Dieren en hun taak op aarde

In 2008 schreef ik het boekje Diercommunicatie in de praktijk. Het is een bundeling van ervaringen van een aantal dierentolken.  Verhalen verouderen niet dus hier het verhaal van een kat:

“Ik werd bij een vermissing van een kat gevraagd.

Toen ik via een foto contact ging leggen met de kat kreeg ik als eerste de omschrijving van de straat door.

Ik gaf het soort huizen door aan de eigenaar en doordat we in dezelfde stad wonen konden we samen de wijk en de straat traceren. Ik beschreef de eigenaar het huis, het gordijntje en de auto die voor de deur stond.

Toen ik contact kreeg met de kat bleek dat hij niet terug wilde naar de eigenaar. In het nieuwe huis was een ziek, gehandicapt kind en de kat liet weten dat hij daar een taak had en niet bij de eigenaar.

De eigenaar is na het gesprek naar de straat toegegaan en zag en het huis en de auto precies zoals ik beschreven had. Maar ze belde niet aan . Het kostte haar erg veel moeite om de kat daar te laten blijven maar ze respecteerde de keus van de kat.”

Diercommunicatie in de praktijkWat wil uw dier u laten weten?

Reacties van lezers: “Ik ben verbaasd dat informatie-uitwisseling op deze manier kan bestaan en dat het zulke goede resultaten tot gevolg heeft.”

“Het is een helder geschreven en interessant verhaal. Het is of ik bevestiging krijg van wat ik altijd gehoopt had, namelijk dat contact niet onmogelijk is.”

“Het is som schokkend en pijnlijk. Het leest in ieder geval makkelijk.”

“Ontzettend boeiend om te lezen. Een vernieuwend boekje. Zo had ik nog niet tegen dieren aangekeken.”

Schimmels: de opruimers van de natuur

Ik loop in het bos met mijn hond en kom langs een boom die vol zit met paddenstoelen. En denk bij mijzelf dat lijkt me boeiend om daar meer van te weten en meteen krijg ik door dat ze open staan voor een gesprekje. Daar ben ik op dat moment nog niet aan toe en ik loop nog enkele dagen rond met de gedachte om met schimmels te praten en steeds als ik langs kom, krijg ik weer een beetje informatie. Dus wordt het uiteindelijk toch een blog. Jullie weten dat ik wat ik doorkrijg altijd ‘vertaal’ naar een gesprek, dus ook nu weer een gesprek.

M: Wat leuk dat jullie zo open staan voor communicatie.
S: Ja dat staan we, omdat bijna niemand aandacht aan ons besteed en we wel een heel belangrijke rol spelen in het ecosysteem, willen we graag wat meer bekendheid. Bijna iedereen denkt bij een paddenstoel op een boom dat de boom ziek is en gekapt moet worden. Dat kan zo zijn, maar hoeft vaak niet.
M: Begin maar bij het begin, ik luister.
S: Wij schimmels leven meestal in de grond, we zijn lange draden, sporen genaamd, die je eigenlijk niet kunt zien, maar we zitten in een bos echt overal in de grond. We zijn belangrijk voor de bossen, want we hebben een enorm netwerk van draden en die sluiten vaak aan op de wortels van bomen. Nu leven wij in symbiose met beuken, maar er zijn heel veel soorten schimmels. Onze symbiose met de bomen in het bos ziet er als volgt uit. Onze honderden, duizenden kilometers lange draden, sluiten aan op de fijne wortels van de bomen en daarmee zijn we een samenwerking aangegaan. Bij beuken kan ik dat uitleggen, omdat wij veel voorkomen op beuken. Beuken zijn bomen die heel oppervlakkig wortelen en dus niet diep, maar wel heel breed, ongeveer de breedte van de kroon van de boom. Maar doordat de beuken niet diep wortelen, hebben ze snel gebrek aan toegang tot water in droge periodes. Dus zorgen wij ervoor dat de boom water krijgt via onze sporen en hun haarwortels. Met dat water komen er ook voedingsstoffen mee, zoals mineralen, fosfor enz., die de boom ook nodig heeft.
M: Maar bij een symbiose hebben er altijd twee partijen belang bij, dus wat krijgen jullie er voor terug?
S: Van de boom krijgen we suikers die wij als bouwstoffen gebruiken om ons stelsel verder te kunnen uitbreiden. Wij zorgen er ook voor dat de bodem onder het bladerdak van de beuk goed verzorgd wordt. Beuken hebben hele zure bladeren en daardoor kan er niets onder de beuk groeien. Wij schimmels kunnen de bladeren helpen verteren, samen met andere schepsels als insecten, wormen, enz. Daardoor wordt de bodem losser, kan ze meer water vasthouden en is er ook een kans dat er iets op groeit. Via onze draden kunnen wij weer CO2 opslaan in de bodem en daarmee zijn wij een belangrijke schakel in het ecosysteem van climate change.

