Wat is het nut van een teek in de kringloop

We zijn weer een weekje op Texel. Het is mooi weer en dus ook tekenweer. Dat maakt mij nieuwsgierig naar het bestaansnut van teken, welke plek hebben zij in het ecosysteem?

M: Dag teek, ik zou heel graag eens met jou willen praten, is dat mogelijk?
T: Ja, dat kan wel. Wat wil je weten?
M: Ik ben eigenlijk benieuwd naar jullie leven.
T: Wij zijn een hele bijzondere spinnensoort. Wij hebben eigenschappen die maar heel weinig dieren hebben en daar ben ik best wel trots op.
M: Vertel.
T: Wij zijn klein en hebben een beperkte levenscyclus. Maar voor onze ontwikkeling zijn wij afhankelijk van bloed van gewervelde dieren. Daar moeten we dus altijd op zien te komen en dat zijn dan onze gastheren of -dames. Want daar zijn we weer niet kieskeurig in. Wij leven bijna altijd op de grond, hoewel er ook soorten zijn die uitsluitend bij hun gastheer verblijven. Zo’n teek ben ik niet.
M: Vertel eens over jouw levenscyclus als je wilt.
T: Dat is goed. Ik ben uit een eitje geboren. Mijn moeder had heel veel eitjes gelegd nadat ze zich vol gezogen had. Ik denk dat ze wel 20.000 eitjes had gelegd. Dat kon ze omdat ze zich voordat ze de eitjes legde helemaal volgezogen had. Wij teken kunnen ons lijf heel erg oprekken als we ons volzuigen. Doordat we erg elastisch zijn kunnen we wel honderden keren ons eigen lichaamsgewicht aan bloed opnemen. En zo kan het dat er ook heel veel eitjes kunnen komen. Niet alle eitjes komen uit en diegene die wel uitkomen zijn een soort larve, we lijken dan al wel op een teek, alleen hebben we dan nog maar zes poten, de laatste twee komen er later bij als we ons ontpoppen tot een klein teekje, die jullie geloof ik nimf noemen. Maar eigenlijk zijn we dan al een teek. In die beide stadia als larve en nimf zijn we afhankelijk van bloed van onze gastheer. En dat is best een probleem. Wij leven in principe op de grond of dichtbij de grond en we zijn geen grote wandelaars. Dus zijn we afhankelijk van onze strategische keuzes en de gastheren die voorbij komen. Muizen en egels zijn onze favorieten, maar ze moeten wel toevallig langs komen. En dat gebeurt niet zo vaak, dus in dit stadium overlijden de meeste teken, van die 20.000 eitjes zijn er slechts enkele honderden die ook echt teek worden. Dan hebben ze al twee keer een gastheer nodig gehad. In de tekenfase hebben we ook weer een gastheer nodig of meerdere als we wat langer leven. Als teek kunnen we wel heel energiezuinig leven, daardoor kunnen we wachten op een langskomende gastheer. Dat kan soms wel jaren duren en toch blijven we in leven al die jaren. Ja, wij kunnen heel energie zuinig zijn. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
M: Dat is ook een vraag die ik heb. Wat is jullie plaats in het ecosysteem, hebben jullie een nut in jullie leven?
T: Wat een rare vraag. Natuurlijk hebben wij een nut. Ons leven is ons nut, moet het dan meteen om het grote geheel gaan?
M: Nou ja, veel dieren hebben een plekje in het ecosysteem en zonder die dieren zou een deel van het systeem niet functioneren. Dat zie ik bij jullie niet zo. Jullie zijn geen prooidieren waar de wereld niet zonder kan en ik zie jullie ook geen bestuivingen doen, enz. Zo bedoel ik dat.
T: Dat klopt, dat doen we allemaal niet, maar ons bestaan is ons nut voor de wereld.
M: Maar mensen zijn bang voor jullie want jullie kunnen nare ziektes overbrengen en dus hebben wij jullie liever niet in onze omgeving.
T: Dat begrijp ik, maar is ook kortzichtig. Als jullie ons nu eens goed zouden bestuderen kunnen jullie zien dat we wel degelijk nut hebben. We brengen gevaarlijke ziektes over, dat kan heel nuttig zijn om de mensheid te leren de natuur te respecteren. Daar zijn jullie nog lang niet aan toe, maar bedenk dat het coronavirus ook een waarschuwing van de schepper aan de mensheid was. Die waarschuwing hebben jullie totaal niet begrepen, helaas. Ons andere nut is dat wij enorm energiezuinig kunnen leven, jarenlang zonder enig voedsel, we kunnen dus grotendeels uit de lucht leven. Dat is een interessante gedachte, kijk daar ook eens naar. Als jullie je afschuw over ons bestaan van je af kunt zetten, zijn we eigenlijk best leuke beestjes waar jullie echt van kunnen leren.
M: Dank je wel voor deze afsluiting, nu begrijp ik jullie plek in het ecosysteem die ik nooit begrepen heb. Dank je wel voor dit gesprek.
240508

