Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Bij bosbrand omgekomen Kangoeroe

Ik heb het in deze blog over het begrip groepsziel, daar heb ik wel vaker over geschreven en het staat goed uitgelegd in mijn boek ‘De man die met dieren spreekt’ hoofdstuk 9. Dit is al een ouder verhaal en toen was dat begrip nog niet zo duidelijk. Maar kort gezegd kun je een groepsziel beschouwen als een soort cloudopslag voor zielen van een bepaalde diersoort.

M: Dag kangoeroe, is het mogelijk om met een kangoeroe te praten die onlangs slachtoffer geworden is van de grote bosbranden in Australië?
K: Dat is zeker mogelijk, ik leg even het contact.
M: Dat is fijn. (Ik heb blijkbaar de groepsziel in een keer te pakken en nu zoeken ze een dier dat nog bewustzijn heeft van de branden, deze is dus al teruggekeerd naar de groepsziel en doolt niet rond, zonder te weten dat hij dood is)
K: Hier ben ik. Wat kan ik voor je doen?
M: Zijn jullie zo goed georganiseerd en zo beleefd als jullie nu overkomen? Dit is bijna een grapje, maar ook wel met een serieuze ondertoon. En natuurlijk wil ik mezelf even voorstellen. Ik ben … en probeer een indruk te krijgen wat jullie is overkomen met deze heftige bosbranden.
K: Je bent welkom en ik wil graag proberen te beschrijven wat ons is overkomen. We leefden met een groep kangoeroes in een groot gebied met veel grasland, maar ook wel bos. En natuurlijk was het al weken aan het branden, zonder dat we ons echte zorgen maakte. Het gebeurt heel veel en je raakt er aan gewend. De Australische natuur is er deels van afhankelijk. Maar toch was het deze keer heel anders. De rook en de hitte jagen je weg en dus ga je op de vlucht, je verplaatst je van de ene kant naar een andere kant waar geen rook en vuur is. Het leek duidelijk een bepaalde kant op te trekken en wij trokken daar vooruit. Maar zonder dat we er iets van begrepen, waren we ineens ingesloten door rondom vuur en rook. En het gaat zo ontzettend snel alsof er een wind over komt waaien en dan zijn de vlammen al weer verder en wij dood. Voor je er erg in hebt, het ene moment ren je nog voor je leven en het andere moment ben je ingehaald en ben je dood. Het was een verstikkende dood, door de rook, er was helemaal geen frisse lucht meer, alleen de hete verstikkende rook. Daardoor wordt je bedwelmd en of je al dood bent voor je verbrand of pas daarna, je merkt van de brand niets meer, want je bent je bewustzijn al verloren.
M: Dat klinkt heel heftig. Hoe gaat het nu verder met jullie?
K: Het klinkt heftiger dan het was. Natuurlijk zijn er veel van ons gestorven, maar dat gebeurt jaarlijks. Gelukkig niet jaarlijks zoveel, maar het is een natuurlijk proces. De meeste van ons hebben dit al verscheidene keren meegemaakt en het is een belangrijk onderdeel van onze groepsziel, we kunnen het redelijk gemakkelijk weer oppakken. Maar er zijn verschillen. Die dieren die het nooit eerder hebben meegemaakt en ook in paniek raken, kunnen zich vaak niet zo gemakkelijk laten gaan en ze strijden hard om te overleven, hoewel ze dat vaak toch niet doen. Door die strijd verliezen ze de aansluiting met de groepsziel en dan kan het gebeuren dat ze hun dood niet kunnen accepteren.
M: Dit was heel informatief wat je vertelde. Heb je nog meer toe te voegen?
K: Dit was het wel zo’n beetje.
M: Dank je wel voor het fijne gesprek.
200214

Dieren en gevoelens

“Voel jij mee met de dieren in hun nood en/of gevoelens?”

Die vraag stelde Eddy me laatst en ik wilde stoer terugmailen dat ik die buiten me heb weten te laten in de loop der jaren. Maar ik had eerst nog een gesprek met een pas overleden hond en zijn verdriet sloeg emotioneel zo bij me in dat ik letterlijk hartzeer had en de tranen over m’n wangen stroomden.

Jaren geleden heb ik gepubliceerd:

“Ik noem het tweedehands gevoelens, de gevoelens die ik via dieren ervaar.

Het is belangrijk dat ik ze binnen krijg omdat ik mensen dan kan uitleggen wat het dier ervaart.
Er is onderscheid tussen lichamelijke en emotionele gevoelens.

