Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Mens-diercombinaties

“Met het reguleren van mens-diercombinaties is de wet weer in lijn met nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.”

Hmmm, binnenkort schijnt er een grootse aanpassing in de Embryowet te komen. Die nieuwe wet geeft wetenschappers en onderzoekers meer ruimte om embryo’s te gebruiken voor studies en experimenten. Ik moet denken aan een filmpje wat ik eens zag van een pasgeboren baby met een tijgervachtje en oren. Waar gaat dit allemaal naar toe?

Mijn ervaring met dieren is dat ze het heerlijk vinden om zichzelf te zijn, in hun eigen lichaam, met hun eigen mogelijkheden en interesses. Ik heb zelf wel eens interesse gehad in hoe het is om een dierenlichaam te hebben en via mijn manier van communiceren mocht ik soms meevoelen hoe zij hun lichaam ervoeren. Zo vloog ik mee op de wind met de ooievaar, ervoer ik hoe het is om zonder poten als slang te glijden, voelde ik de sensatie van de jacht en de honger van de beer.

Maar eind van het liedje is dat we onszelf weer zijn, ons eigen lijf weer behuizen en onze eigen eigenschappen behouden. Een ervaring rijker, dat wel.

Wat ik van de communicatie met dieren weet is er geen belangstelling om een combi te worden. Tuurlijk, er kan interesse zijn naar elkaar. Maar eigenschappen gaan combineren en een nieuw soort creëren? Het is mij via de dieren nog niet ter ore gekomen. Misschien moet ik onderzoek gaan doen maar voor nu is het voor mij een groot rood kruis.

“Praat niet over mijn dood, maar over het leven.”

“Jullie denken zo beperkt. Voor jullie moet het leven lang zijn in jaren, dat vinden jullie normaal, maar kort leven is ook goed.”

Ja, ja, Bella… Bella met wie ik 27 juli nog leuk aan de babbel was en die daarna aftakelde zonder dat ik het doorhad. Ik heb wel dingen opgemerkt maar ze niet goed geïnterpreteerd. Ze kwam minder vaak thuis rond de maaltijden; ik beschouwde het als nog even goed genieten van de nazomer. Ze at niet alles op; ik ging ervan uit dat ze buiten genoeg at. Ze werd dunner; dat waren al onze buitenkatten in de zomer, ’s winters trok het altijd weer bij. ’s Nachts was ze nog zelden binnen maar dat was al maanden zo; ik kon me zo voorstellen dat de nachten er voor de dieren zijn. Bella plaste en poepte buiten; de kattenbak stond sinds haar komst nutteloos gevuld met grit achter een gordijn dus ik had geen zicht op haar ontlasting en urine.

Ineens vond ik haar ergens langs de IJssel, helemaal slap. Ik ben nog naar de dierenarts gegaan met haar maar het was te laat om nog iets aan haar op te lappen. Op advies van de dierenarts heeft ze een spuitje gekregen. Ik vermoed dat als ik daar niet heen was gegaan, ze binnen een paar uur zelf overleden was. “Ik was al bezig me los te koppelen,” zei ze.

Ik probeerde te communiceren met haar na haar overlijden maar ze liet weten dat dat niet kon als ik me schuldig voelde. Dus eerst moest ik daar zelf van los komen (ga er maar aan staan!). Op een later moment liet ze weten dat de laatste maand fysiek wel zwaar geweest was. Maar ze was geen katje om een medisch circuit in te gaan dus ging ze ermee om zoals ze ermee omgegaan is. Toen ik toch nog een stukje schuldgevoel liet zien, hoorde ik: “Alsjeblieft, zeg!!” en ze zou afhaken als ik mezelf niet herpakte.

Bella zwermt niet meer rondom mij, ze is ergens waar ze lekker luchtig verkennend op avontuur is, precies zoals ze in het fysieke leven gedaan heeft. “Wat kan ik hier van leren?” vroeg ik haar. “Geniet van het moment, van wat er is. En praat niet over mijn dood, maar over het leven.”

