Gesprek met een ‘dode’ boom

Op mijn dagelijkse wandeling met Kaila loop ik door een bos en spreek een prachtige dode beuk aan. Tot mijn verrassing krijg ik antwoord en volgt er een interessant gesprek over een aantal dagen verspreid.

M: Heb jij bewustzijn?
B: Ja, ik heb bewustzijn en ik zit nog in de boom. Het is wel aan het vervagen, het neemt langzaam af en daarmee ga ik weer op in de groep.
M: Hoe werkt dat proces?
B: Dat kun je als volgt beschouwen. Wij bomen zijn onderdeel van het bomenbewustzijn, maar dat bestaat uit heel veel. Om het voor jou wat begrijpbaarder te maken geef ik je een voorbeeld. Jij hebt een rechter wijsvinger, daar bestaat er maar één van, jouw rechter wijsvinger. Want je linker wijsvinger is weer anders. En de wijsvingers van andere mensen zijn anders, daarom heeft ook iedereen een eigen vingerafdruk. Jouw wijsvinger is dus uniek, maar tevens één van de tien vingers aan je handen. Dus is hij uniek en tevens onderdeel van een geheel. Zo is dat met bomen ook. We zijn uniek en toch een onderdeel van het grotere geheel. Als bomen in het bos en het bos is weer onderdeel van een groter geheel en ga zo maar door. Alles is altijd weer een onderdeel van een groter geheel of het kan in kleinere delen verdeeld worden. Tot zover ik als boom. Ik ben afzonderlijk en bijna dood, maar ik ben wel en tevens onderdeel van het bos.
M: Nu liep ik langs een andere dode boom en die liet niet meer merken dat daar bewustzijn in zat. Hoe is dat dan?
B: Die boom is duidelijk helemaal dood. Er zit ook in de wortels geen of nauwelijks leven. Bij mij zit er nog vrij veel leven in de wortels, waardoor ik ook nog vrij veel bewustzijn heb. De dode boom die je aansprak, kan niet meer reageren. Er zit nog wel wat bewustzijn in, maar dat zit zo ver weg, daar kun je niet meer bijkomen en het kan niet meer bij jou komen.

M: Hoe gaat dat dan als een boom gekapt wordt met het bewustzijn?
B: Dat is natuurlijk afschuwelijk. Een boom kappen of omzagen is gelijk aan een wezen doodmaken. Dus dat is geen goed gevoel. Maar er is een andere kant aan. Als ons gevraagd wordt om ons als boom op te offeren om ergens voor te dienen, bouwmateriaal voor een boot of een huis, en dat is duidelijk gecommuniceerd, dan offeren wij ons heel graag op. Want wij zijn er ook om ons op te offeren ten dienste van het geheel. Dat begint al bij planten die zich opofferen om gegeten te worden en dat gaat door naar bomen en ook voor sommige dieren geldt dat zij zich graag opofferen om opgegeten te worden, want zo zit de kringloop van ons ecosysteem in elkaar.
M: We mogen dus, als mensen, bomen kappen om daar hout van te maken en dat doet jullie geen kwaad?
B: Dat is juist. Maar wat daarbij heel belangrijk is dat je dat met bewustzijn doet dat je iets of een wezen vraagt zich op te offeren. Sommige mensen hebben dat goed begrepen en zaaien bijvoorbeeld uitsluitend bij een bepaalde maanstand. Daarmee maak je aan het zaaigoed, zoals jullie dat noemen, voor ons zijn het allemaal kleine individuele zaadjes, duidelijk dat het gezaaid wordt met de bedoeling dat het na een goed en aandachtig leven zich mag opofferen om gegeten te worden als plant of als boom de eervolle plek te mogen krijgen als een houten balk in een huis. Doodgaan is niet erg, belangrijk is dat je een zinvol leven hebt gehad. Dat geldt voor jullie als mensen, maar ook voor planten en bomen.
Maar zomaar een boom kappen, zonder dat deze daarop voorbereid is en door de voorbereiding zijn bewustzijn reeds heeft kunnen terugtrekken, is bijna misdadig. Het doet de boom veel pijn en hij begrijpt het vooral niet, dat veroorzaakt die pijn.

