Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Man in nood

Eddy en ik stemmen onze blogs niet op elkaar af dus het is heel grappig als onze opeenvolgende verhalen raakvlakken met elkaar blijken te hebben, zoals nu het geval is.

De situatie is als volgt: Een man heeft een kater in zijn buitenwoning (klein, primitief) opgenomen en beiden leven hun eigen vrijbuitersleven. De relatie is uitstekend, ze nemen alles zoals het komt, zien wel of een van beiden thuis is of (langdurig) afwezig. Allebei happy.

Ik ken de kater zelf niet goed want als ik er kom is het dier weg omdat hij de hond vermijdt.

Op een dag komt er een vriend van de man met ernstige lichamelijke problemen. Hij blijft vijf dagen op deze veilige, afgelegen plek en ik word geregeld op de hoogte gehouden van het wel en wee (vooral van het wee).

Op dag drie vraag ik hoe de kat zich gedraagt naar deze vriend. “Hij ligt continu bij hem, mijn vriend heeft veel aan hem. Hij zegt dat de kat hem erdoorheen trekt.”

Tijd om contact te maken met deze kat.

Ik wist al dat het een no-nonsense kat is en ik tref hem dan ook in een wat stoere, nonchalante houding.

“Ik heb gehoord dat jij je over de vriend ontfermt hebt,” begin ik het gesprek.

“Ach, man in nood,” is het laconieke antwoord. “Hij was in gevecht met zichzelf en kon wel een steuntje in de rug gebruiken.”

Ik probeer meer te weten te komen en wil weten wat hij doet en waarom.

“Alleen aanwezig zijn. Dat weet jij toch ook. Je ziet vanzelf het verschil in gezelligheid en wanneer het nodig is.”

Ja, ik weet hoe dat met dieren zit. En ik begrijp dat deze kat er niet verder over wil praten. We wisselen namelijk niets nieuws uit dus is het verspilde energie om het erover te hebben.

“Maar,” zeg ik hem, “dit is iets te weinig voor een blog. Heb je toch niet wat meer info voor me?”

“Dan moet je niet bij mij zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet te ingewikkeld te leven met mensen. Ik wil best m’n steentje bijdragen maar dan is het ook klaar.”

Inwendig moet ik grinniken. Want het klopt wel hoe het dier het zo formuleert.

Jaren geleden was hij een ‘probleemkat’ omdat hij alles in huis onder pieste en zijn mens wanhopig bij mij terecht gekomen was. De gesprekken leverden niet het gewenste resultaat op. Toen ik hoorde dat de man waarbij hij nu woont een rattenvanger zocht in zijn buitenhuisje, was de deal snel gemaakt en verhuisde de kat. Hij heeft nooit in huis geplast.

Over twijfels en dilemma’s

Iedere twee weken een blog schrijven valt me soms wat zwaar. Waar zal ik het nu weer es over gaan hebben?

Ik kan een fragment uit mijn boek pakken. Of ik kan vertellen over het hondje laatst dat na het gesprek ineens zulk ander gedrag liet zien. Of … jeetje, ik twijfel.

Hmmm. Zouden dieren ook twijfelen?

Ik stel me open en gooi de vraag de ether in.

“Twijfel is voor mensen,” hoor ik meteen resoluut. Dat vind ik nogal een stellingname en ik vraag wie dat zegt.

Meteen zie ik de leeuw voor me. “Jullie verdoen je tijd met twijfelen,” voegt hij toe. “Al dat wikken en wegen is brein-malaise.”

Dat vind ik wel een mooi woord. Nooit van gehoord, maar bijzonder treffend.

Zoals wel vaker gebeurt, vind ik dat ik mijn soort (de mens) moet verdedigen. “Nou, soms is het voor ons ook allemaal best wel ingewikkeld, hoor…” Ik wil aan een opsomming van dilemma’s beginnen maar de mond wordt me gesnoerd: “Welnee, jullie máken het ingewikkeld.”

