Koe over LHBTI

Ik loop op mijn dagelijkse wandelingen met onze hond vaak langs deze koe. Ze staan met z’n tweeën in een grote weide en vandaag spreekt de ene koe me aan.

K: Kunnen we even praten?
M: Ja, leuk, daar geniet ik van.
K: Ik zie je vaak langskomen en je kijkt altijd naar ons en hebt een mooie uitstraling, daarom dacht ik: kunnen we praten.
M: Ja, dat kan. Ben jij eigenlijk mannelijk of vrouwelijk?
K: Doet dat er toe?
M: Nee, helemaal niet, het is nieuwsgierigheid van mij.
K: Ik krijg de indruk dat er in de mensenwereld zo’n intolerantie is naar alles dat anders is. Maar laat ik je vertellen dat bij ons dat echt anders werkt. Wij koeien kunnen houden van elkaar, dat heeft niets met seksualiteit te maken en of je een mannetje of een vrouwtje of wat anders bent. Houden van is houden van, daar wil je mee samen zijn. Voortplanting is iets heel anders, dat doe je omdat dat een drang is, maar het heeft niets met liefde te maken. Daar komt bij dat op de wijze waarop wij koeien gehouden worden door mensen, voortplanting geen keuze is. Maar de liefde voor je baby natuurlijk wel, dat heb je in je zitten.
M: Dank je wel voor deze korte uiteenzetting. Dus al dat gedoe rond LHBTI speelt totaal niet bij dieren?
K: Los van dat ik jouw letters niet snap, maar ik begrijp dat ze met de verschillende vormen van seksualiteit te maken hebben, gaat het over afwijken van de ‘norm’. Dat is nu net het probleem. Er is geen norm, alles kan en mag in de liefde, dus is er ook geen afkeuring nodig, want liefde is iets heel moois, dat kan nooit afkeurenswaardig zijn.

Er is geen norm, alles kan en mag in de liefde, dus is er ook geen afkeuring nodig, want liefde is iets heel moois

M: Voel jij dat zo? En denk je dat mensen te veel normen maken en daardoor ze echte liefde niet kunnen begrijpen als die anders is dan gebruikelijk?
K: Het mooie van liefde is dat het ongrijpbaar is, er is ‘iets’ dat de aantrekking veroorzaakt en die wordt niet tegen gehouden door een norm of wat gebruikelijk is. Mensen laten zich wel tegenhouden door hun eigen opgelegde normen, maar dat zijn ook maar ideeën die je kunt vervangen door andere ideeën of zo je wilt normen.
M: Dank je wel voor deze mooie woorden over vrijheid van liefhebben. Ik zal ze delen. Heb je er nog iets aan toe te voegen?
K: Nu niet. Misschien wel een andere keer.

221024

Mens-diercombinaties

“Met het reguleren van mens-diercombinaties is de wet weer in lijn met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.”

Hmmm, binnenkort schijnt er een grootse aanpassing in de Embryowet te komen. Die nieuwe wet geeft wetenschappers en onderzoekers meer ruimte om embryo’s te gebruiken voor studies en experimenten. Ik moet denken aan een filmpje wat ik eens zag van een pasgeboren baby met een tijgervachtje en oren. Waar gaat dit allemaal naar toe?

Mijn ervaring met dieren is dat ze het heerlijk vinden om zichzelf te zijn, in hun eigen lichaam, met hun eigen mogelijkheden en interesses. Ik heb zelf wel eens interesse gehad in hoe het is om een dierenlichaam te hebben en via mijn manier van communiceren mocht ik soms meevoelen hoe zij hun lichaam ervoeren. Zo vloog ik mee op de wind met de ooievaar, ervoer ik hoe het is om zonder poten als slang te glijden, voelde ik de sensatie van de jacht en de honger van de beer.

Maar eind van het liedje is dat we onszelf weer zijn, ons eigen lijf weer behuizen en onze eigen eigenschappen behouden. Een ervaring rijker, dat wel.

Wat ik van de communicatie met dieren weet is er geen belangstelling om een combi te worden. Tuurlijk, er kan interesse zijn naar elkaar. Maar eigenschappen gaan combineren en een nieuw soort creëren? Het is mij via de dieren nog niet ter ore gekomen. Misschien moet ik onderzoek gaan doen maar voor nu is het voor mij een groot rood kruis.

Verongelukte aap

Ik ben nog in India en ga regelmatig op bezoek bij de dierenkliniek annex asiel voor straatdieren. Daar kwam ik deze schattige aap tegen. Op een gegeven dag mocht ik mee het hok in van de baas en hebben we nader kennis gemaakt. Na enkele dagen heb ik een gesprek met haar gehad. Ik heb haar nadien nog een aantal keren bezocht.

