Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Wolf is wel erg dichtbij actief

Op 200 meter afstand van de plek waar we gewoond hebben en nu onze dochter woont, is een weiland waar schapen en pony’s staan. Nu is er twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten met verwondingen zoals de wolf dat doet. Uiteraard wordt daar onderzoek naar gedaan, maar dat duurt altijd een paar maanden voor je zekerheid hebt dat het de wolf is geweest en welke wolf. Maar het leek me toch tijd om eens met de wolf contact op te nemen nu  hij door een bewoond gebied loopt en daar ook zijn slachtoffers maakt.

M: Dag wolf, we hadden vanochtend even contact en nu zou ik graag een wat diepgaander gesprek met je willen voeren. Fijn dat je er voor openstaat.
W: Ja, ik was verrast je te ontvangen en ben benieuwd wat je van me wilt.
M: Eigenlijk wil ik met je praten om je te begrijpen. Kun je iets over jezelf vertellen?
W: Dat kan. Ik ben een mannetje en heb de groep verlaten om op avontuur te gaan. Daarbij ben ik blijkbaar in jouw gebied terecht gekomen en daar verblijf ik nu al een tijdje. Het is een mooi gebied met ruim voldoende voedsel voor mij , maar ook voor een potentiële familie. Lastig vind ik wel dat het een druk gebied is.
M: Dat snap ik dat je dat zegt. Je bent in een behoorlijk bevolkt gebied, weliswaar met heel veel groen, maar toch ook veel woningen en wegen die er door het groen heen gaan. Dus lijkt het voor mij voor jou niet zo’n aantrekkelijk rustig gebied.
W: Probeer je me nu al te verjagen?
M: Nee, dat was beslist niet mijn intentie. Alleen begrijp ik het niet zo goed dat je dit gebied kiest waar al zoveel mensen wonen en veel van het gebied al verdeeld is in kleine stukjes waar mensen allerlei activiteiten op uitoefenen. Ik bedoel eigenlijk te zeggen: heb je niet liever een rustiger gebied?
W: Nou mensen storen me niet echt. Ik zoek ze niet op, maar als ik ze zie dan loop ik er niet voor weg. De meeste mensen zijn blijkbaar bang voor mij, want ze houden gelukkig afstand en daar hoef ik me dus niet zoveel van aan te trekken.
M: Heb je wel genoeg gelegenheid waar je je wel terug kunt trekken en waar je in alle rust kunt slapen?
W: Ja, die heb ik gelukkig ook gevonden. Er is best behoorlijk wat vrije ruimte waar jullie niet zitten.
M: Dat stelt me gerust. De verwachting was eigenlijk van de experts dat jij dit gebied niet rustig genoeg zou vinden en dat je weer verder zou trekken.
W: Dat hebben ze dan mis. Ik zie het gebied als geschikt voor mijn doelen, namelijk er leven en jagen.
M: Ik heb een vraagje over het jagen van jou. Je hebt nu twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten, maar er eigenlijk nauwelijks van gegeten. Dood jij niet voor het eten?
W: Dat ligt wat ingewikkelder. Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten. Daarmee komen er weer meer aaseters naar mijn gebied. En dat is weer goed voor de natuur. Dus minder dieren waarvan er te veel zijn en voedsel voor grotere aaseters als gieren, haviken en buizerds. Als ik nog even door mag gaan. Er zijn veel te veel schapen in jullie gebied, dus daar moeten er minder van komen, die dood ik dus, een bewuste keuze.

Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten.

M: Dood je niet alleen voor jezelf om te eten?
W: Dat doe ik ook, maar dat is voor mijn eten. Dit andere doe ik als natuurbeheerder, dat zit in mijn genen en dat doe ik dus vanuit een drang. Dus als ik moet ruimen, omdat er te veel van een soort zijn, dan moet ik die dieren doden. En ik dood in principe alleen de zwakke dieren, die niet voor me weglopen of het maar kort volhouden. En schapen doen raar. Ze lopen even te rennen en zodra ik er één gegrepen heb, gaan ze met z’n alle staan kijken, in plaats van weglopen. Ja, dan is het natuurlijk niet moeilijk om ook de rest van de kudde dan maar aan te pakken.
M: Maar enkele honderden meters van mijn dochters huis, heb je de keuze gemaakt om nu twee nachten achter elkaar steeds één schaap te doden. Waarom?
W: Omdat ze raar doen deze schapen. Blijkbaar weten ze niet dat ze bang voor me moeten zijn. Ze rennen alleen omdat ik ook ren om er een te pakken. Daarna gaan ze gewoon staan te staan. Er is geen lol aan om die te doden, maar ik moet het wel doen. Dat komt de komende dagen wel.
M: En ga je de pony’s ook aanvallen?
W: Dat denk ik niet. Ze gaan meteen om elkaar heen staan en kunnen best hard trappen, dus blijf ik liever een beetje uit hun buurt. Maar als ik de kans krijg, dan zijn ze ook aan de beurt, want ook daar zijn er veel te veel van in deze streek.
M: Heb je dan toch niet het gevoel dat je in het verkeerde gebied terecht bent gekomen?
W: Waarom?
M: Juist omdat er hier veel paarden en pony’s zijn en dat ook wel zo zal blijven.
W: Het gebied is groot genoeg.
M: Maar niet als jij meent dat je te veel moet opruimen.
W: Hier zullen we wel over van mening blijven verschillen. Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

M: Daar moet ik je helaas gelijk in geven. Nou ik wens je nog een goed leven toe. Wil je nog iets toevoegen?
W: Eigenlijk wel. Waarom houden jullie zoveel dieren op zo’n klein oppervlak? Dat is toch niet goed, daar hebben jullie mij dan toch voor nodig om dat in evenwicht te brengen?
M: Dank je wel voor het gesprek?
W: Heb ik iets verkeerd gezegd?
M: Nee, helemaal niet. Ik respecteer jouw mening dat jij de natuurbeheerder bent en dat wij mensen dat niet moeten doen.
231020 – foto van natuurfotograaf Sjaak Hoogendoorn

Wegsluimeren

Mensen schakelen mij in als dierentolk als ze antwoorden willen van hun dier. Maar wat als een dier het niet meer allemaal weet? Als z’n koppie watterig wordt, als er gaten vallen, als ze de weg in zichzelf een beetje kwijt zijn? Als dierentolk krijg ik geen heldere antwoorden meer uit zulke dieren en dein ik mee in hun verdwazing.

Hoe leg ik dat uit als ik de mensen aan de lijn heb? Het gevoel wanneer je nét iets teveel hebt gedronken en een aantal dingen vervagen waarvan je dacht dat het heel belangrijk was? Het lekker meedeinen op niks? Ik liet laatst het woord slumby vallen maar volgens mij was dat geen woord. Toch wel: slumber betekent sluimeren.