Zomaar een boom kappen, zonder dat deze daarop voorbereid is en door de voorbereiding zijn bewustzijn reeds heeft kunnen terugtrekken, is bijna misdadig.

M: Ik begrijp dat het dus heel belangrijk is om tijdig te communiceren dat er een kapactie aan gaat komen. Maar hoe doe je dat?
B: Dat is niet zo moeilijk. Concentreer je op de betreffende boom en laat duidelijk zien in je gedachte dat de boom gekapt gaat worden en wat er met de restanten gaat gebeuren. Want opofferen met een doel is mooi, maar gekapt worden en dan weggegooid worden is vreselijk. Kun je dat verschil begrijpen? Want dat is belangrijk. Je intentie is bepalend.
M: Dank je wel voor dit uitvoerige gesprek, ik heb veel van je geleerd. Wil je nog wat kwijt?
B: Dit was het voorlopig wel, genoeg voor nu.
230725

Kraai die het heet heeft

Ik loop op de hei, het is totaal uitgestorven, er lopen geen wandelaars, geen honden en zelfs de vogels laten zich niet zien, het is veel te heet buiten. Momenteel is het een van de warmste dagen van deze zomer in Nederland met een buitentemperatuur van 33 graden. Ik probeer vogels te spotten maar ze laten zich niet zien en horen en vraag me af hoe zij dit weer overleven en dan vooral de zwarte vogels, als kraaien. Nu zijn kraaien geweldige goede ‘praat’ vogels, je kunt gemakkelijk contact met ze krijgen, dus probeer ik het.

M: Dag kraai, mag ik met je praten?
K: Altijd leuk om even te kletsen.
M: Hoe overleven jullie deze hitte?
K: Niet zo eenvoudig, wij zijn gevoelig voor de zoninstraling met onze zwarte verenpak en hebben het dus al snel een beetje heet en dan zitten we met de snavel open. Dat komt al voor bij veel lagere temperaturen, dus vandaag is best wel moeilijk.
M: Hebben jullie daar een tactiek voor?
K: Nou, we blijven zo veel mogelijk op een schaduwplek in een boom zitten en bij voorkeur ergens op een plek waar het nog een beetje waait, dat scheelt heel veel. En dan zitten we daar stil zolang het zo heet is. Eten en drinken doen we dan in de koelere uurtjes, als vroeg in de ochtend of later in de middag en de avond. Het is nog lang genoeg licht om wat later te eten. En dan redden we het wel.
Hoe doen jullie mensen dat dan?
M: Wij blijven eigenlijk net als jullie zoveel mogelijk op een stille, wat koelere plek. Dat is vaak thuis, maar het kan ook zijn dat we het bos of de waterkant opzoeken. En veel mensen hebben tegenwoordig verkoeling binnen, zij het door een ventilator of zelfs airco.
K: Kun je me dat even laten zien, want die begreep ik niet. (ik laat een apparaat zien dat herrie maakt buiten en binnen koele lucht uitblaast). Ik snap het. Die apparaten zijn wij niet zo blij mee, ze maken herrie en ze blazen juist warme lucht uit.
M: Ja dat doen ze aan de buitenkant, binnen maken ze het koud.
K: Kijken jullie alleen naar jezelf? Want binnen wordt je wel kouder, maar buiten worden wij allemaal nog warmer, dat is toch een beetje asociaal om te doen?

Kijken jullie alleen naar jezelf? Want binnen wordt je wel kouder, maar buiten worden wij allemaal nog warmer, dat is toch een beetje asociaal om te doen?

M: Je hebt gelijk. Ik kan dat ook niet goedpraten, maar mensen hebben de neiging om alleen naar zichzelf en hun kleine kringetje om hun heen te kijken en ze voelen zich minder verantwoordelijk voor de hele planeet. Gelukkig zijn daar steeds meer uitzonderingen op.
K: Hoe kun je nu alleen naar jezelf kijken en niet naar het geheel, want daar maak je ook deel vanuit. Je bent dus eigenlijk gewoon je eigen nest aan het bevuilen. Dat zouden wij niet zo doen. Voor ons geldt dat we een deel van het geheel zijn en dat we ons daar ook naar gedragen.
M: Dat is het mooie van dieren, jullie voelen je ook nog één met het geheel.
K: Nee, we zijn één met het geheel. En daarom kunnen wij niet anders zijn. Doordat jullie niet meer één zijn met de natuur, kunnen jullie tegen die natuur in gaan en dat heeft al heel veel kapot gemaakt.

