De leeuw

Mijn vorige blog ging over een gesprek met een baviaan uit Afrika. Dit keer spreek ik een leeuw. Ik krijg twee foto’s van het dier: eentje waarop hij alleen staat en eentje met zeven auto’s om zich heen.

Als ik het gesprek begin, noem ik mijn naam en de naam van degene die de foto gemaakt heeft. “Ik zie veel mensen. Ik ken geen namen,” reageert hij. In mijn beeld loopt hij op zijn dooie gemakje van me vandaan. Ik haast me een beetje om naast hem te lopen en ondertussen zeg ik hem dat ik wel wat vragen aan hem heb. “Maar ik heb ook vooroordelen,” merk ik eerlijkheidshalve op. Want wat ben je nou voor leeuw als je zo lui tussen auto’s ligt?

Het dier laat een grote onverschilligheid of nonchalance zien. Ik vraag me af of de leeuwen eten krijgen van de mensen. Ik vermoed van niet maar ik ben benieuwd wat hen beweegt om bij de auto’s te blijven.

“We horen de auto’s aankomen,” haakt de leeuw in op mijn gedachten. Daar kan ik me wat bij voorstellen. Vervolgens laat hij zien dat hij wel eens ruikt aan de auto’s. Ik vraag of hij eten krijgt van mensen. “Voor mijn eten wordt gezorgd,” is het antwoord. Ik kan er niet achter komen of hij bedoelt dat hij het van mensen krijgt of dat er gejaagd wordt en hij een mooi stuk vlees mee eet.

Kennelijk zit ik nog in mijn hoofd met de auto’s vol mensen want de leeuw zegt: “Ik ben het gewend. Ze komen en gaan. Als ik m’n buik vol heb kan ik veel verdragen van ze.”

Ik moet eigenlijk naar het toilet maar ik wil het gesprek niet onderbreken. De leeuw verklaart me voor gek: als je moet, dan moet je. Er is al eens eerder een dier geweest die me liet merken dat het niet verstandig is om toiletgangen uit te stellen. Ze hebben natuurlijk helemaal gelijk! Dit is weer zo’n typisch mensending.

We vervolgen het gesprek en het luie, onverschillige, nonchalante van de leeuw valt me weer enorm op.

Ik haak even in op de vacht, zoals ik die op de foto zie. Ik had meer harigheid verwacht. “Je hebt vooroordelen over hoe we zijn.” Nou, dat klopt wel.

Ik vraag hem wat belangrijk is voor hem. “Dat er eten is, zon en slapen.” Meer lijkt voor deze leeuw niet nodig. Ik merk absoluut geen actie bij hem.

Kennelijk blijf ik met het (voor mij) vreemde beeld van die auto’s vol mensen zitten. “Nogmaals,” zegt de leeuw, “ik kijk zelf of ik er heen wil of niet.”

Ik krijg de indruk dat dit dier een rustig bestaan heeft en ik heb niet het idee dat hij moet vechten voor zijn leven. Het voelt een beetje als iemand die met pensioen is. Als ik op internet wat meer informatie over leeuwen zoek en foto’s bekijk, dan merk ik op: “Nou, vermoedelijk ben je nog helemaal niet aan pensioen toe en ben je nog best een jonge leeuw.” “Jij maakt ervan dat ik oud ben, ik niet,” merkt hij op.

Hyronimus over multi dimensionaal

Ik heb al eerder geprobeerd met Hyronimus spirituele gesprekken te voeren en deze gesprekken zijn steeds erg interessant. Maar ik wilde ook buiten de bij ons bekende wetenschappelijke paden treden. Daarvan meende Hyronimus dat ik zou moeten wachten tot ik zelf verder gegroeid zou zijn om dit soort gesprekken te voeren, anders kan ik ze niet begrijpen. Dit is nu zo’n eerste gesprek dat verder gaat en het wordt al meteen moeilijk te bevatten. Ik wens jullie veel leesplezier en hoop dat jullie het wel allemaal kunnen volgen. Vind je het onzin, dat mag ook, dan ben je nog niet zover. 

