De opgesloten kat

Aan boord leven twee jonge katten van bijna een jaar. Het zijn heerlijke belhamels die volop genieten van het leven. Binnen rennen ze achter elkaar over van alles en nog wat, ze klimmen in de hoge krabpaal tot aan het plafond. Buiten gaan ze op avontuur en hebben een goede schrikreactie als er gevaar dreigt.

We zijn helemaal blij met elkaar en ondanks dat er geen ritme in ons bestaan is, is er toch ook weer wel een ritme. Het valt dan ook op dat Roderick op een morgen niet komt eten. Uiteindelijk is hij 24 uur weg en heb ik al langs de waterkant gekeken (waar hij natuurlijk nooit kan liggen want een verdronken kat drijft weg) en heb ik al roepend buiten gelopen.

Ik begin niet eens aan contact maken want ik weet dat ik niet objectief open kan staan. De pendel is een optie en die geeft meteen aan dat Roderick dood is maar de reden is onbekend. Daar heb ik niks aan, weg met dat ding.

Ik app een van mijn dochters dat de kat weg is en zij merkt meteen op: zit hij niet ergens opgesloten? Dat kan niet, maar mijn hersenen gaan toch even aan het werk. 24 uur geleden ben ik in het vooronder geweest om iets te pakken. Zou hij….? En ja, hoor, ik open het luik en daar zit meneer op een tas. Hij lijkt even verbaasd dat het luik open gaat en dan komt hij in de benen en springt naar buiten.

Twee dagen later ben ik benieuwd hoe hij zijn opsluiting beleefd heeft.

“Het was stil,” merkt hij meteen op. “Heb je geslapen?” “Ja, dat geloof ik wel.” Hij geeft een gevoel door van acceptatie en berusting. Zo van: daar zit ik dan, en nu?

Ik probeer de situatie te reconstrueren en geef dat in beeld door aan hem. Ik hoorde wel een plof, keek nog achterom, maar zag niets dat gevallen was. Achteraf realiseer ik me dat dat de kat geweest moest zijn maar ik heb niks van hem gezien.

“Waarom was je ineens weg?” vraagt Roderick me. “Ik wist niet dat je daar zat, joh!”

Hij laat zien dat het een vreemde situatie was: de stilte, het donker worden. Zijn oplossing was rustig zitten en afwachten. Hij geeft niks van paniek door of actief proberen eruit te komen. Als ik hem goed begrijp heeft hij wel rustig geïnspecteerd of er een uitgang was.

Ik vraag hem hoe hij het vond dat hij er weer uit was. “Toen herkende ik alles weer,” geeft hij door. “De voorwerpen, de lucht, de dieren. Toen kwam ik weer op gang.” Hij laat zien dat hij zich weer vrij voelde om zich te bewegen.

We pakten met z’n allen de draad weer op alsof er niks gebeurd is en ik denk dat het ook zo werkt bij katten.

Wat me wel trof in zijn reactie was de berusting waar hij in zat. Dat zullen andere katten ook hebben en daarom is het zo moeilijk om een kat te vinden die opgesloten zit.

Hondje vriend overlijd en heeft wat te zeggen

Een vriend schrijft me een lange mail waarin hij vertelt hoe de laatste uren van zijn hondje zijn geweest en hoe hij hem mist. Door zijn mooie en droevige bericht heen, hoor ik gewoon Umar heen reageren naar mij.

