“Opletten redt ons leven”

“Wat stond jij nou te doen?” De musjes kwetteren een beetje verontwaardigd als ik contact met ze maak.

“Ik wilde een foto maken van jullie zoals jullie komen aanvliegen als ik voer neerleg.”

“Wij hadden honger. Als jij dan anders gaat doen dan normaal, dan moeten we ineens opletten.”

“Vertrouwen jullie me niet?” vraag ik wat gekwetst.

“Opletten redt ons leven.”

Dat begrijp ik. De kat grijpt wel eens een musje en dat laat ik in beeld zien.

“Ja, het is minder zorgeloos sinds zij aan boord is.”

Ik maak van de gelegenheid gebruik door te vragen hoe ze de andere vogelsoorten ervaren die ook van het voer mee eten.

“De eenden zijn oké, maar als de kraaien en eksters komen maken wij wat ruimte voor ze. De duiven zijn ook oké.”

“Zijn jullie tevreden over de hoeveelheid voer en wanneer ik het neerleg?” Het lijkt wel een evaluatie.

“We houden de deur altijd in de gaten maar we moeten ons wel melden bij je. Soms vergeet je het en daarom komen we het liefst meteen aanvliegen. Of we maken geluid vanuit de struiken.”

“Het is niet alleen vergeten,” verdedig ik mezelf, “het is ook praktisch. Want als jullie niet komen dan ligt het er voor de ratten en dat is niet de bedoeling.” Meteen voel ik me erg onaardig naar de ratten toe. Waarom de vogels wel voeren en de ratten niet?

De musjes laten weten dat het fijn is dat ze zo hun voerplekjes hebben. En ik geef ze in beeld en gevoel door dat ik altijd erg van ze geniet en dat ik het gezellige beestjes vind. Er staat nog 30 kilo klaar…

Hyronimus 12: Hebben dieren een ziel?

M: Dag Hyronimus, vandaag heb ik weer een min of meer wetenschappelijke vraag aan je.
H: Ik ben benieuwd, barst maar los.
M: Mijn vraag gaat over of dieren een eigen ziel hebben. Onze traditionele Godsdiensten helpen hier niet bij. In het Christelijke geloof hebben dieren geen ziel en dat maakt het gemakkelijk om die dieren dan ook op te eten en niet als een wezen met eigen gevoelens te beschouwen. Hoewel de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de bijbel de dieren wel als een levende ziel ziet. De Antroposofen zijn ook duidelijk, het verschil tussen mens en dier is dat dieren geen ziel hebben. Het Boeddhisme geeft dieren wel een ziel, maar geen individuele ziel, ze maken deel uit van een groepsziel. Dat zijn heel veel verschillen. Maar als ik met dieren spreek, krijg ik toch sterk de indruk dat het veel genuanceerder ligt dan wel of geen ziel hebben. Kun jij je licht daar over laten schijnen?
H: Ja zeker, ik snap dat het heel verwarrend is. En om het nog verwarrender te maken, ze hebben allemaal min of meer gelijk. Het zit zo: Mensen hebben in principe een eigen zelfstandig functionerende ziel, dieren functioneren veel meer in een groep en hebben in principe een groepsziel. Ik zeg nadrukkelijk in principe, omdat er tussenstadia zijn. Het is een kwestie van in welk stadium van je ontwikkeling je bent. De meeste mensen zijn reeds zodanig ontwikkeld dat ze een volledig zelfstandige ziel hebben, maar helaas niet alle mensen. Sommige zijn nog nadrukkelijk verbonden met hun afkomst en maken nog voor een deel, groter of kleiner, deel uit van de groepsziel waar ze ooit in geboren zijn. Voor dieren geldt dat ook maar dan in omgekeerde zin.
Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen. Dat doen ze echter binnen de groepsziel. Je moet dat zo zien dat dieren een grote groepsziel hebben, zie dat als een grote lege cirkel. In die cirkel zijn kleinere vlekken te onderscheiden, nog vaag, die zijn van dieren die bezig zijn een eigen ziel te ontwikkelen. Maar binnen die grote cirkel kun je ook duidelijke kleinere cirkels onderscheiden, die zijn van dieren die al stevig op weg zijn naar een eigen individuele ziel en hoe meer deze cirkels duidelijk loskomen van de achtergrond van de grote cirkel, des te meer deze dieren geïndividualiseerd zijn. Ze zwemmen/drijven dan ook langzaam naar de randen van de grote groepsziel cirkel. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze individuele dieren cirkels ook buiten de groepsziel treden en dan zijn ze geïndividualiseerd. Er blijft echter veelal wel een soort navelstreng die de verbinding met de groepsziel in stand houdt.

Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen

H: Mensen vormen feitelijk ook een groepsziel, een hele grote cirkel, waarin allemaal individuen rondzwemmen, maar mensen zijn zo op zichzelf dat ze meestal niet door hebben dat ze toch onderdeel van een geheel uitmaken. Dat is mogelijk doordat ze geïndividualiseerd zijn, dat is de afscheiding van de groep, dat is een ontwikkelingsproces. Een proces overigens dat ze ook moeten doormaken.
M: Dat is heel veel informatie. Als ik het goed begrijp zijn mensen in principe los van hun groepsziel, op enkele uitzonderingen na. Bij dieren is het juist het omgekeerde, die zijn nog onderdeel van hun groep, met enkele geïndividualiseerde uitzonderingen. En als je het hebt over ontwikkelingsstadium, heb je het over hoe ver je in vele reïncarnaties je ontwikkeld bent. Klopt dat?
H: Dat is in grote lijnen juist, we gaan nu niet muggenziften dus houden we het hier op. En jouw interpretatie van ontwikkeling via wedergeboorte is geheel juist. Dat is de weg die mens en dier moeten gaan en ook gaan.
M: Word je altijd in eenzelfde groep wedergeboren of hoe kom je van de ene groep naar de andere groep?
H: Dat heb je goed opgepakt. Via die individualisering kun je van de ene groep naar de andere groep verschuiven en dat is een ontwikkeling die je moet gaan. Maar het is niet de enige mogelijkheid om van de ene groep naar de andere te gaan. Zoals je gemerkt hebt in je dierengesprekken zijn er dieren die een veel hoger bewustzijn hebben dan andere. Mieren en bijen zijn bijvoorbeeld hoog in hun bewustzijn. Teken en slakken zijn juist weer erg laag in hun bewustzijn. Dus je eigen ontwikkeling van bewustzijn moet wel kunnen stroken met de vereisten van de mate van bewustzijn van de nieuwe groep waarin je wilt/kunt komen. Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft. Dit soort studies bedoelde ik toen ik je enige tijd geleden zei dat de mens de natuur en de wetmatigheden daarvan veel beter zou moeten bestuderen om uiteindelijk met de natuur samen te kunnen werken. Oude traditionele volken hadden vaak nog overleveringen van de natuurwetten en via die weg is het mogelijk weer inzicht te krijgen in deze natuurwetten. Ze lijken heel ingewikkeld, maar zijn, zodra je ze begrijpt, eigenlijk zo logisch als wat.

Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft

M: Dank je wel voor dit college. Is er nog iets wat je kwijt wilt of waar ik me op zou moeten richten?
H: Nee, het is goed zo.

211107

De karper

Op een dag sluit ik vriendschap met een karper. Het is net als met mensen: je kunt met iedereen praten, maar er zijn er een paar die je vrienden noemt.

Ik vertel hoe leuk ik het vind om met vrije dieren te praten. Meteen hoor ik dat deze karper niet zo vrij is. ‘Mijn gebied is beperkt. De grenzen zijn de vijver.’ Ze vertelt dat ze een gefokt en uitgezet dier is. Als ik vraag of het haar bevalt in de vijver krijg ik een aarzelend ‘Jawel…’ door. Maar eigenlijk wil ze liever een groter gebied. Ze wil trekken.

Ik vraag wat ze van mensen vindt en ze blijkt mensen vooral met eten te associëren. ‘Wij kijken altijd of ze wat hebben. Dan glijden we langs. Mensen bewonderen ons. Ze praten over ons.’ Ik vraag waarom ze over ‘ons’ praat en ze legt uit dat karpers met elkaar leven. Dat vinden ze prettig. Een karper voelt zich graag door andere karpers omgeven.

Ik vertel dat ik net een meerkoet heb gesproken. De karper zegt dat zij veel gemoedelijker zijn dan meerkoeten. ‘Wij zijn gelijkmatig. Wij doen alles in een rustig tempo. We kunnen wel snel zijn, maar de basis is rust.’

Ik geef haar het beeld van karpers die aan de oppervlakte zwemmen en ze vertelt dat ze het leuk vinden om buiten de vijver te kijken. Naar bomen, de lucht, mensen. ‘Zo vergroten wij onze belevingswereld.’ ‘Volgens mij zijn karpers vaak tam, of niet?’ vraag ik haar. ‘Dat is onze eigen interesse. Het is niet toe te dichten aan mensen. Het is wel een wisselwerking. Wij willen kijken naar mensen, maar het is niet hun verdienste. Andere vissoorten flitsen weg.’

Ze zou zelfs wel eens willen zwemmen met mensen. ‘Volgens mij zullen mensen dat niet zo snel doen…’ ‘Het lijkt mij wel wat. Beetje voelen, beetje langs glijden, in een rustig tempo.’ Ze ziet mensen niet als gevaar. Als ze gevangen en gedood wordt, is haar houding: ‘Komt mijn tijd, dan komt mijn tijd.’

Ze blijkt heel nieuwsgierig. Mensen zouden haar wel meer dingen mogen laten zien. Ik vertel dat ze zich heeft laten fotograferen en ze zegt dat ze nieuwsgierig was naar de fotograferende mens. ‘En nu heb ik contact met jou.’ Echt een sociaal dier. Dan hoor ik dat ze een bal in het water wel leuk zou vinden. ‘Dat kan ik je niet geven, want je bent veel te ver weg. Bovendien weet ik niet of de mensen een bal in hun vijver op prijs zouden stellen.’

De goedmoedige karper reageert: ‘Wij zijn heel open, leergierige dieren. Wij hebben een grote uitstraling. Boven het water en rond de vijver. Wij zijn er voor de harmonie. Een tussenpersoon tussen de buitenwereld en de vijver.’

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 2

Dit is het vervolg op het eerste deel over Wendy, dat je hier kunt lezen. 

11 april 2020
M: Dag Wendy, het is al weer lang geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Op de dag af is dat vijf maanden geleden. Tussendoor hebben we wel contact gehad als je wat kwijt wilde, maar echte gesprekken hebben we niet meer gehad.
W: Dat klopt, maar ik heb je wel altijd op gevoelsafstand dichtbij gehad. De afgelopen dagen merkte ik dat je met me bezig was.
M: Dat klopt. Nadat J. mij gevraagd had weer eens met je te praten, heb ik af en toe contact met je gemaakt en je de vraag van J. voorgelegd, zodat jij voor jezelf zou kunnen nadenken wat je wilt.
W: Ik ben blij dat je die keuze maakte en me de tijd hebt gegeven daar over na te denken, hoewel de vraag natuurlijk steeds boven mijn hoofd heeft gehangen als een zwaard van Damocles. Dat klinkt zwaar, maar dat is het ook. Het is zoveel gemakkelijker als anderen de keuze voor je maken. Maar jullie hebben gelijk, ik zou aangeven als ik meende dat ik zover was, klaar voor de euthanasie om het meteen duidelijk uit te spreken. En de afgelopen dagen heb ik gezwalkt in mijn gevoelens daarover.
M: Dat heb ik gemerkt. Je gaf ook aan dat je wel heel erg moe bent en dat je ook ontstekingen in je lijf hebt, waardoor niet alles goed gaat.
W: Dat klopt, maar ik heb met dit mooie weer ook steeds weer het gevoel als ik een tijdje buiten in de zon mag staan, ik me beter voel. Ik heb zo hiernaar verlangd, de warmte van de zon en nu is die er en ben ik toch te weinig in de zon. Want het is natuurlijk nog niet echt warm, wel in de zon, maar niet op de grond.
M: Maar Wendy heb je nu voor jezelf al uitgemaakt wat je wilt?
W: Ja, min of meer. Ik voel wel dat het een mooie tijd is, ik ben heel moe en krijg ook klachten en mijn lijf voelt niet altijd fijn. Dus dat onderschrijft het idee, het is mooi geweest. Maar aan de andere kant, ik wil zo graag nog in de zon staan, dus geef dat me ook nog. En ik heb aangegeven, ik wil sterven in de armen van J. Met mijn kop op haar schoot als dat lukt. En het is voor J. niet altijd mogelijk om dat iedere willekeurige dag te doen. Dus heb ik er volledig vrede mee dat J. de keuze maakt wanneer het haar uitkomt dan mag het vanaf nu gebeuren.
M: Ik voel een grote droefheid over me komen te denken dat je zou overlijden, maar ik besef ook dat dat ook bij het leven hoort. En je hebt natuurlijk een prachtig leven gehad onder de hoede van J., die je heel veel liefde heeft gegeven en nog geeft.
W: Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

M: Wil je nog iets tegen J. zeggen?
W: Ja graag, ik wil J. bedanken voor de prachtige tijd die we samen hebben gehad. Ik ben haar daar dankbaar voor en ook voor het feit dat ik hier op deze plek mijn oude dag heb mogen doorbrengen. J. zal altijd verbonden blijven met paarden omdat ze voor een stukje is opgenomen in de groepsziel van paarden. Daarmee weet ieder paard, na verloop van tijd, dat J. te vertrouwen is en zal ze altijd ook vertrouwen terug krijgen van paarden.

