Wié hoort je?

Ik zit in het bestuur van de stichting DierenPerspectief en ineens ben ik benieuwd wat dieren er eigenlijk van vinden dat we op deze manier bezig zijn.

Als ik ‘de lijn opengooi’ komt er meteen een koe naar voren die me vermoeid laat weten dat wij als mensen zo enorm georganiseerd zijn. Ze lijkt er doodmoe van te worden.

Door haar ogen zie ik hoe complex wij inderdaad alles georganiseerd hebben. Een verandering proberen te bewerkstelligen in die hele complexiteit lijkt haast onmogelijk.

Samen met de koe dreig ik even in wanhoop te verdrinken. Dan laat de koe me iets moois zien: koeien hebben vaak een bepaalde route, een bepaald pad, dat ze lopen. Maar als je er iets van afwijkt en die route volhoudt, dan kom je heel ergens anders uit dan wanneer je de vaste route aanhoudt. Er is dus hoop…

We gaan even terug naar de complexiteit van hoe wij alles op- en ingebouwd hebben als mensen. “Alles zit zo klem,” laat de koe weten, “daardoor zitten jullie zelf ook klem. Het natuurlijke is verdwenen.”

Ze laat zien dat de stallen bestaan uit looproutes, piepjes, harde geluiden. Om knetterdol van te worden.

“Wij willen gewoon rust. En gewoon leven. In rust. Wij willen geen overspannen kop.”

“Wat vind je er dan van dat er mensen zijn die willen proberen om het leven voor jullie beter te krijgen?”

“Het is een druppel op een gloeiende plaat,” laat de koe weten. En ik zie meteen een druppel voor me die sissend verdwijnt zodra de plaat aangeraakt is. Om moedeloos van te worden.

“Er komt geen natuurlijke verandering meer,” wrijft de koe me nog es extra in. “Er komen alleen nog maar éénduidiger looproutes. Recht de fuik in. Je mag blijven roepen, maar wie hoort je?”

Ze laat me zien hoe de koeien een fuik in lopen en hoe het hele systeem zich vastdraait. Ook in zogenaamd diervriendelijk gedrag. Al de technische ontwikkelingen is niet wat deze koe wil. Ze wil het natuurlijk: buiten, waar het heerlijk is en waar rust is. Een stal zou een rustige slaapplek moeten zijn, geen lawaaiige fabriekshal.

“Die hóófden van mensen…” verzucht de koe, “zó vol…”

De koe laat me zien hoe zij hun leven ziet: lopend naar een vleesmolen, onderweg uitgemolken wordend.

“Het gaat jullie om ons gebruik, niet om ons leven.”

Hoe deprimerend wil je het hebben.

“Heeft het wel zin dat een aantal mensen het probeert te veranderen voor jullie?” vraag ik.

“Natuurlijk wel! Maar nogmaals: wié hoort je?”

Ik zit inmiddels diep in de rotgevoelens en uitzichtloosheid. De koe reageert daarop: “Ja hoor eens, als het antwoord je niet bevalt had je de vraag niet moeten stellen.”

