Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Maria Magdalena de uil 3

Ik zoek weer contact met een oude bekende, Maria Magdalena de uil, een wijze dame.

M: Hallo mevrouw uil, kunnen we weer een keer praten?
MM: Ik ben nogal druk momenteel.
M: Dat snap ik, maar we kunnen toch gewoon via gedachten overdracht met elkaar communiceren, daar hoef je je drukke werkzaamheden niet voor te onderbreken?
MM: Dat klopt wel, maar ik ben aan het rusten en heb mijn rust heel hard nodig.
M: Des te beter, dan kunnen we gerust even bijkletsen. Hoe is het sinds de laatste keer?
MM: Dat was best lang geleden (ruim drie jaar geleden).
M: Dat klopt, maar je hebt vast wel veel te vertellen.
MM: Ja, er is veel gebeurd. Maar nu ben ik heel druk en moe van het grootbrengen van mijn jongen. We hebben dit jaar vier eieren gekregen, waarvan er drie zijn uitgekomen. En dan snap je dat het heel druk is om die jongen groot te brengen. Steeds maar weer voedsel aanleveren en ze zijn onvermoeibaar. En dan komt het moment dat ze buiten het nest gaan rondscharrelen en dan moet ik niet alleen voor eten zorgen maar ook opletten op andere roofdieren. Gelukkig is de Havik afgelopen jaar gestorven en hebben we nu rust van hem, want dat was een geduchte tegenstander. We hebben het geluk dat we in zo’n groot bosgebied wonen waardoor er geen voedselnijd is tussen de Havik en mij. Maar er zijn nog steeds gevaren waar ik goed op moet letten nu ze niet meer veilig in het nest zitten.
M: Wat is het moeilijkste aan het grootbrengen van je jongen?
MM: Dat eindeloos voor voedsel zorgen. Voor mijzelf is het niet moeilijk om te zorgen, er zijn muizen genoeg en ik heb er maar 2-3 voor mijzelf nodig, maar als ik drie keer zoveel voedsel moet verzorgen als normaal, dan wordt het best zwaar. Dan beperk ik me zeker niet tot muizen. Gelukkig zijn er dan overal jonge dieren te vinden in het bos en op de velden. Dat maakt het wel gemakkelijker.
M: Is er geen meneer uil?
MM: Nee, die is er niet. Die was al verdwenen voor de kleintjes uitkwamen en dat maakte het wel erg moeilijk. Want ik moest broeden en gelijk ook af en toe eten. Dus dan moest ik heel snel en kort het nest verlaten om te eten en zorgen dat ik weer terug was voor de eieren te veel afgekoeld waren. En dat viel niet mee met al die regen. Dat betekent dat ik toen al voedsel te kort kwam voor mijzelf. En ze alleen groot brengen terwijl ze nog klein zijn is ook lastig. Ik moet het werk voor twee doen en ben dan ook totaal uitgeput.
M: Dat begrijp ik, denk je dat je het overleeft?
MM: Ik weet het niet, ik voel me wel erg moe en oud.
M: Voel ik nu dat één van je jongen het niet heeft overleefd?
MM: Ja, dat voel je juist. Die heeft het niet gerede, kreeg te weinig voedsel omdat hij zich onvoldoende meldde voor het eten als ik met iets aankwam. En hij is door de andere jongen opgegeten.
M: Dat klinkt heftig.
MM: Ja, dat klinkt heftig maar kan gebeuren. Daar kan ik me niet echt druk over maken. Het gebeurt soms en ik kan vaak niet constateren wie zich met hun opengesperde snavels laten zien tot het te laat is en dan als hij te zwak is geworden wordt hij opgegeten door de anderen.
M: Wil je nog iets kwijt?
MM: Ik denk dat dit ons laatste gesprek zal zijn. Jammer, je bent best wel OK.
M: Waarom?
MM: Ik voel me zo zwak dat ik vrees dat ik de winter niet zal overleven. En ik ben al best oud met mijn vierde nest kuikens.
240703

Vakantie

Ik heb net heel daadkrachtig en heldhaftig tijd voor mezelf vrij gepland: ik hou een zomerstop tot 1 september voor mijn praktijk in diercommunicatie. Het hoofd is een beetje vol en loopt soms wat over. Ik ben eigenlijk wel heel benieuwd hoe dieren daar tegenaan kijken en ik gooi de communicatielijn maar gewoon open voor wie wat te melden heeft over dit onderwerp.

