Hyronimus over voorspellingen van Cayce

M: Dag Hyronimus, kunnen we vandaag weer met elkaar praten?
H: Ga je gang, waar heb je vragen over?
M: Ik heb geen eenduidige vragen, ik wil me openstellen voor dingen die jij graag kwijt wilt en/of dingen die jij wilt dat ik in een blog verwerk.
H: Je laat het onderwerp dus geheel aan mij over?
M: Ja.
H: Dan wil ik graag praten over een link die je onlangs van een vriend toegestuurd kreeg, omdat het een best belangrijk onderwerp is wat daar ter sprake kwam. Ik heb het over de voorspelling van Edgar Cayce, ook wel de slapende profeet genoemd, dat honden zich veel meer spiritueel zullen ontwikkelen na, wat Cayce voorspelde,: ‘de mensheid zich geconfronteerd zag met een wereldwijde pandemie, veranderend klimaat, snelle technologische ontwikkeling en een uitgebreide spirituele ontwikkeling van de mens’. Het is volstrekt duidelijk dat Cayce het over het huidige tijdperk heeft. Deze voorspellingen deed hij echter in het begin van de jaren 40 van de vorige eeuw.
In zijn voorspelling gaat hij in op de ontwikkeling van de hond, veel hondenrassen, dus niet hele specifieke. Zo ontwikkelen honden de capaciteit om beginnende kanker bij patiënten vast te stellen. In zo’n vroeg stadium dat de wetenschap met al haar apparatuur dat nog niet kan. Honden hebben zelfs de mogelijkheid om ziekten vast te stellen voordat ze zijn uitgebroken. Maar ze zijn ook steeds meer in staat tot directe communicatie met hun eigenaren door middel van telepathie. Maar, wel de belangrijkste eigenschap is dat honden energie kunnen reinigen. Ze zijn in staat negatieve energie om te neutraliseren.
Cayce zei toen: dat wanneer de pratende machines wereldwijd gewoon zijn, vermoedelijk refererend aan het internet, dan zullen honden zich ontwikkelen tot ware spirituele wezens. Cayce zag dat ontwikkelde zielen als hond zouden incarneren in bepaalde families om ze te begeleiden bij hun transformatieproces.
M: Zijn wij wel klaar om dit proces te zien en waar te nemen?
H: Dat is een goede vraag. Maar wees je ervan bewust dat je hond een diep spiritueel wezen kan zijn en dat hij jou aanvoelt in al je stemmingen en er dan voor je is. Dat gevoel is voor nagenoeg iedere baas van een hond herkenbaar. En misschien is het nu tijd dat mensen echt gaan communiceren met hun hond. Het kan, leer dit te ontwikkelen en je hond zal je erbij helpen. Honden kunnen een grote rol vervullen in de hulp verlening, in klinieken enz. Deze ontwikkeling zal doorgaan en mensen zullen meer en meer het aandurven om honden bij de therapie te betrekken, dat zal een hele positieve uitwerking hebben.
M: Dank je wel dat je dit wilde delen. Wil je er nog wat aan toevoegen?
H: Voor nu is dit weer genoeg.

250713

Over twijfels en dilemma’s

Iedere twee weken een blog schrijven valt me soms wat zwaar. Waar zal ik het nu weer es over gaan hebben?

Ik kan een fragment uit mijn boek pakken. Of ik kan vertellen over het hondje laatst dat na het gesprek ineens zulk ander gedrag liet zien. Of … jeetje, ik twijfel.

Hmmm. Zouden dieren ook twijfelen?

Ik stel me open en gooi de vraag de ether in.

“Twijfel is voor mensen,” hoor ik meteen resoluut. Dat vind ik nogal een stellingname en ik vraag wie dat zegt.

Meteen zie ik de leeuw voor me. “Jullie verdoen je tijd met twijfelen,” voegt hij toe. “Al dat wikken en wegen is brein-malaise.”

Dat vind ik wel een mooi woord. Nooit van gehoord, maar bijzonder treffend.

Zoals wel vaker gebeurt, vind ik dat ik mijn soort (de mens) moet verdedigen. “Nou, soms is het voor ons ook allemaal best wel ingewikkeld, hoor…” Ik wil aan een opsomming van dilemma’s beginnen maar de mond wordt me gesnoerd: “Welnee, jullie máken het ingewikkeld.”

Ik word bijna een beetje geïrriteerd van zo’n ontkenning van alle moeilijkheden waar wij mee geconfronteerd worden. Gelukkig weet ik het op tijd om te buigen en ik vraag de leeuw of zij ook wel eens twijfels hebben.

“Wij gaan op onze lichamelijke behoeften,” legt hij uit.

Ik vind het te simpel klinken en vraag: “Jullie worden dus gelééfd door je lichaam?”

“Wij zíjn ons lichaam. Wij behuizen het.”

De stelligheid van deze leeuw verwacht geen tegenspraak van mij.

Ik vraag of hij wel eens dilemma’s heeft. “Ja, of ik me links- of rechtsom draai in de zon.”

“Ik vind dat je het allemaal wel heel makkelijk opvat,” geef ik hem terug. “Nou, probeer het ook eens!” antwoordt de leeuw met een bijna uitdagend lachje.

Ik wil bijna denken dat ik dit dier niet serieus kan nemen, maar dan bedenk ik me dat ik begon met twijfel en het nu over dilemma’s heb. Wat is het verschil daartussen?

