Hyronimus over verbindende politiek

Het is beslist niet de bedoeling om deze site te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar in onze laatste Nieuwsbrief van 30 november 2025 heb ik dit onderwerp aangesneden. Hoe kunnen we onze maatschappij zodanig inrichten dat de tegenstellingen die nu zo diep zijn, met uitsluitingen van elkaar, meer in harmonie is.

M: Beste Hyronimus, ik wil je al weer heel graag consulteren. In onze laatste Nieuwsbrief stelde ik de vraag aan de lezers om in de gesprekken die we met dieren voeren deze vraag eens te stellen: hoe wij als mensen onze maatschappij op een verstandige manier zouden kunnen inrichten? Logisch lijkt dan ook dat ik die vraag ook stel en dan kom ik automatisch bij jou uit als mijn gids.
H: Dat is een boeiende vraag. Maar ben je niet bang als jij deze vraag al bij voorbaat beantwoord door een gesprek met mij bijvoorbeeld, dat andere dierentolken dan geen gesprekken gaan voeren met hun dieren?
M: Ik heb me dat wel afgevraagd maar ik denk dat er zoveel invalshoeken zijn als er mensen en dieren zijn en dat het dus hopelijk juist anderen zal inspireren om die vraag ook te stellen.
H: Als dat jouw insteek is, zal ik graag op je vraag ingaan. Als ik jullie situatie zou moeten analyseren zou ik zeggen dat de middelen en welvaart in de wereld niet eerlijk verdeeld zijn. Dat leidt ertoe dat groepen mensen naar andere oplossingen zoeken voor zichzelf om het beter te kunnen krijgen. Dat doen dieren ook. Als er ergens in een gebied niet meer voldoende voedsel te vinden is, moeten ze overgaan op ander voedsel, en velen kunnen dat niet, of moeten ze op zoek gaan naar plekken waar wel voldoende voedsel aanwezig is. Als je nu op deze wijze naar mensen kijkt, begrijp je waarom ze willen verhuizen. Dan kijk je natuurlijk naar de plekken waar het goed is, in jullie geval is dat veelal Europa als je vanuit armere streken komt. Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is.

Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is

Dus volgt er weerstand. Maar hoe doen de dieren dat? Sommige dieren zijn heel tolerant en schuiven een stukje op, zodat er genoeg voor iedereen is, of ze delen wat er is en zeuren niet. Andere dieren zijn territorium gebonden en verdedigen hun territorium met hand en tand. Zij dulden geen indringers. Die indringers vechten terug en winnen of verliezen en de verliezers moeten dan verder trekken. Jullie gedragen je als territorium gebonden en verdedigen jullie territorium met hand en tand. Daarbij is alles geoorloofd als de indringers maar niet in jullie territorium komen. Maar jullie zijn niet gebonden aan een territorium, jullie kunnen probleemloos verhuizen en er is ook genoeg om te delen. Want veel van het voedsel dat jullie produceren exporteren jullie, dus dat ‘geef’ je aan anderen. Hier ligt dus de kern van het probleem.
M: Dat is een mooie analyse, maar welke oplossing bestaat er?
H: Ja, dat is nog een lastige omdat de tegenstellingen zo groot zijn en er mensen zijn die er baat bij hebben om die tegenstellingen uit te vergroten. Want daar worden ze belangrijk van, groeit hun ego. De analyse zegt dat er feitelijk niet echt een probleem zou hoeven zijn en als dat er wel zou zijn is dat oplosbaar, zonder dat je oorlog voert tegen die migranten, die op een beter leven hopen. Er is genoeg voor iedereen in dit deel van de wereld. Het probleem is dus het menselijk ego, die baat heeft bij het feit dat het ego belangrijk is en dat kun je gemakkelijk bereiken door strijd te propageren. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen om problemen op te lossen. Je moet zoeken naar wat je met elkaar verbind en in harmonie zoeken naar oplossingen. Dat kan betekenen dat je iets moet opschuiven, maar die iets opgeschoven plek kan ook veel mooier zijn dan de oude plek, maar dat hoeft niet. Wees dan blij met dat je het leven van een ander mooier hebt gemaakt. Dat kan ook veel vreugde geven.

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt. Jij zegt zelf altijd: als je buurmeisje piano speelt maar het nog aan het leren is, en je houdt van dat meisje, dan luister je er met genoegen naar en verheug je op haar vorderingen. Maar is het een irritant meisje dan erger je iedere keer dat je haar hoort spelen, ook al zou ze nog zo mooi spelen. De persoonlijke band is dus van belang. Die kun je uitsluitend krijgen door met elkaar in gesprek te gaan. Is dit een beetje zoals je had gehoopt dat ik zou antwoorden?
M: Ik had geen idee wat je zou antwoorden. Je analyse was duidelijk, maar de oplossing is niet bepaald eenvoudig. Ik ben heel benieuwd hoe andere dierentolken hier tegenaan kijken en roep iedereen op om wat in te sturen. We zullen zo veel mogelijk meningen laten horen, zolang het naar oprechte oplossingen op zoek is. Intolerante inzendingen en/of opmerkingen passen niet binnen deze groep en zullen we dus negeren.
251203

Ratten en katten

Sinds de bomen bij ons aan de waterkant gekapt zijn, kom ik meer dode ratten tegen dan daarvoor. Ik vermoed dat de dieren minder schuilplekken hebben en een makkelijkere prooi zijn voor katten.

