Hartesprongetjes

Lieve AnimalTalks liefhebbers, met Eddy en Piek heb ik afgesproken om elke drie weken de op mijn pad gekomen wijsheid van de dieren met jullie te delen. Dus vandaag lezen jullie mijn eerste blog die ik niet schrijf als gast. Het voelt ineens echt, merk ik. Bij het woord echt gaat mijn aandacht uit naar de zwarte Specht die in het bos achter mijn huis leeft. Ik kom hem vaak tegen als ik mijn hondje Maya uitlaat.

Ik besluit contact te leggen met deze Specht. Hij reageert meteen met ‘Knock knock, who is there?’ De grapjas. Maar ook terecht, ik had mezelf nog niet met naam kenbaar gemaakt. Ik vertel hem dat ik Barbette heet en dierentolk ben. ‘Oh’, zegt hij. ‘Jij loopt altijd met dat guitige, bruine hondje.’ Dat klopt. ‘Dan weet ik wie je bent.’

Hij herinnert zich onze fysieke ontmoeting vorig jaar. Hij steeg toen op uit de varens naast het pad, fladderde zijn wendbare lijf in een oogwenk onder de riem tussen Maya en mij door en steeg zó de boomkruin in. Deze buiteling voltrok zich pal voor mijn ogen die ik op dat moment bijna niet kon geloven. Een zwarte specht is zeldzaam en leeft teruggetrokken in het bos. Het was kort na een spannende operatie en ik zag dit moment dan ook als een cadeau.

Ik vertel hem nu hoe bijzonder het was dat hij zich zó dichtbij aan me liet zien. ‘Je hart maakte een sprongetje’, zegt de Specht. ‘En dat was precies mijn bedoeling. Om je blij te maken. Je even laten zien dat het leven bijzondere verrassingen heeft als je ze totaal niet verwacht.’

Hoewel de Specht zich niet zo vaak laat zien, hoor ik zijn zang wel vaak. Meestal dichtbij en soms juist verder weg. Ik zeg: ‘Jou horen is één, maar zién is twee’. Daar is de Specht het niet mee eens. Hij zegt: ‘Voor jou is zien ook één.’ Hier moet ik even over nadenken. Hoe kan er nou meer dan één ding op nummer één staan.

‘Rangorde compliceert’, zegt de Specht dan. ‘Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is. Naar welke stem luister je in dit afweegproces. Is er een boventoon waarnaar je kunt luisteren of hoor je vooral lawaai’. Interessant. Iets op een rijtje zetten is cognitief. Maar naar een boventoon kunnen luisteren, en daarop vertrouwen, veronderstelt een innerlijke wijsheid.

Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is

Ik denk bij het woord boventoon meteen aan zijn eigen doordringende zang. Een toon die als een echte lijn, en ook als een rechte lijn, dwars door al het andere gekwetter (lees: lawaai) heen snijdt. Terwijl ik dit schrijf besef ik me ineens dat het woord echt het grootste deel is van het woord recht en ook van het woord Specht! Ligt hier een verband?

‘Zie mij als de spiegel van echtheid’, zegt de Specht dan. ‘Ik ben wars van oppervlakkige praatjes, verhullende flauwekul en onnodige franje. En ik sla aan op echtheid en waarachtigheid. Die vormen de basis voor veiligheid in jezelf. En voor vertrouwen. En daarmee je innerlijke wijsheid’. Ja, er ligt dus duidelijk een verband.

Bij dit besef speelt er een zijstapje door mijn hoofd. Ik spreek de laatste tijd vaak met de dochter van mijn overleden man. Door haar echtscheiding maakt ze een moeilijke tijd door. Ze mist de wijze raad van haar vader. Ik probeer haar in zijn geest bij te staan en bel haar geregeld op. Zo ook geregeld tijdens de lunchwandeling met Maya. Bij ieder bosgesprek laat de Specht zich luidkeels horen. Waarom doet hij dit, vraag ik hem.

‘Mijn boventoon resoneert dwars door alles heen. Trouwens, ook mijn geroffel hamert overal doorheen. Als je mij eenmaal hebt gehoord, kun je mij niet meer niet horen. Mijn urgente zang zegt: luister! Waar gaat het nu écht om! De rest is lawaai. Daar word je niet blij van. Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje. Dat is je beste raadgever.’

Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje

Wat mooi gezegd, Specht! Maar waarom zing je steeds door onze gesprekken heen? ‘Nou’, zegt de Specht, ‘jullie hebben het over dingen die écht veranderend kunnen zijn voor haar leven. Als spiegel van echtheid onderstreep ik dit met mijn boventoon. Want het lawaai in haar leven vertroebelt haar innerlijke wijsheid soms. Terwijl ze er meer dan ooit aan toe is om echt voor zichzelf te kiezen. Dan ervaart ze steeds minder lawaai. Daar gaat ze blij van worden. En hartesprongetjes ervaren. En haar eigen innerlijke wijsheid weer meer vertrouwen. Het komt heus goed.’

Hier hebben we het samen geregeld over gehad. Maar aan zo mooi als de Specht dit alles verwoordt, kan ik niet tippen. Ik vraag aan mijn dochter (aan het woordje ‘stief’ doen we niet), of ik hierover deze blog mag maken. Ze vindt het goed.

Heerlijk zo’n spiegel van echtheid en de rechte lijn naar hartesprongetjes. Ik ga er zelf ook nog eens een poosje op kauwen. Dank je wel, wijze en heldere Specht! En lieve AnimalTalks liefhebbers, jullie bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

De roep van een zwarte specht klink zo, klik hier.

Bronvermelding: foto van de site van de Vogelbescherming

Bronvermelding: geluidsfragment van BNN-VARA Vroege Vogels

Nou ja, opsluiting…

Ik had gezegd dat er geen blog meer kwam over Rozette. Maar ik heb haar toch nog gesproken en wil dat delen.

Voor wie midden in het verhaal van Rozette valt in het kort:

Ik heb Rozette in het voorjaar van 2020 uit het asiel gehaald waar ze als buitenkat bekend stond. Ze is meteen de eerste nacht al ontsnapt en vond een plekje langs de dijk waar ik haar dagelijks eten heb gebracht en we even een contactmoment hadden.

November 2024 was ze niet meer op haar plek en in maart 2025 werd ik gebeld dat ze in een asiel was binnengebracht. Ik herkende haar amper, zo vervilt was haar vacht en zo anders gedroeg ze zich.

Vanaf dat moment heb ik voor Rozette een ruim deel van het schip ingericht speciaal voor haar. Naar buiten gaan zit er niet meer in.

Hoe is het nu met Rozette?

“Ik heb gaten in mijn herinnering,” is het eerste wat ik hoor. Hoe kan een kat spreken over herinnering, vraag ik me af. Is dit een verzinsel van mezelf? Dieren leven toch in het hier en nu (zegt iedereen)? Rozette haakt een beetje geïrriteerd in: “Je weet best wat ik bedoel. Ik heb niet alles meer helder. Dat jij daar herinnering van maakt, moet je zelf weten maar je weet best wat ik bedoel.”

Ik meen inderdaad te weten of te voelen wat ze bedoelt. Rozette laat zich vaak wat wisselend zien: de ene keer heel aanhankelijk, de andere keer lijkt het of ik een vreemde ben en schiet ze weg.

Ik vraag haar hoe ze het vindt op het schip. “Het blijft raar hier. De geluiden komen van alle kanten en ik kan ze niet altijd traceren.” Daar heeft ze helemaal gelijk in. Andere katten hebben daar nooit last van gehad maar het lijkt wel of bij Rozette het buitenleven, wat alertheid vergt, nog steeds verankerd is in haar.

“Maar het is okee, het is mijn territorium,” vult ze aan. Ik grinnik bij de herinnering aan toen een van de andere katten een kijkje bij haar wilde nemen. Deze kat schoot met een rotgang terug de kamer in, vloog weg door het raam en Rozette kwam als een brede straatkat de kamer in om te kijken waar de indringer was. Vanaf toen heb ik niet meer stiekem gewild of verwacht dat Rozette zou gaan deelnemen aan ons huiselijk leven. Zij blijft gewoon op haar eigen plek in het schip.

“Hoe vind je het dat ik een warmtedeken voor je heb aangeschaft?” “Dat is okee, dat is comfortabel voor me. Maar jij bent niet verantwoordelijk voor mij.”