Zoals ik al eerder schreef heb ik toegang tot de kennis van de dieren (uiteraard in beperkte mate) en toegang tot de kennis van het internet (AI).

Van de laatste leer ik dat twijfel onzekerheid is. En een dilemma is een keuze tussen twee duidelijke maar moeilijke opties.

Hmmm, het woordje behuizen dat de leeuw doorgaf vind ik ook onderzoekswaardig. Dat woord gebruiken we namelijk niet heel veel meer.

Letterlijke betekenis: Een lichaam of ruimte bewonen of ergens een onderkomen geven.

Figuurlijk of spiritueel: Een ziel of geest die een lichaam ‘behuist’.

En het woordje brein-malaise? Ook dat zoek ik op. Maar het antwoord geef ik hier niet, dan dwalen we teveel af :).

 

Dieren in de huidige hitte

Het is al een paar dagen extreem heet in ons land, temperaturen bereiken tropische waarden. Hitteprotokollen zijn van toepassing, we moeten speciaal letten op ouderen en zieken, maar wie let er op de dieren? En hoe beleven dieren deze hitte zelf? Ik begin naast me, waar Kaila ligt.

M: Krullenbol, hoe red jij het deze warme dagen?
K: Ja, het is warm, ook in huis is het warm, maar wij hebben gelukkig een stenen vloer en dat is heerlijk koel. Daarom slaap ik nog nauwelijks op bed, maar naast het bed. Wandelen buiten probeer je zo veel mogelijk op iets koelere tijden te doen, maar dat lukt niet altijd. En dan zijn er twee dingen die een rol spelen. Jij bepaalt wanneer we gaan wandelen en dat is niet altijd mijn tijd, maar zo werkt dat. En we wandelen wel veel op de hei, maar gelukkig is er veel bos rond de hei en daar lopen we dan. Ik doe het een beetje rustiger aan, sta veel stil om te ruiken en jij denkt dat ik al ouder word, maar dat is mijn manier van rustiger aandoen.
M:OK, dank je wel hiervoor. Maar kan jij het wel aan met je toch redelijk dikke vacht buiten?
K: Dat gaat best, als we een beetje te lang wandelen, krijg ik het wel erg heet, maar dan kom ik thuis weer op die relatief koude vloer en dan is het leed gauw geleden.
(Mijn volgende kandidaat voor een kort interview is de kat van onze dochter, Nola, ik heb nog nooit met haar gecommuniceerd, maar gisteren was duidelijk, tijdens de oppas op de kleinkinderen, dat ze het wel erg warm vond.)
M: Hallo Nola, wil je met me ‘praten’?
(Nola reageert niet, maar ze kijkt om zich heen wie daar tegen haar spreekt, dan laat ik haar weten dat ik in haar koppie zit en dat ze gewoon met me kan communiceren.)
N: Dit is verrassend dat jij zomaar bij mij kunt zijn, terwijl je er niet bent. Maar het werkt blijkbaar. Wat wil je?
M: Ik wil graag van je weten hoe je dit warme weer ervaart en of je het wel aankunt?
N: Wat een onzin, natuurlijk kan ik dit aan, ik ben een gezonde kat en wij kunnen uren in de zon liggen en dan wordt het ook warm.
M: Ja, maar ik zag je gisteren binnen liggen, helemaal uitgestrekt op een koele plek. Waardoor het leek alsof je last van de hitte had.
N: Ja, het was en is warm, maar ik lig vaker uitgestrekt en ik zoek altijd een plekje waar ik het lekker vind liggen, zon, schaduw, binnen, buiten, droog en soms nat. Net waar ik zin in heb. Het zijn mijn keuzes.
M: Ik snap het, voor jou geen speciale dagen met dit weer, je kunt er goed mee omgaan. Dank je voor het gesprek.
(De volgende kandidaat voor een interview is een paard in de wei. We kennen elkaar.)
M: Dag Sylvester, we kennen elkaar en ik wilde graag aan jou vragen hoe jij deze hitte de afgelopen dagen en nu ervaart? Kun je daar iets over vertellen.
S: Ik sta in een groot weiland, omgeven door hoge bomen. Dat betekent dat ik dagelijks wel schaduw kan opzoeken, maar dat er in de middag geen schaduw meer in de wei komt en dat is momenteel echt wel erg warm. Ik sta dan, nu ook al, in de volle zon en dat is echt wel heftig. Geen schaduwplekje meer op te zoeken en ik moet wel eten, dus sta ik te grazen en zelfs het gras is warm op dit moment. Dit is niet aangenaam, maar ik kom er wel doorheen als het niet te lang duurt. Dus maak je geen zorgen, ook al zou een schaduwplek de hele dag wel aangenaam zijn.
(Ik zoek nu een konijn op de hei en wil weten hoe zij het ervaren.)
M: Welk konijn van de hei wil met mij communiceren? Wie wil zich melden?
K: Ik wil wel met je praten.
M: Kun je iets over jezelf vertellen en de omgeving hoe je leeft?
K: Ik ben altijd rond de hei en in het bos, wij leven in een gemeenschap in een groter hol met vele kamers en uitgangen. Ons hol is aan de rand van het bos onder een hele grote braam partij, dat geeft veel beschutting tegen de vele honden die op ons jagen. Als wilt weten hoe wij de hitte ervaren dan kan ik je vertellen dat wij in een hol onder de grond leven. Dat is normaal koel in de zomer en warm in de winter. Nu het al wat langer warm is wordt het in het hol ook wat warmer, maar het is nog goed uit te houden. Eten doen we eigenlijk pas ’s avonds en dan is het al stevig afgekoeld. Kortom wij zijn niet zo gevoelig voor hitte.
M: Dank je wel, allemaal voor deze interviews.