M: Dat begrijp ik, dat schimmel netwerk wordt ook wel het wereldwijde schimmel netwerk genoemd. En wetenschappers beginnen langzaam een idee te krijgen over het belang hiervan.
S: Maar wij doen heel veel meer. We zijn eigenlijk de grote opruimers in de natuur. Doordat we heel veel biologisch afval kunnen omzetten in voedingsstoffen, spelen we een belangrijke rol. We hebben daar wel tijd voor nodig. Zo heb je ons op deze mooie beuk gezien. Deze beuk is al zeker een decennium bezig dood te gaan en ze is nu bijna helemaal dood. Wij zijn via onze sporen door de hele boom doorgedrongen en verteren de houstructuur en maken die zachter, waardoor er takken gemakkelijk vanaf kunnen vallen. Zo kan de boom langzaam sterven en kunnen de gevallen takken weer verteerd worden op de bodem, door ons en door insecten, zodat het weer tot voedsel wordt voor andere organismen als planten en bomen. Maar vergis je niet, je ziet ons eigenlijk niet. Slechts af en toe, als de omstandigheden goed zijn, gaan we bloeien en dat zijn de paddenstoelen die je op de boom of in het bos ziet.
M: Dank voor dit boeiende verhaal. Wat ik me afvraag, hebben schimmels ook bewustzijn dat ik met jullie kan communiceren?
S: Ja en nee. We hebben een collectief bewustzijn, niet individueel. Nu is het sowieso heel moeilijk om te bepalen welke schimmel hoe groot is. Want we zijn allemaal verbonden met elkaar en waar houdt de ene op en waar begint de andere? Maar dat is voor het bewustzijn niet van belang. We zijn op dat gebied als soort één. Maar dan komt het volgende probleem. Er zijn waarschijnlijk miljoenen soorten schimmels en die hebben eigenlijk per soort wel allemaal een vorm van bewustzijn. Wij zitten dicht op de mensen wereld en komen daardoor meer in contact met mensen. Door deze contacten is ons bewustzijn misschien wat groter dan van andere soorten? Het was een genoegen met je te communiceren, dank je wel.
M: Jij ook dank je wel voor dit gesprek.
241023

 

Mijmeringen rond de eindstreep

Ik heb inmiddels al heel wat huisdieren gesproken rond de eindperiode van hun leven hier. Het is voor iedereen natuurlijk het mooist (en het makkelijkst) als het dier er klaar voor is en in stilte dit leven als dier verlaat. Op een natuurlijke manier, zoals we dan zeggen, en bijna geruisloos.

Als een dier oud is, dan kunnen zowel mens als dier nog beredeneren dat er een houdbaarheidsdatum aan een lichaam zit. Dat het lijf op een gegeven moment op is en dat het dan echt niet meer zinnig is om erin te blijven. Het lichaam is letterlijk uitgeleefd.

Het gebeurt ook dat we vinden dat een dier qua jaren eigenlijk nog te jong is om te gaan. Maar ja, niemand van ons heeft bij de geboorte het aantal levensjaren meegekregen. Het is dus maar een aanname en verwachting dat iedere soort een bepaalde leeftijd zou moeten behalen.

Veel huisdieren hebben zo genoten van dit leven. Ze hebben er, zoals ik wel eens zeg, ‘ordinair’ van genoten: er alles uitgehaald wat erin zat. En dan gaat het om lekker spelen, veel aandacht krijgen, goed eten, de dingen doen die bij hun hond- of kat zijn hoort. Het zijn de dieren waar iedereen blij van wordt omdat ze zoveel teruggeven. Als voor zo’n dier de eindstreep in zicht komt, is dat hard. We willen allemaal de goede dingen vasthouden, zowel mens als dier.

Wat me altijd opvalt is dat er aan het eind van het leven van dieren maar twee aspecten belangrijk zijn: de gehechtheid aan het lijf en de mensen die het dier moet achterlaten.

Zonder het lijf had het dier niet mee kunnen doen. En als dat lijf dan ook nog eens goed bevallen is, als een dier genoten heeft van wat het als hond of als kat allemaal kon, dan kan het vertrek zwaar vallen.

