Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Skwarry verliest een vriendin

M: Hallo Skwarry, een vriendin van je vroeg mij om met je te praten. Wil je met me praten? Ik ben Eddy … en probeer me te verplaatsen in dieren en wil graag begrijpen waarom dieren zijn zoals ze zijn. En als jullie mij dat vertellen, schrijf ik er vaak over.
S: Dag Eddy, ik ben wel verrast, maar we kunnen gerust praten. Waar wil je het over hebben? Ik heb wel een vermoeden.
M: Fijn dat je wilt praten en ja, ik wil graag met je praten over hoe jij je voelt bij het overlijden van Viola. Wil je dat wel?
S: Dat vind ik wel moeilijk, maar ik wil er ook graag over praten. Ik heb niemand anders om er over te praten. Dus vraag maar.
M: Vind je het heel erg dat Viola is overleden?
S: Nee, voor Viola vind ik het niet erg, ze had weliswaar veel levenslust om te leven, maar ze is naar een mooie plek gegaan en daar zal ze nog wel even blijven. Het gaat haar daar redelijk goed. Ze is nog wel verdrietig over ons snelle afscheid, maar ze went daar wel.
M: Wat lief van je dat je eerst over Viola praat, maar ik wil ook heel graag weten hoe het met jou gaat?
S: Nou ja, dat is even wat minder. Ik mis Viola wel erg, we waren wel maatjes en stonden altijd samen als dat kon. Maar nu niet meer.
M: Ben je eenzaam?
S: Ja, duidelijk, nu wel. Ik hoop dat dat snel overgaat en dat ik weer gezelschap krijg en dat ik daar vriendjes mee kan worden. Dat lukt niet altijd makkelijk, want paarden kunnen soms wel erg dominant zijn en dan moet je je weer aanpassen en dat is niet mijn sterkste kant. Maar alleen is ook zo droef.
M: Ik begrijp wat je bedoelt. Zijn mensen, jouw verzorgers niet voldoende voor je?
S: Dat is lief gedacht, maar mijn verzorgers zijn er af en toe en staan niet de hele dag naast me in de wei, dus dat is geen vergelijking. Hoewel ze heel erg lief zijn en ook extra aandacht aan mij geven nu, is dat echt geen vervanging van een maatje.
M: Je hebt gelijk, was niet slim van mij om dat zo te zeggen.
S: Veel mensen denken dat paarden best alleen kunnen staan in de wei, maar dat is toch echt eenzaam. Ik ben geen kluizenaar, ik heb levenslust en wil graag gezelschap en daar kijk ik dus naar uit. En liever geen schapen als gezelschap, want die zijn echt heel anders dan wij pony’s. Daar heb je niet zoveel aan als gezelschap.
M: OK, dank je wel. Wil je nog iets zeggen?
S: Nee, het is goed zo. Kom jij me een keer opzoeken?
220107

Krokodil wil aardig gevonden worden

M: Dag Krokodil, is er een mogelijkheid om met jullie te ‘praten’?
Stilte en nog eens stilte.
M: Ik zal me netjes voorstellen, ik ben Eddy en probeer door middel van communicatie met verschillende dieren waar ik dan over publiceer, meer begrip voor jullie dieren te krijgen bij de mensen.
V: Dat is dan vergeefse moeite.
M: Hé, leuk dat je reageert.
V: Mensen zien ons alleen maar als slecht en daarom praten we niet met jullie.
M: Maar dat zou jammer zijn, want ik wil juist proberen begrip te kweken tussen jullie en de mensen.
V: Ja, dat is een mooi ideaal, maar mensen zien ons als gevaarlijke beesten die alles opeten en waar je ver uit de buurt moet blijven en ze jagen enorm op ons. Er is niets beters dan een dode krokodil in hun ogen. En dan kweken ze ons ook nog voor tasjes. Begrijp je dat we een beetje cynisch zijn over mensen.
M: Ik begrijp dat je het moeilijk vindt om je voor te stellen dat mensen ook belangstelling kunnen hebben voor jullie. Maar als dat nu eens zo is, wat zou je er van vinden om iets over jezelf te vertellen?
V: Nou vooruit, we zijn nu toch al in gesprek. Ik ben een krokodil die in de Nijl woont, niet in Egypte maar in Soedan. In mijn rivier waar we met een groot aantal soortgenoten wonen, is het best goed toeven. We komen hier niet te veel mensen tegen, dat is ons geluk. Maar lang niet alle krokodillen hebben dat geluk, en dan worden ze bejaagd tot ze dood zijn. Tenminste dat vertellen ze in de lichtsfeer en daar hebben ze dan nog best moeite mee om dat te vertellen. Vandaar dat jullie geen fijne naam hebben.

We worden bejaagd tot we dood zijn. Tenminste dat vertellen ze in de lichtsfeer en daar hebben ze dan nog best moeite mee om dat te vertellen. Vandaar dat jullie geen fijne naam hebben.

M: Maar jij hebt zelf niet die slechte ervaring?
V: Nee, niet direct. Zoals ik al zei kom ik nauwelijks mensen tegen en als dat een keer gebeurt dan zijn dat de oorspronkelijke bewoners van dit min of meer oerwoudachtige gebied. Die zijn met ons opgegroeid en die weten dat we ook onze goede kanten hebben. We houden de rivier schoon van kadavers, zodat er geen gifstoffen van lijken in de rivier zich kunnen verspreiden. We eten roofvissen, zodat er meer vissen in de rivier zijn en natuurlijk eten we ook af en toe dieren die door het water komen om naar de overkant te gaan. Dat zijn dan veelal de zwakkere dieren die wij opeten om zo de soorten sterk te houden. Maar mensen komen we nauwelijks tegen en daar houden we ook zo veel mogelijk afstand van.
M: Heb je een naam waar ik je mee kan aanspreken als ik weer een keer met je zou willen praten, want ik wil heel graag wat meer weten over jullie leefwijzen en de taak die jullie op Aarde hebben in het geheel.
V: Dat kan en je kunt mij dan aanspreken met Virkrok, zo zie ik mezelf, als een krokodil en als een Vir.
M: Dank je wel voor de informatie en tot ziens.
210415

De kunst van stilte

Van een vriendin kreeg ik een boek: Stilte als antwoord van Sara Maitland.

Zelf schreef ik In de Stilte hoor je alles.

Eckhart Tolle schreef De stilte spreekt.

Even een klein rondje internet leert me dat stilte een veel onderzocht onderwerp is.

Nu ben ik geen uitgebreide onderzoeker maar ik heb wel mijn eigen niche waar ik me prettig bij voel en waar ik informatie van krijg: de dieren.

Tijd voor een mini-onderzoekje bij mijn vrienden.

De leeuw die met de titel van mijn boek kwam reageert kortaf op mijn vraag wat stilte precies is: “Naar binnen gaan, naar je stilteplek, daar kun je info ophalen. Dat weet je toch.” Hij vond het maar een overbodige vraag en wilde er verder niet meer tijd aan besteden.

De ratten vertellen dat stilte ‘geen gedachten hebben’ is. Dat begrijp ik maar meteen denk ik aan de kwetsbaarheid als je daar bent waar geen gedachten zijn. Hoe hou je je omgeving in de gaten voor het geval er gevaar dreigt? “Dat is een kwestie van stille, goede plekken zoeken. Ook om te slapen.”

De prooidieren laten me zien dat zij best goed zijn in stilte. Stilte is voor hen een overlevingsmechanisme: ik ben er niet. Ik kan me heel goed voorstellen dat prooidieren hun signalen, hun gedachten, uit zetten zodat ze zo onopvallend mogelijk zijn.

De jagers onder de dieren laten zien dat ze juist alle kanalen open zetten om zoveel mogelijk informatie (zoveel mogelijk ‘herrie’) via de zintuigen binnen te krijgen om zo in hun voedsel te kunnen voorzien.

