Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Gesprek met een walvis

Jaren geleden was ik in Zuid-Afrika als keynote spreker op een conferentie. Ik was er nog nooit geweest en was enorm onder de indruk van de geweldige natuur en dierenwereld. Maar ja, mijn doel was spreken op een conferentie en natuurlijk had ik wat tijd ingeruimd om ook wat van de omgeving te zien en van de bijzondere dierenwereld. Ik nam de kans waar om naar Walvisbaai te gaan om voor het eerst van mijn leven kennis te maken met deze unieke dieren. Zittend op de oever zag ik de walvissen langs zwemmen en ik was enorm onder de indruk. Ik was me er toen nog totaal niet van bewust dat je met dieren kon communiceren, zoals ik dat tegenwoordig geleerd heb. Maar ik kon wel contact maken en voelde een verbondenheid die tot op de dag van vandaag in stand is gebleven. Maar dat betekent dat ik ook nu met ze kan ‘praten’ en dat wil ik vandaag weer oppakken.
M: Dag walvis, we hebben elkaar lang geleden in Zuid-Afrika bij Walvisbaai ontmoet en je hebt je waarschijnlijk toen aan me getoond, maar dat weet ik niet zeker of je dezelfde walvis bent als ik toen heb gezien.
W: Of ik dezelfde ben of niet is niet van belang, we zijn een grote groep en je hebt kennisgemaakt met onze groep en daarmee behoor je tot de groep.
M: Dat klinkt wel heel welkom, dank je wel.
W: Wat is je reden om nu contact op te nemen? Of wil je gewoon een babbeltje maken?
M: Nee ik kreeg een verhaal toegestuurd van Orka’s die een gewond walvisjong beschermden en normaal gesproken is zo’n walvisjong een prooi voor de Orka’s, maar nu beschermden ze het jong. Is dat een geloofwaardig verhaal?
W: Dank voor wat je vertelt, ook dieren beschikken over compassie (Ik moest de betekenis van compassie opzoeken, want ik zou denken dat we het hebben over empathie, maar compassie gaat veel verder.) en als er geen noodzaak is omdat ze honger hebben, kunnen ze heel liefdevol zijn naar andere dieren. Er bestaan veel voorbeelden van dit gedrag, de mens ziet het niet altijd, maar dit is geen ongewoon gedrag. Voorwaarde blijft dat er geen noodzaak is om te doden omdat ze honger hebben want dan neemt het instinct van jagen het over. Je kunt ook zeggen dan neemt de overlevingsdrang het over.
M: Dank je wel voor deze uitleg. Als ik het goed begrijp is ons menselijke beeld van vijanden in het dierenrijk veel genuanceerder dan ‘je bent altijd vijand van elkaar’.
W: Dat is juist. Dat ligt veel genuanceerder. Ik geef je een voorbeeld wat iedereen wel kent. In Afrika leven prooidieren en roofdieren gewoon naast elkaar. De prooidieren kunnen gewoon langs leeuwen lopen zonder dat de leeuwen ook maar iets ondernemen. Ze hebben geen honger op dat moment en dan zijn de Antilopen of Buffels of wat dan ook, geen vijanden maar gewoon medebewoners van het gebied. Ze lopen gewoon langs elkaar zonder aandacht aan elkaar te besteden.
M: Dat was een mooie uitleg, dank je wel hiervoor. Wil je nog wat kwijt?
W: Je mag best wat vaker met ons communiceren, we vinden dat wel leuk.

250924

Kijken is niet gevaarlijk

Een paar dagen geleden werd ik verrast door een kitten dat nieuwsgierig zat rond te kijken. Vanaf toen zag ik hem elke dag even. Tijd voor een praatje.

Op het moment dat ik contact maak, schiet hij weg in mijn beeld. Al snel laat hij zich weer zien. Hij wil wel es onderzoeken wie ik ben en hoe ik op deze manier contact kan maken.