Er zijn een aantal lichamelijke gevoelens die mij vreemd zijn maar die ik toch heb ervaren via dieren: epilepsie, blindheid, tumoren, koliek, tia’s, ernstige verstopping, verstikking, hartstilstand, vuurwerk dat in je hoofd uiteen lijkt te knallen.

Er zijn ook  lichamelijke gevoelens die ik wel ken maar via het dier door mij in andere mate en op andere plaatsen gevoeld worden.
De emotionele gevoelens die er bij dieren heftig inhakken (en via hen bij mij) zijn mijzelf ook bekend: verdriet, blijdschap, boosheid, angst, verwardheid, alleen voelen, enthousiasme etc.
Er zijn ook gevoelens die een mix van lichamelijk en emotioneel zijn. Ik ervaar ze via de dieren en op het moment dat ik het uitleg aan eigenaren, trekken die zelf conclusies: het lijkt op zwakbegaafdheid, autisme of ADHD.
Het ervaren van andermans gevoelens zijn voor mij geen last maar een rijkdom. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik het niet tot mijn probleem maak. Maar dat is met intensieve gesprekken met mensen net zo.”

Terugkomend op Eddie’s vraag: Soms overvallen gevoelens van dieren me kennelijk toch nog steeds en ja, dat vind ik nog steeds een rijkdom, ondanks de impact die het even heeft op mijn lichamelijke en emotionele gestel. Buiten verdrietige gevoelens kan het ook zijn dat ik enorme blijdschap bij een dier tref. Dan borrelen er vanuit mijn buik altijd lachbubbels op die op een gegeven moment niet meer te houden zijn en dan moet ik het lachend wel vertellen aan de mensen die ik aan de lijn heb.

Het leven als dierentolk is niet saai, zo vanaf mijn stoel.

Gehandicapte dieren

Soms tref ik tijdens mijn werk als dierentolk gehandicapte dieren.
Met zwakbegaafde dieren is het vaak moeilijk om een gesprek te beginnen. Het begint al dat ze niet inhaken op mijn kennismakingspraatje. Het is dan even zoeken naar aanknopingspunten. Wat wekt de interesse in het dier op van waaruit we kunnen praten?
Vaak is het zo dat ik langzaamaan tot de ontdekking kom dat er niet zoveel in het koppie omgaat. En dat moet ik de eigenaar vertellen. Die is meestal opgelucht en had zelf ook al een vermoeden.
Ineens kan gedrag verklaard worden en het dier begrepen. Acceptatie en begrip dat het dier is zoals het is, maakt dat niet zulk fijn gedrag (niet leren van situaties, continu op schoot willen, veel blaffen, in huis plassen, onredelijke uitvallen naar medebewoners) beter verdragen kan worden.
Het kan ook dat de hersencapaciteit er wel is maar niet in werking treedt als het nodig is. Zo’n dier leeft in zijn eigen veilige wereld en raakt in paniek als de denkradertjes normaliter zouden moeten gaan werken maar dat bij dit dier niet doen. Het enige dat het dier kan doen is anderen weg blaffen of weg bijten. Of in een diepe stilte in zichzelf vallen en zich daarmee buiten de wereld sluiten.
En dan de hyperactieve dieren, de stuiterballen. Ook die zijn lastig om een gesprek mee te voeren want ze hipsen van de ene naar de andere plek. Ik moet op het niveau van diercommunicatie mijn trukendoos erbij halen om toch een goed gesprek met ze te kunnen voeren.

Net als wanneer mensen een gehandicapt kind hebben en daar op aangekeken worden (anderen zeggen dat ze de opvoeding altijd veel beter zouden doen), hebben mensen die een gehandicapt dier in huis hebben ook met andermans oordelen te maken. Maar ik vind het klasse om te zien met hoeveel liefde de zwakkere dieren opgevangen worden en hoeveel inzet mensen hebben naar zo’n dier.
Ondanks de liefde, zorg en aandacht voor zo’n dier speelt er ook een stukje verlies- en rouwverwerking mee. Er waren andere verwachtingen toen het dier in huis gehaald werd.

Hoe zit het met vrije dieren, vroeg ik me af. Onder hen tref ik geen dieren met een aangeboren (verstandelijke) handicap.
Ik vermoed dat solitair levende gehandicapte dieren het gewoonweg zelf niet redden. Gehandicapte dieren in grote kuddes zouden misschien nog wel een tijdje kunnen overleven omdat ze meegenomen worden door de zorgende groep. Maar ik vermoed dat het toch ook deze dieren zijn die als eersten ten prooi vallen aan roofdieren.

Hoe is het nu op je nieuwe plek Tirza?