M: Dag aap, ik ben al een aantal keren bij je op bezoek geweest en je hebt zelfs op mijn schouder gezeten. Ik zou graag met je willen praten over je leven, zoals het is. Heb je eigenlijk een naam?
AS: Ja, de baas (ik neem aan dat dat Shravan is) heeft me een naam gegeven, maar dat is niet mijn naam. Mijn familie heeft me wel een naam gegeven, dat is in jouw woorden slingeraar. Wel een beetje cynisch nu ik nog maar één hand heb om mee te slingeren en toch kan ik het nog.
M: Ik heb je zien slingeren aan een touw, je hebt het me heel goed laten zien en ik zag dat je er trots op was.
AS: Ja dat ben ik eigenlijk best wel.
M: Vertel wat is jou overkomen dat je nu nog maar één hand hebt?

Ik ben als baby ergens opgesprongen en heb toen drie van mijn handen ernstig verbrand en werd voor dood achtergelaten op straat

AS: Ik ben als baby ergens opgesprongen en heb toen drie van mijn handen ernstig verbrand en werd voor dood achtergelaten op straat. Ik was er ook erg slecht aan toe en had vreselijke pijn, dat herinner ik me nog wel. Mijn moeder heeft er alles aan gedaan mij mee te nemen, maar ik kon me echt niet meer aan haar vasthouden om mee te gaan. Gelukkig hebben mensen de dierenziekenauto gebeld en ben ik opgehaald. Dat vonden mijn moeder en ik niet leuk, maar het was de juiste keuze moet ik nu toegeven. In het dierenziekenhuis heeft mijn baas zich om mij bekommerd en heeft hij mij verzorging laten geven. Drie van mijn handen zijn toen geamputeerd, dat was afschuwelijk, maar blijkbaar nodig om mij weer beter te maken. En ik ben weer beter geworden, kijk maar naar mij.
M: Ja, je bent een prachtige aap geworden. Toen ik de eerste keer bij je kwam kijken had ik niet eens door dat je maar één hand had. Het is niet direct zichtbaar en je bent zo handig. Knap hoor. En je hebt hier een belangrijke taak hoorde ik.
AS: Ja, ik ben pleegmoeder voor alle kleine aapjes die op straat gevonden worden en hun familie kwijt zijn. En dat zijn er regelmatig best wel een aantal.
M: Ik zag dat je de verzorger bent van vier aapjes.
AS: Ja, ik ben voor een deel oppasser, want ze kunnen wel zelf eten, maar als ze zo klein zijn durven ze alleen maar aan de buik van hun moeder te hangen. Sommige zijn dapperder. Er is hier een kleine, zelf nog een peuter, aap die al moedertje speelt voor de jongste in ons gezelschap. Die klampt zich steeds aan haar vast.

Ik ben pleegmoeder voor alle kleine aapjes die op straat gevonden worden en hun familie kwijt zijn

M: De eerste keer had ik die kleine niet eens gezien. Hoe voelt het voor jou als deze kleintjes groter geworden zijn en ze zelfstandig kunnen leven en als groepje worden uitgezet? Voel je dan weer erg eenzaam en verlaten?
AS: Nee, dat zijn typische mensen emotie. Natuurlijk is het raar als je ineens weer alleen bent, maar dat is een normaal proces. Kleintjes moeten hun eigen gang gaan. In de natuur blijven ze vaak wel langer bij de groep, maar dat kan hier niet. Dus gaan ze een keer allemaal weg, maar meestal ben ik dan niet alleen en zijn er weer nieuwe kleintjes waarvoor ik pleegmoeder moet spelen en dat vind ik wel leuk. Dus eigenlijk ben ik hier nooit eenzaam en ik vervul een belangrijke taak binnen de kliniek.
M: Dank je wel voor dit gesprek, wil je nog iets toevoegen of zeggen?
AS: Waarom wil je de foto van jou en mij niet laten zien?
M: Dat is een goede vraag en een lastige voor mij. Ik schrijf niet onder mijn eigen naam en daarom wil ik er niet mijn foto bij doen, want dan zullen sommige mensen mij herkennen en dat wil ik niet.
AS: Waarom doe je daar zo moeilijk over, we zijn toch schattig samen?
M: Je hebt helemaal gelijk, maar ik ben er nog niet aan toe.
AS: Jammer, maar ik zie je snel weer toch?
M: Ik kom zeker nog eens langs voor ik weer vertrek.

220930

Compliment van de hond

Ik schrijf bijna nooit over gesprekken waarin ik tolk tussen mens en dier. Maar soms is een opmerking te mooi om niet te delen.

 

Als tolk stelde ik de vraag aan een hond hoe hij het leven met de kat ervaart.

“Hij is geen hond, maar hij is oké,” hoorde ik.

De vrouw aan de lijn moest erg lachen. Wat bleek? Twee jaar geleden had ik ook voor haar getolkt en was de vraag gesteld of hij na het overlijden van de kat weer een andere kat in huis wilde. De hond wilde toen graag een andere hond erbij om lekker te kunnen spelen. Dat was voor deze vrouw echter geen optie en ze heeft enorm haar best gedaan om een kat te vinden die bij de hond zou passen.