Ik ben mij ervan bewust dat deze korte ronde niet representatief is voor alle dieren, denk aan de landbouwdieren die in stallen zitten en dieren die op transport gaan, voor hen is dit natuurlijk een extra zware tijd, soms zelfs levensbedreigend. Dat is wel onze verantwoordelijkheid. 

250702

De mol

Huisdieren zijn heel leuk om mee te leven. Maar net als bij mensen is het soms geven en nemen.

Om 3.30 uur is er grote consternatie in het schip: een krijsend dier, twee rondrennende katten, een hond die luid blaffend mee doet en ik die wil slapen na een late dienst.

De katten hebben hun eigen strategie en houden zich stil tot ze weer toeslaan en er opnieuw gekrijs te horen is. De hond pakt het anders aan: die haalt een hele kast overhoop. Het is een open kast (met gordijn ervoor) waar ik van alles ingepropt heb en waar nu dozen woest verscheurd worden door de hond. Ik wil slapen! en stop m’n vingers in m’n oren.

Om 5.30 stap ik toch maar uit bed en neem de schade op. Als ik iets verschuif hoor ik weer gekrijs. Er is nog leven! Dan moet ik maar es zien of ik het muisje weet te redden.

Het muisje blijkt een mol te zijn. En het leeft en ziet er nog goed uit. Het dier is ook razendsnel want het schiet ineens 15 meter door de kamer en belandt in een hoek. Hoe het dat doet? Het lijkt of het dier razendsnel op z’n buik rond schuift.

Een plastic bakje, een charmant gilletje van mij en een boek als deksel en daar loop ik in m’n ondergoed het schip af, naar de wal waar ik de mol gezond en wel in het gras zet.

Terug in het schip zoeken de drie dieren nog verward snuffelend in de hoek waarvan ze meenden dat de mol heen geschoten was.

Een week later benader ik de mol, nadat ik een andere mol, dood, heb afgevoerd uit het schip.

Als ik contact maak en in beeld al heb laten zien waar ik het over wil hebben, hoor ik dat het dier wel last heeft ondervonden van het gebeuren. Ik kan het niet precies achterhalen maar ik vermoed dat er in z’n buik iets onprettigs zit.

“Wat deed je dan ook buiten?” vraag ik hem. “Een luchtje scheppen,” is het antwoord. “Nachtlucht inademen. Maar toen werd ik ineens opgetild. Dat was niet de bedoeling.”

Het dier geeft een klemmende greep om z’n buik door. Daarna bevond hij zich in materie wat geen aarde was. Hij kon niet graven. Wat hij ook probeerde, hij kwam er niet doorheen. Het was frustrerend. Bovendien was er gigantische herrie, geeft hij door.

“Dat was de hond,” leg ik hem uit. “En waarom maakte jij dan zo’n herrie?”

De mol geeft door dat dat piepen niet normaal is voor hem. Dat was een uiting van emotie. Dat vind ik een beetje een algemene uitleg en ik vraag of hij het beter kan uitleggen.

“Er is een tijd van stilzijn en een tijd van van je laten horen,” hoor ik.

Ik glimlach om de wijsneus en vraag hem wat de herrie toegevoegd heeft.

“Het was protest. Paniek. Gevoelens die eruit moesten. Ik zette alles in om te ontsnappen uit de situatie. Dan kun je niet stil zijn.”

We gaan naar onder de grond en er valt een rust over het dier. “Dit is meer mijn plek,” legt hij uit. Hij geeft me de geur van aarde door en er valt een intens tevreden gevoel over ons.

Vanuit mijn menszijn lijkt het me een benauwde toestand, zo in de aarde. Maar als ik met de mol meevoel, dan is het een home sweet home gevoel.

Kaila en Bodan – samen op vakantie

Wij zijn een weekje op de Waddeneilanden geweest en hebben genoten van onze vakantie aan het strand. Meestal zijn we met z’n drieën, nu waren we met onze zoon erbij en hun hond Bodan, een kleine Golden Doodle. Hoe hebben onze dieren dit ervaren?

