Kaila geniet mee van de publiciteit

M: Halo Kaila, je ligt weer als vanouds gezellig naast me terwijl ik aan het werk ben. Ik wilde graag even met je spreken. Hoe voelt het voor jou dat het boek nu gereed is en er publiciteit voor komt en wat merk jij daarvan?
K: Daar merk ik nog weinig van. Wel merk ik dat je wat vaker weg bent en dat je interviews geeft en veel over je boek spreekt. Maar het heeft (nog) geen invloed op mij.
M: Dat gaat dan veranderen, want vanmiddag komt er een fotograaf die wil een foto van ons samen maken en dan kom je in de krant.
K: Dat lijkt me leuk samen met jou in de krant. Dat wacht ik met plezier af.
M: Wat vind jij daar leuk aan?
K: Dat weet ik niet, ik denk samen met jou op de foto. Zo van wij knus samen op de foto. Dat wordt vast mijn lievelingsfoto. Ga je die dan ook gebruiken als Kerstkaart?
M: Geen idee. Ik weet niet of wij die foto krijgen en op die manier mogen gebruiken.
K: Dan moet je dat vooraf even met de fotograaf regelen, dat vindt hij dan vast wel goed.
M: Dat is een goede tip. Wat vind je verder van het boek?
K: Het ziet er mooi uit, maar je hebt geen gesprek met mij erin opgenomen? Waarom heb je dat niet gedaan?
M: Goede vraag. Dat heeft te maken met hoe het boek is ontstaan. Oorspronkelijk was het een boek met alleen maar gesprekken met Hyronimus erin. Maar dat was een beetje saai met allemaal gesprekken met deze wijze vogel achter elkaar aan. Dus heb ik er wat voorbeelden bij gedaan van gesprekken die via Hyronimus hebben plaatsgevonden en daarna nog wat extra andere gesprekken om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Daardoor zijn er weer veel gesprekken met Hyronimus weggelaten. Ik heb er nooit aan gedacht om een gesprek met jou op te nemen, onze gesprekken zijn erg vanzelfsprekend. We zien elkaar altijd en zijn heel dicht bij elkaar.
K: Daar heb jij wel weer een punt. Een volgende keer dan maar.
M: We hebben wel veel gesprekken waarvan een deel als blog gepubliceerd zijn, dit wordt ook een blog vandaag.
K: Oh dat lijkt me leuk. Eerst een fotograaf langs en dan nog een blog gepubliceerd. Ik vind aandacht best wel leuk. Denk je dat mensen mij gaan herkennen?
M: Dat weet ik niet. Zo veel boeken zijn er nu ook weer niet verkocht dat je een beroemde hond gaat worden.
K: Dan moeten de mensen het boek gewoon kopen, zodat je een nieuwe druk kunt maken en we samen wel bekend gaan worden.
M: Zou jij dat leuk vinden?
K: Misschien wel. Als je het me zo direct vraagt weet ik het eigenlijk niet. Wil ik bekend worden? Wat is dat eigenlijk, bekend worden? Dat mensen je op de hei of in het bos tegenkomen en zeggen: kijk dat is Kaila? Ik geloof niet dat ik dat belangrijk vind. Ik wil dat mensen me lief vinden en dat ze me aanhalen en aaien. Dat vind ik leuk. Maar meer hoeft niet.
Ik vind het belangrijk dat die kattenliefhebber die honden haat, nu mijn grootste vriend is, zoals hij zegt. En zijn hele familie zegt: pa, wat is er met jou aan de hand, je houdt niet van honden? En pa dan zegt maar wel van dat gekke beest van de buren! Daar geniet ik van.
M: En daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor het gesprek. Wil jij nog wat kwijt?
K: Ik ben benieuwd naar de fotograaf vanmiddag. Of die me ook aardig vindt.

 

Zeven hanen in harmonie

Zeven jonge hanen die vreedzaam met elkaar wonen. Het kan. Ik zie ze regelmatig als ik bij hen op bezoek kom. Tijd voor een gesprekje.

Ik maak contact met de groep en eentje treedt naar voren en stelt zich formeel op als meneer Haan. Oké, ik doe aan het spelletje mee.

Ik geef hem het beeld dat ik het altijd leuk vind om bij de twee huisjes aan te komen waar vrienden wonen. Als hond Sjaan en ik aankomen scharrelen de hanen vreedzaam rond. Ze kijken even op maar gaan dan weer hun gangetje.

“Wij tolereren iedereen hier,” hoor ik meneer Haan met een beetje aangedikte trots zeggen.

“Nou… ik heb gehoord dat er één haan is die wel es een beetje gepest wordt…”, zeg ik hem.

Meneer Haan doet het een beetje lacherig af: “In elke groep is een mindere geest. We bedoelen het niet kwaad, we zetten hem gewoon even op zijn plek.”

Ik denk hoe wij mensen dat doen. Zijn wij eigenlijk niet precies hetzelfde?

Het terrein waar deze hanen rondscharrelen en hun slaaphok hebben sluit aan bij een boerderij waar een groep kippen en een haan rondscharrelen. Er zitten een aantal struiken tussen hen in. De groepen hebben elkaar nog niet ontmoet. Ik vraag de haan of hij weet heeft van de anderen.

Als een generaal zegt hij: “Er zijn andere troepen maar we hebben er geen last van.”

Deze hanen presenteren zich als heren en meesters van het grondgebied waarop ze rondscharrelen. Ik moet inwendig lachen om de jeugdige bravoure en overmoed die ze uitstralen.

“Weten jullie je jeugd nog?” vraag ik. Ik weet dat ze met z’n allen gevonden zijn in een bos. Meneer Haan laat een beetje ongemakkelijk gevoel zien. Iets van weggezet zijn, het alleen moeten zien op te lossen, een beetje aan hun lot overgelaten zijn. Hij lijkt het met een schudden van zijn kop weg te wuiven en laat hun huidige plaats zien: de plek waar ze als een stel jonkheren in hun eigen gecreëerde wereld leven.

Ik gniffel en ben blij dat deze prachtige dieren hier zo vreedzaam kunnen wonen met elkaar. En iets in mij zegt: Zie je wel, het kan wel!

