Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

“Lachen heb je nodig als er ook verdriet is”

De krab moppert in eerste instantie en hoeft niet zo nodig contact.
Ik vertel hem dat ik het toch wel erg leuk zou vinden en vraag of hij iets wil laten zien van zichzelf.
Hij laat me ervaren dat hij heel laag bij de grond leeft en dat zijn leefgebied een heel horizontaal leefgebied is. Er is geen verticale uitwisseling.
Om contact met hem te krijgen moet ik voor mijn gevoel ook laag kruipen.
‘Als je mij wilt bereiken, moet je laag komen,’ is zijn droge conclusie.
Toevallig las ik van de week dat iemand het had over het ‘krabbenmand-effect’: de krabben verhinderen elkaar om uit de mand te kruipen.
‘Ik ben nooit in een mand geweest,’ reageert de krab. ‘Wij zijn niet gemaakt voor vertikaal, zeg ik net. Wij leven horizontaal. Maak onderin de mand een gat en we zijn er zo uit. Je kunt niet iets doen waarvoor je niet gemaakt bent. Dat proberen is zinloos. Krachtsverlies.’
Ik ben even stil als ik deze wijsheid tot me door laat dringen en gelijkertijd krijg ik van de krab een gloomy, zacht neuriënd gevoel door.
‘Heb jij humor?’ vraag ik spontaan.
‘Lachen heb je nodig als er ook verdriet is,’ antwoordt hij. ‘Het gaat zoals het gaat. Dan is er geen verdriet. Verdriet is als je verlies ervaart. Wij verliezen niets want het gaat zoals het gaat. Daar hoort geen verlies bij.’
Ik geef hem het beeld dat hij zonder water zou moeten leven. Wat dan?
‘Als er geen water meer zou zijn, dan zou ik doodgaan. Als het zo zou gaan, dan gaat het zo. Dat is geen verlies, geen verdriet voor mij.’
‘Horen verlies en verdriet dan bij de mens?’ vraag ik.
‘Het hoort niet bij ons.’
Ik vraag hem of hij de pieken (het lachen, het verdriet) mist.
‘Ik leef. Ik heb alles.’
‘Jij hebt niks te wensen?’
‘Ik heb niks te wensen.’
Wat leeft deze krab in een volmaakte gelukzaligheid!

Hyronimus 9: Ook dieren kunnen je bedotten, zorg dat je een zuivere ontvanger wordt

Ik ben door het baasje van poes Loetje gevraagd om eens met haar te praten. Het gaat duidelijk niet goed met Loetje en de dierenarts kan niets vinden. Ik heb twee gesprekken gehad met Loetje en haar baasje zegt een aantal antwoorden niet te herkennen, die zijn niet passend voor haar situatie. Kortom er zijn tegenstrijdigheden tussen wat Loetje zegt en haar baasje. Ik snap het niet.

M: Mag ik je om hulp vragen? Kun je me helpen met Loetje? Het baasje van Loetje heeft me gevraagd om met haar te praten over wat er met haar aan de hand is. Waarom vertelt Loetje mij in dat gesprek zulke onzin, die ik netjes opschrijf en aan haar vrouwtje laat zien. Dan ben ik toch een charlatan?
H: Je bent misleidt door haar en dat had je deels door en deels niet. Voor jou is dit een leerproces om te leren een onderscheid te maken. Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn. Het is aan jou om te leren hier onderscheid in te maken. Hoe meer je met ‘vreemde’ dieren gaat werken, en dan vooral huisdieren, zul je hiermee geconfronteerd worden. Daarin gaan huisdieren en ‘baasjes’ ook op elkaar lijken. Het is voor jou van belang om dit aan het dier op te merken, zeker als je met de mens erachter geen contact hebt. Loetje is een uitstekende testcase voor jou en je zult haar vertrouwen moeten zien te winnen om eerlijke antwoorden te krijgen. Dat gaat niet zomaar.

Niet alles wat je via deze gesprekken doorkrijgt is wat het lijkt. Dieren kunnen, net als mensen, redenen hebben om zich anders voor te doen dan ze zijn.

