Uit de praktijk

De dieren voor wie ik getolkt heb, hebben me weer mooie dingen laten zien.

Er stond een afspraak gepland voor een kat. Op het moment dat ik belde vertelde de vrouw dat de kat sinds de dag ervoor niet was thuisgekomen. Iets wat hoogst ongebruikelijk was voor het dier. Ik kreeg het woord verstoppen door. Maar ja, wat kon ik daarmee. Bovendien raakte ik wat in de stress toen ik het woord vermissing gebruikte naar de vrouw. “Wie zegt dat ik vermist ben? Ik zit hier gewoon,” hoorde ik de kat zeggen. De volgende dag bleek de kat in een kast te zitten. Zou hij zich verstopt hebben voor het gesprek?

Een kat met gezondheidsproblemen laat zien dat hij niet wil dat er moeilijk gedaan wordt over zijn gezondheid. Hij laat weten: “Ik leef zolang ik leef.” Hij wil het leven helemaal benutten en laat zien dat de pot op een gegeven moment leeg is. En dan is het goed geweest.

Een hond laat weten dat hij niet zielig gevonden wil worden. “Iemand zielig vinden is iemand klein maken,” zegt hij.

“Heb ik last van verlatingsangst, zeg je? Ik heb last van verlatingsfeit!” Aldus een hond.

Bij bosbrand omgekomen Kangoeroe

Ik heb het in deze blog over het begrip groepsziel, daar heb ik wel vaker over geschreven en het staat goed uitgelegd in mijn boek ‘De man die met dieren spreekt’ hoofdstuk 9. Dit is al een ouder verhaal en toen was dat begrip nog niet zo duidelijk. Maar kort gezegd kun je een groepsziel beschouwen als een soort cloudopslag voor zielen van een bepaalde diersoort.

M: Dag kangoeroe, is het mogelijk om met een kangoeroe te praten die onlangs slachtoffer geworden is van de grote bosbranden in Australië?
K: Dat is zeker mogelijk, ik leg even het contact.
M: Dat is fijn. (Ik heb blijkbaar de groepsziel in een keer te pakken en nu zoeken ze een dier dat nog bewustzijn heeft van de branden, deze is dus al teruggekeerd naar de groepsziel en doolt niet rond, zonder te weten dat hij dood is)
K: Hier ben ik. Wat kan ik voor je doen?
M: Zijn jullie zo goed georganiseerd en zo beleefd als jullie nu overkomen? Dit is bijna een grapje, maar ook wel met een serieuze ondertoon. En natuurlijk wil ik mezelf even voorstellen. Ik ben … en probeer een indruk te krijgen wat jullie is overkomen met deze heftige bosbranden.
K: Je bent welkom en ik wil graag proberen te beschrijven wat ons is overkomen. We leefden met een groep kangoeroes in een groot gebied met veel grasland, maar ook wel bos. En natuurlijk was het al weken aan het branden, zonder dat we ons echte zorgen maakte. Het gebeurt heel veel en je raakt er aan gewend. De Australische natuur is er deels van afhankelijk. Maar toch was het deze keer heel anders. De rook en de hitte jagen je weg en dus ga je op de vlucht, je verplaatst je van de ene kant naar een andere kant waar geen rook en vuur is. Het leek duidelijk een bepaalde kant op te trekken en wij trokken daar vooruit. Maar zonder dat we er iets van begrepen, waren we ineens ingesloten door rondom vuur en rook. En het gaat zo ontzettend snel alsof er een wind over komt waaien en dan zijn de vlammen al weer verder en wij dood. Voor je er erg in hebt, het ene moment ren je nog voor je leven en het andere moment ben je ingehaald en ben je dood. Het was een verstikkende dood, door de rook, er was helemaal geen frisse lucht meer, alleen de hete verstikkende rook. Daardoor wordt je bedwelmd en of je al dood bent voor je verbrand of pas daarna, je merkt van de brand niets meer, want je bent je bewustzijn al verloren.
M: Dat klinkt heel heftig. Hoe gaat het nu verder met jullie?
K: Het klinkt heftiger dan het was. Natuurlijk zijn er veel van ons gestorven, maar dat gebeurt jaarlijks. Gelukkig niet jaarlijks zoveel, maar het is een natuurlijk proces. De meeste van ons hebben dit al verscheidene keren meegemaakt en het is een belangrijk onderdeel van onze groepsziel, we kunnen het redelijk gemakkelijk weer oppakken. Maar er zijn verschillen. Die dieren die het nooit eerder hebben meegemaakt en ook in paniek raken, kunnen zich vaak niet zo gemakkelijk laten gaan en ze strijden hard om te overleven, hoewel ze dat vaak toch niet doen. Door die strijd verliezen ze de aansluiting met de groepsziel en dan kan het gebeuren dat ze hun dood niet kunnen accepteren.
M: Dit was heel informatief wat je vertelde. Heb je nog meer toe te voegen?
K: Dit was het wel zo’n beetje.
M: Dank je wel voor het fijne gesprek.
200214