Hyronimus 22: Uitbundige begroeting bij thuiskomst

Ik ben weer enkele weken in India geweest voor mijn vrijwilligerswerk en heb daar aan het concept van mijn boek gewerkt. Inmiddels is dat boek al uitgekomen en is het te bestellen en hebben er zelfs al reviews van plaatsgevonden. Dit gesprek is dus nog van daarvoor toen ik aan het boek werkte.

M: Dag Hyronimus, zullen we weer met elkaar praten? Wat was het bijzonder dat jij de dag dat ik weer thuis kwam vanuit India, me meteen begroette hoog in de lucht op een plek waar ik je niet verwachtte. Dat was heel mooi, dank je wel.
H: Fijn dat je het opgemerkt hebt. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken. Hoe staat het met je boek of moet ik zeggen ‘mijn boek’?
M: Nou, daar heb ik best goed aan kunnen werken in India in mijn stille avonden. Ik heb een concept boek gemaakt waarin er meer dieren gesprekken zijn opgenomen dan alleen jouw verhalen en verweven met stukjes uit mijn leven. Dat is best wel aardig geworden voor mijn gevoel, hoewel er nog veel aan moet gebeuren.
H: Goed om te horen dat het wel opschiet.
M: En hoe is het jou vergaan tijdens mijn afwezigheid?
H: Dat is niet zo ter zake doend. Ik wil graag van jou horen dat je je best doet op je boek, want er hangt veel van af. En het is goed dat je er een wat algemener boek van maakt dan alleen maar onze gesprekken achter elkaar plakken. Dat is leuk voor de dierentolk adepten, maar niet echt voor het grotere publiek en die willen we bereiken.
Je was trouwens leuk op weg met je boeken die je aan het lezen bent om in de buurt te komen van een natuurwet waar ik je dan meer over kan vertellen. Maar die studie ben je weer gestopt, jammer.
M: Dat vind ik zelf ook jammer, maar ik had geen ruimte om én mijn vrijwilligerswerk te doen, én aan ons boek te schrijven én ook nog te studeren. Dat zal moeten wachten tot het boek als concept gereed is en anderen het gaan corrigeren, redigeren en opmaken en drukken enz. wat er allemaal nodig is om het gereed te krijgen. Ik heb nog maar anderhalve maand om het in de winkel te krijgen en dat is erg kort dag. Dus zal ik er stevig aan moeten werken.
H: Ja dat besef ik. Doe je best. Als je weer verder bent en je gaat weer aan de studie, wil ik heel graag verder met je praten over de ontdekking van de natuurwetten door jou.
M: Dank je wel en tot ziens. Ik doe mijn best op ons boek.
230926

Laat die dieren maar lopen

Ik had gedacht dat de manier waarop Rozette leeft (zie vorige blogs over haar) tot haar dood lekker door zou gaan. Maar nee hoor, het leven had weer wat anders in petto. Half september verscheen er een klagelijk miauwend kitten in de bosjes waar Rozette leeft. Niet te benaderen en zo klein dat hij steeds wegkroop. Rozette was met regelmatig weg als ik eten kwam brengen. Ik praatte op haar in dat het toch gezellig is met zo’n kleintje, dat het voordelen kan hebben etc. Maar ik kreeg alleen maar terug: “Ik ben geen babysitter en als jij dat zo leuk vindt, doe het dan maar zelf.”

Op een gegeven moment zag ik haar onder bomen en struiken zo’n twintig meter van haar eigen plek vandaan, op een omheind stuk grond waar niks mee gedaan wordt. Gelukkig zat er een gat in het hek en hop!, daar ging ik met een nieuw huisje voor Rozette. Nu had ik twee katten eten te geven: Rozetje die helemaal in haar sas leek en een mauwend kitten dat ik amper zag maar wel altijd hoorde.

Inmiddels zijn we twee maanden verder. Het kitten mauwt niet meer en laat zich bijna altijd zien vanaf anderhalve meter afstand. En Rozette tref ik op verschillende plekken: op de dijk, bij haar nieuwe huis of bij haar oude huis. Het is inmiddels zo dat beide katten binnen een meter afstand van elkaar eten. Tijd voor een gesprekje.

“Geef me maar wat extra stro in m’n huisje,” is het eerste wat Rozette laat weten. Ze laat weten dat ze wel wijs is met haar nieuwe plek: het is rustig, afgesloten en veilig. Op de andere plek moest ze meer op haar qui-vive zijn, was het drukker qua mensen en kwamen er regelmatig honden.

Ik zeg dat het me verbaast dat ze regelmatig bij haar oude plek is en het kitten goed verdraagt. “Die kleine redt zichzelf nu. Ik ben geen babysitter, zoals ik toen ook al zei, ik gedoog hem nu. Ik ben de baas, ik ben de oudste. Maar ik vind de nieuwe plek okee om voor mezelf te hebben.” Nogmaals laat ze weten dat zij de baas is en dat het kitten erbij mag. Ze laat ook weten dat ze het best bijzonder vindt van zichzelf dat ze de kat verdraagt.

Ik vertel haar dat het eten neerzetten niet meer regelmatig gaat. Doordat ik ook onregelmatige diensten in de zorg werk en de plekken verdeeld zijn is het ritme eruit. “Zit toch niet te zeuren, het gaat toch goed zo?” reageert Rozette. “Dat eten van jou is extra, wij redden ons prima.”

Ik ga even naar de kleine poes. “Jij dacht dat ik het niet zou redden maar door het miauwen redde ik het juist wel,” hoor ik. Het klopt dat ik tegen mensen had gezegd dat het kitten het niet zou redden. De dierenbescherming wilde hem ook niet ophalen omdat het dier zich op openbaar terrein begeeft. “Ja, dat miauwen deed wat bij mij,” antwoord ik hem. “Er zijn meer jonge katten hier maar geen enkele zat zo te miauwen als jij.” Slim dier, hij deed een appel op mijn zorgbehoefte.

Ik vraag me af waarom hij zich zo honkvast aan deze plek verbonden heeft. Een antwoord krijg ik er nog niet op, alleen een vasthoudend en optimistisch gevoel.