Damherten lopen door Velzen

M: Dag herten, kan ik met iemand van jullie spreken over jullie leven en jullie gewoontes?
H: Ja, dat kan, ik ben beschikbaar voor een gesprek. Ik hoop dat het niet al te ernstig wordt, want we willen wel graag vrolijk blijven.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. Ik ben benieuwd naar hoe jullie momenteel leven. Hebben jullie last van de droogte of van andere beperkingen en zijn jullie gelukkig.
H: Nou niet zoveel vragen tegelijk. Om op je laatste vraag terug te komen, geluk is voor ons niet iets waar we naar streven. We zijn meer op weg naar een tevreden leven, waarbij je moet denken aan dat we ons gangetje kunnen gaan, we te eten en te drinken hebben en we niet teveel worden lastig gevallen.

Geluk is voor ons niet iets waar we naar streven, we zijn meer op weg naar een tevreden leven

M: Als je het over ‘we’ hebt, wie bedoel je dan?
H: We leven in een vrij grote kolonie, die weer uit verschillende groepen bestaat. De kolonie woont in de duinen en omgeving. De groepen lopen daar min of meer vrij rond, hoewel er op allerlei plaatsen hekken staan. Soms is een hek een belemmering voor ons en moeten we langs de hekken lopen om ergens anders naar toe te gaan, maar soms ook kunnen we er overheen of erdoor heen gaan. Dan geeft dat wat meer bewegingsvrijheid, want wij herten houden wel van een beetje lopen. Het is natuurlijk aangenaam als je gemakkelijk aan voedsel kunt komen en dat kunnen we vaak, maar niet altijd. Momenteel hebben we vooral last van de droogte, doordat het zo droog is, is een deel van ons voedsel niet of onvoldoende beschikbaar. Dat betekent dat we wat verder moeten lopen om aan voedsel te komen.
M: Kan het dan gebeuren dat jullie uit de duinen komen en zelfs in woonwijken waar mensen wonen naar voedsel gaan zoeken?
H: Ja dat kan heel goed. We kennen verschillende plekken waar we zo vanuit de duinen naar de mensen kunnen lopen en dan doen we dat als het wat lastiger wordt om aan voedsel te komen.

We kennen verschillende plekken waar we zo vanuit de duinen naar de mensen kunnen lopen en dan doen we dat als het wat lastiger wordt om aan voedsel te komen

M: Denk je dat er onvoldoende voedsel voor jullie is dat je daarom naar de mensen toegaat?
H: Wat noem je onvoldoende voedsel? Dat is altijd locatie gebonden. Is er op de ene plek minder, dan gaan we naar een andere plek en dat kan betekenen dat we ook dichter bij de mensen komen. En daar is voldoende voedsel momenteel, dus nee, ik denk niet dat we voedsel te kort hebben.
M: Maar als jullie in de duinen zouden blijven en niet naar de mensen toe komen, zou je dan nog voldoende voedsel hebben?
H: Ik begrijp je vraag niet. We kunnen toch naar de mensen komen en hebben dan toch voldoende voedsel, wat wil je me laten weten?
M: Het is zo dat de mensen die er wonen en jullie door hun wijk zien lopen, dat niet willen. Ze zien enkele problemen. Een probleem is dat het gevaarlijk is als jullie zomaar over straat lopen terwijl daar ook verkeer rijdt en soms best wel hard en dat kan tot botsingen leiden.
H: Tja dan moeten die auto’s beter uitkijken, wij lopen daar soms om ons te verplaatsen van de ene kant naar de andere plek.
M: Maar mensen vinden dat een probleem en ze willen niet dat jullie door de straten lopen en ze willen ook niet dat jullie van hun tuinen en parken eten.
H: Wij zien dat niet als een probleem.
M: Daar ligt het probleem juist. Jullie vinden het gewoon om door de straten te lopen en daar te eten en de mensen willen jullie daar niet hebben. Ze zeggen dat jullie dingen vernielen en dat jullie een gevaar vormen voor het verkeer.
H: Nogmaals wij zien dat niet als een probleem.
M: Laat mij het dan omdraaien. De mensen zien jullie als een probleem als jullie dit gedrag blijven vertonen, ze willen jullie niet in de straten hebben en willen ook niet dat jullie uit de tuinen en parken eten. En omdat ze dat niet willen, gaan ze denken aan manieren om jullie daar van te weerhouden.
H: Hoe dan? Dit is toch een wereld waarin we rond kunnen lopen?
M: Daar vergis je je in. De mensen bepalen in welk gebied jullie mogen leven en als jullie je daar niet aan houden dan denken ze dat jullie met te veel zijn in het gebeid waarin jullie leven. En als jullie met te veel zijn dan schieten ze een deel van jullie dood tot jullie met veel minder zijn en wel binnen het gebied kunnen blijven.
H: Maar ook als we met minder zijn, dan kunnen we toch nog steeds door de straten lopen?
M: Maar de mensen denken dat daar geen noodzaak meer voor is omdat jullie dan in jullie aangewezen gebied genoeg te eten kunnen vinden.
H: Daar heb je wel een punt, als we met veel minder zijn, hebben we minder behoefte om uit de duinen te komen.
M: Ik wil het graag met je hebben over een manier om met minder herten te zijn. Daar zijn verschillende manieren voor volgens de mensen. Ze kunnen jullie voedsel geven waardoor de vrouwtjes geen kleintjes meer kunnen krijgen, dan worden het er vanzelf op den duur minder herten. Of ze kunnen jullie doodschieten dan worden het er sneller minder. Hoe kijk jij daar tegen aan?
H: Ik heb daar nog niet zo bij stil gestaan. Het lijken me allebei hele wrede methoden. Waarom laten jullie het niet gewoon aan ons over. Als ons gebied beperkt is en we kunnen er niet uit, dan weten we als we met te veel zijn en dan worden er minder kleintjes geboren, daardoor neemt de kolonie vanzelf af. Een andere methode is om een natuurlijke vijand hier te hebben, zoals een leeuw, een tijger of een wolf. Die jagen op ons op een natuurlijke manier en we hebben kansen om te ontsnappen, het is een meer eerlijke strijd. En we zullen oplettender worden, waardoor de jagers dieren het moeilijker zullen gaan krijgen.

Als ons gebied beperkt is en we kunnen er niet uit, dan weten we als we met te veel zijn en dan worden er minder kleintjes geboren

M: Maar we hebben hier niet van die natuurlijke jagers, dan zouden we een wolf moeten uitzetten en veel mensen vinden een wolf wel heel erg eng vanwege alle verhalen over wolven in sprookjes. Wat is voor jullie het verschil tussen gedood worden door een roofdier of door een kogel van de mens?
H: Dat is nogal duidelijk. Als je door een dier bejaagd wordt heb je een eerlijke kans om te ontsnappen en als je toch gepakt wordt dan weet je dat je dood gaat, maar je hebt kunnen strijden en je hebt verloren. Je kunt het accepteren en dan ga je tevreden dood. Als je beschoten wordt door een kogel, ben je ineens dood. Zonder voorbereiding, gewoon bam dood. Dat is de verkeerde manier om dood te gaan, je kunt niet tevreden dood gaan, want daar is geen tijd voor, het is geen eerlijk spel.
M: Dus eigenlijk zeg je dat als jullie beperkingen moeten krijgen dat jullie het liefst een roofdier hebben die op jullie jaagt, zoals een wolf. Ik zal dat zo doorgeven.

Als je beschoten wordt door een kogel, ben je ineens dood. Zonder voorbereiding, gewoon bam dood. Dat is de verkeerde manier om dood te gaan, je kunt niet tevreden dood gaan

Wil je nog iets zeggen?
H: Ja, ik begrijp maar niet waarom wij niet gewoon door de mensenwereld mogen lopen, jullie vinden ons allemaal zo mooi om te zien en dan kun je genieten en dan ben je alleen maar bang voor je bezittingen? Zielig hoor.

Waarom mogen wij niet gewoon door de mensenwereld lopen, jullie vinden ons allemaal zo mooi om te zien en dan kun je genieten en dan ben je alleen maar bang voor je bezittingen? Zielig hoor

M: Nou dat was een stevige draai om onze oren, dat hebben we verdiend. Dank je wel voor dit gesprek.