M: Dag Hyronimus, mag ik vandaag met je een gesprek aangaan over de verschillende dimensies?
H: Dat lijkt me spannend. Ik heb in het verleden daar al eens op gezinspeeld, maar dacht toen dat je dat nog niet zou begrijpen en je moet het kunnen begrijpen om het te kunnen verwoorden en dus opschrijven. Ik denk dat we er inderdaad nu wel over kunnen praten.
H: Ik ga van start en geef aan wanneer het moeilijk wordt, dan probeer ik dat verder uit te leggen. Ik begin heel banaal. Jullie kennen drie dimensies, lengte, breedte en diepte/hoogte. Jullie veronderstellen dat de tijd/ruimte de vierde dimensie is en dat is juist. Maar daar houdt jullie begrip over verdere dimensies op. Als jullie kijken naar een bol dan kennen jullie een binnen en een buiten. De bol zelf is de scheiding tussen binnen en buiten. Maar feitelijk is er geen binnen en buiten, er is slechts een eenheid en leegte. Naar welk voorwerp, dat jullie driedimensionaal noemen, je ook kijkt, het is een leegte, slechts een voortzetting, als een rimpel in het oppervlak. Voorbij die rimpel heb je toegang tot de oneindigheid. Alles is een rimpel in het oppervlak en dat kunnen de meeste mensen gewoon niet begrijpen.

Naar welk voorwerp, dat jullie driedimensionaal noemen, je ook kijkt, het is een leegte, slechts een voortzetting, als een rimpel in het oppervlak

M: Daar heb je volkomen gelijk in, ik kan me dat niet voorstellen.
H: Dat komt omdat jullie alles slechts met jullie materialistische opvattingen kunnen bezien en dat schiet tekort om de jullie omringende werkelijkheid te verklaren. Maar buiten het fysieke vlak, bestaan er parallelle vlakken, subtiele energetische vlakken, die heel dicht en deels verweven zijn met het fysieke vlak. Als je tussen deze vlakken heen en weer kunt springen, kun je ook sprongen maken in tijd en locatie. Ik denk dat we voor nu genoeg hebben gesproken over dit onderwerp. We kunnen er later op terugkomen, maar laat eerst dit maar goed tot je doordringen.
M: Dank je wel voor dit alles. Ik zal zeker tijd nodig hebben dit te verwerken om het echt te begrijpen.

De jonge baviaan

Deze foto krijg ik doorgestuurd van iemand die in Afrika op reis was. Er ontstaat een vreemdsoortig gesprek.

Allereerst krijg ik te horen dat ik van ver kom en dat ik laat kom. Ik begrijp niet helemaal goed wat hij bedoelt, maar dan blijkt dat hij refereert aan het moment van opname van de foto. Hij begrijpt niet helemaal wie ik ben want ik stond niet eens achter de camera. Wat doe ik dan hier bij hem?

Ik moet even verwerken wat er in dit korte contactmoment gebeurt: ik zoek contact met dit dier via de foto, kennelijk bevinden we ons op het moment dat de foto is gemaakt en kennelijk heb ik hem laten zien dat ik hier in Nederland op mijn kantoor ben. Er is een beetje wederzijdse verwarring vanwege het zomaar bij elkaar zijn op deze manier van communiceren.

Het gesprek met de jonge Baviaan gaat niet vanzelf. Ik moet aanknopingspunten zoeken om over te praten. Het dier is niet zo happig en niet zo geïnteresseerd.

“Wil je wat van mij weten?” vraag ik. “Mmm, okee”, is de tamme reactie. Ik laat hem zien waar ik ben. In mijn beeld zit hij bij mij in de ruimte en hij verkent de tafel door erin te bijten. Dan ziet hij een van de honden. Hij geeft mij de indruk dat hij alles in zijn bek stopt om te kijken of iets eetbaar is. Ik leid hem van de kleinste hond af en dan ziet hij de twee grotere honden. “Die zijn te groot,” is zijn conclusie. Hij merkt op dat er veel harde voorwerpen in de ruimte zijn en het is allemaal niet eetbaar. Waarom zit ik daar dan? Hij vindt het een beetje sneu voor mij.

Nou, maar weer terug naar zijn omgeving. Ik merk op dat ik een bepaalde verveeldheid bij hem voel. Zo’n niks-gevoel. Hij merkt op: “Moet het altijd leuk zijn dan?” Ik probeer het gevoel te benoemen wat hij doorgeeft, maar ik kom er niet goed uit. Vervelen is te actief. Onverschillig ook. Ik merk op: “Ik had niet zo’n gevoel bij je verwacht, zo’n niks-gevoel.” “Weer wat geleerd, jij,” kaatst hij terug.

Kennelijk stel ik niet de juiste vragen aan hem om wat informatie van hem te krijgen of een gesprek op gang te brengen.

“Waar slaap je doorgaans?” vraag ik hem. Hij laat zien dat hij droomt van een steppe. “Heb je genoeg voedsel?” “Je moet graaien, snel zijn, vooral als het om vlees gaat. Planten eten gaat relaxed.” Ik ga even op internet kijken wat bavianen zoal eten en dat vertel ik hem. “Geloof je me niet?” vraagt hij. “Ik geloof mezelf niet,” antwoord ik. Ik vertel hem ook dat ik weet dat ze in groepen leven. “Ja? En?”

