Gesprek met een walvis

Jaren geleden was ik in Zuid-Afrika als keynote spreker op een conferentie. Ik was er nog nooit geweest en was enorm onder de indruk van de geweldige natuur en dierenwereld. Maar ja, mijn doel was spreken op een conferentie en natuurlijk had ik wat tijd ingeruimd om ook wat van de omgeving te zien en van de bijzondere dierenwereld. Ik nam de kans waar om naar Walvisbaai te gaan om voor het eerst van mijn leven kennis te maken met deze unieke dieren. Zittend op de oever zag ik de walvissen langs zwemmen en ik was enorm onder de indruk. Ik was me er toen nog totaal niet van bewust dat je met dieren kon communiceren, zoals ik dat tegenwoordig geleerd heb. Maar ik kon wel contact maken en voelde een verbondenheid die tot op de dag van vandaag in stand is gebleven. Maar dat betekent dat ik ook nu met ze kan ‘praten’ en dat wil ik vandaag weer oppakken.
M: Dag walvis, we hebben elkaar lang geleden in Zuid-Afrika bij Walvisbaai ontmoet en je hebt je waarschijnlijk toen aan me getoond, maar dat weet ik niet zeker of je dezelfde walvis bent als ik toen heb gezien.
W: Of ik dezelfde ben of niet is niet van belang, we zijn een grote groep en je hebt kennisgemaakt met onze groep en daarmee behoor je tot de groep.
M: Dat klinkt wel heel welkom, dank je wel.
W: Wat is je reden om nu contact op te nemen? Of wil je gewoon een babbeltje maken?
M: Nee ik kreeg een verhaal toegestuurd van Orka’s die een gewond walvisjong beschermden en normaal gesproken is zo’n walvisjong een prooi voor de Orka’s, maar nu beschermden ze het jong. Is dat een geloofwaardig verhaal?
W: Dank voor wat je vertelt, ook dieren beschikken over compassie (Ik moest de betekenis van compassie opzoeken, want ik zou denken dat we het hebben over empathie, maar compassie gaat veel verder.) en als er geen noodzaak is omdat ze honger hebben, kunnen ze heel liefdevol zijn naar andere dieren. Er bestaan veel voorbeelden van dit gedrag, de mens ziet het niet altijd, maar dit is geen ongewoon gedrag. Voorwaarde blijft dat er geen noodzaak is om te doden omdat ze honger hebben want dan neemt het instinct van jagen het over. Je kunt ook zeggen dan neemt de overlevingsdrang het over.
M: Dank je wel voor deze uitleg. Als ik het goed begrijp is ons menselijke beeld van vijanden in het dierenrijk veel genuanceerder dan ‘je bent altijd vijand van elkaar’.
W: Dat is juist. Dat ligt veel genuanceerder. Ik geef je een voorbeeld wat iedereen wel kent. In Afrika leven prooidieren en roofdieren gewoon naast elkaar. De prooidieren kunnen gewoon langs leeuwen lopen zonder dat de leeuwen ook maar iets ondernemen. Ze hebben geen honger op dat moment en dan zijn de Antilopen of Buffels of wat dan ook, geen vijanden maar gewoon medebewoners van het gebied. Ze lopen gewoon langs elkaar zonder aandacht aan elkaar te besteden.
M: Dat was een mooie uitleg, dank je wel hiervoor. Wil je nog wat kwijt?
W: Je mag best wat vaker met ons communiceren, we vinden dat wel leuk.

250924

Het gaat om het leven

Op 2 april schreef ik een blog over de muizen in het gebouw waar ik werk. Ik waarschuwde ze voor de vallen die gezet zouden gaan worden.

Inmiddels zijn we bijna vijf maanden verder en de muizen zorgen voor heel wat consternatie. Gillende collega’s, bovenop de stoel springend. Het klassieke beeld van mensen die onverwacht een muis ontmoeten.

Na een wat rustiger periode rennen ze nu weer vrolijk rond. Vooral in de late avond en nacht worden ze gesignaleerd maar ook eerder op de avond laten ze zich tegenwoordig zien.

Helaas heeft mijn ´goede gesprek´ met ze er niet toe geleid dat ze zijn verdwenen.

Terwijl er met man en macht aan gewerkt wordt om de muizen weg te krijgen, ga ik weer een gesprekje met ze aan.

Ze hebben er niet zoveel zin in. “Jij komt met nare boodschappen,” lijken ze zich te herinneren.

Een beetje schoorvoetend willen ze toch wel contact. “Jij had ons eruit willen praten,” hoor ik. “Ja, inderdaad, dat had ik een mooie stunt gevonden,” bevestig ik.

“We nemen het risico om te blijven. De kans om te overleven is groter dan om te sterven.”

Ik waardeer het optimisme van de diertjes.

Terwijl ik ze laat zien dat er een zero tolerance beleid gaat komen, komt bij de muizen de vraag op: “Waarom hebben jullie je dit gebouw toegeëigend?”

