Laten inslapen?

Uit: In de Stilte hoor je alles – Piek Stor in gesprek met dieren

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

Een vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar pekinees moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje niet onnodig laten lijden.

Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat, antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon.

Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…’ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.’

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’

‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet!

Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven heen gepraat moet worden.

Das maakt zich niet druk over mogelijke bedreiging leefgebied

(Een vriend van me vraagt me eens te praten met de dassen in zijn directe woonomgeving. In zijn buurt is een bos met een dassenburcht. Een deel van dat bos, nota bene onderdeel van Natuur Netwerk Nederland, lijkt door de politiek opgeofferd te worden om daar een parkeerplaats voor 500 auto’s te maken voor het naastgelegen speelpark. Hij maakt zich zorgen over de dassenclan die daar leeft en ik spreek daarom met de das.)

M: Das, mag ik je aanspreken in je burcht?
D: (De das laat zich zien, slapend in zijn burcht tegen enkele andere dassen aan, als poezen in elkaar.)
D: Wie ben je en wat wil je?
M: Ik ben … Ik probeer jouw leefgebied te beschermen, omdat dat mogelijk in gevaar is.
D: Hoezo?
M: Jouw buurman met het speelpark wil over een aantal jaren jouw bos gebruiken om auto’s te parkeren.
D: Zei je over een aantal jaren?
M: Ja, het gaat nog wel even duren, maar de plannen worden al gemaakt.
D: Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

Maar dat is nog ver weg, daar ga ik me nu nog niet druk over maken.

M: Dat kan ik begrijpen, maar in de mensenwereld worden plannen lang van te voren gemaakt en pas later uitgevoerd. Het zou voor jou en je familie kunnen betekenen dat je leefgebied ernstig beperkt wordt.
D: Hoezo?
M: Doordat het bos waar je nu leeft deels gekapt gaat worden en parkeerterrein gaat worden.
D: Wat maakt dat uit?
M: Je leefruimte wordt kleiner, je gebied om eten te zoeken wordt kleiner en je woonburcht ligt niet meer rustig, mensen kunnen komen kijken.
D: Dat laatste stoort, maar als ik wat verder moet om eten te zoeken is dat geen probleem. Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

Ik heb wel zorgen over alles wat op de grond slingert, lekker ruikt maar geen eten is. Het is verleidelijk daar van te eten, maar we worden daar soms erg ziek van.

M: Is dat je belangrijkste zorg?
D: Ja, op dit moment wel. Dus ik zou zeggen maak jij je ook maar geen zorgen.
M: Dat moet ik wel doen, want als dat uitgevoerd wordt heeft dat invloed op jouw eten en dat zou ik niet willen.
D: Voorlopig is er niets aan de hand, dus geen zorgen voor mij en over mij. Leuk je gesproken te hebben.
M: Wederzijds.

191115

Communiceren doe je samen

Met dieren kunnen communiceren is makkelijk, denken mensen vaak. Je kan je dier zo krijgen waar je het hebben wilt.

Nou, ik heb geleerd: voor communicatie zijn er echt twee nodig.

Ik had Rozette uit het asiel ‘gered’ en gezien het aantal ratten was ze meer dan welkom op ons schip.

Maar Rozette had andere plannen. Ze ontsnapte meteen de tweede dag al uit mijn afgezette gebied.

Wat ik ook probeerde te communiceren met haar, ik ving steeds bot. Ze reageerde niet op mijn ‘oproepen’ en ik had het idee in het luchtledige contact te leggen.

Toen ik haar na twee weken ergens zag was ik zo blij dat ik snel terugging om eten te halen.

Ik dacht dat ik onderweg met haar had kortgesloten dat ik haar in een mandje terug zou brengen, maar toen ik haar wilde pakken glipte ze wild uit mijn handen. Ik zag haar een week niet.

Rozette vertikte het om via het zesde zintuig informatie uit te wisselen.