Eend Emma is de eerst die binnenkomt: “Druk? Druk? Op eieren broeden en jongen grootbrengen, dat is druk.”

Ze wordt bijgevallen door kraaiachtigen die laten zien dat jongen voeden en zelf voedsel zoeken druk is, maar verder is het spel en rusten.

Het paard dat ineens bij ons in de buurt staat, komt ook binnen: “Ik zou wel meer uitdaging willen, wat meer m’n hoofd inzetten. Het is zo rustig en tam. Geen uitdaging.”

De katten die vlakbij het paard leven zijn ervan overtuigd dat je buik vol moet zijn. Dan kun je kiezen: rusten of op avontuur gaan.

Ik vraag aan de hazen of zij zich wel eens opgejaagd voelen. Tenslotte zie ik ze vaak wegrennen op de wandeling met de hond. “Opgejaagd? Welnee, we trekken even een sprintje en gaan ergens anders weer verder.”

Hmmm, allemaal dieren waar ik geen stress bij ervaar. Honden! Die kunnen last van hun bazen hebben. Van al de ballast die de mensen meedragen en als je een beetje pech hebt het projecteren op hun honden.

Ik ben echt een beetje in een zeikbui (excuses voor het woord) en wil graag medestanders onder de dieren.

Ik vraag het de musjes. Die kijken me een beetje vreemd aan. Wat zit ik te zeuren en te miemelen? Zij nemen het leven zoals het zich aandient in al z’n facetten. Okee, geven ze toe, de winter is soms óverleven.

Ik stel me nog steeds open voor reactie en dan komt de bever binnen: “Noeste ijver, daar is niks mis mee.” “Ja maar,” klaag ik, “ik ervaar stress en dat zit me dwars.” “Ach, jij hebt je hoofd zo vol, je ziet me vaak niet eens.” Oeps, alweer een dier dat me hier op wijst. “Ik moet ook veel,” leg ik de bever uit en ik som een lijstje op van allemaal dingen die ik moet of wil doen. De bever haakt af. “Je moet er maar zin in hebben,” bromt hij en hij zwemt uit mijn beeld. Hij laat nog zien dat werken en rusten allebei in gestaag tempo kan.

Al met al geven de dieren me het gevoel mee dat ik met bijzaken in mijn hoofd zit, waar ik dacht dat ik me met hoofdzaken bezighield.

De happy sledehond

Onlangs was ik met mijn dochters in gesprek over onze bucketlist, wat zou je allemaal nog een keer gedaan willen hebben? Eén van de dochters zou zo graag een keer een ritje met een sledehonden slede rond de Noordpool willen maken, maar zei ze dat zal ik nooit doen, dat is zielig voor die honden. Zo kwam het gesprek op de sledehonden en of ze daar nu van genieten of niet. Tja, dan moet je dat natuurlijk onderzoeken.