Dat is weer een interessante vraag. En het is ook niet uit te leggen, vind ik. Er was grond. Toen werd er gebouwd. En vervolgens vindt iedereen dat zich binnen die muren geen muizen, vliegen, muggen en zilvervisjes mogen bevinden. Op grond van wat vinden we dat? Ik kan het de muizen niet uitleggen.

“We komen niet om alles te veroveren,” aldus de muizen.

“Mensen vinden gewoon dat jullie weg moeten. Ze schrikken van jullie en vinden jullie vies.”

“Die vijandigheid voelen we.”

“Eh … en jullie laten poep achter.”

“Zo zitten we in elkaar. Dat floept eruit.”

Ik ben een slechte pleitbezorger voor mijn eigen soort. Ik begrijp de muizen te goed en ik vind het vreselijk leuke diertjes. Iedere keer als ik muizen spreek moet ik lachen omdat ik hun vrolijkheid en luchtigheid zo waardeer.

“Mensen moeten niet zo ingewikkeld doen,” vinden de muizen. “Je leeft gewoon waar je bent.”

“Okee, laat ik het jullie anders zeggen: deze omgeving wordt gevaarlijk terrein voor jullie. De gaten gaan nu echt dichtgemaakt worden (men dacht dat alles al dicht was) en er worden drie keer zoveel vallen neergezet.”

“Ach… je weet toch hoe het gaat? Het gaat om het leven. En is het klaar dan is het klaar.”

Het is een nuchtere constatering, geen onverschilligheid. Het gaat de muizen om de beleving. Ik wou dat wij ook zo in het leven stonden.

 

NB Komisch detail: Degene die de gaten dicht zou maken was ziek. Mijn collega’s besloten zelf actie te gaan ondernemen en hadden het over de aanschaf van het klassieke muizenvalletje. “Moet Piek werken?” vroeg men zich af. “Nee? Nou, neerzetten dan. En zorgen dat ze het niet ziet want ze is in staat om de muizen te gaan reanimeren.”

Er is een muizenverantwoordelijke aangesteld en die schrok toen ze mij binnen zag komen. Op het moment dat ik overdracht had met collega’s is zij snel alle valletjes nagegaan om te kijken of er geen muis in zat.

De grap is dat ik me niet heb uitgesproken over het al of niet zetten van vallen. 

Hyronimus over reincarnatie bij dieren

M: Vandaag wil ik graag met je praten over een spiritueel onderwerp. Kun je me daarbij helpen?
H: Fijn weer van je te horen en ik verwacht dat het wel zal lukken. Wat dacht je van de gedachte aan reïncarnatie maar dan bij dieren?
M: Dat lijkt me een mooi onderwerp, maar het zet natuurlijk voorop dat je de wet van karma accepteert.
H: Uiteraard, maar die wet kent bijna iedereen, hetgeen niet wil zeggen dat alle mensen dat accepteren, want in sommige gevallen komt het niet overeen met het geloof dat mensen hebben, soms is dat zelfs strijdig.
Ik zal kort de basis van de wet uitleggen. Aan de basis staat de wet van evenwicht, actie leidt tot reactie, een basiswet, ook voor de westerse wetenschap. Als er een groter geheel is dat je God of Allah of Boeddha of Krishna of wat dan ook noemt, dan geloof je dat er een grotere macht achter de schepping ligt. Er is een grotere intelligentie die alles heeft geschapen, maar ook nog steeds schept. Dus je kunt je voorstellen dat een actie ook een uitgestelde reactie kan veroorzaken, een reactie met een geheugen. Het hoeft niet zo te zijn dat als je met een hamer op je duim slaat dat je meteen pijn hebt. Het kan ook zijn dat je een bloeduitstorting krijgt met een klein wondje die gaat ontsteken en dat je daarna pas echt pijn krijgt. Dat is een vorm van een uitgestelde reactie. Nog steeds heel snel, maar toch al een beetje uitgesteld. Sommige reacties worden zolang uitgesteld dat je er pas veel later een reactie op krijgt.
Stel je bent een moeder en je hebt een slecht huwelijk, je raakt aan de drugs als troost en je raakt helemaal in de vernieling. Het kan zijn dat je een kind had dat daardoor ook in ernstige problemen komt. Jullie hebben een band, de vader overigens ook en hij krijgt ook zijn aandeel in de reactie die de acties van jullie als ouders hebben veroorzaakt. Nu krijg je de reactie pas in een volgend gemeenschappelijk leven. Het kind is nu de ouder en de moeder is nu de dochter. Het kind krijgt de gelegenheid om aan de drugs te raken en in dezelfde fout te vervallen als de moeder (nu het kind) in een vorig leven. Maar het kind maakt de gezonde keuze en trapt niet in de verleiding van de drugs en wordt uiteindelijk een gewone jonge vrouw met een gelukkig leven. De moeder uit de vorige incarnatie heeft als reactie een leermoment voor zichzelf gekregen en die is op de goede manier opgelost. Maar ook voor de moeder, voorheen de dochter, is dit een leermoment dat ze meekrijgt. Om het niet al te ingewikkeld te maken heb ik andere relaties als de vader en broers en zussen en andere vrienden weggelaten. Het is al ingewikkeld genoeg.
Basis is dat de actie van de moeder in de vorige reïncarnatie een reactie als dochter in het huidige leven als gevolg heeft. Bedoeld als leermoment. De wet van karma wordt vaak als negatief afgeschilderd maar daar is geen sprake van. Je krijgt als ziel op deze Aarde, ook als dier, de kans om te groeien als ziel. De wet van karma helpt je daarbij. Je krijgt vergelijkbare kansen die je in eerdere levens hebt gehad, maar toen niet of onvoldoende hebt aangegrepen, opnieuw in een andere setting, maar je krijgt dezelfde groeikans. Maar omdat jouw acties ook invloed hebben op de levens van mensen en dieren om je heen, is de directie oorzaak en gevolg vaak niet te onderscheiden. Bovendien vergeten we onze vorige levens als we op Aarde zijn en lijkt het of we weer blanco moeten beginnen.
M: Dat was best ingewikkeld en dat is slechts de wet van karma uitgelegd. Hoe gaat het nu verder met reïncarnatie van dieren?
H: Omdat dieren geen individuele ziel hebben, maar deel uitmaken van een groepsziel, is de wet van evenwicht, vertaalt in de wet van karma iets anders, maar vergelijkbaar.
Ik zal weer proberen een voorbeeld te geven in een sfeer die we allemaal kunnen begrijpen en die sommige van jullie zelfs herkennen. Je moet daarbij bedenken dat reïncarnatie over een lange serie van levens gaat, tientallen en soms honderden. En dat is allemaal om je ziel te laten groeien. Zelfs als je deel uit maakt van een groepsziel, kan je ziel groeien. Ik heb dat al eens uitgelegd. Je kunt een groepsziel beschouwen als een vijver waarin in eerste instantie niets onderscheiden kan worden. Maar na verloop van tijd zie je een soort waterbellen in het water, het is dezelfde substantie maar er zit een klein randje omheen, maar het maakt wel onderdeel van het geheel uit. Dat is de groepsziel met een beperkte eigen ziel. Die bellen, individuele losse onderdeeltjes die wel onderdeel van het geheel zijn, kunnen ook groeien door hun levens. Nu naar het voorbeeld. Je hebt een hondje uit het asiel gehaald. Het blijkt een voormalige straathond uit een oost Europees land te zijn. Gered van straat, maar met wel al zijn straat overlevingsinstincten en de daarbij behorende eigenschappen. Dat is dus lastig in je huidige omgeving, want het dier zal angsten hebben, sommige mensen niet willen vertrouwen en dit soort lastige eigenschappen. Maar het krijgt de kans om dat dit leven nog te veranderen doordat het nu in een huisgezin is opgenomen. Dat is een kans, is het hondje voldoende los van haar trauma’s uit haar straatleven, dan kan ze leren vertrouwen te krijgen en als ziel te groeien. Stel dat lukt allemaal en jullie krijgen een heel bijzondere band. Honden hebben nu eenmaal een veel korter leven dan mensen en het hondje sterft, maar jullie hebben die bijzondere band nog steeds. Jullie missen je hondje in het gezin en na verloop van tijd kriebelt het weer en komt er een nieuw hondje. Heel ander soort hondje, maar het vertoont eigenschappen die de vorige hond ook had. Bijvoorbeeld ze steelt altijd een koekje van tafel, slechts één, nooit meer. Jullie nieuwe hond doet dat ook, steeds heel sneaky slechts één koekje. Jullie herkennen meer eigenschappen van het vorige huisdier. Het is waarschijnlijk dat jullie wederom bij elkaar zijn gekomen om samen te groeien. Voor het hondje kan het soms zelfs zover groeien nabij mensen, dat je een soort van individualisatie proces op gang ziet komen. Het hondje krijgt een eigen persoonlijkheid en voor een belangrijk deel ook een eigen ziel. De hond kan doorgroeien op deze wijze en op den duur zelfs een geheel eigen ziel krijgen en kan dan als een ander dier of zelfs als mens geboren worden. Maar dan hebben we het over zeer langdurige processen, van wel honderden jaren. Kijk naar een hulphond, die zijn zo op mensen gericht en om te dienen, daarmee krijgen ze als ziel veel kansen om te groeien.
Ik hoop dat ik hiermee het geheel een beetje duidelijk heb gemaakt. Het is en blijft natuurlijk een lastige materie, of juist geen materie, grapje.
M: Dank je wel. Ik heb het kunnen volgen, ik hoop dat de lezers er net zo over kunnen denken. En als je dit volstrekt afwijst omdat het niet in je systeem past, is dat OK. Het kan cultuur of religie gebonden zijn om dit niet te kunnen accepteren.

250909

Wié hoort je?

Ik zit in het bestuur van de stichting DierenPerspectief en ineens ben ik benieuwd wat dieren er eigenlijk van vinden dat we op deze manier bezig zijn.

Als ik ‘de lijn opengooi’ komt er meteen een koe naar voren die me vermoeid laat weten dat wij als mensen zo enorm georganiseerd zijn. Ze lijkt er doodmoe van te worden.

Door haar ogen zie ik hoe complex wij inderdaad alles georganiseerd hebben. Een verandering proberen te bewerkstelligen in die hele complexiteit lijkt haast onmogelijk.

Samen met de koe dreig ik even in wanhoop te verdrinken. Dan laat de koe me iets moois zien: koeien hebben vaak een bepaalde route, een bepaald pad, dat ze lopen. Maar als je er iets van afwijkt en die route volhoudt, dan kom je heel ergens anders uit dan wanneer je de vaste route aanhoudt. Er is dus hoop…

We gaan even terug naar de complexiteit van hoe wij alles op- en ingebouwd hebben als mensen. “Alles zit zo klem,” laat de koe weten, “daardoor zitten jullie zelf ook klem. Het natuurlijke is verdwenen.”

Ze laat zien dat de stallen bestaan uit looproutes, piepjes, harde geluiden. Om knetterdol van te worden.

“Wij willen gewoon rust. En gewoon leven. In rust. Wij willen geen overspannen kop.”

“Wat vind je er dan van dat er mensen zijn die willen proberen om het leven voor jullie beter te krijgen?”

“Het is een druppel op een gloeiende plaat,” laat de koe weten. En ik zie meteen een druppel voor me die sissend verdwijnt zodra de plaat aangeraakt is. Om moedeloos van te worden.

“Er komt geen natuurlijke verandering meer,” wrijft de koe me nog es extra in. “Er komen alleen nog maar éénduidiger looproutes. Recht de fuik in. Je mag blijven roepen, maar wie hoort je?”

Ze laat me zien hoe de koeien een fuik in lopen en hoe het hele systeem zich vastdraait. Ook in zogenaamd diervriendelijk gedrag. Al de technische ontwikkelingen is niet wat deze koe wil. Ze wil het natuurlijk: buiten, waar het heerlijk is en waar rust is. Een stal zou een rustige slaapplek moeten zijn, geen lawaaiige fabriekshal.

“Die hóófden van mensen…” verzucht de koe, “zó vol…”

De koe laat me zien hoe zij hun leven ziet: lopend naar een vleesmolen, onderweg uitgemolken wordend.

“Het gaat jullie om ons gebruik, niet om ons leven.”

Hoe deprimerend wil je het hebben.

“Heeft het wel zin dat een aantal mensen het probeert te veranderen voor jullie?” vraag ik.

“Natuurlijk wel! Maar nogmaals: wié hoort je?”

Ik zit inmiddels diep in de rotgevoelens en uitzichtloosheid. De koe reageert daarop: “Ja hoor eens, als het antwoord je niet bevalt had je de vraag niet moeten stellen.”

Houtduif meldt zich

Ik moet een blog plaatsen en dus wil ik een gesprek voeren maar heb geen idee wat ik zal doen. Ik ga zitten en wacht wat er binnenkomt. Er meldt zich een houtduif en ik denk wat moet ik daarmee, ik zie hem niet en ik vind het eigenlijk wat onnozele dieren. Dat is natuurlijk tegen de zere poot van de duif. Dus hier het gesprek.
M: Waarom kom jij bij mij binnen?
D: Simpel omdat je je open stelde en ik dacht, laten we eens kijken wie dat nu is.
M: Dus nieuwsgierigheid van jouw kant?
D: Dat kun je wel zeggen, maar ik merk ook dat je een vooroordeel over ons hebt. Waarom?
Tja, en daar val ik dus door de mand. Want we lezen elkaars gedachten en ik gaf net aan het wat onnozele dieren te vinden en dat moet ik nu verantwoorden. Succes Eddy Mulder.
M: Ik probeer als mens zo oordeel loos als mogelijk te zijn, maar dat is niet altijd eenvoudig. En op het punt van de houtduif valt me altijd op dat als jullie op straat zitten om de gevallen en kapot gereden beukennootjes en eikeltjes te eten, jullie zo laat pas wegvliegen. Ik moet altijd remmen om te voorkomen dat ik een houtduif raak. Dat vind ik onnozel gedrag. Sorry dat ik dat zo recht voor zijn raap zeg. Het spijt me. En doordat jullie steeds zo laat opvliegen worden jullie ook gemakkelijk door de vos gepakt.
D: Daar hoef je geen spijt van te hebben. Dat is jouw waarneming en wij zijn inderdaad wat slow motion in dit soort dingen. Ik zal proberen dat uit te leggen. Wij horen het mogelijke gevaar aankomen en kijken dan op, maar onze ogen zijn niet zo scherp op grote en bewegende voorwerpen. Dus zijn we aan het scherpstellen om te zien of dat reden is om weg te vliegen. Maar dan zijn we soms wat laat en doordat we best wel zwaar zijn, komen we niet zo gemakkelijk van de grond. En ja, dan gaat het soms wel eens mis.
M: Maar dan zouden jullie als groepsziel dat toch zo langzamerhand wel geleerd moeten hebben door al die aangereden duiven en nog steeds zijn jullie wat traag in je reactie.
D: Misschien is het ook wel een karakter eigenschap, we leven open en tevreden en zien niet zo snel het gevaar voor ons leven, misschien een beetje te goed van vertrouwen?
M: Daar lijkt het wel op. Wat onderscheid jullie van de andere duivensoorten als de postduif of de tortelduif?
D: Wij komen het meest voor en we zijn de grootste duivensoort. Maar er zijn wel veel soorten duiven die zeker niet allemaal vergelijkbaar zijn. Dus om dat allemaal te weten moet je niet bij mij zijn.
M: Heb jij nog iets toe te voegen aan ons gesprek?
D: Ja, we zijn de meest voorkomende duivensoort en we zijn wat onnozel volgens jou en er mag op ons gejaagd worden, hoe kunnen we dan met zoveel duiven zijn?
M: Dat is best wel een goede vraag. Want ook met het broeden zijn jullie niet zo handig. Jullie maken een slordig nest en regelmatig vallen de eieren gewoon door de gaten in het nest, dus ook dat onderdeel is niet jullie sterkte eigenschap.
D: Daar staat tegenover dat we best wel veel jongen in een jaar kunnen produceren. We kunnen tot wel drie keer per jaar jongen groot brengen. Dus zo doen we dat toch weer slim.
M: Misschien moet ik van het woord onnozel een beetje onhandig maken. Voelt dat beter?
D: Jazeker, dat is een heel andere benadering, daar spreekt geen oordeel uit maar een liefdevolle benadering.
M: Dat heb ik hierbij mijn mening aangepast.
D: Ik ben tevreden en nog een fijne dag.