Ik word bijna een beetje geïrriteerd van zo’n ontkenning van alle moeilijkheden waar wij mee geconfronteerd worden. Gelukkig weet ik het op tijd om te buigen en ik vraag de leeuw of zij ook wel eens twijfels hebben.

“Wij gaan op onze lichamelijke behoeften,” legt hij uit.

Ik vind het te simpel klinken en vraag: “Jullie worden dus gelééfd door je lichaam?”

“Wij zíjn ons lichaam. Wij behuizen het.”

De stelligheid van deze leeuw verwacht geen tegenspraak van mij.

Ik vraag of hij wel eens dilemma’s heeft. “Ja, of ik me links- of rechtsom draai in de zon.”

“Ik vind dat je het allemaal wel heel makkelijk opvat,” geef ik hem terug. “Nou, probeer het ook eens!” antwoordt de leeuw met een bijna uitdagend lachje.

Ik wil bijna denken dat ik dit dier niet serieus kan nemen, maar dan bedenk ik me dat ik begon met twijfel en het nu over dilemma’s heb. Wat is het verschil daartussen?

Zoals ik al eerder schreef heb ik toegang tot de kennis van de dieren (uiteraard in beperkte mate) en toegang tot de kennis van het internet (AI).

Van de laatste leer ik dat twijfel onzekerheid is. En een dilemma is een keuze tussen twee duidelijke maar moeilijke opties.

Hmmm, het woordje behuizen dat de leeuw doorgaf vind ik ook onderzoekswaardig. Dat woord gebruiken we namelijk niet heel veel meer.

Letterlijke betekenis: Een lichaam of ruimte bewonen of ergens een onderkomen geven.

Figuurlijk of spiritueel: Een ziel of geest die een lichaam ‘behuist’.

En het woordje brein-malaise? Ook dat zoek ik op. Maar het antwoord geef ik hier niet, dan dwalen we teveel af :).

 

Dieren in de huidige hitte

Het is al een paar dagen extreem heet in ons land, temperaturen bereiken tropische waarden. Hitteprotokollen zijn van toepassing, we moeten speciaal letten op ouderen en zieken, maar wie let er op de dieren? En hoe beleven dieren deze hitte zelf? Ik begin naast me, waar Kaila ligt.