M: Beste sledehonden, wie wil er met mij praten?
SH: Dag Eddy, leuk dat je er naar vraagt. Ja, ik ben een sledehond in Noorwegen en ik loop zeer regelmatig voor een slede met andere honden. Daarvoor ben ik van een speciaal ras. Er zijn honden rassen die van oudsher voor een slede lopen en rennen en dat doen ze als ras al heel lang. Mijn ras is dat al eeuwen lang, ik ben een Siberian Husky.
M: Vertel eens over jour leven als sledehond.
SH: Mijn baas is een liefhebber en fokker van ons ras, maar dan op een fijne manier. We wonen veelal buiten in de sneeuw in hutjes en worden dagelijks uitgelaten en krijgen ons voer. Het is niet zo dat onze baas de dieren uitput door ze steeds pups te laten krijgen. Dat doet hij heel goed, echt als een liefhebber van ons als dier. Hij is goed voor ons. Maar ik kan zeker niet zeggen dat dat voor alle sledehonden houders geldt. Dus mijn verhaal moet je als een succesverhaal zien van een mens met zijn dieren, het gaat zeker niet overal zo goed.
M: Wat maakt jouw ervaring zo bijzonder ten opzichte van andere sledehonden?
SH: Mijn baas en zijn instelling. Hij heeft vooral oog voor een zuivere manier van ons ras in stand te houden en dat is zijn streven. Hij fokt niet voor geld en om zoveel mogelijk puppy’s te verkopen. Wel loopt hij wedstrijden met ons en de slee, maar dat is mooi en spannend. Daar worden wij honden dan gedreven van. Wij willen winnen en daar hebben we best veel voor over.
M: Wat zoal?
SH: Dat we voornamelijk buiten wonen en niet bij een familie in huis. Daarmee zijn we geen huisdieren, hoewel dat soms best wel een aangenaam ‘beroep’ kan zijn. Maar wij zijn dus sledehonden en daarvoor worden we gehouden. Wij moeten werken voor de kost, dat is hard, en soms eenzaam, maar ook wel heel natuurlijk. Wij zijn daarom geen watjes maar erg stoere honden die hard willen werken voor de slede. Dus zodra wij mogen lopen en we ingespannen worden voor de slede, dan zijn we erg opgewonden en willen we racen, echt alleen maar heel hard rennen. Dan maakt het ook helemaal niet uit wat voor weer het is, we willen gewoon rennen en als we dan uitgeput zijn, voelen we ons goed. Zoals een goede sporter soms ook helemaal uitgeput kan zijn, maar vol dat hormoon zit waarbij hij zich goed voelt.
M: Dus jij geniet van het slede rijden?
SH: Ja zeker, ik geniet daar heel erg van. Maar dat mag en kan je niet op alle sledehonden van toepassing verklaren. Veel sledehonden, vooral in toeristische gebieden hebben het niet per sé naar hun zin. Dus wees daar wel voorzichtig mee. Je dochter heeft gelijk, als ze een keer op een sledehonden tocht wil gaan, moet ze bij ons komen. Ze weet me wel te vinden als het zover komt.
M: Dank je wel voor de informatie.
240508

Hyronimus over wat gebeurt er na de dood van een dier

Het viel mij op dat Piek een verhaal had over een hondje Mike dat acht maanden na zijn overlijden nog nabij zijn oude baasje was. Bij ons ging poes Tirza dood en die ging al heel snel heen naar de groepsziel. Ik wil deze verschillen kunnen snappen, dus heb ik Hyronimus hiernaar gevraagd. Hier zijn verhaal.

M: Dag Hyronimus, kunnen wij vandaag spreken over wat er gebeurt na het overlijden van een huisdier? De aanleiding zijn twee onlangs geplaatste blogs. In de ene blog horen we van een hondje dat maanden na zijn overlijden nog met zijn baasje mee gaat naar haar werk. In een ander verhaal horen we van een poes die na haar overlijden zegt vrij snel naar de groepsziel terug te gaan. Hoe zijn deze twee opvattingen te rijmen met elkaar?
H: Hoi Eddy, fijn weer van je te horen. Je hebt een boeiende vraag, waar ik graag op in zal gaan. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Er is geen discrepantie tussen de twee blogs. Als een dier erg verbonden is geweest met z’n menselijke begeleider, en het dier heeft het gevoel dat het belangrijk is (geweest) voor de mens, dan blijft ze daar nog een tijdje bij in de buurt. En een echt tijdsgevoel is er in die niet-fysieke wereld niet, dat beteken dat het voor het dier helemaal niet lang hoeft te duren, terwijl de mens meteen in maanden en soms zelfs tot aan twee jaar toe dat ziet gebeuren. Aan de andere kant zijn er dieren die geen fijne herinneringen hebben aan hun laatste levensperiode, dat kan komen door hevige pijnen maar kan ook komen dat de band tussen mens en dier niet speciaal was. Zo zie je koeien bijvoorbeeld nooit rond een mens blijven hangen na haar overlijden. Maar koeien overlijden dan ook hoogst zelden uit zichzelf. Ze gaan via een afschuwelijke weg een slachtmachine in. Als ze daar doorheen zijn, zijn ze ongelooflijk getraumatiseerd en dan hebben ze geen enkele behoefte bij mensen in de buurt te blijven.
M: Het is dus min of meer een vrije keuze van het dier om zo snel mogelijk weer te verdwijnen in de groepsziel of om in de buurt van haar laatste leven een periode te blijven.
H: Dat is juist, het dier kan dat kiezen binnen een aantal randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn gegeven via de universele wetten in het universum. Daar hebben we al eens over gesproken, maar dat gaat deels nog jouw begripsvermogen te boven, dus kunnen we daar niet inhoudelijk over spreken. Vaak kiest een dier die erg aanhankelijk was naar haar mens en ook meende een belangrijke rol in het leven van dat mens te hebben gespeeld, er voor om een periode nabij te blijven. De mens voelt die aanwezigheid vaak wel of ziet het dier als een schuwduw. Gevoelige mensen, zoals bijvoorbeeld dierentolken, kunnen dat soms ook waarnemen. Het is mooi als het dier daartoe besluit, maar het is haar vrije wil. Heel soms is de mens zo verdrietig dat hij/zij daarmee het dier vasthoudt nabij de fysieke wereld en dat is natuurlijk niet goed. Het moet altijd een vrije keuze van het dier zijn om nabij te blijven.
M: Dank je wel voor deze uitleg.
240311

‘Flarden’ uit mijn praktijk

Eddy heeft al een paar keer gezegd dat het hem leuk lijkt als ik meer verhalen schrijf over de huisdieren waar ik voor tolk. Dat lijkt mij ook leuk maar… ik zit altijd met het privacy-stuk. Dus ik doe het niet. Ik kan wel wat ‘flarden’ opschrijven.

Als ik contact ga maken met een hond, zie ik dat hij door heeft dat ik contact wil. Tegelijkertijd hoor ik hem denken: “Ga ik dit negeren of ga ik erop in?”

Een hond blijft maar tegen mensen opspringen als hij ze wil begroeten. Ik maak hem duidelijk dat het niet gewenst is dat hij mensen in het gezicht springt. “Ja maar… zij gaan niet naar beneden dus ik moet wel naar boven!”

Een kat wil niet met me praten. Ze zwijgt passief uitdagend.

Een hond schaart zich in hiërarchie naast de mensen. Gezien zijn aard, ras en gedrag is dat echter niet de juiste plek voor hem. Ik leg hem uit dat hij hond is en dat de positie van een hond een andere is dan van mensen. Een hond heeft een eigen (ere) plek en die mag hij helemaal gaan innemen.

Ik maak contact met een kat en het eerste wat ze laat zien is dat ze belangrijk is.

Een hond trekt steeds heel erg aan de lijn tijdens het wandelen. Als ik dit ter sprake breng, hoor ik verontwaardigd: “Het is toch gék dat ik vast zit?!” Ik moet hem de functie van een riem echt uitleggen, dat het voor de veiligheid van iedereen is dat hij in zijn enthousiasme niet dwars over straat rent.

Een vrouw vraagt zich af of er sprake is van euthanasie voor haar kat. Ik hoor: “Ik laat me niet zomaar neerknuppelen!”

Ik maak contact met een kat waar ik een paar maanden geleden ook al voor getolkt had. “Ben je er alweer?!” is zijn reactie.

Een demente hond laat zien dat hij de weg in zichzelf kwijt is. Woorden als verdwazing en sluimeren komen naar boven.

Misschien is het nog wel zinvol om uit te leggen dat ik als tolk de dieren voel. Gesprekken zijn dan ook altijd intensief want ik ga mee in de gevoelens van het dier. Bijvoorbeeld: Als je hierboven leest dat de kat aan mij laat zien dat ze belangrijk is, dan kun je daar makkelijk overheen lezen. Maar ik vóel die belangrijkheid. Zo kan het zijn dat ik in een gesprek van een uur door diverse gevoelens heen mee beweeg met een dier.

