De ouder wordende hond

Ik heb een ouder wordende hond. In mijn praktijk heb ik uiteraard veel met oudere dieren en hun mensen te maken gehad. Maar er zelf mee geconfronteerd worden is toch anders. Tijd om eens een gesprekje aan te gaan met Sjaan.

“Kom je me storen?” is het eerste wat ik hoor als ik contact met haar maak. Ze ligt op de stoel naast me en ik merk aan haar lichaam niet dat we contact hebben.

“Ik weet het,” verontschuldig ik me bijna, “we praten weinig met elkaar op deze manier.” Ze laat me in beeld weten dat dat ook helemaal niet nodig is. Maar goed, ze wil wel even tijd voor me vrijmaken.

Ik leg meteen maar mijn punt op tafel, namelijk dat ze ouder wordt.

“Ja, het voelt als een soort fuik,” laat ze weten. Ze laat zien en voelen hoe ze dat ervaart: als ze ligt lijkt het of ze zich via haar hoofd een beetje uitrekt (energetisch) en in een ruimte komt waarvan ze weet dat het een soort fuik is. Nu is het nog dicht maar ze weet dat als ze dit blijft volgen, ze een opening vindt als de tijd daar is. Nu ik het opschrijf, zie ik dat je het kunt vergelijken met een lang geboortekanaal. Ach ja, zo zal het ook wel zijn.

“Het is prettig vertoeven,” zegt ze. En ik voel wat ze bedoelt: een bijna meditatieve manier van zijn, waar niks moet en ze langzaamaan steeds dieper en dieper in gaat.

Ze laat zien dat ze op een andere manier is aangesloten dan vroeger. Als jong dier was ze heerlijk in het hier en nu, lette ze continu op en sprong ze al op voor ik haar iets hoefde te vragen. Het buiten zijn met haar was makkelijk: wij hoefden niet op haar te letten, ze lette zelf op waar we waren en wat er van haar verwacht werd.

Tegenwoordig moet ik erg opletten op haar. Ten eerste moet ik haar al vaak roepen als we weggaan. Eenmaal buiten is ze langzaam: uitgebreid snuffelen, alles op haar dooie gemak, mij vaak niet horend. Ze blaft lang niet altijd tegen mensen, net of ze het niet meer de energie waard vindt om van zich te laten horen.

“Maar,” zeg ik, “het verwarrende is dat je soms weer heel actief bent.” “Dan ben ik er weer,” constateert ze nuchter. Dat klopt, dan lijkt ze weer de jonge hond en is het een genot om naar haar dartele sprongen te kijken. Ze laat meteen zien dat die momenten kort zijn en dat ze daarna graag weer wegzinkt in haar domein.

Ik zie het al: ik zal moeten leren omgaan met deze wisselende manieren van aanwezig zijn van haar. Afgelopen jaren heb ik het ook wel heel makkelijk gehad: zij paste zich aan mij aan.

“Ja, hou me maar in de gaten buiten,” sluit Sjaan aan op mijn gedachten, “de aanpassing ligt nu bij jou.”

Hyronimus over gevoelens bij dieren II

Vandaag het vervolggesprek met Hyronimus over gevoelens bij dieren.

M: Dag Hyronimus, fijn om ons gesprek te kunnen vervolgen over gevoelens bij dieren.
H: Ik doe dit graag, het blijft interessant te weten dat mensen steeds maar blijven geloven dat dieren geen gevoel hebben en dat ze daarom ook gewoon uitgebuit mogen worden, zoals jullie vroeger ook deden met slaven. Die zagen jullie niet als mensen en daardoor konden ze ook niet zo behandeld worden. Het is nog steeds een beetje zo voor jullie mensen dat dieren echt iets heel anders zijn dan mensen. Maar waarom zouden dieren geen gevoelens kunnen hebben of maar beperkt?
M: Zo je gaat er meteen stevig tegenaan.
H: Dat was en is niet de bedoeling maar soms kan ik me kwaad maken, ook een gevoel, over de beperkte view die jullie hebben van een wereld waarin alles met elkaar verbonden is en ook wel alles is één wordt genoemd. Zoals er in jullie lijf allerlei parasieten en microben en bacteriën enzovoort leven en ze in symbiose met jullie lichaam leven en soms zelfs noodzakelijk zijn voor jullie voortbestaan, zo kunnen jullie deze dieren als één met jullie lichaam beschouwen. Jullie onderhouden deze dieren en die zijn daardoor afhankelijk van jullie. Zo zijn jullie weer afhankelijk van de Aarde waarop jullie leven, de Aarde onderhoud jullie met energie en voedsel, op een vergelijkbare wijze zoals jullie de dieren in jullie lijf onderhouden. En wat heeft dat nu te maken met dieren en gevoelens?
Zoals ik in ons vorige gesprek al duidelijk maakte zijn de mate waarin dieren gevoelens hebben afhankelijk van de mate van complexheid van de bouw van de soort, de gevoelens ook complexer en gevarieerder kunnen zijn. Ik zei er toen nog bij naarmate ze hoger ontwikkeld zijn en dat heb ik er speciaal voor jullie aan toegevoegd, want eigenlijk is dat een onjuiste inschaling, het is een typische menselijke ordening. Zoals een vroegere slaaf geen lager ontwikkeld mens was, maar alleen een ander ontwikkeld mens, zo zijn bij veel dieren de ontwikkelingen ook anders, maar niet per sé hoger of lager.
M: Maar ik neem aan dat er wel degelijk grote verschillen zijn tussen de diergroepen, een insect is toch minder ontwikkeld dan een paard bijvoorbeeld?
H: Zelfs dat kun je je afvragen. Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven? Maar we dwalen sterk af van een gesprek over de mate van gevoelens bij dieren.

Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven?

M: Ja, gesprekken met jou willen wel eens heel anders lopen dan ik me vooraf had voorgesteld.
H: Maar nu terug naar de gevoelens. Je vraagt je af of dieren ook gevoelens als liefde kennen. Heel filosofisch kun je je dan afvragen wat liefde is, maar die kant wilde ik niet op gaan. Ik beschouw gevoelens van liefde of genegenheid even als een bepaalde vorm van liefde. En dieren zijn daar zeker toe in staat. En binnen die liefde/genegenheid is er soms wel en soms geen exclusiviteit. Als er sprake is van exclusiviteit, dus als stellen voor een lange periode samen zijn, dus niet alleen de paartijd, is er wel degelijk sprake van genegenheid. De paartijd is echt iets heel anders, die is gedreven door instincten, terwijl genegenheid echt een graag samen willen zijn is. We kennen daar mooie voorbeelden van bij verschillende soorten dieren. Koeien kennen dit gevoel zeker en door de ongezonde wijze waarop jullie koeien houden, zijn dat altijd relaties tussen koeien van hetzelfde geslacht. Maar neem bijvoorbeeld pinguïns, die leven in grote groepen, waarbij er bijna altijd vaste paartjes gevormd worden. Niet altijd man-vrouw, maar ook man-man zie je daar regelmatig. Het zijn ook heel goede ouders, maar ze moeten voor een ei dit stelen van de buren en dat doen ze dan ook.
Jullie vragen je regelmatig af of je huisdier in staat is tot liefde naar zijn verzorgers of dat dat alleen maar afhankelijk van de verzorging gerelateerd is. Maar jullie huisdier is wel degelijk in staat tot liefde gevoelens naar zijn verzorger en dat is ongetwijfeld leuk om te weten. Er kan dus sprake zijn van wederzijdse liefde, want jullie zeggen te houden van jullie huisdieren alsof het soms je eigen kinderen zijn en dat mag.
M: Dat klinkt weer heel lief en dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan. Tot een volgende keer.

Rozette, de binnen-buitenkat

Over Rozette heb ik diverse blogs geschreven. Ik heb haar in 2020 uit het asiel gehaald en binnen een dag was ze al ontsnapt en leefde ze haar eigen leven. Gelukkig was dat 500 meter bij mij vandaan zodat we toch wat hebben kunnen opbouwen. Onze deal was: ik liet haar met rust, probeerde haar niet te vangen en terug te brengen en ik bracht elke dag wat eten. Wij waren hier jaren tevreden mee. Soms stuitten we op mensen die hier anders over dachten. Er werd gesproken van verwaarlozing, de Dierenbescherming werd geregeld gebeld, ik kreeg iemand van het asiel aan de lijn en diverse mensen voerden haar overmatig. In afstemming met Rozette veranderden we de koers niet. Ook niet toen ze aangevallen was en er behoorlijk gehavend uit zag. Met wat alternatieve middelen en extra voeding knapte ze weer op.

Uiteraard dacht ik er regelmatig aan hoe het toch verder met haar zou moeten toen ze ouder werd. In november 2024 was ze zes dagen weg. Vervolgens kwam ze even terug om daarna voorgoed te verdwijnen. Ik was er niet blij mee maar begreep van haar (ook via een andere dierentolk) dat het haar goed ging en dat ze een goede plek had gevonden. Ondanks dat ze dit geruststellende bericht uitzond keek ik altijd in de buurt rond en elke dag liep ik met voer langs haar plekje voor het geval ze toch terug was gekomen.