Wat een dier. Nog maar es een onderwerp verzinnen. “Hoe voelt je lijf?” “Wat stel jij toch rare vragen. Je probeert mijn gevoel te analyseren, maar je kunt er ook gewoon in mee gaan.” Het is inderdaad zo dat ik nog steeds zoekend ben hoe ik zijn bui kan omschrijven. Zelfs een paar dagen later ben ik er nog niet achter. Hij laat zien dat het een rustperiode is voor er actie komt. “Ik koester deze momenten,” laat hij weten. Ik vertel dat als ik zo’n bui zou hebben, ik het gevoel heb dat ik niet echt leef. “Onzin! Je ademt toch? Vanuit dit ontstaat vanzelf iets.” “Je lijkt wel wijs voor je leeftijd,” zeg ik. “Ik ben gewoon baviaan,” is zijn antwoord.

“Hee, lieve schat, mag ik je bedanken voor dit gesprek?” “Hoezo lieve schat?!” is zijn reactie.

Ik ben er nog steeds niet achter hoe ik zijn gemoedstoestand kan omschrijven. Hij lijkt niks de moeite waard te vinden om er iets mee te doen. “Ga maar weer naar je harde spullen,” roept hij me nog toe voor we afsluiten.

Een paar dagen later denk ik dat ik zijn bui het best kan plaatsen in de tijd toen ik puber was. Misschien is dit dier ook een puber. Zouden er overeenkomsten zijn?

Foto: Alma Verbunt

Luipaard

M: Dag luipaard, wat ben jij een mooie luipaard. Mag ik met je praten? Zoals je gemerkt hebt, heb ik de afgelopen week dit gesprek langzaam voorbereid en je liet me weten dat je je verstopt had, maar het was me niet duidelijk of je dood bent of dat je je verstopt hebt voor mensen die gevaarlijk zijn. Denk je dat we contact kunnen hebben?
L: Ja, dat kunnen we en dank je wel voor het compliment. Ik heb verschillende ervaringen met mensen. Sommige mensen zijn heel aardig en dan denk je dat mensen geen gevaarlijke soort zijn, maar dan zie je ineens weer de andere kant van mensen. Mensen die jagen en je dood willen hebben omdat je een mooie vacht hebt of omdat je een trofee bent.
M: Ja, dat is afschuwelijk dat er mensen zijn die voor hun plezier dieren willen doden. Vertel wat is jou overkomen?
L: Nou ik werd al een hele tijd terug verplaatst naar een andere plek dan waar ik geboren ben. Daarbij verloor ik het contact met de aardige mensen en was ik meer op mezelf aangewezen. Dat ging een periode goed, maar daarna werd er op me gejaagd. Of ze me wilden doden of alleen vangen weet ik niet, maar het was niet aangenaam. Dat is de reden dat ik me aangepast heb en nu me eigenlijk altijd schuil houd en dat betekent dat eten voor mij lastiger is geworden. Toch ben ik handig genoeg om ook in mijn maaltijden te voorzien.
M: Een rare vraag. Je bent toch niet dood?
L: Wat is het verschil?
M: Als je leeft en je hebt je verstopt dan kom je af en toe uit je schuilplaats en ga je jagen om te overleven. Daarvoor moet jij dieren doden en opeten en je moet ook gaan drinken. Als je dood bent kun je soms deze dingen ook doen, maar dood je de dieren niet want dat kan niet meer. Je denkt dat je op ze jaagt, maar je kunt ze niet doden en opeten.
L: Hm, dat is lastig.
M: Eigenlijk ben je dus dood als je het niet zo goed weet. Mag ik die conclusie trekken?
L: Misschien wel, maar dan besef ik het niet zo goed, want ik ga nog wel jagen af en toe.
M: Maar je krijgt je prooi niet te pakken en kunt hem dus ook niet opeten, klopt dat?
L: Ja, dat klopt wel.
M: Kan ik jou helpen met het accepteren van dat je dood bent? En je dan helpen met het terug gaan naar de groepsziel van de luipaarden en dan kun je opnieuw keuzes maken.

Kan ik jou helpen met het accepteren van dat je dood bent?

