Hoe kijk je tegen ziekte en dood aan?

In gesprekken komen soms situaties naar voren die ik een mens kan uitleggen aan de hand van eerder opgedane ervaringen. Speciaal voor kat Puk hieronder het verhaal van Banshee, te lezen in het boek In de Stilte hoor je alles.

Het maakt veel uit hoe mensen tegen ziekte en dood aankijken, liet de kat Banshee weten. Deze zestienjarige was erg ziek en kreeg twee keer per week een infuus toegediend. Dit deed de vrouw zelf, thuis. De reden dat de kat dit toeliet, vertelde hij, was omdat hij geen zin had om twee keer per week in de reismand mee te moeten naar de dierenarts.

De vrouw had mij gevraagd te tolken, omdat ze zich realiseerde dat ze er geen idee van had wat de kat nou eigenlijk zelf wilde. Banshee was duidelijk: hij wilde niet dood. Maar hij vertelde erbij dat hij zich niet kon bezighouden met blijven leven als de vrouw de achterdeur naar de dood op een kiertje had staan. Voor de vrouw was het helder dat ze de behandeling moest doorzetten en niet moest denken over hoe het zou moeten als de kat er niet meer zou zijn. Hij koos voor het leven en zij dus ook.

Toch werd ik twee weken later weer gebeld omdat het ineens veel slechter ging met Banshee. Wat wilde hij? We gingen het gesprek weer aan en wat bleek? Banshee had van de dierenarts opgepikt dat die het onmogelijk achtte voor een kat om met zulke bloedwaarden nog te leven! Banshee had zich dit bijzonder aangetrokken. We hebben veel moeite gedaan om hem ervan te overtuigen dat als hij nog wilde leven, hij ook met zulke bloedwaarden mocht blijven leven. Medisch gezien onverklaarbaar, maar Banshee leefde nog twee maanden. Hij is gestorven zoals hij zelf graag wilde: in alle rust, bij de vrouw in bed.

Eddy twijfelt aan zichzelf

M: Dag Hyronimus, kunnen we vandaag weer met elkaar praten?
H: Ja, ik ben bijna altijd beschikbaar als je dat wilt. Ik heb je wel gemist de afgelopen periode.
M: Ja, dat klopt, ik voelde me niet echt zo lekker in mijn lijf en ik ben ineens weer heel onzeker geworden over mijn dierengesprekken. Heb ik wel echte gesprekken met dieren of heb ik toch een zeer uitgebreide fantasie?
H: Helaas moet ik je zeggen dat je een zeer uitgebreide fantasie hebt, grapje, maar jouw fantasie slaat niet op je diergesprekken. Die doe je naar eer en geweten zorgvuldig en voor zover ik kan nagaan, zijn het ook steeds hele echte gesprekken. Maar je bent onzeker geworden door meerdere situaties. Doordat je zelf niet lekker was, heb je weinig gesprekken gevoerd en je bent gaan twijfelen door commentaar dat je kreeg. Dat soort dingen gebeuren, hoewel ik dacht dat je er al overheen was. Normaal gesproken ben je behoorlijk immuun voor de mening van anderen. Dat blijkt dus nu niet zo te zijn. Wat echt helpt is regelmatig blijven praten met dieren, maar je mag dat ook uitbreiden naar andere levende schepselen, als bomen en planten en zelfs mineralen. Dat heb je tot nu toe nooit geprobeerd, maar dat kan ook een interessante bron zijn van informatie. Probeer dat maar eens. Maar voorlopig zou ik je aanraden om weer wat vertrouwen op te bouwen door ‘gewone’ diergesprekken te voeren, zoals je dat altijd al doet. Zoek een situatie of een dier uit en ga er mee in communicatie. Dat zal je weer goed doen.
M: Dank je wel Hyronimus voor dit bemoedigende gesprek. Daarmee is mijn probleem nog niet meteen voorbij, maar ik voel me wel gesterkt om het weer op te pakken en door te gaan. Ik was echt heel erg aan mijzelf aan het twijfelen. En dan helpt het ook niet dat mijn boek niet meer verkoopt, dat is zo jammer.
H: Een boek verkoopt niet zichzelf. Daar moet je aan werken, steeds opnieuw moet je de publiciteit zoeken en dat doe je niet. Je zit gewoon in je luie stoel en wacht af, zo werkt dat helaas voor jou en vele andere auteurs, niet. Ga er mee aan de slag.
M: Dank je voor de tip. Ik zal er over nadenken wat ik kan doen om de verkoop weer aan te zwengelen. En ik weet dat ik mijn diergesprekken weer moet oppakken.
240603