M: Beste Umar, ik hoor dat je graag wat wilt vertellen aan je baas. Ga je gang.
U: Ik wil heel graag benadrukken dat ik er vrede mee heb en dat ik mijn baasje absoluut niets kwalijk neem. Ik ben blij van de afschuwelijk pijn verlost te zijn. Graag had ik nog langer bij mijn baasje gebleven en nu maak ik me zorgen over of mijn baasje het nu verder redt. We waren zo vergroeid met elkaar, dat we eigenlijk een eenheid waren. Maar ik ben echt blij dat het pijn gedeelte voorbij is.
M: Dat begrijp ik. Ik hoorde van je baasje dat je een darmafsluiting hebt gehad en dat ze nog geprobeerd hebben je te redden door een operatie, maar dat je dat niet overleefd hebt.
U: Ja, ik weet dat mijn baasje alles heeft gedaan om mijn pijn te verzachten of zelfs weg te nemen, maar het mocht niet zo zijn.
M: Wat gebeurt er nu met je?
U: Mijn baasje stuurde me heel veel liefdevolle gedachten en die hielden hem en mij vast om onze nieuwe eigen ontwikkelingen te gaan. Via jou heb ik hem laten weten dat hij daar mee op moet houden om verder te kunnen gaan. Liefdevolle herinneringen zijn heel waardevol en houdt die vooral vast. Maar stuur niet bewust gedachten naar mij, want dat is voor ons allebei beperkend. Zo komen we niet los van elkaar en dat moet uiteindelijk wel gebeuren.
M: Bedoel je te zeggen dat je door gedachten iemand, mens of dier, kunt vasthouden om zich verder te ontwikkelen?
U: Dat is precies wat ik zeg. Door die gedachten te sturen houdt hij mij vast en dan kan ik niet los komen van het aardse leven en dat is niet de bedoeling. Hij is er ook meteen mee opgehouden, hoewel hij absoluut zijn mooie herinneringen aan mij mag en moet blijven vasthouden, maar niet opsturen naar mij. Ik moet verder en zal na verloop van tijd verdwijnen in de groepsziel. Toch blijft er een stukje individueel van mij over, dat meegeleverd wordt met een volgend leven. Dat heeft mijn baasje wel met mij bereikt. We waren zo vergroeid dat ik veel dichter bij het menszijn ben gekomen dan ik anders was gekomen. Daarvoor ben ik mijn baasje erg dankbaar. Ik ben sowieso heel erg dankbaar voor het mooie leven dat hij me geschonken heeft. Hij is van dag 1 altijd bij me geweest en dat is mooi.
M: Mooie woorden die je me zegt. Wil je nog iets zeggen?
U: Nee, dank je wel dat je me de gelegenheid hebt gegeven om dit te vertellen.

 

Vrije wil

Heb ik een lievelingsverhaal in mijn boek In de Stilte hoor je alles? Ik blader es door het boek en moet grijnzen als ik bij hoofdstuk 7 ben: Vrije wil.

Ja, dit is wel een van mijn lievelingshoofdstukken, denk ik. Het begint zo:

“Ik verzucht wel eens: ’Rare jongens, die mensen… ‘ Of ik even kan regelen dat de hond ophoudt met blaffen of dat ik de kat kan laten ophouden met het krabben aan het kleed. Nee, natuurlijk kan ik dat niet. Ik dresseer geen dieren naar ieders believen. Het zou een mooie boel zijn als ik met dieren zou gaan praten om te zeggen wat ze wel en niet moeten doen. Ik kan wel met dieren praten over bepaalde ergernissen van mensen.”

Verderop in het hoofdstuk leg ik uit:

“Goede communicatie met dieren is gebaseerd op respect, verdraagzaamheid én vrije wil. Daarom kan het heel goed dat mens en dier en soms niet uit komen met elkaar. Ik moest een keer een kat vragen waarom ze altijd aan de slaapkamerdeur krabde. De kat wilde graag in de kast op de slaapkamer slapen, zei ze. ‘Dat dacht ik al. Maar dat wil ik niet. Ik vind die haren in mijn kast vies,’ reageerde de vrouw. Beiden waren niet bereid een compromis te sluiten. We moesten dit onderwerp dus afsluiten in de wetenschap dat de kat zou blijven krabben aan de deur en dat de vrouw de deur gesloten zou houden.”

Ook uit dit hoofdstuk:

“Toen wij een jonge gierzwaluw vonden die we wilden voeren, deed hij zijn bekje niet open. We moesten hem dwangvoeren wilden we hem in leven houden. Ik dacht: ‘Het moet toch mogelijk zijn dat ik zijn bekkie open kan praten…’ Dus ik legde het jonge diertje de voordelen uit van het zelf openen van zijn snavel. Maar niks, hoor. Het zat me aardig dwars dat het mij, als tolk, niet lukte om dit voor elkaar te krijgen. Tot ik me ineens realiseerde dat dieren ook een vrije wil hebben. Deze zwaluw vond het nog veel te onveilig, vertelde hij later en dat was de reden dat hij zijn snavel dicht hield. Pas na drie dagen opende hij zelf zijn snavel. Je kunt iemand wel stimuleren, maar de motivatie moet van binnenuit komen, ook bij een dier.”

Jonge Giraf

‘Help ze vermoorden me!Dit komt in mijn hoofd op en ik heb geen idee wat er aan de hand is. Ik probeer me te concentreren op deze noodkreet en voel dat het een giraf is die dit roept en dan is het al te laat. Hij is dood. Een giraf in een dierentuin. 
Ik ben toch behoorlijk van slag van dit hele korte contact en probeer op internet te vinden wat er aan de hand is.
Maar het enige dat ik vind is de dood van een giraf mannetje in een dierentuin in Kopenhagen in 2014. Het ging om Marius en dat heeft indertijd heel veel stof doen opwaaien lees ik. Dit kan niet de noodkreet zijn die ik nu heb gehoord.

Toch kan ik ondanks intensief zoekwerk, niets vinden van een recente giraf die gedood is in een dierentuin. Stopt het hier?

Ik denk dat ik Hyronimus om hulp ga vragen en hij komt meteen ter zake:
H: Fijn dat je meteen aan mij denkt. Ik kan je wel helpen. Het volgende is nu het geval. Er is een film gemaakt over leven en dood en de filmmaker gebruikte deze giraf als intro voor de film.
M: Maar hoe kan het dat ik die kreet nu hoor?
H: Zo’n oerkreet is vastgelegd in alles en die kun je dus soms, als je toegang hebt tot dit soort dingen en dat heb je, ook horen. Het is wel een bijzonder geval, want dit komt niet vaak voor.
M: Zou ik nog met deze giraf kunnen praten?
H: Nee en dat weet je natuurlijk zelf ook heel goed. Je kunt natuurlijk contact opnemen met de groepsziel van de giraffen en proberen zo een gevoel te krijgen van wat er toen gebeurd is.
M: Dan ga ik dat proberen.

M: Groepsziel van de giraffen, kan ik met iemand praten? (Ik heb deze oproep enkele dagen terug gedaan en heb niet meteen antwoord gekregen, maar nu ik alles aan het opschrijven ben, komt er een reactie.)
G: Je kunt contact met ons hebben, maar we kunnen niet over dit geval afzonderlijk praten, want het is echt te lang geleden. Maar wat wil je weten?
M: Dat weet ik eigenlijk niet, ik ben nog te verbijsterd over de kreet die ik gehoord heb en die me erg heeft geraakt.
G: Nou, ik kan wel wat vertellen. We leven in het wild in groepen, waarbij de samenstelling wel kan verschillen. Duidelijk is dat mannetjes ook in eigen groepen kunnen leven, omdat geslachtsrijpe mannetjes niet altijd in een groep geduld worden. Ze zijn dan concurrentie met het dominante mannetje. Dit is gebruikelijk, maar niet altijd zo. Het kan per groep verschillen. Ons leefgebied is Afrika en we zijn niet meer met zoveel in het wild.
M: Dank je wel hiervoor. Waar leven jullie van?
G: Gezien onze lange nek kun je je voorstellen dat we voornamelijk leven van bladeren van de acacia bomen, maar dat is niet altijd genoeg en dan eten we ook van struiken en eten we vruchten. We moeten wel veel eten voor ons grote lijf, dus is de voedselvoorziening de beperkende factor in ons leven. Daarom zijn we ook niet meer met zoveel, want ons leefgebied wordt steeds kleiner. Zoals met bijna alle dieren die in het wild leven.
M: Dank voor deze informatie. Wil je nog wat kwijt?
G: Nu je het vraagt. Het is erg belangrijk dat ons leefgebied in tact blijft, het mag niet nog kleiner worden, eigenlijk moet het veel groter worden om ons giraffen de ruimte te geven. Dat zou mooi zijn als de mensen dat doen en ons echt ruimte geven.

250226

 

Hyena’s

Ik heb een foto gekregen van deze hyena, die vorig jaar in Afrika liep. Ik probeer contact te maken met het dier maar ik merk geroezemoes op. Het lijkt of er een overleg plaatsvindt tussen een groep hyena´s. Ik wacht geduldig en dan komt er een naar voren in mijn beeld. Ze stelt zich voor als de meest geschikte om met een mens te praten. Het dier stelt zich afstandelijk op lijkt te wachten tot ik van wal steek.