L: Maar wat is er dan gebeurd?
M: Daar ben ik ook benieuwd naar. Vertel het maar.
L: Ik werd beschoten door mensen met geweren en toen heb ik me verstopt.
M: Ben je toen langzaam dood gegaan of heb je het overleeft?
L: Ik ben daar in enkele dagen aan dood gegaan, ik kon mij niet meer goed bewegen en dat betekende geen eten meer kunnen krijgen en dan ga je dood.
M: Dat is er dus gebeurd?
L: Ja, misschien wel.
M: Denk je dat je het kunt accepteren dat je dood bent?
L: Als ik het proces zo met jou terug beleef, vrees ik dat je gelijk hebt. Ik ben dood en leef in een fantasie wereld, waarin ik alles nog kan.
M: Maar die wereld kun je opgeven en je kunt je terugtrekken in de groepsziel en dat is ook heel mooi.
L: Is dat zo, dit hier bevalt me eigenlijk wel, maar het vervaagt soms en dan moet ik mijn best doen om weer terug te komen in de wereld.
M: Dat proces kun je afsluiten als je accepteert dat je niet meer leeft. Dan kan het ook mooi zijn als je naar jouw groepsziel gaat.
L: Dank je wel, misschien heb je me net een juist zetje gegeven om ‘over’ te gaan.
220210

Rozette is weg

Rozette is weg. Verdorie, zal het zo zijn dat iemand haar meegenomen heeft? Iemand die menselijk medelijden heeft en haar opgesloten heeft in huis of asiel? Ik ben geagiteerd en berustend tegelijkertijd. Dan zegt de fietsenmaker dat hij kattengekrijs gehoord heeft. Zal ze aangevallen zijn en ergens gewond liggen? Of afgedropen zijn? Nu komen er zorgen bij. Met al die verschillende emoties in mij is het niet mogelijk om te communiceren met Rozette. Veel te veel vertroebeling. Het enige wat ik kan doen is haar vertrouwen en liefde sturen.

Na anderhalve week is ze terug. We knuffelen even meer en uitbundiger dan anders en ik zorg dat ze lekker veel eten en water heeft. Wat een opluchting! Op de derde dag is ze weer vertrokken. Nu heb ik er meer vrede mee. Ik meen van haar opgevangen te hebben dat ze ergens een schuur of zo gevonden heeft. Ik vermoed dat ze, gezien haar leeftijd, een meer beschutte plek gevonden heeft. En ik verwacht dat ze af en toe terug komt om bij te eten als het zelf voedsel vangen niet helemaal lukt.

Dan heb ik een mailwissel met een dierentolk, Barbette de Graaf, naar wie ik kan doorverwijzen omdat ik tijdelijk geen consulten geef. Zij schrijft aan het eind van haar mail: “En als je behoefte hebt aan een reading voor jezelf of je eigen dieren, schroom niet – hoor! Als ik iets voor jóu (terug) kan doen, dan graag!” Natuurlijk lees ik daar eerst overheen want ‘ik heb niks nodig’. Tot ik aan Rozetje denk en ik ben blij dat ik Barbette kan vragen om es bij Rozette te kijken.

Barbette heeft een prachtig gesprek met Rozette. Het klopt inderdaad dat ze een schuur laat zien en dat ze daar een rustig plekje heeft gevonden. Er zijn mensen maar die laten haar met rust. Rozette kan haar eigen gang gaan. Dat wil zeggen enerzijds jagen en anderzijds wat meer comfort en rust vinden. Ze geeft door dat ze haar eigen plek (de plek waar ze al bijna drie jaar vertoeft) als haar eigen plek blijft zien, maar op dit moment is de schuur wat comfortabeler. Ze vindt het fijn als er voer ligt op haar oude plek.

Nou, dat laatste komt wel goed. Ik ga twee keer per dag met eten naar haar eigen plek, altijd in de hoop Rozetje te treffen. Maar ik kan vrede hebben met haar keus en ik ben eigenlijk ook beretrots op deze mooie kat!

Barbette vraagt of Rozette nog wat nodig heeft. “Dat Piek zich geen zorgen maakt,” krijgt ze als antwoord. “Tenminste niet over mij,” zegt ze er peinzend achteraan. “Ik ben in haar hart en zij in mijn hart. Ik vind het fijn dat ze mij zo vertrouwt met mezelf. Haar vertrouwen is eigenlijk alles wat ik nodig heb. De rest is bijzaak. Maar wel fijn. En comfortabel. Ik hou van haar. Zeg haar dat maar. Dat mag ze horen.”  Dan zegt Rozette: “Dag, lieve Piek!” En ze vervolgt haar grassige weg langs het pad. Barbette roept Rozette nog na: “Dag Rozette, en dank voor je mooie woorden.” Rozette zwaait met haar staart ter afscheid en toffelt op haar dooie akkertje verder.

