Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Wat heeft het corona virus ons te zeggen? – deel 2

In het eerste deel vertelde het corona virus ons wat de oorzaak van het virus is en waarom het juist nu gekomen is en hebben we gezien wat verschillende experts daar van vonden. In dit deel 2 van het artikel ‘Wat heeft het corona virus ons te zeggen’ laten we meer zien van de impact en wat we er tegen kunnen ondernemen. Steeds ook vanuit het standpunt van het virus zelf.

Hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen?

Het corona virus, officieel Covid‐19 of SARS‐CoV‐2 virus genoemd, heeft zich binnen enkele maanden over de hele wereld verspreid sinds de uitbraak in China in december 2019. In onderstaande grafieken is de toename van het totaal aantal gedetecteerde besmettingen wereldwijd te zien, inclusief genezen of overleden patiënten. Het werkelijke aantal besmettingen zal hoger liggen omdat lang niet iedereen wordt getest, maar deze cijfers geven wel iets weer over de trend.

Links het aantal besmettingen met het corona virus en rechts het aantal doden per miljoen inwoners
in de verschillende landen (bron: De Volkskrant 28.03.2020)

Uit de beide grafieken is te zien dat het virus zich heel snel wereldwijd verspreidt en dat het daardoor ook een grote impact heeft. Maar het is zeker niet het dodelijkste virus. Het vogelgriepvirus H5N1 heeft bij mensen een sterftepercentage van 60 procent. Ter vergelijking: het sterftepercentage van het huidige corona virus ligt momenteel rond de 3 procent. En het betreft vooral oudere en zwakkere mensen, uiteraard met uitzonderingen.

Ook nu de vraag aan het virus wat zij er zelf van vindt.

M: ‘Hoe heeft het zo uit de hand kunnen lopen als het juist nu doet?’
C: ‘Ook dat is een opvallend verschijnsel. Waar loopt het het meeste uit de hand? Daar waar de gemeenschapszin ernstig in het gedrang komt. Er zijn uitzonderingen omdat landen soms niet handig reageren op de problematiek of het in het begin niet tijdig serieus nemen.

Door alleen maar de aantallen besmettingen en doden te tellen en daarna weer over te gaan tot de orde van de dag door als enige antwoord een vaccin te ontwikkelen, zou niet de juiste reactie zijn en niet echt helpen het evenwicht weer te herstellen. Dan zal er over enkele jaren weer iets anders ontstaan. Deze pogingen om het evenwicht te herstellen zullen blijven komen, zolang de mens niet inziet dat ze zelf moet werken om het evenwicht weer te herstellen. Dat betekent een hele andere omgang met het ecosysteem Aarde. De mens moet leren begrijpen dat het een in zichzelf werkend systeem is dat ondersteuning nodig heeft en geen strijd tegen het ecosysteem. Dus leer te werken met de systemen die beschikbaar zijn op Aarde om evenwicht te bewaren en probeer de strijd tegen de systemen op te geven en te veranderen in meewerken met de ecosystemen. Zolang jullie als mensen niet begrijpen dat jullie zelf een onderdeel van het systeem zijn en dat je het niet willekeurig kunt aanpassen en naar je hand kunt zetten, zolang zullen pandemieën noodzakelijk zijn. Maar het kan nog veel verder uit de hand lopen. Het heeft alles te maken met hoe de mensen spiritueel op de uitbraak reageren als volk. Als hier niets van geleerd wordt, zal het virus, mogelijk gemuteerd, regelmatig terugkomen. Steeds in de hoop dat de mensheid hiervan gaat leren. De wereldwijde reactie op ons is helaas niet hoopgevend.’

Wat kunnen we als mensheid ondernemen tegen het coronavirus?

Deze vraag is weer aan het bewustzijn van het virus voorgelegd.
M: ‘Wat kunnen we als mensheid ondernemen tegen het corona virus?’
C: ‘Er dient een besef te komen dat jullie anders met de natuur moeten omgaan. Dat blijft het hoofdthema. Daartoe zijn er opinievormers nodig. Je ziet al regelmatig artikelen verschijnen waarin de stelling wordt geuit dat we anders met de wereld moeten omgaan. Ruimte geven aan de wilde dieren, jullie laten steeds meer van hun natuurlijke habitat verdwijnen, waardoor de dieren gedwongen worden om dichterbij de mensen te komen. Daarbij kunnen eenvoudiger ziektes worden overgedragen. Dat is een van de vele kanten, dus stop met het steeds verder verstoren van natuurlijke evenwichtsgebieden en trek je terug uit randgebieden en laat die weer aan de natuur. Die herstelt dan zelf het evenwicht wel weer. Dat kost tijd en zouden jullie wel kunnen helpen, maar daar moeten dan wel mensen bij betrokken worden die het begrijpen en niet uit commerciële overwegingen doen. Ook de omgang met dieren moet herzien worden, niet alleen wilde dieren of vrije dieren, maar ook met de dieren in de veehouderij, intensief of extensief, en de huisdieren. Maar dan zijn we er nog lang niet. Jullie hebben echt alles verpest de afgelopen honderd jaar. De bodem, de lucht, het water, alles moet weer op natuurlijke wijze hersteld worden en alleen zo kunnen we voorkomen dat dit nooit meer hoeft te gebeuren.’

Bovenstaande wordt door verschillende wetenschappers bevestigd. Onder andere Kate Jones, hoofd ecologie en biodiversiteit aan de Universiteit van Londen, onderzoekt niet alleen hoe de inperking van het leefgebied van dieren tot een toename in zoönosen leidt. Ook kijkt ze hoe de afname in biodiversiteit het opkomen van nieuwe infectievirussen bevordert. ‘Hoe meer het ecosysteem is verschraald, hoe groter de kans is dat de overgebleven diersoorten meer ziekten dragen die op de mens overgedragen kunnen worden’ zegt Jones in een interview met The Guardian.

‘Een zoönose is elke ziekte of infectie die van nature overdraagbaar is van gewervelde dieren op mensen. Dieren spelen dus een essentiële rol bij het in stand houden van zoönotische infecties in de natuur. Zoönosen kunnen bacterieel, viraal of parasitair zijn of onconventionele agentia omvatten.’ (bron: Wikipedia). Het corona virus is een zoönose.

Onze huidige wijze van veehouderij is verworden tot een onmenselijke fabriek met productiemiddelen, die niet meer als levende wezens worden beschouwd

‘De opkomst en verspreiding van Covid‐19 was niet alleen voorspelbaar, maar werd voorspeld in de zin dat er nog een virale opkomst van dieren in het wild zou zijn die een bedreiging voor de volksgezondheid zou vormen,’ zei prof. Andrew Cunningham van de Zoological Society of Londen. Daarbij gaf hij aan dat andere ziekten door dieren in het wild een veel hoger sterftecijfer hadden bij mensen, zoals 50% voor ebola en 60% ‐75% voor het Nipah‐virus, overgedragen van vleermuizen in Zuid‐Azië. ‘Hoewel je het op dit moment misschien niet denkt, hebben we waarschijnlijk een beetje geluk gehad met Covid‐19, dus ik denk dat we dit als een duidelijk waarschuwingsschot moeten nemen’. Aldus Cunningham in The Guardian van 25 maart 2020.

Onze huidige wijze van veehouderij is verworden tot een onmenselijke fabriek met levende productiemiddelen

M: ‘Je hebt het gehad over de leefruimte voor de vrije dieren, maar moeten we ook stoppen met dieren exploiteren voor onze consumptie?’
C: ‘Dat zal uiteindelijk moeten gebeuren. Zoals je zelf ook al geconstateerd hebt, zoals jullie nu naar de slavernij uit het verleden kijken, zo zullen jullie ooit ook kijken naar de intensieve veehouderij. Het is volkomen onmenselijk zoals jullie denken dat je dieren kunt gebruiken als productiemiddel, in plaats van dat het een wezen met gevoelens is.’