Hier komt de zelfstandige kat weer naar boven. Ergens vind ik het ook wel fijn dat ze dit opmerkt want als ik teveel nadenk over haar opsluiting word ik zelf niet blij.

“Nou ja, opsluiting…,” hoor ik, “de ruimte is beperkt.” Dat is zo.

“Je kwam hier wel als een wrak,” help ik haar herinneren. “Dus dat ik je niet meer buiten wil laten is wel logisch. Ik denk dat je weer gaat dwalen en de weg kwijtraakt. Je bent niet meer de sterke zelfstandige kat die je was.” “Nee, ik ben niet meer zo scherp als vroeger.”

“Hoe heb je het dat je de ene keer wel geaaid wil worden en dat je de andere keer wegschiet alsof ik een vreemde ben?” “Ik bepaal zelf of ik contact wil.” Ah! Zo ken ik Rozette.

Waarom vliegen ganzen zo kriskras heen en weer?

Sinds dit weekeinde ligt er overal sneeuw in Nederland en je ziet en hoort de ganzen overvliegen in hun kenmerkende V-vorm. Maar de ene V vliegt naar het oosten, de andere naar het westen en weer een naar het noorden, er is geen touw aan vast te knopen. Waarom vliegen ze zo op het oog kriskras en met zoveel herrie? Tijd om het de ganzen te vragen.