Dat is gelukt! De hond en de kat spelen ontzettend leuk met elkaar, ieder vanuit z’n eigen wezen/zijn maar toch heel goed samen. Dat de hond doorgaf “Hij is geen hond, maar hij is oké,” is een heel groot compliment voor de kat!

 

Wegens privacy zijn de dieren op de foto niet de dieren waar het om gaat :).

straatkalf in India aangereden

Ik ben momenteel voor mijn werk in India en daar is een dierenkliniek die geheel door vrijwilligers gerund wordt. Enige jaren terug was het een kleine kliniek, nu is het een groot complex geworden en werken er 38 vrijwilligers waarvan drie dierenartsen onder de bezielende leiding van Shravan Krishnan. Ik zag daar een kalf hangen in een soort hangrek en ben met haar in gesprek geraakt.

M: Dag kalf, denk je dat we kunnen praten?
K: Dat hebben we al gedaan, dus ga gerust verder.
M: Ja, ik weet dat ik bij je op bezoek was en zachte woordjes tegen je gesproken heb, maar nu wil ik echt een diepgaand gesprek met je voeren als dat kan.
K: Dat kan, wat wil je weten?
M: Je maakt een erg depressieve indruk, is dat omdat je depri bent of omdat je je schikt in je lot zoals je er nu bij ‘staat’.
K: Ben je altijd zo moeilijk? Ik ben hier opgehangen en kan niets, ze moeten mijn eten om mijn hals binden zodat ik het kan eten en dat geldt voor het drinken ook. Daar wordt toch niemand blij van?
M: Nee, dat begrijp ik wel, ik wilde je niet iets aanpraten, maar je voelt zo moedeloos.
K: Ja, ik ben aangereden door een hele grote massa, dat noemen jullie een bus en ze hebben me gewoon laten liggen. Het deed en doet erg pijn en ik lag langzaam te accepteren dat ik dood zou gaan. Maar toen hebben mensen me opgehaald en hierheen gebracht en hier hebben ze mijn poten weer aan elkaar gezet voelt het, maar ik kan er niet op staan, daarom hang ik anders zou ik moeten liggen en dan is dit de betere oplossing. Maar aangenaam is het niet echt.

Het deed en doet erg pijn en ik lag langzaam te accepteren dat ik dood zou gaan.

M: Was je dan liever dood gegaan?
K: Dat weet ik niet. Misschien kan dit nog wel wat worden, maar zo hangen vind ik geen aangenaam leven.
M: Weet je hoe het verder gaat? Hebben ze je dat verteld?
K: Wie zou dat moeten doen? Jij bent de eerste die met me praat en daar knap ik wel van op, kan ik even vrijkomen van mijn onverschilligheid.
M: Ik verwacht dat je weer beter wordt met je poten, hoewel je misschien wel altijd een beetje mank zult lopen, maar je kunt vast weer gaan lopen en dan mag je weer rondscharrelen als je weer beter bent en heb je je vrijheid weer terug.
K: Vrijheid is wel fijn, zelf bepalen waar ik heen zal gaan en me aansluiten bij enkele andere zwervende koeien, want dit is erg eenzaam. Er liggen wel af en toe kalfjes in de hokken om me heen maar ze zijn toch te ver weg voor mij. Ik kan ze wel ruiken, maar wij maken graag contact door er dicht met de neus tegenaan te staan en misschien ook wat te likken. Zo hangend kan ik dat allemaal niet en is het eenzaam.
M: Maar dat gaat dus wel goed komen verwacht ik. Hoe was jouw leven voor je een ongeluk kreeg? Wil je dat vertellen?
K: ik was met mijn moeder en nog een aantal andere een groep koeien en we wandelden door de straten en kregen hier en daar wat eten of scharrelden dat bij elkaar, niet echt een moeilijk leven, hoewel we soms ook wel honger hadden, maar nooit lang. De drukte om me heen kon ik me best goed voor afsluiten en toen ineens boem en lag ik met veel pijn op de grond en kon ik niet meer opstaan. Ook mijn moeder kon me niet overeind duwen, ik kon alleen maar liggen. De troep is na een tijdje verder getrokken en heeft mij achter gelaten, dat was moeilijk maar onvermijdelijk. Een dier dat niet meer kan lopen kan ook niet meer eten, want het eten moet je opzoeken. Dus moest de troep wel verder en mij achter laten om dood te gaan en dat had ik geaccepteerd. Het liep anders en dat weet je nu. Hier ben ik.

De troep is na een tijdje verder getrokken en heeft mij achter gelaten, dat was moeilijk maar onvermijdelijk. Een dier dat niet meer kan lopen kan ook niet meer eten, want het eten moet je opzoeken.