Aangelopen katertje

Ik word door een vriendin in een andere plaats gebeld: er is een jong katertje komen aanlopen. Kan ik achterhalen waar die thuishoort?
Als ik contact gemaakt heb vertel ik hem dat hij in het verkeerde huis zit.
‘Ik vind het wel leuk,’ antwoordt hij. ‘En de mensen vinden me leuk.’ Ik leg het diertje uit dat de mensen waar hij bij hoort vast heel bezorgd zijn dat hij weg is. ‘Met mij gaat het goed.’ Hij heeft nergens problemen mee.
Ik probeer te achterhalen wanneer hij naar buiten gegaan is en hoe hij toen gelopen is. Meteen zie ik hem spelen in de sneeuw en ik krijg sterk de indruk dat hij al spelend verder en verder gegaan is. Er is voor mij dan ook geen touw aan vast te knopen hoe hij de route spelend en verkennend heeft afgelegd.
Als ik hem vraag hoe zijn huis eruit ziet krijg ik het beeld van een hoekhuis en een glazen pui. Maar ja, vindt dat maar es in een nieuwbouwwijk.
Ik kom niet verder met dit kleine ondeugdje. Hij heeft het reuze naar zijn zin waar hij nu is en heeft daar lekker gegeten, vertelt hij. Ik heb erg veel lol om dit jolige diertje maar kan de vriendin niet meer dan deze informatie geven. Volgens mij gaat het wel goed komen, ook omdat ze de dierenambulance en Amivedi al ingelicht hebben.
’s Avonds krijg ik een mailtje dat een van de dochters de eigenaren via social media heeft gevonden. Het katje is inderdaad een allemansvriend en hij woont in een hoekhuis met heel veel glas. De kleine Pinokkio is weer thuis!

De muis die mij via de buurtapp kent

Ik ga zitten en stel me open voor welk dier er ook maar binnen wil komen. Een muis meldt zich.

Mu: Ik ben een stadsmuis en wil best graag met je praten.
M: Waarom wil je praten?
Mu: We wonen vlak bij elkaar en ik weet van jou af, maar heb je nooit gezien.
M: Hoe weet je van mij als je me nooit gezien hebt?
Mu: Dat is een raar verhaal. Een tijd geleden heb je gesproken met een egel hier vlakbij en die egel was wel blij met het gesprek en deelde die ervaring met zijn buurt. Misschien moet je over een soort buurtapp spreken. Alleen wij dieren hebben daar geen technische apparatuur voor nodig, dat is onze gewone communicatie. Zoals mensen langzaam beginnen te begrijpen dat bomen ook communiceren met elkaar en elkaar waarschuwen voor dreigend gevaar, kunnen wij dieren dat nog veel eenvoudiger, namelijk zoals wij nu ook met elkaar ‘praten’.
M: Wat spannend dat je me dit vertelt want ik had geen idee dat dieren ook buiten hun eigen groep met elkaar communiceren.
Mu: Zo zie je maar weer hoe weinig jullie mensen van ons dieren begrijpen. Maar goed, zo hebben wij een soort buurtapp, waarin we elkaar waarschuwen voor komend gevaar, zoals wanneer er weer een kat in de buurt op jacht is. Gewoon langslopende katten zijn geen probleem, zolang wij ons niet laten zien. Maar katten die op jacht zijn, zoeken overal naar ons en dan moeten we oppassen. Maakt het leven van een stadsmuis ook wel een beetje spannend, heeft wel wat. Ik heb hier een heel goed leven. We wonen tegen een huis aan en daar hebben we ons hol gebouwd en daar hebben we dit jaar al een aantal nestjes gehad, heel gezellig. Niet iedereen overleeft dat, maar dan moeten ze maar goed opletten.
M: Dus je bent wel tevreden over je leven?
Mu: Zeker, dit is een prima leven. Zelfs in de koude winter hebben wij geen probleem om in leven te blijven. Ons hol is goed en eten is er in de stad altijd in overvloed. Mensen gooien zoveel weg, onbegrijpelijk.
M: Wat leuk dat jij contact met me opnam. Dank je wel. Wil jij nog wat kwijt aan mij?
Mu: Ja, als je dit als blog verwerkt zullen veel mensen denken dat je een beetje geschift bent, maar ik weet beter en veel dieren met mij. Succes met je dierenverhalen, het is belangrijk wat je doet.

