Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215

 

Hyronimus over verbindende politiek

Het is beslist niet de bedoeling om deze site te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar in onze laatste Nieuwsbrief van 30 november 2025 heb ik dit onderwerp aangesneden. Hoe kunnen we onze maatschappij zodanig inrichten dat de tegenstellingen die nu zo diep zijn, met uitsluitingen van elkaar, meer in harmonie is.

M: Beste Hyronimus, ik wil je al weer heel graag consulteren. In onze laatste Nieuwsbrief stelde ik de vraag aan de lezers om in de gesprekken die we met dieren voeren deze vraag eens te stellen: hoe wij als mensen onze maatschappij op een verstandige manier zouden kunnen inrichten? Logisch lijkt dan ook dat ik die vraag ook stel en dan kom ik automatisch bij jou uit als mijn gids.
H: Dat is een boeiende vraag. Maar ben je niet bang als jij deze vraag al bij voorbaat beantwoord door een gesprek met mij bijvoorbeeld, dat andere dierentolken dan geen gesprekken gaan voeren met hun dieren?
M: Ik heb me dat wel afgevraagd maar ik denk dat er zoveel invalshoeken zijn als er mensen en dieren zijn en dat het dus hopelijk juist anderen zal inspireren om die vraag ook te stellen.
H: Als dat jouw insteek is, zal ik graag op je vraag ingaan. Als ik jullie situatie zou moeten analyseren zou ik zeggen dat de middelen en welvaart in de wereld niet eerlijk verdeeld zijn. Dat leidt ertoe dat groepen mensen naar andere oplossingen zoeken voor zichzelf om het beter te kunnen krijgen. Dat doen dieren ook. Als er ergens in een gebied niet meer voldoende voedsel te vinden is, moeten ze overgaan op ander voedsel, en velen kunnen dat niet, of moeten ze op zoek gaan naar plekken waar wel voldoende voedsel aanwezig is. Als je nu op deze wijze naar mensen kijkt, begrijp je waarom ze willen verhuizen. Dan kijk je natuurlijk naar de plekken waar het goed is, in jullie geval is dat veelal Europa als je vanuit armere streken komt. Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is.

Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is

Dus volgt er weerstand. Maar hoe doen de dieren dat? Sommige dieren zijn heel tolerant en schuiven een stukje op, zodat er genoeg voor iedereen is, of ze delen wat er is en zeuren niet. Andere dieren zijn territorium gebonden en verdedigen hun territorium met hand en tand. Zij dulden geen indringers. Die indringers vechten terug en winnen of verliezen en de verliezers moeten dan verder trekken. Jullie gedragen je als territorium gebonden en verdedigen jullie territorium met hand en tand. Daarbij is alles geoorloofd als de indringers maar niet in jullie territorium komen. Maar jullie zijn niet gebonden aan een territorium, jullie kunnen probleemloos verhuizen en er is ook genoeg om te delen. Want veel van het voedsel dat jullie produceren exporteren jullie, dus dat ‘geef’ je aan anderen. Hier ligt dus de kern van het probleem.
M: Dat is een mooie analyse, maar welke oplossing bestaat er?
H: Ja, dat is nog een lastige omdat de tegenstellingen zo groot zijn en er mensen zijn die er baat bij hebben om die tegenstellingen uit te vergroten. Want daar worden ze belangrijk van, groeit hun ego. De analyse zegt dat er feitelijk niet echt een probleem zou hoeven zijn en als dat er wel zou zijn is dat oplosbaar, zonder dat je oorlog voert tegen die migranten, die op een beter leven hopen. Er is genoeg voor iedereen in dit deel van de wereld. Het probleem is dus het menselijk ego, die baat heeft bij het feit dat het ego belangrijk is en dat kun je gemakkelijk bereiken door strijd te propageren. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen om problemen op te lossen. Je moet zoeken naar wat je met elkaar verbind en in harmonie zoeken naar oplossingen. Dat kan betekenen dat je iets moet opschuiven, maar die iets opgeschoven plek kan ook veel mooier zijn dan de oude plek, maar dat hoeft niet. Wees dan blij met dat je het leven van een ander mooier hebt gemaakt. Dat kan ook veel vreugde geven.

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt. Jij zegt zelf altijd: als je buurmeisje piano speelt maar het nog aan het leren is, en je houdt van dat meisje, dan luister je er met genoegen naar en verheug je op haar vorderingen. Maar is het een irritant meisje dan erger je iedere keer dat je haar hoort spelen, ook al zou ze nog zo mooi spelen. De persoonlijke band is dus van belang. Die kun je uitsluitend krijgen door met elkaar in gesprek te gaan. Is dit een beetje zoals je had gehoopt dat ik zou antwoorden?
M: Ik had geen idee wat je zou antwoorden. Je analyse was duidelijk, maar de oplossing is niet bepaald eenvoudig. Ik ben heel benieuwd hoe andere dierentolken hier tegenaan kijken en roep iedereen op om wat in te sturen. We zullen zo veel mogelijk meningen laten horen, zolang het naar oprechte oplossingen op zoek is. Intolerante inzendingen en/of opmerkingen passen niet binnen deze groep en zullen we dus negeren.
251203

Ratten en katten

Sinds de bomen bij ons aan de waterkant gekapt zijn, kom ik meer dode ratten tegen dan daarvoor. Ik vermoed dat de dieren minder schuilplekken hebben en een makkelijkere prooi zijn voor katten.

“Kun je niet wat doen aan al die katten?” hoor ik meteen. “Ze bemoeilijken ons leven.”

“Ja, er lopen inmiddels aardig wat katten rond,” antwoord ik. “Maar ik ga daar niks aan doen. Het zijn zwerfkatten maar ik ben blij met ze en de bedrijven hier ook.” Ik realiseer me dat zowel ratten als zwerfkatten maatschappelijk als probleem gezien worden.

Er klinkt wat gemurmel. De ratten laten weten dat ze het liefst vrij rondlopen. Ze moeten nu behoorlijk opletten.

“Wij zijn geen jagers. Wij eten restafval.”

“Nou, volgens mij eten jullie toch ook wel muizen en slakken en weet ik veel wat nog meer…”

“Ja, maar we zijn anders dan katten.”

Ze laten me zien dat zij dan wel snel zijn maar dat katten zich anders gedragen. Ze liggen of zitten lang stil en kunnen dan ineens een grote sprong maken. Ondanks dat de ratten dus vinden dat ze snel zijn kunnen ze toch de dupe worden van zo’n vliegend object als een springende kat.

“Irritant.” Weer datzelfde gemurmel. “Er verdwijnen sleutelfiguren bij ons.” Ze doelen daarbij op ouders die de jongen nog moeten voeden.

Ik begrijp de onvrede van de ratten maar ik wil er niet teveel op ingaan.

“De nachten zijn stil.” Het komt er bijna filosoferend uit. “Dat is fijn.”

“Ik zie jullie niet meer aan boord.”

“Nee, die katten waren voor jou een goede zet. Zonder hen vertrokken we niet.”

Hmmm, denk ik, waarom hadden ze dat nou niet even gedaan voor me? Ik heb er zoveel tegen proberen te doen en de oplossing bleek gewoon katten te zijn.

“Iets anders: ik hoorde laatst van mensen dat er regelmatig overdag ratten gesignaleerd worden in de stad. Hoe zit dat?”

“Als wij met meer zijn, voelen we ons vrijer – zekerder – overmoediger. Samen zijn we groot en sterk. Dan worden we vrijmoediger.”

“Toch lijkt het me niet handig als jullie je overdag zoveel laten zien.”

“Wij zijn er altijd. Maar je hebt gelijk, als we elkaar niet zien is er niks aan de hand.”

“Toch nog even één dingetje… als jullie de huizen in trekken, kan het zijn dat jullie dingen kapot maken. Daar houden mensen niet van.”

“Ach, dat is de hebberigheid van mensen.” De ratten doelen op het feit dat mensen iets bouwen of kopen en dan vinden dat het van hen is.

