Op heterdaad betrapt en het gevolg daarvan
Er zijn aardig wat katten bij ons in de buurt. Ik kan niet helemaal volgen hoeveel en wanneer ze geboren zijn. En ook niet of ze de bedrijvigheid op het bedrijventerrein allemaal overleven.
Eén kat zie ik geregeld. Een mooi zwart gestreept dier.
Voor in het schip is een gedeelte dat van buitenaf een stukje open is. Het wordt binnen door een deur afgesloten van de leefruimte.
Hond Sjaantje had me kenbaar gemaakt dat er regelmatig bezoek was in dat gedeelte. Ze rook het door de muren heen. Toen ik ging kijken was het een ´heterdaadje`: de kat vloog achter de betimmering. Heel bijzonder om te zien. Ik ging er maar vanuit dat hij er weer achter weg kon komen.
Ik heb contact gemaakt met deze kat, wat niet heel makkelijk ging overigens. Hij wilde niet zoveel bemoeienis, maar ik wilde hem toch uitleggen wat mijn bedoelingen waren. Dus ik vertelde dat in het voorjaar een bedrijf is afgebrand waar katten een onderkomen hadden. En omdat Rozette er niet meer is, wil ik wel onderdak bieden aan degene die dat wil. Ik heb het dier uitgelegd dat ik de onderkomens van Rozette in die ruimte zou zetten en dat er ook elke dag eten neergelegd wordt. Plús een camera. Ja, zo netjes heb ik het allemaal gecommuniceerd naar het dier. Geen stiekeme opnames.
Meteen de eerste nacht dat de camera er stond was het raak. De kat kwam lekker eten. De volgende dag heeft hij een paar uur geslapen in één van de onderkomens.
Maar ja, onze eigen katten hebben de plek ook gevonden en op de camera kan ik zien dat zij het grootste gedeelte van het voer opeten.
Als ik het er met ze over heb, hoor ik: ‘Er staat toch geen naambordje bij?’ “Nee, maar jullie eten nu het eten van onze gast op.” De beestjes maken zich er niet druk om.
Ik ga weer contact maken met de gestreepte kat.
‘Wat wil je toch de hele tijd van me?’ hoor ik. “Nou, nou,” reageer ik, “de hele tijd? Dit is de tweede keer. Ik weet dat je het wat spannend en misschien onnodig vind, maar als je aan boord komt en je steeds laat zien, moet je er maar aan wennen dat ik af en toe contact opneem. Dat hoort erbij. Doe ik ook met de eend.”
Een ‘brommerig gemorrel’ is zijn reactie.
Ik laat de kat zien dat hij geboren is op dit bedrijventerrein. We komen samen tot de conclusie dat hij geen vaste plek heeft. Homeless. ‘Ik weet niet beter,’ hoor ik en ik heb niet de indruk dat hij iets mist.
Hij laat wel zien dat het onrustig kan zijn. Hij doelt op de bedrijvigheid van grote auto’s. Maar ze zijn oplettend genoeg om niet in de problemen te komen (ik denk erbij: dat geldt vermoedelijk voor degenen die het overleefd hebben). Hij laat ook zien dat ze een groot terrein hebben en dat ze zich verspreiden.
Ik laat hem onze katten zien en zeg dat zij op het schip leven. Ze zijn veel buiten, maar hun vaste plek is op het schip.
Dat zij binnen zijn en op het schip horen, geeft even een error bij deze kat. ‘Mag ik niet aan boord komen?’ vraagt hij. “Nou,” probeer ik uit te leggen, “wij mensen zitten wat raar in elkaar. Deze katten zijn hier dankzij mij gekomen en het is logisch dat zij een thuis hebben. Maar jij komt hier uit jezelf en ik denk dat de meeste mensen zouden zorgen dat je niet binnen kunt komen. Ik heb juist een plekje voor je gemaakt. Dus ja, je mag wel komen.”
‘Je hoeft me echt niet te voeren, hoor. Als er iets ligt is het leuk, maar ik ben niet afhankelijk van jou.’
“Dat doet me goed. Want ik hoor Rozette al waarschuwen dat ik niet voor iedereen kan zorgen. Dus fijn dat je zo opportunistisch bent en mij niet het gevoel geeft dat ik echt voor je moet zorgen. Dat geeft mij ruimte.”
Ik leg de kat nog wel uit dat het leven aan boord niet zonder risico is. “Jullie moeten elkaar goed verdragen en elkaar niet buiten in de gangboorden gaan opjagen. Want als jullie in het water belanden, moet je maar zien of je er goed uit komt.”
Ik ga ervan uit dat dit verhaal een vervolg gaat krijgen aankomende maanden.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!