“Kun je niet wat doen aan al die katten?” hoor ik meteen. “Ze bemoeilijken ons leven.”

“Ja, er lopen inmiddels aardig wat katten rond,” antwoord ik. “Maar ik ga daar niks aan doen. Het zijn zwerfkatten maar ik ben blij met ze en de bedrijven hier ook.” Ik realiseer me dat zowel ratten als zwerfkatten maatschappelijk als probleem gezien worden.

Er klinkt wat gemurmel. De ratten laten weten dat ze het liefst vrij rondlopen. Ze moeten nu behoorlijk opletten.

“Wij zijn geen jagers. Wij eten restafval.”

“Nou, volgens mij eten jullie toch ook wel muizen en slakken en weet ik veel wat nog meer…”

“Ja, maar we zijn anders dan katten.”

Ze laten me zien dat zij dan wel snel zijn maar dat katten zich anders gedragen. Ze liggen of zitten lang stil en kunnen dan ineens een grote sprong maken. Ondanks dat de ratten dus vinden dat ze snel zijn kunnen ze toch de dupe worden van zo’n vliegend object als een springende kat.

“Irritant.” Weer datzelfde gemurmel. “Er verdwijnen sleutelfiguren bij ons.” Ze doelen daarbij op ouders die de jongen nog moeten voeden.

Ik begrijp de onvrede van de ratten maar ik wil er niet teveel op ingaan.

“De nachten zijn stil.” Het komt er bijna filosoferend uit. “Dat is fijn.”

“Ik zie jullie niet meer aan boord.”

“Nee, die katten waren voor jou een goede zet. Zonder hen vertrokken we niet.”

Hmmm, denk ik, waarom hadden ze dat nou niet even gedaan voor me? Ik heb er zoveel tegen proberen te doen en de oplossing bleek gewoon katten te zijn.

“Iets anders: ik hoorde laatst van mensen dat er regelmatig overdag ratten gesignaleerd worden in de stad. Hoe zit dat?”

“Als wij met meer zijn, voelen we ons vrijer – zekerder – overmoediger. Samen zijn we groot en sterk. Dan worden we vrijmoediger.”

“Toch lijkt het me niet handig als jullie je overdag zoveel laten zien.”

“Wij zijn er altijd. Maar je hebt gelijk, als we elkaar niet zien is er niks aan de hand.”

“Toch nog even één dingetje… als jullie de huizen in trekken, kan het zijn dat jullie dingen kapot maken. Daar houden mensen niet van.”

“Ach, dat is de hebberigheid van mensen.” De ratten doelen op het feit dat mensen iets bouwen of kopen en dan vinden dat het van hen is.

“Nou,” werp ik tegen, “houd daar dan toch maar rekening mee. Hoe minder jullie kapot maken, hoe minder jullie aanwezigheid opvalt.”

Om op het eind even vrienden te maken met de ratten, vertel ik ze dat ik het vaak voor ze opneem als de term ‘ongedierte’ valt in relatie tot hen.

“Dank je,” hoor ik. In de welbekende eenvoud maar waarachtigheid waarop dieren iets kunnen overbrengen.

