Hoe wij met dieren en de aarde omgaan kan allang niet meer door de beugel. We hebben het evenwicht behoorlijk verstoord. Wat vinden dieren er zelf van?

Kaila is verslavingsgevoelig

Huisdieren in huis is een voortdurende bron van plezier, inspiratie en zorgen. Over Kaila heb ik al vaker geschreven, ze is een ongelooflijke knuffel hond maar ze is ook duidelijk verslavingsgevoelig. Op plekken waar wij vaak wandelen in ’t Gooi is de drugsoverlast altijd aanwezig. Daarom lopen we zo veel mogelijk buiten de bekende overlastplekken. Maar soms vindt ze restanten van peuken op de hei of in het bos. En ze weet heel goed waar ze moet zoeken. Inmiddels herkennen we allebei de symptomen, ze wordt incontinent, kan haar kop niet meer goed overeind houden en is een zielig hoopje hond. Tot ze tien uur later weer langzaam tot zichzelf komt.
Maar afgelopen zondag was het anders. Ze is dol op chocolade en af en toe krijgt ze een heel klein stukje van mij als ik ook wat neem, want haar baasje is ook gek op chocolade, puur met nootjes. Zoals iedere hond heeft ze een geweldig reukvermogen en als ze iets naar haar zin ruikt, weet ze wat ze wil. Zo had ik een stuk chocolade gekocht en naast me op mijn bureau gelegd. Zolang iets verpakt is kan ik er goed vanaf blijven, maar dat is anders als het open is. Terwijl ik vorige week stond te koken hoorde ik in mijn werkkamer geluiden, maar ja, ik was bezig en heb er niet te veel aandacht aan besteed. Tot het geluid wel erg duidelijk werd dat Kaila, de enige andere bewoner in huis, iets aan het eten was. Ze bleek die chocolade reep van mijn bureau gehaald te hebben en had een deel al bloot gemaakt en zat met haar tanden te schrapen aan de choco. Ik heb haar de reep dus afgepakt, de stukjes met haar tanden erop weg gegooid en de rest in een bakje met deksel achter mijn laptop gezet, buiten het directe zicht.
Nu was ik zondagochtend de AnimalTalks Nieuwsbrief aan het maken en ik was geconcentreerd bezig en nam af en toe een klein stukje chocolade. Chocolade, vooral pure, tijdens het werken, scherpt de hersen aan, is dus goed voor je. Ik was klaar, had alles gecontroleerd en net op verzenden gedrukt en ben daarna het vuilnis gaan wegbrengen. Ik was hooguit vijf minuten weg. Bij terugkomst lag het dekseltje van het chocolade bakje op de grond en al snel zag ik dat het bakje nog op mijn bureau stond maar wel helemaal leeg was. Kaila was op mijn bureau gesprongen, vermoedelijk via de stoel en had alles opgegeten. Ik vermoed dat ze ca. 100 gram pure chocolade heeft gehad. Dat is niet gezond. Maar aan Kaila was niets te merken, ze gedroeg zich gewoon en verried op geen enkele manier dat zij de schuldige was. Maar ja, er zijn geen andere mogelijkheden meer. Op internet opgezocht dat deze hoeveelheid chocolade bij haar gewicht levensbedreigend is. Dus de dierenarts gebeld, de weekeind waarnemer is de Universiteitskliniek Diergeneeskunde in Utrecht, dus wij daar heen. Ter plekke windt Kaila iedereen om haar pootjes door haar grote enthousiasme, echt iedereen vindt haar leuk. Ook best lastig. Maar ze moet de handel uitbraken, dus krijgt ze een prikje om te gaan braken. Na een kwartier komt het op gang en ze gaat nog even door en aan alles is te merken dat ze zich ellendig voelt. Na een tweede injectie, nu om haar misselijkheid tegen te gaan, komt ze weer vrolijk mee naar huis met norit mee dat ze nog vier keer moet nemen. Tot zover wat er is gebeurd. Maar hoe heeft Kaila dat zelf ervaren? Heeft ze er van geleerd?

M: Dag Kaila, kunnen we weer eens praten?
K: Ja, dat werd tijd.
M: Ik zou graag willen weten hoe jij het hebt ervaren toen je naar de dierenkliniek in Utrecht moest?
K: Daar kan ik kort over zijn. Allemaal aardige mensen, maar toen kreeg ik een spuitje en werd ik goed misselijk en moest ik spugen en spugen en weer spugen. Dat was niet fijn.
M: Maar je moest spugen omdat je chocolade had gegeten dat heel slecht voor je was en daarom moest je dat uitspugen. Je had er misschien wel aan dood kunnen gaan.
K: Was dat zo erg? Ik voelde me helemaal niet ziek na dat gegeten te hebben, het was heerlijk. En dood is zo definitief. Ik mis het baasje nog steeds.
M: Ja, Kaila ik mis haar ook, maar we hebben het nu over iets anders. Hoe voelde dat je naar de dierenarts moest en dat je moest kotsen om alles uit te spugen?
K: Ik merk dat je niet wilt praten over de doord van het vrouwtjes, zullen we dat dan een andere keer doen? Zoals ik al zei, dat was bepaald niet fijn.
M: Maar waarom heb je die chocolade dan gestolen en allemaal opgegeten?
K: Omdat het zo lekker rook en ik jou er van zag eten en ik er ook graag van wilde eten. En toen jij weg was, leek het me een goed moment om die chocolade eens op te zoeken. Dat heb ik gedaan, je had het best goed verstopt, maar ik kon het toch eenvoudig vinden. Alleen kon ik er moeilijk bijkomen. Maar ik ben vindingrijk en het is me gelukt.
M: Je klinkt er nog trots op ook.
K: Dat mag je wel zeggen, het viel niet mee het te pakken te krijgen. Je had het me niet makkelijk gemaakt.
M: Maar iets van tafel stelen is toch niet juist?
K: Jij mag er wel van eten en ik niet? Dat is niet juist. We delen bijna altijd alles en dat had je nu niet gedaan, dat vond ik niet eerlijk.
M: Maar chocolade is erg slecht voor je en daarom geef ik het niet aan jou.
K: Maar het ruikt heel lekker en het smaakt heel lekker, geen reden dus om niet te delen.
M: Jawel een goede reden, je kunt er aan doodgaan. En ik wil dat we nog heel lang samen kunnen zijn, dus ben ik zuinig op je.
K: Dat begrijp ik, en het is ook jouw taak goed op mij te letten dat ik gezond blijf. Daarvoor ben ik hond en jij mens.
M: Ik probeer dat goed te doen, maar jij maakt het mij niet makkelijk door chocolade te stelen.
K: Ik vind stelen zo naar woord, ik heb er ook wat van genomen, en ik had er eigenlijk recht op, want jij hebt het niet gedeeld met mij.
M: Zo draaien we in kringetjes rond, maar ik zal beter opletten.
K: Waarom is chocolade voor mij slecht en niet voor jou?
M: Dat is een slimme vraag. Eigenlijk is het voor mij ook niet goed, maar kleine beetjes zijn wel goed voor me, dat helpt mijn hersens. En ik ben veel zwaarder dan jij waardoor ik er meer van kan hebben dan jij.
K: Dus alleen omdat jij veel zwaarder bent dan ik mag jij het wel eten en ik niet?
M: Daar komt het wel op neer.
K: Dus ik word gediscrimineerd omdat ik niet zo zwaar ben? Rare wereld.
M: Ja, je bent mooi slank, maar ook als je niet slank zou zijn, mag je er toch maar heel weinig van.
K: Gewoon niet eerlijk.
M: Heb je er nu van geleerd dat je geen chocolade meer moet eten?
K: Ik kan wel zeggen dat ik het nu weet, maar ik ben een hond en ik zal bij de volgende gelegenheid beslist weer toeslaan, want het was wel heel lekker.
M: Onverbeterlijk dus?
K: Dat is jouw verantwoordelijkheid.
260128