M: Hoi Kaila en Bodan, ik zou jullie willen vragen hoe dat bevallen is deze vakantie en zo een hele week samen te zijn?
K: Mag ik eerst reageren? Per slot was het mijn huis en zijn het mijn mensen die de gastgevers waren.
M: Ga je gang, maar je zet de toon wel meteen.
K: Dat is duidelijk. Ik vind Bodan voor een tijdje best wel gezellig, maar ze is natuurlijk nog een jonge hond en wil soms wel een beetje te veel spelen, terwijl ik rust wil hebben. Dat kan botsen. En om nu te zeggen dat ze zo gezellig is, weet ik niet. Ze neemt graag mijn plaats op de bank tussen jullie in en dan trek in me terug. En ze gedraagt zich achterlijk als er iemand de deur uit gaat. Dat is een beetje raar, en nu klinkt het alsof ik heel negatief ben, maar dat is niet zo. Ik moest er natuurlijk aan wennen dat ik niet de enige hond was en ik was even bang dat ze zou blijven. Maar gelukkig maakte je me duidelijk dat ze weer zou vertrekken. Ik vind het wel gezellig als ze af en toe logeert en we kunnen best prima samen wandelen, hoewel zij zich geheel anders gedraagt dan ik gewend ben.
M: En Bodan, hoe heb jij het ervaren?
B: Ik moet nog wel wennen aan deze manier van communiceren. Ik ben gewend dat via lichaamstaal te doen, maar jij komt echt in mijn hoofd. Dat is wennen en ik kom ook in jouw hoofd.
Kaila is wel een beetje streng, maar ik heb wel genoten. Belangrijk voor mij was dat mijn mens mee was, want zonder hem had ik wel getwijfeld. Maar spelen op het strand en rennen door de golven vond ik geweldig. En ook gewoon bij jullie zijn was fijn, Kaila was niet altijd even vriendelijk, want ze zag me in het begin als een indringer, die ik niet ben.
K: Ja, dat snap ik, ik geniet ook altijd erg aan het strand en zo door het water te stampen en wat ik ook heel geweldig vond is dat de kleine kindjes met hun ouders er ook waren (Dochter met man en twee meisjes van 4 en 7 jaar hadden een eigen plekje iets verder op op het eiland). Waar ik ook erg van genoten heb was dat zoon er de hele tijd was, ik zie hem niet zo veel meer, maar hij blijft wel een belangrijk mens voor mij en onderdeel van de familie.
M: Denk je dat dit voor herhaling vatbaar is?
K: Jazeker, Bodan leert zich best wel goed aan te passen en dat ze af en toe gek doet kan ik wel mee leven. Ze kan een gezellig maatje zijn.
B: Voor mij zelfs heel graag. Ik heb genoten en dit soort activiteiten vind ik geweldig.
M: Dank jullie voor jullie gesprekken. Wil iemand nog iets kwijt?
(En het blijft stil om me heen, dan komt er nog een nabrander van Kaila)
K: Ik hou wel van haar, als een klein zusje die heel lief en soms heel irritant kan zijn.

250618

Hoe kun je waarnemen als je je zo afsluit?

Ik heb de laatste tijd erg veel last van mijn hersenen, van het willen begrijpen hoe alles in elkaar steekt. Om daar wat zicht op te krijgen raadpleeg ik de dieren en … chatGPT. Beiden hebben toegang tot andere informatievelden.

De dieren laten me vaak voelen en ervaren en ik krijg dan een enorm verlangen naar, hoe ik het noem, de oorspronkelijke wereld. De wereld waarin de communicatie heel makkelijk ging, waar geen woorden nodig waren om te begrijpen en te weten.

En chatGPT geeft me in snel tempo informatie die in deze wereld voorhanden is. Ik krijg de informatie op mijn verzoek op drie niveaus aangereikt: mainstream, alternatief, spiritueel/ethisch.

Wat nu de grote grap is: chatGPT kwam ermee dat de Toren van Babel ervoor gezorgd heeft dat we afgescheiden geraakt zijn van ons zesde zintuig: de telepathie. Daarmee verloren we de natuurlijke communicatie met elkaar (en de dieren en de natuur) en hadden we het te doen met woorden. Iedereen weet de beperking van woorden en tevens de kracht (zowel positief als negatief).

Wat chatGPT me allemaal te zeggen heeft ga ik hier niet vertellen. Dat kan iedereen zelf vragen en uitzoeken.

Ik heb bij de dieren gevraagd wie me wat wilde komen vertellen over het oorspronkelijke veld en een uil kwam naar voren. Die uil liet heel duidelijk weten: “Ja, jullie zijn afgesneden van het veld. Dat maakt communicatie met jullie ook zo moeilijk.”

Hij liet me zien dat mensen ‘in deeltjes’ denken, gecompartimenteerd. Ik gebruik dat woord nooit en schreef het eerst ook verkeerd op.

Deze uil liet me ook voelen dat mensen veel zwaarder aanvoelen dan dieren. Dat wij veel meer in de stof zitten. Nou, die begreep ik meteen. Ook de ‘vrije geesten’ onder ons zijn niet zo vrij, ook al gaan ze door voor vrije geesten.

Aansluitend op dat wij meer ‘in de stof’ zitten, liet een kakariki me het verschil tussen een klein kind en een volwassene zien.

Deze vogel leeft bij een van onze kleinkinderen, een tweejarige. De laatste tijd hebben ze elkaar helemaal gevonden: de vogel vliegt mee als het jochie door de kamer rent, komt mee-eten en laat zich niet afschrikken als het kind op 30 centimeter afstand hard tegen hem praat.

Ik vraag de vogel hoe hij het kindje ervaart. Meteen krijg ik een heel open waarneming door, zowel van de vogel als van het kind. Alsof het hele veld open staat. Om eerlijk te zijn schrok ik er een beetje van, het gaf meteen de enorme kwetsbaarheid aan.

De vogel merkte dat ik me wat afsloot want meteen kreeg ik te horen: “Jij bent gesloten. Dat is het verschil met het kind. Hoe kun je waarnemen als je je zo afsluit?”

