Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Hyronimus 15: Hyronimus over de oorlog in Oekraïne

Zoals bijna iedereen maak ik me zorgen over de oorlog in Oekraïne en moeten deze helden nog heel lang lijden? In drie gesprekken met Hyronimus heb ik veel informatie over de achtergrond kunnen krijgen. Hier de integrale versie van deze drie gesprekken.

Gesprek 1: 3 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten?
H: Ja heel graag en ik zeg je meteen dat ik geen toekomst voorspeller ben, maar ik wil graag proberen om dingen te verklaren vanuit de menselijke geest zoals die in het universum klinkt.
M: Je begint al antwoord te geven voor ik je een vraag heb gesteld.
H: Dat is niet zo moeilijk, ik ben aanwezig in jouw geest en weet wat je denkt en voelt.
M: Maar de lezers van deze blog kennen de vraag nog niet, dus mag ik je de vraag nog even stellen?
H: Ga je gang.
M: Wat is jouw mening over de huidige crisis die is ontstaan door het binnenvallen van Rusland in Oekraïne?

Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft.

H: Zoals gezegd kan ik de toekomst niet voorspellen. Wat ik zie is een volkomen geïsoleerde man in het Kremlin die een boze uitstraling heeft. Hij is boos om het onrecht dat hem is aangedaan, zo voelt hij dat. Hij voelt het als erg persoonlijk, dat maakt het moeilijk. Doordat hij zich uitsluitend omringd heeft met mensen die nooit tegen hem in zullen durven gaan, is hij ook het contact met de werkelijkheid verloren. Hij gelooft echt in de bedreigingen die er uit gaan van zijn fantasieën. Daarom had hij in zijn ogen geen enkele keuze om deze invasie niet te beginnen. Zijn eisen zijn gerechtvaardigd in zijn ogen en als anderen dat niet begrijpen zullen ze helaas geconfronteerd worden met zijn ijzeren wil om zijn doel toch te bereiken. Dat is wat er nu gebeurt.
M: Wat kunnen wij doen om de Oekraïners een hart onder de riem te steken?
H: Een hart onder de riem steken is niet moeilijk en de wereld laat zien dat ze dat doet. Er is een ongekende eenheid, nooit eerder vertoond in de laatste zestig jaar, direct na de tweede Wereldoorlog was er ook een enorme eensgezindheid van dit willen we nooit meer. En nu laat de Westerse wereld dat weer zien. De vele hulpacties die op gang komen zijn hartverwarmend. Daarmee steken jullie ze een hart onder de riem. Maar dat is volstrekt onvoldoende om dit arme volk te helpen deze agressor buiten hun land te houden. Daarvoor is oorlog nodig en dat wil niemand. Dus wordt er gezocht naar andere manieren om deze crisis op te lossen. Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan. Ook als dat betekent dat het ten koste van heel veel gaat. De man zal zijn waanideeën in Westerse ogen, niet opgeven en hij zal dus doorgaan te proberen die te bereiken, ten koste van heel veel.

Ik begrijp heel goed dat oorlog zeer onwenselijk is, maar deze man verstaat die taal het beste en zolang hij die weerstand die hij begrijpt niet krijgt, zal hij doorgaan.

Maar zijn het waanideeën? Hij voelt zich echt bedreigd, is daar misschien een heel klein beetje van waar? Dit is een moeilijke vraag, een echte gewetensvraag.
Het is nu veel te laat om via die weg nog naar het conflict te kijken, nu is er maar één weg, via de wapens. Bij sommige landen en personen begint door te dringen dat de Oekraïners zich als helden gedragen door tegen deze grote overmacht terug te vechten, maar ook zij kunnen niet anders. Ze hebben van de vrijheid geproefd en kunnen en zullen die niet opgeven. Gelukkig worden ze langzaam in staat gesteld zich te gaan verdedigen. Dit kan een lange oorlog worden, maar er is natuurlijk altijd ook nog een andere uitweg. Die uitweg moet van binnenuit Rusland komen. Dat zal heel moeilijk zijn, lang niet alle Russen zijn daar aan toe, maar wel een steeds grotere groep.
M: Nou dat was een lang verhaal, maar ook een duidelijke analyse.
H: Kun je hier wat mee?
M: Ik ga het zeker als blog plaatsen, maar of dit is wat de mensen willen horen betwijfel ik. Hoe kan nu een geestelijk wezen, zoals jij dat bent, voor oorlog pleiten?
H: Dat doe ik niet, alleen zie ik dat momenteel als enige uitweg. Ik ben in dit geval dus boodschapper en niet de bedenker van de boodschap. Wil je dat alsjeblieft in je beeld vasthouden?
M: Je hebt gelijk, ik mag jou dit niet aandoen, dat ik je beschuldig van voor een oorlog pleiten. Jij zou het ook graag heel anders willen kunnen oplossen, sorry.
H: Is OK.

Gesprek 2: 9 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Ja.
M: Ik heb twijfels of ik jouw gesprek inzake de oorlog in Oekraïne wel juist heb weergegeven. Ik twijfel weer aan mezelf, vertaal ik het wel goed. Want de uitkomst van het gesprek is zo dicht bij wat mijn mening is, dat ik vrees dat ik er te veel ‘eigen’ zaken in heb gelegd.
H: Je weet dat dat gevaar altijd aanwezig is als je niet een heel goede vertolker bent. En op dat niveau zit je nog niet, vooral niet omdat je niet dagelijks oefent. Maar je bent niet slecht en dat heb ik al vaker gezegd. Waar heb je je twijfels?
M: Omdat het voor mij eigenlijk niets nieuws bevatte, het was alsof ik mijn eigen mening had opgeschreven en dat maakte me wantrouwig.
H: Ik kan je wel een beetje helpen, want inderdaad was het geen feilloze vertaling van mijn gedachten die je hebt opgevangen. Op het punt waar je schreef dat er maar een uitweg is, die via geweld, heb je wat gemist, daarom was je ook zo verbaasd dat ik voor oorlog pleitte in jouw ogen.
Natuurlijk pleit ik niet voor oorlog. Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn en dat wordt ook zo gevoeld. En zo’n gevoel blijft in het nationale bewustzijn hangen, dat is nooit goed. Door middel van onderhandelingen kun je veel beter een oplossing bereiken die minder een gevoel van verliezers en winnaars geeft, maar die het gevoel geeft van we hebben gezocht naar een oplossing en die gevonden. Daarbij hebben twee partijen een positief en een negatief gevoel, maar die houden elkaar in principe in evenwicht. Dus als het goed is geen litteken op de groepsziel van een volk.

Oorlog en geweld is nooit een oplossing voor iets, omdat het betekent dat er ‘winnaars’ en ‘verliezers’ zijn

Op dat moment in de oorlog, we spraken elkaar op 3 maart (de achtste dag van de invasie), was er bij de geïsoleerde man in Rusland geen ruimte meer om over onderhandelingen na te denken. Die situatie is nu ingrijpend veranderd. Hij merkt dat hij geïsoleerd is geraakt, niet in zijn land, dat ziet hij nog niet. Maar hij is in de wereld geïsoleerd geraakt en had nooit gerekend op een krachtig antwoord van een in zijn ogen zwak en verdeeld Europa. Daarom wilde hij ook niet met Europa praten, dat bestond in zijn ogen niet. Zoals de situatie nu is, is niet uit te sluiten dat hij toch wil onderhandelen en niet alleen maar onaanvaardbare eisen stelt, maar wel bij zijn belangrijkste eis blijft dat er nooit meer een dreiging mag en kan uitgaan vanuit Oekraïne. Door zijn veroveringen heeft hij wel een sterke uitgangspositie voor onderhandelingen verworven. Dus de internationale vereenzaming van deze man moet wel in stand blijven. (Het is nu de veertiende dag van de invasie).
M: Dank je wel voor deze toelichting. Je bent dus van mening dat ik een acceptabel verslag heb weergegeven van ons gesprek.
H: Nee, jouw weergave was goed, maar niet volledig. Dus kwel jezelf niet. Je kunt dit gewoon publiceren. Misschien moet je nog actualiseren kort voor jouw publicatie, want de situatie verandert steeds.
M: Dank je wel. Een andere vraag. Was jij het die het haantje in de tuin van mijn dochter heeft opgegeten?
H: Nee, dat zou ik nooit doen. Niet dat ik het niet zou kunnen, maar uit respect naar jou zou ik dat nooit doen. Ik veronderstel dat het de havik is geweest en ze moeten oppassen voor het andere haantje want die wordt op een dag ook gegrepen.
M: Dank je wel voor dit gesprek.

Gesprek 3: 16 maart 2022
M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten over Oekraïne?
H: Ja, dat lijkt me goed.
M: Je zegt dat je deze informatie krijgt uit het hoofd van Poetin en dat dat het enige is dat je kunt bijdragen en je geen voorspellingen kunt doen. Dat begrijp ik. Maar hoe verkrijg jij die informatie uit het hoofd van Poetin?

Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt.

H: Om te beginnen zou ik je willen vragen niet met naam te spreken over die man in het Kremlin. Daarmee geef je aandacht aan hem en daarmee wordt hij sterker. Hoe meer aandacht hij krijgt hoe meer opgeblazen zijn ego ballon wordt. En hij heeft juist moeite met zijn ego. De invasie verloopt niet zoals gewenst in zijn ogen en daar heeft hij het moeilijk mee. Hoe kan het nou dat zo’n onbenullig buurland, weliswaar groot, maar toch vol met Russen, zo’n weerstand heeft tegen zijn bevrijders? Daar wordt hij erg boos van. Eerst kon hij het niet geloven, nu is er ook veel boosheid bij hem. En boosheid is een lastige emotie. Daar is heel moeilijk rationeel mee om te gaan. En natuurlijk zijn er nu onderhandelingen, maar dat is eigenlijk niet wat hij wil. Maar misschien wel de enige manier om een deel te bereiken van wat de oorspronkelijke opzet was. De gesprekken zullen dus nog wel doorgaan, maar er is geen echte noodzaak voor hem om haast te maken en in de tussentijd kan hij Oekraïne verder afbreken.
M: Dat is wel heel boeiend, maar ik vroeg hoe kom jij aan de informatie uit zijn hoofd?

Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen

H: Dat is niet zo moeilijk. Gedachten en gevoelens zitten in je ‘omveld’ van je lijf. Die zijn op geestelijk niveau te lezen voor een ieder die kan lezen. Mensen kunnen dat meestal niet, jij kunt dat met dieren en baby’s. Dieren en ook jonge mensen hebben zich niet afgeschermd, voor dieren is dit de belangrijkste manier van communicatie. Zodra kinderen ouder worden, zijn ze niet meer open voor dit soort communicatie en ben je afgeschermd. Maar voor bepaalde dieren die in de loop van hun vele incarnaties wijzer geworden zijn, is het mogelijk om in dat ‘omveld’ alles te lezen. Helderziende mensen kunnen dat soms ook, afhankelijk welke vorm van helderziendheid ze hebben ontwikkeld.
Nu terug naar die man in het Kremlin: hij is ook te lezen, maar heeft veel tegenstrijdige gevoelens en gedachten en dan is het lastig daar een mainstream uit te halen. Toch heb ik dat geprobeerd in de drie gesprekken die we nu over de oorlog hebben gevoerd.
M: Dank je wel voor deze toelichting. Heb jij hoop op een spoedige oplossing?
H: Die verwachting heb ik niet. De bevolking van Oekraïne zal nog veel lijden. Helaas.
M: Dank je wel voor het gesprek en je bereidheid je nek uit te steken over dit onderwerp.

 

Hyronimus 14: Hyronimus over mijn gezondheid

M: Dag Hyronimus, kan ik weer met je praten? Jij krijgt van mij bijna altijd als eerste het woord voor ik met anderen ga praten.
H: Ja, dat lijkt wel mooi, maar ik krijg wel heel weinig het woord tegenwoordig. De laatste keer was echt lang geleden, en dat terwijl ik laatst nog bij je langs ben geweest. Zelfs je vrouwtje zei ‘was dat Hyronimus?’. Ja, dat was ik.
M: Sorry Hyronimus, ik ben me bewust dat ik alle dieren en andere gesprekpartners verwaarloos. Je bent niet de enige die klaagt, ook menselijke vrienden klagen. Ik werk niet meer zoveel als vroeger en ben meer en sneller moe, heb dus minder energie en dan komen er allerlei dingen in het gedrang.
H: Daar heb je gelijk in. Waarom heb jij minder energie?
M: Ik wou dat jij daar een antwoord op zou hebben.
H: Dat wil ik wel proberen, maar eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden. Maar ik kan je wel enkele tips geven.

Eigenlijk is dat een oneigenlijk gebruik van je kennis van dit soort gesprekken, je mag het niet gebruiken om er zelf beter van te worden.

M: Nou graag.
H: Jij hebt in je lijf diverse ontstekingen, daar wordt je erg moe van en dan heb je weinig energie meer. Die ontstekingen zitten al langer in je lijf, je vingers (artrose) zijn daar een uiting van, maar ook het feit dat je regelmatig keelpijn hebt en ook je zwakke knieën zijn daar een uiting van.
M: En wat moet ik daartegen doen?
H: Ik ben geen dokter, maar wat voor jou belangrijk is, is dat je zorgt dat je je immuunsysteem echt verstrekt. Kijk of je daar middelen voor kunt vinden. Het is duidelijk dat je met je vitaminepillen die je inneemt niet voldoende doet. Je moet gerichter gaan werken. En wat je nu doet is niet goed. (Ik eet net enkele koekjes omdat ik trek heb).
M: Je hebt gelijk, maar kun je me een tip geven over wat ik kan doen om mijn ontstekingen weg te werken?
H: Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden. Maar zoek op internet onder oplossen ontstekingen of voorkomen ontstekingen. Mogelijk vind je daar iets passends.
Maar nu wil ik weer over ons werk spreken.

Nee dat kan ik niet, dat zou onjuist gebruik zijn van je eigen mogelijkheden.

M: Ja, dank je voor je stimulans. Ik had me voorgenomen om er nu mee aan de gang te gaan. Maar anderzijds liggen er ook zoveel andere uitdagingen als praten met baby’s enz.
H: Laat die uitdagingen nog maar even liggen, je moet de dingen stap voor stap zetten.
M: Dank je wel voor de focus die je me aangeeft.
H: Graag gedaan, en doe ook wat aan je gezondheid, want je hebt je energie nodig. En blijf in gesprek, ook zoals we nu af en toe doen zonder dingen vast te leggen, maar het contact vasthouden is belangrijk. En weet je nog wat ik zei over je kanaal goed houden, veel oefenen en door blijven gaan, geen lange pauzes nemen. Hoewel jij je kanaal al wel goed hebt gebruikt, blijven er toch kleine vertekeningen plaatsvinden omdat je nog niet goed genoeg bent als zou kunnen!
M: Ik zal jouw wijze woorden weer ter harte nemen, sorry voor de afgelopen tijd.

201204

“Mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag,” aldus de kip.

Op een dag zet iemand kip Maria bij ons aan boord. Ze liep op de weg en degene die haar had gevonden wist niets beters te doen dan haar op ons dek zetten en zelf snel te verdwijnen met de woorden: ‘Ik heb daar een kip neergezet!’.

Het is meteen gezellig met haar. Ze trippelt overal rond, bekijkt alles, is maatjes met mens en dier, laat zich aaien en oppakken, zoekt een plekje op schoot of schouders, ligt voor de kachel of op de bank, trekt aan de ene kant van een stuk broccoli terwijl de cavia aan de andere kant trekt en legt elke dag een ei.

Ze poept ook veel, ongeacht waar ze loopt.

En ze wroet graag in het zaagsel van het hok van de cavia om vervolgens het zaagsel lekker tussen haar veren te gooien, waarna ze zich midden in de kamer gaat uitschudden.

Ondanks haar gezellige gezelschap lijkt het het best om een meer kipvriendelijke plek voor Maria te zoeken. Ook omdat ze af en toe voor de oven staat. We hebben de indruk dat ze naar haar spiegelbeeld kijkt en wellicht andere kippen mist.

Als Maria al een aantal weken gelukkig bij andere kippen woont (en vanaf de eerste dag de plaats naast de haan heeft ingenomen), spreek ik kippen in andere situaties.

Ik word er niet bepaald blij van en om mezelf op te vrolijken, zoek ik weer contact met Maria en vertel haar van de andere kippen.

“Je kunt de wereld niet redden,” reageert Maria en vervolgt: “Maar je kunt wel één kip redden. En als iedereen nou één kip redt…”

Ik denk aan Maria’s afgebrande snavel, het dunne lijfje toen ze bij ons kwam en haar grote eetlust.

We weten niet waar ze vandaan kwam en ze heeft het me ook niet verteld. Maria houdt ervan om in het hier en nu te leven.

Ik geef haar weer het beeld van legbatterijkippen en Maria zegt: “Daar moet je niet zijn.”

“Maar veel zijn er wél.”

“Die geven hun leven opdat de mensen inzicht krijgen. Het is een keus om als legbatterijkip te komen. Dit gaat net zo lang door totdat mensen ermee stoppen.”

Maria laat zien dat ik geen medelijden met de kippen moet hebben, ondanks hun erbarmelijke situatie, maar dat mensen moeten kijken naar hun eigen gedrag: “Als dát verandert, hoeven de kippen niet meer in die situatie terug te komen.”