“Nou,” werp ik tegen, “houd daar dan toch maar rekening mee. Hoe minder jullie kapot maken, hoe minder jullie aanwezigheid opvalt.”

Om op het eind even vrienden te maken met de ratten, vertel ik ze dat ik het vaak voor ze opneem als de term ‘ongedierte’ valt in relatie tot hen.

“Dank je,” hoor ik. In de welbekende eenvoud maar waarachtigheid waarop dieren iets kunnen overbrengen.

Wat is waar?

Het communiceren met dieren blijft interessant. Wat is waar, wat bedenk ik zelf, interpreteer ik wel goed?

De jonge zebra uit Uganda raakt me op een verfrissende manier.

Als ik contact wil maken met het dier, hoor ik: “Je zoekt me op land, maar ik ben hier.” Hij laat zich ergens in de lucht zien en mijn aandacht gaat van beneden naar boven.

“Hier treffen we elkaar,” zegt hij en ik weet niet of hij nu bedoelt dat alle zebra’s elkaar daar treffen of dat hij deze plek heeft uitgekozen als ontmoetingspunt tussen ons.

Kennelijk merkt hij wat verwarring bij me want meteen hoor ik: “Je wilt naar mijn lijf? Okee, dan gaan we naar beneden.”

En hij brengt me bij een liggend zebra lichaam en hij zegt dat hij hierin behuisd is. Alweer verwarring bij mij. Liggen zebra’s? Ik zoek het even snel op internet op en lees dat zebra’s soms liggen, maar nooit allemaal tegelijk.

“Als we zo slapen, liggen we in een soort diepterust,” legt de zebra uit. “We doen het niet lang, maar het is diep en verkwikkend. De groep waakt.”

Ik voel aan het dier dat hun normale staat van zijn altijd alert is. Altijd oplettend, altijd ‘aan’, zoals we dat in de zorg dan zeggen.

“Ja, dat maakt het zebra-zijn uniek. Wij zijn altijd in de aan-fase en toch hebben we een evenwicht wat het zebra-zijn prettig maakt.”

Ik laat hem zien dat dat voor mij als vreemd aanvoelt: tegelijkertijd alert als ook een zekere ontspanning. Het lijkt mij vermoeiend en bijna niet mogelijk.

“Dat komt omdat jullie ook veel meer moeten doen. Jullie hersenen maken overuren, jullie hebben veel ontwikkelings- en ervaringsgebieden waar jullie aan willen deelnemen. Bij ons zijn geen hoge eisen. We leiden een rustig leven, maar wel alert.”

De zebra vindt dat hij genoeg contact heeft gehad en gaat weer terug naar ‘de cloud’. “Ik vind het ook fijn om daar te zijn,” reageert hij op mijn verbazing van zijn abrupte vertrek. “Hier is een collectief bewustzijn.”

Als we ‘opgehangen’ hebben, het contact verbroken hebben, laat hij me achter met een gevoel: is deze jonge zebra nou overleden of vindt hij het gewoon fijn om af en toe uitstapjes te maken buiten zijn lijfelijke staat van zijn?

Het feit dat ik me er niet druk om maak, doet me glimlachen. Ik hoef het niet meer uit te pluizen. Ik aanschouw en ervaar.

Veganist of vegetariër of anders

M: Beste Hyronimus, ik wil je een persoonlijke vraag stellen die me al even bezig houd.
H: Ga je gang.
M: Je weet dat ik probeer veganistisch te leven, zonder enig gebruik van dierlijke producten. Maar dat lukt me niet altijd, ik ben ook nog wel een beetje flexibel. Maar er is een product dat voor mijn gezondheid best positief zou kunnen werken dat ik niet wil gebruiken vanwege het feit dat er runder botten in verwerkt zijn.
H: Ik begrijp je vraag, maar zie het probleem niet. Als je puur veganist wilt zijn, gebruik je op geen enkele wijze producten die van dieren afkomstig zijn. Dus geen vlees en vis, maar ook geen melk, kaas, boter, honing, enz. Uiteraard dus ook geen runder botten. Dat is logisch.
Maar als je af en toe zondigt tegen je eigen principes door soms een stukje kaas te eten, maak een beetje runder botten toch ook niet meer uit?
M: Ja het voelt niet goed om iets te eten waar dieren voor gedood zijn en dus zijn runder botten voor mij toch iets anders dan kaas, daar is geen dier voor gedood.
H: Dat is een kunstmatig onderscheid. Voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood, want de koeien moeten zwanger blijven en er worden nu eenmaal meer stiertjes geboren dan vrouwelijke kalfjes. Die stiertjes zijn een restproduct en hebben nauwelijks waarde. Zo worden ze ook behandeld. Jouw beeld dat zuivel zonder dode dieren kan, is een illusie. En als je dat wel accepteert voor zuivel, waarom maak je dan geen gebruik van de restanten van dode dieren in een geneesmiddel of supplement? Echt hypocriet.

Ook voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood

M: Nou, je hebt een hard oordeel over me.
H: Nee, dat heb ik niet. Je krijgt de volledige keuzevrijheid of je het geneesmiddel of supplement wel of niet wilt gebruiken, maar je redenatie is hypocriet, klopt gewoon niet. Van zuivel genieten, ook al is het maar heel af en toe, gaat bepaald niet zonder dierenleed gepaard. Dat kun je en wil je ook niet ontkennen. Bouillon trekken van runder botten is een proces dat gebruik maakt van slachtafval, er wordt geen dier extra voor dood gemaakt. Dit zou dus veel eenvoudiger moeten liggen dan het eten van een stukje kaas.
M: Je geeft me een goede reden om hierover na te denken. Mijn gevoel loopt hier dus duidelijk niet synchroon met de ernst van de ingreep in mijn principes.
H: Als je een duidelijk principe wilt volgen moet je afblijven van alle dierlijke producten, dus ook dat ene stukje kaas af en toe. Dan kun je dit supplement ook niet gebruiken, in andere gevallen zou ik er geen punt van maken. Maar de keuze is aan jou.
M: Dank je wel voor deze wijze les.
251031

 

Hyronimus over reincarnatie bij dieren

M: Vandaag wil ik graag met je praten over een spiritueel onderwerp. Kun je me daarbij helpen?
H: Fijn weer van je te horen en ik verwacht dat het wel zal lukken. Wat dacht je van de gedachte aan reïncarnatie maar dan bij dieren?
M: Dat lijkt me een mooi onderwerp, maar het zet natuurlijk voorop dat je de wet van karma accepteert.
H: Uiteraard, maar die wet kent bijna iedereen, hetgeen niet wil zeggen dat alle mensen dat accepteren, want in sommige gevallen komt het niet overeen met het geloof dat mensen hebben, soms is dat zelfs strijdig.
Ik zal kort de basis van de wet uitleggen. Aan de basis staat de wet van evenwicht, actie leidt tot reactie, een basiswet, ook voor de westerse wetenschap. Als er een groter geheel is dat je God of Allah of Boeddha of Krishna of wat dan ook noemt, dan geloof je dat er een grotere macht achter de schepping ligt. Er is een grotere intelligentie die alles heeft geschapen, maar ook nog steeds schept. Dus je kunt je voorstellen dat een actie ook een uitgestelde reactie kan veroorzaken, een reactie met een geheugen. Het hoeft niet zo te zijn dat als je met een hamer op je duim slaat dat je meteen pijn hebt. Het kan ook zijn dat je een bloeduitstorting krijgt met een klein wondje die gaat ontsteken en dat je daarna pas echt pijn krijgt. Dat is een vorm van een uitgestelde reactie. Nog steeds heel snel, maar toch al een beetje uitgesteld. Sommige reacties worden zolang uitgesteld dat je er pas veel later een reactie op krijgt.
Stel je bent een moeder en je hebt een slecht huwelijk, je raakt aan de drugs als troost en je raakt helemaal in de vernieling. Het kan zijn dat je een kind had dat daardoor ook in ernstige problemen komt. Jullie hebben een band, de vader overigens ook en hij krijgt ook zijn aandeel in de reactie die de acties van jullie als ouders hebben veroorzaakt. Nu krijg je de reactie pas in een volgend gemeenschappelijk leven. Het kind is nu de ouder en de moeder is nu de dochter. Het kind krijgt de gelegenheid om aan de drugs te raken en in dezelfde fout te vervallen als de moeder (nu het kind) in een vorig leven. Maar het kind maakt de gezonde keuze en trapt niet in de verleiding van de drugs en wordt uiteindelijk een gewone jonge vrouw met een gelukkig leven. De moeder uit de vorige incarnatie heeft als reactie een leermoment voor zichzelf gekregen en die is op de goede manier opgelost. Maar ook voor de moeder, voorheen de dochter, is dit een leermoment dat ze meekrijgt. Om het niet al te ingewikkeld te maken heb ik andere relaties als de vader en broers en zussen en andere vrienden weggelaten. Het is al ingewikkeld genoeg.