Nagekomen bericht van Wendy, welke ze vannacht aan me door gaf: Ze wil met haar hoofd op schoot bij J. liggen, maar zodanig dat als ze een spasmen krijgt van de euthanasie, ze niet in J. haar buik kan klappen met haar hoofd, dus haar neus moet richting buik J. liggen. Dat als ze haar hoofd per ongeluk achterover gooit, ze nooit een klap tegen de buik van J. kan geven! J. is zwanger van een tweede kindje en daarom is Wendy zo super voorzichtig.

14 april 2020
W: Dag Eddy, ik wil je even laten weten dat ik me niet zo goed voel. Het is niet ernstig, maar ik houd je maar op de hoogte zoals we hebben afgesproken.
M: Dank je wel Wendy, wil je nog meer kwijt?
W: Nee, dit was het.

9 juni 2020
M: Dag Wendy, J. vroeg me om weer aan je te vragen hoe het met je gaat.
En zoals je weet doe ik dat altijd over enkele dagen. Ik leg contact met je, ik leg dit uit voor J., en we wisselen wat gevoelens uit over een aantal dagen. En daarna ga ik er voor zitten en hebben we een gesprek. Nu is het moment van het gesprek heb je ook zelf aangegeven.
W: Dat klopt. Ik weet dat we al enkele dagen met elkaar gevoelens uitwisselen en dan weet je eigenlijk al hoe het met me gaat. Ik vind het wel heel mooi dat ik dat kindje in J. haar buik mag zien groeien. Eigenlijk zou ik het ook wel willen zien als ze geboren is, maar dat lijkt me niet verstandig. Dat gaat nog een tijdje duren en dan voordat ik het te zien ga krijgen, gaat er nog meer tijd over heen.
M: Mooi dat je zo meeleeft met je gezin waar je eigenlijk op afstand deel van uitmaakt.
W: Ja dat is heel zeker zo. Je weet ik ben idolaat van J., die heeft me al zolang onder haar hoede genomen en daar ben ik echt heel dankbaar voor. Ze heeft gelukkig ook een aardige vent waar ik ook best wel van houd. En dan haar dochter, zo’n heerlijke vlinder en zo wijs, ja dat is echt een lievelingetje van me. En toch weet ik dat het nu gaat stoppen. Ik heb het al eerder aangegeven dat ik er klaar voor ben en dat ben ik nog steeds. Ik heb zeker ook nog genoten van de vele mooie zonnige dagen, maar ik ben zo stram en heb eigenlijk zoveel last van mijn gewrichten dat alles pijn doet. Zeurderige pijn, ik kan dat wel aan meestal, maar soms ben ik het zo zat. En vaak ook niet als ik weer een goede dag heb. Maar die heb ik steeds minder.
M: Je zegt dus nog steeds dat je er klaar voor bent.
W: Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen, maar J. moet wel heel voorzichtig zijn dat mijn hoofd niet bij een stuiptrekking tegen haar buik aan kan komen. Dat risico wil ik niet lopen. Laat ze maar met de dierenarts overleggen hoe dat het beste kan. Ik kan dat onvoldoende weten.

Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen

M: Wil je dat ik vooraf nog met je praat en laat weten wanneer het gaat gebeuren?
W: Ja, dat wil ik beslist, ik wil voorbereid zijn, enkele dagen van te voren, dan kan ik me daar innerlijk op voorbereiden.
M: Dan zullen we dat proberen te organiseren. Nog een vraag, mag ik na het inslapen contact met je opnemen om te kijken hoe het met je gaat?
W: Dat lijkt me spannend en dus ja.
M: Nou Wendy tot binnenkort dan maar weer. Wil je nog wat zeggen?
W: Je laat dit toch wel aan J. weten en ze wacht toch niet te lang meer?
M: Ik zal het straks doorgeven. Dag lieverd.

14 juni 2020
M: Dag Wendy, vandaag krijg je bezoek van je familie om je te vertellen dat ze afscheid gaan nemen. Iedereen is erg geschrokken van je val vorige week en dat zul jij ook wel zijn. Hoe is het nu met je?
W: Heel raar. Ik voel me enerzijds behoorlijk versleten en verdrietig, verdrietig om nu deze wereld te verlaten, maar ik weet ook dat het goed is, ik ben klaar en dan moet je naar de volgende fase gaan.
M: Wat bedoel je met klaar? De vriend van J. vertelde me hoe hij en J. met elkaar hadden gepraat over hoe hun leven was gelopen in relatie met jou. Jij kwam in het leven van J. toen ze best een lastige fase doormaakte. Door jou heeft ze heel veel geleerd over zichzelf maar ook over hoe je met anderen moet omgaan. Ze is de cursus paardenfluisteraar gaan volgen om jou te leren begrijpen, maar daar kreeg ze bij cadeau dat ze zichzelf beter kon begrijpen. En daar leerde ze van dat de interactie tussen mens en dier bijzonder kan zijn. Dat heeft haar aangezet tot een andere invulling van haar de studie psychologie. Daardoor kreeg ze ander werk en daardoor hebben J. en haar vriend elkaar leren kennen. Bij haar vriend is in zijn hoofd blijven zitten dat jij uiteindelijk die twee aan elkaar gekoppeld hebt. En nu dat een stabiele relatie is, zit jouw taak erop en kun je overgaan naar een nieuwe fase. Dat is toch wel erg mooi, vind je niet?
W: Ja dat is een mooi verhaal, dat knap ik helemaal van op. In wezen hebben J. en haar vriend gelijk, maar zo rechtstreeks werkt het natuurlijk niet. Maar de grote lijn zit er wel in. Dat is hun gevoel dat ik voor ze gedaan heb en dat is heel mooi. Daar zit ook een andere kant aan, zij en dan vooral J., heeft ook heel veel voor mij gedaan. Waardoor ik ook heb kunnen groeien. Het zou te ver voeren om dat allemaal te benoemen, want het is heel veel. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien. Daar zullen we het later nog wel eens over hebben, hoop ik.