Ik geef het dier het beeld dat hij laatst op de dijk naar ons toe kwam lopen en waarschuw hem dat hij wel altijd weg moet kunnen als er gevaar dreigt. “Ik ben een jager!” antwoordt hij met jeugdige overmoed. “Ja, hoho, soms wordt er ook op katten gejaagd,” zeg ik hem en ik geef hem het beeld van honden. Net als aan Rozette vertel ik hem dat hij altijd welkom is om aan boord te komen wonen als hij het zat is buiten. “Ik ben bang om mijn onafhankelijkheid kwijt te raken,” zegt de kleine wijsneus.

Beide katten zien er ontzettend goed uit. Ze hebben het goed voor elkaar zo. Laat die dieren maar lopen.

NB: Wat ik zo leuk vind: Uiteraard heb ik geprobeerd via de diercommunicatie de dieren te beïnvloeden maar ze stonden daar beiden niet open voor. Ze zochten hun eigen weggetje, zonder mijn menselijke bemoeienis, naar hun eigen inzicht en wijsheid en pas nu laten ze communicatie toe. 

De fietsenmaker vertelde vandaag dat beide katten uit één bakje eten voor zijn deur en dat de kleine kat zich bijna laat aaien.

Wolf is wel erg dichtbij actief

Op 200 meter afstand van de plek waar we gewoond hebben en nu onze dochter woont, is een weiland waar schapen en pony’s staan. Nu is er twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten met verwondingen zoals de wolf dat doet. Uiteraard wordt daar onderzoek naar gedaan, maar dat duurt altijd een paar maanden voor je zekerheid hebt dat het de wolf is geweest en welke wolf. Maar het leek me toch tijd om eens met de wolf contact op te nemen nu  hij door een bewoond gebied loopt en daar ook zijn slachtoffers maakt.

M: Dag wolf, we hadden vanochtend even contact en nu zou ik graag een wat diepgaander gesprek met je willen voeren. Fijn dat je er voor openstaat.
W: Ja, ik was verrast je te ontvangen en ben benieuwd wat je van me wilt.
M: Eigenlijk wil ik met je praten om je te begrijpen. Kun je iets over jezelf vertellen?
W: Dat kan. Ik ben een mannetje en heb de groep verlaten om op avontuur te gaan. Daarbij ben ik blijkbaar in jouw gebied terecht gekomen en daar verblijf ik nu al een tijdje. Het is een mooi gebied met ruim voldoende voedsel voor mij , maar ook voor een potentiële familie. Lastig vind ik wel dat het een druk gebied is.
M: Dat snap ik dat je dat zegt. Je bent in een behoorlijk bevolkt gebied, weliswaar met heel veel groen, maar toch ook veel woningen en wegen die er door het groen heen gaan. Dus lijkt het voor mij voor jou niet zo’n aantrekkelijk rustig gebied.
W: Probeer je me nu al te verjagen?
M: Nee, dat was beslist niet mijn intentie. Alleen begrijp ik het niet zo goed dat je dit gebied kiest waar al zoveel mensen wonen en veel van het gebied al verdeeld is in kleine stukjes waar mensen allerlei activiteiten op uitoefenen. Ik bedoel eigenlijk te zeggen: heb je niet liever een rustiger gebied?
W: Nou mensen storen me niet echt. Ik zoek ze niet op, maar als ik ze zie dan loop ik er niet voor weg. De meeste mensen zijn blijkbaar bang voor mij, want ze houden gelukkig afstand en daar hoef ik me dus niet zoveel van aan te trekken.
M: Heb je wel genoeg gelegenheid waar je je wel terug kunt trekken en waar je in alle rust kunt slapen?
W: Ja, die heb ik gelukkig ook gevonden. Er is best behoorlijk wat vrije ruimte waar jullie niet zitten.
M: Dat stelt me gerust. De verwachting was eigenlijk van de experts dat jij dit gebied niet rustig genoeg zou vinden en dat je weer verder zou trekken.
W: Dat hebben ze dan mis. Ik zie het gebied als geschikt voor mijn doelen, namelijk er leven en jagen.
M: Ik heb een vraagje over het jagen van jou. Je hebt nu twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten, maar er eigenlijk nauwelijks van gegeten. Dood jij niet voor het eten?
W: Dat ligt wat ingewikkelder. Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten. Daarmee komen er weer meer aaseters naar mijn gebied. En dat is weer goed voor de natuur. Dus minder dieren waarvan er te veel zijn en voedsel voor grotere aaseters als gieren, haviken en buizerds. Als ik nog even door mag gaan. Er zijn veel te veel schapen in jullie gebied, dus daar moeten er minder van komen, die dood ik dus, een bewuste keuze.

Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten.

M: Dood je niet alleen voor jezelf om te eten?
W: Dat doe ik ook, maar dat is voor mijn eten. Dit andere doe ik als natuurbeheerder, dat zit in mijn genen en dat doe ik dus vanuit een drang. Dus als ik moet ruimen, omdat er te veel van een soort zijn, dan moet ik die dieren doden. En ik dood in principe alleen de zwakke dieren, die niet voor me weglopen of het maar kort volhouden. En schapen doen raar. Ze lopen even te rennen en zodra ik er één gegrepen heb, gaan ze met z’n alle staan kijken, in plaats van weglopen. Ja, dan is het natuurlijk niet moeilijk om ook de rest van de kudde dan maar aan te pakken.
M: Maar enkele honderden meters van mijn dochters huis, heb je de keuze gemaakt om nu twee nachten achter elkaar steeds één schaap te doden. Waarom?
W: Omdat ze raar doen deze schapen. Blijkbaar weten ze niet dat ze bang voor me moeten zijn. Ze rennen alleen omdat ik ook ren om er een te pakken. Daarna gaan ze gewoon staan te staan. Er is geen lol aan om die te doden, maar ik moet het wel doen. Dat komt de komende dagen wel.
M: En ga je de pony’s ook aanvallen?
W: Dat denk ik niet. Ze gaan meteen om elkaar heen staan en kunnen best hard trappen, dus blijf ik liever een beetje uit hun buurt. Maar als ik de kans krijg, dan zijn ze ook aan de beurt, want ook daar zijn er veel te veel van in deze streek.
M: Heb je dan toch niet het gevoel dat je in het verkeerde gebied terecht bent gekomen?
W: Waarom?
M: Juist omdat er hier veel paarden en pony’s zijn en dat ook wel zo zal blijven.
W: Het gebied is groot genoeg.
M: Maar niet als jij meent dat je te veel moet opruimen.
W: Hier zullen we wel over van mening blijven verschillen. Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