Wij zijn één met het geheel. En daarom kunnen wij niet anders zijn. Doordat jullie niet meer één zijn met de natuur, kunnen jullie tegen die natuur in gaan en dat heeft al heel veel kapot gemaakt.

M: Zo die kan ik in mijn zak steken.
K: Wat bedoel je?
M: Dat het een rake opmerking was. Maar natuurlijk kun je niet alle mensen over één kam scheren en dat geldt natuurlijk ook voor jullie kraaien en andere dieren.
K: Daar heb je gelijk in, maar ik denk toch niet dat een dier bewust tegen de natuur in zou kunnen gaan, want daarvoor zijn we te veel verbonden met elkaar.
M: Ik vind dat je dat mooi gezegd hebt. Ik dank je voor dit bijzondere gesprek, waarbij ik eigenlijk alleen wilde weten hoe jullie kraaien deze hitte overleven, maar waarbij jij even fijntjes uitlegde dat wij mensen maar erg egoïstische wezens zijn, los van de natuur. Wil je nog wat toevoegen?
K: Eigenlijk lijkt het me een goed gesprek en heb ik niets toe te voegen. Ik sta open voor volgende gesprekken.
M: Hoe heet je eigenlijk en kan ik je benaderen voor een andere keer?
K: Ik ben naamloos, maar ik heb een klank, daar kun jij niets mee. Maar je kunt je aandacht op me vestigen en dan kunnen we weer praten, net als vandaag.
240814

 

Over spinnende katten, wolven, konikpaarden en de mens

Het is goed om af en toe een glas wijn met een vriendin te drinken. Dan komen er vragen op aan dieren die een gesprekje waard zijn.

De eerste vraag was waarom katten spinnen. Ik vroeg het de kittens Roderick en Boudewijn en ze gaven meteen een ontspannen en tevreden gevoel door. Ze gaven een plek in hun hals door waar de trillingen plaatsvinden en ik kreeg door dat het endorfines vrijgeeft, waardoor spinnen ook bij ongemak z’n nut heeft.

Nou, maar es kijken wat ik er op internet over kan vinden. Ja hoor, het komt overeen. Wat grappig. Er is zoveel onderzoek naar gedaan en de dieren weten het zelf.

De volgende vraag betrof een situatie waarin een man door het bos liep en ineens door een kudde Konikpaarden werd ‘afgesloten’. Dat wil zeggen: de kudde kwam met hun achterste naar de man staan en leek hem af te schermen. Toen de man keek zag hij een wolf langslopen. Vooral de geur van de wolf was heel opvallend en is hem bijgebleven.

Wat was hier aan de hand? Het verhaal gaat dat de man zich beschermd voelde door de paarden.

Ik maak contact met Konikpaarden en vraag of er iemand van hen is die over deze situatie wat wil vertellen. Er komt een statige hengst naar voren die er eigenlijk maar één ding over heeft te zeggen: ‘Sommige werelden moet je niet vermengen.’

Het lijkt mij een duidelijk antwoord dat geen verdere vragen behoeft. Ik vraag hem nog wel of zij als Konikpaarden bang zijn voor de wolf. ‘Nee, wij hebben meer te duchten van mensen,’ is het antwoord.

Ik realiseer me dat ze met hun achterste naar de mens stonden, niet naar de wolf. Weer gebruik ik internet om op te zoeken wat dit betekent. “Achterhand tonen: Een paard gaat met zijn achterhand naar een ander persoon, dier of andere stimulus staan als hij geen contact of geen conflict wil met de ander. De houding van het paard is verder ontspannen.”