M: Beste ganzen, wie heeft er voor mij antwoorden op mijn vragen over jullie heen en weer gevlieg?
Het is een tijdje stil, dan krijg ik feedback dat ze slapen en rust willen hebben, want ze hebben hun energie hard nodig momenteel. Dan leg ik uit dat ze helemaal geen energie verbruiken als ze telepathisch contact met me maken.
G: OK, dan zal ik je vragen beantwoorden.
M: Fijn dat je dat wilt doen en slaap gerust lekker verder, we kunnen op deze wijze nagenoeg energieloos met elkaar communiceren. Mijn vraag, waarom vliegen jullie nu al in V-vorm en is de trek dan al begonnen, het is pas begin januari.
G: We zijn zeker nog niet begonnen met de trek. Wat je ziet en misschien chaotisch overkomt, is onze zoektocht naar grasland. Nu alles onder de sneeuw ligt, willen we graag op plekken eten waar we makkelijker bij het gras en de bodem kunnen komen. Of als het al wat schemerig wordt, dan vliegen we naar onze slaapplaatsen, die verschillen namelijk van onze eetplekken.
M: Ik zie jullie vaak met honderden tegelijk in het weiland staan grazen, daar slapen jullie niet?
G: Nee, we slapen niet in de weilanden, dat voelt minder veilig. We slapen liefst ergens in het water, dan kunnen we slapend drijven en dat is, zeker als we met veel zijn, heel rustgevend. Hé, je moet wel bij de les blijven. Als je al wilt kletsen terwijl ik slaap, moet jij wel geconcentreerd blijven.
De gans heeft gelijk, ik word afgeleid doordat er een strooi auto langsrijdt en ik kijk even uit het raam, waar de zwaailichten vandaan komen. Maar hij heeft me meteen bij mijn kladden en hij heeft gelijk.
M: Sorry, ik was even afgeleid. Maar laten we verder gaan. Dus jullie eten overdag op het land en zoveel mogelijk in weilanden en slapen ’s nachts op het water. Dus als ik aan ’t Gooi denk waar ik woon, dan zie ik jullie heel veel rond de weilanden rond het Gooimeer in Natura2000 natuurgebieden en dan slapen jullie waarschijnlijk in het Gooimeer?
G: Als jullie dat allemaal zo noemen dan zul je wel gelijk hebben.
M: Maar waarom vliegen jullie dan nu zo veel rond?
G: Dat heeft dus voor een deel te maken met de sneeuw, we kunnen niet zo goed terecht op de bekende plekken, dus zoeken we het wat verder, waar minder sneeuw ligt. En als we dan weer richting onze slaapplek gaan, vliegen we rondjes om onze clubgenoten, degene die bij onze troep horen, te roepen dat het tijd wordt om weer naar de slaapplek te gaan. En die sluiten zich dan aan. Om aan allemaal duidelijk te maken dat we weer naar de slaapplek gaan vliegen we enkele rondjes, vandaar dat je ons alle kanten op ziet vliegen.
M: Maar altijd in V-vorm?
G: Ja wel heel vaak. Dat is een hele efficiënte manier van vliegen. Onze vleugels zorgen voor opwaartse druk bij het vliegen, als je nu in de luchtschaduw van degene die voor je vliegt kunt vliegen heb je veel minder energie nodig, dat scheelt heel veel. En waarom zou je geen energie sparen als je dat eenvoudig kunt doen. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
Zeker als we echt weer naar onze zomerverblijfplaats trekken, dan hebben we die energie nodig om dat hele stuk te vliegen.
M: Waar verblijven jullie in de zomer?
G: Ver weg naar het noordoosten, jullie noemen dat Siberië zie ik aan je. Daar verblijven we de zomer en we vliegen er vaak pas naar toe als de dagen langer worden, dus nu nog niet. Dat zou te vroeg zijn, dan zijn de velden nog niet ontdooit en dan kunnen we er niet eten en onze jongen groot brengen.
M: Vertel nog eens iets over de formatie vliegen als je wilt?
G: Nou, zoals ik al zei, we vliegen in V-vorm omdat degene die achter de vleugel van een ander vliegt dan veel minder energie nodig heeft. En het zou natuurlijk niet eerlijk zijn om steeds dezelfde voorop te laten vliegen, dus wisselen we af zoals jullie dat ook doen bij ploegenritten. Zo worden we allemaal gelijkmatig moe, maar veel minder snel dan wanneer ieder voor zich zou vliegen.
M: Hoe vliegen jullie naar je zomer verblijf? Ik bedoel doen jullie dat in één keer of stoppen jullie onderweg en pauzeren voor je weer verder vliegt?
G: Dat is per troep verschillend. Wij vliegen altijd in één stuk achter elkaar naar onze zomerverblijfplaats. Dat doen we dan in enkele dagen, waarbij we wel ’s nachts slapen. Maar andere troepen doen het in etappes en vliegen een stuk en houden dan enkele dagen pauze voor ze weer verder vliegen.
M: Nou dank je wel voor je gesprek, wil je nog wat vertellen waar ik niets over heb gevraagd?
G: Ja, waarom schieten mensen ons dood?
M: Oei, daar heb ik geen antwoord op, maar ik zal het proberen. Mensen hebben vaak het gevoel dat ze de natuur moeten beheersen en misschien denken ze dan dat jullie met teveel zijn en dan schieten ze een deel van jullie dood.
G: Wat een onzin antwoord. Als wij met teveel zouden zijn, ik zeg nadrukkelijk als, dan zouden we minder jongen krijgen om weer met een aantal te zijn waar voldoende voedsel voor is. Maar zolang er genoeg voedsel is, zijn we niet met teveel.
M: Ik ben het geheel met je eens, maar helaas denken niet alle mensen er gelijk over. Sorry daarvoor.
260105

Grenzen of doelen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, op de valreep van dit jaar schrijf ik mijn tweede gast blog. Ik ben van plan om wat vaker van me te laten horen. Wat is het heerlijk om de wijsheid van de dieren met jullie te delen.

Vandaag neem ik jullie graag mee in de eye-openers die Luca, een hondje van 1,5 jaar uit Roemenië, zó uit haar mouw schudde. In mijn praktijk kom ik geregeld in contact met buitenlandse hondjes. Het lijkt wel alsof ze het in hun genen hebben om vooral op hun eigen autonomie te vertrouwen. Ze laten zich niet makkelijk iets ‘wijs maken’ door ons mensen. Vaak hebben ze in hun vroege leven ook niet veel aanleiding gehad om iets van mensen aan te nemen. Dit maakt het samenleven met deze lieve hondjes wel eens uitdagend, zacht uitgedrukt.

Luca toont zich als een zacht, lief en gevoelig hondje, dat snel last heeft van stress, zeer alert is en heel urgent kan blaffen. Wandelen is zo stressvol voor haar, dat dit voorlopig nog niet gaat. Gelukkig hebben haar mensen een grote tuin. Daar kan Luca een plas en een poep doen. Alleen thuis blijven vindt ze ook erg spannend; dit gebeurt daarom nog niet.

