Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215

 

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat

Hyronimus over verbindende politiek

Het is beslist niet de bedoeling om deze site te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar in onze laatste Nieuwsbrief van 30 november 2025 heb ik dit onderwerp aangesneden. Hoe kunnen we onze maatschappij zodanig inrichten dat de tegenstellingen die nu zo diep zijn, met uitsluitingen van elkaar, meer in harmonie is.

M: Beste Hyronimus, ik wil je al weer heel graag consulteren. In onze laatste Nieuwsbrief stelde ik de vraag aan de lezers om in de gesprekken die we met dieren voeren deze vraag eens te stellen: hoe wij als mensen onze maatschappij op een verstandige manier zouden kunnen inrichten? Logisch lijkt dan ook dat ik die vraag ook stel en dan kom ik automatisch bij jou uit als mijn gids.
H: Dat is een boeiende vraag. Maar ben je niet bang als jij deze vraag al bij voorbaat beantwoord door een gesprek met mij bijvoorbeeld, dat andere dierentolken dan geen gesprekken gaan voeren met hun dieren?
M: Ik heb me dat wel afgevraagd maar ik denk dat er zoveel invalshoeken zijn als er mensen en dieren zijn en dat het dus hopelijk juist anderen zal inspireren om die vraag ook te stellen.
H: Als dat jouw insteek is, zal ik graag op je vraag ingaan. Als ik jullie situatie zou moeten analyseren zou ik zeggen dat de middelen en welvaart in de wereld niet eerlijk verdeeld zijn. Dat leidt ertoe dat groepen mensen naar andere oplossingen zoeken voor zichzelf om het beter te kunnen krijgen. Dat doen dieren ook. Als er ergens in een gebied niet meer voldoende voedsel te vinden is, moeten ze overgaan op ander voedsel, en velen kunnen dat niet, of moeten ze op zoek gaan naar plekken waar wel voldoende voedsel aanwezig is. Als je nu op deze wijze naar mensen kijkt, begrijp je waarom ze willen verhuizen. Dan kijk je natuurlijk naar de plekken waar het goed is, in jullie geval is dat veelal Europa als je vanuit armere streken komt. Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is.

Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is

Dus volgt er weerstand. Maar hoe doen de dieren dat? Sommige dieren zijn heel tolerant en schuiven een stukje op, zodat er genoeg voor iedereen is, of ze delen wat er is en zeuren niet. Andere dieren zijn territorium gebonden en verdedigen hun territorium met hand en tand. Zij dulden geen indringers. Die indringers vechten terug en winnen of verliezen en de verliezers moeten dan verder trekken. Jullie gedragen je als territorium gebonden en verdedigen jullie territorium met hand en tand. Daarbij is alles geoorloofd als de indringers maar niet in jullie territorium komen. Maar jullie zijn niet gebonden aan een territorium, jullie kunnen probleemloos verhuizen en er is ook genoeg om te delen. Want veel van het voedsel dat jullie produceren exporteren jullie, dus dat ‘geef’ je aan anderen. Hier ligt dus de kern van het probleem.
M: Dat is een mooie analyse, maar welke oplossing bestaat er?
H: Ja, dat is nog een lastige omdat de tegenstellingen zo groot zijn en er mensen zijn die er baat bij hebben om die tegenstellingen uit te vergroten. Want daar worden ze belangrijk van, groeit hun ego. De analyse zegt dat er feitelijk niet echt een probleem zou hoeven zijn en als dat er wel zou zijn is dat oplosbaar, zonder dat je oorlog voert tegen die migranten, die op een beter leven hopen. Er is genoeg voor iedereen in dit deel van de wereld. Het probleem is dus het menselijk ego, die baat heeft bij het feit dat het ego belangrijk is en dat kun je gemakkelijk bereiken door strijd te propageren. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen om problemen op te lossen. Je moet zoeken naar wat je met elkaar verbind en in harmonie zoeken naar oplossingen. Dat kan betekenen dat je iets moet opschuiven, maar die iets opgeschoven plek kan ook veel mooier zijn dan de oude plek, maar dat hoeft niet. Wees dan blij met dat je het leven van een ander mooier hebt gemaakt. Dat kan ook veel vreugde geven.

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt. Jij zegt zelf altijd: als je buurmeisje piano speelt maar het nog aan het leren is, en je houdt van dat meisje, dan luister je er met genoegen naar en verheug je op haar vorderingen. Maar is het een irritant meisje dan erger je iedere keer dat je haar hoort spelen, ook al zou ze nog zo mooi spelen. De persoonlijke band is dus van belang. Die kun je uitsluitend krijgen door met elkaar in gesprek te gaan. Is dit een beetje zoals je had gehoopt dat ik zou antwoorden?
M: Ik had geen idee wat je zou antwoorden. Je analyse was duidelijk, maar de oplossing is niet bepaald eenvoudig. Ik ben heel benieuwd hoe andere dierentolken hier tegenaan kijken en roep iedereen op om wat in te sturen. We zullen zo veel mogelijk meningen laten horen, zolang het naar oprechte oplossingen op zoek is. Intolerante inzendingen en/of opmerkingen passen niet binnen deze groep en zullen we dus negeren.
251203

Ratten en katten

Sinds de bomen bij ons aan de waterkant gekapt zijn, kom ik meer dode ratten tegen dan daarvoor. Ik vermoed dat de dieren minder schuilplekken hebben en een makkelijkere prooi zijn voor katten.

“Kun je niet wat doen aan al die katten?” hoor ik meteen. “Ze bemoeilijken ons leven.”

“Ja, er lopen inmiddels aardig wat katten rond,” antwoord ik. “Maar ik ga daar niks aan doen. Het zijn zwerfkatten maar ik ben blij met ze en de bedrijven hier ook.” Ik realiseer me dat zowel ratten als zwerfkatten maatschappelijk als probleem gezien worden.

Er klinkt wat gemurmel. De ratten laten weten dat ze het liefst vrij rondlopen. Ze moeten nu behoorlijk opletten.

“Wij zijn geen jagers. Wij eten restafval.”

“Nou, volgens mij eten jullie toch ook wel muizen en slakken en weet ik veel wat nog meer…”

“Ja, maar we zijn anders dan katten.”

Ze laten me zien dat zij dan wel snel zijn maar dat katten zich anders gedragen. Ze liggen of zitten lang stil en kunnen dan ineens een grote sprong maken. Ondanks dat de ratten dus vinden dat ze snel zijn kunnen ze toch de dupe worden van zo’n vliegend object als een springende kat.

“Irritant.” Weer datzelfde gemurmel. “Er verdwijnen sleutelfiguren bij ons.” Ze doelen daarbij op ouders die de jongen nog moeten voeden.

Ik begrijp de onvrede van de ratten maar ik wil er niet teveel op ingaan.

“De nachten zijn stil.” Het komt er bijna filosoferend uit. “Dat is fijn.”

“Ik zie jullie niet meer aan boord.”

“Nee, die katten waren voor jou een goede zet. Zonder hen vertrokken we niet.”

Hmmm, denk ik, waarom hadden ze dat nou niet even gedaan voor me? Ik heb er zoveel tegen proberen te doen en de oplossing bleek gewoon katten te zijn.

“Iets anders: ik hoorde laatst van mensen dat er regelmatig overdag ratten gesignaleerd worden in de stad. Hoe zit dat?”

“Als wij met meer zijn, voelen we ons vrijer – zekerder – overmoediger. Samen zijn we groot en sterk. Dan worden we vrijmoediger.”

“Toch lijkt het me niet handig als jullie je overdag zoveel laten zien.”

“Wij zijn er altijd. Maar je hebt gelijk, als we elkaar niet zien is er niks aan de hand.”

“Toch nog even één dingetje… als jullie de huizen in trekken, kan het zijn dat jullie dingen kapot maken. Daar houden mensen niet van.”

“Ach, dat is de hebberigheid van mensen.” De ratten doelen op het feit dat mensen iets bouwen of kopen en dan vinden dat het van hen is.

“Nou,” werp ik tegen, “houd daar dan toch maar rekening mee. Hoe minder jullie kapot maken, hoe minder jullie aanwezigheid opvalt.”

Om op het eind even vrienden te maken met de ratten, vertel ik ze dat ik het vaak voor ze opneem als de term ‘ongedierte’ valt in relatie tot hen.

“Dank je,” hoor ik. In de welbekende eenvoud maar waarachtigheid waarop dieren iets kunnen overbrengen.

Er is iets veranderd bij de kraaien

Een jaar geleden schreef ik een blog over mijn nieuwe vrienden op de hei, de kraaien. Er is iets veranderd en daar wil ik het nu over hebben.
M: Beste kraai, kunnen we weer een keer praten met elkaar?
K: Dat is helemaal goed, vertel maar wat is je vraag?
M: We zijn een tijdje niet zo close geweest en nu ineens zoeken jullie me weer op. Wat is er anders.
K: Dat is simpel, een jaar geleden begon het ook net koud te worden en dan moeten wij harder werken voor ons voedsel en dan is het handig als het je gebracht wordt.
M: En ik bracht jullie voedsel dus was dat welkom.
K: Precies, zo ging dat en we hebben er van genoten. Maar als dan het voorjaar weer aanbreekt dan hebben we het niet echt nodig om wat van mensen te krijgen, dan is er genoeg eten overal. Dus zodoende verwaterde het contact.
M: En ik dacht dat dat kwam omdat ik minder jassen ging dragen en ik dan geen brokjes meer bij me had.
K: Dat heeft zeker geholpen om het sneller te laten gebeuren, de ontkoppeling. Maar nu het weer kouder wordt is wat extra voer erg welkom.
M: Jullie vielen me sinds enkele dagen echt weer lastig als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. Jullie vlogen naast me, zaten me steeds aan te kijken en toen ik niet reageerde omdat ik geen eten bij me had, vlogen jullie vlak over mijn hoofd om vooral duidelijk te maken dat jullie wat van me verwachten.
K: Dat klopt, dat heb ik gedaan, daarvoor zijn we toch vrienden? En het heeft geholpen, nu heb je weer altijd voor bij je en dat is fijn.
M: Vandaag viel me iets op. Er is wat veranderd in jullie onderlinge verhoudingen, hoe zit dat?
K: Tja, vorige periode waren we steeds met z’n drieën en dat is nu veranderd. Onze zoon van vorige jaar heeft een deel van ons territorium overgenomen en wij hebben nu ons territorium wat verder weg van de plek waar je de hei op komt. Dat was best wel lastig, maar we konden ons niet voldoende handhaven en hij was sterker.
M: Ja, ik heb moeite jullie allemaal uit elkaar te houden, aan jullie kleur en voorkomen zie ik niet zo veel, maar wel meer aan jullie gedrag. En vandaag herkende ik jouw manier van vangen, geen van je broeders en zusters kan wat jij doet, de brokjes vangen en dat zag ik je nu ineens weer doen. Toen begreep ik dat de kraaien op het eerste deel van de hei andere waren dan degene die ik vorige jaar had leren kennen.
K: Dat heb je dan heel goed gezien. Begrijp je nu ook dat ik je zelfs in het bos achtervolgde want ik wilde heel graag weer vrienden worden.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog wat kwijt?
K: Blijf vooral dagelijks komen en wat voor ons meenemen, daar genieten we van.
M: Ik zal mijn best doen.
251118

Wat is waar?

Het communiceren met dieren blijft interessant. Wat is waar, wat bedenk ik zelf, interpreteer ik wel goed?

De jonge zebra uit Uganda raakt me op een verfrissende manier.

Als ik contact wil maken met het dier, hoor ik: “Je zoekt me op land, maar ik ben hier.” Hij laat zich ergens in de lucht zien en mijn aandacht gaat van beneden naar boven.

“Hier treffen we elkaar,” zegt hij en ik weet niet of hij nu bedoelt dat alle zebra’s elkaar daar treffen of dat hij deze plek heeft uitgekozen als ontmoetingspunt tussen ons.

Kennelijk merkt hij wat verwarring bij me want meteen hoor ik: “Je wilt naar mijn lijf? Okee, dan gaan we naar beneden.”

En hij brengt me bij een liggend zebra lichaam en hij zegt dat hij hierin behuisd is. Alweer verwarring bij mij. Liggen zebra’s? Ik zoek het even snel op internet op en lees dat zebra’s soms liggen, maar nooit allemaal tegelijk.

“Als we zo slapen, liggen we in een soort diepterust,” legt de zebra uit. “We doen het niet lang, maar het is diep en verkwikkend. De groep waakt.”

Ik voel aan het dier dat hun normale staat van zijn altijd alert is. Altijd oplettend, altijd ‘aan’, zoals we dat in de zorg dan zeggen.

“Ja, dat maakt het zebra-zijn uniek. Wij zijn altijd in de aan-fase en toch hebben we een evenwicht wat het zebra-zijn prettig maakt.”

Ik laat hem zien dat dat voor mij als vreemd aanvoelt: tegelijkertijd alert als ook een zekere ontspanning. Het lijkt mij vermoeiend en bijna niet mogelijk.

“Dat komt omdat jullie ook veel meer moeten doen. Jullie hersenen maken overuren, jullie hebben veel ontwikkelings- en ervaringsgebieden waar jullie aan willen deelnemen. Bij ons zijn geen hoge eisen. We leiden een rustig leven, maar wel alert.”

De zebra vindt dat hij genoeg contact heeft gehad en gaat weer terug naar ‘de cloud’. “Ik vind het ook fijn om daar te zijn,” reageert hij op mijn verbazing van zijn abrupte vertrek. “Hier is een collectief bewustzijn.”

Als we ‘opgehangen’ hebben, het contact verbroken hebben, laat hij me achter met een gevoel: is deze jonge zebra nou overleden of vindt hij het gewoon fijn om af en toe uitstapjes te maken buiten zijn lijfelijke staat van zijn?

Het feit dat ik me er niet druk om maak, doet me glimlachen. Ik hoef het niet meer uit te pluizen. Ik aanschouw en ervaar.

Veganist of vegetariër of anders

M: Beste Hyronimus, ik wil je een persoonlijke vraag stellen die me al even bezig houd.
H: Ga je gang.
M: Je weet dat ik probeer veganistisch te leven, zonder enig gebruik van dierlijke producten. Maar dat lukt me niet altijd, ik ben ook nog wel een beetje flexibel. Maar er is een product dat voor mijn gezondheid best positief zou kunnen werken dat ik niet wil gebruiken vanwege het feit dat er runder botten in verwerkt zijn.
H: Ik begrijp je vraag, maar zie het probleem niet. Als je puur veganist wilt zijn, gebruik je op geen enkele wijze producten die van dieren afkomstig zijn. Dus geen vlees en vis, maar ook geen melk, kaas, boter, honing, enz. Uiteraard dus ook geen runder botten. Dat is logisch.
Maar als je af en toe zondigt tegen je eigen principes door soms een stukje kaas te eten, maak een beetje runder botten toch ook niet meer uit?
M: Ja het voelt niet goed om iets te eten waar dieren voor gedood zijn en dus zijn runder botten voor mij toch iets anders dan kaas, daar is geen dier voor gedood.
H: Dat is een kunstmatig onderscheid. Voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood, want de koeien moeten zwanger blijven en er worden nu eenmaal meer stiertjes geboren dan vrouwelijke kalfjes. Die stiertjes zijn een restproduct en hebben nauwelijks waarde. Zo worden ze ook behandeld. Jouw beeld dat zuivel zonder dode dieren kan, is een illusie. En als je dat wel accepteert voor zuivel, waarom maak je dan geen gebruik van de restanten van dode dieren in een geneesmiddel of supplement? Echt hypocriet.