Misschien is het helemaal niet zo’n gekke afsluiting van een leven… lekker wegsluimeren en dan ineens verdwijnen…

Boek: De man die met dieren spreekt

Zoals jullie weten, ben ik enige maanden geleden begonnen aan een boek met de teksten van Hyronimus. Maar allemaal gepubliceerde en niet gepubliceerde blogs achter elkaar plaatsen maakt nog geen interessant boek. Dus kreeg ik van mijn redacteur de opdracht er een persoonlijk verhaal van te maken met mijn zoektocht. Daar heb ik de afgelopen maanden aan gewerkt en nu is het boek gereed. Het ligt bij de drukker. Eind november komt het in de winkels, als het lukt om de planning te halen. In onze Nieuwsbrief van deze maand zal ik een mogelijkheid bieden om voor in te tekenen op het boek. Maar om jullie een idee te geven waarop je intekent, krijgen jullie hier, in de plaats van een blog, de eerste twee hoofdstukken van het boek. Helaas lukt het me niet alle foto’s in het boek ook in deze blog te plaatsen, dus in het boek is dat veel mooier.

1. Kennismaking met Eddy en Jasper
Vanaf dat ik zelf kon schrijven, ik was toen een jaar of zes, stond een hond altijd bovenaan mijn verlanglijst. Die is er in mijn jeugd niet gekomen, parkieten in de tuin was het maximale toegestane. Hoewel we ook een loopeend hebben gehad die zelfs, achterin de auto op schoot op een krant, mee op vakantie ging. En op de camping liep Pimmetje, zoals hij heette, zelfstandig rond en had een grote voorkeur voor dames kuiten. Daar beet hij graag in en deed dat zelfs gemeen, want hij pakte je vel en draaide dat rond. Het leverde gegarandeerd een blauwe plek op. Ik zie nog een oude zwartwit foto voor me van drie dames op rij in een ligstoel met allemaal de benen omhoog en Pimmetje eronder reikhalzend naar die heerlijke kuiten.
Thuis in de tuin was het ook een macho, hij joeg alle achttien katten van onze buurvrouw Ina Boudier-Bakker uit de tuin en daar had hij een hele taak aan. Maar voor mij was het een lieve eend die mij dagelijks uit school opving en meteen tegen me begon te praten, of kwaken moet ik eigenlijk zeggen. Maar ik begreep natuurlijk totaal niet wat hij te vertellen had en als hij uitgepraat was, tilde ik hem op en legde hij zijn lange hals om mijn nek heen en knuffelden we. Pas dan kwam ik echt thuis en ging naar binnen om mijn moeder te begroeten en eventuele andere huisgenoten. Dit speelde zich af in mijn lagere schooltijd.
Later, toen ik ouder werd en ging studeren heb ik de keuze gemaakt om een creatief beroep te kiezen, ik wilde architect worden. Mijn studietijd was geen goede tijd voor een hond, maar er kwam wel meteen een kat ‘Poes’ genaamd. Hij gedroeg zich als een hond, ging met me mee wandelen, op vakantie en liep vanaf de eerste dag buiten en bleef dan in de buurt. Het was mijn studenten poes. Hij heeft mijn eerste relatie twaalf jaar lang getolereerd, maar mijn volgende relatie was zijn grote liefde. En ook de mijne.
De hond is er uiteindelijk wel gekomen en na de eerste hond nog vele andere. Samen met uiteindelijk een hele menagerie van pony’s, paarden, ezels, hangbuikzwijnen, vele vogels, katten en honden. De kneuzen kwamen altijd bij ons terecht. Was er een kauwtje uit het nest gevallen, dan nam ik hem op, stond ’s nachts op om hem iedere drie uur eten te geven. Hij was dankbaar en heeft jarenlang als hij overvloog ons gegroet. Dus ik mag wel zeggen dat ik altijd wat met dieren heb gehad. En er is altijd een verlangen bij mij blijven bestaan ‘wat zou het mooi zijn als je met dieren kon praten.’
En toen hoorde ik van de cursus ‘Dierentolk en dierencommunicatie, dieren als gesprekspartner en leermeester.’ Dat was typisch wat voor mij en daar wilde ik beslist heen. Maar de eerstvolgende cursus die gegeven werd, was ik deels in India voor vrijwilligerswerk en dan zou ik een deel van de cursus missen en dat wilde ik niet. Ik wilde de complete cursus volgen. Dus meldde ik me aan voor de volgende cursus die nog niet gepland stond.
Na maanden wachten, kwam het bericht dat de cursus gepland stond voor 13 juli. De dag ervoor overleed onze Golden Retriever Jasper tijdens een wandeling in het bos. Ineens kon Jasper niet meer lopen en draaide hij alleen nog maar rondjes en had uitpuilende ogen. De schrik sloeg me om het hart. Er was iets heel erg mis. Ik belde mijn vrouw en vertelde wat er aan de hand was en waar wij in het bos waren. Ze kwam ons halen rijdend over smalle bospaden. We hebben Jasper ingeladen en meteen de dierenarts gebeld waar we direct terecht konden. Ze heeft nog even naar Jasper kunnen kijken, maar hij gleed weg en overleed ter plekke.
Dezelfde avond hebben we Jasper in onze grote bostuin begraven, in bijzijn van enkele van onze kinderen.
En dan ga je de volgende dag naar een cursus om met dieren te leren ‘praten’. Er is er op dat moment maar één waar je mee wilt praten. En dat is natuurlijk Jasper.
De cursus wordt door twee dames, Piek Stor en Petra Maartense, gegeven. Ze leggen uit hoe het werkt, op welke manier je mogelijk contact kunt krijgen met een dier. Echt heel boeiend, maar gaat het ook werken? Dat is de enige vraag die me bezig houdt, hoewel ik heel serieus mijn best doe. Zal het lukken?
Jasper, zoals we hem altijd in herinnering zullen houden
En dan beginnen we allemaal individueel aan een dierengesprek. We starten met een algemene geleide meditatie om in de juiste flow te komen en dan zoek je het dier uit waarmee je wilt praten.
Het lijkt me te lukken, ik denk dat ik contact heb met Jasper, we beginnen ons eerste gesprek.

Eerste contact met Jasper
M: Kan ik je even zien?
J: Laat zich zien hollend door het gras in hoog tempo
M: Mag ik je wat vragen?
J: Gaat naast me zitten en kijkt me aan als op de foto
M: Wat gebeurde er gisterenavond?
J: Ik raakte volkomen in paniek en begreep niet wat er gebeurde. (Jasper heeft vermoedelijk een attack gehad vanwege een nog niet onderkende hersentumor, volgens de dierenarts)
M: Hoe was het om dood te gaan?
J: Het was een bevrijding van een beklemming.
M: Ik voel me er schuldig over dat we niet meer voor je hebben kunnen doen.
J: Niet doen.
J: Mooie begrafenis met de kinderen erbij. Jullie moeten met Tirza praten, ik heb zorgen over haar. (Tirza is onze op dat moment 13 jaar oude poes en die twee waren maatjes)
M: Wil je nog iets zeggen?
J: Ik hou van jullie.
M: Vind je het goed als we af en toe praten?
J: Ja graag.