Er is iets veranderd bij de kraaien

Een jaar geleden schreef ik een blog over mijn nieuwe vrienden op de hei, de kraaien. Er is iets veranderd en daar wil ik het nu over hebben.
M: Beste kraai, kunnen we weer een keer praten met elkaar?
K: Dat is helemaal goed, vertel maar wat is je vraag?
M: We zijn een tijdje niet zo close geweest en nu ineens zoeken jullie me weer op. Wat is er anders.
K: Dat is simpel, een jaar geleden begon het ook net koud te worden en dan moeten wij harder werken voor ons voedsel en dan is het handig als het je gebracht wordt.
M: En ik bracht jullie voedsel dus was dat welkom.
K: Precies, zo ging dat en we hebben er van genoten. Maar als dan het voorjaar weer aanbreekt dan hebben we het niet echt nodig om wat van mensen te krijgen, dan is er genoeg eten overal. Dus zodoende verwaterde het contact.
M: En ik dacht dat dat kwam omdat ik minder jassen ging dragen en ik dan geen brokjes meer bij me had.
K: Dat heeft zeker geholpen om het sneller te laten gebeuren, de ontkoppeling. Maar nu het weer kouder wordt is wat extra voer erg welkom.
M: Jullie vielen me sinds enkele dagen echt weer lastig als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. Jullie vlogen naast me, zaten me steeds aan te kijken en toen ik niet reageerde omdat ik geen eten bij me had, vlogen jullie vlak over mijn hoofd om vooral duidelijk te maken dat jullie wat van me verwachten.
K: Dat klopt, dat heb ik gedaan, daarvoor zijn we toch vrienden? En het heeft geholpen, nu heb je weer altijd voor bij je en dat is fijn.
M: Vandaag viel me iets op. Er is wat veranderd in jullie onderlinge verhoudingen, hoe zit dat?
K: Tja, vorige periode waren we steeds met z’n drieën en dat is nu veranderd. Onze zoon van vorige jaar heeft een deel van ons territorium overgenomen en wij hebben nu ons territorium wat verder weg van de plek waar je de hei op komt. Dat was best wel lastig, maar we konden ons niet voldoende handhaven en hij was sterker.
M: Ja, ik heb moeite jullie allemaal uit elkaar te houden, aan jullie kleur en voorkomen zie ik niet zo veel, maar wel meer aan jullie gedrag. En vandaag herkende ik jouw manier van vangen, geen van je broeders en zusters kan wat jij doet, de brokjes vangen en dat zag ik je nu ineens weer doen. Toen begreep ik dat de kraaien op het eerste deel van de hei andere waren dan degene die ik vorige jaar had leren kennen.
K: Dat heb je dan heel goed gezien. Begrijp je nu ook dat ik je zelfs in het bos achtervolgde want ik wilde heel graag weer vrienden worden.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog wat kwijt?
K: Blijf vooral dagelijks komen en wat voor ons meenemen, daar genieten we van.
M: Ik zal mijn best doen.
251118

Wat is waar?

Het communiceren met dieren blijft interessant. Wat is waar, wat bedenk ik zelf, interpreteer ik wel goed?

De jonge zebra uit Uganda raakt me op een verfrissende manier.

Als ik contact wil maken met het dier, hoor ik: “Je zoekt me op land, maar ik ben hier.” Hij laat zich ergens in de lucht zien en mijn aandacht gaat van beneden naar boven.

“Hier treffen we elkaar,” zegt hij en ik weet niet of hij nu bedoelt dat alle zebra’s elkaar daar treffen of dat hij deze plek heeft uitgekozen als ontmoetingspunt tussen ons.

Kennelijk merkt hij wat verwarring bij me want meteen hoor ik: “Je wilt naar mijn lijf? Okee, dan gaan we naar beneden.”

En hij brengt me bij een liggend zebra lichaam en hij zegt dat hij hierin behuisd is. Alweer verwarring bij mij. Liggen zebra’s? Ik zoek het even snel op internet op en lees dat zebra’s soms liggen, maar nooit allemaal tegelijk.

“Als we zo slapen, liggen we in een soort diepterust,” legt de zebra uit. “We doen het niet lang, maar het is diep en verkwikkend. De groep waakt.”

Ik voel aan het dier dat hun normale staat van zijn altijd alert is. Altijd oplettend, altijd ‘aan’, zoals we dat in de zorg dan zeggen.

“Ja, dat maakt het zebra-zijn uniek. Wij zijn altijd in de aan-fase en toch hebben we een evenwicht wat het zebra-zijn prettig maakt.”

Ik laat hem zien dat dat voor mij als vreemd aanvoelt: tegelijkertijd alert als ook een zekere ontspanning. Het lijkt mij vermoeiend en bijna niet mogelijk.

“Dat komt omdat jullie ook veel meer moeten doen. Jullie hersenen maken overuren, jullie hebben veel ontwikkelings- en ervaringsgebieden waar jullie aan willen deelnemen. Bij ons zijn geen hoge eisen. We leiden een rustig leven, maar wel alert.”

De zebra vindt dat hij genoeg contact heeft gehad en gaat weer terug naar ‘de cloud’. “Ik vind het ook fijn om daar te zijn,” reageert hij op mijn verbazing van zijn abrupte vertrek. “Hier is een collectief bewustzijn.”

Als we ‘opgehangen’ hebben, het contact verbroken hebben, laat hij me achter met een gevoel: is deze jonge zebra nou overleden of vindt hij het gewoon fijn om af en toe uitstapjes te maken buiten zijn lijfelijke staat van zijn?

Het feit dat ik me er niet druk om maak, doet me glimlachen. Ik hoef het niet meer uit te pluizen. Ik aanschouw en ervaar.

