Meer van minder

Lieve AnimalTalks liefhebbers, deze keer een iets kortere blog dan mijn vorige schrijfsels. Zou de titel hier debet aan zijn? Zo ja, dan gaat het de goede kant op!

Een zalige rust kwam over me toen ik afgelopen week op een cursus was in een klooster in Denekamp. Vooral de eenvoudige kamer met hagelwitte muren ademde rust. Een goed bed met een nachtkastje ernaast, een smalle kledingkast, een schrijftafel met stoel en een leesfauteuil, allemaal in onopvallend blank eiken uitgevoerd. Hier en daar een moderne lamp van dezelfde serie, in de gang nog een kapstok en daarachter een moderne badkamer. Precies wat je nodig hebt. Niets meer en niets minder.

‘Hè, lekker’, dacht ik bij binnenkomst. ‘Comfortabel en geen afleiding. Prima – zou ik thuis ook moeten doen.’ Ik kreeg een binnenpretje bij deze gedachte. Het binnenpretje had te maken met een toepasbare tip van hond Nola, die ze in een consult alsmaar bleef herhalen. Ik kom er niet onderuit om hieraan een blog te wijden.

Nola is een hond met een zogeheten rugzakje en is nu ruim 2,5 jaar bij erg liefdevolle mensen. Nola bleek tijdens afgelopen Oud & Nieuw op een stille plek in de Franse Ardennen de rust zelve, terwijl ze thuis dagelijks onrustig en blafferig is en over-alert naar ongeveer alle mensen en dieren buiten haar eigen roedel. Haar mensen willen graag weten hoe Nola vindt dat het gaat en wat ze nodig heeft om zich thuis nog veiliger te gaan voelen en meer rust te ervaren.

Ik ging graag het gesprek met Nola aan. Na een korte introductie begint Nola te vertellen dat ze van eenvoud houdt en dat er héél goed voor haar wordt gezorgd. Ze is dankbaar. Ze zit er alleen een beetje mee dat ze niet hetzelfde terug kan doen voor haar mensen. En dat wil ze wel graag. Ze mist balans.

Nola vervolgt met dat ze snel overprikkeld is en zich dan het liefst even terugtrekt. Maar juist dan trekt ze onbedoeld de zorg en aandacht van haar liefdevolle mensen. Ik vraag haar wat ze dan nodig heeft. ‘Meer van minder’, zegt ze eenvoudig. ‘Het gaat om een andere norm. Eenvoud is de sleutel. Echte eenvoud. Niet vanuit een romantisch verlangen naar versimpelen. Maar omdat eenvoud je bij je ware zelf brengt.’ Dan zegt ze: ‘Meer van minder. Dat zou me erg gelukkig maken.’

Meer van minder, eenvoud is de sleutel, eenvoud brengt je bij je ware zelf

Ik vraag aan Nola of ze hier een voorbeeld van kan geven. Ze laat me zien dat er op veel plekken kleedjes en kussens voor haar zijn. Daarnaast heeft ze een open bench voor als er bezoek is en in de slaapkamer staat een zachte cave voor de nacht. ‘Nou’, zegt ze, ‘ik mag van mijn mensen sowieso overal zijn en liggen. Waarom dan nog al die extra plekken voor mij. Eén plek speciaal voor mij is voldoende, het liefst op een verhoginkje. Dus als het gaat om plekken voor mij: meer van minder.’

Ze geeft nog een ander voorbeeld. Ze houdt van spelen en laat me verschillende speeltjes zien, onder andere een bot, een stok, een flostouw en hersenwerkjes. Ook laat ze me zien dat ze niet per se veel initiatief neemt tot spelen en soms lang maar ook vaak kort speelt. Haar mensen herkennen dit en willen weten hoe dit zit. ‘Ik kan kort net zoveel plezier hebben als lang. Goed is goed, ongeacht hoe lang. Ik heb andere verzadigingspunten dan mensen. En als ik te lang doorga, raak ik uit balans. Dan kunnen ze me beter even uit mijn spel halen. Voor spel en verzadigingspunten: meer van minder.’

Ik vraag Nola naar de omgang met het bezoek. Ook hierop heeft ze een duidelijke visie. Ze zegt: ‘Ik ervaar veel opwinding bij hoe mensen soms naar binnen stuiteren. Ze komen in onze roedel en respecteren niet wat hier de orde is. Men doet maar. Vaak ook met een hoop lawaai en beweging. Ik wil niet graag dat ze naar me toekomen en me dan meteen gaan aanraken. Dat opdringerige gedoe blaf ik luid weg. Gelukkig doorzien mijn mensen dit. Ze nemen me steeds meer in bescherming als er bezoek komt. Zo helpen ze mij om mijn opwinding zo laag mogelijk te houden. Daar moet het bezoek soms wel aan wennen, dat het niet allemaal om hén draait en dat ze eerst even hun eigen plaats moeten weten in ons huis en in onze roedel. Dus ook bij opdringerig gedoe: meer van minder.’

Ik glimlach bij deze en ook andere voorbeelden uit het consult. Ik herken heel goed wat Nola zegt. Ik informeer bij haar naar wat ze nodig heeft om meer veiligheid en rust te voelen. Nola zegt: ‘Ik heb voor veel dingen meer verwerkingstijd nodig dan mijn mensen. Ik zou daarom graag willen dat we alles wat we doen met aandacht doen, dat steeds één iemand tegelijk de leiding neemt en dat er ondertussen niet teveel op mij wordt gelet. Even inchecken bij me is natuurlijk oké. Maar laten mensen vooral de aandacht bij zichzelf bepalen. En laat mij af en toe maar even. Ook hier: meer van minder.’

Die lieve Nola, wat illustreert zij mooi dat meer van minder toepasbaar is in uiteenlopende situaties als je de norm bij eenvoud legt. En wat een liefdevolle uitdrukking heeft ze geïntroduceerd met meer van minder.