250827

 

Kijken is niet gevaarlijk

Een paar dagen geleden werd ik verrast door een kitten dat nieuwsgierig zat rond te kijken. Vanaf toen zag ik hem elke dag even. Tijd voor een praatje.

Op het moment dat ik contact maak, schiet hij weg in mijn beeld. Al snel laat hij zich weer zien. Hij wil wel es onderzoeken wie ik ben en hoe ik op deze manier contact kan maken.

Ik begin het contact met te laten zien dat ik eigenlijk vind dat kittens een thuis moeten hebben waar ze veilig kunnen opgroeien. Met dat ik het denk, realiseer ik me dat dat mijn idee is. En inderdaad: het katje vindt geen aansluiting bij mijn denken. Hij vindt dat hij op een goede plek terecht is gekomen. Ik zie allemaal kleine, beschutte verstopplekjes en over elkaar spartelende kittens.

Toen ik het diertje voor het eerst zag, meen ik dat er 2 of 3 andere kittens wegschoten. Het diertje beaamt dat het een gezellig nest is. Hij laat zien dat ze spelen, oefenen en steeds sterker worden.

Ik haal het beeld naar voren toen ik hem voor het eerst zag. Hij zat op pallets en keek ons aan terwijl we met een auto bezig waren.

“Vond je het niet gevaarlijk?” vroeg ik, met het oog op hoe dicht hij bij ons zat.

“Kijken is niet gevaarlijk,” krijg ik als antwoord.

Ik zeg het diertje dat ik dieren altijd wil aanraken als ik ze zie. Hij vertelt me meteen dat dat niet nodig is. Contact kan ook van afstand.

“Er zijn hier heel veel katten,” vertel ik hem. “Ja, en ze laten etensrestjes liggen,” vult hij aan. Mooi, weet ik meteen hoe ze zich voeden naast het voedsel dat ze krijgen van hun moeder.

Ik vertel het diertje dat ik hem heel dapper de wereld in vind kijken. Hij voegt toe dat hij nieuwsgierig is en graag dingen onderzoekt.

Onbewust denk ik aan de vrachtwagens die op dit terrein rijden en de vuilnis die gestort wordt. Zijn de kittens wel veilig?

“Plekjes vinden is geen probleem,” haakt het katje in op mijn beelden/gedachten.

Door moeheid ben ik even in slaap gevallen. Het katje laat zien dat hem dat ook wel overkomt. Gewoon de draad weer oppakken, is zijn advies.

“Nou, ik hoop je nog vaak te zien. Want ik kijk nu natuurlijk altijd of je er bent. Je hoeft niet bang te zijn.”

“Het gaat niet om bang zijn maar om jezelf veilig stellen,” zegt de kleine kat. Ik interpreteer het meteen als bang als hij wegschiet, maar hij heeft gelijk als hij opmerkt dat het het belangrijkste is om eerst het lijf veilig te stellen. Weer wat geleerd van een kitten!

Flo is behoorlijk in de war

Op verzoek van vrienden, probeer ik contact te leggen met Flo, het hondje dat alleen is achtergebleven na het zeer plotselinge overlijden van Vigo. Flo is oud en al enige tijd behoorlijk in de war, dus het is de vraag in hoeverre een contact gaat lukken.