M: Daar moet ik je helaas gelijk in geven. Nou ik wens je nog een goed leven toe. Wil je nog iets toevoegen?
W: Eigenlijk wel. Waarom houden jullie zoveel dieren op zo’n klein oppervlak? Dat is toch niet goed, daar hebben jullie mij dan toch voor nodig om dat in evenwicht te brengen?
M: Dank je wel voor het gesprek?
W: Heb ik iets verkeerd gezegd?
M: Nee, helemaal niet. Ik respecteer jouw mening dat jij de natuurbeheerder bent en dat wij mensen dat niet moeten doen.
231020 – foto van natuurfotograaf Sjaak Hoogendoorn

Wegsluimeren

Mensen schakelen mij in als dierentolk als ze antwoorden willen van hun dier. Maar wat als een dier het niet meer allemaal weet? Als z’n koppie watterig wordt, als er gaten vallen, als ze de weg in zichzelf een beetje kwijt zijn? Als dierentolk krijg ik geen heldere antwoorden meer uit zulke dieren en dein ik mee in hun verdwazing.

Hoe leg ik dat uit als ik de mensen aan de lijn heb? Het gevoel wanneer je nét iets teveel hebt gedronken en een aantal dingen vervagen waarvan je dacht dat het heel belangrijk was? Het lekker meedeinen op niks? Ik liet laatst het woord slumby vallen maar volgens mij was dat geen woord. Toch wel: slumber betekent sluimeren.

Misschien is het helemaal niet zo’n gekke afsluiting van een leven… lekker wegsluimeren en dan ineens verdwijnen…

Tirza moet naar de dierenarts en wil niet praten

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Ja, ik ben beschikbaar.
M: Waarom wilde jij niet praten voordat we naar de dierenarts zouden gaan? Ik had je willen vragen wat er aan de hand is met je.
T: Dat wilde ik juist niet. Je weet hoe ik ben, ik wil alles zelf oplossen en onafhankelijk zijn. Daarbij past het niet dat je mij vraagt of er iets aan de hand is. Dat moet je zelf maar concluderen.
M: Dat hebben we gemerkt en daarom hebben we de afspraak gemaakt met de dierenarts. En dat heb ik je laten weten, zodat je voorbereid was. Jammer vond ik dat je op het moment dat we weg moesten, je je verstopt had.
T: Die vond ik juist wel leuk. Je had moeite me te vinden.
M: Dat klopt, wie verwacht er nu dat je je in de kattenbak had verstopt? Maar waarom had je je verstopt?
T: Ik was bang, ik voelde me niet goed en ik zag bij jullie de gedachte dat ik al 18 jaar oud ben en dat het nu minder met me gaat en of dat niet het einde van mijn leven zou moeten zijn?
M: Dat is heel naar, maar dat waren niet mijn gedachten. Ik wilde je laten nakijken en we wilden weten wat er aan de hand was en waarom je duidelijk minder goed en blij was.
T: Ik was helaas bang voor iets anders, maar gelukkig hebben jullie doorgezet en heeft de dierenarts mij geholpen, hoewel dat niet echt aangenaam was, het deed pijn. Aan de andere kant concludeerde de dierenarts wel dat het heel goed met me ging. Ik kan volgens haar nog wel een paar jaar mee.
M: Daar ben ik helemaal niet bezorgd over. Natuurlijk kun je nog een hele tijd mee en bij ons blijven. En het is goed te zien dat je jezelf nu weer goed verzorgd en dat je weer veel bent gaan eten. Jammer vind ik echter dat je daarmee ook weer een aantal irritante eigenschappen terug hebt en dat is bijvoorbeeld dat je ons ’s nachts weer wakker maakt omdat je naar buiten wilt en dat is niet de bedoeling dat je ons wakker maakt midden in de nacht.
T: Maar ik heb ook mij behoeftes en dan wil ik naar buiten om regenwater te drinken. Dat kraanwater binnen vind ik eigenlijk niet lekker.
M: Maar als we een beetje gezellig met elkaar willen samen leven, moeten we niet elkaar tijdens de slaap lastigvallen.
T: Dat deed ik niet bewust, ik had dorst en het regende buiten en dan wil ik eruit om te drinken.
M: Toch is het wel fijn als je meer rekening houdt met anderen buiten jezelf.
T: Je weet dat zoiets niet de kracht van een poes is.
M: Ik ben gewoon blij dat het je weer goed gaat en dat je meer eet, jezelf weer goed verzorgt en ook veel minder haren verliest. Een goed teken.
T: Nou goed hoor, tot een volgende keer weer.
231020

De kunst van niets doen

Interessant wat dieren kunnen doorgeven…

Afgelopen week waren er twee verschillende katten die hun mensen complimenteerden met het feit dat ze niets gedaan hadden. De mensen waren niet meegegaan in drama, ze hadden de katten gevolgd zonder in te grijpen en één kat noemde het letterlijk: De kunst van niets doen.

Ik zocht deze term op internet op, maar stuitte alleen op De kunst van het niets doen. En dat was niet wat de katten bedoelden.

Als mensen staan we meteen op scherp als onze huisdieren iets mankeert. We weten niet hoe snel we voor ze moeten zorgen, hoe snel we ergens een probleem van moeten maken. Hoe snel we ook de verantwoordelijkheid bij de dieren wegnemen. Waarom niet een stapje terug doen, vertrouwen in het dier zelf hebben en kijken of we niets kunnen doen?

Voor wie niet begrijpt wat ik bedoel: De ene kat was blij dat de mensen hem gewoon oud lieten worden en de andere kat was blij dat de mensen zijn keus respecteerden om buitenshuis te gaan wonen.

 

Boek: De man die met dieren spreekt

Zoals jullie weten, ben ik enige maanden geleden begonnen aan een boek met de teksten van Hyronimus. Maar allemaal gepubliceerde en niet gepubliceerde blogs achter elkaar plaatsen maakt nog geen interessant boek. Dus kreeg ik van mijn redacteur de opdracht er een persoonlijk verhaal van te maken met mijn zoektocht. Daar heb ik de afgelopen maanden aan gewerkt en nu is het boek gereed. Het ligt bij de drukker. Eind november komt het in de winkels, als het lukt om de planning te halen. In onze Nieuwsbrief van deze maand zal ik een mogelijkheid bieden om voor in te tekenen op het boek. Maar om jullie een idee te geven waarop je intekent, krijgen jullie hier, in de plaats van een blog, de eerste twee hoofdstukken van het boek. Helaas lukt het me niet alle foto’s in het boek ook in deze blog te plaatsen, dus in het boek is dat veel mooier.