Eend Emma heeft jongen

Eend Emma is dit voorjaar twee jaar oud. Ze is geboren uit een eend die altijd aan boord kwam eten. Emma heeft een gat in haar snavel waardoor haar tong er uit hangt. Dappere Emma heeft bij ons aan boord een vast plekje gevonden op het dak van de vogelkooi en op het dak van de stuurhut. Daar komt ze dagelijks eten en een deel van de dag en de nacht brengt ze aan boord door.

Emma is aangenaam gezelschap, zowel voor de mannelijke eenden die ze altijd om zich heen heeft als voor mij.

In het voorjaar begon Emma eieren te leggen. Ze heeft op drie plekken aan boord geprobeerd de eieren uit te broeden. Iedere keer werden de eieren gepakt door kraaien en ratten en de finishing touch deed de hond die de laatste restjes uitlikte.

Uiteindelijk koos Emma voor een plek aan de overkant. Ze wilde me niet zeggen waar precies. ´Geheime plek.´ Af en toe kwam ze heel snel wat voer halen. Ik kon binnen aan haar snelle korte gesnater altijd precies horen dat zij eraan kwam. Alsof ze bedoelde: ‘Snel, schiet op, ik kan nu even weg van mijn nest.’

Een heel aantal dagen zie ik Emma niet. Alleen haar vriend is aan boord maar hij is veel schrikachtiger en vliegt vaak op als ik langs loop.

En dan op een goede dag zie ik haar zwemmen met wel zeven kleintjes om zich heen! Die Emma, het is gelukt. Vorig jaar was ze in één dag al haar jongen kwijt maar dit ziet er heel stabiel uit.

Ik heb Emma niet weer gezien. Noch met haar jongen, noch aan boord. Tijd om een gesprekje aan te gaan.

Ze laat meteen weten dat ze er even niet is. “Ik ben in veilig gebied, waar ze me niet kennen.” Zal ze die mannetjes bedoelen die haar steeds maar niet met rust lieten?

Ik zeg haar dat ik blij ben voor haar dat ze de eieren heeft kunnen uitbroeden. “Ja, de omstandigheden moeten goed zijn,” geeft ze door.

Ik merk aan haar dat ze gegroeid is door haar moederschap. Het zou mij niet verbazen als ze nog één of twee jongen over heeft. Ik laat haar weten dat ik natuurlijk nieuwsgierig ben maar dat ze zich niet hoeft laten zien aan mij met haar jongen. Veiligheid gaat voor.

Alles aan Emma voelt volwassen en verantwoordelijk. Ze lijkt nu echt bezig met haar oertaak: de jongen groot brengen. Ze voelt als op en top eend. Helemaal gespitst op haar taak. “Zo dadelijk heb ik de veren weer vrij,” merkt ze op. Misschien zei ze dat omdat ik liet doorschemeren dat ik haar wel een beetje mis aan boord.

Ik heb nog één vraag aan haar, namelijk hoe het voor haar was om steeds een stel eieren niet uitgebroed te krijgen. Bij Emma geen lege-nest-syndroom… ze is iedere keer gewoon weer opnieuw begonnen.

Haar vriend zit trouw te wachten op de dakjes van het schip. Regelmatig komen drie andere mannen erbij zitten en een zaadje meepikken van het voer dat ik voor de vogels neerleg. Ik ben benieuwd wanneer Emma’s taak erop zit en ze weer terugkomt.