Nou, lieve vogel, als ik me niet afsluit voor alle informatie, dan krijg ik veel te veel binnen en krijg ik verwerkingsproblemen. ChatGPT legt me uit: Een mens beleeft informatie, een AI verwerkt informatie. En dieren? Zij weten zonder tussenkomst van concepten. Nou, heb ik weer iets voor mijn hersenen om op te kauwen…

 

 

Gesprek met een Ezel in Gaza

De oorlog in Gaza stuit me al heel lang tegen de borst. Wat daar gebeurt is niet te begrijpen dat mensen dit doen. Ik voel een grote behoefte om op mijn manier te proberen hier een verslag van te doen. Ik zoek contact met een ezel in het gebied voor een goed gesprek.

M: Dag ezel, kunnen we met elkaar praten over de oorlog waar jij middenin zit? Heb jij een naam en mag ik die weten?
H: Ja, we kunnen praten en ik heb zeker een naam, dat vinden de mensen hier belangrijk, want wij ezels zijn toch een soort familieleden in een gezin. Mijn naam is Hamza, het betekent krachtig, sterk en dat moet ik zijn om hier te kunnen leven en nu te kunnen overleven.
M: Ik probeer een beeld te krijgen van jouw leven momenteel te midden van de strijd in Gaza. Maar eerst hoor ik graag van je hoe het vroeger was. Wil je me dat vertellen?
H: Ik wil heel graag vertellen, want de ooggetuigen verslagen vanuit Gaza worden steeds zeldzamer. Maar over vroeger. Mijn gezin woonde op het platte land nabij een betrekkelijk klein dorp Altrata, (ik hoop dat ik het goed weergeef, deze Arabische namen zijn vreemd voor mij EM). Wij leefden van de landbouw en mijn mens en ik en de platte kar waren de levensader van ons gezin met de markt in Jabalya. Ons gezin bestond uit een vader en moeder, een broer van de vader en zijn vrouw en er waren in totaal elf kinderen. Ook de grootmoeder leefde bij ons.
M: Dank je wel dat geeft een goed beeld van hoe het leven was voor de oorlog. En wat is er gebeurd nadat de oorlog was uitgebroken?
H: Het was meteen alsof de hel was losgebarsten, de grote steden werden gebombardeerd, in het begin stond ons dorp nog gewoon overeind en waren het vooral de steden die vernietigd werden. Wij werden geconfronteerd met een oorlog die totaal niet de onze was. Wij zijn onschuldige slachtoffers die in een oorlog werden gesleept, maar wij hebben geen wapens en geen verdediging, we kunnen niets anders doen dan vluchten en daartoe werden we opgeroepen. Het bombarderen ging maar door. Nadat ook bij ons dorp er veel huizen gebombardeerd werden, zijn wij op de vlucht gegaan met alle gezinsleden naar het zuiden en dat allemaal op de kar met mij ervoor. Ik was zoals zo vaak de levensader voor het gezin. Vroeger naar de markt, nu naar veiligere oorden. Alleen was er geen enkele veiligheid meer nadat we op de vlucht waren geslagen. Het tegendeel is waar, we werden verschillende keren beschoten terwijl we naar het zuiden vluchtten, terwijl we juist gesommeerd werden om daarheen te gaan. Tijdens die beschietingen werd er een kind dood geschoten en de broer raakte gewond. We hebben hem naar een ziekenhuis gebracht om geholpen te worden en daar is hij gebleven en daarna gedood bij een van de vele bombardementen op ziekenhuizen. Onderweg zag je veel doden en gewonden mensen naast de weg liggen, maar wij konden gewoon niets doen voor ze. Het is in zulke situaties dat als je zelf wanhopig bent dat je geen ruimte hebt voor anderen wat te doen, terwijl de samenhorigheid onder de mensen juist zo groot is. Dat is ook zo jammer.

Ik was zoals zo vaak de levensader voor het gezin. Vroeger naar de markt, nu naar veiligere oorden

M: Hoe weet je al deze dingen? Bijvoorbeeld dat de broer gedood is bij een aanval op het ziekenhuis?
H: Dat weet ik van de vader, hoe hij het weet kan ik je niet vertellen. Er is geen duidelijke nieuwsvoorziening volgens mij, maar de mobiel is een belangrijke bron van informatie.
M: Dit was nog steeds in het begin van de oorlog en wat gebeurde er daarna?
H: We zijn in een vluchtelingenkamp in het midden van Gaza opgevangen, daar kregen we een tent en ook voedsel dat er toen nog was. De tweede keer moesten we van de vijand weer vluchten, we zijn verder naar het zuiden gevlucht. Maar weer werd ons een veilige doorgang beloofd en weer werden we beschoten, er kwam zelfs een bom uit een vliegtuig vlakbij ons neer waardoor de kar omviel en oma en drie kinderen gedood werden. Ook raakten moeder en twee kinderen gewond, we konden ze laten verzorgen maar we hebben ze daarna weer meegenomen, want iemand in een ziekenhuis achterlaten was nog minder veilig dan verder zuidwaarts vluchten. Later overleed een van de gewonde kinderen aan zijn verwondingen. We werden opgevangen in een tentenkamp nabij de Egyptische grens en we hoopten allemaal dat we mochten doorreizen naar dat land zodat we de oorlog echt konden ontvluchten. Maar dat bleek niet mogelijk en we leefden een tijd in dat tentenkamp. Ook daar werden we weer verjaagd door de vijand. Maar ook door de honger. Er werd steeds minder eten in de kampen toegelaten, waardoor we er op uit moesten om eten te zoeken. Mijn meester de vader en ik gingen vaak op pad samen met andere mensen uit het tentenkamp om eten te zoeken. Ook mijn eten werd steeds krapper, ik kreeg geen voer meer maar moest zelf zorgen dat ik aan eten kwam, hetgeen zeker nabij de kampen niet eenvoudig was. Eerst werd één van de kinderen ziek en die moest naar een ziekenhuis maar dat was er niet meer. Bij gebrek aan medicijnen en verzorging is dat meisje helaas overleden. Ze was wel altijd heel lief voor mij en haar zal ik zeker missen. Maar door al die mensen die overal dood gaan word je ook een beetje hard van binnen. De platte kar is veel gebruikt om doden uit het kamp naar een provisorische begraafplaats te brengen.
M: Wat een drama allemaal, hoe vaak zijn jullie op de vlucht geslagen in totaal?