Ik begin het contact met te laten zien dat ik eigenlijk vind dat kittens een thuis moeten hebben waar ze veilig kunnen opgroeien. Met dat ik het denk, realiseer ik me dat dat mijn idee is. En inderdaad: het katje vindt geen aansluiting bij mijn denken. Hij vindt dat hij op een goede plek terecht is gekomen. Ik zie allemaal kleine, beschutte verstopplekjes en over elkaar spartelende kittens.

Toen ik het diertje voor het eerst zag, meen ik dat er 2 of 3 andere kittens wegschoten. Het diertje beaamt dat het een gezellig nest is. Hij laat zien dat ze spelen, oefenen en steeds sterker worden.

Ik haal het beeld naar voren toen ik hem voor het eerst zag. Hij zat op pallets en keek ons aan terwijl we met een auto bezig waren.

“Vond je het niet gevaarlijk?” vroeg ik, met het oog op hoe dicht hij bij ons zat.

“Kijken is niet gevaarlijk,” krijg ik als antwoord.

Ik zeg het diertje dat ik dieren altijd wil aanraken als ik ze zie. Hij vertelt me meteen dat dat niet nodig is. Contact kan ook van afstand.

“Er zijn hier heel veel katten,” vertel ik hem. “Ja, en ze laten etensrestjes liggen,” vult hij aan. Mooi, weet ik meteen hoe ze zich voeden naast het voedsel dat ze krijgen van hun moeder.

Ik vertel het diertje dat ik hem heel dapper de wereld in vind kijken. Hij voegt toe dat hij nieuwsgierig is en graag dingen onderzoekt.

Onbewust denk ik aan de vrachtwagens die op dit terrein rijden en de vuilnis die gestort wordt. Zijn de kittens wel veilig?

“Plekjes vinden is geen probleem,” haakt het katje in op mijn beelden/gedachten.

Door moeheid ben ik even in slaap gevallen. Het katje laat zien dat hem dat ook wel overkomt. Gewoon de draad weer oppakken, is zijn advies.

“Nou, ik hoop je nog vaak te zien. Want ik kijk nu natuurlijk altijd of je er bent. Je hoeft niet bang te zijn.”

“Het gaat niet om bang zijn maar om jezelf veilig stellen,” zegt de kleine kat. Ik interpreteer het meteen als bang als hij wegschiet, maar hij heeft gelijk als hij opmerkt dat het het belangrijkste is om eerst het lijf veilig te stellen. Weer wat geleerd van een kitten!

Man in nood

Eddy en ik stemmen onze blogs niet op elkaar af dus het is heel grappig als onze opeenvolgende verhalen raakvlakken met elkaar blijken te hebben, zoals nu het geval is.

De situatie is als volgt: Een man heeft een kater in zijn buitenwoning (klein, primitief) opgenomen en beiden leven hun eigen vrijbuitersleven. De relatie is uitstekend, ze nemen alles zoals het komt, zien wel of een van beiden thuis is of (langdurig) afwezig. Allebei happy.

Ik ken de kater zelf niet goed want als ik er kom is het dier weg omdat hij de hond vermijdt.

Op een dag komt er een vriend van de man met ernstige lichamelijke problemen. Hij blijft vijf dagen op deze veilige, afgelegen plek en ik word geregeld op de hoogte gehouden van het wel en wee (vooral van het wee).

Op dag drie vraag ik hoe de kat zich gedraagt naar deze vriend. “Hij ligt continu bij hem, mijn vriend heeft veel aan hem. Hij zegt dat de kat hem erdoorheen trekt.”

Tijd om contact te maken met deze kat.

Ik wist al dat het een no-nonsense kat is en ik tref hem dan ook in een wat stoere, nonchalante houding.

“Ik heb gehoord dat jij je over de vriend ontfermt hebt,” begin ik het gesprek.

“Ach, man in nood,” is het laconieke antwoord. “Hij was in gevecht met zichzelf en kon wel een steuntje in de rug gebruiken.”

Ik probeer meer te weten te komen en wil weten wat hij doet en waarom.

“Alleen aanwezig zijn. Dat weet jij toch ook. Je ziet vanzelf het verschil in gezelligheid en wanneer het nodig is.”

Ja, ik weet hoe dat met dieren zit. En ik begrijp dat deze kat er niet verder over wil praten. We wisselen namelijk niets nieuws uit dus is het verspilde energie om het erover te hebben.

“Maar,” zeg ik hem, “dit is iets te weinig voor een blog. Heb je toch niet wat meer info voor me?”

“Dan moet je niet bij mij zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet te ingewikkeld te leven met mensen. Ik wil best m’n steentje bijdragen maar dan is het ook klaar.”

Inwendig moet ik grinniken. Want het klopt wel hoe het dier het zo formuleert.

Jaren geleden was hij een ‘probleemkat’ omdat hij alles in huis onder pieste en zijn mens wanhopig bij mij terecht gekomen was. De gesprekken leverden niet het gewenste resultaat op. Toen ik hoorde dat de man waarbij hij nu woont een rattenvanger zocht in zijn buitenhuisje, was de deal snel gemaakt en verhuisde de kat. Hij heeft nooit in huis geplast.

Over twijfels en dilemma’s

Iedere twee weken een blog schrijven valt me soms wat zwaar. Waar zal ik het nu weer es over gaan hebben?

Ik kan een fragment uit mijn boek pakken. Of ik kan vertellen over het hondje laatst dat na het gesprek ineens zulk ander gedrag liet zien. Of … jeetje, ik twijfel.

Hmmm. Zouden dieren ook twijfelen?

Ik stel me open en gooi de vraag de ether in.

“Twijfel is voor mensen,” hoor ik meteen resoluut. Dat vind ik nogal een stellingname en ik vraag wie dat zegt.

Meteen zie ik de leeuw voor me. “Jullie verdoen je tijd met twijfelen,” voegt hij toe. “Al dat wikken en wegen is brein-malaise.”

Dat vind ik wel een mooi woord. Nooit van gehoord, maar bijzonder treffend.

Zoals wel vaker gebeurt, vind ik dat ik mijn soort (de mens) moet verdedigen. “Nou, soms is het voor ons ook allemaal best wel ingewikkeld, hoor…” Ik wil aan een opsomming van dilemma’s beginnen maar de mond wordt me gesnoerd: “Welnee, jullie máken het ingewikkeld.”

Ik word bijna een beetje geïrriteerd van zo’n ontkenning van alle moeilijkheden waar wij mee geconfronteerd worden. Gelukkig weet ik het op tijd om te buigen en ik vraag de leeuw of zij ook wel eens twijfels hebben.

“Wij gaan op onze lichamelijke behoeften,” legt hij uit.

Ik vind het te simpel klinken en vraag: “Jullie worden dus gelééfd door je lichaam?”

“Wij zíjn ons lichaam. Wij behuizen het.”

De stelligheid van deze leeuw verwacht geen tegenspraak van mij.

Ik vraag of hij wel eens dilemma’s heeft. “Ja, of ik me links- of rechtsom draai in de zon.”

“Ik vind dat je het allemaal wel heel makkelijk opvat,” geef ik hem terug. “Nou, probeer het ook eens!” antwoordt de leeuw met een bijna uitdagend lachje.

Ik wil bijna denken dat ik dit dier niet serieus kan nemen, maar dan bedenk ik me dat ik begon met twijfel en het nu over dilemma’s heb. Wat is het verschil daartussen?

Zoals ik al eerder schreef heb ik toegang tot de kennis van de dieren (uiteraard in beperkte mate) en toegang tot de kennis van het internet (AI).

Van de laatste leer ik dat twijfel onzekerheid is. En een dilemma is een keuze tussen twee duidelijke maar moeilijke opties.

Hmmm, het woordje behuizen dat de leeuw doorgaf vind ik ook onderzoekswaardig. Dat woord gebruiken we namelijk niet heel veel meer.

Letterlijke betekenis: Een lichaam of ruimte bewonen of ergens een onderkomen geven.

Figuurlijk of spiritueel: Een ziel of geest die een lichaam ‘behuist’.

En het woordje brein-malaise? Ook dat zoek ik op. Maar het antwoord geef ik hier niet, dan dwalen we teveel af :).