Wat is het nut van een teek in de kringloop

We zijn weer een weekje op Texel. Het is mooi weer en dus ook tekenweer. Dat maakt mij nieuwsgierig naar het bestaansnut van teken, welke plek hebben zij in het ecosysteem?

M: Dag teek, ik zou heel graag eens met jou willen praten, is dat mogelijk?
T: Ja, dat kan wel. Wat wil je weten?
M: Ik ben eigenlijk benieuwd naar jullie leven.
T: Wij zijn een hele bijzondere spinnensoort. Wij hebben eigenschappen die maar heel weinig dieren hebben en daar ben ik best wel trots op.
M: Vertel.
T: Wij zijn klein en hebben een beperkte levenscyclus. Maar voor onze ontwikkeling zijn wij afhankelijk van bloed van gewervelde dieren. Daar moeten we dus altijd op zien te komen en dat zijn dan onze gastheren of -dames. Want daar zijn we weer niet kieskeurig in. Wij leven bijna altijd op de grond, hoewel er ook soorten zijn die uitsluitend bij hun gastheer verblijven. Zo’n teek ben ik niet.
M: Vertel eens over jouw levenscyclus als je wilt.
T: Dat is goed. Ik ben uit een eitje geboren. Mijn moeder had heel veel eitjes gelegd nadat ze zich vol gezogen had. Ik denk dat ze wel 20.000 eitjes had gelegd. Dat kon ze omdat ze zich voordat ze de eitjes legde helemaal volgezogen had. Wij teken kunnen ons lijf heel erg oprekken als we ons volzuigen. Doordat we erg elastisch zijn kunnen we wel honderden keren ons eigen lichaamsgewicht aan bloed opnemen. En zo kan het dat er ook heel veel eitjes kunnen komen. Niet alle eitjes komen uit en diegene die wel uitkomen zijn een soort larve, we lijken dan al wel op een teek, alleen hebben we dan nog maar zes poten, de laatste twee komen er later bij als we ons ontpoppen tot een klein teekje, die jullie geloof ik nimf noemen. Maar eigenlijk zijn we dan al een teek. In die beide stadia als larve en nimf zijn we afhankelijk van bloed van onze gastheer. En dat is best een probleem. Wij leven in principe op de grond of dichtbij de grond en we zijn geen grote wandelaars. Dus zijn we afhankelijk van onze strategische keuzes en de gastheren die voorbij komen. Muizen en egels zijn onze favorieten, maar ze moeten wel toevallig langs komen. En dat gebeurt niet zo vaak, dus in dit stadium overlijden de meeste teken, van die 20.000 eitjes zijn er slechts enkele honderden die ook echt teek worden. Dan hebben ze al twee keer een gastheer nodig gehad. In de tekenfase hebben we ook weer een gastheer nodig of meerdere als we wat langer leven. Als teek kunnen we wel heel energiezuinig leven, daardoor kunnen we wachten op een langskomende gastheer. Dat kan soms wel jaren duren en toch blijven we in leven al die jaren. Ja, wij kunnen heel energie zuinig zijn. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
M: Dat is ook een vraag die ik heb. Wat is jullie plaats in het ecosysteem, hebben jullie een nut in jullie leven?
T: Wat een rare vraag. Natuurlijk hebben wij een nut. Ons leven is ons nut, moet het dan meteen om het grote geheel gaan?
M: Nou ja, veel dieren hebben een plekje in het ecosysteem en zonder die dieren zou een deel van het systeem niet functioneren. Dat zie ik bij jullie niet zo. Jullie zijn geen prooidieren waar de wereld niet zonder kan en ik zie jullie ook geen bestuivingen doen, enz. Zo bedoel ik dat.
T: Dat klopt, dat doen we allemaal niet, maar ons bestaan is ons nut voor de wereld.
M: Maar mensen zijn bang voor jullie want jullie kunnen nare ziektes overbrengen en dus hebben wij jullie liever niet in onze omgeving.
T: Dat begrijp ik, maar is ook kortzichtig. Als jullie ons nu eens goed zouden bestuderen kunnen jullie zien dat we wel degelijk nut hebben. We brengen gevaarlijke ziektes over, dat kan heel nuttig zijn om de mensheid te leren de natuur te respecteren. Daar zijn jullie nog lang niet aan toe, maar bedenk dat het coronavirus ook een waarschuwing van de schepper aan de mensheid was. Die waarschuwing hebben jullie totaal niet begrepen, helaas. Ons andere nut is dat wij enorm energiezuinig kunnen leven, jarenlang zonder enig voedsel, we kunnen dus grotendeels uit de lucht leven. Dat is een interessante gedachte, kijk daar ook eens naar. Als jullie je afschuw over ons bestaan van je af kunt zetten, zijn we eigenlijk best leuke beestjes waar jullie echt van kunnen leren.
M: Dank je wel voor deze afsluiting, nu begrijp ik jullie plek in het ecosysteem die ik nooit begrepen heb. Dank je wel voor dit gesprek.
240508