J., heeft ook heel veel voor mij gedaan, waardoor ik ook heb kunnen groeien. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien

M: Mooi, ja ik hoop dat we allebei die gelegenheid krijgen om onze gesprekken voort te zetten. Voor vandaag wil ik je nadrukkelijk vertellen dat de afspraak voor de euthanasie gemaakt is en je wilde weten dat het er aan kwam.
W: Ja, ik weet het. Ik heb het al meegekregen van het overleg dat Piet met de dierenarts heeft gehad en met J. Het gaat woensdag eindelijk gebeuren en met eindelijk bedoel ik niet dat het tijd werd, maar dat het het juiste tijdstip is. Ik kijk er niet naar uit, maar anderzijds wel. Het leven was zwaar en begint nu knellend te worden als mijn lijf me zomaar in de steek kan laten. Dus is het nu goed en ik kijk er naar uit om dit door te maken met mijn lieve mensen om mij heen. Ik ben er niet bang voor, het is goed zo. En natuurlijk zullen mijn mensen verdrietig zijn, maar blijf in herinnering houden wat we elkaar hebben kunnen geven in deze periode, een heel mooi geschenk alles bij elkaar. Daar ben ik dankbaar voor.
M: Nou lieve Wendy dat klinkt mooi en ook alsof je er helemaal klaar voor bent.
W: Dat is ook zo en ik hoop van harte dat we hierna ook nog met elkaar in contact kunnen blijven.
M: Dat gaan we zeker doen, dag lieve Wendy.

19 juni 2020
M: Dag Wendy, je bent nu in een andere fase van je ontwikkeling gekomen, is het mogelijk met elkaar te praten?
W: Ja, dat is goed mogelijk, ik ben nog vlakbij.
M: Zou je willen vertellen over je proces van overgang naar je andere bewustzijnsniveau als een soort verslag uit de eerste hand?
W: Dat wil ik wel, het was heel boeiend. Eerst was J. heel lief voor me en mocht ik nog even genieten van in het weiland staan met groen gras, wat was dat fijn om weer eens gras te eten. Daar heb ik echt van genoten en ik zou bijna vergeten dat ik vandaag mijn fysieke leven zou laten beëindigen, zo genoot ik van dat gras eten. Maar we hadden andere afspraken met elkaar. En toen de dierenarts kwam was duidelijk dat ik nu zou gaan vertrekken. Ik kreeg een spuitje van de dierenarts en daar werd ik wel heel moe van, maar ik wilde me niet zomaar overgeven. Dat is raar gezegd, ik wilde wel, maar mijn lijf kon het niet. Dat wilde nog genieten van alle aandacht. Maar uiteindelijk moest die zich overgeven en zo ben ik dan naar de grond in liggende staat begeleid. Gelukkig kwam J. bij me zitten, zoals ik het wilde en dat was heerlijk. Ik was intens gelukkig zo bij haar te kunnen zijn en langzaam alles uit me weg te laten vloeien. Ook verdrietig, maar ook gelukkig. Raar is dat eigenlijk zo dubbel. Op het moment dat je dood bent verlies ja alle gevoel van pijn, maar je kunt angsten meenemen, maar die had ik gelukkig niet. Dus ik kon opstaan en lopen en ik merkte dat ik geen remmingen voelde van pijn of zo, dus heb ik eerst een aantal rondjes gegaloppeerd door de wei en langs de mensen. Dat was heel bijzonder, maar ik merkte dat J. heel verdrietig was en toen ben ik naar haar toe gegaan en heb mijn hoofd op haar schouder gelegd, mijn hals rond haar hals. Ze moet het gemerkt hebben en dat was super intiem voor ons alle twee.
M: Dat heb je wel heel mooi verteld. Voelde het ook als een waardig en mooi afscheid van deze wereld?
W: Ja het voelde als goed en ik voel me ook blij, hoewel ik ook het verdriet zie van de mensen, ook de mensen waar ik de laatste jaren geweest ben en de paardenmeisjes. Maar dat gaat allemaal over, ik word een herinnering, hopelijk een mooie herinnering. Maar bij J. is dat anders. Wij zijn altijd verbonden, niet alleen als herinneringen, maar we hebben ook een linkje, een lijntje dat ons verbindt en langs dat lijntje kunnen we elkaar informeren.
M: Hoe lang blijft dat lijntje in stand?
W: Dat weet ik niet. Ik hoop eigenlijk voor altijd, maar ik ga na verloop van tijd ook verder in mijn ontwikkeling. Dan word ik opgenomen in de paardengroepsziel en ben ik niet meer Wendy. Hoewel er mogelijk ook een spoor van individualisatie is gekomen door het intensieve contact met J. en daarom kan dat lijntje misschien langer blijven? Ik weet het niet, maar het zou wel mooi zijn. Nu ben ik regelmatig buiten in de grazige weiden, maar ook af en toe bij J., heel dichtbij.
M: Hoe gaat het nu verder met jouw ontwikkeling?
W: Dat weet ik niet precies. Alles is zo anders dan ik gewend ben, dus ik blijf nog wel een tijdje, weken, in de buurt van waar ik nu ben. Wat er daarna volgt weet ik niet, maar je mag me altijd benaderen en vragen hoe het met me gaat en waar ik ben.
M: Dat lijkt me mooi en ook bijzonder om jouw ontwikkeling te kunnen volgen.
W: Wil je een lieve knuffel aan J. doorgeven?
M: Dat zal ik doen en tot de volgende keer!

Vogels en hun relatie tot mensen (uit het boek In de Stilte hoor je alles)

Een “vogel-medley” uit het boek In de Stilte hoor je alles:

Henkie, de gevonden gierzwaluw die twee weken in mijn trui leeft, vindt dat wij meer zouden moeten lachen. Ik hoor vaker van vogels dat ze mensen niet zo vrolijk vinden. Waar de mus zegt liever met mussen om te gaan omdat die veel vrolijker zijn, vermaakt de meeuw zich juist wel met mensen. Vooral met wat die aan voedsel van zich af gooien: ‘Ik lust veel, ik zoek overal naar iets eetbaars. Het is een spel om te zien wat mensen achterlaten.’ Ze voegt eraan toe dat je als meeuw wel nieuwsgierig moet zijn. Met een teruggetrokken karakter overleef je niet. De merel vrolijkt de wereld graag op met haar gezang, maar weet dat ze ongrijpbaar is en wil dat graag zo houden. De uil is zich bewust van haar rustgevende uitstraling en de vlaamse gaai heeft er plezier in om mensen te verwonderen met haar mooie uiterlijk. Het pimpelmeesje lijkt gericht op mensen, geniet ervan om een beetje ‘samen met mensen’ een nestje uit te broeden en ziet zichzelf als ‘een cadeautje’ voor de mensheid. De fuut omschrijft zichzelf als een lichte, blije, actieve vogel die haar eigen wetten heeft, haar eigen kijk op het leven en zo overal tussendoor zwemt, waarbij ze haar onafhankelijkheid behoudt. Ze is heel duidelijk: ‘Mij moet je niet vangen. Dan krijg ik stress en raak ik uit mijn kracht.’ De zwaan: ‘Wij moeten leven met mensen, maar willen geen vrienden worden. Wij houden graag onze eigen leefruimte en verdedigen die. Wij zijn wat afstandelijk, op onszelf gericht.’ En de gans vindt het maar moeilijk samenleven met mensen: het zijn baasspelers.