Met dank aan Barbette de Graaf, MAYA Healing & Reading (in januari website online)

Contact hernieuwen

M: Beste Hyronimus, we hebben al lang niet meer met elkaar gesproken en dat vind ik erg jammer.
H: Tja Eddy, maar dat ben jij toch zelf die geen contact opneemt.
M: Dat klopt helemaal, maar jij mag je toch ook wel weer eens laten zien?
H: Je bent het contact een beetje verloren, want je zag me zondag nog duidelijk wegvliegen.
M: Was jij dat? Je zag er zo anders uit, helemaal donker bruin.
H: Wat dacht je van mijn wintermantel?
M: Jij hebt gelijk en vermoedelijk ben ik dan inderdaad het contact een beetje kwijt geraakt. Het lijkt er op dat we in twee verschillende werelden leven. Vroeger kwam ik je dagelijks tegen in het bos, maar daar kom ik nauwelijks meer, helaas.
H: Dat zijn de consequenties van verhuizingen. Dat was jouw keuze en ik zeg niet dat het een verkeerde keuze was, maar het was wel jouw keuze. Daar staat tegenover dat je nu weer nieuwe vrienden maakt op de hei waar je wandelt.
M: Dat klopt, er zijn zoveel mensen die Kaila kennen en door haar mij. Ik weet nog dat ik vroeger tegen Kaila zei dat ze niet naar iedereen toe mocht gaan en er al helemaal niet tegen op mocht springen, maar dan gaf ze me altijd als antwoord: ‘Maar iedereen vindt mij toch lief?’. En daar heeft ze gelijk in, iedereen is dol op haar. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren?
H: Jullie weten dat Kaila een bijzondere hond is. Jullie vorige hond heeft deze hond voor jullie uitgekozen en toen jullie nog twijfelde over deze hond, liep ze als pup al met jullie mee naar de uitgang omdat ze klaar was om met jullie mee te gaan. Jullie dachten dat het de keuze van Kaila was, maar zoals Kaila jou heeft laten weten werd ze gestuurd, zij had geen keus. Alleen jullie moesten nog geholpen worden om de juiste keuze te maken en daar was jullie vorige hond ook bij betrokken. Dat hebben jullie nooit geweten, maar hij heeft jullie in jullie onderbewustzijn laten zien dat dit de juiste hond voor jullie was.
M: Dat weet ik nog wel dat we moeite hadden om deze keuze te maken. We waren op zoek naar een witte reu en kwamen thuis met een bruine teef, dat vraagt toch wel enige gewenning. En nu blijkt het ook nog een toverbal van een hond te zijn, want ze wordt steeds meer lavendel kleurig. Er staat echter een bijzondere lieve hond tegenover. En ze heeft gelijk, iedereen is gek op haar. Hoe heeft dit gesprek nu toch hier op uit kunnen komen, ik wilde je hele andere dingen vragen.
H: Soms lopen gesprekken anders dan je verwacht. Laten we een volgende keer de andere dingen bespreken die jij wilde vragen, OK?
M: Ja, dank je wel.

 

De hond die het uiteindelijk opgaf

Ik pak mijn boek ‘In de Stilte hoor je alles’ er weer eens bij en ga kijken of ik een lievelingsverhaal heb. Met een glimlach blader ik door het boek en stuit op het verhaal van een hond. Ach ja, dat weet ik me nog te herinneren. Het is al jaren geleden gebeurd.

“Deze hond is boos… boos! Zo ongelooflijk boos! Hij stampvoet ervan! Ik heb nog nooit zo’n boze hond gezien. Ik tolk tussen deze hond en zijn baas omdat deze hond agressief is en zijn baas een afspraak heeft gemaakt om hem de volgende dag te laten inslapen. Iemand heeft de man geadviseerd eerst nog een gesprek met mij aan te vragen. De hond blijkt een heel goede reden voor zijn agressiviteit te hebben: hij is aan de zevende baas bezig en altijd is hij zomaar weggedaan, zonder dat hem wat gevraagd is. Wie kan hij nog vertrouwen? In de loop van het gesprek blijken zowel de man als de hond het toch nog te willen proberen met elkaar en de afspraak bij de dierenarts wordt afgezegd. De man en de hond leven ruim een jaar in goede harmonie met elkaar. Totdat de hond twee cavia’s doodbijt. Het geduld van de man is op, mede door het verdriet dat de kinderen hebben door deze gebeurtenis, en hij meldt mij dat hij er een eind aan gaat maken. Hij klinkt zo beslist dat ik niet voorstel om nog een gesprek te voeren. Wel benader ik de hond kort en ik voel een enorme moeheid bij hem. Hij geeft het op, hij heeft genoeg geworsteld in zijn leven, hij vindt het wel best zo.