De ree op de loskade

Een eend liet me al eens weten dat ik zo weinig zie van wat er om me heen gebeurt. Gelukkig heb ik de hond die op een dag luid blaffend aan dek stond. Een beetje geïrriteerd keek ik op en zag een ree.

De ree stond op een zeer buitengewone plek: op de loskade van een zand- en grindbedrijf. Hij stond ons rustig aan te kijken en na een aantal minuten liep hij heel bedeesd weg.

Uiteraard maakte ik contact met hem. Hij kwam een beetje verdwaasd over maar niet geschrokken. Meer zoiets van: waar ben ik nu beland?

Ik zei hem dat hij nogal verdwaald was. Dat vond hij een vreemde opmerking. Hij was gewoon aan de wandel en was hier beland. Hoe kwam ik erbij dat hij verdwaald was?

Nou, uit koers geraakt dan? Ook dat vond hij een vreemde gedachte. Hij liet wel weten dat hij al het steen en beton niet apprecieerde.

We raakten een beetje in een soort spraakverwarring. De ree begreep niet waarom ik vond dat hij op een bepaalde plek hoorde te zijn en te blijven. Ik begreep van mezelf dat ik kennelijk vond dat dieren, net als wij, op een vaste plek moeten zijn.

We hadden een beetje een vreemd contact. We begrepen elkaar wel en niet. Hij was er volgens mij niet helemaal met de kop bij. Dat kon ik me wel voorstellen gezien de gekke plek waar hij zich bevond.

Een paar dagen later laat hij weten dat het hem goed gaat en dat ik moet ophouden met me zorgen te maken. Het gebeurt wel vaker dat hij op onverwachte plaatsen is. Daar heeft hij geen moeite mee. Alleen voelt hij zich vaak genoodzaakt om snel te reageren (vluchten) waardoor hij niet goed kan kijken. En ja, dan kom je op onverwachte plekken.

Van de ree begrijp ik dat hij in het moment leeft. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Ik heb sterk het idee dat deze ree behoorlijk nieuwsgierig van aard is. En dat kan inderdaad tot verrassende avonturen leiden.

Met excuses voor de slechte foto maar ik vond het leuk om het echte beeld te laten zien.

De happy sledehond

Onlangs was ik met mijn dochters in gesprek over onze bucketlist, wat zou je allemaal nog een keer gedaan willen hebben? Eén van de dochters zou zo graag een keer een ritje met een sledehonden slede rond de Noordpool willen maken, maar zei ze dat zal ik nooit doen, dat is zielig voor die honden. Zo kwam het gesprek op de sledehonden en of ze daar nu van genieten of niet. Tja, dan moet je dat natuurlijk onderzoeken.