M: Krullenbol, hoe red jij het deze warme dagen?
K: Ja, het is warm, ook in huis is het warm, maar wij hebben gelukkig een stenen vloer en dat is heerlijk koel. Daarom slaap ik nog nauwelijks op bed, maar naast het bed. Wandelen buiten probeer je zo veel mogelijk op iets koelere tijden te doen, maar dat lukt niet altijd. En dan zijn er twee dingen die een rol spelen. Jij bepaalt wanneer we gaan wandelen en dat is niet altijd mijn tijd, maar zo werkt dat. En we wandelen wel veel op de hei, maar gelukkig is er veel bos rond de hei en daar lopen we dan. Ik doe het een beetje rustiger aan, sta veel stil om te ruiken en jij denkt dat ik al ouder word, maar dat is mijn manier van rustiger aandoen.
M:OK, dank je wel hiervoor. Maar kan jij het wel aan met je toch redelijk dikke vacht buiten?
K: Dat gaat best, als we een beetje te lang wandelen, krijg ik het wel erg heet, maar dan kom ik thuis weer op die relatief koude vloer en dan is het leed gauw geleden.
(Mijn volgende kandidaat voor een kort interview is de kat van onze dochter, Nola, ik heb nog nooit met haar gecommuniceerd, maar gisteren was duidelijk, tijdens de oppas op de kleinkinderen, dat ze het wel erg warm vond.)
M: Hallo Nola, wil je met me ‘praten’?
(Nola reageert niet, maar ze kijkt om zich heen wie daar tegen haar spreekt, dan laat ik haar weten dat ik in haar koppie zit en dat ze gewoon met me kan communiceren.)
N: Dit is verrassend dat jij zomaar bij mij kunt zijn, terwijl je er niet bent. Maar het werkt blijkbaar. Wat wil je?
M: Ik wil graag van je weten hoe je dit warme weer ervaart en of je het wel aankunt?
N: Wat een onzin, natuurlijk kan ik dit aan, ik ben een gezonde kat en wij kunnen uren in de zon liggen en dan wordt het ook warm.
M: Ja, maar ik zag je gisteren binnen liggen, helemaal uitgestrekt op een koele plek. Waardoor het leek alsof je last van de hitte had.
N: Ja, het was en is warm, maar ik lig vaker uitgestrekt en ik zoek altijd een plekje waar ik het lekker vind liggen, zon, schaduw, binnen, buiten, droog en soms nat. Net waar ik zin in heb. Het zijn mijn keuzes.
M: Ik snap het, voor jou geen speciale dagen met dit weer, je kunt er goed mee omgaan. Dank je voor het gesprek.
(De volgende kandidaat voor een interview is een paard in de wei. We kennen elkaar.)
M: Dag Sylvester, we kennen elkaar en ik wilde graag aan jou vragen hoe jij deze hitte de afgelopen dagen en nu ervaart? Kun je daar iets over vertellen.
S: Ik sta in een groot weiland, omgeven door hoge bomen. Dat betekent dat ik dagelijks wel schaduw kan opzoeken, maar dat er in de middag geen schaduw meer in de wei komt en dat is momenteel echt wel erg warm. Ik sta dan, nu ook al, in de volle zon en dat is echt wel heftig. Geen schaduwplekje meer op te zoeken en ik moet wel eten, dus sta ik te grazen en zelfs het gras is warm op dit moment. Dit is niet aangenaam, maar ik kom er wel doorheen als het niet te lang duurt. Dus maak je geen zorgen, ook al zou een schaduwplek de hele dag wel aangenaam zijn.
(Ik zoek nu een konijn op de hei en wil weten hoe zij het ervaren.)
M: Welk konijn van de hei wil met mij communiceren? Wie wil zich melden?
K: Ik wil wel met je praten.
M: Kun je iets over jezelf vertellen en de omgeving hoe je leeft?
K: Ik ben altijd rond de hei en in het bos, wij leven in een gemeenschap in een groter hol met vele kamers en uitgangen. Ons hol is aan de rand van het bos onder een hele grote braam partij, dat geeft veel beschutting tegen de vele honden die op ons jagen. Als wilt weten hoe wij de hitte ervaren dan kan ik je vertellen dat wij in een hol onder de grond leven. Dat is normaal koel in de zomer en warm in de winter. Nu het al wat langer warm is wordt het in het hol ook wat warmer, maar het is nog goed uit te houden. Eten doen we eigenlijk pas ’s avonds en dan is het al stevig afgekoeld. Kortom wij zijn niet zo gevoelig voor hitte.
M: Dank je wel, allemaal voor deze interviews.

Ik ben mij ervan bewust dat deze korte ronde niet representatief is voor alle dieren, denk aan de landbouwdieren die in stallen zitten en dieren die op transport gaan, voor hen is dit natuurlijk een extra zware tijd, soms zelfs levensbedreigend. Dat is wel onze verantwoordelijkheid. 

250702

Hyronimus over gevoelens bij dieren II

Vandaag het vervolggesprek met Hyronimus over gevoelens bij dieren.

M: Dag Hyronimus, fijn om ons gesprek te kunnen vervolgen over gevoelens bij dieren.
H: Ik doe dit graag, het blijft interessant te weten dat mensen steeds maar blijven geloven dat dieren geen gevoel hebben en dat ze daarom ook gewoon uitgebuit mogen worden, zoals jullie vroeger ook deden met slaven. Die zagen jullie niet als mensen en daardoor konden ze ook niet zo behandeld worden. Het is nog steeds een beetje zo voor jullie mensen dat dieren echt iets heel anders zijn dan mensen. Maar waarom zouden dieren geen gevoelens kunnen hebben of maar beperkt?
M: Zo je gaat er meteen stevig tegenaan.
H: Dat was en is niet de bedoeling maar soms kan ik me kwaad maken, ook een gevoel, over de beperkte view die jullie hebben van een wereld waarin alles met elkaar verbonden is en ook wel alles is één wordt genoemd. Zoals er in jullie lijf allerlei parasieten en microben en bacteriën enzovoort leven en ze in symbiose met jullie lichaam leven en soms zelfs noodzakelijk zijn voor jullie voortbestaan, zo kunnen jullie deze dieren als één met jullie lichaam beschouwen. Jullie onderhouden deze dieren en die zijn daardoor afhankelijk van jullie. Zo zijn jullie weer afhankelijk van de Aarde waarop jullie leven, de Aarde onderhoud jullie met energie en voedsel, op een vergelijkbare wijze zoals jullie de dieren in jullie lijf onderhouden. En wat heeft dat nu te maken met dieren en gevoelens?
Zoals ik in ons vorige gesprek al duidelijk maakte zijn de mate waarin dieren gevoelens hebben afhankelijk van de mate van complexheid van de bouw van de soort, de gevoelens ook complexer en gevarieerder kunnen zijn. Ik zei er toen nog bij naarmate ze hoger ontwikkeld zijn en dat heb ik er speciaal voor jullie aan toegevoegd, want eigenlijk is dat een onjuiste inschaling, het is een typische menselijke ordening. Zoals een vroegere slaaf geen lager ontwikkeld mens was, maar alleen een ander ontwikkeld mens, zo zijn bij veel dieren de ontwikkelingen ook anders, maar niet per sé hoger of lager.
M: Maar ik neem aan dat er wel degelijk grote verschillen zijn tussen de diergroepen, een insect is toch minder ontwikkeld dan een paard bijvoorbeeld?
H: Zelfs dat kun je je afvragen. Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven? Maar we dwalen sterk af van een gesprek over de mate van gevoelens bij dieren.

Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven?

M: Ja, gesprekken met jou willen wel eens heel anders lopen dan ik me vooraf had voorgesteld.
H: Maar nu terug naar de gevoelens. Je vraagt je af of dieren ook gevoelens als liefde kennen. Heel filosofisch kun je je dan afvragen wat liefde is, maar die kant wilde ik niet op gaan. Ik beschouw gevoelens van liefde of genegenheid even als een bepaalde vorm van liefde. En dieren zijn daar zeker toe in staat. En binnen die liefde/genegenheid is er soms wel en soms geen exclusiviteit. Als er sprake is van exclusiviteit, dus als stellen voor een lange periode samen zijn, dus niet alleen de paartijd, is er wel degelijk sprake van genegenheid. De paartijd is echt iets heel anders, die is gedreven door instincten, terwijl genegenheid echt een graag samen willen zijn is. We kennen daar mooie voorbeelden van bij verschillende soorten dieren. Koeien kennen dit gevoel zeker en door de ongezonde wijze waarop jullie koeien houden, zijn dat altijd relaties tussen koeien van hetzelfde geslacht. Maar neem bijvoorbeeld pinguïns, die leven in grote groepen, waarbij er bijna altijd vaste paartjes gevormd worden. Niet altijd man-vrouw, maar ook man-man zie je daar regelmatig. Het zijn ook heel goede ouders, maar ze moeten voor een ei dit stelen van de buren en dat doen ze dan ook.
Jullie vragen je regelmatig af of je huisdier in staat is tot liefde naar zijn verzorgers of dat dat alleen maar afhankelijk van de verzorging gerelateerd is. Maar jullie huisdier is wel degelijk in staat tot liefde gevoelens naar zijn verzorger en dat is ongetwijfeld leuk om te weten. Er kan dus sprake zijn van wederzijdse liefde, want jullie zeggen te houden van jullie huisdieren alsof het soms je eigen kinderen zijn en dat mag.
M: Dat klinkt weer heel lief en dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan. Tot een volgende keer.

Kaila gooit baas omver

Mijn vrouw en ik komen thuis van boodschappen doen, we zetten onze tassen neer en kletsen nog even. Kaila rent op mij af en springt tegen me op en ik ben daar totaal niet op verdacht. Ik klap dubbel en val achterover tegen een kast en de muur. Er valt van alles op de grond, maar ik gelukkig niet. Maar Kaila is natuurlijk heel erg geschrokken en trekt zich meteen terug en is duidelijk droevig.
Ze doet dit altijd als ik thuis kom en zo begroeten we elkaar, maar ik was zo in gesprek met mijn vrouw dat ik er dit keer niet op voorbereid was. Echt een ongelukje dus.
Ik heb Kaila direct uitgenodigd om samen op bed te gaan liggen, heel dicht tegen elkaar aan en zo was het gelukkig snel weer goed tussen ons. Het is nu een paar dagen verder en tijd voor een gesprekje.

M: Lieve Kaila, weet je nog van enkele dagen terug toen ik bijna op de grond viel van jouw sprong ter begroeting?
K: Zeker weet ik dat nog, het was een nare botsing. Ik was bang dat ik je pijn had gedaan en voelde me schuldig dat je bijna gevallen was.
M: Gelukkig heb ik me geen pijn gedaan. En ik voelde me schuldig dat ik niet meteen aandacht voor jou had, terwijl ik dat anders wel altijd heb.
K: Ik was heel blij dat je me meteen mee nam om een lekkere lange knuffel op bed te doen samen. Dat bracht ons weer heel dicht bij elkaar. Misschien had ik dit keer ook wel een te grote aanloop genomen, waardoor ik met een stevige vaart tegen je op sprong. Niet handig van mij. Normaal heb ik iets meer geduld, maar ik was gewoon blij jullie weer te zien en dan hoort een staande knuffel erbij voor mij.
M: Dat is ook prima, ik ben ook altijd blij met jouw lieve knuffel bij thuiskomst. Maar goed, dit heeft nu wel een hoog knuffel gehalte, heb je nog iets anders te melden?
K: Ja, ik merk dat je reisplannen aan het maken bent voor ver weg, in tijd en in afstand. En dat jullie samen willen gaan. Kan ik met jullie mee?
M: Nee, dat gaat niet, je kan bijna iedere vakantie met ons mee en daar plannen we onze vakantie ook altijd op. Maar dit keer gaan lief en ik samen afscheid nemen van mijn vrijwilligerswerk ver weg in India en daar zou het voor jou niet fijn zijn om mee te gaan. We gaan een hele fijne oplossing voor je vinden. We hebben al wat in het hoofd, maar dat ga ik nu niet uitspreken.
K: Dat hoeft helemaal niet, ik weet wat je in je hoofd hebt, dat lijkt me eigenlijk wel erg leuk. Dat zou voor mij ook wel een beetje vakantie zijn. Ook al zal ik jullie heel erg missen.
M: Maar Kaila, dat duurt nog heel lang. Maak je dus nu maar niet druk hierover.
K: Dat doe ik ook niet, maar ik ving dat gewoon bij je op. Je weet wij dieren verstaan de kunst om in het nu te leven. Dat betekent niet dat we niet vooruit kunnen kijken, maar dat zal de pret van nu niet bederven.
M: Mooi gezegd. Wil je nog iets anders kwijt?
K: Nee, ik ben tevreden en hou van je.
M: Dat is wederzijds en daar genieten we heel erg van.
250422

 

De overgang

Iedereen die met dieren leeft wordt geconfronteerd met de dood. Door hun levensduur maken we immers vaker mee dat een van onze dierenvrienden sterft, dan een van onze mensenvrienden. Mensen denken wel eens dat dieren altijd weten hoe het sterven en de dood is. En dat ze daar meteen in berusten. Maar dat is niet mijn ervaring.

Ik word namelijk wel eens benaderd door mensen die nog erg met het overlijden van hun dier zitten. Het voelt ergens niet goed voor ze, ondanks dat ze veel ervaring hebben met overlijdens van vorige dieren.

De ervaring leert dat het in al die gevallen zo is dat het dier nog niet volledig heeft kunnen overgaan naar zijn bestemming. Ik tref zo’n dier dan altijd in een impasse: het kan niet verder en zit een beetje z’n tijd uit. Zo van: wat nu?

De redenen kunnen heel verschillend zijn. Soms is een overlijden te plotseling gegaan en is het niet duidelijk voor een dier wat er precies gebeurd is. En soms werkte het lichaam niet mee terwijl de geest nog wel wilde doorleven hier op aarde.

Ik vind het altijd mooi om te zien dat het altijd klopt als mensen bij mij aankloppen. Want er is dan inderdaad altijd iets wat nog aandacht vraagt.

Het leuke is dat de mensen die mij benaderen zelf ook sensitief zijn. Ik kan het dan ook rustig aan hen overlaten om ‘in de geest’ het laatste stukje met elkaar door te brengen zodat beiden door kunnen.

De veroordeelde boom

Deze boom bescherm ik al ruim 15 jaar, toen liet ze een hele grote zware tak vallen met een groot litteken tot gevolg. Iedereen wilde de boom kappen, maar ik liet zien dat ze zich heel goed herstelde, kijk maar naar de zuilen die ze naast het gat heeft gemaakt. Maar nu lijkt beschermen niet meer te lukken, ze ter dood veroordeeld, als je kijkt naar de versierselen die ze om heeft gekregen. Tijd voor een gesprek.

M: Dag mooie boom, kunnen we met elkaar in gesprek?
B: Jazeker.
M: Hoe voelt het nu dat je veroordeeld bent?
B: Niet fijn, ik berust er wel in. Zo is mijn leven als boom nu eenmaal.
M: Ja, ik begrijp dat je er niets tegen kunt doen. Maar jouw gevoel kan zich toch verzetten? En als wij een goed gesprek hebben waaruit komt dat je zelf denkt dat je nog jaren daar kunt blijven staan, dan kan ik proberen alsnog mijn invloed uit te oefenen.
B: Dat lijkt me een goed idee. Laten we maar beginnen.
M: Hoe zie jij het inzake jouw levensduur? En kun je veilig blijven staan?
B: Inzake levensduur kan ik nog vele, vele jaren blijven staan. Dat heb je gezien toen ik de eerste keer een grote tak moest laten vallen, al lang geleden. Toen heb jij mij beschermd voor kappen. Maar nu ben ik ouder en ik heb al een keer een tweede grote tak moeten loslaten. En mijn wortels zijn niet meer zo sterk als ooit, je ziet dat ik een klein beetje scheef ben gezakt.
M: Maar denk je dat je nog veilig kunt blijven staan? Zeg voor vijf jaar?
B: Dat denk ik wel, maar ik moet een voorbehoud maken dat ik geen garantie kan geven bij heftige stormen. Die kunnen soms zo sterk zijn dat zelfs de sterkste boom dan niet kan blijven staan. Dus dat kan ik niet garanderen. Aan de andere kant als het zo erg stormt lopen er geen mensen in het bos en is het risico niet groot dat ik mensen kan beschadigen.
M: Dat klinkt goed. Maar wat met die ene grote tak die er wel een beetje buiten het evenwicht bij hangt.
B: Ik weet welke tak je bedoelt. Die zit nog steeds wel goed vast, maar ik kan er mee leven om die tak op te offeren als jullie je daar veiliger bij voelen en ik als boom nog kan blijven staan.
M: Ik ga kijken wat ik voor je kan doen. Dank je wel voor dit gesprek.
250409

Muizen in de val?

Ik werk in de zorg en het gebouw waar 24 mensen wonen is ook bewoond door muizen. Waar het begon met de signalering van 1 muis in de nacht, is het uitgelopen tot meerdere muizen in de nacht en ook in de avond worden de kleine vrienden gespot. Ik, als heldhaftige gezien door velen, plaatste vorig jaar een diervriendelijke muizenval. Maar ja, hoe gaat het in de zorg? Er is aandacht voor de bewoners maar een ‘detail’ als een muizenval wordt vergeten. De muis die voor de pindakaas ging is een wrede verstikkingsdood gestorven door gebrek aan zuurstof.