De ree op de loskade

Een eend liet me al eens weten dat ik zo weinig zie van wat er om me heen gebeurt. Gelukkig heb ik de hond die op een dag luid blaffend aan dek stond. Een beetje geïrriteerd keek ik op en zag een ree.

De ree stond op een zeer buitengewone plek: op de loskade van een zand- en grindbedrijf. Hij stond ons rustig aan te kijken en na een aantal minuten liep hij heel bedeesd weg.

Uiteraard maakte ik contact met hem. Hij kwam een beetje verdwaasd over maar niet geschrokken. Meer zoiets van: waar ben ik nu beland?

Ik zei hem dat hij nogal verdwaald was. Dat vond hij een vreemde opmerking. Hij was gewoon aan de wandel en was hier beland. Hoe kwam ik erbij dat hij verdwaald was?

Nou, uit koers geraakt dan? Ook dat vond hij een vreemde gedachte. Hij liet wel weten dat hij al het steen en beton niet apprecieerde.

We raakten een beetje in een soort spraakverwarring. De ree begreep niet waarom ik vond dat hij op een bepaalde plek hoorde te zijn en te blijven. Ik begreep van mezelf dat ik kennelijk vond dat dieren, net als wij, op een vaste plek moeten zijn.

We hadden een beetje een vreemd contact. We begrepen elkaar wel en niet. Hij was er volgens mij niet helemaal met de kop bij. Dat kon ik me wel voorstellen gezien de gekke plek waar hij zich bevond.

Een paar dagen later laat hij weten dat het hem goed gaat en dat ik moet ophouden met me zorgen te maken. Het gebeurt wel vaker dat hij op onverwachte plaatsen is. Daar heeft hij geen moeite mee. Alleen voelt hij zich vaak genoodzaakt om snel te reageren (vluchten) waardoor hij niet goed kan kijken. En ja, dan kom je op onverwachte plekken.

Van de ree begrijp ik dat hij in het moment leeft. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Ik heb sterk het idee dat deze ree behoorlijk nieuwsgierig van aard is. En dat kan inderdaad tot verrassende avonturen leiden.

Met excuses voor de slechte foto maar ik vond het leuk om het echte beeld te laten zien.

De happy sledehond

Onlangs was ik met mijn dochters in gesprek over onze bucketlist, wat zou je allemaal nog een keer gedaan willen hebben? Eén van de dochters zou zo graag een keer een ritje met een sledehonden slede rond de Noordpool willen maken, maar zei ze dat zal ik nooit doen, dat is zielig voor die honden. Zo kwam het gesprek op de sledehonden en of ze daar nu van genieten of niet. Tja, dan moet je dat natuurlijk onderzoeken.

