Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Gesprek met een Ezel in Gaza

De oorlog in Gaza stuit me al heel lang tegen de borst. Wat daar gebeurt is niet te begrijpen dat mensen dit doen. Ik voel een grote behoefte om op mijn manier te proberen hier een verslag van te doen. Ik zoek contact met een ezel in het gebied voor een goed gesprek.

M: Dag ezel, kunnen we met elkaar praten over de oorlog waar jij middenin zit? Heb jij een naam en mag ik die weten?
H: Ja, we kunnen praten en ik heb zeker een naam, dat vinden de mensen hier belangrijk, want wij ezels zijn toch een soort familieleden in een gezin. Mijn naam is Hamza, het betekent krachtig, sterk en dat moet ik zijn om hier te kunnen leven en nu te kunnen overleven.
M: Ik probeer een beeld te krijgen van jouw leven momenteel te midden van de strijd in Gaza. Maar eerst hoor ik graag van je hoe het vroeger was. Wil je me dat vertellen?
H: Ik wil heel graag vertellen, want de ooggetuigen verslagen vanuit Gaza worden steeds zeldzamer. Maar over vroeger. Mijn gezin woonde op het platte land nabij een betrekkelijk klein dorp Altrata, (ik hoop dat ik het goed weergeef, deze Arabische namen zijn vreemd voor mij EM). Wij leefden van de landbouw en mijn mens en ik en de platte kar waren de levensader van ons gezin met de markt in Jabalya. Ons gezin bestond uit een vader en moeder, een broer van de vader en zijn vrouw en er waren in totaal elf kinderen. Ook de grootmoeder leefde bij ons.
M: Dank je wel dat geeft een goed beeld van hoe het leven was voor de oorlog. En wat is er gebeurd nadat de oorlog was uitgebroken?
H: Het was meteen alsof de hel was losgebarsten, de grote steden werden gebombardeerd, in het begin stond ons dorp nog gewoon overeind en waren het vooral de steden die vernietigd werden. Wij werden geconfronteerd met een oorlog die totaal niet de onze was. Wij zijn onschuldige slachtoffers die in een oorlog werden gesleept, maar wij hebben geen wapens en geen verdediging, we kunnen niets anders doen dan vluchten en daartoe werden we opgeroepen. Het bombarderen ging maar door. Nadat ook bij ons dorp er veel huizen gebombardeerd werden, zijn wij op de vlucht gegaan met alle gezinsleden naar het zuiden en dat allemaal op de kar met mij ervoor. Ik was zoals zo vaak de levensader voor het gezin. Vroeger naar de markt, nu naar veiligere oorden. Alleen was er geen enkele veiligheid meer nadat we op de vlucht waren geslagen. Het tegendeel is waar, we werden verschillende keren beschoten terwijl we naar het zuiden vluchtten, terwijl we juist gesommeerd werden om daarheen te gaan. Tijdens die beschietingen werd er een kind dood geschoten en de broer raakte gewond. We hebben hem naar een ziekenhuis gebracht om geholpen te worden en daar is hij gebleven en daarna gedood bij een van de vele bombardementen op ziekenhuizen. Onderweg zag je veel doden en gewonden mensen naast de weg liggen, maar wij konden gewoon niets doen voor ze. Het is in zulke situaties dat als je zelf wanhopig bent dat je geen ruimte hebt voor anderen wat te doen, terwijl de samenhorigheid onder de mensen juist zo groot is. Dat is ook zo jammer.

Ik was zoals zo vaak de levensader voor het gezin. Vroeger naar de markt, nu naar veiligere oorden

M: Hoe weet je al deze dingen? Bijvoorbeeld dat de broer gedood is bij een aanval op het ziekenhuis?
H: Dat weet ik van de vader, hoe hij het weet kan ik je niet vertellen. Er is geen duidelijke nieuwsvoorziening volgens mij, maar de mobiel is een belangrijke bron van informatie.
M: Dit was nog steeds in het begin van de oorlog en wat gebeurde er daarna?
H: We zijn in een vluchtelingenkamp in het midden van Gaza opgevangen, daar kregen we een tent en ook voedsel dat er toen nog was. De tweede keer moesten we van de vijand weer vluchten, we zijn verder naar het zuiden gevlucht. Maar weer werd ons een veilige doorgang beloofd en weer werden we beschoten, er kwam zelfs een bom uit een vliegtuig vlakbij ons neer waardoor de kar omviel en oma en drie kinderen gedood werden. Ook raakten moeder en twee kinderen gewond, we konden ze laten verzorgen maar we hebben ze daarna weer meegenomen, want iemand in een ziekenhuis achterlaten was nog minder veilig dan verder zuidwaarts vluchten. Later overleed een van de gewonde kinderen aan zijn verwondingen. We werden opgevangen in een tentenkamp nabij de Egyptische grens en we hoopten allemaal dat we mochten doorreizen naar dat land zodat we de oorlog echt konden ontvluchten. Maar dat bleek niet mogelijk en we leefden een tijd in dat tentenkamp. Ook daar werden we weer verjaagd door de vijand. Maar ook door de honger. Er werd steeds minder eten in de kampen toegelaten, waardoor we er op uit moesten om eten te zoeken. Mijn meester de vader en ik gingen vaak op pad samen met andere mensen uit het tentenkamp om eten te zoeken. Ook mijn eten werd steeds krapper, ik kreeg geen voer meer maar moest zelf zorgen dat ik aan eten kwam, hetgeen zeker nabij de kampen niet eenvoudig was. Eerst werd één van de kinderen ziek en die moest naar een ziekenhuis maar dat was er niet meer. Bij gebrek aan medicijnen en verzorging is dat meisje helaas overleden. Ze was wel altijd heel lief voor mij en haar zal ik zeker missen. Maar door al die mensen die overal dood gaan word je ook een beetje hard van binnen. De platte kar is veel gebruikt om doden uit het kamp naar een provisorische begraafplaats te brengen.
M: Wat een drama allemaal, hoe vaak zijn jullie op de vlucht geslagen in totaal?