M: Beste sledehonden, wie wil er met mij praten?
SH: Dag Eddy, leuk dat je er naar vraagt. Ja, ik ben een sledehond in Noorwegen en ik loop zeer regelmatig voor een slede met andere honden. Daarvoor ben ik van een speciaal ras. Er zijn honden rassen die van oudsher voor een slede lopen en rennen en dat doen ze als ras al heel lang. Mijn ras is dat al eeuwen lang, ik ben een Siberian Husky.
M: Vertel eens over jour leven als sledehond.
SH: Mijn baas is een liefhebber en fokker van ons ras, maar dan op een fijne manier. We wonen veelal buiten in de sneeuw in hutjes en worden dagelijks uitgelaten en krijgen ons voer. Het is niet zo dat onze baas de dieren uitput door ze steeds pups te laten krijgen. Dat doet hij heel goed, echt als een liefhebber van ons als dier. Hij is goed voor ons. Maar ik kan zeker niet zeggen dat dat voor alle sledehonden houders geldt. Dus mijn verhaal moet je als een succesverhaal zien van een mens met zijn dieren, het gaat zeker niet overal zo goed.
M: Wat maakt jouw ervaring zo bijzonder ten opzichte van andere sledehonden?
SH: Mijn baas en zijn instelling. Hij heeft vooral oog voor een zuivere manier van ons ras in stand te houden en dat is zijn streven. Hij fokt niet voor geld en om zoveel mogelijk puppy’s te verkopen. Wel loopt hij wedstrijden met ons en de slee, maar dat is mooi en spannend. Daar worden wij honden dan gedreven van. Wij willen winnen en daar hebben we best veel voor over.
M: Wat zoal?
SH: Dat we voornamelijk buiten wonen en niet bij een familie in huis. Daarmee zijn we geen huisdieren, hoewel dat soms best wel een aangenaam ‘beroep’ kan zijn. Maar wij zijn dus sledehonden en daarvoor worden we gehouden. Wij moeten werken voor de kost, dat is hard, en soms eenzaam, maar ook wel heel natuurlijk. Wij zijn daarom geen watjes maar erg stoere honden die hard willen werken voor de slede. Dus zodra wij mogen lopen en we ingespannen worden voor de slede, dan zijn we erg opgewonden en willen we racen, echt alleen maar heel hard rennen. Dan maakt het ook helemaal niet uit wat voor weer het is, we willen gewoon rennen en als we dan uitgeput zijn, voelen we ons goed. Zoals een goede sporter soms ook helemaal uitgeput kan zijn, maar vol dat hormoon zit waarbij hij zich goed voelt.
M: Dus jij geniet van het slede rijden?
SH: Ja zeker, ik geniet daar heel erg van. Maar dat mag en kan je niet op alle sledehonden van toepassing verklaren. Veel sledehonden, vooral in toeristische gebieden hebben het niet per sé naar hun zin. Dus wees daar wel voorzichtig mee. Je dochter heeft gelijk, als ze een keer op een sledehonden tocht wil gaan, moet ze bij ons komen. Ze weet me wel te vinden als het zover komt.
M: Dank je wel voor de informatie.
240508

Uit de praktijk

De dieren voor wie ik getolkt heb, hebben me weer mooie dingen laten zien.

Er stond een afspraak gepland voor een kat. Op het moment dat ik belde vertelde de vrouw dat de kat sinds de dag ervoor niet was thuisgekomen. Iets wat hoogst ongebruikelijk was voor het dier. Ik kreeg het woord verstoppen door. Maar ja, wat kon ik daarmee. Bovendien raakte ik wat in de stress toen ik het woord vermissing gebruikte naar de vrouw. “Wie zegt dat ik vermist ben? Ik zit hier gewoon,” hoorde ik de kat zeggen. De volgende dag bleek de kat in een kast te zitten. Zou hij zich verstopt hebben voor het gesprek?

Een kat met gezondheidsproblemen laat zien dat hij niet wil dat er moeilijk gedaan wordt over zijn gezondheid. Hij laat weten: “Ik leef zolang ik leef.” Hij wil het leven helemaal benutten en laat zien dat de pot op een gegeven moment leeg is. En dan is het goed geweest.

Een hond laat weten dat hij niet zielig gevonden wil worden. “Iemand zielig vinden is iemand klein maken,” zegt hij.

“Heb ik last van verlatingsangst, zeg je? Ik heb last van verlatingsfeit!” Aldus een hond.