M: Beste sledehonden, wie wil er met mij praten?
SH: Dag Eddy, leuk dat je er naar vraagt. Ja, ik ben een sledehond in Noorwegen en ik loop zeer regelmatig voor een slede met andere honden. Daarvoor ben ik van een speciaal ras. Er zijn honden rassen die van oudsher voor een slede lopen en rennen en dat doen ze als ras al heel lang. Mijn ras is dat al eeuwen lang, ik ben een Siberian Husky.
M: Vertel eens over jour leven als sledehond.
SH: Mijn baas is een liefhebber en fokker van ons ras, maar dan op een fijne manier. We wonen veelal buiten in de sneeuw in hutjes en worden dagelijks uitgelaten en krijgen ons voer. Het is niet zo dat onze baas de dieren uitput door ze steeds pups te laten krijgen. Dat doet hij heel goed, echt als een liefhebber van ons als dier. Hij is goed voor ons. Maar ik kan zeker niet zeggen dat dat voor alle sledehonden houders geldt. Dus mijn verhaal moet je als een succesverhaal zien van een mens met zijn dieren, het gaat zeker niet overal zo goed.
M: Wat maakt jouw ervaring zo bijzonder ten opzichte van andere sledehonden?
SH: Mijn baas en zijn instelling. Hij heeft vooral oog voor een zuivere manier van ons ras in stand te houden en dat is zijn streven. Hij fokt niet voor geld en om zoveel mogelijk puppy’s te verkopen. Wel loopt hij wedstrijden met ons en de slee, maar dat is mooi en spannend. Daar worden wij honden dan gedreven van. Wij willen winnen en daar hebben we best veel voor over.
M: Wat zoal?
SH: Dat we voornamelijk buiten wonen en niet bij een familie in huis. Daarmee zijn we geen huisdieren, hoewel dat soms best wel een aangenaam ‘beroep’ kan zijn. Maar wij zijn dus sledehonden en daarvoor worden we gehouden. Wij moeten werken voor de kost, dat is hard, en soms eenzaam, maar ook wel heel natuurlijk. Wij zijn daarom geen watjes maar erg stoere honden die hard willen werken voor de slede. Dus zodra wij mogen lopen en we ingespannen worden voor de slede, dan zijn we erg opgewonden en willen we racen, echt alleen maar heel hard rennen. Dan maakt het ook helemaal niet uit wat voor weer het is, we willen gewoon rennen en als we dan uitgeput zijn, voelen we ons goed. Zoals een goede sporter soms ook helemaal uitgeput kan zijn, maar vol dat hormoon zit waarbij hij zich goed voelt.
M: Dus jij geniet van het slede rijden?
SH: Ja zeker, ik geniet daar heel erg van. Maar dat mag en kan je niet op alle sledehonden van toepassing verklaren. Veel sledehonden, vooral in toeristische gebieden hebben het niet per sé naar hun zin. Dus wees daar wel voorzichtig mee. Je dochter heeft gelijk, als ze een keer op een sledehonden tocht wil gaan, moet ze bij ons komen. Ze weet me wel te vinden als het zover komt.
M: Dank je wel voor de informatie.
240508

Uit de praktijk

De dieren voor wie ik getolkt heb, hebben me weer mooie dingen laten zien.

Er stond een afspraak gepland voor een kat. Op het moment dat ik belde vertelde de vrouw dat de kat sinds de dag ervoor niet was thuisgekomen. Iets wat hoogst ongebruikelijk was voor het dier. Ik kreeg het woord verstoppen door. Maar ja, wat kon ik daarmee. Bovendien raakte ik wat in de stress toen ik het woord vermissing gebruikte naar de vrouw. “Wie zegt dat ik vermist ben? Ik zit hier gewoon,” hoorde ik de kat zeggen. De volgende dag bleek de kat in een kast te zitten. Zou hij zich verstopt hebben voor het gesprek?

Een kat met gezondheidsproblemen laat zien dat hij niet wil dat er moeilijk gedaan wordt over zijn gezondheid. Hij laat weten: “Ik leef zolang ik leef.” Hij wil het leven helemaal benutten en laat zien dat de pot op een gegeven moment leeg is. En dan is het goed geweest.

Een hond laat weten dat hij niet zielig gevonden wil worden. “Iemand zielig vinden is iemand klein maken,” zegt hij.

“Heb ik last van verlatingsangst, zeg je? Ik heb last van verlatingsfeit!” Aldus een hond.

Bij bosbrand omgekomen Kangoeroe

Ik heb het in deze blog over het begrip groepsziel, daar heb ik wel vaker over geschreven en het staat goed uitgelegd in mijn boek ‘De man die met dieren spreekt’ hoofdstuk 9. Dit is al een ouder verhaal en toen was dat begrip nog niet zo duidelijk. Maar kort gezegd kun je een groepsziel beschouwen als een soort cloudopslag voor zielen van een bepaalde diersoort.

