Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 2

Dit is het vervolg op het eerste deel over Wendy, dat je hier kunt lezen. 

11 april 2020
M: Dag Wendy, het is al weer lang geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Op de dag af is dat vijf maanden geleden. Tussendoor hebben we wel contact gehad als je wat kwijt wilde, maar echte gesprekken hebben we niet meer gehad.
W: Dat klopt, maar ik heb je wel altijd op gevoelsafstand dichtbij gehad. De afgelopen dagen merkte ik dat je met me bezig was.
M: Dat klopt. Nadat J. mij gevraagd had weer eens met je te praten, heb ik af en toe contact met je gemaakt en je de vraag van J. voorgelegd, zodat jij voor jezelf zou kunnen nadenken wat je wilt.
W: Ik ben blij dat je die keuze maakte en me de tijd hebt gegeven daar over na te denken, hoewel de vraag natuurlijk steeds boven mijn hoofd heeft gehangen als een zwaard van Damocles. Dat klinkt zwaar, maar dat is het ook. Het is zoveel gemakkelijker als anderen de keuze voor je maken. Maar jullie hebben gelijk, ik zou aangeven als ik meende dat ik zover was, klaar voor de euthanasie om het meteen duidelijk uit te spreken. En de afgelopen dagen heb ik gezwalkt in mijn gevoelens daarover.
M: Dat heb ik gemerkt. Je gaf ook aan dat je wel heel erg moe bent en dat je ook ontstekingen in je lijf hebt, waardoor niet alles goed gaat.
W: Dat klopt, maar ik heb met dit mooie weer ook steeds weer het gevoel als ik een tijdje buiten in de zon mag staan, ik me beter voel. Ik heb zo hiernaar verlangd, de warmte van de zon en nu is die er en ben ik toch te weinig in de zon. Want het is natuurlijk nog niet echt warm, wel in de zon, maar niet op de grond.
M: Maar Wendy heb je nu voor jezelf al uitgemaakt wat je wilt?
W: Ja, min of meer. Ik voel wel dat het een mooie tijd is, ik ben heel moe en krijg ook klachten en mijn lijf voelt niet altijd fijn. Dus dat onderschrijft het idee, het is mooi geweest. Maar aan de andere kant, ik wil zo graag nog in de zon staan, dus geef dat me ook nog. En ik heb aangegeven, ik wil sterven in de armen van J. Met mijn kop op haar schoot als dat lukt. En het is voor J. niet altijd mogelijk om dat iedere willekeurige dag te doen. Dus heb ik er volledig vrede mee dat J. de keuze maakt wanneer het haar uitkomt dan mag het vanaf nu gebeuren.
M: Ik voel een grote droefheid over me komen te denken dat je zou overlijden, maar ik besef ook dat dat ook bij het leven hoort. En je hebt natuurlijk een prachtig leven gehad onder de hoede van J., die je heel veel liefde heeft gegeven en nog geeft.
W: Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

Daar ben ik ook heel dankbaar voor en dat zal J. ook merken, dat heeft tot gevolg dat ze een hele diepe band zal hebben met bijna alle paarden overal ter wereld. J. is op die manier ook een beetje één van ons geworden en dat is mooi.

M: Wil je nog iets tegen J. zeggen?
W: Ja graag, ik wil J. bedanken voor de prachtige tijd die we samen hebben gehad. Ik ben haar daar dankbaar voor en ook voor het feit dat ik hier op deze plek mijn oude dag heb mogen doorbrengen. J. zal altijd verbonden blijven met paarden omdat ze voor een stukje is opgenomen in de groepsziel van paarden. Daarmee weet ieder paard, na verloop van tijd, dat J. te vertrouwen is en zal ze altijd ook vertrouwen terug krijgen van paarden.

Nagekomen bericht van Wendy, welke ze vannacht aan me door gaf: Ze wil met haar hoofd op schoot bij J. liggen, maar zodanig dat als ze een spasmen krijgt van de euthanasie, ze niet in J. haar buik kan klappen met haar hoofd, dus haar neus moet richting buik J. liggen. Dat als ze haar hoofd per ongeluk achterover gooit, ze nooit een klap tegen de buik van J. kan geven! J. is zwanger van een tweede kindje en daarom is Wendy zo super voorzichtig.

14 april 2020
W: Dag Eddy, ik wil je even laten weten dat ik me niet zo goed voel. Het is niet ernstig, maar ik houd je maar op de hoogte zoals we hebben afgesproken.
M: Dank je wel Wendy, wil je nog meer kwijt?
W: Nee, dit was het.

9 juni 2020
M: Dag Wendy, J. vroeg me om weer aan je te vragen hoe het met je gaat.
En zoals je weet doe ik dat altijd over enkele dagen. Ik leg contact met je, ik leg dit uit voor J., en we wisselen wat gevoelens uit over een aantal dagen. En daarna ga ik er voor zitten en hebben we een gesprek. Nu is het moment van het gesprek heb je ook zelf aangegeven.
W: Dat klopt. Ik weet dat we al enkele dagen met elkaar gevoelens uitwisselen en dan weet je eigenlijk al hoe het met me gaat. Ik vind het wel heel mooi dat ik dat kindje in J. haar buik mag zien groeien. Eigenlijk zou ik het ook wel willen zien als ze geboren is, maar dat lijkt me niet verstandig. Dat gaat nog een tijdje duren en dan voordat ik het te zien ga krijgen, gaat er nog meer tijd over heen.
M: Mooi dat je zo meeleeft met je gezin waar je eigenlijk op afstand deel van uitmaakt.
W: Ja dat is heel zeker zo. Je weet ik ben idolaat van J., die heeft me al zolang onder haar hoede genomen en daar ben ik echt heel dankbaar voor. Ze heeft gelukkig ook een aardige vent waar ik ook best wel van houd. En dan haar dochter, zo’n heerlijke vlinder en zo wijs, ja dat is echt een lievelingetje van me. En toch weet ik dat het nu gaat stoppen. Ik heb het al eerder aangegeven dat ik er klaar voor ben en dat ben ik nog steeds. Ik heb zeker ook nog genoten van de vele mooie zonnige dagen, maar ik ben zo stram en heb eigenlijk zoveel last van mijn gewrichten dat alles pijn doet. Zeurderige pijn, ik kan dat wel aan meestal, maar soms ben ik het zo zat. En vaak ook niet als ik weer een goede dag heb. Maar die heb ik steeds minder.
M: Je zegt dus nog steeds dat je er klaar voor bent.
W: Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen, maar J. moet wel heel voorzichtig zijn dat mijn hoofd niet bij een stuiptrekking tegen haar buik aan kan komen. Dat risico wil ik niet lopen. Laat ze maar met de dierenarts overleggen hoe dat het beste kan. Ik kan dat onvoldoende weten.

Jazeker, het mag binnenkort gebeuren en je weet wat ik heel graag wil? Met mijn hoofd op de schoot van J. liggen

M: Wil je dat ik vooraf nog met je praat en laat weten wanneer het gaat gebeuren?
W: Ja, dat wil ik beslist, ik wil voorbereid zijn, enkele dagen van te voren, dan kan ik me daar innerlijk op voorbereiden.
M: Dan zullen we dat proberen te organiseren. Nog een vraag, mag ik na het inslapen contact met je opnemen om te kijken hoe het met je gaat?
W: Dat lijkt me spannend en dus ja.
M: Nou Wendy tot binnenkort dan maar weer. Wil je nog wat zeggen?
W: Je laat dit toch wel aan J. weten en ze wacht toch niet te lang meer?
M: Ik zal het straks doorgeven. Dag lieverd.

14 juni 2020
M: Dag Wendy, vandaag krijg je bezoek van je familie om je te vertellen dat ze afscheid gaan nemen. Iedereen is erg geschrokken van je val vorige week en dat zul jij ook wel zijn. Hoe is het nu met je?
W: Heel raar. Ik voel me enerzijds behoorlijk versleten en verdrietig, verdrietig om nu deze wereld te verlaten, maar ik weet ook dat het goed is, ik ben klaar en dan moet je naar de volgende fase gaan.
M: Wat bedoel je met klaar? De vriend van J. vertelde me hoe hij en J. met elkaar hadden gepraat over hoe hun leven was gelopen in relatie met jou. Jij kwam in het leven van J. toen ze best een lastige fase doormaakte. Door jou heeft ze heel veel geleerd over zichzelf maar ook over hoe je met anderen moet omgaan. Ze is de cursus paardenfluisteraar gaan volgen om jou te leren begrijpen, maar daar kreeg ze bij cadeau dat ze zichzelf beter kon begrijpen. En daar leerde ze van dat de interactie tussen mens en dier bijzonder kan zijn. Dat heeft haar aangezet tot een andere invulling van haar de studie psychologie. Daardoor kreeg ze ander werk en daardoor hebben J. en haar vriend elkaar leren kennen. Bij haar vriend is in zijn hoofd blijven zitten dat jij uiteindelijk die twee aan elkaar gekoppeld hebt. En nu dat een stabiele relatie is, zit jouw taak erop en kun je overgaan naar een nieuwe fase. Dat is toch wel erg mooi, vind je niet?
W: Ja dat is een mooi verhaal, dat knap ik helemaal van op. In wezen hebben J. en haar vriend gelijk, maar zo rechtstreeks werkt het natuurlijk niet. Maar de grote lijn zit er wel in. Dat is hun gevoel dat ik voor ze gedaan heb en dat is heel mooi. Daar zit ook een andere kant aan, zij en dan vooral J., heeft ook heel veel voor mij gedaan. Waardoor ik ook heb kunnen groeien. Het zou te ver voeren om dat allemaal te benoemen, want het is heel veel. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien. Daar zullen we het later nog wel eens over hebben, hoop ik.

J., heeft ook heel veel voor mij gedaan, waardoor ik ook heb kunnen groeien. Maar het kan mogelijk ook consequenties hebben voor hoe mijn volgende fase er uit gaat zien

M: Mooi, ja ik hoop dat we allebei die gelegenheid krijgen om onze gesprekken voort te zetten. Voor vandaag wil ik je nadrukkelijk vertellen dat de afspraak voor de euthanasie gemaakt is en je wilde weten dat het er aan kwam.
W: Ja, ik weet het. Ik heb het al meegekregen van het overleg dat Piet met de dierenarts heeft gehad en met J. Het gaat woensdag eindelijk gebeuren en met eindelijk bedoel ik niet dat het tijd werd, maar dat het het juiste tijdstip is. Ik kijk er niet naar uit, maar anderzijds wel. Het leven was zwaar en begint nu knellend te worden als mijn lijf me zomaar in de steek kan laten. Dus is het nu goed en ik kijk er naar uit om dit door te maken met mijn lieve mensen om mij heen. Ik ben er niet bang voor, het is goed zo. En natuurlijk zullen mijn mensen verdrietig zijn, maar blijf in herinnering houden wat we elkaar hebben kunnen geven in deze periode, een heel mooi geschenk alles bij elkaar. Daar ben ik dankbaar voor.
M: Nou lieve Wendy dat klinkt mooi en ook alsof je er helemaal klaar voor bent.
W: Dat is ook zo en ik hoop van harte dat we hierna ook nog met elkaar in contact kunnen blijven.
M: Dat gaan we zeker doen, dag lieve Wendy.