M: Begrijp ik dat Loetje oefenstof voor mij is en dat het tijd zal kosten om haar vertrouwen te winnen en dat ik dan pas eerlijke antwoorden mag verwachten?
H: Dat is juist. Bella (een andere poes waar ik in opdracht mee gesproken heb) is ook geschikt als oefendier. Ze zou haar gedrag kunnen veranderen als je echt haar vertrouwen weet te winnen.
M: Heb je nog tips voor me om deze gesprekken aan te gaan?
H: Probeer begripvol te zijn en niet confronterend, dat kun je pas doen als ze je volledig vertrouwd.
M: Mijn taak is weer volkomen duidelijk, dank je wel.

191024

Enige tijd later spreek ik Hyronimus weer en geeft hij me nog enkele tips.

M: Ik weet het, het is weer te lang geleden, ik moet er meer regelmaat in vinden.
H: Als je dat maar weet. Je had een goed gesprek met Loetje en ik ben benieuwd of ze je nu meer kan en wil vertellen. Als ik je een suggestie mag geven, wordt het tijd dat je buiten je eigen dieren gaat kijken, dit was te gemakkelijk. In India heb je een begin gemaakt. Probeer maar eens met andere dieren.
M: Lijkt me een goede opgave maar weer lastiger te controleren wat waar of fantasie is.
H: Zit je daar nu nog steeds mee? Dat moet je loslaten. Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben. Of als je alleen mono ontvangt wil dat niet zeggen dat je bij een stereo ontvanger niet meer van de muziek hoort. Dat bedoel ik, de ontvanger kleurt en dat is onbewust. En het is niet goed of verkeerd. Maar je moet leren een zuivere ontvanger te worden en dat vraagt oefenen en nog eens oefenen en oefenen. Daarom moet je echt tijd vrijmaken. Je hebt niet eeuwig de tijd in dit leven en je hebt al veel tijd verspilt op dit vlak. Dus doe het!

Je krijgt informatie en die is altijd gekleurd door de ontvanger. Dat kan niet anders. Als jij muziek met veel bassen ontvangt, hoeft dat niet aan de muziek te liggen, maar kan je radio een ‘donkere’ instelling hebben.

M: Je boodschap is zoals gebruikelijk heel duidelijk. Dank je wel.
H: En nu aan de gang.

191111

Darren, de troubadours onder de bijen

In de reguliere imkerij wordt kunstraat gebruikt. De bijen bouwen deze voorgevormde cellen uit met eigen was en de eitjes die gelegd worden in deze cellen groeien uit tot werksters. De reguliere imker hangt op een gegeven moment een of twee bouwramen in de kast. Dit zijn lege ramen en de bijen hebben nu vrije bouwkeus. Wat gaan ze doen? Ze gaan grotere cellen bouwen, darrenraat.

Darren zijn mannelijke bijen en zij blijven drie dagen langer in popstadium dan de werksters. Voor de varroamijt is dit een ideale situatie want die plant zich voort in de gesloten cellen. Drie dagen langer in het popstadium wil zeggen meer varroamijten. Wat doet de imker? Als de bijen de cellen verzegeld hebben, pakt de imker het raam en snijdt de darren in popstadium eruit. Opgeruimd staat netjes.

Ik ben een brave leerling maar dit stuit me tegen de borst. Waarom bouwen bijen darrenraat zodra ze de kans krijgen? Wat voor functie hebben darren dat bijen meteen darren gaan kweken als ze de vrije keus hebben?

Ik heb deze vragen aan de bijen voorgelegd. Tot mijn grote vreugde hoorde ik dat darren de ‘troubadours’ zijn onder de bijen, de ‘verhalenvertellers’. Het is inderdaad waar dat darren niet gebonden zijn aan één kast, in tegenstelling tot werksters en de koningin. Een werkster komt een vreemde kast niet in en de koningin heeft in haar leven één uitje, dat is haar bruidsvlucht. Daarna blijft ze in de kast en doet haar taak. Als ze mazzel heeft, mag ze zwermen met dat deel van het volk dat ervoor kiest met haar te vertrekken. Als ze pech heeft, dan wordt ze van de ene kast in de andere overgezet met een willekeurige groep bijen.

Darren komen dus plezier brengen in de kasten! Ze ‘vertellen’ over de buitenwereld, ze verbinden verschillende volken en omgevingen aan elkaar. Ik kreeg van de bijen door dat de werksters de darren graag voeren. Ons wordt geleerd dat darren lui zijn en niet zelf kunnen eten. Dat kunnen ze ook niet, net zo min als dat ze kunnen steken.