M: Dag kangoeroe, is het mogelijk om met een kangoeroe te praten die onlangs slachtoffer geworden is van de grote bosbranden in Australië?
K: Dat is zeker mogelijk, ik leg even het contact.
M: Dat is fijn. (Ik heb blijkbaar de groepsziel in een keer te pakken en nu zoeken ze een dier dat nog bewustzijn heeft van de branden, deze is dus al teruggekeerd naar de groepsziel en doolt niet rond, zonder te weten dat hij dood is)
K: Hier ben ik. Wat kan ik voor je doen?
M: Zijn jullie zo goed georganiseerd en zo beleefd als jullie nu overkomen? Dit is bijna een grapje, maar ook wel met een serieuze ondertoon. En natuurlijk wil ik mezelf even voorstellen. Ik ben … en probeer een indruk te krijgen wat jullie is overkomen met deze heftige bosbranden.
K: Je bent welkom en ik wil graag proberen te beschrijven wat ons is overkomen. We leefden met een groep kangoeroes in een groot gebied met veel grasland, maar ook wel bos. En natuurlijk was het al weken aan het branden, zonder dat we ons echte zorgen maakte. Het gebeurt heel veel en je raakt er aan gewend. De Australische natuur is er deels van afhankelijk. Maar toch was het deze keer heel anders. De rook en de hitte jagen je weg en dus ga je op de vlucht, je verplaatst je van de ene kant naar een andere kant waar geen rook en vuur is. Het leek duidelijk een bepaalde kant op te trekken en wij trokken daar vooruit. Maar zonder dat we er iets van begrepen, waren we ineens ingesloten door rondom vuur en rook. En het gaat zo ontzettend snel alsof er een wind over komt waaien en dan zijn de vlammen al weer verder en wij dood. Voor je er erg in hebt, het ene moment ren je nog voor je leven en het andere moment ben je ingehaald en ben je dood. Het was een verstikkende dood, door de rook, er was helemaal geen frisse lucht meer, alleen de hete verstikkende rook. Daardoor wordt je bedwelmd en of je al dood bent voor je verbrand of pas daarna, je merkt van de brand niets meer, want je bent je bewustzijn al verloren.
M: Dat klinkt heel heftig. Hoe gaat het nu verder met jullie?
K: Het klinkt heftiger dan het was. Natuurlijk zijn er veel van ons gestorven, maar dat gebeurt jaarlijks. Gelukkig niet jaarlijks zoveel, maar het is een natuurlijk proces. De meeste van ons hebben dit al verscheidene keren meegemaakt en het is een belangrijk onderdeel van onze groepsziel, we kunnen het redelijk gemakkelijk weer oppakken. Maar er zijn verschillen. Die dieren die het nooit eerder hebben meegemaakt en ook in paniek raken, kunnen zich vaak niet zo gemakkelijk laten gaan en ze strijden hard om te overleven, hoewel ze dat vaak toch niet doen. Door die strijd verliezen ze de aansluiting met de groepsziel en dan kan het gebeuren dat ze hun dood niet kunnen accepteren.
M: Dit was heel informatief wat je vertelde. Heb je nog meer toe te voegen?
K: Dit was het wel zo’n beetje.
M: Dank je wel voor het fijne gesprek.
200214