Kinderboerderij: hangbuikzwijn

M: Dag mooie varkens, jullie komen wat chagrijnig over, maar kan ik wel met jullie praten?
V: Natuurlijk kan dat en we zijn helemaal niet chagrijnig, hoe kom je daarbij?
M: Jullie maken die indruk met je snoet en je geknor en dat jullie elkaar af en toe even wegjagen.
V: Dat is normale gang van zaken. Nee, als we chagrijnig zijn dan zijn we dat ook echt. En dan wil je niet bij ons in de buurt komen.
M: Is dit dan jullie houding om zo veel mogelijk met rust gelaten te worden?
M: Sorry voor onderbreking. Ik werd gebeld en moest even weg om wat te doen.
V: Dat is nu precies jullie probleem. Je laat je door van alles en nog wat afleiden en alles is belangrijker dan met dieren omgaan.
M: Nu voel ik me schuldig, maar toch ook wel een beetje te hard aangepakt. Natuurlijk zijn deze gesprekken belangrijk, maar ik heb ook andere bezigheden en die zijn ook belangrijk voor mij. En nu ben ik even druk met andere dingen. Toch wil ik het gesprek graag afmaken. We hadden het over jullie knorrige humeur. Is dat standaard of een houding?
V: Dat is min of een standaard houding. We zijn nu eenmaal knorrige dieren en daar genieten we van. Dat knorren kan ook heel tevreden klinken, dus het is de toon die de muziek maakt.
M: Hoe voelen jullie je op de kinderboerderij thuis?
V: Ik moet zeggen best wel goed. Ik moet weliswaar de hele dag met die knorrige oude vent naast me optrekken, maar er is slechter gezelschap. Van de kinderen hebben we niet veel last. De meeste vinden ons maar enge beesten en dat is jammer, want wij varkens zijn eigenlijk wel schatjes. We zijn niet echt knuffelachtig, maar het is toch leuk om naar ons te kijken?
M: Ja, ik vind jullie wel twee schatjes zoals jullie lopen rond te scharrelen en wens jullie nog veel plezier in dat leven en leuk dat je zoveel humor hebt in al je knorrigheid.
V: Ja, dank je wel. We knorren wat af hier en zien je graag weer een keer terug.
240716

Jonge katjes aan boord

Ik had me voorgenomen om geen dieren meer in huis te halen en een uitsterfbeleid te hanteren. Maar ja, ineens heb ik besloten om twee kittens op te nemen in ons huishouden. Ik had natuurlijk een lange lijst aan bezwaren in mijn hoofd maar op een zwak (?) moment heb ik die lijst aan de kant geschoven en heb ja gezegd tegen hun komst. Inmiddels zijn ze er een week en is het tijd voor een gesprekje.

Eerst maar met Sjaan, de hond. “Je had wel verteld dat ze zouden komen maar dat het zo leuk was wist ik niet,” zegt ze meteen. Ik merk op dat ze een andere interesse in de katjes heeft dan in honden. “Ja, het zijn grappige dieren. Die oren…” Het lijkt wel of ze ze vriendelijk uitlacht. “Ik wil wel spelen met ze maar ik weet niet hoe.” Ze laat zien dat de omgang met honden altijd iets van concurrentie heeft. Honden hebben dezelfde interesses. Bij katjes is dat anders en Sjaan is heel tolerant en nieuwsgierig naar ze.

Dan naar Roderick. Ik maak contact met hem en dan noem ik altijd mijn naam. “Ik wist niet dat je Piek heet,” hoor ik meteen. Opmerkelijk. Dat ben ik kennelijk vergeten te zeggen. Roderick laat zien dat ik al had laten weten dat ik ze op kwam halen. Nou, dat heb ik dan wel goed gedaan. Ik loop met hem in beeld door hoe de autorit ging en het aankomen in het schip. Hij voelde zich meteen veilig. Dat verbaast me omdat de omgeving, de geluiden en de geuren toch heel anders zijn dan in de eerste 12 weken van zijn leven. “Ik kan me snel aanpassen,” zegt hij en dat kan ik me ook voorstellen bij hem. Nogmaals laat hij zien dat hij zich veilig voelt en zoals ik het interpreteer heeft dat te maken met een algehele sfeer van er mogen zijn. Dat is fijn om te zien.