Ze is tot slot haar mensen enorm dankbaar en noemt haar tip slechts finetuning. Dit laat onverlet wat het grote effect kan zijn van meer van minder. De eenvoud van de kloosterkamer in Denekamp liet me dit meteen bij binnenkomst voelen: een zalige rust. Hun motto is niet voor niets: rust geeft kracht. En Nola vertelt ons wat rust brengt: meer van minder.

Dank je wel, Nola! Ik besluit om thuis ook weer eens flink te gaan opruimen en balanceren. Want ook daar is wat meer van minder van harte welkom!

Bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

Kattendilemma

Ik kreeg eind 2025 een leuke mail: Wij hebben een paar jaar geleden een heel fijn gesprek met je gehad en communicatie met onze oude poes. Onze andere poes (11 jaar) wil sinds een paar weken niet meer naar buiten vanwege een kater die is komen aanlopen. Het is een heel lief dier. We wilden hem de kans geven om in de schuur te verblijven. Dat leek allemaal wel te lukken, we wonen buitenaf. Maar onze poes heeft waarschijnlijk wat andere ervaringen en is nu bang om naar buiten te gaan. Zou er iets mogelijk zijn d.m.v. een contact met jou? Als de rode kater haar buiten niet met rust laat, moeten we hem weghalen.

Ik antwoord: “Nou, het was een leuk gesprekje. Ik had eerst Poes aan de lijn. Die trof ik op de tafel, een beetje nadenkend. Ze vroeg of ik kwam helpen maar meteen kwam haar eigen overweging: ‘Hoe ga ik dit aanpakken?’ Ze doelde daarbij op Reddy en het niet vrij naar buiten kunnen.

Ik vroeg hoe ze dat normaal gesproken met andere katten doet, want hij zal wellicht niet de eerste kat zijn. Die kon ze kennelijk aan maar ze zat ermee dat jullie Reddy naar binnen hebben gehaald.

Ik legde uit dat dat komt door jullie grote hart waarop zij reageerde: ‘Ze moeten wel hun verstand gebruiken.’

Ze liet Reddy zien als een kat met een ‘aanvallende’ energie. Ik vind het moeilijk daar de juiste woorden voor te vinden, maar het beeld is dat hij een ‘duwend’ ego heeft. Alsof het eerste wat hij doet is dat hij de weg vrij baant voor zichzelf. Misschien kun je het vergelijken met een sneeuwschuiver: die duwt de sneeuw weg. Reddy baant zich op zijn manier ook een weg vrij. Poes merkte terecht op dat hij daarmee haar ruimte beperkt.

Dus naar Reddy. Die liet inderdaad meteen zien dat hij een groot veld in beslag neemt. Ik vertelde dat Poes het eerst bij jullie was. “O, gaan we het zo spelen?” was zijn reactie. Doordat jullie hem een naam hebben gegeven hoort hij erbij, vond hij. Daar kon ik op inhaken door op te merken dat als hij erbij hoort, hij zich ook hoort aan te passen. Er is genoeg ruimte.

Ik heb uitgelegd wat jullie willen en dat is prettig leven met elkaar. Reddy merkte op dat hij een vrije kat is. Ik zei dat dat prima is, maar dat hij nu in een community terecht is gekomen en dat vergt aanpassing. Ik vroeg hem of hij wilde blijven en zijn antwoord was dat het voor nu comfortabel is maar dat hij misschien wel weer doortrekt.

Nogmaals legde ik hem uit dat hij erbij mag zijn maar dat het van hem vraagt dat hij ruimte geeft aan Poes. “Als je a-sociaal wilt zijn, dan moet je ergens anders heen. Hier moet je je aanpassen en dat is ruimte geven aan Poes om haar te laten doen wat ze altijd deed.” Hij merkte op dat Poes een luxe leven heeft. “Ja, dat kan je zo zien maar daar is niks mis mee,” antwoordde ik.

Weer terug naar Poes gegaan om haar uit te leggen hoe het gesprek was. Het is nu afwachten wat beide katten gaan doen.”

Hoi Piek, wat prachtig, dat gesprek. Heel fijn en wat ik al dacht van poes, dat ze ook niet goed weet hoe hier mee om te gaan. Ik was zelf niet thuis vanochtend. Maar mijn man en onze dochter zagen om en bij 9.45 dat Reddy voor de schuur duidelijk in de picture was gaan zitten. Hij had een muis gevangen en was ermee aan het spelen en Poes lag binnen op een stoel heel aandachtig naar hem te kijken. Mijn man vond het zo’n frappant moment hij tegen onze dochter zei: “Moet je dit nou zien.” Hij dacht dat er misschien al iets gecommuniceerd was door jou. En hij vond het dan ook heel mooi te horen dat jij voordien dus dit gesprek hebt gevoerd. We gaan kijken wat ze er mee gaan doen. Heel benieuwd hoe met name Reddy nu omgaat gaan met Poes. Ik houd je op de hoogte.

Maar helaas, negen dagen later: Er is nog geen echte verandering/verbetering geweest. Poes heeft hooguit twee heel voorzichtige pogingen ondernomen om naar buiten te gaan. Eén vond ik wel echt hoopvol want ze ging van het huis af, de wei in. Maar na zo’n tien minuten kwam ze toch weer snel naar binnen gerend.
Vanmorgen vroeg  deed ze een woeste aanval naar de rode kater toen deze voor een glazen deur kwam waar zij aan de andere kant zat (de deur was dicht) maar ze gaf met een enorme grauw heel duidelijk aan dat ze ‘m niet moest. Reddy week eerst niet van de plek maar ik kwam er meteen bij en toen ging hij een half metertje verder zitten. Daarna vertrok hij. Hij zou er denk ik graag bij horen hier binnen.
Ik zie er best tegenop dat, met het voorjaar in aantocht, Poes niet naar buiten gaat. En ik vertrouw de kater ook niet genoeg hoe hij zal reageren op haar gegrom en afkeer. Hij is tegen ons altijd lief en komt rustig en zachtaardig over.
Doorgaans is het vuur bij Poes, na een minimale confrontatie, wel gauw geblust en speelt ze daarna zelfs wat en denk ik: ‘Nu is het alweer over.’ Het blijft een moeilijke kwestie. Zou je nog een keer een gesprek kunnen aangaan? Om te polsen of dit eigenlijk zin heeft voor wat Poes betreft? En of de rode meer bereid is om op zichzelf te blijven, meer op afstand?