Toen ontdekte ik dat ze een vaste plek had gevonden in een bosschage 500 meter vanaf het schip. Ik heb voorzichtig contact moeten opbouwen. Tijdens deze kennismakingsperiode kreeg ik zelfs een keer een venijnige linkse in mijn gezicht. Dat had een kat nog nooit gedaan.

Rozette vertikte het om via het zesde zintuig informatie uit te wisselen. Ze hield zich doof voor mij en liet mij maar werken.

Maar ach, ik paste me aan. Elke avond bracht ik eten. Ik had zelfs een hokje neergezet waar ze in kon als het regende of hard waaide. Soms was ze een of twee dagen aan de wandel en kwam ik voor niks.

Een uithuizige kat kost toch wel tijd dus ik combineerde het uitlaten van de hond op een gegeven moment met het eet- en contactmoment met Rozette.

Ook dit bouwden we lekker basic op via de vijf zintuigen.

Maar ja, ik wilde zo’n katje toch ook wel langs een andere kant leren kennen… Dus ik vroeg haar weer eens of ze wat van zichzelf wilde laten zien via de diercommunicatie.

Rozette gaf meteen het beeld dat ze ruimte nodig heeft en dat ze ervan baalt dat mensen willen bepalen waar ze moet zijn en wat haar ruimte is. Ze houdt van vrijheid, niet van hekken en ze gaf door dat ze niet zo’n socio is.

Ik merkte op dat ze wel steeds meer interesse voor de hond krijgt en dat ze toch ook wel leek te genieten van de contacten met mij.

‘Ja, maar jullie gaan weer. Dan heb ik het rijk weer alleen.’

Ze liet zien dat ze het schip veel te druk vindt, dat ze dan veel te veel rekening moet houden met anderen.

‘Weet wel dat ik al besloten heb om in de winter een buitenhok voor je neer te zetten aan boord. Het is de dijk aflopen en je bent bij het schip.’

‘Maak je toch niet zo druk!’ reageerde ze kortaf.

Ze heeft gelijk. We zien wel. Voorlopig zit ik dagelijks in haar bosjes insecten en bloemen te kijken terwijl zij haar bakje leegeet.

Hyronimus 4: Hyronimus laat weten dat hij over ons waakt

Ik zoek weer contact met Hyronimus, vaak begin ik mijn dierengesprekken met een gesprek met Hyronimus en daarna praat ik met andere dieren. Hij brengt me soms ook in contact met andere dieren of stuurt andere dieren naar mij toe voor een gesprek. In ieder geval is Hyronimus altijd een inspirerende persoonlijkheid.

M: Daar ben ik weer, ben je beschikbaar voor een gesprek?
H: Altijd, nou heel soms komt het niet uit.
M: Mijn lief vraagt mij jou haar excuses aan te bieden, ze zegt dat ze waarschijnlijk onterecht bang voor je is geweest.
H: Dat doet me goed om te horen, ze heeft gelijk, voor mij hoeft ze niet bang te zijn, ik zal haar en haar pup nooit iets doen. Maar sommige soortgenoten zijn niet mals.
M: Fijn om te horen dat je je hier niet druk over maakt … (ik word onderbroken)
H: Ik denk dat ze het nodig had om vertrouwen in jou te krijgen dat deze gesprekken geen onzin zijn. Maar ze heeft gezien wat het gesprek heeft gedaan met mijn concurrent de muizenvanger. (Hij doelt hierbij op Tirza, die na ons gesprek geen muizen meer mee naar huis neemt en echt een hele andere poes is geworden). Maak je geen zorgen, er zijn dit jaar genoeg muizen voor ons allemaal, zoals ik ook aan mijn zoon heb laten zien. (Zie eerdere gesprek met Hyronimus 1)
H: Nogmaals, jouw vrouwtje kan met me praten, ze kan het en hoeft er niet bang voor te zijn.
M: Was je van de week druk, ik heb je niet gezien en nauwelijks gehoord?
H: Nee, het was een ontspannen week, wel af en toe erg nat, maar ik heb kunnen genieten van wat ik het liefste doe: zweven op de luchtstromen en heel goed alles in de gaten houden. Ik heb ook gezien hoe mensen probeerden bij het witte huis tegenover jullie binnen te komen. (Er was een poging tot inbraak bij onze overburen). Maar maak je geen zorgen over jullie huis, ze weten nog niet van jullie huis en als ik het ontdek zal ik waarschuwen, moet je vrouwtje niet bang voor me zijn. Anderen, vreemden moeten dat wel zijn.
M: Geef je daarmee aan dat je over ons waakt?
H: Ja, dat had ik al gezegd, ook als jij er niet bent.