Houtduif meldt zich

Ik moet een blog plaatsen en dus wil ik een gesprek voeren maar heb geen idee wat ik zal doen. Ik ga zitten en wacht wat er binnenkomt. Er meldt zich een houtduif en ik denk wat moet ik daarmee, ik zie hem niet en ik vind het eigenlijk wat onnozele dieren. Dat is natuurlijk tegen de zere poot van de duif. Dus hier het gesprek.
M: Waarom kom jij bij mij binnen?
D: Simpel omdat je je open stelde en ik dacht, laten we eens kijken wie dat nu is.
M: Dus nieuwsgierigheid van jouw kant?
D: Dat kun je wel zeggen, maar ik merk ook dat je een vooroordeel over ons hebt. Waarom?
Tja, en daar val ik dus door de mand. Want we lezen elkaars gedachten en ik gaf net aan het wat onnozele dieren te vinden en dat moet ik nu verantwoorden. Succes Eddy Mulder.
M: Ik probeer als mens zo oordeel loos als mogelijk te zijn, maar dat is niet altijd eenvoudig. En op het punt van de houtduif valt me altijd op dat als jullie op straat zitten om de gevallen en kapot gereden beukennootjes en eikeltjes te eten, jullie zo laat pas wegvliegen. Ik moet altijd remmen om te voorkomen dat ik een houtduif raak. Dat vind ik onnozel gedrag. Sorry dat ik dat zo recht voor zijn raap zeg. Het spijt me. En doordat jullie steeds zo laat opvliegen worden jullie ook gemakkelijk door de vos gepakt.
D: Daar hoef je geen spijt van te hebben. Dat is jouw waarneming en wij zijn inderdaad wat slow motion in dit soort dingen. Ik zal proberen dat uit te leggen. Wij horen het mogelijke gevaar aankomen en kijken dan op, maar onze ogen zijn niet zo scherp op grote en bewegende voorwerpen. Dus zijn we aan het scherpstellen om te zien of dat reden is om weg te vliegen. Maar dan zijn we soms wat laat en doordat we best wel zwaar zijn, komen we niet zo gemakkelijk van de grond. En ja, dan gaat het soms wel eens mis.
M: Maar dan zouden jullie als groepsziel dat toch zo langzamerhand wel geleerd moeten hebben door al die aangereden duiven en nog steeds zijn jullie wat traag in je reactie.
D: Misschien is het ook wel een karakter eigenschap, we leven open en tevreden en zien niet zo snel het gevaar voor ons leven, misschien een beetje te goed van vertrouwen?
M: Daar lijkt het wel op. Wat onderscheid jullie van de andere duivensoorten als de postduif of de tortelduif?
D: Wij komen het meest voor en we zijn de grootste duivensoort. Maar er zijn wel veel soorten duiven die zeker niet allemaal vergelijkbaar zijn. Dus om dat allemaal te weten moet je niet bij mij zijn.
M: Heb jij nog iets toe te voegen aan ons gesprek?
D: Ja, we zijn de meest voorkomende duivensoort en we zijn wat onnozel volgens jou en er mag op ons gejaagd worden, hoe kunnen we dan met zoveel duiven zijn?
M: Dat is best wel een goede vraag. Want ook met het broeden zijn jullie niet zo handig. Jullie maken een slordig nest en regelmatig vallen de eieren gewoon door de gaten in het nest, dus ook dat onderdeel is niet jullie sterkte eigenschap.
D: Daar staat tegenover dat we best wel veel jongen in een jaar kunnen produceren. We kunnen tot wel drie keer per jaar jongen groot brengen. Dus zo doen we dat toch weer slim.
M: Misschien moet ik van het woord onnozel een beetje onhandig maken. Voelt dat beter?
D: Jazeker, dat is een heel andere benadering, daar spreekt geen oordeel uit maar een liefdevolle benadering.
M: Dat heb ik hierbij mijn mening aangepast.
D: Ik ben tevreden en nog een fijne dag.

250827

 

Kijken is niet gevaarlijk

Een paar dagen geleden werd ik verrast door een kitten dat nieuwsgierig zat rond te kijken. Vanaf toen zag ik hem elke dag even. Tijd voor een praatje.

Op het moment dat ik contact maak, schiet hij weg in mijn beeld. Al snel laat hij zich weer zien. Hij wil wel es onderzoeken wie ik ben en hoe ik op deze manier contact kan maken.

Ik begin het contact met te laten zien dat ik eigenlijk vind dat kittens een thuis moeten hebben waar ze veilig kunnen opgroeien. Met dat ik het denk, realiseer ik me dat dat mijn idee is. En inderdaad: het katje vindt geen aansluiting bij mijn denken. Hij vindt dat hij op een goede plek terecht is gekomen. Ik zie allemaal kleine, beschutte verstopplekjes en over elkaar spartelende kittens.

Toen ik het diertje voor het eerst zag, meen ik dat er 2 of 3 andere kittens wegschoten. Het diertje beaamt dat het een gezellig nest is. Hij laat zien dat ze spelen, oefenen en steeds sterker worden.

Ik haal het beeld naar voren toen ik hem voor het eerst zag. Hij zat op pallets en keek ons aan terwijl we met een auto bezig waren.

“Vond je het niet gevaarlijk?” vroeg ik, met het oog op hoe dicht hij bij ons zat.

“Kijken is niet gevaarlijk,” krijg ik als antwoord.

Ik zeg het diertje dat ik dieren altijd wil aanraken als ik ze zie. Hij vertelt me meteen dat dat niet nodig is. Contact kan ook van afstand.

“Er zijn hier heel veel katten,” vertel ik hem. “Ja, en ze laten etensrestjes liggen,” vult hij aan. Mooi, weet ik meteen hoe ze zich voeden naast het voedsel dat ze krijgen van hun moeder.

Ik vertel het diertje dat ik hem heel dapper de wereld in vind kijken. Hij voegt toe dat hij nieuwsgierig is en graag dingen onderzoekt.

Onbewust denk ik aan de vrachtwagens die op dit terrein rijden en de vuilnis die gestort wordt. Zijn de kittens wel veilig?

“Plekjes vinden is geen probleem,” haakt het katje in op mijn beelden/gedachten.