 

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 1

27 augustus 2019
Wendy is het paard van een vriendin van mijn dochter, ze heeft het paard al heel lang en heeft er vroeger veel op gereden, maar nu is Wendy al jaren in een paardenrusthuis in Arnhem, waar ze goed wordt verzorgd. Maar Wendy is de afgelopen tijd vermagerd en heeft nu een oogontsteking die niet over wil gaan. De vraag is of het nu tijd is om haar te laten inslapen.
M: Dag Wendy, ken je me nog? Ik ben Eddy en wil graag met je praten. J. wil wat dingen van je weten, mag ik je deze vragen stellen?
W: Dat is goed.
M: Hoe voel jij je nu?
W: Heel moe, mijn lijf doet op sommige plaatsen pijn, maar ik ben J. heel erg dankbaar dat ik hier mijn oude dag mag doorbrengen.
M: Heb je nog wel zin om te leven?
W: Soms wel, soms niet, de dagen verschillen.
M: Heb je erge last van je oog?
W: Ja, dat is heel lastig en het kriebelt steeds, daar moet ik veel aan denken en dan terug kriebelen.
M: Denk je dat je eraan toe bent om naar de grote grazige weide te gaan?
W: Bedoel je dood?
M: Ja, maar na de dood ga je toch naar de grote grazige weide?
W: Dat weet ik wel en dat lijkt me ook wel mooi.
M: Ik hoor een maar …

Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen

W: Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen.
M: Zeg je dat je nu nog niet dood wilt en overgaan, maar tegen de winter misschien wel?
W: Ik kan daar in niet echt kiezen, ik weet het niet. Buiten vind ik het vaak wel leuk, binnen vind ik saai, niets te beleven. Als ik alleen binnen zou moeten blijven, zou ik het veel minder vinden. Maar ik zal te allen tijde een beslissing van J. volledig accepteren, ze is zo goed voor me geweest altijd. Wil je dat tegen haar zeggen? En ik laat de keuze aan haar.
M: Ik zal het tegen J. zeggen! Dag lieverd.

13 november 2019
M: Dag Wendy, hoe gaat het nu met je?
W: Dag Eddy, goed dat je het vraagt. Ik ben aan het overleven. Deze nare tijd van het jaar en speciaal nu met al die regen, vind ik moeilijk. Mijn lichaam is stram en doet pijn, zeurderige pijn die weer verdwijnt, tenminste het grootste deel daarvan, als die regen weer minder wordt. Als ik hier doorheen ben en er komen weer mooie zonnige dagen waarop het vriest, ga ik daarvan genieten.
M: Denk je dat je deze periode kunt doorstaan en dan ook nog de winter, tot het weer warmer wordt?
W: Ik weet het niet. Dit is natuurlijk mijn moeilijkste periode, vanaf het voorjaar geniet ik weer.
M: Heb je veel pijn en zou je eerder willen uitstappen?
W: Zoals ik me nu voel vind ik het moeilijk, maar ik weet ook dat er altijd weer een nieuwe periode komt waar ik van kan genieten.
M: Ben je niet heel moe?
W: Ja, dat ben ik. En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan.

En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan

M: Ik begrijp helemaal wat je zegt. Je gevoel zegt ik wil het voorjaar nog meemaken, maar je lichaam laat eigenlijk iets anders zien.
W: Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Ik wil nog zo graag het voorjaar zien, maar dat betekent dat ik door de pijn en vermoeidheid heen moet. Of ik dat kan? Ik weet het niet. Er hoeft maar iets kleins te gebeuren en ik kan het niet en ik wil het dan ook niet meer. Maar dat is nu nog niet het geval.
M: Is het mogelijk dat je mij een seintje geeft als je het niet meer ziet zitten? Denk je dat je dat kunt?
W: Ik kan dat wel, maar vang jij het wel goed op? Begrijp je me wel als ik roep?
M: Dat weet ik niet, maar ik zal zeker mijn best doen. En eventueel kun je Hyronimus vragen mij te waarschuwen.

Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten

W: We zullen zien wat er mogelijk is. Maar ik wil in ieder geval dat J. erbij is. Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten. Dan geven ze maar pijnstillers, maar ik wil niet sterven zonder J. naast me.
M: Ik zal het haar laten weten.
W: Dank je wel. Best wel handig zo’n tolk.

18 november 2019
Wendy laat mij tijdens de wandeling met Kaila weten dat ze veel pijn heeft. Maar ze wil nog niet dood, ze wil het nog even aanzien.
(Ik krijg vooral het gevoel dat Wendy even wilde checken of de ‘lijn’ wel werkt voor het geval dat ze echt wil uitstappen)

24 november 2019
Wendy laat weten dat ze geniet van in het zonnetje buiten staan, heerlijk die warmte op haar lijf.