240409

 

Dieren en gevoelens

“Voel jij mee met de dieren in hun nood en/of gevoelens?”

Die vraag stelde Eddy me laatst en ik wilde stoer terugmailen dat ik die buiten me heb weten te laten in de loop der jaren. Maar ik had eerst nog een gesprek met een pas overleden hond en zijn verdriet sloeg emotioneel zo bij me in dat ik letterlijk hartzeer had en de tranen over m’n wangen stroomden.

Jaren geleden heb ik gepubliceerd:

“Ik noem het tweedehands gevoelens, de gevoelens die ik via dieren ervaar.

Het is belangrijk dat ik ze binnen krijg omdat ik mensen dan kan uitleggen wat het dier ervaart.
Er is onderscheid tussen lichamelijke en emotionele gevoelens.

Er zijn een aantal lichamelijke gevoelens die mij vreemd zijn maar die ik toch heb ervaren via dieren: epilepsie, blindheid, tumoren, koliek, tia’s, ernstige verstopping, verstikking, hartstilstand, vuurwerk dat in je hoofd uiteen lijkt te knallen.

Er zijn ook  lichamelijke gevoelens die ik wel ken maar via het dier door mij in andere mate en op andere plaatsen gevoeld worden.
De emotionele gevoelens die er bij dieren heftig inhakken (en via hen bij mij) zijn mijzelf ook bekend: verdriet, blijdschap, boosheid, angst, verwardheid, alleen voelen, enthousiasme etc.
Er zijn ook gevoelens die een mix van lichamelijk en emotioneel zijn. Ik ervaar ze via de dieren en op het moment dat ik het uitleg aan eigenaren, trekken die zelf conclusies: het lijkt op zwakbegaafdheid, autisme of ADHD.
Het ervaren van andermans gevoelens zijn voor mij geen last maar een rijkdom. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik het niet tot mijn probleem maak. Maar dat is met intensieve gesprekken met mensen net zo.”

Terugkomend op Eddie’s vraag: Soms overvallen gevoelens van dieren me kennelijk toch nog steeds en ja, dat vind ik nog steeds een rijkdom, ondanks de impact die het even heeft op mijn lichamelijke en emotionele gestel. Buiten verdrietige gevoelens kan het ook zijn dat ik enorme blijdschap bij een dier tref. Dan borrelen er vanuit mijn buik altijd lachbubbels op die op een gegeven moment niet meer te houden zijn en dan moet ik het lachend wel vertellen aan de mensen die ik aan de lijn heb.

Het leven als dierentolk is niet saai, zo vanaf mijn stoel.

Hyronimus over wat gebeurt er na de dood van een dier

Het viel mij op dat Piek een verhaal had over een hondje Mike dat acht maanden na zijn overlijden nog nabij zijn oude baasje was. Bij ons ging poes Tirza dood en die ging al heel snel heen naar de groepsziel. Ik wil deze verschillen kunnen snappen, dus heb ik Hyronimus hiernaar gevraagd. Hier zijn verhaal.

