Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Het resusaapje Dip die als proefdier gebruikt is

M: Dag Dip mag ik contact met je opnemen?
D: (heel boos) Ja, ik wil praten, dit is onacceptabel wat er gebeurd is.
M: Waarom ben je zo boos?
D: Dat zou jij ook zijn als je gewoon als aap geboren wordt en je daarna als proefdier wordt gebruikt om iets voor jullie te ontwikkelen en als we dat dan gedaan hebben, worden we als dank dood gemaakt.
M: Als je het zo verteld kan ik dat wel met je meevoelen. Maar het verhaal is natuurlijk wel wat genuanceerder.
D: Nou voor mij niet. Ik ben nu dood en jij niet, misschien wel dankzij mij. Dus ben jij ook schuldig aan mijn dood.
M: Lieverd, je bent wel heel kort door de bocht. Wil je wel praten of wil je je alleen maar afreageren? Dat mag ook, maar ik ben ook heel benieuwd naar hoe jij dit proces de afgelopen maanden gevoeld hebt.
D: Ja ik ben boos, maar als ik probeer reëel te zijn wil ik toch wel graag met je praten. Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

M: Zullen we bij het begin beginnen?
D: Ja. Ik ben geboren in een familie van resusapen die in principe zijn voorbestemd als proefdieren. Dat betekent dat we in kooien geboren worden, we leven wel in familie verband, maar regelmatig worden er familieleden uitgekozen om als proefdier ergens voor gebruikt te worden. En wat ik nu weet is dat een ondankbare taak want nadat ze proeven op je hebben genomen, wordt je gedood en uit elkaar gehaald en wordt ieder stukje van je lijf bestudeerd.


M: Heb je daar moeite mee?
D: Nee, eigenlijk niet. Ik wist toen ik hier naar toe kwam wat me te wachten stond. Mijn keuze om een proefdier aapje te worden heb ik zelf gemaakt. Dat betekent dat je niet in het wild opgroeit maar dicht bij de mensen, dat biedt mogelijkheden voor je toekomstige ontwikkeling als individu bij een volgende geboorte. Dus de keuze om als proefdier geboren te worden was een eigen keuze. Daar staat dus een veel snellere ontwikkeling tegenover dan wanneer je als vrije aap ergens terecht komt. Het feit dat wij ons vrijwillig opofferen is een belangrijk deel van onze taak hier in dit leven.
M: Dan is er toch geen reden om boos te zijn?
D: Ja en nee. Natuurlijk wil je het liefst als vrije aap leven, ergens op een plek waar het leven goed is en waar we niet steeds worden gemarteld voor onderzoek. Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan. Ik had ook kunnen kiezen om als aap kunstjes op markten te doen, dan ben je ook dicht bij de mensen en dat geeft je ontwikkeling een boost. Maar het gaat om de ultieme opoffering en dat doe je als proefdier. Dus ik wist dat dit mijn lot zou zijn, maar ik ben boos omdat ik me verraden voel. Proefdieren zijn niet nodig, het kan ook anders, zonder er dieren voor dood te maken en met toch min of meer dezelfde resultaten, alleen zal de mens dan zelf wat meer risico’s moeten nemen of het onderzoek wat veiliger uitvoeren. Nu wordt er op een goedkope manier gebruik, zeg liever misbruik, gemaakt van ons en dat is alleen maar voor het geldelijke gewin als het ook anders had gekund. Maar goed ik heb mijn punt wel gemaakt denk ik.

Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan.

M: Ja, je bent duidelijk. Toch heb ik nog een vraag aan je. Hoe heb je jouw leven ervaren als proefdier?
D: In eerste instantie was het best een goed leven. Gezamenlijk in de groep met lieve mensen om me heen die ook echt van ons dieren houden, dat voel je. Het zijn geen martelaren onze verzorgers en de wetenschappers die met ons werken. Maar dan komt het moment dat je ‘uitverkoren’ wordt. Dat is een eer, maar ook het begin van een moeilijke periode waarin we heel veel ellende moeten verdragen. Veel prikken en veel bloedafnames en veel onderzoeken, waarbij we soms verdoofd zijn, maar zeker niet altijd. Wel zijn de mensen erg zorgvuldig met ons. Er gaat wel eens iets mis, maar dat is niet de bedoeling en je hebt echt een heel ander leven dan die varkens die alleen maar voor hun vlees gefokt worden. Vanaf je eerste moment dat je nu echt proefdier bent geworden is het leven zwaar. De besmetting in mijn geval was ook niet fijn maar wel begrijpelijk. Je begint je dan wel ziek te voelen, maar het is dragelijk. Maar de mensen om je heen zijn ineens geen mensen meer maar een stel enge pakken. En de mensen proberen hun gevoelens voor je ook te onderdrukken, misschien omdat het hen ook pijn doet, maar wij voelen ons dan juist erg verlaten. Maar het oneerlijkste vind ik dat je als dank voor je bewezen diensten gedood wordt. Dat zou niet moeten mogen. We hebben ons al voor de wetenschap opgeofferd en zouden dan eigenlijk van onze rust moeten mogen genieten. Dat was helaas niet zo, tenminste niet in levende lijve. Nu hebben we wel rust, maar toch mis je die interactie met anderen, ook met mensen.