En toen op een dag begin maart 2025 kreeg ik bericht dat ze in het asiel was opgenomen. Toen ik haar ophaalde herkende ik haar niet: haar vacht was vervilt, ze was voor haar doen dun en ze leek timide. Wat nu? Rozette was altijd een buitenkat en nu moest ik haar binnenhouden. Ik legde haar uit dat ze binnen moest blijven omdat ze in revalidatie was. Ik mocht haar vacht in de volgende weken van het vilt ontdoen (wat een klus!), ik kocht rauw vlees voor haar (ze had immers altijd dieren gevangen naast de brokjes die ik haar gaf) en ik maakte een fijne plek van stro voor haar (waar ze eerst niet in ging, maar koos voor een mand ergens in een kast).

Gelukkig heb ik een grote ruimte in het schip die ik niet gebruik voor het dagelijkse leven en dankzij een grote schuifdeur heeft Rozette het rijk alleen. De hond en de andere katten mogen er niet komen. Rozette leeft haar buitenleven binnen: soms zie ik haar een hele dag niet, dan blijft ze op zichzelf en heeft ze geen zin in contact met mij.

Uiteraard hebben we regelmatig gesprekjes gehad. In de tijd dat ze weg was, vertelde ze, stelde ze me geregeld gerust dat het goed met haar ging. Als haar buik vol was kon ze veel verdragen. Ze vond zichzelf altijd boven mensen staan en liet zich alleen zien als ze het kon hebben. Voor haar waren eten, zon en slapen belangrijk. Ze voelde zich altijd de heerser en bepaalde zelf. Ze vond zichzelf sterk en ja, ze had best een ruig leven. Dat laatste klopte wel want het was wel winter toen ze weg was. En als ik zag hoe ze gevonden is, dan denk ik dat de laatste tijd niet makkelijk voor haar is geweest. Ze heeft nooit haar vacht verwaarloosd. Kennelijk heeft ze mij in die tijd niet willen vertellen dat ze het soms even niet meer wist en ook eigenlijk verdwaald was.

Soms zit het me dwars dat ik haar nu niet meer naar buiten durf te laten gaan. Ik weet zeker dat ze dan weer de hort op gaat en ik vind haar te oud om weer een buitenavontuur aan te gaan. Rozette is het eigenlijk wel met me eens. “Ik heb m’n plekje gevonden,” laat ze weten. Ik heb de indruk dat ze tevreden is met hoe het nu is.

Maar ik moet haar nog wel dingen uitleggen: dat ze in een schip is, dat er vreemde geluiden zijn, dat die geluiden komen en gaan (schepen die langsvaren, het schip dat langs de paal schuurt, gebonk, gekraak, klotsend water). Als ik haar vragen hoor dan weet ik ineens weer hoe anders een schip is vergeleken met huizen.

Rozette vindt dat het leven dat ze nu heeft beter is voor haar botten. En als we het houden zoals het nu is, dat ze haar eigen leven kan leiden zonder dat ik haar op de huid zit, dan vindt ze het helemaal goed. Ze stelt privacy nog steeds op prijs.

Ik ben de ruimte aan het opruimen en renoveren zodat het een spannende plek voor haar wordt om te wonen met diverse gangetjes, verstopplekjes en frisse lucht. Rozette is een binnen-buitenkat geworden.

PS Dit is het laatste verhaal over Rozette

Hyronimus over gevoelens bij dieren

Vandaag wilde ik weer een gesprek met Hyronimus voeren. Ik heb hem al een hele tijd niet meer gezien en liep met Kaila te wandelen op de hei en dacht aan hem. En ik dacht het zou bijzonder zijn als hij zich hier nu even liet zien of horen. Enkele minuten later hoor ik de buizerd met zijn welbekende roep, heel bijzonder. Hij staat dus open voor een gesprek als ik weer thuis ben.