Ik heb tranen in mijn ogen en ben ook bijzonder blij dat ik dit gesprek heb mogen voeren. Kan het waar zijn dat dit mogelijk is? Dat je met dieren kunt praten?
Ik vertel in de groep wat me is overkomen en dat ik met Jasper denk te hebben gesproken. Natuurlijk lopen de tranen over mijn wangen als ik dit vertel, tranen van verdriet maar ook van het bijzondere om nog eens met Jasper contact te hebben.
De cursusleiding meent dat het een heel authentiek gesprek was en dat ik waarschijnlijk echt met hem heb gesproken. Tijdens de cursus is het de bedoeling dat je ook met andere dieren praat en dus praat ik nog met een leeuw en de hond van één van de andere deelnemers. Dit laatste gesprek wordt herkend door de honden baas die ook deelneemt aan de cursus. Ik voel me iets gesterkt in mijn geloof dat het echt mogelijk is. De wetenschapper in mij is nooit ver weg: ik wil weten hoe het werkt. Daar zal ik later antwoorden op krijgen, maar nu nog niet.
Tot zover de cursus. Een week na de cursus probeer ik opnieuw contact te leggen met Jasper. En het lukt weer.

Tweede contact met Jasper
Jasper heeft de houding aangenomen van de foto die we zo mooi van hem vinden en hij zit naast me in het kantoor waar ik de gesprekken in alle rust kan voeren.
M: Ben je gelukkig waar je nu bent?
J: ik voel jullie verdriet heel sterk.
M: We missen je ook heel erg.
J: Dat hoeft niet, ik ben bij jullie en blijf nog een tijd, maar ik moet/wil ook verder na verloop van tijd.
M: Bedoel je dat we je vasthouden met ons verdriet?
J: Zo zou ik het niet zeggen, maar het zou goed zijn als jullie je kunnen openstellen voor een nieuwe liefde in jullie leven.
M: Bedoel je een andere hond? Maar dat zou ik als verraad aan jou voelen.
J: Dat is niet zo, ik zal voor een deel ook in die andere hond kunnen zijn.
M: Kun je ons helpen bij de keuze?
J: Nee, dat is geheel aan jullie, maar als het een passende hond is, zal ik ‘erbij’ kunnen komen, een stukje overschaduwen.
M: Kan dat ook met een asiel hond?
J: Hoe jonger de hond is, hoe eenvoudiger.
M: Kun je ons daar de tijd voor geven?
J: Neem de tijd, maar wacht niet te lang.
M: Leven we nog wel lang genoeg om nu een pup te nemen?
J: Dat is jullie zorg niet, als jullie niet lang genoeg leven, zal de nieuwe hond/ik liefdevol worden opgenomen.
M: We maken ons zorgen over Tirza, ze is zo eenzaam.
J: Tirza is verstild en verwerkt op die manier haar gemis; maar Tirza mist ook heel erg dat ze niet meer vrij in en uit kan lopen (we hebben het kattenluikje buiten werking gesteld omdat ze steeds met levende muizen thuiskwam, die wij weer moesten vangen)
M: Maar hoe zit het dan met de muizen?
J: Praat met haar, het zal meestal goed kunnen gaan, maar ze blijft wel een kat.
M: Wat geniet ik van dit gesprek.
J: Ja, ik ook en dat ik nu naast je kan zitten op kantoor waar ik nooit durfde te komen – zonder fysiek lichaam heeft ook zo zijn voordelen, hoewel ik het eten en ‘bedelen’ zoals jullie dat noemen, ook mis (de trap naar kantoor heeft Jasper nooit durven aflopen)
M: Dank je wel, wil je nog wat zeggen?
J: Praat met Tirza en stel je open voor een andere hond dan vind je me weer deels terug.
(Ik zie Jasper naast me zitten en aai hem over zijn kop en de tranen springen me in de ogen).
J: Niet verdrietig zijn, dit is toch zo mooi.
Dat aaien speelt zich uiteraard in mijn hoofd af, ik kan Jasper niet meer met mijn handen aaien, maar ik kan wel het gevoel oproepen dat ik hem aai en dat voelt goed.

2. Ontmoeting met Hyronimus
Enkele dagen nadat ik mijn allereerste dierengesprek heb gehad, komt er een buizerd in onze tuin liggen. Het is één van de warmste dagen van het jaar en buiten is het 40 graden Celsius. Ook binnen is het aardig warm. We zien hem liggen en vragen ons af of hij gewond is of dat er iets anders met hem aan de hand is. Door de ramen heen maak ik foto’s van de buizerd, ik heb nog nooit een buizerd van zo dichtbij gezien, misschien twee meter afstand en hij blijft gewoon liggen. Hij kijkt me strak aan.
Hyronimus in het gras in onze achtertuin
Dan bedenk ik me dat ik niet voor niets geleerd heb met dieren te praten en ik probeer contact met hem te maken om te horen wat er aan de hand is. Het contact lukt.