 

Dieren in de huidige hitte

Het is al een paar dagen extreem heet in ons land, temperaturen bereiken tropische waarden. Hitteprotokollen zijn van toepassing, we moeten speciaal letten op ouderen en zieken, maar wie let er op de dieren? En hoe beleven dieren deze hitte zelf? Ik begin naast me, waar Kaila ligt.

M: Krullenbol, hoe red jij het deze warme dagen?
K: Ja, het is warm, ook in huis is het warm, maar wij hebben gelukkig een stenen vloer en dat is heerlijk koel. Daarom slaap ik nog nauwelijks op bed, maar naast het bed. Wandelen buiten probeer je zo veel mogelijk op iets koelere tijden te doen, maar dat lukt niet altijd. En dan zijn er twee dingen die een rol spelen. Jij bepaalt wanneer we gaan wandelen en dat is niet altijd mijn tijd, maar zo werkt dat. En we wandelen wel veel op de hei, maar gelukkig is er veel bos rond de hei en daar lopen we dan. Ik doe het een beetje rustiger aan, sta veel stil om te ruiken en jij denkt dat ik al ouder word, maar dat is mijn manier van rustiger aandoen.
M:OK, dank je wel hiervoor. Maar kan jij het wel aan met je toch redelijk dikke vacht buiten?
K: Dat gaat best, als we een beetje te lang wandelen, krijg ik het wel erg heet, maar dan kom ik thuis weer op die relatief koude vloer en dan is het leed gauw geleden.
(Mijn volgende kandidaat voor een kort interview is de kat van onze dochter, Nola, ik heb nog nooit met haar gecommuniceerd, maar gisteren was duidelijk, tijdens de oppas op de kleinkinderen, dat ze het wel erg warm vond.)
M: Hallo Nola, wil je met me ‘praten’?
(Nola reageert niet, maar ze kijkt om zich heen wie daar tegen haar spreekt, dan laat ik haar weten dat ik in haar koppie zit en dat ze gewoon met me kan communiceren.)
N: Dit is verrassend dat jij zomaar bij mij kunt zijn, terwijl je er niet bent. Maar het werkt blijkbaar. Wat wil je?
M: Ik wil graag van je weten hoe je dit warme weer ervaart en of je het wel aankunt?
N: Wat een onzin, natuurlijk kan ik dit aan, ik ben een gezonde kat en wij kunnen uren in de zon liggen en dan wordt het ook warm.
M: Ja, maar ik zag je gisteren binnen liggen, helemaal uitgestrekt op een koele plek. Waardoor het leek alsof je last van de hitte had.
N: Ja, het was en is warm, maar ik lig vaker uitgestrekt en ik zoek altijd een plekje waar ik het lekker vind liggen, zon, schaduw, binnen, buiten, droog en soms nat. Net waar ik zin in heb. Het zijn mijn keuzes.
M: Ik snap het, voor jou geen speciale dagen met dit weer, je kunt er goed mee omgaan. Dank je voor het gesprek.
(De volgende kandidaat voor een interview is een paard in de wei. We kennen elkaar.)
M: Dag Sylvester, we kennen elkaar en ik wilde graag aan jou vragen hoe jij deze hitte de afgelopen dagen en nu ervaart? Kun je daar iets over vertellen.
S: Ik sta in een groot weiland, omgeven door hoge bomen. Dat betekent dat ik dagelijks wel schaduw kan opzoeken, maar dat er in de middag geen schaduw meer in de wei komt en dat is momenteel echt wel erg warm. Ik sta dan, nu ook al, in de volle zon en dat is echt wel heftig. Geen schaduwplekje meer op te zoeken en ik moet wel eten, dus sta ik te grazen en zelfs het gras is warm op dit moment. Dit is niet aangenaam, maar ik kom er wel doorheen als het niet te lang duurt. Dus maak je geen zorgen, ook al zou een schaduwplek de hele dag wel aangenaam zijn.
(Ik zoek nu een konijn op de hei en wil weten hoe zij het ervaren.)
M: Welk konijn van de hei wil met mij communiceren? Wie wil zich melden?
K: Ik wil wel met je praten.
M: Kun je iets over jezelf vertellen en de omgeving hoe je leeft?
K: Ik ben altijd rond de hei en in het bos, wij leven in een gemeenschap in een groter hol met vele kamers en uitgangen. Ons hol is aan de rand van het bos onder een hele grote braam partij, dat geeft veel beschutting tegen de vele honden die op ons jagen. Als wilt weten hoe wij de hitte ervaren dan kan ik je vertellen dat wij in een hol onder de grond leven. Dat is normaal koel in de zomer en warm in de winter. Nu het al wat langer warm is wordt het in het hol ook wat warmer, maar het is nog goed uit te houden. Eten doen we eigenlijk pas ’s avonds en dan is het al stevig afgekoeld. Kortom wij zijn niet zo gevoelig voor hitte.
M: Dank je wel, allemaal voor deze interviews.

Ik ben mij ervan bewust dat deze korte ronde niet representatief is voor alle dieren, denk aan de landbouwdieren die in stallen zitten en dieren die op transport gaan, voor hen is dit natuurlijk een extra zware tijd, soms zelfs levensbedreigend. Dat is wel onze verantwoordelijkheid. 

250702

Hyronimus over gevoelens bij dieren II

Vandaag het vervolggesprek met Hyronimus over gevoelens bij dieren.

M: Dag Hyronimus, fijn om ons gesprek te kunnen vervolgen over gevoelens bij dieren.
H: Ik doe dit graag, het blijft interessant te weten dat mensen steeds maar blijven geloven dat dieren geen gevoel hebben en dat ze daarom ook gewoon uitgebuit mogen worden, zoals jullie vroeger ook deden met slaven. Die zagen jullie niet als mensen en daardoor konden ze ook niet zo behandeld worden. Het is nog steeds een beetje zo voor jullie mensen dat dieren echt iets heel anders zijn dan mensen. Maar waarom zouden dieren geen gevoelens kunnen hebben of maar beperkt?
M: Zo je gaat er meteen stevig tegenaan.
H: Dat was en is niet de bedoeling maar soms kan ik me kwaad maken, ook een gevoel, over de beperkte view die jullie hebben van een wereld waarin alles met elkaar verbonden is en ook wel alles is één wordt genoemd. Zoals er in jullie lijf allerlei parasieten en microben en bacteriën enzovoort leven en ze in symbiose met jullie lichaam leven en soms zelfs noodzakelijk zijn voor jullie voortbestaan, zo kunnen jullie deze dieren als één met jullie lichaam beschouwen. Jullie onderhouden deze dieren en die zijn daardoor afhankelijk van jullie. Zo zijn jullie weer afhankelijk van de Aarde waarop jullie leven, de Aarde onderhoud jullie met energie en voedsel, op een vergelijkbare wijze zoals jullie de dieren in jullie lijf onderhouden. En wat heeft dat nu te maken met dieren en gevoelens?
Zoals ik in ons vorige gesprek al duidelijk maakte zijn de mate waarin dieren gevoelens hebben afhankelijk van de mate van complexheid van de bouw van de soort, de gevoelens ook complexer en gevarieerder kunnen zijn. Ik zei er toen nog bij naarmate ze hoger ontwikkeld zijn en dat heb ik er speciaal voor jullie aan toegevoegd, want eigenlijk is dat een onjuiste inschaling, het is een typische menselijke ordening. Zoals een vroegere slaaf geen lager ontwikkeld mens was, maar alleen een ander ontwikkeld mens, zo zijn bij veel dieren de ontwikkelingen ook anders, maar niet per sé hoger of lager.
M: Maar ik neem aan dat er wel degelijk grote verschillen zijn tussen de diergroepen, een insect is toch minder ontwikkeld dan een paard bijvoorbeeld?
H: Zelfs dat kun je je afvragen. Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven? Maar we dwalen sterk af van een gesprek over de mate van gevoelens bij dieren.

Kijk naar mieren, die hebben een ingewikkelde sociale structuur die sterk ontwikkeld is. Is die van een lagere orde dan de wijze waarop mensen samen leven?

M: Ja, gesprekken met jou willen wel eens heel anders lopen dan ik me vooraf had voorgesteld.
H: Maar nu terug naar de gevoelens. Je vraagt je af of dieren ook gevoelens als liefde kennen. Heel filosofisch kun je je dan afvragen wat liefde is, maar die kant wilde ik niet op gaan. Ik beschouw gevoelens van liefde of genegenheid even als een bepaalde vorm van liefde. En dieren zijn daar zeker toe in staat. En binnen die liefde/genegenheid is er soms wel en soms geen exclusiviteit. Als er sprake is van exclusiviteit, dus als stellen voor een lange periode samen zijn, dus niet alleen de paartijd, is er wel degelijk sprake van genegenheid. De paartijd is echt iets heel anders, die is gedreven door instincten, terwijl genegenheid echt een graag samen willen zijn is. We kennen daar mooie voorbeelden van bij verschillende soorten dieren. Koeien kennen dit gevoel zeker en door de ongezonde wijze waarop jullie koeien houden, zijn dat altijd relaties tussen koeien van hetzelfde geslacht. Maar neem bijvoorbeeld pinguïns, die leven in grote groepen, waarbij er bijna altijd vaste paartjes gevormd worden. Niet altijd man-vrouw, maar ook man-man zie je daar regelmatig. Het zijn ook heel goede ouders, maar ze moeten voor een ei dit stelen van de buren en dat doen ze dan ook.
Jullie vragen je regelmatig af of je huisdier in staat is tot liefde naar zijn verzorgers of dat dat alleen maar afhankelijk van de verzorging gerelateerd is. Maar jullie huisdier is wel degelijk in staat tot liefde gevoelens naar zijn verzorger en dat is ongetwijfeld leuk om te weten. Er kan dus sprake zijn van wederzijdse liefde, want jullie zeggen te houden van jullie huisdieren alsof het soms je eigen kinderen zijn en dat mag.
M: Dat klinkt weer heel lief en dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan. Tot een volgende keer.

Kaila gooit baas omver

Mijn vrouw en ik komen thuis van boodschappen doen, we zetten onze tassen neer en kletsen nog even. Kaila rent op mij af en springt tegen me op en ik ben daar totaal niet op verdacht. Ik klap dubbel en val achterover tegen een kast en de muur. Er valt van alles op de grond, maar ik gelukkig niet. Maar Kaila is natuurlijk heel erg geschrokken en trekt zich meteen terug en is duidelijk droevig.
Ze doet dit altijd als ik thuis kom en zo begroeten we elkaar, maar ik was zo in gesprek met mijn vrouw dat ik er dit keer niet op voorbereid was. Echt een ongelukje dus.
Ik heb Kaila direct uitgenodigd om samen op bed te gaan liggen, heel dicht tegen elkaar aan en zo was het gelukkig snel weer goed tussen ons. Het is nu een paar dagen verder en tijd voor een gesprekje.

M: Lieve Kaila, weet je nog van enkele dagen terug toen ik bijna op de grond viel van jouw sprong ter begroeting?
K: Zeker weet ik dat nog, het was een nare botsing. Ik was bang dat ik je pijn had gedaan en voelde me schuldig dat je bijna gevallen was.
M: Gelukkig heb ik me geen pijn gedaan. En ik voelde me schuldig dat ik niet meteen aandacht voor jou had, terwijl ik dat anders wel altijd heb.
K: Ik was heel blij dat je me meteen mee nam om een lekkere lange knuffel op bed te doen samen. Dat bracht ons weer heel dicht bij elkaar. Misschien had ik dit keer ook wel een te grote aanloop genomen, waardoor ik met een stevige vaart tegen je op sprong. Niet handig van mij. Normaal heb ik iets meer geduld, maar ik was gewoon blij jullie weer te zien en dan hoort een staande knuffel erbij voor mij.
M: Dat is ook prima, ik ben ook altijd blij met jouw lieve knuffel bij thuiskomst. Maar goed, dit heeft nu wel een hoog knuffel gehalte, heb je nog iets anders te melden?
K: Ja, ik merk dat je reisplannen aan het maken bent voor ver weg, in tijd en in afstand. En dat jullie samen willen gaan. Kan ik met jullie mee?
M: Nee, dat gaat niet, je kan bijna iedere vakantie met ons mee en daar plannen we onze vakantie ook altijd op. Maar dit keer gaan lief en ik samen afscheid nemen van mijn vrijwilligerswerk ver weg in India en daar zou het voor jou niet fijn zijn om mee te gaan. We gaan een hele fijne oplossing voor je vinden. We hebben al wat in het hoofd, maar dat ga ik nu niet uitspreken.
K: Dat hoeft helemaal niet, ik weet wat je in je hoofd hebt, dat lijkt me eigenlijk wel erg leuk. Dat zou voor mij ook wel een beetje vakantie zijn. Ook al zal ik jullie heel erg missen.
M: Maar Kaila, dat duurt nog heel lang. Maak je dus nu maar niet druk hierover.
K: Dat doe ik ook niet, maar ik ving dat gewoon bij je op. Je weet wij dieren verstaan de kunst om in het nu te leven. Dat betekent niet dat we niet vooruit kunnen kijken, maar dat zal de pret van nu niet bederven.
M: Mooi gezegd. Wil je nog iets anders kwijt?
K: Nee, ik ben tevreden en hou van je.
M: Dat is wederzijds en daar genieten we heel erg van.
250422

 

De overgang

Iedereen die met dieren leeft wordt geconfronteerd met de dood. Door hun levensduur maken we immers vaker mee dat een van onze dierenvrienden sterft, dan een van onze mensenvrienden. Mensen denken wel eens dat dieren altijd weten hoe het sterven en de dood is. En dat ze daar meteen in berusten. Maar dat is niet mijn ervaring.

Ik word namelijk wel eens benaderd door mensen die nog erg met het overlijden van hun dier zitten. Het voelt ergens niet goed voor ze, ondanks dat ze veel ervaring hebben met overlijdens van vorige dieren.

De ervaring leert dat het in al die gevallen zo is dat het dier nog niet volledig heeft kunnen overgaan naar zijn bestemming. Ik tref zo’n dier dan altijd in een impasse: het kan niet verder en zit een beetje z’n tijd uit. Zo van: wat nu?

De redenen kunnen heel verschillend zijn. Soms is een overlijden te plotseling gegaan en is het niet duidelijk voor een dier wat er precies gebeurd is. En soms werkte het lichaam niet mee terwijl de geest nog wel wilde doorleven hier op aarde.

Ik vind het altijd mooi om te zien dat het altijd klopt als mensen bij mij aankloppen. Want er is dan inderdaad altijd iets wat nog aandacht vraagt.

Het leuke is dat de mensen die mij benaderen zelf ook sensitief zijn. Ik kan het dan ook rustig aan hen overlaten om ‘in de geest’ het laatste stukje met elkaar door te brengen zodat beiden door kunnen.

De veroordeelde boom

Deze boom bescherm ik al ruim 15 jaar, toen liet ze een hele grote zware tak vallen met een groot litteken tot gevolg. Iedereen wilde de boom kappen, maar ik liet zien dat ze zich heel goed herstelde, kijk maar naar de zuilen die ze naast het gat heeft gemaakt. Maar nu lijkt beschermen niet meer te lukken, ze ter dood veroordeeld, als je kijkt naar de versierselen die ze om heeft gekregen. Tijd voor een gesprek.