Haar mensen investeren veel geduld en liefde in de relatie met dit hondje. Ze begeleiden haar ontwikkeling tot een huishond steeds vanuit respect en vertrouwen. Daarbij lopen ze af en toe tegen hun eigen grenzen en mogelijkheden aan. Ze vragen zich af wat Luca nodig heeft om te leren meer rust te vinden, zodat ze bijvoorbeeld samen kunnen wandelen en de mensen geen gehoorbescherming nodig hebben bij de geringste reuring buitenshuis.

Ik ben hier heel benieuwd naar en leg contact met Luca. Als eerste geeft ze aan dat ze heel graag de hond wil worden die ze diep van binnen is. Ze laat zien dat ze een hond is met meer pit dan nu zichtbaar is. Er zitten allemaal laagjes overheen, als een soort buffertje. Haar buitenkant is daardoor anders dan haar binnenkant, zegt ze. Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern. Want daar zit niet alleen meer pit, maar ook haar vertrouwen en zekerheid. En vandaar uit kan ze meer en makkelijker leren.

Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern

Wat een lieverd, om meteen op tafel te leggen waar dit over gaat en om hulp te vragen. Ik nodig haar uit om aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe die hulp er voor haar uitziet. Dan vertelt ze dat ze merkt dat haar mensen soms wel eens over hun grenzen en mogelijkheden heen gaan in hun goede zorgen voor haar. Maar dat dit haar niet per se helpt. Volgens Luca is het onderdeel van respectvol met elkaar omgaan om ook te kunnen aangeven wat niet (meer) oké is. Ze doelt daarmee bijvoorbeeld op de routine die erin is geslopen om haar ’s nachts zo nodig een plasje in de tuin te laten doen. De gebroken nachten zijn voor de mensen echter niet vol te houden. En de routine moet voor allebei prettig zijn, mens en hond.

Luca vertelt me aan de hand van dit voorbeeld dat ze niet wil dat de mensen zich voor haar in bochten moeten wringen. ‘Want’, zo zegt ze met een klip en klare eenvoud, ‘dan lukt het me niet om in de overgave te komen. En overgave is nodig om dingen anders te leren doen.’ Zo, die zit. Zonder overgave geen verandering. Dank je wel, Luca.

Overgave is nodig om dingen anders te leren doen

Haar mensen vragen door op hoe dit dan in de praktijk werkt. Luca kan heel goed aangeven welke aanpassingen mogelijk zijn die voor beiden kunnen werken. Ze laat zien dat ze een duwtje in de goede richting prima kan hebben. Uit haar heldere tips blijkt dat er inderdaad meer pit zit in dit dametje dan eerder gedacht. Hieruit putten haar mensen het vertrouwen om de tips daadwerkelijk te gaan uitproberen. En ook dat ze ergens naar toe kunnen werken met elkaar.

Maar hier bleef het niet bij. Een volgende eye-opener kwam in het vervolg gesprek een paar weken later. Op veel vlakken ging het beter met Luca en hun samenwerking. Toch hadden haar mensen nog wat vragen. Ik legde contact met Luca om ze één voor één met haar door te nemen. Maar het liep anders.

Luca begon namelijk met een vraag aan míj. Ze vroeg of ik haar mensen wilde vragen om haar te gaan behandelen als de hond waarvan ze weten dat die van binnen in haar zit. De hond met pit, zekerheid en vertrouwen. Dit helpt haar om te zien waar ze naar toe kan groeien. Namelijk naar haar eigen kern die nu nog verstopt zit. Het omgaan met grenzen en mogelijkheden was een goede eerste stap. Maar er is meer nodig. Een doel. Haar kern. ‘Want’, zo zegt ze, ‘grenzen beperken en doelen geven richting’. Nou, zeg! Ook die zit.

Grenzen beperken en doelen geven richting

Ik laat in overleg met haar mensen hun eigen vragen even zitten en vraag hierop door. Luca legt het heel goed uit. Voor haar is het stellen, en tonen, van doelen duidelijker en meer uitdagend en verbindend dan begrenzen. Ook een doel geeft afbakening, net als begrenzing. Het fijne van doelen is dat je eraan kunt werken en dat je dit samen kunt doen. Hierdoor zijn doelen niet alleen richting gevend maar ook uitdagend en verbindend. Iets om naar toe te groeien. In haar geval naar het ontbloten van haar kern, waarin haar zekerheid en vertrouwen zit. En haar leervermogen. Daarom vroeg ze haar mensen om haar te behandelen alsof dit doel al bereikt is. Want dit geeft houvast om naar toe te groeien, ook al gaat hier tijd overheen.

