Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

“Ga het niet idealiseren”

Naast mijn werk als dierentolk werk ik ook een aantal uren in de zorg. Op mijn route kom ik altijd langs een biologische varkenshouderij. In het voorjaar ging het hek open en hadden de grote varkens de beschikking over een groot grasveld, dat ze al snel helemaal omgewroet hadden.

Ik word altijd blij als ik langsrijd en geniet van de wroetende dieren.

Al weken verheug ik me op een gesprekje met de varkens en vandaag ga ik er eens lekker voor zitten.

De animo om te praten is er niet erg. Op een gegeven moment komt een oudere zeug naar voren en zegt dat het bijna haar tijd is. “Ik loop al heel wat jaartjes mee hier,” legt ze uit, alsof ze daarmee laat zien dat als iemand recht van spreken heeft zij het wel is.

“Wij zijn er om te gaan,” vervolgt ze. “We moeten wat opleveren: biggen, vlees.”

Het is of ik een klap in m’n gezicht krijg. Om eerlijk te zijn had ik een blij gesprek verwacht.

“Ook hier is het niet alleen romantiek,” reageert het varken. “Het is alsof we bij onze geboorte al op een straflijst staan.”

“Eh… ik had eigenlijk gerekend op meer vreugde…,” zeg ik aarzelend, “meer een halleluja-verhaal.”

“Je zit in een gek beeld. Daarom denk je dat dit leuk is.”

In een flits zie ik hoe we gewend zijn aan hoe we onze wereld in elkaar gezet hebben. We zitten er midden in, worden erdoor gevormd. Het zogenaamde kritische en bewuste denken dat we menen te ontwikkelen is eigenlijk ook heel beperkt want het gaat nog steeds uit van de bestaande situatie.

“Okee…” Hoe moet ik hier nu op reageren?

“Als ik langsrijd zie ik jullie wel altijd in de grond wroeten.”

“Je moet het optimale eruit halen van wat erin zit,” reageert het varken. “Maar we blijven gevangen. Ga het niet idealiseren.”

“Typisch menselijke norm”

Ik ben heel blij met de QR code die de webmaster heeft gemaakt zodat het verhaal van Rozette voor iedereen leesbaar is.

Maar wat me dwars zit is dat ik de fietsenspecialist, die de buurman van Rozette is geworden, niet heb genoemd in de blogs.

“Je hebt er ook niet naar gevraagd,” hoor ik als ik er met Rozette over begin. “En het is typisch weer zo’n menselijke norm dat je je daar druk om maakt.”

Dankjewel, Rozette, dat is weer duidelijk. Menselijke norm of niet, ik ga de blogs toch aanvullen om het verhaal compleet te maken.

Rozette is er helder over: deze man is niet een van de outsiders maar iemand waar ze ook wat mee heeft opgebouwd en waar ze een vanzelfsprekend gangetje naartoe heeft. Ze geeft het gevoel van vertrouwdheid door en eigenlijk is ze ook heel blij dat hij een soort bodyguard is.

“Hoe bedoel je dat?” vraag ik haar.

“Hij beschouwt deze hoek als van hem en ik hoor daar ook bij.”

Ik moet grinniken want ik weet nog precies hoe zijn vrouw mij benaderde toen hij in het nieuwbouwpand kwam en ze mij naar Rozette zag gaan. Wat ik daar wel niet kwam doen. Net als Rozette ben ik blij met hem en het is mooi dat we nu hetzelfde soort voer geven. Rust voor de darmen.

Als je als kat afwijkt van de menselijke norm

Rozette heeft gekozen voor een buitenleven. Dat ging drie jaar goed, maar de laatste tijd is daar verandering in gekomen. Het braakliggende terrein dat ze uitgekozen had als woonplek is inmiddels bebouwd en Rozette´s huisjes in de struiken liggen nu pal naast een parkeerplaats. Er zijn diverse mensen die haar onregelmatig eten geven en ik dacht dat dat leuk was, dat Rozette geaccepteerd was als buitenkat met vaste verblijfplaats. Maar zo ligt het niet helemaal.

Het begon toen ze in een akelig gevecht terecht kwam met een andere kat en ze een beschadigd oog en hangend oor opliep. Met natuurlijke medicatie kwam ze daar na een paar weken redelijk doorheen. Maar ze werd dunner en haar andere oogje werd ook wat dik.

