Kaila is stoned

M: Dag Kaila. Ik wilde graag weer eens met je praten. Je ligt lief naast me terwijl ik zit te werken en nu met je ga communiceren. Is dat OK?
K: Dat is zeker OK, ik verheug me altijd op onze gesprekken. Vroeger minder want dan had je klachten over mijn gedrag, maar nu speelt dat denk ik niet meer.
M: Dat klopt, je bent een schattige hond geworden en je gedraagt je steeds beter, dus alle lof voor je.
K: Dat doet me goed om te horen.
M: Ik wilde graag iets weten van je. Enige weken geleden zijn we op een nacht met je in de auto naar de dierenkliniek in Utrecht gegaan omdat het heel slecht met je ging. Herinner je dat nog?
K: Ja, dat weet ik nog, vond ik best spannend en ik voelde me heel raar toen.
M: Daar wilde ik het juist over hebben. Je hebt daarvoor iets in het bos of op straat gegeten en dat moet iets geweest zijn van wiet of zo.
K: Ik heb geen idee waar je het over hebt.
M: Wel je hebt iets vreemds gegeten waar je stoned van bent geworden en daarna was je helemaal weg, je had rode ogen en reageerde nergens meer op en we vreesden dat je dood zou gaan.
K: Oh, wat naar. Ik herinner me dat nog wel, maar ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan.

Ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan

M: Ja, het was heel heftig, maar gelukkig ben je weer helemaal opgeknapt. Weet jij nog wat je daarvoor gegeten had van straat of uit het bos?
K: Nee, geen idee, ik raap wel vaker iets stiekem van straat op en soms zie jij het en dan moet ik het weer uitspugen, maar je bent er zeker niet altijd bij als ik iets gevonden heb en op eet.
M: Laat ik je helpen, het is iets geweest wat je van de grond hebt opgeraapt en hebt opgegeten en daar werd je heel erg ziek van. Eerst had je geen controle meer over de plassen en daarna was je totaal apathisch.
K: Wat is apathisch?
M: Ik zal proberen het uit te leggen. Iemand die apathisch is, is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen en heeft vaak geen zin om iets te ondernemen. Je ligt maar op de grond en reageert nergens meer op, ook niet als we je aaien of aanhalen. We schrokken er heel erg van. Zo erg dat we de dierendokter midden in de nacht hebben gebeld en daarom zijn we daar naar toe gegaan om half één ’s nachts.
Toen we er aankwamen bleek je al behoorlijk opgeknapt, je liep bijna gewoon, verloor nog wel plas, maar je reageerde op alles wat de dierendokter met je deed. De dokter stelde de diagnose dat je stoned geweest bent, dat wil zeggen dat je wiet of zoiets gegeten moet hebben.
K: Ik weet echt niet wat ik gegeten kan hebben, maar dat ik af en toe dingen opraap en opeet, dat klopt.
M: Misschien is dat dan toch gevaarlijk als je alles maar opeet.
K: Ja, misschien wel, maar het is maar één keer gebeurt en ik eet best vaak iets van de grond op. Dus ik maak me geen zorgen.
M: Misschien zou je dat wel moeten doen. Maar ja, ik wilde ook nog iets anders bespreken. Over enkele dagen ga ik voor een tijdje op reis en dan ben ik er niet om met je te wandelen en je eten te geven en voor je te zorgen, maar ook kan ik niet met je knuffelen en kun je niet tegen me aan slapen.
K: Hoe moet dat dan? Wie zorgt er voor me?
M: Dat is het vrouwtje. Zij kan dat ook heel goed, kan met je wandelen, in het bos of op de hei, maar je zult met haar niet los kunnen lopen maar alleen aan de lijn. En dat kun je heel goed, dus dat is geen probleem voor jou.
K: Nee, dat is geen probleem, ik kan dat. Maar ik zal het ballen en stokken gooien wel missen tijdens de wandeling.
M: Dat snap ik, maar dat kan het vrouwtje ook wel een beetje met je doen.
K: En wie geeft me dan te eten?
M: Natuurlijk doet ook zij dat.
K: Dat snap ik, en ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan. Ze is soms wel een beetje warm, maar ze is wel heel lief. Dat gaat best goed. Maak je maar geen zorgen over mij.

Ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan

M: Ik maak me eigenlijk geen zorgen over jou en ik verwacht dat jij een beetje voor haar zorgt.
K: Ik zal haar goed in de gaten houden. Stelt dat jou gerust?
M: Ja, dat stelt mij gerust. Ze zal misschien ook op andere tijden met jou wandelen, maar dat kun je heel goed aan toch?
K: Ja, geen probleem, dat kan ik aan. En blijf je niet te lang weg? Want ik ga je wel missen.
M: Ik kom na drie weken weer terug. Dat zal misschien geen begrip voor je zijn, maar ik kom zeker weer terug.
K: Drie weken zeg je? Dat is niks.
M: Weet je hoe lang drie weken is dan?
K: Geen idee, maar vast niet heel lang, want je zou je vrouwtje nooit lang alleen laten en mij ook niet.
M: Daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog wat zeggen?
K: Praten we nog een keer als jij weg bent, zodat ik je toch dichtbij kan voelen?
M: Als jij dat wilt doen we dat. Dank je wel voor dit gesprek.
K: Graag gedaan en tot de volgende keer.

220914

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *