Wat wordt het vandaag?

Soms heb je van die dagen dat niets wil lukken, daar zit ik nu in. Ik ben moe, die tijdsovergang naar de zomertijd valt niet goed, ik ben verdrietig en lusteloos en ondanks dat alles wil ik een blog schrijven. Maar daar zit ik al dagen tegenaan te hikken. Natuurlijk kan ik het me gemakkelijk maken en ergens in mijn archief duiken en een nog niet gepubliceerde blog plaatsen. Daar liggen nog honderden gesprekken. Maar dat stuit me ook tegen de borst. Ik wil de dieren serieus nemen en jullie als lezers ook. Dus moet het wel een fatsoenlijke blog worden. Maar welke dier zal ik vragen? En wat heb ik te vragen. Ik stel me open en wacht ….
Mijn lieve hond Kaila meldt zich onmiddellijk om me op te beuren. Maar er is ook vaag op de achtergrond een varken, een modderig varken dat mijn bewustzijn binnendringt en aandacht vraagt. Ik besluit die kant op te gaan.

M: Dag varken, wat brengt je bij mij?
V: Jouw vraag wat wordt het vandaag? Eigenlijk wilde je zeggen wie wordt het vandaag. Die vraag slingerde je het universum in en ik ving het op.
M: Vertel, wat wil je kwijt.
V: Ik ben een buitengewoon varken omdat ik het geluk heb niet in de bio-industrie terecht gekomen te zijn, maar bij een boer die anders met zijn dieren omgaat. Zo wonen wij ’s nachts wel in een stal en slapen we in het stro, maar mogen we overdag gewoon naar buiten en hebben we een modderig weiland en een echte modderpoel waar we in kunnen verblijven. En ook een stuk beton waarop we eten krijgen anders smeren we blijkbaar alles onder de modder.
M: Dat klinkt heel veelbelovend. En met hoeveel zijn jullie daar?
V: We zijn nu met negen volwassen varkens en af en toe komt er een beer op bezoek en dan krijgen we jonkies, en dan kan het wel druk worden want die jonkies slapen gewoon bij ons in de stal en komen na verloop van tijd ook mee naar buiten. Niet meteen overal, eerst alleen op de betonplaat en later het weiland en nog later de hemel, de modderpoel.

De modderpoel is de hemel voor een varken

M: Wat leuk dat je de modderpoel de hemel noemt. Is dat zo genieten?
V: Ja dat is het zeker, dat kun je je niet voorstellen hoe lekker dat is, je wentelen in die zachte blubber en dat overal op je lichaam te voelen en die verkoeling is heerlijk.
M: Als het er zo goddelijk is, dan heb je vast ook wel een naam?
V: Ja, mijn naam is krulletje, omdat ik een bijzondere krul in mijn staart heb, een krul die twee kanten op krult, dus een dubbele krul maar tegendraads. Ik ben er wel een beetje trots op, maar geen van mijn kinderen heeft ooit zo’n krul gehad. Dus waarschijnlijk is het een ongelukje in mijn jeugd geweest waardoor de krul vreemd werd.
M: Maar het zal vast niet altijd rozengeur en maneschijn zijn bij jou op de boerderij?
V: Nou sommige andere dieren zijn soms moeilijk, dan denk ik aan de grote bullebak van een stier die ook een deel van het weiland heeft. Soms is hij heel vredig, maar hij heeft zijn dagen dat hij humeurig is en dan trapt hij naar ons, ook al staan we niet in hetzelfde stuk weiland. We staan wel naast elkaar.
M: En worden jullie biggen bij jullie groot of gaan ze naar de slacht na verloop van tijd?
V: Ja, er komt absoluut overbevolking als we alle biggen die er jaarlijks geboren worden hier zouden laten, dat kan dus niet. Als ze een mooie jeugd hebben gehad, van beschermd in de stal tot uiteindelijk als deelnemer in het modderbad, dat is een beetje afhankelijk van het jaargetijde, dan worden ze afgevoerd naar de slachterij.
M: Heb je daar moeite mee?
V: Op een gegeven moment moet een big zelfstandig worden en zijn eigen weg gaan, kinderen kunnen niet bij hun moeder blijven. Dus is het logisch dat ze dan worden afgevoerd en dat ze naar de slacht gaan vind ik niet echt een probleem. Ze hebben een mooi leven gehad. En dat geldt natuurlijk ook voor ons. Wij mogen dan langer op de boerderij verblijven en kleintjes krijgen, maar ook voor ons geld dan een moment dat het gedaan is. Dan worden wij ook naar de slacht gebracht.
M: Hoe voelt dat?
V: Dat voelt wel als eerlijk. De boer geeft ons een mooi leven en wij geven de boer mooi en gewild vlees. Want doordat wij buiten leven zijn wij veel gespierder dan bio-industrie varkens, bovendien zijn wij veel gezonder en meestal zonder allerlei medicijnen, waardoor wij veel waardevoller vlees leveren. En daar blijkt een markt voor te zijn.
M: En jij hebt daar geen moeite mee?

Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug.

V: Nee totaal niet. Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug. De boer laat ons ook altijd weten wanneer het zover is, dan weten we dat het einde spoedig komt. Het komt dus niet als verrassing en dan kun je je toch een beetje voorbereiden. Natuurlijk weet je dat het niet echt een lolletje is, maar dat heb je er wel voor over als dank.
M: Ik vind dat heel mooi gezegd. Dank je wel en ik moet zeggen, je hebt mij behoorlijk opgevrolijkt met je mooie verhaal van een buitengewoon varken. Wil je nog iets kwijt?
V: De mens heeft dus een keus, als je vlees wilt eten kun je kiezen voor vlees van gelukkige dieren of voor vlees van een productiemiddel dat geen kans op enig geluk heeft gehad in haar leven. Dat is een belangrijke keuze voor mensen, want daarmee kunnen ze de bio-industrie wel degelijk verslaan. Denk daar maar eens over na.

Wat geeft dit varken een mooie opening om anders naar vlees te kijken en vooral anders naar de dieren die het vlees produceren. In kan me voorstellen dat vlees van gelukkige dieren een heel andere uitwerking op je mens zijn zal hebben dan vlees van ongelukkige dieren. Dat betekent dat als je geestelijk gezond wilt blijven je misschien je keuzes moet maken waar je je vlees wilt kopen! En dat zegt een (bijna) veganist, maar dat terzijde.
Daarnaast heeft de EU in 2021 beloofd uiterlijk in 2023 met wetgeving te komen tegen alle kooien in de veehouderij. Deze belofte is de EU nog steeds niet nagekomen. Dit is een prachtig voorbeeld van hoe dat oplosbaar zou kunnen zijn. Ja, hier kan ik blij van worden.
260331

Kernachtiger zijn en praten

Lieve AnimalTalks liefhebbers, als je de cursus dierencommunicatie bij Piek Stor en Petra Maartense volgt, dan komt er een moment waarop je leert contact te maken met een vrij dier. Dat mag een dier van je eigen keuze zijn of een vrij dier uit het boek ‘In de Stilte hoor je alles’ van Piek in samenwerking met Petra. In mijn geval was het vrije dier destijds een lieveheersbeestje. Ik had ze opvallend vaak in mijn buurt, waar ik ook was. Maar tijdens de basiscursus dierencommunicatie half maart gingen de cursisten met de Afrikaanse leeuw uit het boek in gesprek.
Naast gastvrouw zijn was mijn rol tijdens deze cursusdag het delen van ervaringen als dierentolk. Daarom deed ik deze korte oefening met de cursisten mee en maakte ook ik contact met dit vrijzinnige dier.

B: Dag leeuw, ik ben Barbette en ik ben dierentolk. Heb je even tijd voor me op dit drukke moment? Want ik weet dat ik niet de enige ben die jou nu even opzoekt.

Terwijl ik contact aan het maken was, overviel me een heel blij en vrolijk gevoel. Dit gevoel is het beste te vergelijken met een stevig binnenpretje. Dat het even borrelt van binnen en dat je een innerlijke glimlach voelt opkomen die groter is en dieper zit dan enkel in het hoofd. Ik pikte kennelijk zijn enthousiasme op, want hij antwoordt als volgt.

L: Hier word ik nou heel vrolijk van! Dat jullie dit doen. Dierencontact. Daar zit de kracht.
B: Wat bedoel je met ‘daar zit de kracht’?
L: Afstemmen. Je niét laten afleiden. Bij jezelf komen en blijven… – als iedereen dat zou doen, zou er minder miscommunicatie zijn. Uitgaan van eigen kracht. Niet twijfelen. Weten wat goed is. Daarop vertrouwen.

Het valt me op dat de leeuw zijn inzichten heel staccato vertelt. Als een aansporing. En tegelijkertijd bekrachtigend in duidelijkheid. Zo van zo is het gewoon. Althans, zo vertelt hij het aan mij. Het voelt op de een of andere manier heel veilig om er in mee te gaan, om zo te ervaren wat hij bedoelt met zijn woorden. Het smaakt naar meer. Dus ik probeer hem een beetje uit te dagen en te verleiden tot meer bekrachtigende aansporingen. Ik vervolg:

B: Dit klinkt een beetje als uit een boekje, zo compact als je het zegt.

Maar de leeuw laat zich niet uit de tent lokken. Hij zegt:

L: Ik hoef er ook niet meer woorden aan vuil te maken. Of laat ik zeggen te besteden. Dat zouden jullie ook moeten doen, de mensen. Kernachtiger zijn en praten. Gaan jullie daar maar mee oefenen in en buiten de cursus. Dat is mijn boodschap.

Hoewel ik me graag had gelaafd aan nog meer van zijn wijsheid, besef ik me dat hij precies doet wat hij aanbeveelt. Krachtig zijn in kernachtigheid. Ontdaan van ballast. Schoon. Daarom rest mij niets dan dank en bezinning, wat de leeuw kennelijk kan waarderen.

B: Dank je wel, leeuw.
L: Tóf gesprek, dit! Jij ook bedankt!

Tijdens de uitwisseling achteraf vertelde iedereen die met de leeuw had gesproken over het contact. Alle gesprekken lagen in elkaars verlengde. Dit hielp de cursisten uit te gaan van eigen kracht. Niet te twijfelen. Te weten dat het goed is. En daarop te vertrouwen. Dat is de kern. Daarom spraken we af dat ik mijn eerstvolgende blog aan deze wijsheid van de leeuw zou wijden.

Ik besluit nog even na te kijken wat hij aan Piek had verteld en sla zijn boodschap in het boek er nog even op na. Op bladzijde 103 gaat het hem om het hogere doel. Het respect voor alles en iedereen. Dat is mooi. Want juist dit hogere doel en dit respect maken dat er mensen zijn die willen (leren) communiceren met dieren, zodat de dieren een stem krijgen en de mens op dat moment hun instrument is. Daarmee, lieve AnimalTalk liefhebbers, is de cirkel van deze blog rond. Met dank aan de Afrikaanse leeuw.

 

Rowan the fearless

Soms tref je een speciaal dier. Ik denk dat iedereen dat wel eens meegemaakt heeft in z’n leven: een dier dat een speciaal plekje in je hart heeft veroverd. Een dier met een gouden randje.

Afgelopen week mocht ik weer tolken voor zo’n dier. Het betrof een hond die heel plotseling was overleden en de vrouw bij wie hij hoorde bleef haar vragen en verdriet houden om dit plotselinge verlies.

Omdat het om een Engelse vrouw, Jenn, ging en mijn Engels niet zo denderend is, trad haar vriendin op als tussenpersoon. Voor deze vriendin tolk ik al jarenlang dus we zijn goed bekend met elkaar. Maar hoe zou ik dit nu gaan aanpakken?

Terwijl ik daarover aan het peinzen ben, zie ik de hond in mijn beeld rustig wachten. ‘Neem je tijd,’ hoor ik, ‘ik wacht wel. Ik heb toch alle tijd.’

“Nou, hij had kennelijk al door dat we contact zouden opnemen,” zeg ik tegen de vriendin van Jenn. “Zit ik hier een potje moeilijk te doen, en hij wacht gewoon geduldig.” Al snel wordt me duidelijk dat hij zich in een laag boven ons bevindt. Een plek waar ik niet bij kan maar waar ik een klein gedeelte wel kan voelen/zien. De hond, Rowan/Roly, lijkt zich aan de rand van het speelveld te bevinden: zo dicht mogelijk bij het aardse, in een lichte omgeving. Licht zowel in kleur als in energie.

Ik besluit niet moeilijk te doen en we starten het gesprek. De grote vraag is of hij door had dat Jenn hem tijdens zijn overlijden wilde bijstaan. Want alles was zo plotseling gegaan dat zij in paniek was maar ook wat voor de hond wilde betekenen. Ik kan mijn vraag amper formuleren in beeld want meteen laat Roly zien dat er voor hem maar één manier was om te gaan: ineens een grote sprong nemen. Een langdurig of langdradig afscheid zou hij niet (aan)kunnen dus dit was de enige manier. En met dat hij die sprong gemaakt had, bleef hij meteen aan de rand van dat grote lichte geheel wachten. Dat wachten is niet een vervelend wachten zoals wij dat hier kennen, maar een rustig en geduldig wachten. En ondertussen heeft hij plezier want ik voel steeds een beginnende borrelende lach binnen in me.

Roly vindt dat de vrouw ook alle tijd mag nemen om haar leven op aarde te leven en op een gegeven moment af te ronden. Hij wacht wel. Geen haast. Als ze maar weet dat hij op haar wacht.

Deze hond was bij Jenn in huis gekomen via een adoptiebureau als eerste opvang en de bedoeling was dat hij bij iemand anders geplaatst zou worden. Op het moment dat bleek dat hij met iemand mee zou gaan, keek Roly Jenn aan en Jenn beschreef het zo: “On the day she took you, I will never forget the look on your face when you realised I wasn’t coming with you. It broke my heart.”

Roly beaamt meteen dat het erop leek dat ze gescheiden zouden worden en dat was niet de bedoeling. Hij deed wat binnen zijn mogelijkheden lag: hij beet de vrouw toen hij daar was. Deze vrouw bracht hem naar de dierenarts om hem te laten inslapen maar gelukkig belde de dierenarts het adoptiebureau en Roly kwam weer terug bij Jenn.

Ik voel aan alles wat een leuke hond Roly is en ik begrijp heel goed dat Jenn hem enorm mist. Ze heeft nog een andere hond, Chester, die een andere persoonlijkheid heeft.

Jenn vraagt via haar vriendin of er nog iets is wat ze voor Roly kan doen. Daar weet hij meteen antwoord op: ‘Geniet van Chester en het leven. Want dan geniet ik ook!’ Hij laat in beeld zien dat er een draad loopt van hem naar Jenn en dat hij alles volgt vanaf de zijlijn waar hij zich begeeft in het voor ons onbereikbare licht.

 

NB: We weten niet wat er precies gebeurt als we het aardse lichaam verlaten. Mijn ervaring is dat er geen doorsnee- en standaardprocedures zijn. Ik waak ervoor om mensen een sprookjes- of happy-end gevoel te geven als ‘hun’ dier overleden is. Ik kan alleen doorgeven wat ik ervaren mag via het dier. En dat is altijd verschillend.

Leven in de vijfde dimensie

Laatst las ik een stuk over leven in de vijfde dimensie, een relatief nieuw onderwerp voor mij. In het stuk werden de verschillende dimensies uitgelegd en werd er verteld dat de mensheid collectief op weg is naar de vijfde dimensie. En, en dat trof mij bijzonder, dat dolfijnen al in de vijfde dimensie leven.

Voor diegene waar deze verschillende dimensies relatief nieuw voor zijn, zoals ik, even een korte uitleg over de verschillende dimensies.

De eerste en tweede dimensie gaan over waarnemen, oerdriften, aarden en je fysiek. De derde dimensie is een bewustzijnsstaat van onder meer fysieke en emotionele ervaring, confrontatie, materiële armoede en rijkdom. Iemand die de vierde dimensie bewust ervaart, leeft nog steeds volop, maar staat ook stil. Tijd is een relatief begrip geworden. Het huidige moment is het belangrijkste. Om deze dimensie te bereiken is meditatie de weg. Voor de vijfde dimensie kijkt je op afstand. Niet alleen naar je eigen leven, maar naar het leven op zich. Je ervaart dat je onderdeel bent van een groter geheel. Je ego tempert en je leeft volledig vanuit je hart en in harmonie met je omgeving.

Nu naar de dolfijnen die al in de vijfde dimensie zouden moeten leven. Ik wil graag van ze weten hoe dat is. Dus maak ik contact met dolfijnen, daarbij helpt mee dat ik het prachtige dieren vind.

Ik probeer contact te maken met Dolfijnen en vraag wie het leuk vindt met mij te spreken.
Onmiddellijk melden zich 3-4-5 dolfijnen die met me willen spreken. Dat is nu niet handig, ik vraag of ze één woordvoerder willen kiezen en dat doen ze. En mijn gesprek kan beginnen.

M: Ik heb gehoord dat dolfijnen elkaar namen geven. Wat is jouw naam.
F: We hebben allemaal namen volgens ons persoonlijke geluid, dat geluid in een naam vertalen is even lastig, maar noem mij maar fibrrre.
M: OK, Fibrrre, mag ik je zo noemen? Hoe is jullie leven?
F: Wij verblijven met een grote groep in de Noordzee, er zijn ook andere groepen en we leven hier een prima leven en je mag me gerust zo proberen te noemen, hoewel je mijn naam wel een beetje raar uitspreekt. Maar je kunt niet beter hoewel je erg je best doet, dus dat is goed.
M: Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door een artikel dat ik las over leven in de vijfde dimensie en jullie dolfijnen zouden dat doen. Wat is jouw mening daarover?
F: Totaal geen mening, is het boeiend om te weten in welke dimensie je leeft? Nee toch? Je leven verandert er niet door, er komen niet ineens meer vissen langs om te eten en je mede oceaan bewoners worden er niet ineens vriendelijker van. Dus het boeit me niet jouw vraag.
M: OK, misschien kun je dan iets vertellen over jullie leven in de Noordzee?
F: Dat wil ik wel doen. We leven in een grote groep, meestal zo’n 20-30 dolfijnen, maar soms zijn we met veel meer als een groep zich tijdelijk samenvoegt. Meestal leven we in goede harmonie met elkaar en onze omgeving. Wij zwemmen altijd en leven altijd in ons waakbewustzijn, dat wil zeggen we slapen niet. Tenminste niet echt. Dat klinkt vaag, maar dat zit als volgt. Als wij zouden slapen zouden we verdrinken want we moeten lucht inademen en daarvoor moeten we naar boven water gaan. Daarvoor moeten we wakker zijn. Dat hebben we als volgt opgelost, we slapen om beurten met een hersenhelft in waakbewustzijn en de andere in slaap. Dat wisselen we af en daardoor overleven we. Het is gewoon onze natuur en dus niets bijzonders voor ons, maar misschien wel bijzonder voor jullie.
M: Het klinkt wel spannend om zo te leven. Kunnen jullie ook dromen met een hersenhelft in slaap?
F: Grappig dat je dat vraagt, ja, wij kunnen zeker dromen en kunnen ook visioenen hebben in onze dromen. Soms kun je zelfs over voorspellende dromen spreken en als meerdere van onze groep zo’n droom hebben gehad, wordt daar werk van gemaakt. Dat wil vaak zeggen dat we dan naar een andere plek zwemmen waar mogelijk meer eten is of minder gevaar of minder verstoring door mensen is. Vaak zijn die dromen dus best wel praktisch.
M: Dat is mooi. Hoe functioneren jullie als groep? Hebben jullie leiders of een team van leiders of is dat er helemaal niet?
F: We hebben niet een eenduidige vorm van leiderschap, het is niet zo dat er één of enkele dolfijnen zijn die voor de groep alles bepalen. We hebben een soort van collectief leiderschap maar dat werkt ook weer apart. We kunnen ons bewustzijn met elkaar verbinden en zo maken we keuzes als er keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi voorbeeld hiervan is onze manier van jagen op voedsel. Wij eten vis en hebben duidelijk onze voorkeur voor welke vissen we liever hebben dan andere soorten. Als we nu jagen dan doen we dat collectief. We zien een school vissen die we willen bejagen en zwemmen daar op een wijze naartoe zodat de school vissen compact gemaakt wordt. Daar gebruiken we ook trucjes voor als bellen blazen, cirkels maken in het zand, alles wat de vissenschool maar samendrijft. En als dat gelukt is zwemmen we er van alle kanten ineens in en kunnen we overvloedig eten. Doordat we zo slim jagen, hebben we veel tijd over om plezier te maken.
M: Dat klinkt heel slim jullie leiderschap en jullie manier van jagen. Wat doen jullie als je plezier maakt?
F: Dat verschilt, soms plagen we elkaar en spelen spelletjes met elkaar, maar soms genieten we gewoon van alles wat er is, zoals de golven of van een boot die langs komt. Kleine boten kunnen leuk zijn, die zijn ook niet zo ontzettend lawaaiig, en daar kunnen we dan soms meezwemmen met de boeggolf. Dan hebben we minder weerstand en kunnen we harder zwemmen of met minder inspanning. Het is zo’n beetje als de ganzen die in de lucht in V-vorm vliegen en daardoor veel minder moe worden.
M: Wil je nog iets kwijt dat ik niet gevraagd heb?
F: Jazeker. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de oceanen een heel bijzonder biotoop zijn en dat jullie ernstig verstoren met jullie vervuiling door olie en plastic, maar ook door de herrie die jullie schepen maken en die de bouwwerkzaamheden die jullie steeds vaker in de zeeën uitvoeren. Het is belangrijk dat de mens veel meer rekening houdt met zijn medeschepselen, zoals wij, maar ook de vissen en het niet vervuilde water, enz. Dit is heel belangrijk dat jullie dit beseffen.
M: Dank je wel voor deze laatste oproep en het hele gesprek.
F: Je bent welkom voor een vervolg gesprek.

Zoals je zult begrijpen liep dit gesprek totaal anders dan ik verwacht had. Dit is altijd spannend voor mij om te zien hoe een dieren gesprek verloopt. Ik kreeg geen antwoorden op mijn oorspronkelijke vraag, maar ik kreeg wel weer veel wijsheden mee. En dat was heel mooi.
260311

Vakantieplannen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, zoals sommigen van jullie weten ben ik verslingerd aan Schotland. Mijn hondje Maya gaat altijd met me mee. Hoewel ik dierentolk ben, heb ik haar nog nooit officieel gevraagd of zij dat eigenlijk wel leuk vindt. En dan doel ik vooral op de nachtboot van IJmuiden naar Newcastle en weer terug. Ik vind het voor een hond een erg lange overtocht, ook al delen we samen een hondenhut en kan ik haar uitlaten op het hondenuitlaatdek. Ik besluit er eens voor te gaan zitten en hier een babbel over te maken met haar. Mijn volgende vraag is hoe ze het zou vinden als we een extra overtocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Ik ben benieuwd wat ze ervan zegt. ‘Luister’ maar even mee…

B: Hé Maya, mag ik contact met je maken?
M: Eindelijk.
B: Werd het tijd?
M: Ja, je was het al langer van plan om ervoor te gaan zitten. Ik heb geen klagen, want we wisselen tussendoor heel veel en over van alles uit met elkaar. Ik ben daar heel blij mee. Ik word echt gezien door jou. Je maakt me blij. Ik ben een heel blije hond, maar jij maakt me ook blij. We zijn een duo.
B: Wat lief dat je dat zo zegt. Zo voel ik het ook. Je bent mijn kompaan. Ik ben zo dankbaar dat je in mijn leven bent. Het is zó gezellig met jou! Ik ben stapelgek op je.
M: Ja leuk! Blij mee!
B: Ik wil je wat vragen en daarom ben ik er even voor gaan zitten om met jou te praten. Ik wil graag weer met je op vakantie en net als vorig jaar met z’n tweetjes met de caravan door Schotland trekken. Vind je dat leuk?
M: Ja! Op avontuur met jou en samen in het rollende tiny house. Dat vind ik héél gezellig. En de hut op de boot ook; dat is net zoiets. Zo knus samen op de wiegende zee. En dan neem je me mee naar buiten in de zeelucht. En dan mag ik uren op schoot zitten. En dan kijken we naar het spoor dat achter ons in zee ontstaat. En naar de jan-van-genten die daarop af komen. En dan zitten we samen zo knus. Dat vind ik zó leuk!

Nou, dat was deel één van wat ik wilde weten. Fijn dat ze leuke dingen ervaart op zee. Dat stelt enigszins gerust. Maar ik zit met de duur van de overtocht. Hoe vindt ze die?

B: Vind je de overtocht zelf niet ellendig lang duren? En dat ontschepen duurt ook altijd langer dan je hoopt en dan nog de douane enzo. Ik voel me vaak een beetje opgelaten dat het voor jou wel erg lang duurt voordat we weer grassprieten onder de voeten hebben en jij lekker kunt rennen.
M: Nou, met dit alles ben ik tijdens het reizen helemaal niet bezig. Het is wat het is. En het duurt zo lang als het duurt. Ik geef me daar gewoon aan over.

Maya laat even een stilte vallen om mij de gelegenheid te geven om wat ze zegt tot me door te laten dringen. Ze geeft geen oordeel over de duur van de overtocht en ‘ontslaat’ me van zorgen maken. Wat ontzettend mooi van haar. Dan vervolgt Maya haar verhaal.

M: Alleen als jij even weggaat om aan boord te eten, dan vind ik dat even niet zo leuk. Dat is mijn jeugdtrauma, denk ik. Verlatingsangst. Maar dat is meer een reflex dan een echte angst. Jij hebt namelijk nooit voeding gegeven aan deze angst. Jij geeft juist rust en vertrouwen. Daar put ik kracht uit. Dus zodra ik je niet meer hoor en ruik, ga ik heerlijk slapen. En ineens ben je dan terug met wat lekkers voor mij. En dan zijn we allebei zo blij dat ons duo weer in tact is. Dat is zó leuk!

Maya laat weer even een stilte vallen om het duo-schap te benadrukken, dat ik trouwens net zo voel en dat voor mij net zo waardevol is. Ze gaat verder.

M: Ik heb er geen twijfel over dat je terugkomt. Dus het is oké. Heb je verder nog vragen?
B: Ja, die heb ik. Wat nou als we daarna nóg een vaartocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Die tocht is iets korter, maar ook ’s nachts. En dan hebben we ook weer een hondenhut. Ik wil die tocht niet maken als jij het te lang vindt of alles bij elkaar teveel op een boot. Jij hebt ook vakantie. Het moet voor jou ook leuk zijn.
M: Gaan we dan naar Shétland? Dat kleine eilandje in het midden van de grote zee tussen Schotland en Noorwegen? Dat is wel heel avontuurlijk!
B: Ja, Shetland is een groepje van kleine eilandjes en ligt op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Ik zou daar heel graag samen met jou heen gaan. Maar alleen als jij het ook leuk vindt.
M: Ik vind nieuwe dingen erg spannend. En kleine eilandjes in zo’n hele grote zee ook. Maar het lijkt me ook leuk. Op avontuur met jou vind ik echt leuk. Jij bent wel een stoere chick, zeg! Dat je alleen, dat wil zeggen met mij, met de caravan naar zo’n verre uithoek midden in de zee gaat… Ik zie dat wel zitten. Het is niet te lang, op de boot. Ik kan dat wel. Maar, ik vind andere delen van Schotland ook leuk, hoor! Het noordwesten bijvoorbeeld. Toch wint de nieuwsgierigheid naar Shetland het. Ik vind het erg leuk dat je dit wilt gaan doen met mij en met mij overlegt. ‘Practice what your preach… – je dier echt serieus nemen. Dat vind ik zó top!
B: Nou, ik vind het ook top. Want ik ben gaan leren communiceren met dieren om beter contact met jóu te kunnen hebben en om jou en onze samenwerking beter te leren begrijpen. En zie wat het me heeft gebracht! Ik praat met allerlei dieren en schrijf er nu zelfs blogs over! Het moet niet gekker worden!
M: Ja, echt te gek!
B: Maya, ik wilde over dit gesprek ook een blog maken. Vind je dat goed? Ik heb cliënten die willen weten hoe hun dier het reizen vindt. Dit gesprek tussen ons geeft een inkijkje in dat je hier vragen over kunt stellen. Daarmee geeft dit gesprek niet alleen inzicht in onze reisplannen, maar ook een idee voor anderen die vragen over reizen met dieren hebben. Dieren weten goed wat ze willen, heb ik gemerkt. En ze kunnen het vaak heel duidelijk vertellen, net als jij deed. Ben je het ermee eens?
M: Ja, komt er dan ook een foto van mij bij?
B: Ja, vind je dat goed?
M: Ja, dat vind ik juist leuk! En een eer. Doe maar een foto van mij in de caravan.
B: Wat lief, dank je wel Maya. Heb je misschien nog een laatste woord? Want zo gaat dat in een echt consult ook. Dieren krijgen altijd het laatste woord.
M: Ja, dat heb ik en dat weet je. Als ik hard aan het blaffen ben en jij vindt het genoeg, dan heb ik ook het laatste woord. Ik blaf en pruttel altijd nog even na.
B: Je zit me te dollen.
M: Ja, dat is juist zo leuk. Ik vind jou namelijk ook zo’n blij persoon. We hebben het getroffen met elkaar. Dat wilde ik nog even zeggen. Komt dit ook in de blog?
B: Ja, als jij dat goed vindt wel.
M: Nou, dat is goed. Ik ben namelijk heel blij met jou. Er zijn geen woorden voor. Dat is gevoel. Schrijf dat maar op.

Die Maya, dat is ook weer zoiets. Zie aan gevoel maar eens woorden te geven. Juist daarin schieten woorden tekort. Hoe waar. En ook daarover heeft ze geen oordeel. Sterker nog, ze wil het benadrukken. En mij en de lezers van deze blog daarmee ‘ontslaan’ om moeilijk over woorden te doen. En te durven vertrouwen op gevoel. Althans, dat is mijn interpretatie. Wat een wijs wijffie.

B: Dank je wel, lieve Maya. Zal ik de overtocht naar Shetland gaan boeken?
M: Prima, maar laten we niet te lang op dat kleine eilandengroepje blijven, want ik wil ook andere stukken van Schotland weer zien.
B: Doen we! Top!

Lieve AnimalTalk Liefhebbers, wie had dat gedacht dat je je vakantieplannen zo precies kunt afstemmen met je dier. Het is fantastisch. Wat een rijkdom. Veel dank weer voor jullie aandacht!
Barbette

Naschrift: Dit gesprek had ik maandagmiddag met Maya. ’s Avonds was ze innig tevreden, relaxed en alsmaar in blij oogcontact met me. Ik besluit wat vaker een ‘echt gesprek’ met haar te voeren, naast de kleine, dagelijkse uitwisselingen tussendoor. Het is precies zoals cliënten vaak zeggen; dat je dier dichterbij komt door een dierengesprek en dat het dier laat blijken zich echt gehoord en gezien te voelen. Ik vind het prachtig!

Dwalende gedachten en dolende zielen

Soms loop ik wat te piekeren over wat voor een blog ik zal schrijven. Ik heb net cavia´s verzorgd van mensen die op vakantie zijn en op de terugweg denk ik aan hoe leuk ik ze vind. Ik heb altijd cavia´s gehad en er enorm van genoten maar, heel raar, de zin van hun bestaan ontgaat me ten enenmale. Ja, in Zuid-Amerikaanse landen zijn ze een voedselbron en kunnen ze ook als huisdier gehouden worden (waar ze op een gegeven moment opgegeten worden). Als ik het er met de cavia’s over heb, hoor ik: ‘Wie ben jij om te bepalen welk leven zin heeft?’ Daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in.

Mijn gedachten dwalen af naar dieren in oorlogsgebieden, dieren in de vee-industrie en de Vakbond voor Dieren. Ik word altijd behoorlijk moedeloos als ik eraan denk hoeveel dierenleed er wereldwijd is. De cavia’s haken nog even aan: ‘Ja, het complete pakket is hier op deze wereld. Je hebt het te doen met dat wat je tegenkomt. Geniet daarom gewoon van ons; wij leven ons leven. En maak je keuze in wel of geen vlees eten. Of welk vlees.’

Mijn aandacht gaat weer naar de site die ik net bezocht had over dieren in oorlogsgebieden. Ik krijg contact met een hond in een onveilig gebied. Het dier wordt opgevangen in een asiel en hij laat duidelijk zien dat het lijf het huis is. Dat moet goed zijn.

Als dat lijf niet meer functioneert, is het nog wel even te doen maar op een gegeven moment niet meer. Hij laat zien dat je dan gewoon uitstapt en ergens anders verder gaat (wij noemen dat doodgaan).

Ziekte is volgens hem nog te doen (ook als het lichaam heel slecht functioneert), maar wat hij erger vindt is angst. ‘Bij angst is het lijf een last. Je kunt er niet uit, je kunt het niet verlaten. Ja, even, dan dwaal je wat rond. Maar je moet terug in het lijf om door te gaan.’

Wat hierop volgt is een beeldgesprek tussen de hond en mij. Hij laat zien dat het kan gebeuren dat het lijf waar je even uitgetreden was, ondertussen bezet kan zijn door een andere ziel die even uittrad. Soms kan dat samen gaan maar het kan ook zijn dat twee (of meer) teveel is en dan blijft een ziel dolen. Het lichaam is dan niet meer beschikbaar.

Volgens de hond worden ze op een gegeven moment wel opgehaald door de groep honden in het veld, maar dat kan een tijd duren. ‘We zijn niet aangesloten als we dolen en pas als we een beetje uit onze cocon durven komen, kunnen we aanhaken.’

Ik vertel de hond in beeld dat ik iemand gekend heb (ze is inmiddels overleden) die heel veel gedaan heeft voor dolende mensenzielen. Letterlijk hele volksstammen heeft ze naar het Licht kunnen verwijzen. Ze was hier dagelijks druk mee, tot in haar tachtigste jaren. We praatten daar wel eens over en ze was altijd blij dat we dit soort dingen konden uitwisselen omdat ze maar weinig mensen kende met wie ze hierover kon praten. Deze vrouw heeft naar mijn idee heel veel goed (onzichtbaar) werk verricht. Maar elke keer eindigde ze met: “Met planten communiceren lukt me wel. Ik moest een keer in de nacht m’n bed uit omdat twee planten ruzie hadden omdat ze niet naast elkaar wilden staan. Toen ik ze uit elkaar gezet had, was het rustig. Maar wat me maar niet lukt is om met dieren te communiceren.” Ze vond dat altijd jammer, terwijl ze zoveel heeft kunnen betekenen voor al die mensenzielen.

Later zoek ik op of honden ook kunnen dissociëren. Bij honden wordt het shutdown genoemd. En, hoe pijnlijk, het wordt vaak verward met gehoorzaamheid.

De werking van morfine bij het stervensproces

Ik voel dat je er bent, toch kunnen we niet praten met elkaar. Het voelt alsof je ‘ingepakt’ bent, alsof je gebakerd bent, maar dat is te strak, misschien voelt het meer alsof er allemaal watten om je heen zitten, waardoor je nog niet naar buiten kunt komen. Ik probeer mee te voelen en je kunt nog niet vrij bewegen, alsof je ledematen vastgehouden worden. Maar je hebt geen ledematen meer, dus hoe moet ik me dat nu voorstellen?

Ik vraag je hoe komt het dat dit zo aanvoelt. Je antwoordt dat het de morfine is, die je bij leven zoveel rust gaf, maar nu na het leven je zo vasthoudt. Je hebt tijd nodig om lagen af te pellen om vervolgens vrij te zijn. Dat vraagt de nodige tijd. Hoe lang weet je niet en tijd is een geheel ander begrip aan gene zijde dan aan onze kant. Je constateert dat je niet ‘schoon’ genoeg bent overgegaan en dat er nu dus nog moet worden schoongemaakt.
Ik begrijp niet dat morfine zo’n invloed kan hebben op je ziel na de dood. En besluit om hier mijn raadgever maar over te vragen.

M: Hyronimus mag ik je om raad vragen?
H: Dat mag altijd. En ik zal meteen beginnen met mijn antwoord, want je vraag is duidelijk. Morfine werkt op het centrale zenuwstelsel, eigenlijk je meest spirituele deel van je fysieke lichaam. Het is niet zo dat je centrale zenuwstelsel overgaat in je niet fysieke ziel, maar ook je fysieke lichaam be-staat uit verschillende lagen, het fysieke, het astrale en het etherische deel. Ze maken allemaal deel uit van wat jullie het fysieke lichaam noemen, het is aards. Als je fysieke deel sterft wil dat nog niet zeggen dat de andere delen, je astrale en etherische lichaam ook meteen zijn verdwenen. En daar speelt de morfine een storende rol. Je centrale zenuwstelsel reikt tot in je etherisch lichaam en als dus de verlamming van het centrale zenuwstelsel er is, dan blijft die verlamming ook in de hogere vormen van je fysieke lichaam een rol spelen. Misschien moet ik niet over verlamming spreken maar meer over verdoving, die weliswaar zich gedraagt als een verlamming, maar het kan teruggedraaid worden. Je zult ontwaken uit je verdoving en dat is dus waar haar lichaam nu mee bezig is. Dat heeft tijd nodig zoals ze je laat weten.

Je centrale zenuwstelsel is je meest spirituele deel van je lichaam en reikt tot in je etherisch lichaam

M: Dus de serene rust die ze had werd veroorzaakt door de morfine die haar centrale zenuwstelsel verdoofde. En doordat dat ook doorwerkt in haar hogere fysieke delen, heeft ze nu nog last van die verdoving. Zie ik dat goed?
H: Dat zie je goed. En dat duurt nu al bijna twee maanden, maar ze moet hier doorheen om ‘schoon’ te worden, want pas met een schone ziel kun je onbeperkt reizen. Nu voelt ze nog beperkingen.
M: Hoe lang gaat dat nog duren?
H: Dat is moeilijk te zeggen. Het is heel individueel. Maar het lijkt er op dat het proces van schoonmaken en ontwaken uit de verdoving al even aan de gang is. Ik verwacht dat het niet meer heel lang zal duren.
M: Dank je wel hiervoor. Heb je nog wat toe te voegen?
H: Ja, eigenlijk wel. Spirituele mensen staan heel ver ‘open’ in hun verbindingen en dat betekent ook dat als je van open naar gesloten gaat door de morfine, dat best een sterke uitwerking op het lichaam heeft en dat het daardoor een langere periode van heling nodig is. In dat proces zit ze nu en dat is goed. Maar het betekent misschien ook dat we mensen moeten waarschuwen dat morfine wel behulpzaam is voor je rust, het misschien geen fijn middel is bij het stervensproces, omdat je onvoldoende schoon kunt overgaan.
M: Je geeft dus feitelijk een waarschuwing af, gebruik liever iets anders dan morfine?
H: Dat is juist, maar helaas kan ik je niet aangeven welk middel je dan moet gebruiken. Wel kan ik je een tip geven, het moet plantaardig zijn om schoon te kunnen overgaan.
M: Dank je wel. Ik wil dit even op me laten inwerken.

Ik voel me erg onzeker over dit hele verhaal. Het onderwerp is boeiend en misschien ook goed om eens te bespreken, maar is dit wel passend als een blog? Ik vraag mijn mede bloggers om raad. Piek en Barbette reageren allebei dat dit moet kunnen, maar Barbette zegt me door te vragen bij Hyronimus. En dat doe ik dus. Hierbij de aanvullingen.

M: Je geeft een waarschuwing af voor het gebruik van morfine bij het stervensproces, maar misschien moeten we dat nuanceren. Kun je dat toelichten?
H: Zeker. Juist voor mensen die erg spiritueel zijn en vaak ook open, is de morfine misschien niet het beste middel. Doordat ze vaak zuiver zijn, worden ze door de morfine zwaarder getroffen en hebben zij langer nodig om weer schoon te worden. Maar natuurlijk kun je voor morfine kiezen in de situaties waarin je het stervensproces zo veel mogelijk pijnvrij wilt laten verlopen. Hoewel pijn ook karmisch een rol speelt, kun je er voor kiezen de pijn ervaring anders in te zetten. Ik wil mensen niet van de morfine afhouden want het kan zeker rust brengen. Maar ik wil wel waarschuwen dat vooral bij spirituele mensen je misschien zou moeten zoeken naar andere middelen die je een vergelijkbare ervaring kunnen bezorgen, maar niet noodzakelijk leiden tot een na-doodse en voor-zielse schoonmaak operatie. En de tip die ik gaf zoek iets plantaardigs, wil ik nog wel iets verder uitbreiden. Sommige van jullie kennen de boeken nog van Carlos Castaneda met zijn Indianen middelen van Don Juan. Die middelen waren vooral gericht op hun geestverruimende effect, maar er zitten ook goede stervensbegeleidingsmiddelen bij.
M: Dank je wel, was dit de aanvulling en nuancering waar ik je om vroeg?
H: Ja, en je bent altijd welkom.