19 juni 2020
M: Dag Wendy, je bent nu in een andere fase van je ontwikkeling gekomen, is het mogelijk met elkaar te praten?
W: Ja, dat is goed mogelijk, ik ben nog vlakbij.
M: Zou je willen vertellen over je proces van overgang naar je andere bewustzijnsniveau als een soort verslag uit de eerste hand?
W: Dat wil ik wel, het was heel boeiend. Eerst was J. heel lief voor me en mocht ik nog even genieten van in het weiland staan met groen gras, wat was dat fijn om weer eens gras te eten. Daar heb ik echt van genoten en ik zou bijna vergeten dat ik vandaag mijn fysieke leven zou laten beëindigen, zo genoot ik van dat gras eten. Maar we hadden andere afspraken met elkaar. En toen de dierenarts kwam was duidelijk dat ik nu zou gaan vertrekken. Ik kreeg een spuitje van de dierenarts en daar werd ik wel heel moe van, maar ik wilde me niet zomaar overgeven. Dat is raar gezegd, ik wilde wel, maar mijn lijf kon het niet. Dat wilde nog genieten van alle aandacht. Maar uiteindelijk moest die zich overgeven en zo ben ik dan naar de grond in liggende staat begeleid. Gelukkig kwam J. bij me zitten, zoals ik het wilde en dat was heerlijk. Ik was intens gelukkig zo bij haar te kunnen zijn en langzaam alles uit me weg te laten vloeien. Ook verdrietig, maar ook gelukkig. Raar is dat eigenlijk zo dubbel. Op het moment dat je dood bent verlies ja alle gevoel van pijn, maar je kunt angsten meenemen, maar die had ik gelukkig niet. Dus ik kon opstaan en lopen en ik merkte dat ik geen remmingen voelde van pijn of zo, dus heb ik eerst een aantal rondjes gegaloppeerd door de wei en langs de mensen. Dat was heel bijzonder, maar ik merkte dat J. heel verdrietig was en toen ben ik naar haar toe gegaan en heb mijn hoofd op haar schouder gelegd, mijn hals rond haar hals. Ze moet het gemerkt hebben en dat was super intiem voor ons alle twee.
M: Dat heb je wel heel mooi verteld. Voelde het ook als een waardig en mooi afscheid van deze wereld?
W: Ja het voelde als goed en ik voel me ook blij, hoewel ik ook het verdriet zie van de mensen, ook de mensen waar ik de laatste jaren geweest ben en de paardenmeisjes. Maar dat gaat allemaal over, ik word een herinnering, hopelijk een mooie herinnering. Maar bij J. is dat anders. Wij zijn altijd verbonden, niet alleen als herinneringen, maar we hebben ook een linkje, een lijntje dat ons verbindt en langs dat lijntje kunnen we elkaar informeren.
M: Hoe lang blijft dat lijntje in stand?
W: Dat weet ik niet. Ik hoop eigenlijk voor altijd, maar ik ga na verloop van tijd ook verder in mijn ontwikkeling. Dan word ik opgenomen in de paardengroepsziel en ben ik niet meer Wendy. Hoewel er mogelijk ook een spoor van individualisatie is gekomen door het intensieve contact met J. en daarom kan dat lijntje misschien langer blijven? Ik weet het niet, maar het zou wel mooi zijn. Nu ben ik regelmatig buiten in de grazige weiden, maar ook af en toe bij J., heel dichtbij.
M: Hoe gaat het nu verder met jouw ontwikkeling?
W: Dat weet ik niet precies. Alles is zo anders dan ik gewend ben, dus ik blijf nog wel een tijdje, weken, in de buurt van waar ik nu ben. Wat er daarna volgt weet ik niet, maar je mag me altijd benaderen en vragen hoe het met me gaat en waar ik ben.
M: Dat lijkt me mooi en ook bijzonder om jouw ontwikkeling te kunnen volgen.
W: Wil je een lieve knuffel aan J. doorgeven?
M: Dat zal ik doen en tot de volgende keer!

Wendy – de mooie weg van een oud paard op weg naar euthanasie – 1

27 augustus 2019
Wendy is het paard van een vriendin van mijn dochter, ze heeft het paard al heel lang en heeft er vroeger veel op gereden, maar nu is Wendy al jaren in een paardenrusthuis in Arnhem, waar ze goed wordt verzorgd. Maar Wendy is de afgelopen tijd vermagerd en heeft nu een oogontsteking die niet over wil gaan. De vraag is of het nu tijd is om haar te laten inslapen.
M: Dag Wendy, ken je me nog? Ik ben Eddy en wil graag met je praten. J. wil wat dingen van je weten, mag ik je deze vragen stellen?
W: Dat is goed.
M: Hoe voel jij je nu?
W: Heel moe, mijn lijf doet op sommige plaatsen pijn, maar ik ben J. heel erg dankbaar dat ik hier mijn oude dag mag doorbrengen.
M: Heb je nog wel zin om te leven?
W: Soms wel, soms niet, de dagen verschillen.
M: Heb je erge last van je oog?
W: Ja, dat is heel lastig en het kriebelt steeds, daar moet ik veel aan denken en dan terug kriebelen.
M: Denk je dat je eraan toe bent om naar de grote grazige weide te gaan?
W: Bedoel je dood?
M: Ja, maar na de dood ga je toch naar de grote grazige weide?
W: Dat weet ik wel en dat lijkt me ook wel mooi.
M: Ik hoor een maar …

Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen

W: Ik weet niet of ik nu al dood wil, het is soms wel zwaar, maar dan zijn er weer mooie dagen.
M: Zeg je dat je nu nog niet dood wilt en overgaan, maar tegen de winter misschien wel?
W: Ik kan daar in niet echt kiezen, ik weet het niet. Buiten vind ik het vaak wel leuk, binnen vind ik saai, niets te beleven. Als ik alleen binnen zou moeten blijven, zou ik het veel minder vinden. Maar ik zal te allen tijde een beslissing van J. volledig accepteren, ze is zo goed voor me geweest altijd. Wil je dat tegen haar zeggen? En ik laat de keuze aan haar.
M: Ik zal het tegen J. zeggen! Dag lieverd.

13 november 2019
M: Dag Wendy, hoe gaat het nu met je?
W: Dag Eddy, goed dat je het vraagt. Ik ben aan het overleven. Deze nare tijd van het jaar en speciaal nu met al die regen, vind ik moeilijk. Mijn lichaam is stram en doet pijn, zeurderige pijn die weer verdwijnt, tenminste het grootste deel daarvan, als die regen weer minder wordt. Als ik hier doorheen ben en er komen weer mooie zonnige dagen waarop het vriest, ga ik daarvan genieten.
M: Denk je dat je deze periode kunt doorstaan en dan ook nog de winter, tot het weer warmer wordt?
W: Ik weet het niet. Dit is natuurlijk mijn moeilijkste periode, vanaf het voorjaar geniet ik weer.
M: Heb je veel pijn en zou je eerder willen uitstappen?
W: Zoals ik me nu voel vind ik het moeilijk, maar ik weet ook dat er altijd weer een nieuwe periode komt waar ik van kan genieten.
M: Ben je niet heel moe?
W: Ja, dat ben ik. En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan.

En ik denk dat wat nu met mij gebeurt, zo tegen het einde, dan komt er toch een soort overlevingsdrang. Ik wil misschien nog iets wat ik eigenlijk niet meer kan

M: Ik begrijp helemaal wat je zegt. Je gevoel zegt ik wil het voorjaar nog meemaken, maar je lichaam laat eigenlijk iets anders zien.
W: Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Ik wil nog zo graag het voorjaar zien, maar dat betekent dat ik door de pijn en vermoeidheid heen moet. Of ik dat kan? Ik weet het niet. Er hoeft maar iets kleins te gebeuren en ik kan het niet en ik wil het dan ook niet meer. Maar dat is nu nog niet het geval.
M: Is het mogelijk dat je mij een seintje geeft als je het niet meer ziet zitten? Denk je dat je dat kunt?
W: Ik kan dat wel, maar vang jij het wel goed op? Begrijp je me wel als ik roep?
M: Dat weet ik niet, maar ik zal zeker mijn best doen. En eventueel kun je Hyronimus vragen mij te waarschuwen.

Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten

W: We zullen zien wat er mogelijk is. Maar ik wil in ieder geval dat J. erbij is. Als ik wil sterven wil ik met mijn hoofd in haar schoot sterven. Ook als dat betekent dat ik iets langer moet wachten. Dan geven ze maar pijnstillers, maar ik wil niet sterven zonder J. naast me.
M: Ik zal het haar laten weten.
W: Dank je wel. Best wel handig zo’n tolk.

18 november 2019
Wendy laat mij tijdens de wandeling met Kaila weten dat ze veel pijn heeft. Maar ze wil nog niet dood, ze wil het nog even aanzien.
(Ik krijg vooral het gevoel dat Wendy even wilde checken of de ‘lijn’ wel werkt voor het geval dat ze echt wil uitstappen)

24 november 2019
Wendy laat weten dat ze geniet van in het zonnetje buiten staan, heerlijk die warmte op haar lijf.

Hyronimus – 11 april 2020

M: Dag Hyronimus, ik ben al een paar dagen in ‘gevoel’ met Wendy, het paard van J. En dat is ook een vorm van gesprekken met elkaar hebben.
H: Dat klopt en het was voor Wendy goed om zachtjes voorbereid te worden op een gesprek dat letterlijk over leven en dood gaat van haarzelf.
M: Ja, daarom heb ik dat ook zo op deze wijze geprobeerd langzaam in de week te leggen. En zo te voelen was dat goed voor Wendy om voor zichzelf een soort standpunt te bepalen.
H: Ik heb het gevoel dat het inderdaad goed voor Wendy was om het zo aan te pakken.
M: Maar bij mij komen alle twijfels die ik eerst had weer terug. Ben ik wel goed genoeg om met Wendy en anderen te praten om ook dingen duidelijk te maken en een soort van doodvonnis te vellen uit naam van de dieren?
H: Hier hebben we het al eerder over gehad. Wat je nu parten speelt is het feit dat je de oefening weer een beetje bent kwijtgeraakt. Je weet het, eigenlijk moet je dagelijks dierengesprekken voeren, dan worden je twijfels minder. En aan de andere kant, je moet een zuiver instrument worden, daar ben je goed mee bezig, maar zonder oefening kun je de noodzakelijke zuiverheid nooit bereiken. Dus al weer blijf vooral oefenen en dieren om met je te praten vind je genoeg in je omgeving. Het kan zijn en het is niet onwaarschijnlijk dat je je instrument nog onvoldoende getraind hebt, waardoor de dingen die je straks van Wendy en anderen doorkrijgt, misschien niet 100% goed vertaald worden door jou. Dat zij zo. Je kent mijn voorbeeld nog van de radio ontvanger nog. De kwaliteit van het geluid is afhankelijk van de ontvanger en de wijze van afstemmen, dat zijn twee verschillende dingen. Ten eerste moet je apparaat goed zijn, je ontvangt dezelfde uitgezonden muziek anders via een kristalontvanger dan via een DAB+ stereo speler. Dat is gewoon een kwestie van kwaliteit. Je bent het niveau kristalontvanger al ver voorbij, maar je bent nog lang geen DAB+ ontvanger inzake kwaliteit. Maar daar moet je aan werken en dat is het eerste punt. Het tweede punt is je behendigheid om zuiver op de golflengte af te stemmen. Hoe preciezer je kunt afstemmen, hoe beter je ontvangst is. Dit afstemmen is een combinatie van talent en oefening. Talent heb je, maar je oefent te weinig. Gevolg is dat je ontvangst van de boodschap van Wendy en anderen mogelijk niet helemaal zuiver is. Dat is niet heel erg, want de hoofdzaak van de boodschap krijg je wel goed door, maar de fijne afstemming en daarmee de fijne gevoeligheden zul je misschien deels missen. Dat komt op den duur wel goed. Ga nu maar met de paarden praten.