Lieve Luca, wat een prachtige wijsheid. En hoe toepasbaar in het dagelijkse leven, ook van mensen. Ik zie een parallel met de goede voornemens voor het nieuwe jaar. Welke grenzen leg ik mezelf voor 2026 op: meer van dit of minder van dat… Geïnspireerd door Luca besluit ik voor 2026 wat doelen op een rijtje zetten en aan mezelf te tonen hoe dat eruit ziet. En dan, hup – in de overgave want anders komt er nog niets van terecht!

Bedankt, lieve Luca, voor je wijze inzichten! En bedankt, lieve AnimalTalks liefhebbers, voor jullie aandacht. En op naar een stralend 2026!
Barbette de Graaf

Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215

 

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat

Hyronimus over verbindende politiek

Het is beslist niet de bedoeling om deze site te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar in onze laatste Nieuwsbrief van 30 november 2025 heb ik dit onderwerp aangesneden. Hoe kunnen we onze maatschappij zodanig inrichten dat de tegenstellingen die nu zo diep zijn, met uitsluitingen van elkaar, meer in harmonie is.

M: Beste Hyronimus, ik wil je al weer heel graag consulteren. In onze laatste Nieuwsbrief stelde ik de vraag aan de lezers om in de gesprekken die we met dieren voeren deze vraag eens te stellen: hoe wij als mensen onze maatschappij op een verstandige manier zouden kunnen inrichten? Logisch lijkt dan ook dat ik die vraag ook stel en dan kom ik automatisch bij jou uit als mijn gids.
H: Dat is een boeiende vraag. Maar ben je niet bang als jij deze vraag al bij voorbaat beantwoord door een gesprek met mij bijvoorbeeld, dat andere dierentolken dan geen gesprekken gaan voeren met hun dieren?
M: Ik heb me dat wel afgevraagd maar ik denk dat er zoveel invalshoeken zijn als er mensen en dieren zijn en dat het dus hopelijk juist anderen zal inspireren om die vraag ook te stellen.
H: Als dat jouw insteek is, zal ik graag op je vraag ingaan. Als ik jullie situatie zou moeten analyseren zou ik zeggen dat de middelen en welvaart in de wereld niet eerlijk verdeeld zijn. Dat leidt ertoe dat groepen mensen naar andere oplossingen zoeken voor zichzelf om het beter te kunnen krijgen. Dat doen dieren ook. Als er ergens in een gebied niet meer voldoende voedsel te vinden is, moeten ze overgaan op ander voedsel, en velen kunnen dat niet, of moeten ze op zoek gaan naar plekken waar wel voldoende voedsel aanwezig is. Als je nu op deze wijze naar mensen kijkt, begrijp je waarom ze willen verhuizen. Dan kijk je natuurlijk naar de plekken waar het goed is, in jullie geval is dat veelal Europa als je vanuit armere streken komt. Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is.

Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is

Dus volgt er weerstand. Maar hoe doen de dieren dat? Sommige dieren zijn heel tolerant en schuiven een stukje op, zodat er genoeg voor iedereen is, of ze delen wat er is en zeuren niet. Andere dieren zijn territorium gebonden en verdedigen hun territorium met hand en tand. Zij dulden geen indringers. Die indringers vechten terug en winnen of verliezen en de verliezers moeten dan verder trekken. Jullie gedragen je als territorium gebonden en verdedigen jullie territorium met hand en tand. Daarbij is alles geoorloofd als de indringers maar niet in jullie territorium komen. Maar jullie zijn niet gebonden aan een territorium, jullie kunnen probleemloos verhuizen en er is ook genoeg om te delen. Want veel van het voedsel dat jullie produceren exporteren jullie, dus dat ‘geef’ je aan anderen. Hier ligt dus de kern van het probleem.
M: Dat is een mooie analyse, maar welke oplossing bestaat er?
H: Ja, dat is nog een lastige omdat de tegenstellingen zo groot zijn en er mensen zijn die er baat bij hebben om die tegenstellingen uit te vergroten. Want daar worden ze belangrijk van, groeit hun ego. De analyse zegt dat er feitelijk niet echt een probleem zou hoeven zijn en als dat er wel zou zijn is dat oplosbaar, zonder dat je oorlog voert tegen die migranten, die op een beter leven hopen. Er is genoeg voor iedereen in dit deel van de wereld. Het probleem is dus het menselijk ego, die baat heeft bij het feit dat het ego belangrijk is en dat kun je gemakkelijk bereiken door strijd te propageren. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen om problemen op te lossen. Je moet zoeken naar wat je met elkaar verbind en in harmonie zoeken naar oplossingen. Dat kan betekenen dat je iets moet opschuiven, maar die iets opgeschoven plek kan ook veel mooier zijn dan de oude plek, maar dat hoeft niet. Wees dan blij met dat je het leven van een ander mooier hebt gemaakt. Dat kan ook veel vreugde geven.

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt. Jij zegt zelf altijd: als je buurmeisje piano speelt maar het nog aan het leren is, en je houdt van dat meisje, dan luister je er met genoegen naar en verheug je op haar vorderingen. Maar is het een irritant meisje dan erger je iedere keer dat je haar hoort spelen, ook al zou ze nog zo mooi spelen. De persoonlijke band is dus van belang. Die kun je uitsluitend krijgen door met elkaar in gesprek te gaan. Is dit een beetje zoals je had gehoopt dat ik zou antwoorden?
M: Ik had geen idee wat je zou antwoorden. Je analyse was duidelijk, maar de oplossing is niet bepaald eenvoudig. Ik ben heel benieuwd hoe andere dierentolken hier tegenaan kijken en roep iedereen op om wat in te sturen. We zullen zo veel mogelijk meningen laten horen, zolang het naar oprechte oplossingen op zoek is. Intolerante inzendingen en/of opmerkingen passen niet binnen deze groep en zullen we dus negeren.
251203

Ratten en katten

Sinds de bomen bij ons aan de waterkant gekapt zijn, kom ik meer dode ratten tegen dan daarvoor. Ik vermoed dat de dieren minder schuilplekken hebben en een makkelijkere prooi zijn voor katten.

“Kun je niet wat doen aan al die katten?” hoor ik meteen. “Ze bemoeilijken ons leven.”

“Ja, er lopen inmiddels aardig wat katten rond,” antwoord ik. “Maar ik ga daar niks aan doen. Het zijn zwerfkatten maar ik ben blij met ze en de bedrijven hier ook.” Ik realiseer me dat zowel ratten als zwerfkatten maatschappelijk als probleem gezien worden.

Er klinkt wat gemurmel. De ratten laten weten dat ze het liefst vrij rondlopen. Ze moeten nu behoorlijk opletten.

“Wij zijn geen jagers. Wij eten restafval.”

“Nou, volgens mij eten jullie toch ook wel muizen en slakken en weet ik veel wat nog meer…”

“Ja, maar we zijn anders dan katten.”

Ze laten me zien dat zij dan wel snel zijn maar dat katten zich anders gedragen. Ze liggen of zitten lang stil en kunnen dan ineens een grote sprong maken. Ondanks dat de ratten dus vinden dat ze snel zijn kunnen ze toch de dupe worden van zo’n vliegend object als een springende kat.

“Irritant.” Weer datzelfde gemurmel. “Er verdwijnen sleutelfiguren bij ons.” Ze doelen daarbij op ouders die de jongen nog moeten voeden.

Ik begrijp de onvrede van de ratten maar ik wil er niet teveel op ingaan.

“De nachten zijn stil.” Het komt er bijna filosoferend uit. “Dat is fijn.”

“Ik zie jullie niet meer aan boord.”

“Nee, die katten waren voor jou een goede zet. Zonder hen vertrokken we niet.”

Hmmm, denk ik, waarom hadden ze dat nou niet even gedaan voor me? Ik heb er zoveel tegen proberen te doen en de oplossing bleek gewoon katten te zijn.