Ik denk dat veel dieren de kunst van de stilte beheersen. En dan bedoel ik: de afwezigheid van gedachten. Veel dieren kunnen gewoon “zijn”. Ze zijn in het moment. Het is goed.

Als het lichaam signalen gaat geven dat er gegeten of ontlast wil worden, dan komen ze in actie. Dan gaan ze ‘de herrie’ in, dan zoeken ze het leven op.

En is het lichaam voldaan dan is er tijd voor spel. Want spelen doen de dieren zeker ook. Ontdekken en plezier maken om zich vervolgens weer voldaan te wentelen in de stilte.

Was ik maar een dier…

Na het publiceren van deze blog typ ik “De kunst van stilte” in en voilá: ook dat is een titel van een boek.

Bij als verstekeling

Ik ben van een afspraak op weg naar huis en rijd in de auto en voel iets kriebelen op mijn linker elleboog. Ik krap terug en even later weer. Dan loopt er ineens een prachtige bij over mijn blote arm naar mijn hand. Mijn eerste gedachte is: raampje open zetten en dat beest naar buiten. Maar mijn tweede gedachte is, dat overleeft hij niet als ik hem hier op de snelweg uit het raampje gooi. Dus gaan we in gesprek.

M: Wat moet ik met jou?
B: Terugbrengen waar je me gevonden heb.
M: Maar ik heb je niet gevonden, jij bent met mij meegereisd.
B: Ik ben op jou gaan zitten omdat je zo’n mooie kleur aan had en toen stapte je in de auto en reden we weg.
M: Dat kan gebeuren. Maar het gaat me iets te ver om dertig kilometer terug te rijden en vervolgens dan pas weer op weg naar huis te gaan. Waar zal ik je er uit laten?
B: Dan het liefst in een natuurgebied. Ik ben geen korf bij, dus ik kan overleven tot de winter ook in een andere omgeving.
M: Dat stelt me gerust. Dus als ik straks ergens in de natuur stop en alle deuren open doe vertrek je en kun je overleven?
B: Ja, dat kan, liefst in de buurt waar veel bloemen zijn en niet veel straten en verkeer.
M: Zo hier is het dan, een rustige omgeving met veel wilde bloemen. Alle vier deuren staan open en ik wens je een goede tijd toe.

Achteraf denk ik dat ik er nooit bij heb stilgestaan dat als er een dier met je meelift, je dat meestal er zo snel mogelijk uit wilt zien te krijgen. Maar als je niet bedreigd wordt, kun je gerust verder rijden en het diertje op een overlevingsplek voor hem loslaten. Dat heb ik gedaan en het was niet vanzelfsprekend voor mij, maar misschien vanaf nu wel. Het was zo’n mooi beestje, heel harig en aaibaar. Maar ja, het blijft een beetje eng omdat ze kunnen steken.

230722

 

Kaila en haar neus

Zoals jullie weten is Kaila al een aantal keren stoned geweest van de drugs die ze op de hei weet te vinden. Daarom loop ik niet veel meer met haar op de hei, maar meestal in het bos. De laatste dagen lopen we weer op de hei en ik heb afspraken met haar gemaakt. Vanochtend hadden we dit gesprek.

M: Lieve Kaila, wat loop je te genieten van je wandeling, maar je weet dat we afspraken hebben gemaakt over het wandelen op de hei?
K: Jazeker weet ik dat. Je wilt dat ik dicht bij je in de buurt blijf zodat jij mij kan helpen als de verleidingen voor mij te groot worden.
M: Dat heb je heel goed verwoord. Nu wil ik graag even terugkomen op wat er vanochtend gebeurde en hoe jij daar op reageerde.
K: Ja, mag ik het vertellen?
M: Graag.
K: Ik liep langs de bosrand en mijn neus ving ineens weer de wietlucht op. Mijn neus ging omhoog en ik rook alle kanten op en constateerde dat de lucht uit de bosjes kwam. Jij keek de hele tijd naar mij en zag daardoor mijn neus omhoog gaan en je wist dat ik een spoor geroken had, maar nog niet gevonden.
M: Ja en toen jij het spoor wel min of meer gevonden had, maar nog niet helemaal, kon ik je terugroepen en je kwam meteen naar me toe. Dat vond ik heel knap van je.
K: Ik had de richting gevonden waar de lucht vandaan kwam en wilde de bosjes ingaan, maar jij riep me terug en ik herinnerde me onze afspraak. Jij kan mij beschermen als ik in de buurt blijf. En ik heb op dit punt bescherming nodig. Ik weet dat als ik er van eet en dat kan ik niet laten, want het is heel lekker, dat ik er even later beroerd van word, echt ziek zelfs. En dat wil en kan jij voorkomen door mij te roepen. Hoewel ik dan wel mijn drang om snel weg te lopen moet beheersen, is het me gelukt en ben ik weer met je mee gegaan.
M: Daar ben ik heel blij mee en ik vind het ook knap dat je het kon. Daardoor kunnen we wel af en toe op de hei wandelen en kan jij met je vriendjes spelen en rennen en daar geniet ik ook weer heel erg van.
K: Dat is wederzijds genieten.

Overigens heeft Kaila wel een heel eigen interpretatie van wat zij dicht in de buurt blijven vindt.

230816

De octopus

Iemand was benieuwd wat er in een octopus omgaat. Reden om eens contact te zoeken. Als ik ervoor ga zitten zit ik even te hannesen hoe ik me ga afstemmen: richt ik me op boven of onder? “Het kan allebei,” hoor ik meteen. “Jaja,” mompel ik, “ik weet dat alles boven in het veld zit maar ik twijfel of ik de fysieke octopus eerst wil leren kennen.” “Alles zit in de lucht,” krijg ik als antwoord.

De wijsneus. Uit een soort tegendraadsheid wil ik naar de fysieke octopus en ik stem af op diep in water. “Donker hier,” merk ik op. De octopus vindt het opmerkelijk dat ik daarover val. Er zijn zoveel mogelijkheden om informatie uit de omgeving te krijgen: watertrilling, geluiden, bewegingen, stromingen, belletjes.

Ik merk dat hij zeer bedreven poten heeft. Het lijkt ook wel of de poten een soort antennes zijn.

Kennelijk denk ik aan wat voor nut het heeft dat de octopus daar in de diepte leeft. “Het is: leven, voortplanten en weer gaan,” krijg ik als antwoord op mijn ongestelde vraag. Mijn ongeconcentreerde hersenen gaan alweer naar een ander onderwerp: hoe worden ze gevangen? Ook dit pikt de octopus weer snel op en hij laat sleepnetten zien. Een manier van vissen waar geen respect achter zit, volgens hem. “Het is een binnenhalen van massa. De mens heeft steeds slimmer, steeds beter en steeds sneller willen zijn. Het is jullie ondergang, die inhaligheid.”

Ik neem even pauze om na te zoeken hoe octopussen gevangen worden en lees dat ze sterke kaken hebben. “Ja, ik heb wat gereedschappen meegekregen,” bemoeit hij zich er weer mee.

Ik zit wat te mijmeren over de zin van al die soorten dieren op deze planeet en de octopus haakt weer in: “We dragen allemaal bij. Het systeem zit goed in elkaar. De natuur is sterk, past zich aan. De grote verstoorder is de mens, die wil het slimste jongetje van de klas zijn: alles moet slimmer, beter en meer.” De octopus laat zien dat er een gigantische drive zit achter het willen beheersen en controleren. “Pas maar op dat je kop niet afgehakt wordt als je niet in dat straatje loopt,” waarschuwt de octopus. “Jullie mensen sabelen elkaar ook neer als het niet om eten gaat (hij laat het beeld zien dat dieren vechten met de motivatie om te eten of niet gegeten willen worden). Meedogenloos, jullie soort. Nou, kom later nog maar eens terug. Dit is genoeg voor een eerste kennismaking.”

Ik kan niet anders dan inderdaad afhaken en ik voel me een beetje op m’n nummer gezet vanwege het feit dat ik een mens ben. Ik ben nu al benieuwd naar het volgende contact.

