Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

De hond die het uiteindelijk opgaf

Ik pak mijn boek ‘In de Stilte hoor je alles’ er weer eens bij en ga kijken of ik een lievelingsverhaal heb. Met een glimlach blader ik door het boek en stuit op het verhaal van een hond. Ach ja, dat weet ik me nog te herinneren. Het is al jaren geleden gebeurd.

“Deze hond is boos… boos! Zo ongelooflijk boos! Hij stampvoet ervan! Ik heb nog nooit zo’n boze hond gezien. Ik tolk tussen deze hond en zijn baas omdat deze hond agressief is en zijn baas een afspraak heeft gemaakt om hem de volgende dag te laten inslapen. Iemand heeft de man geadviseerd eerst nog een gesprek met mij aan te vragen. De hond blijkt een heel goede reden voor zijn agressiviteit te hebben: hij is aan de zevende baas bezig en altijd is hij zomaar weggedaan, zonder dat hem wat gevraagd is. Wie kan hij nog vertrouwen? In de loop van het gesprek blijken zowel de man als de hond het toch nog te willen proberen met elkaar en de afspraak bij de dierenarts wordt afgezegd. De man en de hond leven ruim een jaar in goede harmonie met elkaar. Totdat de hond twee cavia’s doodbijt. Het geduld van de man is op, mede door het verdriet dat de kinderen hebben door deze gebeurtenis, en hij meldt mij dat hij er een eind aan gaat maken. Hij klinkt zo beslist dat ik niet voorstel om nog een gesprek te voeren. Wel benader ik de hond kort en ik voel een enorme moeheid bij hem. Hij geeft het op, hij heeft genoeg geworsteld in zijn leven, hij vindt het wel best zo.

De muis in de val

Mijn moeder heeft muisjes in haar kast en kelder. Ze zet ’s avonds laat diervriendelijke muizenvalletjes neer en haar kleinzoon komt vroeg in de morgen om de gevangen diertjes buiten te zetten. Ik vraag of ze een keer een foto wil maken zodat ik met een muis kan communiceren.

Gisteren kreeg ik deze foto binnen. Als ik contact maak krijg ik een gevoel door dat ik het beste kan vertalen als ‘goddomme’. Geen net woord, maar wel een woord dat de lading van de gevoelens dekt.

Ook komt er paniek en een niet-weten boven. Naar mijn idee bevindt het diertje zich op het moment van contact ergens in of bij een polletje gras.

Hij moppert dat hij altijd binnen heeft gewoond en de omgeving waar hij nu is, is hem vreemd. De lucht, de geuren, het licht, de geluiden.

Ik probeer erachter te komen hoe hij in het huis leefde en krijg het idee dat hij altijd vaste plekjes had waar hij was. En dat hij altijd op zoek was naar eten.

Hij had ook een goede plek gevonden (in de keukenla), een plek waar diverse geuren en smaken waren waar hij uit kon kiezen. Goedbedoeld ging hij erop af en ineens kon hij niet meer weg.

Ik leg uit dat hij in een muisvriendelijke val is gelopen. Het diertje laat weten dat hij er niks vriendelijks aan vindt. Ik probeer uit te leggen dat het diervriendelijke is dat hij nog leeft maar hij laat zien dat het stress en angst heeft opgeleverd.

Ik haak in op het begrip angst en vraag of hij angst kent. Hij laat zien dat er een gezonde angst is die erop gericht is om het lijf te redden. Dat kan ik me voorstellen en ik realiseer me dat wij mensen vaak allerlei angsten hebben die eigenlijk nergens op slaan. Het zijn dingen die we bedenken.

Wat nu? De muis lijkt niet gelukkig op de plek waar hij nu is. Hij moet ander voer zoeken, hij vindt het koud en hij geeft door dat hij liever op de oude plek was gebleven.

Ook heb ik het idee dat hij uit zijn groep gehaald is. Ik probeer op internet te zoeken of muizen in groeps/familieverband leven. Dat lijkt zo te zijn maar veel meer info over ‘wilde’ muizen vind ik niet. Alles is gericht op het kwijtraken van dit ‘ongedierte’.