M: Beste Flo, kan ik in contact met je komen?
F: Ja, dat kan gelukkig wel, al is mijn fysieke verschijning behoorlijk de weg kwijt, maar ik kan als ziel nog gewoon communiceren.
M: Dat is fijn om te horen. Mag ik je vragen hoe het komt dat jij nu zo van streek bent omdat Vigo er niet meer is?
F: Dat is heel eenvoudig. Vigo werd plotseling ziek en een tijdje later zijn ze met hem vertrokken en hij is niet meer echt teruggekomen. Ik heb Vigo wel nog even gezien, maar weet niet of dat fysiek of niet fysiek was. En het was maar kort. Te kort voor mij om te begrijpen wat er is gebeurd.
M: Mag ik je dan helpen met wat er gebeurd is te vertellen en ik hoop dat dat jou wat rust kan geven?
F: Ik ben benieuwd.
M: Vigo was plotseling heel erg ziek en is in een hele korte tijd overleden. Zo snel dat zelfs Vigo even de weg kwijt was, was hij nu dood of niet? Er is geen normaal stervensproces aan vooraf gegaan en daardoor is ook Vigo in verwarring. Die verwarring van Vigo die voel jij nu ook, waardoor je helemaal in de war bent.

Ik krijg nu van Vigo door dat hij echt in de war is en dat ik hem nu heb kunnen vertellen wat er gebeurd is en dat het een normaal proces is waar hij doorheen gaat, zij het dat hij in turbo stand door dit proces ie gegaan. Ik heb Vigo uitgelegd dat hij nu rust mag nemen en rustig zijn eigen tijd bepalen waarop hij verder wil gaan, maar dat er geen enkele reden tot paniek is voor hem. Hij heeft dat geaccepteerd en begrijpt het, maar heeft nog wel enkele dagen nodig om echt tot rust te komen. Hij wil ook nog echt langskomen om afscheid te nemen en zodra Vigo dat heeft gedaan, zal ook Flo tot rust kunnen komen. De paniek bij Flo wordt dus veroorzaakt door Vigo en zodra hij weer rust heeft, zal ook Flo tot rust komen.
Bovenstaande heb ik nu ook uitgelegd aan Flo en ze begrijpt dat ze rustiger mag en kan worden. Het heeft even tijd nodig voor alle twee.

M: Flo, bovenstaande wat ik je net je vertelde heb je goed begrepen. Dat betekent dat jij niet meer in paniek hoeft te zijn en dat Vigo inderdaad weg is gegaan maar dat heeft niets met jou te maken. Vigo was erg ziek en nu gaat het weer goed met hem. Dat betekent dat jij Vigo weliswaar niet meer zult zien, maar dat je wel heel dichtbij kunt zijn in je gevoel. Je mag zelf dus nu tot rust gaan komen en weer gewoon gaan eten. De wereld ziet er anders uit, maar jij weet daar alles van, want ook jouw vriendjes de kinderen in huis zijn weggegaan (het huis uit en gaan studeren), maar komen wel af en toe weer thuis. Lieverd veel sterkte met je proces, maar je mag weer rust hebben.
Mag ik over een tijdje nog een keer contact met je opnemen om te kijken hoe het dan met je gaat?

Van de ‘ouders’ van Flo hoorde ik dat ze eindelijk weer gewoon is gaan eten. Korte tijd later is Flo zelf overleden. 

240920

Happy ducks

Laatst ben ik op bezoek geweest bij loopeendjes. Nou ja, eigenlijk was ik op bezoek bij een vriendin. Maar de eendjes trokken steeds zo mijn aandacht dat we een lunch buitenshuis nodig hadden om ook even tijd te hebben voor een goed gesprek van mens tot mens.

Een week later ga ik in gesprek met de inmiddels acht weken oude loopeendjes.

Het is even zoeken hoe we het gesprek gaan doen: met twee eenden tegelijk of een voor een. Een van de twee komt naar voren en zegt dat zij het woord wel zal doen. De ander zal bijspringen indien nodig.

Ik kan het niet laten maar het eerste beeld dat ik doorgeef is dat een loopeenden-lichaam mij wat vreemd overkomt. Vooral de beperking van het geen armen hebben laat ik zien. En dat gewaggel.

De eend laat zien dat ze veel kijken. En ik zie dat ze door de stand van de ogen ook een breed zicht hebben.

Ik vraag de eend of ik even mee mag in zijn lijf want het lijkt mij nog steeds vreemd om eend te zijn.

Ze maakt wat plaats, ik maak me klein, ik zeg haar nog dat ik niks doe en niet gevaarlijk ben, maar dat ik alleen maar even wil ervaren hoe het is om loopeend te zijn.

Het brede zicht valt meteen op en ook de ongelooflijke snelheid en buigzaamheid van de hals. Zien en reageren lijken tegelijkertijd te gaan, zonder tussenkomst van denken.

Als ik zo in die eend zit, zie ik wat zij ziet: dat mensen enorme uitsteeksels aan hun lichaam hebben. De eend laat zien dat haar dat lastig lijkt: die dingen gaan alle kanten op. En ze hebben ook een ruim bereik.

Bovendien pakken die lange armen continu spullen op. De hele dag door worden dingen versleept. Continu zijn mensen bezig met dingen.

De eend verzucht haast een beetje dat zij dat gelukkig allemaal niet nodig hebben. Als zij iets willen dan gaan ze er gewoon heen en steken hun snavel erin.