Wat is het probleem?

Er wordt me weer gevraagd om contact te maken met coloradokevers vanwege de last die ze veroorzaken bij de aardappelplanten. De onderliggende vraag is natuurlijk wat er tegen gedaan kan worden.

De kevers reageren meteen met hun dierenlogica: Natuurlijk zitten ze daar waar het eten goed en ruim voorradig is. Wat is het probleem?

Ik leg uit dat mensen aardappelvelden aanleggen om te kunnen eten. En dat de aardappeltelers velden aanleggen om de aardappelen te verkopen zodat ze van dat geld andere dingen te kunnen kopen. Het is niet de bedoeling dat de coloradokevers (of eigenlijk de larven) de planten opeten voordat de aardappels hebben kunnen groeien.

“Dan eten de mensen toch wat anders?” is hun logica.

Ik hoor dat ze steeds weerbaarder worden tegen ‘de spuitbus’ en ik lees later dat dit inderdaad klopt. En door hun grote aantal hebben ze als soort meer overlevingskans.

Pas dagen na deze logica (“Wat is het probleem? Dan eten mensen toch wat anders?”) realiseer ik me dat de kevers best eens gelijk kunnen hebben. Waarom niet iets heel anders telen op die grond? Dan is het lievelingseten niet meer voorradig en doorbreek je een cirkel.

Die dieren zijn zo gek nog niet …

Een boek van Hyronimus?

Vandaag geen dierengesprek maar een hele andere blog.

Piek en ik hadden maanden geleden afgesproken dat we een aantal boekjes zouden maken van onze blogs om meer publiciteit te genereren. Dat betekent dat ik al maanden bezig ben met een boek over/van Hyronimus. De afgelopen jaren heb ik 65 gesprekken met hem gevoerd, waarvan minder dan een derde gepubliceerd is als blog, en die worden nu gebundeld in dat boek. Vermoedelijke omvang ca. 140 pagina’s, met foto’s en alles op mooi papier en in kleur. Kostprijs van het boek net onder de twintig euro.

Maar ik moet het van Hyronimus professioneel aanpakken. Dus nadat ik alle gesprekken op een rij heb gezet, heb ik het naar onderwerp gesorteerd. Zo kom ik voorlopig op 10 hoofdstukken. Maar hoe doe je dat professioneel? Een professionele opmaak, laten redigeren, mooie kleuren druk, goede uitgever, enz. Ik ben enige weken geleden begonnen met het boek ‘Hoe schrijf je een bestseller?’ van Maria Genova te lezen. Een inspirerend boek. Ik ben weer met hernieuwde energie aan de gang gegaan. Zij beveelt aan om dingen uit te proberen en daarbij vraag ik jullie hulp.

Is deze titel voldoende pakkend? Titel: Hyronimus, ondertitel: gesprekken met een buizerd.

Is deze tekst voor de achterflap voldoende pakkend? ‘Op een dag landt er een buizerd in de achtertuin van Eddy. Hij blijft er twee dagen zitten en ze raken met elkaar in ‘gesprek’. In de loop van vier jaar ontstaat een bijzondere band tussen Eddy en de buizerd Hyronimus, hetgeen resulteert in vele gesprekken. Van grappige tot spirituele gesprekken, met onderwerpen van het maken van dit boek tot de oorlog in Oekraïne. Hyronimus heeft overal een mening over.’

Dan inzake de inhoud. Ik wil de gesprekken zo oorspronkelijk als mogelijk houden. Maar Maria Genova meent dat je alles wat voor de lezer niet van belang is, weg moet laten. Ik geef een voorbeeld.

Mijn originele tekst luidt:

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer een keer praten?

H: Ja graag. Je bent weer heel druk tegenwoordig en daarom spreken we elkaar te weinig.

M: Je hebt gelijk.

Dan pas komen we tot het echte onderwerp van gesprek. Het is een overbodige inleiding, maar het is ook een sfeerbepaler van het gesprek. Dus weglaten of juist origineel houden?