Toby de Dobermann

Mijn vrouw en ik lopen op een mooie zaterdagmiddag op de hei onze hond Kaila uit te laten en ineens uit het niets komt er een Dobermann op ons afgerend, springt naar mij, ik weer hem af en daarna springt hij tegen mijn vrouw op, scheurt de mouw van haar jas, kwijlt op haar schouder, hapt haar in haar reumahand en wil nog een keer springen. Onze hond jaagt de Dobermann, samen met een teckel weg. We spreken de eigenaar die langs komt lopen aan en hij zegt dat was niet mijn hond en hij loopt door. Mijn vrouw is erg geschrokken, raakte in paniek en dacht in haar gezicht gebeten te worden door een wildvreemde hond. Ze heeft een trauma opgelopen. Ook door het gedrag van de baas die totaal geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn hond. Maar eens luisteren wat de hond zelf te zeggen heeft. We hebben al enkele dagen contact en vanavond heb ik tijd voor een gesprek.

M: Beste Toby de Dobermann, wat gebeurde daar nu?
D: Ik wil beginnen met mijn spijt uit te drukken, het was nooit mijn bedoeling je vrouw te laten schrikken.
M: Dat is mooi dat je dat zegt, maar wat deed je dan?
D: Ik ben nog een jonge hond en speel graag, mijn baas speelt niet met me en ik heb wel speelbehoefte en dan spring ik tegen mensen op om hun aandacht te vragen.
M: Heb je niet het gevoel dat mensen dan bang van je worden?
D: Jawel, maar dat is toch ook spelen? Als wij honden onder elkaar spelen rennen we en grommen we, allemaal om indruk te maken. Dat is ons soort spel.
M: Dat snap ik, maar dat spel kun je niet met mensen spelen. Die worden bang voor je en gaan naar je slaan en jagen je weg.
D: Maar dan krijg ik precies mijn zin, ze gaan dan met me spelen.
M: Had je het gevoel dat je met deze vrouw kon spelen?
D: Ja, ze was een beetje bang en dan heb ik natuurlijk groot succes als ik tegen haar opspring.
M: Maar achteraf zie je dat je te ver gegaan bent?
D: Dat heb ik begrepen. Toen jullie achter mijn baasje aangingen en mijn baasje weg liep en mij in de steek liet, werd ik ook een beetje angstig dat ik in de steek gelaten was. Dat vond ik geen fijn gevoel. En toen ik mijn baasje eindelijk weer gevonden had en hij kwaad op me werd en me naar de auto sleurde en daar letterlijk insmeet, vond ik het helemaal niet meer leuk. En daaruit heb ik begrepen dat het allemaal niet leuk was.
M: Heb je nu hiervan geleerd?
D: Misschien, ik blijf wel een jonge hond met heel veel speel behoefte.
M: Ben je tevreden met je mens?
D: Eigenlijk wel, maar ook niet altijd. Hij sluit me in huis op maar ik mag wel vaak naar de hei en daar laat hij me helemaal mijn gang gaan. En daar geniet ik wel erg van.
M: Dus jij zegt dat je alleen wilt spelen en niet mensen bang maken?
D: Veel mensen zijn bang voor me en dat buit ik soms wel een beetje uit, maar ik wil mensen geen kwaad doen, maar ik wil wel aandacht en liefst ook dat ze met me spelen.
M: Doet jouw mens dat dan niet met je?
D: Nee, die loopt alleen met me en ik heb geen speelkameraadjes om mee te spelen anders dan op de hei. En veel honden willen niet met me spelen, dus moet ik andere manieren vinden om te spelen.
M: Dan was dit dus geen handige manier. En wat ik echt heel erg jammer vind, je hebt iemand heel erg bang gemaakt, zodat ze eigenlijk niet meer op de hei wil wandelen.
D: Dat was helemaal mijn bedoeling niet, ik wilde spelen en zoals gezegd het spijt me dat ik je vrouw bang heb gemaakt op deze manier. Dat is nooit mijn bedoeling geweest.
M: Mag ik je wat vragen? Je komt op mij als een lieve hond over, maar ik krijg ook de indruk dat jouw mens je te weinig aandacht geeft en daar maak ik me zorgen over. Denk jij dat je goed op je mens kunt passen en zorgen dat hij geen gekke dingen doet?
D: Ik weet niet of ik dat nu al kan, ik ben echt nog een hele jonge hond, mijn baasje hoort op mij te letten.
M: Daar heb je gelijk in, maar het lijkt erop dat hij dat niet goed doet en dan ben ik bang dat je niet goed opgevoed wordt en dat je misschien toch uiteindelijk een onaardige hond wordt omdat je te weinig aandacht hebt gekregen.
D: Denk je dat zoiets kan gebeuren?
M: Daar ben ik wel een beetje bang voor.
D: Wat kan ik daar aan doen?
M: Zorgen dat je een hele lieve hond blijft, die uitsluitend aardig is voor dieren en mensen en ze vooral niet laten schrikken, dus ook niet tegen ze opspringen.
D: Denk je dat dat helpt?
M: Ja, dat denk ik wel. Wil je nog wat zeggen?
D: Dank je wel voor dit gesprek, ik zal mijn best doen om een verstandige lieve hond te worden en dat je me de gelegenheid hebt gegeven om sorry tegen je vrouw te zeggen. Ik zou haar wel een lik willen geven.
241105