Lees hier ook deel twee van deze blog.

Hoe kijken de bijen tegen samenwerking met de mens aan?

M: Goede morgen bijen, ik zou graag met een woordvoerder van jullie willen spreken. Is dat mogelijk?
B1: We gaan het regelen.
M: Dank je wel.
B2: Waar wil je over spreken als ik vragen mag?
M: Natuurlijk mag je dat vragen en daar wil ik ook graag open over zijn. Ik ben benieuwd hoe jullie staan tegenover hoe jullie door ons mensen behandeld worden?
B2: Oei, dat is een gevoelige vraag. Ik ga kijken wie ik daarvoor moet hebben.
M: Ik wacht af.
Ik krijg de indruk van een georganiseerd volkje, het gaat er bijna ambtelijk aan toe. Het voelt alsof ik aan de telefoon ben en wordt doorverbonden, zelfs af en toe zonder dat er iemand iets zegt, maar uiteindelijk kom ik bij het Bewustzijn terecht. En daar moet ik blijkbaar zijn.
B3: Dag Eddy, je vraag is luid en duidelijk overgekomen en ik zal die met genoegen proberen te beantwoorden. Maar het is een brede vraag, dus zullen we in etappes beginnen?
M: Dat lijkt me goed. Dan hierbij mijn eerste vraag: Jullie zijn een bijzonder volk, met verschillende afdelingen of soorten zoals wij mensen het noemen. Maar hoe heeft jullie soort nu zo nauw in contact kunnen komen met mensen?
B3: Een interessante vraag. Je wilt weten hoe het komt dat wij zo gedresseerd zijn door de mensen?
M: Oneerbiedig gezegd, ja.
B3: Nou we zijn niet gedresseerd. We hebben een symbiose op basis van gemeenschappelijke belangen. En die samenwerking bestaat al heel lang. In het oude Egypte zijn we al begonnen samen te werken met de Goden zonen en dat vonden wij passend, want wij zijn feitelijk ook Goden zonen, maar dan wat anders. Dus vanuit die vergelijkbare achtergrond, niet een gemeenschappelijke achtergrond, zijn we samen gaan werken. Dat heeft in het verleden goed uitgepakt voor ons bijen. We kregen eenvoudige maar goede huisvesting en konden daarmee onze tijd besteden aan zoeken naar het beste voedsel en het maken van honing en was en het bestuiven van bloemen deden we daarvoor terug. Door die huisvesting werden we ook beschermd tegen een deel van onze vijanden.
M: Ik hoor er een verandering aan komen, klopt dat?
B3: Ja, er kwamen vele veranderingen in de loop van de duizenden jaren dat mensen en bijen samenwerkten. Na verloop van tijd waren we bereid om ook honing af te staan als wederdienst omdat we echt veel meer konden maken dan we zelf nodig zouden hebben. Zo is de honingindustrie ontstaan, maar die is ook al heel oud. Let wel, de overbodige honing gaven we vrijwillig af. Later werd de honing van ons afgepakt en werden wij daarvoor gedood. Daarmee werden wij meer slaaf gemaakt dan dat er sprake was van een symbiose. In de huidige tijd waarin de mens het milieu enorm aan het vervuilen is, al sinds enkele honderden jaren, maar de laatste decennia heel hevig, krijgen wij bijen het steeds moeilijker. Naast parasieten hebben we vooral last van pesticiden en is het vinden van goed voedsel ook niet meer zo eenvoudig door de monoculturen die bijna overal heersen.
M: Ik begrijp dat jullie van een samenwerking met de mens tot een slaaf van de mens bent geworden. Hoe voelt dat?
B3: Dat voelt zoals jullie je ook zullen voelen als loonslaaf. Je bent afhankelijk van anderen en dat wil je eigenlijk niet zijn, maar het heeft ook wel een comfortabele kant, dus is het heel dubbel.
M: En hoe kijken jullie aan tegen het afnemen van de honing en was en daarvoor in de plaats het krijgen van suikerwater?
B3: Wij maken honing en was om onze wintervoorraad aan te maken en daar moeten we de winter mee doorkomen. Daar werken we hard voor en dan is het toch een beetje sneu als je lekkere wintervoorraad geplunderd wordt en je daarvoor in de plaats wel een andere wintervoorraad eten krijgt maar van een hele andere kwaliteit. Dat kun je vergelijken met jullie manier van eten. Stel je verbouwt allerlei lekkere groenten zelf op het land en maakt daar een heerlijke voedzame soep van. En dan komt er iemand die je pan met soep van je afpakt en je daarvoor in de plaats een industrieel vervaardigde soep geeft gemaakt van groente van een land dat met pesticiden is bewerkt. De kwaliteit van je voedsel is echt heel anders, maar je overleeft wel op basis van die industriële soep, maar gezond is niet het juiste woord voor je eten. Jullie krijgen daar obesitas van, wij krijgen daar andere klachten van en leven daardoor minder lang en met een mindere kwaliteit. Vraag je dus of we blij zijn met onze huidige positie als bij, dan moet ik zeggen we zijn onderworpen aan het slavenregiem van de mens, die de hele natuur als slaaf beschouwd.
M: Dat vind ik nogal een heftige uitspraak, meestal zijn jullie dieren veel milder naar de mens toe.
B3: Is daar aanleiding toe om mild te zijn? We worden uitgebuit en slecht behandeld, en jullie vervuilen de hele natuur. Dan kun je toch niet meer mild oordelen?
M: Ik begrijp het. Heb ik je boos gemaakt door mijn vragen?
B3: Nee, helemaal niet, maar je zoekt eerlijke antwoorden en die heb ik je gegeven.
M: Wil je nog iets kwijt?
B3: Dank voor deze vragen omdat ik hoop dat mensen aan de hand van mijn antwoorden gaan beseffen wat jullie mensen de natuur aan doen. Het gaat niet alleen over de bijen en de bloemen en de weides, het gaat over alles. Jullie beseffen totaal niet hoe je het contact met de natuur verloren bent en je daardoor ook tot onmenselijke daden kunt komen. Als jullie in harmonie zouden kunnen zijn met de natuur en je directe omgeving, dan kun je ook geen kwaad doen tegen de natuur, maar dat contact zijn jullie kwijt geraakt en daarom heb ik ook medelijden met jullie mensen. Jullie zijn zo blind, je ziet het niet. Maar ik gun jullie dat je het wel weer gaat zien. Veel sterkte daarmee, want het is een weg die jullie moeten gaan.
M: Dank je wel, indrukwekkend dit verhaal.

211007

Een gesprek met een getraumatiseerde neushoorn wees in Afrika

Ik krijg bericht van een vriendin die me dringend vraagt om te proberen contact te leggen met een net binnengebrachte wees neushoorn van zeven maanden oud die totaal getraumatiseerd is door wat hem is overkomen. Het verzoek is om te kijken of ik contact kan krijgen en hem duidelijk kan maken wat er is gebeurd en dat hij nu is opgevangen en de mensen die hem nu verzorgen wel kan vertrouwen. Want dat doet hij nu nog niet. Hij accepteert alleen geblinddoekt of met de verzorgers uit het zicht zijn fles. En die heeft hij nodig om te overleven. 

M: Lieve Duane, mag ik proberen met jou contact te leggen en je uitleggen in welke situatie je nu terecht bent gekomen? Wil je mij accepteren als een gesprekspartner?
D: …
M: Heel graag wil ik met je praten en ik stuur alle liefde die ik voel naar je toe om je weer een beetje vertrouwen in het leven terug te geven. Ik hoorde dat je een vechter bent, dus geef me de kans met je te praten.
D: … (ik voel dat er enige respons komt)
M: Lieve Hyronimus, zou je me kunnen helpen met Duane in contact te komen, want hij vertrouwt nog geen mens en daar heb ik alle begrip voor.
H: Ik zal Duane vertellen dat hij jou kan vertrouwen en misschien wil hij dan wel met je praten.
M: Dank je wel Hyronimus!
M: Duane, denk je dat we nu kunnen praten?
D: … (hij is nog steeds verdoofd van zijn trauma en is nog niet in staat contact te leggen laat hij me weten)
M: Duane, het contact moet op een ander niveau plaatsvinden, op je ziele niveau en daar ben je niet getraumatiseerd en kun je wel functioneren.
D: … (hij kan de kramp van het trauma nog niet los laten en kan dus niet reageren, ik zal het wat tijd geven en later opnieuw contact opnemen)
M: Ik zal je liefde blijven sturen en laat je verder met rust nu. Ik neem later wel weer contact met je op. Hou je taai, lieverd.
M: Hyronimus, kun jij Duane helpen met zijn trauma kramp los te laten?
H: Ik zal mijn best doen, maar dat blijft afwachten.
M: Dank je wel Hyronimus, wat ben jij toch een mooie leermeester en vriend!

Een zielig hoopje baby neushoorn

Na een dag afstand genomen te hebben van mijn eerste gesprek met Duane, krijg ik het gevoel dat hij nu misschien wel bereid is te praten.

M: Lieve Duane, denk je dat je nu zover bent dat we zouden kunnen communiceren, dat ik ‘praten’ noem? Ik zou het heel bijzonder vinden als ik je mag proberen bij te staan in deze uitzonderlijk moeilijke tijd voor jou.
D: …
M: (Ik open heel mijn hart naar Duane en laat hem voelen dat ik er echt voor hem wil zijn en dat hij niet bang voor me hoeft te zijn en ik wacht af …)
D: Ik wil eigenlijk alleen maar in mezelf gekropen in een heel klein hoekje zitten. Waarom zou ik, als ik me zo ellendig voel met jou willen praten?
M: Dank je wel Duane, sorry dat ik met je wil praten, maar ik denk dat ik je misschien kan helpen het leven wat beter te accepteren van hoe het nu is, zonder je moeder en zonder dat je buiten leeft.
D: Hoe wil je dat doen, ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

Ik zit hier helemaal alleen, opgesloten en mis mijn moeder heel erg. Zij zorgde voor de veiligheid om me heen en nu ze niet meer bij me is, kan ik geen veiligheid meer voelen en alleen maar grote angst en vooral angst voor mensen.