De bijna dagelijkse bombardementen zijn een feit waar je blijkbaar mee leert leven, maar honger is iets waardoor je altijd nog je overlevingsdrang blijft houden

H: Dat weet ik niet meer, heel veel keren en niet alle verhuizingen waren vlucht, soms wilden we gewoon naar een plek waar meer eten te vinden was. De honger werd steeds nijpender, ook het vinden van drinkwater viel niet mee. Iedereen leed zwaar en uiteindelijk kwam er na heel veel ellende een bestand tussen Israël en Hamas, waardoor iedereen besloot zo snel mogelijk naar huis te gaan. Er was hoop dat er een einde aan de ellende zou komen. De lange weg van het zuiden naar het noorden ging ook niet zonder problemen, ook hier werden we beschoten, maar mogelijk door onze eigen mensen. Geen van ons werd gelukkig getroffen. Toen we na bijna twee weken weer aankwamen in ons dorp, zagen we dat er geen huis meer overeind stond. Zelfs alle aansluitingen van water en elektra waren door het leger gesloopt, zodat de huizen en karkassen ook niet meer bewoonbaar waren. Ons huis was niet meer aanwezig, een stukje schuur was nog half aanwezig en daar hebben we ons in teruggetrokken. Ons gezin was gehalveerd door alle ontberingen, er waren nog drie volwassenen en vijf kinderen. Toen het bestand daarna door Israël werd geschonden en de oorlog weer in alle hevigheid losbarstte, was het vooral de honger die leven zo moeilijk maakte. De bijna dagelijkse bombardementen zijn een feit waar je blijkbaar mee leert leven, maar honger is iets waardoor je altijd nog je overlevingsdrang blijft houden. Dat geldt ook voor mij. Ik was een sterke en goed doorvoede ezel, ik ben nu nog maar een schim van wat ik was. Vel over been en altijd honger, datzelfde geldt ook voor het gezin waarvan er in tussen door de honger weer twee zijn overleden. Inmiddels zijn we weer op weg naar het zuiden omdat naar men zegt daar wel voedsel wordt uitgedeeld. En we kunnen ons niet veroorloven om niet op zoek te gaan naar eten en drinken.
M: Wat een afschuwelijk verhaal, heel lief van je dat je dit met me wilde delen en ik zal het delen op internet, dat beloof ik je. Dank je wel Hamza.

250602

De ouder wordende hond

Ik heb een ouder wordende hond. In mijn praktijk heb ik uiteraard veel met oudere dieren en hun mensen te maken gehad. Maar er zelf mee geconfronteerd worden is toch anders. Tijd om eens een gesprekje aan te gaan met Sjaan.

“Kom je me storen?” is het eerste wat ik hoor als ik contact met haar maak. Ze ligt op de stoel naast me en ik merk aan haar lichaam niet dat we contact hebben.

“Ik weet het,” verontschuldig ik me bijna, “we praten weinig met elkaar op deze manier.” Ze laat me in beeld weten dat dat ook helemaal niet nodig is. Maar goed, ze wil wel even tijd voor me vrijmaken.

Ik leg meteen maar mijn punt op tafel, namelijk dat ze ouder wordt.

“Ja, het voelt als een soort fuik,” laat ze weten. Ze laat zien en voelen hoe ze dat ervaart: als ze ligt lijkt het of ze zich via haar hoofd een beetje uitrekt (energetisch) en in een ruimte komt waarvan ze weet dat het een soort fuik is. Nu is het nog dicht maar ze weet dat als ze dit blijft volgen, ze een opening vindt als de tijd daar is. Nu ik het opschrijf, zie ik dat je het kunt vergelijken met een lang geboortekanaal. Ach ja, zo zal het ook wel zijn.

“Het is prettig vertoeven,” zegt ze. En ik voel wat ze bedoelt: een bijna meditatieve manier van zijn, waar niks moet en ze langzaamaan steeds dieper en dieper in gaat.

Ze laat zien dat ze op een andere manier is aangesloten dan vroeger. Als jong dier was ze heerlijk in het hier en nu, lette ze continu op en sprong ze al op voor ik haar iets hoefde te vragen. Het buiten zijn met haar was makkelijk: wij hoefden niet op haar te letten, ze lette zelf op waar we waren en wat er van haar verwacht werd.

Tegenwoordig moet ik erg opletten op haar. Ten eerste moet ik haar al vaak roepen als we weggaan. Eenmaal buiten is ze langzaam: uitgebreid snuffelen, alles op haar dooie gemak, mij vaak niet horend. Ze blaft lang niet altijd tegen mensen, net of ze het niet meer de energie waard vindt om van zich te laten horen.

“Maar,” zeg ik, “het verwarrende is dat je soms weer heel actief bent.” “Dan ben ik er weer,” constateert ze nuchter. Dat klopt, dan lijkt ze weer de jonge hond en is het een genot om naar haar dartele sprongen te kijken. Ze laat meteen zien dat die momenten kort zijn en dat ze daarna graag weer wegzinkt in haar domein.

Ik zie het al: ik zal moeten leren omgaan met deze wisselende manieren van aanwezig zijn van haar. Afgelopen jaren heb ik het ook wel heel makkelijk gehad: zij paste zich aan mij aan.