220829

Uitleg rond overlijden

Een van mijn werkzaamheden als dierentolk is uitleggen. Menselijke dingen uitleggen aan dieren maar ook dierlijke dingen uitleggen aan mensen. Een misverstand kan in een klein hoekje zitten dus mijn uitleg is vaak welkom.

Wat wel eens verrassend is, is dat ik soms ook het overlijden moet uitleggen aan dieren. De meeste dieren, zeker de vrije dieren, zijn hier heel bekend mee en het is voor hen een ‘in en uit gaan’. Maar er zijn dieren die een soort drempelvrees lijken te hebben: wat gaat er gebeuren? Het leuke aan dieren is dat alles heel simpel is uit te leggen. Niet teveel tekst, neutrale gevoelens, eenvoudige beelden. Een beetje zoals je aan kinderen ook dingen uitlegt, heel basic. Al die extra woorden, bijzinnen en ingewikkelde termen is iets wat we ons als volwassenen kennelijk hebben aangeleerd. Heerlijk dat dat bij dieren dus niet hoeft.

Zo legde ik een hond die erg aan het leven gehecht was uit dat hij mocht gaan en we keken samen zeer geïnteresseerd naar wat er dan zou gebeuren: hij zou uit zijn lichaam gaan en achter zijn mens meekijken naar hoe zij met het verlaten lichaam zou omgaan. Ik liet hem zien dat ze verdrietig zou zijn en veel aandacht zou hebben voor het lichaam.

Dit verbaasde hem een beetje: “Maar ik ben toch hier?” en hij liet zichzelf achter de vrouw zien.

“Ja, dat is zo, maar dat is het onzichtbare deel van je. We zijn als mensen erg gewend om alleen te kijken naar de bezielde lichamen. Als een ziel uit het lichaam is zien we het niet meer. Als we mazzel hebben en er open voor staan kan het wel zijn dat we momenten hebben dat we iets voelen of anderszins waarnemen. Maar dat is lastig voor ons.”

Ik liet de hond ook zien dat hij alle tijd mocht gaan nemen om nog rond de vrouw te blijven. Er komt vanzelf een moment dat het tijd is om verder te gaan. En wat is tijd daar? Ik kan niet alles uitleggen… maar wat ik meekrijg en mag zien kan ik doorgeven. En als het anders blijkt te zijn, dan hoop ik dat ik daar voor open sta en mijn beeld kan bijstellen.

Vakantie en dieren

Zoals velen weten vind ik: mensen zijn mensen en dieren zijn dieren.

Toch zijn er ook veel overeenkomsten. En binnen die overeenkomsten weer verscheidenheid. Dat is ook de reden dat je mij niet snel hoort generaliseren als het over (gedrag van) dieren gaat.

Vakantie is een breek in de dagelijkse gang van zaken. Ik denk dat iedereen het daar wel over eens is. Maar hoe die vakantie beleefd wordt, is weer heel verschillend, zowel voor mens als dier.

Ik heb de afgelopen jaren heel wat gesprekken met dieren gehad over vakantie en dan hoofdzakelijk met dieren die niet mee kunnen.

Als er iemand in huis komt leg ik ze dat uit: het gaat iets anders dan anders, maar er wordt voor jullie gezorgd.

Als er iemand alleen komt voeren, leg ik uit dat het wat stil wordt aankomende weken, maar dat er voor hen gezorgd wordt en dat de mensen weer terug komen over twee of drie weken.

Het kan zijn dat dieren naar een pension gaan en ook dat probeer ik zo goed mogelijk in beeld uit te leggen.

Van veel dieren hoeft vakantie niet zo nodig. Het verstoort het ritme, de vertrouwde gang van zaken is doorbroken.

Sommige dieren willen uitleg over de zin van vakanties en ik zeg dan dat de mensen het soms nodig hebben om er even uit te zijn en dat de dieren niet mee kunnen. Ik leg uit dat het niet aan hen ligt, maar dat ze gewoon niet mee kunnen. En ik laat de dieren zien dat de vakantie mensen goed doet.

Ik vertel dieren ook altijd dat ze zelf de vakantietijd ook kunnen benutten: even iets anders, andere mensen, andere regels, andere omgang.