1. Kennismaking met Eddy en Jasper
Vanaf dat ik zelf kon schrijven, ik was toen een jaar of zes, stond een hond altijd bovenaan mijn verlanglijst. Die is er in mijn jeugd niet gekomen, parkieten in de tuin was het maximale toegestane. Hoewel we ook een loopeend hebben gehad die zelfs, achterin de auto op schoot op een krant, mee op vakantie ging. En op de camping liep Pimmetje, zoals hij heette, zelfstandig rond en had een grote voorkeur voor dames kuiten. Daar beet hij graag in en deed dat zelfs gemeen, want hij pakte je vel en draaide dat rond. Het leverde gegarandeerd een blauwe plek op. Ik zie nog een oude zwartwit foto voor me van drie dames op rij in een ligstoel met allemaal de benen omhoog en Pimmetje eronder reikhalzend naar die heerlijke kuiten.
Thuis in de tuin was het ook een macho, hij joeg alle achttien katten van onze buurvrouw Ina Boudier-Bakker uit de tuin en daar had hij een hele taak aan. Maar voor mij was het een lieve eend die mij dagelijks uit school opving en meteen tegen me begon te praten, of kwaken moet ik eigenlijk zeggen. Maar ik begreep natuurlijk totaal niet wat hij te vertellen had en als hij uitgepraat was, tilde ik hem op en legde hij zijn lange hals om mijn nek heen en knuffelden we. Pas dan kwam ik echt thuis en ging naar binnen om mijn moeder te begroeten en eventuele andere huisgenoten. Dit speelde zich af in mijn lagere schooltijd.
Later, toen ik ouder werd en ging studeren heb ik de keuze gemaakt om een creatief beroep te kiezen, ik wilde architect worden. Mijn studietijd was geen goede tijd voor een hond, maar er kwam wel meteen een kat ‘Poes’ genaamd. Hij gedroeg zich als een hond, ging met me mee wandelen, op vakantie en liep vanaf de eerste dag buiten en bleef dan in de buurt. Het was mijn studenten poes. Hij heeft mijn eerste relatie twaalf jaar lang getolereerd, maar mijn volgende relatie was zijn grote liefde. En ook de mijne.
De hond is er uiteindelijk wel gekomen en na de eerste hond nog vele andere. Samen met uiteindelijk een hele menagerie van pony’s, paarden, ezels, hangbuikzwijnen, vele vogels, katten en honden. De kneuzen kwamen altijd bij ons terecht. Was er een kauwtje uit het nest gevallen, dan nam ik hem op, stond ’s nachts op om hem iedere drie uur eten te geven. Hij was dankbaar en heeft jarenlang als hij overvloog ons gegroet. Dus ik mag wel zeggen dat ik altijd wat met dieren heb gehad. En er is altijd een verlangen bij mij blijven bestaan ‘wat zou het mooi zijn als je met dieren kon praten.’
En toen hoorde ik van de cursus ‘Dierentolk en dierencommunicatie, dieren als gesprekspartner en leermeester.’ Dat was typisch wat voor mij en daar wilde ik beslist heen. Maar de eerstvolgende cursus die gegeven werd, was ik deels in India voor vrijwilligerswerk en dan zou ik een deel van de cursus missen en dat wilde ik niet. Ik wilde de complete cursus volgen. Dus meldde ik me aan voor de volgende cursus die nog niet gepland stond.
Na maanden wachten, kwam het bericht dat de cursus gepland stond voor 13 juli. De dag ervoor overleed onze Golden Retriever Jasper tijdens een wandeling in het bos. Ineens kon Jasper niet meer lopen en draaide hij alleen nog maar rondjes en had uitpuilende ogen. De schrik sloeg me om het hart. Er was iets heel erg mis. Ik belde mijn vrouw en vertelde wat er aan de hand was en waar wij in het bos waren. Ze kwam ons halen rijdend over smalle bospaden. We hebben Jasper ingeladen en meteen de dierenarts gebeld waar we direct terecht konden. Ze heeft nog even naar Jasper kunnen kijken, maar hij gleed weg en overleed ter plekke.
Dezelfde avond hebben we Jasper in onze grote bostuin begraven, in bijzijn van enkele van onze kinderen.
En dan ga je de volgende dag naar een cursus om met dieren te leren ‘praten’. Er is er op dat moment maar één waar je mee wilt praten. En dat is natuurlijk Jasper.
De cursus wordt door twee dames, Piek Stor en Petra Maartense, gegeven. Ze leggen uit hoe het werkt, op welke manier je mogelijk contact kunt krijgen met een dier. Echt heel boeiend, maar gaat het ook werken? Dat is de enige vraag die me bezig houdt, hoewel ik heel serieus mijn best doe. Zal het lukken?
Jasper, zoals we hem altijd in herinnering zullen houden
En dan beginnen we allemaal individueel aan een dierengesprek. We starten met een algemene geleide meditatie om in de juiste flow te komen en dan zoek je het dier uit waarmee je wilt praten.
Het lijkt me te lukken, ik denk dat ik contact heb met Jasper, we beginnen ons eerste gesprek.

Eerste contact met Jasper
M: Kan ik je even zien?
J: Laat zich zien hollend door het gras in hoog tempo
M: Mag ik je wat vragen?
J: Gaat naast me zitten en kijkt me aan als op de foto
M: Wat gebeurde er gisterenavond?
J: Ik raakte volkomen in paniek en begreep niet wat er gebeurde. (Jasper heeft vermoedelijk een attack gehad vanwege een nog niet onderkende hersentumor, volgens de dierenarts)
M: Hoe was het om dood te gaan?
J: Het was een bevrijding van een beklemming.
M: Ik voel me er schuldig over dat we niet meer voor je hebben kunnen doen.
J: Niet doen.
J: Mooie begrafenis met de kinderen erbij. Jullie moeten met Tirza praten, ik heb zorgen over haar. (Tirza is onze op dat moment 13 jaar oude poes en die twee waren maatjes)
M: Wil je nog iets zeggen?
J: Ik hou van jullie.
M: Vind je het goed als we af en toe praten?
J: Ja graag.