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Ja, dat kan nog. En wat een veranderingen.
M: Besef je wat er gebeurd is?
T: Ja zeker, ik ben gaan slapen en was al ver heen en de dierenarts heeft bij ons thuis mij nog een laatste spuitje gegeven. Het duurde lang voor ik ook daadwerkelijk in ben geslapen. Maar het voelde zeker niet onaangenaam. Zoals ik vrijwel meteen jou meldde in je meditatie, voelt het goed nu. Ik ben niet in de war meer en ben ook niet angstig omdat ik letterlijk de weg kwijt was af en toe. Ik voel me heel fijn op de plek waar ik nu ben.
M: Waar ben je, kun je dat beschrijven?
T: Ik ben ergens tussenin. Nog vrij vaak bij jullie. Het gekke is, jullie zeggen dat je mij in huis voelt en soms ook ziet. Dat kan best kloppen. Ik loop af en toe nog door het huis en voel jullie aanwezigheid. En natuurlijk hebben jullie verdriet en ook Kayla mist mij, merk ik aan haar. Maar dat is niet nodig. Ik voel me enorm bevrijd van mijn lichamelijke last, die best wel zwaar was geworden, hoewel ik niet echt pijn had, was ik somber en veel afwezig en als ik dan wakker werd of schrok, kon ik me soms niet meer oriënteren waar ik was. Daar werd ik best wel bang van. Dat hebben jullie goed gezien en het was juist om mij de kans te geven om mijn lijf los te laten.
Zoals ik al zei, ik ben ergens tussenin. Dus enerzijds bij jullie en anderzijds al weer deels in de grote vijver, zoals ik dat noem. Ik geloof dat jij dat de groepsziel noemt. Zoals ik in jouw meditatie tegen je zei voelt het alsof ik een druppel ben die langzaam in de grote vijver wordt opgenomen. Het is natuurlijk vreemd om als kat over een vijver te spreken, maar de vergelijking van de druppel die wordt opgenomen in de grote vijver is een passend metafoor voor het langzaam opgenomen worden vanuit de fysieke wereld in de onstoffelijke wereld van de groepsziel.
M: Jij weet dat wel mooi te vertellen. Anders ben je nooit zo’n prater geweest, maar nu merk ik dat je veel te vertellen hebt.
T: Dat komt omdat deze ‘in between’ periode niet zo lang duurt en dan wil ik jullie wel deelgenoot maken van mijn ervaringen. Straks ben ik niet meer als Tirza beschikbaar en dan kan ik dit verhaal niet op deze wijze vertellen. Wat ik ook nog wilde zeggen is dat ik heel blij ben dat ik op jouw schoot in jouw warmte eerst mocht slapen en daarna mocht inslapen. Het is goed zo, dank je wel voor het mooie leven dat we samen hebben gehad.
M: Nou lieve Tirza, jij ook bedankt voor jouw tijd met ons, het was avontuurlijk met jou.
T: Zo was ik nu eenmaal. Vaarwel.
240226

Tirza heb je nog wel alles op een rijtje?

Tirza heeft het moeilijk, dat is aan alles te merken. Ze ligt momenteel veel in het bad of op de rand van het bad te slapen. Weet ze nog wel waar ze is?  En kunnen wij de grote verstoring van onze nachtrust nog wel aan? Een nieuw gesprek geeft wat meer duidelijkheid.