Door moeheid ben ik even in slaap gevallen. Het katje laat zien dat hem dat ook wel overkomt. Gewoon de draad weer oppakken, is zijn advies.

“Nou, ik hoop je nog vaak te zien. Want ik kijk nu natuurlijk altijd of je er bent. Je hoeft niet bang te zijn.”

“Het gaat niet om bang zijn maar om jezelf veilig stellen,” zegt de kleine kat. Ik interpreteer het meteen als bang als hij wegschiet, maar hij heeft gelijk als hij opmerkt dat het het belangrijkste is om eerst het lijf veilig te stellen. Weer wat geleerd van een kitten!

Flo is behoorlijk in de war

Op verzoek van vrienden, probeer ik contact te leggen met Flo, het hondje dat alleen is achtergebleven na het zeer plotselinge overlijden van Vigo. Flo is oud en al enige tijd behoorlijk in de war, dus het is de vraag in hoeverre een contact gaat lukken.

M: Beste Flo, kan ik in contact met je komen?
F: Ja, dat kan gelukkig wel, al is mijn fysieke verschijning behoorlijk de weg kwijt, maar ik kan als ziel nog gewoon communiceren.
M: Dat is fijn om te horen. Mag ik je vragen hoe het komt dat jij nu zo van streek bent omdat Vigo er niet meer is?
F: Dat is heel eenvoudig. Vigo werd plotseling ziek en een tijdje later zijn ze met hem vertrokken en hij is niet meer echt teruggekomen. Ik heb Vigo wel nog even gezien, maar weet niet of dat fysiek of niet fysiek was. En het was maar kort. Te kort voor mij om te begrijpen wat er is gebeurd.
M: Mag ik je dan helpen met wat er gebeurd is te vertellen en ik hoop dat dat jou wat rust kan geven?
F: Ik ben benieuwd.
M: Vigo was plotseling heel erg ziek en is in een hele korte tijd overleden. Zo snel dat zelfs Vigo even de weg kwijt was, was hij nu dood of niet? Er is geen normaal stervensproces aan vooraf gegaan en daardoor is ook Vigo in verwarring. Die verwarring van Vigo die voel jij nu ook, waardoor je helemaal in de war bent.

Ik krijg nu van Vigo door dat hij echt in de war is en dat ik hem nu heb kunnen vertellen wat er gebeurd is en dat het een normaal proces is waar hij doorheen gaat, zij het dat hij in turbo stand door dit proces ie gegaan. Ik heb Vigo uitgelegd dat hij nu rust mag nemen en rustig zijn eigen tijd bepalen waarop hij verder wil gaan, maar dat er geen enkele reden tot paniek is voor hem. Hij heeft dat geaccepteerd en begrijpt het, maar heeft nog wel enkele dagen nodig om echt tot rust te komen. Hij wil ook nog echt langskomen om afscheid te nemen en zodra Vigo dat heeft gedaan, zal ook Flo tot rust kunnen komen. De paniek bij Flo wordt dus veroorzaakt door Vigo en zodra hij weer rust heeft, zal ook Flo tot rust komen.
Bovenstaande heb ik nu ook uitgelegd aan Flo en ze begrijpt dat ze rustiger mag en kan worden. Het heeft even tijd nodig voor alle twee.

M: Flo, bovenstaande wat ik je net je vertelde heb je goed begrepen. Dat betekent dat jij niet meer in paniek hoeft te zijn en dat Vigo inderdaad weg is gegaan maar dat heeft niets met jou te maken. Vigo was erg ziek en nu gaat het weer goed met hem. Dat betekent dat jij Vigo weliswaar niet meer zult zien, maar dat je wel heel dichtbij kunt zijn in je gevoel. Je mag zelf dus nu tot rust gaan komen en weer gewoon gaan eten. De wereld ziet er anders uit, maar jij weet daar alles van, want ook jouw vriendjes de kinderen in huis zijn weggegaan (het huis uit en gaan studeren), maar komen wel af en toe weer thuis. Lieverd veel sterkte met je proces, maar je mag weer rust hebben.
Mag ik over een tijdje nog een keer contact met je opnemen om te kijken hoe het dan met je gaat?

Van de ‘ouders’ van Flo hoorde ik dat ze eindelijk weer gewoon is gaan eten. Korte tijd later is Flo zelf overleden. 

240920

Happy ducks

Laatst ben ik op bezoek geweest bij loopeendjes. Nou ja, eigenlijk was ik op bezoek bij een vriendin. Maar de eendjes trokken steeds zo mijn aandacht dat we een lunch buitenshuis nodig hadden om ook even tijd te hebben voor een goed gesprek van mens tot mens.

Een week later ga ik in gesprek met de inmiddels acht weken oude loopeendjes.