Ik leg uit dat ik graag wat informatie zou willen en dat ik volgens mij nog nooit contact heb gemaakt met een hyena. Er wordt een beetje gegromd dat hyena´s geen natuurlijke vrienden met mensen zijn. Het dier laat zien dat ze fel zijn en niet zo geschikt voor vriendschappen. Enerzijds zijn ze solistisch, laat het dier weten, anderzijds zijn ze samenspannend bij dreiging of jacht. Nogmaals komt naar voren dat ze niet heel liefdevol zijn. Een beetje ´kattig´. Ik vraag me af of ik me laat beïnvloeden door Disneyfilms en besluit zo dadelijk wat info te zoeken op internet.

Ondertussen laat de hyena zien dat ze ‘loeren’. Ze bedoelt daarmee dat ze continu waakzaam zijn, bedacht op rellen. Ook laat ze zien dat ze ‘er zijn’ en ‘weer gaan’. Mijn interpretatie is dat ze zichtbaar zijn (voor prooi, andere dieren) en vervolgens onzichtbaar. Of heb ik nu teveel Disney gekeken en zie ik een soort gluiperigheid?

Ik vraag hoe ze aan eten komen en de hyena laat zien dat het wel makkelijk is als een ander het vangt. In die zin lijken ze profiteurs, maar niet negatief zoals wij het vaak bedoelen. Het lijkt meer op een natuurlijk evenwicht: nemen wat een ander laat liggen.

Tot nu toe vind ik ons contact wat zwaar, wat negatief en liefdeloos dus ik vraag naar hun goede eigenschappen. Ze laat zien dat ze heel goed kunnen ruiken, alert zijn en veel bewegen.

Ik vraag hoe ze met hun jongen zijn en daar merk ik een bepaalde zakelijkheid in. Wel goed voor zorgen maar niet langer dan nodig. Zodra het kan: hup, op eigen benen.

Ze vertelt dat ze altijd opmerkzaam blijven en dat hun efficiëntie zit in zo min mogelijk energieverlies. Dat lijkt wat tegenstrijdig met de eerdere opmerking dat ze veel bewegen. Ik probeer later op internet te vinden of hyena’s misschien weinig spelen (en daardoor besparen op energie) maar ik vind niks terug van spel van hyena’s.

Het grappige is dat dit dier me laat weten dat ze wat afstand tot mensen houden. In mijn beeld zie ik op afstand een soort bruine vlek (een groep hyena’s) en daarvoor de hyena die naar voren gestapt is om contact met mij te maken. Naar mijn idee hebben ze echt overlegd of ze dit contact zouden aangaan of mij zouden negeren. Ik heb geloof ik mazzel dat dit dier naar voren gestapt is. Ik bedank het dier en hun gelederen sluiten weer. Interessante dieren, hyena’s …