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten? Je ligt nu weer zo vredig naast me op de stoel, is het een goed moment?
T: Ja, dat is het wel.
M: Gaat alles wel goed met je? Je loopt zo ontzettend te miauwen door het huis, dat ik soms denk dat je gewoon bang bent, klopt dat?
T: Misschien heb je wel gelijk, dat ik bang ben als ik zo loop te klagen. Eigenlijk wil ik dan iets, maar ik weet ook niet wat ik wil. Terwijl ik wel heel hard miauw. Ik weet ook niet wat er dan is.
M: Als ik soms in je ogen kijk als je zo klaagt, dan zie ik hele grote bange ogen. Hoe voelt dat voor jou?
T: Voor mij voelt het alsof ik de weg dan kwijt ben. Ik voel me niet goed en weet niet waar ik ben.
M: Maar als je ons dan ziet gaat dat gevoel dan over? Want je kent ons toch wel nog?
T: Ja, natuurlijk ken ik jullie goed, maar soms heb ik het gevoel in een omgeving te zijn die ik niet meer herken. Dat is heel naar en dan klaag ik van ‘waar ben ik?’
M: Heb je dan hulp nodig?
T: Dat weet ik niet. Ik roep wel, maar of hulp me dan kan helpen om te bepalen waar ik ben weet ik niet. Als ik jullie zie weet ik wel waar ik ben, bij jullie, maar ik weet ook weer niet waar ik ben, in welk huis ben ik?
M: Lig je daarom zoveel bij ons op schoot of op bed?
T: Ja, dat is vertrouwd en warm en jullie zijn altijd lief voor me.
M: Nou als je zo hard loopt te miauwen midden in de nacht voel ik me niet altijd lief voor je. Je hebt een grote invloed op onze slechte nachtrust en daar kunnen we niet altijd even geduldig mee omgaan.
T: Dat begrijp ik. Ik doe dat niet expres, maar ik ben dan toch echt de weg kwijt, weet niet waar ik ben en als jullie me dan troosten helpt dat.
M: Maar dat doen we dan helaas niet, jou troosten.
T: Weet je, je denkt dat je me niet troost, omdat je lelijk doet vanwege mijn lawaai maken. Maar door jullie reactie begrijp ik weer waar ik ben.
M: Je bent dus letterlijk de weg dan kwijt?
T: Ja en nee. Ik weet wel waar ik ben, maar ik wil ergens heen waarvan ik niet weet waar ik heen wil en in zoverre ben ik de weg kwijt.
M: Heb je last van dementie?
T: Je bedoelt dat ik niet goed snik ben?
M: Nee, dat bedoel ik niet. Als je last van dementie hebt, weet je soms niet meer waar je bent, alles om je heen is even vreemd voor je en een tijdje later herken je het weer en weet je precies waar je bent en waar je heen wilt.
T: Ja, dat herken ik wel.
M: Nog een andere vraag. Ik merk dat je slecht ziet waardoor je soms ook met springen iets mist en je vaker je eten gewoon niet weet te vinden. Klopt dat?
T: Tja, dat herken ik helaas ook. Dan zetten jullie me bij mijn etensbak neer en dan kan ik wel eten.
M: Ik merk ook dat je behoorlijk doof bent, je hoort mij niet meer aankomen en dan ben je ineens verrast dat ik naast je sta, je aai of je op til. Herken je dat ook?
T: Ook dat herken ik. Maar even terug komend op dat ik jullie wakker maak met mijn miauwen, dat spijt me, dat is niet mij bedoeling.
M: Dat snap ik, helaas gebeurt het wel erg veel en kunnen wij er niet goed meer tegen.
T: Wat bedoel je daarmee?
M: Dat probeer ik met dit gesprek uit te zoeken. Wij worden nu wel heel erg moe om nu al maanden niet meer ongestoord te kunnen slapen. En jij gaat steeds verder achteruit. Ben je nog wel blij met het leven zoals je dat nu leidt?
T: Ik vind dat ik wel een goed leven heb, of moet ik zeggen heb gehad? Want ik ben wel vaak de weg kwijt momenteel en dat is lastig. Lichamelijk heb ik geen pijnen, maar ik merk wel dat mijn zintuigen erg achteruit zijn gegaan en mijn ledematen ook wel stram zijn en soms best wel pijn doen met springen. Overwegen jullie mij te laten inslapen?
M: Het is dat je dat zo vraagt. De gedachte speelt al een tijdje bij ons. Laatst waren we bij de dierenarts en toen waren we wel zover, aan de andere kant willen we je ook niet kwijt. Maar je bent nu bijna 19 jaar oud, dat is best oud en je lijfje weegt bijna niets meer met je 2,5 kg. En je ziet slecht en hoort nauwelijks iets en je bent heel veel de weg kwijt en dan miauw je zo luidt en klaaglijk. Daarmee maak je ons op de gekste tijden wakker en dat is ons grootste probleem. Je geeft ons onvoldoende kans om te rusten en daar kunnen we niet meer tegen.
T: Oei, dat is heftig en dat heb ik me niet zo gerealiseerd. En jullie zien inslapen eigenlijk nog als enige oplossing?
M: Daar denken we wel aan.
T: Mag ik daar nog even over nadenken of ik daar mee akkoord ga?
M: Ik vind dat wel zo eerlijk. En als je denkt dat je kunt ophouden met ons 4-5 keer per nacht uit ons bed te miauwen, dan is er geen noodzaak. Maar ik weet niet of je dat kunt.
T: Ook dat is niet meer dan fair dat je dat vraagt. Ik zal proberen om niet meer te miauwen ’s nachts, maar als dat me niet lukt, dan vragen we de dierenarts om te komen en dan wil ik wel in jullie armen inslapen. Zullen we dat afspreken?
M: Dat lijkt me heel mooi om dat zo af te spreken. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog iets kwijt?
T: Ik ben ook heel blij met dit gesprek en dat we dingen nu uitgesproken hebben en dat ik niet alleen maar ergens voel dat dit bij jullie speelt en we er niet over gesproken hebben. Maar nu wel! Fijn.
M: Meer dan een maand geleden heb ik al eens een voorzichtig gesprek met je gehad hierover, maar dat ging natuurlijk lang niet zover. Jij zag geen enkel probleem en je was behoorlijk opstandig, dat heb je nu niet meer.
T: Ik ben meer berustend, merk ook wel dat het aan het aflopen is. Maar wanneer is een goed moment? Ik weet het niet, maar geloof wel in jullie liefde en wijsheid.
M: Dank je wel dat je dat nog zegt. Wij houden ook heel veel van jou.
240212