Boudewijn wil wat meer afstand en dat laat hij ook zien in het gesprek. Waar Roderick vlakbij me in beeld kwam, zit Boudewijn een eindje verderop. Ook in het fysieke verschuilt Boudewijn zich graag achter Roderick. Niet omdat hij bang is, maar Roderick is iets meer op mensen gericht. Met Boudewijn heb ik het over Sjaantje. “Die wil meer dan ze nu doet,” merkt Boudewijn op. Ik kan me dat voorstellen. Sjaan wil wel spelen maar ze is een hond en beheerst het kattenspel niet. Ik laat Boudewijn zien waar de kattenbakken zijn. Hij gebruikt ze niet maar poept en piest er naast. “Wat ben jij streng,” ketst hij in beeld terug. “Nee, ik ben niet streng maar ik wil niet dat het een zooitje wordt en dat het gaat stinken. Ik zie niet altijd waar je piest en dat vind ik vies.” Ik laat hem nogmaals zien hoe dat gaat op een kattenbak en ik hoop dat hij het gaat oppakken. Er zit een eigengereidheid in deze kat. Hij laat zich niet zomaar iets vertellen.

Dan naar de papegaai. “Heb je ze voor mij in huis gehaald?” vraagt hij. Ik grinnik. Destijds heb ik cavia’s in huis gehaald omdat ik voorzag dat het stil zou worden als de kat er niet meer zou zijn. Maar deze katjes heb ik niet speciaal voor hem gehaald. Pepijn vindt het wel leuk dat ze er zijn. “Al die actie is vermakelijk. En het maakt de atmosfeer minder stilstaand. Ik observeer en ik geniet. Verder ga ik mijn eigen gang.” Omdat het zomer is heeft hij de mazzel dat hij zowel naar binnen als naar buiten kan en zo kan hij inderdaad kiezen waar hij is. Het is grappig dat hij laat zien dat ik geniet van de katjes. “Dat is belangrijk voor jou. Dat jonge spul breekt je open,” zegt hij. En als ik daarover nadenk klopt dat inderdaad. Jonge dieren en jonge kinderen maken iets los in me: de heerlijke onbevangenheid, het zijn in het nu en alles onbevooroordeeld ontdekken met alle zintuigen.

Kinderboerderij: jonge geitjes

M: Beste geitjes, kan ik met iemand van jullie praten? Laatst waren we op bezoek en zag het er erg leuk en gezellig uit.
G: Ik heb geen idee wie jij bent, maar praten lijkt me wel leuk, dat kunnen we nooit met mensen, terwijl de kleine mensen wel hier komen om met ons te knuffelen.
M: Hoe is jullie leven op de kinderboerderij? Ik bedoel kun je dat aan met al die hordes kinderen die af en toe achter jullie aan zitten en die jullie willen aaien, enz.
G: Soms is het druk, maar vele dagen is er niets te beleven, komt er af en toe een kleintje in de kinderwagen langs, maar niet in ons hok of weide. Maar er zijn ook hele drukke dagen en dan krijgen we wat minder gelegenheid om onszelf te zijn. Maar eerlijk gezegd geniet ik altijd erg van die knuffels. Komt er zo’n kindje in mijn hok op het stro zitten en kan ik zomaar op schoot stappen of soms wordt ik ook gegrepen om op schoot te komen zitten. Maar als ik eenmaal op die warme schoot zit en die lekkere kinderlijfjes voel, kan ik helemaal indoezelen. Dat vind ik wel genieten.
M: Heb je alleen maar positieve ervaringen?
G: Nee, zeker niet, maar ze zijn wel de belangrijkste ervaringen. Soms worden we opgejaagd door enkele kindjes en dat is niet leuk, maar we hebben voldoende ruimte om daar ook aan te kunnen ontsnappen, dus dat gaat prima.
M: Blijven jullie op de kinderboerderij of als je groter wordt, moet je weer weg?
G: Ik heb daar nog geen ervaring mee en ook geen herinnering aan hoe dat vroeger ging. Ik weet het dus niet. Wat denk jij?
M: Ik weet het ook niet. Wil je nog iets zeggen aan mensen en kinderen?
G: Ja, nu ik de gelegenheid krijg. Ik wil graag dat alle mensen gaan begrijpen dat wij dieren een eigen gevoelsleven hebben en wel degelijk ons bewust zijn van of iets fijn is of niet. We genieten erg van liefdevolle aandacht, maar we houden er niet van als jullie lelijk doen tegen ons of andere dieren.
M: Dat is een mooie boodschap voor zo’n jonge geit als jij bent. Dank je wel.