Egel in winterslaap

M: Dag egel, mag ik je storen?
E: Dat doe je al en ik sta er nu niet voor open.
M: Waarom niet?
E: Ik weet niet of je het weet, maar wij slapen nu, we doen nog onze winterslaap, want het is te koud om buiten te lopen.
M: Heb ik je gestoord in je slaap of kun je ook tijdens je slaap met me communiceren?
E: Eigenlijk heb je me gestoord, maar je hebt me inmiddels zo wakker gemaakt dat ik toch met je kan praten.
M: Sorry, was niet de bedoeling, ik dacht dat je al weer uit je winterslaap was gekomen.
E: Nou dat is toevallig niet zo, vind jij het dan niet koud buiten?
M: Ja zeker, ik vind het behoorlijk koud en zeker die koude oosten wind maakt het buiten niet echt aangenaam.
E: En dan denk je dat wij daar gezellig in rondlopen? Zo gek zijn we niet.
M: Daar heb ik niet bij stil gestaan toen ik dacht met welk dier ik eigenlijk zou willen praten. Ik dacht dat het leuk zou zijn en ik heb je al lang niet gezien en gesproken.
E: Dat klopt, maar dat heeft ook zijn reden, omdat ik in winterslaap ben. Maar goed, ik heb genoeg geklaagd en je duidelijk gemaakt dat je me lastig valt. Waar kan ik je mee helpen?
M: Ik vroeg me af hoe jij dat doet in je winterslaap en nogmaals sorry, ik had gedacht dat ik ook met je zou kunnen communiceren terwijl je in slaap zou zijn.
E: Nou wij gaan in winterslaap zodra het te koud wordt om nog op een goede manier voedsel bij elkaar te scharrelen. We eten veel verschillende soorten voedsel, maar een belangrijk deel is dierlijk. Veel kleine insecten, slakken, rupsen en ook wormen, die we dan uitgraven met onze neus en poten. In de winter is er veel minder voedsel voor ons, maar daarvoor kunnen we in de herfst ons nog te goed doen aan fruit dat uit de bomen valt. Zodoende kunnen we ons best goed vol eten voor we in winterslaap gaan. Dan zijn we zuinig met onze energie en kunnen we het best lang volhouden tot het weer warmer wordt en we gemakkelijker aan voedsel kunnen komen.
M: En nu heb ik je wakker gemaakt.
E: Ja, terwijl ik nog heerlijk in mijn stadstuin onder een hoop bladeren lig, ben ik nu wakker en ga ik straks als het begint te schemeren nog even buiten kijken. Wie weet vind ik nog iets eetbaars. Maar daarna ga ik toch weer een tijdje slapen tot het echt wat lekkerder wordt daarbuiten.
M: Is jouw opgerolde staat en een laagje bladeren voldoende om de koude winter door te komen?
E: Als de plek voldoende beschut is, beslist windvrij, droog en met een lekkere hoop bladeren, kan ik er heel goed tegen.
M: Jij zegt dat je helemaal wakker geworden bent door mij, maar kun je niet alleen met je bewustzijn aan communiceren? Daar hoeft je fysieke lijf toch niet voor wakker te worden?
E: Dat is niet helemaal zo. Als ik echt in winterslaap ben, is ook mijn bewustzijn op een heel laag pitje, dat staat zeker niet aan op dat moment. En als je dan wilt praten, dan moet dat bewustzijn wakkerder worden en daarvoor moet mijn lijf ook een beetje meer wakker worden. Gelukkig niet helemaal wakker. Dus als ik zou willen kan ik ook vrij snel weer inslapen. Maar voor vandaag ben ik zo wakker dat ik ook mijn stijve ledematen even een wandelingetje gun. Niet te veel en niet te ver en ik wil het niet erg koud krijgen, dus ook niet te lang. En zoals ik al zei, misschien vind ik nog wel een lekker hapje.
M: Nou dank je dat je met me wilde praten, ondanks dat ik je wakker gemaakt heb. Ik hoop je in het voorjaar weer eens te zien en horen.
E: Nou wie weet.
250211

 

Zorgzame dumping

Pedro woont op de plek waar Rozette drie jaar geleden heen getrokken was. Op een dag, een kleine anderhalf jaar geleden, was hij er ineens. Inmiddels is Rozette al ruim twee maanden uit zicht verdwenen en tref ik dagelijks alleen Pedro aan. Tijd voor een gesprekje.

Als ik contact maak schrikt hij naar achteren. Stom, ik had voorzichtig moeten starten. Hij maakt al snel duidelijk dat zijn buik vol is (ik had hem net zijn dagelijkse brokjes gebracht) en hij wil wel contact op deze manier.

Ik laat hem zien dat hij er ineens was en dat beaamt hij. Zo voelt het voor hem ook. We vermoeden allebei dat hij ergens bij mensen is geboren en op deze plek neergezet is, misschien wel vanwege Rozette en het feit dat zij dagelijks eten kreeg. Een zorgzame dumping van het kitten kennelijk.

Het opvallende aan Pedro als kitten was dat hij enorm miauwde. Een echte ‘zwerfkat’ zou dat niet doen, die zou zich niet laten opvallen bij mensen. Pedro heeft zich een beetje opgedrongen aan Rozette en uiteindelijk hebben ze daar een modus in gevonden.

Maar nu is Rozette dus al een tijd weg en Pedro is alleen. Ik ben benieuwd of hij iets mist en of hij in een huis zou willen wonen.