Bij bosbrand omgekomen Kangoeroe

Ik heb het in deze blog over het begrip groepsziel, daar heb ik wel vaker over geschreven en het staat goed uitgelegd in mijn boek ‘De man die met dieren spreekt’ hoofdstuk 9. Dit is al een ouder verhaal en toen was dat begrip nog niet zo duidelijk. Maar kort gezegd kun je een groepsziel beschouwen als een soort cloudopslag voor zielen van een bepaalde diersoort.

M: Dag kangoeroe, is het mogelijk om met een kangoeroe te praten die onlangs slachtoffer geworden is van de grote bosbranden in Australië?
K: Dat is zeker mogelijk, ik leg even het contact.
M: Dat is fijn. (Ik heb blijkbaar de groepsziel in een keer te pakken en nu zoeken ze een dier dat nog bewustzijn heeft van de branden, deze is dus al teruggekeerd naar de groepsziel en doolt niet rond, zonder te weten dat hij dood is)
K: Hier ben ik. Wat kan ik voor je doen?
M: Zijn jullie zo goed georganiseerd en zo beleefd als jullie nu overkomen? Dit is bijna een grapje, maar ook wel met een serieuze ondertoon. En natuurlijk wil ik mezelf even voorstellen. Ik ben … en probeer een indruk te krijgen wat jullie is overkomen met deze heftige bosbranden.
K: Je bent welkom en ik wil graag proberen te beschrijven wat ons is overkomen. We leefden met een groep kangoeroes in een groot gebied met veel grasland, maar ook wel bos. En natuurlijk was het al weken aan het branden, zonder dat we ons echte zorgen maakte. Het gebeurt heel veel en je raakt er aan gewend. De Australische natuur is er deels van afhankelijk. Maar toch was het deze keer heel anders. De rook en de hitte jagen je weg en dus ga je op de vlucht, je verplaatst je van de ene kant naar een andere kant waar geen rook en vuur is. Het leek duidelijk een bepaalde kant op te trekken en wij trokken daar vooruit. Maar zonder dat we er iets van begrepen, waren we ineens ingesloten door rondom vuur en rook. En het gaat zo ontzettend snel alsof er een wind over komt waaien en dan zijn de vlammen al weer verder en wij dood. Voor je er erg in hebt, het ene moment ren je nog voor je leven en het andere moment ben je ingehaald en ben je dood. Het was een verstikkende dood, door de rook, er was helemaal geen frisse lucht meer, alleen de hete verstikkende rook. Daardoor wordt je bedwelmd en of je al dood bent voor je verbrand of pas daarna, je merkt van de brand niets meer, want je bent je bewustzijn al verloren.
M: Dat klinkt heel heftig. Hoe gaat het nu verder met jullie?
K: Het klinkt heftiger dan het was. Natuurlijk zijn er veel van ons gestorven, maar dat gebeurt jaarlijks. Gelukkig niet jaarlijks zoveel, maar het is een natuurlijk proces. De meeste van ons hebben dit al verscheidene keren meegemaakt en het is een belangrijk onderdeel van onze groepsziel, we kunnen het redelijk gemakkelijk weer oppakken. Maar er zijn verschillen. Die dieren die het nooit eerder hebben meegemaakt en ook in paniek raken, kunnen zich vaak niet zo gemakkelijk laten gaan en ze strijden hard om te overleven, hoewel ze dat vaak toch niet doen. Door die strijd verliezen ze de aansluiting met de groepsziel en dan kan het gebeuren dat ze hun dood niet kunnen accepteren.
M: Dit was heel informatief wat je vertelde. Heb je nog meer toe te voegen?
K: Dit was het wel zo’n beetje.
M: Dank je wel voor het fijne gesprek.
200214