Vaak gaat de overbrugging tot de mensen terug zijn goed.

Maar er zijn toch ook echt dieren die het ‘niet trekken’. Iedereen kent wel de verhalen van honden die amper tot niet eten en katten die zich niet laten zien. In dat soort noodsituaties is het altijd handig om (alsnog) een dierentolk in te schakelen. Die kan uitleggen wat er aan de hand is en zeggen dat de mensen echt terugkomen.

Om toch contact te houden tijdens de vakantie adviseer ik vaak om met regelmaat even bewust aan je dier te denken. En dat moet dan op een positieve manier, in het volle vertrouwen dat het goed gaat met het dier en dat je zelf ook blij bent op het vakantieadres. Dus geen zorgen gaan delen met je dier, daar heeft het niks aan.

Zelf heb ik ook moeten leren door ervaring. Jaren geleden was ik in Zweden toen mijn dochter belde dat het niet goed ging met onze ara. Toen ik contact met hem maakte, liet hij weten dat hij niet wist waar ik was. In beeld liet ik hem de omgeving zien en wat ik zoal deed. Dat stelde hem gerust en voor mijn gevoel liep hij een tijdje mee op mijn schouder.

Enne … niet vergeten te vertellen aan het dier dat je weer terug komt …

Hyronimus 17: Hoe sta jij tegenover de vleesetende mens?

M: Dag Hyronimus, ik heb vandaag weer een hele andere vraag. Hoe denk jij over de vraag of we als mens vlees mogen eten of dat zoiets als levend wezen onacceptabel is tegenover andere levende wezens die daarvan het slachtoffer worden.
H: Laat ik heel duidelijk zijn. De wijze waarop jullie in jullie westerse maatschappij dieren tot vleesfabrieken hebben gemaakt is buiten iedere proportie. Dierenwelzijn is hier niet op van toepassing, het is walgelijk.
M: Zo daar ben je wel heel duidelijk in in je afwijzing van het huidige systeem.

Vlees eten is niet per definitie verwerpelijk

H: Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar er is ook een andere kant. Vlees eten is niet per definitie verwerpelijk. In de natuur zijn er vele diersoorten die aangewezen zijn op prooidieren om aan hun eten te komen. Dat wijs ik ook niet af, ook mijn soort hoort daarbij. Maar er zit een groot verschil tussen een prooidier dat gevangen wordt door een jaagdier en de wijze waarop de mens zijn prooidieren willoos heeft opgeborgen in fabrieken waar ze de dieren gebruiken om vlees te produceren. De dieren zijn een soort machine geworden. Dat wijs ik volledig af. Maar dieren kunnen zich vrijwillig opofferen en dat doen ze graag en dat beschouwen ze zelf ook als iets dat ze graag willen doen. Maar dat is echt een hele andere insteek dan ze dwingen tot een leven in afschuw in een vleesfabriek.
M: Jij hebt dus geen principieel bezwaar tegen het eten van vlees door mensen, maar je vindt de wijze waarop vlees geproduceerd wordt niet acceptabel.
H: Je slaat de spijker op zijn kop. Ik gebruik die uitdrukking niet voor niets, want zo doden jullie voor een deel de dieren door ze een spijker door hun kop te slaan. Maar als iedereen zijn eigen dieren gaat jagen loopt het ook niet goed af. Dus daar zal een weg in gevonden moeten worden. Toch lijkt het me voor het gevoel van het dier zowel als voor de mens het van belang dat ze bij elkaar betrokken zijn. Je kunt je niet opofferen voor een onbekend persoon.

Toch lijkt het me voor het gevoel van het dier zowel als voor de mens het van belang dat ze bij elkaar betrokken zijn. Je kunt je niet opofferen voor een onbekend persoon.