Ook het achterlaten van de mensen kan een dier zwaar vallen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor aankomend verdriet en geven vaak door dat mensen daar niet in moeten blijven hangen. Want ze weten dat zij verlost gaan worden van het lichaam en dat ze daarna vrij zijn. Dat laten dieren me vaak zien. Letterlijk van de aardse last bevrijd.

Dieren hebben op ons mensen voor dat ze niet vast zitten aan materiële zaken. Ik heb nog nooit een hond gehoord die doorgaf dat hij z’n balletje zou missen. Of een kat die zich druk maakt om het huis dat hij achterlaat. In die zin kunnen dieren makkelijker loslaten en hebben zij geen last van ballast die wij als mensen met ons mee dragen.

Pauw in het wild in India

M: Dag Pauw, mag ik met je praten?
P: (Een beetje grumpie) Dat ben ik niet gewend, wat wil je van me?
M: Ik wil niets speciaals van je, maar we kwamen elkaar tegen en ik dacht, laat ik eens kijken of je wilt praten.
P: Nou, dat weet ik niet. Ik praat niet zomaar met iemand.
M: Ik hoorde anders dat je min of meer vriendschap hebt gesloten met de bewoner van het huis, waar ik je voor de deur aantrof.
P: Dat is iets heel anders. Hij geeft me af en toe iets lekkers en daar ben ik wel op gesteld. Dus tolereer ik hem wel in mijn omgeving.
M: Ik heb toch gehoord dat het wel iets meer is dan tolereren, je bent wel graag bij hem in de buurt.
P: Dat zeg ik toch, ik blijf af en toe een beetje in zijn omgeving, zodat hij begrijpt dat ik weer wat lekkers wil hebben.
M: Dus eigenlijk ben jij hem aan het trainen om jou te verwennen.
P: Dat noem ik geen verwennen, dat noem ik goed zorgen voor mijzelf. Per slot van rekening loop ik hier vrij rond en moet ik mijn eigen kostje bij elkaar zoeken en als ik dat wat kan vergemakkelijken, dan is dat meegenomen.
M: Ik begrijp het. Heb je nog speciale eigenschappen?
P: Als je dat zo wilt noemen. Ik zit graag in een boom met mijn harem om me heen in de boom. Lastig is alleen dat ik niet zo hoog kan vliegen door mijn prachtige staart, de vrouwen kunnen veel hoger in de boom. En dat doen ze ook.
M: Ben je ook een beetje filosofisch ingesteld of ben je alleen maar een hele mooie mannetjes pauw?
P: Nou zeg, noem jij dat gezellig praten en mij daarbij een beetje uitschelden voor een blaaskaak. Daar ben ik niet van gediend.
M: Zo bedoelde ik het niet, maar ik vroeg me wel af of je ook aan zelfreflectie doet?
P: Doe nu niet zo moeilijk, wij zijn pauwen, we leven niet in andere tijden dan nu, dus wat zeur je over zelfreflectie? Dan ben je toch aan het terugkijken, daar doen we niet aan. En jij zou er goed aan doen ook wat meer in het nu te leven, dan kun je een hoop dingen los laten die je nu als ballast hebt.

Doe nu niet zo moeilijk, wij zijn pauwen, we leven niet in andere tijden dan nu

M: OK, dank je wel voor deze wijze raad. Wat zou ik dan zoal moeten loslaten?
P: Je bent nu verergerd omdat je iemand een opdracht hebt gegeven die al lang klaar had moeten zijn, maar omdat jij niet steeds in het land bent, gewoon blijft liggen. Maak morgen gewoon goede afspraken met die man en laat los dat hij je niet heeft geleverd wat je al veel eerder had willen hebben en nodig had. Daarmee krijg je het niet eerder.
M: Zo, jij leest mij ineens. Je hebt gelijk, ik heb ergernis daarover en dat wil ik die man morgen ook laten weten.
P: Wat schiet je daarmee op? Die man weet dat heus wel, dat hoef je hem niet te vertellen. Als je in de plaats daarvan alleen in het nu bezig bent, hebben jullie geen onderlinge wrijvingen en kun je veel makkelijker tot afspraken komen.
M: Ik zou zeggen daar heb je wel een punt. Maar dat valt niet echt mee.
P: Maar zie je dat je het jezelf veel gemakkelijker maakt door zo te handelen?
M: Ook daar heb je gelijk in.
P: Wilde je nog meer filosofie hebben?
M: Sorry dat ik het vooroordeel kreeg omdat je zo arrogant overkomt, maar je bent inderdaad een wijze pauw en een mooie pauw. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog iets zeggen?
P: Hier heb ik niets aan toe te voegen.
241008

Het verstoten kuiken

Ik was laatst in een tuin waar een haan en kippen de hele dag vrij door de tuin lopen. Er zijn wat kuikens van begin dit jaar en er lopen jongere kuikens bij. Allemaal zeer tevreden. Maar één kuiken loopt in z’n eentje rond. Het blijkt dat dit kuiken al vroeg verstoten is. Tijd om es aan de babbel te gaan. Hoe zal zo’n verstoten dier zich voelen?

Als eerste voel ik een heel tevreden kuiken die doorgeeft dat hij anders is.

‘Ze motten me niet,’ merkt hij op.

Het lijkt erop dat hij zich niet aanpast. Hij is een outsider en geeft mij niet de indruk dat hij bij de groep wil horen.

Hij laat zien dat hij net zo door de tuin pareert als de anderen. Hij doet precies hetzelfde maar alles buiten de groep, inderdaad als een outsider.

Dit diertje heeft geluk gehad want de bewoner van het huis heeft zich over het kuiken ontfermd en de avonden en nachten is het dier bij hem in huis. Het kuiken laat zich uitermate tevreden zien. Hij maakt daar van alles mee wat zijn soortgenoten in het kippenhok niet meemaken.

Ik vertel hem dat ik gehoord heb dat hij nogal dwingend kan zijn. Als hij op de schouder van de man wil zitten, dan wurmt hij net zo lang tot hij goed zit en mag blijven zitten. Bijna grinnikend en een beetje trots laat hij zien dat hij een eigen willetje heeft en ook een solist is.

Het contact tussen ons gaat met weinig woorden maar hij geeft wel beelden en gevoel door. Wat had ik verwacht aan te treffen? Een zielig verstoten dier? Nou, dat is deze niet.

Ik vind het weer erg grappig dat iets anders kan zijn dan ik op het eerste gezicht had gedacht. Dit diertje gaat z’n eigen weggetje en nee, dat is niet ’s avonds braaf in het kippenhok zitten en zich aanpassen aan de rest.

Hoe de rest van zijn leven gaat lopen is nog onduidelijk. Want hoe lang houdt deze man het vol met zo’n huisgenoot? Maar daar maken ze zich beiden nog niet druk om. Het ontrolt zich vanzelf en tot nu toe is het een mooi avontuur. Een kuiken met een verknipt mondkapje als kontkapje.

Kaila en Eddy hebben een misverstand

Enkele dagen terug hebben Kaila en ik een vreselijk misverstand gehad. Ik heb totaal niet doorgehad wat ik mijn hond heb aangedaan. Gelukkig is het misverstand de wereld uit en zijn we weer heel intiem met elkaar.

Kaila is een hele vrije hond, we wandelen veel op de hei of het bos en zij loopt haar eigen paden onafhankelijk van mij/ons, ze is zeker geen afgerichte hond en dat is een bewuste keuze, daar zijn we allemaal gelukkig mee. Maar er zijn enkele basisafspraken waar ze zich uiteraard wel aan moet houden.

Ik zal uitleggen wat er gebeurd is. Op onze ochtendwandeling op de hei, was Kaila ergens ver buiten mijn beeld. Maar we kwamen aan het einde van de wandeling en ik heb even op haar gewacht, gebeurt vaker en is OK. Lize, onze hondenschool instructrice en vriendin zegt dat ik me met vijf minuten geen zorgen hoef te maken. Maar nu duurde het heel lang en heb ik dus twee keer gefloten en ze kwam nog niet. En daarmee was helaas mijn geduld op. Toen ze kwam heb ik haar niet uitgescholden maar duidelijk gemaakt dat dit gedrag niet wenselijk is, door haar te negeren. Uiteraard heeft ze gewoon haar eten gekregen, maar zonder knuffel vooraf van mij. Het was haar ook duidelijk dat ik ontstemd was. Kort daarna kwam mijn broer Kaila halen omdat mijn vrouw en ik een dagje weg gingen en Kaila de dag bij mijn broer zou doorbrengen, daar geniet ze ook van, voor haar ook een dagje uit.