Eerste ontmoeting met Hyronimus
M: Mag ik met je praten? (Ik maak dit contact vanaf mijn bureau op enkele meters afstand van de buizerd die nog steeds op het grasveld ligt).
B: Ja, jij zit daarbinnen he?
M: Ja, heb jij het zo warm dat je al een uur in het gras ligt?
B: Het is heel warm en het gras is koel, maar ik let wel goed op, maak je geen zorgen. (Ik maakte me zorgen of onze poes Tirza niet te veel belangstelling zou hebben)
M: Hoe is het leven als buizerd?
B: Mooi, ik geniet erg van het hoog zweven op de bewegingen in de lucht (hij laat mij zien hoe dat gaat, dat lijkt alsof hij een film in mijn hoofd afspeelt, levensecht)
M: Zou ik dat door jou kunnen voelen?
B: Ja, als ik jou vertrouw. Ik ken je al jaren als bewoner van dat huis, dus mag je even met me mee vliegen.
M: Terwijl je op het grasveld ligt?
B: Ja dat kan, kom je mee?
M: (Ik krijg het gevoel alsof ik Nils Holgersson ben op de rug van de buizerd en we zweven heel hoog, ik dacht even het eng te vinden zo hoog en zo weinig houvast, maar de buizerd geeft me een heel veilig gevoel en het is geweldig!)
M: Dank je voor dit gevoel, maar waarom zweef jij niet daar in de lucht?
B: Vandaag is de lucht heet (het all-time hitte record is vandaag gebroken), normaal is het boven lekker fris met wind, maar vandaag dus niet.
M: Ik heb eigenlijk geen vragen meer, heb jij nog wat te zeggen?
B: ja, dat jullie zo gastvrij zijn.
M: Wat bedoel je met gastvrij, waarom niet gewoon aardig?
B: Gastvrij betekent dat jullie deel uitmaken van het grotere geheel en je niet afscheiden en je niet ergeren aan de kleintjes (de jonge buizerds) die dagenlang schreeuwend door de tuin vliegen, voor jullie is dat normaal, het hoort er gewoon bij, zoals jullie er ook gewoon bij horen.
M: Bijzonder om dat te horen, dank je wel, lag je soms in de tuin om het gesprek wat eenvoudiger te beginnen?
B: Ja, je had in gedachten al de hele week aangekondigd dat je een dier wilde spreken en ik ving dat op, het moest er maar eens van komen.
De volgende dag ligt de buizerd weer op ons achter grasveld in de koelte van het gras dat lang in de schaduw van de bomen is gebleven. Hij wil praten.
Tweede ontmoeting met Hyronimus
M: Sorry dat ik weinig aandacht voor je heb, maar we zijn druk. (We hebben vandaag onze oppasdag, we hebben onze kleindochter mee naar ons eigen huis, ze is 17 maanden)
B: Dat zie ik, heb je een pup in huis? (Ik merk dat hij niet altijd de juiste woordkeuze heeft of dat mijn vertaling niet altijd correct is, want dat met die gastvrijheid van het vorige gesprek was volgens mij ook niet een goed woord, hoewel hij het daarna goed uitlegde)
M: Ja, we passen op ons kleinkind op donderdag en vandaag passen we in ons huis op.
M: Mijn vrouw vraagt of we een kleine waterbak in de tuin voor je zullen neerzetten.
B: Ze mag zelf wel met me praten, zij kan dat. Die waterbak is lief maar voor mij niet nodig, wel voor kleine vogels. (Hij laat me zien waar hij drinkt en baddert als dat nodig is en dat is aan de rand van het Gooimeer enkele honderden meters verderop)
M: Waarom kwam je vandaag weer ‘buurten’?
B: Vond het gisteren leuk en er zijn weinig mensen om mee te praten en als ik een boodschap heb, wil ik wel weten wie ik kan spreken.
M: Dat is goed, je mag me altijd ‘bellen’ en daar bedoel ik mee een seintje geven dat je wilt praten. Ik zal proberen te luisteren naar je seintjes, zodat je niet altijd hoeft langs te komen.
B: Dat is goed, dat moeten we samen oefenen want ik weet niet waar jij op reageert anders dan me zien.
M: Ja dat moeten we oefenen en dat vinden we dan wel uit. Waar wil je me voor kunnen waarschuwen?
B: Voor als er dieren of de natuur in nood komen en wij dieren jullie hulp nodig hebben om iets te doen wat wij niet kunnen.
M: Dat snap ik, waar denk je aan?
B: Voor als er jagers in het bos zijn of wanneer er vuur is of ergens een dier gewond is.
M: Hoe zit het dan als jij op een prooi jaagt?
B: Dat is iets heel anders, de dieren waarop ik jaag zijn er voor ons en we zoeken altijd dieren die weinig kansen van overleven hebben.
M: Dat begrijp ik, ik denk dat we het gesprek moeten stoppen, onze kleindochter wil naar buiten en dan word jij gestoord. Wil je nog wat zeggen?
B: Hou haar dan binnen tot we klaar zijn.
M: Dat lukt niet, tot spoedig en laten we oefenen in herkennen.
B: Doen we tot spoedig. Mijn kleintjes doen soms ook niet wat ik wil.
Aan het einde van de middag zag ik de buizerd vechten met een andere buizerd op het grasveld. Ik zag het niet echt goed, de andere vloog onmiddellijk weg nadat hij mij achter de ramen zag. Het is maar een flits geweest van een gevecht. De schrik zat er goed in bij mij en ik heb het gevoel overgehouden dat onze buizerd wat mankeert. Ik ben in de tuin gaan zoeken naar hem, maar heb hem nergens gevonden, maar is hij gewond geraakt?
Derde ontmoeting met Hyronimus
B: Ik zag dat je gisteren gezien hebt dat ik ruzie had, ben je erg geschrokken?
M: Ja, ik maakte me zorgen om jou.
B: Had je gewoon eerder moeten praten, er was niets aan de hand. De kinderen zijn al een tijdje uitgevlogen en we wennen ze nu dat ze zelf moeten jagen en eten, dat gaat ze niet altijd gemakkelijk af en dan komen ze weer bij mij dat ze eten willen, maar ik heb mijn zoon mijn rug toegekeerd, zodat hij begreep dat hij niets meer zou krijgen en daar was hij boos over.
M: Dat heb ik totaal niet begrepen. Ik maakte me zorgen dat je gewond was en dat je op de grond in de struiken moest overnachten. Ik ben zelfs in de tuin naar je op zoek gegaan.
De buizerd na ons gesprek, hij heeft hele mooie gestoffeerde poten
B: Je had het me gewoon kunnen vragen.
M: Maar ik ben onzeker over onze gesprekken en weet niet of het echt is en daarom durf ik niet zomaar te praten en wil ik eerst de juiste rust om me heen maken, zoals nu. (Ik ben weer speciaal in het souterrain gaan zitten voor dit gesprek). Als ik druk ben kan ik die rust niet vinden.
B: Dat is mooi maar volgens mij kunnen wij op ieder moment van de dag praten, ook als je druk bent, je moet alleen even alles loslaten.
M: Mijn vrouw vraagt of je een naam wilt krijgen, zodat we weten met wie we praten.
B: Als je me graag een naam geeft doe dan maar.
M: Wat vind jij een leuke naam?
B: Hyronimus
M: Dat klinkt ouderwets en ook wel deftig.
B: Vind je hem niet mooi?
M: Moet er wel even aan wennen, maar hij is zeker mooi.
M: Heb je nog wat te vertellen?
B: Je mag best eerder reageren, ik heb vandaag lang op je gewacht, tot ziens.
Ik heb opgezocht wat Hieronimus of Hyronimus betekent: Hieronymus is een Latijnse jongensnaam. Het betekent `heilige naam`.
Misschien moet ik nog wat toelichten. Zo tussen neus en lippen door hoor je me zeggen dat ik druk ben. Dat klopt. Na mijn architectenstudie en enkele dienstverbanden ben ik een eigen bureau begonnen. In die periode was ik al druk met milieubewust bouwen. Toen de vraag daarnaar groter werd en de honger naar kennis op dat gebied eveneens, ben ik een eigen bedrijf begonnen op het gebied van milieubewust bouwen.
Daarnaast werk ik in de academische wereld aan allerlei belangrijke projecten die met overheidsregelgeving te maken hebben op het gebied van bouwen en milieu. Ik doe dat met overgave en ben daar behoorlijk druk mee.
Zoals mijn dochter zo mooi aangeeft, jij bent altijd nieuwsgierig naar de dingen die buiten het direct meetbare liggen. Je wilt dat exploreren en begrijpelijk en meetbaar maken. Dat was ook een van de speerpunten van mijn promotie onderzoek.
Dat betekent dat ik niet zomaar beschikbaar ben voor Hyronimus als hij wil praten. Voorlopig beschouw ik dit communiceren met dieren als een heel interessante hobby, waar ik wel erg van geniet.
Daar denkt Hyronimus echter anders over, zoals je in het volgende hoofdstuk kunt lezen.