M: Geef je daarmee aan dat je over ons waakt?
H: Ja, dat had ik al gezegd, ook als jij er niet bent.

M: Wat geweldig van je.
H: Begin nou niet over schatje want dat ben ik niet, heb je mijn blik weleens goed gezien? Daar valt niet mee te spotten. (Hij vangt een gedachte van mij die ik niet heb uitgesproken, maar ook na mijn gesprek met Leeuw dacht ik wat een schatje en daar werd ik door Leeuw ook meteen op aangesproken en op gecorrigeerd. Het blijven wel in het wild levende dieren.) Maar wij hebben elkaar nodig en daarom zijn wij verbonden en kunnen we nu eindelijk praten.
M: Je bedoelt dat we al langer verbonden zijn?
H: Ja, jij en ook je vrouwtje, zijn al langer verbonden met ons, ik vertegenwoordig de familie (buizerds) waar jullie mee verbonden zijn.
M: Hoe weet je dat?
H: Omdat ik, maar jij ook, verbonden ben met het Grote Bewustzijn. Dat zijn we natuurlijk allemaal, maar niet veel zijn daar bewust mee verbonden. Jij ook niet, maar je vrouwtje wel als ze het durft toe te laten.
M: Wat mooi, heb je me nog meer te vertellen?
H: Ja, die koe waar je mee wilt praten is wat lastig, probeer het maar, maar als je er niets uit krijgt, kan ik je wel helpen aan een andere koe, die goed kan praten. (Ik had me voorgenomen om vandaag ook met een koe te gaan praten en heb een mooie foto van een koe gereed gelegd voor een gesprek.)
M: Dank je wel, daar kom ik misschien op terug.
H: Graag gedaan en ga weer wat meer wandelen!

gesprek 190804

Tirza 6: Tirza klaagt over het bruine monster

Dit gesprek stamt nog uit de begintijd dat we net Kaila in huis hadden en Tirza het er maar moeilijk mee had.

Tirza wil praten en gaat meteen los.
T: Ja, ik wil graag mijn zegje doen, dat bruine monster waar jullie zo gek mee zijn, is best erg opdringerig. Je zegt wel dat ze me niets doet, maar daar lijkt het niet op. Ze springt steeds op me af en ze heeft hele grote poten.
M: Die grote poten begrijp ik, maar er zit geen kwaad in, ze zal je nooit bijten, maar ze is nog wel wild, dat komt omdat ze je spannend vindt. Je kunt haar met jouw arsenaal aan opties: grommen, blazen, omdraaien, aankijken, dikke staart, gemakkelijk de baas, dat vindt ze spannend.
T: Maar ik niet. Ik wil gewoon door het huis kunnen lopen, zonder dat monster achter me aan.
M: Dat proberen we ook voor je en heel goed dat je steeds naar binnen komt en je niet laat weerhouden.
T: Dat klopt, maar ook in de tuin laat ze me niet met rust, zodat ik muizen verder in het bos moet zoeken. En die spelen niet gezellig.
M: Je bedoelt die kun je niet zo gemakkelijk vangen?
T: Eigenlijk bedoel ik dat niet, ze verstoppen zich en laten zich daarna niet meer zien, dus helemaal niet spelen samen, ze spelen niet.
M: Dat moet saai zijn.
T: Dat is het ook, ik moet nu gaan jagen en dat kan ik ook goed, maar dat kost meer tijd en lukt niet altijd.
M: Dus je eet minder muizen en wilt van ons meer vlees krijgen?
T: Als dat zou kunnen …
M: Wil je nog wat kwijt?
T: Ik wil dat jullie zorgen voor een veilige thuisplek voor mij.
M: Maar dat doen we!
T: Maar het monster kan te dichtbij komen.
M: Ze zit voorlopig zolang ze nog pup is iedere nacht in de bench opgesloten, dan kun je helemaal vrij door het huis lopen en je kunt ook op bed liggen bij ons.
T: Ja, maar jij stuurt me dan weg …
M: Ja, als je probeert de hele nacht op me te liggen dan stuur ik je weg, maar je mag best tegen me aan liggen, alleen niet op me. En bij mijn partner kun je altijd terecht.
T: Dat is waar, nou tot de volgende keer, ik vind de gesprekken wel leuk worden.