Ik kan me helemaal voorstellen dat bijen darrenraat gaan maken als ze de kans krijgen. Wie wil er nu geen plezier? De werksters werken, werken en werken en kunnen toe met een half uur slaap per dag. Kennelijk zijn de darren een welkome afleiding en is de luchtigheid die ze brengen van belang. Darren ondersteunen de werksters op hun manier en in vrije bouw is dit ook te zien: darrencellen worden aan de onderzijde en de buitenkanten van de raat gebouwd. De natuurlijke imkers noemen dit ‘de huid’ van de imme (bijenvolk).

Als reguliere volken de vrijheid krijgen om zelf te bouwen (natuurbouw, zonder voorgevormd raat) dan bouwen ze de eerste drie jaren veel darrenraat. Ook dat kan ik me voorstellen: er is wat in te halen. Als er verder niet op ingegrepen wordt en de bijen worden daar meerdere jaren in bevestigd, dan vormt zich vanzelf een natuurlijk evenwicht.


Als de bijen beginnen met zich voor te bereiden voor de winter, komt er een moment dat de darren niet meer welkom zijn. Oneerbiedig wordt dit de darrenslacht genoemd. Ik vraag de bijen naar dit fenomeen en hoor dat de winter een ‘serieuze zaak’ is en dat de darren daar niet bij horen. Zij hebben hun taak volbracht en mogen weg. De winter is een moment van inkeer. Van overleving. Van stilte. En van verbinding. Wat ik van de bijen begrijp is het zelfs zo dat ze in andere sferen kunnen vertoeven. Een andere keer ga ik ze vragen wat ze daar doen.

Verzoek aan een mier om niet in huis te komen

Ik zou heel graag in contact komen met de mieren kolonie die woont bij het huis van mijn dochter en haar vriend en kinderen, wie wil zich melden? Er treedt een enorme stilte op, maar ik heb het gevoel dat ik word bekeken en word beoordeeld, dus ik blijf maar even gewoon stil zitten en wacht af.
The: Ja, we hebben je gehoord en gezien en hebben je bekeken en we willen wel met je te praten.
M: Beste mier daar ben ik blij om. Ik hoop dat ik jullie vertrouwen waar kan maken. Mag ik jullie dingen vragen over jullie bestaan en leefwijzen, zodat ik daar meer begrip voor kan krijgen? En excuses, maar ik zal me eerst even netjes voorstellen.
The: Dat is niet nodig, we weten wie je bent, we hebben jaren de ruimte samen gedeeld.
M: Dat is juist, maar ik wist niet dat jullie dat meteen aan mij merkten.
The: Dat doen we dus wel.
M: Mag ik vragen met wie ik nu praat en heb je een naam die ik mag gebruiken?
The: Ja, je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin. En je mag me The-wachter noemen.

Je spreekt nu met de wachter bij het nest van de Koningin.

M: Is dat je naam of is dat een titel?
The: Dat is eigenlijk mijn functie en dus zou je het als een titel kunnen beschouwen.
M: Mag ik je allerlei vragen stellen over jullie leefwijze?
The: Dat mag je, brandt maar los.
M: Dank je wel. Zijn jullie een grote kolonie?
The: Daar stel je meteen een lastige vraag om te beantwoorden, want wat tel je allemaal mee? Onze kolonie bestaat uit heel veel onderdelen, we hebben overal nesten, maar vormen toch samen een kolonie in een gebied, waar meestal geen andere mieren zijn van onze soort, wel andere mieren. Jullie noemen ons zwarte mieren, maar er zijn heel veel soorten en ik spreek dus alleen over ons soort. En dan kun je ook spreken over alleen het nest, ons nest is niet erg groot, we zijn met gemiddeld 3-4 koninginnen in ons nest en we hebben enkele duizenden mierkracht, van werksters tot de wachters en de nestenbouwers. Maar als je alle nesten in ons gebied bij elkaar telt zijn we wel met enkele miljoenen. Daarvoor is ons gebied, een bosgebied, ook best vrij groot. We leven vooral boven de grond, maar ons nest is uiteraard onder de grond om een beetje rust en veiligheid te hebben.
M: Hoe is jullie verhouding met mensen?
The: Onverschillig, zij wonen en leven en wij wonen en leven en onze wegen kruisen elkaar, maar we hebben niets met mensen. Het liefst leven we gewoon naast elkaar, waarbij ieder zijn eigen plek heeft. Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen. Als zij daar problemen mee hebben, moeten ze ons niet lokken.

Als wij bij mensen binnenkomen dan worden we gelokt door de mensen.

M: Dat is natuurlijk een duidelijk standpunt, maar ook gemakkelijk gezegd. Want de meeste mensen lokken jullie niet bewust naar binnen.
The: Als ze dat niet bewust doen, moeten ze nadenken over wat ze doen, want wij komen niet naar binnen voor een gezellige babbel, we komen naar binnen omdat er voedsel ligt.
M: Dat snap ik, hoewel een gezellige babbel misschien wel de verstandhouding positief zou kunnen beïnvloeden. Maar dat is een grapje. Stel je hebt een aantal kleine kinderen in huis die nogal eens eten op de grond laten vallen, dan zijn jullie er als de mieren bij om daar van te genieten. En dat vinden mensen vaak wel lastig.
The: Daar zeg je wat. Ja, we zijn er als de mieren bij, want het is fijn als je eenvoudig en snel voedsel kunt vinden en we leven dichtbij het huis en kunnen dus zo naar binnen stappen en dat doen we ook.
M: Is er een mogelijkheid om afspraken met elkaar te maken? Stel we spreken af dat jullie niet meteen naar binnen komen en dat ze even de tijd krijgen het gevallen eten op te ruimen en dat eten dan naar jullie toe brengen zodat je niet naar binnen hoeft om toch het eten te krijgen. Want vind je daarvan?
The: Dat lijkt me geen goede afspraak. Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie. Misschien doen jullie het in het begin wel, maar daarna komt de klad erin en dan vergeet je het en komen we weer binnen. Worden sommige mensen boos en dan roeien ze meteen ons nest uit, je weet immers waar het nest is, want daar hebben jullie dan eten neergelegd. Nee, dat lijkt me geen goede zaak.

Onze ervaring met mensen is niet positief in de zin dat we kunnen vertrouwen op jullie.

M: Wat stel je dan voor?
The: Wij blijven gewoon ieder ons ding doen en proberen elkaar niet lastig te vallen.
M: Maar dat betekent dat jullie gewoon naar binnenmarcheren zodra er eten ligt.
The: Dat is juist.
M: Maar dat willen ze niet.
The: Dan moeten ze geen eten laten liggen. Maar we blijven wel af en toe komen om te kijken wat er te halen valt.
M: Is er geen compromis mogelijk?
The: Dat lijkt me niet, we durven jullie niet te vertrouwen en dan kan dat niet.
M: Dat is een hard oordeel.
The: Dat is ervaring met mensen.
M: Als de bewoners nu het goede voorbeeld geven door steeds op te ruimen en de restanten naar buiten gooien, zeg bij de vijver, is dat dan een begin van een oplossing?
The: Dat mogen de bewoners gerust doen en met wat goed opruimen komen we nauwelijks meer binnen en dan is het fijn als we eten dichtbij kunnen vinden, hoewel de vijver best al wel ver is. Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

Maar ik ga je niet vertellen waar onze nesten zijn, dat kan ik niet maken tegenover mijn volk.

M: Ik begrijp het. Als er ooit een afspraak gemaakt kan worden, zal er eerst vertrouwen moeten ontstaan en daar geloven jullie nog niet in.
The: Dat klopt, we vertrouwen jou wel, maar andere mensen nog niet.
M: Nou, toch wel heel erg bedankt dat je met me wilde praten.
The: Graag gedaan. Altijd leuk om met begripvolle mensen contact te hebben. Het hoeft niet zo nodig voor ons, maar het is soms wel eens leuk.

210408

Het werk van een regenworm

Vandaag besluit ik dat ik met een regenworm wil praten en ik kijk of het lukt om in contact te komen.
M: Dag regenwormen, is er iemand van jullie waar ik mee kan praten?
(Heel in de verte, alsof het van ver komt, hoor ik een geluid)
R: Wie wil er praten?
M: Ik, en ik zal me even netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en wil graag meer te weten komen over jullie leven, zodat ik kan begrijpen hoe belangrijk jullie regenwormen zijn voor een gezond ecosysteem.
R: OK, dan moet je bij ‘king’ zijn, ik zal je ‘doorverbinden’.
R: Ja, hallo, hier is king, wat wil je van me weten?
M: Dank je dat je met me wilt praten. Hoe is het leven als regenworm en wat doen jullie zoal de hele dag?
R: Wij regenwormen leven in principe ondergronds in onze gangen. Ook leven we als individuen en niet in groepen. Onze belangrijkste taak is om de grond gezond te houden. Dat doen we door stoffen die aan de buitenzijde op de grond vallen, zoals bladeren of poep, langzaam naar binnen te halen. We eten het deels en deels verwerken we het onder de grond zodat anderen het kunnen verwerken. Op die wijze wordt de grond voorzien van voedingsstoffen en wordt de grond mooi los gehouden door onze gangen.

Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven.

M: Wie zijn jullie metgezellen en wie zijn jullie vijanden?
R: Metgezellen hebben we niet echt. Natuurlijk leven er vele wezens onder de grond, zoals allerlei soorten wormen, kevers en anderen, maar dat zijn niet echt onze metgezellen, maar ook niet direct onze vijanden. Wel hebben we last van mollen die ons als een lekkernij zien en merels die ons naar buiten lokken. Aan de andere kant weten we ook dat we ‘prooidieren’ zijn, dieren die veel door anderen gegeten worden, dat vinden we niet echt problematisch. Het hoort erbij.
M: Als jullie nu een wens mochten doen voor de Aarde, wat zou je dan wensen?
R: Dat mensen begrip zouden hebben voor de grote noodzaak van een gezond bodemleven. Mensen zouden moeten stoppen met al die chemische troep te gebruiken, want dat is dodelijk voor een gezond bodemleven. De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

De Aarde zou veel meer energie kunnen geven door middel van de planten die er op groeien als de mens zou begrijpen hoe belangrijk een gezond bodemleven is en dat het de basis vormt voor al het zichtbare leven op Aarde.

M: Dat is nogal een mooie wens, dank je wel daarvoor. Zou je nog iets willen zeggen en mag ik je ooit nog eens benaderen voor een gesprekje?
R: Ja, doe iets met deze informatie en je bent altijd welkom, zeker als je laat zien wat je ermee doet!
M: Dank je wel.
R: Heel graag gedaan.

200203

Verrassende dier uitspraken

Dieren verrassen me nog steeds met mooie uitspraken en inzichten.

Ze zijn vaak glashelder en behoeven geen verdere uitleg.

Konijn op het moment dat ik me voorstel voor we in gesprek gaan: “Jij bent niet interessant. Jij bent een passant.”

Hond over de dood: “Het is een gedaantewissel.”

Kat als we hem ergens over ondervragen: “Ik verlaag mezelf niet tot een oordeel.”

Hond geeft aan ‘geheimpjes’ te hebben. Ik begrijp het niet meteen maar na het gesprek besef ik dat hij ‘binnenpretjes’ bedoelt.

Varken tegen vrouw: “Straal zonnestraaltjes!”

Parkiet met iets in haar lijf dat er wat ons betreft niet zou moeten zitten: “Daar ga ik me niet op richten. Ik laat mijn dag niet verpesten.”

 

 

Hyronimus 8: de wetten van het heelal

M: Dag Hyronimus, ik zou graag weer met je willen praten, is daar ruimte voor?
H: Dag Eddy, ja er is ruimte voor en zoals je vrouw al zei, riep ik je vanochtend. Ik wilde ook graag met je praten.
M: Waar zou jij het over willen hebben?
H: Het bekende thema dat je keuzes moet maken om je verder te bekwamen in deze gesprekken. Je blijft nu te oppervlakkig en komt niet in de diepte om allerlei wetten van het heelal verder te kunnen uitdiepen door met dieren te praten. Het blijven nu gesprekken over ditjes en datjes, terwijl we ook zouden kunnen praten over de multidimensionale wereld met de verschillende dimensies en lagen en hoe een groepsziel eruit ziet. Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden zodat anderen en dan bedoel ik mensen, er ook wat van kunnen leren. Daarom is het zo belangrijk dat je dagelijks je dierengesprekken voert.

Daar kunnen we nu nog niet goed over communiceren omdat je de beelden die we je kunnen laten zien nog niet kunt begrijpen en dus kun je ze niet vertalen naar woorden.

H: Je publiceerde onlangs ons gesprek in India, best lang geleden, over de multidimensionale wereld waar ik kort iets over uitlegde. En ik zou je er graag meer over vertellen, zodat je dat ook kunt opschrijven in je blogs, maar dat zou nu nog niet werken om redenen die ik je net heb gegeven. Jij denkt dat wij met elkaar zitten te praten en zo schrijf jij dat ook op, maar de werkelijkheid is dat ik je beelden zend en jij mij en dat jouw hersenen die beelden onmiddellijk vertalen naar woorden. Maar die vertaalslag is niet vlekkeloos. Je doet het heel goed, maar je bent pas een middelbare school leerling en je zult erg je best moeten doen om op de dieren communicatie universiteit terecht te kunnen komen, daar ben je echt nog niet. En eigenlijk verwacht ik van jou, om in de allegorie van jullie onderwijssysteem te blijven dat je tenminste zult promoveren. Dus echt je hebt nog een lange weg te gaan en die moet je in willen gaan en dat kan alleen als je keuzes maakt.
M: Zo dat is nogal wat en wat een duidelijkheid. Grappig is dat je dus verder gaat op een gesprek dat we oktober 2019 in India gevoerd hebben. Alsof je in mijn hoofd kunt kijken en weten dat ik op dat punt wel meer zou willen weten.
H: Natuurlijk weet je al lang dat ik in je hoofd kan kijken en al je gedachten kan weten. Maar besef ook dat jij dat toelaat. Ik zou het niet kunnen als jij die openheid niet zou hebben. Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou. Daarom kunnen we zo dicht bij elkaar zijn en intiem zijn in onze communicatie. Dat is een keuze die we samen gemaakt hebben en daarom kan ik ook deels jouw coach zijn en je helpen en stimuleren.

Je kunt jouw gedachten heel goed volledig afsluiten voor iedereen en ook voor mij, maar je kiest ervoor dat niet te doen en dat is ook zo mooi aan jou.

M: Dus om dieper te kunnen gaan en geheimen van de natuurwetten te kunnen ontsluieren via onze gesprekken, moet ik mijn vertaalslag aanzienlijk verbeteren en dat kan alleen maar door oefenen, oefenen en nog eens oefenen, dat is wat je zegt?
H: Precies, dat is wat ik zeg en ik blijf hopen dat je het oppakt. Jij moet kiezen.
M: Ik schaam me eigenlijk dat je nu na ruim anderhalf jaar nog steeds dezelfde dingen tegen me moet zeggen. En dat ik in het openbaar mijn falen moet bekennen.
H: Je kunt er ook voor kiezen om dit deel niet te publiceren en jezelf geen pijn te doen met je beperkingen die je jezelf hebt opgelegd door andere keuzes te maken.
M: Dat kan ik doen, maar wil ik eigenlijk niet. Ik heb mijn menselijke gebreken en daar schaam ik me wel voor maar ze zijn wel een eigenschap van mij. Die ik moeilijk kan veranderen, maar wel wil veranderen. Alleen hoop ik steeds dat ik het kan doen zonder ingrijpende keuzes te maken.
H: Die illusie heb je nu lang genoeg in stand gehouden, dat is dus zelfbedrog. Meer heb ik niet toe te voegen, ik ben duidelijk geweest, het is nu aan jou.
M: Dank je wel, dat is duidelijk.

210312

Hyronimus 7 – Multidimensionale wereld

M: Kunnen we hier ook met elkaar praten? (ik zit momenteel voor werk in India)
H: Vanzelfsprekend, zoals je weet heb ik je maandag zelfs aangemoedigd te beginnen (ik had een buizerd een tijdje horen roepen).
M: Dus dat was je toch! Hoe kun je nu hier zijn en gelijktijdig waken bij mijn vrouw thuis?
H: In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen. Ik verblijf in die multidimensionale wereld en ben daardoor gelijktijdig op verschillende plaatsen, maar kan ook met meerdere mensen of andere wezens gelijktijdig communiceren.

In de multidimensionale wereld spelen dingen zich in parallelle universa af en wel gelijktijdig, maar niet op dezelfde plaatsen.

M: Spannend verhaal. Wat is er zo belangrijk dat wij ook hier met elkaar communiceren?
H: Belangrijk is dat je doorgaat met je dierencommunicatie. Je bent nu helemaal ondergedompeld in je Indiase werk en hebt al enkele keren mogelijke gespreksmomenten niet gegrepen, ik zou zeggen weggedrukt. Maar dat moet je niet doen. Eigenlijk zou dit jouw dagelijkse meditatie moeten zijn.
M: Je hebt dit al een keer eerdergenoemd. Mag ik dit dus doen in plaats van mijn dagelijkse meditatie?
H: Dat is aan jou, maar als je het consequent vol houdt, kun je het zelfde bereiken.
M: Dat is mooi.
H: Ja, maar dan wel dagelijks doen, echt dagelijks.
M: Dank je, ik zal het proberen.