Dit gezegd hebbende betekent dat als je bij elkaar betrokken wilt zijn dat je ook een andere verhouding krijgt tot het stukje vlees op je bord. Het is een stukje van varken Fridolien (zie de blogs daarover) of een stukje van een rund met een leven en een naam. Als je dat kunt en nog steeds vlees wilt eten, dan eer je dat varken of dat rund dat zich voor je opgeofferd heeft. Zo kun je zonder karma op je te laden vlees eten.
M: Als je het zo zegt, betekent het eigenlijk ook dat vleeseters in de huidige maatschappij karma op zich laden door vlees te eten.
H: Dat klopt en dat karma zullen ze met zich meedragen en ooit kunnen inlossen door inzichten te krijgen in hoe dingen in elkaar steken. En dan komen we bij de natuurwetten waar ik het ooit over gehad heb die je zou moeten onderzoeken. En waar je me maar wat graag over wilt vragen er iets over te vertellen. Maar daar ben je nog niet rijp voor. Je zult ze zelf moeten ontdekken en dan kan ik je helpen om ze beter te begrijpen. Eerst zelf zoeken en echt zoeken, dan kunnen we het er over hebben. Ik dank je wel voor je vraag.
M: Ik dank jou voor je antwoord en je opdracht aan mij. Ik ga er aan werken. Dank je wel.
220622

Het vrije paard op stal

Ik vond een mooi verhaal uit 2009, in de tijd dat ik veel met vrije dieren communiceerde en daar blogs van bijhield.

 

Deze maand heb ik niet veel contacten gehad met vrije dieren omdat mijn aandacht en tijd onder andere werden gevraagd door huisdieren en hun eigenaren.
Het waren mooie, intensieve gesprekken waarin veel gebeurde en opgehelderd werd. Heel fijne, heel verdrietige en moeilijke dingen kwamen boven en ook heel indrukwekkende.
Over het laatste gesprek wil ik graag wat schrijven.
De avond voor kerstavond tolkte ik in een gesprek tussen een man en zijn paard. Er waren eigenlijk geen problemen en dat bleek meteen al toen ik contact maakte met het paard: hij begroette de man intens en bleef in mijn beeld een tijd lekker tegen hem aan staan. Ik moest hem echt de tijd geven voor we het gesprek konden beginnen, zo blij was het paard dat hij op deze manier contact had met de man.
Tijdens het gesprek ervoer ik de sterke band tussen deze twee.
Het paard is de leider van een kudde van negen paarden en de man is de leider van het paard. Beiden vullen hun natuurlijk leiderschap in op basis van respect en gelijkwaardigheid. Er wordt niks met geweld opgelegd waardoor er geen verzet optreedt bij de ander(en).
Het voelde voor mij als een enorme bevrijding om kennis te maken met een paard dat geen last heeft van zijn verleden. Dat geen last heeft van gedrag van mensen waardoor frustraties ontstaan.
Ik vertelde de man dat ik ook met vrije dieren praat en dat ik in dit paard een vrij dier zag, ondanks dat hij ’s avonds en ’s nachts op stal staat. De man was blij dit te horen omdat hij hoopte dat zijn omgang met het paard dit effect zou hebben op het dier.
Beiden wisten we dat het paard zich heel anders zou gedragen als deze man zijn wil op een autoritaire en dominante manier zou opleggen aan het dier. De man wist het omdat het dier erg druk was toen hij hem leerde kennen en niemand achter de middenlijn van de stal mocht komen. En ik wist het omdat het dier een enorm verzet liet zien in de periode dat hij een maand bij een handelaar stond.
Een dier heeft altijd het laatste woord en het beeld dat dit paard liet zien was zijn hoofd met wapperende manen in de blauwe lucht. Een vrij dier. Een dier dat kan zijn zoals hij is doordat hij een mens heeft gevonden die goed naar hem luistert en zuiver met hem omgaat.

Zo vlak voor de kerst vond ik dit een erg mooie ervaring. Zijn wie je bent. Het is het thema van dit moment voor mij en dit paard liet me weer zien hoe mooi iemand is die kan zijn wie hij is. Wat een enorme rust en kracht gaat er van een dier of mens uit als hij kan zijn wie hij is.
Daar gaan we naartoe met z’n allen, daarvan ben ik overtuigd!
En ik ben er ook van overtuigd dat de diercommunicatie in deze vorm daaraan kan bijdragen. Want dieren hebben ons veel te vertellen waardoor wij geholpen kunnen worden om te worden wie we zijn.