Willen jullie mij helpen en massaal jullie mening geven over bovengenoemde punten? Dat gaat het gemakkelijkst door gewoon een mail naar mij te sturen, niet als commentaar onder deze blog, dat geeft misschien een beetje veel ruis. Mijn mailadres luidt: eddy@animaltalks.online

Dank jullie wel voor jullie commentaar, zo kunnen we er samen een professioneel boek van maken.

Knuffelkoe

M: Beste koe, mag ik met je praten, nadat je zo vriendelijk bent geweest het knuffelen toe te laten.
K: Dat lijkt me leuk, ik zou het erg leuk vinden om mijn verhaal te vertellen over deze activiteit, ik kom nooit iemand tegen om dit tegen te zeggen, dus graag.
M: Vertel maar.
K: Het koe zijn op een boerderij zoals deze is een verhaal apart, daar zeg ik kort iets over en dan gaan we naar het knuffelen. Ik zag jullie scepsis over wat de boerin vertelde over de kindjes weghalen direct na de geboorte en dat is natuurlijk ook vreselijk, maar de boerin had wel gelijk. Haal ze meteen weg na een uur en we hebben er nog geen echte band mee, dat is wat ze zegt. Wel mag het liefdevoller weggehaald worden, maar ook dat begrijp ik omdat ook al is het een pasgeboren kalf, het best zwaar is. Ik voel me wel bestolen omdat ik dat kindje wel negen maanden gedragen heb, ik had het altijd bij me en ik wist heel goed dat het een baby van mij was. Dus had ik er wel degelijk een band mee. Maar als het meteen weggehaald wordt, denk je dat het een soort miskraam was. Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag. En iets wat er niet is, dat mis je na korte tijd ook niet meer echt. Er blijft wel een vaag knaaggevoel over, dat ik niet goed kan benoemen. Tot zover over het kalveren.

Wij koeien hebben natuurlijk ons liefdesleven, anders dan jullie, maar we hebben wel degelijk vriendschappen en die zouden we ook graag met onze kinderen hebben. Maar we blijven niet hangen in het oude, we leven bij de dag

M: Dus zeg je dat je wel veel liever je kindje bij je houdt, maar dat je dit ook wel kunt accepteren?
K: Ja, daar heb ik toch niet echt een keus in en we accepteren zaken die we niet kunnen veranderen.
M: Hoe heb je het ervaren dat mijn vrouw met je knuffelde?
K: Dat is zo leuk om te vertellen. Ze is een hele lieve vrouw, maar ze is ook bang voor onze grote, wat lompe lijven en dat hoeft helemaal niet. Daarom vond ik het juist zo leuk dat ze mij uitkoos om te knuffelen. Ik wilde haar heel graag die door haar gewenste ervaring geven. En het lukte ook even, maar doordat ik even bewoog, dat was nodig om een grote boer door te laten, verstijfde ze helemaal en wilde ze alleen maar weg. De mooie ontspanning die ze heel even gevoeld heeft was over en ze durfde niet meer. Ik had haar graag nog meer ontspanning willen geven.
M: Dat is wel heel lief van je. Ben je zo bij iedereen die met je wil knuffelen betrokken?
K: Meestal niet. Ik ben altijd afwachtend naar mensen, ze zijn soms onvoorspelbaar, maar jullie zaten goed, jullie hebben mooi licht om je heen en dan ben ik al meteen weer ontspannen. En als ik ontspannen ben, geniet ik van een ontspannen mens die tegen me aan ligt. Ik heb genoten van jullie, dank jullie wel.
M: Wij hebben genoten van jou en je lieve gevoel dat je weet uit te stralen. Wil je nog wat zeggen?
K: Ja, jullie moeten niet te hard denken over de boeren. Deze mensen, ik spreek over ons boerengezin zijn echt heel lief en ze doen erg hun best ons een goed leven te geven. Maar we blijven natuurlijk wel een melkfabriek, zo zit het systeem nu eenmaal in elkaar. En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost en dan worden we naar de slacht gebracht. Dat is het systeem nu eenmaal.

En hoe graag we ook willen blijven leven, brengen we niet genoeg melk op dan zijn we een kostenpost in plaats van een inkomstenpost

M: Er schiet me nog iets te binnen. Ik heb ooit eens gelezen dat jullie koeien eigenlijk keutels van nature laten, zoals paarden, een hoopje relatief wat hardere keutels in plaats van de vlaaien die jullie produceren. Is dat waar?
K: Daar kan ik eigenlijk geen antwoord opgeven, want ik weet niet beter. Maar ik zou het me voor kunnen stellen en dan bedoel je dat wij eigenlijk continue diarree hebben? En dat we daarom zo snel ontstoken gewrichten hebben?
M: Dat zou met elkaar samen kunnen hangen.
K: Dat zou wel fijn zijn als daar iets aan gedaan kan worden, want die ontstekingen zijn best wel pijnlijk en dus onnodig?
M: Dat zou kunnen, maar ik weet dat niet.
K: Ik weet dat ook niet, ik ken het niet anders. Dank je wel voor dit gesprek, was leuk met een mens te praten.
M: Ik heb ook van je genoten, dank je wel.
230612

Vrijgeestige katten

Er zijn katten die zowel vrij dier willen zijn als ook verbinding met mensen willen aangaan. Zij zien de voordelen van mensen maar houden ook van hun vrijheid. Wat kan er zoal in dat soort katten omgaan?

Een kater laat heel mooi zien dat mensen dingen organiseren en dat hij daar profijt van kan hebben. Ze hebben armen en benen (die liet hij als lange bungelende dingen zien waar ze dingen mee voor elkaar krijgen) en ze slepen met dingen. Hij vindt het interessant om daar naar te kijken.

Deze kater vindt het ook heerlijk om af en toe lekker warm bij een mens te liggen.

Mensen hebben altijd eten, laat hij zien. Dat halen ze uit dozen en kastjes. Ze leggen dat voor hem neer en het loopt niet weg. De smaak van het eten vindt hij okee en zoals hij al zei: het blijft liggen, in tegenstelling tot een diertje dat hij probeert te vangen.

Een andere kat vond de mensen wel okee maar hij had helemaal geen zin in de honden. Die verstoorden hem en daar kwam zijn onafhankelijke aard boven: hij had geen zin om zich daaraan aan te passen. Dus besloot hij om een aantal huizen verderop in de tuin te gaan wonen, waar mensen eten voor hem neerzetten.

Er was een kat die steeds bij een bepaald huis rondliep. Ik zei hem dat de mensen het goed vonden als hij zich in dat huis zou komen settelen. Maar ik kreeg meteen de vraag: Waarom willen mensen me persé ergens hebben? Ik ben vrij. Ik heb hem uitgelegd dat we het zo doen als mensen: we delen de ruimte in in stukjes land, zetten daar een huis met allemaal spullen op en dan zeggen we dat dat van ons is. En de mensen bepalen wie er wel en niet mogen wonen. De kat reageerde: Het is geen fort, ik kan er zo doorheen. Met andere woorden: wat een flauwekul om zo in grenzen te denken.

En dan het katje met een handicap die een tijd in een huis gewoond heeft maar op een dag op avontuur ging. Ondanks het verdriet om het verdwijnen van het dier had de vrouw een diepgaande bewondering voor haar zucht naar vrijheid, haar drang tot ontdekken en haar onafhankelijkheid. En dat alles ondanks de handicap die zij kennelijk niet als zodanig ervaart.

Rozette, de kat die ik uit het asiel heb gehaald, is ook een mooi voorbeeld van een dier dat zowel de vrijheid wil als ook de verbinding met mensen. Ze woont nog steeds zo’n 600 meter verderop, in de struiken, waar ik twee kattenhuisjes heb neergezet. Ze vangt zelf voedsel maar geniet er ook van dat verschillende mensen haar eten komen brengen.

Ik hou me hier bewust niet bezig met de vraag wat er in mensen omgaat als ze vrije katten zien. Daar staat het internet vol van. Ik heb hier wat beweegredenen van een aantal katten laten zien.