Veganist of vegetariër of anders

M: Beste Hyronimus, ik wil je een persoonlijke vraag stellen die me al even bezig houd.
H: Ga je gang.
M: Je weet dat ik probeer veganistisch te leven, zonder enig gebruik van dierlijke producten. Maar dat lukt me niet altijd, ik ben ook nog wel een beetje flexibel. Maar er is een product dat voor mijn gezondheid best positief zou kunnen werken dat ik niet wil gebruiken vanwege het feit dat er runder botten in verwerkt zijn.
H: Ik begrijp je vraag, maar zie het probleem niet. Als je puur veganist wilt zijn, gebruik je op geen enkele wijze producten die van dieren afkomstig zijn. Dus geen vlees en vis, maar ook geen melk, kaas, boter, honing, enz. Uiteraard dus ook geen runder botten. Dat is logisch.
Maar als je af en toe zondigt tegen je eigen principes door soms een stukje kaas te eten, maak een beetje runder botten toch ook niet meer uit?
M: Ja het voelt niet goed om iets te eten waar dieren voor gedood zijn en dus zijn runder botten voor mij toch iets anders dan kaas, daar is geen dier voor gedood.
H: Dat is een kunstmatig onderscheid. Voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood, want de koeien moeten zwanger blijven en er worden nu eenmaal meer stiertjes geboren dan vrouwelijke kalfjes. Die stiertjes zijn een restproduct en hebben nauwelijks waarde. Zo worden ze ook behandeld. Jouw beeld dat zuivel zonder dode dieren kan, is een illusie. En als je dat wel accepteert voor zuivel, waarom maak je dan geen gebruik van de restanten van dode dieren in een geneesmiddel of supplement? Echt hypocriet.

Ook voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood

M: Nou, je hebt een hard oordeel over me.
H: Nee, dat heb ik niet. Je krijgt de volledige keuzevrijheid of je het geneesmiddel of supplement wel of niet wilt gebruiken, maar je redenatie is hypocriet, klopt gewoon niet. Van zuivel genieten, ook al is het maar heel af en toe, gaat bepaald niet zonder dierenleed gepaard. Dat kun je en wil je ook niet ontkennen. Bouillon trekken van runder botten is een proces dat gebruik maakt van slachtafval, er wordt geen dier extra voor dood gemaakt. Dit zou dus veel eenvoudiger moeten liggen dan het eten van een stukje kaas.
M: Je geeft me een goede reden om hierover na te denken. Mijn gevoel loopt hier dus duidelijk niet synchroon met de ernst van de ingreep in mijn principes.
H: Als je een duidelijk principe wilt volgen moet je afblijven van alle dierlijke producten, dus ook dat ene stukje kaas af en toe. Dan kun je dit supplement ook niet gebruiken, in andere gevallen zou ik er geen punt van maken. Maar de keuze is aan jou.
M: Dank je wel voor deze wijze les.
251031

 

Wijsheid van een ara

Soms heb ik mijn vraagstukken en soms ben ik zo slim om dat bij de dieren neer te leggen voor een klein overlegje.

De afgelopen tien maanden heb ik nauwelijks consulten gedaan. Ik vind dat ik het druk zat heb en het gaf me wat stress als ik de gesprekken tussen mens en dier er ook nog es bij moest doen. Soms verandert een leven en komen er andere dingen op je pad, hield ik mezelf steeds voor.

Maar … is dat wel zo?

Ik vraag het onze ara, Pepijn. “Natuurlijk moet je doorgaan!” is meteen zijn reactie. “Je moet wat minder druk zijn met ‘gedoetjes’ en je tijd efficiënt inzetten.”

Bwam! Dankjewel maar weer…

Als een klein kind die op zijn nummer is gezet zit ik een beetje te mokken en excuses te verzinnen.

“Je bent een brug. Je hebt die functie,” hoor ik Pepijn zeggen.

Hij laat het me in beeld zien: Je hebt het alledaagse en je hebt het overstijgende. In het overstijgende moet het goed zitten om het dagelijkse goed te kunnen doormaken met elkaar.

Dát is een interessante…

In de zorg, waarin ik veel uren in de week werk en waar mijn gedachten veel mee bezig zijn, gaat het andersom: er moet gezorgd worden dat het dagelijkse stáát (vast dagprogramma, we handelen hetzelfde om zo zekerheid en stabiliteit te bieden aan de bewoners) en alles is erop gericht om het niet persoonsafhankelijk te maken (dat wil zeggen dat het voor de bewoners niet zou moeten uitmaken wie er werkt: we doen allemaal hetzelfde en zijn allemaal betrouwbaar).

Pepijn beweert het tegenovergestelde. Hij suggereert dat het om de relatie gaat. Hoe zit dit?

“De werf is een goed voorbeeld,” haakt Pepijn in op mijn gedachten. “Alles ging anders dan normaal, maar omdat onze relatie met elkaar stáát, kunnen we heel veel aan.”

Ik ben best wat flabbergasted, want ik vind dat hij gelijk heeft. Het is ook vaak een punt van gesprek op mijn werk.

“Je mag trouwens wel iets meer thuis zijn,” maakt Pepijn gebruik van de situatie nu we toch op deze manier contact hebben. “Je kunt de gesprekken ook gewoon thuis doen, daarvoor hoef je niet naar je kantoor. Laatst ging dat ook goed.”

Ik vertel hem dat ik ga overwegen wat hij heeft doorgegeven.

“Ja, er zijn mensen nodig die draden weven,” laat hij weten, als variatie op het beeld van de brug. Draden weven, als in een web, is ook een vorm van verbinding maken tussen het bekende en het onbekende, dat wat we zien en dat wat we te weten kunnen komen via de diercommunicatie.

