Het lot van dieren bij natuurbranden
De afgelopen weken zijn we massaal geconfronteerd met natuurbranden. Ik had daar in de laatste Nieuwsbrief reeds voor gewaarschuwd, we hadden een hele droge en zonnige april, heerlijk maar niet voor de natuur. En dat werd meteen duidelijk.
Tijdens de branden ving ik herhaaldelijk noodkreten van dieren op. Waarna Ik met de vraag zit hoe hebben de dieren in deze brandgebieden het ervaren? Deze volgende gesprekken hebben zich gedurende enkele weken afgespeeld en heb ik hier min of meer samengevat in dialogen.
Ik stel me open en er meldt zich meteen een haas, wel typerend (dit is een inside grapje).
M: Dag haas, wil jij me wat vertellen over hoe jij de natuurbrand hebt ervaren?
H: Als eng.
M: Wil je iets meer delen?
H: Ik heb mijn leger bij het leger en ben dus wel wat gewend inzake herrie, knallen en ontploffingen en ook af en toe een brandje. Dat is allemaal heel gewoon. Maar dit keer was het ongewoon. Het eerste wat me opviel was de rook, er was meteen veel rook. Daarna hoorde ik ook het knetteren van de brand en vlammen heb ik pas veel later gezien. Maar daar waar rook is, ga je als een haas meteen weg. Je weet nooit wat er van rook kan komen. Dus ben ik vertrokken, niet met de noorderzon, maar wel tegen de wind in. Lastig was dat er op meerdere plekken brand was en daardoor moest ik af en toe afwijken van mijn vluchtroute. Niet echt een probleem, als haas ben ik snel genoeg om het vuur voor te blijven, tenzij ik ingesloten raak. Dat gebeurde niet.
M: Dank voor je verhaal. Zijn er nog soortgenoten van jou omgekomen?
H: Dat denk ik wel, want het is het seizoen van de kleinste kleintjes en die liggen verstopt in het gras of een kuiltje en die kunnen meestal niet zomaar wegrennen. Die sterven helaas, moeder haas probeert dan van alles maar rent uiteindelijk meestal zelf ook weg om zichzelf te redden, soms zijn ze dan gewoon te laat. Heel triest, maar er sterven heel veel jonge hazen, ook door roofvogels, vossen, enz. Dus het hoort gewoon bij het jonge leven.
M: Dank voor je verhaal.
Ik ga op zoek naar een volgend dier dat zich wil laten horen en ik krijg contact met een regenworm.
M: Dag worm, wil jij mij vertellen hoe het was om een natuurbrand mee te maken vanuit jouw perspectief?
W: Geen probleem. Ik ben zoals jullie dat noemen, een verticale worm, een pendelaar.
M: Wat betekent dat?
W: Je hebt verschillende wormsoorten. Soorten die vooral vlak onder de oppervlakte zitten, zo genaamde horizontale wormen. Zij zitten voornamelijk in de eerste laag van de grond en gaan niet diep. Zij zullen een natuurbrand niet overleven, want de grond wordt veel te heet voor ze. Dan heb je de groep regenwormen die diep in de bodem zitten, zij hebben zelden last van een brand. En onze soort die plantenresten van boven de grond diep naar beneden brengen, we boren dus verticaal.
M: Duidelijk en jij behoort tot die laatste groep en hebt daardoor meer overlevingskansen?
W: Dat klopt. Zodra wij voelen dat het warmer wordt kunnen we dieper de aarde in gaan en meestal lukt het dan om tijdig naar beneden te komen, maar zeker niet altijd. Meestal wordt het warmer omdat het buiten erg warm en zonnig is. Maar soms ben je op zo’n moment gewoon op de verkeerde plaats en word je verrast door de hitte van een brand. En de brand kan ook ondergronds gaan en dan kunnen wij het wel moeilijk krijgen. Maar ik was er ook bij en heb het kunnen redden. Een geluk is ook dat op plekken waar natuurbranden veel voorkomen over het algemeen weinig wormen wonen, wij wormen leven voornamelijk in kleigrond en veel minder vaak in zandgrond. Over het algemeen kun je zeggen dat onze wormsoort weinig problemen ondervindt van natuurbranden. Dat geldt echter zeker niet voor alle wormsoorten.
De volgende die zich meldt is een klein wollig bruin vogeltje, ik herken hem niet.
M: Dag vogel, sorry dat ik je niet herken, maar wat ben jij voor een soort vogel.
V: Jullie noemen mij een boompieper, wat nergens op slaat, want ik zing heel mooi en bijzonder. Helemaal geen gepiep.
M: Dank voor je introductie. Was jij aanwezig tijdens de brand in ’t Harde?
V: Ja, daar was ik en daarom reageerde ik ook op jouw oproep om ervaring te melden.
M: Fijn dat je je gemeld hebt, kun je me iets vertellen van jouw belevenissen en wil je dat?