M: Je vond het dus best wel moeilijk dat de troep verder moest gaan.
K: Ja, dat was moeilijk, maar zoals ik al zei, onvermijdelijk. En ik had het geaccepteerd.
M: Zie je nu wel weer het licht als je denkt dat je uit deze hangmat kunt komen en dat je dan weer kunt lopen en je eigen weg zoeken?
K: Ja, dat zie ik wel zitten.
M: Minder depri nu?
K: Zijn er meer mensen waar je mee kunt praten?
M: Je weet nu hoe het werkt, je geeft beelden door in iemands hoofd en misschien is er iemand die daarop reageert, maar ik weet niet of die bij jou in de buurt zijn. Wil je nog iets zeggen?
K: Wil je alsjeblieft mij nog af en toe bezoeken of met me praten, want dat verdrijft de eenzaamheid wel goed.
M: Ik ben hier niet zo lang maar ik kom nog wel eens langs, het was fijn kennis te maken.

220923

Het is nu twee dagen later en ik ben weer bij het kalf gaan kijken, maar ze is niet meer op de oude plek. Tijd om weer contact te leggen, waar is ze nu?

M: Dag kalf, kunnen we weer praten?
K: Ja dat kan, maar anders. Er is wat gebeurd, ik ben nu vrij en kan alles, maar dat is van beperkte duur.
M: Wat bedoel je? Ik kwam eigenlijk mijn excuses maken dat ik je niet de juiste dingen heb verteld. Ik dacht echt dat je beter zou worden, maar nu blijkt dat je zoveel inwendige wonden had, dat je ingeslapen bent. Dus je bent nu dood.
K: Daar zeg je wat. Het voelt niet zo, maar wel raar. Ik kan weer alles en heb geen pijn, maar ik weet ook dat dit tijdelijk is zo te voelen. Ik moet ergens heen.
M: Kun je er iets over vertellen, ik wil niet te veel invullen.
K: Ja, het ging niet goed met me, toen hebben ze me naar een andere plek, waarschijnlijk een dierenziekenhuis, gebracht en daar ben ik gaan slapen.
M: Ik denk dat de dokter je een spuitje heeft gegeven en dat je daarvan bent gaan slapen en daarna dood bent gegaan.
K: Maar dat was niet zoals het hoort te gaan. Normaal ga je bewust dood en je laat langzaam al je, hoe noem je dat nou, al je levensenergie laat je langzaam wegvloeien dat is het juiste proces. Maar daar was nu geen sprake van. Ik heb daar niets van gemerkt en voel me nog een kalf en niet een dood kalf. Maar ik voel ook dat ik weg moet vloeien, ja vloeien is hier misschien ook het juiste woord. Ik ga ver weg naar mijn groepsziel en daar wordt ik in opgenomen, dat is het lonkende perspectief waar ik naar uitkijk.

Normaal ga je bewust dood en je laat langzaam al je, hoe noem je dat nou, al je levensenergie laat je langzaam wegvloeien dat is het juiste proces.

M: Dat klinkt eigenlijk best wel mooi.
K: Ja dat wel, maar het is niet het normale proces. Het is anders en het voelt vreemd, maar het komt wel goed voel ik nu.
M: Ik ben blij voor je dat het wel goed komt en dat je nu geen pijn meer hoeft te hebben. Ik wens je een gelukkige tijd en wil je nog wat zeggen?
K: Ja, dank je wel dat je er af en toe voor me was, net als die lieve verzorgers die me hebben geholpen. Ik kan ze niet bedanken, maar ze hebben erg hun best gedaan voor mij en dat is bijzonder.

220925

Mocht u meer willen weten van dit bijzondere project of willen doneren, ze kunnen dat heel goed gebruiken, dan is hier de Facebook pagina: https://www.facebook.com/besantmemorialanimaldispensary/ 

“Zo helpen we elkaar.”

Begin september klonk het bekende gekwaak vanaf het dak van de stuurhut: ik wil eten! Verrast kijk ik op, in de verwachting mijn oude vriendin weer te zien nadat ze jonkies had gekregen. Maar nee, dit is een andere eend. Een eend bij wie de ondersnavel er los bijhangt. Uit de verte had ik al opgemerkt dat er met een van de twee overgebleven eendjes wat was, dus ik maak contact met de oude eend.

Ze laat weten dat het broeden dit jaar een hele klus was. Ze had moeite met een broedplaats zoeken en werd een paar keer verstoord. Ik had daar nog niet over nagedacht maar het klopt dat de IJssel heel laag stond dus ik kan me voorstellen dat ze de veiligheid van begroeiing heeft moeten missen.

Ik merk op dat ze andere jaren altijd snel kwam snacken aan boord en de jonge eendjes dan even alleen liet in het water. “Dit is de laatste leg. Ik ben extra zuinig op de eendjes,” laat ze weten. Het verbaast me een beetje dat ze die keus kan maken, maar het zal zo zijn dus ik geloof wat ik hoor.