Het is even zoeken hoe we het gesprek gaan doen: met twee eenden tegelijk of een voor een. Een van de twee komt naar voren en zegt dat zij het woord wel zal doen. De ander zal bijspringen indien nodig.

Ik kan het niet laten maar het eerste beeld dat ik doorgeef is dat een loopeenden-lichaam mij wat vreemd overkomt. Vooral de beperking van het geen armen hebben laat ik zien. En dat gewaggel.

De eend laat zien dat ze veel kijken. En ik zie dat ze door de stand van de ogen ook een breed zicht hebben.

Ik vraag de eend of ik even mee mag in zijn lijf want het lijkt mij nog steeds vreemd om eend te zijn.

Ze maakt wat plaats, ik maak me klein, ik zeg haar nog dat ik niks doe en niet gevaarlijk ben, maar dat ik alleen maar even wil ervaren hoe het is om loopeend te zijn.

Het brede zicht valt meteen op en ook de ongelooflijke snelheid en buigzaamheid van de hals. Zien en reageren lijken tegelijkertijd te gaan, zonder tussenkomst van denken.

Als ik zo in die eend zit, zie ik wat zij ziet: dat mensen enorme uitsteeksels aan hun lichaam hebben. De eend laat zien dat haar dat lastig lijkt: die dingen gaan alle kanten op. En ze hebben ook een ruim bereik.

Bovendien pakken die lange armen continu spullen op. De hele dag door worden dingen versleept. Continu zijn mensen bezig met dingen.

De eend verzucht haast een beetje dat zij dat gelukkig allemaal niet nodig hebben. Als zij iets willen dan gaan ze er gewoon heen en steken hun snavel erin.

Ze hebben geen armen nodig want ze hebben genoeg aan hun snavel, vindt de eend. De snavel is om te eten, te drinken, te wroeten, te proeven, te ervaren.

Ik laat de eend wijsgerig zien dat wij handen en ogen hebben. We zien, we voelen en dan gebruiken we.

“Ik heb genoeg aan mijn snavel,” merkt de eend op. “Ik verheug me wel op grote vleugels.” Ze laat zien dat dat machtig voelt: het uitslaan van de vleugels, zich groot maken. Dat is een eend in volle sterkte.

Ik weet dat de eenden vaak met hun snavel in de vacht van een van de honden zitten. “Ja, dat is interessant terrein,” merkt de eend op. Ik heb het idee dat ze ook wel eens een teek weg eten. Volgens internet, wat ik later lees, is dat mogelijk.

Nu ik toch nog in de eend zit, gaan we nog es kijken naar mensen. Eerst vielen de armen dus op maar nu laat de eend zien dat dat onderstel, de benen, ook een apart fenomeen is. “Het zijn lange bonenstaken. En er zit best afstand tussen die benen/voeten dus je moet een beetje opletten dat je daar niet net tussen komt.” De eend laat zien dat de mensen een ver bereik hebben met die uitslaande vleugels (ze bedoelt de benen en armen).

Ze laat ook zien dat als de mens zich uitstrekt, hun handen ver van hun hart zijn.

“Hoe communiceer jij naar de mensen?” vraag ik haar.

“Vanuit mijn hart natuurlijk, naar het hart van de mensen. Het hoofd is niet interessant. Daar zit veel vervuiling.”

Ik snijd even het onderwerp aan dat ze uitgebroed zijn in een machine. Mijn vriendin had daar aanvankelijk wat moeite mee maar heeft erg haar best gedaan om ze toch met volle aandacht en liefde uit te laten broeden. “Het is oké,” reageert de eend. “Het leven is goed.”

We gaan even naar de drie kippen die er ook rondlopen. De eenden zijn eigenlijk niet geïnteresseerd. Het is een heel ander soort. Ze hebben liever elkaar. Dat kennen ze, ze zijn een soort eenheid, het contact gaat makkelijk.

Ik laat ze zien dat ze best op een gevarieerde plek gekomen zijn: ze zijn in een atelier grootgebracht, nu hebben ze de tuin ook, op een gegeven moment gaan ze overnachten in het hok waar ook de kippen zijn.

De eenden vinden het een mooie combi. Hun nieuwsgierigheid is groot en op deze manier wordt die volop bevredigd. Weer komen het kijken en het gehoor naar voren.

Ik kan het niet laten om het even persoonlijk te maken. Toen ik in het gras zat met een glas water, waren de eendjes er snel bij om hun koppies in mijn glas te steken.

“Wij kunnen altijd water gebruiken. Een droge snavel is niet goed.”

Nu ik even het lichaam van de eendjes heb mogen ervaren, merk ik dat het eend-zijn een heerlijke vanzelfsprekendheid is. Het is gewoon lekker om eend te zijn.