Mijmeringen rond de eindstreep

Ik heb inmiddels al heel wat huisdieren gesproken rond de eindperiode van hun leven hier. Het is voor iedereen natuurlijk het mooist (en het makkelijkst) als het dier er klaar voor is en in stilte dit leven als dier verlaat. Op een natuurlijke manier, zoals we dan zeggen, en bijna geruisloos.

Als een dier oud is, dan kunnen zowel mens als dier nog beredeneren dat er een houdbaarheidsdatum aan een lichaam zit. Dat het lijf op een gegeven moment op is en dat het dan echt niet meer zinnig is om erin te blijven. Het lichaam is letterlijk uitgeleefd.

Het gebeurt ook dat we vinden dat een dier qua jaren eigenlijk nog te jong is om te gaan. Maar ja, niemand van ons heeft bij de geboorte het aantal levensjaren meegekregen. Het is dus maar een aanname en verwachting dat iedere soort een bepaalde leeftijd zou moeten behalen.

Veel huisdieren hebben zo genoten van dit leven. Ze hebben er, zoals ik wel eens zeg, ‘ordinair’ van genoten: er alles uitgehaald wat erin zat. En dan gaat het om lekker spelen, veel aandacht krijgen, goed eten, de dingen doen die bij hun hond- of kat zijn hoort. Het zijn de dieren waar iedereen blij van wordt omdat ze zoveel teruggeven. Als voor zo’n dier de eindstreep in zicht komt, is dat hard. We willen allemaal de goede dingen vasthouden, zowel mens als dier.

Wat me altijd opvalt is dat er aan het eind van het leven van dieren maar twee aspecten belangrijk zijn: de gehechtheid aan het lijf en de mensen die het dier moet achterlaten.

Zonder het lijf had het dier niet mee kunnen doen. En als dat lijf dan ook nog eens goed bevallen is, als een dier genoten heeft van wat het als hond of als kat allemaal kon, dan kan het vertrek zwaar vallen.

Ook het achterlaten van de mensen kan een dier zwaar vallen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor aankomend verdriet en geven vaak door dat mensen daar niet in moeten blijven hangen. Want ze weten dat zij verlost gaan worden van het lichaam en dat ze daarna vrij zijn. Dat laten dieren me vaak zien. Letterlijk van de aardse last bevrijd.

Dieren hebben op ons mensen voor dat ze niet vast zitten aan materiële zaken. Ik heb nog nooit een hond gehoord die doorgaf dat hij z’n balletje zou missen. Of een kat die zich druk maakt om het huis dat hij achterlaat. In die zin kunnen dieren makkelijker loslaten en hebben zij geen last van ballast die wij als mensen met ons mee dragen.

Kaila en Eddy hebben een misverstand

Enkele dagen terug hebben Kaila en ik een vreselijk misverstand gehad. Ik heb totaal niet doorgehad wat ik mijn hond heb aangedaan. Gelukkig is het misverstand de wereld uit en zijn we weer heel intiem met elkaar.

Kaila is een hele vrije hond, we wandelen veel op de hei of het bos en zij loopt haar eigen paden onafhankelijk van mij/ons, ze is zeker geen afgerichte hond en dat is een bewuste keuze, daar zijn we allemaal gelukkig mee. Maar er zijn enkele basisafspraken waar ze zich uiteraard wel aan moet houden.