gesprek 100915

In vorm

Een half uur voor een klant me belt voor een gesprek met haar kat kom ik thuis en zie dat er een touw van het schip geknapt is. Ik ga druk bezig om het touw te vervangen en uitermate tevreden met mezelf zit ik twee minuten voor de afgesproken tijd klaar.

Als ik contact wil maken met het dier hoor ik een oorverdovende stilte.

Als ik contact wil maken met het dier hoor ik een oorverdovende stilte.

‘Hmm, raar,’ zeg ik tegen de vrouw, ‘ik weet dat hij me hoort en dat we verbinding hebben, maar hij laat niks horen of zien.’ Ik bekijk het nog eens en hoor dan: ‘Kom eerst maar es tot jezelf.’ Hoezo tot mezelf komen? sputter ik meteen. Tot ik merk dat ik nog vol adrenaline zit en dat m’n spieren nog letterlijk natrillen van de grote inspanning.

We spreken af dat ik eerst een half uurtje ga liggen.

Daarna maak ik weer contact met de kat en het lieve dier zit me in alle rust aan te kijken, te wachten tot ik zelf een conclusie trek. Wat wil je toch? denk ik. Ik ga even helemaal met de aandacht naar mezelf en merk dat allebei m’n armen en benen schrijnen en branden van de brandnetels en bramendoornen waar ik me doorheen had moeten werken.

‘Het gaat ‘m vandaag niet worden,’ zeg ik tegen de vrouw en we spreken af voor de volgende dag.

Dat gesprek gaat als een tierelier. Het katje blijkt een enorm gevoelig dier te zijn die veel aan de mensen wil geven. De aandacht die hij voor mij had kan ik dan ook helemaal plaatsen. En het dier drukte mij weer eens op het feit dat ik zelf lichamelijk altijd goed in vorm moet zijn om dit uiterst delicate werk te kunnen doen.

Opscheppende specht vraagt aandacht

Terwijl ik in ‘meditatie’ ging om met dieren te praten, kwam er een middelste bonte specht langs, waar ik het volgende gesprek mee had.

M: Dag specht, ik hoorde je de aandacht trekken, kunnen we even praten? Ik ben … Wat ben je voor specht?
S: Zo een met een rode kuif en hier en daar gekleurde veren. (Ik maak hieruit op dat het vermoedelijk om een Middelste Bonte Specht gaat, zie foto.)
M: Geniet je van je leven?
S: Ja, nu heel erg, er zit overal leven in en ik heb een overvloed aan eten beschikbaar, dat is genieten.
M: Heb je een gezin?
S: Nee, ik ben alleen en wij zijn niet als gezin bij elkaar. Dat doen we tijdelijk als er eieren en kleintjes komen, dan zijn we even samen.
M: De rest van het jaar niet?
S: Nee, maar je bent nooit alleen want er zijn vele spechten hier in het bos.
M: Wil je nog iets zeggen?
S: Geen idee, wat wil je nog horen?
M: Hoe oud ben je?
S: Dat is niet interessant, misschien ben ik wel meer dan honderd of duizend jaar, maar ik loop tegen het einde van dit leven.
M: Zo oud, dan tel je meerdere levens mee.
S: Ja natuurlijk, doe jij dat niet?
M: Nee, want wij weten onze vroegere levens niet.
S: Wat een armoe, wij nemen die mee.
M: OK, dank je wel voor dit gesprek.

gesprek 190831

Tirza 5: Een ernstig gesprek over muizen

Dit gesprek stamt nog uit mijn begintijd van het oefenen van dierengesprekken. Het is zondagmiddag en tijd voor mijn wekelijkse oefening in dierengesprekken.