M: Dank je wel dat je dit met me wilde delen, heel erg bedankt. Wil je nog iets zeggen?
D: Jij ook dank je wel dat je naar mij informeerde, ik moest dit wel even kwijt.
Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant van zaterdag 10 juli 2021 waarin twee resusaapjes Chip en Dip als proefdier werden gevolgd in het kader van dierproeven om het coronavirus te testen, heb ik contact gezocht met Dip die me bovenstaand verhaal vertelde. De drie foto’s zijn overgenomen uit het artikel van De Volkskrant. 

210713

Moeder overste van de olifanten vertelt – 2

M: Dag Tara, kunnen we weer samen praten?
T: Ja Eddy, dat is prima. Het is hier rustig en de kudde zit goed in z’n vel, dus ik heb ook lekker rust op de savanne. Wat wil je weten?
M: Kun je me iets vertellen over jouw weg om de leider van jouw kudde te worden en hoe jullie nu leven?
T: Dat kan wel. Ik werd uiteraard als klein olifantje geboren, maar mijn moeder was de dochter van de leidster en daardoor had ik al een bijzondere positie. Ik werd zogezegd als klein olifantje al opgevoed om later een soort moeder overste te worden.
M: Wat grappig, betekent dat dat er bij jullie een soort boven en onder clan was en dat er standen verschillen zijn?
T: Nee, eigenlijk niet. Ik ben als gewoon olifantje groot gebracht door de hele kudde en had niet meer respect dan ik zelf verdiende. Maar er komt zoiets bij als gave om een leider te worden en blijkbaar beschik ik over die gave en werd dat al vroeg bij mij erkend. Daardoor kreeg ik geen speciale behandeling, maar kreeg ik wel extra lessen. Mijn moeder is nooit leidster geweest, maar ik ben, niet als enige anderen, wel in een vorm van opleiding terecht gekomen om leidster te kunnen worden. Dan gaat het er daarna om dat je wijsheid ontwikkelt. Met die eigenschappen, leider eigenschap en wijsheid, heb je alles in je om leidster te kunnen worden. Wie het dan uiteindelijk wordt, wordt bepaald wie alle jaren goed overleeft en wie dat op een slimme manier doet. Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

M: Ja, dat begrijp ik heel goed, dat is een verstandige manier om met alle risico’s die het leven met zich mee brengt om te gaan.
T: Dat is in het kort mijn verhaal. Ik zou er nog wel dieper op in kunnen gaan als je wilt.
M: Dat zou ik leuk vinden.
T: Spoorzoeken is een belangrijk deel van ons bestaan. We zwerven altijd rond over savannes en het is niet altijd het beste weer. Soms is het te lang heel droog en soms is het erg winderig waardoor alles ook uitdroogt. Dus voor ons is erg belangrijk dat we goede plekken, als water plekken of beschuttingsplekken of plekken waar stropers veel komen, goed kunnen herkennen. Dat doen we door spoorzoeken. Je kunt niet alleen af gaan op je visuele waarnemingen, want als je na een jaar weer ergens op dezelfde plek terug komt, kan het er anders uitzien. Bomen en struiken kunnen groter zijn of er niet meer zijn. Rivierbeddingen kunnen opgedroogd zijn of verplaatst. Zelfs glooiingen in het landschap kunnen veranderd zijn. In die omgeving is het best wel een kunst om je eigen sporen steeds terug te vinden en de goede plekken te onthouden en vooral weer terug te vinden als je er 100 km vandaan bent bijvoorbeeld.
M: Dat begrijp ik. Dat spoorzoeken is zo ongeveer het belangrijkste om goed te kunnen om te overleven.

We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders.

T: Nou dat niet alleen, al is het wel heel belangrijk en wij leiders doen dat voor een deel visueel, maar dat is niet genoeg, dus ook op geur, maar daar red je het ook niet helemaal mee na een lange periode. We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders. Maar met die aansluiting kunnen we ook communiceren en dat helpt ons ook om de weg te vinden. Maar naast het belang van spoorzoeken is het ook heel belangrijk dat je sociale vaardigheden hebt. Hoe ga je om met ruzie in de tent? Hoe ga je om met lastige stieren die steeds weer last van hun hormonen krijgen en dan moet je ze weer weg sturen. Maar het is ook belangrijk dat je over het nageslacht waakt, daar heb je de stieren weer voor nodig. Zoals je ziet is het leiden van een groep best wel een stevige klus. En ga nu maar alles wat ik verteld heb proberen te controleren om te weten of het juist is. Of doe je dat niet?
M: Ja, natuurlijk doe ik dat. Ik heb ook voor mezelf steeds de bevestiging nodig dat wat ik doe bestaat, dat het werkelijk is en dat ik niet gewoon erg veel fantasie heb. Dus zal ik het wel moeten controleren, maar dat zal niet eenvoudig zijn. Maar ik ga mijn best doen. Dank je wel weer voor de uitgebreide informatie die je me gaf.
T: Tot een volgende keer.

210506

Moeder overste van de olifanten vertelt – 1

M: Dag moeder olifant, is het mogelijk om met elkaar te communiceren?
T: Dat kan, we waren al enkele dagen contact aan het maken en ik ben blij dat je nu de tijd neemt om nader kennis te maken.
M: Ik zal me netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en probeer via communicatie met dieren, de wereld van de dieren zelf te begrijpen, maar ook om dat voor andere mensen dichterbij te brengen, zodat mensen meer begrip gaan opbrengen voor dieren.
T: Dat is een heel goed streven van jou en daar zal ik je graag bij ondersteunen. Wat wil je weten?
M: Zou jij je ook willen voorstellen en wat over je achtergrond willen vertellen?
T: Oh, natuurlijk. Ik ben een grote olifant en woon in een land dat jullie Botswana noemen. Ik ben een inheemse soort en inmiddels al behoorlijk op leeftijd. Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

M: Heb je ook een naam?
T: Jullie mensen toch altijd met die namen, maar je mag mij Tara noemen, een bekende olifant uit jullie kinderboeken.
M: Ik vind het leuk om dieren naar hun namen te vragen, ook al vinden jullie dat vaak niet zo belangrijk. Maar door iets of iemand een naam te geven, wordt het persoonlijker. Je kunt gemakkelijker een band aangaan met een dier met een naam dan zonder naam.
T: Als dat voor jullie zo werkt, vind ik dat prima.
M: Kun je nog wat meer over jezelf vertellen en over de omgeving waar je leeft?
T: Zoals gezegd, ik ben een oudere olifant en daarmee leider van onze groep. We leven op de savanne van Botswana, een goed land om te wonen omdat wij dieren hier in principe beschermd worden. Onze kudde, en de meeste andere dieren ook, leven in de Okavangodelta (sorry, ik moest dit opzoeken en had het fonetisch opgeschreven). Het is een goede plek om te leven, maar soms hebben we behoorlijk last van de droogte. Maar ik weet meestal wel waterpoelen te vinden of kan in nood water opgraven. Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden. Onze grootste vijanden zijn de stropers. Vaak komen ze uit buurlanden want in Botswana zijn veel zaken best goed geregeld. Daarom proberen we zoveel mogelijk in Botswana zelf te blijven, maar soms steken we wel grenzen over. Voor ons bestaan geen grenzen, het zijn kunstmatige lijnen die niet echt bestaan in het landschap. Is dat voorlopig genoeg informatie?

Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden.

M: Wel heel veel, maar ik ben toch nieuwsgierig, dus heb ik nog wel enkele vragen. Botswana is een land dat zijn natuur goed beheert en beschermd, daarom komen ook veel toeristen op safari naar jouw land. Wat vind je daar van?
T: Ik heb geen enkel bezwaar tegen kijkende toeristen. Zolang ze ons onze gang laten gaan en alleen op afstand naar ons kijken, voel ik me niet bedreigd en dus is de kudde ook niet bedreigd. Het wordt anders wanneer sommige mensen heel lawaaiig worden en rare streken uithalen om maar zo dicht mogelijk bij ons te komen. Dan treed ik op en laat weten dat ik daar niet van gediend ben. Maar als eerste lopen we dan gewoon verder, maar soms begrijpen mensen ons dan niet en komen ze achter ons aan en vallen ons echt lastig. Dat wil ik niet en moet ik de groep beschermen.
M: Dank je wel voor de vele informatie. Kunnen we contact houden en kan ik af en toe met je praten?
T: Dat lijkt me wel leuk. Hou je taai en blijf door gaan met je goede werk.

210421

“Lachen heb je nodig als er ook verdriet is”

De krab moppert in eerste instantie en hoeft niet zo nodig contact.
Ik vertel hem dat ik het toch wel erg leuk zou vinden en vraag of hij iets wil laten zien van zichzelf.
Hij laat me ervaren dat hij heel laag bij de grond leeft en dat zijn leefgebied een heel horizontaal leefgebied is. Er is geen verticale uitwisseling.
Om contact met hem te krijgen moet ik voor mijn gevoel ook laag kruipen.
‘Als je mij wilt bereiken, moet je laag komen,’ is zijn droge conclusie.
Toevallig las ik van de week dat iemand het had over het ‘krabbenmand-effect’: de krabben verhinderen elkaar om uit de mand te kruipen.
‘Ik ben nooit in een mand geweest,’ reageert de krab. ‘Wij zijn niet gemaakt voor vertikaal, zeg ik net. Wij leven horizontaal. Maak onderin de mand een gat en we zijn er zo uit. Je kunt niet iets doen waarvoor je niet gemaakt bent. Dat proberen is zinloos. Krachtsverlies.’
Ik ben even stil als ik deze wijsheid tot me door laat dringen en gelijkertijd krijg ik van de krab een gloomy, zacht neuriënd gevoel door.
‘Heb jij humor?’ vraag ik spontaan.
‘Lachen heb je nodig als er ook verdriet is,’ antwoordt hij. ‘Het gaat zoals het gaat. Dan is er geen verdriet. Verdriet is als je verlies ervaart. Wij verliezen niets want het gaat zoals het gaat. Daar hoort geen verlies bij.’
Ik geef hem het beeld dat hij zonder water zou moeten leven. Wat dan?
‘Als er geen water meer zou zijn, dan zou ik doodgaan. Als het zo zou gaan, dan gaat het zo. Dat is geen verlies, geen verdriet voor mij.’
‘Horen verlies en verdriet dan bij de mens?’ vraag ik.
‘Het hoort niet bij ons.’
Ik vraag hem of hij de pieken (het lachen, het verdriet) mist.
‘Ik leef. Ik heb alles.’
‘Jij hebt niks te wensen?’
‘Ik heb niks te wensen.’
Wat leeft deze krab in een volmaakte gelukzaligheid!

Hyronimus 9: Ook dieren kunnen je bedotten, zorg dat je een zuivere ontvanger wordt

Ik ben door het baasje van poes Loetje gevraagd om eens met haar te praten. Het gaat duidelijk niet goed met Loetje en de dierenarts kan niets vinden. Ik heb twee gesprekken gehad met Loetje en haar baasje zegt een aantal antwoorden niet te herkennen, die zijn niet passend voor haar situatie. Kortom er zijn tegenstrijdigheden tussen wat Loetje zegt en haar baasje. Ik snap het niet.

M: Mag ik je om hulp vragen? Kun je me helpen met Loetje? Het baasje van Loetje heeft me gevraagd om met haar te praten over wat er met haar aan de hand is. Waarom vertelt Loetje mij in dat gesprek zulke onzin, die ik netjes opschrijf en aan haar vrouwtje laat zien. Dan ben ik toch een charlatan?
H: Je bent misleidt door haar en dat had je deels door en deels niet. Voor jou is dit een leerproces om te leren een onderscheid te maken. Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn. Het is aan jou om te leren hier onderscheid in te maken. Hoe meer je met ‘vreemde’ dieren gaat werken, en dan vooral huisdieren, zul je hiermee geconfronteerd worden. Daarin gaan huisdieren en ‘baasjes’ ook op elkaar lijken. Het is voor jou van belang om dit aan het dier op te merken, zeker als je met de mens erachter geen contact hebt. Loetje is een uitstekende testcase voor jou en je zult haar vertrouwen moeten zien te winnen om eerlijke antwoorden te krijgen. Dat gaat niet zomaar.

Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn.

M: Begrijp ik dat Loetje oefenstof voor mij is en dat het tijd zal kosten om haar vertrouwen te winnen en dat ik dan pas eerlijke antwoorden mag verwachten?
H: Dat is juist. Bella (een andere poes waar ik in opdracht mee gesproken heb) is ook geschikt als oefendier. Ze zou haar gedrag kunnen veranderen als je echt haar vertrouwen weet te winnen.
M: Heb je nog tips voor me om deze gesprekken aan te gaan?
H: Probeer begripvol te zijn en niet confronterend, dat kun je pas doen als ze je volledig vertrouwd.
M: Mijn taak is weer volkomen duidelijk, dank je wel.

191024

Enige tijd later spreek ik Hyronimus weer en geeft hij me nog enkele tips.