‘De vraag die maar niet gesteld wordt, is of we álle dierlijke consumptie niet zouden moeten heroverwegen. Hoe kan het dat wij bereid zijn zoveel op te offeren om maar dieren te kunnen blijven eten? We zetten onze planeet, onze gezondheid en niet in de laatste plaats onze menselijkheid op het spel. Wij plegen op massale schaal geweld tegen dieren en dat blijft niet ongestraft: de risico’s van deze omgang met dieren zijn groot.’ Dit schrijft Armanda Govers, die milieurecht studeerde, op 17 maart 2020 in OneWorld.

Wat kunnen we als individu ondernemen tegen het virus?

Op de website van het RIVM vind je deze basic maatregelen die je zelf kunt ondernemen tegen het virus.

  • Was je handen regelmatig met water en zeep
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes
  • Geen handen schudden
  • Blijf thuis als je verkoudheidsklachten krijgt
  • Houd 1,5 meter (twee armlengtes) afstand van elkaar

Deze maatregelen gelden voor alle virussen die griep en verkoudheid kunnen veroorzaken. Het is dus altijd belangrijk om deze op te volgen.

Maar wat heeft het corona virus ons te zeggen over wat we zelf kunnen doen?

M: ‘Wat kunnen we als individu ondernemen tegen het virus?’
C: ‘De maatregelen die door de overheid worden genomen zijn redelijk om je besmettingskans zo klein mogelijk te maken. Ook de voorschriften die worden opgelegd van afstand houden en handen wassen, enz. zijn zinvol. Maar besef ook dat dit geen virus is dat over individuen gaat, het gaat om de mensheid. Daarbij zullen veel slachtoffers vallen, voor veel van hen geldt dat ze nu een kans krijgen om te ontsnappen, voor sommige is het echt te vroeg, maar ook hier geldt hoe vreemd het ook klinkt, het is een eigen keuze, onbewuste keuze. De mens hoeft hier niet ziek van te worden, degenen die wel ziek worden kiezen ervoor zich op te offeren om de mensheid iets duidelijk te maken. Dat klinkt bijna hard, maar eigenlijk is het de opperste daad van liefde. Zoals soldaten zich in oorlogstijd vrijwillig melden bij het front en daar ook sterven in naam van het vaderland, zo mag je ook naar deze helden kijken die zich opofferen om de wereld iets duidelijk te maken.’
M: ‘Mag ik nog iets vragen over hoe kunnen we ons persoonlijk beschermen?’
C: ‘Bescherming ligt uitsluitend op het spirituele vlak. Als je begint te begrijpen dat je onderdeel bent van een systeem en dat het systeem leidend is, dan doe je al een belangrijk stap. Ook is het noodzakelijk dat de mens leert begrijpen dat het incasseringsvermogen van de Aarde ver is overschreden, niet alleen bodem, water en lucht, maar ook van alle dieren die er leven, dan kunnen er zaken veranderen. Ieder moet voor zichzelf besluiten dat het anders moet en er ook aan gaan werken. Dan nog geeft dat pas op langere duur persoonlijke bescherming.’
M: ‘Kortom, je zegt dat we ons nu niet persoonlijk kunnen beschermen, omdat we nog onvoldoende veranderd hebben?’
C: ‘Nee, zo strak is het niet. Ik zei persoonlijke bescherming ligt uitsluitend op het spirituele vlak. Dan zal je het daar ook moeten zoeken, in je eigen spiritualiteit. Mediteer daarop, trek een beschermende ring om jezelf en je geliefden, dat kan helpen. Afhankelijk hoe ver je gevorderd bent in dit soort zaken kan dit uiteindelijk een volledige bescherming bieden. Maar dat is heel persoonlijk en het wil niet zeggen dat iedereen dat goed kan. Maar probeer het in ieder geval, want het is je beste optie momenteel en mogelijk ook voor de toekomst.’

Mediteren kan helpen bij de persoonlijke bescherming tegen het corona virus

M: ‘Hebben jullie nog iets toe te voegen?’
C: ‘Ja beslist. Beschouw ons niet als de vijand, maar als een vriend die je probeert iets duidelijk te maken, zoals je van vrienden onderling mag verwachten. Dat ze duidelijk zijn en wij zijn duidelijk. Helaas begrijpt niet iedereen de boodschap, daarom is het heel goed als jij min of meer een soort woordvoerder wilt zijn. Daarvoor dank.’

Is er een relatie tussen 5G en het corona virus?

Op verschillende plekken wordt gesuggereerd dat het snelle uitbreken van het Covid‐19 te maken heeft met de uitrol van 5G. En daadwerkelijk is Wuhan één van de steden in de wereld waar 5G al met ruim 10.000 zendmasten aanwezig is. Alle reden om het virus hier naar te vragen.

M: ‘Heeft de uitbraak van het corona virus ook iets met 5G te maken? Kunnen jullie daar duidelijkheid over verschaffen?’
C: ‘Ja dat is mogelijk. Wij hebben direct niets te maken met 5G, maar indirect wel heel veel. Door het uitrollen van 5G, dat nog veel schadelijker is dan de voorgangers 1G tot en met 4G, wordt het immuunsysteem van de mensen aangetast. En je bent met een slecht immuunsysteem veel kwetsbaarder dan wanneer je een goed ontwikkeld immuunsysteem hebt.’
M: ‘Dat is duidelijk, maar is het dan toeval dat de uitbraak in Wuhan plaatsvond?’
C: ‘Nee, zeker niet. Wuhan is een miljoenenstad, met veel markten waar wilde dieren worden verhandeld en waar de kans op besmetting dus erg groot is. Daarnaast is het een stad waar 5G al behoorlijk is uitgerold en de consequentie daarvan is dat al veel mensen een zwak immuunsysteem hebben. Die combinatie maakt mensen vatbaar voor vreemde ziektes en zo konden wij daar gemakkelijk aangrijpen of ingrijpen. Want het ontstaan van dit virus is geen toeval, het zat er aan te komen, zoals je in veel wetenschappelijke literatuur kunt lezen. Dat Wuhan de oorsprong heeft gehad lijkt voor jullie zo. Het varianten van corona virus waren ook al op andere plaatsen actief, maar kregen weinig kans om tot grote problemen te leiden. In dat opzicht had Wuhan de ideale broedplaats voor het virus om echt uit te groeien tot een pandemie en dat is gebeurd.’

Bestaat er een verband tussen 5G en de corona uitbraak?

De Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) heeft in 2015 een aantal wetenschappers de opdracht gegeven om een plan klaar te maken voor de onvermijdelijke ‘ziekte X’. Bekende besmettelijke zoönosen zoals ebola, zika en het lassavirus worden door de WHO scherp in de gaten gehouden. Maar de organisatie wilde zich ook, met protocollen, voorbereiden op nog onbekende zoönosen, ‘ziekte X’, die zich zouden kunnen ontwikkelen en zich bijvoorbeeld via luchtwegen in een rap tempo en wereldwijd onder mensen zouden kunnen verspreiden. Het corona virus is zo’n ‘ziekte X’ en is dus geen verrassing. Maar in een wereld waar mensen zich op grote schaal verplaatsen is voorkoming van pandemieën ongelofelijk moeilijk. En nu zet het corona virus de wereld op haar kop. Er zal een vaccin komen, maar het virus zal niet de laatste ‘ziekte X’ zijn. De toename in het aantal zoönosen is een feit.

Samenvatting en conclusie

Het lijkt erop dat het corona virus ons iets te zeggen heeft. Het is een waarschuwing aan de mensheid om eindelijk weer aandacht te besteden aan de natuur en moeder Aarde. Wij, als mensheid, zijn zogezegd van het padje af geraakt en zullen ons moeten herbezinnen op onze plaats in het grotere geheel. In dat opzicht, en dat zal moeilijk zijn om te zien, is het corona virus als een vriend gekomen en niet als onze vijand.

Wat heeft het corona virus ons te zeggen? – deel 1

Sinds begin 2020 is de wereld in de ban van het covid‐19 corona virus. Wat als een ver van mijn bed show in Wuhan, China, begon, is uitgegroeid tot de grootste maatschappelijke ontwrichting die we ooit hebben meegemaakt in vredestijd. Hele landen gaan op slot, niemand mag er zonder goede reden meer in. Steden worden spooksteden, nauwelijks meer mensen op straat.