Vanwege drukte op mijn werk in de zorg reageerde ik niet meteen en een paar dagen later kwam er nog een mailtje: Het is toch veel te moeilijk voor Poes om de confrontatie met de kater aan te gaan. En met de afgelopen mooie zonnige dagen is het nog schrijnender dat zij dan binnen blijft. We hebben sinds eergisteren de vangkooi klaargezet om de kater eventueel, als we een goed nest vinden, over te brengen. Dat zou dan een einde betekenen van zijn vrije ongecastreerde leven. Maar sinds gisteren lijkt hij zich aan het verwijderen bij ons. Dat is dan maar goed ook. Dat hij zijn eigen weg gaat en hier helemaal vertrekt. Het is echt een enorme dankbare lieverd. We zullen hem wel even missen en vinden het ook best jammer! We zijn niet van plan dit nog een keer zo op onze hals te halen. Zou je nog een keer contact met beiden willen opnemen en polsen/vertellen hoe we dit zo zien?

Mijn antwoord: “Toen ik contact maakte met Poes reageerde ze meteen: ‘Ik geloof dat ze hem liefdevol laten verdwijnen.’ Ik vroeg hoe ze dat vond. ‘Ja, goed, hij is te groot voor mij. Ik wil heel graag de ruimte weer voor mezelf. Zonder spanning.’ Ze liet weten dankbaar te zijn voor jullie beslissing.

Toen naar Reddy. Die liet zich weer groot en sterk zien. Hij heeft een bijzondere uitstraling, zoals hij dat aan mij laat zien. Niet macho, maar wel veel ruimte innemend en groot en sterk qua uitstraling. Hij reageerde meteen op deze constatering van mij met: ‘Ik kan me niet veranderen.’ Kennelijk geniet hij erg van zijn eigen kracht en aanwezigheid.

Ik vertelde van de vangkooi. Die had hij gezien. Ik heb uitgelegd wat het is en wat er dan gebeurt. ‘Niks voor mij.’ Dat snapte ik, dus heb ik hem verteld dat ik zat katten ken die zich heel goed zelf redden.

Toen kwam er iets interessants boven, namelijk dat hij niet wilde inboeten. Dat woord gebruik ik nooit dus ik heb het later opgezocht en het betekent dat hij niet zijn waardigheid wil kwijtraken. Dus dat woord klopte goed.

Ik heb hem geadviseerd zelf te verdwijnen en niet te zwichten voor eten dat in de kooi ligt. Ook heb ik hem nog verteld dat jullie als goede vrienden uit elkaar gaan. Zo gaat het met reizigers zoals hij: je maakt contact, trekt even samen op en gaat dan weer in dankbaarheid.

Ik heb hem ook nog verteld dat er dus zat eten te vinden is en met zijn persoonlijkheid weet hij vast andere mensen ook wel te charmeren om wat neer te leggen voor hem. Vervolgens heb ik hem toegewenst: Geniet van je leven!

Ik hoop echt dat hij zelf gaat en dat dit voor jullie allemaal een mooie herinnering wordt. En dat Poes weer lekker vrij kan leven in haar tuin.”

Hoi Piek, ach, wat fijn! Heel bijzonder allemaal dit gesprek wat je net hebt gevoerd en ook al merkbaar. Poes is aan het polsen of hij er nog is. En Reddy is er niet. We kijken ‘de kat nog even uit de boom’. Hopelijk komt er aan deze bijzondere ontmoeting een vredig eind en oplossing.

Maar wederom komt de volgende mail: Reddy was ongeveer twee dagen lang na jou laatste gesprek meteen weg. En Poes ging naar buiten. Maar toen met de sneeuw zat hij in de ochtend weer op de stoep. We hadden wel intussen allerlei veranderingen gemaakt: hij kan niet meer in het schuurtje. We hebben hem twee dagen genegeerd. Maar zoals deze kat je aankijkt… ‘Wat doe ik niet goed?’ Alsof hij ook zo z’n best doet. We manen hem steeds Poes helemaal met rust te laten. Nu lijkt hij goed te snappen dat hij in de kapschuur mag zijn. Hij is de laatste drie dagen niet meer om het huis geweest. Misschien komt er toch een vredige afstandelijke oplossing.

Nou, nog maar es contact maken met Reddy: ” `Ik ben me aan het beraden,’ hoor ik. ‘Ik wil niet inleveren aan kracht, energie en ontdekken. Om mezelf te kunnen blijven zou ik verder moeten.’ Hij klinkt wat bedachtzaam, inderdaad of hij zich aan het beraden is wat hij met deze situatie moet.

Ik laat hem zien dat het weer op een gegeven moment beter wordt en dat de wereld dan voor hem open ligt. ‘Jaja, dat heb ik begrepen,’ antwoordt hij wat afwezig, net alsof hij nog steeds met z’n gedachten bezig is om zijn toekomstkeuze te gaan bepalen.”

Het is duidelijk dat deze kat ‘te groot’ is voor deze omgeving en terwijl Reddy over zijn eigen situatie nadenkt, komt bij mij het beeld naar voren dat het in de mensenwereld niet anders is. Weer een leuke nadenker: hoe kun je jezelf zijn zonder jezelf tekort- of geweld aan te doen?

NB Als er nieuws is over de situatie zal ik het tegen die tijd onder deze blog schrijven.