Hierbij nog de inhoudsopgave.

Voorwoord 1
1. Kennismaking met Eddy en Jasper 3
2. Ontmoeting met Hyronimus 9
3. Een zuiver kanaal 16
4. Op zoek naar een nieuwe hond 23
5. Tirza neemt geen muizen meer mee 31
6. Een oud paard op weg naar euthanasie 35
7. Economie tegenover ecologie lokaal 49
8. Alles wat bewustzijn heeft communiceert 57
9. De groepsziel 69
10. Het Oostvaardersplassen dilemma 77
11. Branden, dierenleed en dwalende dieren 89
12. Varkens in nood 99
13. Bomen en planten hebben ook gevoel 117
14. Mogen we nog wel dieren eten 123
15. Dieren zijn net mensen 127
16. Klimaatverandering 129
17. De oorlog in Oekraïne 135
18. Een brutale aap 145
19. Basisprincipes van diergesprekken 149
Colofon

Het boek is in fullcolour gedrukt en gaat € 24,95 kosten, dat is de vaste boekenprijs.

Vale gier in dierentuin

Dertien jaar geleden maakte ik contact met een aantal dieren uit dierentuinen. Zo ook met de vale gier, die getuigde van een enorm ruime kijk op het geheel.

2010:

Altijd als ik contact maak met dieren, zeg ik mijn naam en leg ik uit dat ik met allerlei dieren contact zoek. De vale gier haakt in als hij hoort dat ik ook met huisdieren communiceer. Die lust hij wel.
De gier laat me ervaren dat zijn ruimte veel te klein is. De ruimte komt op hem af en dat geeft een in elkaar gedoken gevoel. Ik voel een enorme druk op mijn hoofd. Alsof het allemaal veel te klein en bekrompen is.
Op mijn vraag wat hij nodig heeft, antwoordt hij: ‘De hele dierentuin.’ En dan wil hij heel graag zijn eigen voedsel zoeken. Hij wil daar zelf zijn best voor doen. Ik ervaar dat er van nature veel tijd en aandacht gaat zitten in het bezig zijn met voedsel zoeken. Daar zit veel actie omheen die hem scherp en alert houdt.
Een bloglezer wilde weten waarom dieren ervoor kiezen om in de dierentuin terecht te komen en ik leg de gier deze vraag voor. ‘Er worden jongen uitgezet,’ antwoordt hij. ‘Daardoor zijn dierentuinen noodzaak. Als je jongen worden uitgezet, hebben ze mazzel. Daar werk ik aan mee.’ Hij geeft een opgevouwen/vierkant gevoel door over zichzelf en een breed/open gevoel als hij het heeft over uitvliegende jongen.
‘Jij offert je dus op?’ vraag ik. ‘Nee, ik ben een schakel in het geheel.’
Ik ben even stil van zo’n ruime kijk en vraag hem dan of hij nog wat te vertellen heeft. ‘Ja, ik wil graag een groter hok.’

Als ik na dit gesprek op internet zoek, zie ik dat deze dierentuin inderdaad een fokprogramma heeft voor vale gieren. En dat hij het hok te klein vindt, zal niemand verbazen.

Onze geheime plek

In gesprekken met dieren komt het soms voor dat dieren me hun ‘geheime plek’ laten zien. Dat is een plek, diep binnen in hen, waar niemand mag komen, die ze voor zichzelf houden en waar ze veilig zijn. En: waar ze heel zijn. Er zijn geen trauma’s, er is geen geweld en geen spanning.

Gisteren was ik op een congres waar ook over die plek werd gepraat en ik moest meteen aan de ezel van dertien jaar geleden denken. Ik heb de blog weer opgezocht en deel het graag in AnimalTalks.

“Vorig jaar april begon ik op deze blog mijn gesprekken met vrije dieren op te schrijven. Ik heb bewust gekozen om deze dieren vrije dieren te noemen in plaats van wilde dieren en daar ben ik nog steeds blij om. De dieren die vrij zijn van menselijke bemoeienissen leven hun leven namelijk perfect, in vrijheid, naar hun aard en hoe ze bedoeld zijn.
Door onzorgvuldigheid van mijn kant sprak ik soms dieren die toch verbonden zijn aan mensen. Daar sprak vrijheidsberoving uit. Leed dat hen door mensen was aangedaan waardoor ze niet kunnen zijn zoals ze zijn.
De ezel uit Jordanië die menselijke vracht naar boven moet sjouwen heeft erge indruk op me gemaakt:
Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in hun kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.

In het boek Spoedcursus Verlichting van Tijn Touber lees ik: “Assagioli raakte er steeds meer van overtuigd dat ieder mens een kern bezit die intact is en gevuld is met schoonheid. Vandaar ook zijn grote interesse in spiritualiteit.” Roberto Assagioli was de grondlegger van de psychosynthese, en tijdgenoot van de grote psychotherapeuten Sigmund Freud en Carl Jung.
Piero Ferrucci nam het werk van Assagioli over na diens overlijden (1974). Ik citeer (blz. 176): “Volgens Ferrucci zit in ieder van ons een kern, waar we niet zijn gekwetst, waar we gezond, ontvankelijk en krachtig zijn: ‘Ik ben ervan overtuigd dat zelfs mensen die heel veel pijn hebben geleden, deze gezonde kern in zich dragen. Die kern terugvinden is misschien wel de mooiste zoektocht van ons leven. Als we terugkeren naar dit middelpunt – al is het is het maar heel even – dan worden ruzies en wrok ontmaskerd als absurde tijdverspilling.’ “
Het hoofdstuk waarin dit staat gaat over verbondenheid en heeft als titel De kracht van vriendelijkheid.
Ik vind het heel bijzonder dat de ezel me dit heeft kunnen vertellen voor ik het boek las. En ik citeer graag de woorden waarmee ik mijn informatieboekje (niet meer verkrijgbaar) over diercommunicatie begon: Luisteren met heel je wezen – naar wat dieren te vertellen hebben – Hun welwillendheid – harmoniseert mens en omgeving.”

Zo mooi om te zien dat wij mensen onze zoektocht hebben en dat dieren het gewoon al leven. En dat ik na dertien jaar nog aan de ezel uit Jordanië moest denken. (de volledige blog van de ezel zet ik hieronder).

Bij interesse: Het congres werd georganiseerd door ShiftAcademy en ging over de 3 principes.

 

 

De complete blog van de ezel uit Jordanië, 13 jaar geleden:

Vanuit Jordanië stuurt vriendin Petra deze foto. Alhoewel deze ezel geen vrij dier is, benader ik hem toch. Ik vertel hem wat ik weet: dat hij in Petra toeristen de berg op en af vervoert.
‘Dan weet je maar een stukje van mij,’ haakt hij in. Hij laat zien dat hij zijn blik op oneindig en verstand op nul zet als hij mensen vervoert. ‘Ze zijn vaak te zwaar. Ze zijn niet gewend om op een ezel te zitten. Daarom zitten ze niet fijn, ze bewegen niet mee. Een mens dragen waar samenwerking mee is, gaat soepel. Dan gaat vanuit eenheid en dat doe je samen. Voor toeristen ben ik een vervoermiddel.’ Hij laat nogmaals weten dat er een verschil is of iemand vanuit een gezamenlijk doel op hem zit of enkel als vervoermiddel. Hij herhaalt dat toeristen zwaar zijn.
Maar, vervolgt hij: ‘Ik krijg ook aandacht van mensen. Ze aaien me en doen lief.’ Dat laat hij zich lekker gebeuren.
Ik kom er niet achter waar zijn avondplek is. In ieder geval is het een plek met andere dieren en vindt hij er zijn rust. En wat belangrijker is: daar kan hij ezel zijn. Overdag moet hij doen wat hij moet doen, gaat alles op de automatische piloot maar ’s avonds en ’s nachts is hij ezel.
Ik vraag hem hoe hij tegen de mensen aankijkt die hem zo gebruiken. ‘Ze zijn uiterlijk hard maar ze hebben ons nodig. In de kern zijn ze afhankelijk van ons en dat maakt ze kwetsbaar. Er zit veel ‘ongevoeligheid’ om maar in de kern zijn ze zacht. Ik zie de kern. Dat is het aanknopingspunt.’
De hele tijd geeft hij me het beeld van een uiterlijk in de vorm van een harde, redelijk onbuigzame massa met daarin een zachte, lichte kern ter grootte van een druif. Ik laat het beeld op me inwerken en zeg dat wij mensen vaak naar het uiterlijk kijken. Deze ezel kijkt alleen naar de kern. ‘Als alles wegvalt blijft de kern over,’ zegt hij.
Hij vertelt dat als zij hun werk niet meer kunnen doen, de beslissing tot afmaken in de kern besloten wordt. ‘Afmaken is genadiger dan niet meer verzorgen en laten afsterven,’ vertelt hij. ‘Afmaken wordt vanuit die kern gedaan.’
Ik ben behoorlijk onder de indruk van deze ezel en zijn zienswijze. Dit bedenk je toch niet zelf … ik in ieder geval niet.

“Ga het niet idealiseren”

Naast mijn werk als dierentolk werk ik ook een aantal uren in de zorg. Op mijn route kom ik altijd langs een biologische varkenshouderij. In het voorjaar ging het hek open en hadden de grote varkens de beschikking over een groot grasveld, dat ze al snel helemaal omgewroet hadden.

Ik word altijd blij als ik langsrijd en geniet van de wroetende dieren.

Al weken verheug ik me op een gesprekje met de varkens en vandaag ga ik er eens lekker voor zitten.

De animo om te praten is er niet erg. Op een gegeven moment komt een oudere zeug naar voren en zegt dat het bijna haar tijd is. “Ik loop al heel wat jaartjes mee hier,” legt ze uit, alsof ze daarmee laat zien dat als iemand recht van spreken heeft zij het wel is.

“Wij zijn er om te gaan,” vervolgt ze. “We moeten wat opleveren: biggen, vlees.”

Het is of ik een klap in m’n gezicht krijg. Om eerlijk te zijn had ik een blij gesprek verwacht.

“Ook hier is het niet alleen romantiek,” reageert het varken. “Het is alsof we bij onze geboorte al op een straflijst staan.”

“Eh… ik had eigenlijk gerekend op meer vreugde…,” zeg ik aarzelend, “meer een halleluja-verhaal.”

“Je zit in een gek beeld. Daarom denk je dat dit leuk is.”

In een flits zie ik hoe we gewend zijn aan hoe we onze wereld in elkaar gezet hebben. We zitten er midden in, worden erdoor gevormd. Het zogenaamde kritische en bewuste denken dat we menen te ontwikkelen is eigenlijk ook heel beperkt want het gaat nog steeds uit van de bestaande situatie.

“Okee…” Hoe moet ik hier nu op reageren?

“Als ik langsrijd zie ik jullie wel altijd in de grond wroeten.”

“Je moet het optimale eruit halen van wat erin zit,” reageert het varken. “Maar we blijven gevangen. Ga het niet idealiseren.”

“Typisch menselijke norm”

Ik ben heel blij met de QR code die de webmaster heeft gemaakt zodat het verhaal van Rozette voor iedereen leesbaar is.

Maar wat me dwars zit is dat ik de fietsenspecialist, die de buurman van Rozette is geworden, niet heb genoemd in de blogs.

“Je hebt er ook niet naar gevraagd,” hoor ik als ik er met Rozette over begin. “En het is typisch weer zo’n menselijke norm dat je je daar druk om maakt.”

Dankjewel, Rozette, dat is weer duidelijk. Menselijke norm of niet, ik ga de blogs toch aanvullen om het verhaal compleet te maken.

Rozette is er helder over: deze man is niet een van de outsiders maar iemand waar ze ook wat mee heeft opgebouwd en waar ze een vanzelfsprekend gangetje naartoe heeft. Ze geeft het gevoel van vertrouwdheid door en eigenlijk is ze ook heel blij dat hij een soort bodyguard is.

“Hoe bedoel je dat?” vraag ik haar.

“Hij beschouwt deze hoek als van hem en ik hoor daar ook bij.”

Ik moet grinniken want ik weet nog precies hoe zijn vrouw mij benaderde toen hij in het nieuwbouwpand kwam en ze mij naar Rozette zag gaan. Wat ik daar wel niet kwam doen. Net als Rozette ben ik blij met hem en het is mooi dat we nu hetzelfde soort voer geven. Rust voor de darmen.

Als je als kat afwijkt van de menselijke norm

Rozette heeft gekozen voor een buitenleven. Dat ging drie jaar goed, maar de laatste tijd is daar verandering in gekomen. Het braakliggende terrein dat ze uitgekozen had als woonplek is inmiddels bebouwd en Rozette´s huisjes in de struiken liggen nu pal naast een parkeerplaats. Er zijn diverse mensen die haar onregelmatig eten geven en ik dacht dat dat leuk was, dat Rozette geaccepteerd was als buitenkat met vaste verblijfplaats. Maar zo ligt het niet helemaal.

Het begon toen ze in een akelig gevecht terecht kwam met een andere kat en ze een beschadigd oog en hangend oor opliep. Met natuurlijke medicatie kwam ze daar na een paar weken redelijk doorheen. Maar ze werd dunner en haar andere oogje werd ook wat dik.

Ik ging een paar dagen op vakantie en vroeg iemand om twee maal daags bij Rozette langs te gaan om eten en medicatie te geven. Tijdens mijn vakantie kreeg ik een mail met de vraag of ik wel weet hoe ontzettend slecht het gaat met het katje. En als ik aan deze verwaarlozing niks doe, dan is de afzender van deze mail genoodzaakt verdere stappen te ondernemen.

Een beetje overdonderd vraag ik of mijn vervanger Rozette kan vangen en naar het schip kan brengen. Maar Rozette laat zich uiteraard niet vangen, dat wist ik ook wel. De situatie vreet aan me en ik vraag een andere dierentolk of zij in gesprek wil met Rozette. Want het kan natuurlijk zijn dat ik alles helemaal verkeerd interpreteer.

Barbara gaat in gesprek met Rozette en uit de veelheid aan informatie die Rozette doorgeeft, selecteer ik voor deze blog:

Rozette wekt de indruk dat ze er niet echt iets op tegen heeft om met mij te praten, maar dat ze niet zit te wachten op allerlei mensen. Piek is genoeg. Hoewel ze mij niet echt afhoudt, wil ik me ook niet opdringen. Daarom wil ik eerst maar even vragen of ze op dit moment wil ingaan op een gesprek. Ik denk van wel, maar hoor het graag van haarzelf. Dan voel ik mij ook wat vrijer om mijn vragen te stellen.

B: “Wil je liever een andere keer praten?”

R: “Nee, het is al goed. Jij bent rustig, dat voel ik. Er is veel opwinding om mij heen. Er wordt aan me getrokken. Maar het gaat niet om mijn belang. Ze vinden me mooi én zielig. En willen voor hun eigen profiel en gemoedsrust iets voor mij doen.

Ik wil contact met rust en aandacht. En gepaste afstand. Ik ben een sterke kat, heb al veel wijsheid vergaard. Jullie mensen leren bushcraft. Onzínnig om jullie eigen lessen op mij toe te passen. Ik ben als kat alles en meer waar bushcraft voor staat. Er zijn er niet veel die ik vertrouw. Piek wel. De rest zijn passanten! Ze laten je ook zo weer vallen. Ik heb niks van hen nodig.”

En dan zegt ze er meteen achteraan: “Het gaat helemaal niet goed! Ze geven me van alles te eten. Ik wil zelf voor mijn eigen eten zorgen. Ik kan namelijk niet alles goed verteren wat ze voor me klaarzetten. Maar dat weet ik van tevoren niet. Ik eet ervan, maar mijn darmen lopen vast. Niet verstopt, maar mijn spijsverteringskanaal raakt in de war en daar loop ik op vast. Ik moet om mijn darmen denken. Eten dat niet voor mij geschikt is, trekt ook andere dieren aan. Dat wil ik niet. Mijn darmen hebben onrust. Ik weet niet wat ik daaraan moet doen.”

Ze vervolgt: “Denk niet dat ik niet dankbaar ben! Maar hoe meer afstand ik hou, hoe meer mensen denken dat ze nodig zijn en hoe zieliger ze me vinden. Zo doe ik het dus nooit goed. Dit is de paradox van de onduidelijkheid nu. Het gaat tegen mijn belang in. Mijn eigen authenticiteit helpt me nu niet. Het is gevaarlijk. Ik voel me bedreigd! Het is een vicieuze cirkel.”

Ze doelt erop dat het haar natuur is om afstand te houden, maar dat die afstand kennelijk een aantrekking heeft op mensen, terwijl ze daar niet op zit te wachten. Zich terugtrekken, wat haar natuur is, helpt haar in deze situatie niet en werkt juist averechts. Dit ervaart ze als een vicieuze en onveilige cirkel.

Rozette: “Piek is de enige die me echt begrijpt. En kan helpen. Zij beschermt me. Maar het kost haar ook wat, dan wordt zij niet begrepen. Mag ik dit van haar vragen? Wat vind jij?”

B: “Rozette, nu vragen Piek en jij mij allebei iets. Ik probeer jullie vragen en belangen helder te krijgen. Jouw authenticiteit is álles voor Piek. Jouw welzijn ook. Het mag soms beter en soms minder met je gaan, dat is de natuur. Hoe zie jij dit?”

R: “Zie ik ook zo. Maar als mijn vrijheid in het geding komt, raak ik de weg kwijt. Als ik opgesloten zit, hetzij in een fysieke kooi hetzij in een mentale kooi, omdat ik naar de mensen-maatstaven moet dansen, dan raak ik de weg kwijt. Dan kan ik niet goed bij mijn natuur komen.”

Ik merk dat Rozette hier echt paniekerig van wordt,  het raakt haar. Ze wil dit niet en het geeft haar het gevoel alsof ze uit regie is.

B: “Dit is wat bij mensen ook vaak gebeurt. Dan rennen ze zich (door zelf opgelegde maatstaven) voorbij en dan raken ze hun eigen natuur kwijt. Het klinkt alsof jij daarin wordt meegesleurd. Hoe kun je dichter bij je eigen natuur blijven? Wat heb je nodig?”

R: ”Ik wil het liefst wegkruipen en met rust worden gelaten. En af en toe met Piek praten. Zelf voor mijzelf zorgen. Niet dat iedereen zich met mij gaat bemoeien. Het ging goed.”

Dan roept, of liever schreeuwt, ze het uit: “Laat me!!”

Ik stap over naar het voorval waardoor ze zo gehavend was geraakt.

B: “Wat is er gebeurd?”

R: “Ruzie om eten. Andere dieren komen erop af. Het ging me niet om het eten maar om mijn plek. Daar moeten de andere dieren vanaf blijven.”

B: “Dus je hebt echt een plek?”

R: “Ja, dit is mijn plek. Spijker een bordje op mijn plek. Afbakenen. Vanuit mijn naam. ‘Rozettes Place. Bij vragen het telefoonnummer van Piek. Of een QR code erbij naar de blogjes van Piek over mij. Dat kan tegenwoordig zo makkelijk. Maar dan moeten alle blogjes wel bij elkaar staan. Graag nog een blogje erbij, over dat ik geen huiskat ben. En dat normen niet bestaan. Dat is een verzinsel van mensen. Omdat ze zonder normen niet netjes met elkaar en de natuur omgaan. Maar ik heb niks aan hun normen. Het brengt mijn veiligheid in gevaar. En mijn gezondheid door maar verkeerd en teveel eten te blijven neerzetten. En het brengt de veiligheid van Piek in mijn omgeving in gevaar. Piek mag niet aangetast worden. Dit zou voor mijn welzijn niet goed zijn. Geen twee of meer kapiteins op het schip. Wat ontzettend stóm, dat je dit als kat aan mensen moet gaan uitleggen. Wie houdt nu wie voor de gek? Laten ze zich om hun eigen besognes bekommeren! Ik word gebruikt als afleiding. Maar mijn leven is mijn zaak.”

B: “Piek heeft zorgen over je gezondheid, je bent magerder dan anders.”

R: “Ik heb last van maag en darmen en voel me koud en onrustig. Ik wil graag eenduidig voer voor mijn maag en darmen en voor het gevoel van kou en onrust wil ik graag de rust en liefde van Piek. Verder: ik wil géén ruzie. Het sop is de kool niet waard. Mensen moeten een stapje terug doen. De oplossing zit in het maken van afspraken. Dat moeten mensen onderling doen; dan kan ik uit de paradox komen. Ik wil me veilig kunnen terugtrekken, zonder dat mensen dit zielig vinden en extra toenadering zoeken. Ik heb niks tegen mensen, maar ik ben er niet voor hen. Ik ben er voor mij en leef mijn eigen leven. Zo wil ik het.”

B: “Prima, Rozette. Duidelijk. Wil je nog iets zeggen?”

R: “Ik vind het fijn dat je zo goed naar me hebt geluisterd. Jij hebt geen oordelen, daardoor kon ik me een beetje vrij voelen en onder woorden brengen wat er aan de hand is. Mijn natuur terug in beeld brengen. En je bent niet eens een kat…”

B: “Nee, ik ben een mens. Dank je wel, Rozette.”

 

Schaap met beperkingen

Op de plek waar ik onze hond Kaila regelmatig uitlaat hangt een briefje dat er in de wei een kudde van twaalf schapen staat, waarvan er altijd één niet bij de kudde staat. Zij heeft een hersenvliesontsteking gehad volgens het briefje en heeft geen kuddegevoel meer. Dit daagt mij natuurlijk uit om een gesprek met haar te voeren.

M: Dag schaap, kunnen we praten met elkaar? Ik ben ….. en ben heel benieuwd hoe jij je voelt hier in de wei?
S: Ja, we kunnen wel praten, maar wat wil je?
M: (Het schaap communiceert een beetje sloom, het gaat langzaam en komt er ook langzaam uit) Ik ben eigenlijk benieuwd naar jou. Je ligt hier alleen ver van de kudde af en je ligt een beetje te snoepen van het gras, maar staat niet te grazen, zoals andere schapen dat meestal doen. Waarom ben je anders?
S: Ik geloof niet dat ik me anders voel, maar misschien heb je gelijk en ben ik wel anders, want ik lig graag alleen of sta en loop alleen. Waarom? Ik weet het eigenlijk niet. Ik voel me erg moe en ben dus niet zo graag aan de wandel, zoals de andere schapen dat doen. Maar het is ook niet zo dat ik alleen maar op één plek lig.
M: Nee, dat heb ik gezien. Ik heb je enkele dagen geobserveerd en zag je regelmatig ergens anders liggen, maar inderdaad wel altijd liggen. Doe je dat omdat je zo moe bent?
S: Ja, ik lig graag, dat is ontspannen.
M: Is er iets gebeurd met je dat je zo moe bent?
S: Niet echt, ik zou het niet weten.
M: Jouw verzorgers laten weten dat je een ernstige ziekte hebt gehad, kan dat daardoor komen?
S: Ja, nu je het zegt dat klopt. Ik ben erg ziek geweest een tijdje geleden en daar ben ik weer van opgeknapt, maar ik blijf heel moe.
M: Voelt je je niet veiliger bij de rest van de kudde?
S: Ik voel me hier alleen ook veilig, de ander schapen maken het niet veiliger als ik daar bij hen ben.
M: (Het schaap voelt een beetje uitgedoofd uit, er komt niet zo veel uit, en als er wat uitkomt is het langzaam en kort, de verlammende moeheid is eigenlijk een alles overheersend gevoel.) Wil je nog wel blijven leven?
S: Wat is dat voor een rare vraag. Natuurlijk, ik leef toch en heb best een goed leven hier in de wei.
M: Je bent niet depressief of zo?
S: Nu ga je allerlei menselijke gevoelens aan mij toeschrijven, die heb ik niet. Ik ben gewoon moe en je kunt me beter ook met rust laten in plaats van die onzin te vertellen.
M: OK, heb je nog iets wat je kwijt wilt?
S: Nee en ga nu maar.
230727

Ik realiseer me dat ik te direct geweest ben naar het schaap en dat hij alle reden had het gesprek te beëindigen. Ik besluit morgen nogmaals met het schaap te willen praten en duidelijk te maken dat ik een fout heb gemaakt. Ook uit andere gesprekken met dieren heb ik geleerd dat een dier zich eigenlijk nooit gehandicapt voelt, ze vergelijken zichzelf niet met anderen en ze accepteren situaties zoals ze zijn. Een hele mooie eigenschap eigenlijk. 

M: Lief schaap, sorry voor gisteren. Ik was wat te direct met mijn vragen en heb je daarmee afgeschrikt. Sorry daarvoor. Ik wil je eigenlijk alleen maar een knuffel geven.
S: Excuses aanvaard. Ja, je was wel erg ruw met je vragen. Maar als je wilt weten of ik van mijn leven geniet? Ja, dat doe ik. Op mijn manier en in mijn tempo, maar ik geniet ervan.
M: Ik zag je vanochtend vlak bij de kudde liggen, dat zag er wel goed uit, alsof je deel uitmaakte van de kudde.
S: Natuurlijk maak ik deel uit van de kudde, maar ik lig vaak ergens anders omdat de kudde zich veel sneller en vaker verplaatst dan ik. Vanochtend was dat juist omgekeerd. Ik lag daar heerlijk en de kudde kwam bij mij staan, daardoor leek het alsof ik in de kudde lag.
M: Nou dank je wel voor je reactie en nog een fijne tijd.
S: Je mag gerust af en toe komen ‘buurten’.
M: Doe ik. Dikke knuffel.
230728

Hyronimus 21: Waarom koeien onthoornen?

M: Dag Hyronimus, we hadden al een heel gesprek onderweg tijdens mijn wandeling met Kaila. Maar ik wil het graag gestructureerd houden en dus nu nogmaals voor de archieven.
H: Ja we hadden het over de koeien.
M: Ja, ik wilde je vragen waarom het mogelijk niet goed is om koeien te onthoornen.
H: Dat gebeurt tegenwoordig eigenlijk bij de meeste koeien en is niet goed voor de koeien. Wat je feitelijk doet is de antennes van een koe afzagen of afbranden en daarmee wordt het voor de koe veel moeilijker om goede contacten te onderhouden met zijn soortgenoten.
M: Dus eigenlijk worden koeien daarmee nog een stapje verder een productiemiddel en nog verder ontwezend?
H: Daar heb je gelijk in. Een koe kan in wezen goed communiceren met zijn soortgenoten door middel van gedachtenkracht. Eigenlijk ook op de manier zoals wij ook ‘praten’. Maar door de antennes van een koe te verwijderen of ernstig in te korten, kan die koe niet goed meer afstemmen en krijgen we misverstanden in de communicatie. Gevolg is dat de koe zich door zijn soortgenoten niet begrepen voelt en zich daarmee verder terugtrekt in zichzelf. In het slechtste geval wordt de koe eenzamer. De koe wordt dus iets afgenomen dat zij nodig heeft in de dagelijkse communicatie en dat is eigenlijk wreed naar de koe toe.
M: Ik neem aan dat mensen die dat doen zich dit niet bewust zijn en het alleen maar doen om verwondingen die per ongeluk kunnen optreden als ze elkaar met de hoorns prikken, tegen te gaan.
H: Ja, dat is wel zo. Maar het kwaad dat ze aanrichten weegt absoluut niet op tegen de voordelen van een enkele verwonding die kan optreden.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
230707