Pedro laat zien dat hij zich uitstekend vermaakt in deze hoek, met struiken en diverse schuilplekjes. Hij mist niets. Zelfs Rozette niet, die hij laat zien als een soort grote tante van wie hij veel geleerd heeft en aan wie hij veel gehad heeft.

Ineens hoor ik: “Zit me niet wat op te dringen!” Kennelijk geef ik hem beelden van in een huis wonen, bij mensen en eventueel andere dieren. Pedro wappert het weg en laat zich zien als een gezonde, stevige, vrolijke en zelfstandige kater.

Goed, dat onderwerp is dus afgesloten.

“Hoe zit dat met jou, Pedro?” vraag ik. “Als ik eraan kom dan kom jij al uit de bosjes voordat je me gehoord hebt. Hoe heb je dat toch? Ik kom niet op vaste tijden, dus dat kan het niet zijn.”

Hij laat zien dat hij een jonge, wakkere kat is die goed op zijn omgeving let. Hij laat ook zien dat hij soms wat minder oplet, dat is wanneer hij geconcentreerd aan het jagen is. Op die momenten kan hij zijn omgeving wel eens wat uit het oog verliezen. Maar verder laat hij zien dat hij zijn antennes wijd open heeft en afgestemd is op zijn omgeving.

Ik ga meteen even naar de twee katers die bij mij aan boord leven en ook vaak zitten te wachten als ik eraan kom. Zij laten ook een soort veld om zich heen zien waar ze op zijn afgestemd. Ik realiseer me weer dat dieren beschikken over een veel ruimere wereld. Zij kunnen bij informatie komen waar wij vaak blind en doof voor zijn.

Ik vraag Pedro nog even of ik water moet neerzetten bij hem. Daar vroeg Rozette destijds om. “Welnee, joh, ik loop wel naar het water!” wuift hij het voorstel weg.

Babbelen met je hond

Afgelopen zondag kwam onze buurman mij een stuk Telegraaf brengen waarin een artikel over babbelen met je hond. Hij dacht Eddy lijkt me niet het type mens dat de Telegraaf leest, dus ik breng hem het artikel waar hij vast in geïnteresseerd is gezien zijn AnimalTalks website en zijn boek ‘De man die met dieren praat’. 

En hij heeft gelijk, het was een boeiend artikel over honden die via toestellen ‘praten’ met hun baas. Ze kunnen je duidelijk maken dat ze uit willen, of dat ze willen spelen of dat ze eten willen. Allemaal eenvoudig aan te leren trucjes. En leuk om aan je bezoek te laten zien hoe intelligent je hond is.

Ik vond het boeiende materie en dacht hoe kijkt onze Kaila daar tegenaan. Nou ze zat naast me mee te lezen, en dan niet zelf lezen, maar ze las wat ik in de krant las, in mijn hoofd. Boeiend en ze had ook meteen commentaar.

De afbeeldingen die bij het artikel in de Telegraaf stonden

M: Hallo Kaila wat vind je daar nou van?

K: Wat een omslachtige manier van dingen duidelijk maken. Wij honden zijn veel beter in lichaamstaal dan in goochelen met knoppen. Ik kan jou helemaal lezen, zoals je weet en nu ook weer ziet. En daarmee kun jij mij alles duidelijk maken. En als ik jou iets duidelijk wil maken, heb ik daar geen apparaatje met knoppen voor nodig. Mijn lichaamstaal is heel goed leesbaar.

M: Geef maar meteen een voorbeeld wat ook nu gebeurde.

K: Met plezier. Ik lag heerlijk op bed bij het vrouwtje, terwijl jij aan jouw blog van vandaag begonnen was. Jij zat met je rug naar mij toe en was geconcentreerd aan het schrijven. Ondertussen at je een salade als lunch uit een bakje. Iedere keer als je bewoog moest ik opkijken of je mijn wens wel door had. Maar doordat jij met je rug naar me toe zat, kon je mijn lichaamstaal niet lezen. Na een aantal keren mijn kop opgetild te hebben, dacht ik dat gaat niet werken en besloot ik de directe aanpak. Ik sprong van bed af en legde mijn kop op jouw knie. Je wist meteen wat ik bedoeld en reageerde op de gewenste manier. Je wist dat ik het salade bakje wilde uitlikken en dat gaf je me ook meteen.