191023

Hyronimus 6: Eddy krijgt nieuwe instructies

M: Goede morgen, het is al weer te lang terug.
H: Dat klopt, je wilde niet eerder komen hoewel ik je al wel geroepen had en je hoorde me ook gisteren.
M: Dat is juist, maar ik had er nog niet de gelegenheid voor.
H: Je bedoelt gewoon dat je andere dingen belangrijker vindt en dat mag maar is jammer.
M: Je hebt gelijk, maar Kaila neemt veel tijd en daarom kom ik al niet meer tot alles wat ik wil doen.
H: Dat is logisch, prioriteiten stellen. Ik wil met je praten over de planten ontwikkelingen. Je hebt nu innerlijk contact gelegd met die Italiaanse over praten met planten (hij bedoelt hiermee Monica Gagliano die onlangs een boek schreef dat op mijn pad kwam over een wetenschappelijk onderzoek van contact met planten en dat ik nu aan het lezen ben, zie foto hieronder).

De dingen die ze zegt zijn heel belangrijk en jij moet daar ook wat mee, je hebt al gepraat met bomen, vertel erover en verbreedt je kennis erover, zodat je daarover kunt praten en schrijven.
M: Je had me in je vorige gesprek al opgedragen breder te kijken en nu komt dit om me daar ook daadwerkelijk in te verdiepen, grappig.
H: Dat is helemaal niet grappig, dat is hoe dingen werken. Je stelt je er voor open en het komt naar je toe, dat is een wetmatigheid.
M: En jij bedoelt dat ik dit soort kennis meteen mee moet nemen in mijn beide ‘groen’ presentaties die ik binnenkort moet houden?
H: Ja, je moet dat lef hebben en je kunt daarbij verwijzen naar de Italiaanse dame. Maar ook nu weer beperk het niet alleen tot groen. Blauw en alle dieren horen er ook bij, zelfs de grondstoffen, dat zal je ook nog gaan ontdekken om zo een totale holistische visie te kunnen ontwikkelen en uit te dragen.
M: Ik zal dat proberen in te passen in mijn presentaties, maar het ene verhaal is een presentatie in een academische wereld en het andere verhaal is in een ambtelijke en praktijk mensen wereld.
H: Ja mooi, dan kun je allerlei verschillende doelgroepen de boodschap overdragen in hun taal, anders word je afgedaan als zweverig en dan schiet je je doel voorbij.
M: Ja, dat aanspreken in hun taal is de uitdaging.
M: Een ander puntje. We spraken elkaar 12 dagen geleden formeel, maar ik merkte dat we eigenlijk bijna continue in contact staan.
H: Dat heb je goed gemerkt. We hebben het helemaal niet nodig om ervoor te gaan zitten om te communiceren, ik vlieg nu bijvoorbeeld ergens hoog boven de weide en kan gelijktijdig met je communiceren/praten.
M: Maar ik wil het eigenlijk beperken tot de momenten dat ik klaar zit en het kan opschrijven. Want toen we tijdens de boswandeling spraken wilde ik dat vasthouden en opschrijven, maar dat is er weer niet van gekomen en daardoor verloren gegaan.
H: Er gaat niets verloren van onze gesprekken. En als je bang bent iets belangrijks kwijt te raken als we in de wandelgangen praten, dan kom ik daar nog eens op terug.
M: Ben jij in deze mijn leermeester?
H: In zekere zin kun je me zo beschouwen. Nu je het contact hebt gelegd, kun je met iedereen communiceren en dat moet je ook proberen en doen, maar ik zal je helpen met het geheel sturing te geven. Want je doet het niet voor jezelf. Jij moet hier wat mee en daar zal je je weg in moeten vinden, maar je kunt niet op je krent blijven zitten. Je bent niet voor niets nu uitgenodigd op dat congres in Egypte. Dat heeft betekenis!
M: Die verbanden heb ik niet gezien, maar je maakt me wel nieuwsgierig. Ik ben ook benieuwd naar hoe we elkaar kennen.
H: Dat zal je zelf moeten uitzoeken. Ik weet dat je denkt aan Australië op blote voeten, maar ik geef je een hint. In je jeugd wilde je altijd emigreren.
M: Ja, ik wilde naar Canada emigreren.
H: Dat wilde je omdat je daar oude herinneringen hebt liggen die je, wat laat, in dit leven gaat uitwerken. Genoeg voor vandaag en zorg dat je contact houdt.
M: Dank je wel voor dit gesprek.
H: Graag gedaan.