Gaat het nog wel goed met Tirza?

Het gaat de laatste tijd niet zo goed met onze poes Tirza. Ze is bijna 19 jaar en ze krijgt last van uitval, ziet niet meer zo goed en is inmiddels doof. Ik begin dit gesprek om te kijken hoe ze nog in het leven staat en of het tijd wordt voor euthanasie. Is ze er rijp voor, zijn wij er klaar voor? Dit soort afwegingen zijn de moeilijkste die er zijn. Vandaar dit gesprek. En er zullen meer gesprekken volgen. 

M: Dag Tirza, kunnen we nu praten?
T: Waarom niet?
M: Nou je bent tegenwoordig niet meer zo van praten met mij, je ontwijkt dat eigenlijk.
T: Vind je? Vertel maar, wat wil je?
M: Ja, eigenlijk heb je wel gelijk dat ik altijd met je wil praten als er wat aan de hand is. Nu ook weer. Hoe voel jij je?
T: Normaal, wel merk ik dat ik minder goed zie en hoor, dat zal wel met ouderdom te maken hebben, zeg jij dan.
M: Zijn er ook andere dingen waaraan je merkt dat je ouder wordt?
T: Bijvoorbeeld?
M: Dat je meer honger hebt?
T: Ja, nu je het zegt, ik wil wel veel meer eten.
M: Hoe komt dat? Weet je dat?
T: Als ik er over nadenk, weet ik dat niet.
M: Maar je valt ons wel steeds lastig als je wilt eten en dat vinden wij wat minder fijn.
T: Wat bedoel je met lastig vallen?
M: Nou je miauwt te pas en te onpas, en ook als wij proberen te slapen. Wij worden wakker van jou.
T: Ja, dat is ook de bedoeling. Ik wil dan eten en er staat geen eten.
M: Dat bedoel ik nu. Er staan korrels voor je en die at je ’s nachts altijd en dan hoefde je ons niet wakker te maken voor je vleesprakje.
T: Maar die korrels zijn zo droog en ik vind dat niet lekker, ik wil graag wat smeuïger eten hebben.
M: Dat krijg je ook en zelfs behoorlijk veel, maar ’s nachts moet je korrels eten want daar zitten veel meer voedingsstoffen in dan in je prakje.
T: Tja dat zal wel, maar een muis kon me ook goed voeden, dus dat prakje kan dat ook en ik vind het lekker.
M: Dat begrijp ik. Zullen we een deal maken? Jij krijgt overdag je prakje zo veel als je wilt, maar je laat ons met rust als we in bed liggen. En je miauwt niet om ons wakker te maken? Is dat een deal?
T: Ik zou niet weten waarom dat een deal is. Ik wil soms ook naar buiten en dan miauw ik ook om er uit te kunnen.
M: Dat klopt, maar we laten je nooit ’s nachts naar buiten, dus dat is een zinloze miauwen.
T: Is dat zo?
M: Ja, dat is zo. En ik kom terug op de deal. Als jij nog een aantal aangename jaren bij ons wilt blijven, moet je je beter gaan beheersen met dat miauwen. Wij worden wakker en dan krijgen we te weinig slaap en worden we sacherijnig en dan hebben we geen geduld meer met je, enz.
T: Ja, dat heb ik gemerkt. Komt dat door mijn wakker maken van jullie? Er hoeft er trouwens maar één van jullie op te staan om me eten te geven, de andere kan toch doorslapen?
M: Zo werkt het niet. Als je lawaai maakt, worden we alle twee wakker en kunnen dan een tijdje niet slapen. Je ontneemt ons dus best een uur of meer nachtrust met je gedoe.
T: Is dat veel?
M: Ja, dat is veel te veel en we willen je vriendelijk vragen het niet meer te doen en daarvoor mag je overdag zoveel eten als je wilt.
T: Ik zal proberen me er aan te houden, maar ik ben erg vergeetachtig tegenwoordig. Ik doe mijn best.
M: Dank je wel.
240106

De vis in de klas

Er kwamen een kind en een vis op mijn pad. Het kind was geïnteresseerd in het communiceren met dieren en de vis leeft in de klas van het kind. Een mooie gelegenheid om met de vis te communiceren en het er met het kind over te hebben.