M: Wat fijn om weer met je te kunnen communiceren.
H: Fijn dat jij ook weer wat van je liet horen. Heb je een specifieke vraag of zal ik wat vertellen?
M: Leuk als jij wat vertelt, verras me maar.
H: Jij wilde praten over gevoelens bij dieren, maar besloot dat toch niet te doen, omdat je je onzeker voelt over het onderwerp. Maar dat is niet nodig. Ik zal proberen er wat in het algemeen over te vertellen.
Als je spreekt over dieren en gevoelens moet je ook spreken over vormen van bewustzijn. En daarvoor is het nodig om onderscheid te maken tussen verschillende diergroepen. Vissen hebben andere soort gevoelens dan hoefdieren en prooidieren hebben andere soort gevoelens dan roofdieren. Zo zijn er heel veel verschillen tussen de dieren en kun je totaal niet spreken over dieren als een homogene groep. Dat zal ik dan ook niet doen.
Ik noemde net de vissen als eerste, maar ik zou willen beginnen bij insecten. Maar ook daar zijn de verschillen groot, overigens de overeenkomsten ook. De insecten is een hele grote groep van dieren die heel nuttig en belangrijk zijn voor de Aarde. Binnen de insecten heb je ook prooidieren en roofdieren. Over het algemeen kun je de prooidieren binnen de insecten gevoelens van pijn en angst toeschrijven maar op een wat ‘doof’ niveau. Ze hebben geen sterk pijn gevoel, meer een soort onaangenaam gevoel. Datzelfde geldt ook voor angst, het is een wat ‘vlakke’ angst, niet heel diep. Voor de roof insecten zou je kunnen kijken naar gevoel van ‘extase’, een heel verkeerd woord, maar ik zal proberen het te omschrijven. Als een roofinsect een prooi besluipt en erin slaagt het te verorberen geeft dat een heel goed gevoel, verder gaand dan alleen maar ik heb lekker gegeten. Het is de overwinning die belangrijk is, niet het eten op zich.
Dan kun je bij de insecten ook kijken naar welk gevoel ze bij mensen opwekken. Kijk naar het verschil tussen een wesp en een vlinder. Een wesp wekt al snel een vorm van afschuw of angst op, die zelden gebaseerd is op eigen ervaring, maar meer afhankelijk van de beeldvorming. Bij een vlinder denk je al gauw aan iets vluchtigs maar ook vrolijks, toch zijn veel vlinder larven enorme roofdieren. Helemaal niet zo ‘vlinderachtig’ als een vlinder lijkt te zijn.

Over het algemeen kun je zeggen dat naarmate dieren hoger ontwikkeld (complexer gebouwd) zijn, zien we dat ze ook complexere en meer gevarieerde gevoelens kunnen hebben

Gaan we naar de vissen, hoewel het onderwerp insecten nog lang niet is uitgewerkt, zien we daar een groot gevoel van eenheid, de individuen bestaan er nauwelijks. Het is een grote soort groepsziel maar dan in kleine losse onderdelen. Natuurlijk gaat dit niet op voor alle vissen, je hebt hele scholen vissen en dat is wat ik hierboven bedoelde. Maar er zijn ook veel individuele vissen. Wel hebben alle vissen gemeen dat ze ook nadrukkelijk pijn kunnen voelen, als ze stikken omdat ze te lang buiten het water gehouden worden is dat een hele pijnlijke ervaring voor ze. Dat is geen ‘dove’ afgezwakte pijn voor ze, maar echt een scherpe pijn, die echt als pijn voelt. Dat zijn de meeste mensen zich totaal niet bewust. Als dat wel zo was, zou men een geheel andere visvangst willen voorstaan. Angst zit niet zo erg in de vissen groep, hoewel de prooivissen wel degelijk een vorm van angst kennen. Bij vissen is het onderscheid tussen prooi en roof niet zo groot. Juist afhankelijk van de grootte van de soort is het een roofvis voor de kleinere soorten en een prooi voor de grotere soorten.
Dan kom je bij de groep zoogdieren in het water, zij hebben nog een heel ander soort gevoel, ze kunnen plezier ervaren en natuurlijk ook het tegenovergestelde daarvan, daardoor kunnen deze dieren zich ook ‘zwaar’ op de hand voelen. Het beste voorbeeld van plezier bij deze zeezoogdieren zijn de dolfijnen die bijna altijd plezier uitstralen. Dolfijnen behoren tot de walvisachtigen, waar gevoelens van een heel hoog ontwikkeld niveau zijn. Ze hebben een breed scala aan gevoelens van pijn, fijn, plezier en neerslachtigheid. Ze kunnen ook rouwen, dat kunnen vissen niet.
Over het algemeen kun je zeggen dat naarmate dieren hoger ontwikkeld (complexer gebouwd) zijn, zien we dat ze ook complexere en meer gevarieerde gevoelens kunnen hebben.
M: Dat is een heel college geworden en ik snap dat dit pas het begin is als je alle soorten dieren wilt doorlopen inzake hun mogelijkheden tot het hebben van gevoelens. Zullen we dat een andere keer doen?
H: Dat is prima. Het is veel informatie en misschien niet zo gestructureerd als anders, maar het is ook zoveel dat ik nu vooral wat voorbeelden heb opgesomd. Dank je wel.