Gesprek met een walvis 2

Vandaag het tweede deel van de gesprekken die ik met drie walvissen heb gehouden. Oude bekenden zoals uit het eerste gesprek bleek. Om dat eerste gesprek te lezen, klik dan hier

Walvis 2
W2: Dan mag ik nu. Ook ik vind het heel fijn dat je eindelijk besloten hebt contact met ons op te nemen. Maar ik wil belangrijke zaken aan je kwijt, dus geef me even de ruimte.
Ik wil je opmerkzaam maken op de enorme vervuiling van de oceanen. Dan gaat het niet alleen maar over al het plastic afval dat in zee terecht komt en veel dieren en ook ons, soms het leven kost omdat we dat binnen kunnen krijgen en het niet kunnen verteren. Het blijft in ons lichaam zitten en kan ons uiteindelijk doden. Maar de plastic soep zoals jullie dat noemen is bekend. Nog onvoldoende is bekend dat er veel meer dan zes vindplaatsen van zijn over alle oceanen geteld. Daarnaast hebben we als zeewezens veel last van de chemische vervuiling die door schepen wordt achtergelaten. Boten lozen vuil en niet alleen organisch vuil, maar ook, en dat is voor ons veel erger, chemisch vuil. Dat kan rechtstreeks levensbedreigend zijn voor ons. Hier moet ook wat aan gedaan worden, het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten omdat je ergens met het afval naartoe moet.

Het moet veel meer in het mensen bewustzijn doordringen dat onze leefomgeving, net als de lucht, heel erg vervuild wordt door lozingen of dingen die jullie gewoon in zee storten

Er is nog een ander belangrijk punt. Wij walvissen communiceren door middel van geluiden. Maar doordat er zoveel lawaai wordt geproduceerd door jullie, met de schepen, maar ook met boringen naar olie of andere delfstoffen, of door de defensie industrie die experimenten uithaalt met lage geluiden en het communiceren met jullie onderwater boten. Dat alles bij elkaar is dus een kakofonie van geluiden, waardoor wij ons slecht verstaanbaar kunnen maken. Daardoor kunnen we onze partners soms niet meer vinden en dat heeft weer invloed op onze aantallen. En zoals je van Walvis 1 hebt gehoord, is dat geen goede zaak. Dit wilde ik graag aan je kwijt omdat ik begrijp dat jij tegenwoordig over de dieren schrijft en dat andere mensen dat lezen en je zo dingen in het bewustzijn van mensen kunt brengen in de hoop dat het ooit allemaal gaat veranderen. Wanneer kom je weer eens op bezoek? Niet dat dat nodig is om met elkaar te communiceren, want dat op deze manier ook heel goed.
210413

Walvis 3
Het gesprek met walvis 3 vond de volgende dag plaats. Ik heb tijd gehad om na te denken over de eerste twee gesprekken en vroeg me af hoe kunnen deze walvissen toch mij meteen herkennen zodra ik contact met ze op neem. Nou het antwoord kwam meteen toen ik contact maakte.
W3: Je vroeg je af hoe wij jou meteen herkenden nadat je na bijna 20 jaar opnieuw contact maakte. Nou dat is eenvoudig. Jouw lichtwezen zit in ons geheugen gegrift en dat herkennen we meteen zodra je er weer bent. Maar het zit ook in jouw lichtwezen geprogrammeerd dat wij contact hebben gehad. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar de herkenning is wederzijds zonder enig voorbehoud als je het lichtwezen kunt lezen. En wij maken daar deel van uit, het is niet zoals bij jullie gescheiden van ons fysieke lichaam. Daardoor is het voor ons heel eenvoudig, de herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is.

De herkenning is alsof je een bekend liedje hoort, je weet meteen wie het is

M: Dat klinkt als inderdaad eenvoudig en voor altijd?
W3: Ja, iets wat in je lichtwezen zit, zit daar voor eeuwig, want lichtwezens zijn eeuwig. De fysieke verschijningsvorm maakt daarin niet uit.
M: Wat een wijze les geef jij mij even. Dank je wel.
W3: Graag gedaan en neem nog eens contact op.
210414

Deel 1 van deze gesprekken is hier te vinden.