Kaila is verslavingsgevoelig

Huisdieren in huis is een voortdurende bron van plezier, inspiratie en zorgen. Over Kaila heb ik al vaker geschreven, ze is een ongelooflijke knuffel hond maar ze is ook duidelijk verslavingsgevoelig. Op plekken waar wij vaak wandelen in ’t Gooi is de drugsoverlast altijd aanwezig. Daarom lopen we zo veel mogelijk buiten de bekende overlastplekken. Maar soms vindt ze restanten van peuken op de hei of in het bos. En ze weet heel goed waar ze moet zoeken. Inmiddels herkennen we allebei de symptomen, ze wordt incontinent, kan haar kop niet meer goed overeind houden en is een zielig hoopje hond. Tot ze tien uur later weer langzaam tot zichzelf komt.
Maar afgelopen zondag was het anders. Ze is dol op chocolade en af en toe krijgt ze een heel klein stukje van mij als ik ook wat neem, want haar baasje is ook gek op chocolade, puur met nootjes. Zoals iedere hond heeft ze een geweldig reukvermogen en als ze iets naar haar zin ruikt, weet ze wat ze wil. Zo had ik een stuk chocolade gekocht en naast me op mijn bureau gelegd. Zolang iets verpakt is kan ik er goed vanaf blijven, maar dat is anders als het open is. Terwijl ik vorige week stond te koken hoorde ik in mijn werkkamer geluiden, maar ja, ik was bezig en heb er niet te veel aandacht aan besteed. Tot het geluid wel erg duidelijk werd dat Kaila, de enige andere bewoner in huis, iets aan het eten was. Ze bleek die chocolade reep van mijn bureau gehaald te hebben en had een deel al bloot gemaakt en zat met haar tanden te schrapen aan de choco. Ik heb haar de reep dus afgepakt, de stukjes met haar tanden erop weg gegooid en de rest in een bakje met deksel achter mijn laptop gezet, buiten het directe zicht.
Nu was ik zondagochtend de AnimalTalks Nieuwsbrief aan het maken en ik was geconcentreerd bezig en nam af en toe een klein stukje chocolade. Chocolade, vooral pure, tijdens het werken, scherpt de hersen aan, is dus goed voor je. Ik was klaar, had alles gecontroleerd en net op verzenden gedrukt en ben daarna het vuilnis gaan wegbrengen. Ik was hooguit vijf minuten weg. Bij terugkomst lag het dekseltje van het chocolade bakje op de grond en al snel zag ik dat het bakje nog op mijn bureau stond maar wel helemaal leeg was. Kaila was op mijn bureau gesprongen, vermoedelijk via de stoel en had alles opgegeten. Ik vermoed dat ze ca. 100 gram pure chocolade heeft gehad. Dat is niet gezond. Maar aan Kaila was niets te merken, ze gedroeg zich gewoon en verried op geen enkele manier dat zij de schuldige was. Maar ja, er zijn geen andere mogelijkheden meer. Op internet opgezocht dat deze hoeveelheid chocolade bij haar gewicht levensbedreigend is. Dus de dierenarts gebeld, de weekeind waarnemer is de Universiteitskliniek Diergeneeskunde in Utrecht, dus wij daar heen. Ter plekke windt Kaila iedereen om haar pootjes door haar grote enthousiasme, echt iedereen vindt haar leuk. Ook best lastig. Maar ze moet de handel uitbraken, dus krijgt ze een prikje om te gaan braken. Na een kwartier komt het op gang en ze gaat nog even door en aan alles is te merken dat ze zich ellendig voelt. Na een tweede injectie, nu om haar misselijkheid tegen te gaan, komt ze weer vrolijk mee naar huis met norit mee dat ze nog vier keer moet nemen. Tot zover wat er is gebeurd. Maar hoe heeft Kaila dat zelf ervaren? Heeft ze er van geleerd?

M: Dag Kaila, kunnen we weer eens praten?
K: Ja, dat werd tijd.
M: Ik zou graag willen weten hoe jij het hebt ervaren toen je naar de dierenkliniek in Utrecht moest?
K: Daar kan ik kort over zijn. Allemaal aardige mensen, maar toen kreeg ik een spuitje en werd ik goed misselijk en moest ik spugen en spugen en weer spugen. Dat was niet fijn.
M: Maar je moest spugen omdat je chocolade had gegeten dat heel slecht voor je was en daarom moest je dat uitspugen. Je had er misschien wel aan dood kunnen gaan.
K: Was dat zo erg? Ik voelde me helemaal niet ziek na dat gegeten te hebben, het was heerlijk. En dood is zo definitief. Ik mis het baasje nog steeds.
M: Ja, Kaila ik mis haar ook, maar we hebben het nu over iets anders. Hoe voelde dat je naar de dierenarts moest en dat je moest kotsen om alles uit te spugen?
K: Ik merk dat je niet wilt praten over de doord van het vrouwtjes, zullen we dat dan een andere keer doen? Zoals ik al zei, dat was bepaald niet fijn.
M: Maar waarom heb je die chocolade dan gestolen en allemaal opgegeten?
K: Omdat het zo lekker rook en ik jou er van zag eten en ik er ook graag van wilde eten. En toen jij weg was, leek het me een goed moment om die chocolade eens op te zoeken. Dat heb ik gedaan, je had het best goed verstopt, maar ik kon het toch eenvoudig vinden. Alleen kon ik er moeilijk bijkomen. Maar ik ben vindingrijk en het is me gelukt.
M: Je klinkt er nog trots op ook.
K: Dat mag je wel zeggen, het viel niet mee het te pakken te krijgen. Je had het me niet makkelijk gemaakt.
M: Maar iets van tafel stelen is toch niet juist?
K: Jij mag er wel van eten en ik niet? Dat is niet juist. We delen bijna altijd alles en dat had je nu niet gedaan, dat vond ik niet eerlijk.
M: Maar chocolade is erg slecht voor je en daarom geef ik het niet aan jou.
K: Maar het ruikt heel lekker en het smaakt heel lekker, geen reden dus om niet te delen.
M: Jawel een goede reden, je kunt er aan doodgaan. En ik wil dat we nog heel lang samen kunnen zijn, dus ben ik zuinig op je.
K: Dat begrijp ik, en het is ook jouw taak goed op mij te letten dat ik gezond blijf. Daarvoor ben ik hond en jij mens.
M: Ik probeer dat goed te doen, maar jij maakt het mij niet makkelijk door chocolade te stelen.
K: Ik vind stelen zo naar woord, ik heb er ook wat van genomen, en ik had er eigenlijk recht op, want jij hebt het niet gedeeld met mij.
M: Zo draaien we in kringetjes rond, maar ik zal beter opletten.
K: Waarom is chocolade voor mij slecht en niet voor jou?
M: Dat is een slimme vraag. Eigenlijk is het voor mij ook niet goed, maar kleine beetjes zijn wel goed voor me, dat helpt mijn hersens. En ik ben veel zwaarder dan jij waardoor ik er meer van kan hebben dan jij.
K: Dus alleen omdat jij veel zwaarder bent dan ik mag jij het wel eten en ik niet?
M: Daar komt het wel op neer.
K: Dus ik word gediscrimineerd omdat ik niet zo zwaar ben? Rare wereld.
M: Ja, je bent mooi slank, maar ook als je niet slank zou zijn, mag je er toch maar heel weinig van.
K: Gewoon niet eerlijk.
M: Heb je er nu van geleerd dat je geen chocolade meer moet eten?
K: Ik kan wel zeggen dat ik het nu weet, maar ik ben een hond en ik zal bij de volgende gelegenheid beslist weer toeslaan, want het was wel heel lekker.
M: Onverbeterlijk dus?
K: Dat is jouw verantwoordelijkheid.
260128