Hyronimus – 11 april 2020

M: Dag Hyronimus, ik ben al een paar dagen in ‘gevoel’ met Wendy, het paard van J. En dat is ook een vorm van gesprekken met elkaar hebben.
H: Dat klopt en het was voor Wendy goed om zachtjes voorbereid te worden op een gesprek dat letterlijk over leven en dood gaat van haarzelf.
M: Ja, daarom heb ik dat ook zo op deze wijze geprobeerd langzaam in de week te leggen. En zo te voelen was dat goed voor Wendy om voor zichzelf een soort standpunt te bepalen.
H: Ik heb het gevoel dat het inderdaad goed voor Wendy was om het zo aan te pakken.
M: Maar bij mij komen alle twijfels die ik eerst had weer terug. Ben ik wel goed genoeg om met Wendy en anderen te praten om ook dingen duidelijk te maken en een soort van doodvonnis te vellen uit naam van de dieren?
H: Hier hebben we het al eerder over gehad. Wat je nu parten speelt is het feit dat je de oefening weer een beetje bent kwijtgeraakt. Je weet het, eigenlijk moet je dagelijks dierengesprekken voeren, dan worden je twijfels minder. En aan de andere kant, je moet een zuiver instrument worden, daar ben je goed mee bezig, maar zonder oefening kun je de noodzakelijke zuiverheid nooit bereiken. Dus al weer blijf vooral oefenen en dieren om met je te praten vind je genoeg in je omgeving. Het kan zijn en het is niet onwaarschijnlijk dat je je instrument nog onvoldoende getraind hebt, waardoor de dingen die je straks van Wendy en anderen doorkrijgt, misschien niet 100% goed vertaald worden door jou. Dat zij zo. Je kent mijn voorbeeld nog van de radio ontvanger nog. De kwaliteit van het geluid is afhankelijk van de ontvanger en de wijze van afstemmen, dat zijn twee verschillende dingen. Ten eerste moet je apparaat goed zijn, je ontvangt dezelfde uitgezonden muziek anders via een kristalontvanger dan via een DAB+ stereo speler. Dat is gewoon een kwestie van kwaliteit. Je bent het niveau kristalontvanger al ver voorbij, maar je bent nog lang geen DAB+ ontvanger inzake kwaliteit. Maar daar moet je aan werken en dat is het eerste punt. Het tweede punt is je behendigheid om zuiver op de golflengte af te stemmen. Hoe preciezer je kunt afstemmen, hoe beter je ontvangst is. Dit afstemmen is een combinatie van talent en oefening. Talent heb je, maar je oefent te weinig. Gevolg is dat je ontvangst van de boodschap van Wendy en anderen mogelijk niet helemaal zuiver is. Dat is niet heel erg, want de hoofdzaak van de boodschap krijg je wel goed door, maar de fijne afstemming en daarmee de fijne gevoeligheden zul je misschien deels missen. Dat komt op den duur wel goed. Ga nu maar met de paarden praten.

Lees hier ook deel twee van deze blog.

De (kerst)boom

Langs het weiland aan de IJssel staat een grote dennenboom. Hij staat tussen verschillende soorten wilgen, bramen en brandnetels.

“Ben je een vreemde eend in de bijt?” vraag ik de boom. “Welnee, ik sta te stralen,” hoor ik terug.

Ik grinnik, want ik vind ook dat de boom dapper en vrolijk staat te stralen. Als klein boompje was hij een jaar of twintig geleden bij ons in het schip terecht gekomen als kerstboom.

Tijd voor een terugblik… De boom laat weten in zijn jonge jaren beknot geweest te zijn en ik moet meteen denken aan het net wat altijd om een kluit heen zit. Binnen bij ons heeft hij het als benauwd ervaren, maar wel gewaardeerd.

Tot mijn schande moet ik zeggen dat ik destijds de boompjes nonchalant buiten zette na gedane dienst. Ik weet niet meer of het de buurman of ik was, maar een van ons kreeg medelijden en wilde de boom een kans geven door hem in de grond te zetten.

Ik vraag de boom terug te gaan naar die tijd en krijg door dat het koud was en dat de boom erg z’n best moest doen om te wortelen. Daar lijkt veel energie in gegaan te zijn. De boom geeft door dat hij standvastig wilde worden en daardoor de diepte in moest.

De omstandigheden waren niet passend bij zijn soort, merk ik. Maar dat schijnt de boom niet belet te hebben om te gaan wortelen. En ik krijg het idee dat hij contact heeft gelegd met de andersoortige bomen.

“Het overleven/samenleven gebeurt in de grond,” laat de trotse boom me weten. “Ik heb mijn plek gevonden en ik blijf standvastig.”

Nou, dat kan ik alleen maar beamen want deze dennenboom staat vaak wel twee maanden per jaar met wortels en takken onder water. Als dat geen overlever is…

Boji: de ov hond van Istanbul

M: Dag Boji, mag ik met je praten?
B: (verrast) Wie wil er op deze manier met me praten?
M: Ik ben Eddy en ben een dieren verwoorder, dat wil zeggen dat ik met dieren probeer te praten om beweegredenen van dieren te leren begrijpen waarom jullie dingen doen zoals jullie doen. In jouw geval waarom je met het openbaar vervoer reist naar allerlei plekken? Als je me dan dingen wilt vertellen, schrijf ik dat op en publiceer ik dat op een website waar allerlei mooie en interessante dierenverhalen op staan. Zodat andere mensen kunnen begrijpen waarom jullie dieren zo doen.
B: Dat klinkt interessant. Wat mij betreft OK. Ik ben alleen een hele andere communicatie met mensen gewend. Ze spreken talen tegen mij en jij doet dat niet, jij zit in mijn hoofd of misschien wel in mijn ziel. En zo communiceren wij met elkaar, dat is echt heel anders dan gewoon met mensen. Maar dit is wel zo duidelijk. Ik begrijp je volkomen en jij kunt mij ook begrijpen want dat kan ik zien. Dus kom maar op met je vragen. Leuk.
M: Jij bent wereldnieuws geworden omdat iemand publiceerde over jou, terwijl je dagelijks met de metro, tram, bus of boot door Istanbul reist. Hoe ben je ooit op het idee gekomen om met het openbaar vervoer te reizen?