“Er is hier een eend aan boord met een hangende ondersnavel. Is dat jouw jong?” De eend zegt dat ze niet zo geboren is. Ik krijg het idee dat er een gevecht geweest is. “Hoe kan het dat deze eend aan boord is terwijl ze het niet van jou geleerd heeft? De jonge eend doet of ze hier al jaren komt.” “Ik heb haar gestuurd,” antwoordt de eend. “Ze moet het zelf doen maar ze krijgt het moeilijk met zo’n snavel. Om te overleven is ze nu afhankelijk van jou.” ‘Toe maar,’ denk ik, ‘ik vang al een hond op en ik heb een kip in mijn kantoor zitten waar de haan de pik op had.’

“Hoe communiceer je dat met je jong?” wil ik weten. “Wij leggen informatie in elkaars hoofd.” Dat is interessant. Een slak vertelde me eens dat ze een slakkentamtam hebben: de info gaat naar boven, naar een collectief en daar halen de slakken de info uit op. Deze eend heeft het over informatie in elkaars hoofd leggen.

Hoe dan ook: ik heb weer iemand onder mijn vleugels. “Zo helpen we elkaar,” zegt de jonge eend als ik contact met haar heb. “Hoezo elkaar? Ik help jou toch?” “Nee, ik help jou ook want jij vindt het fijn om te zorgen.” Wat een bijdehandje voor die leeftijd! Ik vertel de eend dat ze zich wel zelf moet komen melden want ik ga niet steeds een bakje voer klaarzetten. Daar komen andere eenden op af en dan heeft ze nog niet genoeg. Want ik zie wel dat het eten erg langzaam gaat.

Terwijl ik met deze blog bezig ben, hoor ik boven op dek weer indringend gekwaak. Ja hoor, de eend is er weer.

Kaila is stoned

M: Dag Kaila. Ik wilde graag weer eens met je praten. Je ligt lief naast me terwijl ik zit te werken en nu met je ga communiceren. Is dat OK?
K: Dat is zeker OK, ik verheug me altijd op onze gesprekken. Vroeger minder want dan had je klachten over mijn gedrag, maar nu speelt dat denk ik niet meer.
M: Dat klopt, je bent een schattige hond geworden en je gedraagt je steeds beter, dus alle lof voor je.
K: Dat doet me goed om te horen.
M: Ik wilde graag iets weten van je. Enige weken geleden zijn we op een nacht met je in de auto naar de dierenkliniek in Utrecht gegaan omdat het heel slecht met je ging. Herinner je dat nog?
K: Ja, dat weet ik nog, vond ik best spannend en ik voelde me heel raar toen.
M: Daar wilde ik het juist over hebben. Je hebt daarvoor iets in het bos of op straat gegeten en dat moet iets geweest zijn van wiet of zo.
K: Ik heb geen idee waar je het over hebt.
M: Wel je hebt iets vreemds gegeten waar je stoned van bent geworden en daarna was je helemaal weg, je had rode ogen en reageerde nergens meer op en we vreesden dat je dood zou gaan.
K: Oh, wat naar. Ik herinner me dat nog wel, maar ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan.

Ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan

M: Ja, het was heel heftig, maar gelukkig ben je weer helemaal opgeknapt. Weet jij nog wat je daarvoor gegeten had van straat of uit het bos?
K: Nee, geen idee, ik raap wel vaker iets stiekem van straat op en soms zie jij het en dan moet ik het weer uitspugen, maar je bent er zeker niet altijd bij als ik iets gevonden heb en op eet.
M: Laat ik je helpen, het is iets geweest wat je van de grond hebt opgeraapt en hebt opgegeten en daar werd je heel erg ziek van. Eerst had je geen controle meer over de plassen en daarna was je totaal apathisch.
K: Wat is apathisch?
M: Ik zal proberen het uit te leggen. Iemand die apathisch is, is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen en heeft vaak geen zin om iets te ondernemen. Je ligt maar op de grond en reageert nergens meer op, ook niet als we je aaien of aanhalen. We schrokken er heel erg van. Zo erg dat we de dierendokter midden in de nacht hebben gebeld en daarom zijn we daar naar toe gegaan om half één ’s nachts.
Toen we er aankwamen bleek je al behoorlijk opgeknapt, je liep bijna gewoon, verloor nog wel plas, maar je reageerde op alles wat de dierendokter met je deed. De dokter stelde de diagnose dat je stoned geweest bent, dat wil zeggen dat je wiet of zoiets gegeten moet hebben.
K: Ik weet echt niet wat ik gegeten kan hebben, maar dat ik af en toe dingen opraap en opeet, dat klopt.
M: Misschien is dat dan toch gevaarlijk als je alles maar opeet.
K: Ja, misschien wel, maar het is maar één keer gebeurt en ik eet best vaak iets van de grond op. Dus ik maak me geen zorgen.
M: Misschien zou je dat wel moeten doen. Maar ja, ik wilde ook nog iets anders bespreken. Over enkele dagen ga ik voor een tijdje op reis en dan ben ik er niet om met je te wandelen en je eten te geven en voor je te zorgen, maar ook kan ik niet met je knuffelen en kun je niet tegen me aan slapen.
K: Hoe moet dat dan? Wie zorgt er voor me?
M: Dat is het vrouwtje. Zij kan dat ook heel goed, kan met je wandelen, in het bos of op de hei, maar je zult met haar niet los kunnen lopen maar alleen aan de lijn. En dat kun je heel goed, dus dat is geen probleem voor jou.
K: Nee, dat is geen probleem, ik kan dat. Maar ik zal het ballen en stokken gooien wel missen tijdens de wandeling.
M: Dat snap ik, maar dat kan het vrouwtje ook wel een beetje met je doen.
K: En wie geeft me dan te eten?
M: Natuurlijk doet ook zij dat.
K: Dat snap ik, en ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan. Ze is soms wel een beetje warm, maar ze is wel heel lief. Dat gaat best goed. Maak je maar geen zorgen over mij.

Ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan

M: Ik maak me eigenlijk geen zorgen over jou en ik verwacht dat jij een beetje voor haar zorgt.
K: Ik zal haar goed in de gaten houden. Stelt dat jou gerust?
M: Ja, dat stelt mij gerust. Ze zal misschien ook op andere tijden met jou wandelen, maar dat kun je heel goed aan toch?
K: Ja, geen probleem, dat kan ik aan. En blijf je niet te lang weg? Want ik ga je wel missen.
M: Ik kom na drie weken weer terug. Dat zal misschien geen begrip voor je zijn, maar ik kom zeker weer terug.
K: Drie weken zeg je? Dat is niks.
M: Weet je hoe lang drie weken is dan?
K: Geen idee, maar vast niet heel lang, want je zou je vrouwtje nooit lang alleen laten en mij ook niet.
M: Daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog wat zeggen?
K: Praten we nog een keer als jij weg bent, zodat ik je toch dichtbij kan voelen?
M: Als jij dat wilt doen we dat. Dank je wel voor dit gesprek.
K: Graag gedaan en tot de volgende keer.

220914

“Praat niet over mijn dood, maar over het leven.”

“Jullie denken zo beperkt. Voor jullie moet het leven lang zijn in jaren, dat vinden jullie normaal, maar kort leven is ook goed.”

Ja, ja, Bella… Bella met wie ik 27 juli nog leuk aan de babbel was en die daarna aftakelde zonder dat ik het doorhad. Ik heb wel dingen opgemerkt maar ze niet goed geïnterpreteerd. Ze kwam minder vaak thuis rond de maaltijden; ik beschouwde het als nog even goed genieten van de nazomer. Ze at niet alles op; ik ging ervan uit dat ze buiten genoeg at. Ze werd dunner; dat waren al onze buitenkatten in de zomer, ’s winters trok het altijd weer bij. ’s Nachts was ze nog zelden binnen maar dat was al maanden zo; ik kon me zo voorstellen dat de nachten er voor de dieren zijn. Bella plaste en poepte buiten; de kattenbak stond sinds haar komst nutteloos gevuld met grit achter een gordijn dus ik had geen zicht op haar ontlasting en urine.

Ineens vond ik haar ergens langs de IJssel, helemaal slap. Ik ben nog naar de dierenarts gegaan met haar maar het was te laat om nog iets aan haar op te lappen. Op advies van de dierenarts heeft ze een spuitje gekregen. Ik vermoed dat als ik daar niet heen was gegaan, ze binnen een paar uur zelf overleden was. “Ik was al bezig me los te koppelen,” zei ze.

Ik probeerde te communiceren met haar na haar overlijden maar ze liet weten dat dat niet kon als ik me schuldig voelde. Dus eerst moest ik daar zelf van los komen (ga er maar aan staan!). Op een later moment liet ze weten dat de laatste maand fysiek wel zwaar geweest was. Maar ze was geen katje om een medisch circuit in te gaan dus ging ze ermee om zoals ze ermee omgegaan is. Toen ik toch nog een stukje schuldgevoel liet zien, hoorde ik: “Alsjeblieft, zeg!!” en ze zou afhaken als ik mezelf niet herpakte.

Bella zwermt niet meer rondom mij, ze is ergens waar ze lekker luchtig verkennend op avontuur is, precies zoals ze in het fysieke leven gedaan heeft. “Wat kan ik hier van leren?” vroeg ik haar. “Geniet van het moment, van wat er is. En praat niet over mijn dood, maar over het leven.”

Damherten lopen door Velzen

M: Dag herten, kan ik met iemand van jullie spreken over jullie leven en jullie gewoontes?
H: Ja, dat kan, ik ben beschikbaar voor een gesprek. Ik hoop dat het niet al te ernstig wordt, want we willen wel graag vrolijk blijven.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. Ik ben benieuwd naar hoe jullie momenteel leven. Hebben jullie last van de droogte of van andere beperkingen en zijn jullie gelukkig.
H: Nou niet zoveel vragen tegelijk. Om op je laatste vraag terug te komen, geluk is voor ons niet iets waar we naar streven. We zijn meer op weg naar een tevreden leven, waarbij je moet denken aan dat we ons gangetje kunnen gaan, we te eten en te drinken hebben en we niet teveel worden lastig gevallen.

