weer een min of meer wetenschappelijke vraag aan je.
H: Ik ben benieuwd, barst maar los.
M: Mijn vraag gaat over of dieren een eigen ziel hebben. Onze traditionele Godsdiensten helpen hier niet bij. In het Christelijke geloof hebben dieren geen ziel en dat maakt het gemakkelijk om die dieren dan ook op te eten en niet als een wezen met eigen gevoelens te beschouwen. Hoewel de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de bijbel de dieren wel als een levende ziel ziet. De Antroposofen zijn ook duidelijk, het verschil tussen mens en dier is dat dieren geen ziel hebben. Het Boeddhisme geeft dieren wel een ziel, maar geen individuele ziel, ze maken deel uit van een groepsziel. Dat zijn heel veel verschillen. Maar als ik met dieren spreek, krijg ik toch sterk de indruk dat het veel genuanceerder ligt dan wel of geen ziel hebben. Kun jij je licht daar over laten schijnen?
H: Ja zeker, ik snap dat het heel verwarrend is. En om het nog verwarrender te maken, ze hebben allemaal min of meer gelijk. Het zit zo: Mensen hebben in principe een eigen zelfstandig functionerende ziel, dieren functioneren veel meer in een groep en hebben in principe een groepsziel. Ik zeg nadrukkelijk in principe, omdat er tussenstadia zijn. Het is een kwestie van in welk stadium van je ontwikkeling je bent. De meeste mensen zijn reeds zodanig ontwikkeld dat ze een volledig zelfstandige ziel hebben, maar helaas niet alle mensen. Sommige zijn nog nadrukkelijk verbonden met hun afkomst en maken nog voor een deel, groter of kleiner, deel uit van de groepsziel waar ze ooit in geboren zijn. Voor dieren geldt dat ook maar dan in omgekeerde zin.
Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen. Dat doen ze echter binnen de groepsziel. Je moet dat zo zien dat dieren een grote groepsziel hebben, zie dat als een grote lege cirkel. In die cirkel zijn kleinere vlekken te onderscheiden, nog vaag, die zijn van dieren die bezig zijn een eigen ziel te ontwikkelen. Maar binnen die grote cirkel kun je ook duidelijke kleinere cirkels onderscheiden, die zijn van dieren die al stevig op weg zijn naar een eigen individuele ziel en hoe meer deze cirkels duidelijk loskomen van de achtergrond van de grote cirkel, des te meer deze dieren geïndividualiseerd zijn. Ze zwemmen/drijven dan ook langzaam naar de randen van de grote groepsziel cirkel. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze individuele dieren cirkels ook buiten de groepsziel treden en dan zijn ze geïndividualiseerd. Er blijft echter veelal wel een soort navelstreng die de verbinding met de groepsziel in stand houdt.

Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen

H: Mensen vormen feitelijk ook een groepsziel, een hele grote cirkel, waarin allemaal individuen rondzwemmen, maar mensen zijn zo op zichzelf dat ze meestal niet door hebben dat ze toch onderdeel van een geheel uitmaken. Dat is mogelijk doordat ze geïndividualiseerd zijn, dat is de afscheiding van de groep, dat is een ontwikkelingsproces. Een proces overigens dat ze ook moeten doormaken.
M: Dat is heel veel informatie. Als ik het goed begrijp zijn mensen in principe los van hun groepsziel, op enkele uitzonderingen na. Bij dieren is het juist het omgekeerde, die zijn nog onderdeel van hun groep, met enkele geïndividualiseerde uitzonderingen. En als je het hebt over ontwikkelingsstadium, heb je het over hoe ver je in vele reïncarnaties je ontwikkeld bent. Klopt dat?
H: Dat is in grote lijnen juist, we gaan nu niet muggenziften dus houden we het hier op. En jouw interpretatie van ontwikkeling via wedergeboorte is geheel juist. Dat is de weg die mens en dier moeten gaan en ook gaan.
M: Word je altijd in eenzelfde groep wedergeboren of hoe kom je van de ene groep naar de andere groep?
H: Dat heb je goed opgepakt. Via die individualisering kun je van de ene groep naar de andere groep verschuiven en dat is een ontwikkeling die je moet gaan. Maar het is niet de enige mogelijkheid om van de ene groep naar de andere te gaan. Zoals je gemerkt hebt in je dierengesprekken zijn er dieren die een veel hoger bewustzijn hebben dan andere. Mieren en bijen zijn bijvoorbeeld hoog in hun bewustzijn. Teken en slakken zijn juist weer erg laag in hun bewustzijn. Dus je eigen ontwikkeling van bewustzijn moet wel kunnen stroken met de vereisten van de mate van bewustzijn van de nieuwe groep waarin je wilt/kunt komen. Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft. Dit soort studies bedoelde ik toen ik je enige tijd geleden zei dat de mens de natuur en de wetmatigheden daarvan veel beter zou moeten bestuderen om uiteindelijk met de natuur samen te kunnen werken. Oude traditionele volken hadden vaak nog overleveringen van de natuurwetten en via die weg is het mogelijk weer inzicht te krijgen in deze natuurwetten. Ze lijken heel ingewikkeld, maar zijn, zodra je ze begrijpt, eigenlijk zo logisch als wat.

Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft

M: Dank je wel voor dit college. Is er nog iets wat je kwijt wilt of waar ik me op zou moeten richten?
H: Nee, het is goed zo.

211107

De karper

Op een dag sluit ik vriendschap met een karper. Het is net als met mensen: je kunt met iedereen praten, maar er zijn er een paar die je vrienden noemt.

Ik vertel hoe leuk ik het vind om met vrije dieren te praten. Meteen hoor ik dat deze karper niet zo vrij is. ‘Mijn gebied is beperkt. De grenzen zijn de vijver.’ Ze vertelt dat ze een gefokt en uitgezet dier is. Als ik vraag of het haar bevalt in de vijver krijg ik een aarzelend ‘Jawel…’ door. Maar eigenlijk wil ze liever een groter gebied. Ze wil trekken.

Ik vraag wat ze van mensen vindt en ze blijkt mensen vooral met eten te associëren. ‘Wij kijken altijd of ze wat hebben. Dan glijden we langs. Mensen bewonderen ons. Ze praten over ons.’ Ik vraag waarom ze over ‘ons’ praat en ze legt uit dat karpers met elkaar leven. Dat vinden ze prettig. Een karper voelt zich graag door andere karpers omgeven.

Ik vertel dat ik net een meerkoet heb gesproken. De karper zegt dat zij veel gemoedelijker zijn dan meerkoeten. ‘Wij zijn gelijkmatig. Wij doen alles in een rustig tempo. We kunnen wel snel zijn, maar de basis is rust.’

Ik geef haar het beeld van karpers die aan de oppervlakte zwemmen en ze vertelt dat ze het leuk vinden om buiten de vijver te kijken. Naar bomen, de lucht, mensen. ‘Zo vergroten wij onze belevingswereld.’ ‘Volgens mij zijn karpers vaak tam, of niet?’ vraag ik haar. ‘Dat is onze eigen interesse. Het is niet toe te dichten aan mensen. Het is wel een wisselwerking. Wij willen kijken naar mensen, maar het is niet hun verdienste. Andere vissoorten flitsen weg.’

Ze zou zelfs wel eens willen zwemmen met mensen. ‘Volgens mij zullen mensen dat niet zo snel doen…’ ‘Het lijkt mij wel wat. Beetje voelen, beetje langs glijden, in een rustig tempo.’ Ze ziet mensen niet als gevaar. Als ze gevangen en gedood wordt, is haar houding: ‘Komt mijn tijd, dan komt mijn tijd.’

Ze blijkt heel nieuwsgierig. Mensen zouden haar wel meer dingen mogen laten zien. Ik vertel dat ze zich heeft laten fotograferen en ze zegt dat ze nieuwsgierig was naar de fotograferende mens. ‘En nu heb ik contact met jou.’ Echt een sociaal dier. Dan hoor ik dat ze een bal in het water wel leuk zou vinden. ‘Dat kan ik je niet geven, want je bent veel te ver weg. Bovendien weet ik niet of de mensen een bal in hun vijver op prijs zouden stellen.’

De goedmoedige karper reageert: ‘Wij zijn heel open, leergierige dieren. Wij hebben een grote uitstraling. Boven het water en rond de vijver. Wij zijn er voor de harmonie. Een tussenpersoon tussen de buitenwereld en de vijver.’