 

Vlinder die wil praten

Ik loop in India door het bos te wandelen op weg naar het volgende project gedurende mijn vrijwilligerswerk. Opeens komt er een vlinder naast me vliegen en blijft naast me vliegen en hij trekt mijn aandacht. Hij gaat voor me op een boomblad zitten en spreid zijn vleugels en blijft zitten tot ik een foto heb gemaakt en vervolgens vliegt hij vrolijk wapperend weg.

M: Dag vlinder, je daagde mij uit om met je te praten, hier ben ik dan.
V: Ja, dat merk ik. Leuk dat je opmerkte dat ik met je wilde praten.
M: Waarom wilde jij contact?
V: Ik zag aan jou dat je in staat bent tot communiceren met dieren en dat leek me leuk om te doen. En we zij nog ruim op tijd, hoewel ik niet meer zo lang te leven heb.
M: Vertel eens over jouw leven, hoe is dat?
V: Ik ben een vrolijke fluiter en geniet van het leven als vlinder. In mijn larventijd was het best wel zwaar werken. Ik was net uit mijn eitje gekropen en moest meteen eten, want ik had enorme honger. Helemaal niet handig, steeds alleen maar eten, geen plezier in je leven en alleen maar eten. Een vorm van wat jullie vetmesten noemen, maar dan vanuit een innerlijke drang. En dan moet je ook nog op een handige plek gaan zitten eten want anders wordt jij gegeten.
M: Ben je je dat bewust? Kijk je uit dat je een beetje verscholen zit te eten of ben je alleen maar met eten bezig en kijk je nergens verder naar om.
V: Eigenlijk een beetje van tweeën. Maar ik ben een ervaren vlinder, dus ik weet dat ik moet opletten op vogels en dat ik me het beste een beetje aan de onderkant van een blad kan gaan zitten, niet zo in het zicht.
M: Wat bedoel je met ‘ervaren’ vlinder?
V: Doe niet zo onnozel. Ik ben al veel vaker vlinder geweest en ik weet hoe dat werkt.
M: Ben jij dat zelf geweest of ben je ervaren vanuit de groepsziel gekomen?
V: Nee, ik ben zelf al vele keren vlinder geweest, we hebben een korte omlooptijd en natuurlijk neem ik ook veel ervaring mee uit de groepsziel.
M: OK, dan heb je je eindelijk vol gevreten en wat gebeurt er dan?

Dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap

V: Ok dan wordt ik door een innerlijke klok gedreven om een nest te maken, waar ik in ga zitten en dan val ik in slaap voor enkele weken, soms wat langer als het te koud is. En dan moet ik eruit. Ik kauw me een weg naar buiten uit dat nest dat veel te strak om me heen zit en ik kruip eruit. Dan moet ik wel een tijdje blijven zitten om wat op te drogen en dan kan ik mijn ledematen strekken en heb ik prachtige vleugels. Waar je mij aan kunt herkennen is mijn zwaluwstaart. De kleur kan variëren, ik ben mooi zwart geworden en dat doen wij hier in deze omgeving bijna allemaal. En dan als ik helemaal warm geworden ben, ga ik wapperen. Ik was al een paar dagen aan het wapperen en ik hoef niet zoveel te eten nu. Dus ik heb veel tijd om vrolijk te wapperen en de wereld een beetje vrolijker te maken.
M: Is dat jouw doel of taak in het leven?
V: Nee, ik heb natuurlijk een taak in het ecosysteem waarbij mijn taak is om de planten die ik eet tot groei aan te zetten, zodat ze sneller groeien dan ze gegeten worden. En als ik dan vlinder ben geworden bestuif ik weer de bloemen, zodat de planten zich beter kunnen vermenigvuldigen. En daarmee ben ik een indicator voor de staat van de natuur. Zie je mij veel, dan gaat het goed met onze planten, zie je me weinig dan gaat het niet goed met de planten waar wij voor zorgen.
M: En hoe zit dat dan met je uitspraak om de wereld een beetje vrolijker te maken?
V: Dat is een toegift en ik neem dat heel serieus, reden waarom ik bij jou kwam wapperen en ik vond je leuk en daarom wilde ik met je praten. En dat is gelukt, dank je wel.
M: Jij ook dank je wel voor dit inzicht in jouw wereld. Ik heb er van genoten.
240114

Eddy aan het woord

Ik ben ontzettend blij met het gesprek dat Eddy mocht voeren voor de camera. Hij verwoordt alles zo mooi en zorgvuldig.