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag spreken over wat er gebeurt na het overlijden van een huisdier? De aanleiding zijn twee onlangs geplaatste blogs. In de ene blog horen we van een hondje dat maanden na zijn overlijden nog met zijn baasje mee gaat naar haar werk. In een ander verhaal horen we van een poes die na haar overlijden zegt vrij snel naar de groepsziel terug te gaan. Hoe zijn deze twee opvattingen te rijmen met elkaar?
H: Hoi Eddy, fijn weer van je te horen. Je hebt een boeiende vraag, waar ik graag op in zal gaan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Er is geen discrepantie tussen de twee blogs. Als een dier erg verbonden is geweest met z’n menselijke begeleider, en het dier heeft het gevoel dat het belangrijk is (geweest) voor de mens, dan blijft ze daar nog een tijdje bij in de buurt. En een echt tijdsgevoel is er in die niet-fysieke wereld niet, dat beteken dat het voor het dier helemaal niet lang hoeft te duren, terwijl de mens meteen in maanden en soms zelfs tot aan twee jaar toe dat ziet gebeuren. Aan de andere kant zijn er dieren die geen fijne herinneringen hebben aan hun laatste levensperiode, dat kan komen door hevige pijnen maar kan ook komen dat de band tussen mens en dier niet speciaal was. Zo zie je koeien bijvoorbeeld nooit rond een mens blijven hangen na haar overlijden. Maar koeien overlijden dan ook hoogst zelden uit zichzelf. Ze gaan via een afschuwelijke weg een slachtmachine in. Als ze daar doorheen zijn, zijn ze ongelooflijk getraumatiseerd en dan hebben ze geen enkele behoefte bij mensen in de buurt te blijven.
M: Het is dus min of meer een vrije keuze van het dier om zo snel mogelijk weer te verdwijnen in de groepsziel of om in de buurt van haar laatste leven een periode te blijven.
H: Dat is juist, het dier kan dat kiezen binnen een aantal randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn gegeven via de universele wetten in het universum. Daar hebben we al eens over gesproken, maar dat gaat deels nog jouw begripsvermogen te boven, dus kunnen we daar niet inhoudelijk over spreken. Vaak kiest een dier die erg aanhankelijk was naar haar mens en ook meende een belangrijke rol in het leven van dat mens te hebben gespeeld, er voor om een periode nabij te blijven. De mens voelt die aanwezigheid vaak wel of ziet het dier als een schuwduw. Gevoelige mensen, zoals bijvoorbeeld dierentolken, kunnen dat soms ook waarnemen. Het is mooi als het dier daartoe besluit, maar het is haar vrije wil. Heel soms is de mens zo verdrietig dat hij/zij daarmee het dier vasthoudt nabij de fysieke wereld en dat is natuurlijk niet goed. Het moet altijd een vrije keuze van het dier zijn om nabij te blijven.
M: Dank je wel voor deze uitleg.
240311

Gehandicapte dieren

Soms tref ik tijdens mijn werk als dierentolk gehandicapte dieren.
Met zwakbegaafde dieren is het vaak moeilijk om een gesprek te beginnen. Het begint al dat ze niet inhaken op mijn kennismakingspraatje. Het is dan even zoeken naar aanknopingspunten. Wat wekt de interesse in het dier op van waaruit we kunnen praten?
Vaak is het zo dat ik langzaamaan tot de ontdekking kom dat er niet zoveel in het koppie omgaat. En dat moet ik de eigenaar vertellen. Die is meestal opgelucht en had zelf ook al een vermoeden.
Ineens kan gedrag verklaard worden en het dier begrepen. Acceptatie en begrip dat het dier is zoals het is, maakt dat niet zulk fijn gedrag (niet leren van situaties, continu op schoot willen, veel blaffen, in huis plassen, onredelijke uitvallen naar medebewoners) beter verdragen kan worden.
Het kan ook dat de hersencapaciteit er wel is maar niet in werking treedt als het nodig is. Zo’n dier leeft in zijn eigen veilige wereld en raakt in paniek als de denkradertjes normaliter zouden moeten gaan werken maar dat bij dit dier niet doen. Het enige dat het dier kan doen is anderen weg blaffen of weg bijten. Of in een diepe stilte in zichzelf vallen en zich daarmee buiten de wereld sluiten.
En dan de hyperactieve dieren, de stuiterballen. Ook die zijn lastig om een gesprek mee te voeren want ze hipsen van de ene naar de andere plek. Ik moet op het niveau van diercommunicatie mijn trukendoos erbij halen om toch een goed gesprek met ze te kunnen voeren.