Ik ging een paar dagen op vakantie en vroeg iemand om twee maal daags bij Rozette langs te gaan om eten en medicatie te geven. Tijdens mijn vakantie kreeg ik een mail met de vraag of ik wel weet hoe ontzettend slecht het gaat met het katje. En als ik aan deze verwaarlozing niks doe, dan is de afzender van deze mail genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.

Een beetje overdonderd vraag ik of mijn vervanger Rozette kan vangen en naar het schip kan brengen. Maar Rozette laat zich uiteraard niet vangen, dat wist ik ook wel. De situatie vreet aan me en ik vraag een andere dierentolk of zij in gesprek wil met Rozette. Want het kan natuurlijk zijn dat ik alles helemaal verkeerd interpreteer.

Barbara gaat in gesprek met Rozette en uit de veelheid aan informatie die Rozette doorgeeft, selecteer ik voor deze blog:

Rozette wekt de indruk dat ze er niet echt iets op tegen heeft om met mij te praten, maar dat ze niet zit te wachten op allerlei mensen. Piek is genoeg. Hoewel ze mij niet echt afhoudt, wil ik me ook niet opdringen. Daarom wil ik eerst maar even vragen of ze op dit moment wil ingaan op een gesprek. Ik denk van wel, maar hoor het graag van haarzelf. Dan voel ik mij ook wat vrijer om mijn vragen te stellen.

B: “Wil je liever een andere keer praten?”

R: “Nee, het is al goed. Jij bent rustig, dat voel ik. Er is veel opwinding om mij heen. Er wordt aan me getrokken. Maar het gaat niet om mijn belang. Ze vinden me mooi én zielig. En willen voor hun eigen profiel en gemoedsrust iets voor mij doen.

Ik wil contact met rust en aandacht. En gepaste afstand. Ik ben een sterke kat, heb al veel wijsheid vergaard. Jullie mensen leren bushcraft. Onzínnig om jullie eigen lessen op mij toe te passen. Ik ben als kat alles en meer waar bushcraft voor staat. Er zijn er niet veel die ik vertrouw. Piek wel. De rest zijn passanten! Ze laten je ook zo weer vallen. Ik heb niks van hen nodig.”

En dan zegt ze er meteen achteraan: “Het gaat helemaal niet goed! Ze geven me van alles te eten. Ik wil zelf voor mijn eigen eten zorgen. Ik kan namelijk niet alles goed verteren wat ze voor me klaarzetten. Maar dat weet ik van tevoren niet. Ik eet ervan, maar mijn darmen lopen vast. Niet verstopt, maar mijn spijsverteringskanaal raakt in de war en daar loop ik op vast. Ik moet om mijn darmen denken. Eten dat niet voor mij geschikt is, trekt ook andere dieren aan. Dat wil ik niet. Mijn darmen hebben onrust. Ik weet niet wat ik daaraan moet doen.”

Ze vervolgt: “Denk niet dat ik niet dankbaar ben! Maar hoe meer afstand ik hou, hoe meer mensen denken dat ze nodig zijn en hoe zieliger ze me vinden. Zo doe ik het dus nooit goed. Dit is de paradox van de onduidelijkheid nu. Het gaat tegen mijn belang in. Mijn eigen authenticiteit helpt me nu niet. Het is gevaarlijk. Ik voel me bedreigd! Het is een vicieuze cirkel.”

Ze doelt erop dat het haar natuur is om afstand te houden, maar dat die afstand kennelijk een aantrekking heeft op mensen, terwijl ze daar niet op zit te wachten. Zich terugtrekken, wat haar natuur is, helpt haar in deze situatie niet en werkt juist averechts. Dit ervaart ze als een vicieuze en onveilige cirkel.

Rozette: “Piek is de enige die me echt begrijpt. En kan helpen. Zij beschermt me. Maar het kost haar ook wat, dan wordt zij niet begrepen. Mag ik dit van haar vragen? Wat vind jij?”

B: “Rozette, nu vragen Piek en jij mij allebei iets. Ik probeer jullie vragen en belangen helder te krijgen. Jouw authenticiteit is álles voor Piek. Jouw welzijn ook. Het mag soms beter en soms minder met je gaan, dat is de natuur. Hoe zie jij dit?”

R: “Zie ik ook zo. Maar als mijn vrijheid in het geding komt, raak ik de weg kwijt. Als ik opgesloten zit, hetzij in een fysieke kooi hetzij in een mentale kooi, omdat ik naar de mensen-maatstaven moet dansen, dan raak ik de weg kwijt. Dan kan ik niet goed bij mijn natuur komen.”

Ik merk dat Rozette hier echt paniekerig van wordt,  het raakt haar. Ze wil dit niet en het geeft haar het gevoel alsof ze uit regie is.

B: “Dit is wat bij mensen ook vaak gebeurt. Dan rennen ze zich (door zelf opgelegde maatstaven) voorbij en dan raken ze hun eigen natuur kwijt. Het klinkt alsof jij daarin wordt meegesleurd. Hoe kun je dichter bij je eigen natuur blijven? Wat heb je nodig?”

R: ”Ik wil het liefst wegkruipen en met rust worden gelaten. En af en toe met Piek praten. Zelf voor mijzelf zorgen. Niet dat iedereen zich met mij gaat bemoeien. Het ging goed.”

Dan roept, of liever schreeuwt, ze het uit: “Laat me!!”

Ik stap over naar het voorval waardoor ze zo gehavend was geraakt.

B: “Wat is er gebeurd?”

R: “Ruzie om eten. Andere dieren komen erop af. Het ging me niet om het eten maar om mijn plek. Daar moeten de andere dieren vanaf blijven.”

B: “Dus je hebt echt een plek?”

R: “Ja, dit is mijn plek. Spijker een bordje op mijn plek. Afbakenen. Vanuit mijn naam. ‘Rozettes Place. Bij vragen het telefoonnummer van Piek. Of een QR code erbij naar de blogjes van Piek over mij. Dat kan tegenwoordig zo makkelijk. Maar dan moeten alle blogjes wel bij elkaar staan. Graag nog een blogje erbij, over dat ik geen huiskat ben. En dat normen niet bestaan. Dat is een verzinsel van mensen. Omdat ze zonder normen niet netjes met elkaar en de natuur omgaan. Maar ik heb niks aan hun normen. Het brengt mijn veiligheid in gevaar. En mijn gezondheid door maar verkeerd en teveel eten te blijven neerzetten. En het brengt de veiligheid van Piek in mijn omgeving in gevaar. Piek mag niet aangetast worden. Dit zou voor mijn welzijn niet goed zijn. Geen twee of meer kapiteins op het schip. Wat ontzettend stóm, dat je dit als kat aan mensen moet gaan uitleggen. Wie houdt nu wie voor de gek? Laten ze zich om hun eigen besognes bekommeren! Ik word gebruikt als afleiding. Maar mijn leven is mijn zaak.”

B: “Piek heeft zorgen over je gezondheid, je bent magerder dan anders.”

R: “Ik heb last van maag en darmen en voel me koud en onrustig. Ik wil graag eenduidig voer voor mijn maag en darmen en voor het gevoel van kou en onrust wil ik graag de rust en liefde van Piek. Verder: ik wil géén ruzie. Het sop is de kool niet waard. Mensen moeten een stapje terug doen. De oplossing zit in het maken van afspraken. Dat moeten mensen onderling doen; dan kan ik uit de paradox komen. Ik wil me veilig kunnen terugtrekken, zonder dat mensen dit zielig vinden en extra toenadering zoeken. Ik heb niks tegen mensen, maar ik ben er niet voor hen. Ik ben er voor mij en leef mijn eigen leven. Zo wil ik het.”

B: “Prima, Rozette. Duidelijk. Wil je nog iets zeggen?”

R: “Ik vind het fijn dat je zo goed naar me hebt geluisterd. Jij hebt geen oordelen, daardoor kon ik me een beetje vrij voelen en onder woorden brengen wat er aan de hand is. Mijn natuur terug in beeld brengen. En je bent niet eens een kat…”

B: “Nee, ik ben een mens. Dank je wel, Rozette.”

 

Schaap met beperkingen

Op de plek waar ik onze hond Kaila regelmatig uitlaat hangt een briefje dat er in de wei een kudde van twaalf schapen staat, waarvan er altijd één niet bij de kudde staat. Zij heeft een hersenvliesontsteking gehad volgens het briefje en heeft geen kuddegevoel meer. Dit daagt mij natuurlijk uit om een gesprek met haar te voeren.

M: Dag schaap, kunnen we praten met elkaar? Ik ben ….. en ben heel benieuwd hoe jij je voelt hier in de wei?
S: Ja, we kunnen wel praten, maar wat wil je?
M: (Het schaap communiceert een beetje sloom, het gaat langzaam en komt er ook langzaam uit) Ik ben eigenlijk benieuwd naar jou. Je ligt hier alleen ver van de kudde af en je ligt een beetje te snoepen van het gras, maar staat niet te grazen, zoals andere schapen dat meestal doen. Waarom ben je anders?
S: Ik geloof niet dat ik me anders voel, maar misschien heb je gelijk en ben ik wel anders, want ik lig graag alleen of sta en loop alleen. Waarom? Ik weet het eigenlijk niet. Ik voel me erg moe en ben dus niet zo graag aan de wandel, zoals de andere schapen dat doen. Maar het is ook niet zo dat ik alleen maar op één plek lig.
M: Nee, dat heb ik gezien. Ik heb je enkele dagen geobserveerd en zag je regelmatig ergens anders liggen, maar inderdaad wel altijd liggen. Doe je dat omdat je zo moe bent?
S: Ja, ik lig graag, dat is ontspannen.
M: Is er iets gebeurd met je dat je zo moe bent?
S: Niet echt, ik zou het niet weten.
M: Jouw verzorgers laten weten dat je een ernstige ziekte hebt gehad, kan dat daardoor komen?
S: Ja, nu je het zegt dat klopt. Ik ben erg ziek geweest een tijdje geleden en daar ben ik weer van opgeknapt, maar ik blijf heel moe.
M: Voelt je je niet veiliger bij de rest van de kudde?
S: Ik voel me hier alleen ook veilig, de ander schapen maken het niet veiliger als ik daar bij hen ben.
M: (Het schaap voelt een beetje uitgedoofd uit, er komt niet zo veel uit, en als er wat uitkomt is het langzaam en kort, de verlammende moeheid is eigenlijk een alles overheersend gevoel.) Wil je nog wel blijven leven?
S: Wat is dat voor een rare vraag. Natuurlijk, ik leef toch en heb best een goed leven hier in de wei.
M: Je bent niet depressief of zo?
S: Nu ga je allerlei menselijke gevoelens aan mij toeschrijven, die heb ik niet. Ik ben gewoon moe en je kunt me beter ook met rust laten in plaats van die onzin te vertellen.
M: OK, heb je nog iets wat je kwijt wilt?
S: Nee en ga nu maar.
230727

Ik realiseer me dat ik te direct geweest ben naar het schaap en dat hij alle reden had het gesprek te beëindigen. Ik besluit morgen nogmaals met het schaap te willen praten en duidelijk te maken dat ik een fout heb gemaakt. Ook uit andere gesprekken met dieren heb ik geleerd dat een dier zich eigenlijk nooit gehandicapt voelt, ze vergelijken zichzelf niet met anderen en ze accepteren situaties zoals ze zijn. Een hele mooie eigenschap eigenlijk. 

M: Lief schaap, sorry voor gisteren. Ik was wat te direct met mijn vragen en heb je daarmee afgeschrikt. Sorry daarvoor. Ik wil je eigenlijk alleen maar een knuffel geven.
S: Excuses aanvaard. Ja, je was wel erg ruw met je vragen. Maar als je wilt weten of ik van mijn leven geniet? Ja, dat doe ik. Op mijn manier en in mijn tempo, maar ik geniet ervan.
M: Ik zag je vanochtend vlak bij de kudde liggen, dat zag er wel goed uit, alsof je deel uitmaakte van de kudde.
S: Natuurlijk maak ik deel uit van de kudde, maar ik lig vaak ergens anders omdat de kudde zich veel sneller en vaker verplaatst dan ik. Vanochtend was dat juist omgekeerd. Ik lag daar heerlijk en de kudde kwam bij mij staan, daardoor leek het alsof ik in de kudde lag.
M: Nou dank je wel voor je reactie en nog een fijne tijd.
S: Je mag gerust af en toe komen ‘buurten’.
M: Doe ik. Dikke knuffel.
230728

Hyronimus 21: Waarom koeien onthoornen?

M: Dag Hyronimus, we hadden al een heel gesprek onderweg tijdens mijn wandeling met Kaila. Maar ik wil het graag gestructureerd houden en dus nu nogmaals voor de archieven.
H: Ja we hadden het over de koeien.
M: Ja, ik wilde je vragen waarom het mogelijk niet goed is om koeien te onthoornen.
H: Dat gebeurt tegenwoordig eigenlijk bij de meeste koeien en is niet goed voor de koeien. Wat je feitelijk doet is de antennes van een koe afzagen of afbranden en daarmee wordt het voor de koe veel moeilijker om goede contacten te onderhouden met zijn soortgenoten.
M: Dus eigenlijk worden koeien daarmee nog een stapje verder een productiemiddel en nog verder ontwezend?
H: Daar heb je gelijk in. Een koe kan in wezen goed communiceren met zijn soortgenoten door middel van gedachtenkracht. Eigenlijk ook op de manier zoals wij ook ‘praten’. Maar door de antennes van een koe te verwijderen of ernstig in te korten, kan die koe niet goed meer afstemmen en krijgen we misverstanden in de communicatie. Gevolg is dat de koe zich door zijn soortgenoten niet begrepen voelt en zich daarmee verder terugtrekt in zichzelf. In het slechtste geval wordt de koe eenzamer. De koe wordt dus iets afgenomen dat zij nodig heeft in de dagelijkse communicatie en dat is eigenlijk wreed naar de koe toe.
M: Ik neem aan dat mensen die dat doen zich dit niet bewust zijn en het alleen maar doen om verwondingen die per ongeluk kunnen optreden als ze elkaar met de hoorns prikken, tegen te gaan.
H: Ja, dat is wel zo. Maar het kwaad dat ze aanrichten weegt absoluut niet op tegen de voordelen van een enkele verwonding die kan optreden.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
230707

Ik ben een koekoeksjong

K: Ik ben een koekoeksjong en ik ben heel groot.
M: Zo jij voelt je best groot zeg. Leuk je ontmoeten, dat wilde ik graag.
K: Dat is gelukt, we hebben al enige tijd contact maar nu het echte werk. Mijn eierlegger (zeg maar zijn biologische moeder) heeft wel 21 eieren in allerlei nesten gelegd. Ze was een beetje laat met haar eieren en daardoor had ik een moeilijke start.
M: Wat bedoel je daarmee?
K: Ik bedoel dat ik later uitkwam dan de andere eieren. En dat is heel lastig want eigenlijk stopt mijn pleegmoeder met broeden zodra de eieren uit zijn gekomen. Dan gaat ze voer zoeken. Ik had geluk, ik kon er nog net op tijd uitkomen, maar had daardoor geen eieren om me heen maar jongen. Gelukkig was ik al een groter toen ik uit het ei kwam en daardoor kon ik mijn snavel al verder openen en het meeste voer krijgen.
M: Hoe ben je dan opgegroeid? Met al je pleegbroers en -zussen?
K: Ben je mal, nee. Zodra ik kon heb ik ze een voor een over de rand van het nest geduwd.
M: Vind je dat niet gemeen, anderen doden voor jouw overleven?
K: Nee, geen sprake van. Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren. En weet je, als mijn fysieke lichaam daar in dat nest die dingen doet, ben ik nog niet echt in mijn lijf, dat komt pas wat later, dus mag je het mij ook niet kwalijk nemen dat mijn lijf dat doet.

Het is gewoon mijn drang, daar kan ik niets aan doen, het is ingeboren

M: Ik weet niet of ik dat niet een te gemakkelijke verklaring vind. Aan de andere kant begrijp ik dat het je overlevingsdrang is die je dit laat doen, dus heb ik er geen oordeel over.
K: Dat is mooi, want het verandert niets of jij nu wel of geen oordeel hebt.
M: Ik probeer te begrijpen waarom het zo werkt als het werkt. Heb je er enig gevoel bij dat je drang je maakt tot iemand die anderen dood.
K: Wat is dat nu voor een onzin. Het leven bestaat uit opeten of opgegeten worden. Ik leef van het opeten van insecten en daar brengen mijn pleegouders me mee groot, denk je daar ook zo over?
M: Je hebt volkomen gelijk, je hebt me overtuigd, ik heb een hypocriet gevoel in deze. Excuses, ik wilde je niet kwetsen.
K: Je hebt me niet gekwetst, maar je hebt gewoon een kromme redenering.
M: Terugkomend op iets wat je eerder zei. Ik zit nog niet in mijn lijf, dat komt later. Wat bedoel je daarmee?
K: Ik kom als (deel van een groeps)ziel in mijn lijf nadat ik uit het nest ben en ik, zoals je op de foto ziet door een van mijn pleegouders gevoerd wordt. Dan heb ik pas goede overlevingskansen. Daarvoor gaat het te vaak mis in het opgroeien om er al in te gaan zitten. We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt.

We wachten dus even af tot we een grote mate van zekerheid hebben dat het fysieke lijf het gaat overleven. Dan stappen we in. De natuur heeft ons redelijk efficiënt gemaakt

M: Dat is boeiende informatie. Ik had geen idee dat het zo werkte. Wil je nog wat vertellen?
K: Ja, ik ben blij met dit gesprek want wij koekoeken hebben een slecht imago omdat we doen wat we doen en waar jij ook moeite mee had. Wij zijn eigenlijk hele leuke vogels en iedereen kan wel genieten van onze zang, maar heeft dan toch weer een oordeel over hoe we groot gebracht worden. En ik heb laten zien dat jullie een hypocriet oordeel hebben, zeker de vleeseters onder jullie. Maar jij had dat blijkbaar ook.
M: Dank je wel voor alles wat je verteld hebt. Ik ben blij met het gesprek.
230608

Danger

“Schrijf es wat vaker over de gesprekken die je hebt met mensen en hun dier,” zegt Eddy wel eens tegen me. Ik weet dat dat heel boeiend is, maar ik vind het niet kunnen omdat er zoveel subtiliteit en persoonlijke dingen boven komen. Toch begrijp ik dat het voor AnimalTalks heel interessant is om meer te horen van de huisdieren. En ineens ging er vanmorgen een licht bij me op. In 2008, 15 jaar geleden, heb ik een boekje geschreven over diercommunicatie en heb ik diverse tolken geïnterviewd. Dat is allemaal al met toestemming gepubliceerd dus waarom niet onderwerpen uit dat boekje hier plaatsen?

Uit: Diercommunicatie in de praktijk / wat wil uw dier u laten weten?

“Danger was een bijzonder agressieve, onbenaderbare hond waar zowel de huidige eigenaar, dierenartsen en gedragstherapeuten geen raad mee wisten. Er werd de eigenaar geadviseerd om hem af te maken. De eigenaar was echter de mening toegedaan dat een hond van nature niet vals is en nam contact op met mij.

Het bleek dat de hond extreem mishandeld was waardoor hij zo vals geworden was. Hij had als levensmotto dat de aanval de beste verdediging is. Daardoor moest hij altijd alert en op zijn hoede zijn. Hij had een ernstig slaaptekort en was bekaf, wat hem tegen het psychotische aan bracht. Van binnen was hij echter een angstige, onzekere en zeer getraumatiseerde hond.

We zijn tot de deal gekomen dat als hij zijn best zou doen om niet meer te bijten, hij een andere naam zou krijgen. Hij is namelijk geen gevaar. Doordat we naar het dier hebben geluisterd, voelde hij zich begrepen.

Vanwege de ernst van de situatie is op mijn verzoek nog een keer een gesprek geweest en daarin bleek dat het leven van de hond wezenlijk veranderd is. Hij is inmiddels een schoothond geworden en zijn eigenaar geniet enorm van hem. Zijn naam is nu Angel.”

Stalbrand – 9.000 varkens omgekomen: wat vindt het varken zelf?

Helaas horen we deze berichten vele malen per jaar, een stalbrand waarbij dieren omkomen. Volgens Wakker Dier zijn er de afgelopen 15 jaar ruim 250 stalbranden geweest en zijn daarbij 2,4 miljoen dieren omgekomen. Natuurlijk is dat een schijntje vergeleken bij het aantal dieren dat jaarlijks geslacht wordt in Nederland, dat zijn er namelijk 1,7 miljoen per dag, vooral kippen, maar ook varkens en runderen. Maar toch, dit is een hele andere dimensie van doodgaan. Ik ben benieuwd hoe de varkens deze brand zelf ervaren hebben.

M: Ik zou graag willen praten met een varken dat deze stalbrand heeft meegemaakt, is dat mogelijk?
V: Je mag met mij praten, ik was erbij en ik ben verbrand samen met mijn 14 biggetjes.
M: Wat erg dat dit je overkomen is. Kun je me iets vertellen over jullie gewone leven voor de brand?
V: Ja, dat kan. We woonden in een stal met veel andere varkens, maar geen megastal zoals jullie dat noemen. De boer en zijn personeel zijn best aardig, maar zijn opgegroeid in een manier van doen met dieren die niet bepaald diervriendelijk is. Zij weten niet echt beter, maar waren ook niet echt geïnteresseerd om het beste voor de dieren te doen, het is een bedrijf en dat moet produceren. Dat betekent dat wij zeugen in kleine hokjes liggen om te baren en als dat gebeurd is dan zijn de biggen bij ons, maar wij kunnen ons niet echt meer bewegen. Een betrekkelijk korte tijd zijn we een soort biggen productiemiddel en dan zijn we klaar en gaan we naar de slacht. Dat lot kennen we en daar zijn we niet echt blij mee, maar dat is zoals het is. Wij kunnen dat niet veranderen, dat moeten jullie mensen doen. Wij kunnen niet anders dan onze omstandigheden accepteren.
M: Dat begrijp ik, jullie kunnen als varkens dat niet veranderen en wij mensen zullen dat moeten doen. Er begint wel wat te veranderen in de mening van mensen, steeds meer mensen zien jullie dieren, dus ook jullie varkens als mede bewoners van onze planeet Aarde en zijn van mening dat we jullie veel en veel beter zouden moeten behandelen. Maar daarmee is het nog niet veranderd, maar dat gaat wel komen. Helaas hebben jullie varkens, kippen en koeien daar nu nog niets aan.
Kun je vertellen hoe de brand was vanuit jouw perspectief?

Bij ons dieren brak enorme paniek uit, vooral bij de biggen die er helemaal niets van snapten. Je weet niet wat het is, maar je kunt ineens nauwelijks meer ademhalen.

V: Ja dat kan ik en ik ben blij dat je me dit enkele dagen later vraagt, want eerder was ik er nog veel te emotioneel onder. De brand brak midden op de dag uit, ik heb geen idee waarom. Ineens was er overal rook en daarna kwamen de vlammen. Bij ons dieren brak enorme paniek uit, vooral bij de biggen die er helemaal niets van snapten. Je weet niet wat het is, maar je kunt ineens nauwelijks meer ademhalen. Ademen is toch al moeilijk in de stallen omdat ze benauwd zijn, maar dit was anders en je kon ook niets meer zien. De boer heeft zijn best gedaan om iets tegen de rook te doen, maar dat lukte niet, het vuur kwam heel snel opzetten. Wij varkens zitten opgesloten in onze hokken en kunnen onmogelijk daar uit komen. De biggen kunnen wel vrij bewegen rondom ons, maar ze zijn zo bang dat ze allemaal op en of onder mij proberen te kruipen en ik zou ze heel graag willen beschermen, maar dat kan ik niet, ik kan niet eens gaan staan om ze te beschermen. Dus het overkomt je terwijl je niets, helemaal niets kunt doen. Dat is super frustrerend, want je zou je biggen voor alles willen beschermen. Je kun alleen maar gillen, want zelf was ik natuurlijk ook in paniek. En dan komt het einde heel snel. Eigenlijk ben je door de rook al zo ver verdoofd dat je niets voelt van het vuur dat je lichaam verbrandt. En dan is alles over. Je bent niet meer in de stal, je bent vrij en voelt geen pijn meer, maar je bent totaal in de war waar je wel bent. Dat heb ik nog niet opgelost, ik weet het nog niet, maar ik voel dat ik geholpen word om verder te komen, ook mijn biggen zijn ergens hier.
M: Wat een ingrijpend verhaal. Ben je boos op iemand die dit jou heeft aangedaan?
V: Nee, op wie zou ik nu boos moeten zijn? Dit gebeurt, daar kan niemand iets aan doen toch? Het einde is eerder gekomen en anders dan wat ik verwacht had. Het zij zo.
M: Dank je wel voor dit eerlijke verslag. Wil je nog iets vertellen?
V: Ja, maken jullie mensen maar haast met dat aanpassen van hoe jullie met productiedieren omgaan, zoals jullie ons noemen.
230408

Zelf leren communiceren met dieren

Laatst zat ik met een groepje kinderen samen die graag met dieren zouden willen kunnen praten.

“Wat zouden jullie dan willen weten van de dieren?” vroeg ik.

“Wat ze lekker vinden!”

“Waarom ze met hun staart kwispelen!”