“Ja, hou me maar in de gaten buiten,” sluit Sjaan aan op mijn gedachten, “de aanpassing ligt nu bij jou.”

Rozette, de binnen-buitenkat

Over Rozette heb ik diverse blogs geschreven. Ik heb haar in 2020 uit het asiel gehaald en binnen een dag was ze al ontsnapt en leefde ze haar eigen leven. Gelukkig was dat 500 meter bij mij vandaan zodat we toch wat hebben kunnen opbouwen. Onze deal was: ik liet haar met rust, probeerde haar niet te vangen en terug te brengen en ik bracht elke dag wat eten. Wij waren hier jaren tevreden mee. Soms stuitten we op mensen die hier anders over dachten. Er werd gesproken van verwaarlozing, de Dierenbescherming werd geregeld gebeld, ik kreeg iemand van het asiel aan de lijn en diverse mensen voerden haar overmatig. In afstemming met Rozette veranderden we de koers niet. Ook niet toen ze aangevallen was en er behoorlijk gehavend uit zag. Met wat alternatieve middelen en extra voeding knapte ze weer op.

Uiteraard dacht ik er regelmatig aan hoe het toch verder met haar zou moeten toen ze ouder werd. In november 2024 was ze zes dagen weg. Vervolgens kwam ze even terug om daarna voorgoed te verdwijnen. Ik was er niet blij mee maar begreep van haar (ook via een andere dierentolk) dat het haar goed ging en dat ze een goede plek had gevonden. Ondanks dat ze dit geruststellende bericht uitzond keek ik altijd in de buurt rond en elke dag liep ik met voer langs haar plekje voor het geval ze toch terug was gekomen.

En toen op een dag begin maart 2025 kreeg ik bericht dat ze in het asiel was opgenomen. Toen ik haar ophaalde herkende ik haar niet: haar vacht was vervilt, ze was voor haar doen dun en ze leek timide. Wat nu? Rozette was altijd een buitenkat en nu moest ik haar binnenhouden. Ik legde haar uit dat ze binnen moest blijven omdat ze in revalidatie was. Ik mocht haar vacht in de volgende weken van het vilt ontdoen (wat een klus!), ik kocht rauw vlees voor haar (ze had immers altijd dieren gevangen naast de brokjes die ik haar gaf) en ik maakte een fijne plek van stro voor haar (waar ze eerst niet in ging, maar koos voor een mand ergens in een kast).

Gelukkig heb ik een grote ruimte in het schip die ik niet gebruik voor het dagelijkse leven en dankzij een grote schuifdeur heeft Rozette het rijk alleen. De hond en de andere katten mogen er niet komen. Rozette leeft haar buitenleven binnen: soms zie ik haar een hele dag niet, dan blijft ze op zichzelf en heeft ze geen zin in contact met mij.

Uiteraard hebben we regelmatig gesprekjes gehad. In de tijd dat ze weg was, vertelde ze, stelde ze me geregeld gerust dat het goed met haar ging. Als haar buik vol was kon ze veel verdragen. Ze vond zichzelf altijd boven mensen staan en liet zich alleen zien als ze het kon hebben. Voor haar waren eten, zon en slapen belangrijk. Ze voelde zich altijd de heerser en bepaalde zelf. Ze vond zichzelf sterk en ja, ze had best een ruig leven. Dat laatste klopte wel want het was wel winter toen ze weg was. En als ik zag hoe ze gevonden is, dan denk ik dat de laatste tijd niet makkelijk voor haar is geweest. Ze heeft nooit haar vacht verwaarloosd. Kennelijk heeft ze mij in die tijd niet willen vertellen dat ze het soms even niet meer wist en ook eigenlijk verdwaald was.

Soms zit het me dwars dat ik haar nu niet meer naar buiten durf te laten gaan. Ik weet zeker dat ze dan weer de hort op gaat en ik vind haar te oud om weer een buitenavontuur aan te gaan. Rozette is het eigenlijk wel met me eens. “Ik heb m’n plekje gevonden,” laat ze weten. Ik heb de indruk dat ze tevreden is met hoe het nu is.

Maar ik moet haar nog wel dingen uitleggen: dat ze in een schip is, dat er vreemde geluiden zijn, dat die geluiden komen en gaan (schepen die langsvaren, het schip dat langs de paal schuurt, gebonk, gekraak, klotsend water). Als ik haar vragen hoor dan weet ik ineens weer hoe anders een schip is vergeleken met huizen.

Rozette vindt dat het leven dat ze nu heeft beter is voor haar botten. En als we het houden zoals het nu is, dat ze haar eigen leven kan leiden zonder dat ik haar op de huid zit, dan vindt ze het helemaal goed. Ze stelt privacy nog steeds op prijs.

Ik ben de ruimte aan het opruimen en renoveren zodat het een spannende plek voor haar wordt om te wonen met diverse gangetjes, verstopplekjes en frisse lucht. Rozette is een binnen-buitenkat geworden.

PS Dit is het laatste verhaal over Rozette

Hyronimus over gevoelens bij dieren

Vandaag wilde ik weer een gesprek met Hyronimus voeren. Ik heb hem al een hele tijd niet meer gezien en liep met Kaila te wandelen op de hei en dacht aan hem. En ik dacht het zou bijzonder zijn als hij zich hier nu even liet zien of horen. Enkele minuten later hoor ik de buizerd met zijn welbekende roep, heel bijzonder. Hij staat dus open voor een gesprek als ik weer thuis ben.

M: Wat fijn om weer met je te kunnen communiceren.
H: Fijn dat jij ook weer wat van je liet horen. Heb je een specifieke vraag of zal ik wat vertellen?
M: Leuk als jij wat vertelt, verras me maar.
H: Jij wilde praten over gevoelens bij dieren, maar besloot dat toch niet te doen, omdat je je onzeker voelt over het onderwerp. Maar dat is niet nodig. Ik zal proberen er wat in het algemeen over te vertellen.
Als je spreekt over dieren en gevoelens moet je ook spreken over vormen van bewustzijn. En daarvoor is het nodig om onderscheid te maken tussen verschillende diergroepen. Vissen hebben andere soort gevoelens dan hoefdieren en prooidieren hebben andere soort gevoelens dan roofdieren. Zo zijn er heel veel verschillen tussen de dieren en kun je totaal niet spreken over dieren als een homogene groep. Dat zal ik dan ook niet doen.
Ik noemde net de vissen als eerste, maar ik zou willen beginnen bij insecten. Maar ook daar zijn de verschillen groot, overigens de overeenkomsten ook. De insecten is een hele grote groep van dieren die heel nuttig en belangrijk zijn voor de Aarde. Binnen de insecten heb je ook prooidieren en roofdieren. Over het algemeen kun je de prooidieren binnen de insecten gevoelens van pijn en angst toeschrijven maar op een wat ‘doof’ niveau. Ze hebben geen sterk pijn gevoel, meer een soort onaangenaam gevoel. Datzelfde geldt ook voor angst, het is een wat ‘vlakke’ angst, niet heel diep. Voor de roof insecten zou je kunnen kijken naar gevoel van ‘extase’, een heel verkeerd woord, maar ik zal proberen het te omschrijven. Als een roofinsect een prooi besluipt en erin slaagt het te verorberen geeft dat een heel goed gevoel, verder gaand dan alleen maar ik heb lekker gegeten. Het is de overwinning die belangrijk is, niet het eten op zich.
Dan kun je bij de insecten ook kijken naar welk gevoel ze bij mensen opwekken. Kijk naar het verschil tussen een wesp en een vlinder. Een wesp wekt al snel een vorm van afschuw of angst op, die zelden gebaseerd is op eigen ervaring, maar meer afhankelijk van de beeldvorming. Bij een vlinder denk je al gauw aan iets vluchtigs maar ook vrolijks, toch zijn veel vlinder larven enorme roofdieren. Helemaal niet zo ‘vlinderachtig’ als een vlinder lijkt te zijn.

Over het algemeen kun je zeggen dat naarmate dieren hoger ontwikkeld (complexer gebouwd) zijn, zien we dat ze ook complexere en meer gevarieerde gevoelens kunnen hebben

Gaan we naar de vissen, hoewel het onderwerp insecten nog lang niet is uitgewerkt, zien we daar een groot gevoel van eenheid, de individuen bestaan er nauwelijks. Het is een grote soort groepsziel maar dan in kleine losse onderdelen. Natuurlijk gaat dit niet op voor alle vissen, je hebt hele scholen vissen en dat is wat ik hierboven bedoelde. Maar er zijn ook veel individuele vissen. Wel hebben alle vissen gemeen dat ze ook nadrukkelijk pijn kunnen voelen, als ze stikken omdat ze te lang buiten het water gehouden worden is dat een hele pijnlijke ervaring voor ze. Dat is geen ‘dove’ afgezwakte pijn voor ze, maar echt een scherpe pijn, die echt als pijn voelt. Dat zijn de meeste mensen zich totaal niet bewust. Als dat wel zo was, zou men een geheel andere visvangst willen voorstaan. Angst zit niet zo erg in de vissen groep, hoewel de prooivissen wel degelijk een vorm van angst kennen. Bij vissen is het onderscheid tussen prooi en roof niet zo groot. Juist afhankelijk van de grootte van de soort is het een roofvis voor de kleinere soorten en een prooi voor de grotere soorten.
Dan kom je bij de groep zoogdieren in het water, zij hebben nog een heel ander soort gevoel, ze kunnen plezier ervaren en natuurlijk ook het tegenovergestelde daarvan, daardoor kunnen deze dieren zich ook ‘zwaar’ op de hand voelen. Het beste voorbeeld van plezier bij deze zeezoogdieren zijn de dolfijnen die bijna altijd plezier uitstralen. Dolfijnen behoren tot de walvisachtigen, waar gevoelens van een heel hoog ontwikkeld niveau zijn. Ze hebben een breed scala aan gevoelens van pijn, fijn, plezier en neerslachtigheid. Ze kunnen ook rouwen, dat kunnen vissen niet.
Over het algemeen kun je zeggen dat naarmate dieren hoger ontwikkeld (complexer gebouwd) zijn, zien we dat ze ook complexere en meer gevarieerde gevoelens kunnen hebben.
M: Dat is een heel college geworden en ik snap dat dit pas het begin is als je alle soorten dieren wilt doorlopen inzake hun mogelijkheden tot het hebben van gevoelens. Zullen we dat een andere keer doen?
H: Dat is prima. Het is veel informatie en misschien niet zo gestructureerd als anders, maar het is ook zoveel dat ik nu vooral wat voorbeelden heb opgesomd. Dank je wel.

250507

1000 kilo liefde

Stieren … als je dit woord zegt denk ik dat iedereen er meteen een beeld bij heeft. En vaak niet een positief beeld. Wat is ons toch weer allemaal aangepraat … ?