Hartesprongetjes

Lieve AnimalTalks liefhebbers, met Eddy en Piek heb ik afgesproken om elke drie weken de op mijn pad gekomen wijsheid van de dieren met jullie te delen. Dus vandaag lezen jullie mijn eerste blog die ik niet schrijf als gast. Het voelt ineens echt, merk ik. Bij het woord echt gaat mijn aandacht uit naar de zwarte Specht die in het bos achter mijn huis leeft. Ik kom hem vaak tegen als ik mijn hondje Maya uitlaat.

Ik besluit contact te leggen met deze Specht. Hij reageert meteen met ‘Knock knock, who is there?’ De grapjas. Maar ook terecht, ik had mezelf nog niet met naam kenbaar gemaakt. Ik vertel hem dat ik Barbette heet en dierentolk ben. ‘Oh’, zegt hij. ‘Jij loopt altijd met dat guitige, bruine hondje.’ Dat klopt. ‘Dan weet ik wie je bent.’

Hij herinnert zich onze fysieke ontmoeting vorig jaar. Hij steeg toen op uit de varens naast het pad, fladderde zijn wendbare lijf in een oogwenk onder de riem tussen Maya en mij door en steeg zó de boomkruin in. Deze buiteling voltrok zich pal voor mijn ogen die ik op dat moment bijna niet kon geloven. Een zwarte specht is zeldzaam en leeft teruggetrokken in het bos. Het was kort na een spannende operatie en ik zag dit moment dan ook als een cadeau.

Ik vertel hem nu hoe bijzonder het was dat hij zich zó dichtbij aan me liet zien. ‘Je hart maakte een sprongetje’, zegt de Specht. ‘En dat was precies mijn bedoeling. Om je blij te maken. Je even laten zien dat het leven bijzondere verrassingen heeft als je ze totaal niet verwacht.’

Hoewel de Specht zich niet zo vaak laat zien, hoor ik zijn zang wel vaak. Meestal dichtbij en soms juist verder weg. Ik zeg: ‘Jou horen is één, maar zién is twee’. Daar is de Specht het niet mee eens. Hij zegt: ‘Voor jou is zien ook één.’ Hier moet ik even over nadenken. Hoe kan er nou meer dan één ding op nummer één staan.

‘Rangorde compliceert’, zegt de Specht dan. ‘Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is. Naar welke stem luister je in dit afweegproces. Is er een boventoon waarnaar je kunt luisteren of hoor je vooral lawaai’. Interessant. Iets op een rijtje zetten is cognitief. Maar naar een boventoon kunnen luisteren, en daarop vertrouwen, veronderstelt een innerlijke wijsheid.

Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is

Ik denk bij het woord boventoon meteen aan zijn eigen doordringende zang. Een toon die als een echte lijn, en ook als een rechte lijn, dwars door al het andere gekwetter (lees: lawaai) heen snijdt. Terwijl ik dit schrijf besef ik me ineens dat het woord echt het grootste deel is van het woord recht en ook van het woord Specht! Ligt hier een verband?

‘Zie mij als de spiegel van echtheid’, zegt de Specht dan. ‘Ik ben wars van oppervlakkige praatjes, verhullende flauwekul en onnodige franje. En ik sla aan op echtheid en waarachtigheid. Die vormen de basis voor veiligheid in jezelf. En voor vertrouwen. En daarmee je innerlijke wijsheid’. Ja, er ligt dus duidelijk een verband.

Bij dit besef speelt er een zijstapje door mijn hoofd. Ik spreek de laatste tijd vaak met de dochter van mijn overleden man. Door haar echtscheiding maakt ze een moeilijke tijd door. Ze mist de wijze raad van haar vader. Ik probeer haar in zijn geest bij te staan en bel haar geregeld op. Zo ook geregeld tijdens de lunchwandeling met Maya. Bij ieder bosgesprek laat de Specht zich luidkeels horen. Waarom doet hij dit, vraag ik hem.

‘Mijn boventoon resoneert dwars door alles heen. Trouwens, ook mijn geroffel hamert overal doorheen. Als je mij eenmaal hebt gehoord, kun je mij niet meer niet horen. Mijn urgente zang zegt: luister! Waar gaat het nu écht om! De rest is lawaai. Daar word je niet blij van. Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje. Dat is je beste raadgever.’

Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje

Wat mooi gezegd, Specht! Maar waarom zing je steeds door onze gesprekken heen? ‘Nou’, zegt de Specht, ‘jullie hebben het over dingen die écht veranderend kunnen zijn voor haar leven. Als spiegel van echtheid onderstreep ik dit met mijn boventoon. Want het lawaai in haar leven vertroebelt haar innerlijke wijsheid soms. Terwijl ze er meer dan ooit aan toe is om echt voor zichzelf te kiezen. Dan ervaart ze steeds minder lawaai. Daar gaat ze blij van worden. En hartesprongetjes ervaren. En haar eigen innerlijke wijsheid weer meer vertrouwen. Het komt heus goed.’

Hier hebben we het samen geregeld over gehad. Maar aan zo mooi als de Specht dit alles verwoordt, kan ik niet tippen. Ik vraag aan mijn dochter (aan het woordje ‘stief’ doen we niet), of ik hierover deze blog mag maken. Ze vindt het goed.

Heerlijk zo’n spiegel van echtheid en de rechte lijn naar hartesprongetjes. Ik ga er zelf ook nog eens een poosje op kauwen. Dank je wel, wijze en heldere Specht! En lieve AnimalTalks liefhebbers, jullie bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

De roep van een zwarte specht klink zo, klik hier.

Bronvermelding: foto van de site van de Vogelbescherming

Bronvermelding: geluidsfragment van BNN-VARA Vroege Vogels

Nou ja, opsluiting…

Ik had gezegd dat er geen blog meer kwam over Rozette. Maar ik heb haar toch nog gesproken en wil dat delen.

Voor wie midden in het verhaal van Rozette valt in het kort:

Ik heb Rozette in het voorjaar van 2020 uit het asiel gehaald waar ze als buitenkat bekend stond. Ze is meteen de eerste nacht al ontsnapt en vond een plekje langs de dijk waar ik haar dagelijks eten heb gebracht en we even een contactmoment hadden.

November 2024 was ze niet meer op haar plek en in maart 2025 werd ik gebeld dat ze in een asiel was binnengebracht. Ik herkende haar amper, zo vervilt was haar vacht en zo anders gedroeg ze zich.

Vanaf dat moment heb ik voor Rozette een ruim deel van het schip ingericht speciaal voor haar. Naar buiten gaan zit er niet meer in.

Hoe is het nu met Rozette?

“Ik heb gaten in mijn herinnering,” is het eerste wat ik hoor. Hoe kan een kat spreken over herinnering, vraag ik me af. Is dit een verzinsel van mezelf? Dieren leven toch in het hier en nu (zegt iedereen)? Rozette haakt een beetje geïrriteerd in: “Je weet best wat ik bedoel. Ik heb niet alles meer helder. Dat jij daar herinnering van maakt, moet je zelf weten maar je weet best wat ik bedoel.”

Ik meen inderdaad te weten of te voelen wat ze bedoelt. Rozette laat zich vaak wat wisselend zien: de ene keer heel aanhankelijk, de andere keer lijkt het of ik een vreemde ben en schiet ze weg.

Ik vraag haar hoe ze het vindt op het schip. “Het blijft raar hier. De geluiden komen van alle kanten en ik kan ze niet altijd traceren.” Daar heeft ze helemaal gelijk in. Andere katten hebben daar nooit last van gehad maar het lijkt wel of bij Rozette het buitenleven, wat alertheid vergt, nog steeds verankerd is in haar.

“Maar het is okee, het is mijn territorium,” vult ze aan. Ik grinnik bij de herinnering aan toen een van de andere katten een kijkje bij haar wilde nemen. Deze kat schoot met een rotgang terug de kamer in, vloog weg door het raam en Rozette kwam als een brede straatkat de kamer in om te kijken waar de indringer was. Vanaf toen heb ik niet meer stiekem gewild of verwacht dat Rozette zou gaan deelnemen aan ons huiselijk leven. Zij blijft gewoon op haar eigen plek in het schip.

“Hoe vind je het dat ik een warmtedeken voor je heb aangeschaft?” “Dat is okee, dat is comfortabel voor me. Maar jij bent niet verantwoordelijk voor mij.”

Hier komt de zelfstandige kat weer naar boven. Ergens vind ik het ook wel fijn dat ze dit opmerkt want als ik teveel nadenk over haar opsluiting word ik zelf niet blij.

“Nou ja, opsluiting…,” hoor ik, “de ruimte is beperkt.” Dat is zo.

“Je kwam hier wel als een wrak,” help ik haar herinneren. “Dus dat ik je niet meer buiten wil laten is wel logisch. Ik denk dat je weer gaat dwalen en de weg kwijtraakt. Je bent niet meer de sterke zelfstandige kat die je was.” “Nee, ik ben niet meer zo scherp als vroeger.”

“Hoe heb je het dat je de ene keer wel geaaid wil worden en dat je de andere keer wegschiet alsof ik een vreemde ben?” “Ik bepaal zelf of ik contact wil.” Ah! Zo ken ik Rozette.

Waarom vliegen ganzen zo kriskras heen en weer?

Sinds dit weekeinde ligt er overal sneeuw in Nederland en je ziet en hoort de ganzen overvliegen in hun kenmerkende V-vorm. Maar de ene V vliegt naar het oosten, de andere naar het westen en weer een naar het noorden, er is geen touw aan vast te knopen. Waarom vliegen ze zo op het oog kriskras en met zoveel herrie? Tijd om het de ganzen te vragen.