Boji in de metro in Istanbul

B: Dat was eenvoudig. Ik ben opgegroeid bij mensen die mij regelmatig meenamen in het ov. Zo leerde ik te reizen met de tram en metro en later ook de bus en de boot.
M: Heb je een specifieke baas of mens dat voor je zorgt?
B: Dat had ik vroeger wel, maar die zijn vertrokken en ik ben gebleven en heb enkele straten waar ik woon. Dat zijn verschillende straten op verschillende plekken in de stad en daar zijn mensen die me eten geven en me af en toe borstelen en lief voor me zijn. Het grappige is dat dit op verschillende plekken is, en die mensen weten dat niet van elkaar. Ik ben duidelijk geen zwerfhond in de zin zoals jullie straathonden typeren, maar ik heb ook geen echt huis, daarom zeg ik dat ik in verschillende straten woon. Het klinkt wat vreemd, ik woon in straten waar mensen lief voor me zijn en me deels verzorgen, maar ik hoor niet bij een persoon of enkele personen en dan zouden jullie zeggen dat ik een straathond ben, maar dat is dus niet zo.
M: Dus je hebt van mensen geleerd hoe je met het ov moet omgaan en hoe heb je dan geleerd waar je moet uitstappen en overstappen en hoe weet je welke lijn je moet hebben.
B: Dat is niet zo moeilijk, als je bijna de hele dag met het ov reist weet je al gauw waar welke lijn heen gaat. En doordat ik soms gewoon met mensen meeloop leer ik dan waar ik moet uitstappen en waar ik een andere tram of bus moet nemen. Trouwens ik neem liever niet de bus, die is een beetje krapjes en dan beginnen mensen wat te dringen en kan ik weleens geschopt worden, meestal niet expres, maar soms ook wel. Dus reis ik ook liever in de tijden dat het niet erg druk is, zodat ik mijn eigen ruimte heb om te zitten of liggen. En Istanbul is een erg grote stad, dus als ik gewoon er even uit wil, neem ik de boot naar de andere kant, kan ik heerlijk even uitwaaien en genieten van de frisse lucht op het water, want in de stad ontbreekt die veelal wel.
M: Je hebt alles wat je nu doet gewoon geleerd door het te doen?
B: Ja, zoals ik al zei, als je de hele dag de tijd hebt om te reizen leer je al snel hoe alles in elkaar zit en ik vertrek ’s ochtends vanuit mijn overnachtingsstraat met het ov om ergens heen te gaan. Dat bedenk ik niet van te voren, maar ik neem gewoon een tram of metro en dan bepaal ik waar ik eigenlijk heen wil. Dat is niet altijd een vooraf bepaald doel, het kan ook zomaar gewoon wat reizen zijn, je weet wel voor de lol. Jullie mensen gaan op terrasjes zitten om naar andere mensen te kijken. Ik ga in het ov zitten en kijk naar mensen, daar kan ik van genieten. En doordat ik gelukkig een grote hond ben, heb ik geen last van mensen die me even opzij schoppen of me mee willen nemen. Nee, daar houd ik weer niet van. Ik kan soms wel even met mensen meelopen en ik kan ook begrijpen wanneer ze goede bedoelingen hebben of juist niet, dan loop ik namelijk niet mee en loop ik een andere kant uit. Jullie zijn soms heel goed leesbaar voor mij en dan zie ik jullie intenties en bij de verkeerde intenties probeer ik afstand te bewaren en zoals gezegd, ik ben groot en kan indrukwekkend zijn, dus veel last heb ik niet van foute mensen, maar je komt ze wel overal tegen.
M: Je geniet dus wel van je huidige leven?

Boji in de bus in Istanbul

B: Zeker, ik geniet van mijn vrijheid en ik geniet van de mensen die me kennen en me soms verzorgen als ik dat toelaat of toevallig in hun buurt ben. Je weet wel, ik woon in verschillende straten, in zo’n straat zijn er meerdere mensen die wel voor me willen zorgen, dus komt dat altijd wel goed. Maar eigenlijk spreek ik niet over mensen die me verzorgen maar over mensen die lief voor me zijn en me af en toe wat geven, vaker eten, maar soms verzorging of zelfs een bezoek aan de dierenarts. Dat komt dan op mijn pad als ik daar aan denk, ik zoek het niet bewust op maar ga waarschijnlijk wel onbewust naar de plekken waar ik wat ik op dat moment nodig heb, kan vinden of krijgen. Zo zit mijn leven wel in elkaar.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat je geen zwerfhond of straathond bent, maar hoe moet ik je eigenlijk wel noemen?
B: Ik ben een kunstenaar en ben dus vrij en dus ook een vrije hond. Zo moeilijk is dat toch niet?
M: Nee, je hebt gelijk, sorry dat ik op zoek was naar een etiket, maar je hebt dat prachtig gezegd. Bij mensen zijn de kunstenaars het ook die zich heel knap kunnen onttrekken aan het etiket wat de mensen graag ergens op plakken. Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog iets zeggen?
B: Ik zou het leuk vinden om je een keer fysiek te ontmoeten, kan dat?
M: Dat klinkt lief en ik ben het met je eens, ik zou je ook heel graag een keer willen ontmoeten, maar daarvoor woon ik toch echt te ver weg. Ik vrees dat het er niet in zit.
B: Dat is jammer, maar ik zou wel graag contact willen blijven onderhouden. Kun je later nog eens een keer terugkomen in mijn ziel? Lijkt me leuk.
M: Dat zal ik doen, voor nu heel erg bedankt en veel plezier.

Mosselkunst

Op een morgen loop ik op een strandje langs de IJssel en ik zie dat het water die nacht erg snel gezakt is. Het zorgt voor een strand vol schelpen met mosselen. Waarschijnlijk waren ze verrast door de snelle daling en hebben ze niet op tijd weg kunnen komen. Een aantal van hen probeert de weg naar het water terug te vinden, anderen graven zich zo diep mogelijk in en weer anderen hebben het water nog wel kunnen bereiken. Het is een waar kunstwerk.

Het boeit me hoe dat nou toch zit en ik maak een aantal dagen later contact met de mosselen. Meestal noem ik het schelpen, maar ja, een bewoonde schelp zal wel mossel heten.

Wat meteen opvalt is het lage bewustzijn, wat lekker ‘zweeft’. Het woord sloomy komt op en in lees later dat dat sloom/inactief is.

Ik laat zien hoe ik ze trof en krijg het nuchtere antwoord dat als er geen water is, er geen voortbeweging is. Dat klopt naar mijn idee niet helemaal dus ik laat ze zien dat ze bezig waren sporen te trekken. “Ja, op zoek naar water,” hoor ik. Als ik erover nadenk begrijp ik het, want onder het zand zit natuurlijk water. Ze graven zich kennelijk ook in, misschien in de veronderstelling daar meer water te vinden.

Ze laten zien dat het water nodig is om te kunnen voortbewegen en als dat niet lukt, dan sluiten ze de schelp en wachten op beter tijden.

Het gunstigst voor hen is dat het water weer gaat stijgen en alles weer door kan gaan. Ik laat ze zien dat ze voer voor kraaien zijn als ze gesloten op het strand liggen. De kraaien pakken de schelpen namelijk op, vliegen naar het fietspad 50 meter verderop en laten de schelp daar kapot vallen. Ik krijg het laconieke antwoord terug: “Dat kan ook.” Kennelijk is dat voor hen geen probleem. Het lijkt part of the deal te zijn.

Ik krijg de indruk dat het ondiepe water, waar de warmte door de zon voelbaar is, ook best aangenaam is voor ze. Maar ik kan dat later nergens terug vinden. Bijna alles wat er over mosselen te vinden is gaat over hoe je ze kunt bereiden om op te eten.

Ik laat de dieren zien dat ik een aantal van hen in het water heb gegooid, als poging om ze te redden, maar het waren er teveel. “Maak je niet zo druk,” antwoorden ze, “het gaat zoals het gaat.”