M: Dat begrijp ik heel goed. Mensen hebben jou en je moeder hele erge dingen aangedaan, ze hebben je moeder vermoord en jou alleen en in paniek achter gelaten. Maar dat zijn hele slechte mensen. Gelukkig zijn de meeste mensen heel aardig en juist bijzonder vriendelijk naar jou toe. Zeker de mensen die je nu hebben opgevangen, ze houden heel veel van je en willen je de best mogelijke zorg geven. Daarom geven ze je eten in een fles en zo kun je groot worden. Als je meer gewend bent dan mag je waarschijnlijk bij de andere neushoorns in de opvang komen en kun je vriendjes worden met hun. Dan wordt het leven echt heel anders.
D: Dat kan ik me niet voorstellen.
M: Maar dat is toch echt zo. Ga maar eens heel diep bij jezelf naar binnen, naar je ziele-zelf en daar kun je, zoals je nu met mij ‘praat’, ook met je soortgenoten praten en kun je hun verhalen horen over de opvang waar je nu terecht bent gekomen. Zij zullen eigenlijk alleen maar mooie verhalen vertellen over hoe goed de mensen in de opvang voor jullie zorgen, zodat jullie later weer in de vrije wildernis kunnen worden uitgezet.
D: Maar daar komen we weer van de afschuwelijke mannen tegen die alleen maar dood en verderf zaaien …
M: Dat risico is er helaas altijd in de vrije wildernis. Maar er worden steeds meer Rangers aangesteld die er juist op moeten toezien dat deze slechte mensen worden opgepakt en gevangen worden gezet. Zullen we even terug gaan naar het hier en nu. Je bent een baby neushoorn die zijn moeder nodig heeft, maar die is helaas niet meer in leven, ze is dood.
D: Ja, dat weet ik ook wel, ik heb het zelf gezien hoe dat gebeurde en daar ben ik behoorlijk ondersteboven van.
M: Dat begrijp ik. Maar doordat je nu zonder je moeder moet leven en je wel verzorging nodig hebt, hebben ze je naar deze opvang gebracht. En ik snap dat alleen al deze reis hierheen je trauma’s niet verkleind heeft. Maar je bent er nu een paar dagen en je zult gemerkt hebben dat ze alleen maar heel lief voor je zijn en het beste met je voor hebben.
D: Leven met een blinddoek is niet het beste voorhebben met mij!
M: Ik voel dat je nog boosheid hebt naar mensen, maar dat is in dit geval niet nodig. Deze mensen zijn bijzonder lief voor je en je zult ook gemerkt hebben dat ze naar je stralen. Dat is liefde en die heb je nodig en mag je accepteren van deze mensen. Ze geven je ook te eten en zodra jij ze niet meer zo eng vindt, heb je ook geen blinddoek meer nodig.
D: Die heb ik ook niet meer, maar de mensen blijven wel eng in mijn ogen. Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

Ze zitten aan me en willen me van alle kanten bekijken en prikken in me en dat alles is geen echte blijk van liefde in mijn ogen.

M: Dat lijkt misschien zo, maar het is niet waar. Ze zitten aan je en geven je prikken omdat ze willen dat je een gezonde en grote neushoorn kunt worden. En daarvoor onderzoeken ze je om te kijken of je gezond bent en/of je geen schade hebt opgelopen bij alles wat hiervoor is gebeurd. Kun je dat begrijpen?
D: Ik ben niet dom, maar het voelt niet zo als je het nu vertelt. Ik voel het als aantasting van mijn integriteit van mijn lijf, dat is van mij en daar moeten ze niet aanzitten.
M: Ik begrijp je weerstand, maar dit is echt alleen maar nu in het begin om te weten hoe gezond je bent. En het zal waarschijnlijk ook al bijna of helemaal voorbij zijn. En dan gaat het er om om jou zo goed mogelijk te voeden en te zorgen dat je een grote jongen gaat worden. Daar zijn ze nu mee bezig. Als je in staat bent om je boosheid naar mensen los te laten en te accepteren dat ze allemaal heel goed voor je willen zorgen, gaat het jou ook snel weer beter. En hoe sneller het beter gaat hoe sneller jij ook bij de andere opgevangen neushoorns mag komen en je daar vriendjes kunt maken. Trouwens je kunt ook bij de mensen vriendjes maken, er zijn mensen die zelfs wel bij je willen slapen om aan elkaar te wennen en om zo vriendjes te worden. Snap je dat?
D: Ja, dat snap ik en ze hebben me al wel geprobeerd te benaderen, maar daar ben ik nog niet van gediend.
M: Ben je daar niet van gediend of ben je er bang voor?
D: Ja, dat laatste, ik vertrouw mensen niet.
M: Deze mensen mag je vertrouwen, ze zijn echt heel bijzonder lief voor je en je zult ze gaan vertrouwen en dan ben je heel blij met ze. In ieder geval een aantal van hen. Denk je dat ik je een beetje heb kunnen helpen om wat meer vertrouwen naar de toekomst te krijgen?
D: Ja, dat denk ik wel. Het heeft me wel geholpen om een beetje anders naar deze mensen te kijken.
M: Daar ben ik heel blij om. Is het voor nu genoeg en kan ik nu weer iets anders gaan doen?
D: Kom je ook weer snel terug? Bij jou krijg ik een vertrouwd gevoel en daar heeft die rare vogel ook mee geholpen. Ik wist eerst niet wat die kwam doen, maar hij heeft me echt geholpen en nu jij ook. Dank je wel.
M: Wil je nog iets zeggen?
D: Ja, je noemt me steeds Duane, waar komt dat vandaan?
M: Zo hebben de mensen die jou opvangen je genoemd, vind je dat OK?
D: Eigenlijk heb ik een andere naam … maar dat komt misschien later nog wel eens of ik blijf bij deze naam. Weet ik nog niet. Tot gauw weer hopelijk.
M: Dag lieverd.

Uiteindelijk overwint liefde echt alles, al na enkele dagen

Een update over Duane van 24 juni 2021

Alle foto’s van Facebook: https://www.facebook.com/TheRhinoOrphanage/

210622/210624

Stalbranden: weer 4600 varkens omgekomen, wat vinden de varkens er zelf van?

M: Kan ik praten met een varken dat dinsdag bij de stalbrand is omgekomen?
V1: Ja, ik ben bereid over deze verschrikking te praten.
M: Dank je wel varken 1, zoals ik je voorlopig maar zal noemen. Was het een heel erg drama?
V1: Dat was het zeker. Ik weet niet waar de brand is begonnen, maar doordat alles potdicht zit en wel met elkaar onderling verbonden is, kun je niet weten waar er iets gebeurd, maar krijg je wel te maken met de gevolgen ervan. En die gevolgen waren verschrikkelijk. Als eerste hoorden we het gekrijs van onze mede stalgenoten die er duidelijk dicht op zaten en zelf deels in brand zijn geraakt. In mijn deel was het vooral de rookontwikkeling die zo heftig was dat we geen adem meer konden krijgen en allemaal gestikt zijn, nadat we eerst de longen uit ons lijf hebben geschreeuwd van doodsangst.
M: Was het zo erg?
V1: Dat was het. Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt. Je wordt verschrikkelijk benauwd. Dan volgen de verlammingen en wat later kan je alleen nog maar liggen, af en toe stuiptrekken en dan gaat het licht uit, figuurlijk dan, want letterlijk is dat allang uitgegaan. Ik praat het er nu langzaam nuchter over, maar de paniek die je met z’n allen voelt is niet te begrijpen zo erg. Je weer ook niet dat het zo zal aflopen, je denkt eerst nog dat de mens wel voor je zal zorgen, zoals hij dat altijd doet. Maar in zo’n brandsituatie doet hij niets meer voor je en laat hij je aan je lot over.

Onbeschrijfelijk hoe erg het is om geen adem meer te kunnen halen en toch te moeten schreeuwen, dat na korte tijd dan ook niet meer lukt.

M: Ben je daar boos over?
V1: Nee, dat niet. De mens geeft ons altijd eten op tijd en doet soms niet fijne dingen met ons, maar we kunnen wel altijd op hem rekenen, zelfs als we naar de slacht gebracht worden, hoe erg dat ook is. Maar dat weten we dat het er aan komt. Maar bij zo’n brand weet je helemaal niet wat er gaat komen en je bent alleen maar vreselijk in paniek. Op zo’n moment verwacht je dat de mens er ook voor je zal zijn. Maar hij wil wel helpen, maar kan niet. We gaan gewoon dood, na ja gewoon … Dus geen verwijt, maar het is wel allemaal ongelukkig verlopen, ook voor de mens waarschijnlijk.
M: Dank je wel varken 1, is er nog een varken dat met mij zou willen praten? Eentje die in de brandhaard zat misschien?


V2: Dat ben ik. Ik ben een klein biggetje en het andere varken was een groot moeder varken. Ik ben een mannetjes big, nou ja, ik moet zeggen, ik was een mannetjes big, slechts enkele weken oud. Ik lag net lekker bij mijn moeder te drinken en hoorde een harde knal en meteen was er vuur. Ik weet dat omdat ik in mijn vorige varkensleven ook vuur heb meegemaakt en al die kennis krijg je mee als je opnieuw geboren wordt. Door het vuur vielen er allerlei brandende delen uit het dak en die vielen op ons, waardoor we zelf in brand raakten en dat is pijnlijk. Heel erg pijnlijk omdat het blijft doorbranden terwijl het op je ligt en er valt steeds meer brandend materiaal op je. Mijn moeder en mijn broertjes en zusjes zaten allemaal in hetzelfde schuitje, we werden in brand gestoken door alles wat er op ons neerviel. En natuurlijk gilden we zo hard als we konden, maar het hielp niet. Ook de rook was verstikkend, en of we nu door de rook zijn gestikt of door het vuur zijn omgekomen, ik weet het niet. Maar het was heel erg heftig en we hadden ook allemaal paniek. Nee, dit was geen prettig einde van ons leven. Op de normale manier zou ook niet prettig zijn, maar als mannetje heb je dan nog het voordeel dat je niet zo lang hoeft te leven, je wordt vet gemest en dan wordt je al naar de slacht gebracht en dan is het voorlopig weer klaar. Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet. En ook als het niet allemaal prettig is, je weet wel hoe het zal gaan.

Toch zal ik er weer voor kiezen varken te worden, je weet waar je aan toe bent. Als je andere keuzes maakt weet je dat niet.

M: Jullie kiezen dus eigenlijk voor de zekerheid van iets wat je kent en niet voor het onbekende? En als je nu een keuze had of overwoog om varken te worden in een varkensboerderij waar de dieren vrij kunnen rondlopen en een veel beter leven hebben?
V2: Dan denk ik dat we daar wel allemaal voor zouden kiezen, maar zoveel plaats is er niet. Er zijn slechts enkele plekken op zo’n boerderij beschikbaar. De rest zal toch in een varkensfabriek terecht komen omdat we nu eenmaal gedwongen worden om geboren te worden. En dan moet je ergens naar toe.
M: Dus je hebt wel een keuze, maar je wordt bij wijze van spreken niet ingeloot voor het betere varkensleven en dus kom je in de fabriek terecht?
V2: Ja zo zit het. Als er veel meer plekken op de boerderij beschikbaar zouden zijn, zouden we daar voor kiezen.
M: Dank je wel V2 voor dit openhartige gesprek.

In de Volkskrant van 4 juni 2021 heeft Peter Hotse Smit de stalbranden van de afgelopen jaren op een rij gezet. Dan schrijft hij: ‘De cijfers maken even bewust van de omvang van de intensieve veehouderij. Opgeteld over de afgelopen dertien jaar gaat het om bijna 2 miljoen dieren, iets minder dan 150 duizend per jaar, zo’n 12 duizend per maand. Levend verbrand, gestikt door rook of – als het nablussen voorbij is – afgemaakt vanwege ernstige verwondingen.’