250507

1000 kilo liefde

Stieren … als je dit woord zegt denk ik dat iedereen er meteen een beeld bij heeft. En vaak niet een positief beeld. Wat is ons toch weer allemaal aangepraat … ?

De eerste keer dat ik met een stier communiceerde zat ik tegenover hem. Hij in z’n binnenhok met stevige ijzeren buis ervoor en ik op een baal stro. Ik was verrast door zijn lichtheid en humor. En zijn enorme levendigheid. Hij was nog jong en verrassend potent in de zin van krachtig/sterk. Hij nodigde me uit om in zijn hok te komen zodat we samen konden spelen. Ik heb zijn aanbod lachend afgewezen. In de jaren daarna heb ik niet meer met stieren gecommuniceerd maar zijn lichtheid is me altijd bijgebleven.

Op een dag leerde ik Trudy kennen via de telefoon. Tot mijn verbazing was zij al jaren innig bevriend met stieren en ze vroeg mij even mee te kijken bij haar laatst overgebleven stier. Om eerlijk te zijn: er ging een wereld voor me open en ik moet zeggen dat ik me eigenlijk schaam dat ik zo lang ben meegegaan in de aanname dat stieren gevaarlijke dieren zijn. Wat doen we deze diersoort met z’n allen toch aan…

In 2024 heeft Trudy haar boek uitgegeven waarin ze verteld over 23 jaren omgang met stieren.

Ik beveel dit boek van harte aan om te gaan lezen en je te laten meevoeren in de innerlijke wereld van stieren.

Ik citeer een paar zinnen uit het boek:

“Met dit boek gaat een wereld voor je open, de wereld van stieren: magnifieke liefdevolle dieren, betrouwbaar, met een groot empathisch vermogen en openstaand voor een respectvol contact met de mens.”

“Hoe denk jij over stieren? Vorm jij je éigen mening? Ik vertel jou met mijn verhalen hoe stieren in wezen zíjn. Hoe stieren wórden door het gedrag van de mens als gevolg van te weinig aandacht, geen lichamelijk contact, geen genegenheid en geen respect, dat is niet hoe stieren in wezen zijn. Dat ze te eten krijgen en lichamelijk goed verzorgd worden is niet voldoende. Talloze onderzoeken hebben aangetoond dat baby’s en jonge dieren doodgaan als ze genoeg eten en drinken krijgen, maar daarbij geen liefde en aandacht krijgen. Wat denk jij hoe je hond reageert als die alleen een bak eten voor zijn neus krijgt en er verder geen sociaal contact is? Dan krijg je een onzekere, wantrouwende hond. We weten allemaal dat we een fijne, zorgzame hond krijgen als we de hond aandacht en liefde geven. Bij een stier (en elk ander dier) geldt hetzelfde!”

“Als dit boek uitkomt, zijn mijn stieren niet meer in leven en is er geen gelegenheid meer om mijn dieren in levenden lijve te kunnen ontmoeten. De enige manier om jou het unieke van deze wezens te laten ervaren, is door middel van een boek.”

“23 jaar contact en onderzoek hebben geleid tot dit boek. Jaren van bewondering, verwondering, verdriet, vreugde, maar vooral stil worden en met hen afzakken naar een bewustzijnsniveau waar alleen liefde en rust is. Ik hoop met dit boek te bereiken dat je je openstelt om hen te leren kennen. Deze dieren, stieren, kunnen je leven verrijken met hun kennis, hun onvoorstelbaar grote compassie en empathie.”

Het boek is te bestellen door een mailtje te sturen naar Trudy: trudy.de.ruiter@hetnet.nl

Kaila gooit baas omver

Mijn vrouw en ik komen thuis van boodschappen doen, we zetten onze tassen neer en kletsen nog even. Kaila rent op mij af en springt tegen me op en ik ben daar totaal niet op verdacht. Ik klap dubbel en val achterover tegen een kast en de muur. Er valt van alles op de grond, maar ik gelukkig niet. Maar Kaila is natuurlijk heel erg geschrokken en trekt zich meteen terug en is duidelijk droevig.
Ze doet dit altijd als ik thuis kom en zo begroeten we elkaar, maar ik was zo in gesprek met mijn vrouw dat ik er dit keer niet op voorbereid was. Echt een ongelukje dus.
Ik heb Kaila direct uitgenodigd om samen op bed te gaan liggen, heel dicht tegen elkaar aan en zo was het gelukkig snel weer goed tussen ons. Het is nu een paar dagen verder en tijd voor een gesprekje.