Basis is dat de actie van de moeder in de vorige reïncarnatie een reactie als dochter in het huidige leven als gevolg heeft. Bedoeld als leermoment. De wet van karma wordt vaak als negatief afgeschilderd maar daar is geen sprake van. Je krijgt als ziel op deze Aarde, ook als dier, de kans om te groeien als ziel. De wet van karma helpt je daarbij. Je krijgt vergelijkbare kansen die je in eerdere levens hebt gehad, maar toen niet of onvoldoende hebt aangegrepen, opnieuw in een andere setting, maar je krijgt dezelfde groeikans. Maar omdat jouw acties ook invloed hebben op de levens van mensen en dieren om je heen, is de directie oorzaak en gevolg vaak niet te onderscheiden. Bovendien vergeten we onze vorige levens als we op Aarde zijn en lijkt het of we weer blanco moeten beginnen.
M: Dat was best ingewikkeld en dat is slechts de wet van karma uitgelegd. Hoe gaat het nu verder met reïncarnatie van dieren?
H: Omdat dieren geen individuele ziel hebben, maar deel uitmaken van een groepsziel, is de wet van evenwicht, vertaalt in de wet van karma iets anders, maar vergelijkbaar.
Ik zal weer proberen een voorbeeld te geven in een sfeer die we allemaal kunnen begrijpen en die sommige van jullie zelfs herkennen. Je moet daarbij bedenken dat reïncarnatie over een lange serie van levens gaat, tientallen en soms honderden. En dat is allemaal om je ziel te laten groeien. Zelfs als je deel uit maakt van een groepsziel, kan je ziel groeien. Ik heb dat al eens uitgelegd. Je kunt een groepsziel beschouwen als een vijver waarin in eerste instantie niets onderscheiden kan worden. Maar na verloop van tijd zie je een soort waterbellen in het water, het is dezelfde substantie maar er zit een klein randje omheen, maar het maakt wel onderdeel van het geheel uit. Dat is de groepsziel met een beperkte eigen ziel. Die bellen, individuele losse onderdeeltjes die wel onderdeel van het geheel zijn, kunnen ook groeien door hun levens. Nu naar het voorbeeld. Je hebt een hondje uit het asiel gehaald. Het blijkt een voormalige straathond uit een oost Europees land te zijn. Gered van straat, maar met wel al zijn straat overlevingsinstincten en de daarbij behorende eigenschappen. Dat is dus lastig in je huidige omgeving, want het dier zal angsten hebben, sommige mensen niet willen vertrouwen en dit soort lastige eigenschappen. Maar het krijgt de kans om dat dit leven nog te veranderen doordat het nu in een huisgezin is opgenomen. Dat is een kans, is het hondje voldoende los van haar trauma’s uit haar straatleven, dan kan ze leren vertrouwen te krijgen en als ziel te groeien. Stel dat lukt allemaal en jullie krijgen een heel bijzondere band. Honden hebben nu eenmaal een veel korter leven dan mensen en het hondje sterft, maar jullie hebben die bijzondere band nog steeds. Jullie missen je hondje in het gezin en na verloop van tijd kriebelt het weer en komt er een nieuw hondje. Heel ander soort hondje, maar het vertoont eigenschappen die de vorige hond ook had. Bijvoorbeeld ze steelt altijd een koekje van tafel, slechts één, nooit meer. Jullie nieuwe hond doet dat ook, steeds heel sneaky slechts één koekje. Jullie herkennen meer eigenschappen van het vorige huisdier. Het is waarschijnlijk dat jullie wederom bij elkaar zijn gekomen om samen te groeien. Voor het hondje kan het soms zelfs zover groeien nabij mensen, dat je een soort van individualisatie proces op gang ziet komen. Het hondje krijgt een eigen persoonlijkheid en voor een belangrijk deel ook een eigen ziel. De hond kan doorgroeien op deze wijze en op den duur zelfs een geheel eigen ziel krijgen en kan dan als een ander dier of zelfs als mens geboren worden. Maar dan hebben we het over zeer langdurige processen, van wel honderden jaren. Kijk naar een hulphond, die zijn zo op mensen gericht en om te dienen, daarmee krijgen ze als ziel veel kansen om te groeien.
Ik hoop dat ik hiermee het geheel een beetje duidelijk heb gemaakt. Het is en blijft natuurlijk een lastige materie, of juist geen materie, grapje.
M: Dank je wel. Ik heb het kunnen volgen, ik hoop dat de lezers er net zo over kunnen denken. En als je dit volstrekt afwijst omdat het niet in je systeem past, is dat OK. Het kan cultuur of religie gebonden zijn om dit niet te kunnen accepteren.

250909

Wié hoort je?

Ik zit in het bestuur van de stichting DierenPerspectief en ineens ben ik benieuwd wat dieren er eigenlijk van vinden dat we op deze manier bezig zijn.

Als ik ‘de lijn opengooi’ komt er meteen een koe naar voren die me vermoeid laat weten dat wij als mensen zo enorm georganiseerd zijn. Ze lijkt er doodmoe van te worden.

Door haar ogen zie ik hoe complex wij inderdaad alles georganiseerd hebben. Een verandering proberen te bewerkstelligen in die hele complexiteit lijkt haast onmogelijk.

Samen met de koe dreig ik even in wanhoop te verdrinken. Dan laat de koe me iets moois zien: koeien hebben vaak een bepaalde route, een bepaald pad, dat ze lopen. Maar als je er iets van afwijkt en die route volhoudt, dan kom je heel ergens anders uit dan wanneer je de vaste route aanhoudt. Er is dus hoop…

We gaan even terug naar de complexiteit van hoe wij alles op- en ingebouwd hebben als mensen. “Alles zit zo klem,” laat de koe weten, “daardoor zitten jullie zelf ook klem. Het natuurlijke is verdwenen.”

Ze laat zien dat de stallen bestaan uit looproutes, piepjes, harde geluiden. Om knetterdol van te worden.

“Wij willen gewoon rust. En gewoon leven. In rust. Wij willen geen overspannen kop.”

“Wat vind je er dan van dat er mensen zijn die willen proberen om het leven voor jullie beter te krijgen?”

“Het is een druppel op een gloeiende plaat,” laat de koe weten. En ik zie meteen een druppel voor me die sissend verdwijnt zodra de plaat aangeraakt is. Om moedeloos van te worden.

“Er komt geen natuurlijke verandering meer,” wrijft de koe me nog es extra in. “Er komen alleen nog maar éénduidiger looproutes. Recht de fuik in. Je mag blijven roepen, maar wie hoort je?”

Ze laat me zien hoe de koeien een fuik in lopen en hoe het hele systeem zich vastdraait. Ook in zogenaamd diervriendelijk gedrag. Al de technische ontwikkelingen is niet wat deze koe wil. Ze wil het natuurlijk: buiten, waar het heerlijk is en waar rust is. Een stal zou een rustige slaapplek moeten zijn, geen lawaaiige fabriekshal.

“Die hóófden van mensen…” verzucht de koe, “zó vol…”

De koe laat me zien hoe zij hun leven ziet: lopend naar een vleesmolen, onderweg uitgemolken wordend.

“Het gaat jullie om ons gebruik, niet om ons leven.”

Hoe deprimerend wil je het hebben.

“Heeft het wel zin dat een aantal mensen het probeert te veranderen voor jullie?” vraag ik.

“Natuurlijk wel! Maar nogmaals: wié hoort je?”

Ik zit inmiddels diep in de rotgevoelens en uitzichtloosheid. De koe reageert daarop: “Ja hoor eens, als het antwoord je niet bevalt had je de vraag niet moeten stellen.”

Flo is behoorlijk in de war

Op verzoek van vrienden, probeer ik contact te leggen met Flo, het hondje dat alleen is achtergebleven na het zeer plotselinge overlijden van Vigo. Flo is oud en al enige tijd behoorlijk in de war, dus het is de vraag in hoeverre een contact gaat lukken.

M: Beste Flo, kan ik in contact met je komen?
F: Ja, dat kan gelukkig wel, al is mijn fysieke verschijning behoorlijk de weg kwijt, maar ik kan als ziel nog gewoon communiceren.
M: Dat is fijn om te horen. Mag ik je vragen hoe het komt dat jij nu zo van streek bent omdat Vigo er niet meer is?
F: Dat is heel eenvoudig. Vigo werd plotseling ziek en een tijdje later zijn ze met hem vertrokken en hij is niet meer echt teruggekomen. Ik heb Vigo wel nog even gezien, maar weet niet of dat fysiek of niet fysiek was. En het was maar kort. Te kort voor mij om te begrijpen wat er is gebeurd.
M: Mag ik je dan helpen met wat er gebeurd is te vertellen en ik hoop dat dat jou wat rust kan geven?
F: Ik ben benieuwd.
M: Vigo was plotseling heel erg ziek en is in een hele korte tijd overleden. Zo snel dat zelfs Vigo even de weg kwijt was, was hij nu dood of niet? Er is geen normaal stervensproces aan vooraf gegaan en daardoor is ook Vigo in verwarring. Die verwarring van Vigo die voel jij nu ook, waardoor je helemaal in de war bent.

Ik krijg nu van Vigo door dat hij echt in de war is en dat ik hem nu heb kunnen vertellen wat er gebeurd is en dat het een normaal proces is waar hij doorheen gaat, zij het dat hij in turbo stand door dit proces ie gegaan. Ik heb Vigo uitgelegd dat hij nu rust mag nemen en rustig zijn eigen tijd bepalen waarop hij verder wil gaan, maar dat er geen enkele reden tot paniek is voor hem. Hij heeft dat geaccepteerd en begrijpt het, maar heeft nog wel enkele dagen nodig om echt tot rust te komen. Hij wil ook nog echt langskomen om afscheid te nemen en zodra Vigo dat heeft gedaan, zal ook Flo tot rust kunnen komen. De paniek bij Flo wordt dus veroorzaakt door Vigo en zodra hij weer rust heeft, zal ook Flo tot rust komen.
Bovenstaande heb ik nu ook uitgelegd aan Flo en ze begrijpt dat ze rustiger mag en kan worden. Het heeft even tijd nodig voor alle twee.

M: Flo, bovenstaande wat ik je net je vertelde heb je goed begrepen. Dat betekent dat jij niet meer in paniek hoeft te zijn en dat Vigo inderdaad weg is gegaan maar dat heeft niets met jou te maken. Vigo was erg ziek en nu gaat het weer goed met hem. Dat betekent dat jij Vigo weliswaar niet meer zult zien, maar dat je wel heel dichtbij kunt zijn in je gevoel. Je mag zelf dus nu tot rust gaan komen en weer gewoon gaan eten. De wereld ziet er anders uit, maar jij weet daar alles van, want ook jouw vriendjes de kinderen in huis zijn weggegaan (het huis uit en gaan studeren), maar komen wel af en toe weer thuis. Lieverd veel sterkte met je proces, maar je mag weer rust hebben.
Mag ik over een tijdje nog een keer contact met je opnemen om te kijken hoe het dan met je gaat?