Wij hebben een heerlijke dag gehad en toen mijn broer Kaila om zeven uur kwam brengen werd ik totaal genegeerd. Normaal rent ze enthousiast op me af en word ik als eerste begroet en daarna de rest van de aanwezigen, maar ik werd niet begroet en de anderen wel. Heel opvallend en ik dacht OK, heb ik verdiend als ze de connectie heeft gelegd met mijn negeren en haar vertrek naar mijn broer. Nu eens horen hoe zij dat ervaren heeft.

M: Lieve Kaila, kunnen we praten?
K: Ja, graag, daar geniet ik altijd van.
M: Herinner je nog die keer dat je bij mijn broer logeerde?
K: Dat weet ik nog goed en jij stuurde me weg die dag omdat ik stout was geweest.
M: Daar wil ik het nu met je over hebben. Ik was inderdaad boos op je, maar dat was al lang weer over toen mijn broer je kwam ophalen om een dagje bij hem te zijn. Dat was al dagen van te voren zo gepland.
K: Waarom heb je dat niet gezegd? Ik dacht echt dat je heel erg boos op mij was en dat ik daarom weg moest. Gelukkig mocht ik weer terugkomen, maar toen heb ik jou laten weten dat ik het niet leuk vond wat je gedaan hebt.
M: Het spijt me heel erg dat je die, verkeerde, indruk hebt gekregen. Dat is nooit mijn bedoeling geweest. En voor de duidelijkheid, ik zou je nooit wegdoen en het vrouwtje ook niet. Maak je daar geen zorgen over, nooit meer.
K: Dat had ik inmiddels al wel begrepen, dat het een misverstand is geweest. We hebben het ook diezelfde avond goed gemaakt met elkaar, toch?
M: Zeker, dat was fijn. En ik houd heel veel van je. Het spijt me dat ik je de verkeerde indruk heb gegeven.
K: Laat dat maar zitten, spijt is zo zinloos, dat is leven in het verleden en dat moet je niet doen.

Spijt is zo zinloos, dat is leven in het verleden en dat moet je niet doen.

M: Ik weet het, maar het voelt wel rot dat ik je pijn heb gedaan, dat was niet de bedoeling.
Iets heel anders, waarschijnlijk heb je het al weer door. Maar ik ga over enkele dagen weer voor een langere periode op reis. Dan ga ik naar India waar ik werk te doen heb. Belangrijk genoeg werk dat ik jou en je vrouwtje een tijdje alleen moet laten.
K: Ja, ik heb dat wel vaker meegemaakt. Vrouwtje en ik hebben het dan samen ook heel gezellig en we zijn heel erg op elkaar aangewezen, maar dat is ook mooi. Ik zal op haar passen, dat komt wel goed.
M: Fijn dank je wel, ik weet dat je heel erg je best zult doen, je bent nu al heel erg zorgzaam voor haar en dat is zo lief van je.
K: Als jij ver weg bent, kunnen we dan nog een keer praten om ook een gevoel te hebben dat we nog dicht bij elkaar zijn?
M: Dat lijkt me heel leuk. Weet je, jij kunt altijd contact met mij opnemen als je dat wilt. Ik zou dat leuk vinden en ben misschien niet altijd beschikbaar, maar als je een handig moment uitzoekt en dat kun je, dan kunnen wij met elkaar praten, zou ik ook leuk vinden? Wil je nog iets kwijt?
K: Kom weer snel en goed thuis.
240920

En inmiddels zit ik dus weer in India.

De koe en het eten van vlees

Laatst was ik bij een koemonoloog  ( https://bdvereniging.nl/nieuws/nieuw-project-diermonologen/ ). Vanuit DierenPerspectief ben ik daar bij betrokken maar ik had nog nooit een monoloog op een boerderij meegemaakt. Toen het bij mij in de buurt was kon ik er mooi heen.

Er stonden vier koeien in de wei en met een groep van twintig of dertig mensen liepen we de wei in. Een aantal dagen later maak ik contact met één van de koeien. Kennelijk heb ik niet de leider te pakken want deze koe reageert een beetje bescheiden. Ze vraagt zich af of ik de goede wel aan de lijn heb.

‘Ja, hoor,’ antwoord ik, ‘ik vond jullie zo leuk op deze foto en ik bedoel echt jou.’

Nou, goed, wat ik dan wil weten. ‘Jullie waren zo rustig toen wij de wei in liepen. Hoe was dat voor jullie?’

‘Och, jullie waren met veel maar jullie waren rustig en dan is het goed. Wij waren ook wel nieuwsgierig wat jullie kwamen doen.’