Net als wanneer mensen een gehandicapt kind hebben en daar op aangekeken worden (anderen zeggen dat ze de opvoeding altijd veel beter zouden doen), hebben mensen die een gehandicapt dier in huis hebben ook met andermans oordelen te maken. Maar ik vind het klasse om te zien met hoeveel liefde de zwakkere dieren opgevangen worden en hoeveel inzet mensen hebben naar zo’n dier.
Ondanks de liefde, zorg en aandacht voor zo’n dier speelt er ook een stukje verlies- en rouwverwerking mee. Er waren andere verwachtingen toen het dier in huis gehaald werd.

Hoe zit het met vrije dieren, vroeg ik me af. Onder hen tref ik geen dieren met een aangeboren (verstandelijke) handicap.
Ik vermoed dat solitair levende gehandicapte dieren het gewoonweg zelf niet redden. Gehandicapte dieren in grote kuddes zouden misschien nog wel een tijdje kunnen overleven omdat ze meegenomen worden door de zorgende groep. Maar ik vermoed dat het toch ook deze dieren zijn die als eersten ten prooi vallen aan roofdieren.

Hoe is het nu op je nieuwe plek Tirza?

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Ja, dat kan nog. En wat een veranderingen.
M: Besef je wat er gebeurd is?
T: Ja zeker, ik ben gaan slapen en was al ver heen en de dierenarts heeft bij ons thuis mij nog een laatste spuitje gegeven. Het duurde lang voor ik ook daadwerkelijk in ben geslapen. Maar het voelde zeker niet onaangenaam. Zoals ik vrijwel meteen jou meldde in je meditatie, voelt het goed nu. Ik ben niet in de war meer en ben ook niet angstig omdat ik letterlijk de weg kwijt was af en toe. Ik voel me heel fijn op de plek waar ik nu ben.
M: Waar ben je, kun je dat beschrijven?
T: Ik ben ergens tussenin. Nog vrij vaak bij jullie. Het gekke is, jullie zeggen dat je mij in huis voelt en soms ook ziet. Dat kan best kloppen. Ik loop af en toe nog door het huis en voel jullie aanwezigheid. En natuurlijk hebben jullie verdriet en ook Kayla mist mij, merk ik aan haar. Maar dat is niet nodig. Ik voel me enorm bevrijd van mijn lichamelijke last, die best wel zwaar was geworden, hoewel ik niet echt pijn had, was ik somber en veel afwezig en als ik dan wakker werd of schrok, kon ik me soms niet meer oriënteren waar ik was. Daar werd ik best wel bang van. Dat hebben jullie goed gezien en het was juist om mij de kans te geven om mijn lijf los te laten.
Zoals ik al zei, ik ben ergens tussenin. Dus enerzijds bij jullie en anderzijds al weer deels in de grote vijver, zoals ik dat noem. Ik geloof dat jij dat de groepsziel noemt. Zoals ik in jouw meditatie tegen je zei voelt het alsof ik een druppel ben die langzaam in de grote vijver wordt opgenomen. Het is natuurlijk vreemd om als kat over een vijver te spreken, maar de vergelijking van de druppel die wordt opgenomen in de grote vijver is een passend metafoor voor het langzaam opgenomen worden vanuit de fysieke wereld in de onstoffelijke wereld van de groepsziel.
M: Jij weet dat wel mooi te vertellen. Anders ben je nooit zo’n prater geweest, maar nu merk ik dat je veel te vertellen hebt.
T: Dat komt omdat deze ‘in between’ periode niet zo lang duurt en dan wil ik jullie wel deelgenoot maken van mijn ervaringen. Straks ben ik niet meer als Tirza beschikbaar en dan kan ik dit verhaal niet op deze wijze vertellen. Wat ik ook nog wilde zeggen is dat ik heel blij ben dat ik op jouw schoot in jouw warmte eerst mocht slapen en daarna mocht inslapen. Het is goed zo, dank je wel voor het mooie leven dat we samen hebben gehad.
M: Nou lieve Tirza, jij ook bedankt voor jouw tijd met ons, het was avontuurlijk met jou.
T: Zo was ik nu eenmaal. Vaarwel.
240226

Spontaan contact overleden hond

Er is van alles te denken en te zeggen over overleden dieren. Is contact nog mogelijk, leven ze ergens anders nog door?