Ik zal uitleggen wat er gebeurd is. Op onze ochtendwandeling op de hei, was Kaila ergens ver buiten mijn beeld. Maar we kwamen aan het einde van de wandeling en ik heb even op haar gewacht, gebeurt vaker en is OK. Lize, onze hondenschool instructrice en vriendin zegt dat ik me met vijf minuten geen zorgen hoef te maken. Maar nu duurde het heel lang en heb ik dus twee keer gefloten en ze kwam nog niet. En daarmee was helaas mijn geduld op. Toen ze kwam heb ik haar niet uitgescholden maar duidelijk gemaakt dat dit gedrag niet wenselijk is, door haar te negeren. Uiteraard heeft ze gewoon haar eten gekregen, maar zonder knuffel vooraf van mij. Het was haar ook duidelijk dat ik ontstemd was. Kort daarna kwam mijn broer Kaila halen omdat mijn vrouw en ik een dagje weg gingen en Kaila de dag bij mijn broer zou doorbrengen, daar geniet ze ook van, voor haar ook een dagje uit.

Wij hebben een heerlijke dag gehad en toen mijn broer Kaila om zeven uur kwam brengen werd ik totaal genegeerd. Normaal rent ze enthousiast op me af en word ik als eerste begroet en daarna de rest van de aanwezigen, maar ik werd niet begroet en de anderen wel. Heel opvallend en ik dacht OK, heb ik verdiend als ze de connectie heeft gelegd met mijn negeren en haar vertrek naar mijn broer. Nu eens horen hoe zij dat ervaren heeft.

M: Lieve Kaila, kunnen we praten?
K: Ja, graag, daar geniet ik altijd van.
M: Herinner je nog die keer dat je bij mijn broer logeerde?
K: Dat weet ik nog goed en jij stuurde me weg die dag omdat ik stout was geweest.
M: Daar wil ik het nu met je over hebben. Ik was inderdaad boos op je, maar dat was al lang weer over toen mijn broer je kwam ophalen om een dagje bij hem te zijn. Dat was al dagen van te voren zo gepland.
K: Waarom heb je dat niet gezegd? Ik dacht echt dat je heel erg boos op mij was en dat ik daarom weg moest. Gelukkig mocht ik weer terugkomen, maar toen heb ik jou laten weten dat ik het niet leuk vond wat je gedaan hebt.
M: Het spijt me heel erg dat je die, verkeerde, indruk hebt gekregen. Dat is nooit mijn bedoeling geweest. En voor de duidelijkheid, ik zou je nooit wegdoen en het vrouwtje ook niet. Maak je daar geen zorgen over, nooit meer.
K: Dat had ik inmiddels al wel begrepen, dat het een misverstand is geweest. We hebben het ook diezelfde avond goed gemaakt met elkaar, toch?
M: Zeker, dat was fijn. En ik houd heel veel van je. Het spijt me dat ik je de verkeerde indruk heb gegeven.
K: Laat dat maar zitten, spijt is zo zinloos, dat is leven in het verleden en dat moet je niet doen.

Spijt is zo zinloos, dat is leven in het verleden en dat moet je niet doen.

M: Ik weet het, maar het voelt wel rot dat ik je pijn heb gedaan, dat was niet de bedoeling.
Iets heel anders, waarschijnlijk heb je het al weer door. Maar ik ga over enkele dagen weer voor een langere periode op reis. Dan ga ik naar India waar ik werk te doen heb. Belangrijk genoeg werk dat ik jou en je vrouwtje een tijdje alleen moet laten.
K: Ja, ik heb dat wel vaker meegemaakt. Vrouwtje en ik hebben het dan samen ook heel gezellig en we zijn heel erg op elkaar aangewezen, maar dat is ook mooi. Ik zal op haar passen, dat komt wel goed.
M: Fijn dank je wel, ik weet dat je heel erg je best zult doen, je bent nu al heel erg zorgzaam voor haar en dat is zo lief van je.
K: Als jij ver weg bent, kunnen we dan nog een keer praten om ook een gevoel te hebben dat we nog dicht bij elkaar zijn?
M: Dat lijkt me heel leuk. Weet je, jij kunt altijd contact met mij opnemen als je dat wilt. Ik zou dat leuk vinden en ben misschien niet altijd beschikbaar, maar als je een handig moment uitzoekt en dat kun je, dan kunnen wij met elkaar praten, zou ik ook leuk vinden? Wil je nog iets kwijt?
K: Kom weer snel en goed thuis.
240920

En inmiddels zit ik dus weer in India.

Paard Hendrik

Hendrik is het paard van iemand die ik al langere tijd ken. Het gaat niet goed met hem en de vraag dient zich aan of ik een gesprekje met hem kan hebben of hij al aan euthanasie toe is of niet. Altijd de moeilijkste beslissing in je relatie met je dier.