“Dank je wel maar weer,” zeg ik tegen hem.

“Weer graag gedaan. Het kost me geen moeite.”

Zwermende spreeuwen

In deze tijd van het jaar begin je ze weer te zien, de zwermende spreeuwen. Ze maken de mooiste vormen en het is een genot om naar te kijken. Dus wil ik hier meer van weten. 

M: Dag spreeuwen, ik zou graag met iemand van jullie willen praten over jullie bijzondere wijze van vliegen, het zwermen. Wie kan en wil daar wat over vertellen?
Het is een tijdje stil, geen contact of toch wel? Ik vraag het nog maar eens.
S: Ja, ik wil wel antwoorden maar we zijn druk, kun je ook een ander moment kiezen?
M: Natuurlijk kan ik dat, maar dat is toch helemaal niet nodig, ook al ben je druk, we communiceren op een heel ander niveau en daar maakt dat niet uit.
S: Je hebt wel gelijk, maar ik had even geen zin.
M: Dat is natuurlijk je goed recht. Is er dan soms iemand anders die wel met me wil praten?
S: Dat is nu ook weer niet de bedoeling. Ik ben niet de baas, want wij hebben geen bazen, maar ik wil wel heel graag belangrijk zijn, dus praat dan toch maar met mij.
M: Waarom wil je graag belangrijk zijn, wat betekent dat voor jou?
S: Dit gesprek loopt helemaal verkeerd, jij wilt wat weten over ons zwermen, laten we daar over praten en niet over mij.
M: Helemaal goed. Vertel eens hoe jullie dat voor elkaar krijgen om in grote groepen te zwermen zonder dat jullie botsen, dat is echt een fenomeen voor ons mensen. Wij kijken er ook met bewondering naar als jullie tegen de schemering gaan zwermen.
S: Het is eigenlijk heel simpel, we zijn als groep in een soort trance waardoor we als één geheel kunnen functioneren. Het is dus niet iets mechanisch zoals jullie mensen vaak beweren, maar we zijn echt dan een geheel, niet meer ieder vogeltje afzonderlijk, maar de zwerm als geheel. En als groepen zich aansluiten dan worden die ook opgenomen in het geheel. Soms zie je de groep uiteenvallen of juist samenvoegen en dat kan gebeuren. Als de groep opsplitst dan zijn het twee entiteiten en als het weer samenvoegt is het weer een geheel en een groep zonder individuen.

Als ik dan op internet kijkt hoe de wetenschap het zwermen uitlegt lees ik bij ChatGPT dit:

S: Ja, daar zie je het al, het wordt geheel mechanisch uitgelegd, maar het is echt heel anders. Dat komt omdat veel mensen en de wetenschap vaak helemaal, de spirituele kant van het leven missen en dan moet je een mechanische verklaring hebben. Maar als wij gezamenlijk in trance zijn en dat ontstaat vanzelf bij het formatie vliegen, dan kunnen we de mooiste dansen uitvoeren.
M: Ja, dat is wat mij zo fascineert en waarom ik zo graag dit gesprek wilde voeren. Maar dank je wel dat je dit met me wilde delen.
S: Graag gedaan.

251021

De kracht van katten

Onze katten hebben een avontuur meegemaakt. Het schip waarop we wonen moest een werfbeurt hebben. Dat wilde zeggen: ramen en deuren dicht, naar de werf varen, op de werf getrokken worden, afspuiten van het schip, lassen aan het schip, betimmering en isolatiemateriaal verwijderen in verband met brandgevaar, lawaai van de werf, nog steeds ramen en deuren dicht, kamer blauw van de las-rook, terugvaren naar de eigen plek, daar aankomen en zien dat alle bomen en struiken gekapt zijn.

We liggen weer, zijn nog niet op orde maar de katten lopen weer in en uit. Tijd voor een praatje.

“Jij vertelt ook niet veel van te voren, he?” is het eerste wat ik hoor als ik deze intense ervaring wil evalueren.

“Nee,” grinnik ik, “ik dacht: ervaar het maar. Ik kan van alles gaan uitleggen maar ik wist niet of ik daarmee veel onnodige onrust zou zaaien.”

Overigens had ik de dieren wel voorbereid, maar het klopt dat het niet in details was en vooral gericht op dát er wat ging gebeuren en dat ze gewoon rustig konden blijven want alles was onder controle.

Ik vraag de katten hoe ze alle veranderingen en onrust hebben ervaren. Ze laten zien dat ze zich teruggetrokken hebben, heel stil hebben gezeten en hun aandacht en concentratie erg in zichzelf gericht hadden.

“Dat is een interessante,” merk ik op. “Wat wij mensen in zulke situaties hebben is juist dat we erg ‘uitvliegen’ en juist ‘los’ van onszelf komen. We willen de hele situatie in ogenschouw nemen, willen beheersen, begrijpen.”

“Dat heeft geen zin,” laat een van de katten weten. “De geluiden waren niet te herleiden. Het enige wat zeker was, was de aanwezigheid van jezelf.”