Weer komen de vleugels naar voren: het rechtop staan en wapperen, waarbij de aanhechting aan het lijf hen een stoer/machtig gevoel geeft.

Ik moet de eendjes eerlijk zeggen: “Ik mis de armen niet, zoals ik eerst dacht.”

En ik vraag ze of ze het goed vinden als ik dit verhaal voor een blog gebruik. Kennelijk denk ik ook al een titel want ze haken er op in: “Schrijf maar: happy ducks.”

 

Een goed vader-dochter gesprek

De titel moet ik even toelichten. Laatst was ik met Kaila bij de dierenarts voor haar inenting. En ik vroeg de dierenarts waarom Kaila momenteel zo ontzettend op mij gericht is. Ze is ook gek op mijn vrouw, maar als ik thuis ben ligt ze altijd binnen 1 meter van mij vandaan. Maakt niet uit waar ik ben, aan het werk, op de bank, op de wc, in bad of in bed. Altijd ligt ze vlak naast me. Waarop de dierenarts zei ‘Het is net een vader-dochter relatie.

M: Kaila kunnen we ons gesprek voortzetten dat we gisteren tijdens de wandeling zijn begonnen?
K: Ja, natuurlijk, leuk.
M: Omdat wij altijd zulke goede gesprekken hebben, heb ik de neiging jou ook als een heel wijze hond te beschouwen en met de woorden van Edgar Cayce in mijn achterhoofd, zet ik je misschien te veel op een voetstuk. Vond jij.
K: En ja, dat probeerde ik juist te ontkennen. Ik ben natuurlijk bijzonder, maar ik ben ook gewoon een hond. En daarmee wil ik zeggen dat ik verre van perfect ben. Ik wil ook af en toe gewoon niet luisteren en ondeugend zijn en zelfs stout zijn. Dan weet ik wel dat ik het in jouw ogen niet goed doe, maar ik heb dan behoefte aan even gewoon hond te zijn.
M: En dat uit je door als ik je roep, me aan te kijken en dan toch te besluiten om de poten te nemen?
K: Ja bijvoorbeeld. Vergis je niet, ik mag dan een wijze ziel zijn, maar ik ben geboren in dit hondenlijf en dat heeft ook zijn eigen behoeftes, zijn eigen ego die graag wil snoepen en rennen en achter stokken aangaan. En niet te vergeten, ieder polletje gras wil ik besnuffelen.
M: Doe je daarom ook voor jou als hond verkeerde dingen, zoals het eten van peuken en jointpeuken waar je weer heel ziek van wordt?
K: Dat is juist, als ziel weet ik dat ik dat niet moet doen, maar mijn lijf heeft zijn eigen wil. Denk je dat jij alleen last hebt van wat je meent dat goed is om te doen en het dan toch niet doet, omdat je zin in een chocolaatje hebt, terwijl je weet dat je dat niet zou moeten nemen.
M: Je treft me wel op een zwak punt.
K: Dat weet ik en daarom neem ik dat als voorbeeld, want ik heb dezelfde zwakke punten. Maar ik hou wel zielsveel van je.
M: Eigenlijk wil je zeggen dat we allemaal last hebben van het vinden van een balans tussen onze ziel en ons lichaamsego dat voor de pleziertjes gaat.
K: Dat is precies wat ik wilde zeggen. Net als mensen heb ik als hond die balans te zoeken en vinden. Dat is wel een beetje eigen aan verder geïndividualiseerde dieren, zeg maar dieren die verder ontwikkeld zijn. Anders volg je als dier veel meer je instinct en je gewoontes. Nu heb ik er een extra uitdaging bij gekregen. Als voorbeeld: ik weet dat chocola heel slecht voor een hond is, het tast ons centrale zenuwstelsel aan omdat we het niet goed kunnen afbreken. Toch ben ik dol op chocola en krijg ik af en toe een heel klein stukje van jou en daar geniet ik van. Spiritueel gesproken ben ik nu ook onderhevig aan de dualiteit, terwijl ik als gewoon eenvoudig dier daar geen last van zou hebben.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog iets kwijt?
K: Ja, ik wil dat alle mensen weten dat honden heel bijzonder kunnen zijn, maar dat het ook gewoon honden zijn, terwijl ze bijzonder zijn. Begrijp dus dat ze stout en ondeugend kunnen zijn en kijk er met liefde naar, zoals jij dat meestal ook doet.

250729

 

 

Man in nood

Eddy en ik stemmen onze blogs niet op elkaar af dus het is heel grappig als onze opeenvolgende verhalen raakvlakken met elkaar blijken te hebben, zoals nu het geval is.