M: Dag Hendrik, ik zag je staan hijgen, heb je het zwaar?
H: Ja, ik heb het echt zwaar momenteel, ik ben behoorlijk benauwd en sta maar lucht te pompen om toch lucht te krijgen.
M: Oei, dat klinkt niet goed. Kun je dat wel aan?
H: Dat weet ik niet. Voor mijn gevoel kan ik dit wel even aan, maar het moet beter worden, anders kan ik dit echt niet meer. Ik ben wel heel blij als mijn baasje komt of mijn andere verzorgers en dan kan ik even mijn benauwdheid vergeten, maar het is dan zeker niet weg. Alleen heeft een andere emotie de overhand. Maar dat duurt niet heel erg lang.
M: Met andere woorden, is dit niet lang voor je vol te houden, zeg je.
H: Ja, als je het zo wilt vertalen, dan klopt dat.
M: Verlang je ernaar om dood te gaan?
H: Nee, natuurlijk niet. Het leven heeft me heel veel gebracht, zeker de laatste vele jaren dat ik niet meer hoefde te werken en ik eigenlijk met pensioen was en ik mocht zijn wie ik ben, zonder werk. Daar ben ik heel dankbaar voor dat ik zo heb mogen leven. En met de liefde van mijn baasje en de verzorgers was het goed. En ik ben me er van bewust dat ik over het verleden spreek. Het was goed, maar het is nu niet meer goed. Deze benauwdheid is te zwaar. Dat kan ik echt niet lang meer volhouden.
M: Je krijgt medicijnen hiervoor, heb jij het gevoel dat die werkzaam zijn voor jou?
H: Eigenlijk niet, de benauwdheid gaat zeker niet weg en ik ben nog moeier geworden dan ik al was. Dus ik verlang er zeker niet naar om dood te gaan, maar ik kan dit niet volhouden. Dus als mijn baasje mij kan laten gaan, is dat misschien de beste oplossing.
M: Heb je daarbij nog wensen?
H: Ja zeker. Daar wil ik natuurlijk mijn baasje en liefst ook de andere verzorgers er bij hebben en ook mijn vriendinnetje in de wei, Lalo. Als zoveel liefde om me heen staat, kan ik het aan om afscheid te nemen van iedereen. Dat is voor jullie allemaal zwaar, maar ook voor mij. Ik heb wel een heel bijzondere band opgebouwd met al deze mensen en daar ben ik dankbaar voor. Natuurlijk is mijn baasje de belangrijkste en ik wil heel graag met mijn hoofd op haar schoot liggen als het dan echt gebeuren moet. Denk je dat je dat voor mij kunt regelen?
M: Ik zal mijn best doen.
H: En jij ook dank je wel, voor alle jaren dat ik hier mocht zijn en nu voor dit gesprek, dat maakt het veel gemakkelijker om mijn baasje te laten weten dat ik er nu wel klaar voor ben.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
240830

Gesprek met een ‘dode’ boom

Op mijn dagelijkse wandeling met Kaila loop ik door een bos en spreek een prachtige dode beuk aan. Tot mijn verrassing krijg ik antwoord en volgt er een interessant gesprek over een aantal dagen verspreid.

M: Heb jij bewustzijn?
B: Ja, ik heb bewustzijn en ik zit nog in de boom. Het is wel aan het vervagen, het neemt langzaam af en daarmee ga ik weer op in de groep.
M: Hoe werkt dat proces?
B: Dat kun je als volgt beschouwen. Wij bomen zijn onderdeel van het bomenbewustzijn, maar dat bestaat uit heel veel. Om het voor jou wat begrijpbaarder te maken geef ik je een voorbeeld. Jij hebt een rechter wijsvinger, daar bestaat er maar één van, jouw rechter wijsvinger. Want je linker wijsvinger is weer anders. En de wijsvingers van andere mensen zijn anders, daarom heeft ook iedereen een eigen vingerafdruk. Jouw wijsvinger is dus uniek, maar tevens één van de tien vingers aan je handen. Dus is hij uniek en tevens onderdeel van een geheel. Zo is dat met bomen ook. We zijn uniek en toch een onderdeel van het grotere geheel. Als bomen in het bos en het bos is weer onderdeel van een groter geheel en ga zo maar door. Alles is altijd weer een onderdeel van een groter geheel of het kan in kleinere delen verdeeld worden. Tot zover ik als boom. Ik ben afzonderlijk en bijna dood, maar ik ben wel en tevens onderdeel van het bos.
M: Nu liep ik langs een andere dode boom en die liet niet meer merken dat daar bewustzijn in zat. Hoe is dat dan?
B: Die boom is duidelijk helemaal dood. Er zit ook in de wortels geen of nauwelijks leven. Bij mij zit er nog vrij veel leven in de wortels, waardoor ik ook nog vrij veel bewustzijn heb. De dode boom die je aansprak, kan niet meer reageren. Er zit nog wel wat bewustzijn in, maar dat zit zo ver weg, daar kun je niet meer bijkomen en het kan niet meer bij jou komen.