‘Jullie hadden snel door dat er hooi was.’ Een van de zoontjes van de boer had 3 balen stro en 1 baal hooi in de wei gelegd om op te zitten. De koeien gingen al snel naar het hooi toe en ik vroeg me af hoe ze dat zo snel doorhadden omdat de baal hooi helemaal achter de mensen lag. ‘Ja, we zijn niet gek. We vangen de geur op en dan is het gewoon je neus achterna.’

De koe laat zien dat we hen niet verstoord hebben. De monoloog en het gesprek erna ging lekker relaxed.

Ik besluit een voor mij heikel punt aan te snijden, namelijk het slachten en vlees eten.

‘Ja, het eind wordt voor ons bepaald,’ haakt de koe in op mijn gedachten. ‘Wij geven wat terug voor het leven dat we gehad hebben. Het is de circle of life. Het overgangsmoment is niet erg, het moment dat we uit ons lichaam gaan. Wat onrustiger is en wat we niet altijd in de hand hebben, is de aanloop er naar toe. Maar dat hebben jullie ook. Het moment van het lichaam verlaten is niet het punt, maar wel wat ervoor gebeurt.’

Ik begrijp het dier helemaal. Vragen wij ons als mensen ook niet af en toe af hoe het eind zal verlopen? Of we pijn en ongemak zullen hebben voorafgaand aan het overgangsmoment? De koe laat zien dat het het rustigst en het best is als er gewoon thuis geslacht wordt.

Ik vertel de koe dat ik een beetje opzag tegen het moment van dineren, wat volgde op de koemonoloog. Stel dat niet doorgekomen was dat ik geen vlees eet? Ik laat de koe zien dat dat inderdaad het geval was en dat drie mensen de soep en het diner (een stoofpot) niet gegeten hebben.

‘Ach, jullie nemen álles op je, daarmee maak je het voor jezelf zwaar. Maar als je weet hoe een dier geleefd heeft en het was goed, dan kun je wel vlees eten.’

We hebben even een grappige uitwisseling in beeld. De koe laat me zien dat het oké is om vlees te eten maar gelijktijdig laat ze ook zien dat ze zelf geen vlees eet. Het levert een begripvol lachje op tussen ons.

‘Je hóeft het ook niet te eten,’ zegt ze mild, ‘je kunt daar je eigen keuzes in maken. Maar weet wel dat wij er al uit zijn. Je eet een stuk opgebouwd leven. Qua recycling is het wel goed. Stel dat alles weggegooid wordt.’

De koe laat dit allemaal rustig en neutraal zien en bevestigt zichzelf nog eens: ‘Het is allebei goed. Wel en geen vlees eten.’

We gaan het contact afsluiten en de koe nodigt uit om nog eens live langs te komen in de wei. Ze vond het bezoek wel leuk. Ik zeg dat dat er vast niet van komt maar ik ben blij dat ze van de afwisseling genoten heeft.

Paard Hendrik

Hendrik is het paard van iemand die ik al langere tijd ken. Het gaat niet goed met hem en de vraag dient zich aan of ik een gesprekje met hem kan hebben of hij al aan euthanasie toe is of niet. Altijd de moeilijkste beslissing in je relatie met je dier.