V: Ik zal proberen er volgens de tijdlijn over te vertellen. Het was een normale dag, er werd geschoten en er waren knallen en explosies, maar dat is niet abnormaal. Dat hoort bij onze zomer leefomgeving. Daar staat tegenover dat het juist een hele rustige omgeving is, er gebeurt weinig spannends, dus een uitstekende plek om te broeden. Ik had een nest gebouwd op de grond, zoals we altijd doen en ik had het mooi bekleed met wat mos en we waren er aan toe om er eitjes in te leggen.
Op de dag dat de brand uitbrak was het best eng. Het begon met veel rook en ineens laaide het vuur heel hoog op en kroop dat vuur alle kanten op. Ik was eerst nog gewoon eten aan het zoeken, insecten op de grond, maar ik schrok van het lawaai van het vuur en ben toen weggevlogen. Dat is natuurlijk ons voordeel, wij kunnen vliegen en ons heel snel verplaatsen. Natuurlijk word je dan gehinderd door de rook en de hitte, maar je kunt je buiten gevaar brengen. Dat geldt niet voor mijn nest dat na dagen dat het vuur en het blussen duurde, niet meer terug te vinden was. Ik ben inmiddels begonnen aan een nieuw nest.
M: Dat klinkt alsof het voor jou best wel meeviel deze brand.
V: Dat is ook zo, gelukkig hadden we nog geen jongen en is er niets ergs gebeurd.
Als ik alle dieren die ik gesproken heb zo hoor valt de schade bij de dieren eigenlijk wel mee. Toch was dat niet mijn gevoel bij de noodkreten die ik opving. Dus moet er nog een gesprek plaatsvinden met een dier dat wel degelijk ernstig getroffen is door de branden. Er meldt zich een konijn.
M: Dag konijn, dank dat je met me wil praten. Kun jij vertellen wat jou is overkomen tijdens deze natuurband?
K: Zeker kan ik dat vertellen. Ik heb het er erg moeilijk mee. Maar ik zal bij het begin beginnen. De dag begon als een normale dag, de herrie van de oefeningen horen bij het wonen op deze plek. Maar ineens kwam er veel rook en daarna de herrie van vuur en pas veel later het vuur zelf. Ik woon in dit gebied en heb er een gezinshol waar op dat moment de kleintjes woonden, zes stuks. Ik was diep in het hol gekropen want ik was bang. Dit had ik nog nooit meegemaakt, zo’n ongelooflijke herrie en hitte. De vuurzee raasde over ons hol heen, we werden letterlijk gekookt, allemaal voor mijn gevoel. Het deed erge pijn en het stonk afschuwelijk, tot ik merkte dat ik geen pijn meer voelde en ik een beetje boven mijn hol zweefde en ik kon goed zien wat er met de omgeving was gebeurd. Niets was meer hetzelfde, alles was z(Het verhaal van de Australische Honing papagaai) wart geblakerd en stonk en hier en daar rookte het nog.
Ik ben teruggegaan naar mijn hol, maar ik kon niets meer doen voor de andere bewoners. Dus ben ik een tijdje in ons hol gebleven en daarna dacht ik dat het tijd werd om wat te drinken en te eten. Maar ik kon niets eetbaars meer vinden en ook water was er niet meer. Dat was heel raar, ik had ook geen honger maar meer uit gewoonte ben ik naar eten gaan zoeken. En als ik dacht dat iets misschien wel eetbaar was, wilde ik knabbelen maar kon ik het niet te pakken krijgen. Alsof mijn tanden geen sprietje meer vast kon houden.
Dit verhaal van het konijn wordt een beetje vreemd voor mij en ik vermoed dat het konijn eigenlijk ook dood is maar dat zelf nog niet doorheeft. Ik ben dat ook tegengekomen toen ik me met een grote natuurbrand in Australië had bezig gehouden (het verhaal van de Australische Honing papagaai, nog te publiceren). Dieren die zo getraumatiseerd over zijn gegaan dat ze zelf niet beseften dat ze al overleden waren. Daar hebben Hyronimus en ik toen een ritueel voor ontwikkeld om deze dieren die een soort dwalende geesten zijn, te helpen te beseffen dat ze zijn overleden en dat ze verder kunnen gaan naar hun groepsziel en thuiskomen (in dit verhaal is het ritueel opgenomen, nog te publiceren). In dit geval heb ik dit ritueel ook toegepast op dit konijn.
M: Konijn mag ik vragen hoe het nu met je gaat?
K: Je had gelijk, ik was dood maar besefte dat helemaal niet en dacht dat ik nog leefde, alleen voelde het leven zo anders. Dat is dus blijkbaar wat een trauma met je doet als je plotseling en geheel onverwacht sterft. Dank je dat je me geholpen hebt.
M: Daar heb je gelijk in. Maar dit kan iedereen overkomen, ook mensen kan dit overkomen en dan blijven ze rondspoken, soms heel lang. Dank voor dit gesprek.
260422/260513



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!