De bijna dagelijkse bombardementen zijn een feit waar je blijkbaar mee leert leven, maar honger is iets waardoor je altijd nog je overlevingsdrang blijft houden

H: Dat weet ik niet meer, heel veel keren en niet alle verhuizingen waren vlucht, soms wilden we gewoon naar een plek waar meer eten te vinden was. De honger werd steeds nijpender, ook het vinden van drinkwater viel niet mee. Iedereen leed zwaar en uiteindelijk kwam er na heel veel ellende een bestand tussen Israël en Hamas, waardoor iedereen besloot zo snel mogelijk naar huis te gaan. Er was hoop dat er een einde aan de ellende zou komen. De lange weg van het zuiden naar het noorden ging ook niet zonder problemen, ook hier werden we beschoten, maar mogelijk door onze eigen mensen. Geen van ons werd gelukkig getroffen. Toen we na bijna twee weken weer aankwamen in ons dorp, zagen we dat er geen huis meer overeind stond. Zelfs alle aansluitingen van water en elektra waren door het leger gesloopt, zodat de huizen en karkassen ook niet meer bewoonbaar waren. Ons huis was niet meer aanwezig, een stukje schuur was nog half aanwezig en daar hebben we ons in teruggetrokken. Ons gezin was gehalveerd door alle ontberingen, er waren nog drie volwassenen en vijf kinderen. Toen het bestand daarna door Israël werd geschonden en de oorlog weer in alle hevigheid losbarstte, was het vooral de honger die leven zo moeilijk maakte. De bijna dagelijkse bombardementen zijn een feit waar je blijkbaar mee leert leven, maar honger is iets waardoor je altijd nog je overlevingsdrang blijft houden. Dat geldt ook voor mij. Ik was een sterke en goed doorvoede ezel, ik ben nu nog maar een schim van wat ik was. Vel over been en altijd honger, datzelfde geldt ook voor het gezin waarvan er in tussen door de honger weer twee zijn overleden. Inmiddels zijn we weer op weg naar het zuiden omdat naar men zegt daar wel voedsel wordt uitgedeeld. En we kunnen ons niet veroorloven om niet op zoek te gaan naar eten en drinken.
M: Wat een afschuwelijk verhaal, heel lief van je dat je dit met me wilde delen en ik zal het delen op internet, dat beloof ik je. Dank je wel Hamza.

250602

De ouder wordende hond

Ik heb een ouder wordende hond. In mijn praktijk heb ik uiteraard veel met oudere dieren en hun mensen te maken gehad. Maar er zelf mee geconfronteerd worden is toch anders. Tijd om eens een gesprekje aan te gaan met Sjaan.

“Kom je me storen?” is het eerste wat ik hoor als ik contact met haar maak. Ze ligt op de stoel naast me en ik merk aan haar lichaam niet dat we contact hebben.

“Ik weet het,” verontschuldig ik me bijna, “we praten weinig met elkaar op deze manier.” Ze laat me in beeld weten dat dat ook helemaal niet nodig is. Maar goed, ze wil wel even tijd voor me vrijmaken.

Ik leg meteen maar mijn punt op tafel, namelijk dat ze ouder wordt.

“Ja, het voelt als een soort fuik,” laat ze weten. Ze laat zien en voelen hoe ze dat ervaart: als ze ligt lijkt het of ze zich via haar hoofd een beetje uitrekt (energetisch) en in een ruimte komt waarvan ze weet dat het een soort fuik is. Nu is het nog dicht maar ze weet dat als ze dit blijft volgen, ze een opening vindt als de tijd daar is. Nu ik het opschrijf, zie ik dat je het kunt vergelijken met een lang geboortekanaal. Ach ja, zo zal het ook wel zijn.

“Het is prettig vertoeven,” zegt ze. En ik voel wat ze bedoelt: een bijna meditatieve manier van zijn, waar niks moet en ze langzaamaan steeds dieper en dieper in gaat.

Ze laat zien dat ze op een andere manier is aangesloten dan vroeger. Als jong dier was ze heerlijk in het hier en nu, lette ze continu op en sprong ze al op voor ik haar iets hoefde te vragen. Het buiten zijn met haar was makkelijk: wij hoefden niet op haar te letten, ze lette zelf op waar we waren en wat er van haar verwacht werd.