Geluk is voor ons niet iets waar we naar streven, we zijn meer op weg naar een tevreden leven

M: Als je het over ‘we’ hebt, wie bedoel je dan?
H: We leven in een vrij grote kolonie, die weer uit verschillende groepen bestaat. De kolonie woont in de duinen en omgeving. De groepen lopen daar min of meer vrij rond, hoewel er op allerlei plaatsen hekken staan. Soms is een hek een belemmering voor ons en moeten we langs de hekken lopen om ergens anders naar toe te gaan, maar soms ook kunnen we er overheen of erdoor heen gaan. Dan geeft dat wat meer bewegingsvrijheid, want wij herten houden wel van een beetje lopen. Het is natuurlijk aangenaam als je gemakkelijk aan voedsel kunt komen en dat kunnen we vaak, maar niet altijd. Momenteel hebben we vooral last van de droogte, doordat het zo droog is, is een deel van ons voedsel niet of onvoldoende beschikbaar. Dat betekent dat we wat verder moeten lopen om aan voedsel te komen.
M: Kan het dan gebeuren dat jullie uit de duinen komen en zelfs in woonwijken waar mensen wonen naar voedsel gaan zoeken?
H: Ja dat kan heel goed. We kennen verschillende plekken waar we zo vanuit de duinen naar de mensen kunnen lopen en dan doen we dat als het wat lastiger wordt om aan voedsel te komen.

We kennen verschillende plekken waar we zo vanuit de duinen naar de mensen kunnen lopen en dan doen we dat als het wat lastiger wordt om aan voedsel te komen

M: Denk je dat er onvoldoende voedsel voor jullie is dat je daarom naar de mensen toegaat?
H: Wat noem je onvoldoende voedsel? Dat is altijd locatie gebonden. Is er op de ene plek minder, dan gaan we naar een andere plek en dat kan betekenen dat we ook dichter bij de mensen komen. En daar is voldoende voedsel momenteel, dus nee, ik denk niet dat we voedsel te kort hebben.
M: Maar als jullie in de duinen zouden blijven en niet naar de mensen toe komen, zou je dan nog voldoende voedsel hebben?
H: Ik begrijp je vraag niet. We kunnen toch naar de mensen komen en hebben dan toch voldoende voedsel, wat wil je me laten weten?
M: Het is zo dat de mensen die er wonen en jullie door hun wijk zien lopen, dat niet willen. Ze zien enkele problemen. Een probleem is dat het gevaarlijk is als jullie zomaar over straat lopen terwijl daar ook verkeer rijdt en soms best wel hard en dat kan tot botsingen leiden.
H: Tja dan moeten die auto’s beter uitkijken, wij lopen daar soms om ons te verplaatsen van de ene kant naar de andere plek.
M: Maar mensen vinden dat een probleem en ze willen niet dat jullie door de straten lopen en ze willen ook niet dat jullie van hun tuinen en parken eten.
H: Wij zien dat niet als een probleem.
M: Daar ligt het probleem juist. Jullie vinden het gewoon om door de straten te lopen en daar te eten en de mensen willen jullie daar niet hebben. Ze zeggen dat jullie dingen vernielen en dat jullie een gevaar vormen voor het verkeer.
H: Nogmaals wij zien dat niet als een probleem.
M: Laat mij het dan omdraaien. De mensen zien jullie als een probleem als jullie dit gedrag blijven vertonen, ze willen jullie niet in de straten hebben en willen ook niet dat jullie uit de tuinen en parken eten. En omdat ze dat niet willen, gaan ze denken aan manieren om jullie daar van te weerhouden.
H: Hoe dan? Dit is toch een wereld waarin we rond kunnen lopen?
M: Daar vergis je je in. De mensen bepalen in welk gebied jullie mogen leven en als jullie je daar niet aan houden dan denken ze dat jullie met te veel zijn in het gebeid waarin jullie leven. En als jullie met te veel zijn dan schieten ze een deel van jullie dood tot jullie met veel minder zijn en wel binnen het gebied kunnen blijven.
H: Maar ook als we met minder zijn, dan kunnen we toch nog steeds door de straten lopen?
M: Maar de mensen denken dat daar geen noodzaak meer voor is omdat jullie dan in jullie aangewezen gebied genoeg te eten kunnen vinden.
H: Daar heb je wel een punt, als we met veel minder zijn, hebben we minder behoefte om uit de duinen te komen.
M: Ik wil het graag met je hebben over een manier om met minder herten te zijn. Daar zijn verschillende manieren voor volgens de mensen. Ze kunnen jullie voedsel geven waardoor de vrouwtjes geen kleintjes meer kunnen krijgen, dan worden het er vanzelf op den duur minder herten. Of ze kunnen jullie doodschieten dan worden het er sneller minder. Hoe kijk jij daar tegen aan?
H: Ik heb daar nog niet zo bij stil gestaan. Het lijken me allebei hele wrede methoden. Waarom laten jullie het niet gewoon aan ons over. Als ons gebied beperkt is en we kunnen er niet uit, dan weten we als we met te veel zijn en dan worden er minder kleintjes geboren, daardoor neemt de kolonie vanzelf af. Een andere methode is om een natuurlijke vijand hier te hebben, zoals een leeuw, een tijger of een wolf. Die jagen op ons op een natuurlijke manier en we hebben kansen om te ontsnappen, het is een meer eerlijke strijd. En we zullen oplettender worden, waardoor de jagers dieren het moeilijker zullen gaan krijgen.