M: Lieve Kaila, weet je nog van enkele dagen terug toen ik bijna op de grond viel van jouw sprong ter begroeting?
K: Zeker weet ik dat nog, het was een nare botsing. Ik was bang dat ik je pijn had gedaan en voelde me schuldig dat je bijna gevallen was.
M: Gelukkig heb ik me geen pijn gedaan. En ik voelde me schuldig dat ik niet meteen aandacht voor jou had, terwijl ik dat anders wel altijd heb.
K: Ik was heel blij dat je me meteen mee nam om een lekkere lange knuffel op bed te doen samen. Dat bracht ons weer heel dicht bij elkaar. Misschien had ik dit keer ook wel een te grote aanloop genomen, waardoor ik met een stevige vaart tegen je op sprong. Niet handig van mij. Normaal heb ik iets meer geduld, maar ik was gewoon blij jullie weer te zien en dan hoort een staande knuffel erbij voor mij.
M: Dat is ook prima, ik ben ook altijd blij met jouw lieve knuffel bij thuiskomst. Maar goed, dit heeft nu wel een hoog knuffel gehalte, heb je nog iets anders te melden?
K: Ja, ik merk dat je reisplannen aan het maken bent voor ver weg, in tijd en in afstand. En dat jullie samen willen gaan. Kan ik met jullie mee?
M: Nee, dat gaat niet, je kan bijna iedere vakantie met ons mee en daar plannen we onze vakantie ook altijd op. Maar dit keer gaan lief en ik samen afscheid nemen van mijn vrijwilligerswerk ver weg in India en daar zou het voor jou niet fijn zijn om mee te gaan. We gaan een hele fijne oplossing voor je vinden. We hebben al wat in het hoofd, maar dat ga ik nu niet uitspreken.
K: Dat hoeft helemaal niet, ik weet wat je in je hoofd hebt, dat lijkt me eigenlijk wel erg leuk. Dat zou voor mij ook wel een beetje vakantie zijn. Ook al zal ik jullie heel erg missen.
M: Maar Kaila, dat duurt nog heel lang. Maak je dus nu maar niet druk hierover.
K: Dat doe ik ook niet, maar ik ving dat gewoon bij je op. Je weet wij dieren verstaan de kunst om in het nu te leven. Dat betekent niet dat we niet vooruit kunnen kijken, maar dat zal de pret van nu niet bederven.
M: Mooi gezegd. Wil je nog iets anders kwijt?
K: Nee, ik ben tevreden en hou van je.
M: Dat is wederzijds en daar genieten we heel erg van.
250422

 

De overgang

Iedereen die met dieren leeft wordt geconfronteerd met de dood. Door hun levensduur maken we immers vaker mee dat een van onze dierenvrienden sterft, dan een van onze mensenvrienden. Mensen denken wel eens dat dieren altijd weten hoe het sterven en de dood is. En dat ze daar meteen in berusten. Maar dat is niet mijn ervaring.

Ik word namelijk wel eens benaderd door mensen die nog erg met het overlijden van hun dier zitten. Het voelt ergens niet goed voor ze, ondanks dat ze veel ervaring hebben met overlijdens van vorige dieren.

De ervaring leert dat het in al die gevallen zo is dat het dier nog niet volledig heeft kunnen overgaan naar zijn bestemming. Ik tref zo’n dier dan altijd in een impasse: het kan niet verder en zit een beetje z’n tijd uit. Zo van: wat nu?

De redenen kunnen heel verschillend zijn. Soms is een overlijden te plotseling gegaan en is het niet duidelijk voor een dier wat er precies gebeurd is. En soms werkte het lichaam niet mee terwijl de geest nog wel wilde doorleven hier op aarde.

Ik vind het altijd mooi om te zien dat het altijd klopt als mensen bij mij aankloppen. Want er is dan inderdaad altijd iets wat nog aandacht vraagt.

Het leuke is dat de mensen die mij benaderen zelf ook sensitief zijn. Ik kan het dan ook rustig aan hen overlaten om ‘in de geest’ het laatste stukje met elkaar door te brengen zodat beiden door kunnen.

De veroordeelde boom

Deze boom bescherm ik al ruim 15 jaar, toen liet ze een hele grote zware tak vallen met een groot litteken tot gevolg. Iedereen wilde de boom kappen, maar ik liet zien dat ze zich heel goed herstelde, kijk maar naar de zuilen die ze naast het gat heeft gemaakt. Maar nu lijkt beschermen niet meer te lukken, ze ter dood veroordeeld, als je kijkt naar de versierselen die ze om heeft gekregen. Tijd voor een gesprek.