M: Hoe gaat dat dan als een boom gekapt wordt met het bewustzijn?
B: Dat is natuurlijk afschuwelijk. Een boom kappen of omzagen is gelijk aan een wezen doodmaken. Dus dat is geen goed gevoel. Maar er is een andere kant aan. Als ons gevraagd wordt om ons als boom op te offeren om ergens voor te dienen, bouwmateriaal voor een boot of een huis, en dat is duidelijk gecommuniceerd, dan offeren wij ons heel graag op. Want wij zijn er ook om ons op te offeren ten dienste van het geheel. Dat begint al bij planten die zich opofferen om gegeten te worden en dat gaat door naar bomen en ook voor sommige dieren geldt dat zij zich graag opofferen om opgegeten te worden, want zo zit de kringloop van ons ecosysteem in elkaar.
M: We mogen dus, als mensen, bomen kappen om daar hout van te maken en dat doet jullie geen kwaad?
B: Dat is juist. Maar wat daarbij heel belangrijk is dat je dat met bewustzijn doet dat je iets of een wezen vraagt zich op te offeren. Sommige mensen hebben dat goed begrepen en zaaien bijvoorbeeld uitsluitend bij een bepaalde maanstand. Daarmee maak je aan het zaaigoed, zoals jullie dat noemen, voor ons zijn het allemaal kleine individuele zaadjes, duidelijk dat het gezaaid wordt met de bedoeling dat het na een goed en aandachtig leven zich mag opofferen om gegeten te worden als plant of als boom de eervolle plek te mogen krijgen als een houten balk in een huis. Doodgaan is niet erg, belangrijk is dat je een zinvol leven hebt gehad. Dat geldt voor jullie als mensen, maar ook voor planten en bomen.
Maar zomaar een boom kappen, zonder dat deze daarop voorbereid is en door de voorbereiding zijn bewustzijn reeds heeft kunnen terugtrekken, is bijna misdadig. Het doet de boom veel pijn en hij begrijpt het vooral niet, dat veroorzaakt die pijn.

Zomaar een boom kappen, zonder dat deze daarop voorbereid is en door de voorbereiding zijn bewustzijn reeds heeft kunnen terugtrekken, is bijna misdadig.

M: Ik begrijp dat het dus heel belangrijk is om tijdig te communiceren dat er een kapactie aan gaat komen. Maar hoe doe je dat?
B: Dat is niet zo moeilijk. Concentreer je op de betreffende boom en laat duidelijk zien in je gedachte dat de boom gekapt gaat worden en wat er met de restanten gaat gebeuren. Want opofferen met een doel is mooi, maar gekapt worden en dan weggegooid worden is vreselijk. Kun je dat verschil begrijpen? Want dat is belangrijk. Je intentie is bepalend.
M: Dank je wel voor dit uitvoerige gesprek, ik heb veel van je geleerd. Wil je nog wat kwijt?
B: Dit was het voorlopig wel, genoeg voor nu.
230725

Over spinnende katten, wolven, konikpaarden en de mens

Het is goed om af en toe een glas wijn met een vriendin te drinken. Dan komen er vragen op aan dieren die een gesprekje waard zijn.

De eerste vraag was waarom katten spinnen. Ik vroeg het de kittens Roderick en Boudewijn en ze gaven meteen een ontspannen en tevreden gevoel door. Ze gaven een plek in hun hals door waar de trillingen plaatsvinden en ik kreeg door dat het endorfines vrijgeeft, waardoor spinnen ook bij ongemak z’n nut heeft.

Nou, maar es kijken wat ik er op internet over kan vinden. Ja hoor, het komt overeen. Wat grappig. Er is zoveel onderzoek naar gedaan en de dieren weten het zelf.