Als ons gebied beperkt is en we kunnen er niet uit, dan weten we als we met te veel zijn en dan worden er minder kleintjes geboren

M: Maar we hebben hier niet van die natuurlijke jagers, dan zouden we een wolf moeten uitzetten en veel mensen vinden een wolf wel heel erg eng vanwege alle verhalen over wolven in sprookjes. Wat is voor jullie het verschil tussen gedood worden door een roofdier of door een kogel van de mens?
H: Dat is nogal duidelijk. Als je door een dier bejaagd wordt heb je een eerlijke kans om te ontsnappen en als je toch gepakt wordt dan weet je dat je dood gaat, maar je hebt kunnen strijden en je hebt verloren. Je kunt het accepteren en dan ga je tevreden dood. Als je beschoten wordt door een kogel, ben je ineens dood. Zonder voorbereiding, gewoon bam dood. Dat is de verkeerde manier om dood te gaan, je kunt niet tevreden dood gaan, want daar is geen tijd voor, het is geen eerlijk spel.
M: Dus eigenlijk zeg je dat als jullie beperkingen moeten krijgen dat jullie het liefst een roofdier hebben die op jullie jaagt, zoals een wolf. Ik zal dat zo doorgeven.

Als je beschoten wordt door een kogel, ben je ineens dood. Zonder voorbereiding, gewoon bam dood. Dat is de verkeerde manier om dood te gaan, je kunt niet tevreden dood gaan

Wil je nog iets zeggen?
H: Ja, ik begrijp maar niet waarom wij niet gewoon door de mensenwereld mogen lopen, jullie vinden ons allemaal zo mooi om te zien en dan kun je genieten en dan ben je alleen maar bang voor je bezittingen? Zielig hoor.

Waarom mogen wij niet gewoon door de mensenwereld lopen, jullie vinden ons allemaal zo mooi om te zien en dan kun je genieten en dan ben je alleen maar bang voor je bezittingen? Zielig hoor

M: Nou dat was een stevige draai om onze oren, dat hebben we verdiend. Dank je wel voor dit gesprek.

220829

Uitleg rond overlijden

Een van mijn werkzaamheden als dierentolk is uitleggen. Menselijke dingen uitleggen aan dieren maar ook dierlijke dingen uitleggen aan mensen. Een misverstand kan in een klein hoekje zitten dus mijn uitleg is vaak welkom.

Wat wel eens verrassend is, is dat ik soms ook het overlijden moet uitleggen aan dieren. De meeste dieren, zeker de vrije dieren, zijn hier heel bekend mee en het is voor hen een ‘in en uit gaan’. Maar er zijn dieren die een soort drempelvrees lijken te hebben: wat gaat er gebeuren? Het leuke aan dieren is dat alles heel simpel is uit te leggen. Niet teveel tekst, neutrale gevoelens, eenvoudige beelden. Een beetje zoals je aan kinderen ook dingen uitlegt, heel basic. Al die extra woorden, bijzinnen en ingewikkelde termen is iets wat we ons als volwassenen kennelijk hebben aangeleerd. Heerlijk dat dat bij dieren dus niet hoeft.

Zo legde ik een hond die erg aan het leven gehecht was uit dat hij mocht gaan en we keken samen zeer geïnteresseerd naar wat er dan zou gebeuren: hij zou uit zijn lichaam gaan en achter zijn mens meekijken naar hoe zij met het verlaten lichaam zou omgaan. Ik liet hem zien dat ze verdrietig zou zijn en veel aandacht zou hebben voor het lichaam.

Dit verbaasde hem een beetje: “Maar ik ben toch hier?” en hij liet zichzelf achter de vrouw zien.

“Ja, dat is zo, maar dat is het onzichtbare deel van je. We zijn als mensen erg gewend om alleen te kijken naar de bezielde lichamen. Als een ziel uit het lichaam is zien we het niet meer. Als we mazzel hebben en er open voor staan kan het wel zijn dat we momenten hebben dat we iets voelen of anderszins waarnemen. Maar dat is lastig voor ons.”

Ik liet de hond ook zien dat hij alle tijd mocht gaan nemen om nog rond de vrouw te blijven. Er komt vanzelf een moment dat het tijd is om verder te gaan. En wat is tijd daar? Ik kan niet alles uitleggen… maar wat ik meekrijg en mag zien kan ik doorgeven. En als het anders blijkt te zijn, dan hoop ik dat ik daar voor open sta en mijn beeld kan bijstellen.