Straten zijn uitgestorven omdat iedereen thuis blijft op gezag van de verschillende regeringen ter vermijding dat het virus kan overstappen van de ene mens op de andere

Hele sectoren zijn stilgelegd, restaurants zijn gesloten op gezag van regeringen, cafés en kroegen eveneens, de entertainment industrie van theater, musea, sportwereld, vliegverkeer, alles ligt stil. Gezellig winkelen is er niet meer bij, dus sluiten veel winkels als ze niet tot de eerste levensbehoefte behoren, ook hun deuren. Kantoren zijn nagenoeg uitgestorven, wie thuis kan werken, werkt thuis. Scholen en universiteiten zijn gesloten.

Zelfs op straat houden we afstand, social distancing heet dat en we komen niet meer bijeen met meer dan drie personen. Ouderen komen hun huis niet meer uit, kinderen en kleinkinderen komen niet meer op bezoek, oppassen is er niet meer bij. Vereenzaming en ontwrichting ligt op de loer, samen met het virus.

Over de economische gevolgen houdt iedereen zijn hart vast, er worden in Nederland bedragen genoemd van 90 miljard Euro en in Amerika van 2 biljoen doller om de onvermijdelijke recessie te proberen zo licht mogelijk te houden. Misschien is het tijd om te kijken wat het virus ons te zeggen heeft?

Wat is de oorsprong van het coronavirus?

Vermoedelijk lag de bron van de corona‐uitbraak op een markt in Wuhan, een dierenmarkt waar ook wilde dieren, dood en levend, werden verkocht en geslacht ter consumptie. De uitbraak deed denken aan de SARS‐epidemie van 2003, die ook zijn oorsprong vond op een markt waar wilde dieren werden geslacht en verhandeld. Er wordt gewezen naar vleermuizen als mogelijke drager van het virus , maar dat is niet waarschijnlijk, omdat er op de betreffende markt geen vleermuizen werden aangetroffen en ze nog in winterslaap waren ten tijde van de uitbraak. Maar zeer waarschijnlijk is het een virus dat van een dier op mensen is over gegaan.

Maar je kunt er ook anders naar kijken. ‘De natuur stuurt ons een bericht over de pandemie van het corona virus en de aanhoudende klimaatcrisis’, aldus Inger Andersen, econoom en sinds februari 2019 directeur van het VN‐milieuprogramma. Andersen zegt dat de mensheid teveel druk uitoefent op de natuur met alle schadelijke gevolgen van dien. Als wij niet goed voor de planeet zorgen, zorgen we niet goed voor onszelf. ‘Natuurlijk moet onze eerste prioriteit het beschermen van mensen tegen het corona virus zijn en de verspreiding ervan te voorkomen. Maar onze lange termijn reactie moet het verlies van leefgebied en biodiversiteit aanpakken’, voegde ze eraan toe. ‘Nooit eerder waren er zoveel mogelijkheden voor ziekteverwekkers om van wilde en gedomesticeerde dieren op mensen over te gaan’, zei Andersen tegen de Guardian (25.03.2020), waarin ze uitlegde dat 75% van alle opkomende infectieziekten afkomstig zijn van dieren in het wild.

Na deze inleidingen en meningen van experts, vragen we het corona virus dezelfde vraag.
M: ‘Wat is de oorsprong van het virus?’
C: ‘Wij zijn ontstaan om iets duidelijk te maken aan de mensheid. De verhouding tussen alle schepselen op Aarde is al zolang totaal scheef, dat het nu echt uit de hand loopt. Mensen denken dat ze de Aarde regeren, maar dat is een onjuiste en erg verheven gedachte. De Aarde is een ecosysteem dat zichzelf regeert, in stand houdt. Als je daar dingen heel eenzijdig in verandert, moeten er aan de andere kant van de weegschaal, want dat is een ecosysteem eigenlijk, een soort weegschaal, ook dingen veranderen. De mens brengt de weegschaal uit balans, dan treden er tegenkrachten op die de balans weer een zetje terug proberen te geven.’

Vrouwe Justicia als symbool voor de balans die de mens in acht zou moeten nemen en die nu totaal
zoek is in haar omgang met de natuur en de Aarde

‘De feitelijke oorsprong is jullie houding tegenover de natuur. Doordat jullie de verbinding met de natuur zijn kwijtgeraakt, moeten we als natuur weer zorgen voor evenwicht. Althans we moeten jullie laten weten dat het zo niet langer kan. Daar hebben we reeds een lange serie ziektes voor in de wereld gestuurd, maar het heeft niets fundamenteel veranderd. Daarom moeten er steeds weer pandemieën komen, in de hoop dat jullie, de mensheid, eindelijk gaan begrijpen dat jullie echt heel anders naar de natuur moeten kijken. Samenwerken is dan het devies en om samen te werken moeten jullie ophouden met oorlog te voeren tegen de natuur. De oude volken werkten samen met de natuur, zij hadden er ook de kennis van en deden niets wat niet paste in dat plaatje. Jullie zijn de relatie met de natuur kwijtgeraakt. Jullie nemen wat sommige vinden dat ze mogen nemen. Maar daarmee wordt het evenwicht verstoord en dat leidt tot de huidige crisis. Jullie zijn dus zelf de oorzaak van deze uitbraak. En daarmee feitelijk ook de oorsprong, want een andere houding tot de natuur zou echt noodzakelijk zijn.’ Tot zover het antwoord van het corona virus zelf.

Het virus spreekt hierboven ‘Daar hebben we reeds een lange serie ziektes voor in de wereld gestuurd, maar het heeft niets fundamenteel veranderd.’ Daar zeggen de experts het volgende over.

  • De Spaanse griep eiste in 1918 en 1919 naar schatting 20 tot 100 miljoen mensenlevens. Dit virus werd vermoedelijk overgedragen van pluimvee naar mensen en varkens. Aan besmetting van dit virus stierven veel jonge mensen. De instanties waren toen echter nog nauwelijks bekend met virussen en er werden dan ook te weinig maatregelen genomen om de ziekte in te dammen.
  • In 1957 en 1958 eiste de Aziatische griep meer dan een miljoen mensenlevens. Dit virus was een kruising van vogel‐ en menselijke griepvirussen.
  • In 1968 eiste de Hongkonggriep een miljoen mensenlevens. Ook dit virus was een kruising van vogel‐ en menselijke griepvirussen.
  • De Mexicaanse griep (die aanvankelijk overigens de varkensgriep heette) brak in 2009 uit en eiste naar schatting tussen de 151.700 en 576.400 mensenlevens. Hiervan was 80 procent jonger dan 65 jaar. Dit virus was een kruising van varkens‐, vogel‐ en menselijke griepvirussen.

De Mexicaanse griep en de Hongkonggriep circuleren nog steeds als seizoensgriep. Dat maakt het uitbreken van nieuwe tussen mensen overdraagbare infectieziekten extra problematisch: je komt er niet zomaar vanaf. De doorlopende HIV‐pandemie is daar een ander, schrijnend, voorbeeld van. Daar zijn sinds de uitbraak in 1981 32 miljoen mensen aan overleden.

Doordat jullie de verbinding met de natuur zijn kwijtgeraakt, moeten we als natuur weer zorgen voor evenwicht

Waarom is het coronavirus nu gekomen?

November 2017 stuurden 15.364 wetenschappers uit 184 landen een open brief aan de mensheid. Het bericht is een update van een eerdere waarschuwing van de Union of Concerned Scientists die 25 jaar geleden werd ondersteund met ruim 1.700 handtekeningen van wetenschappers. Maar de experts zeggen dat het beeld veel en veel erger is dan in 1992, en dat bijna alle problemen die toen werden geconstateerd, gewoon zijn verergerd. In het waarschuwingsbericht worden tal van ecologische rampen onder de aandacht gebracht, waaronder catastrofale klimaatverandering, ontbossing, uitsterven van massasoorten, ‘dode zones’ in de oceaan en gebrek aan toegang tot zoet water.