240716

Als je geen woorden hebt

Niet elk gesprek gaat makkelijk en vanzelf.

Dit keer is het flink zoeken samen met de vrouw van een kat waarom de kat een schilletje om zich heen heeft gecreëerd en waar de bozigheid en irritatie van hem vandaan komen. Ook wil de vrouw graag weten waarom de kat haar een aantal weken geleden heeft gegrepen.

Na veel gepuzzel komen we erachter dat er teveel ballast, teveel meegenomen energie van anderen in het huis en de tuin hangt. Ook rond de vrouw hangt teveel energie van anderen, vindt de kat en hij laat haar zien als een soort Michelin-poppetje. De kat wordt er bijna overspannen van en kan er niks meer bij hebben.

Als ik met hem terugga naar het moment dat hij de vrouw beet, laat hij weten dat hij niet meer gesteld was op de ballast die zij via haar hand onbewust aan hem doorgaf. Ik vraag hem of het nodig was om het zo te doen. Hij wist geen andere manier om het haar duidelijk te maken. Er komen geen excuses, alleen de opmerking dat hij misschien een harde leermeester is.

Maria Magdalena de uil 3

Ik zoek weer contact met een oude bekende, Maria Magdalena de uil, een wijze dame.

M: Hallo mevrouw uil, kunnen we weer een keer praten?
MM: Ik ben nogal druk momenteel.
M: Dat snap ik, maar we kunnen toch gewoon via gedachten overdracht met elkaar communiceren, daar hoef je je drukke werkzaamheden niet voor te onderbreken?
MM: Dat klopt wel, maar ik ben aan het rusten en heb mijn rust heel hard nodig.
M: Des te beter, dan kunnen we gerust even bijkletsen. Hoe is het sinds de laatste keer?
MM: Dat was best lang geleden (ruim drie jaar geleden).
M: Dat klopt, maar je hebt vast wel veel te vertellen.
MM: Ja, er is veel gebeurd. Maar nu ben ik heel druk en moe van het grootbrengen van mijn jongen. We hebben dit jaar vier eieren gekregen, waarvan er drie zijn uitgekomen. En dan snap je dat het heel druk is om die jongen groot te brengen. Steeds maar weer voedsel aanleveren en ze zijn onvermoeibaar. En dan komt het moment dat ze buiten het nest gaan rondscharrelen en dan moet ik niet alleen voor eten zorgen maar ook opletten op andere roofdieren. Gelukkig is de Havik afgelopen jaar gestorven en hebben we nu rust van hem, want dat was een geduchte tegenstander. We hebben het geluk dat we in zo’n groot bosgebied wonen waardoor er geen voedselnijd is tussen de Havik en mij. Maar er zijn nog steeds gevaren waar ik goed op moet letten nu ze niet meer veilig in het nest zitten.
M: Wat is het moeilijkste aan het grootbrengen van je jongen?
MM: Dat eindeloos voor voedsel zorgen. Voor mijzelf is het niet moeilijk om te zorgen, er zijn muizen genoeg en ik heb er maar 2-3 voor mijzelf nodig, maar als ik drie keer zoveel voedsel moet verzorgen als normaal, dan wordt het best zwaar. Dan beperk ik me zeker niet tot muizen. Gelukkig zijn er dan overal jonge dieren te vinden in het bos en op de velden. Dat maakt het wel gemakkelijker.
M: Is er geen meneer uil?
MM: Nee, die is er niet. Die was al verdwenen voor de kleintjes uitkwamen en dat maakte het wel erg moeilijk. Want ik moest broeden en gelijk ook af en toe eten. Dus dan moest ik heel snel en kort het nest verlaten om te eten en zorgen dat ik weer terug was voor de eieren te veel afgekoeld waren. En dat viel niet mee met al die regen. Dat betekent dat ik toen al voedsel te kort kwam voor mijzelf. En ze alleen groot brengen terwijl ze nog klein zijn is ook lastig. Ik moet het werk voor twee doen en ben dan ook totaal uitgeput.
M: Dat begrijp ik, denk je dat je het overleeft?
MM: Ik weet het niet, ik voel me wel erg moe en oud.
M: Voel ik nu dat één van je jongen het niet heeft overleefd?
MM: Ja, dat voel je juist. Die heeft het niet gerede, kreeg te weinig voedsel omdat hij zich onvoldoende meldde voor het eten als ik met iets aankwam. En hij is door de andere jongen opgegeten.
M: Dat klinkt heftig.
MM: Ja, dat klinkt heftig maar kan gebeuren. Daar kan ik me niet echt druk over maken. Het gebeurt soms en ik kan vaak niet constateren wie zich met hun opengesperde snavels laten zien tot het te laat is en dan als hij te zwak is geworden wordt hij opgegeten door de anderen.
M: Wil je nog iets kwijt?
MM: Ik denk dat dit ons laatste gesprek zal zijn. Jammer, je bent best wel OK.
M: Waarom?
MM: Ik voel me zo zwak dat ik vrees dat ik de winter niet zal overleven. En ik ben al best oud met mijn vierde nest kuikens.
240703