De volgende vraag betrof een situatie waarin een man door het bos liep en ineens door een kudde Konikpaarden werd ‘afgesloten’. Dat wil zeggen: de kudde kwam met hun achterste naar de man staan en leek hem af te schermen. Toen de man keek zag hij een wolf langslopen. Vooral de geur van de wolf was heel opvallend en is hem bijgebleven.

Wat was hier aan de hand? Het verhaal gaat dat de man zich beschermd voelde door de paarden.

Ik maak contact met Konikpaarden en vraag of er iemand van hen is die over deze situatie wat wil vertellen. Er komt een statige hengst naar voren die er eigenlijk maar één ding over heeft te zeggen: ‘Sommige werelden moet je niet vermengen.’

Het lijkt mij een duidelijk antwoord dat geen verdere vragen behoeft. Ik vraag hem nog wel of zij als Konikpaarden bang zijn voor de wolf. ‘Nee, wij hebben meer te duchten van mensen,’ is het antwoord.

Ik realiseer me dat ze met hun achterste naar de mens stonden, niet naar de wolf. Weer gebruik ik internet om op te zoeken wat dit betekent. “Achterhand tonen: Een paard gaat met zijn achterhand naar een ander persoon, dier of andere stimulus staan als hij geen contact of geen conflict wil met de ander. De houding van het paard is verder ontspannen.”

Als je geen woorden hebt

Niet elk gesprek gaat makkelijk en vanzelf.

Dit keer is het flink zoeken samen met de vrouw van een kat waarom de kat een schilletje om zich heen heeft gecreëerd en waar de bozigheid en irritatie van hem vandaan komen. Ook wil de vrouw graag weten waarom de kat haar een aantal weken geleden heeft gegrepen.

Na veel gepuzzel komen we erachter dat er teveel ballast, teveel meegenomen energie van anderen in het huis en de tuin hangt. Ook rond de vrouw hangt teveel energie van anderen, vindt de kat en hij laat haar zien als een soort Michelin-poppetje. De kat wordt er bijna overspannen van en kan er niks meer bij hebben.

Als ik met hem terugga naar het moment dat hij de vrouw beet, laat hij weten dat hij niet meer gesteld was op de ballast die zij via haar hand onbewust aan hem doorgaf. Ik vraag hem of het nodig was om het zo te doen. Hij wist geen andere manier om het haar duidelijk te maken. Er komen geen excuses, alleen de opmerking dat hij misschien een harde leermeester is.

Hoe kijk je tegen ziekte en dood aan?

In gesprekken komen soms situaties naar voren die ik een mens kan uitleggen aan de hand van eerder opgedane ervaringen. Speciaal voor kat Puk hieronder het verhaal van Banshee, te lezen in het boek In de Stilte hoor je alles.

Het maakt veel uit hoe mensen tegen ziekte en dood aankijken, liet de kat Banshee weten. Deze zestienjarige was erg ziek en kreeg twee keer per week een infuus toegediend. Dit deed de vrouw zelf, thuis. De reden dat de kat dit toeliet, vertelde hij, was omdat hij geen zin had om twee keer per week in de reismand mee te moeten naar de dierenarts.

De vrouw had mij gevraagd te tolken, omdat ze zich realiseerde dat ze er geen idee van had wat de kat nou eigenlijk zelf wilde. Banshee was duidelijk: hij wilde niet dood. Maar hij vertelde erbij dat hij zich niet kon bezighouden met blijven leven als de vrouw de achterdeur naar de dood op een kiertje had staan. Voor de vrouw was het helder dat ze de behandeling moest doorzetten en niet moest denken over hoe het zou moeten als de kat er niet meer zou zijn. Hij koos voor het leven en zij dus ook.

Toch werd ik twee weken later weer gebeld omdat het ineens veel slechter ging met Banshee. Wat wilde hij? We gingen het gesprek weer aan en wat bleek? Banshee had van de dierenarts opgepikt dat die het onmogelijk achtte voor een kat om met zulke bloedwaarden nog te leven! Banshee had zich dit bijzonder aangetrokken. We hebben veel moeite gedaan om hem ervan te overtuigen dat als hij nog wilde leven, hij ook met zulke bloedwaarden mocht blijven leven. Medisch gezien onverklaarbaar, maar Banshee leefde nog twee maanden. Hij is gestorven zoals hij zelf graag wilde: in alle rust, bij de vrouw in bed.