Nieuwe vrienden: kraaien op de hei

Mijn vrouw en ik hebben nieuwe vrienden gemaakt op de hei. Er leeft op het stuk waar wij veel wandelen een stelletje kraaien en ze herkennen ons inmiddels. Zodra wij verschijnen vanuit het bos, vliegen ze naar ons toe en lopen ze rondom ons en af en toe vliegen ze weer een stukje omdat ze achtergebleven waren. En natuurlijk zijn we er toe over gegaan om ze te voeren en dat weten ze. Door dit leuke contact lijkt een gesprek wel op zijn plaats.

M: Dag kraaien, wie van jullie wil even met mij praten?
K: Dat lijkt me leuk, we zien elkaar dagelijks twee keer en het lijkt me leuk, ook mijn mannetje lijkt het leuk even te praten, dus maar na elkaar?
M: OK, dan noem ik jou even Kv en jouw mannetje Km, is dat goed of hebben jullie ook namen?
Kv: Ja, die hebben we, maar die kan jij niet uitspreken of opschrijven, dus Kv is goed. Wat heeft jullie er toe gebracht ons te gaan voeren?
M: Ho even, ik vind het heel leuk om met jullie te praten, maar dit gesprek loopt heel anders dan ik gepland had, ik wilde jullie vragen stellen.
Kv: Dat is ook leuk, maar ik wil wel graag mijn vragen eerst beantwoord zien. Dus waarom?
M: Ik weet dat jullie hele intelligente vogels zijn en ik heb ook al een aantal keren ervaren dat het eenvoudig is met jullie te communiceren. Dus ik vroeg me af of we ook een vorm van vriendschap konden sluiten. Dus gooide ik wat kleine hondenbrokjes naar jullie toe.
Kv: En wij domme kraaien laten ons meteen door een brokje verleiden tot vriendschap?
M: Nou daar lijkt het niet op. Jullie gedragen je erg opportunistisch en vliegen met ons mee en nemen jullie brokjes. Inmiddels ben ik op kitten brokjes overgegaan die ik speciaal voor jullie heb gekocht.
Kv: Dat is lief van je. We waarderen je voer erg, altijd fijn als het je gemakkelijk gemaakt wordt.
M: Is dit voer OK voor jullie of heb je liever wat anders?
Kv: Wat stel je voor?
M: Niets, het is gewoon een vraag.
Kv: Wij zijn niet zo kieskeurig. Dit is prima. Maar iets anders kan ook fijn zijn.
M: Mag ik nu wat vragen stellen?
Kv: Ga je gang.
M: Jullie wonen echt op de hei en dat is jullie plek, klopt dat?
Kv: Ja, wij zijn territoriaal op deze plek, de hei is ons deel van het gebied en daar komen in principe geen andere kraaien, soms wel eens een enkele passant. Die vertrekt weer snel en dan hebben wij het gebied weer voor ons alleen.
M: Wie van jullie is de brutaalste?
Kv: Dat is zonder twijfel mijn partner. Die had jullie ook als eerste door en vloog steeds achter jullie aan.
M: Dan kan ik hem herkennen aan zijn vlekjes op zijn vleugels als hij vliegt.
Kv: Dat klopt. Wil je nu met hem praten, ik kan nog wel even doorgaan, maar ik wil hem ook een kans geven.
M: Ja graag.
Km: Nu ben ik aan de beurt. Ja, ik zag jou een tijdje terug en kreeg door dat je tegen je vrouw opschepte dat kraaien snel leren en door ons wat eten te geven, hadden wij snel door dat jullie steeds wat eten meenemen. En dan zit ik op de uitkijk in mijn boom waarin ik het overzicht heb over nagenoeg de hele hei en zie ik jullie aankomen en dan vlieg ik om jullie welkom te heten. Zo lijkt het en zo presenteer ik dat ook graag, maar ik weet gewoon dat jullie blij worden van als we jullie tegemoet vliegen en dat we dan meteen wat lekkers krijgen.
M: Zo dat is een heel verhaal. Ik dacht dat jouw vrouwtje zei dat zij de prater was, maar ze zou moeten weten dat jij de prater bent.