Tegenwoordig moet ik erg opletten op haar. Ten eerste moet ik haar al vaak roepen als we weggaan. Eenmaal buiten is ze langzaam: uitgebreid snuffelen, alles op haar dooie gemak, mij vaak niet horend. Ze blaft lang niet altijd tegen mensen, net of ze het niet meer de energie waard vindt om van zich te laten horen.

“Maar,” zeg ik, “het verwarrende is dat je soms weer heel actief bent.” “Dan ben ik er weer,” constateert ze nuchter. Dat klopt, dan lijkt ze weer de jonge hond en is het een genot om naar haar dartele sprongen te kijken. Ze laat meteen zien dat die momenten kort zijn en dat ze daarna graag weer wegzinkt in haar domein.

Ik zie het al: ik zal moeten leren omgaan met deze wisselende manieren van aanwezig zijn van haar. Afgelopen jaren heb ik het ook wel heel makkelijk gehad: zij paste zich aan mij aan.

“Ja, hou me maar in de gaten buiten,” sluit Sjaan aan op mijn gedachten, “de aanpassing ligt nu bij jou.”

Hyronimus over gevoelens bij dieren II

Vandaag het vervolggesprek met Hyronimus over gevoelens bij dieren.

M: Dag Hyronimus, fijn om ons gesprek te kunnen vervolgen over gevoelens bij dieren.
H: Ik doe dit graag, het blijft interessant te weten dat mensen steeds maar blijven geloven dat dieren geen gevoel hebben en dat ze daarom ook gewoon uitgebuit mogen worden, zoals jullie vroeger ook deden met slaven. Die zagen jullie niet als mensen en daardoor konden ze ook niet zo behandeld worden. Het is nog steeds een beetje zo voor jullie mensen dat dieren echt iets heel anders zijn dan mensen. Maar waarom zouden dieren geen gevoelens kunnen hebben of maar beperkt?
M: Zo je gaat er meteen stevig tegenaan.
H: Dat was en is niet de bedoeling maar soms kan ik me kwaad maken, ook een gevoel, over de beperkte view die jullie hebben van een wereld waarin alles met elkaar verbonden is en ook wel alles is één wordt genoemd. Zoals er in jullie lijf allerlei parasieten en microben en bacteriën enzovoort leven en ze in symbiose met jullie lichaam leven en soms zelfs noodzakelijk zijn voor jullie voortbestaan, zo kunnen jullie deze dieren als één met jullie lichaam beschouwen. Jullie onderhouden deze dieren en die zijn daardoor afhankelijk van jullie. Zo zijn jullie weer afhankelijk van de Aarde waarop jullie leven, de Aarde onderhoud jullie met energie en voedsel, op een vergelijkbare wijze zoals jullie de dieren in jullie lijf onderhouden. En wat heeft dat nu te maken met dieren en gevoelens?
Zoals ik in ons vorige gesprek al duidelijk maakte zijn de mate waarin dieren gevoelens hebben afhankelijk van de mate van complexheid van de bouw van de soort, de gevoelens ook complexer en gevarieerder kunnen zijn. Ik zei er toen nog bij naarmate ze hoger ontwikkeld zijn en dat heb ik er speciaal voor jullie aan toegevoegd, want eigenlijk is dat een onjuiste inschaling, het is een typische menselijke ordening. Zoals een vroegere slaaf geen lager ontwikkeld mens was, maar alleen een ander ontwikkeld mens, zo zijn bij veel dieren de ontwikkelingen ook anders, maar niet per sé hoger of lager.
M: Maar ik neem aan dat er wel degelijk grote verschillen zijn tussen de diergroepen, een insect is toch minder ontwikkeld dan een paard bijvoorbeeld?
H: Zelfs dat kun je je afvragen. Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven? Maar we dwalen sterk af van een gesprek over de mate van gevoelens bij dieren.

Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven?

M: Ja, gesprekken met jou willen wel eens heel anders lopen dan ik me vooraf had voorgesteld.
H: Maar nu terug naar de gevoelens. Je vraagt je af of dieren ook gevoelens als liefde kennen. Heel filosofisch kun je je dan afvragen wat liefde is, maar die kant wilde ik niet op gaan. Ik beschouw gevoelens van liefde of genegenheid even als een bepaalde vorm van liefde. En dieren zijn daar zeker toe in staat. En binnen die liefde/genegenheid is er soms wel en soms geen exclusiviteit. Als er sprake is van exclusiviteit, dus als stellen voor een lange periode samen zijn, dus niet alleen de paartijd, is er wel degelijk sprake van genegenheid. De paartijd is echt iets heel anders, die is gedreven door instincten, terwijl genegenheid echt een graag samen willen zijn is. We kennen daar mooie voorbeelden van bij verschillende soorten dieren. Koeien kennen dit gevoel zeker en door de ongezonde wijze waarop jullie koeien houden, zijn dat altijd relaties tussen koeien van hetzelfde geslacht. Maar neem bijvoorbeeld pinguïns, die leven in grote groepen, waarbij er bijna altijd vaste paartjes gevormd worden. Niet altijd man-vrouw, maar ook man-man zie je daar regelmatig. Het zijn ook heel goede ouders, maar ze moeten voor een ei dit stelen van de buren en dat doen ze dan ook.
Jullie vragen je regelmatig af of je huisdier in staat is tot liefde naar zijn verzorgers of dat dat alleen maar afhankelijk van de verzorging gerelateerd is. Maar jullie huisdier is wel degelijk in staat tot liefde gevoelens naar zijn verzorger en dat is ongetwijfeld leuk om te weten. Er kan dus sprake zijn van wederzijdse liefde, want jullie zeggen te houden van jullie huisdieren alsof het soms je eigen kinderen zijn en dat mag.
M: Dat klinkt weer heel lief en dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan. Tot een volgende keer.

Rozette, de binnen-buitenkat

Over Rozette heb ik diverse blogs geschreven. Ik heb haar in 2020 uit het asiel gehaald en binnen een dag was ze al ontsnapt en leefde ze haar eigen leven. Gelukkig was dat 500 meter bij mij vandaan zodat we toch wat hebben kunnen opbouwen. Onze deal was: ik liet haar met rust, probeerde haar niet te vangen en terug te brengen en ik bracht elke dag wat eten. Wij waren hier jaren tevreden mee. Soms stuitten we op mensen die hier anders over dachten. Er werd gesproken van verwaarlozing, de Dierenbescherming werd geregeld gebeld, ik kreeg iemand van het asiel aan de lijn en diverse mensen voerden haar overmatig. In afstemming met Rozette veranderden we de koers niet. Ook niet toen ze aangevallen was en er behoorlijk gehavend uit zag. Met wat alternatieve middelen en extra voeding knapte ze weer op.

Uiteraard dacht ik er regelmatig aan hoe het toch verder met haar zou moeten toen ze ouder werd. In november 2024 was ze zes dagen weg. Vervolgens kwam ze even terug om daarna voorgoed te verdwijnen. Ik was er niet blij mee maar begreep van haar (ook via een andere dierentolk) dat het haar goed ging en dat ze een goede plek had gevonden. Ondanks dat ze dit geruststellende bericht uitzond keek ik altijd in de buurt rond en elke dag liep ik met voer langs haar plekje voor het geval ze toch terug was gekomen.

En toen op een dag begin maart 2025 kreeg ik bericht dat ze in het asiel was opgenomen. Toen ik haar ophaalde herkende ik haar niet: haar vacht was vervilt, ze was voor haar doen dun en ze leek timide. Wat nu? Rozette was altijd een buitenkat en nu moest ik haar binnenhouden. Ik legde haar uit dat ze binnen moest blijven omdat ze in revalidatie was. Ik mocht haar vacht in de volgende weken van het vilt ontdoen (wat een klus!), ik kocht rauw vlees voor haar (ze had immers altijd dieren gevangen naast de brokjes die ik haar gaf) en ik maakte een fijne plek van stro voor haar (waar ze eerst niet in ging, maar koos voor een mand ergens in een kast).

Gelukkig heb ik een grote ruimte in het schip die ik niet gebruik voor het dagelijkse leven en dankzij een grote schuifdeur heeft Rozette het rijk alleen. De hond en de andere katten mogen er niet komen. Rozette leeft haar buitenleven binnen: soms zie ik haar een hele dag niet, dan blijft ze op zichzelf en heeft ze geen zin in contact met mij.

Uiteraard hebben we regelmatig gesprekjes gehad. In de tijd dat ze weg was, vertelde ze, stelde ze me geregeld gerust dat het goed met haar ging. Als haar buik vol was kon ze veel verdragen. Ze vond zichzelf altijd boven mensen staan en liet zich alleen zien als ze het kon hebben. Voor haar waren eten, zon en slapen belangrijk. Ze voelde zich altijd de heerser en bepaalde zelf. Ze vond zichzelf sterk en ja, ze had best een ruig leven. Dat laatste klopte wel want het was wel winter toen ze weg was. En als ik zag hoe ze gevonden is, dan denk ik dat de laatste tijd niet makkelijk voor haar is geweest. Ze heeft nooit haar vacht verwaarloosd. Kennelijk heeft ze mij in die tijd niet willen vertellen dat ze het soms even niet meer wist en ook eigenlijk verdwaald was.

Soms zit het me dwars dat ik haar nu niet meer naar buiten durf te laten gaan. Ik weet zeker dat ze dan weer de hort op gaat en ik vind haar te oud om weer een buitenavontuur aan te gaan. Rozette is het eigenlijk wel met me eens. “Ik heb m’n plekje gevonden,” laat ze weten. Ik heb de indruk dat ze tevreden is met hoe het nu is.

Maar ik moet haar nog wel dingen uitleggen: dat ze in een schip is, dat er vreemde geluiden zijn, dat die geluiden komen en gaan (schepen die langsvaren, het schip dat langs de paal schuurt, gebonk, gekraak, klotsend water). Als ik haar vragen hoor dan weet ik ineens weer hoe anders een schip is vergeleken met huizen.

Rozette vindt dat het leven dat ze nu heeft beter is voor haar botten. En als we het houden zoals het nu is, dat ze haar eigen leven kan leiden zonder dat ik haar op de huid zit, dan vindt ze het helemaal goed. Ze stelt privacy nog steeds op prijs.

Ik ben de ruimte aan het opruimen en renoveren zodat het een spannende plek voor haar wordt om te wonen met diverse gangetjes, verstopplekjes en frisse lucht. Rozette is een binnen-buitenkat geworden.

PS Dit is het laatste verhaal over Rozette