Aangelopen katertje

Ik word door een vriendin in een andere plaats gebeld: er is een jong katertje komen aanlopen. Kan ik achterhalen waar die thuishoort?
Als ik contact gemaakt heb vertel ik hem dat hij in het verkeerde huis zit.
‘Ik vind het wel leuk,’ antwoordt hij. ‘En de mensen vinden me leuk.’ Ik leg het diertje uit dat de mensen waar hij bij hoort vast heel bezorgd zijn dat hij weg is. ‘Met mij gaat het goed.’ Hij heeft nergens problemen mee.
Ik probeer te achterhalen wanneer hij naar buiten gegaan is en hoe hij toen gelopen is. Meteen zie ik hem spelen in de sneeuw en ik krijg sterk de indruk dat hij al spelend verder en verder gegaan is. Er is voor mij dan ook geen touw aan vast te knopen hoe hij de route spelend en verkennend heeft afgelegd.
Als ik hem vraag hoe zijn huis eruit ziet krijg ik het beeld van een hoekhuis en een glazen pui. Maar ja, vindt dat maar es in een nieuwbouwwijk.
Ik kom niet verder met dit kleine ondeugdje. Hij heeft het reuze naar zijn zin waar hij nu is en heeft daar lekker gegeten, vertelt hij. Ik heb erg veel lol om dit jolige diertje maar kan de vriendin niet meer dan deze informatie geven. Volgens mij gaat het wel goed komen, ook omdat ze de dierenambulance en Amivedi al ingelicht hebben.
’s Avonds krijg ik een mailtje dat een van de dochters de eigenaren via social media heeft gevonden. Het katje is inderdaad een allemansvriend en hij woont in een hoekhuis met heel veel glas. De kleine Pinokkio is weer thuis!

De muis die mij via de buurtapp kent

Ik ga zitten en stel me open voor welk dier er ook maar binnen wil komen. Een muis meldt zich.

Mu: Ik ben een stadsmuis en wil best graag met je praten.
M: Waarom wil je praten?
Mu: We wonen vlak bij elkaar en ik weet van jou af, maar heb je nooit gezien.
M: Hoe weet je van mij als je me nooit gezien hebt?
Mu: Dat is een raar verhaal. Een tijd geleden heb je gesproken met een egel hier vlakbij en die egel was wel blij met het gesprek en deelde die ervaring met zijn buurt. Misschien moet je over een soort buurtapp spreken. Alleen wij dieren hebben daar geen technische apparatuur voor nodig, dat is onze gewone communicatie. Zoals mensen langzaam beginnen te begrijpen dat bomen ook communiceren met elkaar en elkaar waarschuwen voor dreigend gevaar, kunnen wij dieren dat nog veel eenvoudiger, namelijk zoals wij nu ook met elkaar ‘praten’.
M: Wat spannend dat je me dit vertelt want ik had geen idee dat dieren ook buiten hun eigen groep met elkaar communiceren.
Mu: Zo zie je maar weer hoe weinig jullie mensen van ons dieren begrijpen. Maar goed, zo hebben wij een soort buurtapp, waarin we elkaar waarschuwen voor komend gevaar, zoals wanneer er weer een kat in de buurt op jacht is. Gewoon langslopende katten zijn geen probleem, zolang wij ons niet laten zien. Maar katten die op jacht zijn, zoeken overal naar ons en dan moeten we oppassen. Maakt het leven van een stadsmuis ook wel een beetje spannend, heeft wel wat. Ik heb hier een heel goed leven. We wonen tegen een huis aan en daar hebben we ons hol gebouwd en daar hebben we dit jaar al een aantal nestjes gehad, heel gezellig. Niet iedereen overleeft dat, maar dan moeten ze maar goed opletten.
M: Dus je bent wel tevreden over je leven?
Mu: Zeker, dit is een prima leven. Zelfs in de koude winter hebben wij geen probleem om in leven te blijven. Ons hol is goed en eten is er in de stad altijd in overvloed. Mensen gooien zoveel weg, onbegrijpelijk.
M: Wat leuk dat jij contact met me opnam. Dank je wel. Wil jij nog wat kwijt aan mij?
Mu: Ja, als je dit als blog verwerkt zullen veel mensen denken dat je een beetje geschift bent, maar ik weet beter en veel dieren met mij. Succes met je dierenverhalen, het is belangrijk wat je doet.

240409

 

Dieren en gevoelens

“Voel jij mee met de dieren in hun nood en/of gevoelens?”

Die vraag stelde Eddy me laatst en ik wilde stoer terugmailen dat ik die buiten me heb weten te laten in de loop der jaren. Maar ik had eerst nog een gesprek met een pas overleden hond en zijn verdriet sloeg emotioneel zo bij me in dat ik letterlijk hartzeer had en de tranen over m’n wangen stroomden.