De situatie is als volgt: Een man heeft een kater in zijn buitenwoning (klein, primitief) opgenomen en beiden leven hun eigen vrijbuitersleven. De relatie is uitstekend, ze nemen alles zoals het komt, zien wel of een van beiden thuis is of (langdurig) afwezig. Allebei happy.

Ik ken de kater zelf niet goed want als ik er kom is het dier weg omdat hij de hond vermijdt.

Op een dag komt er een vriend van de man met ernstige lichamelijke problemen. Hij blijft vijf dagen op deze veilige, afgelegen plek en ik word geregeld op de hoogte gehouden van het wel en wee (vooral van het wee).

Op dag drie vraag ik hoe de kat zich gedraagt naar deze vriend. “Hij ligt continu bij hem, mijn vriend heeft veel aan hem. Hij zegt dat de kat hem erdoorheen trekt.”

Tijd om contact te maken met deze kat.

Ik wist al dat het een no-nonsense kat is en ik tref hem dan ook in een wat stoere, nonchalante houding.

“Ik heb gehoord dat jij je over de vriend ontfermt hebt,” begin ik het gesprek.

“Ach, man in nood,” is het laconieke antwoord. “Hij was in gevecht met zichzelf en kon wel een steuntje in de rug gebruiken.”

Ik probeer meer te weten te komen en wil weten wat hij doet en waarom.

“Alleen aanwezig zijn. Dat weet jij toch ook. Je ziet vanzelf het verschil in gezelligheid en wanneer het nodig is.”

Ja, ik weet hoe dat met dieren zit. En ik begrijp dat deze kat er niet verder over wil praten. We wisselen namelijk niets nieuws uit dus is het verspilde energie om het erover te hebben.

“Maar,” zeg ik hem, “dit is iets te weinig voor een blog. Heb je toch niet wat meer info voor me?”

“Dan moet je niet bij mij zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet te ingewikkeld te leven met mensen. Ik wil best m’n steentje bijdragen maar dan is het ook klaar.”

Inwendig moet ik grinniken. Want het klopt wel hoe het dier het zo formuleert.

Jaren geleden was hij een ‘probleemkat’ omdat hij alles in huis onder pieste en zijn mens wanhopig bij mij terecht gekomen was. De gesprekken leverden niet het gewenste resultaat op. Toen ik hoorde dat de man waarbij hij nu woont een rattenvanger zocht in zijn buitenhuisje, was de deal snel gemaakt en verhuisde de kat. Hij heeft nooit in huis geplast.

Hyronimus over voorspellingen van Cayce

M: Dag Hyronimus, kunnen we vandaag weer met elkaar praten?
H: Ga je gang, waar heb je vragen over?
M: Ik heb geen eenduidige vragen, ik wil me openstellen voor dingen die jij graag kwijt wilt en/of dingen die jij wilt dat ik in een blog verwerk.
H: Je laat het onderwerp dus geheel aan mij over?
M: Ja.
H: Dan wil ik graag praten over een link die je onlangs van een vriend toegestuurd kreeg, omdat het een best belangrijk onderwerp is wat daar ter sprake kwam. Ik heb het over de voorspelling van Edgar Cayce, ook wel de slapende profeet genoemd, dat honden zich veel meer spiritueel zullen ontwikkelen na, wat Cayce voorspelde,: ‘de mensheid zich geconfronteerd zag met een wereldwijde pandemie, veranderend klimaat, snelle technologische ontwikkeling en een uitgebreide spirituele ontwikkeling van de mens’. Het is volstrekt duidelijk dat Cayce het over het huidige tijdperk heeft. Deze voorspellingen deed hij echter in het begin van de jaren 40 van de vorige eeuw.
In zijn voorspelling gaat hij in op de ontwikkeling van de hond, veel hondenrassen, dus niet hele specifieke. Zo ontwikkelen honden de capaciteit om beginnende kanker bij patiënten vast te stellen. In zo’n vroeg stadium dat de wetenschap met al haar apparatuur dat nog niet kan. Honden hebben zelfs de mogelijkheid om ziekten vast te stellen voordat ze zijn uitgebroken. Maar ze zijn ook steeds meer in staat tot directe communicatie met hun eigenaren door middel van telepathie. Maar, wel de belangrijkste eigenschap is dat honden energie kunnen reinigen. Ze zijn in staat negatieve energie om te neutraliseren.
Cayce zei toen: dat wanneer de pratende machines wereldwijd gewoon zijn, vermoedelijk refererend aan het internet, dan zullen honden zich ontwikkelen tot ware spirituele wezens. Cayce zag dat ontwikkelde zielen als hond zouden incarneren in bepaalde families om ze te begeleiden bij hun transformatieproces.
M: Zijn wij wel klaar om dit proces te zien en waar te nemen?
H: Dat is een goede vraag. Maar wees je ervan bewust dat je hond een diep spiritueel wezen kan zijn en dat hij jou aanvoelt in al je stemmingen en er dan voor je is. Dat gevoel is voor nagenoeg iedere baas van een hond herkenbaar. En misschien is het nu tijd dat mensen echt gaan communiceren met hun hond. Het kan, leer dit te ontwikkelen en je hond zal je erbij helpen. Honden kunnen een grote rol vervullen in de hulp verlening, in klinieken enz. Deze ontwikkeling zal doorgaan en mensen zullen meer en meer het aandurven om honden bij de therapie te betrekken, dat zal een hele positieve uitwerking hebben.
M: Dank je wel dat je dit wilde delen. Wil je er nog wat aan toevoegen?
H: Voor nu is dit weer genoeg.