Ik heb tranen in mijn ogen en ben ook bijzonder blij dat ik dit gesprek heb mogen voeren. Kan het waar zijn dat dit mogelijk is? Dat je met dieren kunt praten?
Ik vertel in de groep wat me is overkomen en dat ik met Jasper denk te hebben gesproken. Natuurlijk lopen de tranen over mijn wangen als ik dit vertel, tranen van verdriet maar ook van het bijzondere om nog eens met Jasper contact te hebben.
De cursusleiding meent dat het een heel authentiek gesprek was en dat ik waarschijnlijk echt met hem heb gesproken. Tijdens de cursus is het de bedoeling dat je ook met andere dieren praat en dus praat ik nog met een leeuw en de hond van één van de andere deelnemers. Dit laatste gesprek wordt herkend door de honden baas die ook deelneemt aan de cursus. Ik voel me iets gesterkt in mijn geloof dat het echt mogelijk is. De wetenschapper in mij is nooit ver weg: ik wil weten hoe het werkt. Daar zal ik later antwoorden op krijgen, maar nu nog niet.
Tot zover de cursus. Een week na de cursus probeer ik opnieuw contact te leggen met Jasper. En het lukt weer.

Tweede contact met Jasper
Jasper heeft de houding aangenomen van de foto die we zo mooi van hem vinden en hij zit naast me in het kantoor waar ik de gesprekken in alle rust kan voeren.
M: Ben je gelukkig waar je nu bent?
J: ik voel jullie verdriet heel sterk.
M: We missen je ook heel erg.
J: Dat hoeft niet, ik ben bij jullie en blijf nog een tijd, maar ik moet/wil ook verder na verloop van tijd.
M: Bedoel je dat we je vasthouden met ons verdriet?
J: Zo zou ik het niet zeggen, maar het zou goed zijn als jullie je kunnen openstellen voor een nieuwe liefde in jullie leven.
M: Bedoel je een andere hond? Maar dat zou ik als verraad aan jou voelen.
J: Dat is niet zo, ik zal voor een deel ook in die andere hond kunnen zijn.
M: Kun je ons helpen bij de keuze?
J: Nee, dat is geheel aan jullie, maar als het een passende hond is, zal ik ‘erbij’ kunnen komen, een stukje overschaduwen.
M: Kan dat ook met een asiel hond?
J: Hoe jonger de hond is, hoe eenvoudiger.
M: Kun je ons daar de tijd voor geven?
J: Neem de tijd, maar wacht niet te lang.
M: Leven we nog wel lang genoeg om nu een pup te nemen?
J: Dat is jullie zorg niet, als jullie niet lang genoeg leven, zal de nieuwe hond/ik liefdevol worden opgenomen.
M: We maken ons zorgen over Tirza, ze is zo eenzaam.
J: Tirza is verstild en verwerkt op die manier haar gemis; maar Tirza mist ook heel erg dat ze niet meer vrij in en uit kan lopen (we hebben het kattenluikje buiten werking gesteld omdat ze steeds met levende muizen thuiskwam, die wij weer moesten vangen)
M: Maar hoe zit het dan met de muizen?
J: Praat met haar, het zal meestal goed kunnen gaan, maar ze blijft wel een kat.
M: Wat geniet ik van dit gesprek.
J: Ja, ik ook en dat ik nu naast je kan zitten op kantoor waar ik nooit durfde te komen – zonder fysiek lichaam heeft ook zo zijn voordelen, hoewel ik het eten en ‘bedelen’ zoals jullie dat noemen, ook mis (de trap naar kantoor heeft Jasper nooit durven aflopen)
M: Dank je wel, wil je nog wat zeggen?
J: Praat met Tirza en stel je open voor een andere hond dan vind je me weer deels terug.
(Ik zie Jasper naast me zitten en aai hem over zijn kop en de tranen springen me in de ogen).
J: Niet verdrietig zijn, dit is toch zo mooi.
Dat aaien speelt zich uiteraard in mijn hoofd af, ik kan Jasper niet meer met mijn handen aaien, maar ik kan wel het gevoel oproepen dat ik hem aai en dat voelt goed.

2. Ontmoeting met Hyronimus
Enkele dagen nadat ik mijn allereerste dierengesprek heb gehad, komt er een buizerd in onze tuin liggen. Het is één van de warmste dagen van het jaar en buiten is het 40 graden Celsius. Ook binnen is het aardig warm. We zien hem liggen en vragen ons af of hij gewond is of dat er iets anders met hem aan de hand is. Door de ramen heen maak ik foto’s van de buizerd, ik heb nog nooit een buizerd van zo dichtbij gezien, misschien twee meter afstand en hij blijft gewoon liggen. Hij kijkt me strak aan.
Hyronimus in het gras in onze achtertuin
Dan bedenk ik me dat ik niet voor niets geleerd heb met dieren te praten en ik probeer contact met hem te maken om te horen wat er aan de hand is. Het contact lukt.