‘Door de bevolkingsgroei niet adequaat te beperken, de rol van een economie die geworteld is in groei opnieuw te beoordelen, broeikasgassen te verminderen, hernieuwbare energie te stimuleren, leefgebieden te beschermen, ecosystemen te herstellen, vervuiling tegen te gaan, ontmanteling tegen te gaan en invasieve uitheemse soorten tegen te houden, neemt de mensheid niet de dringende stappen nodig om onze in gevaar gebrachte biosfeer te beschermen’ zegt de vooraanstaande Amerikaanse ecoloog Professor William Ripple van de Oregon State University, als woordvoerder van de 15.000 wetenschappers in de Independent 13.11.2017.

In hun waarschuwing voerden de wetenschappers, waaronder de meeste Nobelprijswinnaars ter wereld, aan dat menselijke invloeden op de natuurlijke wereld waarschijnlijk zouden leiden tot ‘enorme menselijke ellende’.

Enorm verlies aan leefgebieden voor de dieren in het wild is mede een oorzaak van het coronavirus

En wat is er met de waarschuwingen uit 1992 en 2017 gedaan?

Niets en zij waren zeker niet de enige die waarschuwden. Er moet echt iets gebeuren. Dus nu maar de vraag aan het corona virus zelf.
M: ‘Waarom is het corona virus nu gekomen?’
C: ‘Dat is een zaak van oorzaak en gevolg. Ik heb al eerder uitgelegd dat de Aarde een ecosysteem als geheel is. Dat is volledig uit balans geraakt door het langdurige exploiteren van de natuur door de mensen. Wij hebben regelmatig waarschuwingen gegeven, jullie kennen ze allemaal, de vorige pandemieën, maar de reactie erop was bestrijden en daarna over gaan tot de orde van de dag. Het huidige tijdperk is een tijdperk van steeds verder naar het egocentrische gaan, zelfs de politiek glijdt af naar egocentrisme met termen als ‘America first’, geen open grenzen voor mensen die het erg slecht hebben en vluchten om een beter leven te krijgen, zelfs de rijke landen zijn niet bereid om arme(re) landen in deze tijd bij te staan. Hoe kun je vanuit die houding weer oog krijgen voor de node van anderen? Dan moet er iets bijzonders gebeuren en dat is nu het geval. En wat zien we? Hoe moeilijker mensen het krijgen, hoe meer gemeenschapszin er ontstaat. Dus je kunt corona ook als een tegenbeweging beschouwen tegen het egocentrische van de huidige tijd.’
M: ‘Dus de veronderstelling dat de uitbraak van de pandemie juist in dit tijdsbestel geen toeval is, is een juiste?’
C: ‘Daar heb je volkomen gelijk in.’

Lees het vervolg>

Varkens in de intensieve veehouderij – deel 3

Wat vooraf ging

In het eerste deel van deze serie artikelen over varkens in de intensieve veehouderij zagen we hoe de veehouderij zich heeft ontwikkeld van een min of meer keuterboer bestaan tot de varkens industrie die we vooral nu aantreffen. Dat deze revolutie in de vleesproductie ook gepaard is gegaan met een toename van dierenleed kan ieder weldenkend mens begrijpen. We hebben kennisgemaakt met Friedolientje een varken in de intensieve veehouderij die ‘meepraat’.

In het tweede deel gaat het over dierenwelzijn en hoe de dieren het zelf voelen in deze omstandigheden. Friedolientje, het varken waar ik mee praat, blijkt een wijs varken te zijn en heeft daar een duidelijke mening over. In deel drie hebben we het over de leefomstandigheden van varkens en hun laatste levensfase.

 

Een varkens stal in de intensieve veehouderij (foto: Depositphotos)

De vleesindustrie

Het grootste probleem in onze omgang met dieren vormen de landbouwdieren, die veelal in de intensieve veehouderij gehuisvest zijn. De varkens in de vleesindustrie brengen hun volledige leven door in gesloten stallen, onder omstandigheden die schadelijk zijn voor hun fysieke en mentale welzijn. Van kraambox tot slachthuis is het leven van deze dieren één lijdensweg. ‘De productie van varkensvlees begint bij de moederdieren. Zeugen worden zwanger gemaakt door middel van kunstmatige inseminatie, met sperma afkomstig van ‘KI’ (kunstmatige inseminatie) – centra. Deze centra zijn gespecialiseerd in varkensgenetica en leveren afgetapt sperma van ‘kwaliteits’‐fokberen. De bevruchte zeug bevalt na een drachttijd van gemiddeld 115 dagen.

Gedurende drie à vier weken wordt ze samen met haar jongen in een kraambox geplaatst om hen te zogen. Vervolgens wordt de zeug na een korte herstelperiode (gemiddeld negentien dagen) opnieuw ingezet voor een volgende ‘reproductie’‐ronde. De zeugen brengen hun leven voornamelijk staand en liggend door, geklemd tussen de metalen stangen van de inseminatie‐, dracht‐ en kraamafdelingen in de moderne ‘doorschuif‐stalsystemen’.

De welzijnsproblemen die optreden bij zeugen zijn ernstig. Door het doorgedreven fokken ontstaan veel problemen rond vruchtbaarheid en uiergezondheid. Omwille van de zeer beperkte bewegingsvrijheid, lijdt tien procent van de zeugen aan poot‐ en klauwproblemen. Kreupelheid is bij zeugen de voornaamste reden voor euthanasie, met verlammingen van de achterhand, fracturen en gewrichtsontstekingen als belangrijkste onderliggende oorzaken. Bij kreupele zeugen ligt het sterftecijfer van de biggetjes in de kraamstal hoger. Dit laatste zou te maken hebben met de meer bruuske manier waarop kreupele dieren gaan liggen in de kraambox, waardoor het risico op geplette biggetjes stijgt’. (bron: animalrights.nl)

 

Bron: Ziek van de intensieve veehouderij, Varkens in nood, februari 2018

Enkele getallen over de vlees‐ en visindustrie wereldwijd

Enkele getallen om een beeld te krijgen van de omvang. Er worden ca. 1 miljard varkens, 1,5 miljard runderen en 50‐60 miljard kippen in de vleesindustrie geslacht. In totaal gaat het om 70‐75 miljard dieren per jaar. Deze dieren worden nauwelijks, op een enkele uitzondering na, beschouwd als levende wezens die pijn en stress kunnen ervaren, maar worden gezien als machines voor de productie van vlees, melk en eieren. Ze worden gefokt op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een manier dat hun lichamen passen binnen het beeld dat ze als productiemiddel moeten hebben, zodat ze in kortere tijd meer vlees produceren of juist meer eieren leggen, enz.. De lengte en kwaliteit van hun bestaan wordt bepaald door hun economische waarde. Dierenwelzijn speelt uitsluitend als afgedwongen kwaliteit een rol.

Naast de zoogdieren worden elk jaar 2,7 triljoen dieren uit zee gevist. Zo’n 75% van de wereldwijde visgebieden wordt geëxploiteerd of is al uitgeput. Ongeveer 40% van de gevangen vis wordt weggegooid omdat ze van de verkeerde soort of te klein is. Helaas zijn ze dan al dood.

Varkens reageren verschillend op dezelfde omstandigheden

Uit mijn gesprekken met varkens blijkt dat ze weten wat hun lot is, alleen gaan ze daar heel verschillend mee om.

Friedolientje vertelde dat een bepaalde groep varkens elkaar namen geven en met elkaar communiceren. Andere varkens kiezen ervoor in een soort schemerbestaan te leven om niet te veel mee te krijgen van alle ellende die ze wordt aangedaan. Ik heb Friedolientje gevraagd om te bemiddelen zodat ik ook met een varken in schemertoestand kan praten. Hieronder dat gesprek.