Hij weet mensen te bereiken die ik niet heb kunnen bereiken.

Ik wil heel graag helpen aan verspreiding van zijn verhaal en hoop dat veel mensen dit gaan luisteren en op zich in laten werken.

En ik zou zeggen: volop delen, deze podcast!

Voor trouwe lezers van deze site: denk niet dat je het boek en de podcast ‘al kent’ want Eddy deelt zowel in het boek als in deze podcast meer van zichzelf dan dat je in de blogs op deze site leest.

Verdwaalde zeeschildpad

M: Dag schildpad, kunnen wij met elkaar praten?
S: Hé, jij zit in mijn schild, wie ben je en wat wil je?
M: Voelt dat zo, dat ik in je schild zit? Grappig, ik hoop dat ik je niet stoor daarmee. Maar feitelijk zit ik in je bewustzijn. En ik ben Eddy, een mens en ik wil graag met jou praten om te begrijpen wat er met jou gebeurd is.
S: Dat weet ik zelf ook niet precies. Ik snap er niets van waarom ik hier in een beperkte ruimte zit met helder en vreemd water.
M: Misschien kan ik jou een beetje helpen als jij mij daarna helpt met je verhalen.
S: Lijkt me een deal.
M: Jij bent aangespoeld op het strand in ons land, een land wat voor jou een beetje te veel noordelijk ligt en daardoor waarschijnlijk te koud was om te kunnen overleven.
S: Ja, ik weet dat ik ben aangespoeld op het strand. Ik moest een beetje uitrusten, maar normaal doe ik dat ik het water, nu kon ik niet in het water blijven, ik had moeite met zwemmen.
M: Dat begrijp ik, want je was in een koude omgeving en je was zwaar geworden door de mosselen die op je zaten. Dan wordt zwemmen heel lastig.
S: Ja, nu begrijp ik dat. Doordat het water kouder was, word ik langzamer en heb ik meer tijd nodig voor mijn bewegingen en gaat alles trager. Dan is het ook lastiger om voedsel te vinden, want ik ben niet altijd snel genoeg. En met te weinig voedsel en te langzaam, gaat het niet goed.
M: Ja, dat is er gebeurd. Je bent gevonden en opgevangen in een dierentuin, een plek waar ze je kunnen verzorgen tot je weer voldoende op sterkte bent en dan brengen ze je waarschijnlijk terug naar waar je vandaan komt.
S: Dat klinkt mooi.
M: Kun je me nu iets vertellen over jezelf? Waar ben je geboren, waar leef je en wat eet je, enz.
S: Ik ben geboren op het strand van wat jullie Florida noemen. Daar kwam ik uit het ei en ik heb de race naar het water overleefd en ook in het water heb ik het overleefd. Dat is best wel een wonder, want schuivend over het strand zijn er erg veel roofdieren die ons proberen op te eten. Maar zelfs als we de zee bereiken en dat doen niet veel van ons, zijn we nog niet veilig. Daar wachten weer allerlei roofvissen en grotere dieren om ons op te eten. Het is echt geluk hebben als je dat allemaal overleeft en je daarna dieper de zee in kunt gaan. Daarmee bedoel ik niet dieper het water in, maar verder weg van de kust. Daar is het veiliger en kunnen we ons ook wat gemakkelijker verstoppen onder de golven en af en toe wat dieper in het water. Hoewel we eigenlijk van ondieper water houden, daar is eenvoudiger voedsel voor ons te vinden.
M: Dat begrijp ik. En nadat je je eerste jaren als klein schildpadje hebt overleeft, wat doe je daarna?
S: Toen ik ouder werd, hoewel ik nog steeds jong ben, ben ik meer de zee op gegaan met waterstromen mee. Dat is goed te doen, er zijn op zee minder roofdieren en ik kan onderweg goed kwallen eten, die vind je bijna overal. Het is een wat eenzijdig voedsel maar als je reist is dat prima.
M: Was jij al eens de Atlantische Oceaan overgestoken?
S: Ja, dat heb ik nu gedaan, maar ik ben blijkbaar verkeerd uitgekomen, te ver naar het noorden en te koud. Dus of dat een goed idee was, weet ik niet.
M: Leef jij alleen of leven jullie in groepen?
S: Nee, wij leven eigenlijk alleen, hoewel we elkaar wel regelmatig kunnen tegenkomen, zeker in de kustwateren. En daar komen we dan weer in de buurt van onze geboorte stranden want daar paren we ook.
M: Wil je nu zeggen dat je de oceaan oversteekt en een tijdje later weer teruggaat? Dus dat je twee keer of meer heen en weer gaat?
S: Ja, dat is precies wat ik bedoel. Dat is niet zo vreemd, we zijn goede zwemmers en we gaan eigenlijk altijd met een stroming mee en dan is dat prima te doen.
M: Indrukwekkend. Hoe doen jullie dat met slaap?
S: We kunnen prima onderweg slapen, meestal proberen we in de stroom te blijven en worden we vanzelf meegevoerd in de slaap.
M: Maar moeten jullie niet om de zoveel minuten naar boven om adem te halen?
S: Ja, dat moeten we als we wakker zijn, maar als we slapen kunnen we de gehele slaap onder water blijven. We kunnen ons metabolisme verlagen zodat we nauwelijks zuurstof gebruiken en we gewoon drijven in het water. Daarmee kunnen we goed slapen en toch behoorlijke afstanden afleggen.
M: Nou, ik vind het allemaal best indrukwekkend wat je allemaal vertelt. Dank je wel hiervoor.
S: Graag gedaan. Zullen we nog een keertje praten? Ik vond het wel leuk.

 

Kaila geniet mee van de publiciteit

M: Halo Kaila, je ligt weer als vanouds gezellig naast me terwijl ik aan het werk ben. Ik wilde graag even met je spreken. Hoe voelt het voor jou dat het boek nu gereed is en er publiciteit voor komt en wat merk jij daarvan?
K: Daar merk ik nog weinig van. Wel merk ik dat je wat vaker weg bent en dat je interviews geeft en veel over je boek spreekt. Maar het heeft (nog) geen invloed op mij.
M: Dat gaat dan veranderen, want vanmiddag komt er een fotograaf die wil een foto van ons samen maken en dan kom je in de krant.
K: Dat lijkt me leuk samen met jou in de krant. Dat wacht ik met plezier af.
M: Wat vind jij daar leuk aan?
K: Dat weet ik niet, ik denk samen met jou op de foto. Zo van wij knus samen op de foto. Dat wordt vast mijn lievelingsfoto. Ga je die dan ook gebruiken als Kerstkaart?
M: Geen idee. Ik weet niet of wij die foto krijgen en op die manier mogen gebruiken.
K: Dan moet je dat vooraf even met de fotograaf regelen, dat vindt hij dan vast wel goed.
M: Dat is een goede tip. Wat vind je verder van het boek?
K: Het ziet er mooi uit, maar je hebt geen gesprek met mij erin opgenomen? Waarom heb je dat niet gedaan?
M: Goede vraag. Dat heeft te maken met hoe het boek is ontstaan. Oorspronkelijk was het een boek met alleen maar gesprekken met Hyronimus erin. Maar dat was een beetje saai met allemaal gesprekken met deze wijze vogel achter elkaar aan. Dus heb ik er wat voorbeelden bij gedaan van gesprekken die via Hyronimus hebben plaatsgevonden en daarna nog wat extra andere gesprekken om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Daardoor zijn er weer veel gesprekken met Hyronimus weggelaten. Ik heb er nooit aan gedacht om een gesprek met jou op te nemen, onze gesprekken zijn erg vanzelfsprekend. We zien elkaar altijd en zijn heel dicht bij elkaar.
K: Daar heb jij wel weer een punt. Een volgende keer dan maar.
M: We hebben wel veel gesprekken waarvan een deel als blog gepubliceerd zijn, dit wordt ook een blog vandaag.
K: Oh dat lijkt me leuk. Eerst een fotograaf langs en dan nog een blog gepubliceerd. Ik vind aandacht best wel leuk. Denk je dat mensen mij gaan herkennen?
M: Dat weet ik niet. Zo veel boeken zijn er nu ook weer niet verkocht dat je een beroemde hond gaat worden.
K: Dan moeten de mensen het boek gewoon kopen, zodat je een nieuwe druk kunt maken en we samen wel bekend gaan worden.
M: Zou jij dat leuk vinden?
K: Misschien wel. Als je het me zo direct vraagt weet ik het eigenlijk niet. Wil ik bekend worden? Wat is dat eigenlijk, bekend worden? Dat mensen je op de hei of in het bos tegenkomen en zeggen: kijk dat is Kaila? Ik geloof niet dat ik dat belangrijk vind. Ik wil dat mensen me lief vinden en dat ze me aanhalen en aaien. Dat vind ik leuk. Maar meer hoeft niet.
Ik vind het belangrijk dat die kattenliefhebber die honden haat, nu mijn grootste vriend is, zoals hij zegt. En zijn hele familie zegt: pa, wat is er met jou aan de hand, je houdt niet van honden? En pa dan zegt maar wel van dat gekke beest van de buren! Daar geniet ik van.
M: En daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor het gesprek. Wil jij nog wat kwijt?
K: Ik ben benieuwd naar de fotograaf vanmiddag. Of die me ook aardig vindt.