Ik stem op jullie af en weet wanneer jullie komen

Km: Dat weet ze ook, daarom begint ze meteen met jou te praten anders komt ze er niet meer aan te pas, weet ze. Jij vraagt je af hoe we jullie herkennen? Dat zal ik je vertellen en het zal je verbazen. Ik stem op jullie af en weet wanneer jullie komen, en of jij alleen met jullie krullenbol loopt of jullie samen, ik weet dat jullie er aan komen. En ik weet ook dat je ons zo graag een keer wilt filmen als we op onze uitkijkpost in de berk zitten en we naar jullie toe komen zeilen. Maar dat lukt niet omdat we al klaar zitten op de grond waar je uit het bos komt. En dan wachten we op ons voer. We weten dus dat je er aan komt en dan is het niet moeilijk jullie te herkennen, ook op grote afstand want wij hebben hele goede ogen. Daarom vinden we ook bijna altijd het voer dat je stukje voor stukje naar ons toegooit in het gras of tussen de heidepollen. Alleen jammer dat jullie krullenbol (Kaila, de hond) af en toe jaloers is en ons wegjaagt, waardoor we het voer niet kunnen vinden. Ook andere honden hebben groot plezier om achter ons aan te jagen, daarom zijn we altijd erg op onze hoede. Ja, want dat wilde je vragen: waarom blijven jullie steeds opvliegen als je iets gooit, toch?
M: Dat klopt, dat wilde ik graag weten.
Km: Zoals ik net al zei, we moeten erg op onze hoede zijn voor van alles wat er op ons af komt stuiven en dat we steeds iets opvliegen als je een brokje gooit heeft te maken met die focus op bewegingen die ons kunnen schaden. Dus dat is niet omdat we bang zijn dat jij ons iets aandoet, maar iedere plotselinge beweging betekent dat we aangevallen kunnen worden en daar moeten we alert op zijn.
M: Wat geniet ik van dit gesprek. Maar ik moet nog meer doen, kunnen we een andere keer weer met elkaar praten?
Km: Jullie mensen zijn altijd maar druk, druk. Neem toch gewoon je tijd man. Maar het lijkt me leuk een andere keer verder te praten. Dank je.
M: Jij dank je wel en jullie krijgen de groeten van mijn vrouw.
Km: Doe haar de groeten terug. Tot ziens.
241120

De muis in de val

Mijn moeder heeft muisjes in haar kast en kelder. Ze zet ’s avonds laat diervriendelijke muizenvalletjes neer en haar kleinzoon komt vroeg in de morgen om de gevangen diertjes buiten te zetten. Ik vraag of ze een keer een foto wil maken zodat ik met een muis kan communiceren.

Gisteren kreeg ik deze foto binnen. Als ik contact maak krijg ik een gevoel door dat ik het beste kan vertalen als ‘goddomme’. Geen net woord, maar wel een woord dat de lading van de gevoelens dekt.

Ook komt er paniek en een niet-weten boven. Naar mijn idee bevindt het diertje zich op het moment van contact ergens in of bij een polletje gras.

Hij moppert dat hij altijd binnen heeft gewoond en de omgeving waar hij nu is, is hem vreemd. De lucht, de geuren, het licht, de geluiden.

Ik probeer erachter te komen hoe hij in het huis leefde en krijg het idee dat hij altijd vaste plekjes had waar hij was. En dat hij altijd op zoek was naar eten.

Hij had ook een goede plek gevonden (in de keukenla), een plek waar diverse geuren en smaken waren waar hij uit kon kiezen. Goedbedoeld ging hij erop af en ineens kon hij niet meer weg.

Ik leg uit dat hij in een muisvriendelijke val is gelopen. Het diertje laat weten dat hij er niks vriendelijks aan vindt. Ik probeer uit te leggen dat het diervriendelijke is dat hij nog leeft maar hij laat zien dat het stress en angst heeft opgeleverd.

Ik haak in op het begrip angst en vraag of hij angst kent. Hij laat zien dat er een gezonde angst is die erop gericht is om het lijf te redden. Dat kan ik me voorstellen en ik realiseer me dat wij mensen vaak allerlei angsten hebben die eigenlijk nergens op slaan. Het zijn dingen die we bedenken.

Wat nu? De muis lijkt niet gelukkig op de plek waar hij nu is. Hij moet ander voer zoeken, hij vindt het koud en hij geeft door dat hij liever op de oude plek was gebleven.

Ook heb ik het idee dat hij uit zijn groep gehaald is. Ik probeer op internet te zoeken of muizen in groeps/familieverband leven. Dat lijkt zo te zijn maar veel meer info over ‘wilde’ muizen vind ik niet. Alles is gericht op het kwijtraken van dit ‘ongedierte’.

Toby de Dobermann

Mijn vrouw en ik lopen op een mooie zaterdagmiddag op de hei onze hond Kaila uit te laten en ineens uit het niets komt er een Dobermann op ons afgerend, springt naar mij, ik weer hem af en daarna springt hij tegen mijn vrouw op, scheurt de mouw van haar jas, kwijlt op haar schouder, hapt haar in haar reumahand en wil nog een keer springen. Onze hond jaagt de Dobermann, samen met een teckel weg. We spreken de eigenaar die langs komt lopen aan en hij zegt dat was niet mijn hond en hij loopt door. Mijn vrouw is erg geschrokken, raakte in paniek en dacht in haar gezicht gebeten te worden door een wildvreemde hond. Ze heeft een trauma opgelopen. Ook door het gedrag van de baas die totaal geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn hond. Maar eens luisteren wat de hond zelf te zeggen heeft. We hebben al enkele dagen contact en vanavond heb ik tijd voor een gesprek.