M: Dag Hendrik, ik zag je staan hijgen, heb je het zwaar?
H: Ja, ik heb het echt zwaar momenteel, ik ben behoorlijk benauwd en sta maar lucht te pompen om toch lucht te krijgen.
M: Oei, dat klinkt niet goed. Kun je dat wel aan?
H: Dat weet ik niet. Voor mijn gevoel kan ik dit wel even aan, maar het moet beter worden, anders kan ik dit echt niet meer. Ik ben wel heel blij als mijn baasje komt of mijn andere verzorgers en dan kan ik even mijn benauwdheid vergeten, maar het is dan zeker niet weg. Alleen heeft een andere emotie de overhand. Maar dat duurt niet heel erg lang.
M: Met andere woorden, is dit niet lang voor je vol te houden, zeg je.
H: Ja, als je het zo wilt vertalen, dan klopt dat.
M: Verlang je ernaar om dood te gaan?
H: Nee, natuurlijk niet. Het leven heeft me heel veel gebracht, zeker de laatste vele jaren dat ik niet meer hoefde te werken en ik eigenlijk met pensioen was en ik mocht zijn wie ik ben, zonder werk. Daar ben ik heel dankbaar voor dat ik zo heb mogen leven. En met de liefde van mijn baasje en de verzorgers was het goed. En ik ben me er van bewust dat ik over het verleden spreek. Het was goed, maar het is nu niet meer goed. Deze benauwdheid is te zwaar. Dat kan ik echt niet lang meer volhouden.
M: Je krijgt medicijnen hiervoor, heb jij het gevoel dat die werkzaam zijn voor jou?
H: Eigenlijk niet, de benauwdheid gaat zeker niet weg en ik ben nog moeier geworden dan ik al was. Dus ik verlang er zeker niet naar om dood te gaan, maar ik kan dit niet volhouden. Dus als mijn baasje mij kan laten gaan, is dat misschien de beste oplossing.
M: Heb je daarbij nog wensen?
H: Ja zeker. Daar wil ik natuurlijk mijn baasje en liefst ook de andere verzorgers er bij hebben en ook mijn vriendinnetje in de wei, Lalo. Als zoveel liefde om me heen staat, kan ik het aan om afscheid te nemen van iedereen. Dat is voor jullie allemaal zwaar, maar ook voor mij. Ik heb wel een heel bijzondere band opgebouwd met al deze mensen en daar ben ik dankbaar voor. Natuurlijk is mijn baasje de belangrijkste en ik wil heel graag met mijn hoofd op haar schoot liggen als het dan echt gebeuren moet. Denk je dat je dat voor mij kunt regelen?
M: Ik zal mijn best doen.
H: En jij ook dank je wel, voor alle jaren dat ik hier mocht zijn en nu voor dit gesprek, dat maakt het veel gemakkelijker om mijn baasje te laten weten dat ik er nu wel klaar voor ben.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
240830

De peuter en het aapje

Ik krijg een foto door van mijn kleinzoon met een doodshoofdaapje in Apenheul. Ik probeer contact te maken met desbetreffend aapje en voel een heel bescheiden wezen.

‘Waarom ik?’ lijkt hij te willen zeggen.

“Nou,” antwoord ik, “je zat bij mijn kleinzoon op zijn kinderwagen.”

‘O, dat wist ik niet,’ klinkt het weer even bescheiden.

“Dat geeft niet. Ik ben alleen heel nieuwsgierig hoe het voor jullie is om zoveel bezoek te hebben.”

‘Normaal gesproken praten mensen niet met me. Ze kijken alleen maar.’

“Ik kan me voorstellen dat het even gek is maar ik zou het leuk vinden iets van je te weten te komen.”

Het aapje laat in reactie op mijn opmerking over het vele bezoek zien dat er rust in het park is als de mensen weg zijn. ‘Dan kunnen we uitrusten. Een beetje mijmeren. Restjes zoeken. We kijken ook naar achtergebleven spullen.’

Het aapje laat zien dat ze de mensen aan zien komen en meteen is hun wezen gevuld met de vraag wat ze bij zich zullen hebben.

‘De mensen komen in ons terrein. Ze komen wat halen (kijken) maar wij komen ook wat halen.’ Een win-win situatie dus. Eigenlijk mogen ze niet gevoerd worden en het aapje laat zien dat hij dat ook weet. ‘Maar,’ merkt hij een beetje ondeugend op, ‘er zijn altijd kruimels. En geuren. En materialen. Soms pakken we wat.’ Wat ik van het diertje begrijp zijn mensen een attractie voor hem.

Ik geef hem het beeld door van een mensenmassa en hij laat zien dat ze altijd weg willen kunnen, dat ze zich niet laten insluiten. ‘Wij verkennen. En verkennen vraagt ruimte.’ Het aapje laat zien dat hij de kleine mensjes het leukst vindt. Ze hebben een open blik, er zitten niet zoveel oordelen en meningen aan vast.

Ik vraag het diertje of hij het moeilijk vindt om met mij te praten. ‘Nee hoor,’ is het antwoord, ‘jij geeft ruimte.’ Hij laat zien dat hij het okee vindt dat de mensen komen. ‘Als we geen zin hebben in ze, dan blijven we wat meer op afstand. Het is okee hier.’

Ik zeg het dier dat ik dit gesprek ga gebruiken voor publicatie. Dat vindt hij een goed idee.

De volgende dag zit er een kort filmpje in mijn app waarop te zien is dat mijn kleinzoon met één trap van z’n 15 maanden oude voetje een aapje wegschopt. Ik vraag het aapje wat hij daarvan vindt. ‘Ach, dat hoort erbij,’ hoor ik heel laconiek. Hij kan zich er niet druk om maken.

Een vrolijke libelle

Vandaag zoek ik een libelle om een gesprek mee te hebben, ik ben gewoon nieuwsgierig naar deze mooie dieren. En er dient zich een prachtexemplaar aan.