Ik begrijp dat ze dat zo deden en vind het bewonderenswaardig. Door niet mee te gaan in de gekte van geluiden hebben ze zichzelf enorm veel stress bespaard.

“Toen ik jullie een keer naar buiten liet gaan omdat het naar mijn idee veilig was op dat plekje aan de wal, is Boudewijn in het water gevallen. Hij kwam helemaal nat binnen. Ik heb niet begrepen hoe hij uit het water heeft kunnen komen. Ik had er bijna kopbrekens over. Kun je uitleggen wat er is gebeurd?”

Wat de kat laat zien is eigenlijk één snelle beweging: het vallen en meteen grijpen naar iets waaraan hij zich opgetrokken heeft. Het moet haast wel een autoband zijn geweest waar hij zijn nagels in heeft weten te zetten. Als ik het zo zie/voel/ervaar, moet het een lucky moment geweest zijn: net op tijd iets vast hebben kunnen pakken en met enorme inspanning omhoog weten te komen. (Er worden vaak autobanden aan een touw gebruikt om te voorkomen dat een schip tegen de kant of tegen een ander schip aan knalt.)

Omdat de dieren twee weken binnen zijn geweest, vraag ik ze hoe ze dat hebben ervaren.

“Er was voldoende ruimte.”

Dat is fijn om te horen. Het klopt inderdaad dat ik de deuren zoveel mogelijk open had zodat ze ook naar de roef en de stuurhut konden. En het schip zit vol verstop- en klimplekjes.

“Enne… dat plassen en poepen dat jullie op allerlei plekken deden terwijl er twee kattenbakken stonden…?”

“Dat bepalen we zelf wel,” krijg ik wat opstandig te horen. De rakkers. Nou ja, ik heb er ook geen punt van gemaakt. Alles stond zo op z’n kop…

“En nu zijn jullie terug en ondertussen hebben ze alle bomen en struiken gekapt. Hoe is dat voor jullie?” “Ontzettend kaal, maar de nachten zijn heerlijk.”

De dieren genieten inderdaad weer enorm van het buiten zijn. Ze kunnen uren weg zijn om vervolgens weer ergens in het schip een slaapplekje te zoeken.

Nou, wat ik weer geleerd heb van katten: de kracht van het stilzitten en ondergaan met behoud van een bepaalde vorm van alertheid.

Misschien komt de uitdrukking dat katten negen levens hebben daar onder andere vandaan. Ze kunnen heel wat situaties aan.

Kaila gedraagt zich onmogelijk

Onze hond Kaila heeft iets nieuws bedacht en het stoort me langzamerhand. Als we op de hei wandelen, daar mag ze los lopen en wandelen we altijd over de paden en heeft Kaila haar vrijheid om haar wandeling te lopen. Ze loopt nooit vlak naast me, ze houd van haar vrijheid en is soms ook volledig uit het zicht voordat ze weer bij me komt lopen. Maar al een aantal dagen gaat ze daarin veel verder. Ze loopt niet mijn paden maar ze loopt andere paden rustig honderd meter verderop en liefst langs de fietspaden waar ze niet erg op de fietsers let maar waar wel de meeste konijnenkeutels te vinden zijn en die eet ze op. Het zijn net een soort dropjes voor haar, ze smult er van, alleen van de verse.

M: Kaila, waarom loop je sinds enkele dagen zo ver bij mij vandaan, voor mijn gevoel veel te ver.
K: Ja, ik loop wat meer mijn eigen wandeling, maar ik ben me er niet echt van bewust dat jij dat niet fijn vindt. Aan de andere kant wil ik wel mijn vrijheid hebben en gewoon op zoek gaan naar het lekkers dat overal ligt.
M: Dat is voor mij wel een reden van zorg. Je weet dat ik je graag toch enigszins in de gaten wil houden vanwege je drugsgebruik. Als je het vindt dan eet je ervan en je wordt er erg beroerd van, echt ziek. Daar probeer ik je voor te behoeden, maar je geeft me daar geen gelegenheid voor op deze ma-nier.
K: Ja en dan hoef ik natuurlijk niet te komen aanzetten met ik ben wijs genoeg om daar zelf op te letten omdat ik weet dat dat helaas niet zo is.
M: Dat is het juist en dan is mijn vraag: hoe kunnen we dit weer zo maken dat we allebei weer blij kunnen wandelen?
K: Ik heb je punt begrepen en zal wat meer mijn best doen om minder ver weg te lopen.
M: Dat voelt voor mij een beetje als een te vrijblijvende afspraak. Ik neem je daarom de komende dagen gewoon aan de lijn en laat je even niet los lopen, zodat je er weer aan went bij mij te blijven.
K: Dat vind ik wel erg jammer, waarom geef je me niet wat vertrouwen zodat ik het kan laten zien?
M: Daar wil ik nog over nadenken.