Hartesprongetjes

Lieve AnimalTalks liefhebbers, met Eddy en Piek heb ik afgesproken om elke drie weken de op mijn pad gekomen wijsheid van de dieren met jullie te delen. Dus vandaag lezen jullie mijn eerste blog die ik niet schrijf als gast. Het voelt ineens echt, merk ik. Bij het woord echt gaat mijn aandacht uit naar de zwarte Specht die in het bos achter mijn huis leeft. Ik kom hem vaak tegen als ik mijn hondje Maya uitlaat.

Ik besluit contact te leggen met deze Specht. Hij reageert meteen met ‘Knock knock, who is there?’ De grapjas. Maar ook terecht, ik had mezelf nog niet met naam kenbaar gemaakt. Ik vertel hem dat ik Barbette heet en dierentolk ben. ‘Oh’, zegt hij. ‘Jij loopt altijd met dat guitige, bruine hondje.’ Dat klopt. ‘Dan weet ik wie je bent.’

Hij herinnert zich onze fysieke ontmoeting vorig jaar. Hij steeg toen op uit de varens naast het pad, fladderde zijn wendbare lijf in een oogwenk onder de riem tussen Maya en mij door en steeg zó de boomkruin in. Deze buiteling voltrok zich pal voor mijn ogen die ik op dat moment bijna niet kon geloven. Een zwarte specht is zeldzaam en leeft teruggetrokken in het bos. Het was kort na een spannende operatie en ik zag dit moment dan ook als een cadeau.

Ik vertel hem nu hoe bijzonder het was dat hij zich zó dichtbij aan me liet zien. ‘Je hart maakte een sprongetje’, zegt de Specht. ‘En dat was precies mijn bedoeling. Om je blij te maken. Je even laten zien dat het leven bijzondere verrassingen heeft als je ze totaal niet verwacht.’

Hoewel de Specht zich niet zo vaak laat zien, hoor ik zijn zang wel vaak. Meestal dichtbij en soms juist verder weg. Ik zeg: ‘Jou horen is één, maar zién is twee’. Daar is de Specht het niet mee eens. Hij zegt: ‘Voor jou is zien ook één.’ Hier moet ik even over nadenken. Hoe kan er nou meer dan één ding op nummer één staan.

‘Rangorde compliceert’, zegt de Specht dan. ‘Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is. Naar welke stem luister je in dit afweegproces. Is er een boventoon waarnaar je kunt luisteren of hoor je vooral lawaai’. Interessant. Iets op een rijtje zetten is cognitief. Maar naar een boventoon kunnen luisteren, en daarop vertrouwen, veronderstelt een innerlijke wijsheid.

Iets op een rijtje zetten veronderstelt wikken en wegen. Het is niet altijd duidelijk wat op één moet en of dat de terechte plek is

Ik denk bij het woord boventoon meteen aan zijn eigen doordringende zang. Een toon die als een echte lijn, en ook als een rechte lijn, dwars door al het andere gekwetter (lees: lawaai) heen snijdt. Terwijl ik dit schrijf besef ik me ineens dat het woord echt het grootste deel is van het woord recht en ook van het woord Specht! Ligt hier een verband?

‘Zie mij als de spiegel van echtheid’, zegt de Specht dan. ‘Ik ben wars van oppervlakkige praatjes, verhullende flauwekul en onnodige franje. En ik sla aan op echtheid en waarachtigheid. Die vormen de basis voor veiligheid in jezelf. En voor vertrouwen. En daarmee je innerlijke wijsheid’. Ja, er ligt dus duidelijk een verband.

Bij dit besef speelt er een zijstapje door mijn hoofd. Ik spreek de laatste tijd vaak met de dochter van mijn overleden man. Door haar echtscheiding maakt ze een moeilijke tijd door. Ze mist de wijze raad van haar vader. Ik probeer haar in zijn geest bij te staan en bel haar geregeld op. Zo ook geregeld tijdens de lunchwandeling met Maya. Bij ieder bosgesprek laat de Specht zich luidkeels horen. Waarom doet hij dit, vraag ik hem.

‘Mijn boventoon resoneert dwars door alles heen. Trouwens, ook mijn geroffel hamert overal doorheen. Als je mij eenmaal hebt gehoord, kun je mij niet meer niet horen. Mijn urgente zang zegt: luister! Waar gaat het nu écht om! De rest is lawaai. Daar word je niet blij van. Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje. Dat is je beste raadgever.’

Luister naar waar je echt blij van wordt. Als je echte blijheid voelt, dan voel je een hartesprongetje

Wat mooi gezegd, Specht! Maar waarom zing je steeds door onze gesprekken heen? ‘Nou’, zegt de Specht, ‘jullie hebben het over dingen die écht veranderend kunnen zijn voor haar leven. Als spiegel van echtheid onderstreep ik dit met mijn boventoon. Want het lawaai in haar leven vertroebelt haar innerlijke wijsheid soms. Terwijl ze er meer dan ooit aan toe is om echt voor zichzelf te kiezen. Dan ervaart ze steeds minder lawaai. Daar gaat ze blij van worden. En hartesprongetjes ervaren. En haar eigen innerlijke wijsheid weer meer vertrouwen. Het komt heus goed.’