Vakantie

Ik heb net heel daadkrachtig en heldhaftig tijd voor mezelf vrij gepland: ik hou een zomerstop tot 1 september voor mijn praktijk in diercommunicatie. Het hoofd is een beetje vol en loopt soms wat over. Ik ben eigenlijk wel heel benieuwd hoe dieren daar tegenaan kijken en ik gooi de communicatielijn maar gewoon open voor wie wat te melden heeft over dit onderwerp.

Eend Emma is de eerst die binnenkomt: “Druk? Druk? Op eieren broeden en jongen grootbrengen, dat is druk.”

Ze wordt bijgevallen door kraaiachtigen die laten zien dat jongen voeden en zelf voedsel zoeken druk is, maar verder is het spel en rusten.

Het paard dat ineens bij ons in de buurt staat, komt ook binnen: “Ik zou wel meer uitdaging willen, wat meer m’n hoofd inzetten. Het is zo rustig en tam. Geen uitdaging.”

De katten die vlakbij het paard leven zijn ervan overtuigd dat je buik vol moet zijn. Dan kun je kiezen: rusten of op avontuur gaan.

Ik vraag aan de hazen of zij zich wel eens opgejaagd voelen. Tenslotte zie ik ze vaak wegrennen op de wandeling met de hond. “Opgejaagd? Welnee, we trekken even een sprintje en gaan ergens anders weer verder.”

Hmmm, allemaal dieren waar ik geen stress bij ervaar. Honden! Die kunnen last van hun bazen hebben. Van al de ballast die de mensen meedragen en als je een beetje pech hebt het projecteren op hun honden.

Ik ben echt een beetje in een zeikbui (excuses voor het woord) en wil graag medestanders onder de dieren.

Ik vraag het de musjes. Die kijken me een beetje vreemd aan. Wat zit ik te zeuren en te miemelen? Zij nemen het leven zoals het zich aandient in al z’n facetten. Okee, geven ze toe, de winter is soms óverleven.

Ik stel me nog steeds open voor reactie en dan komt de bever binnen: “Noeste ijver, daar is niks mis mee.” “Ja maar,” klaag ik, “ik ervaar stress en dat zit me dwars.” “Ach, jij hebt je hoofd zo vol, je ziet me vaak niet eens.” Oeps, alweer een dier dat me hier op wijst. “Ik moet ook veel,” leg ik de bever uit en ik som een lijstje op van allemaal dingen die ik moet of wil doen. De bever haakt af. “Je moet er maar zin in hebben,” bromt hij en hij zwemt uit mijn beeld. Hij laat nog zien dat werken en rusten allebei in gestaag tempo kan.

Al met al geven de dieren me het gevoel mee dat ik met bijzaken in mijn hoofd zit, waar ik dacht dat ik me met hoofdzaken bezighield.

Ontmoeting op de hei

Vanochtend liepen Kaila en ik voor onze ochtendwandeling op de hei. Kaila is een echte ballendief en zodra ze de kans krijgt om een andere hond een bal af te pakken, zal ze dat doen, zodra de bal even onbeheerd is. En dan rent ze weg en van teruggeven is geen sprake. Na verloop van tijd verliest ze echter haar belangstelling in de bal en kan ik hem pakken en eventueel teruggeven. Uiteraard doen zich soms wel eens incidenten voor, zo ook vanochtend.