M: Beste ganzen, wie heeft er voor mij antwoorden op mijn vragen over jullie heen en weer gevlieg?
Het is een tijdje stil, dan krijg ik feedback dat ze slapen en rust willen hebben, want ze hebben hun energie hard nodig momenteel. Dan leg ik uit dat ze helemaal geen energie verbruiken als ze telepathisch contact met me maken.
G: OK, dan zal ik je vragen beantwoorden.
M: Fijn dat je dat wilt doen en slaap gerust lekker verder, we kunnen op deze wijze nagenoeg energieloos met elkaar communiceren. Mijn vraag, waarom vliegen jullie nu al in V-vorm en is de trek dan al begonnen, het is pas begin januari.
G: We zijn zeker nog niet begonnen met de trek. Wat je ziet en misschien chaotisch overkomt, is onze zoektocht naar grasland. Nu alles onder de sneeuw ligt, willen we graag op plekken eten waar we makkelijker bij het gras en de bodem kunnen komen. Of als het al wat schemerig wordt, dan vliegen we naar onze slaapplaatsen, die verschillen namelijk van onze eetplekken.
M: Ik zie jullie vaak met honderden tegelijk in het weiland staan grazen, daar slapen jullie niet?
G: Nee, we slapen niet in de weilanden, dat voelt minder veilig. We slapen liefst ergens in het water, dan kunnen we slapend drijven en dat is, zeker als we met veel zijn, heel rustgevend. Hé, je moet wel bij de les blijven. Als je al wilt kletsen terwijl ik slaap, moet jij wel geconcentreerd blijven.
De gans heeft gelijk, ik word afgeleid doordat er een strooi auto langsrijdt en ik kijk even uit het raam, waar de zwaailichten vandaan komen. Maar hij heeft me meteen bij mijn kladden en hij heeft gelijk.
M: Sorry, ik was even afgeleid. Maar laten we verder gaan. Dus jullie eten overdag op het land en zoveel mogelijk in weilanden en slapen ’s nachts op het water. Dus als ik aan ’t Gooi denk waar ik woon, dan zie ik jullie heel veel rond de weilanden rond het Gooimeer in Natura2000 natuurgebieden en dan slapen jullie waarschijnlijk in het Gooimeer?
G: Als jullie dat allemaal zo noemen dan zul je wel gelijk hebben.
M: Maar waarom vliegen jullie dan nu zo veel rond?
G: Dat heeft dus voor een deel te maken met de sneeuw, we kunnen niet zo goed terecht op de bekende plekken, dus zoeken we het wat verder, waar minder sneeuw ligt. En als we dan weer richting onze slaapplek gaan, vliegen we rondjes om onze clubgenoten, degene die bij onze troep horen, te roepen dat het tijd wordt om weer naar de slaapplek te gaan. En die sluiten zich dan aan. Om aan allemaal duidelijk te maken dat we weer naar de slaapplek gaan vliegen we enkele rondjes, vandaar dat je ons alle kanten op ziet vliegen.
M: Maar altijd in V-vorm?
G: Ja wel heel vaak. Dat is een hele efficiënte manier van vliegen. Onze vleugels zorgen voor opwaartse druk bij het vliegen, als je nu in de luchtschaduw van degene die voor je vliegt kunt vliegen heb je veel minder energie nodig, dat scheelt heel veel. En waarom zou je geen energie sparen als je dat eenvoudig kunt doen. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
Zeker als we echt weer naar onze zomerverblijfplaats trekken, dan hebben we die energie nodig om dat hele stuk te vliegen.
M: Waar verblijven jullie in de zomer?
G: Ver weg naar het noordoosten, jullie noemen dat Siberië zie ik aan je. Daar verblijven we de zomer en we vliegen er vaak pas naar toe als de dagen langer worden, dus nu nog niet. Dat zou te vroeg zijn, dan zijn de velden nog niet ontdooit en dan kunnen we er niet eten en onze jongen groot brengen.
M: Vertel nog eens iets over de formatie vliegen als je wilt?
G: Nou, zoals ik al zei, we vliegen in V-vorm omdat degene die achter de vleugel van een ander vliegt dan veel minder energie nodig heeft. En het zou natuurlijk niet eerlijk zijn om steeds dezelfde voorop te laten vliegen, dus wisselen we af zoals jullie dat ook doen bij ploegenritten. Zo worden we allemaal gelijkmatig moe, maar veel minder snel dan wanneer ieder voor zich zou vliegen.
M: Hoe vliegen jullie naar je zomer verblijf? Ik bedoel doen jullie dat in één keer of stoppen jullie onderweg en pauzeren voor je weer verder vliegt?
G: Dat is per troep verschillend. Wij vliegen altijd in één stuk achter elkaar naar onze zomerverblijfplaats. Dat doen we dan in enkele dagen, waarbij we wel ’s nachts slapen. Maar andere troepen doen het in etappes en vliegen een stuk en houden dan enkele dagen pauze voor ze weer verder vliegen.
M: Nou dank je wel voor je gesprek, wil je nog wat vertellen waar ik niets over heb gevraagd?
G: Ja, waarom schieten mensen ons dood?
M: Oei, daar heb ik geen antwoord op, maar ik zal het proberen. Mensen hebben vaak het gevoel dat ze de natuur moeten beheersen en misschien denken ze dan dat jullie met teveel zijn en dan schieten ze een deel van jullie dood.
G: Wat een onzin antwoord. Als wij met teveel zouden zijn, ik zeg nadrukkelijk als, dan zouden we minder jongen krijgen om weer met een aantal te zijn waar voldoende voedsel voor is. Maar zolang er genoeg voedsel is, zijn we niet met teveel.
M: Ik ben het geheel met je eens, maar helaas denken niet alle mensen er gelijk over. Sorry daarvoor.
260105

Grenzen of doelen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, op de valreep van dit jaar schrijf ik mijn tweede gast blog. Ik ben van plan om wat vaker van me te laten horen. Wat is het heerlijk om de wijsheid van de dieren met jullie te delen.

Vandaag neem ik jullie graag mee in de eye-openers die Luca, een hondje van 1,5 jaar uit Roemenië, zó uit haar mouw schudde. In mijn praktijk kom ik geregeld in contact met buitenlandse hondjes. Het lijkt wel alsof ze het in hun genen hebben om vooral op hun eigen autonomie te vertrouwen. Ze laten zich niet makkelijk iets ‘wijs maken’ door ons mensen. Vaak hebben ze in hun vroege leven ook niet veel aanleiding gehad om iets van mensen aan te nemen. Dit maakt het samenleven met deze lieve hondjes wel eens uitdagend, zacht uitgedrukt.