M: Tirza, wil je nu wel met me praten? (Tirza heeft de hele week niet met me willen praten)
T: Ja, maar niet over muizen.
M: Waar wil je wel over praten?
T: Jasper, ik mis hem, maar voel hem wel af en toe in de tuin, daar is hij het liefst. (Jasper is onze enige tijd geleden overleden hond)
M: Hoe voelt dat?
T: Tja …, bekend en onbekend, hij is er wel en niet. Hij likt me niet meer als ik mijn staart om zijn neus krul en dat voelt wel als een gemis. Soms gaat hij nu met me mee het bos in en kijkt hij hoe ik muizen vang en dat is leuk.
M: Dat je muizen vangt is OK, je mag ze ook opeten van mij.
T: Wat zeur je dan over muizen?
M: Ik wil je laten weten dat we je niet veroordelen omdat je muizen vangt en opeet.
T: Wat is dan je probleem?
M: Dat je muizen mee naar binnen neemt en ze dan loslaat.
T: Wil je niet af en toe een blijk van waardering?
M: Ja graag, maar het is genoeg als je komt en ons een kopje geeft en op schoot komt liggen.
T: Wat is je probleem met muizen?
M: Dat je ze in huis brengt en daar loslaat dan moet ik muizen gaan vangen en … (Tirza onderbreekt me)
T: Dat doen we dan toch samen en dat is toch leuk?
M: Ik begin te oud te worden om op mijn knieën te liggen en muizen te vangen, dus doe ik het niet meer. En dan gaat die muis in huis dood en stinkt het als hel en dat willen we niet meer. (Ze heeft heel goed door dat ik bedoel dat we dat niet kunnen hebben als er kijkers komen in ons huis)

Ik wil je laten weten dat we je niet veroordelen omdat je muizen vangt en opeet

T: Dan blijven die vreemde mensen toch mooi weg die steeds zo raar naar het huis kijken.
M: Maar het is goed als er mensen naar het huis komen kijken.
T: Ik vind van niet.
M: Tirza, kunnen we een afspraak maken? Je wilt toch zo graag vrij in en uitlopen? Als we het poezenluikje weer open maken, zodat je er zelf in en uit kunt, neem je dan geen muizen meer mee?
T: Ik ben niet zo dol op dat luikje, dat geeft me altijd een klap na.
M: Tirza, kunnen we afspreken dat je geen muizen meer mee neemt naar huis?
T: Als jij dat luikje zodanig maakt dat het mij geen klappen meer geeft, zal ik beloven mijn best te doen.
M: Ik geef je het vertrouwen en laat ook de deuren open staan, maar geen muizen meer in huis!
T: En als ik het een keer vergeet?
M: Dan gaat alles weer dicht.
T: Wat ben jij streng.
M: Dat is nodig want die muizen in huis geven veel overlast.
T: Nou ik zal mijn best doen.
M: Heb je nog wat te zeggen voor we stoppen?
T: Even denken, nee … dag.
M: Zie je dat we toch over muizen konden praten.
T: Ja, maar ik dacht dat ik niet meer op muizen zou mogen jagen sinds je zo streng bent geworden (ze bedoelt veganist na mijn gesprek met Leeuw)

Tirza 4: Mijn eerste gesprek met Tirza

Dit is een gesprek met Tirza van langer terug, mijn eerste gesprek met haar en voor mij een oefening van hoe dit werkt met dierengesprekken. Tirza is wat verward en snapt het systeem van praten met elkaar niet.