M: Kaila, wat gebeurde daar nou?
K: Ik had de bal in mijn bek en liep tussen twee Rhodesian Ridgeback’s door en de ene snauwde naar me en dat pik ik niet. Dus blafte ik, maar dat was niet indrukwekkend want ik had de bal nog in mijn bek en dat blaft lastig. Dus liet ik de bal los en heb ik hem van repliek gediend en dat klinkt heftig.
M: Dat klinkt inderdaad altijd heftig, je bent dan zo fel met ontblote tanden en heel veel gescheld.
K: Dat is ook nodig, anders maakt het geen indruk en vallen ze me lastig. En ze liepen netjes door na mijn antwoord op de snauw.
M: Ja, dat viel me ook op, dat ze, hoewel met z’n tweeën, netjes doorliepen en je met rust lieten verder.
K: Zo hoort het ook, de hei is mijn plek en zij waren te gast en moeten zich ook zo gedragen.
M: Waarom zeg je dat de hei jouw plek is, er lopen toch heel veel andere honden ook rond?
K: Dat is ook hun plek, maar deze honden horen hier niet thuis, het waren gasten, ze komen misschien af en toe en ik loop er twee keer per dag, dan is het toch zeker meer van mij dan van hun?
M: Voelt dat zo?
K: Zeker. Zo voelt dat toch ook voor jou als je in het bos loopt waar jij het beheer doet, dan is dat meer jouw bos dan van andere mensen die daar komen.
M: Daar heb je helemaal gelijk in. Maar ik heb me nooit gerealiseerd dat het zo werkt. Ander vraagje, waarom steel je graag ballen van anderen en verlies je daarna de belangstelling in de bal en laat je hem rustig ergens liggen?
K: Als een andere hond met een bal speelt vind ik dat heel leuk en wil ik ook spelen. Daarvoor moet ik de bal zien te veroveren, ik pak hem nooit af, alleen pak ik hem snel als de bal even onbeheerd ergens ligt of valt. En dan is het spelletje voor mij dat jij probeert de bal van mij af te pakken en dat doe je niet slim, ik ben je altijd te snel af. Maar zolang jij probeert de bal van mij af te pakken is het een leuk spelletje. Als je daarmee ophoudt, is voor mij de lol er af en dan heb ik ook geen belangstelling meer voor de bal. Dan laat ik hem ergens liggen en loop ik verder.
M: Duidelijk.

Ik wil nu proberen met de twee Ridgeback’s te praten om hun kant van het verhaal te horen.

M: Wie van jullie wil met me praten?
R: Ik wil dat graag.
M: Vertel waarom snauwde je tegen Kaila in het voorbij lopen?
R: Ze liep zo arrogant tussen ons door met die bal uitdagend in haar bek, dat ik dacht, ik geef even een snauw, kijken wat er gebeurt. Het was een beetje pestgedrag van mijn kant. Maar het was duidelijk, dit is een hond die niet over zich heen laat lopen.
M: Ja, dat maakte ze wel duidelijk. Maar ze vindt ook dat je een te grote mond had voor een gast op de hei, wat vind jij daarvan?
R: Ik weet niet of ik dat met haar eens ben. De hei is een plek waar alle honden mogen loslopen en wij komen er ook graag, maar niet vaak.
M: OK, duidelijk verschillende temperamenten dus.
R: Daar lijkt het wel op.
M: Wil je nog wat kwijt?
R: Wij Ridgeback’s zijn eigenlijk hele lieve en aardige honden en in dat opzicht krijgen we nu weer een slecht imago omdat jij over die snauw begon, dat is jammer.
M: Ik weet het, wij hebben ook heel veel jaren een aantal geweldige Ridgeback’s mogen begeleiden en jullie zijn super lieve honden, maar als je zomaar een snauw geeft, dan ben je wel zelf verantwoordelijk voor je imago.
R: Dat was dus misschien niet zo verstandig? Niet iedereen snapt mijn spelletjes die ik speel blijkbaar.
M: Nou, dank je wel voor dit gesprek.
240609