M: Beste Toby de Dobermann, wat gebeurde daar nu?
D: Ik wil beginnen met mijn spijt uit te drukken, het was nooit mijn bedoeling je vrouw te laten schrikken.
M: Dat is mooi dat je dat zegt, maar wat deed je dan?
D: Ik ben nog een jonge hond en speel graag, mijn baas speelt niet met me en ik heb wel speelbehoefte en dan spring ik tegen mensen op om hun aandacht te vragen.
M: Heb je niet het gevoel dat mensen dan bang van je worden?
D: Jawel, maar dat is toch ook spelen? Als wij honden onder elkaar spelen rennen we en grommen we, allemaal om indruk te maken. Dat is ons soort spel.
M: Dat snap ik, maar dat spel kun je niet met mensen spelen. Die worden bang voor je en gaan naar je slaan en jagen je weg.
D: Maar dan krijg ik precies mijn zin, ze gaan dan met me spelen.
M: Had je het gevoel dat je met deze vrouw kon spelen?
D: Ja, ze was een beetje bang en dan heb ik natuurlijk groot succes als ik tegen haar opspring.
M: Maar achteraf zie je dat je te ver gegaan bent?
D: Dat heb ik begrepen. Toen jullie achter mijn baasje aangingen en mijn baasje weg liep en mij in de steek liet, werd ik ook een beetje angstig dat ik in de steek gelaten was. Dat vond ik geen fijn gevoel. En toen ik mijn baasje eindelijk weer gevonden had en hij kwaad op me werd en me naar de auto sleurde en daar letterlijk insmeet, vond ik het helemaal niet meer leuk. En daaruit heb ik begrepen dat het allemaal niet leuk was.
M: Heb je nu hiervan geleerd?
D: Misschien, ik blijf wel een jonge hond met heel veel speel behoefte.
M: Ben je tevreden met je mens?
D: Eigenlijk wel, maar ook niet altijd. Hij sluit me in huis op maar ik mag wel vaak naar de hei en daar laat hij me helemaal mijn gang gaan. En daar geniet ik wel erg van.
M: Dus jij zegt dat je alleen wilt spelen en niet mensen bang maken?
D: Veel mensen zijn bang voor me en dat buit ik soms wel een beetje uit, maar ik wil mensen geen kwaad doen, maar ik wil wel aandacht en liefst ook dat ze met me spelen.
M: Doet jouw mens dat dan niet met je?
D: Nee, die loopt alleen met me en ik heb geen speelkameraadjes om mee te spelen anders dan op de hei. En veel honden willen niet met me spelen, dus moet ik andere manieren vinden om te spelen.
M: Dan was dit dus geen handige manier. En wat ik echt heel erg jammer vind, je hebt iemand heel erg bang gemaakt, zodat ze eigenlijk niet meer op de hei wil wandelen.
D: Dat was helemaal mijn bedoeling niet, ik wilde spelen en zoals gezegd het spijt me dat ik je vrouw bang heb gemaakt op deze manier. Dat is nooit mijn bedoeling geweest.
M: Mag ik je wat vragen? Je komt op mij als een lieve hond over, maar ik krijg ook de indruk dat jouw mens je te weinig aandacht geeft en daar maak ik me zorgen over. Denk jij dat je goed op je mens kunt passen en zorgen dat hij geen gekke dingen doet?
D: Ik weet niet of ik dat nu al kan, ik ben echt nog een hele jonge hond, mijn baasje hoort op mij te letten.
M: Daar heb je gelijk in, maar het lijkt erop dat hij dat niet goed doet en dan ben ik bang dat je niet goed opgevoed wordt en dat je misschien toch uiteindelijk een onaardige hond wordt omdat je te weinig aandacht hebt gekregen.
D: Denk je dat zoiets kan gebeuren?
M: Daar ben ik wel een beetje bang voor.
D: Wat kan ik daar aan doen?
M: Zorgen dat je een hele lieve hond blijft, die uitsluitend aardig is voor dieren en mensen en ze vooral niet laten schrikken, dus ook niet tegen ze opspringen.
D: Denk je dat dat helpt?
M: Ja, dat denk ik wel. Wil je nog wat zeggen?
D: Dank je wel voor dit gesprek, ik zal mijn best doen om een verstandige lieve hond te worden en dat je me de gelegenheid hebt gegeven om sorry tegen je vrouw te zeggen. Ik zou haar wel een lik willen geven.
241105