210605

Het dilemma van de grote grazers aan het voorbeeld van de Oostvaardersplassen – deel 3

Samenvatting van deel 1 en 2
In het eerste deel zagen we hoe de Oostvaardersplassen zijn opgebouwd en hoe het gebied niet meer voldoet aan zijn Natura-2000 richtlijnen. De grote grazers nemen te veel van het vogelreservaat in beslag en daarmee is het voor een deel van de doelgroep niet meer de juiste omgeving.
Daarnaast ontstaat er onenigheid over hoe om te gaan met hongerende grote herbivoren in een koude winter. Op de vraag aan de Edelherten welke de juiste keuze is afschieten of uithongeren, komt een eenduidig antwoord van een Edelhert (EH1), die namens de groep spreekt.
In het tweede deel zien we dat het beheer over de Oostvaardersplassen langzaam een juridische strijd wordt. Voor en tegenstanders treffen elkaar bij verschillende rechtszaken. Daarmee worden oplossingen niet eenvoudiger omdat de tegenstellingen groot zijn. De dieren zijn uiteindelijk het slachtoffer van het nieuwe beleid.

Een spirituele benadering van het beheer over de Oostvaardersplassen
Wim van Oort, initiatiefnemer van DierenPerspectief en ambassadeur dierenwelzijn van Stichting De Vrije Mare, die de spirituele boodschappen van Marieke de Vrij veelal vertaalt, schrijft in zijn blog ‘De herten in de Oostvaardersplassen zelf een stem geven’ het volgende stuk informatie (https://www.dierenperspectief.nl/de-herten-in-de-oostvaardersplassen-zelf-een-stem-geven/):
‘In november 2018 heeft de rechter besloten dat het afschieten van ruim 1800 edelherten in de Oostvaardersplassen gerechtvaardigd is. De discussie die daar aan vooraf ging heeft sterke emotionele reacties opgeroepen. Waarom maken wij mensen ons zo druk om wat speelt?
De maatschappelijke reacties zijn sterk gebaseerd op vermenselijking van dierlijk gedrag, waarbij het natuurgebied de Oostvaardersplassen is verworden tot een symbolische huiskamer. De zorg voor een geliefd gedomesticeerd huisdier wordt ten onrechte vergeleken met de zorg voor in het wild levende dieren in een natuurgebied. De argumenten van de voor en tegenstanders van afschot lijken daarom eerder gebaseerd te zijn op onvermogen om met onze eigen emoties om te gaan. Mogelijk spelen onbewuste schuldgevoelens een rol. Daarbij gaat het niet meer over wat de dieren zelf wenselijk achten of wat voor de dieren zelf goed is, maar over onze eigen onbewuste gevoelens die geraakt worden en hoe daar mee om te gaan. Over hoe schuldgevoel ten aanzien van falende zorg en omgang met sterven een plek te geven.
Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal. Echter verdieping in wezenskenmerken en natuurlijk gedrag van de betreffende dieren kan ons veel vertellen:
In de natuur vindt bij overbevolking zelfregulatie plaats. In het eerste stadium van voedseltekorten vermageren de dieren en vervolgens sterven de zwakkere dieren. Ze willen met rust gelaten worden, ook door mensen, om ongemoeid energie en reserves te sparen of om zich over te geven aan het verstervings-proces. Dieren kunnen zich over het algemeen veel makkelijker over geven aan de stervensfase dan mensen en zijn in dat opzicht eerder een lichtend voorbeeld voor mensen. Sterkere dieren kunnen vaak overleven zonder levensmoe te worden en herstellen later.’ Tot zover Wim van Oort.

Het is voor dieren lastig om zelf hun stem te laten horen in een voor mensen begrijpelijke taal

Marieke de Vrij zegt hierover:
‘Dierenliefhebbers zijn zeer begaan met dierlijk lijden. Met name de uitstoot van klanken, de waterig doorschijnende blik van verhongerende dieren en het lichaam dat steeds verder in verval raakt, raakt hen diep. Om zo snel mogelijk een eind te maken aan het lijden van het dier verkiezen zij het doden van het dier boven een natuurlijk stervensproces. Wat zij vergeten, is dat dit lijden voor het dier van belang is voor het dieper ervaren van zijn natuurlijke vergankelijkheid. Wanneer er wordt ingegrepen en het dier daardoor te vroeg sterft, krijgt het ziele-lichaam te weinig tijd om zich los te maken van het vergankelijke lichaam van het dier.
Als herten ziek worden of verzwakken, kan overwogen worden de oudere dieren uit hun lijden te verlossen, omdat ze door hun fijngevoeligheid tijdens hun stervensproces op intense wijze het lijden ervaren. Doch dit moet als een uiterste ingreep gezien worden.’ Aldus Marike de Vrij.


Door strijd tussen mannetjes kunnen ook verwondingen ontstaan, maar die horen bij het natuurlijke proces, daar hebben de dieren geen probleem mee

Maar ook willen we weer de Edelherten zelf aan het woord laten.

In gesprek met Edelhert 3 – EH3
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, wie wil en kan er vandaag met me praten? Het liefst een Edelhert dat is doodgeschoten, om ook die kant van het verhaal te horen.
EH3: Dag Eddy, vandaag ben ik aan de beurt. Maar je weet eigenlijk dat je steeds praat met de groepsziel en dat je via verschillende nuanceringen, de verschillende verhalen te horen krijgt. Maar eigenlijk zijn wij allemaal één, zeker in een niet levende staat op Aarde.
M: Jij bent dus een doodgeschoten Edelhert? Of laat ik het anders zeggen, jij vertegenwoordigt een doodgeschoten Edelhert. Is dat juist?
EH3: Dat is geheel juist, die laatste zin. En jij wilt van mij horen hoe het is om in de Oostvaardersplassen doodgeschoten te worden?
M: Helemaal waar. Op die wijze hoop ik een compleet beeld te krijgen van hoe het is om in de Oostvaardersplassen te leven.
EH3: Dat is helemaal goed. Ik zal zo goed mogelijk proberen uit te leggen wat er met me gebeurd is. Ik leefde als vrouwtje in de Oostvaardersplassen. Een prachtgebied om te leven als Edelhert. Je hebt min of meer keuzemogelijkheden als je als Edelhert geboren wilt worden. Je kunt in de bewoonde wereld leven, dat wil zeggen in een dierenpark of half wild, zoals in de Oostvaardersplassen of helemaal wild in de bossen in Polen of zo. Alle opties hebben hun eigen kenmerken.
Woon je bij de mensen, dan krijg je daarmee te maken, ze beperken je bewegingsvrijheid, maar ze zorgen meestal ook voor je. De ideale plek om langzaam te groeien naar individualisatie, waarbij je meer keuze mogelijkheid hebt voor reïncarnatie. Je leert in dat leven mensen beter kennen, met hun zwakke en hun sterke kanten en je leert dat er heel veel verschillende soorten mensen zijn. Van hele aardige tot hele nare mensen, maar het zijn allemaal vormen van mensen. En je leert dat mensen niet altijd aardig of naar zijn, het hangt van hun omstandigheden af. En ze zijn beïnvloedbaar daarin.
Woon en leef je half wild, dan heb je een aantal voordelen, er zijn geen roofdieren die op je jagen, maar je hebt beperkte bewegingsvrijheid. Niet heel erg merkbaar, maar je wordt beperkt. Maar er wordt in geval van nood toch voor je gezorgd, als er honger is, dan wordt een oplossing gezocht om dat te voorkomen.
Leef je helemaal in het wild, heb je weer andere omstandigheden. Je bent je er van bewust dat je een prooidier bent, dus om de zoveel tijd wordt er een dier uit je kudde opgegeten. Daar ben je je altijd bewust van en daar houd je dan ook rekening mee. Je bent op je hoede, altijd. Dat is onderdeel van je bestaan. Je hebt de grootste vrijheid, maar ook de meeste stress van dat je zomaar gedood kan worden. Maar dat is onderdeel van je leven waar je voor hebt gekozen.
M: Je kiest dus bij het geboren worden in wat voor soort groep je wilt komen om daar jouw lessen te leren. En die lessen zijn verschillend per keuze die je maakt.

Een groepje Edelherten bij elkaar

EH3: Dat is juist. En ik vertel je dit allemaal om te laten zien dat als je een keuze hebt gemaakt, je kunt verwachten dat die keuze je ook zal brengen wat daarbij hoort. Doodgeschoten worden in de Oostvaardersplassen hoort niet bij de keuze voor half wild. Daar ben je geen prooi en ben je dus totaal niet bedacht op dat zoiets kan gebeuren. Als het dan toch gebeurt ben je in een totale schok en je bent niet voorbereid dat je zo plotseling kunt doodgaan. Dat heeft consequenties voor hoe je dood gaat. Jouw normale te verwachten manier van doodgaan is oud worden en ophouden met eten en langzaam terugtrekken uit je lichaam. Een vredige manier van doodgaan, namelijk altijd zelf gekozen, je vindt het genoeg, ook als het door honger gebeurt. Je kunt ook kiezen om te vechten en te willen overleven, maar die keuze maak je niet, je kiest om dood te gaan. Als je gekozen hebt om in het wild te leven, ben je altijd voorbereid op een moment dat je moet sterven omdat een jaagdier je te pakken krijgt. Daar gaat een moment van strijd aan vooraf en als je verliest dan accepteer je dat. Je bent voorbereid te sterven.

Edelhert staat te burlen in het veld

EH3: Nu terug naar de Oostvaardersplassen. De keuze is half wild, je hebt beperkingen, maar je hebt ook de goede dingen die daarbij horen, er wordt niet op je gejaagd, dus ben je niet voorbereid als dat wel gebeurt. Je hebt een goed en aangenaam leven met een grote groep, je hebt vriendschappen en je hebt je ongemakken als er weinig voedsel is. Dat kan gebeuren en als dat nodig is en je bent er aan toe, bepaal je dat je je in die situatie opoffert voor de groep en je sterft, zodat anderen meer te eten hebben. Maar dan ineens wordt je doodgeschoten, helemaal zonder enige reden en totaal onverwacht. Je kunt je niet voorbereiden, het hoorde niet bij de afspraken, maar je bent wel dood. Mijn lichaam is dood en reageert nergens meer op, maar ik zit er nog in. Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam? Daar heb ik hulp en tijd voor nodig en die is er niet. Het is dus een hele nare manier van dood gaan.

Ik ben gevangen in dat dode lichaam en soms wordt er al in me gesneden terwijl ik nog in dat dode lichaam zit. Wie kan me helpen? Hoe kom ik uit dat dode lichaam?

M: Ik ben onder de indruk van je verhaal en ook over hoe duidelijk je dat kunt vertellen. Ik weet niet goed hoe ik dit moet publiceren, want veel mensen begrijpen niets van de ziel van een dier en dat het ook iets is wat los kan bestaan zonder lichaam, als dier weliswaar meestal als groepsziel, maar toch … Hoe moet ik dit aan de wereld vertellen?
EH3: Gewoon het verhaal schrijven zoals je het hebt doorgekregen. Voor veel mensen zal het bullshit zijn, maar voor sommige kan het een eye-opener zijn en voor die mensen doe je dat. Dat zijn de mensen die meer bewust staan in het leven en die zich ook grote zorgen maken over de ontwikkeling. Die mensen die dit dan lezen, kunnen begrijpen dat het anders moet en kan. Die help je hiermee.
M: Dank je wel voor dit hele bijzondere verhaal. Heb je er nog iets aan toe te voegen?
EH3: Ja, je moet dit publiceren, eventueel als blog, maar dit mag je niet voor je houden.