Aangelopen katertje

Ik word door een vriendin in een andere plaats gebeld: er is een jong katertje komen aanlopen. Kan ik achterhalen waar die thuishoort?
Als ik contact gemaakt heb vertel ik hem dat hij in het verkeerde huis zit.
‘Ik vind het wel leuk,’ antwoordt hij. ‘En de mensen vinden me leuk.’ Ik leg het diertje uit dat de mensen waar hij bij hoort vast heel bezorgd zijn dat hij weg is. ‘Met mij gaat het goed.’ Hij heeft nergens problemen mee.
Ik probeer te achterhalen wanneer hij naar buiten gegaan is en hoe hij toen gelopen is. Meteen zie ik hem spelen in de sneeuw en ik krijg sterk de indruk dat hij al spelend verder en verder gegaan is. Er is voor mij dan ook geen touw aan vast te knopen hoe hij de route spelend en verkennend heeft afgelegd.
Als ik hem vraag hoe zijn huis eruit ziet krijg ik het beeld van een hoekhuis en een glazen pui. Maar ja, vindt dat maar es in een nieuwbouwwijk.
Ik kom niet verder met dit kleine ondeugdje. Hij heeft het reuze naar zijn zin waar hij nu is en heeft daar lekker gegeten, vertelt hij. Ik heb erg veel lol om dit jolige diertje maar kan de vriendin niet meer dan deze informatie geven. Volgens mij gaat het wel goed komen, ook omdat ze de dierenambulance en Amivedi al ingelicht hebben.
’s Avonds krijg ik een mailtje dat een van de dochters de eigenaren via social media heeft gevonden. Het katje is inderdaad een allemansvriend en hij woont in een hoekhuis met heel veel glas. De kleine Pinokkio is weer thuis!

De muis die mij via de buurtapp kent

Ik ga zitten en stel me open voor welk dier er ook maar binnen wil komen. Een muis meldt zich.

Mu: Ik ben een stadsmuis en wil best graag met je praten.
M: Waarom wil je praten?
Mu: We wonen vlak bij elkaar en ik weet van jou af, maar heb je nooit gezien.
M: Hoe weet je van mij als je me nooit gezien hebt?
Mu: Dat is een raar verhaal. Een tijd geleden heb je gesproken met een egel hier vlakbij en die egel was wel blij met het gesprek en deelde die ervaring met zijn buurt. Misschien moet je over een soort buurtapp spreken. Alleen wij dieren hebben daar geen technische apparatuur voor nodig, dat is onze gewone communicatie. Zoals mensen langzaam beginnen te begrijpen dat bomen ook communiceren met elkaar en elkaar waarschuwen voor dreigend gevaar, kunnen wij dieren dat nog veel eenvoudiger, namelijk zoals wij nu ook met elkaar ‘praten’.
M: Wat spannend dat je me dit vertelt want ik had geen idee dat dieren ook buiten hun eigen groep met elkaar communiceren.
Mu: Zo zie je maar weer hoe weinig jullie mensen van ons dieren begrijpen. Maar goed, zo hebben wij een soort buurtapp, waarin we elkaar waarschuwen voor komend gevaar, zoals wanneer er weer een kat in de buurt op jacht is. Gewoon langslopende katten zijn geen probleem, zolang wij ons niet laten zien. Maar katten die op jacht zijn, zoeken overal naar ons en dan moeten we oppassen. Maakt het leven van een stadsmuis ook wel een beetje spannend, heeft wel wat. Ik heb hier een heel goed leven. We wonen tegen een huis aan en daar hebben we ons hol gebouwd en daar hebben we dit jaar al een aantal nestjes gehad, heel gezellig. Niet iedereen overleeft dat, maar dan moeten ze maar goed opletten.
M: Dus je bent wel tevreden over je leven?
Mu: Zeker, dit is een prima leven. Zelfs in de koude winter hebben wij geen probleem om in leven te blijven. Ons hol is goed en eten is er in de stad altijd in overvloed. Mensen gooien zoveel weg, onbegrijpelijk.
M: Wat leuk dat jij contact met me opnam. Dank je wel. Wil jij nog wat kwijt aan mij?
Mu: Ja, als je dit als blog verwerkt zullen veel mensen denken dat je een beetje geschift bent, maar ik weet beter en veel dieren met mij. Succes met je dierenverhalen, het is belangrijk wat je doet.

240409