Luca toont zich als een zacht, lief en gevoelig hondje, dat snel last heeft van stress, zeer alert is en heel urgent kan blaffen. Wandelen is zo stressvol voor haar, dat dit voorlopig nog niet gaat. Gelukkig hebben haar mensen een grote tuin. Daar kan Luca een plas en een poep doen. Alleen thuis blijven vindt ze ook erg spannend; dit gebeurt daarom nog niet.

Haar mensen investeren veel geduld en liefde in de relatie met dit hondje. Ze begeleiden haar ontwikkeling tot een huishond steeds vanuit respect en vertrouwen. Daarbij lopen ze af en toe tegen hun eigen grenzen en mogelijkheden aan. Ze vragen zich af wat Luca nodig heeft om te leren meer rust te vinden, zodat ze bijvoorbeeld samen kunnen wandelen en de mensen geen gehoorbescherming nodig hebben bij de geringste reuring buitenshuis.

Ik ben hier heel benieuwd naar en leg contact met Luca. Als eerste geeft ze aan dat ze heel graag de hond wil worden die ze diep van binnen is. Ze laat zien dat ze een hond is met meer pit dan nu zichtbaar is. Er zitten allemaal laagjes overheen, als een soort buffertje. Haar buitenkant is daardoor anders dan haar binnenkant, zegt ze. Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern. Want daar zit niet alleen meer pit, maar ook haar vertrouwen en zekerheid. En vandaar uit kan ze meer en makkelijker leren.

Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern

Wat een lieverd, om meteen op tafel te leggen waar dit over gaat en om hulp te vragen. Ik nodig haar uit om aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe die hulp er voor haar uitziet. Dan vertelt ze dat ze merkt dat haar mensen soms wel eens over hun grenzen en mogelijkheden heen gaan in hun goede zorgen voor haar. Maar dat dit haar niet per se helpt. Volgens Luca is het onderdeel van respectvol met elkaar omgaan om ook te kunnen aangeven wat niet (meer) oké is. Ze doelt daarmee bijvoorbeeld op de routine die erin is geslopen om haar ’s nachts zo nodig een plasje in de tuin te laten doen. De gebroken nachten zijn voor de mensen echter niet vol te houden. En de routine moet voor allebei prettig zijn, mens en hond.

Luca vertelt me aan de hand van dit voorbeeld dat ze niet wil dat de mensen zich voor haar in bochten moeten wringen. ‘Want’, zo zegt ze met een klip en klare eenvoud, ‘dan lukt het me niet om in de overgave te komen. En overgave is nodig om dingen anders te leren doen.’ Zo, die zit. Zonder overgave geen verandering. Dank je wel, Luca.

Overgave is nodig om dingen anders te leren doen

Haar mensen vragen door op hoe dit dan in de praktijk werkt. Luca kan heel goed aangeven welke aanpassingen mogelijk zijn die voor beiden kunnen werken. Ze laat zien dat ze een duwtje in de goede richting prima kan hebben. Uit haar heldere tips blijkt dat er inderdaad meer pit zit in dit dametje dan eerder gedacht. Hieruit putten haar mensen het vertrouwen om de tips daadwerkelijk te gaan uitproberen. En ook dat ze ergens naar toe kunnen werken met elkaar.

Maar hier bleef het niet bij. Een volgende eye-opener kwam in het vervolg gesprek een paar weken later. Op veel vlakken ging het beter met Luca en hun samenwerking. Toch hadden haar mensen nog wat vragen. Ik legde contact met Luca om ze één voor één met haar door te nemen. Maar het liep anders.

Luca begon namelijk met een vraag aan míj. Ze vroeg of ik haar mensen wilde vragen om haar te gaan behandelen als de hond waarvan ze weten dat die van binnen in haar zit. De hond met pit, zekerheid en vertrouwen. Dit helpt haar om te zien waar ze naar toe kan groeien. Namelijk naar haar eigen kern die nu nog verstopt zit. Het omgaan met grenzen en mogelijkheden was een goede eerste stap. Maar er is meer nodig. Een doel. Haar kern. ‘Want’, zo zegt ze, ‘grenzen beperken en doelen geven richting’. Nou, zeg! Ook die zit.

Grenzen beperken en doelen geven richting

Ik laat in overleg met haar mensen hun eigen vragen even zitten en vraag hierop door. Luca legt het heel goed uit. Voor haar is het stellen, en tonen, van doelen duidelijker en meer uitdagend en verbindend dan begrenzen. Ook een doel geeft afbakening, net als begrenzing. Het fijne van doelen is dat je eraan kunt werken en dat je dit samen kunt doen. Hierdoor zijn doelen niet alleen richting gevend maar ook uitdagend en verbindend. Iets om naar toe te groeien. In haar geval naar het ontbloten van haar kern, waarin haar zekerheid en vertrouwen zit. En haar leervermogen. Daarom vroeg ze haar mensen om haar te behandelen alsof dit doel al bereikt is. Want dit geeft houvast om naar toe te groeien, ook al gaat hier tijd overheen.

Lieve Luca, wat een prachtige wijsheid. En hoe toepasbaar in het dagelijkse leven, ook van mensen. Ik zie een parallel met de goede voornemens voor het nieuwe jaar. Welke grenzen leg ik mezelf voor 2026 op: meer van dit of minder van dat… Geïnspireerd door Luca besluit ik voor 2026 wat doelen op een rijtje zetten en aan mezelf te tonen hoe dat eruit ziet. En dan, hup – in de overgave want anders komt er nog niets van terecht!

Bedankt, lieve Luca, voor je wijze inzichten! En bedankt, lieve AnimalTalks liefhebbers, voor jullie aandacht. En op naar een stralend 2026!
Barbette de Graaf

Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215

 

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat