Het lot van dieren bij natuurbranden

De afgelopen weken zijn we massaal geconfronteerd met natuurbranden. Ik had daar in de laatste Nieuwsbrief reeds voor gewaarschuwd, we hadden een hele droge en zonnige april, heerlijk maar niet voor de natuur. En dat werd meteen duidelijk.
Tijdens de branden ving ik herhaaldelijk noodkreten van dieren op. Waarna Ik met de vraag zit hoe hebben de dieren in deze brandgebieden het ervaren? Deze volgende gesprekken hebben zich gedurende enkele weken afgespeeld en heb ik hier min of meer samengevat in dialogen.

Ik stel me open en er meldt zich meteen een haas, wel typerend (dit is een inside grapje).

M: Dag haas, wil jij me wat vertellen over hoe jij de natuurbrand hebt ervaren?
H: Als eng.
M: Wil je iets meer delen?
H: Ik heb mijn leger bij het leger en ben dus wel wat gewend inzake herrie, knallen en ontploffingen en ook af en toe een brandje. Dat is allemaal heel gewoon. Maar dit keer was het ongewoon. Het eerste wat me opviel was de rook, er was meteen veel rook. Daarna hoorde ik ook het knetteren van de brand en vlammen heb ik pas veel later gezien. Maar daar waar rook is, ga je als een haas meteen weg. Je weet nooit wat er van rook kan komen. Dus ben ik vertrokken, niet met de noorderzon, maar wel tegen de wind in. Lastig was dat er op meerdere plekken brand was en daardoor moest ik af en toe afwijken van mijn vluchtroute. Niet echt een probleem, als haas ben ik snel genoeg om het vuur voor te blijven, tenzij ik ingesloten raak. Dat gebeurde niet.
M: Dank voor je verhaal. Zijn er nog soortgenoten van jou omgekomen?
H: Dat denk ik wel, want het is het seizoen van de kleinste kleintjes en die liggen verstopt in het gras of een kuiltje en die kunnen meestal niet zomaar wegrennen. Die sterven helaas, moeder haas probeert dan van alles maar rent uiteindelijk meestal zelf ook weg om zichzelf te redden, soms zijn ze dan gewoon te laat. Heel triest, maar er sterven heel veel jonge hazen, ook door roofvogels, vossen, enz. Dus het hoort gewoon bij het jonge leven.
M: Dank voor je verhaal.

Ik ga op zoek naar een volgend dier dat zich wil laten horen en ik krijg contact met een regenworm.

M: Dag worm, wil jij mij vertellen hoe het was om een natuurbrand mee te maken vanuit jouw perspectief?
W: Geen probleem. Ik ben zoals jullie dat noemen, een verticale worm, een pendelaar.
M: Wat betekent dat?
W: Je hebt verschillende wormsoorten. Soorten die vooral vlak onder de oppervlakte zitten, zo genaamde horizontale wormen. Zij zitten voornamelijk in de eerste laag van de grond en gaan niet diep. Zij zullen een natuurbrand niet overleven, want de grond wordt veel te heet voor ze. Dan heb je de groep regenwormen die diep in de bodem zitten, zij hebben zelden last van een brand. En onze soort die plantenresten van boven de grond diep naar beneden brengen, we boren dus verticaal.
M: Duidelijk en jij behoort tot die laatste groep en hebt daardoor meer overlevingskansen?
W: Dat klopt. Zodra wij voelen dat het warmer wordt kunnen we dieper de aarde in gaan en meestal lukt het dan om tijdig naar beneden te komen, maar zeker niet altijd. Meestal wordt het warmer omdat het buiten erg warm en zonnig is. Maar soms ben je op zo’n moment gewoon op de verkeerde plaats en word je verrast door de hitte van een brand. En de brand kan ook ondergronds gaan en dan kunnen wij het wel moeilijk krijgen. Maar ik was er ook bij en heb het kunnen redden. Een geluk is ook dat op plekken waar natuurbranden veel voorkomen over het algemeen weinig wormen wonen, wij wormen leven voornamelijk in kleigrond en veel minder vaak in zandgrond. Over het algemeen kun je zeggen dat onze wormsoort weinig problemen ondervindt van natuurbranden. Dat geldt echter zeker niet voor alle wormsoorten.

De volgende die zich meldt is een klein wollig bruin vogeltje, ik herken hem niet.

M: Dag vogel, sorry dat ik je niet herken, maar wat ben jij voor een soort vogel.
V: Jullie noemen mij een boompieper, wat nergens op slaat, want ik zing heel mooi en bijzonder. Helemaal geen gepiep.
M: Dank voor je introductie. Was jij aanwezig tijdens de brand in ’t Harde?
V: Ja, daar was ik en daarom reageerde ik ook op jouw oproep om ervaring te melden.
M: Fijn dat je je gemeld hebt, kun je me iets vertellen van jouw belevenissen en wil je dat?
V: Ik zal proberen er volgens de tijdlijn over te vertellen. Het was een normale dag, er werd geschoten en er waren knallen en explosies, maar dat is niet abnormaal. Dat hoort bij onze zomer leefomgeving. Daar staat tegenover dat het juist een hele rustige omgeving is, er gebeurt weinig spannends, dus een uitstekende plek om te broeden. Ik had een nest gebouwd op de grond, zoals we altijd doen en ik had het mooi bekleed met wat mos en we waren er aan toe om er eitjes in te leggen.
Op de dag dat de brand uitbrak was het best eng. Het begon met veel rook en ineens laaide het vuur heel hoog op en kroop dat vuur alle kanten op. Ik was eerst nog gewoon eten aan het zoeken, insecten op de grond, maar ik schrok van het lawaai van het vuur en ben toen weggevlogen. Dat is natuurlijk ons voordeel, wij kunnen vliegen en ons heel snel verplaatsen. Natuurlijk word je dan gehinderd door de rook en de hitte, maar je kunt je buiten gevaar brengen. Dat geldt niet voor mijn nest dat na dagen dat het vuur en het blussen duurde, niet meer terug te vinden was. Ik ben inmiddels begonnen aan een nieuw nest.
M: Dat klinkt alsof het voor jou best wel meeviel deze brand.
V: Dat is ook zo, gelukkig hadden we nog geen jongen en is er niets ergs gebeurd.

Als ik alle dieren die ik gesproken heb zo hoor valt de schade bij de dieren eigenlijk wel mee. Toch was dat niet mijn gevoel bij de noodkreten die ik opving. Dus moet er nog een gesprek plaatsvinden met een dier dat wel degelijk ernstig getroffen is door de branden. Er meldt zich een konijn.

M: Dag konijn, dank dat je met me wil praten. Kun jij vertellen wat jou is overkomen tijdens deze natuurband?
K: Zeker kan ik dat vertellen. Ik heb het er erg moeilijk mee. Maar ik zal bij het begin beginnen. De dag begon als een normale dag, de herrie van de oefeningen horen bij het wonen op deze plek. Maar ineens kwam er veel rook en daarna de herrie van vuur en pas veel later het vuur zelf. Ik woon in dit gebied en heb er een gezinshol waar op dat moment de kleintjes woonden, zes stuks. Ik was diep in het hol gekropen want ik was bang. Dit had ik nog nooit meegemaakt, zo’n ongelooflijke herrie en hitte. De vuurzee raasde over ons hol heen, we werden letterlijk gekookt, allemaal voor mijn gevoel. Het deed erge pijn en het stonk afschuwelijk, tot ik merkte dat ik geen pijn meer voelde en ik een beetje boven mijn hol zweefde en ik kon goed zien wat er met de omgeving was gebeurd. Niets was meer hetzelfde, alles was z(Het verhaal van de Australische Honing papagaai) wart geblakerd en stonk en hier en daar rookte het nog.
Ik ben teruggegaan naar mijn hol, maar ik kon niets meer doen voor de andere bewoners. Dus ben ik een tijdje in ons hol gebleven en daarna dacht ik dat het tijd werd om wat te drinken en te eten. Maar ik kon niets eetbaars meer vinden en ook water was er niet meer. Dat was heel raar, ik had ook geen honger maar meer uit gewoonte ben ik naar eten gaan zoeken. En als ik dacht dat iets misschien wel eetbaar was, wilde ik knabbelen maar kon ik het niet te pakken krijgen. Alsof mijn tanden geen sprietje meer vast kon houden.

Dit verhaal van het konijn wordt een beetje vreemd voor mij en ik vermoed dat het konijn eigenlijk ook dood is maar dat zelf nog niet doorheeft. Ik ben dat ook tegengekomen toen ik me met een grote natuurbrand in Australië had bezig gehouden (het verhaal van de Australische Honing papagaai, nog te publiceren). Dieren die zo getraumatiseerd over zijn gegaan dat ze zelf niet beseften dat ze al overleden waren. Daar hebben Hyronimus en ik toen een ritueel voor ontwikkeld om deze dieren die een soort dwalende geesten zijn, te helpen te beseffen dat ze zijn overleden en dat ze verder kunnen gaan naar hun groepsziel en thuiskomen (in dit verhaal is het ritueel opgenomen, nog te publiceren). In dit geval heb ik dit ritueel ook toegepast op dit konijn.

M: Konijn mag ik vragen hoe het nu met je gaat?
K: Je had gelijk, ik was dood maar besefte dat helemaal niet en dacht dat ik nog leefde, alleen voelde het leven zo anders. Dat is dus blijkbaar wat een trauma met je doet als je plotseling en geheel onverwacht sterft. Dank je dat je me geholpen hebt.
M: Daar heb je gelijk in. Maar dit kan iedereen overkomen, ook mensen kan dit overkomen en dan blijven ze rondspoken, soms heel lang. Dank voor dit gesprek.

260422/260513

Hang loose

Lieve AnimalTalks liefhebbers, de mensen van Nanook, een kat van 14 jaar, benaderden me voor een dierengesprek ‘op afstand’. Dat is prima, want energetisch werk is plaats en tijd ongebonden. Ware het niet dat voor mij tijd soms een moeilijk grijpbaar ding is. Het vliegt.

Vrije expressie
Zoals zo vaak begint een dier eerst met persoonlijke informatie waardoor zijn mensen herkennen dat ik hun dier ‘aan de lijn heb’. Allereerst liet hij mij zijn keel voelen. Dit gebied vraagt veel aandacht van hem, en kennelijk ook van zijn mensen. Nanook is namelijk nogal vocaal. Hij laat zien dat zijn stembanden onderhand touwen zijn en hij zegt behoefte te hebben aan (erg) vrij expressie.
Ik verifieer bij hem of hij mij en zijn mensen aan het geruststellen is. Hij kijkt een beetje verbouwereerd dat ik hierop doorvraag. ‘Bij jou kom je niet weg met flauwekul’, zegt hij. Daarop laat hij weten dat hij zelf het type is van ‘hang loose’ (duimpje en pinkje in de lucht). Zijn mensen herkennen dit met een grote glimlach, en ook zijn Engelse woorden.

Aftakeling
Zijn mensen vragen of er iets is waar hij last van heeft. Hij laat me voelen waar hij zich in zijn lichaam geconfronteerd voelt met het begin van de aftakeling. Dit is het stukje aan het eind van zijn rug, net voor zijn staart. Het voelt daar stijf en strak. En ook wel eens pijnlijk. Maar niet zo pijnlijk dat zijn mensen zich er volgens hem zorgen over hoeven maken.

Nanook vertelt verder. Hij vindt dit stijve stuk minder lastig bij verticale bewegingen zoals gaan zitten en opstaan en meer bij horizontale bewegingen van zijn flanken, achterlijf en staart. Geen pijnscheuten, maar irritatie aan de zijkanten van de wervels daar, die aan elkaar geklonken lijken. Hij zegt dat hij daarom wat rustiger aan doet en wat minder springerig is. Gedecideerd laat hij weten dat hij er niet mee zit. Hij zegt: ‘Ik stel gewoon bij en dan gaat het.’

Waar hij wel moeite mee heeft is dat zijn aftakeling confronterend is voor zijn mensen. Het doet hem verdriet dat zij zich er zorgen over maken. Hij heeft het gevoel dat zij de aftakeling zien als het begin van een eind.

Zelf zit hij er niet mee, met het concept van aftakeling. Hij zegt: ‘Het is wat het is en ik heb er geen oordeel over. Mensen zien aftakeling als iets negatiefs. Zo zie ik het niet. Het hoort bij het fysieke lichaam. Aftakeling vraagt gewoon om bijstellen. En dan doe je dat.’

Bijstellen
Ik vraag: ‘Hoe doe je dat, bijstellen?’ Nanook begint te vertellen over de wijsheid van het lichaam. Hij heeft hierover een dubbele boodschap en vraagt me om allebei de aspecten zorgvuldig over te brengen.

Het eerste aspect betreft hemzelf, hoe hij tot bijstellen komt. Hij zegt dat hij lichamelijk soms minder kracht ervaart, sneller moe is en eerder fysieke irritaties voelt zoals onderaan zijn rug bij de staart. Deze lichamelijke sensaties zijn dan zijn cue om te gaan bijstellen. Rustiger aan. Even pauze houden. De last verlichten. Of gewoon wat minder doen. Een beetje mijmeren en staren. Dat soort dingen.

Het tweede aspect betreft zijn mensen. Hij wil hen attent maken op de wijsheid van het lichaam. Hij laat een lichtgekleurde, maar zware rugzak zien die op de schouders drukt en waarvan de banden in de oksels schuren. Niet fijn. ‘Bij dit gevoel is het de hoogste tijd om bij te stellen’, zo stelt hij. ‘Logisch, toch?’.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt. Hij vraagt zijn mensen om hier goed naar te luisteren. Want als het lichaam spreekt, is het zaak om bij te stellen. Mensen negeren deze taal vaak, omdat ze denken dat de taalfunctie in het hoofd zit en niet in het lichaam. Ook denken mensen vaak dat het lichaam naar hen moet luisteren in plaats van andersom.

Hij zegt dat de wijsheid van het lichaam de taal van de ziel spreekt

Ik informeer bij de mensen van Nanook of ze dit kunnen volgen. ‘Ja’, zegt de man, ‘meer naar onze intuïtie luisteren.’ Hoewel ik het hartgrondig met de man eens ben, zegt Nanook meteen dat hij echt de wijsheid van het fysieke lichaam bedoelt, naast de ratio en de intuïtie. Om het belang hiervan kracht bij te zetten, geeft hij nog een paar voorbeelden van fysieke sensaties die tot bijstellen nopen.

Hij zegt: ‘Als je moe bent, kun je op wilskracht nog even doorgaan omdat het werk af moet, of je kunt rust nemen en het werk later afmaken. Dan gaat het waarschijnlijk sneller en effectiever en ervaar je minder stress. Of als je knie pijn doet, kun je je hardloopschema willen volhouden, of je kunt het schema voor die dag bijstellen. In dat geval loop je bijvoorbeeld een rondje minder of je loopt minder hard of slaat het hardlopen een keer over. Zo voorkom je blessures en de volgende keer loop je lekkerder.’

Luister je naar de wijsheid van je lichaam, dan luister je naar je ziel
Hij vervolgt: ’In beide voorbeelden is bijstellen wat het lichaam vraagt. Je lichaam geeft aan wat je ziel nodig acht, vaak nog voordat het lichaam in de penarie komt. Luister dus goed naar de wijsheid van je lichaam, want dan luister je naar je ziel. Bijstellen dus.’

De mensen geven aan dat ze het begrijpen. En anders ik wel. Zo herkenbaar. Hoe vaak is het (in mijn geval) nog even dit en nog even dat. En voor de een nog even zus en voor de ander zo. Geen wonder dat de tijd vliegt.

Dank je wel Nanook, voor deze les, ook al leer ik ‘m voor de zoveelste keer. En dank jullie wel, lieve AnimalTalks liefhebbers, dat jullie deze wijsheid via Nanook met me willen meebeleven. Doe er allen je voordeel mee. Bijstellen en hang loose!

Eten of gegeten worden

Op mijn werk in de zorg hoor ik vaak de woorden kip, varken of rund. Het gaat echter nooit om de dieren zelf maar altijd om de dode, bewerkte versie van die dieren. En de substantie is verpakt in plastic en lijkt niet meer op wat eens dier was.

Het stemt me droevig dat mensen zo weinig nadenken bij hoe het leven van de dieren was. Het is de reden dat ik heb meegewerkt aan het boek dat binnenkort uitgegeven wordt: Dierenwelzijn vanuit dierenperspectief met als subtitel Universele rechten voor landbouwdieren. Eind mei wordt het boek gepresenteerd, dan zal ik er aandacht aan besteden.

Omdat het onderwerp me zo bezig houdt besluit ik vanochtend om mijn eigen boek weer es te pakken en te lezen wat ik hier 15 jaar geleden over geschreven heb. Het is namelijk altijd heerlijk om de dieren zelf te horen.

In het boek “In de Stilte hoor je alles” heeft hoofdstuk 19 de titel Eten of gegeten worden. Het begint met de zinnen: “Het is hier op aarde nog steeds een kwestie van eten en gegeten worden, oftewel doden of gedood worden. Dieren, planten, groente… het leeft allemaal en het een staat ten dienste van het ander. Het is regelmatig onderwerp van gesprek tussen dieren en mij.”

Ik citeer een gedeelte uit dit hoofdstuk:

“Namens alle dieren kan ik zeggen dat ze vinden dat het leven goed moet zijn. Het lijkt een logische opmerking, tot je inziet hoe wij met dieren om kunnen gaan. Vroeger was het niet meer dan normaal dat je alleen het leven van een dier nam als je het echt nodig had. De natuurvolken vroegen toestemming aan dieren om ze te doden en te eten. Ik las zelfs dat dieren zich dan aanboden. Respect. Daar draait het allemaal om.

Dat natuurlijke respect is er onder de vrije dieren. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de levensdrift van dieren ervoor zorgt dat ze proberen te ontsnappen aan het dier dat op hen jaagt. Maar dat is een strijd waar beide partijen ook plezier uit kunnen halen omdat hun capaciteiten op zo’n moment optimaal benut worden. Zo vertelt een konijn dat hij het heerlijk vindt als een hond achter hem aanrent. Hij is ervan overtuigd dat hij sneller is en geniet van de krachtmeting.

De slak was verbouwereerd dat mensen zich druk maakten over het feit dat zij plantjes eten. ‘Die groeien toch weer?’ was zijn reactie.

De bromvlieg is zich altijd bewust van gevaren. Allereerst spinnenwebben: ‘In een web komen is heel dom. Je moet goed kijken. Als je vastzit is het gebeurd. Dan zit je gevangen. Het is wachten op de spin. Je weet dat je verloren hebt.’ En buiten kan ze gepakt worden door een vogel: ‘We zijn aan elkaar gewaagd. Het is een mooi spel.’ “En als je gepakt wordt?” ‘C’est ça.’

Kaila vindt me een zeur

Vandaag weer een verhaal over Kaila, een grote inspiratiebron voor mij om daar dagelijks mee te leven.
Enkele maanden terug is bij mij mijn artrose weer stevig opgekomen, ondanks een vierde spuit in mijn knie, loop ik momenteel moeizaam. En dat gaat ’s ochtends beter dan ’s middags. Dus komt Kaila bij de middagwandelingen op de hei en in het bos te kort. Ik zoek dan vaak een bankje om te gaan zitten en laat haar lekker scharrelen. Maar van de week liep dat anders. Na twintig minuten wandelen liep ik terug naar de auto, maar Kaila meende dat ze nog wel een extra ommetje kon maken. Van mij mag ze dat en ik ben bij de auto op een boomstronk gaan zitten en heb gewacht.
Toen ik in het begin, jaren geleden, moeite had met de grote vrijheidsdrang van Kaila heeft mijn honden coach tegen me gezegd, maak je geen zorgen zolang ze binnen tien minuten weer terugkomt. En mijn telefoonnummer heeft ze om haar nek, dus wat kan er mis gaan?
Maar nu liep het toch echt anders. Ze bleef ruim een half uur weg en ik was erg ongerust geworden intussen.

M: Lieverd, kunnen we weer even praten?
K: Ja, graag, altijd leuk met jou.
M: Weet je nog van afgelopen zaterdagmiddag toen je een erg lange extra wandeling maakte?
K: Toen jij ongerust was geworden? Ja dat weet ik nog.
M: Kunnen we het daar even over hebben? Ik was heel erg ongerust geworden omdat je zo lang wegbleef. En dan krijg ik doemscenario’s dat je, met jouw drugsverleden, ergens in de bosjes ligt, vol met drugs die je gevonden hebt en dat je daar ter plekke heel erg ziek geworden bent en niet meer naar mij toe kunt komen. En dat je daar misschien wel dood gaat.
K: Overdrijf je nu niet een beetje? Er was niets aan de hand. Ja, ik heb een ommetje gemaakt want ik rook wel ergens iets en dat moest ik onderzoeken. Maar ik ben niet lang weggeweest.
M: Noem jij ruim een half uur buiten mijn beeld niet lang?
K: Jouw begrip van tijd is niet mijn begrip van tijd, dus ik kan niet aangeven dat het lang was. Voor mijn gevoel was het zo voorbij. Maar sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling.
M: Hoe zit het met jouw begrip van tijd dan?
K: Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet. Dus kan ik alleen weten hoe het op dat moment is, jullie zeggen leven in het nu. Ik kan niet anders en dan besef ik niet dat iets lang of kort duurt. Het duurt zolang als het duurt. Als jij dan zegt dat het een half uur heeft geduurd en dat dat lang is, wil ik je wel geloven. Maar als we een half uur samen wandelen, is dat eigenlijk best kort en nu is een half uur alleen wandelen door mij voor jou erg lang voor jouw gevoel. Dat klopt toch niet met elkaar.

Ik leef in het moment, ik kijk niet vooruit of achteruit, want dat weet ik niet

M: Daar heb je wel een interessant punt. Heeft dat met kwaliteit van tijd te maken? Samen wandelen is fijn, zitten wachten is niet echt fijn, het zijn dus verschillende kwaliteiten.
K: Dat kan heel goed, maar dan verschillen we nog steeds, ik wandel een half uur alleen en dat is kort voor mij en jij zit dezelfde tijd te wachten en dat is lang voor jou. Maar het is hetzelfde halve uur zoals je zei. Kortom, eigenlijk denk ik je moet niet zeuren. Er was niets aan de hand, ik was je ook niet kwijt, ik wist waar je was en kwam ook gewoon naar je toe lopen, zonder dat ik zenuwachtig was. Een duidelijk teken dat ik me prima voelde. Jammer dat jij je niet zo voelde.
M: Je hebt me duidelijk gemaakt dat we een verschillende opvatting hebben en ik denk inderdaad dat het te maken heeft met het feit dat tijd ook een ander aspect heeft en dat is kwali-teit. Zo hebben we een interessante discussie, dank je wel hiervoor.
Toch zou ik je willen vragen voortaan minder lang alleen te gaan wandelen, check dan gewoon tussendoor even in, zodat ik weet dat het goed met je gaat.
K: Is dat een toestemming om vaker alleen te gaan wandelen?
M: Wat ben jij een slimme hond, je kletst me steeds vast, maar dat is geen aanbeveling om vaker al-leen te gaan wandelen. Dat kan mijn ‘zorgen maker’ niet aan.
K: Dat is geen probleem. Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan. Stel dat uit, denk ergens anders aan, dan hoef je je geen zorgen te maken. Wij kennen dat systeem van zorgen maken eigenlijk niet, ook weer omdat we in het nu leven en dus niet in de toekomst. Want zorgen maak je je alleen over dingen die zouden kunnen gebeuren in de toekomst, maar ze hoeven helemaal niet te gebeuren, want de toekomst kan ook anders worden, daarvoor is het toekomst. Dus is zorgen maken een totaal overbodige emotie.

Jouw ‘zorgen maker’ zoals je die noemt, is niets anders dan je gedachten die met je op de loop gaan

M: Dat is wel mooi gezegd, maar ook wel eenvoudig. De meeste mensen zitten zo niet in elkaar. Trouwens, ik ben niet zo’n grote zorgen maker, dus daar heb jij meestal geen last van.
K: Maar het is wel een typisch menselijk probleem, je zorgen maken over de toekomt.
M: Maar onze ervaringen uit het verleden kunnen het zorgen maken juist versterken.
K: Daar hebben jullie zo’n mooie uitspraak voor ‘Resultaten uit het verleden, zijn geen garantie voor de toekomst’.
M: Je hebt me al weer te pakken. Ik geef het op, je bent mij vandaag veel te slim.
K: Ho, ho, niets vandaag. Zo ben ik altijd, want zo ben ik.
M: Ik geef het op. Wil je nog iets kwijt?
K: Ik hou ook van jou.

 

Hartzaam en Hemelse muziek volgens Beagle Belle

Lieve AnimalTalks liefhebbers, Pasen ligt net achter ons en we zijn onderweg naar Pinksteren. Het is een tijd waarin ik me voor elk volgend jaar voorneem om meer stil te staan bij wat deze periode in alle opzichten zo inspirerend maakt. Elk jaar mislukt dit enigszins, ingehaald door deadlines, verantwoordelijkheden en verplichtingen. Maar dit jaar lijkt het toch iets anders te lopen…

Dankzij een Google zoektocht naar een dierentolk kwam Beagle Belle op mijn pad. Haar vrouw, die mijn website gevonden had, beschrijft Belle als ‘meer dan zomaar een Beagle’. Ze kan het weten, want Belle is haar derde Beagle. Ze noemt Belle haar eerste ‘zielhond’ en wil graag weten wat Belle zoal bezig houdt. En ik wil graag weten wat een zielhond is en wat zij te vertellen heeft. We gaan het gesprek met elkaar aan.

Zielskracht
Het contact met Belle verloopt heel gemakkelijk; ze helpt me om haar zo goed mogelijk te begrijpen. Zo legt ze eerst iets uit over haar ziel. Volgens haar zit die zowel in als buiten de grenzen van haar lichaam. Ik vind dit reuze interessant, want waar zit de ziel eigenlijk?

Belle legt uit dat haar ziel veel groter is dan haar lichaam en dat ze daardoor veel meer aan kan dan vaak wordt gedacht. Als ziel kan ze hetzelfde aan als mensen, zegt ze, ook al heeft ze maar een klein lichaam. Ook de zielen van mensen kunnen volgens haar veel meer aan dan mensen zelf denken. Volgens haar kunnen de zielen van mensen en de zielen van dieren evenveel aan.

Het is mooi dat Belle dit zo duidelijk uitlegt, want de vrouw wilde graag weten hoe Belle erin staat dat ze zoveel hebben meegemaakt. Ze is bezorgd dat dit belastend was voor Belle. Deze informatie van Belle neemt deze zorg weg.

Aandacht is verbinding
Daarna gaat Belle in op haar verbinding met haar mensen. Die beschrijft ze als elektriciteit. Ze zegt: ‘Het staat aan zodra je je aandacht op elkaar richt en dan knettert het als het ware. Zo hoorbaar en voelbaar is onze band. En soms staat het knopje even uit en dan is iedereen met eigen dingen bezig. Dat is ook prima. Temeer omdat we alle drie weten dat aandacht voor elkaar de ‘aan-knop’ is. Aandacht is verbinding.’

Belle vertelt ook dat als haar mensen even weggaan uit hun appartement, ze altijd een rustgevend muziekje aanzetten. Daar waar de muziek zachtjes klinkt, is thuis. Alles daarbuiten is ‘van de buren’. De muziek bakent voor Belle haar ruimte, haar thuis, af. Zo hoeft ze geen aandacht te hebben voor alles daarbuiten en kan ze lekker chillen. Fijn!

Vervolgens laat Belle heel andere muziek horen als haar mensen thuis zijn. Ik hoor orgelmuziek. Barok. Het klinkt zó echt en origineel, dat het haast lijkt alsof er in huis wordt gemusiceerd. Via deze muziek ontstaat ook een hogere verbinding. Die verbinding gaat volgens Belle ’boven alles uit en omvat alles’. Ik voel een heel hoge trilling bij deze muziek en een andere dimensie. Het is alsof Belle, met haar mensen, daarin opstijgt. Ze geeft zich helemaal over aan deze muziek en de andere dimensie. En ze neemt mij daar in mee. Een hele ervaring.

Hemelse muziek
Zo herken ik de klanken die ze me laat horen als de tussenstukken tussen de aria’s en de koralen uit de Matthäus Passion. Voor wie daarmee niet bekend is weven deze klanken zich als een terugkerend thema door het stuk heen, als een wiegende hartslag. En die hartslag lost als het ware op in de aria’s en de koralen en komt dan na afloop weer tevoorschijn. In het bijzonder laat ze me de aria ‘Erbarme dich’ horen, met de omringende hartslag, inderdaad alles overstijgend en alles omvattend. Ik vraag of de mensen dit klankrijke beeld en de woorden die ik daaraan geef, nog enigszins kunnen volgen. Het is wel ‘next level’…

De vrouw valt even stil en zegt dan dat ze het héél goed begrijpt. En dat haar man het nog beter begrijpt want Bach is echt helemaal zijn ding, volgens haar. ‘Nou en of’, hoor ik hem zeggen. ‘Hemelse muziek’.

Hartzaam
Ook de hartslag heeft een speciale betekenis voor de man, die Belle en passant een ‘hartzame’ man noemt. Deze kwalificatie van Belle voor de man raakt de vrouw vervolgens in háár hart. Het hart blijkt een speciale betekenis voor hen beiden te hebben, zowel fysiek als overdrachtelijk.

Wat een verbinding tussen deze drie zielen, die Belle met een paar beelden en klanken blootlegt. En wat ontzettend mooi om hier als dierentolk in samenwerking met Belle woorden aan te mogen geven. Een openbaring.

Lieve AnimalTalks liefhebbers, aan het begin van mijn consult, en deze blog, vroeg ik me af wat een zielhond is en wat ze te vertellen heeft. Dankzij de hemelse muziek werd het me duidelijk. Deze zielhond staat voor verbinding op hartsniveau. In deze periode van Pasen en Pinksteren sluit ik daarom af met de woorden: Geniet van licht, hoop en verbinding in je leven. En dank jullie wel voor jullie aandacht.

 

Katten stinken, aldus de vos

Ik heb met een kleine 200 soorten dieren gesproken, maar nog nooit met een vos. Als de gelegenheid zich voordoet, pak ik het meteen aan om met een vos te babbelen.

In Den Bosch is door Petra via een webcam een vos gesignaleerd op het terras bij haar woning. Als ik contact wil maken met het dier hoor ik dat hij slaapt en dat ik eigenlijk stoor. Het wordt me duidelijk dat hij in de grond zit, in een hol en dat die vrij diep is. In mijn beeld is de ingang best goed verstopt. En ik krijg door dat de ingang gemarkeerd is door een sterke geur (urine?).

“Mag ik je iets duidelijker voelen? Want ik merk wel dat we contact hebben maar het is wat vaag.”

De vos geeft daar niet veel gehoor aan maar legt uit hoe hij mensen ziet: ‘We zien jullie wel maar we hoeven niet veel met mensen. We bekijken patronen.’

“Door de manier waarop wij contact hebben, ik op afstand, ben ik geen gevaar voor jou,” probeer ik hem op z’n gemak te stellen. ‘Dat is inderdaad wel lekker,’ antwoordt de vos hierop.

Dan laat hij wat meer van zichzelf voelen: een soepel, wendbaar lijf, een goed gehoor en scherpe neus. Ook het zicht lijkt goed, erg op detail gericht. Als ik het goed begrijp zijn vossen samen ouders. Daarna gaan ze losser van elkaar. Ze lijken een eigen terrein, territorium, te hebben.

Ik ga even terug naar het terras waarop de vos is gesignaleerd en laat hem zien dat er ook een kat is in dat huis. ‘Katten stinken,’ reageert de vos. ‘Bovendien is dit een stom beest. Typisch een huiskat. Geen tegenstander.’ Nou, dat is duidelijk. Minachting voor huiskatten…

De vraag van Petra was wat ze zoal eten. Op die vraag laat de vos zien dat de nacht van hen is: ‘Het is logisch dat we overal kijken of er iets te eten is. We eten restjes, ook papiertjes likken we af.’ Hmmm, ja, we moeten als mensen echt onze resten en troep opruimen en afgesloten houden. Ik herinner me dat ik een keer een kraai en een marter bezig zag met afvalverpakking van McDonalds. We nemen dieren mee in onze slechte eetgewoonten.

Ik probeer het gesprek weer op gang te brengen en vraag hoeveel jongen ze grootbrengen. Twee á drie is het antwoord. Ik vertel de vos dat ik zijn info later allemaal ga nakijken op internet. Toen ik dat deed, zag ik dat ze meer jongen werpen. Maar ja, mijn vraag was hoeveel ze grootbrengen. En dat aantal is aanzienlijk minder, onder andere door ziekte en verkeersongevallen. Dus wie weet klopt het antwoord best wel.

Ons contact loopt wat gereserveerd. De vos laat niet het achterste van zijn tong zien, hij lijkt ook niet echt plezier te hebben in het gesprek. Op dit soort momenten ga ik altijd wat geforceerd vissen naar informatie om te kijken waar we aanknopingspunten hebben om verder te babbelen. Kennelijk dwaal ik af naar vossen in de natuur en dan hoor ik de vos met irritatie zeggen: ‘Ik ben hier. Ik pas me aan. Wat is goed? Wat is fout? Niet aanpassen is einde verhaal.’ Daar heeft het dier natuurlijk helemaal gelijk in.

Het is altijd bijzonder hoe dieren in dit soort gesprekken mijn dwalende gedachten en beelden volgen. Want zoals vaker gebeurt, haakt deze vos nu ook in op een beeld van mij en ik hoor: ‘Natuurlijk kijk ik overal.’

Het is niet een echt leuk gesprek en ik geef het op. Een paar dagen later neem ik weer contact op en ik hoor meteen: ‘Ben je er weer?’ Zoals wel vaker lijkt het of dit dier ook even heeft moeten wennen aan communiceren op deze manier want nu voelt hij milder en opener. Hij laat zien dat het wel makkelijk is om bij mensen in de buurt aan eten te komen. “Ligt er dan zoveel voor jullie?” vraag ik naïef. ‘Tuurlijk, je moet gewoon je neus achterna,’ is het antwoord. ‘En op tijd wegschieten.’ Hij laat me zien dat ik vossen in de klem houd met mijn beeld van waar vossen horen (in de natuur). ‘Mensen zijn steeds minder bedreigend voor ons. Vroeger waren er geweren en vallen, nu kunnen we meer vrijelijk bewegen.’ Hmmm. Misschien heeft het dier daar wel gelijk in.

“Ik wil wel eens een vos zien!”, merk ik spontaan op. ‘Dan moet je kijken,’ is het nuchtere en resolute antwoord.

Wat wordt het vandaag?

Soms heb je van die dagen dat niets wil lukken, daar zit ik nu in. Ik ben moe, die tijdsovergang naar de zomertijd valt niet goed, ik ben verdrietig en lusteloos en ondanks dat alles wil ik een blog schrijven. Maar daar zit ik al dagen tegenaan te hikken. Natuurlijk kan ik het me gemakkelijk maken en ergens in mijn archief duiken en een nog niet gepubliceerde blog plaatsen. Daar liggen nog honderden gesprekken. Maar dat stuit me ook tegen de borst. Ik wil de dieren serieus nemen en jullie als lezers ook. Dus moet het wel een fatsoenlijke blog worden. Maar welke dier zal ik vragen? En wat heb ik te vragen. Ik stel me open en wacht ….
Mijn lieve hond Kaila meldt zich onmiddellijk om me op te beuren. Maar er is ook vaag op de achtergrond een varken, een modderig varken dat mijn bewustzijn binnendringt en aandacht vraagt. Ik besluit die kant op te gaan.

M: Dag varken, wat brengt je bij mij?
V: Jouw vraag wat wordt het vandaag? Eigenlijk wilde je zeggen wie wordt het vandaag. Die vraag slingerde je het universum in en ik ving het op.
M: Vertel, wat wil je kwijt.
V: Ik ben een buitengewoon varken omdat ik het geluk heb niet in de bio-industrie terecht gekomen te zijn, maar bij een boer die anders met zijn dieren omgaat. Zo wonen wij ’s nachts wel in een stal en slapen we in het stro, maar mogen we overdag gewoon naar buiten en hebben we een modderig weiland en een echte modderpoel waar we in kunnen verblijven. En ook een stuk beton waarop we eten krijgen anders smeren we blijkbaar alles onder de modder.
M: Dat klinkt heel veelbelovend. En met hoeveel zijn jullie daar?
V: We zijn nu met negen volwassen varkens en af en toe komt er een beer op bezoek en dan krijgen we jonkies, en dan kan het wel druk worden want die jonkies slapen gewoon bij ons in de stal en komen na verloop van tijd ook mee naar buiten. Niet meteen overal, eerst alleen op de betonplaat en later het weiland en nog later de hemel, de modderpoel.

De modderpoel is de hemel voor een varken

M: Wat leuk dat je de modderpoel de hemel noemt. Is dat zo genieten?
V: Ja dat is het zeker, dat kun je je niet voorstellen hoe lekker dat is, je wentelen in die zachte blubber en dat overal op je lichaam te voelen en die verkoeling is heerlijk.
M: Als het er zo goddelijk is, dan heb je vast ook wel een naam?
V: Ja, mijn naam is krulletje, omdat ik een bijzondere krul in mijn staart heb, een krul die twee kanten op krult, dus een dubbele krul maar tegendraads. Ik ben er wel een beetje trots op, maar geen van mijn kinderen heeft ooit zo’n krul gehad. Dus waarschijnlijk is het een ongelukje in mijn jeugd geweest waardoor de krul vreemd werd.
M: Maar het zal vast niet altijd rozengeur en maneschijn zijn bij jou op de boerderij?
V: Nou sommige andere dieren zijn soms moeilijk, dan denk ik aan de grote bullebak van een stier die ook een deel van het weiland heeft. Soms is hij heel vredig, maar hij heeft zijn dagen dat hij humeurig is en dan trapt hij naar ons, ook al staan we niet in hetzelfde stuk weiland. We staan wel naast elkaar.
M: En worden jullie biggen bij jullie groot of gaan ze naar de slacht na verloop van tijd?
V: Ja, er komt absoluut overbevolking als we alle biggen die er jaarlijks geboren worden hier zouden laten, dat kan dus niet. Als ze een mooie jeugd hebben gehad, van beschermd in de stal tot uiteindelijk als deelnemer in het modderbad, dat is een beetje afhankelijk van het jaargetijde, dan worden ze afgevoerd naar de slachterij.
M: Heb je daar moeite mee?
V: Op een gegeven moment moet een big zelfstandig worden en zijn eigen weg gaan, kinderen kunnen niet bij hun moeder blijven. Dus is het logisch dat ze dan worden afgevoerd en dat ze naar de slacht gaan vind ik niet echt een probleem. Ze hebben een mooi leven gehad. En dat geldt natuurlijk ook voor ons. Wij mogen dan langer op de boerderij verblijven en kleintjes krijgen, maar ook voor ons geld dan een moment dat het gedaan is. Dan worden wij ook naar de slacht gebracht.
M: Hoe voelt dat?
V: Dat voelt wel als eerlijk. De boer geeft ons een mooi leven en wij geven de boer mooi en gewild vlees. Want doordat wij buiten leven zijn wij veel gespierder dan bio-industrie varkens, bovendien zijn wij veel gezonder en meestal zonder allerlei medicijnen, waardoor wij veel waardevoller vlees leveren. En daar blijkt een markt voor te zijn.
M: En jij hebt daar geen moeite mee?

Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug.

V: Nee totaal niet. Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug. De boer laat ons ook altijd weten wanneer het zover is, dan weten we dat het einde spoedig komt. Het komt dus niet als verrassing en dan kun je je toch een beetje voorbereiden. Natuurlijk weet je dat het niet echt een lolletje is, maar dat heb je er wel voor over als dank.
M: Ik vind dat heel mooi gezegd. Dank je wel en ik moet zeggen, je hebt mij behoorlijk opgevrolijkt met je mooie verhaal van een buitengewoon varken. Wil je nog iets kwijt?
V: De mens heeft dus een keus, als je vlees wilt eten kun je kiezen voor vlees van gelukkige dieren of voor vlees van een productiemiddel dat geen kans op enig geluk heeft gehad in haar leven. Dat is een belangrijke keuze voor mensen, want daarmee kunnen ze de bio-industrie wel degelijk verslaan. Denk daar maar eens over na.

Wat geeft dit varken een mooie opening om anders naar vlees te kijken en vooral anders naar de dieren die het vlees produceren. In kan me voorstellen dat vlees van gelukkige dieren een heel andere uitwerking op je mens zijn zal hebben dan vlees van ongelukkige dieren. Dat betekent dat als je geestelijk gezond wilt blijven je misschien je keuzes moet maken waar je je vlees wilt kopen! En dat zegt een (bijna) veganist, maar dat terzijde.
Daarnaast heeft de EU in 2021 beloofd uiterlijk in 2023 met wetgeving te komen tegen alle kooien in de veehouderij. Deze belofte is de EU nog steeds niet nagekomen. Dit is een prachtig voorbeeld van hoe dat oplosbaar zou kunnen zijn. Ja, hier kan ik blij van worden.
260331

Kernachtiger zijn en praten

Lieve AnimalTalks liefhebbers, als je de cursus dierencommunicatie bij Piek Stor en Petra Maartense volgt, dan komt er een moment waarop je leert contact te maken met een vrij dier. Dat mag een dier van je eigen keuze zijn of een vrij dier uit het boek ‘In de Stilte hoor je alles’ van Piek in samenwerking met Petra. In mijn geval was het vrije dier destijds een lieveheersbeestje. Ik had ze opvallend vaak in mijn buurt, waar ik ook was. Maar tijdens de basiscursus dierencommunicatie half maart gingen de cursisten met de Afrikaanse leeuw uit het boek in gesprek.
Naast gastvrouw zijn was mijn rol tijdens deze cursusdag het delen van ervaringen als dierentolk. Daarom deed ik deze korte oefening met de cursisten mee en maakte ook ik contact met dit vrijzinnige dier.

B: Dag leeuw, ik ben Barbette en ik ben dierentolk. Heb je even tijd voor me op dit drukke moment? Want ik weet dat ik niet de enige ben die jou nu even opzoekt.

Terwijl ik contact aan het maken was, overviel me een heel blij en vrolijk gevoel. Dit gevoel is het beste te vergelijken met een stevig binnenpretje. Dat het even borrelt van binnen en dat je een innerlijke glimlach voelt opkomen die groter is en dieper zit dan enkel in het hoofd. Ik pikte kennelijk zijn enthousiasme op, want hij antwoordt als volgt.

L: Hier word ik nou heel vrolijk van! Dat jullie dit doen. Dierencontact. Daar zit de kracht.
B: Wat bedoel je met ‘daar zit de kracht’?
L: Afstemmen. Je niét laten afleiden. Bij jezelf komen en blijven… – als iedereen dat zou doen, zou er minder miscommunicatie zijn. Uitgaan van eigen kracht. Niet twijfelen. Weten wat goed is. Daarop vertrouwen.

Het valt me op dat de leeuw zijn inzichten heel staccato vertelt. Als een aansporing. En tegelijkertijd bekrachtigend in duidelijkheid. Zo van zo is het gewoon. Althans, zo vertelt hij het aan mij. Het voelt op de een of andere manier heel veilig om er in mee te gaan, om zo te ervaren wat hij bedoelt met zijn woorden. Het smaakt naar meer. Dus ik probeer hem een beetje uit te dagen en te verleiden tot meer bekrachtigende aansporingen. Ik vervolg:

B: Dit klinkt een beetje als uit een boekje, zo compact als je het zegt.

Maar de leeuw laat zich niet uit de tent lokken. Hij zegt:

L: Ik hoef er ook niet meer woorden aan vuil te maken. Of laat ik zeggen te besteden. Dat zouden jullie ook moeten doen, de mensen. Kernachtiger zijn en praten. Gaan jullie daar maar mee oefenen in en buiten de cursus. Dat is mijn boodschap.

Hoewel ik me graag had gelaafd aan nog meer van zijn wijsheid, besef ik me dat hij precies doet wat hij aanbeveelt. Krachtig zijn in kernachtigheid. Ontdaan van ballast. Schoon. Daarom rest mij niets dan dank en bezinning, wat de leeuw kennelijk kan waarderen.

B: Dank je wel, leeuw.
L: Tóf gesprek, dit! Jij ook bedankt!

Tijdens de uitwisseling achteraf vertelde iedereen die met de leeuw had gesproken over het contact. Alle gesprekken lagen in elkaars verlengde. Dit hielp de cursisten uit te gaan van eigen kracht. Niet te twijfelen. Te weten dat het goed is. En daarop te vertrouwen. Dat is de kern. Daarom spraken we af dat ik mijn eerstvolgende blog aan deze wijsheid van de leeuw zou wijden.

Ik besluit nog even na te kijken wat hij aan Piek had verteld en sla zijn boodschap in het boek er nog even op na. Op bladzijde 103 gaat het hem om het hogere doel. Het respect voor alles en iedereen. Dat is mooi. Want juist dit hogere doel en dit respect maken dat er mensen zijn die willen (leren) communiceren met dieren, zodat de dieren een stem krijgen en de mens op dat moment hun instrument is. Daarmee, lieve AnimalTalk liefhebbers, is de cirkel van deze blog rond. Met dank aan de Afrikaanse leeuw.

 

Rowan the fearless

Soms tref je een speciaal dier. Ik denk dat iedereen dat wel eens meegemaakt heeft in z’n leven: een dier dat een speciaal plekje in je hart heeft veroverd. Een dier met een gouden randje.

Afgelopen week mocht ik weer tolken voor zo’n dier. Het betrof een hond die heel plotseling was overleden en de vrouw bij wie hij hoorde bleef haar vragen en verdriet houden om dit plotselinge verlies.

Omdat het om een Engelse vrouw, Jenn, ging en mijn Engels niet zo denderend is, trad haar vriendin op als tussenpersoon. Voor deze vriendin tolk ik al jarenlang dus we zijn goed bekend met elkaar. Maar hoe zou ik dit nu gaan aanpakken?

Terwijl ik daarover aan het peinzen ben, zie ik de hond in mijn beeld rustig wachten. ‘Neem je tijd,’ hoor ik, ‘ik wacht wel. Ik heb toch alle tijd.’

“Nou, hij had kennelijk al door dat we contact zouden opnemen,” zeg ik tegen de vriendin van Jenn. “Zit ik hier een potje moeilijk te doen, en hij wacht gewoon geduldig.” Al snel wordt me duidelijk dat hij zich in een laag boven ons bevindt. Een plek waar ik niet bij kan maar waar ik een klein gedeelte wel kan voelen/zien. De hond, Rowan/Roly, lijkt zich aan de rand van het speelveld te bevinden: zo dicht mogelijk bij het aardse, in een lichte omgeving. Licht zowel in kleur als in energie.

Ik besluit niet moeilijk te doen en we starten het gesprek. De grote vraag is of hij door had dat Jenn hem tijdens zijn overlijden wilde bijstaan. Want alles was zo plotseling gegaan dat zij in paniek was maar ook wat voor de hond wilde betekenen. Ik kan mijn vraag amper formuleren in beeld want meteen laat Roly zien dat er voor hem maar één manier was om te gaan: ineens een grote sprong nemen. Een langdurig of langdradig afscheid zou hij niet (aan)kunnen dus dit was de enige manier. En met dat hij die sprong gemaakt had, bleef hij meteen aan de rand van dat grote lichte geheel wachten. Dat wachten is niet een vervelend wachten zoals wij dat hier kennen, maar een rustig en geduldig wachten. En ondertussen heeft hij plezier want ik voel steeds een beginnende borrelende lach binnen in me.

Roly vindt dat de vrouw ook alle tijd mag nemen om haar leven op aarde te leven en op een gegeven moment af te ronden. Hij wacht wel. Geen haast. Als ze maar weet dat hij op haar wacht.

Deze hond was bij Jenn in huis gekomen via een adoptiebureau als eerste opvang en de bedoeling was dat hij bij iemand anders geplaatst zou worden. Op het moment dat bleek dat hij met iemand mee zou gaan, keek Roly Jenn aan en Jenn beschreef het zo: “On the day she took you, I will never forget the look on your face when you realised I wasn’t coming with you. It broke my heart.”

Roly beaamt meteen dat het erop leek dat ze gescheiden zouden worden en dat was niet de bedoeling. Hij deed wat binnen zijn mogelijkheden lag: hij beet de vrouw toen hij daar was. Deze vrouw bracht hem naar de dierenarts om hem te laten inslapen maar gelukkig belde de dierenarts het adoptiebureau en Roly kwam weer terug bij Jenn.

Ik voel aan alles wat een leuke hond Roly is en ik begrijp heel goed dat Jenn hem enorm mist. Ze heeft nog een andere hond, Chester, die een andere persoonlijkheid heeft.

Jenn vraagt via haar vriendin of er nog iets is wat ze voor Roly kan doen. Daar weet hij meteen antwoord op: ‘Geniet van Chester en het leven. Want dan geniet ik ook!’ Hij laat in beeld zien dat er een draad loopt van hem naar Jenn en dat hij alles volgt vanaf de zijlijn waar hij zich begeeft in het voor ons onbereikbare licht.

 

NB: We weten niet wat er precies gebeurt als we het aardse lichaam verlaten. Mijn ervaring is dat er geen doorsnee- en standaardprocedures zijn. Ik waak ervoor om mensen een sprookjes- of happy-end gevoel te geven als ‘hun’ dier overleden is. Ik kan alleen doorgeven wat ik ervaren mag via het dier. En dat is altijd verschillend.

Leven in de vijfde dimensie

Laatst las ik een stuk over leven in de vijfde dimensie, een relatief nieuw onderwerp voor mij. In het stuk werden de verschillende dimensies uitgelegd en werd er verteld dat de mensheid collectief op weg is naar de vijfde dimensie. En, en dat trof mij bijzonder, dat dolfijnen al in de vijfde dimensie leven.

Voor diegene waar deze verschillende dimensies relatief nieuw voor zijn, zoals ik, even een korte uitleg over de verschillende dimensies.

De eerste en tweede dimensie gaan over waarnemen, oerdriften, aarden en je fysiek. De derde dimensie is een bewustzijnsstaat van onder meer fysieke en emotionele ervaring, confrontatie, materiële armoede en rijkdom. Iemand die de vierde dimensie bewust ervaart, leeft nog steeds volop, maar staat ook stil. Tijd is een relatief begrip geworden. Het huidige moment is het belangrijkste. Om deze dimensie te bereiken is meditatie de weg. Voor de vijfde dimensie kijkt je op afstand. Niet alleen naar je eigen leven, maar naar het leven op zich. Je ervaart dat je onderdeel bent van een groter geheel. Je ego tempert en je leeft volledig vanuit je hart en in harmonie met je omgeving.

Nu naar de dolfijnen die al in de vijfde dimensie zouden moeten leven. Ik wil graag van ze weten hoe dat is. Dus maak ik contact met dolfijnen, daarbij helpt mee dat ik het prachtige dieren vind.

Ik probeer contact te maken met Dolfijnen en vraag wie het leuk vindt met mij te spreken.
Onmiddellijk melden zich 3-4-5 dolfijnen die met me willen spreken. Dat is nu niet handig, ik vraag of ze één woordvoerder willen kiezen en dat doen ze. En mijn gesprek kan beginnen.

M: Ik heb gehoord dat dolfijnen elkaar namen geven. Wat is jouw naam.
F: We hebben allemaal namen volgens ons persoonlijke geluid, dat geluid in een naam vertalen is even lastig, maar noem mij maar fibrrre.
M: OK, Fibrrre, mag ik je zo noemen? Hoe is jullie leven?
F: Wij verblijven met een grote groep in de Noordzee, er zijn ook andere groepen en we leven hier een prima leven en je mag me gerust zo proberen te noemen, hoewel je mijn naam wel een beetje raar uitspreekt. Maar je kunt niet beter hoewel je erg je best doet, dus dat is goed.
M: Mijn nieuwsgierigheid werd getriggerd door een artikel dat ik las over leven in de vijfde dimensie en jullie dolfijnen zouden dat doen. Wat is jouw mening daarover?
F: Totaal geen mening, is het boeiend om te weten in welke dimensie je leeft? Nee toch? Je leven verandert er niet door, er komen niet ineens meer vissen langs om te eten en je mede oceaan bewoners worden er niet ineens vriendelijker van. Dus het boeit me niet jouw vraag.
M: OK, misschien kun je dan iets vertellen over jullie leven in de Noordzee?
F: Dat wil ik wel doen. We leven in een grote groep, meestal zo’n 20-30 dolfijnen, maar soms zijn we met veel meer als een groep zich tijdelijk samenvoegt. Meestal leven we in goede harmonie met elkaar en onze omgeving. Wij zwemmen altijd en leven altijd in ons waakbewustzijn, dat wil zeggen we slapen niet. Tenminste niet echt. Dat klinkt vaag, maar dat zit als volgt. Als wij zouden slapen zouden we verdrinken want we moeten lucht inademen en daarvoor moeten we naar boven water gaan. Daarvoor moeten we wakker zijn. Dat hebben we als volgt opgelost, we slapen om beurten met een hersenhelft in waakbewustzijn en de andere in slaap. Dat wisselen we af en daardoor overleven we. Het is gewoon onze natuur en dus niets bijzonders voor ons, maar misschien wel bijzonder voor jullie.
M: Het klinkt wel spannend om zo te leven. Kunnen jullie ook dromen met een hersenhelft in slaap?
F: Grappig dat je dat vraagt, ja, wij kunnen zeker dromen en kunnen ook visioenen hebben in onze dromen. Soms kun je zelfs over voorspellende dromen spreken en als meerdere van onze groep zo’n droom hebben gehad, wordt daar werk van gemaakt. Dat wil vaak zeggen dat we dan naar een andere plek zwemmen waar mogelijk meer eten is of minder gevaar of minder verstoring door mensen is. Vaak zijn die dromen dus best wel praktisch.
M: Dat is mooi. Hoe functioneren jullie als groep? Hebben jullie leiders of een team van leiders of is dat er helemaal niet?
F: We hebben niet een eenduidige vorm van leiderschap, het is niet zo dat er één of enkele dolfijnen zijn die voor de groep alles bepalen. We hebben een soort van collectief leiderschap maar dat werkt ook weer apart. We kunnen ons bewustzijn met elkaar verbinden en zo maken we keuzes als er keuzes gemaakt moeten worden. Een mooi voorbeeld hiervan is onze manier van jagen op voedsel. Wij eten vis en hebben duidelijk onze voorkeur voor welke vissen we liever hebben dan andere soorten. Als we nu jagen dan doen we dat collectief. We zien een school vissen die we willen bejagen en zwemmen daar op een wijze naartoe zodat de school vissen compact gemaakt wordt. Daar gebruiken we ook trucjes voor als bellen blazen, cirkels maken in het zand, alles wat de vissenschool maar samendrijft. En als dat gelukt is zwemmen we er van alle kanten ineens in en kunnen we overvloedig eten. Doordat we zo slim jagen, hebben we veel tijd over om plezier te maken.
M: Dat klinkt heel slim jullie leiderschap en jullie manier van jagen. Wat doen jullie als je plezier maakt?
F: Dat verschilt, soms plagen we elkaar en spelen spelletjes met elkaar, maar soms genieten we gewoon van alles wat er is, zoals de golven of van een boot die langs komt. Kleine boten kunnen leuk zijn, die zijn ook niet zo ontzettend lawaaiig, en daar kunnen we dan soms meezwemmen met de boeggolf. Dan hebben we minder weerstand en kunnen we harder zwemmen of met minder inspanning. Het is zo’n beetje als de ganzen die in de lucht in V-vorm vliegen en daardoor veel minder moe worden.
M: Wil je nog iets kwijt dat ik niet gevraagd heb?
F: Jazeker. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de oceanen een heel bijzonder biotoop zijn en dat jullie ernstig verstoren met jullie vervuiling door olie en plastic, maar ook door de herrie die jullie schepen maken en die de bouwwerkzaamheden die jullie steeds vaker in de zeeën uitvoeren. Het is belangrijk dat de mens veel meer rekening houdt met zijn medeschepselen, zoals wij, maar ook de vissen en het niet vervuilde water, enz. Dit is heel belangrijk dat jullie dit beseffen.
M: Dank je wel voor deze laatste oproep en het hele gesprek.
F: Je bent welkom voor een vervolg gesprek.

Zoals je zult begrijpen liep dit gesprek totaal anders dan ik verwacht had. Dit is altijd spannend voor mij om te zien hoe een dieren gesprek verloopt. Ik kreeg geen antwoorden op mijn oorspronkelijke vraag, maar ik kreeg wel weer veel wijsheden mee. En dat was heel mooi.
260311