M: Dag mooie boom, kunnen we met elkaar in gesprek?
B: Jazeker.
M: Hoe voelt het nu dat je veroordeeld bent?
B: Niet fijn, ik berust er wel in. Zo is mijn leven als boom nu eenmaal.
M: Ja, ik begrijp dat je er niets tegen kunt doen. Maar jouw gevoel kan zich toch verzetten? En als wij een goed gesprek hebben waaruit komt dat je zelf denkt dat je nog jaren daar kunt blijven staan, dan kan ik proberen alsnog mijn invloed uit te oefenen.
B: Dat lijkt me een goed idee. Laten we maar beginnen.
M: Hoe zie jij het inzake jouw levensduur? En kun je veilig blijven staan?
B: Inzake levensduur kan ik nog vele, vele jaren blijven staan. Dat heb je gezien toen ik de eerste keer een grote tak moest laten vallen, al lang geleden. Toen heb jij mij beschermd voor kappen. Maar nu ben ik ouder en ik heb al een keer een tweede grote tak moeten loslaten. En mijn wortels zijn niet meer zo sterk als ooit, je ziet dat ik een klein beetje scheef ben gezakt.
M: Maar denk je dat je nog veilig kunt blijven staan? Zeg voor vijf jaar?
B: Dat denk ik wel, maar ik moet een voorbehoud maken dat ik geen garantie kan geven bij heftige stormen. Die kunnen soms zo sterk zijn dat zelfs de sterkste boom dan niet kan blijven staan. Dus dat kan ik niet garanderen. Aan de andere kant als het zo erg stormt lopen er geen mensen in het bos en is het risico niet groot dat ik mensen kan beschadigen.
M: Dat klinkt goed. Maar wat met die ene grote tak die er wel een beetje buiten het evenwicht bij hangt.
B: Ik weet welke tak je bedoelt. Die zit nog steeds wel goed vast, maar ik kan er mee leven om die tak op te offeren als jullie je daar veiliger bij voelen en ik als boom nog kan blijven staan.
M: Ik ga kijken wat ik voor je kan doen. Dank je wel voor dit gesprek.
250409

Muizen in de val?

Ik werk in de zorg en het gebouw waar 24 mensen wonen is ook bewoond door muizen. Waar het begon met de signalering van 1 muis in de nacht, is het uitgelopen tot meerdere muizen in de nacht en ook in de avond worden de kleine vrienden gespot. Ik, als heldhaftige gezien door velen, plaatste vorig jaar een diervriendelijke muizenval. Maar ja, hoe gaat het in de zorg? Er is aandacht voor de bewoners maar een ‘detail’ als een muizenval wordt vergeten. De muis die voor de pindakaas ging is een wrede verstikkingsdood gestorven door gebrek aan zuurstof.

Collega’s hebben de ongediertebestrijding erbij gehaald en die concludeerden dat het hele pand bewoond wordt door muizen en dat het binnenkomen wel erg makkelijk gaat. Alles gaat rigoureus aangepakt worden. Tijd om met de muizen te gaan praten.

Als ik me meld bij de muizen lijkt het even of er vanuit verschillende hoeken een aarzeling is maar vervolgens komen er een paar muizen bij mij in beeld. Het lijkt een echt overleg zoals we daar met elkaar zitten.

Al snel wordt me duidelijk dat de muizen deze locatie als een paradijs zien en dat er verschillende families wonen. Ik begrijp hun lol maar moet ze toch vertellen dat er een bedrijf komt die er niet is voor het behoud van de muis. Ik geef ze twee opties: of sterven in het snoephuis of wegwezen. Ik laat ze zien hoe ze buiten hun plekjes kunnen vinden en ik moet toegeven: het gebouw is wel aantrekkelijk… Ik vertel de beste dieren dat het mijn voorkeur heeft dat ze verdwijnen. Niet alleen voor hun lijfsbehoud, maar ook ter meerdere eer en glorie van het communiceren met dieren. Het zou toch mooi zijn als blijkt dat alle muizen zijn vertrokken?

Maar het gaat er niet zo in bij de muizen. Het lijkt of ze niet vooruit kunnen denken en heerlijk in het moment blijven leven. Ik heb ze drie dagen voor de komst van het bedrijf gewaarschuwd en vandaag is de laatste dag dat ik ze kan adviseren om te verdwijnen. Want morgen start het hele theater. Ik tref vandaag zowel een luisterend oor als scepsis en afwijzing. “Goh, ik lijk wel een profeet,” zucht ik. Als ik het zo inschat heeft de meerderheid een houding van ‘we zien wel’. Ik zeg het ze nog één keer: “Vanavond is de laatste kans om naar buiten te gaan.”