De volgende dag geef ik haar dan toch het vertrouwen waar ze om vraagt en ze gedraagt zich voorbeeldig. Dat houdt ze enkele dagen vol en ik laat haar weer op al onze wandelplekken, hei, bos, enz. los lopen en ze doet het echt goed. Dagelijks maak ik haar een compliment. En dan gaat het opeens weer mis, enkele dagen later.

Ik ben zwaar door mijn rug gegaan en heb moeite met lopen, maar vooral met bukken, opstaan uit een stoel of weer gaan zitten. We maken de middagwandeling op de hei en ze gedraagt zich weer als vanouds en loopt ver weg op andere paden, enz. Daar spreek ik Kaila op aan.

M: Kaila, waarom was je vandaag weer zo weerbarstig?
K: Heel simpel, jij was niet in orde en kon niet optreden als roedelleider, dus had ik weer vrij.
M: Voelt dat niet een beetje als verraad aan mij?
K: Nee helemaal niet. Ik ben hond weet je nog, hadden we het laatst al over gehad. Als de roedelleider niet meer kan leiden, dan krijgen anderen de kans om roedelleider te worden. En treedt er dus chaos op en in die chaos, komt de nieuwe sterke leider boven drijven. Ik ondermijnde alleen maar op een hele natuurlijke manier jouw gezag.
M: Dat heb ik gemerkt en vond ik niet echt fijn.

De volgende dag neem ik pijnstillers in om me fatsoenlijk te kunnen bewegen. Ik wandel weer met Kaila op een plek waar ik haar in het bos beter onder toezicht kan houden dan op de hei.

M: Ik heb je vandaag weer het vertrouwen gegeven dat je los mag lopen zonder dat je me in de steek laat of te veel je eigen gang gaat.
K: Dat stel ik zeer op prijs.
M: Maar onderweg was er toch een mooi moment. Je wandelde in de buurt van mij en keerde ineens om, stak je neus in de lucht, liep terug en ging ergens naar op zoek.
K: Dat moment herinner ik me nog goed vanochtend.
M: Maar je was zo bezig met je neus dat je dreigde een ander bos in te lopen waar we niet mogen komen. Ik riep je terug en je aarzelde even en ik zag je je neus min of meer uitschakelen en omdraaien en weer naar mij terug komen. Dat vond ik een mooi moment en dat deed je weer voortreffelijk.
K: Ja, vond ik best wel moeilijk, ik wilde mijn neus achterna lopen en was lekker bezig, maar jij verstoorde dat door me terug te roepen op een manier waarop je duidelijk maakte dat het menens was. Dus besloot ik je niet te negeren en weer gewoon met je mee te lopen.
M: Dat was mooi, maar waarom deed je dat, terwijl je gisteren nog afstand van me hield.
K: Je was duidelijk weer de onbetwiste roedelleider, die gehoorzaam je. Ook al ben ik een hond en wil ik af en toe ongehoorzaam zijn omdat ik een grote vrijheidsdrang heb. Maar gelukkig geef jij me heel veel ruimte binnen die vrijheidsdrang, daarom kan ik ook gehoorzamen wanneer dat nodig is.
M: Dank je wel. Ik hou van je, je bent echt mijn maatje.
K: Wederzijds.

250924 – 251001

Wat de uitnodiging van de roek teweeg brengt

Lieve AnimalTalk liefhebbers, weer een nieuwe blog. En deze keer van een nieuwe afzender. Als healer, reader en dierentolk kreeg ik de uitnodiging van Piek en Eddy om af en toe eens een gast blog te maken voor AnimalTalks. Hierop ingaan voelt als uit de kast komen, alhoewel ik sinds een jaar of twee bijna dagelijks consulten geef en mijn website begin dit jaar live ging (met bewust een lage vindbaarheid, dat wel). Een beetje spannend vind ik dit. Maar de roep om de wijsheid van de dieren te delen is sterk.

‘Toevallig’ kwam het heel goed uit als mijn eerste blog deze week zou uitkomen. Ook heel ‘toevallig’ had een cliënt vorige week een vraag over een grote zwerm roeken. Ze waardeert deze prachtige en beschermde vogels, alleen houden ze haar elk jaar wekenlang vanaf 5 uur ’s morgens uit haar slaap. Dit vindt ze zacht uitgedrukt ‘minder’. Haar open en neutrale vraag was wat hun plannen zijn. Het onuitgesproken gevoel is dat ze het fijn zou vinden als ze een andere locatie zouden vinden. Deze vraag kwam overigens na afloop van een telefonisch consult met haar eigen dieren op. Vanzelf verplaats ik mijn aandacht naar de zwerm roeken.

De roeken laten me zien hoe ze op de dakrand van een appartementengebouw verzamelen. Het gebouw staat in een stedelijke omgeving, maar ook enigszins aan de rand ervan met weilanden erachter en hoge bomen in de buurt. En voor het appartementengebouw zie ik een parkeerplaats en een tegenoverliggend appartementengebouw en ook wat bomen en groen. De vogels op de dakrand hebben de wijde natuur achter zich en de stedelijke omgeving en activiteit voor zich. Ze hebben het fijn; ze keuvelen met elkaar en ik voel cohesie en ontspanning in hun zwerm. De cliënt herkent dit beeld.