260213

Meer van minder

Lieve AnimalTalks liefhebbers, deze keer een iets kortere blog dan mijn vorige schrijfsels. Zou de titel hier debet aan zijn? Zo ja, dan gaat het de goede kant op!

Een zalige rust kwam over me toen ik afgelopen week op een cursus was in een klooster in Denekamp. Vooral de eenvoudige kamer met hagelwitte muren ademde rust. Een goed bed met een nachtkastje ernaast, een smalle kledingkast, een schrijftafel met stoel en een leesfauteuil, allemaal in onopvallend blank eiken uitgevoerd. Hier en daar een moderne lamp van dezelfde serie, in de gang nog een kapstok en daarachter een moderne badkamer. Precies wat je nodig hebt. Niets meer en niets minder.

‘Hè, lekker’, dacht ik bij binnenkomst. ‘Comfortabel en geen afleiding. Prima – zou ik thuis ook moeten doen.’ Ik kreeg een binnenpretje bij deze gedachte. Het binnenpretje had te maken met een toepasbare tip van hond Nola, die ze in een consult alsmaar bleef herhalen. Ik kom er niet onderuit om hieraan een blog te wijden.

Nola is een hond met een zogeheten rugzakje en is nu ruim 2,5 jaar bij erg liefdevolle mensen. Nola bleek tijdens afgelopen Oud & Nieuw op een stille plek in de Franse Ardennen de rust zelve, terwijl ze thuis dagelijks onrustig en blafferig is en over-alert naar ongeveer alle mensen en dieren buiten haar eigen roedel. Haar mensen willen graag weten hoe Nola vindt dat het gaat en wat ze nodig heeft om zich thuis nog veiliger te gaan voelen en meer rust te ervaren.

Ik ging graag het gesprek met Nola aan. Na een korte introductie begint Nola te vertellen dat ze van eenvoud houdt en dat er héél goed voor haar wordt gezorgd. Ze is dankbaar. Ze zit er alleen een beetje mee dat ze niet hetzelfde terug kan doen voor haar mensen. En dat wil ze wel graag. Ze mist balans.

Nola vervolgt met dat ze snel overprikkeld is en zich dan het liefst even terugtrekt. Maar juist dan trekt ze onbedoeld de zorg en aandacht van haar liefdevolle mensen. Ik vraag haar wat ze dan nodig heeft. ‘Meer van minder’, zegt ze eenvoudig. ‘Het gaat om een andere norm. Eenvoud is de sleutel. Echte eenvoud. Niet vanuit een romantisch verlangen naar versimpelen. Maar omdat eenvoud je bij je ware zelf brengt.’ Dan zegt ze: ‘Meer van minder. Dat zou me erg gelukkig maken.’

Meer van minder, eenvoud is de sleutel, eenvoud brengt je bij je ware zelf

Ik vraag aan Nola of ze hier een voorbeeld van kan geven. Ze laat me zien dat er op veel plekken kleedjes en kussens voor haar zijn. Daarnaast heeft ze een open bench voor als er bezoek is en in de slaapkamer staat een zachte cave voor de nacht. ‘Nou’, zegt ze, ‘ik mag van mijn mensen sowieso overal zijn en liggen. Waarom dan nog al die extra plekken voor mij. Eén plek speciaal voor mij is voldoende, het liefst op een verhoginkje. Dus als het gaat om plekken voor mij: meer van minder.’

Ze geeft nog een ander voorbeeld. Ze houdt van spelen en laat me verschillende speeltjes zien, onder andere een bot, een stok, een flostouw en hersenwerkjes. Ook laat ze me zien dat ze niet per se veel initiatief neemt tot spelen en soms lang maar ook vaak kort speelt. Haar mensen herkennen dit en willen weten hoe dit zit. ‘Ik kan kort net zoveel plezier hebben als lang. Goed is goed, ongeacht hoe lang. Ik heb andere verzadigingspunten dan mensen. En als ik te lang doorga, raak ik uit balans. Dan kunnen ze me beter even uit mijn spel halen. Voor spel en verzadigingspunten: meer van minder.’

Ik vraag Nola naar de omgang met het bezoek. Ook hierop heeft ze een duidelijke visie. Ze zegt: ‘Ik ervaar veel opwinding bij hoe mensen soms naar binnen stuiteren. Ze komen in onze roedel en respecteren niet wat hier de orde is. Men doet maar. Vaak ook met een hoop lawaai en beweging. Ik wil niet graag dat ze naar me toekomen en me dan meteen gaan aanraken. Dat opdringerige gedoe blaf ik luid weg. Gelukkig doorzien mijn mensen dit. Ze nemen me steeds meer in bescherming als er bezoek komt. Zo helpen ze mij om mijn opwinding zo laag mogelijk te houden. Daar moet het bezoek soms wel aan wennen, dat het niet allemaal om hén draait en dat ze eerst even hun eigen plaats moeten weten in ons huis en in onze roedel. Dus ook bij opdringerig gedoe: meer van minder.’

Ik glimlach bij deze en ook andere voorbeelden uit het consult. Ik herken heel goed wat Nola zegt. Ik informeer bij haar naar wat ze nodig heeft om meer veiligheid en rust te voelen. Nola zegt: ‘Ik heb voor veel dingen meer verwerkingstijd nodig dan mijn mensen. Ik zou daarom graag willen dat we alles wat we doen met aandacht doen, dat steeds één iemand tegelijk de leiding neemt en dat er ondertussen niet teveel op mij wordt gelet. Even inchecken bij me is natuurlijk oké. Maar laten mensen vooral de aandacht bij zichzelf bepalen. En laat mij af en toe maar even. Ook hier: meer van minder.’

Die lieve Nola, wat illustreert zij mooi dat meer van minder toepasbaar is in uiteenlopende situaties als je de norm bij eenvoud legt. En wat een liefdevolle uitdrukking heeft ze geïntroduceerd met meer van minder.

Ze is tot slot haar mensen enorm dankbaar en noemt haar tip slechts finetuning. Dit laat onverlet wat het grote effect kan zijn van meer van minder. De eenvoud van de kloosterkamer in Denekamp liet me dit meteen bij binnenkomst voelen: een zalige rust. Hun motto is niet voor niets: rust geeft kracht. En Nola vertelt ons wat rust brengt: meer van minder.

Dank je wel, Nola! Ik besluit om thuis ook weer eens flink te gaan opruimen en balanceren. Want ook daar is wat meer van minder van harte welkom!

Bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

Kattendilemma

Ik kreeg eind 2025 een leuke mail: Wij hebben een paar jaar geleden een heel fijn gesprek met je gehad en communicatie met onze oude poes. Onze andere poes (11 jaar) wil sinds een paar weken niet meer naar buiten vanwege een kater die is komen aanlopen. Het is een heel lief dier. We wilden hem de kans geven om in de schuur te verblijven. Dat leek allemaal wel te lukken, we wonen buitenaf. Maar onze poes heeft waarschijnlijk wat andere ervaringen en is nu bang om naar buiten te gaan. Zou er iets mogelijk zijn d.m.v. een contact met jou? Als de rode kater haar buiten niet met rust laat, moeten we hem weghalen.

Ik antwoord: “Nou, het was een leuk gesprekje. Ik had eerst Poes aan de lijn. Die trof ik op de tafel, een beetje nadenkend. Ze vroeg of ik kwam helpen maar meteen kwam haar eigen overweging: ‘Hoe ga ik dit aanpakken?’ Ze doelde daarbij op Reddy en het niet vrij naar buiten kunnen.

Ik vroeg hoe ze dat normaal gesproken met andere katten doet, want hij zal wellicht niet de eerste kat zijn. Die kon ze kennelijk aan maar ze zat ermee dat jullie Reddy naar binnen hebben gehaald.

Ik legde uit dat dat komt door jullie grote hart waarop zij reageerde: ‘Ze moeten wel hun verstand gebruiken.’

Ze liet Reddy zien als een kat met een ‘aanvallende’ energie. Ik vind het moeilijk daar de juiste woorden voor te vinden, maar het beeld is dat hij een ‘duwend’ ego heeft. Alsof het eerste wat hij doet is dat hij de weg vrij baant voor zichzelf. Misschien kun je het vergelijken met een sneeuwschuiver: die duwt de sneeuw weg. Reddy baant zich op zijn manier ook een weg vrij. Poes merkte terecht op dat hij daarmee haar ruimte beperkt.

Dus naar Reddy. Die liet inderdaad meteen zien dat hij een groot veld in beslag neemt. Ik vertelde dat Poes het eerst bij jullie was. “O, gaan we het zo spelen?” was zijn reactie. Doordat jullie hem een naam hebben gegeven hoort hij erbij, vond hij. Daar kon ik op inhaken door op te merken dat als hij erbij hoort, hij zich ook hoort aan te passen. Er is genoeg ruimte.

Ik heb uitgelegd wat jullie willen en dat is prettig leven met elkaar. Reddy merkte op dat hij een vrije kat is. Ik zei dat dat prima is, maar dat hij nu in een community terecht is gekomen en dat vergt aanpassing. Ik vroeg hem of hij wilde blijven en zijn antwoord was dat het voor nu comfortabel is maar dat hij misschien wel weer doortrekt.

Nogmaals legde ik hem uit dat hij erbij mag zijn maar dat het van hem vraagt dat hij ruimte geeft aan Poes. “Als je a-sociaal wilt zijn, dan moet je ergens anders heen. Hier moet je je aanpassen en dat is ruimte geven aan Poes om haar te laten doen wat ze altijd deed.” Hij merkte op dat Poes een luxe leven heeft. “Ja, dat kan je zo zien maar daar is niks mis mee,” antwoordde ik.

Weer terug naar Poes gegaan om haar uit te leggen hoe het gesprek was. Het is nu afwachten wat beide katten gaan doen.”

Hoi Piek, wat prachtig, dat gesprek. Heel fijn en wat ik al dacht van poes, dat ze ook niet goed weet hoe hier mee om te gaan. Ik was zelf niet thuis vanochtend. Maar mijn man en onze dochter zagen om en bij 9.45 dat Reddy voor de schuur duidelijk in de picture was gaan zitten. Hij had een muis gevangen en was ermee aan het spelen en Poes lag binnen op een stoel heel aandachtig naar hem te kijken. Mijn man vond het zo’n frappant moment hij tegen onze dochter zei: “Moet je dit nou zien.” Hij dacht dat er misschien al iets gecommuniceerd was door jou. En hij vond het dan ook heel mooi te horen dat jij voordien dus dit gesprek hebt gevoerd. We gaan kijken wat ze er mee gaan doen. Heel benieuwd hoe met name Reddy nu omgaat gaan met Poes. Ik houd je op de hoogte.

Maar helaas, negen dagen later: Er is nog geen echte verandering/verbetering geweest. Poes heeft hooguit twee heel voorzichtige pogingen ondernomen om naar buiten te gaan. Eén vond ik wel echt hoopvol want ze ging van het huis af, de wei in. Maar na zo’n tien minuten kwam ze toch weer snel naar binnen gerend.
Vanmorgen vroeg  deed ze een woeste aanval naar de rode kater toen deze voor een glazen deur kwam waar zij aan de andere kant zat (de deur was dicht) maar ze gaf met een enorme grauw heel duidelijk aan dat ze ‘m niet moest. Reddy week eerst niet van de plek maar ik kwam er meteen bij en toen ging hij een half metertje verder zitten. Daarna vertrok hij. Hij zou er denk ik graag bij horen hier binnen.
Ik zie er best tegenop dat, met het voorjaar in aantocht, Poes niet naar buiten gaat. En ik vertrouw de kater ook niet genoeg hoe hij zal reageren op haar gegrom en afkeer. Hij is tegen ons altijd lief en komt rustig en zachtaardig over.
Doorgaans is het vuur bij Poes, na een minimale confrontatie, wel gauw geblust en speelt ze daarna zelfs wat en denk ik: ‘Nu is het alweer over.’ Het blijft een moeilijke kwestie. Zou je nog een keer een gesprek kunnen aangaan? Om te polsen of dit eigenlijk zin heeft voor wat Poes betreft? En of de rode meer bereid is om op zichzelf te blijven, meer op afstand?

Vanwege drukte op mijn werk in de zorg reageerde ik niet meteen en een paar dagen later kwam er nog een mailtje: Het is toch veel te moeilijk voor Poes om de confrontatie met de kater aan te gaan. En met de afgelopen mooie zonnige dagen is het nog schrijnender dat zij dan binnen blijft. We hebben sinds eergisteren de vangkooi klaargezet om de kater eventueel, als we een goed nest vinden, over te brengen. Dat zou dan een einde betekenen van zijn vrije ongecastreerde leven. Maar sinds gisteren lijkt hij zich aan het verwijderen bij ons. Dat is dan maar goed ook. Dat hij zijn eigen weg gaat en hier helemaal vertrekt. Het is echt een enorme dankbare lieverd. We zullen hem wel even missen en vinden het ook best jammer! We zijn niet van plan dit nog een keer zo op onze hals te halen. Zou je nog een keer contact met beiden willen opnemen en polsen/vertellen hoe we dit zo zien?

Mijn antwoord: “Toen ik contact maakte met Poes reageerde ze meteen: ‘Ik geloof dat ze hem liefdevol laten verdwijnen.’ Ik vroeg hoe ze dat vond. ‘Ja, goed, hij is te groot voor mij. Ik wil heel graag de ruimte weer voor mezelf. Zonder spanning.’ Ze liet weten dankbaar te zijn voor jullie beslissing.

Toen naar Reddy. Die liet zich weer groot en sterk zien. Hij heeft een bijzondere uitstraling, zoals hij dat aan mij laat zien. Niet macho, maar wel veel ruimte innemend en groot en sterk qua uitstraling. Hij reageerde meteen op deze constatering van mij met: ‘Ik kan me niet veranderen.’ Kennelijk geniet hij erg van zijn eigen kracht en aanwezigheid.

Ik vertelde van de vangkooi. Die had hij gezien. Ik heb uitgelegd wat het is en wat er dan gebeurt. ‘Niks voor mij.’ Dat snapte ik, dus heb ik hem verteld dat ik zat katten ken die zich heel goed zelf redden.

Toen kwam er iets interessants boven, namelijk dat hij niet wilde inboeten. Dat woord gebruik ik nooit dus ik heb het later opgezocht en het betekent dat hij niet zijn waardigheid wil kwijtraken. Dus dat woord klopte goed.

Ik heb hem geadviseerd zelf te verdwijnen en niet te zwichten voor eten dat in de kooi ligt. Ook heb ik hem nog verteld dat jullie als goede vrienden uit elkaar gaan. Zo gaat het met reizigers zoals hij: je maakt contact, trekt even samen op en gaat dan weer in dankbaarheid.

Ik heb hem ook nog verteld dat er dus zat eten te vinden is en met zijn persoonlijkheid weet hij vast andere mensen ook wel te charmeren om wat neer te leggen voor hem. Vervolgens heb ik hem toegewenst: Geniet van je leven!

Ik hoop echt dat hij zelf gaat en dat dit voor jullie allemaal een mooie herinnering wordt. En dat Poes weer lekker vrij kan leven in haar tuin.”

Hoi Piek, ach, wat fijn! Heel bijzonder allemaal dit gesprek wat je net hebt gevoerd en ook al merkbaar. Poes is aan het polsen of hij er nog is. En Reddy is er niet. We kijken ‘de kat nog even uit de boom’. Hopelijk komt er aan deze bijzondere ontmoeting een vredig eind en oplossing.

Maar wederom komt de volgende mail: Reddy was ongeveer twee dagen lang na jou laatste gesprek meteen weg. En Poes ging naar buiten. Maar toen met de sneeuw zat hij in de ochtend weer op de stoep. We hadden wel intussen allerlei veranderingen gemaakt: hij kan niet meer in het schuurtje. We hebben hem twee dagen genegeerd. Maar zoals deze kat je aankijkt… ‘Wat doe ik niet goed?’ Alsof hij ook zo z’n best doet. We manen hem steeds Poes helemaal met rust te laten. Nu lijkt hij goed te snappen dat hij in de kapschuur mag zijn. Hij is de laatste drie dagen niet meer om het huis geweest. Misschien komt er toch een vredige afstandelijke oplossing.

Nou, nog maar es contact maken met Reddy: ” `Ik ben me aan het beraden,’ hoor ik. ‘Ik wil niet inleveren aan kracht, energie en ontdekken. Om mezelf te kunnen blijven zou ik verder moeten.’ Hij klinkt wat bedachtzaam, inderdaad of hij zich aan het beraden is wat hij met deze situatie moet.