M: Dag mooie boom, kunnen we met elkaar in gesprek?
B: Jazeker.
M: Hoe voelt het nu dat je veroordeeld bent?
B: Niet fijn, ik berust er wel in. Zo is mijn leven als boom nu eenmaal.
M: Ja, ik begrijp dat je er niets tegen kunt doen. Maar jouw gevoel kan zich toch verzetten? En als wij een goed gesprek hebben waaruit komt dat je zelf denkt dat je nog jaren daar kunt blijven staan, dan kan ik proberen alsnog mijn invloed uit te oefenen.
B: Dat lijkt me een goed idee. Laten we maar beginnen.
M: Hoe zie jij het inzake jouw levensduur? En kun je veilig blijven staan?
B: Inzake levensduur kan ik nog vele, vele jaren blijven staan. Dat heb je gezien toen ik de eerste keer een grote tak moest laten vallen, al lang geleden. Toen heb jij mij beschermd voor kappen. Maar nu ben ik ouder en ik heb al een keer een tweede grote tak moeten loslaten. En mijn wortels zijn niet meer zo sterk als ooit, je ziet dat ik een klein beetje scheef ben gezakt.
M: Maar denk je dat je nog veilig kunt blijven staan? Zeg voor vijf jaar?
B: Dat denk ik wel, maar ik moet een voorbehoud maken dat ik geen garantie kan geven bij heftige stormen. Die kunnen soms zo sterk zijn dat zelfs de sterkste boom dan niet kan blijven staan. Dus dat kan ik niet garanderen. Aan de andere kant als het zo erg stormt lopen er geen mensen in het bos en is het risico niet groot dat ik mensen kan beschadigen.
M: Dat klinkt goed. Maar wat met die ene grote tak die er wel een beetje buiten het evenwicht bij hangt.
B: Ik weet welke tak je bedoelt. Die zit nog steeds wel goed vast, maar ik kan er mee leven om die tak op te offeren als jullie je daar veiliger bij voelen en ik als boom nog kan blijven staan.
M: Ik ga kijken wat ik voor je kan doen. Dank je wel voor dit gesprek.
250409

Muizen in de val?

Ik werk in de zorg en het gebouw waar 24 mensen wonen is ook bewoond door muizen. Waar het begon met de signalering van 1 muis in de nacht, is het uitgelopen tot meerdere muizen in de nacht en ook in de avond worden de kleine vrienden gespot. Ik, als heldhaftige gezien door velen, plaatste vorig jaar een diervriendelijke muizenval. Maar ja, hoe gaat het in de zorg? Er is aandacht voor de bewoners maar een ‘detail’ als een muizenval wordt vergeten. De muis die voor de pindakaas ging is een wrede verstikkingsdood gestorven door gebrek aan zuurstof.

Collega’s hebben de ongediertebestrijding erbij gehaald en die concludeerden dat het hele pand bewoond wordt door muizen en dat het binnenkomen wel erg makkelijk gaat. Alles gaat rigoureus aangepakt worden. Tijd om met de muizen te gaan praten.

Als ik me meld bij de muizen lijkt het even of er vanuit verschillende hoeken een aarzeling is maar vervolgens komen er een paar muizen bij mij in beeld. Het lijkt een echt overleg zoals we daar met elkaar zitten.

Al snel wordt me duidelijk dat de muizen deze locatie als een paradijs zien en dat er verschillende families wonen. Ik begrijp hun lol maar moet ze toch vertellen dat er een bedrijf komt die er niet is voor het behoud van de muis. Ik geef ze twee opties: of sterven in het snoephuis of wegwezen. Ik laat ze zien hoe ze buiten hun plekjes kunnen vinden en ik moet toegeven: het gebouw is wel aantrekkelijk… Ik vertel de beste dieren dat het mijn voorkeur heeft dat ze verdwijnen. Niet alleen voor hun lijfsbehoud, maar ook ter meerdere eer en glorie van het communiceren met dieren. Het zou toch mooi zijn als blijkt dat alle muizen zijn vertrokken?

Maar het gaat er niet zo in bij de muizen. Het lijkt of ze niet vooruit kunnen denken en heerlijk in het moment blijven leven. Ik heb ze drie dagen voor de komst van het bedrijf gewaarschuwd en vandaag is de laatste dag dat ik ze kan adviseren om te verdwijnen. Want morgen start het hele theater. Ik tref vandaag zowel een luisterend oor als scepsis en afwijzing. “Goh, ik lijk wel een profeet,” zucht ik. Als ik het zo inschat heeft de meerderheid een houding van ‘we zien wel’. Ik zeg het ze nog één keer: “Vanavond is de laatste kans om naar buiten te gaan.”

Wordt vervolgd.