Een gesprek met varken E342

F: Eddy, mag ik je introduceren bij varken E342, ze is bereid met je te praten.
M: Dank je wel Friedolientje en dank je wel varken E342 dat je met me wilt praten.
E342: Ja, Friedolientje heeft me min of meer wakker geschud omdat er iemand was die dringend met me wilde praten en Friedolientje vond het heel spannend en zei dat ik het ook moest doen.
M: Nou dank je wel voor deze introductie. Na wat Friedolientje me verteld had over hoe verschillend jullie omgaan met het verblijf op stal ben ik nieuwsgierig om te horen hoe jij dat doet. En ik vraag dit omdat ik een artikel wil schrijven over de varkens industrie en daarin wil laten zien hoe de dieren het zelf ervaren.
E342: Nou dat kan ik snel beantwoorden, bescheten. Sorry voor de term, maar we liggen hier maar op die meestal vieze roosters die aan alle kanten pijn doen aan je lijf omdat het geen fijne ondersteuning is en van bewegingsvrijheid is al helemaal geen sprake, ik kan me meestal niet eens omdraaien omdat ik te groot en te zwaar ben voor dat kleine hokje dat ik heb. En ik begrijp wel waarom ik zo moet liggen, zodat mijn jongen goed kunnen drinken en snel groot kunnen worden en daarna ook zelf weer kunnen gaan produceren. De mannelijke biggetjes hebben helemaal pech of misschien geluk, ze worden al snel vetgemest en daarna geslacht, die zijn er dan weer vanaf met een beperkte periode van ellende. Wij zeugen moeten dit enkele jaren volhouden als een soort biggen fabriek en daarna worden we alsnog afgedankt en geslacht.

 

Varkens in hun hokken in afwachting van hun volgende fase (foto: Depositphotos)

M: Dus je weet heel goed wat je uiteindelijke bestemming is?
E342: Ja en nee. Ja in de zin dat ik weet dat ik geslacht zal worden. Nee in de zin dat ik niet precies weet wanneer het gaat gebeuren en ook niet weet waar. Soms worden we ook nog op ‘transport’ gestuurd zoals ze dat noemen. Dan zitten we soms dagen in een veewagen, met varkens boven en/of onder ons, soms heel erg koud, soms ontzettend heet. En je hebt geen idee wanneer het afgelopen is. Mag je er dan eindelijk uit, ben je bijna blij dat het afgelopen is en dat je zo het slachthuis inloopt.

Het leven van een varken in de intensieve veehouderij is geen plezierig leven. Maar willen we dit wel weten of sluiten we onze ogen omdat we ons stukje vlees zo lekker vinden?

Het slachten van varkens

De Nederlandse slachthuizen verwerken iedere dag meer dan 45.000 varkens. In de wet staat dat bij het doden van dieren ervoor wordt gezorgd dat ze ‘elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard’. Volgens de Nederlandse vleessector worden de dieren daarom bij aankomst in de slachterij eerst in een groep opgevangen en rustig gehouden. Als de varkens eenmaal klaar zijn voor de slacht, worden ze met CO2 of met een stroomstoot verdoofd. Daarna wordt hun keel doorgesneden zodat ze doodbloeden. De karkassen gaan vervolgens door heet water, waardoor de haren beter verwijderd kunnen worden. Dat laatste gebeurt in een gasoven. Hierna wordt de buik van het varken opengesneden en haalt een slachter de ingewanden eruit. Als dat is gebeurd, wordt het varken in de lengte doormidden gesneden en in kleinere stukken vlees verdeeld (uitsnijden).
[Bron: vlees.nl]

Waar gaat het vlees van een varken heen? (bron: voedingscentrum)

Verder in gesprek met varken E342

M: Wil je verder vertellen over het slachten?
E342: Ja, dat kan. Ik heb het verschillende keren meegemaakt, dus ik weet ervan. Ik zal je een verhaal vertellen zoals me dat de laatste keer is overkomen.
M: Dat weet je nog precies?
E342: Nou, ik zal mijn best doen, veel van wat wij beleven zit in ons algemene bewustzijn en daar kunnen we dan uit putten.
M: Dus het is eigenlijk een verhaal dat door iemand van jullie uit de varkensfamilie is beleefd en dat je nu kunt vertellen?
E342: Dat is juist, strikt genomen is het natuurlijk een verhaal van een ander varken, want ik ben dat varken niet meer, maar het voelt alsof het mijzelf is overkomen.
M: Nou laat maar horen.
E342: Het verhaal speelt zich enkele jaren terug af, de inspectie kwam af en toe langs om te kijken of de situatie in de stallen beter was geworden, nadat klachten kwamen uit de buurt. Dat heeft tot kleine verbeteringen geleid, met name in de frisheid van de lucht binnen. We woonden in de stal en het stonk er zo ontzettend dat wij slecht konden ademhalen. Daardoor werden onze longen aangetast en kregen we vervolgens medicijnen ingespoten waardoor we ons nog beroerder gingen voelen. Daar werd je loom van en dat is een toestand die best wel aardig aanvoelt, want je sluit eigenlijk alles af en gaat op spaarstand. Zo kun je de ellende waarin je zit buitensluiten. Zo heb ik voor dit leven geleerd dat de sluimertoestand het leven het meest dragelijk maakt, eigenlijk wilde ik zeggen, het minst ondraaglijk, maar dat klinkt zo ingewikkeld. Maar dat allemaal terzijde.
De kinderen, deze keer 21 stuks, waren snel groot waarna ze allemaal bij me weg zijn gehaald. Ik ben overtollig geworden en dan gaat het snel. De volgende dag ging ik op transport, ’s ochtends heel vroeg worden we met tientallen varkens de vrachtauto ingejaagd, dat gaat niet zachtzinnig. Ik heb heel wat harde klappen gekregen voor ik boven in de auto stond. Ik wilde ‘lig’ zeggen, maar daar is geen sprake van, je staat er, niet op een rooster maar een gesloten vloer met openingen aan de zijkanten. Maar eigenlijk sta je aan alle kanten in de poep, want door je angst poep je toch wat sneller. We weten wel wat er gaat gebeuren, maar dat is geen enkele geruststelling, want het betekent nog veel meer ellende en pijn en klappen, enz. We boften dit keer, het was een rit van een halve dag en niet een van dagen lang. Dus we kwamen op de plek van bestemming, het stinkt er enorm en er hangt een hele erge angst in de lucht. Het walmde je eigenlijk gewoon tegemoet toen we uit de transportauto gejaagd werden. Daarna gingen we tussen hekken door een hal in, allemaal achter elkaar lopend, liefst een beetje op een holletje. We kwamen een ruimte in waarin we werden verdeeld, niet meer achter elkaar maar met vijf naast elkaar. Daar stond iemand die je probeerde te  verdoven of doden, direct met een elektro apparaat. Dat gaat best snel en efficiënt, maar soms kreeg hij een varken niet goed te pakken en glipte hij er onverdoofd tussendoor. Wat er dan allemaal gebeurde is een beetje te veel chaos voor mij om het goed te kunnen vertellen. Ik geloof dat we werden opgehangen en dat dan mensen onze kelen doorsneden, en als je dan nog niet dood of verdoofd bent, dan werd er enorm gegild en dat maakt de chaos zo compleet. Je weet zelf niet meer precies wat er gebeurde en gebeurde het met jou of je buurvrouw? Dit is het meest chaotische en angstige moment van het hele gebeuren. Maar als je dan dood bent, lijkt het alsof het voorbij is, maar je bent daar nog steeds nabij je lichaam en dat is heel raar. De pijn is weg, de angst nog niet, die blijft blijkbaar langer aan je ziel vastzitten dan de fysieke pijn. Daarom bleef je rond dat slachthuis rondhangen. Gelukkig waren er veel helpers die je proberen te hepen en je duidelijk maakten dat je door moest gaan en dat je de angst los kon laten, want die heb je niet meer nodig in je nieuwe leven. En zo kwamen we langzaam allemaal in een rustigere omgeving waar we wat tot onszelf konden komen. En daarvandaan gingen we verder en werden we weer opgenomen in de groepsziel. Dat is het moment van thuiskomen, dat is heel fijn. Daardoor heeft dit gelukkig altijd een happy end. Maar daar moet je wel wat voor doorstaan.
Dat was mijn verhaal.
M: Dank je wel E342, dat was een heel verhaal en ook erg gedetailleerd, echt heel fijn dat je me dat wilde vertellen.
E342: Graag gedaan. Ik ben nu wel weer behoorlijk ‘wakker’ geworden. Zal weer even tijd nodig hebben om weer in de lethargie te verzinken, maar ik vond het fijn dat ik je dit mocht vertellen en ik hoop dat je er iets goeds mee doet, zodat het lijden van dieren in de toekomst tot het verleden behoort.
M: Dank je wel, wil je nog iets speciaals kwijt?
E342: Dat heb ik net al gedaan, dat was genoeg.