De eerste keer dat ik met een stier communiceerde zat ik tegenover hem. Hij in z’n binnenhok met stevige ijzeren buis ervoor en ik op een baal stro. Ik was verrast door zijn lichtheid en humor. En zijn enorme levendigheid. Hij was nog jong en verrassend potent in de zin van krachtig/sterk. Hij nodigde me uit om in zijn hok te komen zodat we samen konden spelen. Ik heb zijn aanbod lachend afgewezen. In de jaren daarna heb ik niet meer met stieren gecommuniceerd maar zijn lichtheid is me altijd bijgebleven.

Op een dag leerde ik Trudy kennen via de telefoon. Tot mijn verbazing was zij al jaren innig bevriend met stieren en ze vroeg mij even mee te kijken bij haar laatst overgebleven stier. Om eerlijk te zijn: er ging een wereld voor me open en ik moet zeggen dat ik me eigenlijk schaam dat ik zo lang ben meegegaan in de aanname dat stieren gevaarlijke dieren zijn. Wat doen we deze diersoort met z’n allen toch aan…

In 2024 heeft Trudy haar boek uitgegeven waarin ze verteld over 23 jaren omgang met stieren.

Ik beveel dit boek van harte aan om te gaan lezen en je te laten meevoeren in de innerlijke wereld van stieren.

Ik citeer een paar zinnen uit het boek:

“Met dit boek gaat een wereld voor je open, de wereld van stieren: magnifieke liefdevolle dieren, betrouwbaar, met een groot empathisch vermogen en openstaand voor een respectvol contact met de mens.”

“Hoe denk jij over stieren? Vorm jij je éigen mening? Ik vertel jou met mijn verhalen hoe stieren in wezen zíjn. Hoe stieren wórden door het gedrag van de mens als gevolg van te weinig aandacht, geen lichamelijk contact, geen genegenheid en geen respect, dat is niet hoe stieren in wezen zijn. Dat ze te eten krijgen en lichamelijk goed verzorgd worden is niet voldoende. Talloze onderzoeken hebben aangetoond dat baby’s en jonge dieren doodgaan als ze genoeg eten en drinken krijgen, maar daarbij geen liefde en aandacht krijgen. Wat denk jij hoe je hond reageert als die alleen een bak eten voor zijn neus krijgt en er verder geen sociaal contact is? Dan krijg je een onzekere, wantrouwende hond. We weten allemaal dat we een fijne, zorgzame hond krijgen als we de hond aandacht en liefde geven. Bij een stier (en elk ander dier) geldt hetzelfde!”

“Als dit boek uitkomt, zijn mijn stieren niet meer in leven en is er geen gelegenheid meer om mijn dieren in levenden lijve te kunnen ontmoeten. De enige manier om jou het unieke van deze wezens te laten ervaren, is door middel van een boek.”

“23 jaar contact en onderzoek hebben geleid tot dit boek. Jaren van bewondering, verwondering, verdriet, vreugde, maar vooral stil worden en met hen afzakken naar een bewustzijnsniveau waar alleen liefde en rust is. Ik hoop met dit boek te bereiken dat je je openstelt om hen te leren kennen. Deze dieren, stieren, kunnen je leven verrijken met hun kennis, hun onvoorstelbaar grote compassie en empathie.”

Het boek is te bestellen door een mailtje te sturen naar Trudy: trudy.de.ruiter@hetnet.nl

Wat begrijpen apen van de dood?

In de Volkskrant wetenschap bijlage van zaterdag 15 maart verscheen er een mooi artikel over ‘Wat dieren wel of niet begrijpen van de dood?’. Het artikel beschrijft een opkomende vakgebied, met de naam evolutionaire thanatologie, of ‘doodkunde’. Het artikel laat nog vele vragen open.
Het leek me een goede gelegenheid om eens aan de dieren zelf om een antwoord te vragen.
Uit het artikel: ‘Bij apen is het vaak zo dat moeders nog dagenlang hun pas overleden baby’s bij zich dragen, vertelt Gonçalves’ collega James Anderson, emeritus hoogleraar psychologie. Een verklaring kan volgens Anderson zijn dat de dieren het verschil niet zien tussen dood of bewusteloosheid. ‘Als een moeder te snel haar baby achterlaat terwijl die misschien nog leeft, verliest ze haar investering. Terwijl het voor een dier of eigenlijk zelfs de hele soort kan lonen om uit te gaan van de kans dat een familielid weer herstelt.’ Toch zijn zeker mensapen volgens Anderson intelligent genoeg om misschien méér door te hebben. ‘Maar we weten dat gewoon nog niet.’” En daar zou ik graag antwoord op willen hebben.
Ik zoek contact met een aap die onlangs haar jonge baby heeft verloren.