Hier hebben we het samen geregeld over gehad. Maar aan zo mooi als de Specht dit alles verwoordt, kan ik niet tippen. Ik vraag aan mijn dochter (aan het woordje ‘stief’ doen we niet), of ik hierover deze blog mag maken. Ze vindt het goed.

Heerlijk zo’n spiegel van echtheid en de rechte lijn naar hartesprongetjes. Ik ga er zelf ook nog eens een poosje op kauwen. Dank je wel, wijze en heldere Specht! En lieve AnimalTalks liefhebbers, jullie bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

De roep van een zwarte specht klink zo, klik hier.

Bronvermelding: foto van de site van de Vogelbescherming

Bronvermelding: geluidsfragment van BNN-VARA Vroege Vogels

Grenzen of doelen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, op de valreep van dit jaar schrijf ik mijn tweede gast blog. Ik ben van plan om wat vaker van me te laten horen. Wat is het heerlijk om de wijsheid van de dieren met jullie te delen.

Vandaag neem ik jullie graag mee in de eye-openers die Luca, een hondje van 1,5 jaar uit Roemenië, zó uit haar mouw schudde. In mijn praktijk kom ik geregeld in contact met buitenlandse hondjes. Het lijkt wel alsof ze het in hun genen hebben om vooral op hun eigen autonomie te vertrouwen. Ze laten zich niet makkelijk iets ‘wijs maken’ door ons mensen. Vaak hebben ze in hun vroege leven ook niet veel aanleiding gehad om iets van mensen aan te nemen. Dit maakt het samenleven met deze lieve hondjes wel eens uitdagend, zacht uitgedrukt.

Luca toont zich als een zacht, lief en gevoelig hondje, dat snel last heeft van stress, zeer alert is en heel urgent kan blaffen. Wandelen is zo stressvol voor haar, dat dit voorlopig nog niet gaat. Gelukkig hebben haar mensen een grote tuin. Daar kan Luca een plas en een poep doen. Alleen thuis blijven vindt ze ook erg spannend; dit gebeurt daarom nog niet.

Haar mensen investeren veel geduld en liefde in de relatie met dit hondje. Ze begeleiden haar ontwikkeling tot een huishond steeds vanuit respect en vertrouwen. Daarbij lopen ze af en toe tegen hun eigen grenzen en mogelijkheden aan. Ze vragen zich af wat Luca nodig heeft om te leren meer rust te vinden, zodat ze bijvoorbeeld samen kunnen wandelen en de mensen geen gehoorbescherming nodig hebben bij de geringste reuring buitenshuis.

Ik ben hier heel benieuwd naar en leg contact met Luca. Als eerste geeft ze aan dat ze heel graag de hond wil worden die ze diep van binnen is. Ze laat zien dat ze een hond is met meer pit dan nu zichtbaar is. Er zitten allemaal laagjes overheen, als een soort buffertje. Haar buitenkant is daardoor anders dan haar binnenkant, zegt ze. Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern. Want daar zit niet alleen meer pit, maar ook haar vertrouwen en zekerheid. En vandaar uit kan ze meer en makkelijker leren.

Ze vraagt om hulp bij het vinden en ontbloten van haar kern

Wat een lieverd, om meteen op tafel te leggen waar dit over gaat en om hulp te vragen. Ik nodig haar uit om aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe die hulp er voor haar uitziet. Dan vertelt ze dat ze merkt dat haar mensen soms wel eens over hun grenzen en mogelijkheden heen gaan in hun goede zorgen voor haar. Maar dat dit haar niet per se helpt. Volgens Luca is het onderdeel van respectvol met elkaar omgaan om ook te kunnen aangeven wat niet (meer) oké is. Ze doelt daarmee bijvoorbeeld op de routine die erin is geslopen om haar ’s nachts zo nodig een plasje in de tuin te laten doen. De gebroken nachten zijn voor de mensen echter niet vol te houden. En de routine moet voor allebei prettig zijn, mens en hond.

Luca vertelt me aan de hand van dit voorbeeld dat ze niet wil dat de mensen zich voor haar in bochten moeten wringen. ‘Want’, zo zegt ze met een klip en klare eenvoud, ‘dan lukt het me niet om in de overgave te komen. En overgave is nodig om dingen anders te leren doen.’ Zo, die zit. Zonder overgave geen verandering. Dank je wel, Luca.

Overgave is nodig om dingen anders te leren doen

Haar mensen vragen door op hoe dit dan in de praktijk werkt. Luca kan heel goed aangeven welke aanpassingen mogelijk zijn die voor beiden kunnen werken. Ze laat zien dat ze een duwtje in de goede richting prima kan hebben. Uit haar heldere tips blijkt dat er inderdaad meer pit zit in dit dametje dan eerder gedacht. Hieruit putten haar mensen het vertrouwen om de tips daadwerkelijk te gaan uitproberen. En ook dat ze ergens naar toe kunnen werken met elkaar.

Maar hier bleef het niet bij. Een volgende eye-opener kwam in het vervolg gesprek een paar weken later. Op veel vlakken ging het beter met Luca en hun samenwerking. Toch hadden haar mensen nog wat vragen. Ik legde contact met Luca om ze één voor één met haar door te nemen. Maar het liep anders.

Luca begon namelijk met een vraag aan míj. Ze vroeg of ik haar mensen wilde vragen om haar te gaan behandelen als de hond waarvan ze weten dat die van binnen in haar zit. De hond met pit, zekerheid en vertrouwen. Dit helpt haar om te zien waar ze naar toe kan groeien. Namelijk naar haar eigen kern die nu nog verstopt zit. Het omgaan met grenzen en mogelijkheden was een goede eerste stap. Maar er is meer nodig. Een doel. Haar kern. ‘Want’, zo zegt ze, ‘grenzen beperken en doelen geven richting’. Nou, zeg! Ook die zit.