250713

Over twijfels en dilemma’s

Iedere twee weken een blog schrijven valt me soms wat zwaar. Waar zal ik het nu weer es over gaan hebben?

Ik kan een fragment uit mijn boek pakken. Of ik kan vertellen over het hondje laatst dat na het gesprek ineens zulk ander gedrag liet zien. Of … jeetje, ik twijfel.

Hmmm. Zouden dieren ook twijfelen?

Ik stel me open en gooi de vraag de ether in.

“Twijfel is voor mensen,” hoor ik meteen resoluut. Dat vind ik nogal een stellingname en ik vraag wie dat zegt.

Meteen zie ik de leeuw voor me. “Jullie verdoen je tijd met twijfelen,” voegt hij toe. “Al dat wikken en wegen is brein-malaise.”

Dat vind ik wel een mooi woord. Nooit van gehoord, maar bijzonder treffend.

Zoals wel vaker gebeurt, vind ik dat ik mijn soort (de mens) moet verdedigen. “Nou, soms is het voor ons ook allemaal best wel ingewikkeld, hoor…” Ik wil aan een opsomming van dilemma’s beginnen maar de mond wordt me gesnoerd: “Welnee, jullie máken het ingewikkeld.”

Ik word bijna een beetje geïrriteerd van zo’n ontkenning van alle moeilijkheden waar wij mee geconfronteerd worden. Gelukkig weet ik het op tijd om te buigen en ik vraag de leeuw of zij ook wel eens twijfels hebben.

“Wij gaan op onze lichamelijke behoeften,” legt hij uit.

Ik vind het te simpel klinken en vraag: “Jullie worden dus gelééfd door je lichaam?”

“Wij zíjn ons lichaam. Wij behuizen het.”

De stelligheid van deze leeuw verwacht geen tegenspraak van mij.

Ik vraag of hij wel eens dilemma’s heeft. “Ja, of ik me links- of rechtsom draai in de zon.”

“Ik vind dat je het allemaal wel heel makkelijk opvat,” geef ik hem terug. “Nou, probeer het ook eens!” antwoordt de leeuw met een bijna uitdagend lachje.

Ik wil bijna denken dat ik dit dier niet serieus kan nemen, maar dan bedenk ik me dat ik begon met twijfel en het nu over dilemma’s heb. Wat is het verschil daartussen?

Zoals ik al eerder schreef heb ik toegang tot de kennis van de dieren (uiteraard in beperkte mate) en toegang tot de kennis van het internet (AI).

Van de laatste leer ik dat twijfel onzekerheid is. En een dilemma is een keuze tussen twee duidelijke maar moeilijke opties.

Hmmm, het woordje behuizen dat de leeuw doorgaf vind ik ook onderzoekswaardig. Dat woord gebruiken we namelijk niet heel veel meer.

Letterlijke betekenis: Een lichaam of ruimte bewonen of ergens een onderkomen geven.

Figuurlijk of spiritueel: Een ziel of geest die een lichaam ‘behuist’.

En het woordje brein-malaise? Ook dat zoek ik op. Maar het antwoord geef ik hier niet, dan dwalen we teveel af :).

 

Dieren in de huidige hitte

Het is al een paar dagen extreem heet in ons land, temperaturen bereiken tropische waarden. Hitteprotokollen zijn van toepassing, we moeten speciaal letten op ouderen en zieken, maar wie let er op de dieren? En hoe beleven dieren deze hitte zelf? Ik begin naast me, waar Kaila ligt.