Jaren geleden heb ik gepubliceerd:

“Ik noem het tweedehands gevoelens, de gevoelens die ik via dieren ervaar.

Het is belangrijk dat ik ze binnen krijg omdat ik mensen dan kan uitleggen wat het dier ervaart.
Er is onderscheid tussen lichamelijke en emotionele gevoelens.

Er zijn een aantal lichamelijke gevoelens die mij vreemd zijn maar die ik toch heb ervaren via dieren: epilepsie, blindheid, tumoren, koliek, tia’s, ernstige verstopping, verstikking, hartstilstand, vuurwerk dat in je hoofd uiteen lijkt te knallen.

Er zijn ook  lichamelijke gevoelens die ik wel ken maar via het dier door mij in andere mate en op andere plaatsen gevoeld worden.
De emotionele gevoelens die er bij dieren heftig inhakken (en via hen bij mij) zijn mijzelf ook bekend: verdriet, blijdschap, boosheid, angst, verwardheid, alleen voelen, enthousiasme etc.
Er zijn ook gevoelens die een mix van lichamelijk en emotioneel zijn. Ik ervaar ze via de dieren en op het moment dat ik het uitleg aan eigenaren, trekken die zelf conclusies: het lijkt op zwakbegaafdheid, autisme of ADHD.
Het ervaren van andermans gevoelens zijn voor mij geen last maar een rijkdom. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik het niet tot mijn probleem maak. Maar dat is met intensieve gesprekken met mensen net zo.”

Terugkomend op Eddie’s vraag: Soms overvallen gevoelens van dieren me kennelijk toch nog steeds en ja, dat vind ik nog steeds een rijkdom, ondanks de impact die het even heeft op mijn lichamelijke en emotionele gestel. Buiten verdrietige gevoelens kan het ook zijn dat ik enorme blijdschap bij een dier tref. Dan borrelen er vanuit mijn buik altijd lachbubbels op die op een gegeven moment niet meer te houden zijn en dan moet ik het lachend wel vertellen aan de mensen die ik aan de lijn heb.

Het leven als dierentolk is niet saai, zo vanaf mijn stoel.

Hyronimus over wat gebeurt er na de dood van een dier

Het viel mij op dat Piek een verhaal had over een hondje Mike dat acht maanden na zijn overlijden nog nabij zijn oude baasje was. Bij ons ging poes Tirza dood en die ging al heel snel heen naar de groepsziel. Ik wil deze verschillen kunnen snappen, dus heb ik Hyronimus hiernaar gevraagd. Hier zijn verhaal.

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag spreken over wat er gebeurt na het overlijden van een huisdier? De aanleiding zijn twee onlangs geplaatste blogs. In de ene blog horen we van een hondje dat maanden na zijn overlijden nog met zijn baasje mee gaat naar haar werk. In een ander verhaal horen we van een poes die na haar overlijden zegt vrij snel naar de groepsziel terug te gaan. Hoe zijn deze twee opvattingen te rijmen met elkaar?
H: Hoi Eddy, fijn weer van je te horen. Je hebt een boeiende vraag, waar ik graag op in zal gaan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Er is geen discrepantie tussen de twee blogs. Als een dier erg verbonden is geweest met z’n menselijke begeleider, en het dier heeft het gevoel dat het belangrijk is (geweest) voor de mens, dan blijft ze daar nog een tijdje bij in de buurt. En een echt tijdsgevoel is er in die niet-fysieke wereld niet, dat beteken dat het voor het dier helemaal niet lang hoeft te duren, terwijl de mens meteen in maanden en soms zelfs tot aan twee jaar toe dat ziet gebeuren. Aan de andere kant zijn er dieren die geen fijne herinneringen hebben aan hun laatste levensperiode, dat kan komen door hevige pijnen maar kan ook komen dat de band tussen mens en dier niet speciaal was. Zo zie je koeien bijvoorbeeld nooit rond een mens blijven hangen na haar overlijden. Maar koeien overlijden dan ook hoogst zelden uit zichzelf. Ze gaan via een afschuwelijke weg een slachtmachine in. Als ze daar doorheen zijn, zijn ze ongelooflijk getraumatiseerd en dan hebben ze geen enkele behoefte bij mensen in de buurt te blijven.
M: Het is dus min of meer een vrije keuze van het dier om zo snel mogelijk weer te verdwijnen in de groepsziel of om in de buurt van haar laatste leven een periode te blijven.
H: Dat is juist, het dier kan dat kiezen binnen een aantal randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn gegeven via de universele wetten in het universum. Daar hebben we al eens over gesproken, maar dat gaat deels nog jouw begripsvermogen te boven, dus kunnen we daar niet inhoudelijk over spreken. Vaak kiest een dier die erg aanhankelijk was naar haar mens en ook meende een belangrijke rol in het leven van dat mens te hebben gespeeld, er voor om een periode nabij te blijven. De mens voelt die aanwezigheid vaak wel of ziet het dier als een schuwduw. Gevoelige mensen, zoals bijvoorbeeld dierentolken, kunnen dat soms ook waarnemen. Het is mooi als het dier daartoe besluit, maar het is haar vrije wil. Heel soms is de mens zo verdrietig dat hij/zij daarmee het dier vasthoudt nabij de fysieke wereld en dat is natuurlijk niet goed. Het moet altijd een vrije keuze van het dier zijn om nabij te blijven.
M: Dank je wel voor deze uitleg.
240311