Jaren geleden hoorde ik dit verhaal van iemand en naar mijn idee kan niemand hier omheen…

 

Een vrouw die bij oude mensen werkt, vertelt hoe de ontmoeting met een nieuwe bewoner van het huis ging:

“Ik ging met onze Jack Russell Mike naar mijn werk. Ik stelde me voor aan de voor mij nieuwe vrouw en ze zei: ‘Ik zie een wit hondje achter je.’

Mike heeft veel donkere kleuren in zijn vacht, dus ik dacht bij mezelf: ‘Die is ver heen’.

‘Ik zal es vragen hoe hij heet,’ ging de vrouw verder.

Ze was even stil en zei toen: ‘Hij heet Fred. Hij heeft je altijd beschermd, zegt hij, daarom is hij hier nu ook.’

Meteen schoten twee collega’s en ik helemaal vol. Fred was een zeer geliefde hond die acht maanden geleden is overleden. Hij ging net als Mike vaak mee naar mijn werk.

Terwijl wij stonden te snotteren, hoorden we een andere bewoner zeggen: ‘Dachten we van dat rotbeest af te zijn, komt ie weer mee!’ “

Tirza heb je nog wel alles op een rijtje?

Tirza heeft het moeilijk, dat is aan alles te merken. Ze ligt momenteel veel in het bad of op de rand van het bad te slapen. Weet ze nog wel waar ze is?  En kunnen wij de grote verstoring van onze nachtrust nog wel aan? Een nieuw gesprek geeft wat meer duidelijkheid.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten? Je ligt nu weer zo vredig naast me op de stoel, is het een goed moment?
T: Ja, dat is het wel.
M: Gaat alles wel goed met je? Je loopt zo ontzettend te miauwen door het huis, dat ik soms denk dat je gewoon bang bent, klopt dat?
T: Misschien heb je wel gelijk, dat ik bang ben als ik zo loop te klagen. Eigenlijk wil ik dan iets, maar ik weet ook niet wat ik wil. Terwijl ik wel heel hard miauw. Ik weet ook niet wat er dan is.
M: Als ik soms in je ogen kijk als je zo klaagt, dan zie ik hele grote bange ogen. Hoe voelt dat voor jou?
T: Voor mij voelt het alsof ik de weg dan kwijt ben. Ik voel me niet goed en weet niet waar ik ben.
M: Maar als je ons dan ziet gaat dat gevoel dan over? Want je kent ons toch wel nog?
T: Ja, natuurlijk ken ik jullie goed, maar soms heb ik het gevoel in een omgeving te zijn die ik niet meer herken. Dat is heel naar en dan klaag ik van ‘waar ben ik?’
M: Heb je dan hulp nodig?
T: Dat weet ik niet. Ik roep wel, maar of hulp me dan kan helpen om te bepalen waar ik ben weet ik niet. Als ik jullie zie weet ik wel waar ik ben, bij jullie, maar ik weet ook weer niet waar ik ben, in welk huis ben ik?
M: Lig je daarom zoveel bij ons op schoot of op bed?
T: Ja, dat is vertrouwd en warm en jullie zijn altijd lief voor me.
M: Nou als je zo hard loopt te miauwen midden in de nacht voel ik me niet altijd lief voor je. Je hebt een grote invloed op onze slechte nachtrust en daar kunnen we niet altijd even geduldig mee omgaan.
T: Dat begrijp ik. Ik doe dat niet expres, maar ik ben dan toch echt de weg kwijt, weet niet waar ik ben en als jullie me dan troosten helpt dat.
M: Maar dat doen we dan helaas niet, jou troosten.
T: Weet je, je denkt dat je me niet troost, omdat je lelijk doet vanwege mijn lawaai maken. Maar door jullie reactie begrijp ik weer waar ik ben.
M: Je bent dus letterlijk de weg dan kwijt?
T: Ja en nee. Ik weet wel waar ik ben, maar ik wil ergens heen waarvan ik niet weet waar ik heen wil en in zoverre ben ik de weg kwijt.
M: Heb je last van dementie?
T: Je bedoelt dat ik niet goed snik ben?