Spiritueel internet – morfogenetische velden
Even verderop zegt Wim van Oort in zijn eerder aangehaalde artikel het volgende: ‘Dieren en mensen zijn met elkaar verbonden via energetische velden. De wetenschapper Rupert Sheldrake noemt ze morfogenetische velden en Marieke de Vrij spreekt over collectieve velden. Het is vergelijkbaar met draadloos internet waarbij informatie via zendmasten de ether wordt ingestuurd en je bijna overal in de wereld daarop kunt inloggen en gebruik van maken. Of, in het negatieve geval, ondervind je stralingsklachten als je te dicht bij een zendmast komt. Hoog-gevoelige mensen hebben daar het meest last van, bijvoorbeeld als ze in de buurt van een zendmast wonen.
Maar ook kunnen hoog-gevoelige mensen stralingsklachten ondervinden als ze in de buurt van bedrijven met intensieve veeteelt komen. De negatieve energie die daar aanwezig is beïnvloedt hun geest en gezondheid.
Anderzijds voelen ook dieren de gemoedstoestand van mensen haarfijn aan. Zo is bekend dat huisdieren mensen opzoeken en troost bieden bij verdriet, maar ook vermijdingsgedrag vertonen wanneer mensen in stress zijn. Vraag is in hoeverre de dieren in de Oostvaardersplassen energetisch last hebben van alle commotie én wat het afschieten van grote aantallen dieren energetisch met hen doet.’

Hier zegt Marieke de Vrij het volgende over:

‘Overmatige op dieren gerichte emotionele betrokkenheid verzwakt het dier omdat het deze betrokkenheid niet op een vanzelfsprekende manier kan duiden. Op iets wat een dier herkent, bijvoorbeeld bij een huisdier de liefde van zijn baasje, kan het reflexmatig en intentioneel in verbinding treden in een uitwisselingsstaat. Dieren in de Oostvaardersplassen zijn menseigen ingrijpen alleen maar gewend door bijvoederen en afschietgedrag. Het menselijke emotieveld pikken ze op, maar kunnen ze niet duiden omdat een deel van de emoties ongegrond is. Die emoties gaan niet over het dier, maar over de mens zelf. Dat ongegronde emotieveld, waar mensen niet zelf de verantwoordelijkheid nemen om die emoties te verteren en te onthechten, beweegt zich naar de dieren waarop het gericht is, maar de dieren zonderen zich af. Die afzondering is nodig om krachten te sparen. Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie. Wellicht bekrachtigt dat hun vitale systeem, waardoor hun lichaam langer kan leven of het warme veld om te overlijden ondersteund wordt.’ Tot zover Wim van Oort en Marieke de Vrij.

Als mensen de dieren echt willen ondersteunen kan dat alleen maar door liefde vrij te geven als een vrije gift vanuit een neutraal veld, bijvoorbeeld in meditatie

Hoe kunnen we de problemen oplossen?
Natuurlijk zoeken we naar oplossingen en in dat kader heb ik weer de Edelherten om hulp gevraagd.

In gesprek met Edelhert 4 – EH4 – Grote Gnoe
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, zou ik vandaag kunnen praten met iemand van jullie die een mogelijke oplossing weet voor de problemen?
EH4: Ja, dat ben ik. Ik wil graag met je praten, nadat ik gezien heb wat er al allemaal gezegd is en ik begrijp hoe belangrijk jouw publicatie zou kunnen zijn, wil ik er graag iets aan toevoegen.
M: Fijn, dank je wel dat je met me wil praten en je mogelijke oplossingen weet. Heb jij een naam?
EH4: Eigenlijk wel, ik word ook wel de Grote Gnoe genoemd, dat vanwege mijn oorspronkelijke staat als Gnoe, maar daarna werd ik een Edelhert in de Oostvaardersplassen, dus ik heb die ervaring ook.
M: Je leeft dus niet meer, maar bent een soort woordvoerder?
GG: Zie mij maar als een soort stam oudste en in die hoedanigheid praat ik met je.
M: Dat is bijzonder. En ik ben heel benieuwd naar je antwoorden.
GG: De analyse van wat er mis is, hebben mijn voorgangers al gemaakt. De Oostvaardersplassen zijn een prachtig gebied en helemaal geschikt voor ons Edelherten om half wild te leven. Maar de beperkingen van de omvang zijn het probleem. Er kan niet weggetrokken worden en er kan geen natuurlijke aanvoer van vers bloed plaatsvinden. Hoe mooi het ook bedacht was, en het was mooi bedacht met wel die openheid, het werkt niet doordat het nu niet open is. Daar heeft de mens de verkeerde ingreep gedaan. Er van uitgaande dat die fout niet hersteld wordt en het gebied dus ingeperkt blijft, zullen er altijd golf bewegingen blijven van overbevolking en daarna grote sterfte, is het niet door honger, dan is het wel door ziekte, voor er weer langzaam meer dieren bij kunnen komen. Door klimaatverandering is er nauwelijks meer een jaarlijkse honger sterfte en dus wordt de overbevolking steeds groter. Daardoor is de sterfte ook massaler. Dat jullie mensen daar problemen mee hebben, ligt aan hoe jullie naar ons kijken. Jullie voelen je verantwoordelijk en dat klopt natuurlijk ook, want jullie hebben ons in de beperking opgesloten. En dan treedt overbevolking op met het huidige klimaat. Maar ook wij zullen ons op den duur aanpassen en zullen minder vruchtbaar worden, waardoor er minder Edelherten geboren worden en het langer duurt voor er zulke grote hoeveelheden Edelherten komen. Door jullie ingrijpen, is er straks weer ruimte ontstaan, op een onnatuurlijke wijze, waardoor wij niet leren om minder vruchtbaar te worden. Dus gaat het weer op dezelfde manier verder. De groep die de keuze maakt om helemaal niets te doen en geen menselijk ingrijpen wil, heeft op den duur gelijk. De regulering volgt vanzelf naar een evenwichtige situatie.


Zo mooi kan het ongestoorde leven van een Edelhert in de Oostvaardersplassen zijn

GG: Maar door jullie ingrijpen zal die situatie niet bereikt worden en blijven jullie ingrijpen.
Misschien is wel het belangrijkste om mensen te vertellen hoe dieren sterven ervaren. Dat is geen naar proces, zelfs niet als het van de honger is. Mijn voorgangers vertelden reeds, het zijn bijna altijd vrijwillige keuzes, er zijn uitzonderingen bij verwondingen door externe oorzaken of door afschot. Verwondingen door externe oorzaken zie ik als een dier zich vastloopt in een klem of tegen prikkeldraad aanloopt of iets anders wat niet verwacht kon worden. Verwondingen door ruzies in de groep, zijn wel een onderdeel van het natuurlijke selectieproces en daarom geen probleem voor ons. Je neemt je verlies. Te verwachten is dat de wolf op den duur ook naar de Oostvaardersplassen zal komen en dan wordt de situatie ook anders. Dan komen we in de buurt van een wilde leefsituatie en als dat plaatsvindt is dat voor ons geen probleem. We kunnen ons daar op voorbereiden. Maar zet geen wolven uit, dan gaat het te snel. Maar zoals de wolf nu het land aan het veroveren is, is het duidelijk dat hij ook hier gaat komen. En dat is goed, de wolf zorgt op een natuurlijke wijze voor de selectie van degene die gedood zullen worden. Maar voor een wolf aan ons begint, moet degene die hij aanvalt behoorlijk verzwakt zijn, want eigenlijk zijn wij een maatje te groot voor een wolf. En een verzwakt Edelhert doden is niet erg voor ons. Dat is weer een natuurlijk proces waar we op voorbereid zijn. We zonderen ons meestal al af als we verzwakt zijn en stoppen met eten, ons stervensproces is al begonnen en dat wordt hooguit wat versneld door de wolf. Maar niet verstoort, het is goed, we waren al bereid te sterven en onze ziel was zich al aan het terugtrekken.
Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep. Mensen zijn te ego gericht om dat te kunnen doen. Ik moet nuanceren, de meeste mensen. Ik wens je heel veel succes met je werk en dank je wel dat je dit doet.
M: Jij dank je wel Grote Gnoe voor je verhaal. Ik hoop dat ik het waard zal blijken te zijn om je verhaal te vertellen.

Kortom, ik zie de oplossing van het probleem door niets te doen, geen menselijk ingrijpen en dan hebben wij Edelherten geen probleem. Dat mensen een probleem hebben, is doordat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je je vrijwillig opoffert voor de groep

Ik laat het hierbij. Bovenstaande woorden van Grote Gnoe zijn duidelijk, maar zullen niet door iedereen geaccepteerd worden als de woorden van de dieren zelf. Toch zou dit de juiste keuze zijn.

Lees ook deel 1 van deze trilogie.

Lees ook deel 2 van deze trilogie.

Over de auteur
Eddy Mulder is van jongs af aan altijd bezig geweest met dieren en hij heeft er ook altijd een speciale band mee gehad. Als leerling van Piek Stor, dierentolk, heeft Eddy zijn geheel eigen weg gevonden in zijn communicatie met dieren. Hij zoekt vooral antwoorden hoe dieren omgaan met wat mensen hen aan doen. Hierover publiceert hij in de hoop dat mensen inzien hoe ze dieren tekort doen in hun wezen en dat dit mogelijk kan leiden tot een andere omgang met dieren.

Het dilemma van de grote grazers aan het voorbeeld van de Oostvaardersplassen – deel 1

Inleiding
De Oostvaardersplassen vormen een uniek natuurgebied in de Flevopolders tussen Almere en Lelystad. Het is een van oorsprong door de mens gemaakt gebied, waarin ruimte is gegeven aan ontwikkeling van natuurwaarden en waarbij menselijk ingrijpen verder ondersteunend is geweest aan die ontwikkeling. Het is aangewezen als Natura 2000-gebied voor verschillende vogelrichtlijnsoorten. In het gebied zijn groepen runderen, paarden en herten geïntroduceerd en die hebben de ruimte gekregen om zich op een natuurlijke wijze te ontwikkelen tot omvangrijke kuddes. Het is tegelijkertijd ook een maatschappelijk omstreden gebied vanwege juist de omvang van de kuddes en de sterfte die tijdens een aantal winterperiodes onder deze grote grazers heeft plaatsgevonden. Het gebied bestaat uit een kerngebied dat is opgedeeld naar een moerasgebied van 3600 hectare en een grazig gebied met voornamelijk graslanden van 1880 hectare. Het gebied grenst aan de noordkant aan het Markermeer. Voor het overige bestaan de randen van het kerngebied uit bossen afgewisseld met open velden. (bron: Advies beheer Oostvaardersplassen – april 2018)
De omvang van het gebied Oostvaardersplassen en het aangewezen Natura 2000-gebied

De grote grazers – heckrunderen, konikpaarden en edelherten – zijn in het gebied geïntroduceerd om te voorkomen dat het grazige deel dichtgroeit, waardoor er onvoldoende graslanden blijven voor foeragerende grauwe ganzen. Die ganzen beheren op hun beurt het moerasriet. De grote grazers vervullen daarmee een functie voor de realisatie van de Natura 2000-doelen.
De kuddes grote grazers zijn na introductie in het gebied snel in aantallen toegenomen. De begrazing heeft het landschap van het grazig gebied veranderd. Van een landschap met struwelen en ruigtes is het een volledig open kort begraasd grasland geworden. De variatie en dynamiek in vegetatie zijn beperkt. Er zijn vogelsoorten en kleine zoogdieren uit het gebied verdwenen en daarvoor zijn enkele vogelsoorten die gedijen op open graslanden in de plaats gekomen.
De ruimte die geboden wordt aan natuurlijke processen in het gebied heeft erin geresulteerd dat sinds de eeuwwisseling in een aantal winters veel grote grazers te sterk inteerden op hun (vet-) reserves en stierven door voedseltekorten. Maatschappelijke commotie daarover heeft in het verleden, toen de rijksoverheid nog verantwoordelijk was voor het welzijn van deze dieren, geleid tot de instelling van een aantal internationale commissies die adviezen hebben uitgebracht over het gewenste beheer. Daarnaast is de commissie Remkes gevraagd advies uit te brengen.
Het is duidelijk dat met name het aantal Edelherten snel groeit en uit de hand lijkt te lopen

De commissie Van Geel constateert dat de door de internationale adviescommissie ICMO2 uit 2010 uitgebrachte adviezen maar ten dele zijn uitgevoerd. Een belangrijk advies was de verbinding van het Oostvaardersplassengebied met andere natuurgebieden binnen en buiten Flevoland om dieren de mogelijkheid te geven voedsel ook elders te zoeken. De Rijksoverheid heeft in 2011 besloten die verbinding niet te realiseren. Voorts zijn beschuttingsmogelijkheden die door ICMO2 zijn geadviseerd, nog in beperkte mate gerealiseerd.
ICMO2 adviseerde de kuddes te beheren volgens het principe van vroeg-reactief beheer dat erop is gericht onnodig lijden door voedseltekorten te voorkomen en dieren zo nodig tijdig af te schieten op basis van waarneming van matig tot slechte fysieke conditie, afwijkende gedragskenmerken of omgevingsfactoren. Die wijze van beheer heeft er mede toe geleid dat na enkele mildere winters de aantallen grazers sterk konden groeien tot in totaal 5230 dieren in oktober 2017. Daarop volgde in de laatste winter een sterfte van circa 3000 dieren, voornamelijk door afschot van de dieren.