M: Ja, zo werkte het. Geen moeilijke apparaten, gewoon naar me toe komen en je lichaamstaal gebruiken. Je had ook kunnen proberen in mijn hoofd binnen te dringen, maar dat is lastig als ik geconcentreerd aan het schrijven ben.

K: Zo is dat. Als jij aan het werk bent, heb je je afgesloten voor alle indrukken van buitenaf. En dan kan ik je alleen bereiken met directe lichaamstaal. Maar die is zo duidelijk dat we elkaar altijd meteen begrijpen. Dat moet toch iedere hondenliefhebber kunnen beamen? Kijk naar je hond en je weet wat hij/zij bedoelt. Zo simpel kan het zijn. Dus voor mij geen knoppen waar ik moeizaam dingen duidelijk moet maken, terwijl het zo gemakkelijk ook anders kan. Daarvoor hoef je helemaal niet te kunnen praten met je hond, zoals wij nu wel doen.

M: Dank je wel voor deze mooie uitleg. Heel duidelijk voor mij en vast ook voor bijna alle baasjes van huisdieren als honden en katten.

250129

Wees als ons, dan begrijp je ons

Ik krijg deze foto van iemand toegestuurd en als ik contact maak, heb ik het idee dat we teruggaan naar het moment van de foto. De olifant (kennelijk heb ik er één te pakken, ik vermoed de grote) geeft aan onverstoorbaar door te lopen. Het lijkt of ze goed op koers lopen en in een bepaalde onverstoorbaarheid die koers volgen.

Ik geef haar het beeld van mensen die ze bekijken en het dier geeft aan dat ze zulke groepen mensen in principe negeren maar dat ze ook kunnen zijn als muggen: vervelend. Deze olifant besteedt niet veel aandacht aan de mensen.

Ik vraag hoe het is om met groepsgenoten met zulke verschillende leeftijden te lopen. Kunnen de kleintjes het wel bijhouden? “Ze moeten wel,” is het antwoord.

Ik maak me wat druk over dat al die grote lijven gevoed moeten worden. Dan krijg ik te horen dat ze best een tijd zonder voedsel kunnen. Meteen popt in me op dat ik dat zo op internet moet opzoeken. “Je vertrouwt je informatie van mij niet,” bromt de olifant.

Ik krijg tijdens dit contact allemaal plaatjes in m’n hoofd van informatie die ik denk te weten over olifanten. Bijvoorbeeld dat gezegd wordt dat ze erg verdrietig kunnen zijn als iemand dood is. “Wij zijn intelligent,” reageert de olifant en ze bedoelt vooral gevoelsmatig intelligent.

Ik ga nog even naar een plaatje of oordeel dat ik heb, namelijk dat ik altijd het idee heb dat hun lichaam beperkt is. Ik hoor de olifant er niet over klagen. Ze laat weten dat ze het lopen best lang volhouden met dat lijf: in een rustig ritmisch tempo.

Er komt weer een plaatje in me op, namelijk het spuiten van zand over hun lichaam. Het dier laat zien dat dat tegen insecten en voor verkoeling is. Het lijkt mij dat zand ook warm is (ik stik van de vooroordelen in dit gesprek) en de olifant wordt er een beetje moe van dat ik alle informatie die ik krijg in twijfel trek.

We gaan weer even naar de mensen en de olifant is helder: “We negeren ze maar als het moet vallen we aan. We zoeken het niet op maar staan ons mannetje.” Ook dit dier geeft door dat ze schieten heel laf vindt. Dat heb ik vaker gehoord van dieren en ik kan het alleen maar beamen!

Ik heb inmiddels even op internet informatie gezocht en ga met de olifant praten over hun intelligentie en over het zogenaamde olifantengeheugen: het goed onthouden van gebeurtenissen. “Het heeft geen zin om iets te leren en het dan weer te vergeten,” zegt het dier. Mijn gedachten gaan naar ons schoolsysteem waar je naar mijn idee zoveel onzinnige dingen leert dat je ze maar beter wel kunt vergeten. Olifanten zijn op dat gebied kennelijk intelligenter: leren wat je nodig hebt, maar geen overdosis onbruikbare informatie.

Ik had ondertussen ook wat gelezen over testen die mensen doen met olifanten om hun intelligentie te meten. De olifant is daar niet van onder de indruk: “Je moet ons observeren in onze eigen omgeving. Wees als ons, dan begrijp je ons.”