M: Nee, dat bedoel ik niet. Als je last van dementie hebt, weet je soms niet meer waar je bent, alles om je heen is even vreemd voor je en een tijdje later herken je het weer en weet je precies waar je bent en waar je heen wilt.
T: Ja, dat herken ik wel.
M: Nog een andere vraag. Ik merk dat je slecht ziet waardoor je soms ook met springen iets mist en je vaker je eten gewoon niet weet te vinden. Klopt dat?
T: Tja, dat herken ik helaas ook. Dan zetten jullie me bij mijn etensbak neer en dan kan ik wel eten.
M: Ik merk ook dat je behoorlijk doof bent, je hoort mij niet meer aankomen en dan ben je ineens verrast dat ik naast je sta, je aai of je op til. Herken je dat ook?
T: Ook dat herken ik. Maar even terug komend op dat ik jullie wakker maak met mijn miauwen, dat spijt me, dat is niet mij bedoeling.
M: Dat snap ik, helaas gebeurt het wel erg veel en kunnen wij er niet goed meer tegen.
T: Wat bedoel je daarmee?
M: Dat probeer ik met dit gesprek uit te zoeken. Wij worden nu wel heel erg moe om nu al maanden niet meer ongestoord te kunnen slapen. En jij gaat steeds verder achteruit. Ben je nog wel blij met het leven zoals je dat nu leidt?
T: Ik vind dat ik wel een goed leven heb, of moet ik zeggen heb gehad? Want ik ben wel vaak de weg kwijt momenteel en dat is lastig. Lichamelijk heb ik geen pijnen, maar ik merk wel dat mijn zintuigen erg achteruit zijn gegaan en mijn ledematen ook wel stram zijn en soms best wel pijn doen met springen. Overwegen jullie mij te laten inslapen?
M: Het is dat je dat zo vraagt. De gedachte speelt al een tijdje bij ons. Laatst waren we bij de dierenarts en toen waren we wel zover, aan de andere kant willen we je ook niet kwijt. Maar je bent nu bijna 19 jaar oud, dat is best oud en je lijfje weegt bijna niets meer met je 2,5 kg. En je ziet slecht en hoort nauwelijks iets en je bent heel veel de weg kwijt en dan miauw je zo luidt en klaaglijk. Daarmee maak je ons op de gekste tijden wakker en dat is ons grootste probleem. Je geeft ons onvoldoende kans om te rusten en daar kunnen we niet meer tegen.
T: Oei, dat is heftig en dat heb ik me niet zo gerealiseerd. En jullie zien inslapen eigenlijk nog als enige oplossing?
M: Daar denken we wel aan.
T: Mag ik daar nog even over nadenken of ik daar mee akkoord ga?
M: Ik vind dat wel zo eerlijk. En als je denkt dat je kunt ophouden met ons 4-5 keer per nacht uit ons bed te miauwen, dan is er geen noodzaak. Maar ik weet niet of je dat kunt.
T: Ook dat is niet meer dan fair dat je dat vraagt. Ik zal proberen om niet meer te miauwen ’s nachts, maar als dat me niet lukt, dan vragen we de dierenarts om te komen en dan wil ik wel in jullie armen inslapen. Zullen we dat afspreken?
M: Dat lijkt me heel mooi om dat zo af te spreken. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog iets kwijt?
T: Ik ben ook heel blij met dit gesprek en dat we dingen nu uitgesproken hebben en dat ik niet alleen maar ergens voel dat dit bij jullie speelt en we er niet over gesproken hebben. Maar nu wel! Fijn.
M: Meer dan een maand geleden heb ik al eens een voorzichtig gesprek met je gehad hierover, maar dat ging natuurlijk lang niet zover. Jij zag geen enkel probleem en je was behoorlijk opstandig, dat heb je nu niet meer.
T: Ik ben meer berustend, merk ook wel dat het aan het aflopen is. Maar wanneer is een goed moment? Ik weet het niet, maar geloof wel in jullie liefde en wijsheid.
M: Dank je wel dat je dat nog zegt. Wij houden ook heel veel van jou.
240212