Daarop volgde in de laatste winter een sterfte van circa 3000 dieren, voornamelijk door afschot van de dieren.

Deze omvangrijke sterfte kan worden opgevat als een correctie door de natuur, maar daarvoor bestaat in Nederland geen breed maatschappelijk draagvlak. De mens zit dicht op deze natuur en neemt waar dat dieren in een incompleet, omheind systeem leven. Het wordt maatschappelijk niet breed geaccepteerd dat dieren zichtbaar vermageren en dat een groot deel daarvan vervolgens sterft, door afschot of op een natuurlijke wijze. De sterfte van grote grazers heeft in de maanden februari tot en met april van dit jaar tot veel maatschappelijke commotie, burgeracties en aandacht in de media geleid. (bron: Advies beheer Oostvaardersplassen – april 2018)

Het dilemma – verhongeren of afschieten?
In 2013 is het gebied met de bioscoopfilm De Nieuwe Wildernis nadrukkelijk onder de aandacht van het grote publiek gekomen. Deze prachtige natuurdocumentaire toont in de bioscoop aan bijna 700 duizend bezoekers – en later op televisie – hoe grote grazers leven en sterven in de Oostvaardersplassen. Het leidt tot veel waardering en enige verontwaardiging.
Het duurt tot de strenge winter van 2017-2018, waarin ruim drieduizend grazers doodgaan, voor de grote ommezwaai komt in het Europees beschermde Natura 2000-gebied. Tijdens demonstraties worden rouwstoeten en minuten stilte georganiseerd voor de dode grazers. Dierenliefhebbers die de vermagerde beesten in de winter niet kunnen aanzien, worden in hun acties steeds radicaler. Er wordt illegaal bijgevoerd, hekken worden opengeknipt waardoor dieren op de A6 belanden en boswachters worden net als de geestelijke vader van de Oostvaardersplassen Frans Vera met de dood bedreigd. Vanaf dat moment is het grote dilemma mogen we de dieren laten verhongeren of moeten we ze afschieten als een humanitaire oplossing.
Het lijkt me een mooi moment om de dieren zelf om hun mening in deze te vragen.

Een verhongerde en gestorven ree wordt aangegeten door een vos

In gesprek met Edelhert 1 – EH1
M: Beste Edelherten uit de Oostvaardersplassen, heel graag wil ik met enkele van jullie praten om jullie mening te horen over de problematiek van de overbevolking in het plangebied Oostvaardersplassen. Wie is bereid met mij te praten?
M: Ik zal mezelf ook netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder … en wil graag met jullie communiceren om jullie mening te horen over de problemen waar de maatschappij tegenaan loopt in de Oostvaardersplassen. Nu hebben mensen een beeld hoe we die problemen moeten oplossen en niet iedereen denkt daar hetzelfde over. Maar nooit vraagt iemand jullie mening. Dat wil ik proberen wel te doen.
EH1: Ik ben bereid om met je te praten. Ik ben een van honger gestorven Edelhert en kan dus over dat onderdeel vertellen. Anderen zullen vertellen over andere onderdelen, hoewel het allemaal een onderdeel is geworden van onze groepsziel, is het toch mogelijk er individuele onderdelen uit te halen.

Vanaf dat moment is het grote dilemma mogen we de dieren laten verhongeren of moeten we ze afschieten als een humanitaire oplossing.

M: Dank je wel EH1, mag ik je ook een naam geven of blijf ik je aanduiden met EH1 van Edelhert 1?
EH1: Namen zijn voor ons niet zo belangrijk, geuren wel. Maar je kunt me moeilijk naar mijn geur noemen, dus is EH1 voorlopig een goede werktitel.
M: Hoe was het leven tijdens je periode dat je in de Oostvaardersplassen woonde?
EH1: Dat was in onze ogen heel goed. We hadden veel bewegingsvrijheid en konden vrijelijk vriendschappen sluiten zoals we dat wilden. Dat wil zeggen we leven in groepen, maar als je in een groep je favorieten hebt, was dat geen probleem, de groep was groot genoeg om voldoende verschillen aan te kunnen. Dat lukt met een kleine groep niet. In mijn leven was ik een mannetje en we leefden in een grote mannetjes groep en af en toe gemengd met vrouwtjes als ze vruchtbaar waren.
Mannetjes Edelhert in de sneeuw

M: Dus dat leven was goed eigenlijk?
EH1: Zeker. Over het algemeen heel ontspannen en weinig stress. Weinig strijd tussen kuddes, omdat we alle ruimte hadden.
M: En hoe ging dat in de winter met het eten?
EH1: Over het algemeen redelijk. Natuurlijk was er minder voedsel, maar dat is gebruikelijk in de winter. Als de winter niet te streng was en niet te lang duurde, waren slechts de zwakkeren onder ons die de winter niet overleefden en dat is een natuurlijk proces. Aangezien mijn vriendjes meestal leeftijdgenoten zijn, kwam het overlijden van anderen uit de kudde niet als een probleem. Ze zonderden zich af en stopten helemaal met eten en gingen dan dood na verloop van tijd. Het is een bewuste keuze.

Ze zonderden zich af en stopten helemaal met eten en gingen dan dood na verloop van tijd. Het is een bewuste keuze.

M: Dat is een interessant aspect. Je zegt het is een bewuste keuze, de dieren offeren zich feitelijk op voor de rest van de kudde?
EH1: Ja, dat doen ze. Ze beseffen dat ze het niet gaan redden en maken dan de keuze om te sterven, zonder door te gaan met eten wat misschien voor de anderen nodig is.
M: Dat is een normaal proces zeg je?
EH1: Ja, dat is het normale proces voor de ouderen of zwakkeren. Het wordt anders als er heel veel te weinig te eten is.
M: Dat is jou overkomen? Jij bent van honger gestorven terwijl je niet ouder of zwakker was en je dus gewoon had willen blijven leven?
EH1: Dat is juist. Ik was nog behoorlijk in de kracht van mijn leven en met mij mijn vrienden ook. En de winter duurde te lang. De zwakkeren hadden zich al opgeofferd, maar het was niet genoeg. De winter bleef doorgaan en daardoor werd het voedsel voor de overgebleven dieren te schaars. En het merkwaardige is dat er nu niemand meer was die zich opofferde. We probeerden allemaal om zoveel mogelijk te eten, maar het was voor niemand van ons genoeg. Er was soms zelfs strijd om het eten tussen de kuddes, iets wat ik nog nooit eerder had meegemaakt. En de een na de ander verzwakte zo, dat we niet meer op onze poten konden staan om naar eten te zoeken. En zo ben ik overleden, van de honger, maar zonder dat het mijn eigen keuze was, ik wilde nog wel leven, maar kon gewoon niet meer vanwege de honger.
Aangevroten bomen vanwege gebrek aan voedsel in de winter

M: Dit was niet je keuze en je wilde nog verder leven. Was het stervensproces pijnlijk?
EH1: Ik wilde zeker nog verder leven. Maar het stervensproces is niet pijnlijk als je het aanvaart. En in het begin verzet je je ertegen omdat je wilt proberen eten te vinden, maar op het moment dat je erbij neervalt, is er de acceptatie dat je dood gaat. Dat proces is niet pijnlijk, het is een proces van je uit je lichaam terugtrekken, een steeds verder verminderd bewustzijn en dan ben je op het laatst niet meer aanwezig en dan ben je dood.
M: Is het beter van de honger te sterven dan doorgeschoten te worden?
EH1: Wat is dat nu voor een vraag. Van de honger sterven is een natuurlijk proces, je weet dat het kan gebeuren en als het gebeurt aanvaard je het ook. Doodschieten is niets natuurlijks aan, het is afschuwelijk. Zo loop je nog rond en zo knalt er iets pijnlijks in je lijf en ben je dood. Daar kun je je ook niet op voorbereiden, het gebeurt zo snel en plotseling dat je nog helemaal in je dode lichaam zit. Dat leidt tot een hele andere manier van je lichaam verlaten en niet de goede manier.

Van de honger sterven is een natuurlijk proces, je weet dat het kan gebeuren en als het gebeurt aanvaard je het ook. Doodschieten is niets natuurlijks aan, het is afschuwelijk.

M: Je ziet het als fout om dieren af te schieten, hoewel mensen dat als een diervriendelijke manier zien om het probleem van de overbevolking van de Oostvaardersplassen op te lossen.
EH1: Dat zien wij anders, afschieten is geen goede zaak.
M: Maar wat moeten wij mensen dan doen in jullie ogen?
EH1: Zorgen dat het gebied groot genoeg is voor alle dieren. Lukt dat niet, doe dan aan geboortebeperking.
M: Maar dat lost het huidige probleem niet op.
EH1: De natuur lost alle problemen op den duur zelf op. Dat heb je gezien met mijn dood. Ik wilde nog niet, maar ben toch dood en wil weer terugkomen om het af te maken.
M: Dank je voor dit bijzondere gesprek. Wil je nog iets zeggen?
EH1: Jij ook dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog met anderen spreken?
M: Ja zeker, een volgend gesprek wil ik met andere spreken.

Lees ook deel 2 van deze trilogie.

Lees ook deel 3 van deze trilogie.

Het sterven van Bach

(Deze blog stond eerst op www.piekstor.nl maar is verplaatst naar AnimalTalks)

Het leven van Bach was een veelkleurig pallet.

Het lijkt erop dat het katje alles heeft uitgebuit wat er uit te buiten viel: het vrije buitenleven waar ze haar jachtinstinct volop kwijt kon, het gezinsleven waar ze zowel aan deelnam als zich aan onttrok en het samenleven met andersoortige dieren waar ze geen jacht op mocht maken.

Toen ze vijftien was, brak ze haar poot dusdanig dat het moest worden afgezet tot aan de heup. Bach bleef een jaar binnen.