Ze vertelt dat de bio-industrie ver is afgedwaald van hoe het zou moeten: samen-leven. “Zo moeilijk is het niet,” merkt ze opgeruimd op.

Hyronimus 12: Hebben dieren een ziel?

M: Dag Hyronimus, vandaag heb ik weer een min of meer wetenschappelijke vraag aan je.
H: Ik ben benieuwd, barst maar los.
M: Mijn vraag gaat over of dieren een eigen ziel hebben. Onze traditionele Godsdiensten helpen hier niet bij. In het Christelijke geloof hebben dieren geen ziel en dat maakt het gemakkelijk om die dieren dan ook op te eten en niet als een wezen met eigen gevoelens te beschouwen. Hoewel de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de bijbel de dieren wel als een levende ziel ziet. De Antroposofen zijn ook duidelijk, het verschil tussen mens en dier is dat dieren geen ziel hebben. Het Boeddhisme geeft dieren wel een ziel, maar geen individuele ziel, ze maken deel uit van een groepsziel. Dat zijn heel veel verschillen. Maar als ik met dieren spreek, krijg ik toch sterk de indruk dat het veel genuanceerder ligt dan wel of geen ziel hebben. Kun jij je licht daar over laten schijnen?
H: Ja zeker, ik snap dat het heel verwarrend is. En om het nog verwarrender te maken, ze hebben allemaal min of meer gelijk. Het zit zo: Mensen hebben in principe een eigen zelfstandig functionerende ziel, dieren functioneren veel meer in een groep en hebben in principe een groepsziel. Ik zeg nadrukkelijk in principe, omdat er tussenstadia zijn. Het is een kwestie van in welk stadium van je ontwikkeling je bent. De meeste mensen zijn reeds zodanig ontwikkeld dat ze een volledig zelfstandige ziel hebben, maar helaas niet alle mensen. Sommige zijn nog nadrukkelijk verbonden met hun afkomst en maken nog voor een deel, groter of kleiner, deel uit van de groepsziel waar ze ooit in geboren zijn. Voor dieren geldt dat ook maar dan in omgekeerde zin.
Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen. Dat doen ze echter binnen de groepsziel. Je moet dat zo zien dat dieren een grote groepsziel hebben, zie dat als een grote lege cirkel. In die cirkel zijn kleinere vlekken te onderscheiden, nog vaag, die zijn van dieren die bezig zijn een eigen ziel te ontwikkelen. Maar binnen die grote cirkel kun je ook duidelijke kleinere cirkels onderscheiden, die zijn van dieren die al stevig op weg zijn naar een eigen individuele ziel en hoe meer deze cirkels duidelijk loskomen van de achtergrond van de grote cirkel, des te meer deze dieren geïndividualiseerd zijn. Ze zwemmen/drijven dan ook langzaam naar de randen van de grote groepsziel cirkel. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze individuele dieren cirkels ook buiten de groepsziel treden en dan zijn ze geïndividualiseerd. Er blijft echter veelal wel een soort navelstreng die de verbinding met de groepsziel in stand houdt.

Dieren maken in principe deel uit van een groepsziel en kunnen, afhankelijk van hun stadium van ontwikkeling, al wel voor een deel een eigen ziel ontwikkelen

H: Mensen vormen feitelijk ook een groepsziel, een hele grote cirkel, waarin allemaal individuen rondzwemmen, maar mensen zijn zo op zichzelf dat ze meestal niet door hebben dat ze toch onderdeel van een geheel uitmaken. Dat is mogelijk doordat ze geïndividualiseerd zijn, dat is de afscheiding van de groep, dat is een ontwikkelingsproces. Een proces overigens dat ze ook moeten doormaken.
M: Dat is heel veel informatie. Als ik het goed begrijp zijn mensen in principe los van hun groepsziel, op enkele uitzonderingen na. Bij dieren is het juist het omgekeerde, die zijn nog onderdeel van hun groep, met enkele geïndividualiseerde uitzonderingen. En als je het hebt over ontwikkelingsstadium, heb je het over hoe ver je in vele reïncarnaties je ontwikkeld bent. Klopt dat?
H: Dat is in grote lijnen juist, we gaan nu niet muggenziften dus houden we het hier op. En jouw interpretatie van ontwikkeling via wedergeboorte is geheel juist. Dat is de weg die mens en dier moeten gaan en ook gaan.
M: Word je altijd in eenzelfde groep wedergeboren of hoe kom je van de ene groep naar de andere groep?
H: Dat heb je goed opgepakt. Via die individualisering kun je van de ene groep naar de andere groep verschuiven en dat is een ontwikkeling die je moet gaan. Maar het is niet de enige mogelijkheid om van de ene groep naar de andere te gaan. Zoals je gemerkt hebt in je dierengesprekken zijn er dieren die een veel hoger bewustzijn hebben dan andere. Mieren en bijen zijn bijvoorbeeld hoog in hun bewustzijn. Teken en slakken zijn juist weer erg laag in hun bewustzijn. Dus je eigen ontwikkeling van bewustzijn moet wel kunnen stroken met de vereisten van de mate van bewustzijn van de nieuwe groep waarin je wilt/kunt komen. Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft. Dit soort studies bedoelde ik toen ik je enige tijd geleden zei dat de mens de natuur en de wetmatigheden daarvan veel beter zou moeten bestuderen om uiteindelijk met de natuur samen te kunnen werken. Oude traditionele volken hadden vaak nog overleveringen van de natuurwetten en via die weg is het mogelijk weer inzicht te krijgen in deze natuurwetten. Ze lijken heel ingewikkeld, maar zijn, zodra je ze begrijpt, eigenlijk zo logisch als wat.

Het is een zeer interessant systeem dat volgens de natuurwetten werkt. Dit zijn natuurwetten waar de mens nog geen enkel benul van heeft

M: Dank je wel voor dit college. Is er nog iets wat je kwijt wilt of waar ik me op zou moeten richten?
H: Nee, het is goed zo.

211107

De karper

Op een dag sluit ik vriendschap met een karper. Het is net als met mensen: je kunt met iedereen praten, maar er zijn er een paar die je vrienden noemt.

Ik vertel hoe leuk ik het vind om met vrije dieren te praten. Meteen hoor ik dat deze karper niet zo vrij is. ‘Mijn gebied is beperkt. De grenzen zijn de vijver.’ Ze vertelt dat ze een gefokt en uitgezet dier is. Als ik vraag of het haar bevalt in de vijver krijg ik een aarzelend ‘Jawel…’ door. Maar eigenlijk wil ze liever een groter gebied. Ze wil trekken.

Ik vraag wat ze van mensen vindt en ze blijkt mensen vooral met eten te associëren. ‘Wij kijken altijd of ze wat hebben. Dan glijden we langs. Mensen bewonderen ons. Ze praten over ons.’ Ik vraag waarom ze over ‘ons’ praat en ze legt uit dat karpers met elkaar leven. Dat vinden ze prettig. Een karper voelt zich graag door andere karpers omgeven.

Ik vertel dat ik net een meerkoet heb gesproken. De karper zegt dat zij veel gemoedelijker zijn dan meerkoeten. ‘Wij zijn gelijkmatig. Wij doen alles in een rustig tempo. We kunnen wel snel zijn, maar de basis is rust.’

Ik geef haar het beeld van karpers die aan de oppervlakte zwemmen en ze vertelt dat ze het leuk vinden om buiten de vijver te kijken. Naar bomen, de lucht, mensen. ‘Zo vergroten wij onze belevingswereld.’ ‘Volgens mij zijn karpers vaak tam, of niet?’ vraag ik haar. ‘Dat is onze eigen interesse. Het is niet toe te dichten aan mensen. Het is wel een wisselwerking. Wij willen kijken naar mensen, maar het is niet hun verdienste. Andere vissoorten flitsen weg.’

Ze zou zelfs wel eens willen zwemmen met mensen. ‘Volgens mij zullen mensen dat niet zo snel doen…’ ‘Het lijkt mij wel wat. Beetje voelen, beetje langs glijden, in een rustig tempo.’ Ze ziet mensen niet als gevaar. Als ze gevangen en gedood wordt, is haar houding: ‘Komt mijn tijd, dan komt mijn tijd.’

Ze blijkt heel nieuwsgierig. Mensen zouden haar wel meer dingen mogen laten zien. Ik vertel dat ze zich heeft laten fotograferen en ze zegt dat ze nieuwsgierig was naar de fotograferende mens. ‘En nu heb ik contact met jou.’ Echt een sociaal dier. Dan hoor ik dat ze een bal in het water wel leuk zou vinden. ‘Dat kan ik je niet geven, want je bent veel te ver weg. Bovendien weet ik niet of de mensen een bal in hun vijver op prijs zouden stellen.’

De goedmoedige karper reageert: ‘Wij zijn heel open, leergierige dieren. Wij hebben een grote uitstraling. Boven het water en rond de vijver. Wij zijn er voor de harmonie. Een tussenpersoon tussen de buitenwereld en de vijver.’

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 2

Dit is het vervolg op het eerste deel over Wendy, dat je hier kunt lezen. 

11 april 2020
M: Dag Wendy, het is al weer lang geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Op de dag af is dat vijf maanden geleden. Tussendoor hebben we wel contact gehad als je wat kwijt wilde, maar echte gesprekken hebben we niet meer gehad.
W: Dat klopt, maar ik heb je wel altijd op gevoelsafstand dichtbij gehad. De afgelopen dagen merkte ik dat je met me bezig was.
M: Dat klopt. Nadat J. mij gevraagd had weer eens met je te praten, heb ik af en toe contact met je gemaakt en je de vraag van J. voorgelegd, zodat jij voor jezelf zou kunnen nadenken wat je wilt.
W: Ik ben blij dat je die keuze maakte en me de tijd hebt gegeven daar over na te denken, hoewel de vraag natuurlijk steeds boven mijn hoofd heeft gehangen als een zwaard van Damocles. Dat klinkt zwaar, maar dat is het ook. Het is zoveel gemakkelijker als anderen de keuze voor je maken. Maar jullie hebben gelijk, ik zou aangeven als ik meende dat ik zover was, klaar voor de euthanasie om het meteen duidelijk uit te spreken. En de afgelopen dagen heb ik gezwalkt in mijn gevoelens daarover.
M: Dat heb ik gemerkt. Je gaf ook aan dat je wel heel erg moe bent en dat je ook ontstekingen in je lijf hebt, waardoor niet alles goed gaat.
W: Dat klopt, maar ik heb met dit mooie weer ook steeds weer het gevoel als ik een tijdje buiten in de zon mag staan, ik me beter voel. Ik heb zo hiernaar verlangd, de warmte van de zon en nu is die er en ben ik toch te weinig in de zon. Want het is natuurlijk nog niet echt warm, wel in de zon, maar niet op de grond.
M: Maar Wendy heb je nu voor jezelf al uitgemaakt wat je wilt?
W: Ja, min of meer. Ik voel wel dat het een mooie tijd is, ik ben heel moe en krijg ook klachten en mijn lijf voelt niet altijd fijn. Dus dat onderschrijft het idee, het is mooi geweest. Maar aan de andere kant, ik wil zo graag nog in de zon staan, dus geef dat me ook nog. En ik heb aangegeven, ik wil sterven in de armen van J. Met mijn kop op haar schoot als dat lukt. En het is voor J. niet altijd mogelijk om dat iedere willekeurige dag te doen. Dus heb ik er volledig vrede mee dat J. de keuze maakt wanneer het haar uitkomt dan mag het vanaf nu gebeuren.
M: Ik voel een grote droefheid over me komen te denken dat je zou overlijden, maar ik besef ook dat dat ook bij het leven hoort. En je hebt natuurlijk een prachtig leven gehad onder de hoede van J., die je heel veel liefde heeft gegeven en nog geeft.
W: Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

M: Wil je nog iets tegen J. zeggen?
W: Ja graag, ik wil J. bedanken voor de prachtige tijd die we samen hebben gehad. Ik ben haar daar dankbaar voor en ook voor het feit dat ik hier op deze plek mijn oude dag heb mogen doorbrengen. J. zal altijd verbonden blijven met paarden omdat ze voor een stukje is opgenomen in de groepsziel van paarden. Daarmee weet ieder paard, na verloop van tijd, dat J. te vertrouwen is en zal ze altijd ook vertrouwen terug krijgen van paarden.

Nagekomen bericht van Wendy, welke ze vannacht aan me door gaf: Ze wil met haar hoofd op schoot bij J. liggen, maar zodanig dat als ze een spasmen krijgt van de euthanasie, ze niet in J. haar buik kan klappen met haar hoofd, dus haar neus moet richting buik J. liggen. Dat als ze haar hoofd per ongeluk achterover gooit, ze nooit een klap tegen de buik van J. kan geven! J. is zwanger van een tweede kindje en daarom is Wendy zo super voorzichtig.

14 april 2020
W: Dag Eddy, ik wil je even laten weten dat ik me niet zo goed voel. Het is niet ernstig, maar ik houd je maar op de hoogte zoals we hebben afgesproken.
M: Dank je wel Wendy, wil je nog meer kwijt?
W: Nee, dit was het.

9 juni 2020
M: Dag Wendy, J. vroeg me om weer aan je te vragen hoe het met je gaat.
En zoals je weet doe ik dat altijd over enkele dagen. Ik leg contact met je, ik leg dit uit voor J., en we wisselen wat gevoelens uit over een aantal dagen. En daarna ga ik er voor zitten en hebben we een gesprek. Nu is het moment van het gesprek heb je ook zelf aangegeven.
W: Dat klopt. Ik weet dat we al enkele dagen met elkaar gevoelens uitwisselen en dan weet je eigenlijk al hoe het met me gaat. Ik vind het wel heel mooi dat ik dat kindje in J. haar buik mag zien groeien. Eigenlijk zou ik het ook wel willen zien als ze geboren is, maar dat lijkt me niet verstandig. Dat gaat nog een tijdje duren en dan voordat ik het te zien ga krijgen, gaat er nog meer tijd over heen.
M: Mooi dat je zo meeleeft met je gezin waar je eigenlijk op afstand deel van uitmaakt.
W: Ja dat is heel zeker zo. Je weet ik ben idolaat van J., die heeft me al zolang onder haar hoede genomen en daar ben ik echt heel dankbaar voor. Ze heeft gelukkig ook een aardige vent waar ik ook best wel van houd. En dan haar dochter, zo’n heerlijke vlinder en zo wijs, ja dat is echt een lievelingetje van me. En toch weet ik dat het nu gaat stoppen. Ik heb het al eerder aangegeven dat ik er klaar voor ben en dat ben ik nog steeds. Ik heb zeker ook nog genoten van de vele mooie zonnige dagen, maar ik ben zo stram en heb eigenlijk zoveel last van mijn gewrichten dat alles pijn doet. Zeurderige pijn, ik kan dat wel aan meestal, maar soms ben ik het zo zat. En vaak ook niet als ik weer een goede dag heb. Maar die heb ik steeds minder.
M: Je zegt dus nog steeds dat je er klaar voor bent.
W: Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen, maar J. moet wel heel voorzichtig zijn dat mijn hoofd niet bij een stuiptrekking tegen haar buik aan kan komen. Dat risico wil ik niet lopen. Laat ze maar met de dierenarts overleggen hoe dat het beste kan. Ik kan dat onvoldoende weten.

Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen

M: Wil je dat ik vooraf nog met je praat en laat weten wanneer het gaat gebeuren?
W: Ja, dat wil ik beslist, ik wil voorbereid zijn, enkele dagen van te voren, dan kan ik me daar innerlijk op voorbereiden.
M: Dan zullen we dat proberen te organiseren. Nog een vraag, mag ik na het inslapen contact met je opnemen om te kijken hoe het met je gaat?
W: Dat lijkt me spannend en dus ja.
M: Nou Wendy tot binnenkort dan maar weer. Wil je nog wat zeggen?
W: Je laat dit toch wel aan J. weten en ze wacht toch niet te lang meer?
M: Ik zal het straks doorgeven. Dag lieverd.

14 juni 2020
M: Dag Wendy, vandaag krijg je bezoek van je familie om je te vertellen dat ze afscheid gaan nemen. Iedereen is erg geschrokken van je val vorige week en dat zul jij ook wel zijn. Hoe is het nu met je?
W: Heel raar. Ik voel me enerzijds behoorlijk versleten en verdrietig, verdrietig om nu deze wereld te verlaten, maar ik weet ook dat het goed is, ik ben klaar en dan moet je naar de volgende fase gaan.
M: Wat bedoel je met klaar? De vriend van J. vertelde me hoe hij en J. met elkaar hadden gepraat over hoe hun leven was gelopen in relatie met jou. Jij kwam in het leven van J. toen ze best een lastige fase doormaakte. Door jou heeft ze heel veel geleerd over zichzelf maar ook over hoe je met anderen moet omgaan. Ze is de cursus paardenfluisteraar gaan volgen om jou te leren begrijpen, maar daar kreeg ze bij cadeau dat ze zichzelf beter kon begrijpen. En daar leerde ze van dat de interactie tussen mens en dier bijzonder kan zijn. Dat heeft haar aangezet tot een andere invulling van haar de studie psychologie. Daardoor kreeg ze ander werk en daardoor hebben J. en haar vriend elkaar leren kennen. Bij haar vriend is in zijn hoofd blijven zitten dat jij uiteindelijk die twee aan elkaar gekoppeld hebt. En nu dat een stabiele relatie is, zit jouw taak erop en kun je overgaan naar een nieuwe fase. Dat is toch wel erg mooi, vind je niet?
W: Ja dat is een mooi verhaal, dat knap ik helemaal van op. In wezen hebben J. en haar vriend gelijk, maar zo rechtstreeks werkt het natuurlijk niet. Maar de grote lijn zit er wel in. Dat is hun gevoel dat ik voor ze gedaan heb en dat is heel mooi. Daar zit ook een andere kant aan, zij en dan vooral J., heeft ook heel veel voor mij gedaan. Waardoor ik ook heb kunnen groeien. Het zou te ver voeren om dat allemaal te benoemen, want het is heel veel. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien. Daar zullen we het later nog wel eens over hebben, hoop ik.