M: Ik weet het, het is weer te lang geleden, ik moet er meer regelmaat in vinden.
H: Als je dat maar weet. Je had een goed gesprek met Loetje en ik ben benieuwd of ze je nu meer kan en wil vertellen. Als ik je een suggestie mag geven, wordt het tijd dat je buiten je eigen dieren gaat kijken, dit was te gemakkelijk. In India heb je een begin gemaakt. Probeer maar eens met andere dieren.
M: Lijkt me een goede opgave maar weer lastiger te controleren wat waar of fantasie is.
H: Zit je daar nu nog steeds mee? Dat moet je loslaten. Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben. Of als je alleen mono ontvangt wil dat niet zeggen dat je bij een stereo ontvanger niet meer van de muziek hoort. Dat bedoel ik, de ontvanger kleurt en dat is onbewust. En het is niet goed of verkeerd. Maar je moet leren een zuivere ontvanger te worden en dat vraagt oefenen en nog eens oefenen en oefenen. Daarom moet je echt tijd vrijmaken. Je hebt niet eeuwig de tijd in dit leven en je hebt al veel tijd verspilt op dit vlak. Dus doe het!

Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben.

M: Je boodschap is zoals gebruikelijk heel duidelijk. Dank je wel.
H: En nu aan de gang.

191111

Darren, de troubadours onder de bijen

In de reguliere imkerij wordt kunstraat gebruikt. De bijen bouwen deze voorgevormde cellen uit met eigen was en de eitjes die gelegd worden in deze cellen groeien uit tot werksters. De reguliere imker hangt op een gegeven moment een of twee bouwramen in de kast. Dit zijn lege ramen en de bijen hebben nu vrije bouwkeus. Wat gaan ze doen? Ze gaan grotere cellen bouwen, darrenraat.

Darren zijn mannelijke bijen en zij blijven drie dagen langer in popstadium dan de werksters. Voor de varroamijt is dit een ideale situatie want die plant zich voort in de gesloten cellen. Drie dagen langer in het popstadium wil zeggen meer varroamijten. Wat doet de imker? Als de bijen de cellen verzegeld hebben, pakt de imker het raam en snijdt de darren in popstadium eruit. Opgeruimd staat netjes.

Ik ben een brave leerling maar dit stuit me tegen de borst. Waarom bouwen bijen darrenraat zodra ze de kans krijgen? Wat voor functie hebben darren dat bijen meteen darren gaan kweken als ze de vrije keus hebben?

Ik heb deze vragen aan de bijen voorgelegd. Tot mijn grote vreugde hoorde ik dat darren de ‘troubadours’ zijn onder de bijen, de ‘verhalenvertellers’. Het is inderdaad waar dat darren niet gebonden zijn aan één kast, in tegenstelling tot werksters en de koningin. Een werkster komt een vreemde kast niet in en de koningin heeft in haar leven één uitje, dat is haar bruidsvlucht. Daarna blijft ze in de kast en doet haar taak. Als ze mazzel heeft, mag ze zwermen met dat deel van het volk dat ervoor kiest met haar te vertrekken. Als ze pech heeft, dan wordt ze van de ene kast in de andere overgezet met een willekeurige groep bijen.

Darren komen dus plezier brengen in de kasten! Ze ‘vertellen’ over de buitenwereld, ze verbinden verschillende volken en omgevingen aan elkaar. Ik kreeg van de bijen door dat de werksters de darren graag voeren. Ons wordt geleerd dat darren lui zijn en niet zelf kunnen eten. Dat kunnen ze ook niet, net zo min als dat ze kunnen steken.


Ik kan me helemaal voorstellen dat bijen darrenraat gaan maken als ze de kans krijgen. Wie wil er nu geen plezier? De werksters werken, werken en werken en kunnen toe met een half uur slaap per dag. Kennelijk zijn de darren een welkome afleiding en is de luchtigheid die ze brengen van belang. Darren ondersteunen de werksters op hun manier en in vrije bouw is dit ook te zien: darrencellen worden aan de onderzijde en de buitenkanten van de raat gebouwd. De natuurlijke imkers noemen dit ‘de huid’ van de imme (bijenvolk).

Als reguliere volken de vrijheid krijgen om zelf te bouwen (natuurbouw, zonder voorgevormd raat) dan bouwen ze de eerste drie jaren veel darrenraat. Ook dat kan ik me voorstellen: er is wat in te halen. Als er verder niet op ingegrepen wordt en de bijen worden daar meerdere jaren in bevestigd, dan vormt zich vanzelf een natuurlijk evenwicht.