Ook voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood

M: Nou, je hebt een hard oordeel over me.
H: Nee, dat heb ik niet. Je krijgt de volledige keuzevrijheid of je het geneesmiddel of supplement wel of niet wilt gebruiken, maar je redenatie is hypocriet, klopt gewoon niet. Van zuivel genieten, ook al is het maar heel af en toe, gaat bepaald niet zonder dierenleed gepaard. Dat kun je en wil je ook niet ontkennen. Bouillon trekken van runder botten is een proces dat gebruik maakt van slachtafval, er wordt geen dier extra voor dood gemaakt. Dit zou dus veel eenvoudiger moeten liggen dan het eten van een stukje kaas.
M: Je geeft me een goede reden om hierover na te denken. Mijn gevoel loopt hier dus duidelijk niet synchroon met de ernst van de ingreep in mijn principes.
H: Als je een duidelijk principe wilt volgen moet je afblijven van alle dierlijke producten, dus ook dat ene stukje kaas af en toe. Dan kun je dit supplement ook niet gebruiken, in andere gevallen zou ik er geen punt van maken. Maar de keuze is aan jou.
M: Dank je wel voor deze wijze les.
251031

 

Wijsheid van een ara

Soms heb ik mijn vraagstukken en soms ben ik zo slim om dat bij de dieren neer te leggen voor een klein overlegje.

De afgelopen tien maanden heb ik nauwelijks consulten gedaan. Ik vind dat ik het druk zat heb en het gaf me wat stress als ik de gesprekken tussen mens en dier er ook nog es bij moest doen. Soms verandert een leven en komen er andere dingen op je pad, hield ik mezelf steeds voor.

Maar … is dat wel zo?

Ik vraag het onze ara, Pepijn. “Natuurlijk moet je doorgaan!” is meteen zijn reactie. “Je moet wat minder druk zijn met ‘gedoetjes’ en je tijd efficiënt inzetten.”

Bwam! Dankjewel maar weer…

Als een klein kind die op zijn nummer is gezet zit ik een beetje te mokken en excuses te verzinnen.

“Je bent een brug. Je hebt die functie,” hoor ik Pepijn zeggen.

Hij laat het me in beeld zien: Je hebt het alledaagse en je hebt het overstijgende. In het overstijgende moet het goed zitten om het dagelijkse goed te kunnen doormaken met elkaar.

Dát is een interessante…

In de zorg, waarin ik veel uren in de week werk en waar mijn gedachten veel mee bezig zijn, gaat het andersom: er moet gezorgd worden dat het dagelijkse stáát (vast dagprogramma, we handelen hetzelfde om zo zekerheid en stabiliteit te bieden aan de bewoners) en alles is erop gericht om het niet persoonsafhankelijk te maken (dat wil zeggen dat het voor de bewoners niet zou moeten uitmaken wie er werkt: we doen allemaal hetzelfde en zijn allemaal betrouwbaar).

Pepijn beweert het tegenovergestelde. Hij suggereert dat het om de relatie gaat. Hoe zit dit?

“De werf is een goed voorbeeld,” haakt Pepijn in op mijn gedachten. “Alles ging anders dan normaal, maar omdat onze relatie met elkaar stáát, kunnen we heel veel aan.”

Ik ben best wat flabbergasted, want ik vind dat hij gelijk heeft. Het is ook vaak een punt van gesprek op mijn werk.