“Wat een zilverrug gorilla denkt!”

Zo heerlijk om niet al te ingewikkeld te denken maar gewoon het plezier te willen ontdekken van het communiceren met dieren.

Ook wij als volwassenen kunnen dat plezier terugvinden als we ons ervoor open stellen.

Wil jij ook ontdekken hoe het is om bij het innerlijk leven van dieren te komen en informatie uit te wisselen? Kom de cursus volgen bij ons!

http://Dierencommunicatie (happyviewschool.online)

Hyronimus 19: In het hoofd van Zelensky

M: Dag Hyronimus, vandaag wilde ik graag met je hebben over de Oekraïense president Zelensky. Er zijn een hoop mensen die verschillend over hem denken.
H: Ja Eddy, we hadden al even contact over hem en al wat uitgewisseld, nu zullen we het formele gesprek voeren. Zoals ik Zelensky zie, zie ik een president die zich extreem inzet om zijn land door een onmogelijke oorlog heen te loodsen. Hij is het boegbeeld van verzet geworden in de korte tijd dat hij president is. Veel mensen beschouwen hem als een oorlogsheld en dat is hij niet. Maar hij bezit de eigenschap om een volk te leiden door een periode waarin ze een echte leider nodig hebben die ze laat zien wat er allemaal mogelijk is. En wat hij heel knap doet is de Westerse wereld bij deze oorlog betrekken. Zonder zijn zeer actieve en tactische bemoeienis bij deze oorlog zou het Westen de oorlog hebben vergeten en hem in de steek gelaten hebben na mooie woorden en weinig daden. Helaas waar het Westen om bekend staat. Het is zijn verdienste dat hij de Westerse wereld erbij betrokken houdt. Dat is knap en absoluut een vermelding waard.
M: Maar hij heeft toch ook een verleden waar corruptie aan kleeft?
H: De Westerse wereld kijkt ook naar hem met de ogen van nu en ziet dat hij niet vrij is van corruptie. Maar daar wil ik toch een kanttekening bij plaatsen. Bij jullie was het twintig jaar geleden ook heel gewoon dat artsen een reisje naar de Bahama’s of elders werden aangeboden door de medicijnfabrikanten en als je dan in naam een cursus of symposium volgde, dat had je een heerlijke week vakantie en was je daarna de fabrikant voldoende dankbaar dat je het betreffende medicijn iets gemakkelijker voorschreef dan dat van de concurrent. Dat vond iedereen gewoon. Zelfs nu nog zijn er politici, en ze staan dan wel voor de rechter, die het gewoon vinden dat voor iets hoort iets. Vergeet niet dat Zelensky uit een Sovjet omgeving komt waarin hij is opgegroeid met een zeker vorm van cliëntisme. Dus was dat normaal voor hem dat hij er zelf ook beter van werd. Daarmee is hij geen slecht mens.

Vergeet niet dat Zelensky uit een Sovjet omgeving komt waarin hij is opgegroeid met een zeker vorm van cliëntisme

M: Waarom ben je zo mild over hem?
H: Ik ben niet speciaal mild over hem, maar ik wijs je erop dat jullie misschien veel te hard oordelen over iemand die je niet mag vergelijken met jullie huidige tijd en gevoel van corruptie. Jullie voelen je als een van de braafste jongetjes van de klas, maar dat zijn jullie ook niet altijd geweest. En daarom mag je hem nu niet vergelijken met jullie normen van nu. Hij heeft aan het cliëntisme mee gedaan, maar daarmee is hij geen boef. En als je kijkt wat hij nu allemaal doet voor zijn land, dan maakt hij heel veel goed. Hij is zelf ook veel verder opgeschoven naar de Westelijke waarden dan een jaar geleden. Dat doet oorlog met je. Helaas kan oorlog ook het tegenovergestelde met je doen. Dat zie je bij de soldaten van de Wagner groep. Hier verdwijnt de menselijke kant, bij Zelensky zie je steeds meer zijn menselijke kant en hij is oprecht heel goed bezig voor zijn land.

Dat zie je bij de soldaten van de Wagner groep. Hier verdwijnt de menselijke kant, bij Zelensky zie je steeds meer zijn menselijke kant en hij is oprecht heel goed bezig voor zijn land

M: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Jij dank je wel dat je dit ‘misverstand’ ter sprake brengt waardoor ik je de verschillende kanten kon laten zien.
230205