M: Is er ergens een aap die mij uit ervaring kan vertellen hoe het voelt als een baby kort na de geboorte overlijd?
Het blijft een tijdje stil en dan meldt zich een chimpansee die deze ervaring heeft.
M: Wil je met me praten en mag ik dat gesprek gebruiken om mensen te laten begrijpen hoe jij dat gevoeld hebt?
C: Ja dat mag en ik wil er nu wel over praten. Het is al enige tijd geleden en ik heb het er erg moeilijk mee gehad.
M: Wil je je je gevoelens daarbij alsjeblieft vertellen?
C: Ik zal het proberen. Ik ben best een ervaren moeder en heb regelmatig kleintjes en dat is steeds opnieuw een grote opwinding voor me en daar krijg ik ook respect voor van mijn medebewoners. Maar soms gaat het niet goed en is het jong niet gezond. Dit keer is mijn jong al na enkele dagen overleden en dat kon ik totaal niet aan. Normaal zorg je jaren voor je jong en nu overlijdt hij al na enkele dagen. Ik kon absoluut geen afstand doen van hem.
M: Besefte je wel dat hij dood was?
C: Ja, eigenlijk meteen, ik besefte dat hij niet gezond was en dat het heel moeilijk zou worden. Maar ik had niet verwacht dat hij zo snel zou overlijden. Dus heb ik hem een tijdje bij me gehouden.
M: Wat voor gevoel geeft jou dat om het jong bij je te houden?
C: Het is mijn baby, mijn baby, niet gewoon zomaar een jong, maar van mij. En dat kon ik niet loslaten. Normaal is jouw baby ook altijd bij je, pas heel veel later worden ze een klein beetje zelfstandig, maar in het begin zitten ze aan je vast. Ik wilde dat gevoel vast houden, maar besefte wel dat het anders was. De baby was niet warm en hield zich niet aan mij vast, ik moest het steeds vast houden, maar ik kon het gewoon niet loslaten.
M: Ik begrijp je gevoel. Je zegt dat het al een tijdje geleden is, ben je er nu wel overheen?
C: Ja maar het blijft een hele nare ervaring, hoewel het wel vaker voorkomt. Ik heb het ook al een keer eerder gehad, maar nu heb ik mijn jong echt lang vastgehouden.
M: Weet jij waar je leeft? Zodat ik kan begrijpen waar dit zich heeft afgespeeld?
C: Ja, ik ben in een dierentuin in de warme streken en ze noemen me Natalia.
M: Dank je wel voor dit mooie gesprek. Ik hoop dat het goed met je gaat en dat je nog hele mooie baby’s gaat krijgen. Wil je nog wat zeggen?
C: Dank je wel dat je dit vertelt aan de mensen, want de mensen die mij zo lang met mijn baby zagen rondlopen begrepen er niets van, maar dat is rouw. En ik hoop dat jij dat kunt uitleggen.

Ik zoek op internet naar dierentuin en Chimpansee Natalia en vind een aantal artikelen over dit bijzondere geval. Natalia heeft zeven maanden haar dode baby bij zich gedragen voor ze afscheid heeft kunnen nemen.

250324

Jonge Giraf

‘Help ze vermoorden me!Dit komt in mijn hoofd op en ik heb geen idee wat er aan de hand is. Ik probeer me te concentreren op deze noodkreet en voel dat het een giraf is die dit roept en dan is het al te laat. Hij is dood. Een giraf in een dierentuin. 
Ik ben toch behoorlijk van slag van dit hele korte contact en probeer op internet te vinden wat er aan de hand is.
Maar het enige dat ik vind is de dood van een giraf mannetje in een dierentuin in Kopenhagen in 2014. Het ging om Marius en dat heeft indertijd heel veel stof doen opwaaien lees ik. Dit kan niet de noodkreet zijn die ik nu heb gehoord.

Toch kan ik ondanks intensief zoekwerk, niets vinden van een recente giraf die gedood is in een dierentuin. Stopt het hier?

Ik denk dat ik Hyronimus om hulp ga vragen en hij komt meteen ter zake:
H: Fijn dat je meteen aan mij denkt. Ik kan je wel helpen. Het volgende is nu het geval. Er is een film gemaakt over leven en dood en de filmmaker gebruikte deze giraf als intro voor de film.
M: Maar hoe kan het dat ik die kreet nu hoor?
H: Zo’n oerkreet is vastgelegd in alles en die kun je dus soms, als je toegang hebt tot dit soort dingen en dat heb je, ook horen. Het is wel een bijzonder geval, want dit komt niet vaak voor.
M: Zou ik nog met deze giraf kunnen praten?
H: Nee en dat weet je natuurlijk zelf ook heel goed. Je kunt natuurlijk contact opnemen met de groepsziel van de giraffen en proberen zo een gevoel te krijgen van wat er toen gebeurd is.
M: Dan ga ik dat proberen.

M: Groepsziel van de giraffen, kan ik met iemand praten? (Ik heb deze oproep enkele dagen terug gedaan en heb niet meteen antwoord gekregen, maar nu ik alles aan het opschrijven ben, komt er een reactie.)
G: Je kunt contact met ons hebben, maar we kunnen niet over dit geval afzonderlijk praten, want het is echt te lang geleden. Maar wat wil je weten?
M: Dat weet ik eigenlijk niet, ik ben nog te verbijsterd over de kreet die ik gehoord heb en die me erg heeft geraakt.
G: Nou, ik kan wel wat vertellen. We leven in het wild in groepen, waarbij de samenstelling wel kan verschillen. Duidelijk is dat mannetjes ook in eigen groepen kunnen leven, omdat geslachtsrijpe mannetjes niet altijd in een groep geduld worden. Ze zijn dan concurrentie met het dominante mannetje. Dit is gebruikelijk, maar niet altijd zo. Het kan per groep verschillen. Ons leefgebied is Afrika en we zijn niet meer met zoveel in het wild.
M: Dank je wel hiervoor. Waar leven jullie van?
G: Gezien onze lange nek kun je je voorstellen dat we voornamelijk leven van bladeren van de acacia bomen, maar dat is niet altijd genoeg en dan eten we ook van struiken en eten we vruchten. We moeten wel veel eten voor ons grote lijf, dus is de voedselvoorziening de beperkende factor in ons leven. Daarom zijn we ook niet meer met zoveel, want ons leefgebied wordt steeds kleiner. Zoals met bijna alle dieren die in het wild leven.
M: Dank voor deze informatie. Wil je nog wat kwijt?
G: Nu je het vraagt. Het is erg belangrijk dat ons leefgebied in tact blijft, het mag niet nog kleiner worden, eigenlijk moet het veel groter worden om ons giraffen de ruimte te geven. Dat zou mooi zijn als de mensen dat doen en ons echt ruimte geven.