Gelukkig was ik zo slim om van te voren met de vis contact te maken zodat ik zijn informatie gedoseerd kon vertellen aan het kind.

Op de foto zag ik al dat de vis niet ruim behuisd was (zachtjes uitgedrukt). Als ik contact leg dan moet ik echter mijn eigen oordelen vergeten dus ik ging blanco het gesprek in.

Maar de eerste vraag van de vis was al: “Wat heb ik misdaan dat ik zo moet leven?”

Arne vis, hij had niks misdaan.

Hij vond dat de kinderen zich gek bewogen. Deels was hij er geïnteresseerd in, deels vond hij het onveilig om zoveel bewegingen waar te nemen.

Ik beloofde de vis dat ik met het kind zou praten om te kijken of er een ruimere behuizing mogelijk was.

Tegen het kind zei ik: “Als je een vraag stelt aan iemand, dan moet je het antwoord ook kunnen horen. Kun je dat?” Ja, dat kon ze wel en het verbaasde haar niet dat de vis zijn pot te klein vond. Ze had het zelfs wel gedacht.

Bij doorpraten bleek dat schoolbreed uitgebreid gepraat is over dieren in de klas en dat er heel zorgvuldig tot keuzes is gekomen. Voor deze vis betekent het dat een grote groep mensen de weloverwogen beslissing genomen heeft om een dier zo ernstig te beperken in zijn leven. En daar ook nog eens educatieve waarde aan geeft.

Ik kon er met mijn pet niet bij.

Het kind gaat het gesprek aan met in eerste instantie de juf. Ik ben benieuwd.

Twee dagen later kreeg ik de eerste geschilderde tekening van mijn kleinzoon van vier. Het was een boze vis. Het leek me een toepasselijke afbeelding bij deze blog, alhoewel deze schoolvis niet eens boos was. Hij vroeg zich alleen vertwijfeld af: waarom??

Hyronimus (23) over karma

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag over karma spreken?
H: Ja, dat kan. Dat betekent dat we nu diep in de spiritualiteit duiken, wil je dat?
M: Dat is precies wat ik wil en ik hoop dat de lezers dit kunnen en willen volgen.
H: Daar gaan we dan. Je weet dat karma een wetmatigheid is, afgeleid van één van de universele wetten in het heelal, namelijk de wet dat alles in balans is. Alles moet in evenwicht met elkaar blijven en dat geldt voor echt alles.
Jullie natuurkunde heeft daar ook een afgeleide van gemaakt, door de wet van energie gaat nooit verloren te maken. Bekend als ‘de wet van behoud van energie’. Dat is wat er bij karma ook gebeurt. Heb je slechte gedachten of handel je tegen natuurlijk dan heeft dat consequenties voor je leven. Omgekeerd natuurlijk ook, ben je goed voor mensen of dieren dan geeft dat een positieve wending aan jouw balans. Maar karma is één grote verzameling van reacties van je vele levens die je hiervoor hebt gehad. Daarom worden karma en reïncarnatie vaak in combinatie genoemd. Jouw huidige leven en dat geldt voor iedereen, is een voortzetting van je vele vorige levens. In al die levens heb je karma opgebouwd en dat heeft dus consequenties voor je huidige leven.