Als de bijen beginnen met zich voor te bereiden voor de winter, komt er een moment dat de darren niet meer welkom zijn. Oneerbiedig wordt dit de darrenslacht genoemd. Ik vraag de bijen naar dit fenomeen en hoor dat de winter een ‘serieuze zaak’ is en dat de darren daar niet bij horen. Zij hebben hun taak volbracht en mogen weg. De winter is een moment van inkeer. Van overleving. Van stilte. En van verbinding. Wat ik van de bijen begrijp is het zelfs zo dat ze in andere sferen kunnen vertoeven. Een andere keer ga ik ze vragen wat ze daar doen.

Verzoek aan een mier om niet in huis te komen

Ik zou heel graag in contact komen met de mieren kolonie die woont bij het huis van mijn dochter en haar vriend en kinderen, wie wil zich melden? Er treedt een enorme stilte op, maar ik heb het gevoel dat ik word bekeken en word beoordeeld, dus ik blijf maar even gewoon stil zitten en wacht af.
The: Ja, we hebben je gehoord en gezien en hebben je bekeken en we willen wel met je te praten.
M: Beste mier daar ben ik blij om. Ik hoop dat ik jullie vertrouwen waar kan maken. Mag ik jullie dingen vragen over jullie bestaan en leefwijzen, zodat ik daar meer begrip voor kan krijgen? En excuses, maar ik zal me eerst even netjes voorstellen.
The: Dat is niet nodig, we weten wie je bent, we hebben jaren de ruimte samen gedeeld.
M: Dat is juist, maar ik wist niet dat jullie dat meteen aan mij merkten.
The: Dat doen we dus wel.
M: Mag ik vragen met wie ik nu praat en heb je een naam die ik mag gebruiken?
The: Ja, je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin. En je mag me The-wachter noemen.

Je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin.

M: Is dat je naam of is dat een titel?
The: Dat is eigenlijk mijn functie en dus zou je het als een titel kunnen beschouwen.
M: Mag ik je allerlei vragen stellen over jullie leefwijze?
The: Dat mag je, brandt maar los.
M: Dank je wel. Zijn jullie een grote kolonie?
The: Daar stel je meteen een lastige vraag om te beantwoorden, want wat tel je allemaal mee? Onze kolonie bestaat uit heel veel onderdelen, we hebben overal nesten, maar vormen toch samen een kolonie in een gebied, waar meestal geen andere mieren zijn van onze soort, wel andere mieren. Jullie noemen ons zwarte mieren, maar er zijn heel veel soorten en ik spreek dus alleen over ons soort. En dan kun je ook spreken over alleen het nest, ons nest is niet erg groot, we zijn met gemiddeld 3-4 koninginnen in ons nest en we hebben enkele duizenden mierkracht, van werksters tot de wachters en de nestenbouwers. Maar als je alle nesten in ons gebied bij elkaar telt zijn we wel met enkele miljoenen. Daarvoor is ons gebied, een bosgebied, ook best vrij groot. We leven vooral boven de grond, maar ons nest is uiteraard onder de grond om een beetje rust en veiligheid te hebben.
M: Hoe is jullie verhouding met mensen?
The: Onverschillig, zij wonen en leven en wij wonen en leven en onze wegen kruisen elkaar, maar we hebben niets met mensen. Het liefst leven we gewoon naast elkaar, waarbij ieder zijn eigen plek heeft. Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen. Als zij daar problemen mee hebben, moeten ze ons niet lokken.

Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen.

M: Dat is natuurlijk een duidelijk standpunt, maar ook gemakkelijk gezegd. Want de meeste mensen lokken jullie niet bewust naar binnen.
The: Als ze dat niet bewust doen, moeten ze nadenken over wat ze doen, want wij komen niet naar binnen voor een gezellige babbel, we komen naar binnen omdat er voedsel ligt.
M: Dat snap ik, hoewel een gezellige babbel misschien wel de verstandhouding positief zou kunnen beïnvloeden. Maar dat is een grapje. Stel je hebt een aantal kleine kinderen in huis die nogal eens eten op de grond laten vallen, dan zijn jullie er als de mieren bij om daar van te genieten. En dat vinden mensen vaak wel lastig.
The: Daar zeg je wat. Ja, we zijn er als de mieren bij, want het is fijn als je eenvoudig en snel voedsel kunt vinden en we leven dichtbij het huis en kunnen dus zo naar binnen stappen en dat doen we ook.
M: Is er een mogelijkheid om afspraken met elkaar te maken? Stel we spreken af dat jullie niet meteen naar binnen komen en dat ze even de tijd krijgen het gevallen eten op te ruimen en dat eten dan naar jullie toe brengen zodat je niet naar binnen hoeft om toch het eten te krijgen. Want vind je daarvan?
The: Dat lijkt me geen goede afspraak. Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie. Misschien doen jullie het in het begin wel, maar daarna komt de klad erin en dan vergeet je het en komen we weer binnen. Worden sommige mensen boos en dan roeien ze meteen ons nest uit, je weet immers waar het nest is, want daar hebben jullie dan eten neergelegd. Nee, dat lijkt me geen goede zaak.

Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie.

M: Wat stel je dan voor?
The: Wij blijven gewoon ieder ons ding doen en proberen elkaar niet lastig te vallen.
M: Maar dat betekent dat jullie gewoon naar binnenmarcheren zodra er eten ligt.
The: Dat is juist.
M: Maar dat willen ze niet.
The: Dan moeten ze geen eten laten liggen. Maar we blijven wel af en toe komen om te kijken wat er te halen valt.
M: Is er geen compromis mogelijk?
The: Dat lijkt me niet, we durven jullie niet te vertrouwen en dan kan dat niet.
M: Dat is een hard oordeel.
The: Dat is ervaring met mensen.
M: Als de bewoners nu het goede voorbeeld geven door steeds op te ruimen en de restanten naar buiten gooien, zeg bij de vijver, is dat dan een begin van een oplossing?
The: Dat mogen de bewoners gerust doen en met wat goed opruimen komen we nauwelijks meer binnen en dan is het fijn als we eten dichtbij kunnen vinden, hoewel de vijver best al wel ver is. Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

M: Ik begrijp het. Als er ooit een afspraak gemaakt kan worden, zal er eerst vertrouwen moeten ontstaan en daar geloven jullie nog niet in.
The: Dat klopt, we vertrouwen jou wel, maar andere mensen nog niet.
M: Nou, toch wel heel erg bedankt dat je met me wilde praten.
The: Graag gedaan. Altijd leuk om met begripvolle mensen contact te hebben. Het hoeft niet zo nodig voor ons, maar het is soms wel eens leuk.

210408

Het werk van een regenworm

Vandaag besluit ik dat ik met een regenworm wil praten en ik kijk of het lukt om in contact te komen.
M: Dag regenwormen, is er iemand van jullie waar ik mee kan praten?
(Heel in de verte, alsof het van ver komt, hoor ik een geluid)
R: Wie wil er praten?
M: Ik, en ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en wil graag meer te weten komen over jullie leven, zodat ik kan begrijpen hoe belangrijk jullie regenwormen zijn voor een gezond ecosysteem.
R: OK, dan moet je bij ‘king’ zijn, ik zal je ‘doorverbinden’.
R: Ja, hallo, hier is king, wat wil je van me weten?
M: Dank je dat je met me wilt praten. Hoe is het leven als regenworm en wat doen jullie zoal de hele dag?
R: Wij regenwormen leven in principe ondergronds in onze gangen. Ook leven we als individuen en niet in groepen. Onze belangrijkste taak is om de grond gezond te houden. Dat doen we door stoffen die aan de buitenzijde op de grond vallen, zoals bladeren of poep, langzaam naar binnen te halen. We eten het deels en deels verwerken we het onder de grond zodat anderen het kunnen verwerken. Op die wijze wordt de grond voorzien van voedingsstoffen en wordt de grond mooi los gehouden door onze gangen.

Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven.

M: Wie zijn jullie metgezellen en wie zijn jullie vijanden?
R: Metgezellen hebben we niet echt. Natuurlijk leven er vele wezens onder de grond, zoals allerlei soorten wormen, kevers en anderen, maar dat zijn niet echt onze metgezellen, maar ook niet direct onze vijanden. Wel hebben we last van mollen die ons als een lekkernij zien en merels die ons naar buiten lokken. Aan de andere kant weten we ook dat we ‘prooidieren’ zijn, dieren die veel door anderen gegeten worden, dat vinden we niet echt problematisch. Het hoort erbij.
M: Als jullie nu een wens mochten doen voor de Aarde, wat zou je dan wensen?
R: Dat mensen begrip zouden hebben voor de grote noodzaak van een gezond bodemleven. Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven. De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

M: Dat is nogal een mooie wens, dank je wel daarvoor. Zou je nog iets willen zeggen en mag ik je ooit nog eens benaderen voor een gesprekje?
R: Ja, doe iets met deze informatie en je bent altijd welkom, zeker als je laat zien wat je ermee doet!
M: Dank je wel.
R: Heel graag gedaan.

200203

Verrassende dier uitspraken

Dieren verrassen me nog steeds met mooie uitspraken en inzichten.

Ze zijn vaak glashelder en behoeven geen verdere uitleg.

Konijn op het moment dat ik me voorstel voor we in gesprek gaan: “Jij bent niet interessant. Jij bent een passant.”

Hond over de dood: “Het is een gedaantewissel.”