“Je mag trouwens wel iets meer thuis zijn,” maakt Pepijn gebruik van de situatie nu we toch op deze manier contact hebben. “Je kunt de gesprekken ook gewoon thuis doen, daarvoor hoef je niet naar je kantoor. Laatst ging dat ook goed.”

Ik vertel hem dat ik ga overwegen wat hij heeft doorgegeven.

“Ja, er zijn mensen nodig die draden weven,” laat hij weten, als variatie op het beeld van de brug. Draden weven, als in een web, is ook een vorm van verbinding maken tussen het bekende en het onbekende, dat wat we zien en dat wat we te weten kunnen komen via de diercommunicatie.

“Dank je wel maar weer,” zeg ik tegen hem.

“Weer graag gedaan. Het kost me geen moeite.”

Zwermende spreeuwen

In deze tijd van het jaar begin je ze weer te zien, de zwermende spreeuwen. Ze maken de mooiste vormen en het is een genot om naar te kijken. Dus wil ik hier meer van weten. 

M: Dag spreeuwen, ik zou graag met iemand van jullie willen praten over jullie bijzondere wijze van vliegen, het zwermen. Wie kan en wil daar wat over vertellen?
Het is een tijdje stil, geen contact of toch wel? Ik vraag het nog maar eens.
S: Ja, ik wil wel antwoorden maar we zijn druk, kun je ook een ander moment kiezen?
M: Natuurlijk kan ik dat, maar dat is toch helemaal niet nodig, ook al ben je druk, we communiceren op een heel ander niveau en daar maakt dat niet uit.
S: Je hebt wel gelijk, maar ik had even geen zin.
M: Dat is natuurlijk je goed recht. Is er dan soms iemand anders die wel met me wil praten?
S: Dat is nu ook weer niet de bedoeling. Ik ben niet de baas, want wij hebben geen bazen, maar ik wil wel heel graag belangrijk zijn, dus praat dan toch maar met mij.
M: Waarom wil je graag belangrijk zijn, wat betekent dat voor jou?
S: Dit gesprek loopt helemaal verkeerd, jij wilt wat weten over ons zwermen, laten we daar over praten en niet over mij.
M: Helemaal goed. Vertel eens hoe jullie dat voor elkaar krijgen om in grote groepen te zwermen zonder dat jullie botsen, dat is echt een fenomeen voor ons mensen. Wij kijken er ook met bewondering naar als jullie tegen de schemering gaan zwermen.
S: Het is eigenlijk heel simpel, we zijn als groep in een soort trance waardoor we als één geheel kunnen functioneren. Het is dus niet iets mechanisch zoals jullie mensen vaak beweren, maar we zijn echt dan een geheel, niet meer ieder vogeltje afzonderlijk, maar de zwerm als geheel. En als groepen zich aansluiten dan worden die ook opgenomen in het geheel. Soms zie je de groep uiteenvallen of juist samenvoegen en dat kan gebeuren. Als de groep opsplitst dan zijn het twee entiteiten en als het weer samenvoegt is het weer een geheel en een groep zonder individuen.

Als ik dan op internet kijkt hoe de wetenschap het zwermen uitlegt lees ik bij ChatGPT dit:

S: Ja, daar zie je het al, het wordt geheel mechanisch uitgelegd, maar het is echt heel anders. Dat komt omdat veel mensen en de wetenschap vaak helemaal, de spirituele kant van het leven missen en dan moet je een mechanische verklaring hebben. Maar als wij gezamenlijk in trance zijn en dat ontstaat vanzelf bij het formatie vliegen, dan kunnen we de mooiste dansen uitvoeren.
M: Ja, dat is wat mij zo fascineert en waarom ik zo graag dit gesprek wilde voeren. Maar dank je wel dat je dit met me wilde delen.
S: Graag gedaan.

251021