Gesprek met een Walvis 1

Toen ik jaren geleden voor mijn werk in Zuid-Afrika was (2003), ben ik heel bewust naar een baai gegaan waar Walvissen veel gezien worden. En ik had geluk en ze lieten zich aan me zien. Toen merkte ik al dat het heel gemakkelijk was om contact met ze te leggen en dat contact mee naar huis te nemen, thuis kon ik met de Walvissen daar nog steeds voelen dat er verbinding was. Ik wil nu proberen deze verbinding uit te breiden tot een gesprek.
M: Beste Walvissen, ik zou heel graag een jaren geleden aangegaan contact weer willen oppakken en nu met jullie willen ‘spreken’. Wie is bereid mijn gesprekspartner te worden?
W1: Ja, heel graag. Het contact wat je jaren geleden gelegd hebt was onder andere met mij, maar ook met twee andere vrienden, die je ook graag willen spreken. Maar ik mocht eerst. We voelden jouw vraag al dagen aankomen en zijn blij dat je nu zover bent.
M: Wat geweldig dat jullie met me willen communiceren, wat ik ‘praten’ noem. Ik verheug me daar erg op en inderdaad dit zat al even in de pijplijn. Hoe is jouw leven in de oceaan of ben je inmiddels overleden?
W1: Nee, we leven alle drie nog en vonden het die jaren geleden bijzonder om met jou in contact te komen en we hebben geprobeerd dat contact ook in stand te houden, maar de laatste jaren was jij je er niet meer van bewust. Dus fijn dat het lukt. Wij leven in de oceaan, vooral in de Zuidelijke IJszee rond Antarctica en we komen regelmatig in de wateren rond Zuid-Afrika waar we elkaar getroffen hebben. Jij zat op de rotsen en na enkele uren hadden we contact en hebben we ons laten zien aan jou. Dat was mooi en jij was er helemaal blij mee. Ons leven in de oceaan is op zich een goed leven. Helaas wordt er nog steeds op ons gejaagd door grote boten en als we daar te dicht bij in de buurt komen, dan zijn we ons leven niet zeker. Dat is reden om toch altijd wel afstand te houden van grote boten. Maar in de baaien kunnen we gevaarloos verblijven. Dat is vaak ook de plek waar we jongen krijgen.

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde?

Wist je dat wij een hele belangrijke soort zijn voor het leven op Aarde? Daarom zijn onze soorten erg belangrijk om te beschermen en te zorgen dat we met veel meer zijn dan nu het geval is. Juist in deze periode waarin de mens de Aarde zo sterk onder druk zet met haar opwarming, zijn wij Walvissen van belang. Wij walvissen nemen CO2, ja het broeikasgas, op in ons lichaam waar we het vasthouden tot onze dood. Daarna zinken onze dode lijven naar de bodem van de oceaan waar alles dan achterblijft, ook dus de door ons lichaam opgeslagen CO2. Dat zijn best substantiële aandelen, maar nog belangrijker is dat we door onze uitwerpselen sommige oceaanplanten sneller groeien en die nemen CO2 op en zetten dat om in zuurstof. Allemaal zaken die van belang zijn voor ons marine ecosysteem. Het is dus erg belangrijk om onze soorten te beschermen en ons zoveel mogelijk met rust te laten zodat we ons goed kunnen vermeerderen. En dat allemaal om de mede door jullie veroorzaakte problemen te helpen op te lossen. Nu wil mijn vriendje nog wat met je delen.
W2: …
M: Ho ho, mag ik er nog even tussen komen voor jullie allemaal aan de beurt zijn geweest en ik niets heb kunnen zeggen. Dank je wel broeder Walvis 1 of heb je een naam die ik mag gebruiken?
W1: We beginnen nog niet aan namen, dat komt later misschien wel, nu leidt het alleen maar af van de belangrijke zaken die we te bespreken hebben. Dan nu mijn vriendje. (Die komt over veertien dagen aan de beurt)
210413

Deel twee van deze gesprekken is hier te vinden.

Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330