Ze hebben geen armen nodig want ze hebben genoeg aan hun snavel, vindt de eend. De snavel is om te eten, te drinken, te wroeten, te proeven, te ervaren.

Ik laat de eend wijsgerig zien dat wij handen en ogen hebben. We zien, we voelen en dan gebruiken we.

“Ik heb genoeg aan mijn snavel,” merkt de eend op. “Ik verheug me wel op grote vleugels.” Ze laat zien dat dat machtig voelt: het uitslaan van de vleugels, zich groot maken. Dat is een eend in volle sterkte.

Ik weet dat de eenden vaak met hun snavel in de vacht van een van de honden zitten. “Ja, dat is interessant terrein,” merkt de eend op. Ik heb het idee dat ze ook wel eens een teek weg eten. Volgens internet, wat ik later lees, is dat mogelijk.

Nu ik toch nog in de eend zit, gaan we nog es kijken naar mensen. Eerst vielen de armen dus op maar nu laat de eend zien dat dat onderstel, de benen, ook een apart fenomeen is. “Het zijn lange bonenstaken. En er zit best afstand tussen die benen/voeten dus je moet een beetje opletten dat je daar niet net tussen komt.” De eend laat zien dat de mensen een ver bereik hebben met die uitslaande vleugels (ze bedoelt de benen en armen).

Ze laat ook zien dat als de mens zich uitstrekt, hun handen ver van hun hart zijn.

“Hoe communiceer jij naar de mensen?” vraag ik haar.

“Vanuit mijn hart natuurlijk, naar het hart van de mensen. Het hoofd is niet interessant. Daar zit veel vervuiling.”

Ik snijd even het onderwerp aan dat ze uitgebroed zijn in een machine. Mijn vriendin had daar aanvankelijk wat moeite mee maar heeft erg haar best gedaan om ze toch met volle aandacht en liefde uit te laten broeden. “Het is oké,” reageert de eend. “Het leven is goed.”

We gaan even naar de drie kippen die er ook rondlopen. De eenden zijn eigenlijk niet geïnteresseerd. Het is een heel ander soort. Ze hebben liever elkaar. Dat kennen ze, ze zijn een soort eenheid, het contact gaat makkelijk.

Ik laat ze zien dat ze best op een gevarieerde plek gekomen zijn: ze zijn in een atelier grootgebracht, nu hebben ze de tuin ook, op een gegeven moment gaan ze overnachten in het hok waar ook de kippen zijn.

De eenden vinden het een mooie combi. Hun nieuwsgierigheid is groot en op deze manier wordt die volop bevredigd. Weer komen het kijken en het gehoor naar voren.

Ik kan het niet laten om het even persoonlijk te maken. Toen ik in het gras zat met een glas water, waren de eendjes er snel bij om hun koppies in mijn glas te steken.

“Wij kunnen altijd water gebruiken. Een droge snavel is niet goed.”

Nu ik even het lichaam van de eendjes heb mogen ervaren, merk ik dat het eend-zijn een heerlijke vanzelfsprekendheid is. Het is gewoon lekker om eend te zijn.

Weer komen de vleugels naar voren: het rechtop staan en wapperen, waarbij de aanhechting aan het lijf hen een stoer/machtig gevoel geeft.

Ik moet de eendjes eerlijk zeggen: “Ik mis de armen niet, zoals ik eerst dacht.”

En ik vraag ze of ze het goed vinden als ik dit verhaal voor een blog gebruik. Kennelijk denk ik ook al een titel want ze haken er op in: “Schrijf maar: happy ducks.”

 

Een goed vader-dochter gesprek

De titel moet ik even toelichten. Laatst was ik met Kaila bij de dierenarts voor haar inenting. En ik vroeg de dierenarts waarom Kaila momenteel zo ontzettend op mij gericht is. Ze is ook gek op mijn vrouw, maar als ik thuis ben ligt ze altijd binnen 1 meter van mij vandaan. Maakt niet uit waar ik ben, aan het werk, op de bank, op de wc, in bad of in bed. Altijd ligt ze vlak naast me. Waarop de dierenarts zei ‘Het is net een vader-dochter relatie.