Ik laat hem zien dat het weer op een gegeven moment beter wordt en dat de wereld dan voor hem open ligt. ‘Jaja, dat heb ik begrepen,’ antwoordt hij wat afwezig, net alsof hij nog steeds met z’n gedachten bezig is om zijn toekomstkeuze te gaan bepalen.”

Het is duidelijk dat deze kat ‘te groot’ is voor deze omgeving en terwijl Reddy over zijn eigen situatie nadenkt, komt bij mij het beeld naar voren dat het in de mensenwereld niet anders is. Weer een leuke nadenker: hoe kun je jezelf zijn zonder jezelf tekort- of geweld aan te doen?

NB Als er nieuws is over de situatie zal ik het tegen die tijd onder deze blog schrijven.

Kaila is verslavingsgevoelig

Huisdieren in huis is een voortdurende bron van plezier, inspiratie en zorgen. Over Kaila heb ik al vaker geschreven, ze is een ongelooflijke knuffel hond maar ze is ook duidelijk verslavingsgevoelig. Op plekken waar wij vaak wandelen in ’t Gooi is de drugsoverlast altijd aanwezig. Daarom lopen we zo veel mogelijk buiten de bekende overlastplekken. Maar soms vindt ze restanten van peuken op de hei of in het bos. En ze weet heel goed waar ze moet zoeken. Inmiddels herkennen we allebei de symptomen, ze wordt incontinent, kan haar kop niet meer goed overeind houden en is een zielig hoopje hond. Tot ze tien uur later weer langzaam tot zichzelf komt.
Maar afgelopen zondag was het anders. Ze is dol op chocolade en af en toe krijgt ze een heel klein stukje van mij als ik ook wat neem, want haar baasje is ook gek op chocolade, puur met nootjes. Zoals iedere hond heeft ze een geweldig reukvermogen en als ze iets naar haar zin ruikt, weet ze wat ze wil. Zo had ik een stuk chocolade gekocht en naast me op mijn bureau gelegd. Zolang iets verpakt is kan ik er goed vanaf blijven, maar dat is anders als het open is. Terwijl ik vorige week stond te koken hoorde ik in mijn werkkamer geluiden, maar ja, ik was bezig en heb er niet te veel aandacht aan besteed. Tot het geluid wel erg duidelijk werd dat Kaila, de enige andere bewoner in huis, iets aan het eten was. Ze bleek die chocolade reep van mijn bureau gehaald te hebben en had een deel al bloot gemaakt en zat met haar tanden te schrapen aan de choco. Ik heb haar de reep dus afgepakt, de stukjes met haar tanden erop weg gegooid en de rest in een bakje met deksel achter mijn laptop gezet, buiten het directe zicht.
Nu was ik zondagochtend de AnimalTalks Nieuwsbrief aan het maken en ik was geconcentreerd bezig en nam af en toe een klein stukje chocolade. Chocolade, vooral pure, tijdens het werken, scherpt de hersen aan, is dus goed voor je. Ik was klaar, had alles gecontroleerd en net op verzenden gedrukt en ben daarna het vuilnis gaan wegbrengen. Ik was hooguit vijf minuten weg. Bij terugkomst lag het dekseltje van het chocolade bakje op de grond en al snel zag ik dat het bakje nog op mijn bureau stond maar wel helemaal leeg was. Kaila was op mijn bureau gesprongen, vermoedelijk via de stoel en had alles opgegeten. Ik vermoed dat ze ca. 100 gram pure chocolade heeft gehad. Dat is niet gezond. Maar aan Kaila was niets te merken, ze gedroeg zich gewoon en verried op geen enkele manier dat zij de schuldige was. Maar ja, er zijn geen andere mogelijkheden meer. Op internet opgezocht dat deze hoeveelheid chocolade bij haar gewicht levensbedreigend is. Dus de dierenarts gebeld, de weekeind waarnemer is de Universiteitskliniek Diergeneeskunde in Utrecht, dus wij daar heen. Ter plekke windt Kaila iedereen om haar pootjes door haar grote enthousiasme, echt iedereen vindt haar leuk. Ook best lastig. Maar ze moet de handel uitbraken, dus krijgt ze een prikje om te gaan braken. Na een kwartier komt het op gang en ze gaat nog even door en aan alles is te merken dat ze zich ellendig voelt. Na een tweede injectie, nu om haar misselijkheid tegen te gaan, komt ze weer vrolijk mee naar huis met norit mee dat ze nog vier keer moet nemen. Tot zover wat er is gebeurd. Maar hoe heeft Kaila dat zelf ervaren? Heeft ze er van geleerd?

M: Dag Kaila, kunnen we weer eens praten?
K: Ja, dat werd tijd.
M: Ik zou graag willen weten hoe jij het hebt ervaren toen je naar de dierenkliniek in Utrecht moest?
K: Daar kan ik kort over zijn. Allemaal aardige mensen, maar toen kreeg ik een spuitje en werd ik goed misselijk en moest ik spugen en spugen en weer spugen. Dat was niet fijn.
M: Maar je moest spugen omdat je chocolade had gegeten dat heel slecht voor je was en daarom moest je dat uitspugen. Je had er misschien wel aan dood kunnen gaan.
K: Was dat zo erg? Ik voelde me helemaal niet ziek na dat gegeten te hebben, het was heerlijk. En dood is zo definitief. Ik mis het baasje nog steeds.
M: Ja, Kaila ik mis haar ook, maar we hebben het nu over iets anders. Hoe voelde dat je naar de dierenarts moest en dat je moest kotsen om alles uit te spugen?
K: Ik merk dat je niet wilt praten over de doord van het vrouwtjes, zullen we dat dan een andere keer doen? Zoals ik al zei, dat was bepaald niet fijn.
M: Maar waarom heb je die chocolade dan gestolen en allemaal opgegeten?
K: Omdat het zo lekker rook en ik jou er van zag eten en ik er ook graag van wilde eten. En toen jij weg was, leek het me een goed moment om die chocolade eens op te zoeken. Dat heb ik gedaan, je had het best goed verstopt, maar ik kon het toch eenvoudig vinden. Alleen kon ik er moeilijk bijkomen. Maar ik ben vindingrijk en het is me gelukt.
M: Je klinkt er nog trots op ook.
K: Dat mag je wel zeggen, het viel niet mee het te pakken te krijgen. Je had het me niet makkelijk gemaakt.
M: Maar iets van tafel stelen is toch niet juist?
K: Jij mag er wel van eten en ik niet? Dat is niet juist. We delen bijna altijd alles en dat had je nu niet gedaan, dat vond ik niet eerlijk.
M: Maar chocolade is erg slecht voor je en daarom geef ik het niet aan jou.
K: Maar het ruikt heel lekker en het smaakt heel lekker, geen reden dus om niet te delen.
M: Jawel een goede reden, je kunt er aan doodgaan. En ik wil dat we nog heel lang samen kunnen zijn, dus ben ik zuinig op je.
K: Dat begrijp ik, en het is ook jouw taak goed op mij te letten dat ik gezond blijf. Daarvoor ben ik hond en jij mens.
M: Ik probeer dat goed te doen, maar jij maakt het mij niet makkelijk door chocolade te stelen.
K: Ik vind stelen zo naar woord, ik heb er ook wat van genomen, en ik had er eigenlijk recht op, want jij hebt het niet gedeeld met mij.
M: Zo draaien we in kringetjes rond, maar ik zal beter opletten.
K: Waarom is chocolade voor mij slecht en niet voor jou?
M: Dat is een slimme vraag. Eigenlijk is het voor mij ook niet goed, maar kleine beetjes zijn wel goed voor me, dat helpt mijn hersens. En ik ben veel zwaarder dan jij waardoor ik er meer van kan hebben dan jij.
K: Dus alleen omdat jij veel zwaarder bent dan ik mag jij het wel eten en ik niet?
M: Daar komt het wel op neer.
K: Dus ik word gediscrimineerd omdat ik niet zo zwaar ben? Rare wereld.
M: Ja, je bent mooi slank, maar ook als je niet slank zou zijn, mag je er toch maar heel weinig van.
K: Gewoon niet eerlijk.
M: Heb je er nu van geleerd dat je geen chocolade meer moet eten?
K: Ik kan wel zeggen dat ik het nu weet, maar ik ben een hond en ik zal bij de volgende gelegenheid beslist weer toeslaan, want het was wel heel lekker.
M: Onverbeterlijk dus?
K: Dat is jouw verantwoordelijkheid.
260128