Hoe kijken de bijen tegen samenwerking met de mens aan?

M: Goede morgen bijen, ik zou graag met een woordvoerder van jullie willen spreken. Is dat mogelijk?
B1: We gaan het regelen.
M: Dank je wel.
B2: Waar wil je over spreken als ik vragen mag?
M: Natuurlijk mag je dat vragen en daar wil ik ook graag open over zijn. Ik ben benieuwd hoe jullie staan tegenover hoe jullie door ons mensen behandeld worden?
B2: Oei, dat is een gevoelige vraag. Ik ga kijken wie ik daarvoor moet hebben.
M: Ik wacht af.
Ik krijg de indruk van een georganiseerd volkje, het gaat er bijna ambtelijk aan toe. Het voelt alsof ik aan de telefoon ben en wordt doorverbonden, zelfs af en toe zonder dat er iemand iets zegt, maar uiteindelijk kom ik bij het Bewustzijn terecht. En daar moet ik blijkbaar zijn.
B3: Dag Eddy, je vraag is luid en duidelijk overgekomen en ik zal die met genoegen proberen te beantwoorden. Maar het is een brede vraag, dus zullen we in etappes beginnen?
M: Dat lijkt me goed. Dan hierbij mijn eerste vraag: Jullie zijn een bijzonder volk, met verschillende afdelingen of soorten zoals wij mensen het noemen. Maar hoe heeft jullie soort nu zo nauw in contact kunnen komen met mensen?
B3: Een interessante vraag. Je wilt weten hoe het komt dat wij zo gedresseerd zijn door de mensen?
M: Oneerbiedig gezegd, ja.
B3: Nou we zijn niet gedresseerd. We hebben een symbiose op basis van gemeenschappelijke belangen. En die samenwerking bestaat al heel lang. In het oude Egypte zijn we al begonnen samen te werken met de Goden zonen en dat vonden wij passend, want wij zijn feitelijk ook Goden zonen, maar dan wat anders. Dus vanuit die vergelijkbare achtergrond, niet een gemeenschappelijke achtergrond, zijn we samen gaan werken. Dat heeft in het verleden goed uitgepakt voor ons bijen. We kregen eenvoudige maar goede huisvesting en konden daarmee onze tijd besteden aan zoeken naar het beste voedsel en het maken van honing en was en het bestuiven van bloemen deden we daarvoor terug. Door die huisvesting werden we ook beschermd tegen een deel van onze vijanden.
M: Ik hoor er een verandering aan komen, klopt dat?
B3: Ja, er kwamen vele veranderingen in de loop van de duizenden jaren dat mensen en bijen samenwerkten. Na verloop van tijd waren we bereid om ook honing af te staan als wederdienst omdat we echt veel meer konden maken dan we zelf nodig zouden hebben. Zo is de honingindustrie ontstaan, maar die is ook al heel oud. Let wel, de overbodige honing gaven we vrijwillig af. Later werd de honing van ons afgepakt en werden wij daarvoor gedood. Daarmee werden wij meer slaaf gemaakt dan dat er sprake was van een symbiose. In de huidige tijd waarin de mens het milieu enorm aan het vervuilen is, al sinds enkele honderden jaren, maar de laatste decennia heel hevig, krijgen wij bijen het steeds moeilijker. Naast parasieten hebben we vooral last van pesticiden en is het vinden van goed voedsel ook niet meer zo eenvoudig door de monoculturen die bijna overal heersen.
M: Ik begrijp dat jullie van een samenwerking met de mens tot een slaaf van de mens bent geworden. Hoe voelt dat?
B3: Dat voelt zoals jullie je ook zullen voelen als loonslaaf. Je bent afhankelijk van anderen en dat wil je eigenlijk niet zijn, maar het heeft ook wel een comfortabele kant, dus is het heel dubbel.
M: En hoe kijken jullie aan tegen het afnemen van de honing en was en daarvoor in de plaats het krijgen van suikerwater?
B3: Wij maken honing en was om onze wintervoorraad aan te maken en daar moeten we de winter mee doorkomen. Daar werken we hard voor en dan is het toch een beetje sneu als je lekkere wintervoorraad geplunderd wordt en je daarvoor in de plaats wel een andere wintervoorraad eten krijgt maar van een hele andere kwaliteit. Dat kun je vergelijken met jullie manier van eten. Stel je verbouwt allerlei lekkere groenten zelf op het land en maakt daar een heerlijke voedzame soep van. En dan komt er iemand die je pan met soep van je afpakt en je daarvoor in de plaats een industrieel vervaardigde soep geeft gemaakt van groente van een land dat met pesticiden is bewerkt. De kwaliteit van je voedsel is echt heel anders, maar je overleeft wel op basis van die industriële soep, maar gezond is niet het juiste woord voor je eten. Jullie krijgen daar obesitas van, wij krijgen daar andere klachten van en leven daardoor minder lang en met een mindere kwaliteit. Vraag je dus of we blij zijn met onze huidige positie als bij, dan moet ik zeggen we zijn onderworpen aan het slavenregiem van de mens, die de hele natuur als slaaf beschouwd.
M: Dat vind ik nogal een heftige uitspraak, meestal zijn jullie dieren veel milder naar de mens toe.
B3: Is daar aanleiding toe om mild te zijn? We worden uitgebuit en slecht behandeld, en jullie vervuilen de hele natuur. Dan kun je toch niet meer mild oordelen?
M: Ik begrijp het. Heb ik je boos gemaakt door mijn vragen?
B3: Nee, helemaal niet, maar je zoekt eerlijke antwoorden en die heb ik je gegeven.
M: Wil je nog iets kwijt?
B3: Dank voor deze vragen omdat ik hoop dat mensen aan de hand van mijn antwoorden gaan beseffen wat jullie mensen de natuur aan doen. Het gaat niet alleen over de bijen en de bloemen en de weides, het gaat over alles. Jullie beseffen totaal niet hoe je het contact met de natuur verloren bent en je daardoor ook tot onmenselijke daden kunt komen. Als jullie in harmonie zouden kunnen zijn met de natuur en je directe omgeving, dan kun je ook geen kwaad doen tegen de natuur, maar dat contact zijn jullie kwijt geraakt en daarom heb ik ook medelijden met jullie mensen. Jullie zijn zo blind, je ziet het niet. Maar ik gun jullie dat je het wel weer gaat zien. Veel sterkte daarmee, want het is een weg die jullie moeten gaan.
M: Dank je wel, indrukwekkend dit verhaal.

211007