250226

 

Hyronimus over de ziel

Hyronimus spreekt hier over de ziel en heeft op heel wat punten een afwijkende mening ten opzichte van de diverse geloven die er zijn. Dat is misschien wel even wennen. 

M: Dag Hyronimus, we zijn de afgelopen tijd zo lekker bezig met de wat meer spirituele kant van het leven. Mag ik je vragen ons wat te vertellen over de ziel?
H: Dat doe ik graag. Je voelt je geïnspireerd door een verhaal dat je hoorde en ik ga daar graag wat dieper op in.
In veel religies wordt de ziel als iets specifiek menselijks gezien. Alleen mensen zouden een ziel hebben. Dat is onjuist, alles wat leeft heeft een ziel. En dat gaat heel ver, want alles wat leeft betreft dus niet alleen de mensen en de zoogdieren, maar ook de ongewervelden en de bacteriën en de planten en wieren en schimmels. En die ziel kun je ook beschouwen als de aansluiting van de fysieke verschijning aan het Goddelijke, het Hoger Zelf, de Goddelijke vonk. Maar dat is voor de verschillende groepen die ik hierboven noemde wel heel verschillend.
M: Dat is wel meteen een spetterende start. Ga door.
H: Ieder levend wezen heeft iets onsterfelijks, de ziel. Die onderhoud de verbinding tussen het fysieke lichaam en het Goddelijke, zoals ik net al zei. Maar die verbinding is niet één op één. Bij de meeste mensen is dat wel zo, die hebben een eigen rechtstreekse Goddelijke verbinding, die zijn geïndividualiseerd. Die verbinding trek zich terug naar zijn Goddelijk niveau als het fysieke lichaam sterft. Maar is weer diezelfde ziel als het lichaam reïncarneert, dus wedergeboren wordt.

Ieder levend wezen heeft iets onsterfelijks, de ziel

Bij niet mensen werkt dat veelal anders. Die hebben ook een ziel, maar geen eigen ziel maar een gemeenschappelijke of groepsziel. De soort als geheel heeft een ziele verbinding met het Goddelijke, dus niet één op één. Maar het is de natuur en overal zijn uitzonderingen op. Er zijn mensen die onvoldoende geïndividualiseerd zijn en dus geen geheel eigen ziel hebben, zij maken deels deel uit van een vage groepsziel die ook bij mensen aanwezig is. Ik zal proberen dat met een voorbeeld te illustreren.
Je hebt een rivier en al het water dat door de rivier stroomt is onderdeel van die rivier. Maar sommige stroompjes monden uit in een meertje, nu is dat meertje geïndividualiseerd, het is een eigen meertje geworden met een eigen ecosysteem. Maar het is nog steeds water uit de rivier. Veelal is het hoe hoger de ontwikkelingsgraad van eencelligen tot planten, bomen en dieren tot mensen, hoe verder de individualisering gaat. Dat betekent ook hoe meer ontwikkelingsvrijheid de ziel krijgt.

Veelal is het hoe hoger de ontwikkelingsgraad van eencelligen tot planten, bomen en dieren tot mensen, hoe verder de individualisering gaat

Een boom is vaak onderdeel van een ecosysteem met andere bomen of planten of grassen. Zij zijn wel een eigen boom of grasspriet, maar ze zijn duidelijk onderdeel van een bos of een graspol, dus daarmee onderdeel van een geheel. Zij hebben dus een ziel die onderdeel is van een geheel. Een niet geïndividualiseerde ziel.
Sommige hogere dieren die dicht bij de mens staan, krijgen de kans om op die manier ook verder te individualiseren. Zij zijn dan nog steeds onderdeel van de rivier, maar toch ook weer niet als een soort eigen poel. Ik laat niet voor niets het voorbeeld van de rivier zien omdat het geheel vloeiend verloopt. Met allerlei tussenstadia.
Ik hoop dat ik het op deze manier duidelijk heb weten te maken.
M: Het is een ingewikkelde materie, maar ik denk wel dat ik dit allemaal snap. Of ik het ook al mentaal kan accepteren is een ander verhaal. Ik dank je hartelijk voor deze uitleg.
H: Graag gedaan.
250114

Hyronimus over multi dimensionaal

Ik heb al eerder geprobeerd met Hyronimus spirituele gesprekken te voeren en deze gesprekken zijn steeds erg interessant. Maar ik wilde ook buiten de bij ons bekende wetenschappelijke paden treden. Daarvan meende Hyronimus dat ik zou moeten wachten tot ik zelf verder gegroeid zou zijn om dit soort gesprekken te voeren, anders kan ik ze niet begrijpen. Dit is nu zo’n eerste gesprek dat verder gaat en het wordt al meteen moeilijk te bevatten. Ik wens jullie veel leesplezier en hoop dat jullie het wel allemaal kunnen volgen. Vind je het onzin, dat mag ook, dan ben je nog niet zover. 

M: Dag Hyronimus, mag ik vandaag met je een gesprek aangaan over de verschillende dimensies?
H: Dat lijkt me spannend. Ik heb in het verleden daar al eens op gezinspeeld, maar dacht toen dat je dat nog niet zou begrijpen en je moet het kunnen begrijpen om het te kunnen verwoorden en dus opschrijven. Ik denk dat we er inderdaad nu wel over kunnen praten.
H: Ik ga van start en geef aan wanneer het moeilijk wordt, dan probeer ik dat verder uit te leggen. Ik begin heel banaal. Jullie kennen drie dimensies, lengte, breedte en diepte/hoogte. Jullie veronderstellen dat de tijd/ruimte de vierde dimensie is en dat is juist. Maar daar houdt jullie begrip over verdere dimensies op. Als jullie kijken naar een bol dan kennen jullie een binnen en een buiten. De bol zelf is de scheiding tussen binnen en buiten. Maar feitelijk is er geen binnen en buiten, er is slechts een eenheid en leegte. Naar welk voorwerp, dat jullie driedimensionaal noemen, je ook kijkt, het is een leegte, slechts een voortzetting, als een rimpel in het oppervlak. Voorbij die rimpel heb je toegang tot de oneindigheid. Alles is een rimpel in het oppervlak en dat kunnen de meeste mensen gewoon niet begrijpen.