M: Krullenbol, hoe red jij het deze warme dagen?
K: Ja, het is warm, ook in huis is het warm, maar wij hebben gelukkig een stenen vloer en dat is heerlijk koel. Daarom slaap ik nog nauwelijks op bed, maar naast het bed. Wandelen buiten probeer je zo veel mogelijk op iets koelere tijden te doen, maar dat lukt niet altijd. En dan zijn er twee dingen die een rol spelen. Jij bepaalt wanneer we gaan wandelen en dat is niet altijd mijn tijd, maar zo werkt dat. En we wandelen wel veel op de hei, maar gelukkig is er veel bos rond de hei en daar lopen we dan. Ik doe het een beetje rustiger aan, sta veel stil om te ruiken en jij denkt dat ik al ouder word, maar dat is mijn manier van rustiger aandoen.
M:OK, dank je wel hiervoor. Maar kan jij het wel aan met je toch redelijk dikke vacht buiten?
K: Dat gaat best, als we een beetje te lang wandelen, krijg ik het wel erg heet, maar dan kom ik thuis weer op die relatief koude vloer en dan is het leed gauw geleden.
(Mijn volgende kandidaat voor een kort interview is de kat van onze dochter, Nola, ik heb nog nooit met haar gecommuniceerd, maar gisteren was duidelijk, tijdens de oppas op de kleinkinderen, dat ze het wel erg warm vond.)
M: Hallo Nola, wil je met me ‘praten’?
(Nola reageert niet, maar ze kijkt om zich heen wie daar tegen haar spreekt, dan laat ik haar weten dat ik in haar koppie zit en dat ze gewoon met me kan communiceren.)
N: Dit is verrassend dat jij zomaar bij mij kunt zijn, terwijl je er niet bent. Maar het werkt blijkbaar. Wat wil je?
M: Ik wil graag van je weten hoe je dit warme weer ervaart en of je het wel aankunt?
N: Wat een onzin, natuurlijk kan ik dit aan, ik ben een gezonde kat en wij kunnen uren in de zon liggen en dan wordt het ook warm.
M: Ja, maar ik zag je gisteren binnen liggen, helemaal uitgestrekt op een koele plek. Waardoor het leek alsof je last van de hitte had.
N: Ja, het was en is warm, maar ik lig vaker uitgestrekt en ik zoek altijd een plekje waar ik het lekker vind liggen, zon, schaduw, binnen, buiten, droog en soms nat. Net waar ik zin in heb. Het zijn mijn keuzes.
M: Ik snap het, voor jou geen speciale dagen met dit weer, je kunt er goed mee omgaan. Dank je voor het gesprek.
(De volgende kandidaat voor een interview is een paard in de wei. We kennen elkaar.)
M: Dag Sylvester, we kennen elkaar en ik wilde graag aan jou vragen hoe jij deze hitte de afgelopen dagen en nu ervaart? Kun je daar iets over vertellen.
S: Ik sta in een groot weiland, omgeven door hoge bomen. Dat betekent dat ik dagelijks wel schaduw kan opzoeken, maar dat er in de middag geen schaduw meer in de wei komt en dat is momenteel echt wel erg warm. Ik sta dan, nu ook al, in de volle zon en dat is echt wel heftig. Geen schaduwplekje meer op te zoeken en ik moet wel eten, dus sta ik te grazen en zelfs het gras is warm op dit moment. Dit is niet aangenaam, maar ik kom er wel doorheen als het niet te lang duurt. Dus maak je geen zorgen, ook al zou een schaduwplek de hele dag wel aangenaam zijn.
(Ik zoek nu een konijn op de hei en wil weten hoe zij het ervaren.)
M: Welk konijn van de hei wil met mij communiceren? Wie wil zich melden?
K: Ik wil wel met je praten.
M: Kun je iets over jezelf vertellen en de omgeving hoe je leeft?
K: Ik ben altijd rond de hei en in het bos, wij leven in een gemeenschap in een groter hol met vele kamers en uitgangen. Ons hol is aan de rand van het bos onder een hele grote braam partij, dat geeft veel beschutting tegen de vele honden die op ons jagen. Als wilt weten hoe wij de hitte ervaren dan kan ik je vertellen dat wij in een hol onder de grond leven. Dat is normaal koel in de zomer en warm in de winter. Nu het al wat langer warm is wordt het in het hol ook wat warmer, maar het is nog goed uit te houden. Eten doen we eigenlijk pas ’s avonds en dan is het al stevig afgekoeld. Kortom wij zijn niet zo gevoelig voor hitte.
M: Dank je wel, allemaal voor deze interviews.

Ik ben mij ervan bewust dat deze korte ronde niet representatief is voor alle dieren, denk aan de landbouwdieren die in stallen zitten en dieren die op transport gaan, voor hen is dit natuurlijk een extra zware tijd, soms zelfs levensbedreigend. Dat is wel onze verantwoordelijkheid. 

250702