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is

Karma is dan ook de enige wetmatigheid die kan verklaren waarom er zoveel ongelijkheid in deze wereld is. Waarom leven wij in Nederland in betrekkelijke rust en rijkdom en waarom leven mensen in bijvoorbeeld Afrika in armoede en ellende met regelmatig oorlog? Dat gun je niemand. Op kleinere schaal kun je het vergelijken met iemand die steeds in goede gezondheid verkeerd tegenover iemand die gehandicapt is en daar mee moet leren leven.
En dat is precies wat karma doet. Je oogst wat je in eerdere levens gezaaid hebt en dan kom je opnieuw in een aards leven terug en dan heb je, en dat hebben jullie allemaal, beperkingen meegekregen en is het de kunst om daar goed mee om te gaan en zo je eigen ontwikkeling naar een steeds spiritueler leven te gaan. Spiritualiteit is het enige dat je van je ene leven naar je andere leven kunt meenemen. Rijkdom, bezittingen of kennis kun je niet meenemen, wel spirituele ontwikkeling.
M: Hoe zit het met dieren, kunnen die ook karma opbouwen?
H: Dat ligt wat genuanceerder. Dieren hebben in principe geen vrije wil en zijn afhankelijk voor hun handelingen van hun instinct. Ze zijn ook meestal niet geïndividualiseerd en gaan terug naar een groepsziel als ze dood gaan en komen weer uit die groepsziel met hun groepsziel karma, als ze opnieuw geboren worden. Maar zoals je weet zijn er uitzonderingen, daar hebben we al eerder over gesproken als we over de groepsziel spraken. Sommige dieren kunnen al deels individualiseren en daarmee kunnen ze ook eigen individueel karma opbouwen.
M: Kan de Aarde ook karma opbouwen?

Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren

H: Ja zeker. De Aarde is afhankelijk van haar bewoners en wat die doen. Eigenlijk kun je de hele klimaatverandering beschouwen als een karmisch gebeuren. De Aarde zoekt weer naar een balans en die balans wordt gevonden door de reacties die we kennen als aardbevingen, stormen, hevige regen, overstromingen, enz. De mens doet dit de Aarde aan en de Aarde doet dit de mens weer aan. Het is de wet van behoud van energie. Als de balans te ver de ene kant uitslaat, dan gaat de slinger verder de andere kant op. En zo probeert het heelal of God of Allah of hoe je de Ene wilt noemen, het geheel in evenwicht te houden, de balans te houden.
M: Dank je wel Hyronimus voor deze inzichten.

 

Wolf is wel erg dichtbij actief

Op 200 meter afstand van de plek waar we gewoond hebben en nu onze dochter woont, is een weiland waar schapen en pony’s staan. Nu is er twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten met verwondingen zoals de wolf dat doet. Uiteraard wordt daar onderzoek naar gedaan, maar dat duurt altijd een paar maanden voor je zekerheid hebt dat het de wolf is geweest en welke wolf. Maar het leek me toch tijd om eens met de wolf contact op te nemen nu  hij door een bewoond gebied loopt en daar ook zijn slachtoffers maakt.

M: Dag wolf, we hadden vanochtend even contact en nu zou ik graag een wat diepgaander gesprek met je willen voeren. Fijn dat je er voor openstaat.
W: Ja, ik was verrast je te ontvangen en ben benieuwd wat je van me wilt.
M: Eigenlijk wil ik met je praten om je te begrijpen. Kun je iets over jezelf vertellen?
W: Dat kan. Ik ben een mannetje en heb de groep verlaten om op avontuur te gaan. Daarbij ben ik blijkbaar in jouw gebied terecht gekomen en daar verblijf ik nu al een tijdje. Het is een mooi gebied met ruim voldoende voedsel voor mij , maar ook voor een potentiële familie. Lastig vind ik wel dat het een druk gebied is.
M: Dat snap ik dat je dat zegt. Je bent in een behoorlijk bevolkt gebied, weliswaar met heel veel groen, maar toch ook veel woningen en wegen die er door het groen heen gaan. Dus lijkt het voor mij voor jou niet zo’n aantrekkelijk rustig gebied.
W: Probeer je me nu al te verjagen?
M: Nee, dat was beslist niet mijn intentie. Alleen begrijp ik het niet zo goed dat je dit gebied kiest waar al zoveel mensen wonen en veel van het gebied al verdeeld is in kleine stukjes waar mensen allerlei activiteiten op uitoefenen. Ik bedoel eigenlijk te zeggen: heb je niet liever een rustiger gebied?
W: Nou mensen storen me niet echt. Ik zoek ze niet op, maar als ik ze zie dan loop ik er niet voor weg. De meeste mensen zijn blijkbaar bang voor mij, want ze houden gelukkig afstand en daar hoef ik me dus niet zoveel van aan te trekken.
M: Heb je wel genoeg gelegenheid waar je je wel terug kunt trekken en waar je in alle rust kunt slapen?
W: Ja, die heb ik gelukkig ook gevonden. Er is best behoorlijk wat vrije ruimte waar jullie niet zitten.
M: Dat stelt me gerust. De verwachting was eigenlijk van de experts dat jij dit gebied niet rustig genoeg zou vinden en dat je weer verder zou trekken.
W: Dat hebben ze dan mis. Ik zie het gebied als geschikt voor mijn doelen, namelijk er leven en jagen.
M: Ik heb een vraagje over het jagen van jou. Je hebt nu twee nachten achter elkaar een schaap doodgebeten, maar er eigenlijk nauwelijks van gegeten. Dood jij niet voor het eten?
W: Dat ligt wat ingewikkelder. Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten. Daarmee komen er weer meer aaseters naar mijn gebied. En dat is weer goed voor de natuur. Dus minder dieren waarvan er te veel zijn en voedsel voor grotere aaseters als gieren, haviken en buizerds. Als ik nog even door mag gaan. Er zijn veel te veel schapen in jullie gebied, dus daar moeten er minder van komen, die dood ik dus, een bewuste keuze.