Hyronimus over de ziel

Hyronimus spreekt hier over de ziel en heeft op heel wat punten een afwijkende mening ten opzichte van de diverse geloven die er zijn. Dat is misschien wel even wennen. 

M: Dag Hyronimus, we zijn de afgelopen tijd zo lekker bezig met de wat meer spirituele kant van het leven. Mag ik je vragen ons wat te vertellen over de ziel?
H: Dat doe ik graag. Je voelt je geïnspireerd door een verhaal dat je hoorde en ik ga daar graag wat dieper op in.
In veel religies wordt de ziel als iets specifiek menselijks gezien. Alleen mensen zouden een ziel hebben. Dat is onjuist, alles wat leeft heeft een ziel. En dat gaat heel ver, want alles wat leeft betreft dus niet alleen de mensen en de zoogdieren, maar ook de ongewervelden en de bacteriën en de planten en wieren en schimmels. En die ziel kun je ook beschouwen als de aansluiting van de fysieke verschijning aan het Goddelijke, het Hoger Zelf, de Goddelijke vonk. Maar dat is voor de verschillende groepen die ik hierboven noemde wel heel verschillend.
M: Dat is wel meteen een spetterende start. Ga door.
H: Ieder levend wezen heeft iets onsterfelijks, de ziel. Die onderhoud de verbinding tussen het fysieke lichaam en het Goddelijke, zoals ik net al zei. Maar die verbinding is niet één op één. Bij de meeste mensen is dat wel zo, die hebben een eigen rechtstreekse Goddelijke verbinding, die zijn geïndividualiseerd. Die verbinding trek zich terug naar zijn Goddelijk niveau als het fysieke lichaam sterft. Maar is weer diezelfde ziel als het lichaam reïncarneert, dus wedergeboren wordt.

Ieder levend wezen heeft iets onsterfelijks, de ziel

Bij niet mensen werkt dat veelal anders. Die hebben ook een ziel, maar geen eigen ziel maar een gemeenschappelijke of groepsziel. De soort als geheel heeft een ziele verbinding met het Goddelijke, dus niet één op één. Maar het is de natuur en overal zijn uitzonderingen op. Er zijn mensen die onvoldoende geïndividualiseerd zijn en dus geen geheel eigen ziel hebben, zij maken deels deel uit van een vage groepsziel die ook bij mensen aanwezig is. Ik zal proberen dat met een voorbeeld te illustreren.
Je hebt een rivier en al het water dat door de rivier stroomt is onderdeel van die rivier. Maar sommige stroompjes monden uit in een meertje, nu is dat meertje geïndividualiseerd, het is een eigen meertje geworden met een eigen ecosysteem. Maar het is nog steeds water uit de rivier. Veelal is het hoe hoger de ontwikkelingsgraad van eencelligen tot planten, bomen en dieren tot mensen, hoe verder de individualisering gaat. Dat betekent ook hoe meer ontwikkelingsvrijheid de ziel krijgt.

Veelal is het hoe hoger de ontwikkelingsgraad van eencelligen tot planten, bomen en dieren tot mensen, hoe verder de individualisering gaat

Een boom is vaak onderdeel van een ecosysteem met andere bomen of planten of grassen. Zij zijn wel een eigen boom of grasspriet, maar ze zijn duidelijk onderdeel van een bos of een graspol, dus daarmee onderdeel van een geheel. Zij hebben dus een ziel die onderdeel is van een geheel. Een niet geïndividualiseerde ziel.
Sommige hogere dieren die dicht bij de mens staan, krijgen de kans om op die manier ook verder te individualiseren. Zij zijn dan nog steeds onderdeel van de rivier, maar toch ook weer niet als een soort eigen poel. Ik laat niet voor niets het voorbeeld van de rivier zien omdat het geheel vloeiend verloopt. Met allerlei tussenstadia.
Ik hoop dat ik het op deze manier duidelijk heb weten te maken.
M: Het is een ingewikkelde materie, maar ik denk wel dat ik dit allemaal snap. Of ik het ook al mentaal kan accepteren is een ander verhaal. Ik dank je hartelijk voor deze uitleg.
H: Graag gedaan.
250114