Eerste ontmoeting met Hyronimus
M: Mag ik met je praten? (Ik maak dit contact vanaf mijn bureau op enkele meters afstand van de buizerd die nog steeds op het grasveld ligt).
B: Ja, jij zit daarbinnen he?
M: Ja, heb jij het zo warm dat je al een uur in het gras ligt?
B: Het is heel warm en het gras is koel, maar ik let wel goed op, maak je geen zorgen. (Ik maakte me zorgen of onze poes Tirza niet te veel belangstelling zou hebben)
M: Hoe is het leven als buizerd?
B: Mooi, ik geniet erg van het hoog zweven op de bewegingen in de lucht (hij laat mij zien hoe dat gaat, dat lijkt alsof hij een film in mijn hoofd afspeelt, levensecht)
M: Zou ik dat door jou kunnen voelen?
B: Ja, als ik jou vertrouw. Ik ken je al jaren als bewoner van dat huis, dus mag je even met me mee vliegen.
M: Terwijl je op het grasveld ligt?
B: Ja dat kan, kom je mee?
M: (Ik krijg het gevoel alsof ik Nils Holgersson ben op de rug van de buizerd en we zweven heel hoog, ik dacht even het eng te vinden zo hoog en zo weinig houvast, maar de buizerd geeft me een heel veilig gevoel en het is geweldig!)
M: Dank je voor dit gevoel, maar waarom zweef jij niet daar in de lucht?
B: Vandaag is de lucht heet (het all-time hitte record is vandaag gebroken), normaal is het boven lekker fris met wind, maar vandaag dus niet.
M: Ik heb eigenlijk geen vragen meer, heb jij nog wat te zeggen?
B: ja, dat jullie zo gastvrij zijn.
M: Wat bedoel je met gastvrij, waarom niet gewoon aardig?
B: Gastvrij betekent dat jullie deel uitmaken van het grotere geheel en je niet afscheiden en je niet ergeren aan de kleintjes (de jonge buizerds) die dagenlang schreeuwend door de tuin vliegen, voor jullie is dat normaal, het hoort er gewoon bij, zoals jullie er ook gewoon bij horen.
M: Bijzonder om dat te horen, dank je wel, lag je soms in de tuin om het gesprek wat eenvoudiger te beginnen?
B: Ja, je had in gedachten al de hele week aangekondigd dat je een dier wilde spreken en ik ving dat op, het moest er maar eens van komen.
De volgende dag ligt de buizerd weer op ons achter grasveld in de koelte van het gras dat lang in de schaduw van de bomen is gebleven. Hij wil praten.
Tweede ontmoeting met Hyronimus
M: Sorry dat ik weinig aandacht voor je heb, maar we zijn druk. (We hebben vandaag onze oppasdag, we hebben onze kleindochter mee naar ons eigen huis, ze is 17 maanden)
B: Dat zie ik, heb je een pup in huis? (Ik merk dat hij niet altijd de juiste woordkeuze heeft of dat mijn vertaling niet altijd correct is, want dat met die gastvrijheid van het vorige gesprek was volgens mij ook niet een goed woord, hoewel hij het daarna goed uitlegde)
M: Ja, we passen op ons kleinkind op donderdag en vandaag passen we in ons huis op.
M: Mijn vrouw vraagt of we een kleine waterbak in de tuin voor je zullen neerzetten.
B: Ze mag zelf wel met me praten, zij kan dat. Die waterbak is lief maar voor mij niet nodig, wel voor kleine vogels. (Hij laat me zien waar hij drinkt en baddert als dat nodig is en dat is aan de rand van het Gooimeer enkele honderden meters verderop)
M: Waarom kwam je vandaag weer ‘buurten’?
B: Vond het gisteren leuk en er zijn weinig mensen om mee te praten en als ik een boodschap heb, wil ik wel weten wie ik kan spreken.
M: Dat is goed, je mag me altijd ‘bellen’ en daar bedoel ik mee een seintje geven dat je wilt praten. Ik zal proberen te luisteren naar je seintjes, zodat je niet altijd hoeft langs te komen.
B: Dat is goed, dat moeten we samen oefenen want ik weet niet waar jij op reageert anders dan me zien.
M: Ja dat moeten we oefenen en dat vinden we dan wel uit. Waar wil je me voor kunnen waarschuwen?
B: Voor als er dieren of de natuur in nood komen en wij dieren jullie hulp nodig hebben om iets te doen wat wij niet kunnen.
M: Dat snap ik, waar denk je aan?
B: Voor als er jagers in het bos zijn of wanneer er vuur is of ergens een dier gewond is.
M: Hoe zit het dan als jij op een prooi jaagt?
B: Dat is iets heel anders, de dieren waarop ik jaag zijn er voor ons en we zoeken altijd dieren die weinig kansen van overleven hebben.
M: Dat begrijp ik, ik denk dat we het gesprek moeten stoppen, onze kleindochter wil naar buiten en dan word jij gestoord. Wil je nog wat zeggen?
B: Hou haar dan binnen tot we klaar zijn.
M: Dat lukt niet, tot spoedig en laten we oefenen in herkennen.
B: Doen we tot spoedig. Mijn kleintjes doen soms ook niet wat ik wil.
Aan het einde van de middag zag ik de buizerd vechten met een andere buizerd op het grasveld. Ik zag het niet echt goed, de andere vloog onmiddellijk weg nadat hij mij achter de ramen zag. Het is maar een flits geweest van een gevecht. De schrik zat er goed in bij mij en ik heb het gevoel overgehouden dat onze buizerd wat mankeert. Ik ben in de tuin gaan zoeken naar hem, maar heb hem nergens gevonden, maar is hij gewond geraakt?
Derde ontmoeting met Hyronimus
B: Ik zag dat je gisteren gezien hebt dat ik ruzie had, ben je erg geschrokken?
M: Ja, ik maakte me zorgen om jou.
B: Had je gewoon eerder moeten praten, er was niets aan de hand. De kinderen zijn al een tijdje uitgevlogen en we wennen ze nu dat ze zelf moeten jagen en eten, dat gaat ze niet altijd gemakkelijk af en dan komen ze weer bij mij dat ze eten willen, maar ik heb mijn zoon mijn rug toegekeerd, zodat hij begreep dat hij niets meer zou krijgen en daar was hij boos over.
M: Dat heb ik totaal niet begrepen. Ik maakte me zorgen dat je gewond was en dat je op de grond in de struiken moest overnachten. Ik ben zelfs in de tuin naar je op zoek gegaan.
De buizerd na ons gesprek, hij heeft hele mooie gestoffeerde poten
B: Je had het me gewoon kunnen vragen.
M: Maar ik ben onzeker over onze gesprekken en weet niet of het echt is en daarom durf ik niet zomaar te praten en wil ik eerst de juiste rust om me heen maken, zoals nu. (Ik ben weer speciaal in het souterrain gaan zitten voor dit gesprek). Als ik druk ben kan ik die rust niet vinden.
B: Dat is mooi maar volgens mij kunnen wij op ieder moment van de dag praten, ook als je druk bent, je moet alleen even alles loslaten.
M: Mijn vrouw vraagt of je een naam wilt krijgen, zodat we weten met wie we praten.
B: Als je me graag een naam geeft doe dan maar.
M: Wat vind jij een leuke naam?
B: Hyronimus
M: Dat klinkt ouderwets en ook wel deftig.
B: Vind je hem niet mooi?
M: Moet er wel even aan wennen, maar hij is zeker mooi.
M: Heb je nog wat te vertellen?
B: Je mag best eerder reageren, ik heb vandaag lang op je gewacht, tot ziens.
Ik heb opgezocht wat Hieronimus of Hyronimus betekent: Hieronymus is een Latijnse jongensnaam. Het betekent `heilige naam`.
Misschien moet ik nog wat toelichten. Zo tussen neus en lippen door hoor je me zeggen dat ik druk ben. Dat klopt. Na mijn architectenstudie en enkele dienstverbanden ben ik een eigen bureau begonnen. In die periode was ik al druk met milieubewust bouwen. Toen de vraag daarnaar groter werd en de honger naar kennis op dat gebied eveneens, ben ik een eigen bedrijf begonnen op het gebied van milieubewust bouwen.
Daarnaast werk ik in de academische wereld aan allerlei belangrijke projecten die met overheidsregelgeving te maken hebben op het gebied van bouwen en milieu. Ik doe dat met overgave en ben daar behoorlijk druk mee.
Zoals mijn dochter zo mooi aangeeft, jij bent altijd nieuwsgierig naar de dingen die buiten het direct meetbare liggen. Je wilt dat exploreren en begrijpelijk en meetbaar maken. Dat was ook een van de speerpunten van mijn promotie onderzoek.
Dat betekent dat ik niet zomaar beschikbaar ben voor Hyronimus als hij wil praten. Voorlopig beschouw ik dit communiceren met dieren als een heel interessante hobby, waar ik wel erg van geniet.
Daar denkt Hyronimus echter anders over, zoals je in het volgende hoofdstuk kunt lezen.