Ik ben een wolf en een wolf is een natuurbeheerder. Wij doden dus om overtollige dieren op te ruimen en laten de kadavers liggen voor andere dieren om op te eten.

M: Dood je niet alleen voor jezelf om te eten?
W: Dat doe ik ook, maar dat is voor mijn eten. Dit andere doe ik als natuurbeheerder, dat zit in mijn genen en dat doe ik dus vanuit een drang. Dus als ik moet ruimen, omdat er te veel van een soort zijn, dan moet ik die dieren doden. En ik dood in principe alleen de zwakke dieren, die niet voor me weglopen of het maar kort volhouden. En schapen doen raar. Ze lopen even te rennen en zodra ik er één gegrepen heb, gaan ze met z’n alle staan kijken, in plaats van weglopen. Ja, dan is het natuurlijk niet moeilijk om ook de rest van de kudde dan maar aan te pakken.
M: Maar enkele honderden meters van mijn dochters huis, heb je de keuze gemaakt om nu twee nachten achter elkaar steeds één schaap te doden. Waarom?
W: Omdat ze raar doen deze schapen. Blijkbaar weten ze niet dat ze bang voor me moeten zijn. Ze rennen alleen omdat ik ook ren om er een te pakken. Daarna gaan ze gewoon staan te staan. Er is geen lol aan om die te doden, maar ik moet het wel doen. Dat komt de komende dagen wel.
M: En ga je de pony’s ook aanvallen?
W: Dat denk ik niet. Ze gaan meteen om elkaar heen staan en kunnen best hard trappen, dus blijf ik liever een beetje uit hun buurt. Maar als ik de kans krijg, dan zijn ze ook aan de beurt, want ook daar zijn er veel te veel van in deze streek.
M: Heb je dan toch niet het gevoel dat je in het verkeerde gebied terecht bent gekomen?
W: Waarom?
M: Juist omdat er hier veel paarden en pony’s zijn en dat ook wel zo zal blijven.
W: Het gebied is groot genoeg.
M: Maar niet als jij meent dat je te veel moet opruimen.
W: Hier zullen we wel over van mening blijven verschillen. Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

Mensen doen altijd zo moeilijk over het doden van dieren in de wei en kijken nergens naar als het varkens of koeien zijn. Dat is superhypocriet. Meten met twee maten.

M: Daar moet ik je helaas gelijk in geven. Nou ik wens je nog een goed leven toe. Wil je nog iets toevoegen?
W: Eigenlijk wel. Waarom houden jullie zoveel dieren op zo’n klein oppervlak? Dat is toch niet goed, daar hebben jullie mij dan toch voor nodig om dat in evenwicht te brengen?
M: Dank je wel voor het gesprek?
W: Heb ik iets verkeerd gezegd?
M: Nee, helemaal niet. Ik respecteer jouw mening dat jij de natuurbeheerder bent en dat wij mensen dat niet moeten doen.
231020 – foto van natuurfotograaf Sjaak Hoogendoorn

Wegsluimeren

Mensen schakelen mij in als dierentolk als ze antwoorden willen van hun dier. Maar wat als een dier het niet meer allemaal weet? Als z’n koppie watterig wordt, als er gaten vallen, als ze de weg in zichzelf een beetje kwijt zijn? Als dierentolk krijg ik geen heldere antwoorden meer uit zulke dieren en dein ik mee in hun verdwazing.

Hoe leg ik dat uit als ik de mensen aan de lijn heb? Het gevoel wanneer je nét iets teveel hebt gedronken en een aantal dingen vervagen waarvan je dacht dat het heel belangrijk was? Het lekker meedeinen op niks? Ik liet laatst het woord slumby vallen maar volgens mij was dat geen woord. Toch wel: slumber betekent sluimeren.

Misschien is het helemaal niet zo’n gekke afsluiting van een leven… lekker wegsluimeren en dan ineens verdwijnen…