Na dat jaar kwam ze soms voorzichtig naar buiten en dat bouwde ze heel langzaam op.

In de zomer dat ze negentien was, was ze veel buiten te vinden. Ze was al oud en zocht steeds verschillende plekjes op waar ze weken kon liggen.

Omdat we op een schip wonen en ze nogal eens missprong was het best spannend om haar die vrijheid te geven. Maar ik zag dat ze genoot van het buiten zijn dus ik moest er maar op vertrouwen dat het goed zou gaan.

Haar zicht nam af en op het laatst ging het heel snel. Vanaf september kreeg ze een buitenverbod. Ook omdat haar gehoor minder werd en ze vaak wat wazig bleef staan. Bach was er niet altijd meer helemaal bij.

Maar elke dag kwam ze rond etenstijd naar haar bakje en at ze als een bouwvakker. Ze werd steeds magerder maar ze bleef maar eten en drinken.

Het lukte haar tot het laatste moment om richting haar etensbakje te komen. Het ging via kopstootjes tegen de muur, de tafelpoot en de deur. Maar ze kwam er altijd en het laatste stukje zette ik haar boven haar bakje waar ze eerst wiebelde en vervolgens met smaak ging eten.

De kattenbak kon ze allang niet meer altijd vinden en ze koos steeds andere plekjes om haar behoefte te doen. Ik speelde erop in door kranten neer te leggen op de uitverkoren plekken van dat moment.

Bach lag al weken bij de drie cavia’s in hun verblijf te slapen. Ze schikten zich naar elkaar en dat kon allemaal omdat de cavia’s gewoon in en uit hun hok konden en de hele kamer door konden lopen.

Op zondag derde Advent dag ging het lopen moeizamer. De hond rook op een speciale manier aan haar en ik wist dat het niet lang meer zou duren. Ik vond haar al maanden terminaal, maar het leek erop dat het moment nu toch echt daar was.

De nacht verliep rustig.

Maandagochtend kwam ze het hok niet uit. Een dag van waken bij Bach begon.

Ik vond het best spannend. Zou ze alleen kunnen gaan of moest ik toch de dierenarts laten komen?

Ik observeerde haar continu. Ze lag er steeds rustig bij. Af en toe liet ze een miauwtje horen en dan ging ik naar haar toe en legde mijn hand op haar. Daar werd ze rustig van en zo bleven we een tijd zitten.

Vanaf de middag nam ik haar met regelmaat bij me op de bank en lag ze zoals ze zo vaak bij me lag: pontificaal boven op me, met haar koppie in m’n nek. Het was vredig.

Om acht uur dacht ik dat ze zou gaan en ik maakte nog een foto. Maar Bach bleef maar leven.

Om tien uur was ik moe en ik pakte haar op en legde haar naast me in bed op een lekkere trui. Met mijn hand op haar buik viel ik in slaap. Ik kon alles voelen.

Om elf uur had ze soms wat buikkrampen. Die kwamen en gingen en Bach reageerde er niet op.

Om vijf voor twaalf strekte ze haar poten twee keer. Toen strekte ze haar hele lijfje en stond haar hart stil. Bach vertrok.

 

Heb ik bewust met haar gecommuniceerd?

Niet vaak. Heel soms heb ik via de diercommunicatie contact gezocht en ik kreeg steeds te horen dat ik haar met rust moest laten. Geen dierenarts. Niet op het eind maar ook niet tijdens de periode ervoor toen duidelijk was dat haar lichaam aan het aftakelen was.

Ik had zeer sterk de indruk dat Bach op een natuurlijke manier wilde sterven, zonder enige inmenging van buitenaf. Zelfs geen goedbedoelde ondersteunende ditjes en datjes.

We stonden wel continu in verbinding met elkaar. Kennelijk waren onze zes zintuigen goed op elkaar afgestemd.

Ook met de andere dieren. Daarom kon het zo zijn dat op één vierkante meter een katje aan het sterven was, drie cavia’s ontspannen aan hun hooi knabbelden, de hond met mij wilde spelen en de papegaai vanuit de hoogte het geheel rustig gadesloeg. Alles in perfecte harmonie.

Zo kunnen sterven gun ik iedereen.

Dag lieve Bach…

De nertsen (2)

Het vorige gesprek met de nertsen was al afgesloten toen ik me bedacht dat ik het juist over de ruimingen wilde hebben.

Eigenlijk was het in het gesprek al duidelijk toen de woordvoerende nerts doorgaf dat de dood een zegen is.

Toch ga ik kijken of er nog meer over te zeggen is.

Het mannetje, Jacob, komt weer naar voren en zegt: “Ik ben een spreekbuis, hè?”

Dat beaam ik en ik laat zien dat ik dat zeer waardeer.

Ik geef hem het beeld van ziekte, in dit geval corona, die de stal treft.

“Wij zijn weerloos. We kunnen niet weg.”

Hij geeft me het idee dat als ze in vrijheid zouden leven en er zou onraad zijn op wat voor manier dan ook, dat ze dan een andere plek kiezen.

In deze kooien in stallen kunnen ze inderdaad niet zelf kiezen of ze willen blijven of niet. Ze moeten blijven.

Wat is welzijn?

Dat roept bij mij de vraag op hoe het met zieke of zwakke dieren op stal gaat. Volgens de woordvoerder worden die afgevoerd. Het beeld komt boven van het beoordelen van fruit waar de beurse of rotte appel wordt weggegooid.

Na het vorige gesprek heb ik me een beetje ingelezen in de nertsenfokkerij wereld. Ik las dat iemand zei dat de dieren het goed hadden bij hem omdat hun vacht er goed uit ziet. Dit leg ik de nerts voor.

“Een goede vacht heeft niks te maken met welzijn,” is zijn reactie.

Hmmm, daar heb je weer zoiets. Wat is welzijn?

“Welzijn is leven naar je aard,” helpt de nerts me.

Hij vervolgt met te zeggen dat hun lijf los staat van henzelf. Ze trekken zich als het ware terug in zichzelf (zie deel 1).

“Maar ik neem toch aan dat jullie wel reageren als er iets gebeurt?” vraag ik. Hij laat zien dat reacties op gebeurtenissen verschillend kunnen zijn: actief of juist passief. Maar beiden zijn niet natuurlijk omdat er niet veel mogelijkheden zijn in zo’n kleine kooi. Ik begrijp dat het wegschieten en het verschuilen niet tot de mogelijkheden behoort, dus ja, dan is de keus van reageren beperkt en onnatuurlijk. Dat begrijp ik.

Ik geef hem het beeld dat mensen kleren dragen van hun vacht

We gaan even terug naar de vacht en de nerts zegt dat ze koopwaar zijn.

“Er wordt alleen gekeken naar de buitenkant.”

Ik geef hem het beeld dat mensen kleren dragen van hun vacht.

“Dat hoeft niet meer,” vindt de nerts. “Vroeger was dat noodzakelijk voor mensen en we waren dienstbaar naar mensen. Dat was de tijd dat het voor de mensen noodzakelijk was zich te kleden in onze vellen. Nu zijn er alternatieven.”

Nu gaan we eindelijk naar de ruimingen toe zoals die op verschillende fokkerijen plaatsvinden.

Net als de geiten in tijden van de Q-koorts laat de nerts zien dat de daadkracht waarmee alles gedaan wordt niet fijn is. Er heerst haast een ‘onverbiddelijke sfeer’.

Ik kan me vanuit mijn menszijn voorstellen dat er bij degene die moet ruimen een ‘klep’ voor gaat: niet nadenken, maar doen. Ik denk dat dat de daadkracht is waarover de dieren het hebben.

“En de dood?” vraag ik.

“Dan mag je van het een naar het ander. Je mag je lijf uit en bent vrij.”

De nertsen (1)

De kunst van het communiceren met dieren is om je eigen oordelen aan de kant te zetten. Soms is dat niet makkelijk want ik vind natuurlijk best wel iets van bepaalde dingen.

Helaas moet ik toegeven dat sommige leefvormen waar dieren in gepropt worden me zo aan het hart gaan dat ik het graag negeer.

Zo vergaat het me ook met de nertsen.

Maar gezien de ‘ruimingen’ vanwege corona vind ik dat ik de dieren toch moet benaderen om hun kant van het verhaal te horen.

Er is geen partnerkeus

Ik stel me in op de nertsen in het algemeen in Nederland en meteen krijg ik een beeld en gevoel van een trechter: de dieren worden vanuit de ruimte die ze eigenlijk nodig hebben, via een trechter bij elkaar geperst.

Een overmatige stank/geur dringt zich aan me op en een kakafonie aan energie.

Energie die geen kant op kan. Alles knalt tegen elkaar op.

Bijzonder verwarrend en beknellend.

Ik vraag of er één woordvoerder naar voren kan komen en een mannetje, die zich Jacob noemt, treedt naar voren.

Het is altijd even zoeken waar we het over kunnen gaan hebben en al zoekend komt het beeld naar voren dat de voortplanting haast aanvoelt als een verkrachting. Er is geen partnerkeus. Het hele gebeuren gaat dwars door grenzen heen. De dieren voelen zich gebruikt.

Vervolgens komt het beeld dat de ouderrol niet goed vervuld kan worden. Er kan geen juiste verzorging plaatsvinden en er kan niet naar voedsel gezocht worden, iets wat een heel natuurlijk iets is dat een ouder voor zijn/haar jongen doet.

Ik krijg de indruk dat de jongen vroeg weggaan bij de moeder.

En dat de nieuwe cyclus weer start waardoor de productie van jongen uitgebuit wordt.

De kakafonie aan energie speelt de hele tijd door op de achtergrond. Energieën die te dicht bij elkaar zitten, waar geen uitweg in gevonden kan worden.

“De dood is een zegen,” hoor ik dan.

Het nerts-wezen, schiet het door me heen

Het geheel geeft mij het gevoel dat de nertsen niet de wezens kunnen zijn zoals ze bedoeld zijn. Het maakt me verdrietig en leeg en onbewust stel ik de vraag hoe ze het leven volhouden.

“Diep van binnen zit onze kern. Ons wezen. Die kern blijf onaangetast.”

Het nerts-wezen, schiet het door me heen. Veiliggesteld door de nertsen zelf. Hun eigen innerlijke kracht en eigenheid waar geen opsluiten in kooien en geen misbruik van hun leven aan kan komen.

“Ik heb eens met koeien gesproken,” zeg ik tegen de nerts, “en die gaven aan dat ze het oké vinden om uiteindelijk tot vlees te dienen. Bij jullie zie ik die aanvaarding niet. Kun je me daar wat over vertellen?”

“Het is een heel ander proces,” aldus de nerts. “Wij hebben een heel andere verhouding tot de mens. Mensen zijn afgeschermd, afgestompt voor ons.”

Dan laat hij weer die kern zien, dat nertsenwezen dat ze kennelijk zo mooi afschermen.

Maar door die afscherming is er ook geen verbinding met hun lijf. In feite zitten ze zo dicht op/in hun kern dat hun lichaam ver weg voelt.

Ik begrijp dat het een soort zelfbescherming is. Maar het verbaast me dat ze dan wel eten en drinken en paren en jongen voortbrengen.

“Dat is op instinct,” verduidelijkt de nerts. “Het gaat hier niet om motivatie of levenslust.”

In mij rijst kennelijk de vraag wat ze van het nertsenleven vinden zoals dat nu geleefd wordt.

“Ga zelf in een kooi. Dan weet je het antwoord.”