Grenzen beperken en doelen geven richting

Ik laat in overleg met haar mensen hun eigen vragen even zitten en vraag hierop door. Luca legt het heel goed uit. Voor haar is het stellen, en tonen, van doelen duidelijker en meer uitdagend en verbindend dan begrenzen. Ook een doel geeft afbakening, net als begrenzing. Het fijne van doelen is dat je eraan kunt werken en dat je dit samen kunt doen. Hierdoor zijn doelen niet alleen richting gevend maar ook uitdagend en verbindend. Iets om naar toe te groeien. In haar geval naar het ontbloten van haar kern, waarin haar zekerheid en vertrouwen zit. En haar leervermogen. Daarom vroeg ze haar mensen om haar te behandelen alsof dit doel al bereikt is. Want dit geeft houvast om naar toe te groeien, ook al gaat hier tijd overheen.

Lieve Luca, wat een prachtige wijsheid. En hoe toepasbaar in het dagelijkse leven, ook van mensen. Ik zie een parallel met de goede voornemens voor het nieuwe jaar. Welke grenzen leg ik mezelf voor 2026 op: meer van dit of minder van dat… Geïnspireerd door Luca besluit ik voor 2026 wat doelen op een rijtje zetten en aan mezelf te tonen hoe dat eruit ziet. En dan, hup – in de overgave want anders komt er nog niets van terecht!

Bedankt, lieve Luca, voor je wijze inzichten! En bedankt, lieve AnimalTalks liefhebbers, voor jullie aandacht. En op naar een stralend 2026!
Barbette de Graaf

Ga er doorheen

Het zal niet verwonderlijk zijn dat mijn gedachten deze dagen veel bij het overlijden van de vrouw van Eddy zijn. Als ik een gesprek met dieren wil beginnen, blijkt dat dit automatisch een onderwerp van gesprek wordt: ik gooi de vraag in de lucht wie er iets wil vertellen over rouw. Met dat ik dat doe denk ik dat deze vraag veel te open is, maar er komt meteen een olifant in beeld.

“Ik kan je erover vertellen,” zegt ze. “Ieder is uniek en vervult een eigen rol.” Hiermee haakt ze in op mijn nog niet geformuleerde vraag hoe het kan dat het ons vaak overvalt als iemand hier fysiek verdwijnt. Ondanks dat we weten dat elk leven tijdelijk is en het elk moment voorbij kan zijn.

“Met wie spreek ik?” vraag ik. “Noem me maar moeder overste.” “Dat vind ik flauw. Als het goed is weet je dat ik niks meer met religie heb en ook spiritualiteit kan ik in twijfel trekken.” “Het gaat erom dat ik een overkoepelende taak heb. Er is een hiërarchie in jaren en in opgebouwde ervaringen. Moeders zijn vaak overkoepelend. Ze houden van bovenaf de groep bij elkaar. Ze hoeven niet zelf in de arena te staan; dat is al bevochten en uitgespeeld.”

“Ik denk dat je oma’s bedoelt?” “Ja, dat zei ik: moeder overste.”

Ik grinnik om haar rustige consequentie in benaming.

“Een moeder overste ziet en (er)kent alle kwaliteiten van iedereen en als iemand wegvalt is dat een groot gemis. Wij rouwen intens. Wij herkauwen wat iemand betekende.”

“Kan het niet beter zijn om iemand bij leven te eren en waarderen?”

“Ja, dat is harmonie. Als dat er is, heeft het niet veel woorden nodig.”

Ik begrijp in één ogenblik het woord harmonie in z’n volle betekenis.

Op dat moment begint de kleinzoon waar ik op pas te huilen. “Sorry, ik moet weg,” laat ik de olifant weten.

“Natuurlijk, je moet naar je bambino toe.” Bambino? Dat woord gebruik ik nooit. Wat is dit nou weer?

De volgende dag maak ik weer contact en ik excuseer me dat het gesprek afgebroken werd. “Ja, die versnippering in aandacht. Daar kunnen jullie nog wat aan doen. Jij ook.”

Ik voel me weer een beetje op m’n nummer gezet en realiseer me tegelijkertijd dat de olifant gelijk heeft. Mijn aandacht is af en toe net een flipperkast: het schiet alle kanten op.

De olifant laat zien dat zij met elkaar één veld zijn. “Daar halen we energie uit. Er is volop aandacht voor elkaar. Wij werken altijd naar harmonie.” In mijn beeld ontstaat een grazende kudde olifanten, ieder voor zichzelf bezig met eten zoeken maar ondertussen verbonden met elkaar.

“Om terug te komen op rouw. Hoe doen jullie dat nou precies?”

“Als iemand komt te overlijden dan ontstaat er een groot gat.” “Ik noem dat wel eens de prijs van de liefde,” val ik de olifant in de rede. “Dan betrek je het weer erg op jezelf, op wat jij voelt en wat het met jou doet. Maar wij zien het breder: iemands kwaliteiten die hij had in de persoon die hij was vallen weg in de groep.”

“Wij hebben de term: de tijd heelt alle wonden.”

“Dat is niet waar. Het is een vlies dat langzaam dikker wordt. Maar er kunnen onverwacht gaten in vallen en dat is zeer pijnlijk.”

“Heb je tips voor ons mensen, als het over rouw gaat?”

“Ga er doorheen. Beleef het in alle rauwheid.”

Tekening: Rien Poortvliet

Kaila is in de rouw

Zondag heb ik Piek gevraagd of ze woensdag voor mij een blog kan schrijven, mijn hoofd staat er niet naar. Maar het is volstrekt duidelijk dat onze hond Kaila in de rouw is en het is duidelijk waarom, mijn vrouw is aan de laatste uren van haar leven begonnen en Kaila heeft gisteren afscheid van haar genomen op haar manier. Maar duidelijk is ook dat ze in de rouw is. Dus tijd voor een gesprek en dan kan ik er meteen ook een blog van maken.

M: Lieve Kaila, ik zie dat je het heel moeilijk hebt, wil je er over praten?
K: Ja, graag, dit ken ik niet dit gevoel, het is nieuw voor me, maar ik voel me niet fijn. Vanochtend op de hei was geen probleem, daar kan ik hond zijn en geniet ik. Maar nu ben ik weer thuis en voel ik dat het vrouwtje nog maar een heel klein beetje aanwezig is en dat voelt raar. Anders is ze heel erg aanwezig.
M: Dat heb je mooi verwoord. Ze is inderdaad aan het doodgaan en zal de komende uren of dagen overlijden. Dus als jij zegt dat ze maar een klein beetje aanwezig is, begrijp ik dat.
K: Ze voelt niet alleen nauwelijks aanwezig, maar ze ruikt ook niet fris. Ik heb wel door dat er dingen anders zijn en dat ik ook enkele dagen uit logeren was, maar toen ze thuis kwam rook ze heel anders. Dat vond ik een beetje angstig, dus wilde ik niet meteen bij haar op bed komen. Gisteren ben ik wel bij haar op bed geweest en kon ik eindelijk een beetje ontspannen bij haar, ik heb haar hand gelikt en ze kroelde me een beetje. Maar daarna voelde ik me zoals nu, jij noemt dat ‘moeilijk’ hebben. Maar als je zegt dat ze dood gaat, dan is het toch logisch dat ik dat niet wil. Want dood betekent ook verandering. Ze is dan voorgoed weg en zie ik haar niet meer. Dat wil ik niet. En ik zie dat jij ook heel droef bent en alle lieve mensen in huis, die maar komen en gaan, zijn ook droef. Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat.

Alsof droef zijn een besmettelijke ziekte is. En soms wordt er gelachen en kijkt iedereen weer blij, maar hoe kan dat als je weet dat het vrouwtje dood gaat

M: Ik snap dat je dat vreemd vindt, maar voor ons mensen geldt ook wat voor jou geldt. Toen je vanochtend op de hei liep kwam je vriendjes tegen en daar heb je mee gespeeld en was je niet droef. Wij komen geen oude vriendjes tegen maar halen oude herinneringen op en die kunnen mooi zijn, waardoor we ons weer even blij voelen. En dan komen de droeve gevoelens weer boven en is het zwaar en moeten we soms huilen.
K: Dat ziek ik heus wel en dan kan ik soms hulphond zijn, maar niet iedereen kan ik troosten. Sommige mensen laten dat toe, andere mensen duwen me dan weg, dat vind ik lastig, want ik wil ze alleen maar helpen met mijn liefde.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt als mensen je weg duwen, zeker als je alleen maar wilt troosten. Maar voor veel mensen is troosten al mooi als je alleen maar stil bij ze gaat zitten. Niet iedereen is blij met jouw lieve neus voor hun neus. Dus moet je dat ook kunnen accepteren dat sommige mensen je wegduwen.
K: Sommige mensen die even binnekomen en allemaal een beetje ziekenhuisachtig ruiken, duwen me helemaal weg, dat vind ik niet zo leuk.
M: Dat heb ikje al vaker gezegd, niet iedereen is dol op jou of dol op honden algemeen. Sommige mensen zijn zelfs bang voor je, ondanks dat je zo lief bent.
K: Ik weet dat je daar altijd al over spreekt, al sinds ik een pup was, dat sommige mensen het niet fijn vinden als ik tegen ze opspring. Maar ik kan dat niet laten, ik wil lief zijn.
M: Dat weet ik lieve Kaila, maar veel mensen begrijpen dat niet. En die duwen je dan weg.
K: Ja, maar waarom doen ze dat dan als ze komen helpen en ik ook wil helpen.
M: Deze discussie hebben we nooit kunnen oplossen, jij vindt alle mensen lief, maar niet iedereen vindt jou lief, sommige mensen zijn gewoon bang voor je.
K: Daar is geen reden voor. Maar goed, dit laten we even voor wat het is. Gaan er dingen voor mij veranderen als het vrouwtje er niet meer is?
M: Laat ik je daar gerust stellen, jij blijft gewoon bij mij wonen en we blijven wonen waar we nu wonen, alleen zijn we dan met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Dus wij blijven gewoon bij elkaar, maak je daar niet ongerust over, is dat afgesproken?
K: Fijn dat je dat ze stellig zegt. Ik hou van jou en wil heel graag bij jou blijven.
Inmiddels is Kaila weer rustiger geworden, het gesprek heeft haar goed gedaan.
251215

 

Hyronimus over verbindende politiek

Het is beslist niet de bedoeling om deze site te gebruiken voor politieke doeleinden. Maar in onze laatste Nieuwsbrief van 30 november 2025 heb ik dit onderwerp aangesneden. Hoe kunnen we onze maatschappij zodanig inrichten dat de tegenstellingen die nu zo diep zijn, met uitsluitingen van elkaar, meer in harmonie is.

M: Beste Hyronimus, ik wil je al weer heel graag consulteren. In onze laatste Nieuwsbrief stelde ik de vraag aan de lezers om in de gesprekken die we met dieren voeren deze vraag eens te stellen: hoe wij als mensen onze maatschappij op een verstandige manier zouden kunnen inrichten? Logisch lijkt dan ook dat ik die vraag ook stel en dan kom ik automatisch bij jou uit als mijn gids.
H: Dat is een boeiende vraag. Maar ben je niet bang als jij deze vraag al bij voorbaat beantwoord door een gesprek met mij bijvoorbeeld, dat andere dierentolken dan geen gesprekken gaan voeren met hun dieren?
M: Ik heb me dat wel afgevraagd maar ik denk dat er zoveel invalshoeken zijn als er mensen en dieren zijn en dat het dus hopelijk juist anderen zal inspireren om die vraag ook te stellen.
H: Als dat jouw insteek is, zal ik graag op je vraag ingaan. Als ik jullie situatie zou moeten analyseren zou ik zeggen dat de middelen en welvaart in de wereld niet eerlijk verdeeld zijn. Dat leidt ertoe dat groepen mensen naar andere oplossingen zoeken voor zichzelf om het beter te kunnen krijgen. Dat doen dieren ook. Als er ergens in een gebied niet meer voldoende voedsel te vinden is, moeten ze overgaan op ander voedsel, en velen kunnen dat niet, of moeten ze op zoek gaan naar plekken waar wel voldoende voedsel aanwezig is. Als je nu op deze wijze naar mensen kijkt, begrijp je waarom ze willen verhuizen. Dan kijk je natuurlijk naar de plekken waar het goed is, in jullie geval is dat veelal Europa als je vanuit armere streken komt. Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is.