M: Dag Libel, mag ik met je praten? Jij lijkt me zo’n vrolijke flierefluiter.
L: Praten je, flierefluiter in het geheel niet. Wat je ziet is een mooi insect dat heel bijzondere vluchten kan uitvoeren, maar dat zijn altijd nuttige vluchten.
M: Bijzonder om te horen, ik dacht dat jullie altijd een beetje lol maakten met jullie prachtige capriolen in de lucht. Ik vind jullie echte kunstenaars in het vliegen.
L: Ja dat lijkt wel zo en ik moet bekennen dat we heel erg beweeglijk zijn en we kunnen alle kanten op vliegen en heel snel wenden en keren. Dat is nuttig omdat wij in het midden van de voedselketen zitten. Wij zelf jagen op muggen en kleine vliegjes, maar vogels jagen weer op ons en dan wil je toch wel snel uit de voeten kunnen.
M: Daar heb je gelijk in. Maar als ik op een warme dag jullie in grote getalen zie vliegen en de raarste capriolen zie uithalen, is dat vast niet alleen om rovers te ontwijken.
L: Dat klopt, we genieten zelf ook wel van alle kunstjes die we met onze vier vleugels kunnen uithalen. Dus in zoverre heb je wel gelijk dat we kunstenaars zijn voor de lol.
M: Maar nu wat serieuzer. Hoe is jullie leven opgebouwd als je bij het begin begint.
L: We ontstaan uit een eitje dat onze moeder in het water legt. Als eitje worden we larve en dan beginnen we al met eten van andere dieren, dus eigenlijk zijn wij rovers. We voeden ons met andere larven en muggen eitjes en larven, maar ook andere waterdiertjes, soms ook kleine visjes.
M: Hoe lang zitten jullie dan in het water en hoe weet je dat je er uit moet kruipen om libelle te worden?
L: Ons larven stadium is heel wisselend van duur. Soms zijn we enkele maanden larve, maar soms ook wel anderhalf jaar. Dat is afhankelijk van temperatuur en voedselaanbod.
M: En hoe weet je dan dat je uit het water moet kruipen om een libelle te worden?
L: Zoals ik al zei, dat weet je vanwege de temperatuur. Want we kunnen alleen ontpoppen tot een libelle als het warm genoeg is. Wij zijn koudbloedig, als de meeste insecten of alle, dat weet ik niet, en we moeten onze vleugels laten drogen voor we kunnen vliegen. Tijdens dat droogproces zijn we erg kwetsbaar en dus moet dat niet te lang duren.
M: Dat begrijp ik. En als je dan opgedroogd bent en jij bent wel erg mooi opgedroogd, hoe gaat dat dan verder?
L: Leuk dat complimentje van jou, maar daar vind ik geen partner mee. Mijn partner selecteer ik op basis van zijn krachtige uitstraling en dat kan ik zien door zijn vliegkunsten te bekijken.
M: Dus al die capriolen die jullie uithalen zijn ook een vorm van paringsdans?
L: Zo zou je dat kunnen noemen, hoewel we ze ook moeten uithalen om ons voedsel te vangen en om aan onze vijanden te ontkomen. Dus wendbaarheid is heel belangrijk voor ons.
M: En als je dat gedaan hebt, hoe lang leef je dan als libelle?
L: Dat is weer afhankelijk van het tijdstip van ontpoppen en de temperatuur. Zijn we vroeg in het voorjaar uitgekomen, dan kunnen we enkele maanden leven, zijn we later uitgekomen of is er een koude periode gevolgd op een warm voorjaar, dan kunnen we slechts kort leven, enkele weken. En in die periode moeten we volwassen worden en een partner vinden en eitjes afzetten of als mannetje zorgen voor nageslacht. Meestal sterven we vrij snel nadat we nageslacht in de vorm van eitjes hebben afgezet in het water.
M: Dat klinkt mooi en heb je dan het gevoel dat je een mooi leven hebt gehad?
L: Ja, wij zijn eigenlijk wel vrolijke insecten en we hebben wel lol in ons leven.
M: Dank je wel voor dit gesprek, wil jij nog wat toevoegen?
L: Ja, leuk als jullie genieten van onze vrolijke kunststukjes die wij uithalen met vliegen en wees je meer bewust van dat jullie ook bij de natuur horen, dat je er deel van uitmaakt, in plaats van dat jullie je erboven voelen staan.

240827