190915

Rattenserie (1: de gevangen rat)

2010

Ik krijg een mail: “Bijgaand een foto van het knaagdier dat Rosa gistermiddag binnenbracht. Ik vermoed dat het een rat is. Omdat ik die zo weinig zie, heb ik er eens goed naar gekeken en ik moet zeggen dat ik haar/hem wel mooi vond. Mooie oren en ogen, stevige poten en een glanzend vel. Alles net wat groter dan bij een muis. Ik neem aan dat het een verse vangst was, want het lijfje was nog een beetje warm en slap. Ik vraag me al een hele tijd af wat de functie van ratten is (dus los van de hysterische verhalen die mensen over hen verspreiden) en nu ik de kans heb, denk ik natuurlijk meteen aan jou. Ik ben heel benieuwd!”

Dit zijn leuke vragen en ik ga meteen in contact met het dier.
Ik vermoed ook dat het om een ratje gaat en vraag of dat klopt. Ik krijg door dat ratten sterk, slim en snel zijn. Krachtiger dan muizen en met een groter bereik. ‘Muizen zijn lolbroeken,’ vertelt de rat. Dat weet ik inderdaad van muizen en ik moet dan ook gniffelen. Komische diertjes.
De rat laat zien dat zij als soort serieuzer zijn door hun snelheid, sluwheid/slimheid. Deze rat is graag rat en vindt ratten veel ondernemender dan muizen.
‘Wij hebben een energie die krachtig naar voren stoot. Dat stoot mensen af,’ hoor ik met enige trots.
Ik vertel hem dat de vrouw die me deze mail en foto stuurde graag wil weten wat de functie van ratten is. ‘Wij houden de wereld schoon.’ Hij laat zien dat ze van alles eten, ook vlees.
Ik breng in dat er ook gezegd wordt dat ze ziektes overbrengen. ‘Wij zijn met veel en op veel plaatsen.’ De rat kan zich er niet drukker om maken.
Hij vertelt niet graag in huizen te komen, in tegenstelling tot muizen. Wel in schuren. En ik zie buizen en holletjes in de grond waar ze slapen. ‘Wij slapen graag.’ Ik krijg de indruk dat hij overdag bedoelt en dat de nacht hun speelterrein is.
‘Je hebt je laten pakken door een kat,’ zeg ik. Hij laat zien dat je laten pakken door een kat of hond nogal stom is. Het is onachtzaamheid van ratten of vasthoudendheid van de honden of katten. ‘In principe zijn wij sneller/beter,’ legt de rat uit. Dit ziet hij als een overdreven actie van de kat voor de vrouw. Een gebaar naar haar. ‘Normaal gesproken is deze kat geen probleem.’
Toevallig weet ik dat een tijd geleden de andere kat uit dit huis is overleden en ik ben geraakt door de actie van deze kat. Zal ze de vrouw iets hebben willen brengen?
‘Zie jij verbanden?’ vraag ik de rat. ‘Op dit level zie ik verbanden, ja. In mijn omgeving. Mijn energie is niet alleen beperkt tot ratten. Ik kan ook waarnemen wat er bij de kat gebeurt.’
Ik word er even stil van als ik zie hoe zijn rattenenergie zich in diverse andere energiegebieden bevindt.
‘En nu?’ vraag ik hem. Want het blijft een feit dat hij hier fysiek niet meer is.
‘Ik ga zo snel mogelijk terug. Zoals ik al zei: ik vind het leuk om rat te zijn.’
De rat geeft me het gevoel alsof het leven en de dood voor hem een glijbaan zijn: je belandt op de grond, gaat de ladder weer op en glijdt de glijbaan weer af.
Ik zucht een beetje dat het allemaal tijd kost. ‘Tijd? Wat is tijd?’ reageert de rat. Ik voel geen energieverschil tussen hier en daar, zoals de rat het me voorstelt. Het lijkt inderdaad wel een spel voor hem en ik moet denken aan boeken van Kim Sheridan en Penelope Smith. Zij beschrijven daar ook het plezier en het gemak waarmee sommige dieren switchen van fysiek lichaam, naar enkel spirit en weer terug een lichaam in.