Maar jullie mensen zijn bang dat als je moet delen dat er dan niet genoeg voor iedereen is

Dus volgt er weerstand. Maar hoe doen de dieren dat? Sommige dieren zijn heel tolerant en schuiven een stukje op, zodat er genoeg voor iedereen is, of ze delen wat er is en zeuren niet. Andere dieren zijn territorium gebonden en verdedigen hun territorium met hand en tand. Zij dulden geen indringers. Die indringers vechten terug en winnen of verliezen en de verliezers moeten dan verder trekken. Jullie gedragen je als territorium gebonden en verdedigen jullie territorium met hand en tand. Daarbij is alles geoorloofd als de indringers maar niet in jullie territorium komen. Maar jullie zijn niet gebonden aan een territorium, jullie kunnen probleemloos verhuizen en er is ook genoeg om te delen. Want veel van het voedsel dat jullie produceren exporteren jullie, dus dat ‘geef’ je aan anderen. Hier ligt dus de kern van het probleem.
M: Dat is een mooie analyse, maar welke oplossing bestaat er?
H: Ja, dat is nog een lastige omdat de tegenstellingen zo groot zijn en er mensen zijn die er baat bij hebben om die tegenstellingen uit te vergroten. Want daar worden ze belangrijk van, groeit hun ego. De analyse zegt dat er feitelijk niet echt een probleem zou hoeven zijn en als dat er wel zou zijn is dat oplosbaar, zonder dat je oorlog voert tegen die migranten, die op een beter leven hopen. Er is genoeg voor iedereen in dit deel van de wereld. Het probleem is dus het menselijk ego, die baat heeft bij het feit dat het ego belangrijk is en dat kun je gemakkelijk bereiken door strijd te propageren. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je zou moeten doen om problemen op te lossen. Je moet zoeken naar wat je met elkaar verbind en in harmonie zoeken naar oplossingen. Dat kan betekenen dat je iets moet opschuiven, maar die iets opgeschoven plek kan ook veel mooier zijn dan de oude plek, maar dat hoeft niet. Wees dan blij met dat je het leven van een ander mooier hebt gemaakt. Dat kan ook veel vreugde geven.

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt

Hoe los je tegenstellingen op? Door met elkaar in gesprek te gaan, zoeken naar wat verbindt. Jij zegt zelf altijd: als je buurmeisje piano speelt maar het nog aan het leren is, en je houdt van dat meisje, dan luister je er met genoegen naar en verheug je op haar vorderingen. Maar is het een irritant meisje dan erger je iedere keer dat je haar hoort spelen, ook al zou ze nog zo mooi spelen. De persoonlijke band is dus van belang. Die kun je uitsluitend krijgen door met elkaar in gesprek te gaan. Is dit een beetje zoals je had gehoopt dat ik zou antwoorden?
M: Ik had geen idee wat je zou antwoorden. Je analyse was duidelijk, maar de oplossing is niet bepaald eenvoudig. Ik ben heel benieuwd hoe andere dierentolken hier tegenaan kijken en roep iedereen op om wat in te sturen. We zullen zo veel mogelijk meningen laten horen, zolang het naar oprechte oplossingen op zoek is. Intolerante inzendingen en/of opmerkingen passen niet binnen deze groep en zullen we dus negeren.
251203

Ratten en katten

Sinds de bomen bij ons aan de waterkant gekapt zijn, kom ik meer dode ratten tegen dan daarvoor. Ik vermoed dat de dieren minder schuilplekken hebben en een makkelijkere prooi zijn voor katten.

“Kun je niet wat doen aan al die katten?” hoor ik meteen. “Ze bemoeilijken ons leven.”

“Ja, er lopen inmiddels aardig wat katten rond,” antwoord ik. “Maar ik ga daar niks aan doen. Het zijn zwerfkatten maar ik ben blij met ze en de bedrijven hier ook.” Ik realiseer me dat zowel ratten als zwerfkatten maatschappelijk als probleem gezien worden.

Er klinkt wat gemurmel. De ratten laten weten dat ze het liefst vrij rondlopen. Ze moeten nu behoorlijk opletten.

“Wij zijn geen jagers. Wij eten restafval.”

“Nou, volgens mij eten jullie toch ook wel muizen en slakken en weet ik veel wat nog meer…”

“Ja, maar we zijn anders dan katten.”

Ze laten me zien dat zij dan wel snel zijn maar dat katten zich anders gedragen. Ze liggen of zitten lang stil en kunnen dan ineens een grote sprong maken. Ondanks dat de ratten dus vinden dat ze snel zijn kunnen ze toch de dupe worden van zo’n vliegend object als een springende kat.

“Irritant.” Weer datzelfde gemurmel. “Er verdwijnen sleutelfiguren bij ons.” Ze doelen daarbij op ouders die de jongen nog moeten voeden.

Ik begrijp de onvrede van de ratten maar ik wil er niet teveel op ingaan.

“De nachten zijn stil.” Het komt er bijna filosoferend uit. “Dat is fijn.”

“Ik zie jullie niet meer aan boord.”

“Nee, die katten waren voor jou een goede zet. Zonder hen vertrokken we niet.”

Hmmm, denk ik, waarom hadden ze dat nou niet even gedaan voor me? Ik heb er zoveel tegen proberen te doen en de oplossing bleek gewoon katten te zijn.

“Iets anders: ik hoorde laatst van mensen dat er regelmatig overdag ratten gesignaleerd worden in de stad. Hoe zit dat?”

“Als wij met meer zijn, voelen we ons vrijer – zekerder – overmoediger. Samen zijn we groot en sterk. Dan worden we vrijmoediger.”

“Toch lijkt het me niet handig als jullie je overdag zoveel laten zien.”

“Wij zijn er altijd. Maar je hebt gelijk, als we elkaar niet zien is er niks aan de hand.”

“Toch nog even één dingetje… als jullie de huizen in trekken, kan het zijn dat jullie dingen kapot maken. Daar houden mensen niet van.”

“Ach, dat is de hebberigheid van mensen.” De ratten doelen op het feit dat mensen iets bouwen of kopen en dan vinden dat het van hen is.

“Nou,” werp ik tegen, “houd daar dan toch maar rekening mee. Hoe minder jullie kapot maken, hoe minder jullie aanwezigheid opvalt.”

Om op het eind even vrienden te maken met de ratten, vertel ik ze dat ik het vaak voor ze opneem als de term ‘ongedierte’ valt in relatie tot hen.

“Dank je,” hoor ik. In de welbekende eenvoud maar waarachtigheid waarop dieren iets kunnen overbrengen.

Wat is waar?

Het communiceren met dieren blijft interessant. Wat is waar, wat bedenk ik zelf, interpreteer ik wel goed?

De jonge zebra uit Uganda raakt me op een verfrissende manier.

Als ik contact wil maken met het dier, hoor ik: “Je zoekt me op land, maar ik ben hier.” Hij laat zich ergens in de lucht zien en mijn aandacht gaat van beneden naar boven.

“Hier treffen we elkaar,” zegt hij en ik weet niet of hij nu bedoelt dat alle zebra’s elkaar daar treffen of dat hij deze plek heeft uitgekozen als ontmoetingspunt tussen ons.

Kennelijk merkt hij wat verwarring bij me want meteen hoor ik: “Je wilt naar mijn lijf? Okee, dan gaan we naar beneden.”

En hij brengt me bij een liggend zebra lichaam en hij zegt dat hij hierin behuisd is. Alweer verwarring bij mij. Liggen zebra’s? Ik zoek het even snel op internet op en lees dat zebra’s soms liggen, maar nooit allemaal tegelijk.

“Als we zo slapen, liggen we in een soort diepterust,” legt de zebra uit. “We doen het niet lang, maar het is diep en verkwikkend. De groep waakt.”

Ik voel aan het dier dat hun normale staat van zijn altijd alert is. Altijd oplettend, altijd ‘aan’, zoals we dat in de zorg dan zeggen.

“Ja, dat maakt het zebra-zijn uniek. Wij zijn altijd in de aan-fase en toch hebben we een evenwicht wat het zebra-zijn prettig maakt.”

Ik laat hem zien dat dat voor mij als vreemd aanvoelt: tegelijkertijd alert als ook een zekere ontspanning. Het lijkt mij vermoeiend en bijna niet mogelijk.

“Dat komt omdat jullie ook veel meer moeten doen. Jullie hersenen maken overuren, jullie hebben veel ontwikkelings- en ervaringsgebieden waar jullie aan willen deelnemen. Bij ons zijn geen hoge eisen. We leiden een rustig leven, maar wel alert.”

De zebra vindt dat hij genoeg contact heeft gehad en gaat weer terug naar ‘de cloud’. “Ik vind het ook fijn om daar te zijn,” reageert hij op mijn verbazing van zijn abrupte vertrek. “Hier is een collectief bewustzijn.”

Als we ‘opgehangen’ hebben, het contact verbroken hebben, laat hij me achter met een gevoel: is deze jonge zebra nou overleden of vindt hij het gewoon fijn om af en toe uitstapjes te maken buiten zijn lijfelijke staat van zijn?

Het feit dat ik me er niet druk om maak, doet me glimlachen. Ik hoef het niet meer uit te pluizen. Ik aanschouw en ervaar.

Veganist of vegetariër of anders

M: Beste Hyronimus, ik wil je een persoonlijke vraag stellen die me al even bezig houd.
H: Ga je gang.
M: Je weet dat ik probeer veganistisch te leven, zonder enig gebruik van dierlijke producten. Maar dat lukt me niet altijd, ik ben ook nog wel een beetje flexibel. Maar er is een product dat voor mijn gezondheid best positief zou kunnen werken dat ik niet wil gebruiken vanwege het feit dat er runder botten in verwerkt zijn.
H: Ik begrijp je vraag, maar zie het probleem niet. Als je puur veganist wilt zijn, gebruik je op geen enkele wijze producten die van dieren afkomstig zijn. Dus geen vlees en vis, maar ook geen melk, kaas, boter, honing, enz. Uiteraard dus ook geen runder botten. Dat is logisch.
Maar als je af en toe zondigt tegen je eigen principes door soms een stukje kaas te eten, maak een beetje runder botten toch ook niet meer uit?
M: Ja het voelt niet goed om iets te eten waar dieren voor gedood zijn en dus zijn runder botten voor mij toch iets anders dan kaas, daar is geen dier voor gedood.
H: Dat is een kunstmatig onderscheid. Voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood, want de koeien moeten zwanger blijven en er worden nu eenmaal meer stiertjes geboren dan vrouwelijke kalfjes. Die stiertjes zijn een restproduct en hebben nauwelijks waarde. Zo worden ze ook behandeld. Jouw beeld dat zuivel zonder dode dieren kan, is een illusie. En als je dat wel accepteert voor zuivel, waarom maak je dan geen gebruik van de restanten van dode dieren in een geneesmiddel of supplement? Echt hypocriet.

Ook voor de melkproductie worden er erg veel koeien gedood

M: Nou, je hebt een hard oordeel over me.
H: Nee, dat heb ik niet. Je krijgt de volledige keuzevrijheid of je het geneesmiddel of supplement wel of niet wilt gebruiken, maar je redenatie is hypocriet, klopt gewoon niet. Van zuivel genieten, ook al is het maar heel af en toe, gaat bepaald niet zonder dierenleed gepaard. Dat kun je en wil je ook niet ontkennen. Bouillon trekken van runder botten is een proces dat gebruik maakt van slachtafval, er wordt geen dier extra voor dood gemaakt. Dit zou dus veel eenvoudiger moeten liggen dan het eten van een stukje kaas.
M: Je geeft me een goede reden om hierover na te denken. Mijn gevoel loopt hier dus duidelijk niet synchroon met de ernst van de ingreep in mijn principes.
H: Als je een duidelijk principe wilt volgen moet je afblijven van alle dierlijke producten, dus ook dat ene stukje kaas af en toe. Dan kun je dit supplement ook niet gebruiken, in andere gevallen zou ik er geen punt van maken. Maar de keuze is aan jou.
M: Dank je wel voor deze wijze les.
251031

 