Dan komt de leider van de zwerm naar voren en die begint meteen tegen me te praten. Kennelijk wil hij zelf ook graag contact over de kwestie, want ik had me nog niet eens netjes kunnen voorstellen. Hij vraagt: “Welk alternatief wordt geboden voor een andere plek, want we zijn immers vrij.” Béng, meteen tot de kern komen. Dit is wat ik zo herken in communicatie met dieren. Hij vraagt het overigens net zo open en neutraal als de vraag van de cliënt was: oordeelloos.

Wat me raakt in zijn openingsvraag en -statement is dat hij hun vrijheid niet afbakent of verdedigt, maar zich kennelijk vrij voelt om als vanzelf open te staan voor alternatieven. Hoe mooi. Hij zegt erbij dat het overigens maar een korte tijd in het jaar is dat ze ’s morgens veel geluid maken. Een aantal weken. Hij laat zien dat ze dit doen ze als ze nesten hebben en er jongen zijn. Ook vertelt hij wanneer in het jaar ze hun plek kiezen. Dan zegt hij tegen de cliënt: “Dus je hebt mijn uitnodiging om de hele winter over een alternatief na te denken.”

De cliënt is een beetje verrast dat ze zelf een uitnodiging krijgt om over een alternatief na te denken. Ze wil eerst nog graag weten of er plannen zijn om in het plantsoen te gaan nestelen (alhoewel ze de roeken liever niet op dat idee wil brengen door het stellen van deze vraag). De leider van de zwerm was meteen heel duidelijk; de roeken willen hun jonkies graag vrij laten opgroeien en uitvliegen. Zonder menselijke pottenkijkers.

Vervolgens laat hij zien dat ze zo graag op die dakrand zitten omdat ze zelf een soort pottenkijkers zijn. Ze vinden het heerlijk om te zien waar de mensen zoal mee bezig zijn. Hij zegt, het is alsof we naar het theater gaan. Het is heel leuk om gade te slaan wat er allemaal in het mensentheater gebeurt. Elk uur van de dag is er een nieuwe voorstelling. “Maar”, zegt hij, “het theater is geen plek voor nestelen. Dat doen we ergens anders, waar we de jonkies beter kunnen begeleiden en beschermen.”

Terwijl ik dit terugkoppel aan de cliënt, merk ik dat de roekenleider doorgaat met informatie geven. Er is een jonge, toekomstige leider in beeld die hij – met veel vrijheid – aan het opleiden is. De roekenleider geeft aan dat de zwerm gaat splitsen als de jonge leider klaar is om te gaan leiden. Ze zijn samen aan het kijken naar ieder een eigen plek voor de toekomst. En dat kan ook ergens anders zijn. Nuchter merkt hij op dat de mensen hun huizen immers niet kunnen verplaatsen en de roeken wel.

Vervolgens neemt hij me mee in hun onderzoek naar alternatieven. Hij laat heel hoge boomkruinen zien in het buitengebied in de buurt van het appartementengebouw. Hij laat daar een omgeving zien die ik aan de cliënt omschrijf als lijkend op een stadion in de buurt van weilanden. Ik zie namelijk sportvelden, hoge lichtmasten en een komen en gaan van mensen. De roeken vinden het buitengebied erg fijn om te foerageren. En ze willen hoogte om het struweel en de weilanden te kunnen overzien. En er moet menselijke reuring zijn, want ze houden van theater. Deze plek, die meerdere mogelijkheden voor de roeken biedt, ligt vrij dicht bij het appartementengebouw alleen de andere kant op.

“Nou,” zegt de cliënt, opnieuw een beetje verrast, “dit gebied ligt inderdaad hierachter.” Er blijken voetbalvelden te zijn en er staan veel grote populieren en een aantal lichtmasten. Ze reflecteert erop hoe transformerend de uitnodiging van de roekenleider voor haar is. Want eerst voelde ze toch wat irritatie naar de vogels als ze met zovelen tegelijk hun kenmerkende, doordringende geluid maken. Inmiddels voelt ze warmte, zachtheid, respect en liefde voor hun aanwezigheid dankzij de open uitnodiging van de roekenleider om mee te kijken naar alternatieven. Ze vraagt me hem te bedanken.

Zelf vind ik het erg mooi dat de uitnodiging van de roekenleider deze transformatie teweeg brengt. In zachtheid is het makkelijker om je vrij te voelen om andere opties te verkennen. En daar dan open over te zijn. Een prachtige boodschap over leiderschap.

Nog even terug naar de opening van deze blog. Ook ik kreeg een uitnodiging. En ook ik voel zachtheid en vrijheid om andere opties in het leven te verkennen, zoals bijvoorbeeld de communicatie met dieren. En ook ik merk dat ik daar steeds opener over ben. De roekenleider herinnert mij hieraan. Daarom krijgt hij het podium voor deze eerste gast blog. Bedankt voor jullie aandacht.

Barbette de Graaf