M: Lieve Tirza, het is mogelijk op deze wijze met elkaar te praten, vind jij dat goed?
T: aarzelend ja, ja …
M: Wees gerust, je mag gewoon op je stoel blijven liggen, zo kunnen we praten, je hoeft niet naar me toe te komen.
T: Ja, ik mis Jasper ook heel erg, hij is er wel, maar ook weer niet, ik kan hem niet zien en ruiken, maar wel voelen en dat snap ik niet, hoewel ik het wel accepteer. (Jasper is onze onlangs overleden hond, we missen hem allemaal heel erg)
M: Helpt het dat ik je laat zien dat het stoffelijk deel van Jasper dood is gegaan, niet opgegeten, maar door ziekte dood en dat we hem hebben begraven?
T: Sorry dat ik tussendoor kwam met dat opeten, honden gaan dus zo niet dood. (Tirza denkt dat dood gaan gebeurt omdat je wordt opgegeten door een ander dier)
M: Nee, het was verkeerd in zijn hersenen en toen kon hij niet meer lopen en was hij erg angstig en de dood was een bevrijding voor hem. Nu kan hij veel meer doen en makkelijker bij ons zijn, maar hij gaat ook naar zijn eigen plekjes toe, daarom voel je hem soms wel en soms niet.
M: Kunnen we al over de muizen praten?
T: Nee nog niet, ik wil deze ‘dood’ eerst begrijpen, je hebt me voor nu voldoende verteld, ik ga weer slapen.
M: Dank je wel voor het gesprek.
T: Prima tot de volgende keer.

Steun uit onverwachte hoek

Soms komt steun uit onverwachte hoek.
Op een middag zat ik op de schommelbank buiten en ik was ongelooflijk verdrietig en bezorgd.
Twee dagen geleden was onze kleinzoon geboren en er waren forse complicaties.
Hij lag met zijn ouders in het Academisch Ziekenhuis. Zwaar gesedeerd en onder de pijnstilling, continu bewaakt door machines en een verpleegkundige. Er zaten acht slangen in zijn lijfje en zijn ouders mochten hem niet aanraken. Zijn ademhaling was giga snel.
Maar, hadden de doctoren gezegd, hij was nu buiten levensgevaar.
Daar zat ik als oma. Ik kon niks doen. De kersverse ouders moesten alles doorstaan en wij konden helemaal niks.
Het deed zo’n pijn … ik kromp steeds in elkaar terwijl de tranen maar bleven stromen.

Opeens ging er een buizerd tegenover me zitten. Hij zat op een veel te dunne tak en wiebelde gevaarlijk heen en weer.
Ik zag het zonder het echt waar te nemen maar het schoot wel door me heen dat daar nooit een buizerd zit.
Hij bleef maar op die veel te dunne wiebel tak zitten, wat hem duidelijk moeite kostte.
Raar beest, dacht ik.
Tot ik hem es goed ging bekijken en inzag dat het toch wel heel uitzonderlijk was dat hij juist daar zat en bleef zitten.
´Heb je me soms wat te vertellen?’ vroeg ik hem.
Toen hoorde ik luid en duidelijk: ‘Iedereen komt op zijn eigen manier uit z’n ei.’
En vervolgens vloog hij weg.

Zo! Die kwam binnen! Ik realiseerde me dat hij gelijk had. Wie was ik om te bepalen wat wel en niet goed was?
Het gaf zoveel lucht om in te zien dat dit jochie, samen met zijn ouders, zijn eigen weg heeft te gaan in dit leven.
En ja, wij kunnen niks anders dan er voor hen zijn, ze bijstaan waar mogelijk.
De volgende dag zat ik buiten voor mijn praktijk. Een vriend die nooit die route rijdt, reed nu langs en stopte.
‘Ah, aan de sigaar, zie ik. Zo ken ik je: als het moeilijk is, dan steek je een sigaar op.’
We praatten over de situatie en hij vroeg: ‘En? Hebben de dieren je al geholpen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde ik en ik vertelde hem het ene zinnetje.

NB: Het is helemaal goed gekomen met het kind, dat nu op het moment van het schrijven van dit blog bijna 10 maanden oud is.