Gehandicapte dieren

Soms tref ik tijdens mijn werk als dierentolk gehandicapte dieren.
Met zwakbegaafde dieren is het vaak moeilijk om een gesprek te beginnen. Het begint al dat ze niet inhaken op mijn kennismakingspraatje. Het is dan even zoeken naar aanknopingspunten. Wat wekt de interesse in het dier op van waaruit we kunnen praten?
Vaak is het zo dat ik langzaamaan tot de ontdekking kom dat er niet zoveel in het koppie omgaat. En dat moet ik de eigenaar vertellen. Die is meestal opgelucht en had zelf ook al een vermoeden.
Ineens kan gedrag verklaard worden en het dier begrepen. Acceptatie en begrip dat het dier is zoals het is, maakt dat niet zulk fijn gedrag (niet leren van situaties, continu op schoot willen, veel blaffen, in huis plassen, onredelijke uitvallen naar medebewoners) beter verdragen kan worden.
Het kan ook dat de hersencapaciteit er wel is maar niet in werking treedt als het nodig is. Zo’n dier leeft in zijn eigen veilige wereld en raakt in paniek als de denkradertjes normaliter zouden moeten gaan werken maar dat bij dit dier niet doen. Het enige dat het dier kan doen is anderen weg blaffen of weg bijten. Of in een diepe stilte in zichzelf vallen en zich daarmee buiten de wereld sluiten.
En dan de hyperactieve dieren, de stuiterballen. Ook die zijn lastig om een gesprek mee te voeren want ze hipsen van de ene naar de andere plek. Ik moet op het niveau van diercommunicatie mijn trukendoos erbij halen om toch een goed gesprek met ze te kunnen voeren.

Net als wanneer mensen een gehandicapt kind hebben en daar op aangekeken worden (anderen zeggen dat ze de opvoeding altijd veel beter zouden doen), hebben mensen die een gehandicapt dier in huis hebben ook met andermans oordelen te maken. Maar ik vind het klasse om te zien met hoeveel liefde de zwakkere dieren opgevangen worden en hoeveel inzet mensen hebben naar zo’n dier.
Ondanks de liefde, zorg en aandacht voor zo’n dier speelt er ook een stukje verlies- en rouwverwerking mee. Er waren andere verwachtingen toen het dier in huis gehaald werd.

Hoe zit het met vrije dieren, vroeg ik me af. Onder hen tref ik geen dieren met een aangeboren (verstandelijke) handicap.
Ik vermoed dat solitair levende gehandicapte dieren het gewoonweg zelf niet redden. Gehandicapte dieren in grote kuddes zouden misschien nog wel een tijdje kunnen overleven omdat ze meegenomen worden door de zorgende groep. Maar ik vermoed dat het toch ook deze dieren zijn die als eersten ten prooi vallen aan roofdieren.