Collega’s hebben de ongediertebestrijding erbij gehaald en die concludeerden dat het hele pand bewoond wordt door muizen en dat het binnenkomen wel erg makkelijk gaat. Alles gaat rigoureus aangepakt worden. Tijd om met de muizen te gaan praten.

Als ik me meld bij de muizen lijkt het even of er vanuit verschillende hoeken een aarzeling is maar vervolgens komen er een paar muizen bij mij in beeld. Het lijkt een echt overleg zoals we daar met elkaar zitten.

Al snel wordt me duidelijk dat de muizen deze locatie als een paradijs zien en dat er verschillende families wonen. Ik begrijp hun lol maar moet ze toch vertellen dat er een bedrijf komt die er niet is voor het behoud van de muis. Ik geef ze twee opties: of sterven in het snoephuis of wegwezen. Ik laat ze zien hoe ze buiten hun plekjes kunnen vinden en ik moet toegeven: het gebouw is wel aantrekkelijk… Ik vertel de beste dieren dat het mijn voorkeur heeft dat ze verdwijnen. Niet alleen voor hun lijfsbehoud, maar ook ter meerdere eer en glorie van het communiceren met dieren. Het zou toch mooi zijn als blijkt dat alle muizen zijn vertrokken?

Maar het gaat er niet zo in bij de muizen. Het lijkt of ze niet vooruit kunnen denken en heerlijk in het moment blijven leven. Ik heb ze drie dagen voor de komst van het bedrijf gewaarschuwd en vandaag is de laatste dag dat ik ze kan adviseren om te verdwijnen. Want morgen start het hele theater. Ik tref vandaag zowel een luisterend oor als scepsis en afwijzing. “Goh, ik lijk wel een profeet,” zucht ik. Als ik het zo inschat heeft de meerderheid een houding van ‘we zien wel’. Ik zeg het ze nog één keer: “Vanavond is de laatste kans om naar buiten te gaan.”

Wordt vervolgd.

De opgesloten kat

Aan boord leven twee jonge katten van bijna een jaar. Het zijn heerlijke belhamels die volop genieten van het leven. Binnen rennen ze achter elkaar over van alles en nog wat, ze klimmen in de hoge krabpaal tot aan het plafond. Buiten gaan ze op avontuur en hebben een goede schrikreactie als er gevaar dreigt.

We zijn helemaal blij met elkaar en ondanks dat er geen ritme in ons bestaan is, is er toch ook weer wel een ritme. Het valt dan ook op dat Roderick op een morgen niet komt eten. Uiteindelijk is hij 24 uur weg en heb ik al langs de waterkant gekeken (waar hij natuurlijk nooit kan liggen want een verdronken kat drijft weg) en heb ik al roepend buiten gelopen.

Ik begin niet eens aan contact maken want ik weet dat ik niet objectief open kan staan. De pendel is een optie en die geeft meteen aan dat Roderick dood is maar de reden is onbekend. Daar heb ik niks aan, weg met dat ding.

Ik app een van mijn dochters dat de kat weg is en zij merkt meteen op: zit hij niet ergens opgesloten? Dat kan niet, maar mijn hersenen gaan toch even aan het werk. 24 uur geleden ben ik in het vooronder geweest om iets te pakken. Zou hij….? En ja, hoor, ik open het luik en daar zit meneer op een tas. Hij lijkt even verbaasd dat het luik open gaat en dan komt hij in de benen en springt naar buiten.

Twee dagen later ben ik benieuwd hoe hij zijn opsluiting beleefd heeft.

“Het was stil,” merkt hij meteen op. “Heb je geslapen?” “Ja, dat geloof ik wel.” Hij geeft een gevoel door van acceptatie en berusting. Zo van: daar zit ik dan, en nu?

Ik probeer de situatie te reconstrueren en geef dat in beeld door aan hem. Ik hoorde wel een plof, keek nog achterom, maar zag niets dat gevallen was. Achteraf realiseer ik me dat dat de kat geweest moest zijn maar ik heb niks van hem gezien.