J., heeft ook heel veel voor mij gedaan, waardoor ik ook heb kunnen groeien. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien

M: Mooi, ja ik hoop dat we allebei die gelegenheid krijgen om onze gesprekken voort te zetten. Voor vandaag wil ik je nadrukkelijk vertellen dat de afspraak voor de euthanasie gemaakt is en je wilde weten dat het er aan kwam.
W: Ja, ik weet het. Ik heb het al meegekregen van het overleg dat Piet met de dierenarts heeft gehad en met J. Het gaat woensdag eindelijk gebeuren en met eindelijk bedoel ik niet dat het tijd werd, maar dat het het juiste tijdstip is. Ik kijk er niet naar uit, maar anderzijds wel. Het leven was zwaar en begint nu knellend te worden als mijn lijf me zomaar in de steek kan laten. Dus is het nu goed en ik kijk er naar uit om dit door te maken met mijn lieve mensen om mij heen. Ik ben er niet bang voor, het is goed zo. En natuurlijk zullen mijn mensen verdrietig zijn, maar blijf in herinnering houden wat we elkaar hebben kunnen geven in deze periode, een heel mooi geschenk alles bij elkaar. Daar ben ik dankbaar voor.
M: Nou lieve Wendy dat klinkt mooi en ook alsof je er helemaal klaar voor bent.
W: Dat is ook zo en ik hoop van harte dat we hierna ook nog met elkaar in contact kunnen blijven.
M: Dat gaan we zeker doen, dag lieve Wendy.

19 juni 2020
M: Dag Wendy, je bent nu in een andere fase van je ontwikkeling gekomen, is het mogelijk met elkaar te praten?
W: Ja, dat is goed mogelijk, ik ben nog vlakbij.
M: Zou je willen vertellen over je proces van overgang naar je andere bewustzijnsniveau als een soort verslag uit de eerste hand?
W: Dat wil ik wel, het was heel boeiend. Eerst was J. heel lief voor me en mocht ik nog even genieten van in het weiland staan met groen gras, wat was dat fijn om weer eens gras te eten. Daar heb ik echt van genoten en ik zou bijna vergeten dat ik vandaag mijn fysieke leven zou laten beëindigen, zo genoot ik van dat gras eten. Maar we hadden andere afspraken met elkaar. En toen de dierenarts kwam was duidelijk dat ik nu zou gaan vertrekken. Ik kreeg een spuitje van de dierenarts en daar werd ik wel heel moe van, maar ik wilde me niet zomaar overgeven. Dat is raar gezegd, ik wilde wel, maar mijn lijf kon het niet. Dat wilde nog genieten van alle aandacht. Maar uiteindelijk moest die zich overgeven en zo ben ik dan naar de grond in liggende staat begeleid. Gelukkig kwam J. bij me zitten, zoals ik het wilde en dat was heerlijk. Ik was intens gelukkig zo bij haar te kunnen zijn en langzaam alles uit me weg te laten vloeien. Ook verdrietig, maar ook gelukkig. Raar is dat eigenlijk zo dubbel. Op het moment dat je dood bent verlies ja alle gevoel van pijn, maar je kunt angsten meenemen, maar die had ik gelukkig niet. Dus ik kon opstaan en lopen en ik merkte dat ik geen remmingen voelde van pijn of zo, dus heb ik eerst een aantal rondjes gegaloppeerd door de wei en langs de mensen. Dat was heel bijzonder, maar ik merkte dat J. heel verdrietig was en toen ben ik naar haar toe gegaan en heb mijn hoofd op haar schouder gelegd, mijn hals rond haar hals. Ze moet het gemerkt hebben en dat was super intiem voor ons alle twee.
M: Dat heb je wel heel mooi verteld. Voelde het ook als een waardig en mooi afscheid van deze wereld?
W: Ja het voelde als goed en ik voel me ook blij, hoewel ik ook het verdriet zie van de mensen, ook de mensen waar ik de laatste jaren geweest ben en de paardenmeisjes. Maar dat gaat allemaal over, ik word een herinnering, hopelijk een mooie herinnering. Maar bij J. is dat anders. Wij zijn altijd verbonden, niet alleen als herinneringen, maar we hebben ook een linkje, een lijntje dat ons verbindt en langs dat lijntje kunnen we elkaar informeren.
M: Hoe lang blijft dat lijntje in stand?
W: Dat weet ik niet. Ik hoop eigenlijk voor altijd, maar ik ga na verloop van tijd ook verder in mijn ontwikkeling. Dan word ik opgenomen in de paardengroepsziel en ben ik niet meer Wendy. Hoewel er mogelijk ook een spoor van individualisatie is gekomen door het intensieve contact met J. en daarom kan dat lijntje misschien langer blijven? Ik weet het niet, maar het zou wel mooi zijn. Nu ben ik regelmatig buiten in de grazige weiden, maar ook af en toe bij J., heel dichtbij.
M: Hoe gaat het nu verder met jouw ontwikkeling?
W: Dat weet ik niet precies. Alles is zo anders dan ik gewend ben, dus ik blijf nog wel een tijdje, weken, in de buurt van waar ik nu ben. Wat er daarna volgt weet ik niet, maar je mag me altijd benaderen en vragen hoe het met me gaat en waar ik ben.
M: Dat lijkt me mooi en ook bijzonder om jouw ontwikkeling te kunnen volgen.
W: Wil je een lieve knuffel aan J. doorgeven?
M: Dat zal ik doen en tot de volgende keer!

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 1

27 augustus 2019
Wendy is het paard van een vriendin van mijn dochter, ze heeft het paard al heel lang en heeft er vroeger veel op gereden, maar nu is Wendy al jaren in een paardenrusthuis in Arnhem, waar ze goed wordt verzorgd. Maar Wendy is de afgelopen tijd vermagerd en heeft nu een oogontsteking die niet over wil gaan. De vraag is of het nu tijd is om haar te laten inslapen.
M: Dag Wendy, ken je me nog? Ik ben Eddy en wil graag met je praten. J. wil wat dingen van je weten, mag ik je deze vragen stellen?
W: Dat is goed.
M: Hoe voel jij je nu?
W: Heel moe, mijn lijf doet op sommige plaatsen pijn, maar ik ben J. heel erg dankbaar dat ik hier mijn oude dag mag doorbrengen.
M: Heb je nog wel zin om te leven?
W: Soms wel, soms niet, de dagen verschillen.
M: Heb je erge last van je oog?
W: Ja, dat is heel lastig en het kriebelt steeds, daar moet ik veel aan denken en dan terug kriebelen.
M: Denk je dat je eraan toe bent om naar de grote grazige weide te gaan?
W: Bedoel je dood?
M: Ja, maar na de dood ga je toch naar de grote grazige weide?
W: Dat weet ik wel en dat lijkt me ook wel mooi.
M: Ik hoor een maar …

Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen

W: Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen.
M: Zeg je dat je nu nog niet dood wilt en overgaan, maar tegen de winter misschien wel?
W: Ik kan daar in niet echt kiezen, ik weet het niet. Buiten vind ik het vaak wel leuk, binnen vind ik saai, niets te beleven. Als ik alleen binnen zou moeten blijven, zou ik het veel minder vinden. Maar ik zal te allen tijde een beslissing van J. volledig accepteren, ze is zo goed voor me geweest altijd. Wil je dat tegen haar zeggen? En ik laat de keuze aan haar.
M: Ik zal het tegen J. zeggen! Dag lieverd.

13 november 2019
M: Dag Wendy, hoe gaat het nu met je?
W: Dag Eddy, goed dat je het vraagt. Ik ben aan het overleven. Deze nare tijd van het jaar en speciaal nu met al die regen, vind ik moeilijk. Mijn lichaam is stram en doet pijn, zeurderige pijn die weer verdwijnt, tenminste het grootste deel daarvan, als die regen weer minder wordt. Als ik hier doorheen ben en er komen weer mooie zonnige dagen waarop het vriest, ga ik daarvan genieten.
M: Denk je dat je deze periode kunt doorstaan en dan ook nog de winter, tot het weer warmer wordt?
W: Ik weet het niet. Dit is natuurlijk mijn moeilijkste periode, vanaf het voorjaar geniet ik weer.
M: Heb je veel pijn en zou je eerder willen uitstappen?
W: Zoals ik me nu voel vind ik het moeilijk, maar ik weet ook dat er altijd weer een nieuwe periode komt waar ik van kan genieten.
M: Ben je niet heel moe?
W: Ja, dat ben ik. En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan.

En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan

M: Ik begrijp helemaal wat je zegt. Je gevoel zegt ik wil het voorjaar nog meemaken, maar je lichaam laat eigenlijk iets anders zien.
W: Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Ik wil nog zo graag het voorjaar zien, maar dat betekent dat ik door de pijn en vermoeidheid heen moet. Of ik dat kan? Ik weet het niet. Er hoeft maar iets kleins te gebeuren en ik kan het niet en ik wil het dan ook niet meer. Maar dat is nu nog niet het geval.
M: Is het mogelijk dat je mij een seintje geeft als je het niet meer ziet zitten? Denk je dat je dat kunt?
W: Ik kan dat wel, maar vang jij het wel goed op? Begrijp je me wel als ik roep?
M: Dat weet ik niet, maar ik zal zeker mijn best doen. En eventueel kun je Hyronimus vragen mij te waarschuwen.

Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten

W: We zullen zien wat er mogelijk is. Maar ik wil in ieder geval dat J. erbij is. Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten. Dan geven ze maar pijnstillers, maar ik wil niet sterven zonder J. naast me.
M: Ik zal het haar laten weten.
W: Dank je wel. Best wel handig zo’n tolk.

18 november 2019
Wendy laat mij tijdens de wandeling met Kaila weten dat ze veel pijn heeft. Maar ze wil nog niet dood, ze wil het nog even aanzien.
(Ik krijg vooral het gevoel dat Wendy even wilde checken of de ‘lijn’ wel werkt voor het geval dat ze echt wil uitstappen)

24 november 2019
Wendy laat weten dat ze geniet van in het zonnetje buiten staan, heerlijk die warmte op haar lijf.

Hyronimus – 11 april 2020

M: Dag Hyronimus, ik ben al een paar dagen in ‘gevoel’ met Wendy, het paard van J. En dat is ook een vorm van gesprekken met elkaar hebben.
H: Dat klopt en het was voor Wendy goed om zachtjes voorbereid te worden op een gesprek dat letterlijk over leven en dood gaat van haarzelf.
M: Ja, daarom heb ik dat ook zo op deze wijze geprobeerd langzaam in de week te leggen. En zo te voelen was dat goed voor Wendy om voor zichzelf een soort standpunt te bepalen.
H: Ik heb het gevoel dat het inderdaad goed voor Wendy was om het zo aan te pakken.
M: Maar bij mij komen alle twijfels die ik eerst had weer terug. Ben ik wel goed genoeg om met Wendy en anderen te praten om ook dingen duidelijk te maken en een soort van doodvonnis te vellen uit naam van de dieren?
H: Hier hebben we het al eerder over gehad. Wat je nu parten speelt is het feit dat je de oefening weer een beetje bent kwijtgeraakt. Je weet het, eigenlijk moet je dagelijks dierengesprekken voeren, dan worden je twijfels minder. En aan de andere kant, je moet een zuiver instrument worden, daar ben je goed mee bezig, maar zonder oefening kun je de noodzakelijke zuiverheid nooit bereiken. Dus al weer blijf vooral oefenen en dieren om met je te praten vind je genoeg in je omgeving. Het kan zijn en het is niet onwaarschijnlijk dat je je instrument nog onvoldoende getraind hebt, waardoor de dingen die je straks van Wendy en anderen doorkrijgt, misschien niet 100% goed vertaald worden door jou. Dat zij zo. Je kent mijn voorbeeld nog van de radio ontvanger nog. De kwaliteit van het geluid is afhankelijk van de ontvanger en de wijze van afstemmen, dat zijn twee verschillende dingen. Ten eerste moet je apparaat goed zijn, je ontvangt dezelfde uitgezonden muziek anders via een kristalontvanger dan via een DAB+ stereo speler. Dat is gewoon een kwestie van kwaliteit. Je bent het niveau kristalontvanger al ver voorbij, maar je bent nog lang geen DAB+ ontvanger inzake kwaliteit. Maar daar moet je aan werken en dat is het eerste punt. Het tweede punt is je behendigheid om zuiver op de golflengte af te stemmen. Hoe preciezer je kunt afstemmen, hoe beter je ontvangst is. Dit afstemmen is een combinatie van talent en oefening. Talent heb je, maar je oefent te weinig. Gevolg is dat je ontvangst van de boodschap van Wendy en anderen mogelijk niet helemaal zuiver is. Dat is niet heel erg, want de hoofdzaak van de boodschap krijg je wel goed door, maar de fijne afstemming en daarmee de fijne gevoeligheden zul je misschien deels missen. Dat komt op den duur wel goed. Ga nu maar met de paarden praten.

Lees hier ook deel twee van deze blog.

Hoe kijken de bijen tegen samenwerking met de mens aan?

M: Goede morgen bijen, ik zou graag met een woordvoerder van jullie willen spreken. Is dat mogelijk?
B1: We gaan het regelen.
M: Dank je wel.
B2: Waar wil je over spreken als ik vragen mag?
M: Natuurlijk mag je dat vragen en daar wil ik ook graag open over zijn. Ik ben benieuwd hoe jullie staan tegenover hoe jullie door ons mensen behandeld worden?
B2: Oei, dat is een gevoelige vraag. Ik ga kijken wie ik daarvoor moet hebben.
M: Ik wacht af.
Ik krijg de indruk van een georganiseerd volkje, het gaat er bijna ambtelijk aan toe. Het voelt alsof ik aan de telefoon ben en wordt doorverbonden, zelfs af en toe zonder dat er iemand iets zegt, maar uiteindelijk kom ik bij het Bewustzijn terecht. En daar moet ik blijkbaar zijn.
B3: Dag Eddy, je vraag is luid en duidelijk overgekomen en ik zal die met genoegen proberen te beantwoorden. Maar het is een brede vraag, dus zullen we in etappes beginnen?
M: Dat lijkt me goed. Dan hierbij mijn eerste vraag: Jullie zijn een bijzonder volk, met verschillende afdelingen of soorten zoals wij mensen het noemen. Maar hoe heeft jullie soort nu zo nauw in contact kunnen komen met mensen?
B3: Een interessante vraag. Je wilt weten hoe het komt dat wij zo gedresseerd zijn door de mensen?
M: Oneerbiedig gezegd, ja.
B3: Nou we zijn niet gedresseerd. We hebben een symbiose op basis van gemeenschappelijke belangen. En die samenwerking bestaat al heel lang. In het oude Egypte zijn we al begonnen samen te werken met de Goden zonen en dat vonden wij passend, want wij zijn feitelijk ook Goden zonen, maar dan wat anders. Dus vanuit die vergelijkbare achtergrond, niet een gemeenschappelijke achtergrond, zijn we samen gaan werken. Dat heeft in het verleden goed uitgepakt voor ons bijen. We kregen eenvoudige maar goede huisvesting en konden daarmee onze tijd besteden aan zoeken naar het beste voedsel en het maken van honing en was en het bestuiven van bloemen deden we daarvoor terug. Door die huisvesting werden we ook beschermd tegen een deel van onze vijanden.
M: Ik hoor er een verandering aan komen, klopt dat?
B3: Ja, er kwamen vele veranderingen in de loop van de duizenden jaren dat mensen en bijen samenwerkten. Na verloop van tijd waren we bereid om ook honing af te staan als wederdienst omdat we echt veel meer konden maken dan we zelf nodig zouden hebben. Zo is de honingindustrie ontstaan, maar die is ook al heel oud. Let wel, de overbodige honing gaven we vrijwillig af. Later werd de honing van ons afgepakt en werden wij daarvoor gedood. Daarmee werden wij meer slaaf gemaakt dan dat er sprake was van een symbiose. In de huidige tijd waarin de mens het milieu enorm aan het vervuilen is, al sinds enkele honderden jaren, maar de laatste decennia heel hevig, krijgen wij bijen het steeds moeilijker. Naast parasieten hebben we vooral last van pesticiden en is het vinden van goed voedsel ook niet meer zo eenvoudig door de monoculturen die bijna overal heersen.
M: Ik begrijp dat jullie van een samenwerking met de mens tot een slaaf van de mens bent geworden. Hoe voelt dat?
B3: Dat voelt zoals jullie je ook zullen voelen als loonslaaf. Je bent afhankelijk van anderen en dat wil je eigenlijk niet zijn, maar het heeft ook wel een comfortabele kant, dus is het heel dubbel.
M: En hoe kijken jullie aan tegen het afnemen van de honing en was en daarvoor in de plaats het krijgen van suikerwater?
B3: Wij maken honing en was om onze wintervoorraad aan te maken en daar moeten we de winter mee doorkomen. Daar werken we hard voor en dan is het toch een beetje sneu als je lekkere wintervoorraad geplunderd wordt en je daarvoor in de plaats wel een andere wintervoorraad eten krijgt maar van een hele andere kwaliteit. Dat kun je vergelijken met jullie manier van eten. Stel je verbouwt allerlei lekkere groenten zelf op het land en maakt daar een heerlijke voedzame soep van. En dan komt er iemand die je pan met soep van je afpakt en je daarvoor in de plaats een industrieel vervaardigde soep geeft gemaakt van groente van een land dat met pesticiden is bewerkt. De kwaliteit van je voedsel is echt heel anders, maar je overleeft wel op basis van die industriële soep, maar gezond is niet het juiste woord voor je eten. Jullie krijgen daar obesitas van, wij krijgen daar andere klachten van en leven daardoor minder lang en met een mindere kwaliteit. Vraag je dus of we blij zijn met onze huidige positie als bij, dan moet ik zeggen we zijn onderworpen aan het slavenregiem van de mens, die de hele natuur als slaaf beschouwd.
M: Dat vind ik nogal een heftige uitspraak, meestal zijn jullie dieren veel milder naar de mens toe.
B3: Is daar aanleiding toe om mild te zijn? We worden uitgebuit en slecht behandeld, en jullie vervuilen de hele natuur. Dan kun je toch niet meer mild oordelen?
M: Ik begrijp het. Heb ik je boos gemaakt door mijn vragen?
B3: Nee, helemaal niet, maar je zoekt eerlijke antwoorden en die heb ik je gegeven.
M: Wil je nog iets kwijt?
B3: Dank voor deze vragen omdat ik hoop dat mensen aan de hand van mijn antwoorden gaan beseffen wat jullie mensen de natuur aan doen. Het gaat niet alleen over de bijen en de bloemen en de weides, het gaat over alles. Jullie beseffen totaal niet hoe je het contact met de natuur verloren bent en je daardoor ook tot onmenselijke daden kunt komen. Als jullie in harmonie zouden kunnen zijn met de natuur en je directe omgeving, dan kun je ook geen kwaad doen tegen de natuur, maar dat contact zijn jullie kwijt geraakt en daarom heb ik ook medelijden met jullie mensen. Jullie zijn zo blind, je ziet het niet. Maar ik gun jullie dat je het wel weer gaat zien. Veel sterkte daarmee, want het is een weg die jullie moeten gaan.
M: Dank je wel, indrukwekkend dit verhaal.

211007

Een gesprek met een getraumatiseerde neushoorn wees in Afrika

Ik krijg bericht van een vriendin die me dringend vraagt om te proberen contact te leggen met een net binnengebrachte wees neushoorn van zeven maanden oud die totaal getraumatiseerd is door wat hem is overkomen. Het verzoek is om te kijken of ik contact kan krijgen en hem duidelijk kan maken wat er is gebeurd en dat hij nu is opgevangen en de mensen die hem nu verzorgen wel kan vertrouwen. Want dat doet hij nu nog niet. Hij accepteert alleen geblinddoekt of met de verzorgers uit het zicht zijn fles. En die heeft hij nodig om te overleven. 

M: Lieve Duane, mag ik proberen met jou contact te leggen en je uitleggen in welke situatie je nu terecht bent gekomen? Wil je mij accepteren als een gesprekspartner?
D: …
M: Heel graag wil ik met je praten en ik stuur alle liefde die ik voel naar je toe om je weer een beetje vertrouwen in het leven terug te geven. Ik hoorde dat je een vechter bent, dus geef me de kans met je te praten.
D: … (ik voel dat er enige respons komt)
M: Lieve Hyronimus, zou je me kunnen helpen met Duane in contact te komen, want hij vertrouwt nog geen mens en daar heb ik alle begrip voor.
H: Ik zal Duane vertellen dat hij jou kan vertrouwen en misschien wil hij dan wel met je praten.
M: Dank je wel Hyronimus!
M: Duane, denk je dat we nu kunnen praten?
D: … (hij is nog steeds verdoofd van zijn trauma en is nog niet in staat contact te leggen laat hij me weten)
M: Duane, het contact moet op een ander niveau plaatsvinden, op je ziele niveau en daar ben je niet getraumatiseerd en kun je wel functioneren.
D: … (hij kan de kramp van het trauma nog niet los laten en kan dus niet reageren, ik zal het wat tijd geven en later opnieuw contact opnemen)
M: Ik zal je liefde blijven sturen en laat je verder met rust nu. Ik neem later wel weer contact met je op. Hou je taai, lieverd.
M: Hyronimus, kun jij Duane helpen met zijn trauma kramp los te laten?
H: Ik zal mijn best doen, maar dat blijft afwachten.
M: Dank je wel Hyronimus, wat ben jij toch een mooie leermeester en vriend!

Een zielig hoopje baby neushoorn

Na een dag afstand genomen te hebben van mijn eerste gesprek met Duane, krijg ik het gevoel dat hij nu misschien wel bereid is te praten.

M: Lieve Duane, denk je dat je nu zover bent dat we zouden kunnen communiceren, dat ik ‘praten’ noem? Ik zou het heel bijzonder vinden als ik je mag proberen bij te staan in deze uitzonderlijk moeilijke tijd voor jou.
D: …
M: (Ik open heel mijn hart naar Duane en laat hem voelen dat ik er echt voor hem wil zijn en dat hij niet bang voor me hoeft te zijn en ik wacht af …)
D: Ik wil eigenlijk alleen maar in mezelf gekropen in een heel klein hoekje zitten. Waarom zou ik, als ik me zo ellendig voel met jou willen praten?
M: Dank je wel Duane, sorry dat ik met je wil praten, maar ik denk dat ik je misschien kan helpen het leven wat beter te accepteren van hoe het nu is, zonder je moeder en zonder dat je buiten leeft.
D: Hoe wil je dat doen, ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

Ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

M: Dat begrijp ik heel goed. Mensen hebben jou en je moeder hele erge dingen aangedaan, ze hebben je moeder vermoord en jou alleen en in paniek achter gelaten. Maar dat zijn hele slechte mensen. Gelukkig zijn de meeste mensen heel aardig en juist bijzonder vriendelijk naar jou toe. Zeker de mensen die je nu hebben opgevangen, ze houden heel veel van je en willen je de best mogelijke zorg geven. Daarom geven ze je eten in een fles en zo kun je groot worden. Als je meer gewend bent dan mag je waarschijnlijk bij de andere neushoorns in de opvang komen en kun je vriendjes worden met hun. Dan wordt het leven echt heel anders.
D: Dat kan ik me niet voorstellen.
M: Maar dat is toch echt zo. Ga maar eens heel diep bij jezelf naar binnen, naar je ziele-zelf en daar kun je, zoals je nu met mij ‘praat’, ook met je soortgenoten praten en kun je hun verhalen horen over de opvang waar je nu terecht bent gekomen. Zij zullen eigenlijk alleen maar mooie verhalen vertellen over hoe goed de mensen in de opvang voor jullie zorgen, zodat jullie later weer in de vrije wildernis kunnen worden uitgezet.
D: Maar daar komen we weer van de afschuwelijke mannen tegen die alleen maar dood en verderf zaaien …
M: Dat risico is er helaas altijd in de vrije wildernis. Maar er worden steeds meer Rangers aangesteld die er juist op moeten toezien dat deze slechte mensen worden opgepakt en gevangen worden gezet. Zullen we even terug gaan naar het hier en nu. Je bent een baby neushoorn die zijn moeder nodig heeft, maar die is helaas niet meer in leven, ze is dood.
D: Ja, dat weet ik ook wel, ik heb het zelf gezien hoe dat gebeurde en daar ben ik behoorlijk ondersteboven van.
M: Dat begrijp ik. Maar doordat je nu zonder je moeder moet leven en je wel verzorging nodig hebt, hebben ze je naar deze opvang gebracht. En ik snap dat alleen al deze reis hierheen je trauma’s niet verkleind heeft. Maar je bent er nu een paar dagen en je zult gemerkt hebben dat ze alleen maar heel lief voor je zijn en het beste met je voor hebben.
D: Leven met een blinddoek is niet het beste voorhebben met mij!
M: Ik voel dat je nog boosheid hebt naar mensen, maar dat is in dit geval niet nodig. Deze mensen zijn bijzonder lief voor je en je zult ook gemerkt hebben dat ze naar je stralen. Dat is liefde en die heb je nodig en mag je accepteren van deze mensen. Ze geven je ook te eten en zodra jij ze niet meer zo eng vindt, heb je ook geen blinddoek meer nodig.
D: Die heb ik ook niet meer, maar de mensen blijven wel eng in mijn ogen. Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

M: Dat lijkt misschien zo, maar het is niet waar. Ze zitten aan je en geven je prikken omdat ze willen dat je een gezonde en grote neushoorn kunt worden. En daarvoor onderzoeken ze je om te kijken of je gezond bent en/of je geen schade hebt opgelopen bij alles wat hiervoor is gebeurd. Kun je dat begrijpen?
D: Ik ben niet dom, maar het voelt niet zo als je het nu vertelt. Ik voel het als aantasting van mijn integriteit van mijn lijf, dat is van mij en daar moeten ze niet aanzitten.
M: Ik begrijp je weerstand, maar dit is echt alleen maar nu in het begin om te weten hoe gezond je bent. En het zal waarschijnlijk ook al bijna of helemaal voorbij zijn. En dan gaat het er om om jou zo goed mogelijk te voeden en te zorgen dat je een grote jongen gaat worden. Daar zijn ze nu mee bezig. Als je in staat bent om je boosheid naar mensen los te laten en te accepteren dat ze allemaal heel goed voor je willen zorgen, gaat het jou ook snel weer beter. En hoe sneller het beter gaat hoe sneller jij ook bij de andere opgevangen neushoorns mag komen en je daar vriendjes kunt maken. Trouwens je kunt ook bij de mensen vriendjes maken, er zijn mensen die zelfs wel bij je willen slapen om aan elkaar te wennen en om zo vriendjes te worden. Snap je dat?
D: Ja, dat snap ik en ze hebben me al wel geprobeerd te benaderen, maar daar ben ik nog niet van gediend.
M: Ben je daar niet van gediend of ben je er bang voor?
D: Ja, dat laatste, ik vertrouw mensen niet.
M: Deze mensen mag je vertrouwen, ze zijn echt heel bijzonder lief voor je en je zult ze gaan vertrouwen en dan ben je heel blij met ze. In ieder geval een aantal van hen. Denk je dat ik je een beetje heb kunnen helpen om wat meer vertrouwen naar de toekomst te krijgen?
D: Ja, dat denk ik wel. Het heeft me wel geholpen om een beetje anders naar deze mensen te kijken.
M: Daar ben ik heel blij om. Is het voor nu genoeg en kan ik nu weer iets anders gaan doen?
D: Kom je ook weer snel terug? Bij jou krijg ik een vertrouwd gevoel en daar heeft die rare vogel ook mee geholpen. Ik wist eerst niet wat die kwam doen, maar hij heeft me echt geholpen en nu jij ook. Dank je wel.
M: Wil je nog iets zeggen?
D: Ja, je noemt me steeds Duane, waar komt dat vandaan?
M: Zo hebben de mensen die jou opvangen je genoemd, vind je dat OK?
D: Eigenlijk heb ik een andere naam … maar dat komt misschien later nog wel eens of ik blijf bij deze naam. Weet ik nog niet. Tot gauw weer hopelijk.
M: Dag lieverd.

Uiteindelijk overwint liefde echt alles, al na enkele dagen

Een update over Duane van 24 juni 2021

Alle foto’s van Facebook: https://www.facebook.com/TheRhinoOrphanage/

210622/210624

Stalbranden: weer 4600 varkens omgekomen, wat vinden de varkens er zelf van?

M: Kan ik praten met een varken dat dinsdag bij de stalbrand is omgekomen?
V1: Ja, ik ben bereid over deze verschrikking te praten.
M: Dank je wel varken 1, zoals ik je voorlopig maar zal noemen. Was het een heel erg drama?
V1: Dat was het zeker. Ik weet niet waar de brand is begonnen, maar doordat alles potdicht zit en wel met elkaar onderling verbonden is, kun je niet weten waar er iets gebeurd, maar krijg je wel te maken met de gevolgen ervan. En die gevolgen waren verschrikkelijk. Als eerste hoorden we het gekrijs van onze mede stalgenoten die er duidelijk dicht op zaten en zelf deels in brand zijn geraakt. In mijn deel was het vooral de rookontwikkeling die zo heftig was dat we geen adem meer konden krijgen en allemaal gestikt zijn, nadat we eerst de longen uit ons lijf hebben geschreeuwd van doodsangst.
M: Was het zo erg?
V1: Dat was het. Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt. Je wordt verschrikkelijk benauwd. Dan volgen de verlammingen en wat later kan je alleen nog maar liggen, af en toe stuiptrekken en dan gaat het licht uit, figuurlijk dan, want letterlijk is dat allang uitgegaan. Ik praat het er nu langzaam nuchter over, maar de paniek die je met z’n allen voelt is niet te begrijpen zo erg. Je weer ook niet dat het zo zal aflopen, je denkt eerst nog dat de mens wel voor je zal zorgen, zoals hij dat altijd doet. Maar in zo’n brandsituatie doet hij niets meer voor je en laat hij je aan je lot over.

Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt.

M: Ben je daar boos over?
V1: Nee, dat niet. De mens geeft ons altijd eten op tijd en doet soms niet fijne dingen met ons, maar we kunnen wel altijd op hem rekenen, zelfs als we naar de slacht gebracht worden, hoe erg dat ook is. Maar dat weten we dat het er aan komt. Maar bij zo’n brand weet je helemaal niet wat er gaat komen en je bent alleen maar vreselijk in paniek. Op zo’n moment verwacht je dat de mens er ook voor je zal zijn. Maar hij wil wel helpen, maar kan niet. We gaan gewoon dood, na ja gewoon … Dus geen verwijt, maar het is wel allemaal ongelukkig verlopen, ook voor de mens waarschijnlijk.
M: Dank je wel varken 1, is er nog een varken dat met mij zou willen praten? Eentje die in de brandhaard zat misschien?


V2: Dat ben ik. Ik ben een klein biggetje en het andere varken was een groot moeder varken. Ik ben een mannetjes big, nou ja, ik moet zeggen, ik was een mannetjes big, slechts enkele weken oud. Ik lag net lekker bij mijn moeder te drinken en hoorde een harde knal en meteen was er vuur. Ik weet dat omdat ik in mijn vorige varkensleven ook vuur heb meegemaakt en al die kennis krijg je mee als je opnieuw geboren wordt. Door het vuur vielen er allerlei brandende delen uit het dak en die vielen op ons, waardoor we zelf in brand raakten en dat is pijnlijk. Heel erg pijnlijk omdat het blijft doorbranden terwijl het op je ligt en er valt steeds meer brandend materiaal op je. Mijn moeder en mijn broertjes en zusjes zaten allemaal in hetzelfde schuitje, we werden in brand gestoken door alles wat er op ons neerviel. En natuurlijk gilden we zo hard als we konden, maar het hielp niet. Ook de rook was verstikkend, en of we nu door de rook zijn gestikt of door het vuur zijn omgekomen, ik weet het niet. Maar het was heel erg heftig en we hadden ook allemaal paniek. Nee, dit was geen prettig einde van ons leven. Op de normale manier zou ook niet prettig zijn, maar als mannetje heb je dan nog het voordeel dat je niet zo lang hoeft te leven, je wordt vet gemest en dan wordt je al naar de slacht gebracht en dan is het voorlopig weer klaar. Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet. En ook als het niet allemaal prettig is, je weet wel hoe het zal gaan.

Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet.

M: Jullie kiezen dus eigenlijk voor de zekerheid van iets wat je kent en niet voor het onbekende? En als je nu een keuze had of overwoog om varken te worden in een varkensboerderij waar de dieren vrij kunnen rondlopen en een veel beter leven hebben?
V2: Dan denk ik dat we daar wel allemaal voor zouden kiezen, maar zoveel plaats is er niet. Er zijn slechts enkele plekken op zo’n boerderij beschikbaar. De rest zal toch in een varkensfabriek terecht komen omdat we nu eenmaal gedwongen worden om geboren te worden. En dan moet je ergens naar toe.
M: Dus je hebt wel een keuze, maar je wordt bij wijze van spreken niet ingeloot voor het betere varkensleven en dus kom je in de fabriek terecht?
V2: Ja zo zit het. Als er veel meer plekken op de boerderij beschikbaar zouden zijn, zouden we daar voor kiezen.
M: Dank je wel V2 voor dit openhartige gesprek.

In de Volkskrant van 4 juni 2021 heeft Peter Hotse Smit de stalbranden van de afgelopen jaren op een rij gezet. Dan schrijft hij: ‘De cijfers maken even bewust van de omvang van de intensieve veehouderij. Opgeteld over de afgelopen dertien jaar gaat het om bijna 2 miljoen dieren, iets minder dan 150 duizend per jaar, zo’n 12 duizend per maand. Levend verbrand, gestikt door rook of – als het nablussen voorbij is – afgemaakt vanwege ernstige verwondingen.’

210605