Wordt vervolgd.

Wat begrijpen apen van de dood?

In de Volkskrant wetenschap bijlage van zaterdag 15 maart verscheen er een mooi artikel over ‘Wat dieren wel of niet begrijpen van de dood?’. Het artikel beschrijft een opkomende vakgebied, met de naam evolutionaire thanatologie, of ‘doodkunde’. Het artikel laat nog vele vragen open.
Het leek me een goede gelegenheid om eens aan de dieren zelf om een antwoord te vragen.
Uit het artikel: ‘Bij apen is het vaak zo dat moeders nog dagenlang hun pas overleden baby’s bij zich dragen, vertelt Gonçalves’ collega James Anderson, emeritus hoogleraar psychologie. Een verklaring kan volgens Anderson zijn dat de dieren het verschil niet zien tussen dood of bewusteloosheid. ‘Als een moeder te snel haar baby achterlaat terwijl die misschien nog leeft, verliest ze haar investering. Terwijl het voor een dier of eigenlijk zelfs de hele soort kan lonen om uit te gaan van de kans dat een familielid weer herstelt.’ Toch zijn zeker mensapen volgens Anderson intelligent genoeg om misschien méér door te hebben. ‘Maar we weten dat gewoon nog niet.’” En daar zou ik graag antwoord op willen hebben.
Ik zoek contact met een aap die onlangs haar jonge baby heeft verloren.

M: Is er ergens een aap die mij uit ervaring kan vertellen hoe het voelt als een baby kort na de geboorte overlijd?
Het blijft een tijdje stil en dan meldt zich een chimpansee die deze ervaring heeft.
M: Wil je met me praten en mag ik dat gesprek gebruiken om mensen te laten begrijpen hoe jij dat gevoeld hebt?
C: Ja dat mag en ik wil er nu wel over praten. Het is al enige tijd geleden en ik heb het er erg moeilijk mee gehad.
M: Wil je je je gevoelens daarbij alsjeblieft vertellen?
C: Ik zal het proberen. Ik ben best een ervaren moeder en heb regelmatig kleintjes en dat is steeds opnieuw een grote opwinding voor me en daar krijg ik ook respect voor van mijn medebewoners. Maar soms gaat het niet goed en is het jong niet gezond. Dit keer is mijn jong al na enkele dagen overleden en dat kon ik totaal niet aan. Normaal zorg je jaren voor je jong en nu overlijdt hij al na enkele dagen. Ik kon absoluut geen afstand doen van hem.
M: Besefte je wel dat hij dood was?
C: Ja, eigenlijk meteen, ik besefte dat hij niet gezond was en dat het heel moeilijk zou worden. Maar ik had niet verwacht dat hij zo snel zou overlijden. Dus heb ik hem een tijdje bij me gehouden.
M: Wat voor gevoel geeft jou dat om het jong bij je te houden?
C: Het is mijn baby, mijn baby, niet gewoon zomaar een jong, maar van mij. En dat kon ik niet loslaten. Normaal is jouw baby ook altijd bij je, pas heel veel later worden ze een klein beetje zelfstandig, maar in het begin zitten ze aan je vast. Ik wilde dat gevoel vast houden, maar besefte wel dat het anders was. De baby was niet warm en hield zich niet aan mij vast, ik moest het steeds vast houden, maar ik kon het gewoon niet loslaten.
M: Ik begrijp je gevoel. Je zegt dat het al een tijdje geleden is, ben je er nu wel overheen?
C: Ja maar het blijft een hele nare ervaring, hoewel het wel vaker voorkomt. Ik heb het ook al een keer eerder gehad, maar nu heb ik mijn jong echt lang vastgehouden.
M: Weet jij waar je leeft? Zodat ik kan begrijpen waar dit zich heeft afgespeeld?
C: Ja, ik ben in een dierentuin in de warme streken en ze noemen me Natalia.
M: Dank je wel voor dit mooie gesprek. Ik hoop dat het goed met je gaat en dat je nog hele mooie baby’s gaat krijgen. Wil je nog wat zeggen?
C: Dank je wel dat je dit vertelt aan de mensen, want de mensen die mij zo lang met mijn baby zagen rondlopen begrepen er niets van, maar dat is rouw. En ik hoop dat jij dat kunt uitleggen.

Ik zoek op internet naar dierentuin en Chimpansee Natalia en vind een aantal artikelen over dit bijzondere geval. Natalia heeft zeven maanden haar dode baby bij zich gedragen voor ze afscheid heeft kunnen nemen.

250324