Kat als we hem ergens over ondervragen: “Ik verlaag mezelf niet tot een oordeel.”

Hond geeft aan ‘geheimpjes’ te hebben. Ik begrijp het niet meteen maar na het gesprek besef ik dat hij ‘binnenpretjes’ bedoelt.

Varken tegen vrouw: “Straal zonnestraaltjes!”

Parkiet met iets in haar lijf dat er wat ons betreft niet zou moeten zitten: “Daar ga ik me niet op richten. Ik laat mijn dag niet verpesten.”

 

 

Hyronimus 8: de wetten van het heelal

M: Dag Hyronimus, ik zou graag weer met je willen praten, is daar ruimte voor?
H: Dag Eddy, ja er is ruimte voor en zoals je vrouw al zei, riep ik je vanochtend. Ik wilde ook graag met je praten.
M: Waar zou jij het over willen hebben?
H: Het bekende thema dat je keuzes moet maken om je verder te bekwamen in deze gesprekken. Je blijft nu te oppervlakkig en komt niet in de diepte om allerlei wetten van het heelal verder te kunnen uitdiepen door met dieren te praten. Het blijven nu gesprekken over ditjes en datjes, terwijl we ook zouden kunnen praten over de multidimensionale wereld met de verschillende dimensies en lagen en hoe een groepsziel eruit ziet. Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden zodat anderen en dan bedoel ik mensen, er ook wat van kunnen leren. Daarom is het zo belangrijk dat je dagelijks je dierengesprekken voert.

Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden.

H: Je publiceerde onlangs ons gesprek in India, best lang geleden, over de multidimensionale wereld waar ik kort iets over uitlegde. En ik zou je er graag meer over vertellen, zodat je dat ook kunt opschrijven in je blogs, maar dat zou nu nog niet werken om redenen die ik je net heb gegeven. Jij denkt dat wij met elkaar zitten te praten en zo schrijf jij dat ook op, maar de werkelijkheid is dat ik je beelden zend en jij mij en dat jouw hersenen die beelden onmiddellijk vertalen naar woorden. Maar die vertaalslag is niet vlekkeloos. Je doet het heel goed, maar je bent pas een middelbare school leerling en je zult erg je best moeten doen om op de dieren communicatie universiteit terecht te kunnen komen, daar ben je echt nog niet. En eigenlijk verwacht ik van jou, om in de allegorie van jullie onderwijssysteem te blijven dat je tenminste zult promoveren. Dus echt je hebt nog een lange weg te gaan en die moet je in willen gaan en dat kan alleen als je keuzes maakt.
M: Zo dat is nogal wat en wat een duidelijkheid. Grappig is dat je dus verder gaat op een gesprek dat we oktober 2019 in India gevoerd hebben. Alsof je in mijn hoofd kunt kijken en weten dat ik op dat punt wel meer zou willen weten.
H: Natuurlijk weet je al lang dat ik in je hoofd kan kijken en al je gedachten kan weten. Maar besef ook dat jij dat toelaat. Ik zou het niet kunnen als jij die openheid niet zou hebben. Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou. Daarom kunnen we zo dicht bij elkaar zijn en intiem zijn in onze communicatie. Dat is een keuze die we samen gemaakt hebben en daarom kan ik ook deels jouw coach zijn en je helpen en stimuleren.

Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou.

M: Dus om dieper te kunnen gaan en geheimen van de natuurwetten te kunnen ontsluieren via onze gesprekken, moet ik mijn vertaalslag aanzienlijk verbeteren en dat kan alleen maar door oefenen, oefenen en nog eens oefenen, dat is wat je zegt?
H: Precies, dat is wat ik zeg en ik blijf hopen dat je het oppakt. Jij moet kiezen.
M: Ik schaam me eigenlijk dat je nu na ruim anderhalf jaar nog steeds dezelfde dingen tegen me moet zeggen. En dat ik in het openbaar mijn falen moet bekennen.
H: Je kunt er ook voor kiezen om dit deel niet te publiceren en jezelf geen pijn te doen met je beperkingen die je jezelf hebt opgelegd door andere keuzes te maken.
M: Dat kan ik doen, maar wil ik eigenlijk niet. Ik heb mijn menselijke gebreken en daar schaam ik me wel voor maar ze zijn wel een eigenschap van mij. Die ik moeilijk kan veranderen, maar wel wil veranderen. Alleen hoop ik steeds dat ik het kan doen zonder ingrijpende keuzes te maken.
H: Die illusie heb je nu lang genoeg in stand gehouden, dat is dus zelfbedrog. Meer heb ik niet toe te voegen, ik ben duidelijk geweest, het is nu aan jou.
M: Dank je wel, dat is duidelijk.

210312