“Waarom was je ineens weg?” vraagt Roderick me. “Ik wist niet dat je daar zat, joh!”

Hij laat zien dat het een vreemde situatie was: de stilte, het donker worden. Zijn oplossing was rustig zitten en afwachten. Hij geeft niks van paniek door of actief proberen eruit te komen. Als ik hem goed begrijp heeft hij wel rustig geïnspecteerd of er een uitgang was.

Ik vraag hem hoe hij het vond dat hij er weer uit was. “Toen herkende ik alles weer,” geeft hij door. “De voorwerpen, de lucht, de dieren. Toen kwam ik weer op gang.” Hij laat zien dat hij zich weer vrij voelde om zich te bewegen.

We pakten met z’n allen de draad weer op alsof er niks gebeurd is en ik denk dat het ook zo werkt bij katten.

Wat me wel trof in zijn reactie was de berusting waar hij in zat. Dat zullen andere katten ook hebben en daarom is het zo moeilijk om een kat te vinden die opgesloten zit.

Hondje vriend overlijd en heeft wat te zeggen

Een vriend schrijft me een lange mail waarin hij vertelt hoe de laatste uren van zijn hondje zijn geweest en hoe hij hem mist. Door zijn mooie en droevige bericht heen, hoor ik gewoon Umar heen reageren naar mij.

M: Beste Umar, ik hoor dat je graag wat wilt vertellen aan je baas. Ga je gang.
U: Ik wil heel graag benadrukken dat ik er vrede mee heb en dat ik mijn baasje absoluut niets kwalijk neem. Ik ben blij van de afschuwelijk pijn verlost te zijn. Graag had ik nog langer bij mijn baasje gebleven en nu maak ik me zorgen over of mijn baasje het nu verder redt. We waren zo vergroeid met elkaar, dat we eigenlijk een eenheid waren. Maar ik ben echt blij dat het pijn gedeelte voorbij is.
M: Dat begrijp ik. Ik hoorde van je baasje dat je een darmafsluiting hebt gehad en dat ze nog geprobeerd hebben je te redden door een operatie, maar dat je dat niet overleefd hebt.
U: Ja, ik weet dat mijn baasje alles heeft gedaan om mijn pijn te verzachten of zelfs weg te nemen, maar het mocht niet zo zijn.
M: Wat gebeurt er nu met je?
U: Mijn baasje stuurde me heel veel liefdevolle gedachten en die hielden hem en mij vast om onze nieuwe eigen ontwikkelingen te gaan. Via jou heb ik hem laten weten dat hij daar mee op moet houden om verder te kunnen gaan. Liefdevolle herinneringen zijn heel waardevol en houdt die vooral vast. Maar stuur niet bewust gedachten naar mij, want dat is voor ons allebei beperkend. Zo komen we niet los van elkaar en dat moet uiteindelijk wel gebeuren.
M: Bedoel je te zeggen dat je door gedachten iemand, mens of dier, kunt vasthouden om zich verder te ontwikkelen?
U: Dat is precies wat ik zeg. Door die gedachten te sturen houdt hij mij vast en dan kan ik niet los komen van het aardse leven en dat is niet de bedoeling. Hij is er ook meteen mee opgehouden, hoewel hij absoluut zijn mooie herinneringen aan mij mag en moet blijven vasthouden, maar niet opsturen naar mij. Ik moet verder en zal na verloop van tijd verdwijnen in de groepsziel. Toch blijft er een stukje individueel van mij over, dat meegeleverd wordt met een volgend leven. Dat heeft mijn baasje wel met mij bereikt. We waren zo vergroeid dat ik veel dichter bij het menszijn ben gekomen dan ik anders was gekomen. Daarvoor ben ik mijn baasje erg dankbaar. Ik ben sowieso heel erg dankbaar voor het mooie leven dat hij me geschonken heeft. Hij is van dag 1 altijd bij me geweest en dat is mooi.
M: Mooie woorden die je me zegt. Wil je nog iets zeggen?
U: Nee, dank je wel dat je me de gelegenheid hebt gegeven om dit te vertellen.