Conclusie

Dat het leven van een varken in de intensieve veehouderij geen plezierig leven is, weten we allemaal. Maar willen we dit wel weten of sluiten we onze ogen omdat we ons stukje vlees zo lekker vinden? En mogen we hier wel onze ogen voor sluiten?

De varkens Friedolientje en E342 waren bereid om een inkijkje te geven in hun leven en hoe zij dat leven als vleesfabriek ervaren. Het is opvallend hoe mild zij reageren. Ondanks alles wat wij hen aandoen, heb ik geen verwijt gehoord aan ons mensen. Daaruit spreekt eigenlijk alleen maar berusting, het accepteren van hun lot.

De wens van de varkens zou zijn dat jullie deze serie van drie artikelen lezen en ook delen met vrienden en kennissen, want dit moet bekend worden. Wij mensen moeten ons bewust worden wat wij de varkens en andere dieren aandoen. Pas dan kunnen we ook keuzes gaan maken die het dierenleed als niet meer acceptabel zien in de huidige maatschappij.

Misschien moeten we dit zien in het kader van een steeds bewuster wordende beschaving. In de 16e, 17e en 18e eeuw kwam de slavenhandel opzetten omdat er behoefte was aan goedkope arbeidskrachten die sterk en gezond waren. De slavernij werd in de loop van de tweede helft van de 19e eeuw langzaam afgeschaft. Partijen die er winst uit haalden stribbelden lang tegen, maar uiteindelijk is iedereen het er over eens dat dit toch wel een hele zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid is.

Voor de varkens geldt nu ook, ze zijn goedkoop vlees voor de mensen die graag vlees eten. Maar mogen we nog wel ons stukje vlees eten als we weten ten koste waarvan we dat stukje vlees op ons bord krijgen? Dit is aan een ieder om daar zijn eigen keuze in te maken, maar besef wel ten koste waarvan we vasthouden aan ons stukje vlees.

 

Varkens in de intensieve veehouderij – deel 2

Wat vooraf ging

In het eerste deel van deze serie artikelen over varkens in de intensieve veehouderij zagen we hoe de veehouderij zich heeft ontwikkeld van een min of meer keuterboer bestaan tot de varkens industrie die we nu op allerlei plaatsen aantreffen. Dat deze revolutie in de vleesproductie ook gepaard is gegaan met een toename van dierenleed kan ieder weldenkend mens begrijpen. We hebben kennisgemaakt met Friedolientje een varken in de intensieve veehouderij die ‘meepraat’.

Dierenwelzijn

Tegenwoordig zijn de meeste wetenschappers het erover eens dat alle gewervelde dieren, zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, in verschillende mate bewust zijn en gevoelens hebben en pijn kunnen lijden. Dieren praten niet, maar lijden doen ze evenzeer. Dierenleed raakt ons meer en meer. Toch is het bewustzijn van de wijze waarop dieren lijden, door ons toedoen, bedroevend gering.

‘De grote meerderheid van de diersoorten bezit neurale waarschuwings‐mechanismen die onder de algemene term ‘nociceptie’ (pijnzin) bekend staan. Dit zorgt ervoor dat ze gevoelig zijn voor wat hen schade kan toebrengen of kan doden. Als ze bang zijn, verhoogt de hartslag van gewervelden. Ze hebben hersenstructuren die lijken op ons limbisch systeem, de gebieden die de emoties beheersen. Hun gedrag en hun hersenstructuur wijzen in de richting dat dieren bewustzijn hebben. Zij zullen dus pijn voelen. Volgens de huidige wetenschappelijke kennis beantwoorden twee groepen van dieren aan deze criteria: de gewervelden en de inktvissen.’ (bron: michielhaas.nl)

Wetenschappers zijn het erover eens dat alle gewervelde dieren in verschillende mate bewust zijn en gevoelens hebben en pijn kunnen lijden

Onze maatschappij maakt zich meer en meer druk over het dierenwelzijn. Er worden keurmerken voor in het leven geroepen en het wordt meetbaar gemaakt. Eén van de bekendere definities van dierenwelzijn luidt: ‘Het dier, zoals het leeft in de vrije natuur, heeft het beste dierenwelzijn. Deze dieren leven immers naar hun aard, kunnen hun natuurlijke behoeften uiten en zijn optimaal aangepast aan de omstandigheden. Hiermee wordt niet gezegd dat deze dieren in een paradijs leven, maar het is (in praktische zin) voor dieren het hoogst haalbare.’ (bron: dierenrecht.nl)

Friedolientje over dierenwelzijn

M: Dag Friedolientje, mag ik weer met je praten?
F: Ja graag, het was gisteren fijn om met je te praten.
M: Dat is wederzijds, dus dan heb ik weer vragen voor je. Jullie hebben in jouw groep een mooie manier gevonden om te overleven in de omstandigheden waarin jullie verkeren. Maar wil je ook praten over die omstandigheden en hoe jullie dat vanuit jullie perspectief voelen?
F: Ja dat wil ik wel. We leven natuurlijk een heel eenzijdig leven. We beseffen wat er van ons gevraagd wordt en in plaats van dat we dat vrijwillig zouden kunnen geven, krijgen we die keus niet, we moeten in het systeem. Nu is het wel weer zo dat we wel zelf kiezen dat we het systeem in gaan of dat we als een ander soort varken, als wild zwijn of op een vrije uitloop boerderij, geboren worden. Daar hebben we enige invloed op, maar dat is beperkt omdat we wel bepaalde situaties moeten doormaken voor onze ontwikkeling.
M: Dat is bijzonder dat je daar keuzes in hebt, maar uiteindelijk zal ieder varken ooit de intensieve veehouderij in moeten gaan, is dat wat je wilt zeggen?
F: Dat is in principe juist, er zijn uitzonderingen, sommige varkens maken snel progressie en volgen een andere weg. Maar het is feitelijk een spirituele weg die we als varken volgen, niet direct individueel, want na ons leven worden we weer opgenomen in de groepsziel, waaruit we ooit weer opnieuw als varken op Aarde komen.

Varkens in de intensieve veehouderij met automatisch voersysteem (foto: Depositphotos)