Hyronimus over reincarnatie bij dieren

M: Vandaag wil ik graag met je praten over een spiritueel onderwerp. Kun je me daarbij helpen?
H: Fijn weer van je te horen en ik verwacht dat het wel zal lukken. Wat dacht je van de gedachte aan reïncarnatie maar dan bij dieren?
M: Dat lijkt me een mooi onderwerp, maar het zet natuurlijk voorop dat je de wet van karma accepteert.
H: Uiteraard, maar die wet kent bijna iedereen, hetgeen niet wil zeggen dat alle mensen dat accepteren, want in sommige gevallen komt het niet overeen met het geloof dat mensen hebben, soms is dat zelfs strijdig.
Ik zal kort de basis van de wet uitleggen. Aan de basis staat de wet van evenwicht, actie leidt tot reactie, een basiswet, ook voor de westerse wetenschap. Als er een groter geheel is dat je God of Allah of Boeddha of Krishna of wat dan ook noemt, dan geloof je dat er een grotere macht achter de schepping ligt. Er is een grotere intelligentie die alles heeft geschapen, maar ook nog steeds schept. Dus je kunt je voorstellen dat een actie ook een uitgestelde reactie kan veroorzaken, een reactie met een geheugen. Het hoeft niet zo te zijn dat als je met een hamer op je duim slaat dat je meteen pijn hebt. Het kan ook zijn dat je een bloeduitstorting krijgt met een klein wondje die gaat ontsteken en dat je daarna pas echt pijn krijgt. Dat is een vorm van een uitgestelde reactie. Nog steeds heel snel, maar toch al een beetje uitgesteld. Sommige reacties worden zolang uitgesteld dat je er pas veel later een reactie op krijgt.
Stel je bent een moeder en je hebt een slecht huwelijk, je raakt aan de drugs als troost en je raakt helemaal in de vernieling. Het kan zijn dat je een kind had dat daardoor ook in ernstige problemen komt. Jullie hebben een band, de vader overigens ook en hij krijgt ook zijn aandeel in de reactie die de acties van jullie als ouders hebben veroorzaakt. Nu krijg je de reactie pas in een volgend gemeenschappelijk leven. Het kind is nu de ouder en de moeder is nu de dochter. Het kind krijgt de gelegenheid om aan de drugs te raken en in dezelfde fout te vervallen als de moeder (nu het kind) in een vorig leven. Maar het kind maakt de gezonde keuze en trapt niet in de verleiding van de drugs en wordt uiteindelijk een gewone jonge vrouw met een gelukkig leven. De moeder uit de vorige incarnatie heeft als reactie een leermoment voor zichzelf gekregen en die is op de goede manier opgelost. Maar ook voor de moeder, voorheen de dochter, is dit een leermoment dat ze meekrijgt. Om het niet al te ingewikkeld te maken heb ik andere relaties als de vader en broers en zussen en andere vrienden weggelaten. Het is al ingewikkeld genoeg.
Basis is dat de actie van de moeder in de vorige reïncarnatie een reactie als dochter in het huidige leven als gevolg heeft. Bedoeld als leermoment. De wet van karma wordt vaak als negatief afgeschilderd maar daar is geen sprake van. Je krijgt als ziel op deze Aarde, ook als dier, de kans om te groeien als ziel. De wet van karma helpt je daarbij. Je krijgt vergelijkbare kansen die je in eerdere levens hebt gehad, maar toen niet of onvoldoende hebt aangegrepen, opnieuw in een andere setting, maar je krijgt dezelfde groeikans. Maar omdat jouw acties ook invloed hebben op de levens van mensen en dieren om je heen, is de directie oorzaak en gevolg vaak niet te onderscheiden. Bovendien vergeten we onze vorige levens als we op Aarde zijn en lijkt het of we weer blanco moeten beginnen.
M: Dat was best ingewikkeld en dat is slechts de wet van karma uitgelegd. Hoe gaat het nu verder met reïncarnatie van dieren?
H: Omdat dieren geen individuele ziel hebben, maar deel uitmaken van een groepsziel, is de wet van evenwicht, vertaalt in de wet van karma iets anders, maar vergelijkbaar.
Ik zal weer proberen een voorbeeld te geven in een sfeer die we allemaal kunnen begrijpen en die sommige van jullie zelfs herkennen. Je moet daarbij bedenken dat reïncarnatie over een lange serie van levens gaat, tientallen en soms honderden. En dat is allemaal om je ziel te laten groeien. Zelfs als je deel uit maakt van een groepsziel, kan je ziel groeien. Ik heb dat al eens uitgelegd. Je kunt een groepsziel beschouwen als een vijver waarin in eerste instantie niets onderscheiden kan worden. Maar na verloop van tijd zie je een soort waterbellen in het water, het is dezelfde substantie maar er zit een klein randje omheen, maar het maakt wel onderdeel van het geheel uit. Dat is de groepsziel met een beperkte eigen ziel. Die bellen, individuele losse onderdeeltjes die wel onderdeel van het geheel zijn, kunnen ook groeien door hun levens. Nu naar het voorbeeld. Je hebt een hondje uit het asiel gehaald. Het blijkt een voormalige straathond uit een oost Europees land te zijn. Gered van straat, maar met wel al zijn straat overlevingsinstincten en de daarbij behorende eigenschappen. Dat is dus lastig in je huidige omgeving, want het dier zal angsten hebben, sommige mensen niet willen vertrouwen en dit soort lastige eigenschappen. Maar het krijgt de kans om dat dit leven nog te veranderen doordat het nu in een huisgezin is opgenomen. Dat is een kans, is het hondje voldoende los van haar trauma’s uit haar straatleven, dan kan ze leren vertrouwen te krijgen en als ziel te groeien. Stel dat lukt allemaal en jullie krijgen een heel bijzondere band. Honden hebben nu eenmaal een veel korter leven dan mensen en het hondje sterft, maar jullie hebben die bijzondere band nog steeds. Jullie missen je hondje in het gezin en na verloop van tijd kriebelt het weer en komt er een nieuw hondje. Heel ander soort hondje, maar het vertoont eigenschappen die de vorige hond ook had. Bijvoorbeeld ze steelt altijd een koekje van tafel, slechts één, nooit meer. Jullie nieuwe hond doet dat ook, steeds heel sneaky slechts één koekje. Jullie herkennen meer eigenschappen van het vorige huisdier. Het is waarschijnlijk dat jullie wederom bij elkaar zijn gekomen om samen te groeien. Voor het hondje kan het soms zelfs zover groeien nabij mensen, dat je een soort van individualisatie proces op gang ziet komen. Het hondje krijgt een eigen persoonlijkheid en voor een belangrijk deel ook een eigen ziel. De hond kan doorgroeien op deze wijze en op den duur zelfs een geheel eigen ziel krijgen en kan dan als een ander dier of zelfs als mens geboren worden. Maar dan hebben we het over zeer langdurige processen, van wel honderden jaren. Kijk naar een hulphond, die zijn zo op mensen gericht en om te dienen, daarmee krijgen ze als ziel veel kansen om te groeien.
Ik hoop dat ik hiermee het geheel een beetje duidelijk heb gemaakt. Het is en blijft natuurlijk een lastige materie, of juist geen materie, grapje.
M: Dank je wel. Ik heb het kunnen volgen, ik hoop dat de lezers er net zo over kunnen denken. En als je dit volstrekt afwijst omdat het niet in je systeem past, is dat OK. Het kan cultuur of religie gebonden zijn om dit niet te kunnen accepteren.

250909