Hierbij nog de inhoudsopgave.

Voorwoord 1
1. Kennismaking met Eddy en Jasper 3
2. Ontmoeting met Hyronimus 9
3. Een zuiver kanaal 16
4. Op zoek naar een nieuwe hond 23
5. Tirza neemt geen muizen meer mee 31
6. Een oud paard op weg naar euthanasie 35
7. Economie tegenover ecologie lokaal 49
8. Alles wat bewustzijn heeft communiceert 57
9. De groepsziel 69
10. Het Oostvaardersplassen dilemma 77
11. Branden, dierenleed en dwalende dieren 89
12. Varkens in nood 99
13. Bomen en planten hebben ook gevoel 117
14. Mogen we nog wel dieren eten 123
15. Dieren zijn net mensen 127
16. Klimaatverandering 129
17. De oorlog in Oekraïne 135
18. Een brutale aap 145
19. Basisprincipes van diergesprekken 149
Colofon

Het boek is in fullcolour gedrukt en gaat € 24,95 kosten, dat is de vaste boekenprijs.

Aan de babbel met kip Maria

Elf jaar geleden werd een witte kip op ons dek gezet. We boden haar twaalf dagen onderdak bij ons in het schip. Uit Het dagboek van Maria:

Vandaag vieren we een verjaardag en Maria lijkt wel het middelpunt in plaats van de jarige. Ze is de hele dag op het speelpodium te vinden waar ik haar kistje als troon heb neergezet (en waar ze nauwelijks op zit). Altijd zitten er jongelui bij haar om haar te voeren en met haar te spelen. Soms gaat ze lekker in een hoekje liggen of wroet ze ontspannen in haar veren.
Iedereen die komt moet lachen om haar, maar gek genoeg verbaast het ook niemand dat er een kip in de kamer zit.

Als ik Maria de volgende dag via de diercommunicatie benader om het feestje te evalueren, krijg ik geen woorden door. Het zijn voornamelijk gevoelens. Alle aandacht tijdens het feestje vond ze erg leuk. Ze vermaakte zich vooral met het samen eten: de kinderen hadden vaak voer op hun hand en er lagen steeds graantjes op het kleed die ze oppikte.
Aanraken en oppakken hoeft niet zo van haar. Het aanraken wat de oudste deed (tegen haar aan ‘pikken’) is taal die ze verstaat. Dus mijn interpretatie dat ik dat pesterig vond, klopt niet. Onze zoon had gelijk: dat is kippentaal.
Het samen doen schijnt voor kippen belangrijk te zijn, dus de hele middag al die activiteit op het speelpodium was inderdaad echt háár feestje.
Via haar zie ik hoe nieuwsgierig kippen zijn en ik zet daar het beeld van kippenhokken naast. Ik zie dat daar veel te weinig gebeurt, hokken zijn al gauw veel te saai.
Maria voelt als een relaxte kip die veel kan hebben. De andere dieren in het schip zijn geen bedreiging voor haar.
Ik vraag haar hoe het is om een ei te leggen en ze geeft me het gevoel dat het een domme vraag is. Je legt gewoon een ei.
Als ik haar het beeld geef van andere kippen, zie ik meteen dat kippen een competitie vormen voor elkaar. Je kunt er dan wel makkelijker mee communiceren, maar op dit moment vindt Maria het wel relaxed zonder andere kippen. Kippen onderling moeten altijd opletten dat ze niks tekort komen, ze moeten altijd alert zijn op elkaar.
Ik ga me wagen aan een ander ‘dom’ onderwerp: het poepen. Daarin is Maria heel helder: het loopt lekkerder als je het kwijt bent.
Als laatste vraag ik haar of ze tevreden is met hoe we haar al vroeg op de avond in de afgedekte kooi zetten. Nu hoor ik wel woorden: ‘Ik ben niet gek, hoor, ik hoor jullie wel.’

Nu we Maria van dichtbij meemaken, wordt duidelijk dat uitdrukkingen niet zomaar uit de lucht gevallen zijn:
– Een graantje meepikken.
– Er als de kippen bij zijn (tijdens het schoonmaken van de grond vanochtend, stoof Maria op me af om het doekje uit m’n handen te trekken en er snel mee vandoor te gaan).
– Het lijkt hier wel een kippenhok (echt waar: één kip is te doen qua geluid, maar ik zou niet graag in een overvol hok met kippen zitten).
– Met de kippen op stok (alhoewel Maria dus niet gek is).
– Van een kale kip kun je niet plukken (Maria heeft gelukkig een rijk gevulde verenpracht die ze keurig verzorgt).