M: Dat is een mooi verhaal. Maar nu terug naar je leven als varken in de intensieve veehouderij. Wat kun je me daar over vertellen?
F: Ik zal bij het begin beginnen. Ik ben op een andere boerderij geboren, niet heel ver weg. We waren met twaalf biggen, zeven mannetjes en vijf vrouwtjes. We hebben een tijdje met z’n allen in een stal geleefd met uitloop op beton. We bleven bij onze moeder, hoewel mijn broertjes al snel ergens anders heen gingen, en na vetmesten in hokken, gingen ze naar de slacht. Samen met drie van mijn zussen ben ik hier in de fabriek terecht gekomen. Het is allemaal heel helder, maar niet diervriendelijk. We liggen op roosters en konden in het begin beperkt rondlopen. Toen werden we kunstmatig bevrucht en al snel kregen we allemaal een eigen hok waar we in konden staan en liggen, maar niet lopen, daar was het te krap voor. Doordat ik zwanger werd van heel veel kindertjes werd het hok zelfs zo krap dat ik klem stond tussen de stangen. Gaan liggen of het omgekeerde opstaan, werd daarmee heel moeilijk en dat deed ik zo min mogelijk. Maar dat blijven staan en steeds zwaarder worden is pijnlijk voor je poten en spieren en botten. En liggen is ook niet echt comfortabel omdat je op een rooster ligt. Dat klinkt schoon, maar was het ook niet echt. Wel werden we dagelijks schoon gespoten met een waterstraal. En dan wordt je neergelegd omdat je moet bevallen, opstaan kan niet meer en omdraaien ook niet. Dus je ligt in een klem om te bevallen. Niet handig want een beetje ruimte zou wel fijn zijn. Je krijgt ook doorligplekken op de roosters en die wondjes werden slecht verzorgd, je kreeg een spuitje tegen de pijn en het ontsteken, maar echt beter werd het er niet van. De eerste keer kreeg ik zeventien kinderen, waarvan er vijftien het overleefden en bij mij in het hok met de roostervloer waren en omdat ik alleen maar kon liggen, konden ze goed bij me drinken. Ik zelf werd onder dwang gevoerd omdat het blijkbaar te veel tijd neemt als je zelf moet eten, bovendien is het dan fijn als je kunt staan om te eten. Veertien van mijn kinderen werden groot en al vrij snel bij me weggenomen. Waar ze heen gingen weet ik niet, maar ik denk dat een deel ergens anders in deze fabriek liggen. Ik heb contact gehad met Lientje en Ada, die zijn ergens in de buurt. Alle jongens zijn naar de slacht gegaan. Als dat achter de rug is, krijg je een korte tijd een iets vrijer leven, je mag met andere varkens in een hok voordat je weer zwanger wordt gemaakt en dat volgt al best snel. En dan begint het hele verhaal weer van voren af aan. Best wel een beetje troosteloos. Ik zou willen dat het beter op dieren ingericht was en niet alleen maar op hoe het snelst en meest efficiënt varkens groot gebracht kunnen worden om daarna als vlees op tafel te komen. Ik ben nu aan mijn vijfde cyclus als moeder varken en heb al heel veel biggetjes gehad. Ik verwacht dat dit mijn laatste of één na laatste toom (= nest biggen) zal zijn, waarna ik ook op ben en afgedankt zal worden. Afdanken is hier letterlijk. Je wordt met een heel stel varkens, veel te veel, in een grote vrachtauto met verdiepingen gejaagd en dan ga je op transport, in ons geval rechtstreeks naar het slachthuis. We weten dat het er aan komt en we weten wat daar gebeurt, en natuurlijk zijn we er bang voor. Maar we hebben daarin ook geen keus, het gebeurt gewoon na verloop van tijd.

Het veetransport is zwaar voor de varkens (foto: vanrooi.nl)

F: Over de slacht zelf wil ik je niets vertellen, omdat ik me daarvoor heb afgesloten, maar er zijn anderen die daar wel over kunnen praten. Is dit een beetje wat je wilde weten?
M: Ja Friedolientje, je hebt me heel veel verteld. Ik ben verrast dat je er zo nuchter onder bent en dat je al weet wat er allemaal gaat gebeuren.
F: Dat zou je niet moeten verrassen. Je verzetten is niet aan de orde en dat we weten wat er allemaal gaat gebeuren is de kracht van onze groepsziel. Ieder varken gaat na zijn slacht of in de zeldzame gevallen van een natuurlijke dood, terug naar de groepsziel en wordt weer een onderdeel daarvan. We weten alle ervaringen van alle andere varkens. Zo weet je ook wat je te wachten staat. Ik ben daar heel nuchter onder, dat geldt niet voor iedereen. Er zijn altijd varkens die nog aan het begin van hun ontwikkeling staan die in paniek raken en die zichzelf beschermen door in lethargie te vervallen. Ze leven een leven tussen leven en dood. Dat is hun manier van overleven.
M: Dank je wel voor alle informatie. Zullen we het vandaag hierbij laten, je hebt me weer heel veel verteld. Heb je nog een laatste informatie te delen of wil je wat anders zeggen?
F: Graag gedaan. En ik heb voldoende verteld voor nu. Tot ziens.

Dieren kunnen onderling communiceren

Varken Friedolientje gaf aan dat de varkens onderling communiceren, maar ook dat ze konden communiceren met andere dieren. Deze wijze van communiceren is via telepathische weg, dat is dus echt wat anders dan wat we gewoonlijk verstaan onder onderlinge communicatie van dieren via geluiden, gebaren of andere vormen van ‘taal’.

Onder telepathie (van het Oudgriekse ‘tele’, ver en ‘pathos’, gevoel) verstaat men het vermogen tot rechtstreekse overdracht van gedachten en gevoelens en van informatie op afstand zonder gebruik van taal of technische hulpmiddelen. Iemand die claimt telepathisch te kunnen communiceren met een ander persoon of dier doet dat zonder gebruik te maken van de zintuigen: ogen, oren, neus, smaak en geur. Telepathie wordt wel het “zesde zintuig” genoemd of communiceren via het universele informatieveld. Het bestaan van telepathie wordt dan ook vooral geassocieerd met het paranormale.

Friedolientje blijkt een wijs varken

M: Dag Friedolientje, mag ik weer met je praten? Ik vind je zo’n vrolijke naam hebben en ik word al vrolijk als ik aan je denk en dat ik weer met je mag praten.
F: Fijn dat je er zo over denkt, dit is wel de manier waarop wij ons eigenlijk uitzichtloze leven toch draaglijk proberen te maken. Dus ja, je mag met me praten.
M: Goed om te horen en ik heb enorme bewondering voor je dat jullie kans zien om zo positief in het leven te staan, terwijl je eigenlijk in een totaal onaanvaardbare situatie zit.
F: Ja dat is natuurlijk zo, maar je hebt er niets aan om willoos en min of meer verdoofd je leven te slijten, dan maak je geen stappen vooruit en is het een verspild leven, dat zou zonde zijn.
M: Maar toch, wat een wijsheid laat jij zien en met jou een aantal andere bijzondere varkens. Je weet dat ik wil praten over het proces van naar de slacht gaan en hoe het daar voelt. Maar ik wil ook graag een keer praten met een stalgenoot van je die in lethargie is vervallen, want dat is natuurlijk ook een realiteit.
F: Ja, zeg maar met wie je eerst wilt praten, ik denk dat het lethargische varken misschien wel het moeilijkst is om te bereiken, maar ik verwacht wel dat ik je kan introduceren bij een huisgenoot. Zullen we dat eerst proberen?
M: Ja graag, zeker als jij me kan introduceren.
F: Daar gaan we dan.

Dit is een artikel uit een serie van drie over het levens van varkens in de intensieve veehouderij. Via gesprekken met dieren proberen we te begrijpen hoe dieren dit leven ondergaan en ervaren.

Lees hier het vervolg

Varkens in de intensieve veehouderij – deel 1

Voor het midden van de 19e eeuw bestonden boerenbedrijven in Westerse landen vooral uit gemengde bedrijven. Dit waren kleine bedrijfjes, met wat koeien voor melk, kaas en mest, een paar varkens voor vlees en een enkel paard als trekdier. De landbouw was gericht op het produceren van voer voor eigen dieren en de lokale markt. Een beperkt deel was bestemd voor eigen consumptie.

‘Na 1850 stegen de prijzen voor dierlijke producten zoals boter en vlees veel sneller dan de prijzen van plantaardige producten. Door deze prijsstijging van dierlijke producten gingen agrarische bedrijven zich steeds meer toeleggen op dierlijke productie. Dierlijke productie werd in plaats van een aanvulling op de plantaardige productie de hoofdtak van deze agrarische bedrijven, terwijl de plantaardig productie werd gebruikt voor het maken van veevoer. De dierlijke productie kon mede zulke grote vormen aannemen doordat er goedkoop plantaardige producten konden worden geïmporteerd die als diervoeder gebruikt konden worden’. (bron: Wikipedia)

Na de Tweede Wereldoorlog was het Nederlandse regeringsbeleid gericht op het herstel van de economie en de industriële productie. De landbouwproductie moest fors omhoog om de
voedselprijzen laag te houden, hetgeen noodzakelijk was om de koopkracht te verhogen. Verhoging van de productie werd bereikt door mechanisatie, door gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en krachtvoer.