 

Hyronimus 22: Uitbundige begroeting bij thuiskomst

Ik ben weer enkele weken in India geweest voor mijn vrijwilligerswerk en heb daar aan het concept van mijn boek gewerkt. Inmiddels is dat boek al uitgekomen en is het te bestellen en hebben er zelfs al reviews van plaatsgevonden. Dit gesprek is dus nog van daarvoor toen ik aan het boek werkte.

M: Dag Hyronimus, zullen we weer met elkaar praten? Wat was het bijzonder dat jij de dag dat ik weer thuis kwam vanuit India, me meteen begroette hoog in de lucht op een plek waar ik je niet verwachtte. Dat was heel mooi, dank je wel.
H: Fijn dat je het opgemerkt hebt. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken. Hoe staat het met je boek of moet ik zeggen ‘mijn boek’?
M: Nou, daar heb ik best goed aan kunnen werken in India in mijn stille avonden. Ik heb een concept boek gemaakt waarin er meer dieren gesprekken zijn opgenomen dan alleen jouw verhalen en verweven met stukjes uit mijn leven. Dat is best wel aardig geworden voor mijn gevoel, hoewel er nog veel aan moet gebeuren.
H: Goed om te horen dat het wel opschiet.
M: En hoe is het jou vergaan tijdens mijn afwezigheid?
H: Dat is niet zo ter zake doend. Ik wil graag van jou horen dat je je best doet op je boek, want er hangt veel van af. En het is goed dat je er een wat algemener boek van maakt dan alleen maar onze gesprekken achter elkaar plakken. Dat is leuk voor de dierentolk adepten, maar niet echt voor het grotere publiek en die willen we bereiken.
Je was trouwens leuk op weg met je boeken die je aan het lezen bent om in de buurt te komen van een natuurwet waar ik je dan meer over kan vertellen. Maar die studie ben je weer gestopt, jammer.
M: Dat vind ik zelf ook jammer, maar ik had geen ruimte om én mijn vrijwilligerswerk te doen, én aan ons boek te schrijven én ook nog te studeren. Dat zal moeten wachten tot het boek als concept gereed is en anderen het gaan corrigeren, redigeren en opmaken en drukken enz. wat er allemaal nodig is om het gereed te krijgen. Ik heb nog maar anderhalve maand om het in de winkel te krijgen en dat is erg kort dag. Dus zal ik er stevig aan moeten werken.
H: Ja dat besef ik. Doe je best. Als je weer verder bent en je gaat weer aan de studie, wil ik heel graag verder met je praten over de ontdekking van de natuurwetten door jou.
M: Dank je wel en tot ziens. Ik doe mijn best op ons boek.
230926