“Iets anders: ik hoorde laatst van mensen dat er regelmatig overdag ratten gesignaleerd worden in de stad. Hoe zit dat?”

“Als wij met meer zijn, voelen we ons vrijer – zekerder – overmoediger. Samen zijn we groot en sterk. Dan worden we vrijmoediger.”

“Toch lijkt het me niet handig als jullie je overdag zoveel laten zien.”

“Wij zijn er altijd. Maar je hebt gelijk, als we elkaar niet zien is er niks aan de hand.”

“Toch nog even één dingetje… als jullie de huizen in trekken, kan het zijn dat jullie dingen kapot maken. Daar houden mensen niet van.”

“Ach, dat is de hebberigheid van mensen.” De ratten doelen op het feit dat mensen iets bouwen of kopen en dan vinden dat het van hen is.

“Nou,” werp ik tegen, “houd daar dan toch maar rekening mee. Hoe minder jullie kapot maken, hoe minder jullie aanwezigheid opvalt.”

Om op het eind even vrienden te maken met de ratten, vertel ik ze dat ik het vaak voor ze opneem als de term ‘ongedierte’ valt in relatie tot hen.

“Dank je,” hoor ik. In de welbekende eenvoud maar waarachtigheid waarop dieren iets kunnen overbrengen.

Er is iets veranderd bij de kraaien

Een jaar geleden schreef ik een blog over mijn nieuwe vrienden op de hei, de kraaien. Er is iets veranderd en daar wil ik het nu over hebben.
M: Beste kraai, kunnen we weer een keer praten met elkaar?
K: Dat is helemaal goed, vertel maar wat is je vraag?
M: We zijn een tijdje niet zo close geweest en nu ineens zoeken jullie me weer op. Wat is er anders.
K: Dat is simpel, een jaar geleden begon het ook net koud te worden en dan moeten wij harder werken voor ons voedsel en dan is het handig als het je gebracht wordt.
M: En ik bracht jullie voedsel dus was dat welkom.
K: Precies, zo ging dat en we hebben er van genoten. Maar als dan het voorjaar weer aanbreekt dan hebben we het niet echt nodig om wat van mensen te krijgen, dan is er genoeg eten overal. Dus zodoende verwaterde het contact.
M: En ik dacht dat dat kwam omdat ik minder jassen ging dragen en ik dan geen brokjes meer bij me had.
K: Dat heeft zeker geholpen om het sneller te laten gebeuren, de ontkoppeling. Maar nu het weer kouder wordt is wat extra voer erg welkom.
M: Jullie vielen me sinds enkele dagen echt weer lastig als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. Jullie vlogen naast me, zaten me steeds aan te kijken en toen ik niet reageerde omdat ik geen eten bij me had, vlogen jullie vlak over mijn hoofd om vooral duidelijk te maken dat jullie wat van me verwachten.
K: Dat klopt, dat heb ik gedaan, daarvoor zijn we toch vrienden? En het heeft geholpen, nu heb je weer altijd voor bij je en dat is fijn.
M: Vandaag viel me iets op. Er is wat veranderd in jullie onderlinge verhoudingen, hoe zit dat?
K: Tja, vorige periode waren we steeds met z’n drieën en dat is nu veranderd. Onze zoon van vorige jaar heeft een deel van ons territorium overgenomen en wij hebben nu ons territorium wat verder weg van de plek waar je de hei op komt. Dat was best wel lastig, maar we konden ons niet voldoende handhaven en hij was sterker.
M: Ja, ik heb moeite jullie allemaal uit elkaar te houden, aan jullie kleur en voorkomen zie ik niet zo veel, maar wel meer aan jullie gedrag. En vandaag herkende ik jouw manier van vangen, geen van je broeders en zusters kan wat jij doet, de brokjes vangen en dat zag ik je nu ineens weer doen. Toen begreep ik dat de kraaien op het eerste deel van de hei andere waren dan degene die ik vorige jaar had leren kennen.
K: Dat heb je dan heel goed gezien. Begrijp je nu ook dat ik je zelfs in het bos achtervolgde want ik wilde heel graag weer vrienden worden.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog wat kwijt?
K: Blijf vooral dagelijks komen en wat voor ons meenemen, daar genieten we van.
M: Ik zal mijn best doen.
251118