“Dierenwelzijn werd ondergeschikt aan opbrengst”

Met de opkomst van de Europese Unie en mede dankzij het gemeenschappelijk landbouwbeleid kwam de intensieve veehouderij in een stroomversnelling. Er werd veel geld geïnvesteerd in verhoging van de opbrengst, met minimale mankracht, grondstoffen en dieren om een zo’n hoog mogelijke productie halen. Dat was het doel. Dierenwelzijn werd ondergeschikt aan opbrengst.

Friedolientje – een varken op stal

M: Dag varken, mag ik met je praten?
F: Wie vraagt dat en waarom?
M: Dat vraag ik, Eddy Mulder. Ik ben enige tijd geleden begonnen met het praten met dieren en het bleek dat ik redelijk gemakkelijk contact kon maken en nu ben ik dat veel aan het doen om te leren van de dieren en te begrijpen hoe jullie in het leven staan. Dus mag ik je vragen stellen?
M: Ik ben heel benieuwd hoe jullie het leven in de stal van een intensieve veehouderij ervaren. Maar voordat we daar dieper induiken wil ik je bedanken dat je met me wilt praten en dat je me ook liet weten wat je naam is, Friedolientje.
M: Ik vind het een hele mooie naam.
F: Dank je wel, ja, we geven onszelf namen om juist de ‘ontdierlijking’ van deze vorm van veehouderij tegen te gaan. We zijn geen individuen meer, maar producten en om toch iets eigens over te houden hebben we allemaal een naam hier. Maar dat is de groep die dat zelf bepaalt. Er zullen vast andere groepen zijn waar dat niet gebruikelijk is.
M: Wat mooi om dat te horen. Jullie vormen dus een echte groep met elkaar?
F: Ja dat doen we, het is een grote groep en hoewel we elkaar nauwelijks zien, een enkele keer zie je andere varkens, buiten je directe buren, maar meestal zijn we alleen in ons hok en horen we de anderen wel. Maar we kunnen heel goed met elkaar communiceren, zoals wij dat nu ook doen.
M:  Wederom moet ik zeggen dat ik dat heel mooi vind. Dus ondanks de moeilijke omstandigheden die ik veronderstel, weten jullie er iets moois van te maken?
F: Nu moet je het niet al te zeer romantiseren, het blijft wel een vleesfabriek waar wij onderdeel van zijn en niet het meest prettige onderdeel. Aan de andere kant zijn wij door de groepsvorming veel met elkaar in contact, waardoor we veel lichamelijk ongemak beter kunnen verdragen.

Communiceren met dieren

Bovenstaande is een onderdeel van een aantal gesprekken die ik heb gehad met varkens in de intensieve veehouderij. Is zoiets als praten met dieren mogelijk? Veel wetenschappelijke studies ben ik er niet over tegengekomen, maar ze bestaan misschien wel.

Van een vriendin kreeg ik het boek ‘Kinship With All Life’ te leen, geschreven in 1976 door J. Allen Boone. Daarin vertelt de auteur van zijn leven met Strongheart, een tv hond en Freddie, een vlieg. En hoe deze twee dieren hem onderwijzen en heel veel leren. Is er dan een universele taal van liefde, een verwantschap met al het leven die een nieuwe horizon van ervaring kan openen? Met dit boek komt Boone met inspirerend bewijs dat communicatie met dieren een prachtig, onbetwistbaar feit is. Het enige dat nodig is, is een houding van openheid, vriendelijkheid, nederigheid en een gevoel voor humor om het gordijn te openen en banden van echte vriendschap te vormen.

Het mooie van deze universele taal is, dat je het kunt leren. Overal in de wereld zijn er mensen die met dieren communiceren en de meest wonderbaarlijke informatie doorkrijgen. Mijn leertraject heeft mij laten zien dat er heel veel verschil is tussen dieren, ook van dezelfde soort. De ene hond is een hele wijze hond, je zou kunnen zeggen een ‘oude’ ziel met wijsheid, de andere hond is alleen maar een speelse hond met alle onschuld die je van zo’n dier mag verwachten. In mijn onderzoek naar varkens in de intensieve veehouderij, ben ik ook deze verschillen tegen gekomen.

Overal in de wereld zijn er mensen die met dieren communiceren

Friedolientje over communiceren

M: Voor de helderheid, jij bent een levend varken dat in een stal ligt.
F: Dat is juist, ik lig in een stal ergens in Oost‐Brabant in de buurt van de Deurnese Peel waar onlangs een grote veenbrand gewoed heeft (het gesprek vond plaats op 2 mei 2020). Daar hebben we
gelukkig geen last van gehad en zelf ook geen angst van gevoeld, maar we hebben wel de paniek kunnen voelen van veel dieren die daar zijn omgekomen.
M: Dus je staat niet alleen met je ‘huisgenoten’ in contact, maar ook met andere dieren in de omgeving?
F: Dat is juist. We kunnen dat als we bij het volle bewustzijn blijven. Dat doet niet ieder varken. Sommige voelen zich zo ellendig dat ze alles gewoon loslaten en in een vorm van verdoving op stal
liggen, zonder een wakker bewustzijn. Dat is hun manier om zich te wapenen tegen dit ellendige leven. Maar anderen doen dat door met elkaar te communiceren en met de omgeving. Dat is op zich
een fijne manier om contact te onderhouden en het leidt je goed af van je werkelijke omstandigheden.
M: Wat interessant dat jullie deze manier gevonden hebben om je situatie dragelijk te maken.
F: Dragelijk is misschien niet het goede woord, maar je vindt op deze manier een weg om te overleven, zolang als het duurt.

 

M: Vertel eens iets meer over deze vorm van overleven, later wil ik graag met je terugkomen op jullie leefomstandigheden en hoe jullie daar mee om kunnen gaan. Maar nu vind ik dit onderwerp van
communiceren heel boeiend.
F: We communiceren met van alles om ons heen. Natuurlijk met onze stalgenoten die daar voor open staan, maar ook met de vliegen en dieren in de buitenwereld, de andere boerderij dieren als honden en katten en muizen. Maar soms ook met de vrije dieren buiten, zoals reeën en vossen en vogels in verschillende soorten en maten. Die zijn minder gemakkelijk om mee te communiceren omdat ze druk zijn, zeker in deze tijd van jongen krijgen. Om te communiceren heb je een beetje tijd nodig, je moet er voor gaan zitten zal ik maar zeggen. Voor ons geldt natuurlijk dat we er voor liggen, we hebben daarin geen keus.
M: Hoe gaat dat communiceren?
F: Nou op dezelfde wijze als wij dat nu doen. We brengen onze gedachten over via een soort zender en de ander moet dat dan opvangen. Als je wat opvangt kun je weer beter afstemmen en hoe beter je kunt afstemmen, hoe eenvoudiger de communicatie wordt. Dus op dezelfde manier als wij nu communiceren. Jij noemt dat ‘praten’ en zo voelt dat ook bijna.
M: Ik ben verrast over je open minded geest en de wijze waarop we met elkaar praten. Het voelt als broeders, nou ja, jij bent dan een zuster. En eigenlijk schaam ik me ervoor dat ik me nooit heb voorgesteld dat een varken zo ‘menselijk’ kan zijn. Sorry voor het woord ‘menselijk’ want dat is natuurlijk niet wat jij ervaart met de mensen die jou omringen.
F: Dat is grappig dat je dat zo zegt. Maar ik begrijp wat je bedoelt. Wij proberen soms ook met de mensen om ons heen te communiceren en soms lijkt het te lukken, maar dan doen ze toch niets en
dan moeten we constateren dat de mensen ons niet begrijpen. Ze willen wel, maar kunnen niet.
M: Ik ben je heel dankbaar voor dit gesprek, echt heel blij en verrast erover. Mag ik binnenkort weer terugkomen voor vervolg gesprekken?
F: Ja heel graag. Voor mij was het ook bijzonder om zo met een mens te kunnen communiceren.
M: Wil je nog iets zeggen als laatste woord?
F: Nou, dank je wel, ik verheug me op een volgend gesprek. Wacht er niet te lang mee. Dit is een artikel uit een serie van drie over het levens van varkens in de intensieve veehouderij. Via gesprekken met dieren proberen we te begrijpen hoe dieren dit leven ondergaan en ervaren.

Lees hier het vervolg