Naar welk voorwerp, dat jullie driedimensionaal noemen, je ook kijkt, het is een leegte, slechts een voortzetting, als een rimpel in het oppervlak

M: Daar heb je volkomen gelijk in, ik kan me dat niet voorstellen.
H: Dat komt omdat jullie alles slechts met jullie materialistische opvattingen kunnen bezien en dat schiet tekort om de jullie omringende werkelijkheid te verklaren. Maar buiten het fysieke vlak, bestaan er parallelle vlakken, subtiele energetische vlakken, die heel dicht en deels verweven zijn met het fysieke vlak. Als je tussen deze vlakken heen en weer kunt springen, kun je ook sprongen maken in tijd en locatie. Ik denk dat we voor nu genoeg hebben gesproken over dit onderwerp. We kunnen er later op terugkomen, maar laat eerst dit maar goed tot je doordringen.
M: Dank je wel voor dit alles. Ik zal zeker tijd nodig hebben dit te verwerken om het echt te begrijpen.

Luipaard

M: Dag luipaard, wat ben jij een mooie luipaard. Mag ik met je praten? Zoals je gemerkt hebt, heb ik de afgelopen week dit gesprek langzaam voorbereid en je liet me weten dat je je verstopt had, maar het was me niet duidelijk of je dood bent of dat je je verstopt hebt voor mensen die gevaarlijk zijn. Denk je dat we contact kunnen hebben?
L: Ja, dat kunnen we en dank je wel voor het compliment. Ik heb verschillende ervaringen met mensen. Sommige mensen zijn heel aardig en dan denk je dat mensen geen gevaarlijke soort zijn, maar dan zie je ineens weer de andere kant van mensen. Mensen die jagen en je dood willen hebben omdat je een mooie vacht hebt of omdat je een trofee bent.
M: Ja, dat is afschuwelijk dat er mensen zijn die voor hun plezier dieren willen doden. Vertel wat is jou overkomen?
L: Nou ik werd al een hele tijd terug verplaatst naar een andere plek dan waar ik geboren ben. Daarbij verloor ik het contact met de aardige mensen en was ik meer op mezelf aangewezen. Dat ging een periode goed, maar daarna werd er op me gejaagd. Of ze me wilden doden of alleen vangen weet ik niet, maar het was niet aangenaam. Dat is de reden dat ik me aangepast heb en nu me eigenlijk altijd schuil houd en dat betekent dat eten voor mij lastiger is geworden. Toch ben ik handig genoeg om ook in mijn maaltijden te voorzien.
M: Een rare vraag. Je bent toch niet dood?
L: Wat is het verschil?
M: Als je leeft en je hebt je verstopt dan kom je af en toe uit je schuilplaats en ga je jagen om te overleven. Daarvoor moet jij dieren doden en opeten en je moet ook gaan drinken. Als je dood bent kun je soms deze dingen ook doen, maar dood je de dieren niet want dat kan niet meer. Je denkt dat je op ze jaagt, maar je kunt ze niet doden en opeten.
L: Hm, dat is lastig.
M: Eigenlijk ben je dus dood als je het niet zo goed weet. Mag ik die conclusie trekken?
L: Misschien wel, maar dan besef ik het niet zo goed, want ik ga nog wel jagen af en toe.
M: Maar je krijgt je prooi niet te pakken en kunt hem dus ook niet opeten, klopt dat?
L: Ja, dat klopt wel.
M: Kan ik jou helpen met het accepteren van dat je dood bent? En je dan helpen met het terug gaan naar de groepsziel van de luipaarden en dan kun je opnieuw keuzes maken.

Kan ik jou helpen met het accepteren van dat je dood bent?

L: Maar wat is er dan gebeurd?
M: Daar ben ik ook benieuwd naar. Vertel het maar.
L: Ik werd beschoten door mensen met geweren en toen heb ik me verstopt.
M: Ben je toen langzaam dood gegaan of heb je het overleeft?
L: Ik ben daar in enkele dagen aan dood gegaan, ik kon mij niet meer goed bewegen en dat betekende geen eten meer kunnen krijgen en dan ga je dood.
M: Dat is er dus gebeurd?
L: Ja, misschien wel.
M: Denk je dat je het kunt accepteren dat je dood bent?
L: Als ik het proces zo met jou terug beleef, vrees ik dat je gelijk hebt. Ik ben dood en leef in een fantasie wereld, waarin ik alles nog kan.
M: Maar die wereld kun je opgeven en je kunt je terugtrekken in de groepsziel en dat is ook heel mooi.
L: Is dat zo, dit hier bevalt me eigenlijk wel, maar het vervaagt soms en dan moet ik mijn best doen om weer terug te komen in de wereld.
M: Dat proces kun je afsluiten als je accepteert dat je niet meer leeft. Dan kan het ook mooi zijn als je naar jouw groepsziel gaat.
L: Dank je wel, misschien heb je me net een juist zetje gegeven om ‘over’ te gaan.
220210