Van de ‘ouders’ van Flo hoorde ik dat ze eindelijk weer gewoon is gaan eten. Korte tijd later is Flo zelf overleden. 

240920

Een goed vader-dochter gesprek

De titel moet ik even toelichten. Laatst was ik met Kaila bij de dierenarts voor haar inenting. En ik vroeg de dierenarts waarom Kaila momenteel zo ontzettend op mij gericht is. Ze is ook gek op mijn vrouw, maar als ik thuis ben ligt ze altijd binnen 1 meter van mij vandaan. Maakt niet uit waar ik ben, aan het werk, op de bank, op de wc, in bad of in bed. Altijd ligt ze vlak naast me. Waarop de dierenarts zei ‘Het is net een vader-dochter relatie.

M: Kaila kunnen we ons gesprek voortzetten dat we gisteren tijdens de wandeling zijn begonnen?
K: Ja, natuurlijk, leuk.
M: Omdat wij altijd zulke goede gesprekken hebben, heb ik de neiging jou ook als een heel wijze hond te beschouwen en met de woorden van Edgar Cayce in mijn achterhoofd, zet ik je misschien te veel op een voetstuk. Vond jij.
K: En ja, dat probeerde ik juist te ontkennen. Ik ben natuurlijk bijzonder, maar ik ben ook gewoon een hond. En daarmee wil ik zeggen dat ik verre van perfect ben. Ik wil ook af en toe gewoon niet luisteren en ondeugend zijn en zelfs stout zijn. Dan weet ik wel dat ik het in jouw ogen niet goed doe, maar ik heb dan behoefte aan even gewoon hond te zijn.
M: En dat uit je door als ik je roep, me aan te kijken en dan toch te besluiten om de poten te nemen?
K: Ja bijvoorbeeld. Vergis je niet, ik mag dan een wijze ziel zijn, maar ik ben geboren in dit hondenlijf en dat heeft ook zijn eigen behoeftes, zijn eigen ego die graag wil snoepen en rennen en achter stokken aangaan. En niet te vergeten, ieder polletje gras wil ik besnuffelen.
M: Doe je daarom ook voor jou als hond verkeerde dingen, zoals het eten van peuken en jointpeuken waar je weer heel ziek van wordt?
K: Dat is juist, als ziel weet ik dat ik dat niet moet doen, maar mijn lijf heeft zijn eigen wil. Denk je dat jij alleen last hebt van wat je meent dat goed is om te doen en het dan toch niet doet, omdat je zin in een chocolaatje hebt, terwijl je weet dat je dat niet zou moeten nemen.
M: Je treft me wel op een zwak punt.
K: Dat weet ik en daarom neem ik dat als voorbeeld, want ik heb dezelfde zwakke punten. Maar ik hou wel zielsveel van je.
M: Eigenlijk wil je zeggen dat we allemaal last hebben van het vinden van een balans tussen onze ziel en ons lichaamsego dat voor de pleziertjes gaat.
K: Dat is precies wat ik wilde zeggen. Net als mensen heb ik als hond die balans te zoeken en vinden. Dat is wel een beetje eigen aan verder geïndividualiseerde dieren, zeg maar dieren die verder ontwikkeld zijn. Anders volg je als dier veel meer je instinct en je gewoontes. Nu heb ik er een extra uitdaging bij gekregen. Als voorbeeld: ik weet dat chocola heel slecht voor een hond is, het tast ons centrale zenuwstelsel aan omdat we het niet goed kunnen afbreken. Toch ben ik dol op chocola en krijg ik af en toe een heel klein stukje van jou en daar geniet ik van. Spiritueel gesproken ben ik nu ook onderhevig aan de dualiteit, terwijl ik als gewoon eenvoudig dier daar geen last van zou hebben.
M: Dank je wel voor dit gesprek. Wil je nog iets kwijt?
K: Ja, ik wil dat alle mensen weten dat honden heel bijzonder kunnen zijn, maar dat het ook gewoon honden zijn, terwijl ze bijzonder zijn. Begrijp dus dat ze stout en ondeugend kunnen zijn en kijk er met liefde naar, zoals jij dat meestal ook doet.

250729