M: Kaila kunnen we ons gesprek voortzetten dat we gisteren tijdens de wandeling zijn begonnen?
K: Ja, natuurlijk, leuk.
M: Omdat wij altijd zulke goede gesprekken hebben, heb ik de neiging jou ook als een heel wijze hond te beschouwen en met de woorden van Edgar Cayce in mijn achterhoofd, zet ik je misschien te veel op een voetstuk. Vond jij.
K: En ja, dat probeerde ik juist te ontkennen. Ik ben natuurlijk bijzonder, maar ik ben ook gewoon een hond. En daarmee wil ik zeggen dat ik verre van perfect ben. Ik wil ook af en toe gewoon niet luisteren en ondeugend zijn en zelfs stout zijn. Dan weet ik wel dat ik het in jouw ogen niet goed doe, maar ik heb dan behoefte aan even gewoon hond te zijn.
M: En dat uit je door als ik je roep, me aan te kijken en dan toch te besluiten om de poten te nemen?
K: Ja bijvoorbeeld. Vergis je niet, ik mag dan een wijze ziel zijn, maar ik ben geboren in dit hondenlijf en dat heeft ook zijn eigen behoeftes, zijn eigen ego die graag wil snoepen en rennen en achter stokken aangaan. En niet te vergeten, ieder polletje gras wil ik besnuffelen.
M: Doe je daarom ook voor jou als hond verkeerde dingen, zoals het eten van peuken en jointpeuken waar je weer heel ziek van wordt?
K: Dat is juist, als ziel weet ik dat ik dat niet moet doen, maar mijn lijf heeft zijn eigen wil. Denk je dat jij alleen last hebt van wat je meent dat goed is om te doen en het dan toch niet doet, omdat je zin in een chocolaatje hebt, terwijl je weet dat je dat niet zou moeten nemen.
M: Je treft me wel op een zwak punt.
K: Dat weet ik en daarom neem ik dat als voorbeeld, want ik heb dezelfde zwakke punten. Maar ik hou wel zielsveel van je.
M: Eigenlijk wil je zeggen dat we allemaal last hebben van het vinden van een balans tussen onze ziel en ons lichaamsego dat voor de pleziertjes gaat.
K: Dat is precies wat ik wilde zeggen. Net als mensen heb ik als hond die balans te zoeken en vinden. Dat is wel een beetje eigen aan verder geïndividualiseerde dieren, zeg maar dieren die verder ontwikkeld zijn. Anders volg je als dier veel meer je instinct en je gewoontes. Nu heb ik er een extra uitdaging bij gekregen. Als voorbeeld: ik weet dat chocola heel slecht voor een hond is, het tast ons centrale zenuwstelsel aan omdat we het niet goed kunnen afbreken. Toch ben ik dol op chocola en krijg ik af en toe een heel klein stukje van jou en daar geniet ik van. Spiritueel gesproken ben ik nu ook onderhevig aan de dualiteit, terwijl ik als gewoon eenvoudig dier daar geen last van zou hebben.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog iets kwijt?
K: Ja, ik wil dat alle mensen weten dat honden heel bijzonder kunnen zijn, maar dat het ook gewoon honden zijn, terwijl ze bijzonder zijn. Begrijp dus dat ze stout en ondeugend kunnen zijn en kijk er met liefde naar, zoals jij dat meestal ook doet.

250729

 

 

Man in nood

Eddy en ik stemmen onze blogs niet op elkaar af dus het is heel grappig als onze opeenvolgende verhalen raakvlakken met elkaar blijken te hebben, zoals nu het geval is.

De situatie is als volgt: Een man heeft een kater in zijn buitenwoning (klein, primitief) opgenomen en beiden leven hun eigen vrijbuitersleven. De relatie is uitstekend, ze nemen alles zoals het komt, zien wel of een van beiden thuis is of (langdurig) afwezig. Allebei happy.

Ik ken de kater zelf niet goed want als ik er kom is het dier weg omdat hij de hond vermijdt.

Op een dag komt er een vriend van de man met ernstige lichamelijke problemen. Hij blijft vijf dagen op deze veilige, afgelegen plek en ik word geregeld op de hoogte gehouden van het wel en wee (vooral van het wee).

Op dag drie vraag ik hoe de kat zich gedraagt naar deze vriend. “Hij ligt continu bij hem, mijn vriend heeft veel aan hem. Hij zegt dat de kat hem erdoorheen trekt.”

Tijd om contact te maken met deze kat.

Ik wist al dat het een no-nonsense kat is en ik tref hem dan ook in een wat stoere, nonchalante houding.

“Ik heb gehoord dat jij je over de vriend ontfermt hebt,” begin ik het gesprek.

“Ach, man in nood,” is het laconieke antwoord. “Hij was in gevecht met zichzelf en kon wel een steuntje in de rug gebruiken.”

Ik probeer meer te weten te komen en wil weten wat hij doet en waarom.

“Alleen aanwezig zijn. Dat weet jij toch ook. Je ziet vanzelf het verschil in gezelligheid en wanneer het nodig is.”

Ja, ik weet hoe dat met dieren zit. En ik begrijp dat deze kat er niet verder over wil praten. We wisselen namelijk niets nieuws uit dus is het verspilde energie om het erover te hebben.

“Maar,” zeg ik hem, “dit is iets te weinig voor een blog. Heb je toch niet wat meer info voor me?”

“Dan moet je niet bij mij zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet te ingewikkeld te leven met mensen. Ik wil best m’n steentje bijdragen maar dan is het ook klaar.”

Inwendig moet ik grinniken. Want het klopt wel hoe het dier het zo formuleert.

Jaren geleden was hij een ‘probleemkat’ omdat hij alles in huis onder pieste en zijn mens wanhopig bij mij terecht gekomen was. De gesprekken leverden niet het gewenste resultaat op. Toen ik hoorde dat de man waarbij hij nu woont een rattenvanger zocht in zijn buitenhuisje, was de deal snel gemaakt en verhuisde de kat. Hij heeft nooit in huis geplast.